31 oktober 2011

Informatiebulletin voor de maand november is verschenen

Het Informatiebulletin van onze kerk voor de maand november is verschenen. Deze keer staat het bulletin bijna volledig in het teken van de pontificale Hoogmis die kardinaal Raymond Burke op zondag 6 november a.s. om 10.30 uur in onze kerk zal opdragen. Verder wordt er aandacht besteed aan het afscheid van pater A. Komorowski van onze parochie.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin november'. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis per e-mail (klik hier) te ontvangen.


30 oktober 2011

Preek voor het feest van onze Heer Jezus Christus, Koning

Epistel
Kol. 1, 12–20
Broeders, wij brengen dank aan God de Vader, Die ons waardig heeft gemaakt deel te mogen hebben aan het lot der heiligen, in het volle licht. Hij heeft ons ontrukt aan de macht der duisternis en overgebracht naar het rijk van Zijn beminde Zoon, in Wie wij de verlossing bezitten, de vergiffenis der zonden, door de kracht van Zijn Bloed. Deze is het beeld van de onzichtbare God, geboren vóórdat alles geschapen werd; want in Hem werd alles geschapen, wat in de hemel en op aarde is, het zichtbare en het onzichtbare, tronen zowel als heerschappijen, overheden en machten; alles is door Hem en in Hem geschapen. Zo bestaat Hij vóór allen, en alles bestaat in Hem. Hij is ook het Hoofd van het lichaam, dat wil zeggen van de Kerk. Hij is het begin, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de eerste plaats zou hebben. Want het was besloten, dat in Hem alle volheid zou wonen, en dat Hij vrede zou brengen door het Bloed van Zijn kruis en door Zijn toedoen alles weer met God zou verzoenen, wat op de aarde of wat in de hemel is: in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 18, 33–37
In die tijd zei Pilatus tot Jezus: Zijt Gij de Koning van de joden? Jezus antwoordde: Stelt gij die vraag uit u zelf of hebben anderen u dat van Mij gezegd? Pilatus hernam: Ben ik dan soms een jood? Uw eigen volk en de opperpriesters hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt Gij gedaan? Jezus gaf ten antwoord: Mijn rijk is niet van deze wereld. Als Mijn rijk van deze wereld was, zouden ongetwijfeld Mijn dienaren er voor strijden, dat Ik niet aan de joden werd overgeleverd; maar Mijn rijk is nu eenmaal niet van hier. Toen zei Pilatus tot Hem: Dus Kóning zijt Gij? Jezus antwoordde: Ja, gij zegt het; Kóning ben Ik. Daartoe ben ik geboren en daartoe juist in de wereld gekomen, om te getuigen voor de waarheid. Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar Mijn stem.

Evangelie
De Kerk richt vandaag onze ogen op Christus Die als Koning over de schepping heerst. Aan Hem behoort de opperste macht en heerschappij over het heelal, over de Kerk en over de maatschappij. Alles is aan Hem onderworpen. De heilige Paulus geeft ons in zijn epistel een korte beschrijving van Christus’ koningschap.

Ten eerste is Christus ‘Koning van het heelal’, want “in Hem en door Hem is alles geschapen”. Dit koningschap strekt zich uit van het ene eind der aarde tot het andere. Het duurt eeuwig en is allesomvattend. Al wat ooit geschapen werd is door Hem tot bestaan geroepen en bestaat door Zijn Wil. Hij draagt alles door het woord van Zijn macht.

Ten tweede is Christus ‘Koning van de Kerk’, want “Hij is ook het Hoofd van het Mystieke Lichaam”. Van Hem krijgen alle ledematen het leven en beweging. Aan Hem gaf God de volheid van alles wat Hij aan de verlosten wilde schenken. Wij kunnen alleen door Hem en in Hem gered worden. Er is geen andere Naam aan de mensen gegeven, waarin zij gered kunnen worden. Christus is de offergave geworden tot verzoening van de mensheid en door Zijn kruisdood heeft Hij een eeuwig priesterschap en een algemeen koningschap verworven.

Uiteindelijk is Christus ‘Koning over de gemeenschap van alle volken’. Aan Hem is alle macht gegeven in de hemel en op aarde, en iedereen moet en zal Zijn gezag erkennen en aanvaarden.

De Kerk herinnert ons er door haar liturgie aan dat Christus Koning is, dat Christus de Heer van de wereld is. Maar tegelijkertijd zegt het Evangelie ons dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld is. Zijn heerschappij is niet van het soort dat wij in deze wereld kennen, namelijk anderen tot gehoorzaamheid dwingen door kracht en onderdrukking. Hij wil pas koning genoemd worden op Zijn kruis, juist als Hij van alle uiterlijke macht ontdaan is, als Hij volledig liefde is geworden. Als Hij Zijn armen uitstrekt in machteloze liefde, dan wil Hij koning genoemd worden. Daarin ligt Zijn overwinning en Zijn heerschappij: in de macht van de liefde. Hij wil regeren over ons met geen andere macht dan die van liefde.

Naast de liefde staat de waarheid als karakteristiek van Christus’ koninkrijk. Hij kwam om getuigenis van de waarheid af te leggen. En deze waarheid komt ook niet van deze wereld, maar van God. Uit God zijn wij allen voortgekomen en tot Hem moeten wij terugkeren. We zijn met alle banden van ons bestaan aan Hem gebonden. Jezus heeft ons geleerd hoe we moeten leven en hoe we moeten sterven. Wie Christus zoekt, onderwerpt zich totaal aan Hem en wil ook in alles afhankelijk van Hem zijn. Hij vindt waarheid en leven, naar Jezus’ eigen woorden: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”. Wie aan Hem onderdanig is, vindt de ware vrijheid.

Beminde gelovigen, ieder van ons is van Christus afhankelijk: Hij is de enige Redder voor iedereen. Hij is de enige Waarheid en de Weg door dit leven. Hij is ook onze Koning. En hoe meer wij inwendig Zijn heerschappij erkennen en aanvaarden, des te meer zal de goddelijke rijkdom van liefde ons vervullen met licht en kracht.

Bidden wij vandaag voor onszelf, dat wij altijd aan Christus trouw blijven, maar ook voor alle andere mensen die nog niet erkennen dat Christus koning is. Hij schenkt ons de verzoening met de Vader, liefde, vrede en genade. Bidden wij dat wij allen deze gaven willen ontvangen. Amen.


Psalm 150 - César Franck


Frans
Hallelujah. Louez le Dieu, caché dans ses saints tabernacles, Louez le Dieu qui règne en son immensité. Louez-le dans sa force et ses puissants miracles. Louez-le dans sa gloire et dans sa majesté. Louez-le par la voix des bruyantes trompettes. Que pour lui le nébel se marie au kinnor. Louez-le dans vos fêtes au son du tambourin, sur lorgue et sur le luth, chantez, chantez encor.

Nederlands
Halleluja. Looft God in Zijn heiligdom, looft Hem in Zijn machtig uitspansel. Looft Hem om Zijn kracht, Zijn daden; looft Hem om Zijn mateloze grootheid. Looft Hem met een stoot op de ramshoorn, looft Hem met harp en lier, looft Hem met beltrom en rondedans, looft Hem met citer en fluit, looft Hem met strijkende cimbels, looft Hem met slaande cimbalen; ja, iedereen die adem heeft, looft de Heer. Halleluja.


28 oktober 2011

Zondag a.s.: Afscheid van pater Andrzej Komorowski FSSP

Zondag 30 oktober viert de Kerk het feest van Jezus Christus, Koning (althans dat deel van de Kerk dat het missaal van 1962 aanhoudt). De Hoogmis om 11.00 uur zal worden opgedragen door pater Andrzej Komorowski FSSP, die dan afscheid neemt van onze parochie.

Pater Komorowski heeft ruim drie jaar gewerkt in de Sint-Agnesparochie. Hij is overgeplaatst naar het apostolaat van de priesterbroederschap Sint Petrus in de stad Namen in België. We zullen hem bijzonder gaan missen.

Na afloop van de Hoogmis op zondag is er voor iedereen gelegenheid om afscheid van hem te nemen tijdens het koffiedrinken in de pastorie.

Als afscheidscadeau krijgt pater Komorowski een fraai kazuifel aangeboden. Wilt u aan dit cadeau bijdragen, dan kunt u uw gift storten op bankrekening 311311 ten name van kerkbestuur Sint-Agnesparochie te Amsterdam, onder vermelding van ‘afscheidsgeschenk pater Komorowski’.


26 oktober 2011

Derde Tridentijnse pontificale Hoogmis in Sint-Pietersbasiliek

Voor de tweede keer dit jaar, en voor de derde keer sinds de inwerkingtreding van het motu proprio Summorum Pontificum, zal een bisschop een Tridentijnse heilige Mis opdragen in de Sint-Pietersbasiliek in Rome (privé-Missen niet meegerekend).

Zijne Eminentie Darío kardinaal Castrillón Hoyos (foto) zal de Mis opdragen op zaterdag 5 november 2011 bij de opening van de algemene vergadering van de internationale vereniging Una Voce. De heilige Mis wordt gevierd in de kapel van het Allerheiligste Sacrament in de Vaticaanse basiliek.

Op 15 mei jl. droeg Walter kardinaal Brandmüller een Tridentijnse heilige Mis op aan het pauselijk hoogaltaar van de basiliek (onder de stoel van Sint Petrus).

De eerste door een bisschop publiekelijk opgedragen traditionele Latijnse Mis vond eveneens plaats in de kapel van het Allerheiligste Sacrament in de Sint Pieter op 18 oktober 2009; de toenmalige aartsbisschop Raymond Burke was de celebrant. Inmiddels is hij kardinaal gecreëerd en draagt hij op 6 november a.s. een Tridentijnse pontificale Hoogmis op in onze Sint-Agneskerk.


25 oktober 2011

Nieuwe hulpbisschop in ons bisdom

De nieuwe hulpbisschop, mgr dr J.W.M. Hendriks (l) en naast hem
de bisschop van Haarlem-Amsterdam, mgr dr J.M. Punt.

Paus Benedictus XVI heeft mgr dr J.W.M. Hendriks, rector van grootseminarie De Tiltenberg, benoemd tot titulair-bisschop van Arsacal in Numidië en tot hulpbisschop van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Dat heeft de Heilige Stoel vanmiddag om 12.00 uur bekendgemaakt. De wijdingsdatum is vastgesteld op 10 december.

Johannes Willibrordus Maria Hendriks werd geboren te Leidschendam op 17 november 1954. Hij volgde zijn priesteropleiding aan het grootseminarie Rolduc in het bisdom Roermond. Op 24 maart 1979 werd hij in de Sint-Petrusparochie te Leiden door de toenmalige bisschop van Rotterdam, mgr dr A.J. Simonis, tot diaken gewijd en op 29 september 1979 in de Rotterdamse kathedraal tot priester. Gedurende twee jaar was hij daarna werkzaam als kapelaan in de parochie van de Heilige Familie in Den Haag. Van 1981-1986 vervolgde hij zijn studies aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit waar hij in 1983 het licentiaat in het canoniek recht behaalde, in 1984 het diploma in jurisprudentie verkreeg en in 1986 summa cum laude promoveerde tot doctor in het canoniek recht.

In 1997 werd hij vicerector en studieprefect, in 1998 rector van het grootseminarie van het bisdom Haarlem, De Tiltenberg, te Vogelenzang. Mgr Hendriks volgt mgr J. van Burgsteden SSS op, die om leeftijdsredenen aan de Paus zijn ontslag heeft aangeboden.

Mgr Hendriks wordt als hulpbisschop tevens vicaris-generaal.

De wapenspreuk van de nieuwe hulpbisschop luidt: Quodcumque dixerit vobis, facite (Doe maar wat Hij u zeggen zal [Joh. 2, 5]).


23 oktober 2011

Preek voor de negentiende zondag na Pinksteren

Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.

Epistel
Efes. 4, 23–28
Broeders, vernieuwt u zelf wat uw geestelijke gesteltenis betreft, en bekleedt u met de nieuwe mens, naar Gods beeld geschapen in gerechtigheid en heiligheid, die voortvloeit uit de waarheid. Daarom moet gij de leugen afleggen en ieder tegenover zijn evenmens de waarheid spreken; want wij zijn ledematen ten opzichte van elkander. Als gij toornig wordt, zondigt dan niet; laat de zon over uw gramschap niet ondergaan. Geeft de duivel geen kans. Wie een dief was, moet zorgen voortaan niet meer te stelen; laat hij liever werken en met eigen handen nuttige arbeid verrichten, om zo iets te hebben, dat hij kan geven aan iemand, die gebrek lijdt.

Evangelie
Mt. 22, 1–14
In die tijd richtte Jezus Zich in gelijkenissen tot de opperpriesters en farizeeën, en sprak: Het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die een bruiloftsmaal aanrichtte voor zijn zoon. En hij zond zijn dienaren uit, om de genodigden ter bruiloft te roepen, maar zij wilden niet komen. Opnieuw zond hij andere dienaren met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Ziet, mijn gastmaal staat gereed, mijn ossen en mestvee zijn geslacht, en alles is klaar; komt nu ter bruiloft! Maar zij stoorden zich er niet aan, en gingen heen, de een naar zijn landgoed, de ander naar zijn zaken; en weer anderen grepen zijn dienaren vast, mishandelden hen en bracht hen om het leven. Toen de koning dit hoorde, ontstak hij in toorn; hij zond zijn legers, verdelgde de moordenaars, en stak hun stad in brand. Vervolgens zei hij tot zijn dienaren: Het bruiloftsmaal is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten van de wegen, en roept allen ter bruiloft, die gij daar vindt! En zijn dienaren gingen heen naar de wegen, en brachten allen, die zij vonden, bijeen, slechten zowel als goeden; en de bruiloftszaal werd met gasten gevuld. Toen nu de koning binnentrad om de gasten te zien, bemerkte hij er één zonder bruiloftskleed aan. En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed aan? Maar de ander stond sprakeloos. Toen zei de koning tot zijn dienaren: Bindt hem handen en voeten, en werpt hem naar buiten in de duisternis: daar zal geween zijn en geknars der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Preek
Nadat het uitverkoren volk van God, de joden, geweigerd had Christus te erkennen als de langverwachte en beloofde Messias, Die hen kwam uitnodigen tot het bruiloftsmaal van de koning, dat het symbool is van de verlossing, zijn alle volkeren – en dus ook wij – uitgenodigd tot het feestmaal in het rijk van God, dat wil zeggen tot het eeuwig leven in de heerlijkheid van Zijn glorie.

Om hieraan deel te kunnen hebben hoeven wij alleen het bruiloftskleed aan te trekken. Denken wij hierbij even aan het witte kleed dat wij bij het doopsel hebben ontvangen, dat is namelijk het uiterlijke teken van de innerlijke werkelijkheid van het doopsel. Wij werden herboren in de stralende heerlijkheid van de heiligmakende genade doordat de erfzonde werd afgewassen, en wij werden deelachtig aan het goddelijke leven. Dit is de werkelijke betekenis van het bruiloftskleed voor het feestmaal, het kleed waardoor wij worden uitverkoren tot het nieuwe volk van God en toegang vinden tot Zijn rijk. Bij dit kleed hoort ook het nakomen van de verplichtingen die deze goddelijke roeping met zich meebrengt, anders gaat het verloren, zoals bij de eerst genodigden. De heilige Paulus gebruikt hetzelfde beeld van het kleed in het epistel van vandaag, wanneer hij ons aanspoort om ons te bekleden met de nieuwe mens die geschapen is naar het beeld van God, in de gerechtigheid en heiligheid die voortvloeien uit de waarheid.

Zij, die het eerst op het bruiloftsmaal werden verwacht, hebben de stem van God, die hen riep, niet herkend, omdat zij te diep verwikkeld waren in alle mogelijke aardse aangelegenheden en beslommeringen. Dit gevaar bestond niet alleen toen voor hen, maar dat bestaat ook vandaag nog voor ons. Juist daarom vraagt de Kerk in het openingsgebed en in het slotgebed voor ons dat God ons mag verlossen uit de lichamelijke en geestelijke banden – dat is onze neiging tot de zonde – en ons de nodige vrijheid schenkt om ons te wijden aan het volbrengen van Zijn Wil die Hij ons heeft geopenbaard toen Hij ons door het doopsel riep tot het bruiloftsmaal dat het eeuwig leven is.

Luisteren wij daarom, beminde gelovigen, naar de stem van de Heer, Die ons Zijn heil heeft verkondigt en Zijn bijstand heeft beloofd, om de beproevingen en gevaren te overwinnen die het trouw naleven van Zijn wet kunnen bemoeilijken. Drukken wij ons vertrouwen op Zijn machtige hulp uit in het gebed, dat als geurige wierook voor Zijn aanschijn zal opstijgen. Brengen wij aan Hem de hulde van een diep christelijk leven, dat aan de mensen zal verkondigen hoe bewonderenswaardig het verlossingswerk is, dat Hij aan ons heeft verricht en waartoe ook zij, door het aantrekken van het bruiloftskleed, zijn uitgenodigd. Amen.


19 oktober 2011

Kardinaal Raymond Burke celebreert pontificale Hoogmis op zondag 6 november

Op Willibrordzondag 6 november brengt Zijne Eminentie kardinaal Raymond Burke (foto), prefect van het Hooggerechtshof van de Apostolische Signatuur, een bezoek aan onze kerk. De kardinaal zal om 10.30 uur een pontificale Hoogmis opdragen, geassisteerd door troonassistenten, diaken en subdiaken.

Mgr J.M. Punt, bisschop van Haarlem-Amsterdam treedt op als gastheer van de kardinaal en zal ‘ad coram’ aanwezig zijn. De Bisschop zal die dag ook de preek verzorgen.

Naast het feest van de heilige Willibrordus zal er deze zondag aandacht worden geschonken aan het eerste lustrum van de Tridentijnse heilige Mis in onze kerk.

In 2007 werd het motu proprio Summorum Pontificum van kracht. Daarmee heeft paus Benedictus XVI voor eens en voor altijd duidelijkheid geschapen omtrent de status van de traditionele Latijnse liturgie.

Tijdens deze pontificale Hoogmis zal het ensemble SiX, bestaande uit oud-leden van het Haarlemse kathedrale koor, de vaste gezangen zingen uit de 6 stemmige ‘Missa Surge Propera’ van de zestiende-eeuwse Spaanse componist Francisco Guerrero. Onze vaste vrouwenschola (Schola Catharina) verzorgt de wisselende gregoriaanse gezangen.

Raymond Leo kardinaal Burke (* 1948) is prefect van de Apostolische Signatuur, de hoogste rechtbank van de Rooms-katholieke Kerk, en daarmee lid van de Romeinse curie. Voorheen was hij bisschop van La Crosse (1995) en aartsbisschop van Saint Louis (2003-2008) in de Verenigde Staten. Hij is lid van verschillende Romeinse congregaties. Zijn wapenspreuk is "secundum cor tuum" (naar Uw hart). Kardinaal Burke is een bekend canonist, die verschillende ere-doctoraten heeft toegekend gekregen en in de Verenigde Staten onder meer is opgekomen voor de bescherming van het ongeboren leven. Hij stichtte een bedevaartplaats in zijn eerste bisdom, La Crosse, ter ere van Onze Lieve Vrouw van Guadeloupe en bevorderde de devotie tot het heilig Hart van Jezus, waar ook zijn wapenspreuk naar verwijst.

Kardinaal Burke heeft bij verschillende gelegenheden de heilige Mis in de buitengewone vorm gevierd.

Op maandag 7 november bezoekt de kardinaal de Dies Natalis van het grootseminarie van het bisdom Haarlem-Amsterdam 'De Tiltenberg'.


16 oktober 2011

Preek voor de achttiende zondag na Pinksteren

De grootste genade die Gods barmhartigheid ons, mensen, heeft bewezen
- de genade die komt voor alle andere en die boven alle genaden uitstijgt -
is de Heer Jezus Christus Zelf.

Epistel
1 Kor. 1, 4–8
Broeders, te allen tijde breng ik om uwentwil dank aan mijn God voor de genade Gods, die u geschonken is in Christus Jezus. Immers in Hem zijt gij in ieder opzicht rijk geworden, in alle woord en in alle kennis, in dezelfde mate als de prediking van de Christus vaste voet bij u gekregen heeft. Zodoende komt gij in geen enkele genadegave iets te kort, terwijl gij in afwachting zijt van de verschijning van onze Heer Jezus Christus. Hij immers zal u doen vaststaan ten einde toe, zodat gij vrij zijt van schuld op de dag, dat onze Heer Jezus Christus wederkomt.

Evangelie
Mt. 9, 1–8
In die tijd ging Jezus in een scheepje, stak het meer over en kwam in Zijn stad. En daar bracht men een lamme tot Hem, die op een rustbed lag. Toen Jezus hun geloof zag, sprak Hij tot de lamme: Heb goede moed, Mijn zoon, uw zonden worden u vergeven. Maar zie, sommige schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Hij lastert God! Doch Jezus zag hun gedachten en sprak: Waarom denkt gij kwaad bij u zelf? Wat is gemakkelijker, te zeggen: uw zonden worden u vergeven, of te zeggen: sta op, en loop? Welnu, om u te doen weten, dat de Mensenzoon de macht bezit op aarde zonden te vergeven, – toen sprak Hij tot de lamme – sta op, neem uw bed op, en ga naar huis. En hij stond op, en ging naar huis. En toen de menigte dat zag, werden zij door vrees bevangen, en zij verheerlijkten God, Die zulk een macht verleende aan de mensen.

Preek
De genade Gods die u in Jezus Christus geschonken is, is de grootste genade die Gods barmhartigheid ons mensen heeft bewezen. De genade die voor en boven alle andere genaden komt, is de genade die de Heer Jezus Christus Zelf is. Als wij deze werkelijkheid maar zouden willen begrijpen, dan zou het leven van ons, christenen, er heel anders uitzien. Dan zouden wij met grote ijver de zonde bevechten en ons bevrijden van alle aardse blindheid. Het paradoxale is dat deze genade ons reeds gegeven is; het is verdrietig dat zo weinigen van ons deze genade vruchtbaar laten worden.

Nog paradoxaler is het dat de Kerk, waardoor Christus deze genade uitdeelt, in onze tijd meer bezig is de wereld naar de mond te praten dan deze genade te verkondigen. Denken wij maar aan de nietszeggende uitspraken van vele priesters en bisschoppen over geloof en moraal, of aan het grote geduld dat velen hebben met groepen zogenaamd-katholieken die continu de kerkelijke leer verdraaien en de sacramenten ongeldig of onwaardig toedienen. En denken wij niet in de laatste plaats aan de ten hemel schreiende beledigingen van God, zoals de moderne ideologieën en de door de wereld zo geprezen interreligieuze gebedsontmoetingen. Immers, Christus is de enige Middelaar tussen de Vader en de mensen. Hij is Degene, Die de wereld niet wil kennen, omdat Hij laat zien dat het ware leven niet in deze wereld is, maar in het toekomstige leven in de aanschouwing Gods, en dat Hij de enige Weg daarnaartoe is.

En juist daar gaat het om. De genade die Christus geeft, is het middel en het nieuwe leven, die het voor een mens mogelijk maakt om bij God te komen. Daarom moet een mens de wereld achter zich laten, de wereld met al zijn kortzichtigheid en verblinding. Wij kunnen niet tegelijkertijd het Licht omarmen en in het duister van het aardse blijven leven. Ons leven moet nu reeds een leven in de genade zijn. Wij moeten wakker worden, het compromis achter ons laten, en de werkelijkheid van God opnieuw ontdekken.

De menswording is de daad van Gods overgrote liefde die ons telkens weer met sprakeloosheid en verwondering moet vervullen. Het is het wonder van de goddelijke liefde waarvoor wij Hem nooit genoeg kunnen danken en loven. Hij is mens geworden, en Hij is God, deze twee tezamen en tegelijk. Hij is dus niet een wijze mens die onze nood verstaat en meelijdt. Hij is geen humanist, die de wereld wil verbeteren. Hij is de mensgeworden God, Die is gekomen om zielen te heiligen, en hen naar het hemelse vaderland wil brengen. Dit, beminde gelovigen, moet u begrijpen, anders zal de genade die over u is uitgestort nutteloos zijn, zoals zij nutteloos is voor de wereld die onachtzaam aan haar voorbijgaat.

Ons leven zou er heel anders kunnen uitzien, stralend en geheiligd, als wij zouden leven naar de waarheid van de genade. Dan zouden de alledaagse dingen, waaraan wij zo veel belang hechten, onbeduidende punten worden op de weg naar onze bestemming, en niet langer zelf een bestemming zijn. Alleen als wij ‘ja’ durven zeggen tegen de genade met geheel ons leven, dan zullen wij het ware geluk van het leven reeds nu – hier op aarde – genieten, als voorsmaak van het eeuwige en onveranderlijke geluk dat eeuwig voortduurt in de hemelse aanbidding. Amen.


14 oktober 2011

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 15 oktober 2011

De lezing voor de Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 15 oktober wordt gegeven door dr Matthieu Wagemaker, pr., docent aan De Tiltenberg, het grootseminarie van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Hij spreekt over het pastorale karakter van het Tweede Vaticaans Concilie, dat bedoeld was als herbezinning op en getuigenis van de volle waarheid van het Evangelie.

Programma
10.00 uur: Gelezen H. Mis
10.45 uur: Koffie en thee in de pastorie
11.00 uur: Bijeenkomst in de zaal van de pastorie
12.30 uur: Einde

Zie: De website van de academie.

Aansluitend wordt (om 12.45 uur) in de kerk de Rozenkrans gebeden.


9 oktober 2011

Preek voor de zeventiende zondag na Pinksteren

Epistel
Efes. 4, 1–6
Broeders - ik, die boeien draag omwille van de Heer - ik bid u, toch een leven te leiden, dat in overeenstemming is met de roeping, die gij ontvangen hebt. Wilt in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld elkander liefdevol verdragen, vol ijver om de eenheid van geest te bewaren in de band van de vrede. Eén lichaam en één geest, zoals gij geroepen werd met één en hetzelfde vooruitzicht van deze roeping. Eén Heer, één geloof, één doopsel. Eén God en Vader van allen, Die boven allen en door alles en in ons allen is; Die gezegend is in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Mt. 22, 34–46
In die tijd kwamen de farizeeën bij Jezus, en een van hen, een wetgeleerde, trachtte Hem op de proef te stellen door te vragen: Meester, wat is het grootste gebod in de Wet? Jezus antwoordde hem: Gij zult de Heer, uw God, beminnen uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. En het tweede is daaraan gelijk: gij zult uw naaste beminnen, zoals u zelf! Op deze twee geboden berust de gehele Wet en de profeten. Terwijl nu de farizeeën zo bij elkander stonden, stelde Jezus een vraag aan hen: Wat dunkt u van de Christus? Van wie is Hij de Zoon? Zij antwoordden Hem: Van David. Hij zei hun: Hoe komt het dan, dat David in de Geest Hem ‘Heer’ noemt, als hij zegt: "De Heer zei tot mijn Heer; zit neer aan Mijn rechterhand, tot Ik uw vijanden neerleg als een voetbank voor uw voeten." Als nu David Hem ‘Heer’ noemt, hoe is Hij dan zijn Zoon? En niemand was in staat Hem daarop een antwoord te geven; en van die dag af waagde het ook niemand meer om Hem nog vragen te stellen.

Preek
Bemin de Heer, uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw verstand, zo horen wij vandaag in het heilig Evangelie. Dit gebod is het grootste, zowel in het oude als in het nieuwe Verbond, en het is de grondslag van de gehele godsdienst. In dit gebod wordt de mens de liefde tot God opgelegd als zijn eerste plicht. En er wordt een bijzondere nadruk gelegd op de totaliteit die deze liefde moet bevatten. Zij legt beslag op de gehele mens en op al zijn vermogens.

Bemin de Heer, uw God, met geheel uw hart. Dit betekent allereerst dat onze liefde voor God waarachtige liefde moet zijn die voortkomt uit het hart. God vraagt van ons gehoorzaamheid, eerbied, aanbidding en lof, maar vóór alles vraagt Hij om liefde. Liefde is de beweging van ons gemoed en de genegenheid van onze wil, die ons van onszelf ontrukken, die ons streven leiden in de richting van een ander, die de ander – en dus niet ons zelf – tot het middelpunt maakt van ons denken en doen, tot de oorzaak van onze vreugde en hoop. Die ander moet voor een christen God Zelf zijn.

Bemin de Heer, uw God, met geheel uw ziel. Hier vraagt Jezus nog meer dan de liefde van het hart. Deze eis boort nog dieper. Immers, door de ziel leven wij van de bron waaruit al onze levensdaden ontspringen, al is het maar in het begin. De liefde tot God moet zo dicht mogelijk liggen bij de oorsprong van ons leven. Zij moet tot de kern van ons wezen doordringen. Vanuit het middelpunt van het leven, dat de ziel is, moet zij alles beheersen en naar alle zijden uitvloeien.

Bemin de Heer, uw God, met geheel uw verstand. De liefde die God van ons vraagt gaat ons verstand te boven, maar zij is niet in strijd met ons verstand. Zij wordt niet geregeld door de eisen van het nuchtere mensenverstand, maar zij eist dat het verstand zich in haar dienst stelt. Concreet vraagt de liefde tot God van ons verstand dat het de tucht herstelt in de lagere regionen om daardoor zelf vrij te kunnen zijn voor God. Het gaat dus om de bevrijding van het vleselijke door zelfbeheersing en ascese. Maar bovenal beminnen wij God met geheel ons verstand wanneer dat verstand zich laat leiden door het geloof.

Beminde gelovigen, denk niet dat deze drievoudige liefde, die beslag legt op de gehele mens, te veel van ons vraagt. God Zelf maakt deze liefde mogelijk; Hij houdt ons door Zijn macht in stand. Zijn genade overstroomt onze ziel met liefde, en het geloof dat Hij geopenbaard heeft leidt ons verstand. Als iemand deze drievoudige liefde niet geeft, dan is dat niet zo omdat dat voor hem onmogelijk zou zijn, maar omdat deze persoon God niet wil liefhebben. De ziel die inkeert tot zichzelf vindt God aanwezig. Hierin zien wij het grote en noodzakelijke verband dat er bestaat tussen de liefde en het gebed. Het gebed is niets anders dan een oefening om zichzelf steeds meer in de liefde gevangen te geven. Wij erkennen dus dat wij zonder gebed God niet zullen vinden. Het geloof, dat Hij ons geeft, is de gids van onze liefde, en wel de enige die wij kunnen volgen door licht en duisternis. En de liefde, van haar kant, scherpt het gezicht van het geloof, want niemand ziet helder in dit leven als hij niet bemint. Amen.


5 oktober 2011

Marialof in de maand oktober

Gedurende de maand oktober zal de dagelijkse heilige Mis op dinsdag tot en met vrijdag worden gevolgd door een Marialof. De maand oktober dankt de naam Rozenkransmaand aan het feest van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans dat op 7 oktober gevierd wordt.

Veel pausen hebben de gelovigen aangespoord tot het bidden van de Rozenkrans. Paus Leo XIII heeft er zelfs negen encyclieken aan besteed. Maria zelf heeft bij al haar verschijningen het belang van de Rozenkrans onderstreept.

Op het eerste gezicht lijkt de Rozenkrans een Mariaal gebed, maar in feite is het – door het overwegen van de geheimen – een gebed dat volledig op Christus is gericht.

Op zaterdag en zondag wordt op de gebruikelijke tijden de Rozenkrans gebeden.


4 oktober 2011

4 oktober 2011: Nationale prolife-gebedsdag in Den Haag

Ruim 10% van alle zwangerschappen in Nederland wordt door abortus beëindigd.
Dat zijn meer dan 30.000 doden per jaar,
gelegaliseerd door de overheid en gefinancierd door ons allemaal (via de AWBZ).

Op dinsdag 4 oktober 2011 wordt de jaarlijkse prolife-gebedsdag gehouden in Den Haag, georganiseerd door de Stichting voor Recht Zonder Onderscheid (Stirezo) uit Heilig-Landstichting.

De dag begint om 11.00 uur op het Plein. Daar wordt gezamenlijk gebeden. Tussen 13.00 en 13.30 uur wordt een petitie aangeboden aan leden van de Tweede Kamer, ter ondersteuning van hun pogen tot bescherming van het ongeboren kind en het bevorderen van palliatieve zorg in plaats van euthanasie.

Om 14.30 uur zal Zijne Hoogwaardige Excellentie mgr dr E. de Jong, hulpbisschop van Roermond, een heilige Mis (Novus Ordo) opdragen in de kerk van de H. Jacobus aan de Parkstraat in Den Haag (vlakbij Plein en Binnenhof).
De leiding van de dag is in handen van deze zeer moedige bisschop.

Vanuit Amsterdam, Zaandam en omstreken rijdt er die dag een speciale bus naar Den Haag. Voor deelname of informatie: telefoon 075-6701603.


2 oktober 2011

Preek voor de zestiende zondag na Pinksteren

Epistel
Efes. 3, 13–21
Broeders, ik bid u, dat gij niet de moed verliest om wille van de wederwaardigheden, die ik voor u verduur; want dat is juist een eer voor u. Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heer Jezus Christus, aan Wie alle vaderschap in de hemel en op aarde zijn naam ontleent: Moge Hij overeenkomstig de rijkdom van Zijn glorie u geven: dat gij naar de inwendige mens krachtig wordt gesterkt door Zijn Geest, en dat Christus woont in uw harten door het geloof; opdat gij, aldus geworteld en bevestigd in de liefde, in staat zijt om met alle heiligen de breedte en de lengte, de hoogte en de diepte te begrijpen, en de liefde van Christus te kennen, die alle begrip te boven gaat, om aldus volmaakt te worden naar heel de volheid Gods. Aan Hem nu, Die bij machte is om door de kracht, die in ons werkt, veel meer tot stand te brengen, dan wij kunnen vragen of begrijpen, aan Hem zij de eer in de Kerk en in Christus Jezus tot in alle geslachten van de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Lc. 14, 1–11
In die tijd kwam Jezus op een sabbat in het huis van een der voornaamste farizeeën, om de maaltijd te gebruiken; en zij letten zeer scherp op Hem. En zie, daar stond voor Hem een man, die aan waterzucht leed. En Jezus richtte Zich tot de wetgeleerden en farizeeën met de vraag: Mag men op de sabbat iemand genezen of niet? Maar zij zwegen. Dan legde Hij Zijn hand op hem, genas hem en liet hem heengaan. Maar tot de anderen sprak Hij: Wie van u zal niet zijn ezel of zijn os, die in een put valt, terstond er uit halen, al is het een sabbatdag? En zij wisten niets daartegen in te brengen. Ook hield Hij aan de gasten een gelijkenis voor, omdat Hij bemerkte, hoe zij de eerste plaatsen uitzochten; en Hij sprak tot hen: Als gij ter bruiloft wordt genodigd, neem dan niet de eerste plaats in; want misschien is er iemand genodigd, die voornamer is dan gij; en dan zou hij, die u en hem heeft uitgenodigd, u komen zeggen: Maak plaats voor deze; dan zoudt gij met schaamte de laatste plaats moeten innemen. Maar als gij genodigd zijt, neem dan de laatste plaats; wanneer dan uw gastheer binnenkomt, zal hij tot u zeggen: Vriend, ga hoger op! Dat zal een eer voor u zijn in het oog van al de disgenoten. Want al wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert, zal verheven worden.

Preek
Gedurende de lange reeks zondagen na Pinksteren laat de Kerk ons in haar gebeden steeds opnieuw dezelfde hoofdgedachten overwegen, namelijk hoe het goddelijke heilsplan zich in ons moet verwezenlijken en hoe wij ons christelijk leven moeten beleven.

Om ons dit te verduidelijken kiest zij voor ieder zondag enkele teksten uit de Heilige Schrift uit, die ons misschien vrij algemeen voorkomen, maar die uiterst geschikt zijn om onze christelijke levenshouding te bepalen. Vandaag wijst de lezing van het Evangelie hoofdzakelijk op de noodzaak alle dubbelzinnigheid, alle schijnheiligheid, alle verwaandheid en elke valse trots uit ons leven te weren, om ons met een oprecht en nederig hart aan de dienst van God te wijden, nederig erkennend dat de verwezenlijking van dit christelijke levensprogramma in ons het eigen werk van Gods genade in ons is.

Het is deze genade die zichtbaar wordt in het Evangelie door de genezing van iemand die lijdt aan waterzucht. Maar omdat het een sabbat was, wekte deze genadebemiddeling ontevredenheid op bij de farizeeën, die in de naam van een voorschrift uit de wet aan het hoogste gebod, namelijk dat van de liefde, zouden verzuimen.

In het tweede deel van het Evangelie van vandaag wordt ons door een gelijkenis geleerd in welke gezindheid wij moeten liefhebben, namelijk in eenvoud en nederigheid. Christus Zelf heeft ons daarvan het levende voorbeeld gegeven toen Hij Zich offerde voor onze zonden. Zijn liefde is ook bij ons gebleven door de sacramenten, vooral in het heilig Sacrament des Altaars.

De farizeeën dachten dat zij zichzelf de gerechtigheid zouden kunnen geven door de letter van de wet te volgen. Christus laat ons echter duidelijk zien dat de gerechtigheid ontvangen moet worden, zoals degene die aan waterzucht lijdt zijn gezondheid ontvangt. Wij ontvangen de liefde niet in trots, maar in eenvoud en nederigheid.

Ik moet hierbij denken aan de wijze waarop een katholiek de heilige communie ontvangt. Dat is een uitstekend beeld van de twee geestesgesteldheden die ons vandaag in het Evangelie tegemoet komen. De geknielde ontvangst van de communie op de tong laat de eenvoudige en nederige afhankelijkheid van Gods genade zien en maakt aan een ieder duidelijk dat wij zelf niets vermogen, maar slechts – zoals een klein kind – gevoed kunnen worden. Als wij volledig van deze houding doordrongen zijn, dan kan de goddelijke genade zich ten volle in onze ziel ontplooien.

Daar staat tegenover de trotse houding van de handcommunie, die te vergelijken is met de farizeeër die denkt zichzelf het heil te kunnen geven door de uiterlijke navolging van de wet, maar die geen nederige en eenvoudige afhankelijkheid kent tot de liefde van God.

Beminde gelovigen, oefenen wij dus deze eenvoudige nederigheid, waarin de genade en de liefde van God zo vruchtbaar worden. Stellen wij niet onszelf op de eerste plaats, maar erkennen wij dat wij arme schepselen zijn die volledig afhankelijk zijn van het erbarmen van God. Amen.