Sint-Agneskerk Amsterdam

Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 juli 2020, onder voorbehoud van wijzigingen.


De live-uitzending van de heilige Mis op zondag om 11.00 uur via YouTube kunt u hier bekijken.

2 juli 2020

Van de pastoor: Herstel

Beminde gelovigen,

Het valt te hopen dat het kerkelijk leven langzamerhand kan terugkeren naar de normale situatie. Met ingang van de maand juli wordt het maximum aantal gelovigen dat de heilige Mis tegelijkertijd mag bijwonen verhoogd. Dan kunnen wij de liturgie meer van haar normale waardigheid teruggeven. Wij, priesters, zijn blij dat de meeste gelovigen al in juni regelmatig een heilige Mis hebben bezocht, samen met een groot aantal nieuwe kerkgangers.

In het kerkgebouw is er de laatste maanden veel gebeurd. De herstelwerkzaamheden aan het kerkdak gaan zichtbaar vooruit. Wij hopen dat tegen het einde van de zomer de gehele dakrenovatie, die in 2008 is begonnen, eindelijk tot een goed einde kan worden gebracht. Danken wij God voor deze gelukkige omstandigheden, niet alleen dat er verbetering zit in het kerkgebouw, maar ook dat wij in staat zijn om het zijn glans en glorie terug te geven. Er blijft echter in de komende 10 jaar nog veel werk te verrichten.

Hartelijk dank aan al onze donateurs en weldoeners. U mag ervan verzekerd zijn dat wij voor u allen zullen blijven bidden.

Een gezegende zomer toegewenst!

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

2 juli: Onze Lieve Vrouw Visitatie, feest

Nadat Maria van de engel Gabriël te horen heeft gekregen dat zij zwanger zal worden van Jezus, door de Heilige Geest, gaat zij met spoed op weg naar het bergland, waar haar oudere nicht Elisabeth woont.

Wij lezen over hun ontmoeting in het eerste hoofdstuk van Lucas' Evangelie. Elisabeth stamde af van de hogepriester Aäron en was getrouwd met de priester Zacharias uit de klasse van Abia. Zij waren rechtvaardig in Gods ogen, maar hun huwelijk was kinderloos gebleven. Toen Zacharias de dienst had in de tempel, verscheen hem naast het wierookaltaar de engel Gabriël met de boodschap, dat hij en zijn vrouw op hun oude dag toch nog een zoon zouden krijgen. Er was een grote toekomst voor de jongen weggelegd: hij zou in de geest van Elia de weg bereiden voor de komst van de Messias. Maar Zacharias vroeg waaraan hij dat allemaal zou kunnen zien. Daarop antwoordde de engel, dat hij, Zacharias, geen woord meer zou kunnen uitbrengen, tot het zover zou zijn.

Het volk had al die tijd buiten staan wachten. En toen het zag dat de priester zich alleen nog maar met gebaren kon uiten, begreep het dat hij een verschijning gehad moest hebben. Hij ging naar huis en na enige tijd raakte zijn vrouw Elisabeth inderdaad in verwachting.

Toen zij zes maanden zwanger was, kreeg zij bezoek van haar nichtje Maria uit Nazareth. Zodra zij de klank van haar stem hoorde, reageerde het kind in haar schoot. Dat beschouwde zij als een teken van God. In een oogwenk begreep zij dat Maria ook een kind verwachtte, dat een nog grotere opdracht van God had ontvangen, en zij riep uit: 'Gij zijt de meest gezegende onder de vrouwen, en gezegend is het Kind in uw schoot! Waaraan heb ik het te danken, dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt...?'

Maria jubelde daarop haar grote lofzang uit, het magnificat.

Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,
verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser,
Zijn keus viel op Zijn eenvoudige dienstmaagd,
van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.
Wonderbaar is het wat Hij mij deed,
de Machtige, groot is Zijn Naam!
Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen
voor ieder die Hem erkent.
Hij doet Zich gelden met krachtige arm,
vermetelen drijft Hij uiteen,
machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,
eenvoudigen brengt Hij tot aanzien;
Behoeftigen schenkt Hij overvloed,
maar rijken gaan heen met lege handen.
Hij trekt Zich Zijn dienaar Israël aan,
Zijn milde erbarming indachtig;
zoals Hij de vaderen heeft beloofd,
voor Abraham en zijn geslacht voor altijd.

Maria en Elisabeth zijn samen patrones van de houtzagers, omdat de bewegingen die zagers maken, als zij getweeën een boom omzagen, in de verte lijken op de bewegingen die behoren bij de begroeting van de twee vrouwen.

Hieronder volgt het Magnificat, gecomponeerd door J.S. Bach; dirigent is Nikolaus Harnoncourt.

1 juli 2020

Litanie van het heilig en kostbaar Bloed van onze Heer Jezus Christus

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Jezus, onbevlekt Lam, Die van alle eeuwigheid voorbestemd was om door het storten van Uw kostbaar Bloed het zondige mensdom te redden, ontferm U over ons.
Jezus, mensgeworden Woord van God, Die Uw heilig Vlees en kostbaar Bloed hebt aangenomen in de zuivere schoot van de onbevlekte maagd Maria, ontferm U over ons.
Jezus, Die in de loop van Uw sterfelijk leven verlangd hebt om Uw heilig Bloed tot onze zaligheid te vergieten, ontferm U over ons.
Jezus, Die Uw Bloed vergoten hebt voor de bekering van de zondaars, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, van een oneindige en onschatbare waarde, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, zegel van het nieuw en eeuwig verbond, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, altijd stromende bron van genade en zegen, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, Wiens stem zich onophoudelijk tot de hemel verheft en voor ons bidt, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, deze kostelijke balsem van het geestelijk leven, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, dit onderpand van onze hoop en van het eeuwig geluk, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, sieraad en kroon van alle heiligen, ontferm U over ons.
Door Uw kostbaar Bloed, hoor ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, verhoor ons, Jezus.
Van alle kwaad naar ziel en lichaam, verlos ons, Jezus.
Van alle zonden, verlos ons, Jezus.
Van alle onzuiverheid in woorden, werken en begeerten, verlos ons, Jezus.
Van het verachten en bespotten van heilige zaken, verlos ons, Jezus.
Van ketterij, leugentaal en ongeloof, verlos ons, Jezus.
Van trouweloosheid en onrechtvaardigheid, verlos ons, Jezus.
Van het overtreden van Uw heilige geboden, verlos ons, Jezus.
Van alle gelegenheden tot zonden, verlos ons, Jezus.
Van het onwaardig nuttigen van Uw heilig Lichaam en Bloed, verlos ons, Jezus.
Van een plotselinge, onvoorziene dood, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij in Uw besnijdenis hebt opgeofferd, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Zweet en Bloed, dat in de hof van olijven ter aarde viel, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt bij de geseling, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij gestort hebt, toen de soldaten U met doornen kroonden, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt bij het dragen van Uw kruis tot op de Calvarieberg, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt bij Uw kruisiging, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt gedurende de drie uren, dat Gij aan het kruis gehangen hebt, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, en het heilig Water dat na Uw dood uit Uw doorstoken zijde vloeiden, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat nog dagelijks op veel altaren in het heilig Misoffer aan de Vader geofferd wordt, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Lichaam en Bloed, dat tot voedsel van onze ziel voortdurend tegenwoordig is in het heilig Sacrament des Altaars, verlos ons, Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij onze zonden wilt vergeven en onze harten wilt zuiveren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij in ons een levend geloof wilt storten, een sterke hoop en een brandende liefde, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij de heilige Kerk, die Gij door Uw kostbaar Bloed hebt verworven, wilt besturen en bewaren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij de Paus en de gehele geestelijkheid in de heilige godsdienst wilt bewaren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij aan de gehele christenheid vrede en eenheid wilt verlenen, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij onszelf en Uw heilige dienst wilt versterken en bewaren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij onze harten tot hemelse verlangens wilt opwekken, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij al onze weldoeners met eeuwige goederen wilt vergelden, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij alle overledenen de eeuwige rust wilt geven, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij ons gebed wilt verhoren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.
U, Heer, smeken wij, kom Uw dienaren te hulp, die Gij met Uw kostbaar Bloed gered hebt.

Laat ons bidden. Laat ons bidden, God, door het kostbaar Bloed van Uw eniggeboren Zoon hebt Gij alle mensen verlost. Zet het werk van Uw barmhartigheid in ons voort en laat ons altijd, bij de overweging van dit mysterie, de genade van de verlossing ontvangen. Door Christus onze Heer. Amen.

1 juli: Het Kostbaar Bloed van onze Heer Jezus Christus, hoogfeest

Epistel
Hebr. 9, 11-15
Broeders, Christus is opgetreden als Hogepriester van de goederen der toekomst. En door een grotere en volmaaktere tabernakeltent -- niet met handen gemaakt en niet van deze schepping -- is Hij, niet met bloed van bokken of kalveren, maar met Zijn eigen Bloed, eens en voor altijd binnengegaan in het Heiligdom, en heeft eeuwiggeldende verlossing bewerkt. Want als het bloed van bokken en stieren, en de besprenkeling met de as van een koe onreinen kan heiligen, zodat zij uiterlijk gereinigd worden, hoeveel te meer zal dan het Bloed van Christus, Die door de Heilige Geest Zichzelf als smetteloos offer aan God heeft opgedragen, ons geweten van dode werken zuiveren, om voortaan de levende God te dienen. En juist daarom is Hij Middelaar van een Nieuw Verbond, opdat door tussenkomst van Zijn dood de overtredingen, onder het vroegere Verbond bedreven, zouden worden afgekocht, en zij, die geroepen zijn, de belofte van de eeuwige erfenis zouden ontvangen, in Christus Jezus, onze Heer.

Graduale
1 Joh. 5, 6 en 7-8
Deze is het, Die gekomen is door water en bloed, Jezus Christus: niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. Drie zijn er Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest, en deze drie zijn Eén. En drie zijn er die getuigen op aarde: de Geest, het water, en het bloed, en deze drie zijn één.

Evangelie
Joh. 19, 30-35
In die tijd, toen Jezus van de azijn genomen had, sprak Hij: Het is volbracht. Dan boog Hij Zijn hoofd en gaf de geest. Daar het nu voorbereidingsdag was en men de lijken niet op de sabbath aan het kruis wilde laten, -- het was nog wel een grote sabbath -- vroegen de joden aan Pilatus, dat men hun de benen zou breken, en hen dan zou afnemen. Toen kwamen de soldaten en braken wel de benen van de eerste en ook van de tweede, die met Hem gekruisigd was. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen, dat Hij reeds gestorven was, braken zij Hem de benen niet. Maar een van de soldaten stak met een lans Zijn zijde open, en onmiddellijk kwam er bloed en water uit. En die het zelf gezien heeft, legt er getuigenis van af, en zijn getuigenis is waar.

Overweging
"Dierbare broeders en zusters, in Genesis staat geschreven dat het bloed van Abel, die door zijn broer Kaïn werd vermoord, schreeuwde naar God vanaf de aarde (cf. 4, 10). Helaas is deze schreeuw tot op de dag van vandaag niet verstomd, want menselijk bloed blijft onophoudelijk vloeien door geweld, onrecht en haat. Wanneer zal de mensheid leren dat het leven heilig is en alleen aan God toebehoort? Wanneer zullen we inzien dat wij allen broeders en zusters zijn? Aan de schreeuw van het bloed van mensen, die opstijgt vanuit vele plaatsen op aarde, heeft God geantwoord met het Bloed van Zijn Zoon, Die Zijn leven heeft gegeven voor ons. Christus heeft geen kwaad met kwaad vergolden, maar met goedheid, met Zijn oneindige liefde.", zo sprak paus Benedictus XVI op zondag 5 juli 2009 tijdens zijn Angelus-toespraak tot de gelovigen op het Sint-Pietersplein.

De paus herinnerde toen aan het feest van het Kostbaar Bloed van Christus dat de Kerk tot aan de liturgiehervorming in 1970 op deze dag heeft gevierd, maar dat nu alleen nog op de Tridentijnse kalender voorkomt. Het feest van het verlossende Bloed van onze Zaligmaker bepaalde zelfs dat de gehele maand juli de maand van het Kostbaar Bloed werd genoemd, zoals de maand juni in het bijzonder is toegewijd aan het Allerheiligst Hart van Jezus.

Paus Benedictus XVI sprak verder:

"In de heilige Schrift wordt het bloed voortdurend verbonden met het Paaslam. Het Oude Testament verhaalt over de besprenkeling met het bloed van offerdieren als teken van het verbond tussen God en mensen. In het boek Exodus staat: Vervolgens nam Mozes het bloed, sprenkelde dat over het volk en sprak: ‘Dit is het bloed van het verbond dat de Heer, op grond van al deze woorden, met u sluit.’ (Exodus 24, 8)

Jezus herhaalt deze formulering expliciet als Hij tijdens het Laatste Avondmaal de kelk laat rondgaan onder Zijn apostelen, terwijl Hij zegt: 'Dit is Mijn Bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden' (Mattheüs 26, 28). En vanaf de geseling tot aan de doorboring van Zijn zijde na Zijn dood op het kruis heeft Christus werkelijk al Zijn Bloed vergoten als het ware Lam dat werd geofferd voor de verlossing van de wereld. De verlossende waarde van Zijn Bloed wordt in velen teksten van het Nieuwe Testament uitdrukkelijk bevestigd.

In dit Jaar van de Priester hoeft men slechts de wonderschone regels van de brief aan de Hebreeën te lezen: Christus... is eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met Zijn eigen Bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. Want als het bloed van bokken en stieren en het bestrooien met de as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij uiterlijk rein worden, hoeveel te meer dan het bloed van Christus. Door de eeuwige Geest heeft Hij Zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer, dat ons geweten zuivert van dode werken [= zonden], om de levende God te dienen (9, 11-14)."

Ruim vijftig jaar geleden, in het jaar 1960, schreef de heilige Johannes XXIII een apostolische brief 'Inde a primis' over de devotie tot het kostbaar Bloed van Christus. Daarin lezen we dat het paus Benedictus XIV was die de Mis en het officie van dit feest goedkeurde, de zalige Pius IX het als liturgisch feest voor de gehele Kerk voorgeschreven heeft en dat paus Pius XI het feest tot rang van 'duplex primae classis' verhief met de bedoeling om de devotie tot het Bloed van de Verlosser te bevorderen. De heilige Johannes XXIII zelf gaf zijn goedkeuring aan een eigen litanie.

In genoemde apostolische brief spoort de heilige Johannes XXIII de gelovigen aan tot een grotere devotie voor het kostbaar Bloed waarvan -- citerend Sint-Thomas van Aquino -- één druppel de wereld kan reinigen van alle zonden: "De kracht van het Bloed van Christus, God en mens, is oneindig groot, en de liefde, die onze Verlosser bewogen heeft, het te vergieten, is eveneens oneindig. Reeds bij de besnijdenis op de achtste dag na Zijn geboorte vergoot Hij Zijn Bloed, en daarna heeft dit overvloedig gestroomd, toen Hij in de hof van Getsemane, 'aan doodsangst ten prooi' nog met meer aandrang bad, bij Zijn geseling en doornenkroning, toen Hij opging naar Calvarië en daar aan het kruis genageld werd, en tenslotte toen Zijn zijde met een brede wond werd geopend, tot een teken van dit goddelijk Bloed, dat ook vloeit door alle Sacramenten van de Kerk. Dit alles maakt het niet alleen passend, maar ook noodzakelijk, dat alle gelovigen door het Bloed herboren, dit met godsvrucht aanbidden en Het een dankbare liefde betuigen."

30 juni 2020

Vanaf 1 juli: Live-uitzending alleen op zondag

Nu de doordeweekse heilige Missen weer voor iedereen toegankelijk zijn, zal met ingang van 1 juli de live-uitzending van de heilige Mis vanuit onze kerk alleen nog op zondagen via internet te zien zijn.

Op deze website vindt u een link naar alle uitzendingen.

Informatiebulletin voor de maand juli is verschenen

Het Informatiebulletin is een gezamenlijke uitgave van de parochies H. Agnes en H. Jozef, gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie. De editie van de maand juli is nu verschenen. Daarin aandacht voor de voortgang van de dakrestauratie, nieuwe kerkgangers, een gebed van de heilige Ignatius en nog veel meer.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin juli' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

29 juni 2020

Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal Ik Mijn Kerk bouwen



Ootmoedig smeken wij U, Heer, dat Gij, Eeuwige Herder, Uw kudde niet zult verlaten,
maar door Uw heilige apostelen voortdurend zult beschermen en bewaren.
Moge zij geleid en bestuurd worden door hen,
die Gij tot voortzetting van het verlossingswerk in Uw plaats
tot haar herders hebt aangesteld.


Uit: de prefatie van de apostelen en evangelisten

Gij zijt Petrus

Tu es Petrus - Gabriel Fauré
uitgevoerd door Ensemble Vocal et Instrumental de Lausanne onder leiding van Michel Corboz


29 juni: H.H. Petrus en Paulus, apostelen, hoogfeest

Petrus heette aanvankelijk Simon, zoon van Jona (of Johannes). Zijn broer heette Andreas. Zij waren vissers op het moment dat Jezus hen vroeg Hem te volgen (Mc. 1,16-20). Van Jezus kreeg hij de bijnaam Petrus ('rots': Mt. 16, 18; Joh. 1, 42).

Uit de Evangeliën krijgt men de indruk dat hij een spontaan, hartelijk karakter had, ook met alle fouten van dien. Zo wilde hij niet dat Jezus hem de voeten waste, omdat dat slavenwerk was. Toen Jezus zei dat ze dan niet langer bij elkaar zouden horen, wilde hij ineens helemaal gewassen worden (Joh. 13, 6-9). Van de andere kant hield hij glashard vol Jezus niet te kennen, toen het hem te benauwd werd en hij tijdens Jezus' verhoor door omstanders werd herkend als een van Zijn leerlingen. Jezus had het hem in de vooravond nog voorzegd: "Eer de haan kraait, zul je me driemaal verloochend hebben" Toen er een haan kraaide, herinnerde Petrus zich Jezus' woorden en huilde bitter om zijn lafhartigheid (Mt. 26, 69-75). Als de leerlingen na Jezus' heengaan weer zijn gaan vissen en Hem herkennen op het strand, bedenkt Petrus zich geen moment, trekt zijn kleed aan, springt overboord en zwemt voor de boten uit naar Jezus toe (Joh. 21, 1-9). Deze Petrus is de prins der apostelen geworden (Joh. 21, 15-32).

In de eerste tien hoofdstukken van het bijbelboek ‘Handelingen van de Apostelen’ wordt verteld hoe Jezus’ leerlingen, en Petrus in het bijzonder, steeds meer bezield werden door Zijn Heilige Geest, en dus steeds meer op Jezus gingen lijken.

Eens kwam Petrus op een grote rondreis ook bij de leerlingen die in Lydda woonden, en trof daar een zekere Enéas aan, die reeds acht jaar wegens verlamming het bed moest houden. Petrus sprak tot hem: "Enéas, Jezus Christus geneest u, sta op en maak zelf uw bed in orde." Onmiddellijk stond hij op. Alle inwoners van Lydda en van de Saronvlakte zagen hem en bekeerden zich tot de Heer.

Dit verhaal doet denken aan de genezingen van lammen in de evangeliën: bij voorbeeld Marcus 2, 1-12, de lamme door het dak: Petrus' aanmaning hier "Maak uw bed in orde" herinnert enigszins aan Jezus' aanbeveling aan de lamme daar: "Neem uw bed op..." Het verhaal hier herinnert ons ook aan Johannes 5, 1-9, de genezing van de lamme in Betsaïda, doordat het aantal jaren van de verlamming uitdrukkelijk wordt genoemd: hier acht jaar bij Johannes 38 jaar.

Er leefde destijds in Joppe een leerlinge met name Tabita, wat in vertaling Dorkas, Gazelle, betekent. Zij was onuitputtelijk in het doen van goede werken en het geven van aalmoezen. Juist in die dagen was zij echter na een ziekte gestorven. Men waste haar en legde haar in een bovenvertrek. Omdat Lydda dichtbij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar verbleef, twee mannen naar hem toe met het verzoek: "Kom zonder uitstel naar ons toe." Petrus ging aanstonds met hen mee. Bij zijn aankomst brachten ze hem in het bovenvertrek, waar alle weduwen wenend hem omringden en al de kleren en mantels lieten zien die Dorkas gemaakt had toen ze nog in hun midden was. Petrus deed allen naar buiten gaan, knielde neer en bad. Toen sprak hij, zich kerend naar het lijk: "Tabita, sta op." Zij opende de ogen, zag Petrus en ging overeind zitten. Hij reikte haar de hand en hielp haar opstaan. Vervolgens riep hij de heiligen en de weduwen en gaf haar levend aan hen terug.
Dit werd bekend in heel Joppe, zodat velen het geloof in de Heer aannamen. (Hand. 9, 32-42)

Dit verhaal doet sterk denken aan Jezus' opwekking van Jaïrus' dochtertje. De belangrijkste overeenkomst is natuurlijk dat een vrouw uit de dood wordt opgewekt. Maar er zijn nog enkele details. Net als Jezus stuurt Petrus allen naar buiten. Ze spreken bijna dezelfde woorden. Waar Jezus zei: "Talita koemi, sta op!", horen we Petrus zeggen: "Tabita, sta op!" Net als Jezus pakt Petrus de vrouw bij de hand om haar op te richten.

De conclusie moet bijna wel zijn, dat in Petrus Jezus Zelf aan het werk is; in Petrus zijn de tijden van het Evangelie teruggekeerd.

Het tweede deel van de Handelingen van de Apostelen vertelt voornamelijk hoe Paulus het christendom onder de heidenen verkondigt. Toch is het Petrus die het eerst een heiden, Cornelius, tot Christus brengt (Hand. 10). Na de verhuizing uit Jeruzalem vestigde hij zijn zetel in de Syrische stad Antiochië; weer later ging hij naar de hoofdstad van het Romeinse Rijk, Rome.

Beroemd is de legende 'Quo vadis?' Tijdens de christenvervolgingen onder keizer Nero, drongen de gelovigen erop aan dat Petrus de stad zou ontvluchten. Uiteindelijk gaf hij gehoor aan hun dringende bede. Aan de rand van de stad kwam hij echter Jezus Zelf tegen; Hij droeg Zijn kruis in de richting van Rome. Verbijsterd vroeg Petrus "Quo vadis? Waar gaat U heen, Meester?" Waarop Jezus antwoordde: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Toen begreep Petrus dat hij er verkeerd aan deed de stad te ontvluchten; hij moest bij zijn mensen blijven. Hij keerde terug, en werd inderdaad enige tijd later gearresteerd en net als zijn Heer tot de kruisdood veroordeeld. Hij vond van zichzelf dat hij maar weinig op Jezus geleek. Daarom vroeg hij de gunst om met het hoofd naar beneden gekruisigd te worden.

Nero liet de twee kopstukken onder de christenen, de apostelen Petrus en Paulus arresteren door een zekere Paulinus. Deze wierp de twee in de gevangenis en droeg de bewaking op aan Processus en Martinianus. Maar Petrus wist deze wachters tot Christus te bekeren. Omdat er in de gevangenis geen water voorhanden was om hen te dopen, keerde Petrus in tot gebed en op hetzelfde moment sprong er een fontein op uit de stenen vloer. Nu openden de voormalige bewakers de deuren van de gevangenis voor hen en gaven hun de vrijheid terug. Later, na de marteldood van Petrus en Paulus, kwam hun dat eveneens op de doodstraf te staan: op last van Nero werd hun met het zwaard het hoofd afgehakt.

Op uitdrukkelijk aandringen van zijn medegelovigen nam Petrus de vlucht en ging op weg om de stad Rome te verlaten. Maar bij één van de stadspoorten aangekomen - op die plaats staat nu de kerk van Maria Onderweg - kwam Christus hem tegemoet. Hij sprak: "Maar Heer, waar gaat U heen (Quo vadis)?" Waarop de Heer antwoordde: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Petrus herhaalde: "Opnieuw gekruisigd?" "Ja". Daarop hernam Petrus: "Maar dan ga ik terug, Heer, om samen met u gekruisigd te worden." Daarop steeg de Heer weer ten hemel. Petrus bleef in tranen achter.

Hij begreep dat het uur van zijn marteldood geslagen had. Hij ging terug de stad in. Daar werd hij onmiddellijk gegrepen door de politie van Nero. Hij werd voor de stadhouder, Agrippa, geleid. Linus vertelde later dat Petrus' gelaat straalde van vreugde.

Linus was één van Petrus' leerlingen: hij zou hem opvolgen als bisschop van Rome, de belangrijkste van alle bisschoppen.

De stadhouder zei tot hem: "Dus u bent die man die er vreugde in vindt om temidden van het lagere volk te wonen? En die de vrouwen van de achterbuurten weghoudt van hun man in bed?" Waarop Petrus ten antwoord gaf: "Mijn enige vreugde vind ik in het kruis van mijn Heer." Omdat hij vreemdeling was, werd hij veroordeeld tot de doodstraf aan het kruis. Paulus daarentegen was Romeins staatsburger: hij werd veroordeeld tot onthoofding door het zwaard.

Dionysius (bijgenaamd 'de Areopagiet') schrijft een brief aan Paulus' leerling Timotheus over Paulus' dood. Daarin vertelt hij hoe de menigte, bestaande uit heidenen en joden, niet moe werd hen beiden, Petrus en Paulus, in het gezicht te spuwen en te slaan waar ze hen maar raken konden.

Op het moment dat ze van elkaar gescheiden werden, zei Paulus tegen Petrus: "De vrede zij met jou; jij bent de rots waarop de kerk gebouwd is; jij bent herder van Jezus' schapen." En Petrus zei tegen Paulus: "Ga in vrede, jij bent de verkondiger van de waarheid en van de blijde boodschap; jij bent de doorgever van het heil aan alle rechtvaardigen."

Deze passage roept allerlei teksten uit het Evangelie op. Ten eerste worden we herinnerd aan de gebeurtenis dat Petrus tegen Jezus zegt: "Gij zijt de Christus (Messias), de Zoon van de levende God." Jezus had toen op Zijn beurt gereageerd: "En jij, Simon, jij bent Petrus, rots, en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen." Jezus en Petrus hebben elkaar toen over en weer 'bevestigd' in wat ze ten diepste waren. Nu doen Petrus en Paulus hetzelfde ten aanzien van elkaar.

De woorden waarmee ze dat doen, slaan op eerdere gebeurtenissen. Na zijn verrijzenis is Jezus eens aan Petrus en Johannes verschenen. Jezus vroeg bij die gelegenheid aan Petrus tot drie keer toe of hij Hem beminde. Dat maakte Petrus bedroefd, want het herinnerde hem aan zijn drievoudige verloochening, in de nacht van Jezus' arrestatie en veroordeling: "Simon, bemin je mij?" Tot drie keer toe. Telkens als Petrus geantwoord had "Ja Heer, U weet dat ik U bemin" zei Jezus "Hoed mijn schapen!" Naar die woorden van Jezus verwijzen nu Paulus' woorden: "Jij bent de herder."

Op dezelfde manier bevestigt Petrus Paulus in het feit dat hij Gods woord heeft verkondigd onder de heidenen. Daarover was destijds het meningsverschil gegaan.

Daarop ging Dionysius met zijn meester Paulus mee. De twee apostelen zijn immers op gescheiden plaatsen ter dood gebracht. Toen Petrus geconfronteerd werd met het kruis waaraan hij zou komen te hangen, zei hij: "Mijn meester is vanuit de hemel op aarde neergedaald; vervolgens is Hij verheven aan het kruis. Mij heeft hij geroepen om van de aarde op te gaan naar de hemel. Daarom wil ik gekruisigd worden met mijn hoofd naar de aarde en mijn voeten naar de hemel. Kruisig mij dus met mijn hoofd omlaag, want ik ben niet waardig op dezelfde manier te sterven als mijn Meester, Jezus." Dat gebeurde. Men draaide het kruis ondersteboven, zodat hij met zijn hoofd naar beneden kwam te hangen en met zijn voeten naar de hemel.

De medegelovigen waren woedend op Nero; ze riepen dat ze zijn dood wilden, van hem en van zijn stadhouder. Maar Petrus smeekte hun zijn martelaarschap niet tegen te houden. Daarom opende God de ogen van al degenen die hem beweenden. En zie, nu zagen zij engelen staan met kronen van rozen en lelies in de hand; en Petrus stond erbij; Christus reikte hem een boek over en hardop las hij wat er in stond. De apostel aan het kruis bemerkte dat zij al zijn heerlijkheid aanschouwden. Voor een laatste maal beval hij zichzelf aan in hun gebeden. Daarop gaf hij de geest. Twee van zijn leerlingen, Marcellus en Apuleus, haalden hem van het kruis af en begroeven hem na hem met geurige kruiden gebalsemd te hebben.

In Rome begint het feest van Petrus en Paulus met de pontificale vespers op 28 juni in de basiliek van Sint Paulus buiten de Muren. Op de dag zelf viert de Paus de hoogmis in de Sint-Pietersbasiliek, boven het graf van Sint Petrus. Tijdens deze plechtigheid legt hij bij de nieuw benoemde metropolieten (aartsbisschoppen) het pallium op. De Evangelielezing van deze Mis is genomen uit het Mattheüs-evangelie (16, 13-19). Daarin zegt Jezus dat Simon de steenrots is (Tu es Petrus) op wie Hij Zijn Kerk zal bouwen.