1919 - 2019: 100 jaar Sint-Agnesparochie

Sint-Agneskerk Amsterdam

Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 augustus 2019, onder voorbehoud van wijzigingen.

22 augustus 2019

22 augustus: Onbevlekt Hart van Maria, feest

Maria zei tegen de kinderen van Fatima: "Jullie hebben de hel gezien waarheen de arme zondaars op weg zijn. Om hen te redden wil de Heer de verering van mijn Onbevlekt Hart ingang doen vinden in de wereld. Wanneer men dit doet, zeg ik jullie, zullen vele zielen gered worden en zal er vrede komen." En bij dezelfde verschijning op 13 juli 1917: "Offer je op voor de zondaars en zeg dikwijls, in het bijzonder wanneer je een offer brengt: O Jezus, uit liefde voor U en voor de bekering van de zondaars, als genoegdoening voor de beledigingen die het Onbevlekt Hart van Maria worden aangedaan."

25 jaar na de verschijningen van Fatima, in 1942, wijdde paus Pius XII de Kerk en de gehele mensheid toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Hij deed dat wegens de plaats die Maria inneemt in het verlossingswerk en met het oog op de nood van de tijd; hij verwachtte van de verering van dit Hart de vrede onder de volkeren, de vrijheid van de Kerk, de bekering van de zondaars en het opnieuw opbloeien van de christelijke deugden. (Decreet over het Feest van het Hart van Maria, 4 mei 1944).

Op 8 december 1854 kondigde paus Pius IX reeds het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria af. Enkele jaren later zou Maria dit in de verschijningen te Lourdes bevestigen.

Bij gelegenheid van het hoogfeest van Maria Boodschap heeft de heilige paus Johannes Paulus II in 1984 tijdens het bijzondere Heilige Jaar van de Verlossing (1983-1984) in navolging van paus Pius XII opnieuw een toewijding aan Maria uitgesproken.

We staan dus in een lange katholieke traditie als wij onszelf en onze naasten ook toewijden aan het Onbevlekt Hart van Maria, bijvoorbeeld met dit gebed:

Heilige Moeder van God, Koningin van hemel en aarde!
Uw Onbevlekt Hart was altijd gelijkvormig met de Wil van de hemelse Vader.
Wij verkiezen u opnieuw tot onze Moeder en Voorspreekster bij de troon van uw goddelijke Zoon.
Neem de onherroepelijke toewijding van ons hart aan,
dat nooit buiten gevaar is als wij er zelf over beschikken,
en dat nergens veiliger geborgen is dan in uw handen.
Verkrijg voor ons oprecht berouw over onze zonden
en alle genaden die wij nodig hebben
om eens het eeuwig leven te bezitten.
Maria, zegen dit huis, waar uw naam geëerd wordt.
Eer en roem aan de onbevlekte maagd Maria,
de gezegende onder de vrouwen,
de Moeder van onze Heer Jezus Christus,
de Koningin des Hemels!
Amen.

21 augustus 2019

100 jaar Agnesparochie: De bouwjaren

In januari 1920 heeft bouwpastoor Snelders een stuk grond gekocht en architect Jan Stuyt met bestek en een bouwvergunning van de gemeente georganiseerd. Op 30 januari 1920 wordt een contract ondertekend om de kerk met bijgebouwen te bouwen voor 140.570 gulden. De bouwpastoor krijgt eind 1920 eindelijk de eerste paal in de grond. Daarna vlot het werk best. De bouw van de kerk beperkt zich tussen januari en oktober 1921 alleen tot het schip.

In 1930 maant het stadsbestuur te zorgen voor voltooiing van het gehele bouwplan. Alles is dan goedkoper geworden en zo kost de bouw van het tweede gedeelte van de kerk, het transept, het koor met de apsis en de klokkentoren precies de helft van wat het eerste gedeelte in 1921 heeft gekost.

20 augustus 2019

20 augustus: Heilige Bernardus, abt en Kerkleraar

Bernardus van Clairvaux wordt in 1090 geboren in Fontaine-lès-Dijon (bij Dijon). Hij was een Franse abt en de belangrijkste promotor van de hervormende kloosterorde van de Cisterciënzers. Na de dood van zijn moeder in 1113 trad Bernardus toe tot de Cisterciënzer orde. Reeds drie jaar later kreeg hij opdracht om een dochterklooster te stichten, dat hij op 25 juni 1115 de naam Claire Vallée, 'Clairvaux' gaf.

Bernardus had een bijzondere devotie tot de heilige maagd Maria. Veel van zijn preken gaan over haar rol als voorspreekster. Hij wordt dan ook herdacht als groot marioloog, niet omdat hij uitvoerig schreef over Onze Lieve Vrouw, maar omdat hij haar essentiële rol in de Kerk begreep, en haar als het perfecte model presenteerde van het monastieke leven en van elke andere vorm van christelijk leven.

In het jaar 1128 speelde Bernardus een rol in het Concilie van Troyes, waarin hij de contouren van de Regels van de Tempeliers schetste, die al snel het ideaal van de christelijke adel werden.

Bij de dood van paus Honorius II op 14 februari 1130, brak er een schisma uit in de kerk. Koning Louis VI riep een nationaal concilie van de Franse bisschoppen bijeen in Étampes, waar Bernardus werd gekozen om te oordelen over de rivaliserende pausen. In 1139 woonde Bernardus het Tweede Concilie van Lateranen bij. Hij hekelde de leer van Pierre Abélard bij de paus, die vervolgens in 1141 het Concilie van Sens bijeenriep om deze zaak verder af te wikkelen. Bernardus zag een van zijn leerlingen, Bernard van Pisa, tot paus gekozen worden.

Na eerder geholpen te hebben het schisma binnen de Kerk te beëindigen, kreeg Bernardus nu de opdracht om de ketterij te bestrijden. In juni 1145 reisde hij naar het zuiden van Frankrijk en in zijn prediking bestreed hij de ketterij. Na de christelijke nederlaag bij het Beleg van Edessa droeg de paus hem op om in zijn predikingen op te roepen tot een Tweede Kruistocht.

De laatste jaren van het leven van Bernardus werden bezwaard door de mislukking van deze Tweede kruistocht, waarvoor hij de gehele verantwoordelijkheid kreeg toebedeeld. Bernardus overleed op 20 augustus 1153 op drieënzestig-jarige leeftijd in Clairvaux, na 40 jaar doorgebracht te hebben in het klooster.

Op 18 januari 1174 werd hij door paus Alexander III heilig verklaard. Hij was de eerste Cisterciënzer monnik die werd opgenomen in de heiligenkalender. Paus Pius VIII riep hem in 1830 uit tot Kerkleraar. Deze paus noemde Bernardus de 'honingzoete' vanwege zijn welsprekendheid.

De tekst van de hymne ‘Ave Maris Stella’ zou door Sint Bernardus zijn geschreven. In onderstaande video hoort u hiervan een uitvoering gezongen door de Daughters of Mary, een jonge Amerikaanse congregatie van zusters.



Latijn

Ave Maris stella,
Dei Mater alma,
Atque semper Virgo,
Felix caeli porta.

Sumens illud Ave
Gabrielis ore,
Funda nos in pace,
Mutans Hevae nomen.

Solve vincla reis,
Profer lumen caecis,
Mala nostra pelle,
Bona cuncta posce.

Monstra te esse matrem,
Sumat per te preces,
Qui pro nobis natus
Tulit esse tuus.

Virgo singularis,
Inter omnes mitis
Nos, culpis solutos,
Mites fac et castos.

Vitam praesta puram,
Iter para tutum,
Ut, videntes Iesum,
Semper collaetemur.

Sit laus Deo Patri,
Summo Christo decus,
Spiritui Sancto,
Tribus honor unus. Amen.
Nederlands

Wees gegroet, sterre der zee,
voedende Moeder Gods,
en altijd Maagd,
zalige poort des hemels.

Gij die dit AVE uit de mond
van Gabriel mocht vernemen,
grondvest ons in de vrede
door de naam van EVA om te keren.

Slaak de boeien van de zondaars,
schenk het licht aan de blinden,
verdrijf onze kwalen
en verwerf ons alle goeds.

Toon dat Gij moeder zijt;
moge Hij, Die voor ons geboren is
en Zich verwaardigd heeft uw Zoon te zijn,
door U onze gebeden aanvaarden.

Maagd zonder weerga,
boven allen zachtmoedig,
verlos ons van onze schuld
en maak ons zachtmoedig en kuis.

Geef ons een rein leven,
bereid ons een veilige weg,
opdat wij Jezus aanschouwend
ons eeuwig samen mogen verblijden.

Lof zij aan God de Vader,
roem aan Christus de Allerhoogste,
en aan de Heilige Geest;
aan alle Drie gelijke eer. Amen.

19 augustus 2019

19 augustus: Heilige Johannes Eudes, belijder

Jean Eudes wordt geboren op 14 november 1601 geboren in het Normandische plaatsje Ri bij Argentan (in het bisdom Bayeux). Als jong kind legde hij reeds een grote vroomheid aan de dag. Op vierentwintigjarige leeftijd ontving hij de priesterwijding bij de Oratorianen in Parijs.

Als parochiepriester waagt hij tot twee keer toe zijn leven door lijders aan de pest op te zoeken en te verplegen. Hij is een beroemd volksmissionaris. Als bekend wordt dat hij ergens zal preken, stromen de mensen met duizenden toe.

In 1639 wordt hij benoemd tot overste van de Oratorianen, maar in 1643 verlaat hij de congregatie en sticht met vijf anderen de Congregatie van de Priesters van Jezus en Maria (CJM, ook eudisten genoemd). Zij legt zich met name toe op de devotie tot het Heilig Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria en op een zorgvuldige priesteropleiding in de geest van de besluiten van Concilie van Trente (1570). Paus Clemens X geeft zijn officiële goedkering aan de statuten. Eudes blijft tot aan zijn dood algemeen overste.

Hij wordt beschouwd als een van de grootste religieuze vernieuwers van Frankrijk. In 1925 werd Johannes Eudes door paus Pius X heilig verklaard.

18 augustus 2019

Tiende zondag na Pinksteren

De farizeeër en de tollenaar.

Epistel
1 Kor. 12, 2-11
Broeders, gij weet het: toen gij nog heidenen waart, hebt gij u blindelings laten leiden naar de stomme afgoden. Daarom vestig ik er uw aandacht op, dat niemand, die spreekt door de Geest van God, zegt: Jezus zij vervloekt; evenzo kan niemand zeggen: Jezus is de Heer, tenzij door de Heilige Geest. Wel is er verschil van genadegaven, maar het is dezelfde Geest; en er is verschil van bediening, maar het is dezelfde Heer, en er bestaat verschil van werking, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt. Aan een ieder wordt de zichtbare werking van de Geest gegeven, om er nut mee te stichten. Aan de een wordt door de Geest gegeven een woord van wijsheid; aan de ander een woord van kennis krachtens dezelfde Geest; aan een derde, in dezelfde Geest, geloof; aan een ander een gave van genezingen, in de éne Geest; aan een ander het werken van wonderen, aan een ander profetengave, aan een ander de onderscheiding der geesten; aan een ander het spreken van verschillende talen, aan een ander de vertolking van die talen. Maar dat alles bewerkt de éne en dezelfde Geest, Die aan een ieder toedeelt, zoals Hij wil.

Evangelie
Lc. 18, 9-14
In die tijd hield Jezus de volgende gelijkenis voor aan sommigen, die voor zichzelf de overtuiging hadden, dat zij rechtvaardig waren en daarom op de anderen met minachting neerzagen: Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de één was een farizeeër, de ander een tollenaar. De farizeeër stond daar, en bad bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet ben zoals de overige mensen: dieven, onrechtvaardigen, echtbrekers, of zoals die tollenaar ginds; ik vast tweemaal in de week, ik geef tienden van alles, wat ik in bezit krijg. Maar de tollenaar bleef op een afstand staan en durfde zelfs zijn ogen niet ten hemel opheffen; doch hij klopte op zijn borst en zei: O God, wees mij, zondaar, genadig! Ik verzeker u: deze laatste ging gerechtvaardigd naar huis, in tegenstelling met de ander; want al wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert, zal verheven worden.

Overweging
In de gelijkenis van deze zondag over de farizeeër en de tollenaar wordt ons door Jezus weer eens duidelijk het belang van ware nederigheid voorgehouden. Twee mensen gingen bidden, een farizeeër en een tollenaar. De farizeeër bad: “God, ik dank u dat ik niet ben zoals de anderen, rovers en onrechtvaardigen, of zoals die tollenaar.” Daarna vertelt de farizeeër aan God al het goede dat hij doet. De tollenaar bidt in zijn gebed tot God: “O God, wees mij, zondaar, genadig.”

Hier wordt door Jezus Zelf de grondslag van alle ware nederigheid aangegeven. Het is de erkenning van onze diepe ellende, armoede en zondigheid, van onze geringheid tegenover de oneindige volmaaktheid van God. Wij kunnen alleen voor Hem treden in een geest van diepe erkentenis van ons eigen onvolkomenheid. Alles wat wij verder over de nederigheid kunnen zeggen, steunt daar op en wordt daar van afgeleid. De heilige Bernardus zou de nederigheid bepalen als ‘de geringe dunk die iemand heeft van zichzelf’. En terecht is dit een kenmerk van wezenlijke en ware nederigheid.

Wij kunnen zeggen dat nederigheid altijd een gering en bescheiden denken over zichzelf betekent. Het is ook onszelf willen zien zoals wij werkelijk zijn, inclusief alle gebreken en fouten. Zichzelf zo te zien is de eerste stap op de weg naar volmaaktheid die God in degene bewerkt die zichzelf kent en daarom bereid is om met Zijn genade mee te werken. Het fundament van de ware nederigheid is daarom de juiste houding die men aanneemt tegenover God. De farizeeër meent God een dienst te bewijzen met het opzeggen van al zijn eigen goede werken. Hij verheft zich daardoor op een hoogmoedige wijze boven anderen en dankt God er zelfs voor dat hij niet is zoals de anderen. Hij acht zichzelf beter dan zijn omgeving. Door de gelijkenis van vandaag keurt Christus zijn gedrag en zijn gebed volkomen af. De farizeeër weet geen houding van liefdevolheid aan te nemen tegenover de mensen, omdat hij geen houding van bescheidenheid weet aan te nemen tegenover God.

De tollenaar is zich bewust van zijn zonden. Hij is verlegen, hij voelt zich als geslagen. Hij durft zelfs niet op te zien en stamelt alleen: “God, wees mij, zondaar, genadig”. Alles van de ‘übermensch’ is hier weg. Alleen berouw, deemoed en besef van eigen zondigheid blijven in hem over.

En dan volgt het onomwonden oordeel van de Meester: “Ik zeg u, deze ging gerechtvaardigd naar huis, in tegenstelling tot de ander.” De tollenaar wordt geprezen. Hij had besef van zijn zondigheid. Hij trachtte niet zijn eigen ellende op allerlei wijzen te camoufleren. Hij was een zondaar, maar door dat met berouw te erkennen werd hij een rechtwaardige. Zelfs zonder zonden blijft de mens op onmetelijke afstand van God verwijderd, en heeft hij daarom allerlei redenen om nederig over zichzelf te denken. De farizeeër beging de fout van eigen blindheid.

Laten wij het volgende woord van de heilige Augustinus ter harte nemen: “God, laat mij toch kennen wie Gij zijt en laat mij erkennen wie ik ben”. In deze woorden ligt de sleutel van nederigheid en dankbare Godbejegening.

17 augustus 2019

17 augustus: Heilige Hyacinthus, belijder

Hyacinthus werd in 1185 in Karmin (Silezië) geboren in een adellijke familie met de naam Osdrawaz. Zijn broer was de zalige Ceslas van Polen.

Hyacinthus werd opgeleid in Krakau, Praag, Parijs en Bologna. Hij was doctor in de rechten en in de theologie. In Rome werkte hij samen met zijn oom, bisschop Ivo Konski van Krakau. Daar was hij getuige van een wonder dat de heilige Dominicus deed. Vervolgens werd hij een van de eerste predikheren.

Hij bracht de dominicanenorde naar Polen en evangeliseerde in Polen, Pommeren, Litouwen, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Schotland, Rusland, Turkije en Griekenland. Bij een aanval op een klooster wist Hyacinthus een crucifix en een Mariabeeld te redden, hoewel dit beeld zo zwaar was dat hij het normaal gesproken nooit had kunnen tillen. Hyacinthus wordt in de kunst gewoonlijk met beide beelden afgebeeld, maar ook wel met monstrans en Mariabeeld.

Hyacinthus stierf in Krakau op 15 augustus 1257. Hij werd op 17 april 1594 heiligverklaard door paus Clemens VIII. Hij wordt de apostel van Polen genoemd en is de patroonheilige van Polen.

16 augustus 2019

16 augustus: Heilige Joachim, vader van de H. maagd Maria, belijder

Joachim (links) en Anna (rechts) met hun dochter Maria (midden).

De heilige Joachim is volgens de christelijke traditie de vader van Maria, de moeder van onze Heer Jezus Christus. Hij was getrouwd met Anna, de moeder van Maria. Joachim wordt ons voorgesteld als een godvrezende, welgestelde en vrijgevige man. Zijn huwelijk was kinderloos.

Joachim wordt vanwege zijn kinderloosheid uit de tempel verwijderd en vlucht voor die schande met zijn kudde naar de bergen. Daar krijgt hij van een engel te horen dat zijn vrouw Anna zwanger is. Joachim keert naar huis terug en ontmoet zijn vrouw bij de (Gouden) Poort in Jeruzalem. Anna geeft het leven aan een meisje en noemt haar Maria.

De ontmoeting bij de Gouden Poort is later een beroemd thema in de beeldende kunst geworden. Joachim wordt soms afgebeeld als herder met een staf in de hand en een schaap aan zijn voeten. Op schilderijen staat hij dikwijls op de achtergrond in voorstellingen van Anna met Maria en Jezus.

15 augustus 2019

Uw lichaam is heilig en straalt van glorie

Aan het slot van het Marialof werd vandaag het Salve Regina gezongen bij het beeld van de Moeder Gods.

In hun homilieën die de heilige Vaders en de grote leraars op het feest van de tenhemelopneming van de Moeder Gods voor het volk hebben gehouden, hebben zij hierover gesproken als over een gegeven dat onder de gelovigen bekend en aanvaard is. Zij hebben deze waarheid verduidelijkt en verklaard. Zij zijn hierbij dieper ingegaan op de betekenis en op het wezenlijke. Daarbij hebben zij vooral het volgende meer in het licht gesteld: op dit feest wordt niet alleen herdacht dat het ontzielde lichaam van de heilige maagd Maria het bederf niet heeft gekend, maar ook dat zij de overwinning op de dood heeft behaald en in de hemel verheerlijkt is naar het voorbeeld van haar eniggeboren Zoon, Jezus Christus.

Zo vergelijkt de heilige Johannes van Damascus - de verkondiger bij uitstek van deze overgeleverde waarheid - de lichamelijke tenhemelopneming van de verheven Moeder Gods met haar andere gaven en voorrechten, en hij verklaart met grote welsprekendheid: "Het kon niet anders of zij die bij het baren haar maagdelijkheid ongeschonden had behouden, zou ook na de dood haar lichaam behouden zonder aantasting door het bederf. Zij die haar Schepper als kind in haar schoot had gedragen, moest wel in Gods woontent verblijven. Het kon niet anders of de bruid die door de Vader ten huwelijk was gegeven, zou in het hemelse bruidsvertrek wonen. Zij die haar Zoon aan het kruis had aanschouwd en die in haar hart het zwaard had gevoeld van de pijn waarvoor zij bij het baren gevrijwaard was gebleven, moest wel haar Zoon aanschouwen, Jezus, zittend aan de rechterhand van de Vader. Het kon niet anders of de Moeder van God zou bezitten wat haar Zoon bezat en zou door ieder schepsel vereerd worden als moeder en dienstmaagd van God."

Volgens de heilige Germanus van Constantinopel is het feit dat het lichaam van de Moeder Gods en maagd Maria het bederf niet heeft gekend en naar de hemel is overgebracht, niet alleen in overeenstemming met haar goddelijk moederschap, maar ook met de bijzondere heiligheid van dit maagdelijk lichaam: "Gij verschijnt in schoonheid, zoals er geschreven staat. Uw maagdelijk lichaam is in zijn geheel heilig en zuiver en de woonstede van God, met als gevolg dat het niet meer tot ontbinding en stof kan overgaan. Het is veranderd en als menselijk lichaam overgegaan tot een hoger leven waarin geen bederf heerst. Het is levend en straalt van glorie, het is gaaf, behouden en deelt in het volmaakte leven."

Een andere schrijver uit oude tijden getuigt: "Als glorievolle moeder van Christus, onze God en Verlosser, de schenker van leven en onsterfelijkheid, wordt zij door Hem ten leven gewekt om voor eeuwig onbederfelijk van lichaam te zijn, zoals Hij haar ook uit het graf heeft doen opstaan en bij Zich heeft opgenomen op een wijze die Hij alleen kent."

Al deze argumenten en overwegingen van de heilige Vaders steunen op de heilige Schrift als hun uiteindelijk fundament. Want de heilige Schrift stelt ons de verheven Moeder Gods voor ogen als ten nauwste verbonden met haar goddelijke Zoon Wiens lot zij altijd deelt. Bovenal moet het volgende vermeld worden: reeds vanaf de tweede eeuw wordt de maagd Maria door de heilige Vaders voorgesteld als de nieuwe Eva, die, hoewel aan de nieuwe Adam onderworpen, toch ten nauwste met Hem verbonden is in de strijd tegen de helse vijand. En deze strijd zou, overeenkomstig de voorspelling in het proto-evangelie (vgl. Gen. 3, 15), uitlopen op de volledige overwinning op zonde en dood, die in de geschriften van de Apostel der heidenen altijd samengaan. Daarom geldt: zoals de glorievolle opstanding van Christus een wezenlijk deel en de laatste trofee van deze overwinning was, zo moest de strijd van de heilige Maagd samen met haar Zoon besloten worden met de verheerlijking van haar maagdelijk lichaam. Zo zegt immers dezelfde apostel: "Wanneer dit sterfelijke met onsterfelijkheid is bekleed, zal het woord in vervulling gaan: de dood is verslonden, de zege is behaald" (1 Kor. 15, 54).

Daarom kunnen wij zeggen: de gezegende Moeder van God, op grond van een en hetzelfde voorbeschikkingsplan van alle eeuwigheid op geheimvolle wijze met Jezus Christus verbonden, onbevlekt in haar ontvangenis, volkomen maagd in haar goddelijk moederschap en edelmoedige gezellin van de goddelijke Verlosser Die de volledige overwinning heeft behaald op de zonde en haar gevolgen, de heilige maagd Maria, heeft uiteindelijk, als hoogste bekroning van haar voorrechten, verkregen dat zij gevrijwaard bleef voor het bederf van het graf. Naar het voorbeeld van haar Zoon mocht zij, na de overwinning op de dood, met lichaam en ziel tot de hoogste glorie van de hemel opvaren, om daar als koningin te schitteren aan de rechterhand van haar Zoon, de onsterfelijke Koning der eeuwen.

Uit: de apostolische constitutie Munificentissimus Deus (1950) van paus Pius XII over de tenhemelopneming van Maria.

Hebt u ook foto's of video's gemaakt
van plechtigheden in onze kerk?
Mogen die eventueel gepubliceerd worden?
Mail uw bestanden dan naar:
foto@agneskerk.org.

15 augustus: Maria Tenhemelopneming, hoogfeest

Epistel
Judit 13, 22-25; 15, 10
De Heer heeft u gezegend met Zijn kracht; want door u heeft Hij onze vijanden vernietigd. Gezegend zijt gij, dochter, door de Heer, de allerhoogste God, meer dan de andere vrouwen op aarde. Gezegend zij de Heer, de Schepper van hemel en aarde, Die u heeft gezonden, om de vorst van onze vijanden de kop te verwonden; heden heeft Hij uw naam zo hoog verheven, dat uw lof nooit zal wijken uit de mond van de mensen, die de macht van de Heer voor immer blijven gedenken. Om hunnentwil hebt gij uw leven niet gespaard, vanwege de nood en de ellende van uw volk. Maar gij hebt redding gebracht in hun ongeluk voor het aangezicht van onze God. Gij zijt de glorie van Jeruzalem - de vreugde van Israël - het pronkjuweel van ons volk.

Evangelie
Lc. 1, 41-50
In die tijd werd Elisabet vervuld van de Heilige Geest en zij riep met luide stem en zei: Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot. En waarom valt mij dit te beurt, dat de Moeder van de Heer tot mij komt? Want werkelijk, zodra uw begroeting mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot. En zalig zijt gij, dat gij geloofd hebt, want hetgeen u door de Heer is aangekondigd, zal in vervulling gaan. Toen sprak Maria: Mijn ziel verheft de Heer en mijn geest is verblijd in God, mijn heil. Want Hij heeft genadig neergezien op Zijn geringe dienstmaagd; zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen. Want groots is het wat de Almachtige met mij deed, Hij Wiens Naam heilig is, Wiens barmhartigheid duurt van geslacht tot geslacht, voor degenen die Hem vrezen.

Overweging
Vandaag viert de Kerk een heel groot feest, namelijk de tenhemelopneming van Maria. De Kerk gelooft en leert dat het lichaam van Maria na haar dood het bederf niet heeft gezien, maar dat zij na haar ontslapen direct in de hemel is opgenomen. Maria werd met ziel en lichaam in de hemel opgenomen. Dat is het bijzondere van Maria’s verheerlijking: dat haar lichaam, evenals dat van Jezus, aanstonds deelde in de glorie van de ziel. Er zijn andere heiligen van wie wij mogen aannemen dat zij onmiddellijk na hun sterven tot de aanschouwing Gods werden toegelaten, maar zij allen hebben het bederf van het graf gekend. Het zuivere lichaam van de Maagd, uit wie Christus is geboren, was niet aangetast door de gevolgen van de erfzonde. Wel was het sterfelijk, maar door Gods wonder niet bederfelijk.

Vandaag, bij haar opneming ten hemel, wordt haar heilig lichaam, die tempel van de Heilige Geest, de schoot die het Woord ontving, verheerlijkt, met goddelijk licht omstraald, en ten hemel gevoerd. Assumpta est Maria in coelum: gaudent angeli! – Maria is met ziel en lichaam door God in de hemel opgenomen: en de Engelen juichen! Zo zingt de Kerk in een van de antifonen op dit feest.

Onze verlossing is niet volkomen voordat het lichaam deelt in de glorie. Zolang wij op aarde zijn, is ons lichaam aan het lijden onderworpen, aan vergankelijkheid en tijdelijke dood met het bederf van het graf. Het feest van de tenhemelopneming van onze Lieve Vrouw moet in onze harten een blijde hoop storten. Wij zijn nog pelgrims, maar onze Moeder is ons voorgegaan en toont ons reeds het einde van de weg. Zij zegt ons opnieuw dat het mogelijk is er te komen, en dat wij er komen als we trouw zijn. En wat staat ons op het einde van onze pelgrimstocht te wachten? De hemelse vreugde van de aanschouwing Gods.

Voor Maria betekende de aanschouwing Gods de aanschouwing van haar Zoon, haar Jezus, zoals Hij werkelijk was en is. Wat een ongekende vreugde voor het moederhart! Zij kende Hem eerst in de intimiteit van haar moederschap, daarna in de smarten van Zijn verlossing, toen in de omhelzing van de Verrezene, en nu in Zijn hemelse glorie. Maria wordt voor ons in haar glorievolle verheerlijking een teken van God. Telkens opnieuw richt zij onze gedachten op de uiteindelijke bestemming van ons leven hier op aarde: eeuwig met God te zijn, tot Zijn glorie en ons geluk.

Maria is als eerste geheel opgenomen in de orde van de verheerlijking, volmaakt gelukkig naar heel haar wezen. Deze dag moet voor ons, die nog in de wereld verblijven, een dag van vreugde zijn, met haar en om haar. Het feest van de Moeder is het feest van de kinderen. Laten wij vandaag de ellende van deze tijd opzij zetten en verwijlen in het hemelse dat voor ons het enig noodzakelijke is. Ons heil is in de hemel vanwaar wij onze Verlosser verwachten, Die ons vergankelijk lichaam zal omvormen en gelijkmaken aan Zijn verheerlijkt lichaam. Ons heil is in de hemel waar onze Moeder ons is voorgegaan.

14 augustus 2019

14 augustus: Vigilie van Maria Tenhemelopneming

Morgen, op 15 augustus, viert de Kerk het hoogfeest van de tenhemelopneming van de Moeder Gods. Dit feest werd eind zesde eeuw door keizer Mauritius in Byzantium ingevoerd. In de zevende eeuw nam Rome, onder paus Sergius I, dit feest uit het Oosten over.

Paus Pius XII kondigde op 1 november 1950 (Allerheiligen) het dogma van de tenhemelopneming van Maria af. Dit dogma houdt de gelovigen voor dat "de Moedermaagd, na het beëindigen van haar aardse leven, met lichaam en geest is opgenomen in de hemelse glorie, om er in alle schittering te stralen als Koningin aan de rechterhand van haar Zoon, de onsterfelijke Koning van alle tijden."

De naam van het feest verwijst allereerst naar de bijzonder hechte band tussen Jezus en Zijn moeder. Die is zo hecht dat deze niet door de dood doorbroken kan worden. Maria’s lichaam wordt in plaats van te ontbinden "opgenomen bij Christus in het paradijs". Dit is niet zo zeer een uniek voorrecht voor Jezus’ moeder, maar wel een zo goed als noodzakelijk gevolg van haar intieme verbondenheid met Christus: wat aan het Godsvolk als geheel beloofd is - volheid van geluk, overwinning op de dood en het delen in de heerlijkheid van de Heer - is al vervuld in de vrouw van Gods welbehagen, gezegend boven alle vrouwen, uit wier schoot Gods Zoon een lichaam aannam tot verlossing van de mensheid.

Op die dag is de Maagd, de Moeder van God, ten hemel opgenomen.
Zij is het begin, het beeld van de Kerk der voleinding.
Zij houdt de hoop in ons levend en is een troost voor Gods volk onderweg.
Terecht heeft God haar het bederf van de dood niet laten zien, omdat zij op wonderbare wijze de Moeder is geworden van Zijn Zoon, de Gever van alle leven.

Bij uw baren hebt gij uw maagdelijkheid behouden, bij uw tenhemelopneming hebt gij de wereld niet verlaten, Moeder van God: gij zijt teruggekeerd naar de bron des levens, gij die de levende God ontving en die door uw gebeden onze zielen van de dood zult bevrijden.