Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

26 februari 2012

Preek voor de eerste zondag van de Vasten

Christus (midden) stuurt de duivel (rechts) weg.

Epistel
2 Kor. 6, 1-10
Broeders, wij vermanen u te zorgen, dat gij Gods genade niet ontvangt zonder vrucht. Want er staat geschreven: "Op de tijd, die Mij behaagt, ga Ik u verhoren, en op de dag des heils, kom Ik u helpen." Zie, thans is het de tijd, die Hem behaagt, nu is het de dag van het heil. En aan niemand geven wij ook maar de minste aanstoot, opdat er geen smet geworpen worde op ons ambt; maar wij willen ons in alles tonen als dienaren van God, door veel geduld, in wederwaardigheden en noden en moeilijkheden, in geselslagen en gevangenschap en volksoploop, in zwoegen en waken en vasten; door reinheid en kennis - door lankmoedigheid en goedheid; door de Heilige Geest, door ongeveinsde liefde, door prediking van waarheid en door kracht van God; met de wapenen der gerechtigheid in rechter- en linkerhand; onder eer en smaad, - onder kwade of goede naam; als bedriegers, en toch waarachtig, - als onbekend, en toch welbekend; als bijna dood, en zie, wij leven; als geslagen en toch niet gedood; als bedroefde mensen, maar toch altijd blij; als arm, en toch maken wij velen rijk; als mensen, die niets hebben, en toch alles bezitten.

Evangelie
Mt. 4, 1-11
In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd, om door de duivel bekoord te worden. En na veertig dagen en veertig nachten gevast te hebben, gevoelde Hij tenslotte honger. Toen kwam de bekoorder tot Hem en zei: Als Gij de Zoon van God zijt, zeg dan, dat deze stenen brood worden. Doch Hij gaf ten antwoord: Er staat geschreven: "De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord, dat voortkomt uit de mond van God!" Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, en plaatste Hem boven op de tinne van de tempel, en sprak tot Hem: Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden; er staat immers geschreven: "Hij heeft over U bevelen gegeven aan Zijn engelen; en zij zullen U op de handen dragen, opdat Gij Uw voet niet zoudt stoten aan een steen." Maar Jezus zei tot hem: Oók staat er geschreven: "Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen!" Nogmaals nam de duivel Hem mee, naar een zeer hoge berg, en toonde Hem alle koninkrijken der wereld met hun heerlijkheid, en zei tot Hem: Dit alles zal ik U geven, als Gij neervalt en mij aanbidt. Toen sprak Jezus tot hem: Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: "De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen!" Toen ging de duivel van Hem weg, en er kwamen engelen, die Hem dienden.

Preek
Nu de Kerk -– en wij met haar -– aan de grote vasten is begonnen, is het goed ons te herinneren waarom wij door deze tijd van boete heengaan. Eens te meer gaan wij op naar de viering van het zalig lijden en sterven van Christus, en naar Zijn glorievolle verrijzenis, het hoogtepunt van het kerkelijk jaar. Het geheim van onze verlossing gaat zich andermaal voltrekken. Zullen wij het ongemerkt aan ons laten voorbijgaan, of zal het in ons de nodige weerklank vinden om ons te vervullen met nieuwe geestelijke kracht?

Vroeger was heel het maatschappelijke leven op deze voorbereidingstijd afgestemd. Wat daarvan is overgebleven is niets anders dan uiterlijk vertoon, zoals de viering van carnaval. De rust in de maatschappij op de grote dagen waarop onze verlossing zich voltrekt is ten prooi gevallen aan de winkeliers en aan de zucht naar plezier. Er blijven dus geen uiterlijkheden meer over die geschikt zijn om ons de ernst en de bezinning bij de brengen, die de vastentijd van ons vereist.

Nog ingrijpender is het dat de Kerk het noodzakelijk heeft gevonden om zich steeds meer aan te passen aan het moderne leven en mede daardoor de lichamelijke boetedoeningen heeft verzwakt. Dat berooft ons van een kostbaar hulpmiddel om ons in te werken in de ernst van de heilige vastentijd. Wij, christenen van de 21e eeuw, zijn dus meer dan ooit aangewezen op een persoonlijke, diepe bewustheid van ons christen-zijn om van deze vastentijd een heilzame tijd te maken. Het hangt van onszelf af of wij ons de tijd zullen gunnen om tot bezinning te komen, om weer eens de echtheid van ons christelijke leven in volle oprechtheid onder ogen te nemen. Daarbij zijn de volgende punten van groot belang:

  • Welke plaats neemt Christus in mijn leven in? Word ik door het alledaagse zo meegesleept dat ik geen behoefte meer voel naar het hogere en naar verlossing?

  • Door mijn doopsel behoor ik toe aan een wereld die alleen op God gericht is en die dus vaak in tegenstelling en in strijd is met de wereld waarin ik elke dag leef. Leef ik in de realiteit van mijn doopsel of ben ik reeds lange tijd een afgestorven ledemaat van het Lichaam van Christus, dat de Kerk is?

  • Wat komt er terecht van mijn Paasbiecht? Blijft deze oppervlakkig en vluchtig, zonder een diepe inwerking op mijn leven, of wil ik de moed vinden voor de benodigde verandering?

  • Wat betekent mijn Paascommunie? Zal zij in mijn ziel uiteindelijk de vereenzelviging met Christus worden?

Beminde gelovigen, indien wij deze punten door ons vasten en onze boetedoening kunnen realiseren, dan zal het vasten voor ons een zegen zijn en ons tot een nieuw leven leiden. Amen.

19 februari 2012

Preek voor Zondag Quinquagesima

Epistel
1 Kor. 13, 1-13
Broeders, al spreek ik ook de talen van de mensen en de engelen, maar ik zou de liefde missen, dan ben ik als schallend koper of als een schetterend bekken. En al heb ik ook profetengave, en al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, zelfs al heb ik een volmaakt geloof, zodat ik bergen kan verzetten, maar ik zou de liefde missen, dan ben ik niets. En al deel ik mijn gehele vermogen uit tot voedsel voor de armen, el al geef ik mijn lichaam prijs om te worden verbrand, maar ik zou de liefde missen, dan baat het mij niets. De liefde is lankmoedig, - zij is goedig, - de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet onbehoorlijk, - zij is niet verwaand, - zij is niet eerzuchtig; zij zoekt niet zichzelf, - zij wordt niet verbitterd, - het kwaad blijft zij niet indachtig; zij is niet verheugd over de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich met de waarheid; alles verdraagt zij; alles gelooft zij; - alles hoopt zij; alles verduurt zij. De liefde vergaat nooit, al zullen profetengaven ook verdwijnen, al zullen talen ook verstommen, al zal de kennis ook te niet gaan. Want onvolmaakt slechts is ons kennen, en onvolmaakt slechts is ons profetere; als echter het volmaakte komt, dan zal wat onvolmaakt is, zonder meer verdwijnen. Toen ik nog kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind; maar nu ik man geworden ben, heb ik aan het kinderlijke een eind gemaakt. Nu zien wij in een spiegel, vaag als in een raadsel; dan echter van aangezicht tot Aangezicht. Nu ken ik slechts onvolmaakt; dan echter zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend werd. Nu blijven nog: geloof, hoop en liefde, deze drie; de grootste echter van deze is de liefde.

Evangelie
Lc. 18, 31-43
In die tijd nam Jezus de Twaalf afzonderlijk bij Zich, en zeide hun: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en alles zal vervuld worden, wat door de profeten over de Mensenzoon geschreven is; want Hij zal worden overgeleverd aan de heidenen, en Hij zal worden bespot, mishandeld en bespuwd; en zij zullen Hem geselen en doden; - maar op de derde dag zal Hij verrijzen. Doch zij begrepen er niets van; dat woord was voor hen duister, en zij verstonden niet, wat er gezegd werd. Toen Hij nu Jericho naderde, zat er een blinde aan de weg te bedelen. Deze hoorde de menigte voorbij gaan, en vroeg, wat er te doen was. En men zeide hem: Jezus van Nazareth komt voorbij. Toen begon hij te roepen: Jezus, Zoon van David, ontferm U mijner! De mensen echter, die vooraan liepen, gaven hem dreigend te verstaan, dat hij moest zwijgen. Maar hij riep nog veel harder: Zoon van David, ontferm U mijner! Toen bleef Jezus staan, en liet hem bij Zich brengen. En toen hij bij Hem gekomen was, stelde Hij hem de vraag: Wat wilt gij, dat Ik voor u zal doen? En hij antwoordde: Heer, dat ik toch moge zien! Toen zeide Jezus hem: Word ziende! Uw geloof heeft u redding gebracht. En terstond kon hij zien, en hij volgde Hem, terwijl hij God verheerlijkte. En toen het volk dit zag, brachten zij allen lof aan God.

Preek
Vandaag breng de Kerk ons tot aan de toegangspoort van het grote vasten. Zij begeleidt ons daartoe met twee bijzonder mooie en heldere lezingen. In het epistel van de Mis houdt de apostel Paulus een lofprijzing over de liefde. De liefde wordt door geen enkele andere gave overtroffen en zij geeft leven en bezieling aan alle andere deugden die de mens nastreeft. De liefde is onvergankelijk; hier op aarde is zij de volmaakte glans van de hemelse gelukzaligheid, want daar zal alleen de liefde tot God overblijven.

Maar voordat dit hemelse vaderland voor ons opengaat moeten wij eerst naar Jeruzalem. Het is de goddelijke Verlosser Zelf Die ons in het Evangelie van vandaag zegt: “Zie, wij gaan op naar Jeruzalem.” Aanstaande woensdag begint de vasten. De vasten is de wandeling naar Jeruzalem; het vasten brengt ons naar het lijden, de dood en de verrijzenis van Christus.

Beminde gelovigen, het grote Paasdrama gaat zich opnieuw afspelen. De verlossingsdaad van Christus staat ons duidelijk voor ogen, maar beseffen wij wel dat wij ook zelf daarmee moeten instemmen om deel te krijgen aan deze verlossing? Begrijpen wij dat wij ons moeten zuiveren van zonde en van aardse zaken? Ik denk van niet. Hoeveel mensen nemen het geloof in zijn volle werkelijkheid waar? Niet velen. Ik hoef het u niet te vertellen, u weet het zelf: Het gaat niet goed met het leven van het geloof.

Het middel om het geloof sterk, fris en levend te houden is de ascese. Door vasten, bidden en het trouw vervullen van de godsdienstige verplichtingen en de geboden van God, kortom door de gang naar het Kruis om de oude mens te kruisigen en door de genade een nieuwe mens te worden, ondersteunen wij ons zwakke geloof.

Ik bid en hoop dat u allen van deze vasten de geestelijke vruchten van ommekeer en een diepere liefde tot God mag ontvangen. Dat het oefenen van het vasten een nieuwe bezinning in ons allen mag bewerkstelligen, waarbij alles voor God en tot Zijn meerdere eer en glorie wordt gedaan. Amen.

14 februari 2012

Van de parochie-administrator: Gebed en offers

Beminde gelovigen,

In de maand februari gaan wij de grote vastentijd in. Zoals altijd bereiden wij ons daarop voor door het 40-urengebed. Deze gebedsoefening wil ik graag van harte bij u aanbevelen, allereerst omdat u daarmee aan God het verschuldigde eerherstel kunt brengen, maar ook omdat het gebed voor het Allerheiligste Sacrament grote genaden verleent aan wie Hem komen aanbidden. Gedurende 40 uur zal het Allerheiligste tronen op het altaar, waarbij Het omgeven zal zijn door brandende kaarsen en biddende engelen.

Dit jaar willen wij God ook smeken om genadig naar onze kerk en ons apostolaat om te zien; dat wij het doel dat wij tot Zijn eer willen bereiken, namelijk het eigendom van de Agneskerk overnemen, ook daadwerkelijk kunnen realiseren.

Dit vraagt van ons gebed en offers. Dat is alleen mogelijk door een bereidwillig hart. Alleen een hart dat kracht en troost vindt bij God is in staat om zulke offers te brengen.

Wij staan niet alleen. Ik ben er zeker van dat de H.H. Jozef en Agnes ons bij zullen staan in ons streven. Laten wij vaak hun beeld in onze kerk opzoeken en bij hen kaarsen branden voor deze intentie.

Ik wens u een gezegende Vasten toe.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie

12 februari 2012

Preek voor Zondag Sexagesima

Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien.

Epistel
2 Kor. 11, 19-33; 12, 1-9
Broeders, gij zijt zo welwillend in het verdragen van onverstandige mensen, omdat gij zelf zo wijs zijt! Gij verdraagt het immers, als men u de wet stelt, - als men u uitbuit, als men u beetneemt, - als men verwaand tegen u optreedt, als men u een slag in het gezicht geeft. Ik moet tot mijn schande bekennen: in dit opzicht zijn wij - om zo te zeggen - zwakkelingen geweest. Maar wat een ander aandurft - al is het onverstandig zo te spreken - dat durf ik ook. Zijn zij Hebreën? - ik ook. Zijn zij Israëlieten? - ik ook. Zijn zij afstammelingen van Abraham? - ik ook. Zijn zij dienstknechten van Christus? - ik spreek als een dwaze - ik nog meer; door veelvuldig zwoegen, door veel gevangenschap, door geselslagen zonder tal, door herhaaldelijk doodsgevaar. Vijfmaal heb ik van de joden de veertig min één gekregen; driemaal ben ik met roeden gegeseld; éénmaal ben ik gestenigd; driemaal heb ik schipbreuk geleden, en eens heb ik een dag en een nacht doorgemaakt op de volle zee. Door vele voetreizen, door gevaren van rivieren, door gevaren van rovers, door gevaren van de kant van mijn eigen volk, door gevaren van de heidenen, door gevaren in de stad, door gevaren in de woestijn, door gevaren op zee, door gevaren onder valse broeders. Met werken en zwoegen, dikwijls zonder nachtrust, in honger en dorst, in veelvuldig vasten, in koude en naaktheid. En behalve al dat uitwendige, ook nog mijn dringend werk van iedere dag: de zorg voor alle kerken. Wie is er zwak, zonder dat ik het meevoel? Wie lijdt er ergernis, zonder dat ik vurig word? Als er geroemd moet worden, dan zal ik op mijn zwakheid roemen; God, Die de Vader is van onze Heer Jezus Christus en gezegend is in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. Te Damascus liet de stadhouder van koning Aretas eens de stad van de Damascenen bewaken om mij in handen te krijgen en... door een venster werd ik in een mand langs de muur neergelaten; en zó ontkwam ik aan zijn handen. Als er geroemd moet worden - al heeft het dan geen nut - dan zal ik overgaan tot visioenen en openbaringen des Heren. Ik ken een christenmens, die veertien jaar geleden - met het lichaam: ik weet het niet; of zonder lichaam: ik weet het niet; God weet het; - opgevoerd werd naar de derde hemel. En ik weet, dat die mens - met of zonder lichaam: dat weet ik niet; God weet het; - opgevoerd is naar het paradijs; daar vernam hij toen geheime dingen, waarover een mens niet spreken mag. Op zó iemand zal ik roemen; wat echter mij zelf betreft, zal ik alleen maar roemen op mijn zwakheden. Doch ook al wilde ik roemen, het zou niet onzinnig van mij zijn; want ik zou waarheid spreken. Maar ik wil het niet doen, opdat niemand mij hoger zou achten, dan hij van mij ziet of hoort. En opdat de grote openbaringen mij niet ijdel zouden maken, werd mij een prikkel gegeven in het vlees, een engel van de satan, die mij moet kwellen. Daarom heb ik driemaal tot de Heer gebeden, dat deze van mij zou weggaan. Maar Hij gaf mij ten antwoord: Mijn genade is voor u voldoende; want kracht komt juist bij zwakheid tot volle ontplooiing. Daarom wil ik gaarne roemen op mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij moge wonen.

Evangelie
Lc. 8, 4-15
In die tijd kwam er een talrijke menigte bijeen, die vanuit de steden naar Jezus toestroomde. Dan sprak Hij in een gelijkenis: Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel er een gedeelte op de weg; het werd vertrapt, en de vogels des hemels aten het op. En een ander gedeelte viel op rotsige bodem; het schoot wel op, maar verdorde er bij gebrek aan vochtigheid. Weer een ander gedeelte viel midden tussen de doornen; en de doornen schoten tegelijk mede op en verstikten het. Een ander gedeelte ten slotte viel op goede bodem; het schoot op en droeg honderdvoudige vrucht. Bij deze woorden riep Hij uit: Wie oren heeft om te horen, dat hij hore! Zijn leerlingen nu vroegen Hem, wat deze gelijkenis betekende. En Hij gaf hun ten antwoord: U is het gegeven de geheimen van het rijk Gods volledig te kennen; de overigen echter slechts in gelijkenissen, opdat zij wel zien maar niet inzien, wel horen maar niet begrijpen. Dit nu is de zin van de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods. Waar het op de weg valt, - dat zijn zij, die wel toeluisteren, maar dan komt de duivel, en neemt het Woord weg uit hun hart, opdat zij niet geloven en zalig worden. Waar het evenwel op rotsige bodem valt, - dat zijn zij, die het Woord aanhoren, en met vreugde opnemen; doch zij laten het geen wortel schieten; zij geloven een tijdlang, maar als de beproeving komt, vallen zij af. Wat echter tussen de doornen valt, - dat zijn zij, die wel geluisterd hebben; doch door de zorgen, de rijkdom en de genietingen des levens wordt het bij hen gaandeweg verstikt, zonder dat het vrucht oplevert. Maar wat op goede bodem valt, - dat zij zij, die het Woord met een goed en edel hart aanhoren, het bewaren, en vrucht voortbrengen door te volharden.

Preek
In de gelijkenis van de zaaier die uitging om te zaaien, waarin het zaad viel zowel op vruchtbare als op onvruchtbare grond, zien wij een dubbel beeld. Het zaad staat voor het leven brengende Woord van God, Zijn genade, en de verschillende typen van grond zijn wij, de mensen, die met het goddelijke Woord in aanraking komen.

Het zaad draagt alles in zich dat nodig is om vrucht voort te brengen. Zo is het ook met de genade van God: Zijn heiligmakende genade bevat alles dat een mens nodig heeft om zalig te worden, want Gods genade is volkomen in zich. Maar om concreet, dus bij een bepaalde persoon, de heiligheid aan te wenden, heeft de genade het nodig om opgenomen te worden. Het Evangelie van vandaag gaat juist over die opname in ons leven.

Wij moeten de genade Gods ons leven laten doordringen. De vrucht van de genade is de heiliging. Kan de genade de grond van ons leven niet doordringen, dan kan zij ook geen vruchten van heiliging voortbrengen en dan verstikt zij door de droogte van de bodem waarop zij is uitgestrooid. Het is dus aan ons om het leven te openen voor Gods Woord en naar Hem toegekeerd te blijven. Wij kunnen niet met Hem willen leven en tegelijkertijd Zijn stem laten overstromen door het lawaai van de wereld en de tirannie van een zondig leven.

Het vasten en de boete dienen om ons leven te openen voor Gods genade, doordat wij ons afwenden van het wereldse en ons richten op God. Wij dienen onszelf kritische vragen te stellen over de keuzen die wij maken in ons leven. Zijn deze keuzen conform de Wil en de wetten van God en Zijn heilige Kerk? Zo niet, dan kan Zijn genade ook niet in ons werkzaam zijn en dan kunnen er geen vruchten van heiliging ontstaan. De hoop op de eeuwige zaligheid is dan een ijdele verblinding.

Beminde gelovigen, nu is er nog tijd om afstand te nemen van de zonde en ons te keren tot God om daarmee de vaste hoop op heiliging en de zaligheid te ontvangen. Wij moeten het harde werk aangaan van het opruimen van onze eigen bodem en iedere hindernis verwijderen zodat de genade Gods een vruchtbare grond zal aantreffen wanneer Hij Zijn Woord in onze ziel zal uitstrooien. Amen.

9 februari 2012

Kerkbalans 2012 ten behoeve van Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam

Amsterdam, 16 januari 2012

Geachte mevrouw, mijnheer,

Sinds 2008 is de zielzorg in de Sint-Agneskerk te Amsterdam door de bisschop van Haarlem-Amsterdam, mgr dr J.M. Punt, toevertrouwd aan de priesterbroederschap Sint Petrus.

In verband met het drastisch reduceren van het aantal kerkgebouwen in het bisdom staat ook de toekomst van de Agneskerk op het spel. Daarom wil de Petrusbroederschap het kerkgebouw in eigendom verwerven om op deze locatie te kunnen blijven. Om dit te realiseren is de Stichting Sint Agneskerk Amsterdam opgericht teneinde het kerkgebouw te kunnen aankopen, restaureren en onderhouden, met als doel de Latijnse liturgie volgens de buitengewone ritus, zoals door paus Benedictus XVI in 2007 omschreven in zijn motu proprio Summorum Pontificum, een blijvende plaats in Amsterdam te geven.

De kerk werd tussen 1919 en 1931 gebouwd door de architect Jan Stuyt en is in 1996 aangewezen als Rijks¬monument. Het gebouw is een kruiskerk waarbij de architect zich liet inspireren door de Romeinse basiliek Sint-Agnes-buiten-de-muren en is ook vanuit historisch perspectief van belang om bewaard te blijven.

De kerk is uitstekend bereikbaar en een waardige ruimte om de Latijnse liturgie te vieren. En de bijbehorende pastorie biedt voldoende plaats voor vele pastorale activiteiten, zoals lezingen en geloofscursussen.

Om de doelstelling te verwezenlijken is een bedrag van niet minder dan 1 miljoen euro nodig. Wij nodigen u van harte uit de Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam te ondersteunen met uw gebed en uw financiële bijdrage. Rijke geestelijke vruchten zijn reeds van het apostolaat van de Petrusbroederschap uitgegaan. Een jongeman volgt zijn roeping tot het priesterschap en anderen overwegen dezelfde weg te gaan. Ook hebben al vele bekeerlingen door het apostolaat en de Latijnse liturgie hun weg gevonden naar de katholieke Kerk.

Alle weldoeners zullen worden opgenomen in een Misbond. Voor de leden daarvan – zowel levenden als overledenen – zal maandelijks een H. Mis worden opgedragen.

Wij danken u bij voorbaat bijzonder hartelijk voor uw gebed en voor uw geldelijke bijdrage en vragen u ons zo mogelijk te attenderen op personen en/of fondsen die een substantieel deel van de kosten zouden kunnen dragen.

Met vriendelijke groeten,
Namens de Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam:

(w.g.)

Pater M. Kromann Knudsen FSSP,
voorzitter

(w.g.)

A.F.M. de la Porte,
secretaris

Het doel van de stichting wordt van harte bij u aanbevolen door:

(w.g.)

Mgr dr F. Bacqué, aartsbisschop,
apostolisch nuntius in Nederland



Wie bovenstaande brief niet thuis heeft ontvangen en toch een bijdrage wil leveren, kan deze storten op bankrekening 5440482 ten name van Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam te Amsterdam.

Vanuit het buitenland kunt u gebruik maken van IBAN: NL58INGB0005440482 en BIC: INGBNL2A.

Uw gift is volledig bestemd voor de Agneskerk in Amsterdam.

Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam is door de belastingdienst erkend als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Giften aan deze stichting zijn - onder de gebruikelijke voorwaarden - aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

29 januari 2012

Vierde zondag na Driekoningen

Rembrandt's weergave van het Evangelie van vandaag.

Epistel
Rom. 13, 8-10
Broeders, gij moet elkander niets schuldig blijven, dan alleen maar wederzijdse liefde. Want wie de naaste liefheeft, heeft de wet volbracht. Immers het gebod: Gij zult geen echtbreuk plegen - gij zult niet doodslaan - gij zult niet stelen - gij zult geen vals getuigenis geven - gij zult niet begeren, of welk ander gebod ook, het komt alles neer op dit woord: gij zult uw naaste beminnen als u zelf. De liefde doet de naaste geen kwaad aan. Zo vervult de liefde de gehele wet.

Evangelie
Mt. 8, 23-27
In die tijd begaf Jezus Zich in het scheepje en Zijn leerlingen gingen met Hem mee. Plotseling werd de zee geweldig onstuimig, zodat de golven over het schip heensloegen. Hij echter lag te slapen. De leerlingen gingen naar Hem toe; zij maakten Hem wakker en zeiden: Heer, help ons, wij vergaan! Doch Jezus sprak tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op, gaf Zijn bevelen aan de wind en de zee, en het werd volkomen stil. De mensen nu stonden verbaasd en zeiden: Wat is dat toch voor iemand, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?

Preek
De tekst van de preek van vandaag is niet beschikbaar.

23 januari 2012

Nieuwe engelenbeelden naast het tabernakel

Bij het tabernakel zijn de engelen in voortdurende aanbidding aanwezig. Twee van hen zijn zichtbaar
gemaakt in een beeld, links en rechts van de verblijfplaats van het Allerheiligste Sacrament.

Op zondag 22 januari vierden we het feest van onze patrones, Sint Agnes. Sinds die dag is onze kerk verrijkt met een nieuw beeld van haar. Maar er zijn nog twee nieuwe beelden in onze kerk geplaatst, namelijk twee engelen, links en rechts van het tabernakel.

Zowel het Agnesbeeld als de engelenbeelden zijn aangekocht door enkele gelovigen en aan onze kerk geschonken.


22 januari 2012

Preek voor het feest van Sint Agnes

Het vandaag ingezegende beeld van de H. Agnes geplaatst voor het aan haar toegewijde
altaar in onze kerk. Voor het beeld liggen haar relieken in een reliekhouder.
Heilige Agnes, bid voor ons.

Epistel
Wijsh. 51, 1-8, en 12
Ik wil U loven, Heer, koning, en U prijzen als mijn God en redder. Ik wil Uw naam loven, omdat U mijn beschermer en helper bent geweest en mij hebt gered van de dood, van de strikken, door lastertongen gelegd, van de lippen die leugentaal uitslaan. Tegenover degenen die mij aanvielen bent U mijn helper geworden en zo groot als Uw medelijden en Uw naam zijn, hebt U mij verlost uit de strikken van degenen die op buit loerden, uit de hand van degenen die mij naar het leven stonden, uit de vele noden die mij overkwamen, uit het verstikkende vuur waarmee de brandstapel mij omgaf; midden uit de vlammen, die ik niet had aangestoken, uit de diepe schoot van de onderwereld, verlost van de vurige tong en het lasterlijke gepraat, van de scherpe pijlen van de onrechtvaardige tong. Ik was vlak bij de dood gekomen: ik stond aan de rand van het dodenrijk, zo diep. Aan alle kanten omsingelden ze mij en er was niemand die mij hielp. Ik keek uit naar steun van mensen, maar die was er niet. Toen dacht ik, Heer, aan Uw barmhartigheid, en aan Uw weldaden, van oudsher bewezen: U helpt degenen die op U hopen en redt hen uit de hand van hun vijanden want U hebt mij van de ondergang gered en mij op de dag van het ongeluk geholpen Daarom zal ik U loven en prijzen en de naam van de Heer zegenen.

Evangelie
Mt. 25, 1–13
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen de volgende gelijkenis voor: Het zal met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. Maar de verstandige namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, dommelden ze allemaal in. Midden in de nacht klonk er geroep: “Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!” Toen stonden alle meisjes op en maakten hun lampen in orde. De domme zeiden tegen de verstandige: “Geef ons van jullie olie, want onze lampen gaan uit.” Maar de verstandige gaven ten antwoord: “Nee, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en voor jullie; ga liever naar de verkopers en koop voor jezelf.” Toen ze weg waren om te kopen, kwam de bruidegom, en de meisjes die klaar stonden, gingen met hem mee naar binnen voor de bruiloft, en de deur ging dicht. Later kwamen ook de andere meisjes en riepen: “Heer, heer, doe open voor ons.” Maar hij antwoordde: “Ik verzeker jullie, ik ken jullie niet.” Weest dus waakzaam, want ge kent dag noch uur.

Preek
Vandaag vieren wij onze patroonheilige, de heilige Agnes. Haar leven en haar sterven vormen een getuigenis van de overweldigende genade die het geloof als omvormende kracht aan een mens verleent; een getuigenis van liefde voor en overgave aan Jezus Christus.

Als twaalfjarig beeldschoon meisje kiest zij voor het lijden dat haar tot het martelaarschap zal brengen. Het alternatief was om een heidense jongeling met een stralende toekomst te trouwen en dus ook zelf van de aardse goederen te kunnen genieten. Maar de heilige Agnes was vervuld van een andere liefde. Haar hoop was niet gevestigd op dit kortstondige en wisselvallige leven op aarde en het schijnschoon dat onze geest zo eenvoudig kan verblinden. De liefde van Sint Agnes was een zuivere overgave aan de hemelse Bruidegom in een verheven geestelijke liefde.

Zij is, beminde gelovigen, een voorbeeld van hoe wij als christenen zouden moeten leven. Niet dat ieder van ons fysiek zijn of haar leven hoeft te geven, maar haar bereidheid daartoe toen het van haar werd gevraagd, mag voor ons een voorbeeld zijn om na te volgen.

Deze bereidheid bestaat er uit dat Christus voor ons de alles-overtreffende werkelijkheid en het doel van ons bestaan is. Daaruit vloeit de onthechting aan aardse zaken voort, zelfs de onthechting aan het eigen ik. De martelaren hebben hun leven gegeven op die momenten waarop de wereld hun wilde verhinderen om met Christus verenigd te blijven door onmogelijke eisen aan hen te stellen. Zij werden ter dood gebracht omdat zij niet wilden zondigen en wél met Christus verenigd wilden blijven. Dit is de kracht van het geloof dat wij belijden. Dit is de werkelijkheid van Hem Die wij als verlosser hopen te mogen ontmoeten.

Beminde gelovigen, vragen wij ons in alle ernst af: Zijn wij vervuld van deze werkelijkheid van het geloof? Waarschijnlijk niet in die mate waarin Sint Agnes het was. Voor ons staan echter de bronnen van de genade nog open door de oude sacramenten en de goede Mis. Laten wij die gebruiken en ons leven heiligen, in navolging van onze patrones en uit zuivere liefde tot Christus. Amen.


19 januari 2012

Zondag 22 januari 2012: Inzegening nieuw Agnesbeeld

Op 21 januari viert de Kerk het feest van de heilige Agnes, patrones van onze kerk en parochie.

Wij vieren het feest van onze patrones tijdens de Hoogmis op zondag 22 januari a.s. Na afloop van deze feestelijke H. Mis zal een nieuw Agnesbeeld worden ingezegend.

De foto hiernaast toont het nieuwe beeld van de H. Agnes met haar attributen, zijnde een lam (agnus) en een palmtak (teken van martelaarschap). Het beeld is door enkele gelovigen gekocht en aan onze kerk geschonken. Het zal een plaats krijgen in de buurt van het Agnesaltaar, het zij-altaar dat zich links vooraan in de kerk bevindt.

Na afloop van de inzegening is iedereen van harte uitgenodigd voor een gezellig samenzijn in de pastorie.


15 januari 2012

Preek voor de tweede zondag na Driekoningen

De bruiloft te Kana.

Epistel
Rom. 12, 6–16
Broeders, de gaven die wij bezitten, zijn verschillend overeenkomstig de genade, die ons is geschonken. Is het de gave van de profetie, gebruik ze dan volgens de eisen van het geloof; is het een of ander dienstwerk, geef u aan dat ambt; hebt gij te onderrichten, wijd u aan het onderricht; moet gij prediken, leg u toe op de prediking. Wie de armen bedeelt, laat hij het doen in eenvoud; wie in de overheid gesteld is, doe het met zorg; wie barmhartigheid beoefent, laat hij dat doen met blijmoedigheid. De liefde moet zijn zonder huichelarij. Hebt een afschuw van het kwade, en blijft gehecht aan het goede. Bemint elkander met broederlijke liefde. Gij moet voorkomend zijn in hoogachting voor elkander. Wilt in uw ijver niet verslappen; weest vurig van geest en dient de Heer. Laat de hoop u blijmoedig maken. Gij moet geduldig zijn in lijden, blijft volharden in het gebed. Helpt de gelovigen in alle nood, en beoefent de gastvrijheid. Zegent hen, die u kwaad doen; zegent hen, en vloekt hen niet. Wilt blij zijn met de blijden en wenen met hen, die wenen. Blijft eensgezind onder elkander; wilt niet streven naar wat groot schijnt, maar weest tevreden met het kleine.

Evangelie
Joh. 2, 1–11
In die tijd, werd er te Kana in Galilea bruiloft gevierd; ook de Moeder van Jezus was daar tegenwoordig; en Jezus werd met Zijn leerlingen eveneens op de bruiloft genodigd. Nu kwam er gebrek aan wijn, en de Moeder van Jezus zei Hem: “Zij hebben geen wijn meer.” Jezus antwoordde haar: “Vrouw, wat wilt gij van Mij? Mijn uur is nog niet gekomen.” Zijn Moeder zei dan tot de bedienden: “Doet alles, wat Hij u zal zeggen.” Nu stonden daar vanwege de joodse reinigingsgebruiken zes stenen kruiken, elk met een inhoud van twee of drie metreten. Jezus sprak tot hen: “Vult de kruiken met water.” En zij vulden ze tot boven toe. Dan zei Hij tot hen: “Schept er nu wat uit en brengt het naar de hofmeester.” Dat deden zij. De hofmeester proefde van het water, dat wijn was geworden; en daar hij niet wist, waar deze vandaan kwam, - de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het wel – riep hij terstond de bruidegom en zei tot hem: “Iedereen begint met de goede wijn op te zetten, en wanneer er goed gedronken is, komt men met een mindere soort; maar gij hebt de beste wijn bewaard tot nu toe.” Zo deed Jezus Zijn eerste wonder te Kana in Galilea, en openbaarde er Zijn heerlijkheid. En Zijn leerlingen werden bevestigd in hun geloof in Hem.

Preek
Het Evangelie van deze Mis, dat ons laat zien hoe Christus voor de eerste keer Zijn goddelijke macht toont door water in wijn te veranderen op de bruiloft te Kana, stelt deze Mis enigszins in het licht van de Openbaring van de Heer. Want zij vertelt ons over de derde openbaring van Jezus’ heerlijkheid, die eerder ook al op de feesten van Epifanie en van de doop in de Jordaan herdacht werd. En dat is ook precies wat het Evangelie van vandaag wil weergeven: Jezus deed Zijn eerste wonder te Kana in Galilea. Hij openbaarde Zijn heerlijkheid en Zijn leerlingen geloofden in Hem.

Jezus openbaart Zijn heerlijkheid. Dat is een uitdrukking van de heilige Johannes, evangelist. Niet alleen Zijn heerlijkheid maar ook Zijn goedheid werd in Kana tastbaar. Want het is niet zonder betekenis dat Hij Zijn heilige Moeder inschakelt. In Zijn voorzienigheid heeft Hij ervoor gezorgd dat zij om de gunst van het wijnwonder zou vragen. En tot in alle eeuwen is het wonderbaarlijk treffende woord van de Moedermaagd tot leidraad geworden: “Doet alles wat Hij u zeggen zal.” Maria zal onze voorspreekster zijn en onze noden aan Jezus openbaren. Maar zelf richt zij zich tot ons met de vermaning toch vooral stipt te zijn in het vervullen van de wensen van Jezus.

Dit leidt ons in de sfeer van Jezus en Maria. Zij leidt ons tot Hem en vraagt van ons een grote trouw en ijver in alles wat Hij verlangt. Pas dan komt het onbegrijpelijke en onverklaarbare wonder. Zonder enige moeite, zonder een enkel gebaar, slechts op de wenk van zijn god-menselijke Wil verandert Hij het water in wijn. Hij is tot alles in staat, ook bij ons en in ons, nu nog en alle dagen. Dit wonder voltrekt zich tot op heden in de heilige Mis bij de verandering van de elementen en het bezit de kracht om ook ons te veranderen als wij het toelaten.

Beminde gelovigen, de les die wij uit dit verhaal moeten trekken is geen andere dan te luisteren naar Christus en Zijn woorden op te volgen. God heeft Zich in Christus aan ons geopenbaard. Wie hiervan doordrongen is, weet dat dit een onuitsprekelijk geluk is. De voltrekking van de openbaring, door het toepassen van de helende kracht van God, wordt aan ons medegedeeld in de heilige liturgie, door de sacramenten en door toepassing van het zedelijk leven dat uit ons geloof voortvloeit.

Doet alles wat Hij u zegt. Amen.