Pagina's

8 januari 2012

Preek voor het feest van de heilige Familie

Epistel
Kol. 3, 12-17
Broeders, wilt u als heilige en veelgeliefde uitverkorenen Gods toerusten met een medelijdend hart, met goedheid en bescheidenheid, met zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander, en vergeeft elkander, als gij soms over iemand te klagen hebt. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven. Maar draagt over dat alles heen de liefde; want deze is de band der volmaaktheid. Laat de vrede van Christus heersen in uw harten; want daartoe zijt gij ook geroepen, als leden van één lichaam. Weest daarenboven dankbaar. Moge het woord van Christus onder u wonenen in volle rijkdom, zodat gij in alle wijsheid elkander onderricht en vermaant. En zingt dankbaar God van harte lof in psalmen en gezangen en geestelijke liederen. Alles wat gij doet met woord of werk, doet alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, om aan God, de Vader, dank te brengen door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 2, 42-52
Toen Jezus twaalf jaar oud geworden was, gingen zij op reis naar Jeruzalem, zoals met het Hoogfeest gewoonte was. Maar toen zij na afloop van die dagen terugkeerden, bleef het Kind Jezus te Jeruzalem achter, zonder dat Zijn ouders het wisten. In de veronderstelling, dat Hij Zich bij het gezelschap bevond, reisden zij één dag door; dan vroegen zij naar Hem bij familie en bekenden. Maar toen zij Hem niet vonden, keerden zij naar Jeruzalem terug en zochten Hem. Eerst na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar Hij midden tussen de leraren gezeten, naar hen luisterde en hun vragen stelde. Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn wijsheid en over Zijn antwoorden. Toen zij dit zagen, stonden zij verwonderd. En Zijn Moeder sprak tot Hem: Mijn Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik zochten U met smart. Hij echter gaf hun ten antwoord: Waarom zocht gij Mij? Wist gij dan niet, dat Ik moet zijn bij de aangelegenheden van Mijn Vader? Maar zij begrepen niet, wat Hij tot hen zei. Dan reisde Hij met hen af en kwam te Nazareth. En Hij was hun onderdanig. Zijn Moeder nu bewaarde dit alles zorgvuldig in haar hart. En Jezus nam toe in wijsheid en jaren en in welgevallen bij God en bij de mensen.

Preek
De Kerk viert vandaag geen bepaald mysterie uit het leven van de Zaligmaker, maar wij herdenken – nog in het licht van Kerstmis – de kinderjaren van de mensgeworden Verlosser, die Hij in het verborgene doorbracht met de heiligen Maria en Jozef in het heilig huisgezin te Nazareth. Dit feit vestigt met een zekere nadruk onze aandacht op Zijn onderdanigheid, die in zo sterke tegenstelling staat tot Zijn goddelijke natuur, die Hem boven alles verheft. Hierin kunnen wij zien dat Hij gekomen is om te dienen en het werk van de Verlossing te voltrekken door onderdanig te worden aan het lijden en de dood.

Beschouwen wij de deugden die in dit heilig huisgezin bloeiden: Hij was hun onderdanig, het goddelijke Woord gehoorzaamde aan sterfelijke mensen in de kleine dingen van het dagelijks leven. Deze gehoorzaamheid lag besloten in de plannen van God; zij behoorde tot het vervullen van de gehele gerechtigheid die aan de Zoon was opgelegd. Gehoorzaamheid is een deugd die de trotse aard van de mens altijd zwaar valt en die in onze tijd van vrijheidszucht en verzet tegen goddelijke instellingen vaak onderuit gehaald wordt. Door ons de gehoorzaamheid van de goddelijke Zoon voor ogen te stellen, wil de Kerk ons opvoeden, door middel van het huisgezin, tot verantwoordelijke dienaren van de waarheid. In het gezin moet de mens zijn natuurlijke plaats innemen, en van daaruit gehoorzamen aan het geheel van het gezin. Zo gaat het ook in de Kerk, die het ware heilsinstituut is. Wij moeten onze natuurlijke plaats erkennen en daarin God dienen.

Beminde gelovigen, de deugd van gehoorzaamheid is een deugd die in elk opzicht ons leven lang noodzakelijk blijft en die niet gemakkelijker wordt naarmate wij ouder worden, als wij niet vroegtijdig hebben geleerd haar in een geest van bovennatuurlijk geloof te beoefenen. In het gezinsleven leren wij onze plaats in te nemen en te vervullen. Zo kunnen wij, als gelovigen, door het gezin leren om in gehoorzaamheid en bovennatuurlijke liefde voor elkaar ook in de Kerk onze plaats in te nemen en onze verplichtingen te vervullen, en ons daardoor te heiligen voor God. Amen.