Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 maart 2017, onder voorbehoud van wijzigingen.

Doe mee aan actie Kerkbalans: stort uw bijdrage op bankrekening NL48 ABNA 0589 9700 89 t.n.v. R.-k. parochie H. Jozef

28 maart 2015

Zomertijd

Vannacht om 2.00 uur gaat de zomertijd in. Dat betekent dat de klok één uur vooruit wordt gezet.

De zondagse Hoogmis in onze kerk - deze zondag met palmwijding, processie en gezongen Passie - begint om 11.00 uur (zomertijd), voorafgegaan door het Rozenkransgebed om 10.30 uur (zomertijd).

26 maart 2015

De voorbereiding op een goede biecht



Het gewetensonderzoek

Om de Heer vergeving te kunnen vragen voor onze zonden, moeten wij eerst ons geweten onderzoeken om de fouten te ontdekken waardoor wij Hem beledigd hebben. Hier kan geen algemene regel voor worden gegeven. De een biecht elke week, de ander spreekt enkel de verplichte Paasbiecht. De een is nog een kind, de ander een volwassene. De een is getrouwd, de ander ongetrouwd. We hebben niet allen dezelfde beroepsplichten of plichten van staat, maar wij zijn allen verplicht om dezelfde geboden te onderhouden, hoezeer onze levensomstandigheden ook verschillen. De enige voor alle gevallen toepasselijke aanwijzing lijkt dan ook deze: ieder moet aan zijn gewetensonderzoek de nodige tijd besteden om de bedreven zonden in te zien en ze in de biecht te kunnen belijden.

Om dit onderzoek goed te doen, is het passend dat wij ons aanbevelen bij de heilige maagd Maria en onze Engelbewaarder, opdat zij van de Heilige Geest voor ons het licht verkrijgen, dat onze fouten ons niet ongemerkt ontschieten, opdat we ze min of meer bewust zouden verdoezelen. Als wij echt verlangen dat de biecht ons geestelijk leven bevordert en de liefde Gods in ons doet groeien, dan is het onontbeerlijk dat wij ons geweten onderzoeken met evenveel zorgvuldigheid als wij ons voor andere belangrijke zaken inzetten.

Sommigen menen dat zij hun fouten niet kunnen ontdekken. In de meeste gevallen hebben ze gelijk, omdat zij ze niet meer kunnen zien, hoewel ze in het oog springen, dat komt omdat zij zo gewoon geraakt zijn aan zondige handelwijzen. Als wij ons geweten onderzoeken, mogen wij ons daarom niet beperken tot een oppervlakkige blik op onze handelingen. Wij moeten er de tijd voor nemen die nodig is om de misstappen te vinden die sleur geworden zijn en die ten slotte onze ziel dodelijk gaan schaden.

De lauwheid, de nalatigheid bij het vervullen van de plichten van staat, het lichtvaardig woordgebruik, de min of meer juiste beoordeling van andermans gebreken, wat we voor de naaste zouden moeten doen maar niet doen, de leugen, het zich niet houden aan het gegeven woord, het niet altijd onberispelijk gedrag bij het vermaak en de relaties met gezin en maatschappij, de vrijwillige verstrooiing tijdens de heilige Mis of gebed, de slapheid in het geestelijk leven, de weerstand tegen de genade Gods die bepaalde daden van deugd van ons vraagt enz. - die zouden onze aandacht moeten hebben en het voorwerp moeten zijn van een oprechte beschuldiging, vol berouw, in het sacrament van de biecht. Op die manier kunnen wij, door Gods genade gezuiverd, elke dag een stukje verder komen op de weg van de persoonlijke heiligheid, waartoe de Heer ons roept.


Het berouw

Om de vriendschap met God, die wij door de zonde verloren hebben, opnieuw te verwerven, is het berouw onontbeerlijk. Maar het berouw of het hartenleed moet niet worden opgevat als iets gevoeligs dat ons de tranen in de ogen brengt. Door zo'n opvatting zouden we, als we niet tot tranen toe geroerd zijn, kunnen gaan denken dat we niet voldeden aan een noodzakelijke voorwaarde voor het ontvangen van het biechtsacrament. Dat zou een jammerlijke vergissing zijn.

Sommigen menen dat het berouw zo iets is als de afschuw die een kind heftig de taartjes doet afwijzen, nadat het er ziek van geworden is. Er zijn immers gevallen waarin wij, na God beledigd te hebben, geen afschuw van de zonde in ons voelen opkomen, terwijl we het toch echt zouden wensen. Erger nog: na de zonde bedreven te hebben, gevoelen wij een nog sterkere neiging om te hervallen, want onze krachten om het goede te doen, verzwakken in zekere zin. Het leed om de zonde blijkt niet uit het feit dat deze, welke ze ook zijn, ons niet meer aantrekken, maar uit de vastbeslotenheid waarmee onze wil ze verafschuwt. Wie berouw heeft, zegt: Ik wou dat ik dat niet gedaan had. Wil het berouw geldig zijn, dan moet het bovendien in het bovennatuurlijk leven wortelen, want anders zou het in het natuurlijk vlak blijven steken, een heel ander dan dat van het leven van de genade. Dan zou de genade ons niet kunnen bereiken. Daarom moet het berouw op de een of andere wijze betrokken zijn op de Heer. Als het ten slotte niet op God gericht was, dan zou het berouw ons niet dichter brengen bij Hem die ons de vergeving schenkt. Wij zouden ons opsluiten binnen de enge grenzen van onze persoonlijke armoede, absoluut niet in staat de genade te verkrijgen die wij toch zozeer behoeven.

De motieven voor het berouw over onze zonden zijn vele, maar niet alle brengen ze ons in de gesteldheid om de genade te ontvangen door de biecht. Het is goed die motieven na te gaan, om niet in een dwaling te vervallen die God beledigt door een valse spijt, waardoor wij nog verder van Hem verwijderd zouden raken.

Er zijn drie soorten van spijt over de zonden. De eerste is die uit liefde. Die komt uit het hart: "de spijt uit liefde, omdat Hij goed is, omdat Hij onze vriend is en zijn leven voor ons gegeven heeft, omdat al het goede dat wij bezitten, van Hem is, omdat wij Hem beledigd hebt... omdat Hij ons vergiffenis heeft geschonken. ”Ween, mijn zoon, van verdriet, omdat je Hem bemint”. De tweede soort van spijt is die van vrees. Die komt voort uit de angst voor de rechtvaardige straf die we door onze zonden in het andere leven zouden verdienen. Die spijt is niet zo volmaakt en ook niet zo onzelfzuchtig als de vorige. Maar omdat dit toch gericht is op de Heer (ook ontstaat het contact door vrees), is ze voldoende om de genade van de vergiffenis te verkrijgen. Ten slotte is er een derde vorm van spijt, die met het bovennatuurlijk leven niets te maken heeft. Men zou die kunnen noemen: de spijt uit hoogmoed, omdat ze noch uit liefde tot God, noch uit vrees voor Hem voortkomt. Integendeel, ze komt voort uit de eigenliefde die zich bij het zien van de eigen onvolmaaktheid gekwetst voelt. Als wij deze teleurstelling over onszelf niet afwijzen, komen wij van kwaad tot erger. Trots blokkeert de weg terug naar God, want met zulk een spijt kunnen we niet waardig gaan biechten; ze verraadt een gesteltenis die niet Gods vergeving zoekt, maar zichzelf; trots is een ongeordend verlangen naar volmaaktheid.


Voornemen om zich te beteren

De spijt over onze fouten zou niet oprecht zijn zonder het voornemen ze niet opnieuw te bedrijven. Het moet duidelijk zijn dat er voor de goede en geldige biecht een essentiële voorwaarde bestaat: het voornemen om zich te beteren. Dit bestaat juist in het besluit van de wil niet opnieuw te zondigen. Maar dit besluit houdt niet de zekerheid in dat het inderdaad wordt uitgevoerd. Om goed te biechten is het echter niet noodzakelijk, de zekerheid te hebben dat men de Heer niet meer zal beledigen. Wel moet men bereid zijn de passende middelen te gebruiken om niet te hervallen.

Ons allen, zonder uitzondering, kan het overkomen dat we opnieuw zondigen, maar de vrees voor nieuwe fouten in de toekomst mag ons niet afhouden van het sacrament van de biecht, evenmin als de herstellende zieke de medicijnen achterwege mag laten.

Als de H. Petrus de Heer vraagt, hoe vaak hij moet vergeven, oppert hij als het toppunt van edelmoedigheid: "Zeven keer? En Jezus antwoordt hem: "Nee, Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal." God zegt ons dit, omdat ook Hij bereid is ons telkens te vergeven, als wij Hem er in de vereiste gesteltenis om vragen. Die vereiste gesteltenis is bewust. Wie niet wil hervallen, weet het, omdat hij vastbesloten is de gelegenheden tot zondigen te vermijden, dat is die omstandigheden in het leven die voor ons een gevaar zijn God opnieuw te beledigen. Wie blijft omgaan met vrienden van wie hij weet dat ze hem de genade Gods weer doen verliezen, vermijdt de naaste gelegenheid tot zondigen niet. Wie blijft doen wat hem de wet van de Heer deed vergeten, vermijdt de gelegenheid tot zondigen niet. Wie vertoningen bijwoont waarvan hij weet dat ze hem kwaad doen, vermijdt de naaste gelegenheid tot zondigen niet, evenmin als hij die blijft doorlezen in een boek dat bij hem slechte gedachten opwekt, waaraan hij gemakkelijk toegeeft. Misleiden wij onszelf niet: wie met de zonde wil breken, wendt ook de daartoe geëigende middelen aan. Een zieke die gezond wil worden, neemt zijn medicijnen in en volgt het dieet van de dokter. Doet hij dit niet, dan kan men niet zeggen dat hij weer echt gezond wil worden. "Maar ik wil niet zondigen, ik ben alleen maar zwak." Akkoord. Juist omdat wij zwak zijn, zijn we speciaal verplicht om de gelegenheid tot zondigen te vermijden.

Een eerlijk voornemen blijkt alleen uit de bereidheid om positief iets te gaan doen wat onze zwakheid sterk maakt. De middelen daartoe zijn: het gebed - "Bid om niet in de bekoring te gaan”, het dikwijls ontvangen van de H. Communie, en de devotie tot de H. Maagd. Hoe toch kunnen wij de bekoringen van zinnelijkheid, luiheid, egoïsme enz. overwinnen, als we niet onze toevlucht nemen tot de Heer en zijn Moeder, om van hen de noodzakelijke kracht te krijgen?

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

24 maart 2015

Gast op de pastorie

Eind maart/begin april zal pater Anselm Gribbin O.Praem. (foto), priester-monnik van de Vlaamse Norbertijnenabdij in Tongerlo, gedurende drie weken op de pastorie verblijven. In die periode zal pater Gribbin ook medewerking verlenen aan het pastoraat in onze parochie.

20 maart 2015

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 21 maart 2015

De lezing op zaterdag 21 maart wordt gehouden door dr Leo Meulenberg, emeritus hoogleraar kerkgeschiedenis in Nijmegen en auteur van ‘Meesters in Spiritualiteit’. Het onderwerp is ‘Baron Friedrich von Hügel, een gelovige in het spanningsveld van het modernisme’.

De lezing begint rond 11.00 uur in de grote zaal van de pastorie. Voorafgaand wordt er in de kerk om 10.00 uur een gelezen H. Mis opgedragen.

Zie: De website van de academie.

11 maart 2015

Vasten voor ontvangst van de heilige communie

De Kerk schrijft aan de gelovigen onder meer voor dat zij minimaal één uur nuchter moeten zijn voor het ontvangen van de heilige communie. Dat wordt ook wel eucharistisch vasten genoemd. In de praktijk betekent dit dat wie niets meer eet of drinkt vanaf het moment dat hij/zij de kerk voor het bijwonen van de heilige Mis betreedt aan deze kerkelijke verplichting voldaan heeft.

Tot de jaren ’50 van de twintigste eeuw gold de regel dat er vanaf middernacht gevast moest worden. Paus Pius XII wijzigde dat naar een periode van drie uur. De huidige praktijk van één uur onthouding van eten en drinken kan nauwelijks nog vasten genoemd worden. Vasten moet een beetje pijn doen, het is een offer dat we opdragen voor de Heer Die we gaan ontvangen. Voor wie geen lichamelijke beperkingen heeft, zou het een mooie uiting van liefde voor de Heer zijn om zich vrijwillig ten minste drie uur te onthouden van eten en drinken voor ontvangst van de heilige communie.

5 maart 2015

Vastenactie 2015

Het FSSP-seminarie in Wigratzbad (D).

Vier jaar geleden hebben we met onze vastenactie een bijdrage geleverd aan de verbouwing en uitbreiding van het seminarie van de priesterbroederschap Sint Petrus (FSSP) in het Duitse Wigratzbad.

Ook het seminarie heeft last van de economische crisis, waardoor extra financiële ondersteuning van de priesteropleiding zeer welkom is. Daarom willen we dit jaar het FSSP-seminarie opnieuw ondersteunen in de jaarlijkse vastenactie.

U kunt uw vastenbijdrage storten op bankrekening NL48 ABNA 0589 9700 89 ten name van parochie H. Jozef onder vermelding van ‘Vastenactie 2015’ of in de collectebus die achter in de kerk staat.

Als wij willen dat er ook morgen priesters zijn in de Kerk, dan moeten wij vandaag zorg dragen voor hun opleiding.

3 maart 2015

Van de pastoor: Vasten, de voorbereidingstijd op onze verlossing

Beminde gelovigen,

Met de heilige Vastentijd bereiden wij ons voor op het hoogfeest van onze verlossing. De Vastentijd is een bezinning op het meest waardevolle dat wij kunnen ontvangen, namelijk de barmhartigheid van God. Door het vasten ruimen wij op wat deze barmhartigheid in ons belemmert en scheppen wij ruimte voor de heiliging die in ons wil opbloeien. Dit is een kerkelijke gebeurtenis, want in de Kerk zullen wij als heilige bruid Christus tegemoet treden op de hemelse bruiloft.

Bij onze heiliging hoort het vragen van vergeving voor onze zonden. Dit gebeurt in het sacrament van de biecht, zeker wanneer het om zware zonden gaat. In de heilige Vastentijd bereiden wij ons dan ook mede voor op onze verlossing door het afleggen van een goede biecht. Een goede biecht is meestal niet spontaan en zou niet op ons gevoel gebaseerd moeten zijn, maar goed voorbereid door een gewetensonderzoek, dat is gericht op hetgeen wij hebben misdaan. Een goede biecht is kort en helder. Het tijdstip waarop gebiecht kan worden is dagelijks voor de heilige Mis(sen). In de Goede Week wordt ruimere gelegenheid geboden.

In het algemeen is onze kerk op weekdagen geopend wanneer er voldoende mensen (minimaal twee) op de pastorie aanwezig zijn om de veiligheid te garanderen. Af en toe is de kerk gesloten op tijdstippen dat zij eigenlijk geopend zou moeten zijn. Dat komt dan door de afwezigheid van de priester of een pastoriewacht. De tijden worden steeds onrustiger en de criminaliteit stijgt. Daarom is deze maatregel noodzakelijk, niet alleen voor de veiligheid van personen, maar ook voor de veiligheid van het gebouw en in het bijzonder van het heilig Sacrament. Indien u het ongemak van een gesloten kerkdeur hebt meegemaakt, dan weet u nu waardoor dat soms voorkomt.

Wilt u biechten op een ander tijdstip dan voor of na de H. Mis, dan dient u vooraf altijd telefonisch contact op te nemen met de pastorie. Doet u dit alstublieft niet op de dag waarop u wilt gaan biechten, maar enkele dagen eerder, anders bestaat de kans dat de priester reeds andere afspraken heeft. Ik schrijf dit niet om u te ontmoedigen, maar omdat ik bemerk dat er een zekere discipline ontbreekt in de wijze waarop velen om pastorale bijstand vragen. Wanneer de priester voortdurend moet ingaan op toevallige aanvragen, dan wordt het maken van afspraken onmogelijk gemaakt. Dat frustreert niet alleen de priester maar doet ook onrecht aan degenen die wel een afspraak hebben gemaakt. Uitwendige discipline is altijd een noodzakelijke ondersteuning van de inwendige discipline, die geldt als natuurlijk fundament van het bovennatuurlijke leven.

Ik wens u een zegenrijke Vastentijd toe.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

2 maart 2015

Informatiebulletin voor de maand maart is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand maart is verschenen. Daarin wordt onder meer aandacht besteed aan de Vastentijd, een goede biecht, de Vastenactie, en aan de lezing van de Sint-Nicolaasacademie.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin maart'. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.