Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 december 2017, onder voorbehoud van wijzigingen.

28 november 2016

Informatiebulletin voor de maand december is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand december is verschenen. Hierin onder meer aandacht voor de lezing van de Sint-Nicolaasacademie over het doopsel, een verslag van de Hulpbisschop over het door hem in onze kerk toegediende H. Vormsel, en bericht van een jonge parochiaan die wil intreden bij de Benedictinessen in Amerika. Uiteraard is ook een overzicht opgenomen van alle liturgische plechtigheden in de Advent en de Kersttijd.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin december' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Informatiebulletin december 2016

19 november 2016

19 november: H. Elisabeth, weduwe

Elisabeth, dochter van koning Andreas II van Hongarije, trad in het huwelijk met Lodewijk IV, landgraaf van Thüringen en Hessen. Vanaf haar jeugd leidde zij een verstorven en vroom leven. Haar liefde voor de armen en de zieken was grenzeloos. Toen haar echtgenoot in 1227 tijdens een kruistocht stierf, had zij tal van beledigingen te doorstaan. Zij werd verjaagd uit haar woning en moest met haar kinderen haar intrek nemen in een stal. Doordrongen van de geest van de heilige Franciscus, van wiens derde orde zij lid was geworden, verdroeg zij dit alles echter met een evangelisch geduld. Zij stierf in Marburg in het jaar 1231.

18 november 2016

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 19 november 2016

Het najaarsprogramma 2016 van de Sint-Nicolaasacademie heeft als hoofdonderwerp ‘de sacramenten’. Op zaterdag 19 november spreekt emeritus pastoor Cor Mennen uit Oss over het sacrament van de biecht, waarvan de praktijk sinds het Tweede Vaticaans Concilie in verval is geraakt. Hij benadrukt hoe belangrijk dit sacrament is voor de geestelijke gezondheid.

De lezing wordt om 10.00 uur voorafgegaan door een H. Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

15 november 2016

Informatietafel

De informatietafel bij de ingang van de kerk is uitsluitend bestemd voor het Informatiebulletin en voor eventuele andere berichten van en over onze parochie.

U wordt dringend verzocht om daar geen eigen kranten, tijdschriften, boeken, folders, gevonden voorwerpen, bidprentjes, devotionalia, tassen, tafelkleden of wat dan ook neer te leggen. Deze zullen worden verwijderd.

Mocht u van mening zijn dat uw lectuur ook door andere kerkgangers gelezen moet worden, dan kunt u dit voorleggen aan de pastoor. Eventueel kan hiervoor een passende locatie worden ingericht.

13 november 2016

Mgr J.W.M. Hendriks over het Vormsel in onze parochie

Vrijdag 11 november jl. kwam Zijne Hoogwaardige Excellentie mgr dr J.W.M. Hendriks, hulpbisschop van Haarlem-Amsterdam in onze kerk het heilig Vormsel toedienen aan enkele gelovigen. Op zijn website www.arsacal.nl schrijft hij daarover het volgende:

Op vrijdag 11 november heb ik in de Sint-Agnes­kerk in Amsterdam het heilig vormsel toegediend in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus aan vijf kandidaten van verschillende leeftijden.

Tijdens de vormselplechtigheid die - zoals gebruikelijk in de Tridentijnse vorm - buiten de heilige Mis plaatsvond, werden de gezangen uitgevoerd door de Cantores Sancti Gregorii. De viering begon met de oratie van de heilige Agnes en het Veni Creator waarna ik een preek heb gehouden over de betekenis van het vormsel­sacrament, waardoor de vormelingen meer gelijkvormig worden aan Christus en op bijzondere wijze tot priester, koning en profeet worden aangesteld om van hun leven een eredienst en getuigenis te maken. In de buitengewone vorm wordt bij de vredewens ook de zogenoemde 'ridderslag' gegeven die eraan herinnert dat de vormelingen de goede strijd van Christus moeten strijden en moeten vechten tegen het kwaad. Aan het einde van de viering werden de geloofsbelijdenis, het Onze Vader en het Wees Gegroet gezamenlijk met de vormelingen gebeden als de gebeden die hun bijzonder worden toevertrouwd voor het dagelijks leven.


Bidden wij voor de gevormden, dat zij mogen groeien in geloof.

Zesentwintigste zondag na Pinksteren

Zesde overgebleven zondag na Driekoningen

Epistel
1 Tes. 1, 2–10
Broeders, wij brengen altijd dank aan God om uwentwil, en zonder ophouden blijven wij u indachtig in ons gebed; want wij herinneren ons uw werken van geloof, uw arbeid en liefde en uw volhardend vertrouwen op onze Heer Jezus Christus, voor het oog van God, onze Vader. Immers, broeders, van God bemind, wij weten, dat gij zijt uitverkoren; want onze prediking is tot u gekomen, niet alleen met woorden, maar ook met kracht en met Heilige Geest en met de volle overtuiging; gij weet immers, hoe ons optreden bij u geweest is om uwentwil. En gij zijt navolgers geworden van ons en van de Heer; gij hebt de prediking aangenomen onder veel verdrukking, maar met vreugde van de Heilige Geest; en zo zijt gij een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaie. Want van u uit is het woord des Heren verder verbreid, niet alleen in Macedonië en in Achaie; maar overal is uw geloof in God bekend geworden, zodat wij geen woord meer daarover hoeven te spreken. Zij zelf immers verhalen van ons, hoe wij bij u hebben gewerkt, en hoe gij tot God zijt bekeerd van de afgoderij om voortaan de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemel te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, Die ons heeft ontrukt aan de toorn, die eens zal komen.

Evangelie
Mt. 13, 31–35
In die tijd hield Jezus de menigte de volgende gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een mostaardzaadje, dat iemand in zijn akker gaat zaaien. Het is wel het kleinste van alle zaden, maar als het is opgeschoten, is het groter dan alle andere moeskruiden; en het wordt een boom, zodat de vogels des hemels in zijn takken kunnen nestelen. Nog een andere gelijkenis hield Hij hun voor: Het rijk der hemelen gelijkt op zuurdeeg, dat door een vrouw wordt gebruikt en vermengd wordt onder drie maten meel, totdat dit geheel is gegist. Dit alles sprak Jezus tot de scharen in gelijkenissen, en zonder deze sprak Hij niet tot hen. Zo werd vervuld, wat door de profeet voorzegd was: Ik zal Mijn mond openen in gelijkenissen, en openbaren, wat verborgen was van de grondvesting van de wereld af.

Overweging
Vandaag wordt ons in het Evangelie het rijk Gods in gelijkenissen voorgesteld. Het wordt vergeleken met de groei van een mosterdzaadje. Uit deze gelijkenis wordt duidelijk dat er een enorme groeikracht zit in het rijk Gods wanneer het zaadje goed wordt opgenomen, en op die manier diep kan wortelen in onze menselijke natuur. Christus kondigt hier Zijn Evangelie aan onder de sluier van een gelijkenis. De boodschap van Christus is bestemd om de gehele wereld, van West tot Oost en van Noord tot Zuid, te vervullen. Overal zal Zijn zegenrijke kracht, Zijn verheven menselijke en Zijn bovennatuurlijke goddelijke kracht hen die Hem willen toebehoren vervullen.

Het rijk Gods is in ons door Zijn heiligmakende genade, en Christus, de Heer, heerst in ons door de inwendige deugden van het hart, namelijk door geloof, hoop en liefde. Het rijk Gods bestaat in onze volledige overgave aan Zijn liefde en aan Zijn licht in alles wat wij doen en zijn. Wanneer alles in ons via verstand en wil op het goddelijke wordt afgestemd, wanneer wij met onze volledige kracht proberen Hem in alles te gehoorzamen, en Zijn genade – die Hij ons in alles aanbiedt – tegemoet komen, dan is het rijk Gods in ons gekomen.

Als wij ons in het rijk Gods laten opnemen en volledig tot dat rijk willen behoren, dan worden wij herschapen en herboren. Dan gaan wij over van de louter menselijke orde naar de goddelijke orde, voor zover dat voor een mens mogelijk is. Jezus, onze Redder, verstaat onder het rijk Gods in ons de ongebroken eeuwige levensgemeenschap met de Vader en Zichzelf in de Heilige Geest. Deze gemeenschap wordt concreet werkelijkheid in ons wanneer de wil in ons zich sterk en zuiver verheft boven de wereld van zelfzucht en geweld, van zorg en vrees, naar God toe. Door een dergelijke houding zal alles van de goddelijke Wil worden vervuld.

Wij zijn Gods rijk op aarde als wij vol zijn van Zijn Geest en toetreden tot Zijn Kerk, en deze tot in ons diepste wezen aanhangen, haar liefhebben, heiligen en verbreiden. Dat is dus dáár waar de heiliging die wij door de Heilige Geest ontvangen zichtbaar wordt, namelijk in de gemeenschap van de heiligen, waartoe wij behoren door onze opname in het mystieke lichaam van de Kerk. Wij worden heilig door het volgen van de ene heilsweg, die Christus is. En daardoor zullen wij tot het rijk van God behoren.

12 november 2016

12 november: Heilige Martinus, paus en martelaar

Paus Martinus, gevangen en in ballingschap.

Martinus was afkomstig uit Todi in Umbrië. Na een schitterende carrière werd hij deken bij de bisschop van Rome, paus Theodorus I († 649). Deze zond hem als speciale afgezant naar Constantinopel. In juli 649 werd hij zelf tot paus gekozen. Hij staat bekend om zijn liefde voor de armen en zijn zorg voor de gelovigen, maar meer nog om zijn ijver de geloofsschat te bewaren.

In zijn tijd bestonden er onder de gelovigen vele diepgaande meningsverschillen, waarin hij duidelijk stelling nam. Vooral met keizer Constans II van het Oost-Romeinse Rijk had hij het vaak aan de stok. Die steunde de patriarch van Constantinopel die de ketterse ideeën van het 'monotheletisme' verkondigde. Dat is de dwaalleer dat Christus alleen een goddelijke en geen menselijke wil had gehad. Paus Martinus I was van mening dat Christus pas serieus mens genoemd kon worden als Hij ook een menselijke wil had bezeten, die onderhevig was geweest aan alle menselijke begeerten en emoties, inclusief twijfel, terwijl je zoiets natuurlijk nooit van de goddelijke wil kon beweren.

Nog in het jaar van zijn benoeming hield paus Martinus in Lateranen een concilie waarop deze leer officieel werd veroordeeld. Hij werd in zijn overtuiging gesteund door de bisschoppen van Afrika, Spanje en Engeland. Maar tegelijk moest hij ervaren dat zijn leven meer dan eens bedreigd werd.

Tenslotte wisten zijn tegenstanders hem te pakken te krijgen en in 653 naar Constantinopel over te brengen. In zijn brieven doet hij verslag van de ziekten die onderweg aan boord uitbraken en die hem ernstig verzwakten. Eerst werd hij voor meer dan een half jaar verbannen naar het Griekse eiland Naxos in de Egeïsche Zee. Daar kreeg hij maar mondjesmaat te eten en het eten dat hij voorgezet kreeg, maakte hem nog zieker dan hij intussen al was. Het was hem verboden zich te verzorgen, zo mocht hij zich gedurende 47 dagen niet wassen, zelfs niet met koud water.

Na overgebracht te zijn naar Constantinopel werd er een schijnproces tegen hem gevoerd, waarbij hij ter dood veroordeeld werd wegens verraad, terwijl hij gevangen was genomen, op beschuldiging van het feit dat hij het niet met de leerstellingen van de keizer eens was. Hij werd in het openbaar voor schut gezet en afgetuigd. Op voorspraak van de patriarch van Constantinopel werd hij niet gedood, maar - bespot door het gepeupel en ontdaan van alle bisschopskleren - verbannen naar Chersonesus op de Krim. Er zijn brieven van hem bewaard waarin hij zich beklaagt over zijn onmenselijke behandeling en over het feit dat zijn gelovigen in Rome niets meer van zich lieten horen, terwijl hij dag aan dag bad voor hun zieleheil. Erger nog: ze hadden intussen een plaatsvervanger gekozen: Eugenius I. Uiteindelijk is Martinus in de Krim gestorven. Later werd zijn lichaam overgebracht naar Rome en bijgezet in de naar hem genoemde kerk.

Vanwege de vele ontberingen en vernederingen die hij te verduren had wordt hij vaak aangeduid als de laatste paus-martelaar, terwijl hij in de strikte zin geen martelaar is: hij is immers niet rechtstreeks gedood omwille van Christus, ofschoon hij smaad, gevangenschap, verbanning en de dood moest ondergaan.
Als leider van de Kerk week Martinus niet voor de opvattingen van de keizer.

7 november 2016

Overlijdensbericht van de heer J.R. Tjon Atsoi

Op zaterdag 5 november is - voorzien van het heilig Sacrament der zieken - na een kort ziekbed overleden de heer Jabcoon Rudolf Tjon Atsoi (foto) op de leeftijd van 89 jaar.

De kerkelijke begrafenisplechtigheid zal plaatsvinden op maandag 14 november om 14.00 uur op de R.-k. begraafplaats Buitenveldert.

Bidden wij voor de zielenrust van de heer Tjon Atsoi en om Gods ontferming over zijn echtgenote. Tot enkele jaren geleden waren beiden vaste bezoekers van de zondagse Hoogmis in onze kerk. Het echtpaar is bijna 72 jaar gehuwd geweest.

6 november 2016

Vijfentwintigste zondag na Pinksteren

Vijfde overgebleven zondag na Driekoningen

Epistel
Kol. 3, 12-17
Broeders, wilt u als heilige en veelgeliefde uitverkorenen Gods toerusten met een medelijdend hart, met goedheid en bescheidenheid, met zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander, en vergeeft elkander, als gij soms over iemand te klagen hebt. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven. Maar draagt over dat alles heen de liefde; want deze is de band der volmaaktheid. Laat de vrede van Christus heersen in uw harten; want daartoe zijt gij ook geroepen, als leden van één lichaam. Weest daarenboven dankbaar. Moge het woord van Christus onder u wonen in volle rijkdom, zodat gij in alle wijsheid elkander onderricht en vermaant. En zingt dankbaar God van harte lof in psalmen en gezangen en geestelijke liederen. Alles wat gij doet met woord of werk, doet alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, om aan God, de Vader, dank te brengen door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Mt. 13, 24-30
In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een mens, die goed zaad op zijn akker zaaide. Maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen nu het graan opkwam en vrucht begon te zetten, toen werd ook het onkruid zichtbaar. Dan gingen de knechten van de heer naar hem toe, en zeiden: Heer, hebt gij geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dan het onkruid vandaan? En hij antwoordde hun: Dat heeft een vijandig mens gedaan. De knechten vroegen hem nu: Wilt gij, dat wij het gaan uittrekken? Maar hij antwoordde: Neen; want als gij het onkruid uittrekt, zoudt gij misschien ook de tarwe uitrukken. Laat ze beide opgroeien tot de oogst; dan zal ik in de oogsttijd tot de maaiers zeggen: Verzamelt eerst het onkruid, en bindt het in bundels, om het te verbranden; maar bergt de tarwe in mijn schuur.

Overweging
In de gelijkenis van dit Evangelie legt onze Heer Jezus Christus aan Zijn leerlingen een belangrijke leer uit over de Kerk op aarde en over het leven. Hij wijst daarbij op het einde van de tijden. Christus zegt dat het rijk der hemelen, dat zich hier op aarde manifesteert door de Kerk, lijkt op een akker waarop goed zaad wordt gezaaid. Dit zaad verzinnebeeldt de genade en de akker staat voor de heilige Kerk van God. In een volledig verstaan van de gelijkenis kunnen wij de akker identificeren met de Kerk en het zaad met onze eigen ziel, waarin God Zijn genade tot leven brengt omdat zij in de kracht van de akker, de Kerk, haar voedsel vindt voor haar groei.

Tegelijk met het goede zaad en de zaaier van de akker wijst Christus ook op de vijand die onkruid zaait tussen het goede zaad. Dit onkruid kunnen wij duidelijk herkennen als de zonde, en de vijand als de duivel. Het onkruid en de zonde leven als een parasiet uit hetgeen dat bedoeld is om een ander te laten groeien. Het onkruid brengt geen goede vruchten voort en is daarom in de gelijkenis zinnebeeld voor de zonde die geen eigen leven in zich draagt, maar alleen de afwezigheid van het goede is en daarom ook zo verschrikkelijk is, want God – als Bron van alle goedheid – is dan afwezig. En waar God niet is, kan geen leven zijn, maar alleen dood en verderf.

Christus wil ons waarschuwen, allereerst doordat hij uitlegt wat goed is en wat niet goed is, maar ook door de uiterste en laatste consequentie van het kwaad te verwoorden. Aan het einde van de tijden zal het onkruid gebundeld worden om te worden verbrand. In deze woorden van onze Heer Jezus Christus vinden wij de leer over het vuur van de hel, een leer die tegenwoordig vaak als overbodig en als niet meer aanvaardbaar voor het moderne, sociaal geworden christendom wordt beschouwd.

In het tweede deel van het Evangelie legt Christus uit waarom tot de oogst gewacht moet worden met het verzamelen van het onkruid. Het eerste gevolg hiervan is de realiteit van de Kerk zoals wij haar door de geschiedenis heen kennen. In Gods heilige Kerk, de akker van de oogst, groeien tarwe en onkruid samen op. De redenen hiervoor zijn begrijpelijk en volledig edel en heilig, want de Heer van de oogst is geduldig en barmhartig en straft niet terstond, maar schenkt tijd en gelegenheid tot inkeer en bekering.

De zonde, die in de gelijkenis door het onkruid wordt verzinnebeeld, kan alleen stand houden in de afwezigheid van de genade. Bekering is mogelijk zolang de slechte planten nog op de akker staan. De akker van de Kerk is er om vruchten van heiligheid voort te brengen en juist om die reden blijft Christus een geduldig en barmhartig bezitter van de akker. Maar wanneer Hij terugkeert tot Zijn akker, als Heer van de oogst, dan zullen kwaad en goed uit elkaar gehaald worden.

5 november 2016

Toediening H. Vormsel

Vrijdag 11 november zal om 19.00 uur het sacrament van het heilig Vormsel worden toegediend aan een aantal gelovigen uit onze parochie.

Bedienaar van het Vormselsacrament is Zijne Hoogwaardige Excellentie mgr dr J.W.M. Hendriks (foto), hulpbisschop van Haarlem-Amsterdam. Het is de derde keer dat de Bisschop dit sacrament in de traditionele vorm in onze parochie komt toedienen.

De liturgie bestaat uitsluitend uit de ritus van het heilig Vormsel, er is die avond geen heilige Mis.

Bidden we de komende dagen voor de vormelingen: Dat zij in dit sacrament de wapenrusting Gods mogen ontvangen.

3 november 2016

Van de pastoor: Bevrijding van de gelovige zielen

Beminde gelovigen,

November is de maand waarin wij in het bijzonder aflaten willen verkrijgen voor de overleden gelovige zielen opdat zij spoedig mogen worden opgenomen in de zegepralende Kerk in de hemel. Daardoor worden ook wij hier op aarde, als ledematen van de strijdende Kerk, herinnerd aan het tijdelijke en het einde van ons bestaan, en hopen wij om eens samen met alle heiligen deel te mogen nemen aan de hemelse verheerlijking van God.

Wij leven in roerige jaren en wat de toekomst betreft in zorgwekkende tijden. Vergeten wij niet dat wij geroepen zijn om door dit leven te gaan om eens voor Gods aangezicht te treden. Voor Hem zullen wij ons moeten verantwoorden, en Hij zal ons vrijspreken als wij op aarde naar Zijn woord en wetten hebben geleefd.

Wat de toekomst ons dan ook mag brengen, wij moeten trouw blijven. Al het andere, ook dit aardse leven, heeft geen bestaansrecht in zichzelf, tenzij het op God gericht is.

Ik wens u een vruchtbare novembermaand toe en hoop dat u zich vurig zult inzetten voor de arme zielen en hun bevrijding.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor