Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 augustus 2017, onder voorbehoud van wijzigingen.

30 juni 2017

Zondag aanstaande: Eremis door eerwaarde heer Sacha Steijaert, pr.

Op zondag 2 juli zal de Hoogmis in onze kerk worden gecelebreerd door de eerwaarde heer Sacha Steijaert (foto), die op 10 juni jl. priester is gewijd door de bisschop van 's-Hertogenbosch. In de afgelopen jaren heeft hij meerdere keren in onze kerk geassisteerd en nu zal hij voor het eerst de heilige Mis opdragen in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus. We vieren de vierde zondag na Pinksteren.

29 juni 2017

29 juni: H.H. Petrus en Paulus, apostelen, hoogfeest

Petrus heette aanvankelijk Simon, zoon van Jona (of Johannes). Zijn broer heette Andreas. Zij waren vissers op het moment dat Jezus hen vroeg Hem te volgen (Mc. 1,16-20). Van Jezus kreeg hij de bijnaam Petrus ('rots': Mt. 16, 18; Joh. 1, 42).

Uit de Evangeliën krijgt men de indruk dat hij een spontaan, hartelijk karakter had, ook met alle fouten van dien. Zo wilde hij niet dat Jezus hem de voeten waste, omdat dat slavenwerk was. Toen Jezus zei dat ze dan niet langer bij elkaar zouden horen, wilde hij ineens helemaal gewassen worden (Joh. 13, 6-9). Van de andere kant hield hij glashard vol Jezus niet te kennen, toen het hem te benauwd werd en hij tijdens Jezus' verhoor door omstanders werd herkend als een van Zijn leerlingen. Jezus had het hem in de vooravond nog voorzegd: "Eer de haan kraait, zul je me driemaal verloochend hebben" Toen er een haan kraaide, herinnerde Petrus zich Jezus' woorden en huilde bitter om zijn lafhartigheid (Mt. 26, 69-75). Als de leerlingen na Jezus' heengaan weer zijn gaan vissen en Hem herkennen op het strand, bedenkt Petrus zich geen moment, trekt zijn kleed aan, springt overboord en zwemt voor de boten uit naar Jezus toe (Joh. 21, 1-9). Deze Petrus is de prins der apostelen geworden (Joh. 21, 15-32).

In de eerste tien hoofdstukken van het bijbelboek ‘Handelingen van de Apostelen’ wordt verteld hoe Jezus’ leerlingen, en Petrus in het bijzonder, steeds meer bezield werden door Zijn Heilige Geest, en dus steeds meer op Jezus gingen lijken.

Eens kwam Petrus op een grote rondreis ook bij de leerlingen die in Lydda woonden, en trof daar een zekere Enéas aan, die reeds acht jaar wegens verlamming het bed moest houden. Petrus sprak tot hem: "Enéas, Jezus Christus geneest u, sta op en maak zelf uw bed in orde." Onmiddellijk stond hij op. Alle inwoners van Lydda en van de Saronvlakte zagen hem en bekeerden zich tot de Heer.

Dit verhaal doet denken aan de genezingen van lammen in de evangeliën: bij voorbeeld Marcus 2, 1-12, de lamme door het dak: Petrus' aanmaning hier "Maak uw bed in orde" herinnert enigszins aan Jezus' aanbeveling aan de lamme daar: "Neem uw bed op..." Het verhaal hier herinnert ons ook aan Johannes 5, 1-9, de genezing van de lamme in Betsaïda, doordat het aantal jaren van de verlamming uitdrukkelijk wordt genoemd: hier acht jaar bij Johannes 38 jaar.

Er leefde destijds in Joppe een leerlinge met name Tabita, wat in vertaling Dorkas, Gazelle, betekent. Zij was onuitputtelijk in het doen van goede werken en het geven van aalmoezen. Juist in die dagen was zij echter na een ziekte gestorven. Men waste haar en legde haar in een bovenvertrek. Omdat Lydda dichtbij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar verbleef, twee mannen naar hem toe met het verzoek: "Kom zonder uitstel naar ons toe." Petrus ging aanstonds met hen mee. Bij zijn aankomst brachten ze hem in het bovenvertrek, waar alle weduwen wenend hem omringden en al de kleren en mantels lieten zien die Dorkas gemaakt had toen ze nog in hun midden was. Petrus deed allen naar buiten gaan, knielde neer en bad. Toen sprak hij, zich kerend naar het lijk: "Tabita, sta op." Zij opende de ogen, zag Petrus en ging overeind zitten. Hij reikte haar de hand en hielp haar opstaan. Vervolgens riep hij de heiligen en de weduwen en gaf haar levend aan hen terug.
Dit werd bekend in heel Joppe, zodat velen het geloof in de Heer aannamen. (Hand. 9, 32-42)

Dit verhaal doet sterk denken aan Jezus' opwekking van Jaïrus' dochtertje. De belangrijkste overeenkomst is natuurlijk dat een vrouw uit de dood wordt opgewekt. Maar er zijn nog enkele details. Net als Jezus stuurt Petrus allen naar buiten. Ze spreken bijna dezelfde woorden. Waar Jezus zei: "Talita koemi, sta op!", horen we Petrus zeggen: "Tabita, sta op!" Net als Jezus pakt Petrus de vrouw bij de hand om haar op te richten.

De conclusie moet bijna wel zijn, dat in Petrus Jezus Zelf aan het werk is; in Petrus zijn de tijden van het Evangelie teruggekeerd.

Het tweede deel van de Handelingen van de Apostelen vertelt voornamelijk hoe Paulus het christendom onder de heidenen verkondigt. Toch is het Petrus die het eerst een heiden, Cornelius, tot Christus brengt (Hand. 10). Na de verhuizing uit Jeruzalem vestigde hij zijn zetel in de Syrische stad Antiochië; weer later ging hij naar de hoofdstad van het Romeinse Rijk, Rome.

Beroemd is de legende 'Quo vadis?' Tijdens de christenvervolgingen onder keizer Nero, drongen de gelovigen erop aan dat Petrus de stad zou ontvluchten. Uiteindelijk gaf hij gehoor aan hun dringende bede. Aan de rand van de stad kwam hij echter Jezus Zelf tegen; Hij droeg Zijn kruis in de richting van Rome. Verbijsterd vroeg Petrus "Quo vadis? Waar gaat U heen, Meester?" Waarop Jezus antwoordde: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Toen begreep Petrus dat hij er verkeerd aan deed de stad te ontvluchten; hij moest bij zijn mensen blijven. Hij keerde terug, en werd inderdaad enige tijd later gearresteerd en net als zijn Heer tot de kruisdood veroordeeld. Hij vond van zichzelf dat hij maar weinig op Jezus geleek. Daarom vroeg hij de gunst om met het hoofd naar beneden gekruisigd te worden.

Nero liet de twee kopstukken onder de christenen, de apostelen Petrus en Paulus arresteren door een zekere Paulinus. Deze wierp de twee in de gevangenis en droeg de bewaking op aan Processus en Martinianus. Maar Petrus wist deze wachters tot Christus te bekeren. Omdat er in de gevangenis geen water voorhanden was om hen te dopen, keerde Petrus in tot gebed en op hetzelfde moment sprong er een fontein op uit de stenen vloer. Nu openden de voormalige bewakers de deuren van de gevangenis voor hen en gaven hun de vrijheid terug. Later, na de marteldood van Petrus en Paulus, kwam hun dat eveneens op de doodstraf te staan: op last van Nero werd hun met het zwaard het hoofd afgehakt.

Op uitdrukkelijk aandringen van zijn medegelovigen nam Petrus de vlucht en ging op weg om de stad Rome te verlaten. Maar bij één van de stadspoorten aangekomen - op die plaats staat nu de kerk van Maria Onderweg - kwam Christus hem tegemoet. Hij sprak: "Maar Heer, waar gaat U heen (Quo vadis)?" Waarop de Heer antwoordde: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Petrus herhaalde: "Opnieuw gekruisigd?" "Ja". Daarop hernam Petrus: "Maar dan ga ik terug, Heer, om samen met u gekruisigd te worden." Daarop steeg de Heer weer ten hemel. Petrus bleef in tranen achter.

Hij begreep dat het uur van zijn marteldood geslagen had. Hij ging terug de stad in. Daar werd hij onmiddellijk gegrepen door de politie van Nero. Hij werd voor de stadhouder, Agrippa, geleid. Linus vertelde later dat Petrus' gelaat straalde van vreugde.

Linus was één van Petrus' leerlingen: hij zou hem opvolgen als bisschop van Rome, de belangrijkste van alle bisschoppen.

De stadhouder zei tot hem: "Dus u bent die man die er vreugde in vindt om temidden van het lagere volk te wonen? En die de vrouwen van de achterbuurten weghoudt van hun man in bed?" Waarop Petrus ten antwoord gaf: "Mijn enige vreugde vind ik in het kruis van mijn Heer." Omdat hij vreemdeling was, werd hij veroordeeld tot de doodstraf aan het kruis. Paulus daarentegen was Romeins staatsburger: hij werd veroordeeld tot onthoofding door het zwaard.

Dionysius (bijgenaamd 'de Areopagiet') schrijft een brief aan Paulus' leerling Timotheus over Paulus' dood. Daarin vertelt hij hoe de menigte, bestaande uit heidenen en joden, niet moe werd hen beiden, Petrus en Paulus, in het gezicht te spuwen en te slaan waar ze hen maar raken konden.

Op het moment dat ze van elkaar gescheiden werden, zei Paulus tegen Petrus: "De vrede zij met jou; jij bent de rots waarop de kerk gebouwd is; jij bent herder van Jezus' schapen." En Petrus zei tegen Paulus: "Ga in vrede, jij bent de verkondiger van de waarheid en van de blijde boodschap; jij bent de doorgever van het heil aan alle rechtvaardigen."

Deze passage roept allerlei teksten uit het Evangelie op. Ten eerste worden we herinnerd aan de gebeurtenis dat Petrus tegen Jezus zegt: "Gij zijt de Christus (Messias), de Zoon van de levende God." Jezus had toen op Zijn beurt gereageerd: "En jij, Simon, jij bent Petrus, rots, en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen." Jezus en Petrus hebben elkaar toen over en weer 'bevestigd' in wat ze ten diepste waren. Nu doen Petrus en Paulus hetzelfde ten aanzien van elkaar.

De woorden waarmee ze dat doen, slaan op eerdere gebeurtenissen. Na zijn verrijzenis is Jezus eens aan Petrus en Johannes verschenen. Jezus vroeg bij die gelegenheid aan Petrus tot drie keer toe of hij Hem beminde. Dat maakte Petrus bedroefd, want het herinnerde hem aan zijn drievoudige verloochening, in de nacht van Jezus' arrestatie en veroordeling: "Simon, bemin je mij?" Tot drie keer toe. Telkens als Petrus geantwoord had "Ja Heer, U weet dat ik U bemin" zei Jezus "Hoed mijn schapen!" Naar die woorden van Jezus verwijzen nu Paulus' woorden: "Jij bent de herder."

Op dezelfde manier bevestigt Petrus Paulus in het feit dat hij Gods woord heeft verkondigd onder de heidenen. Daarover was destijds het meningsverschil gegaan.

Daarop ging Dionysius met zijn meester Paulus mee. De twee apostelen zijn immers op gescheiden plaatsen ter dood gebracht. Toen Petrus geconfronteerd werd met het kruis waaraan hij zou komen te hangen, zei hij: "Mijn meester is vanuit de hemel op aarde neergedaald; vervolgens is Hij verheven aan het kruis. Mij heeft hij geroepen om van de aarde op te gaan naar de hemel. Daarom wil ik gekruisigd worden met mijn hoofd naar de aarde en mijn voeten naar de hemel. Kruisig mij dus met mijn hoofd omlaag, want ik ben niet waardig op dezelfde manier te sterven als mijn Meester, Jezus." Dat gebeurde. Men draaide het kruis ondersteboven, zodat hij met zijn hoofd naar beneden kwam te hangen en met zijn voeten naar de hemel.

De medegelovigen waren woedend op Nero; ze riepen dat ze zijn dood wilden, van hem en van zijn stadhouder. Maar Petrus smeekte hun zijn martelaarschap niet tegen te houden. Daarom opende God de ogen van al degenen die hem beweenden. En zie, nu zagen zij engelen staan met kronen van rozen en lelies in de hand; en Petrus stond erbij; Christus reikte hem een boek over en hardop las hij wat er in stond. De apostel aan het kruis bemerkte dat zij al zijn heerlijkheid aanschouwden. Voor een laatste maal beval hij zichzelf aan in hun gebeden. Daarop gaf hij de geest. Twee van zijn leerlingen, Marcellus en Apuleus, haalden hem van het kruis af en begroeven hem na hem met geurige kruiden gebalsemd te hebben.

In Rome begint het feest van Petrus en Paulus met de pontificale vespers op 28 juni in de basiliek van Sint Paulus buiten de Muren. Op de dag zelf viert de Paus de hoogmis in de Sint-Pietersbasiliek, boven het graf van Sint Petrus. Tijdens deze plechtigheid legt hij bij de nieuw benoemde metropolieten (aartsbisschoppen) het pallium op. De Evangelielezing van deze Mis is genomen uit het Mattheüs-evangelie (16, 13-19). Daarin zegt Jezus dat Simon de steenrots is (Tu es Petrus) op wie Hij Zijn Kerk zal bouwen.

27 juni 2017

27 juni: Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand

Op 27 juni viert de Kerk de feestdag van onze lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand. De bekende Maria-icoon – die ook in onze kerk aanwezig is – is in 1866 door paus Pius IX aan de redemptoristen toevertrouwd met de opdracht om de devotie tot Maria onder deze eretitel wereldwijd te verspreiden.

Gebed
O Moeder van Altijddurende Bijstand, ik kom tot u met een kinderlijk vertrouwen. Verwerf voor mij van uw goddelijk Kind die deugden die ik nodig heb om heilig te leven en heilig te sterven. Verkrijg voor mij een hart, dat Jezus bovenal liefheeft en zich voor de naaste weet op te offeren; een hart, welks vertrouwen op Gods vaderlijke voorzienigheid door niets aan het wankelen wordt gebracht, dat bij moeilijkheden nooit moedeloos wordt, maar edelmoedig zich aan Gods heilige Wil onderwerpt; een hart dat berouw voelt over bedreven fouten zonder kleinmoedig te worden; een hart gelijkvormig aan het Hart van uw goddelijk Kind. Steun mij, o Moeder van Altijddurende Bijstand, in mijn zwakheid, verlicht mij in twijfels, troost mij in moedeloosheid. Wees gij, o Maria, voor mij een Moeder in alle omstandigheden, ik wil steeds uw kind blijven. Amen.

26 juni 2017

Informatiebulletin elke maand per e-mail



Wilt u het Informatiebulletin van de personele parochie Sint Jozef bij de Agneskerk voortaan als eerste per e-mail ontvangen? Stuurt u dan een (lege) e-mail naar bulletin@agneskerk.org met als onderwerp: “Bulletin: ja”.

25 juni 2017

Derde zondag na Pinksteren

De barmhartige Christus door Jaun Martinez Montanes (1603)

Epistel
Petr. 5, 6-11
Veelgeliefden, buigt u nederig onder de machtige hand van God; dan zal Hij u verheffen op de dag van de bezoeking. Werpt al uw bezorgdheid op Hem; want Hij draagt zorg voor u. Weest op uw hoede, en blijft waakzaam; want uw vijand, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, en zoekt, wie hij kan verslinden; weerstaat hem door de kracht van uw geloof, en bedenkt, dat uw christenbroeders over de gehele wereld hetzelfde lijden treft. Maar de God van alle genade, die ons heeft geroepen tot Zijn eeuwige glorie in Christus Jezus, Hij zal ons na een weinig lijden tot volmaaktheid brengen, ons versterken en bevestigen. Aan Hem de glorie en de opperheerschappij in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Lc. 15, 1-10
In die tijd kwamen de tollenaars en de zondaars tot Jezus, om naar Hem te luisteren. Maar de farizeën en schriftgeleerden morden en zeiden: Deze man ontvangt zondaars en eet met hen! Doch Hij hield hun de volgende gelijkenis voor: Wie van u, die honderd schapen heeft, en er één van verliest, laat niet de negenennegentig in de woestijn achter, om het verlorene te zoeken, tot hij het vindt? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders, en thuisgekomen roept hij vrienden en buren bijeen en zegt hun: Verheugt u met mij, want ik heb mijn schaap teruggevonden, dat verloren was! Ik zeg u: zó zal er meer vreugde zijn in de hemel over één zondaar, die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben! Of welke vrouw, die tien drachmen bezit, en er één drachme van verliest, zal niet de lamp aansteken, en het huis uitvegen, en zorgvuldig zoeken, tot zij ze vindt? En als zij ze gevonden heeft, roept zij vriendinnen en buren bijeen en zegt: Verheugt u met mij; want ik heb de drachme teruggevonden, die ik verloren had! Zó - zeg Ik u - zal er vreugde zijn bij de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert!

Overweging
In het epistel van vandaag spoort Sint Petrus ons aan tot geduld en tot vertrouwen. “Vernedert u dus onder Gods machtige Hand”, zegt hij, “opdat Hij u te Zijner tijd moge verheffen.” Verheven zullen wij worden in Jezus Christus, dus werpen wij al onze bekommernis op Hem, want Hij draagt zorg voor ons. Zien wij toch naar Christus en dragen wij aan Hem alles op, en zijn wij geduldig bij het dragen van ons eigen kruis.

Het lijden is, net zoals een bekoring, een gelegenheid tot overwinning of tot nederlaag. Een reden te meer om in gebed en in de eenzaamheid met God de kracht te zoeken tot aanvaarding van hetgeen waaraan wij toch niet kunnen ontsnappen: het lijden in ons aardse bestaan. Niet het lijden kunnen wij weghalen, maar de manier waarop wij daarmee omgaan. Wij kunnen het lijden vruchtbaar maken doordat wij daarin een gemeenschap met Jezus zoeken, doordat wij het lijden dragen in liefde, uit dankbaarheid voor onze verlossing. Wij kunnen deze vruchtbare realiteit ook afwijzen en bitterheid over ons aardse bestaan opwekken. Deze laatste keuze geeft geen toegang tot Gods levengevende gemeenschap, het eeuwig leven, maar verlokt de mens tot compensatie van het lijden door allerlei plezierzucht, en maakt hem blind voor het hogere doel van het menselijk leven. Dat doel is om reeds tijdens het aardse leven de gemeenschap met God te zoeken en om dit huidige leven te heiligen met de genade die God geeft door het leven in de Kerk, het Lichaam van Christus. Dit lichaam opent voor ons een oneindige geestelijke rijkdom en werkelijkheid.

Want verenigd in het mystieke lichaam brengen wij een gezamenlijk offer, dat allen ten goede komt. Ons lijden, geheiligd door de verheven vriendschap met Christus, helpt om hen te heiligen, die nog niet geloven, en om hen die in het lijden geen zin zien tot Christus en tot God te voeren. Op deze wijze wordt al het lijden dat ons ongevraagd overkomt een uitmuntend apostolaat. Dit is de wonderbare uitwerking van onze eenheid met Christus Die Zelf voor alle tijden en voor alle mensen heeft geleden. Hij vraagt van ons dat wij ons lijden met geduld en met liefde dragen, want de vrucht van het lijden is de verlossing.

24 juni 2017

24 juni: Geboorte van de heilige Johannes de Doper, hoogfeest

Johannes wordt beschouwd als de voorloper van Jezus Christus, de Messias. Hij doopte in de Jordaan een doopsel van bekering en kondigde aan: "Na mij komt Iemand Die groter is dan ik; ik ben zelfs niet waard de riem van Zijn sandaal los te maken" (dat was nederig slavenwerk!). Hij zag zijn optreden zelf als baanbrekend werk voor de Messias. Deze herkende hij in Jezus op het moment dat hij Hem doopte, althans zo zeggen de drie evangelisten Mattheüs, Marcus en Lucas. De vierde, Johannes, suggereert dat Johannes Jezus al eerder kende. Immers, toen Jezus voorbijging, duidde hij Hem aan als het Lam Gods. (Op de afbeelding hiernaast wijst Johannes de Doper het Lam Gods aan.)

Er is ook wel iets voor te zeggen dat Johannes Jezus al kende, want bij Lucas lezen we dat Johannes' moeder, Elisabeth, een bejaarde nicht van Jezus' moeder was. Toen Maria van de engel Gabriël de boodschap ontving dat zij van Gods Geest een kind zou krijgen en vroeg hoe dat mogelijk was daar ze geen omgang had met een man, antwoordde de engel: "Bij God is alles mogelijk. Zelfs uw nicht Elisabeth, die onvruchtbaar heette, is al in haar zesde maand." Daarop snelde Maria naar Elisabeth toe om haar in de laatste maanden voor de geboorte ter zijde te staan. Bij de begroeting tussen beide vrouwen - zo schrijft Lucas diepzinning en prachtig - sprong het kind op in de schoot van Elisabeth; dat was voor Elisabeth voldoende om te beseffen dat zij hier te doen had met de aanstaande moeder van de Messias.

Ook Johannes' geboorte was aangekondigd door de engel Gabriël, en wel aan zijn vader Zacharias op het moment dat hij zich als priester in het heilige vertrek van de tempel bevond en aan het oog van het volk onttrokken was. Ook hij vroeg hoe zoiets kon, daar hij en zijn vrouw onvruchtbaar waren gebleken. Ook hij had als antwoord gekregen dat voor God niets onmogelijk is; hij kreeg bovendien een teken van de waarheid mee: hij zou niet kunnen spreken tot aan de geboorte van het kind, dat hij Johannes moest noemen. Want dit kind zou zijn naam meer dan waarmaken.

Toen het kind geboren was en men aan Zacharias vroeg hoe het moest heten, moest hij gebruik maken van een schrijftabletje om te antwoorden: "Johannes moet het heten." Op dat moment werd hem het vermogen tot spreken teruggegeven. De buren, familie en bekenden stonden verbaasd, want er was niemand in de familie die zo heette.

23 juni 2017

Heilig Hart van Jezus, hoogfeest

Almachtige Vader, eeuwige God, U hebt gewild dat Uw eniggeboren Zoon,
hangende aan het Kruis, door de lans van een soldaat werd doorstoken,
opdat het geopend Hart, schatkamer van de goddelijke vrijgevigheid,
stromen van erbarming en genaden over ons zou uitstorten,
en dat dit Hart, dat nooit ophoudt zich te ontvlammen uit liefde tot ons,
een rustplaats zou zijn voor de vromen
en aan de boetvaardigen een veilige toevlucht zou bieden.

Heer, ontferm U over ons
Christus, ontferm U over ons
Heer, ontferm U over ons
Christus, aanhoor ons
Christus, verhoor ons
God, hemelse Vader, ontferm U over ons
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons
God, Heilige Geest, ontferm U over ons
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, de Zoon van de eeuwige Vader, ontferm U over ons
Hart van Jezus, door de Heilige Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd, ontferm U over ons
Hart van Jezus, wezenlijk verenigd met het Woord van God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, oneindige majesteit, ontferm U over ons
Hart van Jezus, heilige tempel van God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, woontent van de Allerhoogste, ontferm U over ons
Hart van Jezus, huis van God en poort van de hemel, ontferm U over ons
Hart van Jezus, gloeiende oven van liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, schatkamer van gerechtigheid en van liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, vol goedheid en liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, peilloze diepte van alle deugden, ontferm U over ons
Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig, ontferm U over ons
Hart van Jezus, Koning en middelpunt van alle harten, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin alle schatten zijn van wijsheid en van wetenschap, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin de Vader Zijn welbehagen heeft gesteld, ontferm U over ons
Hart van Jezus, dat ons allen deelgenoot hebt gemaakt van Uw oneindige rijkdom, ontferm U over ons
Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid, ontferm U over ons
Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid, ontferm U over ons
Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden, ontferm U over ons
Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd, ontferm U over ons
Hart van Jezus, om onze misdaden gebroken, ontferm U over ons
Hart van Jezus, gehoorzaam geworden tot de dood, ontferm U over ons
Hart van Jezus, met een lans doorstoken, ontferm U over ons
Hart van Jezus, bron van alle troost, ontferm U over ons
Hart van Jezus, ons leven en onze venijzenis, ontferm U over ons
Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons
Hart van Jezus, slachtoffer voor de zondaars, ontferm U over ons
Hart van Jezus, heil van hen, die op U hopen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, hoop van ben, die in U sterven, ontferm U over ons
Hart van Jezus, hoogste Vreugde van alle heiligen, ontferm U over ons
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons
Jezus, zachtmoedig en nederig van Hart, maak ons hart gelijkvormig aan Uw Hart

LAAT ONS BIDDEN - Almachtige, eeuwige God, sla Uw blikken op het Hart van Uw zeer beminde Zoon en op de lofprijzingen en voldoeningen, die Hij U heeft gebracht in naam van de zondaars. Laat U verzoenen en schenk vergiffenis aan hen, die Uw barmhartigheid afsmeken, in de Naam van dezelfde Jezus Christus, Uw Zoon, Die met U leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.

22 juni 2017

(Niet) parkeren op kerkplein


Op zon- en feestdagen ontstaan door de vele auto’s op het kerkplein vaak onwenselijke en soms zelfs gevaarlijke situaties. Het is voor voetgangers dan moeilijk om nog tussen de auto’s door te komen; ook wordt bij het hek de toegang voor rollators en fietsen versperd. Bovendien kunnen hulpdiensten in geval van nood niet met brancard en apparatuur de kerk binnenkomen. Daarom het dringende verzoek om zoveel mogelijk te parkeren op openbare parkeerplaatsen. Op zondagen is er voldoende parkeergelegenheid in de omgeving van de kerk; parkeren is dan gratis. Op andere dagen kost dat wellicht iets meer moeite, maar ook dan zijn er parkeerplaatsen beschikbaar. Indien u toch meent op het kerkplein te moeten parkeren, bedenk dan dat er wellicht anderen zijn die slechter ter been zijn en de parkeerplaats beter kunnen gebruiken dan u.

19 juni 2017

Overlijdensbericht van mevrouw J.B. Tjon Atsoi

Op woensdag 14 juni is overleden mevrouw Johanna Beryl Tjon Atsoi. Jarenlang was zij met haar echtgenoot -- die in november 2016 is overleden en met wie zij meer dan 70 jaar gehuwd is geweest -- een vaste bezoeker van onze kerk.

De kerkelijke begrafenisplechtigheid zal plaatsvinden op woensdag 21 juni om 15.00 uur op de R.-k. begraafplaats Buitenveldert. Op diezelfde dag is er om 11.00 uur voor haar een Requiemmis in onze kerk.

18 juni 2017

Eerste heilige communie Simon Duindam

Vandaag ontving Simon Duindam zijn eerste heilige communie.

Tweede zondag na Pinksteren

Epistel
1 Joh. 3, 13-18
Veelgeliefden, wilt u niet verwonderen, als de wereld u haat. Wij weten, dat wij zijn overgebracht van de dood naar het leven, daar wij immers onze broeders beminnen. Wie geen liefde heeft, blijft nog in de dood. Ieder, die zijn broeder haat, is een moordenaar. En gij weet, dat geen moordenaar eeuwig leven in zich draagt. Hieraan hebben wij de liefde van God leren kennen, dat Hij Zijn leven voor ons gegeven heeft; ook wij moeten ons leven geven voor onze broeders. Wie de goederen dezer wereld bezit, en zijn broeder gebrek ziet lijden en niettemin zijn hart voor hem sluit, hoe zou in hem de liefde Gods aanwezig zijn? Mijn kinderkens, laat ons niet beminnen met woorden of met de tong, maar metterdaad en in waarheid.

Evangelie
Lc. 14, 16-24
In die tijd hield Jezus de farizeeën deze gelijkenis voor: Een zeker iemand richtte een groot gastmaal aan, en nodigde er velen uit. En tegen het uur van de maaltijd zond hij zijn dienaar, om aan de genodigden te zeggen, dat zij zouden komen, omdat alles gereed was. Maar eenparig begonnen allen zich te verontschuldigen. De eerste zei hem: Ik heb een landgoed gekocht, en ik moet het noodzakelijk gaan bezichtigen; wees zo goed mij te verontschuldigen. En een ander zei: Ik heb vijf koppel ossen gekocht, en ik ga ze keuren; wees zo goed mij te verontschuldigen. En weer een ander zei: Ik heb een vrouw getrouwd, en daarom kan ik niet komen. De dienaar kwam dan terug, en deelde dit mede aan zijn heer. Toen werd de heer des huizes vertoornd, en hij zei tot zijn dienaar: Ga onmiddellijk naar de pleinen en straten der stad, en breng de armen en gebrekkigen, en de blinden en kreupelen hier binnen. En de dienaar zei: Heer, het is geschied, zoals gij bevolen hebt, en nog is er plaats. Toen sprak de heer tot zijn dienaar: Ga naar de wegen en binnenpaden, en dwing hen binnen te komen; want mijn huis moet vol worden. Maar dit zeg ik u: niemand van deze mannen, die genodigd waren, zal van mijn gastmaal proeven.

Overweging
Het Evangelie van deze zondag gaat over de gelijkenis van de onwillige bruiloftsgasten. De bruiloft is een beeld van de eeuwige zaligheid in de hemelse aanschouwing; de gasten zijn een beeld van hen die deel zouden kunnen hebben aan deze zaligheid, dat zijn dus de mensen, onder wie de joden en wij, uit de oude heidense volkeren.

In de gelijkenis sluiten de eerstgenodigden zichzelf uit. Zij willen de uitnodiging niet aannemen en daarom wordt de uitnodiging opnieuw gedaan maar nu aan iedereen die de dienaars des heren tegemoetkomen. En zo zijn ook wij de hemelse uitnodiging deelachtig geworden.

Maar wij kunnen ook een meer algemene betekenis in de woorden van Jezus ontdekken. God komt tot de mens met Zijn uitnodiging en de mens heeft het in zijn vermogen deze te aanvaarden of af te slaan. God stelt ons voor de keuze. Hij nodigt ons liefdevol uit. Hij dringt zachtjes aan, maar Hij dwingt ons niet, want met Hem te zijn is een relatie van liefdevolle overgave en niet van dwang.

In de gelijkenis zijn het de gasten die zichzelf uitsluiten van de heerlijkheid van de bruiloft. En zo is het altijd. Het is de mens zelf die zich door zijn eigen boze wil berooft van het goddelijke goed. En pas daarna treft hem de veroordeling van God, want God heeft Zijn Zoon in de wereld gezonden, niet om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft en de goddelijke uitnodiging aanvaardt, wordt niet geoordeeld maar gered. Wie niet gelooft, is reeds geoordeeld, omdat hij niet gelooft in de Naam van Gods eniggeboren Zoon.

17 juni 2017

Kardinaal Sarah: Bisschoppen en priesters mogen er niet voor terugschrikken om in 'harde' bewoordingen te spreken over homoseksualiteit

Afgelopen week verscheen in Amerika een opmerkelijk boek over homoseksualiteit van de hand van Daniel Mattson met de titel Why I don’t call myself gay (Waarom ik mijzelf geen homo noem). De auteur is een katholiek die zich aangetrokken voelt tot mensen van het eigen geslacht maar in kuisheid leeft.

Het boek is opmerkelijk omdat het ingaat tegen de wereldwijd in steeds bredere – ook katholieke – kringen aanvaarde gedachte dat zaken als een 'gay lifestyle', het homohuwelijk en geslachtskeuze-naar-eigen-voorkeur grote verworvenheden van deze tijd zijn. De schrijver maakt zich zorgen over het groeiende aantal priesters en bisschoppen die openlijk steun betuigen aan de acceptatie van homoseksualiteit als een manier van leven, ook binnen de Kerk.

Mattson vertelt over de strijd in zijn eigen leven, waarbij hij zich in eerste instantie afkeerde van God en een leven leidde in losbandigheid totdat hij zich bekeerde tot Christus en (opnieuw) ontdekte dat hij als mens geschapen is naar beeld en gelijkenis van God, dat hij een geliefde zoon van God is. Daarin vond hij werkelijke rust. In dit boek maakt hij duidelijk dat de Rooms-katholieke Kerk een positieve boodschap heeft voor mensen die, zoals hijzelf, homofiele gevoelens hebben, een boodschap die leidt tot werkelijk levensgeluk. Ook legt hij uit hoe het aanvaarden van de eenzaamheid die gepaard gaat met het hebben van deze gevoelens, en het opdragen van die eenzaamheid aan God een grote bijdrage kan zijn voor het leven van deze wereld. Hij spreekt over het mysterie van het lijden dat aan ons geopenbaard is.

Even opmerkelijk is dat het voorwoord van dit boek is geschreven door kardinaal Sarah, prefect van de Vaticaanse Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten. Hij geeft hierin zowel een schitterende aansporing als een hartstochtelijk pleidooi aan zijn collega-bisschoppen en priesters. Hij deelt eerst een berisping uit door aandacht te vragen voor het feit dat de Kerk dingen in de catechismus over homoseksualiteit leert die sommige geestelijken niet citeren, inclusief de duidelijke waarschuwing: "In geen enkel geval kunnen homoseksuele handelingen worden goedgekeurd."(CKK 2357) Het respect en de gevoeligheid waarnaar de catechismus terecht verwijst, geven ons geen permissie om mannen en vrouwen die last hebben van aantrekkingskracht naar hetzelfde geslacht de volheid van het Evangelie te ontnemen. Het weglaten van de 'harde' uitspraken van Christus en Zijn Kerk duidt niet op naastenliefde."

Zijn waarschuwing over het onthouden van het Evangelie aan degenen die met homofiele gevoelens te maken hebben, komt op een kritiek moment in het leven van de Kerk, waarin verschillende bisschoppen en kardinalen pleiten voor het omarmen van de LHBT-familie (*) binnen de Kerk. Deze prelaten en geestelijken, die homoseksualiteit rechtvaardigen, betwisten het werkelijke begrip van de Kerk voor de menselijke persoon en voor de menselijke seksualiteit door het authentieke kerkelijke onderricht opzij te zetten en op die manier mensen die gericht zijn op hetzelfde geslacht eerder in gevaar brengen dan helpen.

Kardinaal Sarah (foto) waarschuwt met een opmerking die zowel een overvloed aan liefde als de Waarheid weergeeft: "Wij kunnen niet méér medelijden hebben of méér genadig zijn dan Jezus." Hij verwijst daarbij naar een publieke oproep van een paar jaar geleden van Jean Lloyd, een voormalig lesbische en nu gelukkig getrouwde moeder van twee kinderen, aan haar medechristenen: "Mag ik twee verzoeken doen? Blijf me liefhebben, maar onthoud dat je niet barmhartiger kan zijn dan God. Het is niet barmhartig om gelijk-geslachtsdaden als goed te bevestigen. Beoefen medelijden in de betekenis van 'medeleven': lijd met mij. Breng de waarheid niet in gevaar. Help me ermee in harmonie te leven. Ik vraag u om mij te helpen om mijn kruis op te nemen en Jezus te volgen."

Kardinaal Sarah's voorwoord sluit met een sterk pleidooi aan zijn medebroeders: "Ik moedig mijn broeder-bisschoppen en priesters speciaal aan om dit boek te lezen. Ik vertrouw erop dat het hun overtuiging zal verdiepen dat de wijsheid van de Kerk op dit moeilijke en gevoelige onderwerp ware liefde en medeleven tot uiting brengt." Hij vraagt om de moeilijke delen van het Evangelie niet te onthouden aan hen die zich aangetrokken voelen tot mensen van hetzelfde geslacht, maar gul te zijn met de levengevende waarheid dat we in vrijheid mogen leven als zonen en dochters van God.

Vervolgens verhaalt hij vier belangrijke waarheden:
1. Alleen Christus kan de wonden van zonde en scheiding genezen.
2. Alleen de Kerk heeft de antwoorden op de diepste vragen van de mens en zijn diepste behoeften aan liefde en vriendschap.
3. Alleen de volheid van het evangelie vervult het menselijke hart.
4. Alleen de geboden markeren het pad naar vriendschap met Christus en met elkaar, want Gods geboden zijn niet lastig (1 Joh. 5, 3).


Hoewel kardinaal Sarah door tegenstanders vaak wordt beschouwd als een vijand van LHBT-rechten, is het tegendeel waar: Diegenen met homofiele gevoelens hebben geen grotere pleitbezorger, geen betere herder, geen grotere vriend dan een man die overkort de Waarheid voorhoudt.

Daniel Mattson, auteur van Why I don't call myself gay, vertelde aan LifeSiteNews: "Ik voel dat kardinaal Sarah ons allen bijstaat en ondersteunt die van de wereldse visie op seksualiteit afgeweken zijn en de vrijheid en de waarheid hebben gevonden in de Kerk. Met de steun van kardinaal Sarah voel ik dat ik een stevige basis heb voor de steun om het goede nieuws te delen dat de Kerk aan een man zoals ik biedt. Zoals kardinaal Sarah zegt heeft alleen de Kerk de antwoorden op de diepste vragen van het menselijke hart. De Kerk heeft mij de weg, de waarheid en het leven getoond in het volgen van de Jezus' liefde die zegt dat ik op geen enkele wijze veroordeeld ben, maar dat om het echt overvloedige leven te kunnen leven, ik moet doen wat alle mensen moeten doen wanneer zij de liefde en barmhartigheid van Jezus tegenkomen: door de genade van God, ga heen en zondig niet meer."

(*) LHBT = lesbienne, homo, biseksueel of transgender

Bron: LifeSite

Zie ook: Kerkelijke visie op homoseksualiteit

16 juni 2017

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 17 juni 2017

De laatste bijeenkomst voor de zomerstop vindt plaats op zaterdag 17 juni en gaat over het martelaarschap in het christendom en in de islam, en het verschil tussen die twee. Dr Huib Klink, dominee in Zuid-Holland, docent filosofie en kenner van de werken van Plato, Kierkegaard en Groen van Prinsterer verzorgt de lezing. Deze wordt om 10.00 uur voorafgegaan door een heilige Mis in de kerk. Dat is de enige heilige Mis van die dag. Er is dus geen Mis om 11.00 uur.

Zie: De website van de academie.

15 juni 2017

Hoogfeest van het Allerheiligste Sacrament (Sacramentsdag)

Het feest van het Allerheiligst Sacrament (Sacramentsdag) valt op de tweede donderdag na Pinksteren. In veel landen wordt het ook gevierd op de tweede zondag na Pinksteren.

Sacramentsdag herdenkt, net als Witte Donderdag, de instelling van het Sacrament des Altaars. Paus Urbanus stelde in 1264 deze dag als een verplichte feestdag in op de donderdag na het Octaaf van Pinksteren, omdat hij vond dat het vasten- en boetekarakter van Witte Donderdag het feestelijke herdenken van het Laatste Avondmaal en de instelling van de Eucharistie (en het priesterschap) enigszins in de weg stond. Die beslissing heeft uiteraard de sacramentsdevotie sterk bevorderd. Voor zijn uitverkiezing tot paus was Urbanus aartsdiaken van Luik, waar hij in 1247 mede aan de basis stond van het ontstaan van Sacramentsdag.

Traditioneel trokken op Sacramentsdag of op de zondag erna alom kleurrijke sacramentsprocessies door de straten van steden en dorpen. Na een tijd van verwaarlozing komt op verscheidene plaatsen deze traditie weer in zwang, en niet alleen in Rome of in Lourdes, maar ook in New York en Amsterdam en in veel andere plaatsen.

In Rome viert de Paus op Sacramentsdag de heilige Mis in de open lucht op het plein voor de basiliek van Sint Jan van Lateranen. Daarna wordt, in de voetsporen van paus Urbanus IV, het heilig Sacrament in een plechtige stoet naar het plein voor de basiliek Santa Maria Maggiore gebracht. De stoet trekt anderhalve kilometer over de Via Merulana. Het is een stoet waarin alle geledingen van de katholieke Kerk hun eigen kleuren laten zien: de misdienaars en acolieten in het wit, de mannelijke en vrouwelijke religieuzen in allerlei soorten blauw, bruin, grijs en wit, de priesters in het zwart, de bisschoppen in het paars, de kardinalen in het rood, en ten slotte de Paus in het wit. Maar het centrum van de stoet is niet de Paus, maar het Allerheiligste Sacrament, de heilige Hostie in de gouden houder, de monstrans. Hierop is de aandacht van de toeschouwer gericht. Men knielt en buigt eerbiedig het hoofd, want HET IS JEZUS ZELF DIE HIER AANWEZIG IS.

Lauda Sion zijn de woorden, naar de tekst van Sint Thomas van Aquino, waarmee de sequentie op Sacramentsdag begint. De sequentie (naar het Latijnse werkwoord sequi, vervolgen) is een hymne in dichtvorm, die in een plechtige heilige Mis gebeden of gezongen wordt na het Alleluja (dat volgt op de epistellezing) en voor het evangelie. Het lied legt de betekenis van het feest uit.

Sion, loof uw Heil en Hoeder!
Loof nu uwen Vorst en Voeder,
In gezang en jubellied!
Loof! En waag uw stoutste pogen:
Hij gaat allen lof te boven,
Tot Zijn lof volstaat Gij niet!

Keur van stof wordt u op heden
Voorgesteld tot lof en beden:
’t Levend Brood, dat Leven geeft:
’t Brood, dat naar wij zeker weten,
Bij het heilig Avondeten
Hij de Twaalf gegeven heeft.

Vol zij ’t loflied, rijk aan klanken!
Waardig en van vreugde sprank’lend
Zij der ziele jubellied:
Nu wij op dit hooggetij herdenken,
Hoe van ’t Maal, dat Hij ons wilde schenken,
De eerste viering is geschied.

Aan des nieuwen Konings maaltijd
Geeft aan ’t oude Paaslam afscheid
’t Nieuwe Lam van ’t Nieuw Verbond;
’t Nieuwe heeft het Oud’ verjaagd,
Waarheid schaduw weggevaagd,
Duisternis voor licht verzwond.

Wat de Heer bij ’t avondmalen
Deed, gebood Hij te herhalen
Ter gedachtenis aan zijn dood:
En, gehoorzaam, consacreren
Wij, naar Zijn hoogheilig leren
Tot Heilsoffer wijn en brood.

Christenen als geloofsstuk leren;
Dat hier wonderbaar verkeren
Brood in Vlees, en wijn in Bloed.
Wat verstand noch oog doorschouwen,
Hecht geloof in vast betrouwen
- Zij ’t een wonder! – houden doet.

Kostbaarheên van ’t rijkst gehalte
Gaan hier schuil in twee gestalten,
Die slechts lout’re tekens zijn:
’t Bloed als drank, het Vlees als spijze;
Toch blijft onverdeelderwijze
Christus gans in beider schijn.

Niet gebroken bij het eten,
Niet verdeeld, niet stukgebeten:
Nut men Hem gans ongedeerd.
Nutten één of duizendtallen:
Ieder nut zoveel als allen:
En géén nutten Hem verteert.

Goeden, bozen nutten beiden:
Doch hun lot is zeer verscheiden:
Leven of verdoemenis.
Dood de bozen, goeden ’t Leven:
Zie, waar eend’re Spijs gegeven,
Hoe verschillend de uitkomst is.

Wordt ook ’t Sacrament gebroken,
Weifel niet! Houd onweersproken:
Wat is in ’t geheel verstoken,
Schuilt ook gans in ieder deel.
D’inhoud zelf kan niemand breken:
’t Breken raakt alleen het teken:
Van ’t betekende, onbezweken,
Blijft en staat en bouw geheel.

Zie, wat Eng’lenbrood wij prijzen,
Pelgrims voedt op d’aardse reize,
Waarlijk brood, Gods kind tot spijze,
- Wee, die ’t voor de honden gooit! –
Voorbeduid in de oude dagen,
Die het Isaakoffer zagen,
’t Paaslam plechtig opgedragen,
’t Manna den Vaderen gestrooid.

Goede Herder, Brood waarachtig,
Jesu, wees ons arme’ indachtig
Voed ons en behoed ons krachtig:
Maak Uw glorie ons deelachtig
In des Levens land en loon.
Gij, Almogende en Alwijze:
Hier ons stervelingen tot spijze:
Maak ons, de Uwen, ten Paleize,
Gast en erven Heil’gerwijze,
Hun gezel ons in Uw Woon .
Zo zij het. Looft den Heer.
Amen.

14 juni 2017

Eerbied voor het Allerheiligste Sacrament

Heer Jezus Christus, in dit wonderbaar sacrament hebt Gij ons de gedachtenis nagelaten
van Uw lijden en sterven. Wij bidden U: laat ons de heilige geheimen
van Uw Lichaam en Bloed met zo grote eerbied vieren
dat wij de genade van Uw verlossing voortdurend in ons ervaren.
Gij Die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.
    

Morgen, donderdag 15 juni - tweede donderdag na Pinksteren - viert de Kerk Sacramentsdag. In 2012 sprak paus Benedictus XVI op die dag als volgt:

Tijdens het Laatste Avondmaal, heeft Jezus het sacrament van Zijn Lichaam en Bloed ingesteld, de gedachtenis van Zijn Paasoffer. Zo heeft Hij Zichzelf in de plaats van de oude offers gesteld, doch Hij deed dit in een ritueel, dat Hij Zijn apostelen bevolen heeft voort te zetten als het hoogste teken van het echte Sacrale, dat Hijzelf is.

De aanbidding is een daad van geloof en gebed tot de Heer Jezus, Die werkelijk aanwezig is in het Altaarsacrament. De band met Jezus’ Eucharistie ontstaat niet alleen in de heilige Mis, ook de overige essentiële tijd en ruimte moet vervuld zijn van Zijn aanwezigheid. Jezus’ blijvende aanwezigheid onder ons en met ons is een concrete, nabije aanwezigheid te midden van onze huizen; Hij is het Kloppende Hart van de stad, van het land, het grondgebied en zijn verschillende expressies en activiteiten. Het Sacrament van Christus’ liefde moet heel het dagelijks leven doordringen.

11 juni 2017

Maandag 12 juni, 11.00 uur: vier H.H. Missen in onze kerk

Op maandag 12 juni zullen om 11.00 uur aan diverse (zij)altaren in onze kerk vier heilige Missen worden opgedragen door Pastoor en drie gastpriesters. Het komt wel vaker voor dat in de kerk een privé-Mis wordt opgedragen, maar vier Missen tegelijkertijd heeft vele decennia geleden voor het laatst plaatsgevonden.
De kerk is vanaf 10.30 uur geopend.

De Allerheiligste Drie-eenheid, hoogfeest

Wij aanbidden U, heilige Heer, almachtig Vader, eeuwige God. Die met Uw eniggeboren Zoon en de Heilige Geest
één God, één Heer zijt; niet in de eenheid van één Persoon, maar in Drievuldigheid, van één Natuur.
Want hetgeen wij, overeenkomstig Uw openbaring, van Uw heerlijkheid geloven, dat nemen wij ook van Uw Zoon
alsmede van de Heilige Geest zonder enig verschil of onderscheid aan; zodat in het belijden der ware en
eeuwige Godheid, in de personen de eigenschap, en in de natuur de eenheid
en in de majesteit de gelijkheid aanbeden wordt.

Uit: de prefatie van de Allerheiligste Drie-eenheid

Epistel
Rom. 11, 33-36
O diepte der rijkdommen van Gods wijsheid en kennis! Wat zijn toch Zijn oordelen ondoorgrondelijk en Zijn wegen onnaspeurlijk! Wie immers heeft ooit de gedachten des Heren gekend, of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie gaf er eerst aan Hem, zodat hij recht kreeg op vergelding? Want alles is uit Hem en door Hem en voor Hem. Aan Hem de glorie in eeuwigheid. Amen.

Evangelie
Mt. 28, 18-20
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dan, en onderwijst alle volkeren, en doopt hen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest; en leert hen onderhouden alles, wat Ik u bevolen heb. En ziet, Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding der wereld.

Overweging
De Kerk wekt ons vandaag niet zozeer op tot diepzinnige bespiegelingen omtrent het ondoorgrondelijk geheim van de Heilige Drie-eenheid, maar wel tot een lofprijzing van de oneindige God Die ons barmhartigheid heeft bewezen. De Vader heeft ons geschapen en van eeuwigheid voorbestemd tot het geluk waarin wij in Zijn genade staan. De Zoon is voor ons mens geworden, Hij heeft ons de openbaring gebracht over de Vader, Die geen mens ooit gezien heeft, en Hij heeft ons verlost door Zijn bloed. De Heilige Geest is het Die ons heiligt, Die het werk van de Zoon in onze zielen tot voltooiing brengt en ons terugvoert tot de Vader in de hemel.

10 juni 2017

Lezing over Syrische christenen

Zondag 11 juni na de Hoogmis kunt u een bijzondere lezing bijwonen over de situatie van de christenen in Syrië. De lezing wordt verzorgd door priester Peter Fuchs, voorzitter van Christian Solidarity International, de organisatie waarvoor wij dit jaar de vastenactie hebben gehouden. De lezing is in het Duits en zal plaatsvinden tussen 13.00 en 14.00 uur. U krijgt de mogelijkheid om u een duidelijk beeld te vormen van de ramp die onze oosterse christenbroeders en -zusters moeten doorstaan.

7 juni 2017

Quatertemperdagen tijdens het Pinksteroctaaf

Woensdag, vrijdag en zaterdag tijdens het Pinksteroctaaf, waarin we ons deze week bevinden, zijn Quatertemperdagen. Deze naam is afkomstig van de Latijnse term 'quator tempora' (vier seizoenen).

Vier keer per jaar (dus in elk van de vier seizoenen) staan Quatertemperdagen op de kalender op woensdag, vrijdag en zaterdag in één bepaalde week. Elke dag kent een eigen liturgie, die zelfs voorrang heeft op bepaalde heiligen. In september vallen de Quatertemperdagen vlak na de aanvang van de herfst, in december worden zij gevierd tijdens de derde week van de Advent (winter), in de lente vallen deze dagen in de week na de eerste zondag van de Vasten. En nu, in de (vroege) zomer, vallen de Quatertemperdagen tijdens het Pinksteroctaaf.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 (Tridentijns Missaal) en hebben hun wortels in vroeg-christelijke tijden. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) In de eerste eeuwen van het christendom was het gebruikelijk om wekelijks te vasten op woensdag en vrijdag. Op woensdag, omdat Christus op die dag is verraden; op vrijdag, omdat Hij op die dag is gekruisigd. In Rome kwam daar de zaterdag bij, de dag waarop Christus in het graf verbleef.

In de derde eeuw raakten de wekelijkse vastendagen wat op de achtergrond, maar werd er juist gevast bij de wisseling van de seizoenen. Zo ontstonden de Quatertemperdagen. Het zijn dagen van gebed, boete, inkeer, vasten en onthouding, In dit Pinksteroctaaf bereidt de Kerk zich in het bijzonder voor op de priester- en diakenwijdingen die zaterdag op vele plaatsen in de Wereldkerk zullen worden toegediend.

De woensdag en zaterdag zijn halve onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

5 juni 2017

Maandag onder het Octaaf van Pinksteren

Epistel
Hand. 10, 34 en 42-48
In die dagen opende Petrus zijn mond en sprak: Mannen, broeders, ons heeft de Heer opdracht gegeven, om aan het volk te prediken en te getuigen, dat Hij het is, Die door God is aangesteld tot rechter van levenden en doden. Van Hem getuigen al de profeten, dat al degenen die in Hem geloven, door Zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgen. Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, daalde de Heilige Geest neer op allen, die naar de prediking luisterden. En de gelovigen uit de joden, die met Petrus waren meegekomen, stonden verbaasd, dat ook over de heidenen de genade van de Heilige Geest werd uitgestort; want zij hoorden hen in talen spreken en God verheerlijken. Toen nam Petrus weer het woord: Kan dan nog iemand het water tegenhouden, dat deze mensen niet gedoopt worden, die immers de Heilige Geest ontvangen hebben zoals wij? En hij gaf bevel hen te dopen in de Naam van de Heer Jezus Christus.

Sequentie
Daal op ons, o Heil'ge Geest,
zend van uit der heem'len feest
van Uw licht een enk'le straal.

Die der armen Vader zijt,
gaven voor de ziel bereidt,
Licht der harten, kom en daal.

Trooster als geen ander is,
Gast der zielen, zoet en fris
dauwt Gij over ons gemoed.

Bij de arbeid zoete rust,
Gij, Die onze vlammen blust
en de tranen drogen doet.

Zalig, overzalig Licht,
dat Uw dienaars troost en sticht,
vul ons hart ten boorde dan.

Buiten Uw gewijde kracht
is er in der mensen macht
niets dan wat ons schaden kan.

Zuiver dus wat is vermengd,
overstroom wat is verzengd,
heel wie 's lichaams kracht verloor;

buig wat ongebogen staat,
koester wat van kou vergaat,
leid wie bijster werd Uw spoor.

Wie Gij tot Uw dienaars telt,
wie op U vertrouwen stelt,
deel Uw zeven gaven mee.

Geef wat deugd verdiende aan loon,
geef ons Uw genadekroon,
de eeuwige vreugd van 's hemels stee.
Amen. Alleluja.

Evangelie
Joh. 3, 16-21
In die tijd sprak Jezus tot Nicodemus: Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn eengeboren Zoon gegeven heeft, opdat wie in Hem gelooft, niet zou verloren gaan, maar eeuwig leven zou hebben. Want God zond Zijn Zoon in de wereld niet om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door Hem gered zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet gelooft in de Naam van de eengeboren Zoon van God. Dit toch is het oordeel: Het Licht is in de wereld gekomen, maar de mensen hielden meer van de duisternis dan van het Licht; immers hun werken waren slecht. Want iedereen, die kwaad doet, heeft een afkeer van het licht, en hij treedt niet in het licht, opdat niet blijke, dat zijn werken verkeerd zijn. Maar wie handelt naar de waarheid, treedt in het licht, opdat moge blijken dat zijn werken in God gedaan zijn.

Overweging
In de Pinkstertijd spoort de Kerk ons aan volgzaam te zijn aan de inwerking van de Heilige Geest. Hij verlangt ernaar ons hart te doen branden van goddelijke liefde, opdat wij iedere dag met meer ijver voortgang maken in de deugd en zodoende heilig zijn, zoals ook onze Heer Jezus Christus en Zijn Vader in de hemel heilig zijn.

4 juni 2017

Hoogfeest van Pinksteren

Epistel
Hand. 2, 1-11
Toen de Pinksterdagen aanbraken, waren al de leerlingen op dezelfde plaats bijeen. En plotseling kwam er van de hemel een gedruis, als bij het opsteken van een hevige wind, en het vervulde geheel het huis, waar zij gezeten waren. En er verschenen hun tongen als van vuur, die uit elkander gingen en zich op ieder van hen nederzetten. En allen werden zij vervuld van de Heilige Geest, en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naar gelang de Heilige Geest hun te spreken gaf. Nu waren er in Jeruzalem joden woonachtig, godvruchtige mannen uit alle volken, die er onder de hemel zijn. Toen nu dat geluid ontstond, liep de menigte te zamen, en men stond versteld, omdat een ieder hen in zijn eigen taal hoorde spreken. Allen waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: Ziet, zijn allen, die daar spreken, geen Galileërs? Hoe horen wij dan ieder de taal van ons geboorteland: Parthen en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judeau en Cappadocië, van Pontus en Azië, van Phrygië en Pamphylië, van Egypte en het gebied van Lybië bij Cyrene, alsook de Romeinen, die hier zijn, zowel joden als Proselieten, Cretenzers en Arabieren - wij horen hen in onze eigen taal verkondigen de grote werken van God.

Sequentie
Daal op ons, o Heil'ge Geest,
zend van uit der heem'len feest
van Uw licht een enk'le straal.

Die der armen Vader zijt,
gaven voor de ziel bereidt,
Licht der harten, kom en daal.

Trooster als geen ander is,
Gast der zielen, zoet en fris
dauwt Gij over ons gemoed.

Bij de arbeid zoete rust,
Gij, Die onze vlammen blust
en de tranen drogen doet.

Zalig, overzalig Licht,
dat Uw dienaars troost en sticht,
vul ons hart ten boorde dan.

Buiten Uw gewijde kracht
is er in der mensen macht
niets dan wat ons schaden kan.

Zuiver dus wat is vermengd,
overstroom wat is verzengd,
heel wie 's lichaams kracht verloor;

buig wat ongebogen staat,
koester wat van kou vergaat,
leid wie bijster werd Uw spoor.

Wie Gij tot Uw dienaars telt,
wie op U vertrouwen stelt,
deel Uw zeven gaven mee.

Geef wat deugd verdiende aan loon,
geef ons Uw genadekroon,
de eeuwige vreugd van 's hemels stee.
Amen. Alleluja.

Evangelie
Joh. 14, 23-31
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Zo iemand Mij bemint, zal hij Mijn woord onderhouden, en Mijn Vader zal hem beminnen, en Wij zullen tot hem komen en Ons verblijf bij hem nemen. Wie Mij niet bemint, onderhoudt Mijn woorden niet. En het woord, dat gij gehoord hebt, is niet van Mij, maar van Hem, Die Mij gezonden heeft, van de Vader. Ik heb u daarover gesproken, zolang Ik bij u was; maar de Helper, de Heilige Geest, Die de Vader zal zenden in Mijn Naam, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen, wat Ik u gezegd heb. Vrede laat Ik u achter; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld geeft, geef Ik u. Laat uw hart niet ontsteld worden, noch vrezen. Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga wel heen, maar Ik kom weer tot u terug. Als gij Mij liefhad, zoudt gij veeleer blij zijn, dat Ik naar de Vader ga; want de Vader is groter dan Ik. En nu heb Ik het u gezegd, vóórdat het gebeurt, opdat gij, wanneer het gebeurt, zoudt geloven. Ik zal niet veel meer met u spreken, want de vorst dezer wereld is op komst. Wel heeft hij over Mij geen macht. Maar de wereld moet inzien, dat Ik de Vader bemin en zó doe, als de Vader Mij heeft opgedragen.

Overweging
De Heilige Geest daalde over de apostelen neer onder geruis als van een hevige windvlaag. Vurige tongen vertoonden zich en zetten zich neer boven ieder van de aanwezigen. Deze neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen was de plechtige openbaring waardoor God aan alle volken en alle tijden toonde, dat Hij het werk van Jezus Christus, dus de stichting van de Kerk, bekrachtigde. De neerdaling - met de wonderbare verschijnselen die haar begeleidden - was het zegel van de goddelijke almacht, dat de Kerk aanwees als een instelling van goddelijke oorsprong waardoor de Heilige Geest de mensen tot hun eindbestemming zou brengen langs de weg van de genade en de waarheid. De Geest daalt neer door tongen van vuur over de apostelen als een teken dat de Kerk de waarheid spreekt en dat deze waarheid alles verteert wat tegen haar gericht is, zoals vuur alles verteert dat kan branden.

Het geheim van het Pinksterfeest, namelijk dat de kracht, de moed en het weten wat te doen van boven komt doordat de Heilige Geest dit alles mededeelt, heeft de apostelen en hun optreden radicaal veranderd. Dit geheim, dat de apostelen ten deel is gevallen, moge ons helpen om de juiste houding in te nemen, de houding die een christenmens waardig is. Een christenmens weet namelijk door de mond van de Kerk, die op de apostelen is gebouwd en die door de Heilige Geest wordt geleid, wat hij moet doen om de stem van de Heilige Geest, Die ons tot heiligheid roept en wil voeren, te beantwoorden.

Na het Pinksterwonder treden de apostelen de wereld in, niet om deel van de wereld te zijn maar om deze te veranderen. Hun optreden zal hun lijden, vervolging en uiteindelijk de dood brengen, maar als ware dienaren Gods volharden zij tot het zoete eind, waar zij deelachtig zullen worden aan het lijden van onze bevrijder, Jezus Christus. Sinds de tijd van de apostelen is hun lot ook het lot van de Kerk geweest. Ook de Kerk deelt in het lijden van Christus, in haar strijd om de zielen uit de hand van de duivel te bevrijden. Bij de neerdaling van de tongen van vuur was de Kerk, die door de apostelen zou worden gedragen, reeds onder hen aanwezig, in de persoon van de heilige maagd Maria, Moeder van de Kerk, en Bruid van de Heilige Geest.

Wij mogen ons, als kinderen van God, niet in de war laten brengen. Blijven wij dan ook luisteren naar de stem van de Heiligmaker Die door de Kerk tot ons spreekt. En sluiten wij onze oren voor het geruis van de wereld die ons die zaligheid wil ontnemen. Moge de Heilige Geest ons daartoe verlichten.

3 juni 2017

Vigilie van Pinksteren

De jaarkring brengt ons in zijn keer
de allerschoonste vreugde weer,
als weer de Geest des Heren wordt
op Zijn discipelen uitgestort.

Vlammen die op hun hoofden staan,
nemen de vorm van tongen aan,
opdat zij rijk aan woorden zijn
en vol van liefde, sterk en rein.

Juist vijftig dagen na het feest
van Pasen kwam de Heilige Geest,
de spanne tijds van ouds gesteld,
waarop de wet der vrijheid geldt.

Wij buigen ons ootmoedig neer,
en bidden U, getrouwe Heer,
geef dat vandaag ook ons doorstraalt
de Geest Die van de hemel daalt.

Aan God de Vader zij de eer
en aan de opgestane Heer
en aan de Geest Die troost en leidt
van eeuwigheid tot eeuwigheid.

2 juni 2017

Van de pastoor: Pinksteren

Beminde gelovigen,

Begin juni vieren wij het hoogfeest van Pinksteren, het feit dat op de apostelen te Jeruzalem de Heilige Geest neerdaalde Die hen bekrachtigde in hun prediking, waarop onmiddellijk 5.000 mannen zich bekeerden.

De Heilige Geest is op dezelfde wijze neergedaald op ieder van ons – in het heilig Vormsel – waardoor wij bekrachtigd zijn in onze dienst aan God, om trouw te blijven aan de belofte van ons doopsel namelijk om een dienaar van God te zijn, iemand die Zijn heilige Wil voltrekt, en daardoor met de heiligheid van ons doopsel na een voltooid leven op deze aarde het hemels Vaderland te kunnen ingaan. De bijstand van de Heilige Geest is daarbij niet alleen bevorderlijk maar absoluut noodzakelijk.

Deze woorden zijn niet alleen maar theorie; ze zouden voor ieder van ons werkelijkheid moeten zijn, want het is de werkelijkheid van de Kerk, het volk Gods op weg naar zijn Schepper en Redder. Wie er anders over denkt, neemt zijn christen-zijn niet serieus en zal waarschijnlijk zijn eeuwige bestemming niet bereiken.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

1 juni 2017

Informatiebulletin voor de maand juni is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand juni is verschenen. Hierin onder meer aandacht voor de LKZ-bedevaart naar Tancrémont en Banneux, Pinksteren, een lezing over Syrische christenen, Sacramentsdag, en de lezing voor de Sint-Nicolaasacademie.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin juni' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Informatiebulletin juni 2017