Vandaag in de Agneskerk

Geen uitstelling op vrijdag 5 september

Op vrijdag 5 september is er om 10.30 uur Lof, gevolgd door een gelezen H. Mis om 11.00 uur. Er is géén uitstelling van het Allerheiligste Sacrament om 12.00 uur, zoals abusievelijk in het Informatiebulletin staat vermeld.

31 januari 2011

Pontificale Hoogmis in Brussel

Foto: © 2011, D.H.L. van Dinh
In een tot de laatste plaats bezette Minimenkerk in de Belgische hoofdstad Brussel droeg mgr André-Joseph Léonard, aartsbisschop van Mechelen-Brussel, de Hoogmis op op de vierde zondag na Driekoningen (30 januari). De FSSP-paters van de Agneskerk hadden een belangrijke plaats in de liturgie: pater M. Kromann Knudsen was diaken en pater A. Komorowski vervulde de rol van subdiaken.

De pontificale Hoogmis markeerde de start van een nieuw apostolaat van de Priesterbroederschap Sint Petrus (FSSP) in de kerk van Sint Jan en Sint Stefaan ter Minimen.

Bij de feestelijke Hoogmis waren behalve veel gelovigen ook vele misdienaars, seminaristen en priesters aanwezig; onder hen ook de regionaal-overste van de priesterbroederschap voor de Benelux, pater H. Hygonnet, en de generaal-overste, pater J. Berg.
Pater Hygonnet is door mgr Léonard benoemd als parochievicaris van de Minimenkerk voor de buitengewone vorm van de Romeinse ritus.

Hoewel mgr Léonard, als bisschop van Namen, vaker de Tridentijnse Mis heeft gecelebreerd, was dit de eerste keer in meer dan veertig jaar dat een residerend aartsbisschop in de lage landen een Hoogmis in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus celebreerde.

Aan het slot van de twee uur durende Mis geeft de Belgische aartsbisschop de plechtige zegen.

30 januari 2011

Preek voor de vierde zondag na Driekoningen

Epistel
Rom. 13, 8-10
Broeders, gij moet elkander niets schuldig blijven, dan alleen maar wederzijdse liefde. Want wie de naaste liefheeft, heeft de wet volbracht. Immers het gebod: Gij zult geen echtbreuk plegen - gij zult niet doodslaan - gij zult niet stelen - gij zult geen vals getuigenis geven - gij zult niet begeren, of welk ander gebod ook, het komt alles neer op dit woord: gij zult uw naaste beminnen als u zelf. De liefde doet de naaste geen kwaad aan. Zo vervult de liefde de gehele wet.

Evangelie
Mattheüs 8, 23-27
In die tijd begaf Jezus Zich in het scheepje en Zijn leerlingen gingen met Hem mee. Plotseling werd de zee geweldig onstuimig, zodat de golven over het schip heensloegen. Hij echter lag te slapen. De leerlingen gingen naar Hem toe; zij maakten Hem wakker en zeiden: Heer, help ons, wij vergaan! Doch Jezus sprak tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op, gaf Zijn bevelen aan de wind en de zee, en het werd volkomen stil. De mensen nu stonden verbaasd en zeiden: Wat is dat toch voor iemand, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?

Preek
Zeer dikwijls geeft Christus Zijn apostelen en ons allen een les in vertrouwen. Zo is het ook in het Evangelieverhaal van deze zondag. Het verhaal is heel kort, maar wel duidelijk. Alles is aan Christus onderworpen; de machten en krachten van de natuur zowel als de gehele geestelijke wereld. Alles is Hem onderdanig, Hij is de opperste Soeverein. Hij draagt zorg voor ons op grond van Zijn goddelijke, oneindige liefde. Hij kent al onze noden en ook dan, wanneer Hij schijnt te slapen, zoals in het bootje op het meer, is Hij bij ons, altijd bereid ons te helpen en ons te beschermen tegen de gevaren die ons bedreigen. Wat Hij van ons verlangt is vertrouwen. Dat wij nooit vergeten dat Hij de Goede Herder is.

Beminde gelovigen! Als dit Evangelie wordt voorgelezen, dan klinken steeds dezelfde woorden, maar wij kunnen ze op ons eigen leven toepassen. Er zijn zo veel stormen in de wereld. Elke keer gaat het om een andere storm. Elk mensleven kent zijn eigen stormen. Dikwijls hebben wij die zelf beleefd. Het kan voorkomen dat we miskend worden, dat we worden tegengewerkt, of zelfs vervolgd en onrechtvaardig behandeld. Soms worden onze bedoelingen verkeerd begrepen, wordt ons werk niet gewaardeerd en bevinden wij onszelf midden in een grote storm van beproevingen en bekoringen. En dan kan iedereen zien hoe sterk zijn geloof is.

Geloven in Jezus zolang het ons goed gaat, zolang alles volgens ons plan verloopt, is niet moeilijk. maar dat is nauwelijks een waarachtig geloof. Zodra de dingen verkeerd lopen, zodra wij onze machteloosheid ervaren, verliezen wij moed en stort ons vertrouwen in. Dan begint pas het eigenlijke geloof, daar waar menselijke krachten en berekeningen vallen. Zodra wij ‘vergaan’, hoe dan ook, menen wij dat Christus ons verlaten heeft. Dan zien wij dat ons geloof op een voelbare aanwezigheid of op troost was gebouwd. Voelen wij dat niet meer, dan is ons geloof weg. Maar geloof is meer dan een gevoel dat God dicht bij ons is. Geloof in God betekent: op Hem vertrouwen, op Zijn wijsheid. Hij weet toch beter dan ik wat voor mijn verlossing het beste is. Als wij geloven, dan moeten wij vertrouwen op Zijn liefde en voorzienigheid – waarin Hij ons nooit verlaat – ook in het midden van een storm, midden in schijnbaar onoplosbare situaties.

Dierbare gelovigen, ons geloof moet steeds gezuiverd worden. Een ziel die echt gelooft en zich uitsluitend aan God hecht, blijft onwankelbaar. Bekoringen, lijden en beproevingen bereiken slechts de oppervlakte van zijn wezen; in de diepte heerst vrede. De oppervlakte van de zee kan hevig worden bewogen bij een storm, maar de diepe wateren blijven onberoerd. Deze innerlijke vrede hangt slechts van één ding af, namelijk van onze houding tegenover God. Christus is de Heer. Als wij dat erkennen en Zijn woorden onvoorwaardelijk aanvaarden, dan blijven wij altijd veilig bij Hem Die alle kwaad heeft overwonnen. Amen.


24 januari 2011

Fotoverslag feest van Sint Agnes

De voetgebeden bij de aanvang van de H. Mis.
Priester, diaken en subdiaken dragen rood, kleur van de martelaren.

Het altaar wordt bewierookt.

Opheffing van het Lichaam des Heren.

Opheffing van het Bloed van Christus.

Na de Hoogmis wordt het 'Alma Redemptoris Mater' gezongen.
Foto's: © 2011, A.K. Ruffle

23 januari 2011

Preek voor het feest van Sint Agnes

Epistel
Wijsheid 51, 1-8, en 12
Ik wil U loven, Heer, koning, en U prijzen als mijn God en redder. Ik wil Uw naam loven, omdat U mijn beschermer en helper bent geweest en mij hebt gered van de dood, van de strikken, door lastertongen gelegd, van de lippen die leugentaal uitslaan. Tegenover degenen die mij aanvielen bent U mijn helper geworden en zo groot als Uw medelijden en Uw naam zijn, hebt U mij verlost uit de strikken van degenen die op buit loerden, uit de hand van degenen die mij naar het leven stonden, uit de vele noden die mij overkwamen, uit het verstikkende vuur waarmee de brandstapel mij omgaf; midden uit de vlammen, die ik niet had aangestoken, uit de diepe schoot van de onderwereld, verlost van de vurige tong en het lasterlijke gepraat, van de scherpe pijlen van de onrechtvaardige tong. Ik was vlak bij de dood gekomen: ik stond aan de rand van het dodenrijk, zo diep. Aan alle kanten omsingelden ze mij en er was niemand die mij hielp. Ik keek uit naar steun van mensen, maar die was er niet. Toen dacht ik, Heer, aan Uw barmhartigheid, en aan Uw weldaden, van oudsher bewezen: U helpt degenen die op U hopen en redt hen uit de hand van hun vijanden want U hebt mij van de ondergang gered en mij op de dag van het ongeluk geholpen Daarom zal ik U loven en prijzen en de naam van de Heer zegenen.

Evangelie
Mattheüs 25, 1–13
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen de volgende gelijkenis voor: Het zal met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. Maar de verstandige namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, dommelden ze allemaal in. Midden in de nacht klonk er geroep: “Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!” Toen stonden alle meisjes op en maakten hun lampen in orde. De domme zeiden tegen de verstandige: “Geef ons van jullie olie, want onze lampen gaan uit.” Maar de verstandige gaven ten antwoord: “Nee, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en voor jullie; ga liever naar de verkopers en koop voor jezelf.” Toen ze weg waren om te kopen, kwam de bruidegom, en de meisjes die klaar stonden, gingen met hem mee naar binnen voor de bruiloft, en de deur ging dicht. Later kwamen ook de andere meisjes en riepen: “Heer, heer, doe open voor ons.” Maar hij antwoordde: “Ik verzeker jullie, ik ken jullie niet.” Weest dus waakzaam, want ge kent dag noch uur.

Preek
Vandaag vieren wij de patroonheilige van deze kerk en parochie, de jonge, maagdelijke Agnes, die het leven liet uit innige liefde voor de heilige zuiverheid die de bijzonder band met de bruidegom, Jezus Christus, voor haar was. De heilige zuiverheid in lichaam en geest was het alles overtreffende verband tussen deze jonge vrouw en de God van de hemel, Die mens is geworden om ons in Zijn genade te versieren tot een Hem waardige bruid, de heilige Kerk.

En daar gaat het Evangelie van deze feestdag ook over, over bruid en bruidegom, dat wil zeggen over Christus en Zijn Kerk, de Kerk waarmee het Lam zal trouwen als het heilswerk in tijd en ruimte is voltrokken.

Tien maagden gingen uit om bruid en bruidegom te zoeken; alle tien waren geroepen maar niet allen waren bereid om de roeping te volgen. Vijf waren wijs en vijf waren dwaas. De vijf wijzen namen olie mee voor de lampen, de vijf dwazen niet. De olie is hier een beeld van de genade die de lamp laat schijnen. De olie wordt trouwens ook gebruikt bij ons doopsel, waardoor wij worden ingelijfd in het Lichaam van Christus, Zijn heilige Kerk en toekomstige bruid, en in het sacrament van het heilig vormsel, waardoor wij de zeven gaven van de Heilige Geest ontvangen, en aan het einde van ons leven bij het laatste oliesel, waardoor ons de kracht wordt verleend om tot het einde toe te volharden. Alleen de vijf wijze maagden vinden door hun verstandige houding – die verzinnebeeld wordt door de olie – de bruid en bruidegom. Door de rijkdom van de genade worden zij zelfs opgenomen in die bruid, en daarom kent Christus hen bij Zijn komst als de zijnen.

De vijf dwaze maagden werden afgewezen door de bruidegom toen zij terugkwamen met de olie voor hun lampen. Wij kunnen ons afvragen waarom. Dat is omdat zij geen liefde voor Hem hadden, maar veel meer bezield waren door een al te aardse eigenliefde. Zij hadden zich niet voorbereid op Zijn komst en sliepen liever onvoorbereid in. Deze slaap van de tien maagden is een beeld van de dood, de dood die allesbepalend is voor ons toekomstig leven.

Wij zien, beminde gelovigen, hoe de vijf maagden bereid waren om uit hun slaap gewekt te worden en de bruidegom tegemoet te gaan, en met hem in de bruiloftszaal binnen te treden, want zij hadden zich in liefde en bereidheid voorbereid op zijn komst. Wij kunnen ook zeggen dat hun geloof in hem en hun verwachting op zijn komst hun leven hadden bepaald. Zij gebruikten hun tijd om zich voor te bereiden op dit zalige ogenblik, het ogenblik van de vereniging met de hemelse bruidegom.

Dierbare gelovigen, dit Evangelie is als een beknopte samenvatting van het gehele christelijke leven. Het laat ons zien hoe wij moeten leven om eens het hemelse bruiloftsfeest te kunnen vieren, maar het is ook een duidelijke waarschuwing aan ons over wat er kan gebeuren als wij niet leven in de bestendige en levende hoop op en in de verwachting van de komst van de bruidegom.

Om in deze verwachting te kunnen blijven leven en om de zuiverheid te kunnen behouden worden wij nu reeds op aarde geheiligd door onze toekomstige bruidegom door de heilige communie, die een voorsmaak is van de hemelse bruiloft, en die reeds nu de sacramentele vereniging bewerkstelligt. Zo is Hij reeds nu bij ons om Zelf de uiteindelijke vereniging voor te bereiden. Christus tooit Zelf Zijn bruid, de Kerk, met het kleed van heiligheid. Willen wij daartoe behoren, nemen wij dan een voorbeeld aan de wijze maagden. Onder hen vinden wij ook onze eigen patrones, de heilige Agnes.

Beminde gelovigen, ook wij moeten waakzaam zijn, want wij kennen dag noch uur, maar de belofte van onze hemelse bruidegom is ons al bekend. Moge deze belofte onze liefde voor Hem brandend houden. Amen.


22 januari 2011

Don-Bosconoveen voor een nieuwe priester

Onze vrienden van de Sint-Michaëlskapel in Niel-bij-As (België) houden dezer dagen een noveen ter ere van de heilige Don Bosco (feestdag 31 januari). Door middel van een smeekgebed vragen zij - op voorspraak van de heilige priester - om een nieuwe priester voor de kapel.

Na het overlijden van de stichter van de kapel, pater Karel Van Isacker S.J., is er geen dagelijkse heilige Mis meer mogelijk. Met de hulp van gastpriesters wordt de zondagse Mis in stand gehouden, maar voor het voortbestaan van de kapel en voor het zielenheil van de gelovigen is een 'eigen' priester onontbeerlijk.

Ruim twintig jaar geleden stichtte de Vlaamse jezuïetenpater Van Isacker de Sint-Michaëlskapel in Niel-bij-As. Hij vierde er dagelijks de heilige Mis volgens de oude ritus. Op 25 augustus 2010 overleed hij, 97 jaar oud, één dag na zijn 65-jarig priesterjubileum.

Voor wie mee wil bidden is het gebed hier te vinden.


21 januari 2011

Traditionele zegening van lammetjes op feestdag van H. Agnes door paus Benedictus XVI

Vanmorgen, op het feest van Sint Agnes, heeft paus Benedictus XVI in Rome de traditionele zegen gegeven aan twee lammetjes. Hun wol zal worden gebruikt voor het pallium dat aan nieuwe aartsbisschoppen zal worden opgelegd.



16 januari 2011

Preek voor de tweede zondag na Driekoningen

De bruiloft te Kana.

Epistel
Romeinen 12, 6–16
Broeders, de gaven die wij bezitten, zijn verschillend overeenkomstig de genade, die ons is geschonken. Is het de gave van de profetie, gebruik ze dan volgens de eisen van het geloof; is het een of ander dienstwerk, geef u aan dat ambt; hebt gij te onderrichten, wijd u aan het onderricht; moet gij prediken, leg u toe op de prediking. Wie de armen bedeelt, laat hij het doen in eenvoud; wie in de overheid gesteld is, doe het met zorg; wie barmhartigheid beoefent, laat hij dat doen met blijmoedigheid. De liefde moet zijn zonder huichelarij. Hebt een afschuw van het kwade, en blijft gehecht aan het goede. Bemint elkander met broederlijke liefde. Gij moet voorkomend zijn in hoogachting voor elkander. Wilt in uw ijver niet verslappen; weest vurig van geest en dient de Heer. Laat de hoop u blijmoedig maken. Gij moet geduldig zijn in lijden, blijft volharden in het gebed. Helpt de gelovigen in alle nood, en beoefent de gastvrijheid. Zegent hen, die u kwaad doen; zegent hen, en vloekt hen niet. Wilt blij zijn met de blijden en wenen met hen, die wenen. Blijft eensgezind onder elkander; wilt niet streven naar wat groot schijnt, maar weest tevreden met het kleine.

Evangelie
Johannes 2, 1–11
In die tijd, werd er te Kana in Galilea bruiloft gevierd; ook de Moeder van Jezus was daar tegenwoordig; en Jezus werd met Zijn leerlingen eveneens op de bruiloft genodigd. Nu kwam er gebrek aan wijn, en de Moeder van Jezus zeide Hem: “Zij hebben geen wijn meer.” Jezus antwoordde haar: “Vrouw, wat wilt gij van Mij? Mijn uur is nog niet gekomen.” Zijn Moeder zeide dan tot de bedienden: “Doet alles, wat Hij u zal zeggen.” Nu stonden daar vanwege de joodse reinigingsgebruiken zes stenen kruiken, elk met een inhoud van twee of drie metreten. Jezus sprak tot hen: “Vult de kruiken met water.” En zij vulden ze tot boven toe. Dan zeide Hij tot hen: “Schept er nu wat uit en brengt het naar de hofmeester.” Dat deden zij. De hofmeester proefde van het water, dat wijn was geworden; en daar hij niet wist, waar deze vandaan kwam, - de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het wel – riep hij terstond de bruidegom en zeide tot hem: “Iedereen begint met de goede wijn op te zetten, en wanneer er goed gedronken is, komt men met een mindere soort; maar gij hebt de beste wijn bewaard tot nu toe.” Zo deed Jezus Zijn eerste wonder te Kana in Galilea, en openbaarde er Zijn heerlijkheid. En Zijn leerlingen werden bevestigd in hun geloof in Hem.

Preek
Het heilig Evangelie voor deze zondag, beminde gelovigen, bevat een diepe symbolische zin, die de heilige Kerk ons in haar liturgie voorhoudt. Want wat in het Evangelie wordt verhaald ziet de Kerk niet alleen als een historisch feit, als een eerste openbaring van de wondermacht van Jezus in een ver verleden. Dit feest van Kana duurt voort, maar nu in een hogere werkelijkheid, namelijk in het offer van de Mis.

De Kerk is zich bewust dat zij de bruid is van het Lam, al is de Bruidegom van de aarde weggenomen en al zal eerst in het hemelse Jeruzalem de vreugde van de vereniging volkomen zijn. De Kerk weet, te midden van de beproevingen van deze wereld, dat zij met de Heer verbonden blijft, dat Christus haar Zijn goddelijke krachten meedeelt en dat het huwelijk van het eeuwige Woord met de menselijke natuur vruchtbaar wordt in haar schoot. Dit bewustzijn vervult de Kerk bovenal wanneer zij de heilige liturgie van de Mis voltrekt op het verheven altaar, waardoor de Bruidegom aanwezig komt onder de sluier van de geconsecreerde gedaanten van brood en wijn.

Beminde gelovigen, in de heilige gedaanten van het verheven Sacrament van het altaar ligt het diepe, symbolische verband met de bruiloft te Kana, want in de Mis wordt wederom – en nu na het gebed van de Kerk wier beeld opnieuw de Moeder Gods is – het water van onze geringheid, dat zijn de druppels water die tijdens de offerande vermengd worden met de wijn, veranderd in de vurige wijn van de godheid.

Christus Zelf, de Heer, is de goede wijn die de Vader tot nu toe, tot het einde van de tijden voor de zijnen heeft bewaard en die Hij ons reikt in het offer van de heilige Mis. In de heilige communie wordt de Heer Zelf, naar een woord van de heilige Ambrosius, de spijs en drank die het deel is van de kinderen van God.

Deze wijn die de liefde van de Bruidegom ons biedt om ons te brengen tot liefde tot Hem en om alle vergankelijke ijdelheid te doen vergeten, verenigt ons allerinnigst met de Heer en maakt ons aan Hem gelijkvormig. Denken wij hierbij aan de woorden van Zijn belofte “Wie Mijn Vlees eet en Mijn Bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem” of “Hij leeft door Mij gelijk Ik leef door de Vader”.

Zoals te Kana het water in wijn werd veranderd, zo wordt onze zwakke en sterfelijke natuur door deze wijn van de goddelijke barmhartigheid gezuiverd en gesterkt tot een diepe en vurige gelijkenis aan God, zoals de priester bidt bij de vermenging van wijn en water “Geef dat wij door dit mysterie van water en wijn deelachtig worden aan de godheid van Hem Die Zich verwaardigde onze mensheid aan te nemen”.

En zoals op de bruiloft, waar het Maria was die Jezus de goede wijn deed schenken, zo is het ook de allerheiligste Moeder van God die aan de broeders en zusters van Christus de geestelijke wijn geboden heeft, het Vlees en Bloed van Jezus, haar Zoon, Die zij ter wereld heeft gebracht in de Kerstnacht. Amen.


14 januari 2011

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 15 januari 2011

In het najaar van 2010 gingen de maandelijkse lezingen van de Sint-Nicolaasacademie over het thema ‘Leven na de dood’. Deze reeks van lezingen zal worden afgesloten op zaterdag 15 januari.

Mgr J.M. Punt (foto), bisschop van Haarlem-Amsterdam, zal dan zijn visie op dit onderwerp geven aan de hand van een vraaggesprek.

Zoals altijd begint de bijeenkomst om 10.00 uur met een H. Mis in onze kerk. Aansluitend zal de lezing plaatsvinden in de zaal van de pastorie.

Programma
10.00 uur: Heilige Mis
10.45 uur: Koffie en thee in de pastorie
11.00 uur: Bijeenkomst in de zaal van de pastorie
12.30 uur: Einde


10 januari 2011

Van de parochie-administrator: Bezinning

Beminde gelovigen,

Het jaar 2010 is voor de priesters van de Sint-Petrusbroederschap bij de Agneskerk geëindigd met een bezinning tijdens het Kerstoctaaf. Nu vraagt u zich misschien af wat de betekenis is van zo’n bezinning, omdat onze kerk gedurende deze periode van inkeer buiten de liturgische plechtigheden gesloten was.

Een dergelijke bezinning heeft als doel de priester dichter bij God te brengen. Omdat een priester anders moet zijn dan de andere mensen – aan hem is namelijk de zorg voor de altaardienst toevertrouwd – leeft hij ook anders dan de anderen. Het is van groot belang dat hij zich steeds herinnert dat hij anders is en moet zijn.

De priester brengt dagelijks een gedeelte van de dag alleen en in stilte door; tijdens een bezinning of een retraite doet hij dat meer uitgebreid. Een priester weet dat de liefde tot God niet ontstaat uit de dienst aan de zielen, maar dat de liefde tot God het hem mogelijk maakt om zorg te dragen voor de zielen. Met andere woorden: God moet de eerste plaats innemen in het leven en werken van een priester. De zegeningen die de gelovigen ontvangen in de pastorale zorg van een priester vloeien daaruit voort.

Deze perioden van regelmatige bezinning zijn in onze tijd des te meer noodzakelijk, omdat de Kerk en elke christengelovige omgeven zijn door een verdorven en vijandige samenleving. Hierdoor raken de geestelijke krachten sneller uitgeput; men wordt moe en moedeloos als er niet dagelijks ruimte is voor God.

Het is mijn hoop dat ook u, als gelovigen, regelmatig een periode van bezinning neemt, misschien een keer in de maand, dat u de wereld achter u laat om in de stilte van een geestelijke vernieuwing de wetten en de Wil van God te overdenken. Op die wijze worden wij in de loopt van de tijd steeds dichter bij God gebracht, bij de God Die wij zullen ontmoeten als onze aardse dagen en jaren zijn verstreken.

Voor het nieuwe jaar 2011 wens ik u Gods rijke zegen toe.

pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie


9 januari 2011

Preek voor het feest van de heilige Familie

Epistel
Kol. 3, 12-17
Broeders, wilt u als heilige en veelgeliefde uitverkorenen Gods toerusten met een medelijdend hart, met goedheid en bescheidenheid, met zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander, en vergeeft elkander, als gij soms over iemand te klagen hebt. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven. Maar draagt over dat alles heen de liefde; want deze is de band der volmaaktheid. Laat de vrede van Christus heersen in uw harten; want daartoe zijt gij ook geroepen, als leden van één lichaam. Weest daarenboven dankbaar. Moge het woord van Christus onder u wonenen in volle rijkdom, zodat gij in alle wijsheid elkander onderricht en vermaant. En zingt dankbaar God van harte lof in psalmen en gezangen en geestelijke liederen. Alles wat gij doet met woord of werk, doet alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, om aan God, de Vader, dank te brengen door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Lucas 2, 42-52
Toen Jezus twaalf jaar oud geworden was, gingen zij op reis naar Jeruzalem, zoals met het Hoogfeest gewoonte was. Maar toen zij na afloop van die dagen terugkeerden, bleef het Kind Jezus te Jeruzalem achter, zonder dat Zijn ouders het wisten. In de veronderstelling, dat Hij Zich bij het gezelschap bevond, reisden zij één dag door; dan vroegen zij naar Hem bij familie en bekenden. Maar toen zij Hem niet vonden, keerden zij naar Jeruzalem terug en zochten Hem. Eerst na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar Hij midden tussen de leraren gezeten, naar hen luisterde en hun vragen stelde. Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn wijsheid en over Zijn antwoorden. Toen zij dit zagen, stonden zij verwonderd. En Zijn Moeder sprak tot Hem: Mijn Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik zochten U met smart. Hij echter gaf hun ten antwoord: Waarom zocht gij Mij? Wist gij dan niet, dat Ik moet zijn bij de aangelegenheden van Mijn Vader? Maar zij begrepen niet, wat Hij tot hen zei. Dan reisde Hij met hen af en kwam te Nazareth. En Hij was hun onderdanig. Zijn Moeder nu bewaarde dit alles zorgvuldig in haar hart. En Jezus nam toe in wijsheid en jaren en in welgevallen bij God en bij de mensen.

Preek
Het Evangelie van dit feest van de heilige Familie eindigt met de woorden: “En Hij reisde met hen af en kwam te Nazareth. Hij was hun onderdanig. Zijn moeder bewaarde dit alles zorgvuldig in haar hart. En Jezus nam toe in wijsheid en jaren en in welgevallen bij God en bij de mensen.” (Lc. 2, 51-52)

De Kerk viert vandaag eigenlijk geen bepaald mysterie uit het leven van Christus, maar zij herdenkt de kinderjaren van de mens geworden Verlosser, die Hij verborgen doorbracht met Maria en Jozef te Nazareth.

De bedoeling van paus Leo XIII, die dit feest aan het einde van de 19e eeuw instelde, lijdt geen twijfel. Al in zijn tijd werden de heiligste wetten van het huwelijk en van het gezinsleven veronachtzaamd en verworpen. De Kerk wilde de mensheid het voorbeeld van de heilige Familie voor ogen stellen als een model en ideaal voor een gezonde maatschappij. Ook voor ons, voor de mensen in de 21e eeuw, blijft het een model dat ons wil leren en inspireren. Misschien nog meer vanwege de afval van de gezonde samenleving.

Wij kunnen in het leven van het heilig Huisgezin allerlei deugden vinden en bewonderen. Maar bewonderen is niet genoeg. Iedereen moet ernaar streven om die ook in zijn eigen leven te beoefenen. Het Evangelie zegt heel beknopt: “Hij was hun onderdanig.” Wij zien hier de gehoorzaamheid als de eerste van deze deugden. Het goddelijk Woord gehoorzaamde aan sterfelijke mensen in al de kleine dingen van het dagelijkse leven, dertig jaar lang. Hoewel Jezus Zich Zijn goddelijke waardigheid bewust was, leefde Hij toch onderdanig en onderworpen aan Maria en Jozef. Hij gaf hierdoor het voorbeeld van de orde die moet heersen in elk gezin en die de vrucht is van liefdevolle en verstandige samenwerking van al haar leden. Deze gehoorzaamheid lag ook in de plannen van God en zij behoorde tot het vervullen van de gehele gerechtigheid, dat de Zoon was opgelegd.

Beminde gelovigen! De gehoorzaamheid is een deugd die ons altijd zwaar valt, in het bijzonder in onze tijd van vrijheidszucht en verzet tegen normen en instellingen die als verouderd worden beschouwd. Wij hebben de neiging om te denken dat wij alles het beste weten, dat wij zelf kunnen kiezen en dat alle keuzen gelijkwaardig zijn. Wij hoeven niet meer naar de Kerk te luisteren, de kinderen verzetten zich tegen hun ouders en overal wordt gesproken over de ‘gezagcrisis’.

De gehoorzaamheid is ook een deugd die voor ons allen in allerlei opzicht ons leven lang noodzakelijk blijft en die niet gemakkelijker wordt als wij ouder worden. Wij moeten de zwakheden van onze natuur die zich tegen deze deugd verzetten tot het einde van ons leven bestrijden. De oudere mensen kunnen ons zeggen hoe moeilijk het soms is om alles te accepteren. Maar het is wel mogelijk in een geest van bovennatuurlijk geloof.

Dierbare gelovigen, in het leven van het heilig Huisgezin zien wij veel meer dan de deugd van gehoorzaamheid. De apostel Paulus geeft ons een lange lijst van deze deugden in zijn epistel. Die moeten ook een maatstaf voor ons leven worden, voor iedere christelijke gemeenschap. Het beoefenen van al deze deugden, vooral ten opzichte van hen met wie wij dagelijks omgaan, die ons kennen in al onze gewoonheid en wier fouten ons een voortdurende ergernis zijn, is soms zeer moeilijk. Daarom moeten wij in de geest van gebed zo vaak naar de heilige Familie kijken en daar licht, moed en kracht vinden. Amen.


3 januari 2011

24-uurs aanbidding van het Allerheiligst Sacrament op 6 en 7 januari 2011

De initiatiefgroep die druk bezig is met de voorbereiding van het initiatief voor altijddurende Eucharistische aanbidding in Amsterdam op een nader te bepalen locatie, organiseert van donderdag 6 januari op vrijdag 7 januari een 24-uurs Eucharistische aanbidding. De aanbidding vindt plaats in de kapel van de Onze Lieve Vrouwekerk aan de Keizersgracht 218 b in Amsterdam.

De 24-uurs aanbidding start op 6 januari om 12.15 uur en eindigt op 7 januari om 12.15 uur. Bij aanvang en bij sluiting wordt een heilige Mis opgedragen (novus ordo). In de middag van 6 januari zijn er gesproken meditatieve momenten. Dit gebeurt ook op 7 januari tijdens de ochtenduren. Verder worden de heilige Rozenkrans en de Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid gebeden. Tijdens de avonduren alsook de nachtelijke uren is er stille aanbidding of kan men op eigen initiatief gezamenlijk bidden.

Tijdens de avonduren en de nachtelijke uren dient u zelf te voorzien in koffie of thee. Het toilet is de gehele dag en nacht toegankelijk.

Indien u zeker weet dat u een bepaalde tijd aanwezig kunt zijn, dan zou de organisatie het op prijs stellen indien u zich van tevoren aanmeldt. Er dient namelijk altijd iemand aanwezig te zijn bij het Allerheiligst Sacrament. Inschrijven kan via het mailadres aanbidding.amsterdam@gmail.com.

2 januari 2011

Preek voor het feest van de Allerheiligste Naam van Jezus

In de Naam van Jezus zal iedere knie zich buigen in de hemel (engelen), op aarde (mensen) en onder de aarde (duivels).

Epistel
Hand. 4, 8-12
In die dagen sprak Petrus, vervuld van de Heilige Geest: Oversten van het volk en oudsten, luistert: Indien ons heden wegens een weldaad aan een ongelukkig mens gerechtelijk gevraagd wordt, waardoor deze is genezen, dan zij het aan u allen en aan heel het volk van Israël bekend, dat door de Naam van Jezus Christus van Nazareth, Die gij aan het kruis geslagen hebt, maar Die God van de doden heeft opgewekt - dat door Zijn Naam deze hier gezond voor u staat. Hij is de steen, die door u, de bouwlieden, werd verworpen; maar Hij is de hoeksteen geworden; en geen heil is er, tenzij in Hem. Want er is aan de mensen geen andere naam onder de hemel gegeven, waarin wij zalig moeten worden.

Evangelie
Lucas 2, 21
In die tijd, toen er acht dagen verstreken waren, moest het Kind besneden worden; en men gaf Hem de naam Jezus, die de engel reeds genoemd had, voordat Zijn Moeder Hem had ontvangen.

Preek
Bedenken wij dat het gisteren het naamfeest van Jezus was, want na verloop van acht dagen na de geboorte werd het goddelijke Kind in de tempel te Jeruzalem besneden en zij noemden Hem Jezus, zoals de engel aan Jozef had gevraagd eer Hij in de moederschoot was ontvangen. Het was de gewoonte van de joden om de naamgeving te verbinden met de besnijdenis, zoals de Kerk dat ook doet bij het doopsel van kleine kinderen.

Jezus was Zijn eigen naam. Zo noemde Zijn heilige Moeder Hem wanneer zij Hem sprak. Jezus betekent ‘de Heer redt’. God heeft ons allen gered in en door Hem. Deze naam zou, zoals bij Zijn moeder, de heilige maagd Maria, ook voor ons hart de allerliefste en zoetste naam moeten zijn. Vele verheven namen mogen wij Hem geven: Christus, de Gezalfde, Heer, Verlosser, Koning..., maar de dierbaarste, de meest eigen naam blijft Jezus. Dit is de naam van de Godmens in Wie alleen redding te vinden is.

Beminde gelovigen, Jezus is niet alleen maar de zoete naam van onze dierbaarste vriend. Jezus is tegelijkertijd de naam van onze Heer, aan Wie God alle macht heeft gegeven, Die door Zijn dood en verlossing een volkomen recht op ons heeft verworven. Hij mag alles eisen van ons, zonder meer, zonder dat Hij rekenschap hoeft te geven. God redt ons door Hem, maar niet zonder onze instemming.

Door de gehoorzaamheid aan het geloof, door de onderwerping van onze wil aan Zijn heil werd ons door Hem redding gegeven. Wij moeten dienstknechten van Jezus Christus zijn, en wel in volkomen trouw, zoals een soldaat aan het front trouw is aan zijn opperbevelhebber.

Heil is alleen te vinden in en door Jezus. Omdat Hij, de Godmens Jezus, Zich tot de dood toe heeft vernederd, heeft God Hem verheven en Hem een naam gegeven die hoog boven alle namen is verheven, opdat in de Naam van Jezus iedere knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde en iedere tong zou belijden, tot glorie van God de vader, dat Jezus Christus de Heer is.

Dierbare gelovigen, de naam van de Zaligmaker doet een machtig beroep op onze toewijding en onze trouw. Hij eist een dienst van zuivere liefde. Mogen wij deze roep van het Kindje in de Kerststal toch eindelijk begrijpen. Amen.


1 januari 2011

1 januari: Octaafdag van Kerstmis (Nieuwjaarsdag)

Besnijdenis van de Heer

Epistel
Tit. 3, 4-7
Veelgeliefde, verschenen is de goedertierenheid en mensenliefde van God, onze Zaligmaker. Hij heeft ons gered - niet om werken van gerechtigheid, door ons verricht, maar louter uit barmhartigheid van Zijn kant - door een doopsel waarin wij werden herboren en vernieuwd door de Heilige Geest. Hij heeft Die immers overvloedig over ons uitgestort door Jezus Christus, onze Zaligmaker, opdat wij door Zijn genade gerechtvaardigd, erfgenamen zouden zijn met de hoop op eeuwig leven, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Lucas 2, 21
In die tijd, toen er acht dagen verstreken waren, moest het Kind besneden worden; en men gaf Hem de naam Jezus, die de engel reeds genoemd had, voordat Zijn moeder Hem had ontvangen.