Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 september 2017, onder voorbehoud van wijzigingen.

31 mei 2017

31 mei: Heilige maagd Maria, Koningin, feest

Het feest van de heilige maagd Maria, Koningin van hemel en aarde, is ingevoerd met de encycliek Ad Caeli Reginam in het jubeljaar 1953-1954 door paus Pius XII. Het is tevens een eretitel van Maria. De naam van dit feest correspondeert ook met het vijfde glorievolle geheim van de heilige Rozenkrans.

'Ad Caeli Reginam' (Nederlands: Tot de Koningin des Hemels) is een encycliek van paus Pius XII, uitgevaardigd op 11 oktober 1954, waarmee de paus de liturgische gedachtenis van Maria Koningin instelde. De paus bepaalde de feestdag op 31 mei, de laatste dag van de Mariamaand. De encycliek vormde het leerstellig hoogtepunt van het Mariajaar, dat Pius een jaar eerder (met de encycliek Fulgens Corona) had ingesteld, ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de afkondiging van het dogma fidei van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, in 1854, door paus Pius IX (met de pauselijke bul Ineffabilis Deus).

De encycliek is een belangrijk document in de Mariologie van paus Pius XII. Vier jaar eerder had de paus het dogma van Maria Tenhemelopneming afgekondigd, met de apostolische constitutie Munificentissimus Deus.

De belangrijkste grondslag voor het Koninginschap van Maria vond de paus in het Evangelie volgens Lucas (Lc. 1, 32-33), waar over Jezus geschreven staat: Zoon van de Allerhoogste zal Hij genoemd worden, en God de Heer zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal koning zijn over het huis van Jacob in eeuwigheid, en aan Zijn koningschap zal geen einde komen. Hieruit kan men volgens de paus gemakkelijk afleiden dat Maria zelf ook koningin is, want Jezus was - al met Zijn ontvangenis - als mens Koning en Heer van alles. In dit verband haalt de paus ook Johannes Damascenus aan, die geschreven heeft: Naar waarheid is zij (Maria) de Meesteres van de gehele schepping geworden, toen zij Moeder werd van de Schepper. Een tweede grondslag voor het koningschap van Maria, vindt de paus in haar aandeel in de verlossing van de mensen. Doordat zij ons haar Zoon geschonken heeft, tot verlossing van alle zonden, heeft zij deel aan het verlossingswerk van haar Zoon, en dus aan Zijn koningschap, dat door paus Pius XI, in 1925 werd afgekondigd met de encycliek Quas Primas.

Ter ondersteuning van het koningschap van Maria, haalt de paus - eerder in de encycliek - een groot aantal oudere schrijvers aan die Maria als Koningin, of Meesteres hebben genoemd. Al deze vroegere getuigenissen, werden - volgens de paus - samengevat door de Heilige Alfonsus van Liguori, toen hij schreef: Omdat de Maagd Maria zo hoog in waardigheid is verheven dat zij de Moeder van de Koning der koningen zou zijn, daarom heeft de Kerk haar volkomen terecht met de titel van Koningin onderscheiden.

De paus verwijst ook naar de traditie van de liturgie, waarin Maria al heel lang als koningin wordt vereerd. Zo noemt hij de Gregoriaanse hymne Salve Regina, en de antifonen Ave Regina caelorum en Regina caeli, laetare. Ook in de Litanie van Loreto wordt Maria al lang als Koningin aangeroepen. Het is daarom dat de paus met deze encycliek geen nieuwe geloofwaarheid aan het christenvolk wil voorhouden, aangezien in feite de grond en de redenen waarop de koninklijke waardigheid van Maria steunt, reeds te allen tijde overduidelijk zijn uitgedrukt en gevonden worden in de van oudsher overgeleverde documenten van de Kerk en in de boeken van de heilige liturgie.

28 mei 2017

Zondag na de hemelvaart van de Heer


Epistel
1 Petr. 4, 7-11
Veelgeliefden, weest verstandig, en blijft waakzaam in het bidden. Maar vóór alles moet gij elkaar wederkerig een duurzame liefde toedragen; want de liefde bedekt een menigte van zonden. Weest gastvrij jegens elkander, zonder te klagen. Laat iedereen de genadegaven, zoals hij die heeft ontvangen, ook gebruiken tot elkanders nut, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God. Als iemand spreekt, laat het dan zijn als het woord van God; als iemand een ambt uitoefent, laat hij dat doen als uit de kracht, die God verleent; opdat in alles eer gegeven worde aan God door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 15, 26-27 en 16, 1-4
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Wanneer de Helper komt, Die Ik u zal zenden van de Vader, de Geest der waarheid, Die van de Vader voortkomt, dan zal Hij van Mij getuigen; en ook gij zult getuigen, omdat gij van het begin af met Mij zijt. Ik heb over deze dingen tot u gesproken, om te voorkomen, dat gij geërgerd wordt. Men zal u buiten de synagogen sluiten; het uur komt zelfs, dat iemand, die u het leven ontneemt, zal menen een dienst te bewijzen aan God. En zij zullen u dit aandoen, omdat zij noch de Vader kennen, noch Mij. Maar Ik heb u dit alles voorzegd, opdat gij, als het uur daarvan komt, u zult herinneren, dat Ik het u gezegd heb.

Overweging
Christus heeft – vóór Zijn heengaan naar de Vader – aan de apostelen de komst van de Heilige Geest beloofd. Hij zou hun elke waarheid leren, Hij zou met hen en in hen zijn. Dit is de belofte die Christus aan Zijn apostelen geeft en daardoor ook aan de bisschoppen en priesters die hen opvolgen. Maar daarmee houdt de belofte van de komst van de Heilige Geest niet op, want de Heilige Geest zal ook de Kerk van Christus besturen en bewaren, en Hij zal ons allen leiding geven en bewaren. Juist in die mate waarin wij ons aan Hem overgeven, zal Hij ons heiligen. Wij zien dus dat de uitstorting van de Heilige Geest beloofd is aan de gehele Kerk van God, ook al is deze uitstorting verschillend naar stand en roeping.

Wat op aarde gebeurde, onmiddellijk na de hemelvaart van Jezus, was de vervulling van Zijn laatste wens, namelijk dat de apostelen en Zijn heilige Moeder eensgezind bleven in het gebed om de Heilige Geest af te roepen. Zij zetten als het ware het gebed van Christus op aarde voort door de Heilige Geest. En zo verenigt tot op heden het gebed van de Kerk zich met het gebed van Christus in de hemel.

26 mei 2017

26 mei: Heilige Philippus Neri, belijder

Barones Dona Pompilia de Rossi heeft zojuist de communie ontvangen en wéér maakt zij aanstalten om de kerk uit te lopen. Verdrietig om zoveel gebrek aan eerbied zet de priester spontaan de ciborie op het altaar, rent naar de sacristie en duwt de misdienaars die klaar staan voor de volgende Mis brandende kaarsen in de handen: “Ren en ga naast de barones lopen.”
De vrouw weet niet wat haar overkomt als de misdienaars niet van haar zijde wijken. Geërgerd loopt zij met haar ‘schaduwen’ terug naar de kerk, waar de priester buiten wacht. Woest vraagt zij wat dit heeft te betekenen, waarop Philip Neri zegt: “De Kerk vraagt dat wanneer het Allerheiligste over straat wordt gedragen, Het met brandende kaarsen wordt begeleid. De misdienaars zullen u door de straten van de stad begeleiden totdat u thuis bent.” Verhit loopt Dona Pompilia terug de kerk in. Nooit meer zal zij die voortijdig verlaten.

Philippus Neri was in 1533, 18 jaar oud, van Florence naar Rome vertrokken. Kort daarvoor heeft hij afstand gedaan van een erfenis en zo komt hij berooid aan in de zogenoemde Heilige Stad, waar heiligheid soms ver te zoeken is. Hij geeft les in ruil voor een zolderkamertje en eten. Philip is opgewekt en recht door zee en zijn lessen, waarin humor en heiligheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, worden door steeds meer jongeren bijgewoond. Hij bezoekt armen en zieken, organiseert pelgrimsreizen naar de zeven hoofdkerken van Rome en bedelt geld bijeen voor hen die dit niet kunnen betalen.

Op aandringen van zijn biechtvader wordt hij priester en creëert hij plaatsen van gebed, meditatie, muziek en voordrachten, voorlopers van de latere oratoria.

Bisschoppen, kardinalen en pausen komen bij hem om raad. Als paus Gregorius XIV hem de kardinaalshoed stuurt, dan stuurt Philippus die per kerende post terug.

Op 26 mei 1595 verzamelt Philip zijn leerlingen om hem heen. Zittend in zijn bed geeft hij na tachtig jaar het leven aan zijn Heer terug.

Op 12 maart 1622 wordt Philippus Neri heilig verklaard, tegelijk met zijn vriend Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius en Teresia van Avila.

25 mei 2017

Hemelvaart van onze Heer Jezus Christus, hoogfeest

Mozaïek van de hemelvaart van Jezus Christus in de Basilica di San Marco in Venetië.

Epistel
Hand. 1, 1-11
Mijn eerste boek heb ik geschreven, Theophilus, over al hetgeen Jezus heeft gedaan en geleerd van het begin af tot op de dag, dat Hij werd opgenomen, na door de Heilige Geest Zijn bevelen te hebben gegeven aan de apostelen, die Hij had uitgekozen. Aan hen ook heeft Hij na Zijn lijden door vele bewijzen getoond, dat Hij weer leefde, doordat Hij gedurende veertig dagen aan hen verscheen, en dan sprak over het rijk Gods. En terwijl Hij eens met hen maaltijd hield, beval Hij hen niet weg te gaan van Jeruzalem, maar de belofte van de Vader af te wachten, waarover gij - zo zei Hij - Mij hebt horen spreken; want Johannes doopte wel met water, maar gij zult gedoopt worden met Heilige Geest binnen enkele dagen. Daarom stelden de aanwezigen Hem de vraag: Heer, is dat de tijd, waarop Gij voor Israël het koninkrijk zult herstellen? Maar Hij gaf hun ten antwoord: Het komt u niet toe tijd en uur te kennen, die de Vader in Zijn macht heeft vastgesteld; maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest, Die over u zal komen, en gij zult Mij tot getuigen zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en in Samaria, ja tot aan het einde der aarde. En toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen opgeheven, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En terwijl zij Hem nog ten hemel nastaarden, stonden er opeens twee mannen bij hen in witte klederen; en deze zeiden: Mannen van Galilea, wat staat gij toch naar de hemel op te zien? Deze Jezus, Die van u ten hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem hebt zien opstijgen ten hemel.

Evangelie
Mc. 16, 14-20
In die tijd verscheen Jezus aan de elf leerlingen, terwijl zij aan tafel waren. En Hij berispte hen over hun ongelovigheid en verstoktheid van hart, omdat zij geen geloof geschonken hadden aan hen, die Hem na Zijn verrijzenis gezien hadden. Ook sprak Hij nog tot hen: Gaat uit over de gehele wereld, en verkondigt het Evangelie aan alle schepselen. Wie gelooft en zich laat dopen, zal zalig worden; maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. En de volgende wondertekenen zullen hen, die geloven, vergezellen: In Mijn Naam zullen zij duivels uitdrijven, vreemde talen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen; en al drinken zij dodelijk gif, het zal hun niet schaden; zieken zullen zij de handen opleggen en deze zullen genezen. Na aldus tot hen gesproken te hebben, is de Heer Jezus ten hemel opgenomen en zetelt Hij aan de rechterhand van God. Zij nu gingen uit en predikten overal, terwijl de Heer meewerkte en de prediking bekrachtigde door de wonderen, die er mee gepaard gingen.

Overweging
De vrucht van het mysterie dat wij vandaag vieren wordt heel duidelijk uitgedrukt in de oratie van de heilige Mis van vandaag: “Dat wij, die geloven dat Uw Eniggeboren Zoon, onze Verlosser, vandaag ten hemel is opgestegen, ook zelf met de geest in de hemel verwijlen”. Mente in caelestibus habitemus. Dat wij, terwijl wij nog op aarde verblijven, onze verheerlijkte Verlosser in de geest naar de hemel volgen en daar een geestelijke woning kiezen.

De bedoeling van de Kerk is niet een vluchtige gedachte aan de hemelse dingen te midden van onze aardse bezigheden, die toch voortdurend onze volle aandacht eisen, maar een vaste overtuiging dat wij niet van deze wereld zijn. Dat onze toekomst van een andere aard is. Het doel van ons christelijk leven ligt niet op deze aarde, maar in de hemel. Ons aardse leven is een pelgrimstocht naar de hemel, mits wij de weg van Christus gaan, in Zijn voetsporen treden en leven volgens Zijn woord. De Kerk neemt ons vandaag dus bij de hand en richt onze ogen en harten omhoog. Daar is ons vaderland en onze woning, daar is ons ware leven ‘met Christus verborgen in God’.

24 mei 2017

Vigilie van de Hemelvaart van de Heer

Verheven Vorst der eeuwigheid,
Gij Die Uw kinderen bevrijdt,
de zege is aan U, o Heer,
de dood ligt aan Uw voeten neer.

Gij stijgt omhoog in het heelal,
waar U de Vader noden zal
te zitten aan Zijn rechterhand,
te heersen over zee en land.

Al wat er in de hemel leeft,
wat op de aarde woning heeft,
de diepte der verborgenheid,
het buigt zich voor Uw Majesteit.

U, Jezus, zij de heerlijkheid,
Die stralend opgevaren zijt,
met Vader en met Geest tezaam
zij eeuwig lof Uw grote Naam.

21 mei 2017

Vijfde zondag na Pasen

De Verrijzenis, omgeven door de vier evangelisten.

Epistel
Jac. 1, 22-27
Veelgeliefden, gij moet het woord volbrengen en niet alleen aanhoren; want dan zoudt gij uzelf misleiden. Want iemand, die het woord aanhoort, maar niet volbrengt, is te vergelijken met een man, die zijn eigen gelaat in de spiegel ziet; immers hij ziet zichzelf en gaat heen, en aanstonds is hij weer vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie het oog gericht houdt op de volmaakte wet van de vrijheid, en zich daaraan houdt - wie dus niet alleen luistert en weer vergeet, maar de daad volbrengt - hij zal door dat volbrengen zalig zijn. Maar als iemand soms meent, dat hij godsdienstig is, terwijl hij zijn tong niet in bedwang houdt, en zo zichzelf misleidt, diens godsdienstigheid is zonder waarde. Reine en vlekkeloze godsdienstigheid in het oog van God de Vader is dit: Wezen en weduwen te ondersteunen in hun nood, en zichzelf onbesmet te bewaren voor deze wereld.

Evangelie
Joh. 16, 23-30
In die tijd zei Jezus tot Zijn leerlingen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: al wat gij de Vader in Mijn Naam zult vragen, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt gij nog niets in Mijn Naam gevraagd; vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij. Over al deze dingen heb Ik in beelden tot u gesproken; het uur komt, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u in duidelijke taal over de Vader mededelingen zal doen. Op die dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u zal vragen; want de Vader Zélf heeft u lief, omdat gij Mij liefhebt en omdat gij gelooft, dat Ik van God ben uitgegaan. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga heen naar de Vader. Zijn leerlingen zeiden Hem: Zie, nu spreekt Gij duidelijke taal, zonder enige beeldspraak te gebruiken. Nu zien wij, dat Gij alles weet en dat het niet nodig is, dat iemand U ondervraagt; daarom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.

Overweging
De Paastijd is bijna voorbij. Elke zondag en elke dag in deze liturgische tijd zong de Kerk in de Paasprefatie de volgende woorden: “Die onze dood door Zijn sterven heeft vernietigd en ons leven door Zijn verrijzenis heeft hersteld.” Met deze woorden belijden wij dat er in de dood en verrijzenis van onze goddelijke Verlosser ook met onze dood een verandering heeft plaatsgevonden. Het is niets anders dan dat wat wij in het Credo bidden: Ik verwacht de verrijzenis der doden en het eeuwige leven.

Als wij ons afvragen wat de dood is van de mens, losgemaakt van Christus’ dood en verrijzenis, dan luidt het eenvoudigste antwoord: de dood is een einde. Wat tevoren levend was, zich roerde en bewoog, wat werkte, wat liefhad en lachte, ligt daar nu koud en stijf, klaar om te vervallen en teniet te gaan. Buiten het christendom weet niemand wat er dan vervalt en in het niets oplost. Is het de gehele mens, is het alleen zijn lichaam? Als het de gehele mens is, dan is op het moment van de dood een ding zeker: de totale zinloosheid van het leven. Het maakt niet uit of iemand heeft geleefd of niet. De dood is een einde.

De Kerk, trouw aan het getuigenis en de boodschap van de apostelen, leert iets anders over het leven en de dood. Christus is uit de doden verrezen. De Zoon van God heeft door Zijn eigen dood de dood vernietigd. Hij was de eerste mens, Die wel als ieder ander mens de dood inging, maar Die niet in de dood bleef steken. En het leven dat Hij veroverde is ook voor ons. Hij heeft ons van de dood bevrijd en daarom zullen ook wij niet in de dood blijven steken. Dat is de leer die de Kerk aan elke mens verkondigt. Dat is wat God geopenbaard heeft. Wij moeten het geloven, ook als het in deze moderne wereld moeilijk wordt. Het ongeloof is zo aanstekelijk en zo verbreid. De geest van de wereld trekt zo veel aan ons en verlokt ons om de ware verlossing al in deze wereld te zoeken, om onvoorwaardelijk te geloven in de mens en in zijn ontplooiing. Of om dit leven maximaal te gebruiken voor plezier omdat wij slechts één keer mogen leven.

Hoewel de Paastijd bijna voorbij is mogen wij de bevrijdende heilsboodschap van dit feest niet vergeten. Wij zijn geroepen om met Christus te leven. Maar om met Hem te kunnen leven moeten wij eerst aan de zonde sterven. En dit sterven en tegelijk herleven door de genade moet zich van dag tot dag verdiepen en voortzetten en heel ons christelijk leven bepalen tot onze laatste ademtocht toe. Vandaag zouden wij aan de zonde, de begeerte van het vlees en het verlangen naar levensvervulling in dit aardse bestaan, meer afgestorven moeten zijn dan op de dag van ons doopsel. Vandaag zouden de hemelse verlangens naar een vervulling uit de levensbronnen van Christus in ons sterker geworden moeten zijn dan gisteren. Wij moeten vaak tot deze grondwaarheid van ons geloof terugkeren – wij zijn tot het eeuwige leven met God geroepen. Ons bestaan hier op aarde is maar een korte tijd, waarna er een ander leven zal beginnen. Maar van deze korte tijd hangt onze eeuwigheid af. Als ik mij nu in mijn volle bewustzijn aan God overgeef, dan kan ik in volledige rust de eeuwigheid verwachten.

De grote heilsgaven zijn voor ons tegelijkertijd ook opgaven. Als wij nu niet vastbesloten zijn deze opnieuw aan te pakken, dan begrijpen wij de zin van heel ons leven niet. Met Christus sterven om met Hem te verrijzen tot het eeuwige leven, dat is een taak die alle dagen van ons leven moet vervullen. Het moet heel concreet worden, daar waar wij leven. Onze roeping moet op deze manier zichtbaar worden. Door onze daden, door het voorbeeld dat wij aan anderen geven. Zo vermaant ons ook de apostel Jacobus in zijn brief: “Gij moet het woord volbrengen en niet alleen aanhoren”. Een duidelijke en krachtige vermaning.

20 mei 2017

Opbrengst Vastenactie 2017

De Vastenactie 2017 voor vervolgde christenen in Syrië en Irak heeft € 2.447 opgebracht. Hartelijk dank aan iedereen die heeft bijgedragen!

18 mei 2017

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 20 mei 2017

Op zaterdag 20 mei houdt de Sint-Nicolaasacademie de volgende bijeenkomst in de grote zaal van de pastorie. De lezing gaat over paus Adrianus VI, de enige Nederlandse paus ooit, en wordt verzorgd door de heer Pim Walenkamp, leraar Nederlands, journalist, reisleider, gids, en bestuurder van het Katholiek Nieuwsblad. Hij werkt aan een proefschrift over paus Adrianus VI.

De lezing wordt om 10.00 uur voorafgegaan door een gelezen heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

17 mei 2017

17 mei: Heilige Paschalis Baylon, belijder

Toen de heilige Paschalis eens zijn schapen hoedde op een berghelling, hoorde hij de bel voor de consecratie rinkelen in de vallei beneden, waar de dorpelingen waren verzameld voor de heilige Mis. Hij viel op zijn knieën en plotseling stond er een engel van God voor hem, met in zijn handen een monstrans met het Allerheiligste Sacrament, dat hij ter aanbidding aanbood.

Hiervan kunnen wij leren dat zij die Jezus Christus vereren in dit grote mysterie van Zijn liefde Hem zeer nabij zijn. Aan hen wordt in het bijzonder deze belofte vervuld: "Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom tot u terug." (Joh. 14, 18)

16 mei 2017

16 mei: Heilige Ubaldus, bisschop en belijder

Ubaldus werd geboren in Gubbio, Umbrië, uit een adellijk geslacht. Hij kreeg een vrome opvoeding en werd al vroeg onderwezen in de letteren.

Reeds op jonge leeftijd spoorde men hem aan tot een huwelijk, maar hij week nooit af van zijn voornemen om de maagdelijkheid te bewaren. Na zijn priesterwijding schonk hij zijn erfdeel aan de armen en aan enkele kerken. Hij trad in bij de reguliere kanunniken van Sint Augustinus.

Door zijn toedoen kreeg deze orde een vestiging in zijn vaderstad. Paus Honorius II wijdde hem, tegen zijn zin, tot bisschop en stelde hem aan het hoofd van de kerk te Gubbio. Als een toonbeeld voor zijn kudde bleef hij precies zo leven als hij vóór zijn bisschopswijding deed. Hij blonk uit in alle deugden. Van hem wordt verteld dat de heilige Schrift zijn grootste genoegen was. Lange tijd werd hij door ziekte gekweld, maar dat verhinderde hem niet om God steeds te blijven danken. Nadat hij vele jaren de hem toevertrouwde kerk uitstekend had bestuurd, stierf hij in 1160, beroemd om zijn goede daden en vanwege de wonderen die hij verricht had.

Ubaldus is patroon van Thann in de Franse Elzas.

15 mei 2017

15 mei: Heilige Johannes Baptista de la Salle, belijder

Johannes Baptiste de la Salle werd geboren in het jaar 1651 in Reims, Frankrijk, uit een adellijk geslacht. Hij studeerde letteren en wijsbegeerte. Op 17-jarige leeftijd werd hij opgenomen onder de kanunniken van Reims. Later meldde hij zich bij het seminarie van Saint-Sulpice in Parijs.

Na zijn priesterwijding werd hij rector van de zusters van het Kindje Jezus, die zich wijdden aan de opvoeding van meisjes. Hij bestuurde en beschermde deze congregatie met wijsheid. Om ook de jongens uit het volk godsdienstzin en goede zeden bij te kunnen brengen, stichtte hij, ondanks veel tegenstand, een congregatie van broeders: Broeders van de christelijke scholen (Fratres Scolarum Christianorum, FSC). Paus Benedictus XIII keurde zijn orderegel goed.

Hij deed daarna afstand van zijn positie als kanunnik, verdeelde zijn goederen onder de armen en uit nederigheid legde hij zelfs het bestuur van de door hem gestichte congregatie neer. Johannes stierf op 7 april 1719 in Saint-Yon, Rouen, 72 jaar oud. In 1888 werd hij zalig verklaard; paus Leo XIII verklaarde hem op 24 mei 1900 heilig. In 1950 riep paus Pius XII hem uit tot patroon van onderwijzers en van opvoeders.

14 mei 2017

Akathistoshymne ter ere van de Moeder Gods

Het bidden van Akathistoshymnen is een wijd verspreid en zeer geliefd gebruik bij Orthodoxe christenen. Velen voegen een Akathist naar hun keuze toe aan het ochtend- of avondgebed. Orthodoxe christenen zingen het met veel eerbied. Voor hen en voor wie kennis wil maken met deze uitzonderlijke vorm van Orthodoxe schoonheid maar het Kerkslavisch of het Byzantijnse Grieks niet verstaat, is het een grote rijkdom enkele van de meest gekende hymnen te kunnen zingen en bidden of beluisteren in de eigen taal. Sommige van deze hymnen getuigen van een grote dichterlijke zeggingskracht (zelfs in de vertaling ervan!) en vooral van een diep theologisch inzicht. Andere zijn de dankbare jubelkreten van een gelovige ziel, die zijn diepe dankbaarheid uitdrukt voor de zegeningen, aan de Moeder Gods geschonken.

De Moeder Gods is de Beschermvrouwe van de christenen. Vandaar dat de Orthodoxe kerk in zoveel hymnen, liederen en verzen de lof zingt van de Koningin van hemel en aarde. Door het bidden van de Akathistoshymnen leert de christen in het bidden toevlucht te nemen tot haar, maar wordt ook onderwezen in vertrouwen op Maria’s voorspraak bij God door met heel de ziel te jubelen om het grote heilswerk dat door God in Maria en in Christus tot stand is gebracht. Wie eenmaal geproefd heeft van de vreugde haar lof te zingen, leert haar sterke kracht ook ervaren op directe en wonderbare wijze.

Vandaar dat vele orthodoxe geestelijke vaders aansporen tot het bidden van deze hymnen tot de Moeder Gods, want zo ervaart de christen de bescherming van Maria en haar voorspraak bij God.

Het Griekse woord 'Akathistos' betekent letterlijk 'niet gaan zitten'. Daarom worden deze hymnen in de Orthodoxe kerk altijd staande gezongen.



Maria, gij spreekt voor ons ten beste,
gij zijt voor ons een schutsvrouw tegen alle kwaad.
Daarom zingen wij vol dankbaarheid dit glorielied.
Red ons door uw grote macht, o Moeder van God,
uit alle gevaren, nu wij tot u zingen:
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

1. Als gezant van de hemel werd een aartsengel
tot de Moeder Gods gezonden
om de blijde boodschap te verkondigen.
Toen aanschouwde hij, o Heer,
Uw menswording en riep in opperste verbazing
met zijn hemelse stem:

Verheug u, uit wie de Vreugd' zal verschijnen.
Verheug u, door wie de vloek zal verdwijnen.
Verheug u, gij richt de gevallen Adam weer op.
Verheug u, vertroosting voor de tranen van Eva.
Verheug u, gij gaat al ons denken te boven.
Verheug u, diepte, onpeilbaar voor het engelenoog.
Verheug u, want de troon van de Koning zijt gij.
Verheug u, want gij draagt de drager der wereld.
Verheug u, ster, die de Zon doet verschijnen.
Verheug u, schoot waarin God nederdaalt.
Verheug u: door u wordt de schepping vernieuwd.
Verheug u: door u wordt de Schepper een kind.
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

2. Bewust was zich Maria haar reinheid
en daarom sprak zij onomwonden tot Gabriël:
"O hoe wonderbaar is mij uw woord,
hoe ondoorgrondelijk.
Gij verkondigt dat de maagd moeder wordt.
En gij jubelt voor God:
Allluja, alleluja, alleluja!"

3. Gericht op de kennis die niet te kennen is,
zei de Maagd tot de gezant van de Heer:
"Zeg mij: hoe zal dit geschieden?
Dat ik uit mijn maagdelijke schoot een Zoon zal baren?"
Maar de engel sprak haar toe met deze woorden:

Verheug u, ingewijde in een onzegbaar mysterie.
Verheug u, bewaarster van een door God verzegeld geheim.
Verheug u, Christus' wonderen beginnen in u.
Verheug u, gij bevat de kern van zijn lering.
Verheug u, hemelladder waarlangs God tot ons afdaalt.
Verheug u, brug die aardbewoners in de hemel geleidt.
Verheug u, bron van verbazing der engelen.
Verheug u, gij doorbreekt de macht van de duivels.
Verheug u, op onuitsprekelijke wijze baart gij het Licht.
Verheug u, die niemand dit wonder laat zien.
Verheug u, de wijsheid der wijzen gaat gij te boven.
Verheug u: gij verdiept ons eenvoudig geloof.
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

4. Door Gods kracht overschaduwd
heeft de Maagd ontvangen,
hoewel zij nooit door een man werd benaderd.
Haar moederschoot werd een vruchtbare akker
en allen die verlossing willen oogsten naderen en zingen luid:
Alleluja, alleluja, alleluja!

5. En de Maagd spoedde zich naar Elisabeth
nadat zij in haar moederschoot God had ontvangen.
Het kind in de schoot van Elisabeth sprong vol vreugde op
alsof het zelf Gods Moeder begroette:

Verheug u, rank van een onsterfelijke stam.
Verheug u, gij draagt de vrucht die nimmer vergaat.
Verheug u, gij voedt Hem die alle leven verzadigt.
Verheug u, gij schenkt het leven aan Hem die ons maakte.
Verheug u, weelde van de ontferming van God.
Verheug u, tafel die overvloeit van Gods rijke genade.
Verheug u, gij geeft ons lichaam weer kracht.
Verheug u, gij bereidt onze ziel een veilige haven.
Verheug u, heerlijk geurende wierook van voorspraak.
Verheug u, die heel de wereld redt door gebed.
Verheug u, Gods welbehagen voor wie moeten sterven.
Verheug u, die de stervelingen moed geeft bij God.
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

Maria, gij spreekt voor ons ten beste.
Gij zijt voor ons een schutsvrouw tegen alle kwaad.
Daarom zingen wij vol dankbaarheid dit glorielied.
Red ons door uw grote macht, o Moeder van God,
uit alle gevaren, nu wij tot u zingen:
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

Vierde zondag na Pasen

De Heilige Geest

Epistel
Jac. 1, 17-21
Veelgeliefden, ieder goede gave en ieder volmaakte gift komt van boven, afdalend van de Vader van het licht, bij Wie er geen verandering is of verduistering door onbestendigheid. Want uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken door de prediking van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen zouden zijn onder Zijn schepselen. Gij weet dat, mijn veelgeliefde broeders. Laat iedereen nu vlug bereid zijn om te luisteren, maar niet haastig om te spreken, en niet haastig met toornig te worden. Want een toornig mens volbrengt niet de gerechtigheid Gods. Verwijdert daarom ieder smet en alle verkeerde uitwas, en aanvaardt in zachtmoedigheid het woord, dat in u is uitgezaaid en dat de kracht bezit om uw zielen zalig te maken.

Evangelie
Joh. 16, 5-14
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Ik ga heen tot Hem, Die Mij gezonden heeft; en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen? Maar de droefheid heeft Uw hart vervuld, omdat Ik u dit heb meegedeeld. Doch Ik zeg u de waarheid: het is goed voor u, dat Ik wegga. Want zo Ik niet wegga, zal de Helper niet tot u komen; als Ik echter heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En wanneer Hij komt, zal Hij aan de wereld bewijzen, dat zij ongelijk heeft wat betreft zonde, gerechtigheid en veroordeling. Wat betreft zonde: omdat zij niet in Mij geloofd hebben. Wat betreft gerechtigheid: omdat Ik heenga tot de Vader, en gij Mij niet meer zult zien. Wat betreft veroordeling: omdat de vorst dezer wereld reeds geoordeeld is. Nog veel heb Ik u te zeggen, doch gij kunt het nu nog niet verdragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, dan zal Hij u de volle waarheid leren. Want Hij zal niet spreken uit Zichzelf, maar Hij zal spreken, al wat Hij hoort; en Hij zal u de komende dingen verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want van het mijne zal Hij ontvangen en het aan u verkondigen.

Overweging
Vorige week zondag sprak het Evangelie over de ‘korte tijd’ die voor ons een aansporing tot waakzaamheid en gereedheid moet zijn. Maar de kortheid van de tijd is ook bron van de christelijke hoop die ons leven moet bezielen. De deugd van de hoop is ook te vinden in de teksten van deze heilige Mis, zo ook in de oratie van deze vierde zondag na Pasen: “God, Die de gelovigen een van geest en wil doet zijn, doe Uw volk datgene liefhebben wat Gij voorschrijft, datgene verlangen wat Gij belooft, opdat te midden van de wisselvalligheden van deze wereld onze harten daar verblijven waar de echte vreugde is."

“Te verlangen wat Gij belooft”, dat is een van de beden die deze oratie bevat. Deze gaat over de deugd van hoop, de deugd die bij uitstek ons christelijke bestaan kenmerkt. Wij verlangen, wij moeten verlangen naar hetgeen God ons belooft.

Wat is eigenlijk de christelijke hoop? Wat bedoelt een christen als hij daarover spreekt? De hoop is een verlangen naar een moeilijk, maar toch bereikbaar goed, met het vaste vertrouwen dit goed te zullen verkrijgen. Hopen is dus verlangen en vertrouwen. Waar geen verlangen is, daar is ook geen hoop. Waar het vertrouwen ontbreekt, daar is ook alle hoop verbannen. Wij spreken over de natuurlijke hoop (die naar de natuurlijke goederen streeft) en over de bovennatuurlijke hoop, en dat is de christelijke hoop, dat is wat wij in de oratie vragen: de deugd van hoop.

“Te verlangen wat Gij belooft.” Wat is dat, wat God ons belooft? De onzichtbare goederen, het volmaakte kindschap van God, het lichaam der verrijzenis, gelijkvormig aan Christus’ Lichaam. De verlossing en het eeuwig leven met God Zelf, dat voor ons bestemd is, dat is wat de trouwe dienaars van God mogen verwachten. God Zelf is dus het fundament van de hoop. En die hoop is een gave van Hem, die Hij ons tegelijkertijd met Zijn genade schenkt. Daarin kunnen wij zien dat God eigenlijk de bron, de ondersteuning en het doel van onze hoop is. Hij is de bron, omdat de hoop alleen uit Zijn pure goedheid aan ons wordt geschonken. Uit onszelf kunnen wij ze niet verkrijgen. Hij is de ondersteuning, want Hij geeft ons onophoudelijk de noodzakelijke middelen om ons einddoel te bereiken. Uiteindelijk is Hij Zelf dit doel, Hij Die alles omvat en al onze verlangens vervult.

“In hoop zijn wij gered.” (Rom. 8, 24), zegt de apostel Paulus tegen de Romeinen en tegen ons. De waarborg van onze hoop is de goddelijke liefde die zichtbaar geworden is door de Menswording van Zijn Woord. Door Zijn dood en verrijzenis geeft Christus ons de zekerheid dat onze hoop in vervulling gaat. Deze zekerheid hebben wij door de belofte van de Heilige Geest en door Zijn aanwezigheid in de Kerk. Maar deze hoop wordt ons niet zo maar gegeven. Door de hoop, te midden van de wisselvalligheden van deze wereld, kunnen onze harten gevestigd blijven waar de ware vreugde is. Dan wordt het duidelijk dat wij op aarde vreemdelingen en pelgrims op doorreis zijn. Wij zoeken hier geen vaste woonplaats. Wij gaan de aarde verlaten en moeten er niet aan denken ons hier blijvend te vestigen. Dat zou ons moeten helpen om een gezonde afstand te houden tot alles wat er in ons leven gebeurt, het lijden en de mislukkingen christelijk te beleven, en ons niet te binden aan de goederen van deze wereld.

13 mei 2017

13 mei 2017: 100 jaar Fatima

Aan de verschijningen van de heilige maagd Maria aan de drie herderskinderen in Fatima, waarvan de eerste op 13 mei 1917 plaatsvond, gingen verschijningen van een engel vooraf. Deze engel leerde aan Lucia, Jacinta en Francisco het volgende gebed:

Allerheiligste Drieëenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik offer U op het kostbaar Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van Jezus Christus onze Heer, vertegenwoordigd in alle heilige Tabernakels van de wereld, tot eerherstel van alle beledigingen, heiligschennissen en onverschilligheden waardoor Hijzelf beledigd wordt. Door de oneindige verdiensten van het Heilig Hart van Jezus en het Onbevlekte Hart van Maria, bid ik om de bekering van onze zondaars.

Maria sprak tot de kinderen onder meer:
"Mijn Onbevlekt Hart zal jouw toevlucht zijn en zal je naar God leiden." en "Bidt elke dag een rozenhoedje voor de vrede op de wereld en de bekering van de zondaars."

11 mei 2017

11 mei: H.H. Philippus en Jacobus de Mindere, apostelen

Philippus en Jacobus de Mindere worden op dezelfde dag gevierd om twee redenen: ze waren beiden apostel én hun relieken rusten op dezelfde plek, namelijk in de kerk van de Twaalf Apostelen (Dodici Apostoli) in Rome.

Philippus, afkomstig uit de stad Betsaïda en leerling van Johannes de Doper, was als prediker actief in het westelijke deel van Klein-Azië en in Frygië. In dat land, meer bepaald in de stad Hiërapolis, stierf hij rond 80 de marteldood. Op bevel van keizer Domitianus werd hij gekruisigd met het hoofd naar beneden. Later werd hem een apocrief (niet als gezaghebbend erkend) evangelie toegeschreven, dat een lange lofzang op de maagdelijkheid is.

Jacobus de Mindere, ook de rechtvaardige genoemd, was een zoon van een zus van de heilige maagd Maria en dus een neef van Jezus, die een paar jaar jonger was. Het toevoegsel ‘de Mindere’ kreeg hij om hem te onderscheiden van de andere apostel Jacobus (de Meerdere). Het predikaat verwijst naar het feit dat hij later dan zijn naamgenoot apostel werd, namelijk in het jaar 31. Jacobus de Mindere werd de eerste bisschop van Jeruzalem en leidde een nogal zonderling bestaan. Zo zou hij zijn haar en baard nooit hebben laten knippen, waste hij zich nooit en liep hij blootsvoets. Het grootste deel van zijn tijd bracht hij al biddend door. Hij hoefde, naar verluidt, zijn armen maar naar de hemel uit te strekken om het te laten regenen. Hij schreef in 59 een epistel, waarvan de hoofdstelling luidt dat geloven alleen maar mogelijk is wanneer men ook goede werken doet. In 62 werd hij valselijk beschuldigd door de hogepriester Ananus, die hem aan het joodse volk uitleverde. Nadat hij had geweigerd zijn geloof af te zweren, werd Jacobus de Mindere van op het dak van de tempel naar beneden geworpen. Hij overleefde de val en vroeg de Heer om zijn moordenaars te vergeven. Daarop werd hij gestenigd en uiteindelijk doodgeslagen met een knuppel.

8 mei 2017

Legioen Kleine Zielen

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie. Het zaadje van het legioen werd op de akker van de Heer geplant door het verlangen van de H. Theresia van Lisieux. Haar gebed was: “Ik smeek U een legioen van kleine zoenoffers uit te kiezen die Uw Liefde waardig zijn.”

Om dit verlangen te verwezenlijken heeft Jezus Zelf een kleine boodschapster gekozen. Haar naam is Marguerite, afkomstig uit Wallonië. Gedurende vele jaren heeft Hij haar gevormd en geleid en haar de ‘Boodschap van de Barmhartige Liefde aan de Kleine Zielen’ ingeven. Het geestelijk kindschap heeft binnen de Kerk vaste vorm gekregen in een zichtbare ver-wezenlijking, het Legioen Kleine Zielen, waarvan Jezus de stichting aan Zijn kleine boodschapster Marguerite heeft toevertrouwd.

In 1983 heeft de toenmalige bisschop van Luik, mgr G.M. van Zuylen, de statuten van het legioen, die zijn opgesteld naar kerkelijk recht, goedgekeurd. Deze officiële erkenning van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart maakte het mogelijk dat het legioen zich over de hele wereld kon verspreiden met de zekerheid een officiële vereniging binnen de Kerk te zijn.

Het legioen heeft zijn centrum in Chevremont. Van daaruit wordt de boodschap van Jezus’ oproep tot Liefde, als enige remedie tegen het kwaad dat de wereld teistert en zelfs in Zijn Kerk tweedracht zaait, verspreid. De verschrikkelijke storm die door haat wordt aangewakkerd kan alleen verdwijnen door gebed en offerbereidheid. Het is aan de ‘kleine zielen’ om hieraan bij te dragen.

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. De bijeenkomst in de maand mei is op woensdag 10 mei. Na het Marialof en de heilige Mis is er om 11.45 uur de Rozenkrans van de Barmhartige Liefde met toewijding, aansluitend is er in de zaal van de pastorie een kopje koffie of thee en een conferentie.

Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

7 mei 2017

Derde zondag na Pasen

De Verrijzenis

Epistel
1 Petr. 2, 11-19
Veelgeliefden, ik bid u, als pelgrims en vreemdelingen, dat gij u verre houdt van de vleselijke lusten, die strijd voeren tegen de ziel. Temidden van de heidenen moet gij een voorbeeldig leven leiden, opdat zij juist in die dingen, waarom zij u voor boosdoeners uitmaken, bij nader toezien om wille van uw goede werken God gaan verheerlijken op de dag der bezoeking. Daarom, weest onderdanig aan ieder menselijk gezag, om wille van God; zowel aan de keizer, omdat hij boven allen staat, alsook aan de landvoogden, omdat zij door hem zijn gezonden om de misdadigers te straffen en de goeden waardering te schenken. Want aldus is het de wil van God, dat gij door goed te leven het onverstand van de kortzichtige mensen tot zwijgen brengt. Als vrije mensen - en niet als mensen, die de vrijheid beschouwen als een dekmantel voor het kwaad - maar als dienstknechten van God. Hebt achting voor een ieder; bemint uw medebroeders; vreest God; eert de keizer. Gij, dienstknechten, weest in alle eerbied onderdanig aan uw meesters, niet slechts als zij goed zijn en welwillend, maar evenzeer als zij lastig zijn. Want dat is een welgevallige daad, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 16, 16-22
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Een korte tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien; want Ik ga heen naar de Vader. Sommigen van Zijn leerlingen zeiden dan tot elkander: Wat betekent dat toch, wat Hij ons zegt: Een kort tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien; en: Ik ga heen naar de Vader? Wat bedoelt Hij toch met: een korte tijd? Wij begrijpen niet, wat Hij zegt. Jezus nu wist, dat zij Hem iets wilden vragen; en Hij sprak tot hen: Gij raadpleegt elkander over Mijn gezegde: Een korte tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: gij zult schreien en jammeren maar de wereld zal zich verblijden. Gij zult wel bedroefd zijn doch uw droefheid zal verkeren in vreugde. Als een vrouw moeder gaat worden, is zij bedroefd, omdat haar uur gekomen is; maar zodra zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar smart, van blijdschap, dat er een mens ter wereld is gekomen. Zo zijt ook gij nu wel bedroefd; maar Ik zal u weerzien; dat zal uw hart zich verblijden, en die blijdschap zal niemand u ontnemen.

Overweging
De woorden van Jezus “nog een korte tijd en gij zult Mij niet meer zien; en weer een korte tijd, dan zult gij Mij weer zien, want Ik ga heen naar de Vader” waren voor de apostelen onduidelijk en geheimzinnig. Zij vroegen zich af wat Jezus ermee bedoelde, maar zij durfden hun Meester er niet naar te vragen. Misschien zijn deze woorden ook tot ons gericht. Blijkbaar bevatten zij een tegenstrijdigheid. Hoe kon Hij tegelijkertijd bij Zijn Vader en bij de apostelen zijn? En wat bedoelt Hij met ‘een korte tijd’?

Deze woorden komen uit de lange afscheidsrede uit het Evangelie van Johannes, die op Witte Donderdag plaatsvond. Op de vooravond sprak Christus over Zijn kruisdood en opstanding en toch bleken de apostelen het niet begrepen te hebben. Bij deze woorden dacht onze Heer aan het kortstondig heengaan na Zijn lijden en aan de terugkeer bij Zijn verrijzenis. Maar dit heengaan en deze terugkeer waren slechts een beeld van een ander heengaan en een andere wederkomst. Zonder twijfel kunnen wij daar het opstijgen tot Zijn Vader bij de hemelvaart in zien en het weerzien van de apostelen in de eeuwigheid. Maar – zoals zo vaak in het Evangelie – moeten wij deze woorden ook op onszelf toepassen. Wij zijn degenen aan wie Christus een weerzien belooft. En dat weerzien is niets anders dan de hemelse vreugde: Wij zullen de verheerlijkte Heer dan zien in Zijn hemelse heerlijkheid.

De Verlossing en de Paasvreugde brengen ons, katholieken, in herinnering dat wij een oprecht christelijk leven moeten lijden, dat wij God en Zijn Kerk moeten blijven dienen, ook als wij daarom vervolgd zouden worden. Wij moeten bezield blijven door het weten dat wij in deze wereld geen blijvend thuis hebben; wij zijn in dit leven slechts op doortocht, op weg naar het hemelse Vaderland, het Vaderland dat Christus voor ons opnieuw heeft geopend. Om dit Vaderland te kunnen bereiken hebben wij de Kerk nodig, omdat zij de weg en de verkondiger is van dit hemelse doeleinde van ons bestaan.

De Kerk beschikt over de noodzakelijke middelen om het hemelse leven binnen te kunnen gaan. Door haar moraal wordt onze menselijke natuur gezuiverd van de begeerlijkheden, door haar geloofsleer wordt ons de kennis van God ingegeven en door haar sacramenten wordt de gezuiverde mens, die God als zijn levensdoel erkend heeft, geheiligd. De Kerk is dus niet louter een gemeenschap van allerlei mensen die een bepaalde liturgie of ritueel aanhangen, maar zij is het heilsinstrument dat door haar moraal, haar geloof en haar sacramenten ons tot God brengt. De heilige Paulus maant ons in het epistel voor de vleselijke lusten die strijd voeren tegen de ziel. Wij zien daarin dat een geloof dat zonder moraal blijft een zelfbedreiging en een groot gevaar is.

5 mei 2017

5 mei: Heilige Pius V, paus en belijder

Pius V werd op 17 januari 1504 te Bosco nabij Allessandria geboren als Michele Ghislieri. Al op 14-jarige leeftijd trad hij in bij de Dominicanen. Hij werd in 1528 tot priester gewijd. In 1556 benoemde paus Paulus IV hem tot bisschop van de Italiaanse diocesen Nepi en Sutri, nadat hij Ghislieri eerder al (in 1551) had benoemd in de leiding van de Romeinse inquisitie. Dezelfde paus verhief hem in 1557 tot kardinaal.

Na zijn verkiezing tot paus in 1566 heeft Pius V zich volledig ingezet voor de realisering van de bepalingen van het Concilie van Trente (1545-1563). Hij verpersoonlijkt de katholieke contra-reformatie. Meteen in 1566 liet hij de Catechismus Romanus verschijnen. In 1568 verscheen het herziene Romeins brevier en in 1570 een herzien missaal, dat vanaf 1570 tot 1969, het jaar van de invoering van een vernieuwde liturgie (Novus Ordo Missae) door Paus Paulus VI, de enige ordo was die wereldwijd door katholieke priesters op alle continenten gebruikt werd. Het gebruik van deze Liturgie van Pius V, de zogenaamde 'Tridentijnse heilige Mis', werd echter nooit afgeschaft en staat in de Rooms-katholieke Kerk nu bekend als de buitengewone vorm van de Romeinse ritus (cf. Motu Proprio 'Summorum Pontificum' uit 2007 van paus Benedictus XVI).

In 1567 verhief hij de heilige Thomas van Aquino tot kerkleraar.

In 1569 benoemde Pius V een commissie ter herziening van de tekst van de Vulgata, de officiële Latijnse Bijbelvertaling.

Pius V sprak in 1570 de excommunicatie uit over koningin Elizabeth I van Engeland.

In 1570 bedreigden de oprukkende Turken het Italiaanse schiereiland. Met de grootst mogelijke moeite wist de paus de christenstaten te bewegen de krachten te bundelen en een gezamenlijk leger op de been te brengen. Zo voer op 7 oktober 1571 een Spaans-Italiaanse vloot, onder leiding van Don Juan van Oostenrijk († 1578) de Turken tegemoet voor een beslissend treffen. Deze zeeslag is de geschiedenis ingegaan als de Slag bij Lepanto (dit is het huidige Navpaktos, ten noorden van de Griekse stad Patras aan de Golf van Korinte).
Intussen had de paus de christenen opgeroepen tot een onophoudelijk bidden van de Rozenkrans om zo Maria's voorspraak af te smeken. Als de christenen zouden winnen - zo beloofde hij - zou hij een officieel feest van de Rozenkrans instellen. En zo geschiedde. Sindsdien staat het feest van Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans op 7 oktober op de Romeinse Kalender.

Pius V voerde de gewoonte in dat pausen een witte soutane dragen, oorspronkelijk het witte dominicaanse habijt, echter zonder de bijbehorende zwarte mantel die door de dominicanen wordt gedragen.

Pius V overleed op 1 mei 1572 in Rome. In 1672 werd hij zaligverklaard door paus Clemens X en in 1712 volgde zijn heiligverklaring door paus Clemens XI.

4 mei 2017

4 mei: Heilige Monica, weduwe

Monica werd in het jaar 332 geboren in de Numidische plaats Thagaste, gelegen in het huidige Algerije. Zij was een dochter van christelijk ouders. Op 18-jarige leeftijd werd zij uitgehuwelijkt aan Patricius. Hij hield het bij de traditionele Romeinse goden. Van karakter was hij driftig en eigenzinnig. Pas vlak voor zijn dood in 371 zou hij zich tot het christendom bekeren, ongetwijfeld door Monica's onophoudelijk gebed. Monica schonk hem drie kinderen onder wie Augustinus, de latere heilige en kerkvader.

Zij probeerde haar kinderen vertrouwd te maken met de christelijke levensopvatting en de daarbij behorende deugden. Maar juist bij Augustinus, haar meeste getalenteerde kind, moet ze constateren dat hij het karakter van zijn vader had geërfd. Later zal Augustinus in zijn boek 'Confessiones' (= Belijdensissen) zelf over zijn jongelingsjaren vertellen. Tijdens zijn studies tot redenaar (destijds de baan om hogerop te komen in de maatschappij) deed hij alles wat christenen niet zouden moeten doen; hij ging om met slechte vrienden en zocht zijn levensgeluk bij filosofieën die veel spectaculairder waren dan die van zijn moeder. Vooral de boerse en rauwe verhalen uit het Oude Testament konden volgens hem nog niet in de schaduw staan van de fijnbesnaarde gedachten van de Griekse en Romeinse filosofen.

Monica leed daar onder. Eens kwam er een christelijke bisschop op doorreis door haar woonplaats. Zij stortte haar hart bij hem uit en bezwoer hem dat hij eens met haar zoon moest praten: hij zou de goede antwoorden op de scherpzinnige redeneringen van haar zoon wel weten. Maar die bisschop had allang begrepen dat Augustinus op dat moment juist genoot van zijn levensopvatting: daar zou zelfs een vreemde bisschop niets aan kunnen veranderen. Vermoeid door haar drammerige aanhouden zei hij tenslotte: "Een kind van zoveel tranen kan niet verloren gaan".

Augustinus ontvluchtte zijn moeder, zijn woonplaats en zijn wereld en stak over naar Italië om daar carrière te maken aan het keizerlijk hof als redenaar. Maar zijn moeder kwam achter hem aan, eerst naar Rome en vervolgens naar Milaan, waar het hof van de keizer op dat moment gevestigd was en waar haar zoon intussen leraar was geworden.
Intussen hadden al de filosofieën waarbij Augustinus zijn levensgeluk had gezocht, hem niets opgeleverd. Op zijn zoektocht naar een houvast in het leven ging hij regelmatig in de christelijke kerk naar de preken luisteren van de heilige bisschop Ambrosius († 397). Daar hoorde hij hoe Ambrosius juist schatten van filosofie en levensinzicht tevoorschijn wist te halen uit uit de door hem zo verachte verhalen van het Oude Testament.

Uiteindelijk zal hij zich na een lang en heftig innerlijk verzet laten dopen. Dit alles natuurlijk tot grote vreugde van zijn moeder met wie hij zich verzoende. Nu haar hartenwens was vervuld, besloot zij naar huis in Afrika terug te gaan. Augustinus reisde met haar mee. In Rome's havenstad Ostia overleed zij.

In 1162 werden haar relieken overgebracht naar het augustinessenklooster van Arrouaise bij Arras. Op 9 april 1430 werd haar stoffelijk overschot plechtig overgebracht naar Rome; daar werd zij tot de eer der altaren verheven en naast haar zoon bijgezet in de kerk van San Agostino, gelegen bij de Piazza Navona. Dat gaf een nieuwe opleving aan haar verering.

Het concilie van Trente (1570) bepaalde haar feestdag op 4 mei, de dag voordat Augustinus' bekering werd gevierd: die stond op 5 mei.
Zij is patrones van Santa Monica (Californië); van moeders en moederbonden, christenvrouwen en christelijke echtgenotes; van de Keulse 'gordelbroederschappen' (religieuze gemeenschappen die een gordel dragen); ook wordt haar voorspraak ingeroepen voor het zielenheil van kinderen die verkeerde wegen gaan.

3 mei 2017

Informatiebulletin voor de maand mei is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand mei is verschenen. Hierin onder meer aandacht voor de meimaand-Mariamaand, de lezing voor de Sint-Nicolaasacademie, de Paastijd als heilsbegin, en het Legioen Kleine Zielen.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin mei' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Informatiebulletin mei 2017

2 mei 2017

Van de pastoor: Begonnen is de tijd van het heil

Beminde gelovigen,

Wij bevinden ons in de vreugdevolle Paastijd, die duurt tot aan de Hemelvaart van de Heer, waarop de Paaskaars na het zingen van het Evangelie gedoofd zal worden. Op dit moment is Pasen dus niet achter de rug, maar net begonnen. Begonnen is de tijd van het heil. Zo moeten wij als christenen dan ook leven, niet aan de oppervlakte van de uiterlijke feesten door het jaar, maar ons diep laten doordringen door de genaden die God ons wil doen toekomen door aan het liturgisch leven van de Kerk deel te nemen.

De maand mei is in het bijzonder toegewijd aan de heilige maagd Maria. Wij vereren haar als beschermster van de christenen. Tijdens weekdagen kunt u deze verering zichtbaar maken door in de kerk tijdens het lof deel te nemen aan de gemeenschappelijke rozenkrans en de daarop volgende litanie. Onze tijd heeft zeker het gebed en de voorspraak van de Moeder der christenheid nodig, om niet te verzinken in ellende en vernieling.

Aan u allen wens ik een zalig Pasen!

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

1 mei 2017

1 mei: Heilige Jozef, arbeider, hoogfeest

De kerkelijke viering van de heilige Jozef als arbeider is ingesteld in 1955 door paus Pius XII. Door de heilige Jozef tot voorbeeld te stellen voor de arbeiderswereld, gaf hij een christelijke oriëntatie aan de dag van de arbeid. Ook daar waar deze 1 mei-viering niet gebruikelijk is, herinnert de herdenking van de heilige Jozef als patroon van de arbeid aan de waarde van de menselijke inspanning voor het dagelijks onderhoud.