Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

6 april 2025

Passiezondag

De passie van Christus.

Epistel
Hebr. 9, 11-15
Broeders, Christus is opgetreden als Hogepriester van de goederen der toekomst. En door een grotere en volmaaktere tabernakeltent – niet met handen gemaakt en niet van deze schepping – is Hij, niet met bloed van bokken of kalveren, maar met Zijn eigen Bloed, eens en voor altijd binnengaan in het Heiligdom, en heeft eeuwiggeldende verlossing bewerkt. Want als het bloed van bokken en stieren, en de besprenkeling met de as van een koe onreinen kan heiligen, zodat zij uiterlijk gereinigd worden, hoeveel te meer zal dan het Bloed van Christus, Die door de Heilige Geest Zichzelf als smetteloos offer aan God heeft opgedragen, ons geweten van dode werken zuiveren, om voortaan de levende God te dienen. En juist daarom is Hij Middelaar van een Nieuw Verbond, opdat door tussenkomst van Zijn dood de overtredingen, onder het vroegere Verbond bedreven, zouden worden afgekocht, en zij, die geroepen zijn, de belofte van de eeuwige erfenis zouden ontvangen, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 8, 46-59
In die tijd sprak Jezus tot de scharen der joden: Wie uwer kan Mij enige zonde bewijzen? Als Ik u de waarheid zeg, waarom gelooft gij Mij dan niet? Iemand, die uit God is, luistert naar Gods woorden. Dáárom luistert gij niet, omdat gij niet uit God zijt. De joden gaven Hem ten antwoord: Zeggen wij niet met recht, dat Gij een Samaritaan zijt en van de duivel zijt bezeten? Jezus antwoordde: Ik ben niet van de duivel bezeten, maar Ik verheerlijk Mijn Vader; en gij tast Mij in Mijn eer aan. Ik echter zoek Mijn eer niet; Eén is er, die ze zoekt en die oordeelt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie Mijn woord onderhoudt, zal de dood niet zien in eeuwigheid. Toen zeiden de joden: Nu weten wij zeker, dat Gij van de duivel bezeten zijt! Abraham is gestorven en ook de profeten, en Gij zegt: wie Mijn woord onderhoudt, zal de dood niet sterven in eeuwigheid. Zijt Gij dan groter dan onze vader Abraham, die wèl gestorven is! Ook de profeten zijn gestorven. Voor wie houdt Gij Uzelf toch wel? Jezus antwoordde: Indien Ik Mijzelf verheerlijk, dan betekent Mijn heerlijkheid niets; het is Mijn Vader, Die Mij verheerlijkt: Hij, van Wie gij zegt, dat Hij uw God is; maar gij kent Hem niet! Ik echter ken Hem. En als Ik zei, dat Ik Hem niet kende, dan zou Ik een leugenaar zijn, zoals gij. Maar Ik ken Hem, en Ik onderhoud Zijn woord. Uw vader Abraham verheugde zich er op Mijn dag te mogen zien; hij heeft die gezien en zich verblijd. Doch de joden zeiden tot Hem: Gij zijt nog geen vijftig jaar oud, en Gij hebt Abraham gezien? Jezus gaf hun ten antwoord: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóórdat Abraham werd, ben Ik. Toen grepen zij stenen op, om Hem te stenigen; maar Jezus trok Zich terug, en verliet de tempel.

Overweging
Over het gehele leven van Christus op aarde hangt de schaduw van de passie. Vanaf de geboorte te Bethlehem, door het leven te Nazareth en door Zijn openbaar leven – de schaduw van het kruis was overal aanwezig. Het kruis staat in het middelpunt van het leven van Jezus Christus en het lijden is het hoogtepunt van het werk dat Hij hier op aarde is komen volbrengen. Het bloed van de stieren en bokken was niet voldoende om de verloren mensheid met God te verzoenen. God wilde een volmaakt offer – een offer van Zijn eigen Zoon, op het kruis.

De eerste grote stap naar het kruis toe heeft de Zoon van God gedaan in Zijn menswording. Deze stap van de hemel omlaag naar de aarde, uit Zijn gestalte van God in die van de knecht, was een veel grotere stap dan Zijn laatste schreden naar Golgotha. En deze stap zette Hij in volledige en bewuste belijdenis van het kruis. Over Christus zegt de psalmist: ”slachtoffer noch gave hebt Gij gewild, maar een lichaam hebt Gij Mij bereid”. Het offer van Christus begint al in de stal, omdat er geen plaats voor Hem in de herberg was. De zijnen aanvaardden Hem niet. De zijnen haatten Hem al en vervolgden Hem en Hij moest voor hen vluchten en Zich verbergen. Hij vernederde Zich onder hun wetten en onder de behoeften van Zijn aangenomen menselijke natuur.

En nu treden wij de laatste momenten van het lijden binnen. Hoe zouden we de gevoelens van Jezus’ heilig Hart in deze dagen kunnen uitdrukken? Alle afschuwelijke lichamelijke en psychische pijnen en smarten stonden Hem voor ogen. De ondankbaarheid van de mensen, de ontrouw van Zijn leerlingen, de onuitsprekelijke smarten van Zijn Moeder – dat alles heeft Zijn heilige Ziel moeten verduren. En dat alles uit liefde.

De goddelijke Verlosser, Die zo vastberaden op Zijn lijden afgaat, Die al onze zonden op Zich neemt, lijdt door onze ondankbaarheid. Toen Hij aan het kruis hing, zag Hij allen, die het uur waarop Gods genade hen bezoekt niet erkennen. Hij zag alle mensen van alle tijden, die Zijn heil niet willen ontvangen. Is het niet schokkend, dat er zo veel mensen zijn die de Zoon van God afwijzen, terwijl Hij zonder klagen of verwijten bereid is Zich voor hen te laten slachtofferen? Dat er zo veel mensen tussen staan die onverschillig en koud, en misschien zelfs vervuld van haat, Zijn kruis aanstaren en niet willen begrijpen dat het om hen gaat, om hun heil of onheil, om hun leven of dood, hun hemel of hel?

Dit is wat het kruis van ons eist: oriëntering van heel ons wezen op God. Wanneer dat niet de vrucht van dit uur en van deze grote heilige weken zal zijn, dan heeft de goddelijke Verlosser ook ons gezien onder hen die Zijn lijden afwijzen. De belangrijkste taak, die we in ons leven te vervullen hebben, luidt: we moeten offers worden, altijd en overal onszelf overgeven aan God, Hem de eerste plaats geven, Hem in het middelpunt van ons leven plaatsen bij iedere gedachte, bij elk woord, bij iedere beslissing. Dat deze heilige passietijd ons allen een stap dieper mag binnenvoeren in het begrip en in de navolging van de totale overgave van Christus.

4 april 2025

4 april: Heilige Isidorus, bisschop, belijder en kerkleraar (gedachtenis)

Isidorus werd omstreeks het jaar 560 geboren te Cartagena uit een voorname Spaanse familie. Rond het jaar 600 volgde hij zijn broer (de heilige Leander) op als aartbisschop van Sevilla. Hij stichtte scholen en kloosters, beijverde zich voor de bekering van de joden en bevorderde de wetenschappen. Volgens een getuigenis van de achtste synode van Toledo in 653 was hij "een verlicht leraar van onze tijd, het jongste sieraad van de katholieke Kerk, de laatste der kerkvaders, de geleerdste van onze tijd."

In 1598 werd hij heilig verklaard en in 1722 verheven tot kerkleraar.

2 april 2025

2 april: Heilige Franciscus van Paula, belijder (gedachtenis)

Franciscus werd in 1416 in Calabrië, Italië, geboren uit zeer eenvoudige ouders. God verheerlijkte hem tijdens zijn leven en na zijn dood met ontelbaar veel wonderen.

In een van zijn brieven schreef hij: "Broeders, ernstig vermaan ik u: bewerk met verstand en zorgvuldigheid de redding van uw zielen. De dood is een feit, het leven maar kort en verdwijnen zal het als rook. Richt dus uw aandacht op het lijden van onze Heer Jezus Christus. Want Hij brandde van zo'n grote liefde voor ons, dat Hij uit de hemel is neergedaald om ons te verlossen. Voor ons heeft Hij alle lichamelijke en geestelijke kwellingen geleden en is voor geen marteling teruggeschrikt. Hij heeft ons een volmaakt voorbeeld gegeven van liefde en geduld. Daarom moeten ook wij het geduld beoefenen, wanneer de dingen tegen ons zijn."

30 maart 2025

Lætare Jerusalem (Introitus)


Latijn

Lætare Jerusalem: et conventum facite, omnes qui diligitis eam:
gaudete cum lætitia, qui in tristitia fuistis:
ut exsultetis, et satiemini ab uberibus consolationis vestræ.
Lætatus sum in his quæ dicta sunt mihi:
in domum Domini ibimus.

Nederlands

Verheug u, Jeruzalem, komt bijeen, gij allen, die deze stad liefhebt;
verheugt en verblijdt u, gij die vol droefheid waart; nu moet gij
juichen, en u verzadigen aan de troost,
die zij, moeder, u schenkt. (Is. 66, 10-11)
Ik was blij, dat mij gezegd werd: Wij trekken op naar het huis des Heren. (Ps. 121, 1)

Vierde zondag van de vasten - Zondag Laetare

Zondag Laetare: Een glimp van vreugde te midden van de droefheid.

Epistel
Gal. 4, 22-31
Broeders, er staat geschreven, dat Abraham twee zonen had: één bij zijn slavin, en één bij zij vrijgeboren vrouw. Maar die van de slavin werd geboren op gewoon-natuurlijke wijze; die van de vrije vrouw echter krachtens de belofte. Deze dingen hebben een diepere zin. Het zijn twee verbonden. Het ene is van de berg Sinai; het brengt slavenkinderen voort. En dat is Agar; want de berg Sinai is gelegen in Arabië. En deze houdt verband met het Jeruzalem van thans, dat immers met haar kinderen verkeert in slavernij. Maar het andere, het Jeruzalem van boven, is vrij; en dat is de moeder van ons. Er staat immers geschreven: "Verblijd u, gij onvruchtbare, die geen kinderen voortbrengt; breek uit in gejubel, gij, die geen moedersmart kent; want de kinderen van de vrouw die verlaten staat, zijn talrijker dan die van haar, die de man bij zich heeft." En wij, broeders, wij zijn – evenals Isaac – kinderen van belofte. Maar zoals destijds de zoon, die naar het vlees geboren was, de ander vervolgde, die was geboren naar de geest, zo geschiedt het ook nu. Maar wat zegt de Schrift? "Jaag de slavin met haar zoon weg; want de zoon van de slavin zal niet meeërven met de zoon van de vrije vrouw." Derhalve, broeders, wij zijn geen slavenkinderen, maar kinderen van de vrije vrouw. En deze vrijheid heeft Christus ons bewerkt.

Evangelie
Joh. 6, 1-15
In die tijd begaf Jezus Zich naar de overzijde van het meer van Galilea of Tiberias. En een grote menigte volgde Hem, omdat zij de wonderen zagen, die Hij aan de zieken verrichtte. Dan besteeg Jezus het gebergte en zette Zich daar neer met Zijn leerlingen. Het was kort vóór Pasen, het grote feest van de joden. Toen Jezus de ogen opsloeg en zag, dat er zeer veel volk tot Hem kwam, zei Hij tot Philippus : Wáár zullen wij brood kopen, opdat zij wat te eten hebben? Hij zei dit echter, om hem op de proef te stellen, want Hij voor Zich wist wel, wat Hij zou doen. Philippus gaf Hem ten antwoord: Voor tweehonderd tienlingen brood is nog niet genoeg voor hen, om voor ieder ook maar een weinig te kunnen krijgen! Toen zei Hem een van Zijn leerlingen, Andreas, de broeder van Simon Petrus: Hier is een jongen, die vijf gerstebroden heeft en twee vissen; maar wat betekent dat voor zovelen! Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. – Er was namelijk veel gras daar ter plaatse – Zij zetten zich dan neder, de mannen ongeveer vijfduizend in getal. Toen nam Jezus de broden, sprak een dankgebed en deelde er van uit aan hen, die daar gezeten waren; eveneens ook van de vissen, zoveel als ieder wenste. En toen zij verzadigd waren, zei Hij tot Zijn leerlingen: Verzamelt de overgebleven brokken, opdat ze niet verloren gaan! Zij verzamelden ze dan, en vulden twaalf korven met brokken, die er van de vijf gerstebroden waren overgebleven, nadat zij gegeten hadden. Toen nu die mensen het wonder zagen, dat Jezus verricht had, zeiden zij: Deze is werkelijk de Profeet, die in de wereld moet komen! Maar Jezus begreep, dat zij zouden komen, om Hem mee te nemen en koning te maken; daarom trok Hij Zich weer terug in het gebergte. Hij alleen.

Overweging

Verheug u, Jeruzalem!

Wij zijn kinderen van de vrijheid, de vrijheid die Christus ons gaf in Zijn genade. Door de Kerk zijn wij vrij van de dood van de zonde. Verheug u, Jeruzalem, zo begint de intrede van de Mis van vandaag. Dit verheugen vindt zijn volle werkelijkheid in de Kerk, het nieuwe Jeruzalem.

De heilige apostel Paulus beschrijft in zijn epistel onze vrijheid als volgt: wij zijn immers geboren uit het geestelijk Jeruzalem, dat is de heilige Kerk, die geen slavin maar de vrije bruid van Jezus Christus is. Laat ons nooit door de zonden slaven van de duivel en van onze driften zijn, anders zouden ook wij, zoals de zoon van Abrahams slavin, verstoten worden en onwaardig verklaard om mede-erfgenaam te zijn van Jezus Christus.

Abraham had twee zonen, een van de slavin Agar en een van Sara, de vrije vrouw. De zoon van de slavin werd naar het vlees geboren, die van de vrije vrouw echter werd geboren uit de kracht van de belofte, die God aan Abraham had gedaan. Dit alles heeft een diepe zinnebeeldende betekenis: het verbeeldt de twee testamenten. Het eerste of oude verbond, dat op de berg Sinaï werd aangegaan, baart tot dienstbaarheid en wordt door de slavin Agar voorgesteld, want de Sinaï is een berg in Arabië die met het aardse Jeruzalem overeenkomt, het aardse Jeruzalem dat de mensheid niet zelf uit de zonde kon verlossen. Maar het hemels Jeruzalem van hierboven is vrij en dit is onze Moeder, de Kerk, het nieuwe verbond, waardoor wij gered zullen worden.

“Verblijd u, onvruchtbare, die niet baart; jubel in vreugde, gij die niet ter wereld brengt, want de eenzame heeft vele kinderen.” Wij zijn kinderen van de belofte, zoals Isaac, want wij zijn naar Gods belofte uit de vrije wettige bruid, de heilige Kerk, geboren. Wij zijn dus geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw, krachtens de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt.

Het hoofdthema dat de apostel Paulus vandaag schildert is de vrijheid van Christus en de vrijheid in Christus. Niet altijd zijn wij ons de vrijheid bewust, die ons gegeven werd juist door de diepe verbondenheid met de Zoon van God. Hij heeft ons immers van de zonde vrijgemaakt, Hij heeft het ons mogelijk gemaakt naar God op te zien, niet als slaven en knechten, maar als hoopvolle kinderen.

Zouden wij dan niet reeds uit dankbaarheid hiervoor moeten leven in de vrijheid die bestaat in het loslaten van zonden? Zouden wij niet moeten leven in het bewustzijn van de goedheid van de Vader en van de eeuwige eindbestemming die ons wacht? Beseffen wij wel hoe de liefde van Jezus Christus ons als het ware achtervolgt? Denk eens aan hoe vaak Hij u heeft vergeven. Deze vergeving heeft Hij trouwens voor ons verdiend door Zijn bitter lijden en door Zijn gehoorzaamheid aan de Vader, tot in de dood, de dood op het Kruishout. Door het lijden toonde Hij ons Zijn liefde.

Er zijn genoeg redenen tot vreugde, want de goddelijke liefde is volkomen. Verheugen wij ons daarover, maar laten wij tegelijkertijd deze goddelijke goedheid niet misbruiken door te leven in zorgeloze middelmatigheid, want wij zijn geroepen tot volkomenheid.

29 maart 2025

Vastenactie 2025

Dit jaar willen we met onze vastenactie de prolife-activiteiten in Nederland ondersteunen. Ongetwijfeld hebt u via de media vernomen dat het aantal abortussen in ons land de laatste jaren explosief is gestegen (2022: 35.606; 2023: 39.332). Inmiddels wordt bijna 11% van de zwangerschappen provocatief beëindigd! Circa 5.000 abortussen vinden plaats tussen 13 en 24 weken zwangerschap, waarbij het ongeboren kind zich steeds meer – tot in de kleinste details – heeft ontwikkeld. (Vele zwangerschappen worden al beëindigd door het gebruik van door de Kerk verboden voorbehoedmiddelen. 'Behoed': Wie? Waartegen?)

De Kerk leert dat abortus een intrinsiek kwaad is en een misdaad tegen het menselijk leven, de menselijke waardigheid en vrijheid, omdat het moord (directe opzettelijke doodslag) is op een menselijk wezen, zelfs al is het een ongeboren persoon. Die persoon heeft vanaf de conceptie een ziel van God gekregen en verdient daarom bescherming.

Aan deze vastenactie – die gaat over leven en dood – kunt u bijdragen door uw actie en gebed en/of door uw vastenoffer over te maken op bankrekening

NL48 ABNA 0589 9700 89

ten name van Parochie H. Jozef onder vermelding van 'vastenoffer 2025'.

Op Aswoensdag begon de 40-Days-for-Life-gebedsactie voor het ongeboren leven. Uw deelname is van cruciaal belang! Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met Maru Broekroelofs via telefoonnummer 06-20653425 of per e-mail: 40daysheemstede@gmail.com.

27 maart 2025

Kruiswegoefening op vrijdag

Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.


Morgen - en op alle vrijdagen in de vasten - wordt rond 11.45 uur (aansluitend op de heilige Mis) in onze kerk de kruisweg gebeden.
Daarna is er een korte kruisverering.

25 maart 2025

Ave Maria (Schubert)

25 maart: Maria Boodschap, hoogfeest

De engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt, en zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.
Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw Woord.
Het Woord is vlees geworden, en Het heeft onder ons gewoond.

De Kerk viert op 25 maart, negen maanden vóór Kerstmis, de ontvangenis van Jezus Christus. Deze gebeurtenis valt samen met de verschijning van de aartsengel Gabriël aan de heilige maagd Maria, waarbij de engel haar de Menswording van God aankondigt.

In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. De engel trad bij haar binnen en zei: `Verheug u, begenadigde, de Heer is met u.' Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ ‘Maar hoe moet dat dan?' zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.' De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.' Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.' Toen ging de engel van haar weg.

Op deze dag vieren wij het begin van onze verlossing, de vervulling van het profetische woord zoals dit in het Evangelie wordt vermeld: 'Zie de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen' (Mt. 1,23), de intrede van Christus in deze wereld: 'Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid...Ik ben gekomen, o God, om Uw wil te doen' (Heb. 10,5-7).

De Kerk die - als een van de weinige in deze wereld - opkomt voor het ongeboren menselijk leven, ziet in het feest van Maria Boodschap een getuigenis van de waardigheid van de mens vanaf zijn conceptie tot aan zijn natuurlijke dood. Er wordt immers verkondigd dat de Zoon van God al bij de Annunciatie Zijn intrede in de wereld deed. De Incarnatie begint dus bij Christus' ontvangenis en niet pas bij Zijn geboorte.

In Nazareth wordt Maria Boodschap luisterrijk gevierd in de kerk van de Annunciatie (ook wel Verkondigingsbasiliek genoemd). Dit heiligdom is gebouwd op de fundamenten van kerken uit de Byzantijnse tijd en de kruisvaardersperiode. Op die plaats kreeg Maria de verschijning van Gabriël.

24 maart 2025

24 maart: Heilige Gabriël, aartsengel (gedachtenis)

De aartsengel Gabriël treedt twee keer op in het boek Daniël in het Oude Testament. In Daniël 8, 15-26 wordt een visioen van de profeet beschreven. Daarin verschijnt hem iemand 'die er uitzag als een man'. Een stem vanuit de verte over het Ulaikanaal beveelt Gabriël ervoor te zorgen dat Daniël zijn visioen begrijpt.
In hoofdstuk 9, vers 21, van datzelfde Bijbelboek vliegt Gabriël tijdens het gebed van Daniël naar hem toe om uitleg te geven over hoe en wanneer God de zonden van de Israëlieten zal vergeven.

In het Boek Henoch wordt Gabriël beschreven als 'een van de heilige engelen, die aangesteld is over het paradijs, de slangen en de Cherubijnen' (1 Henoch 20, 7-8).

In de joodse traditie wordt Gabriël niet alleen als boodschapper van God beschouwd, maar ook als de ‘engel des doods’.

Gabriël komt ook twee maal voor in het Evangelie volgens Lucas. In Lucas 1, 11-20 kondigt een engel aan Zacharias de geboorte van zijn zoon, Johannes de Doper, aan. Zacharias vraagt hem of die boodschap wel juist is. Hierop antwoordt de engel: "Ik ben Gabriël die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben gezonden om je dit goede nieuws te brengen."
De belangrijkste rol van Gabriël beschrijft Lucas in hoofdstuk 1, 26-38, als hij aan de maagd Maria aankondigt dat zij – in haar maagdelijkheid – zwanger zal worden, en een zoon zal baren die Jezus, Zoon van de Allerhoogste, zal worden genoemd. Deze gebeurtenis noemen we Annunciatie of Maria Boodschap, een van de grootste christelijke feesten, dat we op 25 maart (morgen), precies negen maanden vóór Kerstmis, vieren.

Bij de Annunciatie wordt Gabriël vaak afgebeeld met witte lelies in zijn hand, als symbool van de maagdelijkheid van Maria. Soms ook met een bazuin, als symbool van de aankondiging van Jezus’ geboorte. Indien hij alleen wordt afgebeeld, dan draagt hij vaak een scepter, als teken van door God gegeven autoriteit.

In 1946 publiceerde Gabriël Smit een boekje over heiligen voor kinderen. Daarin komt ook een rijmpje voor over de aartsengel Gabriël:

Sint Gabriël, die vlug en zacht,
de Maagd de liefste boodschap bracht,
zij heeft uw tijding blij aanvaard
al bleef geen droefheid haar gespaard.
Kom bij mij engel, als 'k vergeet
wat Jezus’ Moeder voor ons leed.