Op 1 november viert de Kerk het hoogfeest van Allerheiligen. Dit is een verplichte kerkelijke feestdag. In onze kerk is er om 11.00 uur een gelezen H. Mis en om 19.00 uur een gezongen H. mis.
Op de gedachtenis van Allerzielen (2 november) worden voor de zielenrust van de overleden gelovigen zes H.H. Requiemmissen opgedragen. De tijden zijn als volgt:
11.00 uur: Gelezen H. Requiemmis
11.45 uur: Gelezen H. Requiemmis
12.30 uur: Gelezen H. Requiemmis
15.00 uur: Gelezen H. Requiemmis
15.45 uur: Gelezen H. Requiemmis
19.00 uur: Plechtige gezongen Requiemmis met absoute.
30 oktober 2012
Allerheiligen en Allerzielen
28 oktober 2012
Hoogfeest van onze Heer Jezus Christus, Koning
![]() |
| Het raam met de afbeelding van Christus Koning boven de ingang van onze kerk. |
om te getuigen voor de waarheid.
Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar Mijn stem.
Epistel
Kol. 1, 12–20
Broeders, wij brengen dank aan God de Vader, Die ons waardig heeft gemaakt deel te mogen hebben aan het lot der heiligen, in het volle licht. Hij heeft ons ontrukt aan de macht der duisternis en overgebracht naar het rijk van Zijn beminde Zoon, in Wie wij de verlossing bezitten, de vergiffenis der zonden, door de kracht van Zijn Bloed. Deze is het beeld van de onzichtbare God, geboren vóórdat alles geschapen werd; want in Hem werd alles geschapen, wat in de hemel en op aarde is, het zichtbare en het onzichtbare, tronen zowel als heerschappijen, overheden en machten; alles is door Hem en in Hem geschapen. Zo bestaat Hij vóór allen, en alles bestaat in Hem. Hij is ook het Hoofd van het lichaam, dat wil zeggen van de Kerk. Hij is het begin, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de eerste plaats zou hebben. Want het was besloten, dat in Hem alle volheid zou wonen, en dat Hij vrede zou brengen door het Bloed van Zijn kruis en door Zijn toedoen alles weer met God zou verzoenen, wat op de aarde of wat in de hemel is: in Christus Jezus, onze Heer.
Evangelie
Joh. 18, 33–37
In die tijd zei Pilatus tot Jezus: Zijt Gij de Koning van de joden? Jezus antwoordde: Stelt gij die vraag uit u zelf of hebben anderen u dat van Mij gezegd? Pilatus hernam: Ben ik dan soms een jood? Uw eigen volk en de opperpriesters hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt Gij gedaan? Jezus gaf ten antwoord: Mijn rijk is niet van deze wereld. Als Mijn rijk van deze wereld was, zouden ongetwijfeld Mijn dienaren er voor strijden, dat Ik niet aan de joden werd overgeleverd; maar Mijn rijk is nu eenmaal niet van hier. Toen zei Pilatus tot Hem: Dus Kóning zijt Gij? Jezus antwoordde: Ja, gij zegt het; Kóning ben Ik. Daartoe ben Ik geboren en daartoe juist in de wereld gekomen, om te getuigen voor de waarheid. Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar Mijn stem.
Overweging
Op de laatste zondag in oktober viert de Kerk - althans dat deel van de Kerk dat de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 volgt - de glorie van Christus. Hij is de Koning van de koningen en de Heer van de heren. Over Zichzelf zegt Hij: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde”. Als aan Christus alle macht gegeven is, dan volgt daaruit noodzakelijkerwijs, zo schreef paus Leo XIII, dat Zijn gezag het hoogste moet zijn, absoluut en onafhankelijk van iedereen, zodat geen enkele macht aan Zijn Macht evenwaardig is of daarop lijkt. En daar die macht Hem gegeven is zowel in de hemel als op aarde, moeten hemel en aarde Hem gehoorzamen.
Jezus Christus is koning, Hij is opperheer, aan Hem is alles onderworpen. Daarom is het ook juist dat iedereen aan Zijn woorden, aan Zijn leer en aan Zijn wensen gehoorzaamt. In het licht van een opkomend zelfbeschikkingsrecht van de volkeren en een afnemend respect voor het inzicht dat de overheid door God is ingesteld heeft paus Pius XI het feest van de universele heerschappij van Christus ingesteld.
Wie aan Hem onderdanig is, vindt de vrijheid. Deze vrijheid is een andere vrijheid dan die de wereld ons voorhoudt. De vrijheid die het koningschap van Christus geeft is namelijk te vinden in het beleven van de Waarheid. Alleen die Waarheid verzekert ons van de hoogste en de eigenlijke vrijheid. De afhankelijkheid hierin van God en van Christus en van Zijn heilige katholieke Kerk is geen slavernij, maar de weg naar het zuiverste geluk.
Ieder van ons is van Jezus afhankelijk. Hij is de Redder voor iedereen, Hij is de enige Waarheid. Hij is de Weg door dit leven, en daarom is Hij ook onze Koning. Hoe meer wij inwendig Zijn heerschappij erkennen en aanvaarden, des te meer zal de goddelijke rijkdom van liefde ons vervullen met licht, kracht en geluk. Zijn Rijk – zo bidden wij vandaag in de prefatie van de Mis – is een rijk van waarheid en van leven. Zijn Rijk is een rijk van heiligheid en van genade. Zijn Rijk is een rijk van gerechtigheid en vrede. Deze prefatie is als een program voor ons leven en tegelijkertijd een belofte.
Wie Christus zoekt, zich totaal aan Hem onderwerpt en ook in alles van Hem afhankelijk wil zijn, vindt waarheid en leven. Want hij belijdt Hem als zijn Koning, en de Koning zal hem Zijn gunsten bewijzen. Dit geldt zowel voor de staten en volkeren als voor de individuele mens.
Aan U, o Koning der Eeuwen
Klik hieronder om te luisteren:
Aan U, o Koning der eeuwen,
aan U blijft de zegekroon.
Onsterf'lijk schittert Uw glorie
door alle haat en hoon!
De volkeren verdwijnen,
maar luider klinkt het lied:
De wereldzon blijft schijnen,
haar glanzen sterven niet!
Hoor! Juub'lend naderen d'eeuwen
met psalmen vol hoger gloed,
in brede koren weerklinken
de Koning huld' en groet!
Hoe schateren hun zangen,
langs aard' en luchtgebied:
De Koning aller ere
zij leven, liefd' en lied!
24 oktober 2012
24 oktober: Heilige Raphaël, aartsengel

Sint Raphaël, uw tijding bracht
de herders in de winternacht
het mooiste dat een mens kan horen:
Dat Jezus heden is geboren.
Ach engel, zing mij ’t zelfde woord
als ooit de duivel mij bekoort.
Gabriël Smit
In het bijbelboek Tobit wordt verhaald hoe de aartsengel Raphaël de jonge Tobias begeleidt op zijn weg van Nineve naar Ekbatana. Hij helpt hem bij het vangen van een gevaarlijke vis. Daarnaast bevrijdt hij het meisje Sara van een boze geest. Telkens wanneer zij de huwelijksnacht met een bruidegom doorbracht, bleek deze de volgende ochtend te zijn overleden; dat was haar al zes keer overkomen. Maar Tobias, de zevende bruidegom, bleef door Raphaëls voorzorgen in leven. Uiteindelijk wist de jonge Tobias op aanwijzing van zijn reisgezel Raphaël zijn oude vader Tobit van diens blindheid te genezen met de gal van een gevangen vis. Ongetwijfeld een toespeling op de betekenis van zijn naam: Raphaël = 'God geneest'.
Aan het eind van het verhaal maakt Tobias' reisgezel zich bekend als Raphaël, een van de zeven engelen die voor de heerlijkheid Gods staan. Daar dragen zij de gebeden van de heiligen op tot voor Gods troon.
Paus Benedictus XV stelde zijn feest op 24 oktober. Hij is patroonheilige van artsen, apothekers, verplegend personeel en zieken; van gehuwden (vanwege zijn rol bij de bruid Sara in het boek Tobit); op grond van datzelfde verhaal is hij ook patroon van alle mensen die op reis of onderweg zijn: daar behoren ook toe schippers, pelgrims, emigranten, vakantiegangers, dagjesmensen en spoorwegpersoneel; van mijnwerkers, bergbewoners en dakdekkers; van arme zielen (die hij begeleidt tot voor Gods troon). Hij wordt aangeroepen tegen oogziekten en tegen de pest.
Door zijn rol in het verhaal van de jonge Tobias werd hij ook patroon van opvoeders en ieder die jonge mensen begeleidt op hun weg naar volwassenheid.
21 oktober 2012
Eenentwintigste zondag na Pinksteren
Epistel
Efesiërs 6, 10-17
Broeders: Zoekt uw sterkte in de Heer en in Zijn alvermogende kracht. Trek de wapenrusting Gods aan, om stand te kunnen houden tegen de listige aanvallen van de duivel. Want onze strijd gaat niet tegen vlees en bloed, maar tegen de vorsten en machten en wereldbeheersers der duisternis, tegen de boze geesten in de lucht. Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden op de kwade dag, en in volle uitrusting pal te staan. Houdt u dus gereed, de lendenen omgord met de waarheid, gestoken in het pantser van gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidwilligheid voor het evangelie des vredes; blijft in alle omstandigheden vasthouden het schild des geloofs, waarmede gij alle gloeiende pijlen van de boze vijand kunt doven; neemt daarbij de helm van het heil en het zwaard van de Geest, dat is het Woord Gods.
Evangelie
Mattheüs 18, 23-35
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen deze gelijkenis voor: het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die afrekening wilde houden met zijn dienaren. En toen hij met afrekenen was begonnen, werd er iemand voor hem gebracht, die hem tienduizend talenten schuldig was. Daar hij echter niets had om te betalen, gaf zijn heer bevel het te verkopen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had, en zo ze schuld te voldoen. Maar de dienaar viel voor hem neer, en smeekte: Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen! Toen kreeg de heer medelijden met zijn dienaar, liet hem weer vrij, en schold hem de schuld kwijt. Maar toen deze dienaar wegging, trof hij een van zijn mededienaren , die hem honderd tienlingen schuldig was; en hij greep hem bij de keel, en zeide; Betaal wat gij schuldig zijt! En zijn mededienaar viel neer en smeekte hem: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen! Doch de ander wilde dat niet; maar jij ging heen, en liet hem in de gevangenis werpen tot hij zijn schuld zou betaald hebben. Toen nu zijn mededienaren dat zagen gebeuren, werden zij zeer bedroefd; en zij gingen naar hun heer en deelden hem alles mede, wat er voorgevallen was. Toen liet zijn heer hem roepen, en sprak tot hem: Slechte knecht! Heel uw schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat gij het mij gevraagd hebt; moest gij dan ook geen medelijden hebben met uw medeknecht, zoals ik medelijden heb gehad met u? En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij geheel zijn schuld zou betaald hebben. Zo zal ook Mijn hemelse Vader doen met u, als gij allen niet van harte vergiffenis schenkt aan uw broeder.
20 oktober 2012
Ernstige hinder in bereikbaarheid Agneskerk (update)
Zondag 21 oktober a.s. vindt de marathon van Amsterdam plaats. Het parcours loopt langs onze kerk over de Amstelveenseweg. De bereikbaarheid van de kerk is die dag dan ook bijzonder lastig. Ook het openbaar vervoer wordt namelijk voor een deel stilgelegd.
Met de auto blijft de kerk bereikbaar vanaf de Cornelis Lelylaan en de Overtoom via de A10-West (S106).
Tramlijn 16 rijdt die dag, met extra hoge frequentie, alleen tussen Haarlemmermeerstation en Centraal Station, via de Cornelis Krusemanstraat, De Lairessestraat, Concertgebouwplein, Van Baerlestraat, 1e Constantijn Huijgensstraat, Overtoom, Leidseplein, Kleine-Gartmanplantsoen, Weteringschans, Weteringcircuit en Vijzelstraat.
19 oktober 2012
Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 20 oktober 2012
De Emmanuëlgemeenschap onstond in de jaren '70 van de vorige eeuw. Mevrouw Isabella Wijnberg, lid van Emmanuël en organisator van de Zacheüs-cursus over de sociale leer van de katholieke Kerk, vertelt over het ontstaan en het wezen van deze nieuwe beweging.
Programma
10.00 uur: Heilige Mis
10.45 uur: Koffie en thee in de pastorie
11.00 uur: Bijeenkomst in de zaal van de pastorie
12.30 uur: Einde
Om 12.45 uur wordt in de kerk de Rozenkrans gebeden.
Zie: De website van de academie.
Gelegenheid tot aanbidding: Vandaag tussen 12.00 en 17.00 uur
Ik zeg niets tegen Hem,
ik kijk naar Hem en Hij kijkt naar mij.
Jezus is daar, verborgen,
Hij wacht erop, dat wij Hem komen bezoeken
en Hem onze vragen voorleggen.
Wat is Hij goed!
Hij past Zich aan onze zwakheid aan.
Als Hij Zich met heel Zijn grootheid toonde,
zouden wij Hem niet durven naderen.
H. Johannes Maria Vianney, pastoor van Ars
17 oktober 2012
17 oktober: Heilige Margareta-Maria Alacoque, maagd

Margareta-Maria wordt op 22 juli 1647 geboren in Paray-le-Monial in Frankrijk, als dochter van een rechter en notaris. Wanneer ze acht jaar oud is, sterft haar vader. Margareta gaat naar de kostschool bij de zusters Clarissen. Op 25-jarige leeftijd treedt zij in bij de congregatie van de Visitandinnen. Tijdens haar kloosterleven verschijnt Jezus aan haar.
Op 27 juni 1673 verschijnt Jezus haar met de opdracht iedere eerste vrijdag van de maand te vieren met de heilige communie en een uur waken om deel te nemen aan de gedachtenis van Zijn lijden. Vaak laat Hij Zijn heilig Hart, Maria en andere heiligen aan Margareta zien. Op 16 juni 1675 verschijnt Jezus haar weer als het heilig Hart. Hij vertelt haar: "Ik wil dat de vrijdag, acht dagen na het feest van het heilig Sacrament een feest wordt ter ere van Mijn heilig Hart". Op die dag zullen de mensen ter communie gaan en bidden voor de zonden en de oneerbiedigheid van veel mensen. Jezus belooft aan Margaretha, dat iedereen die het heilig Hart zal vereren, van God bijzondere genaden zal ontvangen.
Zo is langzamerhand het feest van het heilig Hart ontstaan. Steeds vaker krijgt Margareta verschijningen, waardoor haar medezusters haar begonnen te mijden.
In het jaar 1686 wordt er voor de eerste keer het feest van het heilig Hart gevierd. De rest van haar leven heeft Margareta alleen maar gewerkt aan het bevorderen van de eerbied voor het heilig Hart. Ze heeft daar soms veel voor moeten lijden, maar dat heeft ze geduldig verdragen.
Haar biechtvader, de heilige pater Claude de la Colombière S.J., steunde haar in de verbreiding van de godsvrucht tot het heilig Hart van Jezus. In de loop der eeuwen hebben de jezuïeten de verering van Jezus' heilig Hart altijd hoog in het vaandel gehad. In 1765 is deze verering officieel goedgekeurd en algemeen verbreid en door de pausen in het bijzonder aanbevolen.
Op 16 oktober van het jaar 1690 is Margareta-Maria gestorven. Zij heeft veel brieven nagelaten. In 1920 wordt ze door paus Benedictus XV heilig verklaard en in 1929 heeft paus Pius XI het feest van het heilig Hart officieel uitgeroepen tot feest voor de gehele Kerk.
15 oktober 2012
15 oktober: Heilige Teresia, maagd en Kerklerares
Teresia werd geboren op 28 maart 1515 in de Spaanse vestingstad Avila. Haar volledige naam was Teresa Sanchez Cepeda Davila y Ahumada. Ze was een zeer begaafd kind met een vurig geloof. Zo wilde ze naar Noord-Afrika om daar als martelaar te sterven. Op 18-jarige leeftijd trad ze in de Orde van O.L. Vrouw van de Karmel in het klooster van de Menswording in Avila.
Na een mystieke ervaring van het Lijden van Christus stichtte ze ondanks veel tegenwerking in 1562 het Sint-Jozefklooster te Avila. Daar begon de hervorming van de Karmelorde. Doel van de hervorming was de ontwikkeling van een spiritualiteit die zij de Weg van de Volmaaktheid noemde.
Vanaf 1567 breidde de nieuwe beweging zich zeer snel uit, ook dankzij Teresia's geestverwant Johannes van het Kruis. Deze mysticus hervormde de karmelietenkloosters. Teresia had een druk leven van afmattende reizen van het ene klooster naar het andere. Tussendoor bad ze vaak in eenzaamheid. Ze zocht God in het binnenste van haar hart. Hierover schreef ze in opdracht van haar biechtvaders het indrukwekkende boek 'Castillio interior' (‘De innerlijke burcht’). Daarin vergeleek ze de ziel met een kasteel. In het centrale vertrek woont God, maar de duivel houdt de mens in de buitenste vertrekken. Alleen de zuivere ziel kan met God contact maken. In haar autobiografie spreekt Teresia van een mystieke doorboring van haar ziel. Daarbij bracht de liefde van God haar in extase.
Teresia overleed te Alba de Tormes op 4 oktober 1582, de laatste dag van de Juliaanse kalender. De volgende dag was het de 15e oktober van de Gregoriaanse kalender, vandaar dat op die dag haar gedachtenis wordt gevierd.
Paus Gregorius XV verklaarde Teresia heilig in 1622 samen met Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius, Isidorus en Philippus Neri. In 1617 riep het Spaanse parlement haar uit tot Patrones van Spanje. Paus Paulus VI verleende haar in 1970 de titel van Kerklerares.
In Alba de Tormes worden haar hart en rechterarm bewaard en vereerd. Teresia is patrones van Spanje, tegen lichamelijke ziekten en hoofdpijn, van kantmakers en -werkers, van religieuzen, van zieken en van mensen die vanwege hun vroomheid belachelijk worden gemaakt.
14 oktober 2012
Twintigste zondag na Pinksteren
![]() |
| Het Laatste Oordeel (Fra Angelico) |
Epistel
Efesiërs 5, 15–21
Broeders, zorgt ervoor dat gij met alle omzichtigheid uw levenswandel inricht; niet als onverstandigen, maar als wijze mensen, die de tijd benutten; want het zijn kwade dagen. Weest daarom niet kortzichtig, maar toont begrip voor de wil van God. Bedrinkt u niet aan wijn; want daaruit volgt losbandigheid; maar vervult u met de Heilige Geest, en spreekt onder elkander in psalmen en lofgezangen en geestelijke liederen, terwijl gij de Heer lofzingt in uw harten; en brengt zonder ophouden voor alles dank aan onze God en Vader in de Naam van onze Heer Jezus Christus. Weest aan elkander onderdanig in de vreze van Christus.
Evangelie
Johannes 4, 46–53
In die tijd was er een zekere hofbeambte, wiens zoon ziek lag te Kafarnaüm. Toen hij hoorde, dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen, ging hij naar Hem toe, en verzocht Hem om zijn zoon te komen genezen; want deze lag op sterven. Jezus nu sprak tot hem: “Als gij geen tekenen en wonderen ziet, gelooft gij niet”. De hofbeambte zeide tot Hem: “Heer, kom toch, vóórdat mijn zoon sterft!” Jezus sprak tot hem: “Ga heen, uw zoon is weer beter!” De man geloofde het woord, dat Jezus tot hem sprak, en ging heen. Toen hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem tegemoet en berichtten hem, dat zijn zoon weer beter was. Hij vroeg hun dan naar het uur, waarop de beterschap was ingetreden. En zij antwoordden hem: “Gisteren in het zevende uur heft de koorts hem verlaten.” Toen bemerkte de vader, dat dit juist het uur was, waarop Jezus tot hem zeide: “Uw zoon is weer beter.” En hij aanvaardde het geloof, hij zelf en geheel zijn huisgezin.
Overweging
De woorden van Jezus tot de hofbeambte wekken misschien onze verbazing. Een vader, wiens zoon doodziek is, komt en vraagt om genezing. En dan wordt hij zo hard aangepakt: “Als gij geen tekenen en wonderen aanschouwt, gelooft gij niet!” In plaats van medelijden krijgt de vader van het stervende kind een soort verwijt. Dit verwijt was echter in het algemeen bedoeld en duidde op het gebrek aan geloof dat Jezus overal ontmoette. Zeker was het geloof van de hofbeambte niet volmaakt, want hij meent dat Jezus persoonlijk aanwezig moet zijn om zijn kind te kunnen genezen.
Nu Hij de hofbeambte aantreft die, zonder begrip te tonen voor de eigenlijke zending van Jezus, Hem een louter persoonlijke gunst vraagt en op een wijze die de onvolmaaktheid van zijn geloof in een helder licht stelt, ziet Hij in deze man het type, een categorie uit het joodse volk, met zijn aardse instelling. Het is precies deze mentaliteit, die de ogen van de joden zal sluiten voor het geestelijke karakter van Jezus' zending en het conflict tussen Hem en Zijn volk veroorzaakt. “Als gij (meervoud!) geen wonderen ziet, gelooft gij niet.”
Onze Zaligmaker is gekomen om een geloof te wekken dat niet op wonderen en tekenen gebaseerd is, maar dat zich rechtstreeks richt op Zijn goddelijke Persoon. “Zalig zijn zij die niet gezien en toch geloofd hebben.” (Joh. 20, 29). Geloven zonder tekenen te zien, zonder wonderen, alleen op het woord van Christus, dat is wat Hij van ons verlangt. Dit is wat Christus van zijn geliefde uitverkorenen eist: een volmaakt geloof. Een vaste houding van de ziel, gericht op het woord, die wonderen noch gebedsverhoringen nodig heeft. Ons geloof mag niet op onze eigen belangen en noden gebaseerd zijn, maar alleen op God, Die wij door ons leven moeten verheerlijken.
Christus vraagt het geloof in de eerste plaats van degenen die zich tot Hem richten. En Hij vraagt een volmaakt geloof, dat alleen op Zijn woord bouwt. Dat wil niet zeggen dat wij geen wonderen of tekenen mogen vragen. Maar ons geloof mag er niet van afhangen. Wie onvolmaakt gelooft, zal zich van zijn verhouding tot God willen bedienen om bepaalde gunsten te verkrijgen. En als hij meent dat zijn gebed niet verhoord wordt, zal zijn geloof nog zwakker worden. De ware leerling van Christus wankelt nooit. Zijn geloof in God groeit door alles heen en vindt gelijkelijk voedsel in succes en mislukking. Vasthouden aan God, soms tegen alle hoop in, maar alleen omdat Hij ons nooit in steek laat, is in werkelijkheid het voortdurende wonder van Gods liefde, dat alles overtreft.
13 oktober 2012
13 oktober: Heilige Eduardus, koning en belijder
Eduardus werd geboren in het jaar 1003 in Oxford, Engeland, als zoon van koning Ethelred II en koningin Emma. Nadat koning Ethelred door een Deense invasie was onttroond, werden Edward en zijn broer Alfred weggevoerd naar Denemarken om daar te worden gedood. De Deense officier die met die taak werd belast ontfermde zich echter over de jongens en stuurde ze naar Zweden. Vanuit dat land werden ze overgebracht naar Hongarije en kwamen daar onder hoede van de koning.
Eenmaal volwassen geworden verhuisden de broers naar Normandië en wachtten op een kans om terug te keren naar Engeland. In 1035 probeerden Edward en Alfred de kroon van Engeland te heroveren, maar dat mislukte. Alfred werd gedood en Edward keerde terug naar Normandië. In 1042 ging hij opnieuw naar Engeland en werd toen bij acclamatie tot koning gekozen. Hij besteeg de troon op 3 april van dat jaar. Edward stond bekend als een rechtvaardige en waardige koning. Hij genoot veel steun bij het volk.
Tijdens zijn bewind sloeg Edward menig invasie af, hij droeg bij aan het herstel van de monarchie in Schotland, hij schafte onrechtvaardige belastingen af, en hij stond bekend om zijn vrijgevigheid aan armen en vreemdelingen en om zijn vroomheid en liefde tot God.
Om het volk te behagen trouwde hij met Godwina, dochter van de graaf van Wessex, maar het koningspaar leidde een leven in onthouding. Hij zou de gave van genezing door aanraking hebben gehad.
Hij bouwde vele kerken, waaronder de beroemde Westminster Abbey.
Op 5 januari 1066 stierf hij door een natuurlijke dood. In 1161 werd hij heilig verklaard door paus Alexander III. Hij is patroon van kinderloze echtparen, van de Britse koninklijke familie, van koningen, en van gescheiden echtgenoten. Hij is een van de patronen van Engeland.
Eduardus wordt vaak afgebeeld terwijl hij een melaatse geneest, met een zieke man op zijn schouders of als oudere koning die een ring geeft aan de apostel Johannes die vermomd is als bedelaar. De laatste afbeelding stoelt op een verhaal dat vertelt over koning Edward die een ring schonk aan een bedelaar in de buurt van Westminster Abbey. Enkele jaren later troffen enkele pelgrims uit Engeland in het Heilig Land een oude man die zich uitgaf voor de apostel Johannes. Hij gaf hun de ring mee met de opdracht deze aan koning Edward terug te geven met de mededeling dat hij binnen zes maanden zou sterven. En zo geschiedde het.
11 oktober 2012
11 oktober: Moederschap van de heilige maagd Maria, feest
Salve Mater Misericordiae
Refrein:
Salve Mater misericordiae, Mater Dei et Mater veniae, Mater spei et Mater gratiae, Mater plena Sanctae Letitiae, O Maria!
Salve decus humani generis. Salve Virgo dignior ceteris, quae virgines omnes transgrederis et altius sedes in superis. O Maria!
Salve felix Virgo puerpera: Nam qui sedet in Patris dextera, Caelum regens, terram et aethera, Intra tua se clasit viscera. O Maria!
Esto, Mater, nostrum solatium: Nostrum esto, tu Virgo, guadium, et nos tandem post hoc exsilium, Laetos juge choris caelestium. O Maria!
10 oktober 2012
10 oktober: Onze Lieve Vrouw, Sterre der Zee
| Het genadebeeld van de Sterre der Zee in de Onze Lieve Vrouwebasiliek in Maastricht. Foto: (c) Sint-Agneskerk, Amsterdam |
O reinste der scheps'len, o Moeder en Maagd,
Gij, die in uw armen het Jezuskind draagt
Maria, aanhoor onze vurige bêe
Geleid ons door 't leven, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
Geleid ons door 't leven, o Sterre der zee
Bedreigen ons noodweer of storm op onz' baan
Is 't scheepj' onzer ziel in gevaar te vergaan
Bedaar, o Maria, de storm op uw bêe
Stort hoop ons in 't harte, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
stort hoop ons in 't harte, o Sterre der zee
Maria, als gij onze schreden geleidt
Schenkt gij ons uw licht en uw zegen altijd
Dan landen wij veilig ter hemelse rêe
En danken u eeuwig, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
en danken u eeuwig, o Sterre der zee
(Zie video in de rechterkolom op deze website.)
Gebed tot de Sterre der Zee
O Maria, Sterre der Zee, zie mij hier neergeknield voor uw genadetroon, waar reeds ontelbare minnaren van uw moederhart de grootste gunsten door u hebben ontvangen; waar gij voor de bedroefden troost, voor de noodlijdenden hulp, voor de zieken genezing, voor de zondaars vergiffenis verkrijgt.
O liefste Moeder, ik kom thans tot u met het grootste vertrouwen. De menigvuldige wonderen die hier op uw voorspraak geschied zijn, vervullen mij, ellendige zondaar, met de zoetste hoop, dat gij, Moeder van barmhartigheid, ook mijn bede zult verhoren. Ja, ik smeek en bid u, o zoetste Moeder, o genaderijke Sterre der Zee, laat mij van hier niet weggaan zonder verhoord te zijn. Gij kunt mij helpen, gij zijt immers de machtigste na God; gij wilt mij helpen, omdat gij zo vol liefde zijt voor al uw kinderen. Herinner u, o goedertierenste Maagd, dat het nooit gehoord is, dat iemand die vertrouwvol tot u zijn toevlucht nam, door u verlaten is; zou ik dan de eerste ongelukkige zijn, die gij onverhoord van u liet heengaan? Neen, neen, o goede Moeder, op deze heilige plaats zult gij, door uw alvermogende voorspraak, mij hulp in mijn nood en troost in mijn lijden verwerven. Amen.
8 oktober 2012
Van de parochie-administrator: FSSP-regio Benelux opgeheven
Beminde gelovigen,
Er ligt een drukke zomer achter ons. De zomertijd is voor uw priesters geen gemakkelijke tijd geweest door de verplaatsingen die nodig waren vanwege het generaal kapittel van onze broederschap. Vooral pater Schijffelen heeft op veel plaatsen vervangende diensten aangeboden, en ik heb zo goed mogelijk geprobeerd om in Amsterdam de pastorale praktijk waar te nemen.
Veel van onze oudere gelovigen zijn vanwege hun teruglopende gezondheid bediend of zij hebben van een priester de ziekencommunie ontvangen. Daardoor kon de kerk niet altijd op de gebruikelijke tijdstippen geopend blijven en was er niet altijd een priester aanwezig.
Door het generaal kapittel van de priesterbroederschap Sint Petrus is het besluit genomen om de regio Benelux op te heffen. Het apostolaat in Amsterdam, en op andere plaatsen in Nederland, ressorteert nu onder de Duitse overste die in Wigratzbad (Beieren) verblijft. Voor de dagelijkse pastorale werkzaamheden heeft dit weinig gevolgen, maar organisatorisch gaat er wel het een en ander veranderen, ook met betrekking tot de Agneskerk. Allerlei informatie moet voor de nieuwe overste toegankelijk worden gemaakt om het hem mogelijk te maken de juiste beslissingen te nemen.
Er is reeds veel gebeden en veel gegeven voor onze kerk, en toch is dat nog maar een begin. Laten wij in oktober, de maand die in het bijzonder is toegewijd aan de maagdelijke moeder Maria, ook haar voorspraak afsmeken, samen met die van haar kuise bruidegom, die wij gedurende een jaar vereren met een reeks van novenen. Blijven wij God bidden om te zegenen wat reeds zoveel zegeningen heeft gebracht aan de gelovigen en aan de Kerk, door roepingen en een leven in genade.
Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie
7 oktober 2012
Negentiende zondag na Pinksteren
![]() |
| Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren. |
Epistel
Efes. 4, 23–28
Broeders, vernieuwt u zelf wat uw geestelijke gesteltenis betreft, en bekleedt u met de nieuwe mens, naar Gods beeld geschapen in gerechtigheid en heiligheid, die voortvloeit uit de waarheid. Daarom moet gij de leugen afleggen en ieder tegenover zijn evenmens de waarheid spreken; want wij zijn ledematen ten opzichte van elkander. Als gij toornig wordt, zondigt dan niet; laat de zon over uw gramschap niet ondergaan. Geeft de duivel geen kans. Wie een dief was, moet zorgen voortaan niet meer te stelen; laat hij liever werken en met eigen handen nuttige arbeid verrichten, om zo iets te hebben, dat hij kan geven aan iemand, die gebrek lijdt.
Evangelie
Mt. 22, 1–14
In die tijd richtte Jezus Zich in gelijkenissen tot de opperpriesters en farizeeën, en sprak: Het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die een bruiloftsmaal aanrichtte voor zijn zoon. En hij zond zijn dienaren uit, om de genodigden ter bruiloft te roepen, maar zij wilden niet komen. Opnieuw zond hij andere dienaren met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Ziet, mijn gastmaal staat gereed, mijn ossen en mestvee zijn geslacht, en alles is klaar; komt nu ter bruiloft! Maar zij stoorden zich er niet aan, en gingen heen, de een naar zijn landgoed, de ander naar zijn zaken; en weer anderen grepen zijn dienaren vast, mishandelden hen en bracht hen om het leven. Toen de koning dit hoorde, ontstak hij in toorn; hij zond zijn legers, verdelgde de moordenaars, en stak hun stad in brand. Vervolgens zei hij tot zijn dienaren: Het bruiloftsmaal is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten van de wegen, en roept allen ter bruiloft, die gij daar vindt! En zijn dienaren gingen heen naar de wegen, en brachten allen, die zij vonden, bijeen, slechten zowel als goeden; en de bruiloftszaal werd met gasten gevuld. Toen nu de koning binnentrad om de gasten te zien, bemerkte hij er één zonder bruiloftskleed aan. En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed aan? Maar de ander stond sprakeloos. Toen zei de koning tot zijn dienaren: Bindt hem handen en voeten, en werpt hem naar buiten in de duisternis: daar zal geween zijn en geknars der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
Overweging
Zij, die het eerst op het bruiloftsmaal werden verwacht, hebben de stem van God, die hen riep, niet herkend, omdat zij te diep verwikkeld waren in alle mogelijke aardse aangelegenheden en beslommeringen. Dit gevaar bestond niet alleen toen voor hen, maar dat bestaat ook vandaag nog voor ons. Juist daarom vraagt de Kerk in het openingsgebed en in het slotgebed voor ons dat God ons mag verlossen uit de lichamelijke en geestelijke banden – dat is onze neiging tot de zonde – en ons de nodige vrijheid schenkt om ons te wijden aan het volbrengen van Zijn Wil die Hij ons heeft geopenbaard toen Hij ons door het doopsel riep tot het bruiloftsmaal dat het eeuwig leven is.
5 oktober 2012
Heilige Maria Faustina Kowalska

Op 25 augustus 1905 wordt in het Poolse dorpje Glogowiec een meisje geboren: Helena Kowalska. Op 20-jarige leeftijd treedt ze in bij de zusters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid in Warschau. Ze krijgt de kloosternaam Maria Faustina (‘begunstigde’). Al heel vroeg heeft ze bovennatuurlijke ontmoetingen. Jezus Zelf geeft haar aanwijzingen wat ze moet doen. Twijfel, angst en verwijten van haar medezusters achtervolgen haar als Jezus haar opdraagt de devotie van de goddelijke Barmhartigheid openlijk te verspreiden. Opvallend is haar grote gehoorzaamheid aan haar oversten en aan haar biechtvader, zoals Jezus dat van haar verlangt.
Vanaf 1933 lijdt ze aan tuberculose, met heftige pijnen. Daarnaast lijdt zuster Faustina onbeschrijflijke geestelijke pijnen door onzichtbare stigmata, Godverlatenheid en het verdriet om de zondaars, maar toch kent ze een diepe, innerlijke vreugde. Ze weet dat de prijs van haar liefde het lijden is. Ze wil alles doen om zielen te redden. En Jezus laat haar lijden, bijna 13 jaar in het klooster. Op 5 oktober 1938 sterft zuster Faustina, 33 jaar oud, net zo oud als haar goddelijke Vriend. 5 oktober is ook de dag waarop haar gedachtenis (Novus ordo) wordt gevierd.
In 1965 leidt de Poolse aartsbisschop Karol Wojtyla het zaligverklaringsproces in. Op de eerste zondag na Pasen in 1993 verklaart hij als paus Johannes Paulus II haar zalig en in het heilig jaar 2000, op de zondag van de goddelijke Barmhartigheid, verklaart hij haar heilig.
Uit haar dagboek komt naar voren hoe graag Jezus wil dat de mensen in de hemel komen. Geen mens, hoe groot zijn zonden ook zijn, hoeft verloren te gaan. God wil de dood van de zondaar niet. Het enige dat wij hoeven te doen is ons vol vertrouwen, en berouwvol, aan Zijn eindeloze Barmhartigheid over te geven.
Bij Zijn eerste verschijning aan zuster Faustina geeft Jezus haar de opdracht: "Schilder een afbeelding die overeenkomt met het voorbeeld dat je ziet, met het onderschrift: Jezus, ik vertrouw op U. Ik wil dat deze afbeelding vereerd wordt, eerst in jouw kapel en daarna over de hele wereld. Ik beloof je dat de ziel die deze afbeelding zal vereren, niet verloren zal gaan."
Jezus heeft aan zuster Faustina gezegd dat Hij wil dat op de zondag na Pasen het feest van de goddelijke Barmhartigheid wordt gevierd: "Op die dag staan de diepste diepten van Mijn tedere barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van Mijn barmhartigheid naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de heilige communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de hemel, waardoor de genade vloeit, open."
2 oktober 2012
Marialof in de maand oktober
Gedurende de maand oktober zal de dagelijkse heilige Mis op dinsdag tot en met vrijdag worden gevolgd door een Marialof. De maand oktober dankt de naam Rozenkransmaand aan het feest van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans dat op 7 oktober gevierd wordt (dit jaar als commemoratie op de negentiende zondag na Pinksteren).
Veel pausen hebben de gelovigen aangespoord tot het bidden van de Rozenkrans. Paus Leo XIII heeft er zelfs negen encyclieken aan besteed. Maria zelf heeft bij al haar verschijningen het belang van de Rozenkrans onderstreept.
Op het eerste gezicht lijkt de Rozenkrans een Mariaal gebed, maar in feite is het – door het overwegen van de geheimen – een gebed dat volledig op Christus is gericht.
Op zaterdag en zondag wordt op de gebruikelijke tijden de Rozenkrans gebeden.
2 oktober: Heilige Engelbewaarders

"Zie, Ik zend Mijn engel voor u uit om u onderweg te beschermen en u te brengen naar de plaats die Ik heb vastgesteld. Heb aandacht voor hem en luister naar zijn woord." (Ex. 23,2)
"Hoedt u ervoor een van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van Mijn Vader Die in de hemel is." (Mt. 18, 10)
Op deze dag eert de Kerk de engelen die van God de opdracht hebben gekregen om de mens te beschermen tegen het kwaad. Engelen zijn volgens Schrift en Traditie onsterfelijke en persoonlijke schepselen. Engelen beschikken over intelligentie en een vrije wil; zij zijn van puur geestelijke aard. Met heel hun wezen zijn zij dienaren en boodschappers van God. Doordat zij God zien zoals Hij is, kennen ze ook Zijn wil en voeren deze uit.
Over de beschermengelen zegt de Katechismus: "Vanaf de kinderjaren tot de dood is het menselijk leven omringd door de bescherming en voorspraak van engelen. Iedere gelovige wordt terzijde gestaan door een engel om hem als hoeder en herder naar het leven te leiden."
Als wij vol deemoed de engelen aanroepen erkennen wij Gods heerlijkheid. Zij staan voor God en loven Hem onophoudelijk.
Van oudsher wordt de engelbewaarder bij het ochtend- en het avondgebed aangeroepen:
Engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie de goddelijke Goedheid mij heeft toevertrouwd: verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij. Amen.










