31 maart 2010

Vijf jaar pontificaat paus Benedictus XVI


Op 2 april 2005 stierf paus Johannes Paulus II, eerbiedwaardige dienaar Gods. Op 19 april van dat jaar werd Jozef kardinaal Ratzinger gekozen tot onze huidige paus Benedictus XVI.

Vergeten wij niet om voor onze Heilige Vader te blijven bidden, juist omdat hij – en in zijn persoon de heilige Kerk van onze Heer Jezus Christus – steeds wordt aangevallen en belasterd.

In deze dagen rond het eerste lustrum van het pontificaat van Zijne Heiligheid paus Benedictus XVI kunnen wij als katholieken in het bijzonder onze (verplichte) Paasbiecht en -communie tot zijn intentie aan God opdragen.


30 maart 2010

Oudste priester van Vlaanderen krijgt 'eigen' website

Priester-historicus prof. dr Karel Van Isacker S.J. (1913) ging eind jaren '80 met emeritaat van de Universiteit van Antwerpen. Hij verliet Antwerpen en vertrok naar de Caelenberg nabij Niel bij As. Hij verbouwde er een boerderij tot Sint-Michaëlskapel.

De bijna 97-jarige Vlaamse pater draagt daar nog dagelijks de heilige Mis op. Hij bleef de oude Tridentijnse ritus trouw.

De door hem gebouwde kapel beschikt sinds kort over een eigen website: www.caelenberg.info.

De website van de Sint-Michaëlskapel is toegevoegd aan de links naar andere websites in de rechterkolom.

De voorbereiding op een goede biecht


Het gewetensonderzoek

Om de Heer vergeving te kunnen vragen voor onze zonden, moeten wij eerst ons geweten onderzoeken om de fouten te ontdekken waardoor wij Hem beledigd hebben.
Hier kan geen algemene regel voor worden gegeven. De een biecht elke week, de ander spreekt enkel de verplichte Paasbiecht. De een is nog een kind, de ander een volwassene. De een is getrouwd, de ander ongetrouwd. We hebben niet allen dezelfde beroepsplichten of plichten van staat, maar wij zijn allen verplicht om dezelfde geboden te onderhouden, hoezeer onze levensomstandigheden ook verschillen. De enige voor alle gevallen toepasselijke aanwijzing lijkt dan ook deze: ieder moet aan zijn gewetensonderzoek de nodige tijd besteden om de bedreven zonden in te zien en ze in de biecht te kunnen belijden.

Om dit onderzoek goed te doen, is het passend dat wij ons aanbevelen bij de heilige maagd Maria en onze Engelbewaarder, opdat zij van de Heilige Geest voor ons het licht verkrijgen, dat onze fouten ons niet ongemerkt ontschieten, opdat we ze min of meer bewust zouden verdoezelen. Als wij echt verlangen dat de biecht ons geestelijk leven bevordert en de liefde Gods in ons doet groeien, dan is het onontbeerlijk dat wij ons geweten onderzoeken met evenveel zorgvuldigheid als wij ons voor andere belangrijke zaken inzetten.

Sommigen menen dat zij hun fouten niet kunnen ontdekken. In de meeste gevallen hebben ze gelijk, omdat zij ze niet meer kunnen zien, hoewel ze in het oog springen, dat komt omdat zij zo gewoon geraakt zijn aan zondige handelwijzen. Als wij ons geweten onderzoeken, mogen wij ons daarom niet beperken tot een oppervlakkige blik op onze handelingen. Wij moeten er de tijd voor nemen die nodig is om de misstappen te vinden die sleur geworden zijn en die ten slotte onze ziel dodelijk gaan schaden.

De lauwheid, de nalatigheid bij het vervullen van de plichten van staat, het lichtvaardig woordgebruik, de min of meer juiste beoordeling van andermans gebreken, wat we voor de naaste zouden moeten doen maar niet doen, de leugen, het zich niet houden aan het gegeven woord, het niet altijd onberispelijk gedrag bij het vermaak en de relaties met gezin en maatschappij, de vrijwillige verstrooiing tijdens de heilige Mis of gebed, de slapheid in het geestelijk leven, de weerstand tegen de genade Gods die bepaalde daden van deugd van ons vraagt enz. - die zouden onze aandacht moeten hebben en het voorwerp moeten zijn van een oprechte beschuldiging, vol berouw, in het sacrament van de biecht. Op die manier kunnen wij, door Gods genade gezuiverd, elke dag een stukje verder komen op de weg van de persoonlijke heiligheid, waartoe de Heer ons roept.


Het berouw

Om de vriendschap met God, die wij door de zonde verloren hebben, opnieuw te verwerven, is het berouw onontbeerlijk. Maar het berouw of het hartenleed moet niet worden opgevat als iets gevoeligs dat ons de tranen in de ogen brengt. Door zo'n opvatting zouden we, als we niet tot tranen toe geroerd zijn, kunnen gaan denken dat we niet voldeden aan een noodzakelijke voorwaarde voor het ontvangen van het biechtsacrament. Dat zou een jammerlijke vergissing zijn.

Sommigen menen dat het berouw zo iets is als de afschuw die een kind heftig de taartjes doet afwijzen, nadat het er ziek van geworden is. Er zijn immers gevallen waarin wij, na God beledigd te hebben, geen afschuw van de zonde in ons voelen opkomen, terwijl we het toch echt zouden wensen. Erger nog: na de zonde bedreven te hebben, gevoelen wij een nog sterkere neiging om te hervallen, want onze krachten om het goede te doen, verzwakken in zekere zin. Het leed om de zonde blijkt niet uit het feit dat deze, welke ze ook zijn, ons niet meer aantrekken, maar uit de vastbeslotenheid waarmee onze wil ze verafschuwt. Wie berouw heeft, zegt: Ik wou dat ik dat niet gedaan had. Wil het berouw geldig zijn, dan moet het bovendien in het bovennatuurlijk leven wortelen, want anders zou het in het natuurlijk vlak blijven steken, een heel ander dan dat van het leven van de genade. Dan zou de genade ons niet kunnen bereiken. Daarom moet het berouw op de een of andere wijze betrokken zijn op de Heer. Als het ten slotte niet op God gericht was, dan zou het berouw ons niet dichter brengen bij Hem die ons de vergeving schenkt. Wij zouden ons opsluiten binnen de enge grenzen van onze persoonlijke armoede, absoluut niet in staat de genade te verkrijgen die wij toch zozeer behoeven.

De motieven voor het berouw over onze zonden zijn vele, maar niet alle brengen ze ons in de gesteldheid om de genade te ontvangen door de biecht. Het is goed die motieven na te gaan, om niet in een dwaling te vervallen die God beledigt door een valse spijt, waardoor wij nog verder van Hem verwijderd zouden raken.

Er zijn drie soorten van spijt over de zonden. De eerste is die uit liefde. Die komt uit het hart: "de spijt uit liefde, omdat Hij goed is, omdat Hij onze vriend is en zijn leven voor ons gegeven heeft, omdat al het goede dat wij bezitten, van Hem is, omdat wij Hem beledigd hebt... omdat Hij ons vergiffenis heeft geschonken. ”Ween, mijn zoon, van verdriet, omdat je Hem bemint”. De tweede soort van spijt is die van vrees. Die komt voort uit de angst voor de rechtvaardige straf die we door onze zonden in het andere leven zouden verdienen. Die spijt is niet zo volmaakt en ook niet zo onzelfzuchtig als de vorige. Maar omdat dit toch gericht is op de Heer (ook ontstaat het contact door vrees), is ze voldoende om de genade van de vergiffenis te verkrijgen. Ten slotte is er een derde vorm van spijt, die met het bovennatuurlijk leven niets te maken heeft. Men zou die kunnen noemen: de spijt uit hoogmoed, omdat ze noch uit liefde tot God, noch uit vrees voor Hem voortkomt. Integendeel, ze komt voort uit de eigenliefde die zich bij het zien van de eigen onvolmaaktheid gekwetst voelt. Als wij deze teleurstelling over onszelf niet afwijzen, komen wij van kwaad tot erger. Trots blokkeert de weg terug naar God, want met zulk een spijt kunnen we niet waardig gaan biechten; ze verraadt een gesteltenis die niet Gods vergeving zoekt, maar zichzelf; trots is een ongeordend verlangen naar volmaaktheid.


Voornemen om zich te beteren

De spijt over onze fouten zou niet oprecht zijn zonder het voornemen ze niet opnieuw te bedrijven. Het moet duidelijk zijn dat er voor de goede en geldige biecht een essentiële voorwaarde bestaat: het voornemen om zich te beteren. Dit bestaat juist in het besluit van de wil niet opnieuw te zondigen. Maar dit besluit houdt niet de zekerheid in dat het inderdaad wordt uitgevoerd. Om goed te biechten is het echter niet noodzakelijk, de zekerheid te hebben dat men de Heer niet meer zal beledigen. Wel moet men bereid zijn de passende middelen te gebruiken om niet te hervallen.
Ons allen, zonder uitzondering, kan het overkomen dat we opnieuw zondigen, maar de vrees voor nieuwe fouten in de toekomst mag ons niet afhouden van het sacrament van de biecht, evenmin als de herstellende zieke de medicijnen achterwege mag laten.

Als de H. Petrus de Heer vraagt, hoe vaak hij moet vergeven, oppert hij als het toppunt van edelmoedigheid: "Zeven keer? En Jezus antwoordt hem: "Nee, Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal." God zegt ons dit, omdat ook Hij bereid is ons telkens te vergeven, als wij Hem er in de vereiste gesteltenis om vragen. Die vereiste gesteltenis is bewust. Wie niet wil hervallen, weet het, omdat hij vastbesloten is de gelegenheden tot zondigen te vermijden, dat is die omstandigheden in het leven die voor ons een gevaar zijn God opnieuw te beledigen. Wie blijft omgaan met vrienden van wie hij weet dat ze hem de genade Gods weer doen verliezen, vermijdt de naaste gelegenheid tot zondigen niet. Wie blijft doen wat hem de wet van de Heer deed vergeten, vermijdt de gelegenheid tot zondigen niet. Wie vertoningen bijwoont waarvan hij weet dat ze hem kwaad doen, vermijdt de naaste gelegenheid tot zondigen niet, evenmin als hij die blijft doorlezen in een boek dat bij hem slechte gedachten opwekt, waaraan hij gemakkelijk toegeeft. Misleiden wij onszelf niet: wie met de zonde wil breken, wendt ook de daartoe geëigende middelen aan. Een zieke die gezond wil worden, neemt zijn medicijnen in en volgt het dieet van de dokter. Doet hij dit niet, dan kan men niet zeggen dat hij weer echt gezond wil worden. "Maar ik wil niet zondigen, ik ben alleen maar zwak." Akkoord. Juist omdat wij zwak zijn, zijn we speciaal verplicht om de gelegenheid tot zondigen te vermijden.

Een eerlijk voornemen blijkt alleen uit de bereidheid om positief iets te gaan doen wat onze zwakheid sterk maakt. De middelen daartoe zijn: het gebed - "Bid om niet in de bekoring te gaan”, het dikwijls ontvangen van de H. Communie, en de devotie tot de H. Maagd. Hoe toch kunnen wij de bekoringen van zinnelijkheid, luiheid, egoïsme enz. overwinnen, als we niet onze toevlucht nemen tot de Heer en zijn Moeder, om van hen de noodzakelijke kracht te krijgen?

Pater M. Kromann Knudsen FSSP

Palmzondag: Fotoverslag palmwijding en processie


29 maart 2010

Angelustoespraak 28 maart 2010: Jongeren, weest getuigen van Christus!

Voor het bidden van het Angelusgebed aan het einde van de viering van Palmzondag hernieuwde paus Benedictus XVI zijn appèl aan de jongeren, vijfentwintig jaar na de eerste Wereldjongerendagen die in 1985 voor de eerste keer werden georganiseerd op initiatief van zijn voorganger, paus Johannes Paulus II.

De Paus riep de jongeren op om op vriendelijke wijze getuigenis te geven in het licht van de Waarheid, opdat mannen en vrouwen van het derde millennium niet voorbijgaan aan het meest authentieke voorbeeld van de mensheid: Jezus Christus.

De Heilige Vader sprak ook over Jeruzalem, waar het Paasmysterie voltrokken is. Hij is diep bedroefd vanwege nieuwe spanningen en conflicten in deze stad, die het spirituele thuis is voor christenen, joden en moslims, en de profetie en de belofte van de universele verzoening die God verlangt van de menselijke familie. Vrede is een gave van God, die Hij heeft toevertrouwd aan de menselijke autoriteiten om gecultiveerd te worden door onderlinge dialoog en respect voor de rechten van een ieder, en door verzoening en vergevingsgezindheid. De Paus bad ervoor dat de machthebbers in de stad Jeruzalem dat pad naar de vrede standvastig zullen bewandelen.

De volledige Angelustoespraak kunt u hier bekijken en beluisteren:



Paasbiecht

Een van de vijf geboden van de Kerk schrijft voor dat we ten minste eenmaal per jaar onze zonden belijden in een persoonlijke biecht. In deze Goede Week zijn de priesters van onze kerk daarom nog meer dan anders beschikbaar en bereid om uw biecht te horen.

U achterna

U achterna, dat worden smalle wegen,
de stilte tegemoet, de bergen in,
een kale wereld, kil en afgelegen
en elke draai een hachelijk begin.

U achterna, dat wordt een pijnlijk wagen,
ver van vertrouwd geluk, al is dat klein,
dat wordt eenmaal Uw zware last meedragen
en altijd onderweg en dakloos zijn.

U achterna, dat is voor armoe kiezen,
voor honger en voor dorst en voor gemis
en elke droom van zekerheid verliezen
in een ontmoetigende duisternis.

U roep ik aan, Die ik na moet leven
en Die Uw kruis nog krijgt en Golgotha,
O Jezus, help me, als ik het zou begeven
aan het einde van de reis, U achterna.

Michel van der Plas

28 maart 2010

De deugd der boetedoening

Keert tot Mij terug, van ganser harte, met vasten, met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw kleren. (Joël 2, 12)

Deze woorden hoorden wij op Aswoensdag in de lezing genomen uit het boek van de profeet Joël. Deze oproep tot boetedoening blijft heel de vastentijd voortduren. En dat is goed, want we moeten ons voorbereiden op het Paasfeest, en daartoe wedergeboren worden met de verrezen Heer. Pasen is het moment bij uitstek waarop Christus ons Zijn genade schenkt. De Vastentijd is tegelijkertijd een voorbereiding op het Paasfeest en het begin van het Paasmysterie. Opdat deze voorbereidingstijd vruchten zou dragen moet deze in het teken staan van boetedoening en innerlijke bekering. Laten we hier wat dieper ingaan op het thema boetedoening.

Het woord boetedoening of penitentie heeft een dubbele betekenis. We kunnen boetedoening beschouwen als een deugd en als een sacrament (in dit artikel beschouwen we de boetedoening als een deugd). Wij kunnen deze definiëren als een bovennatuurlijke deugd die ons ertoe aanspoort onze zonden te verwerpen in het licht van wat het geloof ons leert, te proberen om God niet langer te mishagen, en alles weer goed te maken. In deze betekenis wordt boetedoening synoniem met berouw. Deze definitie heeft diverse aspecten.

In de eerste plaats is boetedoening de pijn en de afkeer van de begane zonden. In het licht van ons geloof onderkennen wij onze zonden en voelen wij deze als pijnlijk aan. Wij onderzoeken onze houding en worden ons ervan bewust dat wij God hebben mishaagd met onze daden. Zij vormen een hindernis op onze weg naar Hem. En dit veroorzaakt zielepijn. Hier moet men opletten: het kan gebeuren dat men berouw voelt om verschillende redenen. Er wordt gezegd dat iemand iets berouwt wanneer iets wat hij vroeger als aangenaam heeft ervaren nu opeens vervelend lijkt, het maakt niet uit of het om iets goeds of slechts gaat. Dit is het berouw van degenen die de droefheid van deze wereld ervaren, en niet die van God. Een ander soort berouw is dat wat we ervaren omwille van onszelf, niet omwille van God, nadat we iets fout hebben gedaan (en waarvan we nooit hadden gedacht dat we het ooit zouden doen). En tenslotte is er ook nog het soort berouw dat niet beperkt blijft tot eerlijke en diepe spijt over datgene wat we hebben misdaan, ook niet tot de uiterlijke tekenen van deze spijt, maar dat hoofdzakelijk of enkel en alleen voortspruit uit het besef dat we God hebben mishaagd. Er is dus een groot verschil tussen deze drie vormen van berouw. De eerste is een gebrek, de tweede is enkel de smart van een onrustige en verwarde ziel. De derde vorm is de vrucht van de deugd der boetedoening.
Soms gebeurt het dat iemand berouw voelt dat niet in verhouding staat tot de begane zonden. Bij anderen heerst zo’n grote verslagenheid dat zij om hun heil beginnen te vrezen. Dat was zeker het geval bij Judas, die zich ophing toen hij zag wat hij had aangericht. De deugd der boetedoening helpt ons om met onze pijn te kunnen omgaan.
Maar als onze pijn echt is, dan volgt daarop het vaste voornemen om niet meer te zondigen en alles weer goed te maken. Zo heeft boetedoening een dubbel impact: op het verleden, met het berouw en de afkeuring van de begane fout; op de toekomst, met het vaste voornemen om niet terug te vallen in dezelfde fouten en recht te doen aan God Die werd mishaagd. Als één van beiden ontbreekt kunnen we niet spreken over de echte deugd der boetedoening. Immers, als iemand zijn fouten niet goed wil maken, kan er dan sprake zijn van echt berouw?
De draagwijdte van het voornemen is hierbij van het grootste belang. De deugd der boetedoening stoelt op een diep berouw in het hart. Deze innerlijke toestand is onontbeerlijk voor een goed resultaat van het uiterlijke. Wij hebben vanuit het diepste van ons hart besloten om weer naar God terug te keren en wij zijn vastbesloten om onze slechte gewoontes de rug toe te draaien en ons leven te veranderen. Tegelijkertijd moeten wij hopen dat God ons zal vergeven, dat Hij ons Zijn barmhartigheid zal schenken, en de genade die wij nodig hebben om ons voornemen ten uitvoer te brengen. Onze wil blijft sterk, hoewel wij weten dat wij zwakke mensen zijn.

De vastbeslotenheid om God niet langer te mishagen volstaat echter niet. Een goede en berouwvolle christen zal ook zijn fouten weer goed willen maken (en hier gaat het niet alleen om de penitentie die bij de biecht wordt opgelegd). Een echt berouwvolle zondaar wil zijn zonden uitwissen en zijn bezoedelde ziel weer rein maken. Omwille van zijn begane zonden wil hij God weer ter wille zijn. En daarbij gaat het om gerechtigheid. Hoewel er tussen God en de mensen niet echt een strikte en strenge vorm van gerechtigheid kan bestaan door het feit dat zij door de oneindigheid van elkaar gescheiden zijn, is er toch een soort verhouding die men kan vergelijken met de gerechtigheid tussen een vader en zijn kinderen, tussen een meester en zijn dienaren.
Ook volgens de grote theologen (H. Thomas van Aquino, H. Alfons) is de boetedoening een deugd, een bereidheid van de ziel. En het Concilie van Trente bevestigt de bovennatuurlijke aard van de boetedoening (het is in het licht van de Heilige Geest dat wij onze zonden kunnen zien en wij ertoe bewogen worden om berouw te tonen).


Gelijkenissen en verschillen tussen de deugd en het sacrament

De deugd en het sacrament van de Boetedoening lijken heel erg op elkaar. Dat blijkt duidelijk uit het voorwerp en de doelstelling ervan. De Boetedoening – als deugd of als sacrament – heeft altijd de begane zonde als voorwerp en heeft altijd tot doel om vergiffenis te vragen aan God, Die wij hebben mishaagd en Wiens gerechtigheid wij weer in ere willen herstellen. En voor beide geldt de afkeer van de zonden en het vaste voornemen om de fouten te herstellen.

De deugd en het sacrament van de Boetedoening verschillen in diverse opzichten. In de eerste plaats door hun ouderdom. De deugd der boetedoening is van alle tijden. Het bestond reeds bij de Joden (David deed boete voor zijn misdaden; de profeet Jonas predikte boetedoening aan de inwoners van Ninive). Vóór de geboorte van Christus was de deugd der boetedoening het enige middel om vergeving te verkrijgen voor begane zonden. Het sacrament van de Boetedoening werd ingesteld door Onze Heer.
Beide verschillen ook in hun noodzakelijkheid. De deugd der boetedoening is noodzakelijk voor al diegenen die een zware fout hebben begaan: alle zondaars, ongeacht hun godsdienst, moeten berouw tonen en boete doen voor hun zonden. Het sacrament van de boetedoening is een regel die alleen geldt voor de christenen. En tot slot zijn beiden ook verschillend van aard. Terwijl de deugd der boetedoening innerlijk is, en een schuldbelijdenis tegenover God vereist, is het sacrament van de Boetedoening een uiterlijk teken: de biecht in aanwezigheid van een priester.

De Vastentijd roept ons heel in het bijzonder op tot boetedoening. Deze deugd moeten we echter heel ons leven lang beoefenen. De wijze waarop de deugd der boetedoening ons leven verandert, en een radicale ommekeer betekent voor ons, christenen, moet steeds meer tot uiting komen in de innerlijke bereidheid van onze ziel en onze uiterlijke daden. Het is belangrijk dat we ons daarvan bewust zijn.

Pater A. Komorowski FSSP

27 maart 2010

Overzicht van liturgische vieringen in de Goede Week en met Pasen

Zondag 28 maart: Palmzondag
10.30 uur: Plechtige gezongen Hoogmis, met palmwijding en processie

Triduum Sacrum
Donderdag 1 april: Witte Donderdag
19.00 uur: Plechtige gezongen Drieherenmis – herdenking van de instelling van het Sacrament des Altaars en van het priesterschap – waarna gelegenheid tot aanbidding van het Allerheiligst Sacrament (tot 23.00 uur)

Vrijdag 2 april: Goede Vrijdag
(Vasten- en onthoudingsdag)
15.00 uur: Plechtige herdenking van het Lijden en Sterven van onze Heer Jezus Christus

Zaterdag 3 april: Paaszaterdag
21.30 uur: Plechtige gezongen Paaswake

Zondag 4 april: Hoogfeest van Pasen – Verrijzenis van onze Heer Jezus Christus
11.00 uur: Plechtige Drieherenmis met zang door Schola Catherina

Maandag 5 april: Maandag onder het Octaaf van Pasen (Tweede Paasdag)
11.00 uur: Gezongen Hoogmis

26 maart 2010

Vastenactie 2010

De Zusters van het Onbevlekte Hart van Afrika in Tanzania rekenen dit jaar op uw vrijgevigheid tijdens de Vastenactie. Stichting Kerk in Nood heeft aan deze zusters een bedrag van € 6.000 toegezegd om hun nood (hoge leeftijd en vaak gehandicapt) te lenigen. Toch proberen ze ook de noodlijdende bevolking nog te helpen.

Bankrekening 4930515 ten name van kerkbestuur Sint-Agnesparochie te Amsterdam staat open voor uw vastenbijdrage.


24 maart 2010

Angelus-toespraak 21 maart 2010: Jezus weet wat er in ons hart omgaat

“Laten wij van de Heer Jezus leren dat wij anderen niet mogen oordelen en veroordelen. Laat ons leren om geen compromissen te sluiten met de zonde, vooral niet met onze eigen zonden! En laten wij tegelijkertijd mild zijn tegenover anderen.”

Zo sprak paus Benedictus XVI tot de verzamelde pelgrims op het Sint-Pietersplein die onder zijn raam in het apostolisch paleis samen met hem het Angelus kwamen bidden op deze vijfde zondag van de Vasten.

De Paus doelde op het Evangelieverhaal (Novus Ordo), waarin Jezus een overspelige vrouw redt van een doodvonnis. Jezus zegt: “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen” en “Ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig niet meer!” Deze uitspraken geven de ontwapenende kracht van de Waarheid weer, die de muur van hypocrisie afbreekt en die ons verstand verlicht voor een grotere rechtvaardigheid: die van de Liefde.

De volledige Angelus-toespraak van de Paus kan hier worden bekeken en beluisterd:



22 maart 2010

Paasboodschap mgr J.M. Punt, bisschop van Haarlem-Amsterdam: Pasen, feest van verlossing

Onze aarde is uit balans. Weer een nieuwe aardbeving, nu in Chili. Aardbevingen, droogte, sneeuw, storm en wateroverlast... het wisselt elkaar in steeds hoger tempo af.

Onze wereld is uit balans. De mondiale economische crisis is tijdelijk enigszins tot staan gebracht door duizenden miljarden virtueel geld dat in de economie is gepompt. Maar de echte klap moet nog komen, vrees ik. En dan al die haat, terreur en oorlog.

Onze cultuur is uit balans. Er is geen gemeenschappelijk fundament meer van waarden en normen. Zelfs over de meest fundamentele vragen van leven en dood, huwelijk en seksualiteit, menszijn en spiritualiteit, zijn we het meer dan ooit oneens.

Zelfs de Kerk is uit balans. Velen hebben haar de rug toegekeerd. Haar kracht lijkt verzwakt door lauwheid en verwereldlijking. Haar geloofwaardigheid aangetast door falen van sommige eigen ambtsdragers.

En toch, met vreugde vieren we Pasen en getuigen van Verlossing. Onveranderd is het een boodschap van hoop die alle bovenstaande negatieve scenario’s verre overstijgt. God heeft een plan met deze wereld en met ons eigen leven. Dwars door alles heen zal Hij het verwezenlijken. Als alles verloren lijkt, zal alles gewonnen zijn. Juist uit het kruis maakt Hij een doorgang naar nieuw leven. In het lijden van Christus, de mensgeworden Zoon van God, heeft Hij alle pijn, verdriet en angst van mensen van alle tijden opgenomen en veranderd in zegen, als wij het in Zijn handen kunnen leggen. Het is de missie van de Kerk om van deze hoop te getuigen en de verlossende kracht van Christus aan mens en wereld te voltrekken. In deze missie zie ik een drievoudige opdracht.

Het eerste is het bieden van perspectief. Ik heb het al meer gezegd. De mens van nu heeft het weer nodig met kracht te horen dat hij groter is dan de aarde; dat hij een onsterfelijke ziel bezit en een eeuwige toekomst; dat de dood geen einde is, maar een nieuw begin; dat het leven een geschenk is en een opdracht, waarover hij ooit rekenschap zal moeten afleggen.

Het tweede is de wereld te doordesemen met het Evangelie. Het is de taak van kerk en gelovigen om 'zout der aarde en licht der wereld te zijn'. De Kerk mag zich niet terugtrekken in de sacristie. Zij moet de wereld in met de wijsheid van Schrift en Traditie, en deze leggen op ethiek en moraal, maar ook op het sociale, politieke en economische leven.

Het derde is de bovennatuurlijke gaven uitdelen. De Heer heeft Zijn Kerk uitzonderlijke middelen en volmachten gegeven om zielen te voeden met Zijn eigen goddelijk leven in de Eucharistie, om “zieken te genezen, zonden te vergeven, en duivels uit te drijven”. Hij heeft dit niet bedoeld als mooie symboliek, maar als levende werkelijkheid. “Wier zonden gij vergeeft, hun zijn ze vergeven”, heeft Hij Zijn apostelen en hun opvolgers beloofd.

In het sacrament van de biecht ligt de garantie van vergeving. Zonder dat blijft een mens worstelen met de vraag of zijn kwaad wel vergeven is. Als je het aandurft om het kwaad van je leven uit te spreken tegenover die andere mens, die niets beter is, maar door zijn wijding in naam en persoon van Christus mag handelen ten dienste van de mensen, dan mag hij een kruis over je leven maken en is alles wat je berouwt uitgewist voor tijd en eeuwigheid. Het is het meest bevrijdende, en tegelijk meest miskende sacrament. Na een lange periode ver weg van God en kerk, heb ik ook zelf die bevrijdende en genezende kracht ervan ervaren. Daarom vraagt de Kerk van iedere gelovige om ten minste eenmaal per jaar voor Pasen dit sacrament te ontvangen. Ik wens u allen de volle Verlossing en Paasvreugde toe die de Heer u verlangt te geven.

+ Mgr dr Jozef M. Punt,
bisschop van Haarlem-Amsterdam


21 maart 2010

Preek voor de vijfde zondag van de Vasten (Passiezondag)


Preek
Vandaag gaan wij rechtstreeks het lijden van onze Heer en Verlosser binnen. We mogen dit niet doen in de veronderstelling dat met het begin van deze laatste passieweken dit onmenselijke lijden pas begonnen is. Nee, over het gehele leven van Christus op aarde hangt de schaduw van de passie. Vanaf de geboorte te Bethlehem, door het leven te Nazareth en door Zijn openbaar leven – de schaduw van het kruis was overal aanwezig. Het kruis staat in het middelpunt van het leven van Jezus Christus en het lijden is het hoogtepunt van het werk dat Hij hier op aarde is komen volbrengen. Het bloed van de stieren en bokken was niet voldoende om de verloren mensheid met God te verzoenen. God wilde een volmaakt offer – een offer van Zijn eigen Zoon, op het kruis.

De eerste grote stap naar het kruis toe heeft de Zoon van God gedaan in Zijn menswording. Deze stap van de hemel omlaag naar de aarde, uit Zijn gestalte van God in die van de knecht, was een veel grotere stap dan Zijn laatste schreden naar Golgotha. En deze stap zette Hij in volledige en bewuste belijdenis van het kruis. Over Christus zegt de psalmist: ”slachtoffer noch gave hebt Gij gewild, maar een lichaam hebt Gij Mij bereid”. Het offer van Christus begint al in de stal, omdat er geen plaats voor Hem in de herberg was. De zijnen aanvaardden Hem niet. De zijnen haatten Hem al en vervolgden Hem en Hij moest voor hen vluchten en Zich verbergen. Hij vernederde Zich onder hun wetten en onder de behoeften van Zijn aangenomen menselijke natuur.

En nu treden wij de laatste momenten van het lijden binnen. Hoe zouden we de gevoelens van Jezus’ heilig Hart in deze dagen kunnen uitdrukken? Alle afschuwelijke lichamelijke en psychische pijnen en smarten stonden Hem voor ogen. De ondankbaarheid van de mensen, de ontrouw van Zijn leerlingen, de onuitsprekelijke smarten van Zijn Moeder – dat alles heeft Zijn heilige Ziel moeten verduren. En dat alles uit liefde.

De goddelijke Verlosser, Die zo vastberaden op Zijn lijden afgaat, Die al onze zonden op Zich neemt, lijdt door onze ondankbaarheid. Toen Hij aan het kruis hing, zag Hij allen, die het uur waarop Gods genade hen bezoekt niet erkennen. Hij zag alle mensen van alle tijden, die Zijn heil niet willen ontvangen. Is het niet schokkend, dat er zo veel mensen zijn die de Zoon van God afwijzen, terwijl Hij zonder klagen of verwijten bereid is Zich voor hen te laten slachtofferen? Dat er zo veel mensen tussen staan die onverschillig en koud, en misschien zelfs vervuld van haat, Zijn kruis aanstaren en niet willen begrijpen dat het om hen gaat, om hun heil of onheil, om hun leven of dood, hun hemel of hel?

Dit is wat het kruis van ons eist: oriëntering van heel ons wezen op God. Wanneer dat niet de vrucht van dit uur en van deze grote heilige weken zal zijn, dan heeft de goddelijke Verlosser ook ons gezien onder hen die Zijn lijden afwijzen. De belangrijkste taak, die we in ons leven te vervullen hebben, luidt: we moeten offers worden, altijd en overal onszelf overgeven aan God, Hem de eerste plaats geven, Hem in het middelpunt van ons leven plaatsen bij iedere gedachte, bij elk woord, bij iedere beslissing. Moge deze heilige passietijd ons allen een stap dieper binnenvoeren in het begrip en in de navolging van de totale overgave van Christus. Amen.


19 maart 2010

Programma Sint-Nicolaasacademie
zaterdag 20 maart 2010

Op zaterdag 20 maart 2010 vindt in onze kerk en pastorie de volgende bijeenkomst plaats van de Amsterdamse Sint-Nicolaasacademie. Deze keer is het onderwerp:

DE CHRISTELIJKE WORTELS VAN DE WETENSCHAP

De heer dr Ewald Vervaet, natuurkundige en psycholoog, die diverse boeken gepubliceerd heeft over psychologie in verband met groei en intelligentie, zal een lezing verzorgen. Daarin zal hij betogen, tegen de heersende opvatting in, dat het Westerse, katholieke christendom bevorderlijk is geweest voor de vooruitgang in het natuuronderzoek.

Programma
10.00 uur: H. Mis
10.45 uur: Bijeenkomst in de zaal van de pastorie

Zie: Sint-Nicolaasacademie Amsterdam verhuist naar Agneskerk en de website van de academie.


18 maart 2010

Angelus-toespraak 14 maart 2010: In de vergeving laat God Zich werkelijk kennen

Paus Benedictus XVI sprak op de vierde zondag van de Vasten tijdens zijn Angelus-toespraak over het Evangelie van de verloren zoon (Novus Ordo). : “De verloren zoon spreekt krachtig over God en laat ons Zijn Gezicht, of beter nog: Zijn Hart zien.”

Nadat Jezus de genadevolle liefde van de Vader openbaarde, veranderde alles. We weten nu dat God onze Vader is, Die ons geschapen heeft om in vrijheid lief te hebben. Hij heeft ons het bewustzijn gegeven dat lijdt als we verloren lopen en dat zich verheugt als we ons bekeren.

De Paus legde uit dat onze relatie met God vergelijkbaar is met die van een kind met zijn ouders: in het begin is het kind van hen afhankelijk, dan claimt het zijn onafhankelijkheid en uiteindelijk komt het tot een volwassen relatie, die gebaseerd is op oprechte dankbaarheid en liefde.

In deze stadia kunnen we de geschiedenis herkennen van de mens met God. Op een gegeven moment wil de mens zijn eigen beslissingen nemen en zullen er momenten zijn dat hij denkt wel zonder God te kunnen leven. Deze fase is een moeilijke, want zij kan leiden tot atheïsme. Gelukkig is God onvoorwaardelijk trouw naar ons toe. Zelfs als wij ons van Hem afkeren en verloren lopen, houdt Hij niet op ons te volgen en te begeleiden, ons lief te hebben, ons te vergeven en blijft Hij door ons geweten tot ons spreken en roept Hij ons terug tot Hem.

Alleen door de vergiffenis van God te ervaren kunnen wij tot een werkelijke en oprechte relatie met Hem komen.

De volledige Angelus-toespraak van de Paus kunt u hier bekijken en beluisteren:



15 maart 2010

Neem van mij weg, Heer

Neem van mij weg, Heer,
zo smeek ik U,
al wat mij inwendig verdeelt,
wat mij van U verwijdert,
en wat scheiding teweegbrengt
tussen U en mij.

Neem van mij weg, Heer,
al wat mij onrein,
al wat mij koud,
al wat mij ongevoelig maakt.

Neem van mij weg, Heer,
al wat mij misleidt,
al wat mij schaadt,
en al wat mij onwaardig maakt
door U te worden gezien,
verbeterd en berispt,
door U te worden toegesproken
en aangehaald,
door U bemind te worden
en goedgunstig behandeld.

Ontferm U over mij, Heer,
en wees mij genadig.
Verwijder van mij al wat verkeerd is,
alles dat mij
zou kunnen verhinderen
U te zien, naar U te luisteren,
de geur van Uw deugden
gewaar te worden
en de hand naar U uit te strekken;
al wat mij zou kunnen verhinderen
U te vrezen en aan U te denken,
U te kennen en op U te vertrouwen,
U te beminnen en U te bezitten.

Ja, neem alles van mij weg
wat mij belet
U bij mij tegenwoordig te hebben
en gedeeltelijk al te genieten.

Z. Petrus Faber S.J.

Vastenactie 2010 voor de 'Zusters van het Onbevlekte Hart van Afrika'

In samenwerking met Stichting Kerk in Nood ondersteunt onze parochie dit jaar in het kader van de Vastenactie een project voor bejaarde, zieke en gehandicapte zusters van de congregatie van de ‘Zusters van het Onbevlekt Hart van Afrika’ in Tanzania.

De ‘Zusters van het Onbevlekte Hart van Afrika’, is een congregatie die 55 jaar geleden in Tanzania werd opgericht. De zusters zijn toegewijd aan de hulp aan de meest hulpbehoevenden in het land, zoals gehandicapte kinderen, jonge meisjes die door hun familie worden uitgehuwelijkt of gevaar lopen besneden te worden, AIDS-slachtoffers en drugsverslaafden. Zij wonen dichtbij de gewone mensen en delen hun zorgen en de moeilijkheden van het dagelijks leven.

In het verleden hielpen deze zusters vooral anderen. Maar nu hebben de oudere, zieke en gehandicapte zusters van deze congregatie zélf hulp nodig. Sommigen onder hen kunnen helemaal niet meer lopen, zijn volledig aan bed gekluisterd en zijn helemaal afhankelijk van de hulp van anderen. Zij die daartoe nog in staat zijn blijven voor zover mogelijk het Goede Nieuws van Jezus Christus verkondigen. Zij die niet meer uit bed kunnen zijn ermee tevreden om hun lijden op te offeren voor de mensen die ze vroeger hielpen met wijze raad en praktische daden van naastenliefde.

De zusters zijn afhankelijk van steun van derden, met name als het gaat om de kosten van medische zorg. Ze hebben medicijnen nodig, hulpmiddelen om te lopen en brillen en sommige zusters moeten een operatie ondergaan. Het gaat hier om een lokale congregatie die niet kan terugvallen op een buitenlands moederhuis voor hulp. Kerk in Nood heeft daarom een bedrag van € 6.000 beloofd om de zwakke, oudere en gehandicapte zusters iets van de liefde terug te geven die ze zo ruimhartig hebben gedeeld met anderen gedurende hun hele leven.

Wij hopen van harte dat u een bijdrage wilt overmaken voor de hulp aan deze zusters. U kunt een gift storten op bankrekening 4930515 ten name van kerkbestuur Sint-Agnesparochie onder vermelding van ‘Vastenactie 2010’. Een contante bijdrage kunt u deponeren in de collectebus achter in de kerk.

14 maart 2010

Preek voor de vierde zondag van de Vasten (Zondag Laetare)

De wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging.

Preek
Wij zijn kinderen van de vrijheid, de vrijheid die Christus ons gaf in Zijn genade. Door de Kerk zijn wij vrij van de dood van de zonde. Verheug u, Jeruzalem, zo begint de intrede van deze Mis. Dit verheugen vindt zijn volle werkelijkheid in de Kerk, het nieuwe Jeruzalem.

De heilige apostel Paulus beschrijft in zijn epistel onze vrijheid als volgt: wij zijn immers geboren uit het geestelijk Jeruzalem, dat is de heilige Kerk, die geen slavin maar de vrije bruid van Jezus Christus is. Laat ons nooit door de zonden slaven van de duivel en van onze driften zijn, anders zouden ook wij, zoals de zoon van Abrahams slavin, verstoten worden en onwaardig verklaard om mede-erfgenaam te zijn van Jezus Christus.

Abraham had twee zonen, een van de slavin Agar en een van Sara, de vrije vrouw. De zoon van de slavin werd naar het vlees geboren, die van de vrije vrouw echter werd geboren uit de kracht van de belofte, die God aan Abraham had gedaan. Dit alles heeft een diepe zinnebeeldende betekenis: het verbeeldt de twee testamenten. Het eerste of oude verbond, dat op de berg Sinaï werd aangegaan, baart tot dienstbaarheid en wordt door de slavin Agar voorgesteld, want de Sinaï is een berg in Arabië die met het aardse Jeruzalem overeenkomt. Het aardse Jeruzalem dat de mensheid niet zelf uit de zonde kon verlossen. Maar het hemels Jeruzalem van hierboven is vrij en dit is onze Moeder, de Kerk, het nieuwe verbond, waardoor wij gered zullen worden.

“Verblijd u, onvruchtbare, die niet baart; jubel in vreugde, gij die niet ter wereld brengt, want de eenzame heeft vele kinderen.” Wij nu, beminde gelovigen, zijn kinderen van de belofte, zoals Isaac, want wij zijn naar Gods belofte uit de vrije wettige bruid, de heilige Kerk, geboren. Wij zijn dus geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw, krachtens de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt.

Het hoofdthema dat de apostel Paulus vandaag schildert is de vrijheid van Christus en de vrijheid in Christus. Niet altijd zijn wij ons de vrijheid bewust, die ons gegeven werd juist door de diepe verbondenheid met de Zoon van God. Hij heeft ons immers van de zonde vrijgemaakt, Hij heeft het ons mogelijk gemaakt naar God op te zien, niet als slaven en knechten, maar als hoopvolle kinderen.

Zouden wij dan niet reeds uit dankbaarheid hiervoor moeten leven in de vrijheid die bestaat in het loslaten van zonden? Zouden wij niet moeten leven in het bewustzijn van de goedheid van de Vader en van de eeuwige eindbestemming die ons wacht? Beseffen wij wel hoe de liefde van Jezus Christus ons als het ware achtervolgt? Denk eens aan hoe vaak Hij u heeft vergeven. Deze vergeving heeft Hij trouwens voor ons verdiend door Zijn bitter lijden en door Zijn gehoorzaamheid aan de Vader, tot in de dood, de dood op het Kruishout. Door het lijden toonde Hij ons Zijn liefde.

Beminde gelovigen, er zijn genoeg redenen tot vreugde, want de goddelijke liefde is volkomen. Verheugen wij ons er dus over, maar laten wij tegelijkertijd deze goddelijke goedheid niet misbruiken door te leven in zorgeloze middelmatigheid, want wij zijn geroepen tot volkomenheid. Amen.

13 maart 2010

Bisschop schrijft pastorale brief aan gelovigen over kindermisbruik

De bisschop van Haarlem-Amsterdam, mgr dr J.M. Punt, heeft een herderlijke brief geschreven aan de gelovigen in zijn bisdom over het seksuele misbruik van kinderen in instellingen van de katholieke Kerk.

Mgr Punt wijst erop dat verreweg het grootste deel van de meldingen die nu gedaan worden, betrekking hebben op de periode van vóór 1970.

De verontwaardiging in de samenleving gaat nu uit naar de katholieke Kerk en naar deze 'zwarte bladzijde' uit haar geschiedenis, maar daarbij mag men de ogen niet sluiten voor wat er vandaag gebeurt in de hele samenleving. “Kindermisbruik is in onze tijd een maatschappelijk drama geworden met een enorme omvang. Elk jaar zijn er in Nederland duizenden klachten. Men vermoedt dat het slechts het topje van de ijsberg is. Ook al deze slachtoffers hebben er recht op dat hun leed wordt gezien en hun stem gehoord. Vele gezinnen zijn ontwricht. De samenleving is extreem geseksualiseerd.”

De volledige brief van de Bisschop kunt u hier terugvinden.

9 maart 2010

Angelus-toespraak 7 maart 2010: God openbaart Zich aan de nederigen en de armen

Als zich ongelukken of tragische gebeurtenissen voordoen, dan moeten wij niet op zoek gaan naar een zondebok. Dit soort gebeurtenissen bieden ons kansen om na te denken en om boven de illusie uit te stijgen dat we zonder God zouden kunnen leven.

Zo sprak paus Benedictus XVI tijdens zijn toespraak voor het Angelusgebed op het Sint-Pietersplein. Hij richtte zijn woorden in het bijzonder tot de slachtoffers van de overstromingen in Frankrijk.

Op deze derde zondag van de Vasten nodigde de Paus een ieder uit tot bekering. Hij hield de gelovigen voor dat in het licht van de zonde God zo ‘vol van genade’ blijkt te zijn; God roept ons zondaars op om het kwaad te vermijden, te groeien in Zijn liefde en om naasten in nood concrete hulp te bieden. Op die manier beleven wij de vreugde van de genade en zijn wij niet tot de eeuwige dood veroordeeld.

De Paus benadrukte dat God Zich op verschillende manieren manifesteert in ieders persoonlijk leven. Om Zijn aanwezigheid te herkennen is het noodzakelijk dat wij tot Hem naderen in het bewustzijn van onze armzaligheid en met grote eerbied.

Ware wijsheid wordt gevonden waar de mens – door lijden en verdriet – komt tot het besef dat het menselijk bestaan kwetsbaar is en waar wij ons bestaan met de ogen van God gaan bekijken. God, Die altijd het goed wil voor Zijn kinderen, staat het soms toe dat wij op pijnlijke wijze op de proef gesteld worden, maar altijd met het doel om ons tot een hoger plan te leiden.

De volledige Angelus-toespraak kunt u hier bekijken en beluisteren:



8 maart 2010

Preek voor de derde zondag van de Vasten

Jezus drijft een onreine geest uit, waarop een vrouw uit de menigte haar stem verheft en Hem toeroept: zalig de schoot die U mocht dragen.

Zoals de teksten in de meeste Missen gedurende de vastentijd, biedt ook de tekst van vandaag een treffend beeld van de tragiek van het menselijk bestaan: de verdeeldheid en de tweestrijd, die in ieder van ons heersen en waarvan de H. Paulus getuigt wanneer hij zegt: “ik doe niet wat ik wil, maar ik doe juist wat ik verfoei.” Enerzijds zijn wij geroepen tot een heilig en vlekkeloos leven, anderzijds ervaren wij, in het diepste van ons wezen, de zwaarte van het lichaam met zijn begeerlijkheid. Deze werkelijkheid van het menselijk leven zouden wij moeten afleggen door boete, vasten en versterving om ons met de nieuwe mens in Christus te kunnen bekleden.

Dat het opnieuw mens worden in Christus niet slechts een voornemen is van ons verstand bewijst de werkelijkheid van ons bestaan. Dat het lichaam tucht moet ondergaan is een logisch gevolg van de gevaren die ons van buitenaf bedreigen. De wereld waarin wij leven, met haar verlokkingen en vooral haar openlijke en steeds groeiende onachtzaamheid van de ware, geestelijke betekenis van ons bestaan, vergt van ons een voortdurende zielskracht en waakzaamheid om niet te bezwijken voor haar verraderlijke invloed op onze heiligste roeping: God te dienen en de zaligheid te ontvangen.

Beminde gelovigen, de weg van het christelijke leven verloopt door bekering en boete, door onthechting en zelfbeheersing. Alleen deze weg houdt de mens af van de zonde. Na deze eerste loutering, die noodzakelijk is om in de genade te kunnen leven, volgt het stadium van de verlichting. Dit betekent niet dat de zuivering voltooid is, het betekent alleen dat de ergste en meest opvallende fouten zijn overwonnen en dat de weg is vrijgemaakt voor ware vooruitgang in de dienst des Heren.

Ons vasten dient om God te kunnen dienen, maar om Hem te kunnen dienen moeten wij ons bestaan ernstig nemen; om Zijn genade te kunnen ontvangen moeten wij ons disciplineren, anders zou de genade in ons onwerkzaam blijven. Wij erkennen nu eindelijk onze grote verantwoordelijkheid met betrekking tot onze verlossing: onze actieve medewerking wordt vereist. De moderne dwaling dat iedereen tot God komt omdat Hij liefde is, is een verraderlijke list van de duivel om onze ziel in bezit te krijgen.

Beminde gelovigen, God is liefde, maar Hij wil ook dat wij Hem liefhebben. Deze liefde bewijzen wij Hem door de bereidheid om nieuwe mensen te worden in Zijn Zoon, Jezus Christus. Deze bereidheid sluit onze eigen wil en elk voorbehoud uit. De oude mens moet sterven op het kruis voordat de nieuwe mens tot leven kan komen. Deze werkelijkheid van medeverantwoordelijkheid voor de eigen verlossing lijkt bij veel mensen in de huidige tijd volledig verloren te zijn gegaan, tegelijkertijd met de opkomst van de vereiste medeverantwoordelijkheid in het civiele leven. Wij mensen zijn in waarheid stom en blind. Wanneer begrijpen wij toch eindelijk dat wij hulpeloze kinderen zijn, die niet in staat zijn om een eigen verantwoordelijkheid uit te oefenen? Wij zijn kinderen die aan de hand van de Kerk tot verlossing worden geleid en die in de civiele maatschappij door orde en recht tegen de zonde beschermd dienen te worden. Mogen wij door vasten en boete de geest van ware nederigheid en gehoorzaamheid gaan beoefenen. Amen.

7 maart 2010

Pelgrimage van het Dankbaarheidskruis langs de wereldhoofdsteden


Paasmorgen 2003. De initiatiefnemers van het Dankbaarheidskruis worden op deze dag van de Verrijzenis van onze Heer en Heiland Jezus Christus geïnspireerd door de woorden "Neemt Mijn Kruis en draagt het naar alle hoofdsteden van de aarde als teken van dankbaarheid aan de almachtige God voor de redding die wij ontvangen door Jezus Christus".

Een jaar later, op 10 maart 2004, zegent paus Johannes Paulus II de initiatiefnemers van deze missie in Rome. De pelgrimage van het Dankbaarheidskruis begint in de Oekraïense stad Lviv, waar in november 2005 in het centrum van de stad een groot eikenhouten kruis met corpus wordt geplaatst. Korte tijd later worden soortgelijke kruisen geplaatst in Kiev en Donetsk.

De pelgrimage van het Kruis vindt plaats ter herinnering aan het feit dat er binnenkort 2000 jaar verstreken zijn sedert de Verlossingsdood van Jezus Christus op het Kruis, en Zijn Verrijzenis (33 - 2033). Deze pelgrimage is een oproep aan alle mensen ter wereld om hun grote dankbaarheid te betonen aan Jezus Christus voor de marteldood die Hij uit liefde voor ons heeft ondergaan, voor Zijn Verrijzenis na drie dagen, en voor de redding die Hij voor ons heeft verkregen van God de Vader.

De pelgrimage heeft als doel om alle volkeren op aarde tot één familie te verenigen rond het Kruis van Christus. Wanneer het Missiekruis alle hoofdsteden van de wereld heeft bezocht zal in elk land een groep mensen voorbereidingen treffen om in het centrum van hun hoofdstad grote eikenhouten kruisen te plaatsen. Op die manier wordt concreet zichtbaar dat God in het centrum van ons leven staat.

Het Dankbaarheidskruis heeft inmiddels gepelgrimeerd door de (hoofd)steden van Oekraïene, Polen, Litouwen, Letland, Estland, Finland, Denemarken, Zweden, Duitsland, IJsland en Frankrijk. Overal werd het Kruis gezegend door kardinalen, bisschoppen, en priesters uit deze landen. Het Kruis was aanwezig bij H.H. Missen van Rooms-katholieken, Grieks-katholieken en Orthodoxe christenen en bij kerkdiensten van andere christelijke denominaties. Ook werd het Kruis door de straten van steden en dorpen rondgedragen, waarmee de gelovigen zich aansloten bij Christus tijdens Zijn kruisweg.

Meer informatie met foto's is te vinden op www.thankingcross.info.


Na afloop van de Hoogmis op zondag 7 maart komen de gelovigen in de Agneskerk naar voren om het Kruis persoonlijk te vereren in navolging van de pastoor en de acolieten.

Nieuwe video: Attende Domine

Aan de rechterzijde van deze site is een nieuwe video geplaatst. Het gaat om de eeuwenoude Vastenhymne 'Attende Domine'.


5 maart 2010

Vastentijd

Beminde gelovigen,

De vastentijd, die voorafgaat aan het grote geheim van onze Verlossing, vraagt om voorbereiding en inspanning. Wij zijn geroepen om onze ziel en ons lichaam door vasten en boete te reinigen, waardoor wij de genade van de Verlossing vruchtbaar kunnen ontvangen.

Dat God op het Kruis Zijn schepselen met Zich heeft verzoend betekent niet dat iedereen gered zal worden, maar dat iedereen gered kán worden.
In onze tijd lijkt het duidelijker te worden dan ooit tevoren dat de Kerk en de wereld in twee tegen¬overgestelde richtingen uiteengaan. De Kerk gaat, volgens de aanwijzingen van haar hemelse Bruidegom, de weg van de heiliging op, terwijl de wereld, in haar verlangen naar democratische meerderheden, haar ondergang door zonde en bederf tegemoet gaat.

Eigenlijk is het altijd zo geweest, want de wereld en alles wat tot het wereldse behoort, luistert graag naar de listen van Satan. Het in onze tijd zo fatale en verontrustende is dat de wereld haar verderfelijke praktijken wil opdringen aan de Kerk en daardoor probeert te verhinderen dat de Kerk haar verlossende boodschap kan verkondigen.

In Engeland werd bijvoorbeeld het recht op ver¬kondiging van de kerkelijke moraal op katholieke scholen door liberale politici bekritiseerd onder het voorwendsel van democratische openheid en algemene waarden en normen.

Laten wij ons door de wereld en haar verleidingen niet laten tiranniseren; blijven wij trouw aan onze eeuwige bestemming en luisteren wij vooral naar de liefdevolle stem van onze heilige moeder, de Kerk. Als trouwe kinderen van de Kerk willen wij boete doen en eerherstel brengen voor de verderfelijkheden van de moderne wereld. Als gehoorzame kinderen wijzen wij op overtuigende wijze elke aanval op onze moeder af.

Beminde gelovigen, denk niet dat de overtuiging van deze wereld zich laat verzoenen met de Waarheid die door de Kerk wordt voorgehouden. Daarom moeten wij het gif van de moderne wereld van ons afhouden. Dit doen wij door vasten, boete en gebed.

Een gezegende vastentijd wenst u toe:
pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie

3 maart 2010

Inwijding nieuwe seminariekapel Priesterbroederschap Sint Petrus

Met grote vreugde en dankbaarheid kan de Priesterbroederschap Sint Petrus vandaag, 3 maart 2010, de nieuwe kapel, die zal worden toegewijd aan de H.H. Apostelen Petrus en Paulus, in het seminarie van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe in Denton (Nebraska, Verenigde Staten) laten inwijden. De wijding en aansluitende heilige Mis worden gevierd door de plaatselijke bisschop, mgr Fabian Bruskewitz.
Eregast zal zijn Zijne Eminentie William kardinaal Levada, prefect van de Vaticaanse Congregatie voor de Geloofsleer. Kardinaal Levada is aanwezig als vertegenwoordiger van Zijne Heiligheid paus Benedictus XVI, en is voorzitter van de pauselijke commissie Ecclesia Dei. Deze commissie is ingesteld door paus Johannes Paulus II en onlangs uitgebreid door paus Benedictus XVI om de volledige integratie in de Kerk te bewerkstelligen van gemeenschappen en personen die gehecht zijn aan de buitengewone vorm van de Romeinse ritus (Tridentijnse ritus).
De nieuwe seminariekapel heeft overeenkomsten met onze Agneskerk, maar is wel wat kleiner. Het is een prachtig gebouw geworden dat zal dienen voor de verheerlijking van God en dat zal bijdragen aan de heiliging van toekomstige priesters op de weg naar het wijdingsaltaar.

De pontificale consecratie en Mis zullen live worden uitgezonden via Eternal World Television Network (EWTN) om 18.00 uur (Nederlandse tijd). U kunt de inwijding online live bekijken op deze website.

2 maart 2010

Angelus-toespraak 28 februari 2010: Jezus alléén is genoeg

Op de tweede zondag van de Vasten sprak paus Benedictus XVI in zijn toespraak voor het Angelusgebed tot de verzamelde pelgrims op het Sint-Pietersplein over het Evangelie van de Gedaanteverandering van Jezus, die de liturgie van deze zondag domineert. Jezus alléén is aan de Kerk van alle tijden gegeven en moet volstaan op onze tocht door het leven, aldus de Paus. We moeten alleen naar Zijn stem luisteren en niet naar die van de wereld, want alleen Zijn stem geeft leven op weg naar Jeruzalem.

Het is een goede zaak om, zoals Petrus, verheugd te zijn over de vertroostingen van de Heer, maar de Gedaanteverandering laat ons zien dat de vreugden die God in onze levens schenkt geen eindstadia zijn, maar eerder lichtpunten die Hij tijdens onze aarde pelgrimsreis geeft, omdat alléén Jezus onze wet moet zijn en Zijn Woorden het criterium voor het leven dat wij leiden.

De volledige Angelus-toespraak kunt u hier bekijken en beluisteren: