Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 28 februari 2018, onder voorbehoud van wijzigingen.

Doe mee aan actie Kerkbalans 2018 en stort uw bijdrage op bankrekening NL48 ABNA 0589 9700 89

Klik hier voor meer informatie.

18 februari 2018

Eerste zondag van de Vasten

Christus (midden) stuurt de duivel (rechts) weg.

Epistel
2 Kor. 6, 1-10
Broeders, wij vermanen u te zorgen, dat gij Gods genade niet ontvangt zonder vrucht. Want er staat geschreven: "Op de tijd, die Mij behaagt, ga Ik u verhoren, en op de dag des heils, kom Ik u helpen." Zie, thans is het de tijd, die Hem behaagt, nu is het de dag van het heil. En aan niemand geven wij ook maar de minste aanstoot, opdat er geen smet geworpen worde op ons ambt; maar wij willen ons in alles tonen als dienaren van God, door veel geduld, in wederwaardigheden en noden en moeilijkheden, in geselslagen en gevangenschap en volksoploop, in zwoegen en waken en vasten; door reinheid en kennis - door lankmoedigheid en goedheid; door de Heilige Geest, door ongeveinsde liefde, door prediking van waarheid en door kracht van God; met de wapenen der gerechtigheid in rechter- en linkerhand; onder eer en smaad, - onder kwade of goede naam; als bedriegers, en toch waarachtig, - als onbekend, en toch welbekend; als bijna dood, en zie, wij leven; als geslagen en toch niet gedood; als bedroefde mensen, maar toch altijd blij; als arm, en toch maken wij velen rijk; als mensen, die niets hebben, en toch alles bezitten.

Evangelie
Mt. 4, 1-11
In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd, om door de duivel bekoord te worden. En na veertig dagen en veertig nachten gevast te hebben, gevoelde Hij tenslotte honger. Toen kwam de bekoorder tot Hem en zei: Als Gij de Zoon van God zijt, zeg dan, dat deze stenen brood worden. Doch Hij gaf ten antwoord: Er staat geschreven: "De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord, dat voortkomt uit de mond van God!" Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, en plaatste Hem boven op de tinne van de tempel, en sprak tot Hem: Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden; er staat immers geschreven: "Hij heeft over U bevelen gegeven aan Zijn engelen; en zij zullen U op de handen dragen, opdat Gij Uw voet niet zoudt stoten aan een steen." Maar Jezus zei tot hem: Oók staat er geschreven: "Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen!" Nogmaals nam de duivel Hem mee, naar een zeer hoge berg, en toonde Hem alle koninkrijken der wereld met hun heerlijkheid, en zei tot Hem: Dit alles zal ik U geven, als Gij neervalt en mij aanbidt. Toen sprak Jezus tot hem: Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: "De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen!" Toen ging de duivel van Hem weg, en er kwamen engelen, die Hem dienden.

Overweging
Aan het begin van Zijn openbare leven bracht Jezus veertig dagen door in de woestijn. Daar werd Hij bekoord door de duivel. Het nadenken over de bekoringen van Jezus in de woestijn is voor ons een uitnodiging om te antwoorden op een fundamentele vraag: wat is nu echt belangrijk in mijn leven? In de eerste bekoring doet de duivel aan Jezus het aanbod een steen in brood te veranderen om Zijn honger te stillen. Jezus antwoordt dat de mens van brood leeft, maar niet alleen van brood: Zonder een antwoord op de honger naar waarheid, de honger naar God, kan de mens niet gered worden.

In de tweede bekoring voert de duivel Jezus omhoog en biedt Hem de heerschappij over de wereld aan. Maar dat is niet de weg van God: Jezus is Zich volkomen bewust dat het niet de wereldse macht is die de wereld zal redden, maar de macht van het kruis, van de deemoed, van de liefde.

In de derde bekoring suggereert de duivel dat Jezus Zich van de bovenbouw van een tempelpoort naar beneden zou werpen, om dan door God gered te worden; dat wil zeggen, doe iets sensationeels om God Zelf op de proef te stellen; maar het antwoord is dat God geen object is om onze voorwaarden aan op te leggen: Hij is de Heer van het al.

Wat is nu de kern van de drie bekoringen waaraan Jezus werd blootgesteld? Het is het voorstel om God te instrumentaliseren, Hem te gebruiken voor de eigen interesses, de eigen glorie en het eigen succes. In wezen gaat het om zichzelf te stellen op de plaats van God, om Hem verwijderen uit Zijn Eigen bestaan en Hem daardoor overbodig te laten lijken. Iedereen dient zich dus af te vragen: welke plaats heeft God in mijn leven? En is Hij de Heer of ben ik dat?

Overwin de bekoring God te willen onderwerpen aan de eigen interesses en bekeer u tot de juiste orde door God de eerste plaats te geven; het is een weg die iedere christen steeds opnieuw dient te gaan. De uitnodiging tot bekering betekent: Jezus volgen en wel zo dat ons leven concreet wordt geleid door Zijn Evangelie; het betekent ons door God te laten veranderen; het betekent onszelf niet meer te zien als enige bouwer van het eigen bestaan; het betekent het feit te erkennen dat wij van God en van Zijn liefde afhankelijke schepsels zijn en dat wij alleen ons leven kunnen winnen door het in Hem te verliezen.

Dit vraagt om keuzen in het licht van het Woord van God. Vandaag de dag kan men niet langer christen zijn door deel uit te maken van een maatschappij die christelijke wortels heeft: Ook wie in een christelijk gezin is geboren en religieus werd opgevoed, dient de beslissing om christen te zijn dag na dag te hernieuwen. Dat betekent aan God de eerste plaats geven, ondanks alle bekoringen die gesuggereerd worden door een geseculariseerde cultuur, door de kritiek van veel tijdgenoten.

In feite staat de christen in de huidige maatschappij bloot aan vele beproevingen, die het persoonlijke en sociale leven raken. Het is niet gemakkelijk trouw te zijn aan het christelijk huwelijk; de barmhartigheid te praktiseren in het dagelijkse leven; ruimte te maken voor gebed en innerlijke stilte. Het is niet gemakkelijk openlijk keuzes af te wijzen, die velen voor lief nemen, zoals abortus bij ongewenste zwangerschap, euthanasie bij zware ziekte, of selectie van embryo's ter voorkoming van erfelijke ziektes. De bekoring het eigen geloof opzij te zetten is steeds aanwezig en bekering wordt dan een antwoord van het ik op God, dat in iemands leven verschillende keren bevestigd moet worden.

In deze Vastentijd hernieuwen wij onze verbondenheid met de weg van bekering. We kunnen zeggen dat de keuze tussen het opsluiten in ons egoïsme en het geopend zijn voor de liefde tot God, overeenkomt met de keuze waarvoor Jezus Zich gesteld ziet: de keuze tussen de menselijke macht en de liefde van het kruis; tussen een uitsluitend in het materiële welzijn geziene verlossing en een verlossing die volbracht wordt door het werk van God, aan Wie wij het primaat geven in ons bestaan. Zich bekeren betekent ervoor zorgen dat elke dag de waarheid, het geloof in God en de goddelijke liefde het belangrijkste zijn.

Paus Benedictus XVI
tijdens de algemene audiëntie op Aswoensdag 13 februari 2013

16 februari 2018

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 17 februari 2018

De Sint-Nicolaasacademie begint in februari aan het voorjaarsprogramma 2018 met een lezing door voorzitter Robert Lemm. Hij spreekt over het liberalisme als ketterij en de dictatuur van het geld.

De lezing wordt om 10.00 uur voorafgegaan door een door een heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

Kruiswegoefening op vrijdag

Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.


Vanavond wordt om 19.00 uur in onze kerk de kruisweg gebeden.
Aansluitend is er een korte kruisverering.

14 februari 2018

Deelgenoten aan Zijn vasten

Jezus heeft er velen die
Zijn hemels rijk liefhebben,
maar weinigen die
Zijn kruis dragen.

Hij heeft er velen die
verlangend zijn naar troost,
maar weinigen die
de beproeving wensen.

Hij vindt er heel wat die
Zijn tafel delen,
maar weinig
deelgenoten aan Zijn vasten.

Thomas a Kempis

11 februari 2018

Zondag Quinquagesima

Epistel
1 Kor. 13, 1-13
Broeders, al spreek ik ook de talen van de mensen en de engelen, maar ik zou de liefde missen, dan ben ik als schallend koper of als een schetterend bekken. En al heb ik ook profetengave, en al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, zelfs al heb ik een volmaakt geloof, zodat ik bergen kan verzetten, maar ik zou de liefde missen, dan ben ik niets. En al deel ik mijn gehele vermogen uit tot voedsel voor de armen, el al geef ik mijn lichaam prijs om te worden verbrand, maar ik zou de liefde missen, dan baat het mij niets. De liefde is lankmoedig, - zij is goedig, - de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet onbehoorlijk, - zij is niet verwaand, - zij is niet eerzuchtig; zij zoekt niet zichzelf, - zij wordt niet verbitterd, - het kwaad blijft zij niet indachtig; zij is niet verheugd over de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich met de waarheid; alles verdraagt zij; alles gelooft zij; - alles hoopt zij; alles verduurt zij. De liefde vergaat nooit, al zullen profetengaven ook verdwijnen, al zullen talen ook verstommen, al zal de kennis ook te niet gaan. Want onvolmaakt slechts is ons kennen, en onvolmaakt slechts is ons profetere; als echter het volmaakte komt, dan zal wat onvolmaakt is, zonder meer verdwijnen. Toen ik nog kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind; maar nu ik man geworden ben, heb ik aan het kinderlijke een eind gemaakt. Nu zien wij in een spiegel, vaag als in een raadsel; dan echter van aangezicht tot Aangezicht. Nu ken ik slechts onvolmaakt; dan echter zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend werd. Nu blijven nog: geloof, hoop en liefde, deze drie; de grootste echter van deze is de liefde.

Evangelie
Lc. 18, 31-43
In die tijd nam Jezus de Twaalf afzonderlijk bij Zich, en zei hun: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en alles zal vervuld worden, wat door de profeten over de Mensenzoon geschreven is; want Hij zal worden overgeleverd aan de heidenen, en Hij zal worden bespot, mishandeld en bespuwd; en zij zullen Hem geselen en doden; - maar op de derde dag zal Hij verrijzen. Doch zij begrepen er niets van; dat woord was voor hen duister, en zij verstonden niet, wat er gezegd werd. Toen Hij nu Jericho naderde, zat er een blinde aan de weg te bedelen. Deze hoorde de menigte voorbij gaan, en vroeg, wat er te doen was. En men zeide hem: Jezus van Nazareth komt voorbij. Toen begon hij te roepen: Jezus, Zoon van David, ontferm U mijner! De mensen echter, die vooraan liepen, gaven hem dreigend te verstaan, dat hij moest zwijgen. Maar hij riep nog veel harder: Zoon van David, ontferm U mijner! Toen bleef Jezus staan, en liet hem bij Zich brengen. En toen hij bij Hem gekomen was, stelde Hij hem de vraag: Wat wilt gij, dat Ik voor u zal doen? En hij antwoordde: Heer, dat ik toch moge zien! Toen zeide Jezus hem: Word ziende! Uw geloof heeft u redding gebracht. En terstond kon hij zien, en hij volgde Hem, terwijl hij God verheerlijkte. En toen het volk dit zag, brachten zij allen lof aan God.

Overweging
Op de laatste zondag voor de Vasten brengt de Kerk ons, met de woorden van Jezus Zelf, in herinnering wat wij in deze tijd gaan herdenken: Zijn heilig lijden, dood en verrijzenis.

De apostelen wisten heel goed wat Jezus zei. Het was trouwens niet de eerste keer dat Hij over Zijn aanstaande lijden had gesproken. Maar zij hebben het niet begrepen. Drie keer herhaalt de heilige Lucas dat zij ontoegankelijk waren voor het begrip van Jezus’ lijden. “Zij begrepen er niets van… dat woord was voor hen duister… en zij verstonden niet wat er werd gezegd.” Zij konden het niet inpassen in hun denken. Vol van hun eigen idealen en vervuld van wereldse verlangens droomden zij van een nieuw Israël en van de eerste plaatsen die zij daarin zouden innemen.

Het is niet zonder reden dat de evangelist onmiddellijk op de lijdensvoorspelling de genezing van de blinde van Jericho beschrijft. Het gold als nog een ander teken voor de apostelen, namelijk dat Christus de Heer is en blijft, ondanks Zijn toekomstig lijden. Maar zij waren geestelijk nog blind en hun geloof was te zwak om dat alles te begrijpen. De blinde die uit geloof om genezing bad, werd genezen en kon zien. De apostelen waren zo ver nog niet.

Het is niet zo gemakkelijk om het lijden te waarderen, vooral niet ons eigen lijden. Het is zelfs niet eenvoudig besef te hebben van wat Jezus' lijden voor ons betekent. Hier moet Gods genade werken; hier is een bijzonder licht nodig, het licht van de Heilige Geest. Het is opvallend dat de apostelen na de neerdaling van de Heilige Geest ook in dit opzicht zijn veranderd. Met het Licht van boven begrepen zij alles.

Wij zijn zo gemakkelijk blind voor het mysterie van het lijden; wij zijn verblind en soms willen wij niet zien en niet begrijpen. Als het lijden ons treft in datgene wat ons het meest dierbaar is, als het ons raakt in ons diepste wezen, dan is het zo moeilijk daarin de hand van de Heer te zien. Dan komen er vele vragen: Waarom bestaat het lijden eigenlijk? Waarom treft het mij? Waar blijft God met Zijn vaderlijke voorzienigheid? De wereld tracht ons tot wantrouwen te brengen, tot twijfel, tot ongeloof zelfs. Voor de wereld heeft het lijden geen betekenis en geen waarde; het is zinloos. Maar niet voor een christen. Niet voor iemand die in de voetsporen van Christus wil stappen. En daartoe zijn wij allen, als gedoopten, geroepen. Wij zijn vanaf ons doopsel met het teken van het kruis bestempeld. Wij worden door Zijn lijden en Zijn kruis gered. Wij moeten er ook deel aan hebben. Er is geen verlossing zonder kruis, geen verlossing zonder lijden. Wij weten pas hoe moeilijk het is de gekruisigde Christus te volgen als het lijden aan onze deur klopt. Het aanvaarden, opofferen en beleven van dat lijden is ons christelijk lot; dat is onze christelijke roeping. Maar omdat wij zo vaak blind zijn, moeten wij herhaaldelijk tot Christus roepen en Hem vragen om het diep-inwendige licht van de Heilige Geest. In dat Licht mogen wij zien en begrijpen wat Zijn heilig lijden betekent voor mij, voor de Kerk en voor de wereld. Dat moeten wij ontdekken of herontdekken tijdens de komende Vasten.

9 februari 2018

Inleveren oude palmtakjes



Voor de bereiding van de as die op Aswoensdag zal worden gewijd en met het askruisje zal worden opgelegd worden de palmtakjes van vorig jaar gebruikt. Tot en met zondag 11 februari kunt u oude palmtakjes inleveren.

8 februari 2018

Vernieuw ons...

Heer Jezus,
eeuwig Woord van de Vader,
uit Uw geopende Hart zien wij
als een schepping
van liefde en barmhartigheid
een nieuwe wereld oprijzen,
vrucht van de Heilige Geest
en uit de kracht van Uw verrijzenis.
Maak, Heer, deze nieuwe wereld
zichtbaar in onze tijd
door Uw Kerk, Uw lichaam.
Wijd ons toe door Uw offer.
Vernieuw ons tot mensen
die hun broeders en zusters dienen.
Voltooi in ons
wat nog aan Uw lijden ontbreekt
opdat het alle mensen ten goede komt.
Overstroom ons dorre hart met Uw leven,
Uw liefde en Uw tederheid.
Dan zullen onze broeders en zusters
vreugde en leven kunnen putten
aan de bronnen van Uw Hart.
Tot op de dag
waarop wij allen getekend zullen zijn
met het zegel van de Geest,
een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
tot eer van de Vader
en de overwinning van het Lam.
Kom, Heer Jezus, kom. Amen.

pater Jules Chevalier,
stichter van de missionarissen van het Heilig Hart

4 februari 2018

Zondag Sexagesima

Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien.

Epistel
2 Kor. 11, 19-33; 12, 1-9
Broeders, gij zijt zo welwillend in het verdragen van onverstandige mensen, omdat gij zelf zo wijs zijt! Gij verdraagt het immers, als men u de wet stelt, - als men u uitbuit, als men u beetneemt, - als men verwaand tegen u optreedt, als men u een slag in het gezicht geeft. Ik moet tot mijn schande bekennen: in dit opzicht zijn wij - om zo te zeggen - zwakkelingen geweest. Maar wat een ander aandurft - al is het onverstandig zo te spreken - dat durf ik ook. Zijn zij Hebreën? - ik ook. Zijn zij Israëlieten? - ik ook. Zijn zij afstammelingen van Abraham? - ik ook. Zijn zij dienstknechten van Christus? - ik spreek als een dwaze - ik nog meer; door veelvuldig zwoegen, door veel gevangenschap, door geselslagen zonder tal, door herhaaldelijk doodsgevaar. Vijfmaal heb ik van de joden de veertig min één gekregen; driemaal ben ik met roeden gegeseld; éénmaal ben ik gestenigd; driemaal heb ik schipbreuk geleden, en eens heb ik een dag en een nacht doorgemaakt op de volle zee. Door vele voetreizen, door gevaren van rivieren, door gevaren van rovers, door gevaren van de kant van mijn eigen volk, door gevaren van de heidenen, door gevaren in de stad, door gevaren in de woestijn, door gevaren op zee, door gevaren onder valse broeders. Met werken en zwoegen, dikwijls zonder nachtrust, in honger en dorst, in veelvuldig vasten, in koude en naaktheid. En behalve al dat uitwendige, ook nog mijn dringend werk van iedere dag: de zorg voor alle kerken. Wie is er zwak, zonder dat ik het meevoel? Wie lijdt er ergernis, zonder dat ik vurig word? Als er geroemd moet worden, dan zal ik op mijn zwakheid roemen; God, Die de Vader is van onze Heer Jezus Christus en gezegend is in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. Te Damascus liet de stadhouder van koning Aretas eens de stad van de Damascenen bewaken om mij in handen te krijgen en... door een venster werd ik in een mand langs de muur neergelaten; en zó ontkwam ik aan zijn handen. Als er geroemd moet worden - al heeft het dan geen nut - dan zal ik overgaan tot visioenen en openbaringen des Heren. Ik ken een christenmens, die veertien jaar geleden - met het lichaam: ik weet het niet; of zonder lichaam: ik weet het niet; God weet het; - opgevoerd werd naar de derde hemel. En ik weet, dat die mens - met of zonder lichaam: dat weet ik niet; God weet het; - opgevoerd is naar het paradijs; daar vernam hij toen geheime dingen, waarover een mens niet spreken mag. Op zó iemand zal ik roemen; wat echter mij zelf betreft, zal ik alleen maar roemen op mijn zwakheden. Doch ook al wilde ik roemen, het zou niet onzinnig van mij zijn; want ik zou waarheid spreken. Maar ik wil het niet doen, opdat niemand mij hoger zou achten, dan hij van mij ziet of hoort. En opdat de grote openbaringen mij niet ijdel zouden maken, werd mij een prikkel gegeven in het vlees, een engel van de satan, die mij moet kwellen. Daarom heb ik driemaal tot de Heer gebeden, dat deze van mij zou weggaan. Maar Hij gaf mij ten antwoord: Mijn genade is voor u voldoende; want kracht komt juist bij zwakheid tot volle ontplooiing. Daarom wil ik gaarne roemen op mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij moge wonen.

Evangelie
Lc. 8, 4-15
In die tijd kwam er een talrijke menigte bijeen, die vanuit de steden naar Jezus toestroomde. Dan sprak Hij in een gelijkenis: Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel er een gedeelte op de weg; het werd vertrapt, en de vogels des hemels aten het op. En een ander gedeelte viel op rotsige bodem; het schoot wel op, maar verdorde er bij gebrek aan vochtigheid. Weer een ander gedeelte viel midden tussen de doornen; en de doornen schoten tegelijk mede op en verstikten het. Een ander gedeelte ten slotte viel op goede bodem; het schoot op en droeg honderdvoudige vrucht. Bij deze woorden riep Hij uit: Wie oren heeft om te horen, dat hij hore! Zijn leerlingen nu vroegen Hem, wat deze gelijkenis betekende. En Hij gaf hun ten antwoord: U is het gegeven de geheimen van het rijk Gods volledig te kennen; de overigen echter slechts in gelijkenissen, opdat zij wel zien maar niet inzien, wel horen maar niet begrijpen. Dit nu is de zin van de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods. Waar het op de weg valt, - dat zijn zij, die wel toeluisteren, maar dan komt de duivel, en neemt het Woord weg uit hun hart, opdat zij niet geloven en zalig worden. Waar het evenwel op rotsige bodem valt, - dat zijn zij, die het Woord aanhoren, en met vreugde opnemen; doch zij laten het geen wortel schieten; zij geloven een tijdlang, maar als de beproeving komt, vallen zij af. Wat echter tussen de doornen valt, - dat zijn zij, die wel geluisterd hebben; doch door de zorgen, de rijkdom en de genietingen des levens wordt het bij hen gaandeweg verstikt, zonder dat het vrucht oplevert. Maar wat op goede bodem valt, - dat zij zij, die het Woord met een goed en edel hart aanhoren, het bewaren, en vrucht voortbrengen door te volharden.

Overweging
In de gelijkenis van de zaaier die uitging om te zaaien, waarin het zaad viel zowel op vruchtbare als op onvruchtbare grond, zien wij een dubbel beeld. Het zaad staat voor het leven brengende Woord van God, Zijn genade, en de verschillende typen van grond zijn wij, de mensen, die met het goddelijke Woord in aanraking komen.

Het zaad draagt alles in zich dat nodig is om vrucht voort te brengen. Zo is het ook met de genade van God: Zijn heiligmakende genade bevat alles dat een mens nodig heeft om zalig te worden, want Gods genade is volkomen in zich. Maar om concreet, dus bij een bepaalde persoon, de heiligheid aan te wenden, heeft de genade het nodig om opgenomen te worden. Het Evangelie van vandaag gaat juist over die opname in ons leven.

Wij moeten de genade Gods ons leven laten doordringen. De vrucht van de genade is de heiliging. Kan de genade de grond van ons leven niet doordringen, dan kan zij ook geen vruchten van heiliging voortbrengen en dan verstikt zij door de droogte van de bodem waarop zij is uitgestrooid. Het is dus aan ons om het leven te openen voor Gods Woord en naar Hem toegekeerd te blijven. Wij kunnen niet met Hem willen leven en tegelijkertijd Zijn stem laten overstromen door het lawaai van de wereld en de tirannie van een zondig leven.

Het vasten en de boete dienen om ons leven te openen voor Gods genade, doordat wij ons afwenden van het wereldse en ons richten op God. Wij dienen onszelf kritische vragen te stellen over de keuzen die wij maken in ons leven. Zijn deze keuzen conform de Wil en de wetten van God en Zijn heilige Kerk? Zo niet, dan kan Zijn genade ook niet in ons werkzaam zijn en dan kunnen er geen vruchten van heiliging ontstaan. De hoop op de eeuwige zaligheid is dan een ijdele verblinding.

Nu is er nog tijd om afstand te nemen van de zonde en ons te keren tot God om daarmee de vaste hoop op heiliging en de zaligheid te ontvangen. Wij moeten het harde werk aangaan van het opruimen van onze eigen bodem en iedere hindernis verwijderen zodat de genade Gods een vruchtbare grond zal aantreffen wanneer Hij Zijn Woord in onze ziel zal uitstrooien.

3 februari 2018

Van de pastoor: Kerkbalans

Beminde gelovigen,

In de februari-editie van het maandelijkse Informatiebulletin wil ik graag enkele plannen met u delen. Bij de periodieke controle van onze gebouwen door de Monumentenwacht Noord-Holland is gebleken dat het dak van de pastorie in uiterst slechte staat verkeert. Dat is voor ons geen verrassing, want al jaren dringt bij krachtige regen het water naar binnen op de bovenste verdieping van de pastorie. Voor deze winter zijn noodreparaties verricht, maar dit jaar moeten wij beginnen met de planning van een kostbare dakrenovatie.

De pastorie is niet alleen woonruimte voor de priesters maar tegelijkertijd de faciliteit waar al het buitenliturgische leven van de parochie – waaronder catechese, familiedagen, lezingen en conferenties – plaatsvindt.

Ik hoop dat u tijdens de jaarlijkse actie Kerkbalans, die onlangs van start is gegaan, uw medeverantwoordelijkheid voor het behoud van de pastorie op u wilt nemen, voor nu en voor de toekomstige generaties.

Ik wens u een gezegende (voor)vastentijd toe.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

2 februari 2018

2 februari: Zuivering van de heilige maagd Maria (Maria Lichtmis), feest

Op 2 februari verricht de Kerk de plechtige kaarsenwijding, die tot de drie voornaamste wijdingen behoort uit de gehele jaarkring. De twee andere zijn de aswijding en de palmwijding.

De zin van de kaarsenwijding houdt verband met de dag van de Zuivering van de heilige Maagd, dat het geheim is van de veertigste en laatste dag van de Kersttijd. Het Kindje Jezus wordt op die dag in de tempel opgedragen en vrijgekocht, doch slechts bij gelegenheid van Maria’s zuivering, waaruit deze opdracht en vrijkoop voortvloeien.

Sinds de zevende eeuw hebben liturgisten veelvuldig het geheim van de kaarsenwijding verklaard. De kaarsenwas, uit het sap van bloemen, bereid door de bij, die in de oudheid gold als beeld van de maagdelijkheid, betekent volgens Ivo van Chartres in een van zijn preken over dit feest, het maagdelijke Vlees van het goddelijk Kind, dat noch door Zijn ontvangenis, noch door Zijn geboorte Maria’s maagdelijkheid heeft gedeerd. In de kaars moeten wij, aldus de heilige bisschop, het symbool zien van Christus, Die onze duisternis is komen verlichten.

Volgens de heilige Anselmus kunnen wij in de kaars drie dingen beschouwen: de was, de pit en de vlam. De was, bereid door de maagdelijke bij, is het Vlees van Christus; de pit daarin is Zijn Ziel; de vlam die straalt aan de top is Zijn Godheid.

De Kerk nodigt de gelovigen uit om op deze dag kaarsen mee te brengen. Die kunnen ook in de plechtige ceremonie gewijd worden. De met Maria Lichtmis gewijde kaarsen worden niet alleen in de processie gedragen, maar zij moeten met eerbied thuis bewaard worden, om ze te land en te water, zoals de Kerk zegt, met zich mee te nemen en zodoende bijzondere zegen van de hemel af te smeken. Men moet deze kaarsen ook ontsteken bij de stervenden, ter herinnering aan de onsterfelijkheid die Christus voor ons heeft verdiend en als teken van bescherming door Maria.

1 februari 2018

1 februari: Heilige Ignatius van Antiochië, bisschop en martelaar

Ignatius was de derde bisschop van Antiochië in Syrië, na de apostel Petrus en bisschop Evodius.

Op hoge leeftijd werd hij op last van keizer Trajanus gevangen genomen en naar Rome gebracht. Tijdens deze reis schreef hij 'zeven heilige brieven' naar plaatselijke geloofsgemeenschappen. Ze vormen een rijke bron aan informatie over de vroeg-christelijke verwerking van de boodschap van het Evangelie. De brieven dragen soms een wat leerstellig karakter. Soms zijn ze meer troostend en ondersteunend van aard.

De brieven zijn gericht aan de Efeziërs, de Magnesiërs, de Tralliërs, de Romeinen, de Philadelphiërs, de Smyrnaeërs, en aan Polycarpus.
Ignatius stelt in zijn brieven verschillende zaken aan de orde. Hij gaat onder andere in op de eenheid van de christelijke kerk, de persoon van Christus, de verhouding leraar en leerlingen, de twee rijken. Voor de ontwikkeling van de theologie zijn deze brieven van groot belang. Jezus is voor Ignatius voluit God. In de brieven bestrijdt hij het docetisme en de gnostiek. Hij pleit voor het gezag van de bisschop. Zonder dit gezag is de doop en het liefdesmaal niet geoorloofd. De gemeente van Rome bekleedt in zijn visie de eerste plaats.

Op allerlei plaatsen kreeg Ignatius bezoek van afgevaardigden van christelijke gemeenten. In Smyrna ontmoette hij Polycarpus en kreeg hij bezoek van een deputatie uit de christengemeente van Efeze. Dit gezelschap bestond uit Onesimus, de bisschop van Efeze, een diaken genaamd Burrus, en nog drie anderen: Crocus, Euplus en Fronto. Hieruit blijkt dat er tussen de jonge christelijke gemeenten intensief contact was en er een uitvoerig netwerk van onderlinge relaties moet hebben bestaan. De christelijke kerk heeft zich kennelijk al heel vroeg kunnen organiseren.

Uiteindelijk werd hij in Rome in het Colosseum ter dood gebracht doordat hij als prooi voor de wilde dieren werd geworpen. Zijn relieken bevinden zich in de kerk van Sint Clemente te Rome. Hij is patroon tegen hoofduitslag en keelpijn.