Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

30 september 2025

30 september: Heilige Hiëronymus, belijder en kerkleraar

Hiëronymus werd geboren rond het jaar 347 in Stridon (Dalmatië). Hij geldt als een van de grote Kerkvaders van het Westen.

Hij stamde uit een welgestelde familie en ontving zijn eerste opleiding te Rome. De ouders van Hiëronymus waren al christenen en zij stuurden hem naar Rome om er te studeren. Hij kreeg er les onder meer van de grammaticus Donatus. Tyrannius Rufinus van Aquileia was zijn medeleerling. Met de klassieke auteurs raakte Hiëronymus zeer vertrouwd.

Na een verblijf in Trier leidde hij in Aquileia een ascetisch leven tussen een groep van gelijkgezinden. Rond 373 wilde hij een pelgrimstocht naar Jeruzalem ondernemen, maar een ernstige ziekte hield hem lange tijd in Antiochië. Daar hoorde hij voordrachten van Apollinarius van Laodicea en hij leerde er ook perfect Grieks. Daarna trok hij zich drie jaar (375-378) terug in de woestijn in de buurt van Antiochië, waar een monnik van joodse afkomst hem in het Hebreeuws onderrichtte. Zijn priesterwijding ontving hij in Antiochië van Paulinus, bisschop van deze stad. In Constantinopel woonde hij de voordrachten van Gregorius van Nazianze bij.

Tussen 383 en 385 verbleef Hiëronymus in Rome. Hij was secretaris en vriend van paus Damasus I. In opdracht van deze paus begon hij te werken aan een nieuwe vertaling van de Bijbel in het Latijn, de vulgaat, omdat de tot dusver gangbare vertalingen niet meer voldeden voor wat betreft literaire vormgeving en correctheid. Na de dood van Damasus (11 december 384) begaf hij zich op reis naar de heilige plaatsen in Palestina, bezocht een maand lang Didymus de Blinde, bracht een bezoek aan de monniken van de Nitrische woestijn en vestigde zich uiteindelijk in 386 te Bethlehem, waar hij tot zijn dood als kluizenaar leefde. Hij hield zich daar 34 jaar bezig met de wetenschap en leidde bovendien een klooster. Tot de ascetische kring rondom hem behoorden ook adellijke dames als Marcella, Asella, Paula en haar dochter Eustochium. Met Paula's steun werden er drie vrouwenkloosters en een mannenklooster gesticht, verder een kloosterschool waar hij over een grote bibliotheek kon beschikken.

Hiëronymus raakte verwikkeld in verschillende conflicten: met bisschop Johannes van Jeruzalem, met zijn jeugdvriend Rufinus, met Jovinianus (393), Vigilantius (404) en Pelagius (na 415). Hij was een lastig en prikkelbaar mens, die dikwijls hard en scherp in zijn polemiek kon zijn, maar daartegenover staat dat hij eerlijk was in zijn energieke vrijmoedigheid tegen mistoestanden en in zijn streven naar ascetische idealen. Onder de kerkvaders was hij, als filoloog en veelweter, zeker de meest geleerde. Zijn wetenschappelijk werk is van grote waarde omdat hij de kennis van de Grieken en joden doorgaf aan het christelijke westen.

Zijn krachtige, emotionele persoonlijkheid blijkt het best uit zijn circa 120 brieven. Deze waren voor publicatie bestemd en zijn historisch belangrijk, inhoudelijk gevarieerd en qua vormgeving voortreffelijk afgewerkt.

Hiëronymus stierf in Bethlehem op 30 september 420. Hij wordt vaak afgebeeld met een leeuw.

29 september 2025

Sancte Michael Archangele

29 september: Hoogfeest van de kerkwijding van de heilige Michaël, aartsengel

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd;
wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel.
Wij smeken ootmoedig dat God hem Zijn macht doe gevoelen.
En gij, vorst van de hemelse legerscharen,
drijf Satan en andere boze geesten, die tot verderf van de zielen
over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

Op 29 september werd de antieke Sint-Michaëlsbasiliek aan de Via Salaria, ten noorden van Rome, ingewijd.

Michaël is onder de engelen de meest bekende en de meest genoemde. Hij is de aanvoerder van de hemelse legerscharen in de strijd tegen Lucifer en diens aanhang. Zijn naam betekent: 'Wie is als God?'. Hij wordt vereerd als schutspatroon van de katholieke Kerk. Hij is de aanvoerder van de gelovige zielen.

De naam van de aartsengel Michaël komt al voor in het oude testament. In het boek Daniël wordt hij beschreven als de voornaamste der vorsten en de beschermer van het vrome Israël. Samen met de aartsengel Gabriël verklaart hij aan Daniël het profetische beeld dat die gezien heeft.

In die tijd, zal de grote vorst Michaël opstaan om de kinderen van Uw volk te beschermen. Want het zal een tijd van nood zijn, zoals er eerder nog geen een is geweest zolang er volken zijn. Maar al degenen van Uw volk, die in het boek staan opgetekend, zullen in die tijd worden gered. (Dan. 12,1)

28 september 2025

September - OLV-van-Smartenmaand: Stabat Mater (Dvořák)

Zestiende zondag na Pinksteren

Kruisverheffing: Al wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.

Epistel
Efes. 3, 13–21
Broeders, ik bid u, dat gij niet de moed verliest om wille van de wederwaardigheden, die ik voor u verduur; want dat is juist een eer voor u. Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heer Jezus Christus, aan Wie alle vaderschap in de hemel en op aarde zijn naam ontleent: Moge Hij overeenkomstig de rijkdom van Zijn glorie u geven: dat gij naar de inwendige mens krachtig wordt gesterkt door Zijn Geest, en dat Christus woont in uw harten door het geloof; opdat gij, aldus geworteld en bevestigd in de liefde, in staat zijt om met alle heiligen de breedte en de lengte, de hoogte en de diepte te begrijpen, en de liefde van Christus te kennen, die alle begrip te boven gaat, om aldus volmaakt te worden naar heel de volheid Gods. Aan Hem nu, Die bij machte is om door de kracht, die in ons werkt, veel meer tot stand te brengen, dan wij kunnen vragen of begrijpen, aan Hem zij de eer in de Kerk en in Christus Jezus tot in alle geslachten van de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Lc. 14, 1–11
In die tijd kwam Jezus op een sabbat in het huis van een der voornaamste farizeeën, om de maaltijd te gebruiken; en zij letten zeer scherp op Hem. En zie, daar stond voor Hem een man, die aan waterzucht leed. En Jezus richtte Zich tot de wetgeleerden en farizeeën met de vraag: Mag men op de sabbat iemand genezen of niet? Maar zij zwegen. Dan legde Hij Zijn hand op hem, genas hem en liet hem heengaan. Maar tot de anderen sprak Hij: Wie van u zal niet zijn ezel of zijn os, die in een put valt, terstond er uit halen, al is het een sabbatdag? En zij wisten niets daartegen in te brengen. Ook hield Hij aan de gasten een gelijkenis voor, omdat Hij bemerkte, hoe zij de eerste plaatsen uitzochten; en Hij sprak tot hen: Als gij ter bruiloft wordt genodigd, neem dan niet de eerste plaats in; want misschien is er iemand genodigd, die voornamer is dan gij; en dan zou hij, die u en hem heeft uitgenodigd, u komen zeggen: Maak plaats voor deze; dan zoudt gij met schaamte de laatste plaats moeten innemen. Maar als gij genodigd zijt, neem dan de laatste plaats; wanneer dan uw gastheer binnenkomt, zal hij tot u zeggen: Vriend, ga hoger op! Dat zal een eer voor u zijn in het oog van al de disgenoten. Want al wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert, zal verheven worden.

Overweging
Gedurende de lange reeks zondagen na Pinksteren laat de Kerk ons in haar gebeden steeds opnieuw dezelfde hoofdgedachten overwegen, namelijk hoe het goddelijke heilsplan zich in ons moet verwezenlijken en hoe wij ons christelijk leven moeten beleven. Om ons dit te verduidelijken kiest zij voor ieder zondag enkele teksten uit de Heilige Schrift uit, die ons misschien vrij algemeen voorkomen, maar die uiterst geschikt zijn om onze christelijke levenshouding te bepalen. Vandaag wijst de lezing van het Evangelie hoofdzakelijk op de noodzaak alle dubbelzinnigheid, alle schijnheiligheid, alle verwaandheid en elke valse trots uit ons leven te weren, om ons met een oprecht en nederig hart aan de dienst van God te wijden, nederig erkennend dat de verwezenlijking van dit christelijke levensprogramma in ons het eigen werk van Gods genade in ons is. Het is deze genade die zichtbaar wordt in het Evangelie door de genezing van iemand die lijdt aan waterzucht. Maar omdat het een sabbat was, wekte deze genadebemiddeling ontevredenheid op bij de farizeeën, die in de naam van een voorschrift uit de wet aan het hoogste gebod, namelijk dat van de liefde, zouden verzuimen.

In het tweede deel van het Evangelie van vandaag wordt ons door een gelijkenis geleerd in welke gezindheid wij moeten liefhebben, namelijk in eenvoud en nederigheid. Christus Zelf heeft ons daarvan het levende voorbeeld gegeven toen Hij Zich offerde voor onze zonden. Zijn liefde is ook bij ons gebleven door de sacramenten, vooral in het heilig Sacrament van het Altaar. De farizeeën dachten dat zij zichzelf de gerechtigheid zouden kunnen geven door de letter van de wet te volgen. Christus laat ons echter duidelijk zien dat de gerechtigheid ontvangen moet worden, zoals degene die aan waterzucht lijdt zijn gezondheid ontvangt. Wij ontvangen de liefde niet in trots, maar in eenvoud en nederigheid.

De wijze waarop een katholiek de heilige communie ontvangt is een goed voorbeeld van de twee geestesgesteldheden die vandaag in het Evangelie worden getoond. De geknielde ontvangst van de communie op de tong laat de eenvoudige en nederige afhankelijkheid van Gods genade zien en maakt aan een ieder duidelijk dat wij zelf niets vermogen, maar slechts – zoals een klein kind – gevoed kunnen worden. Als wij volledig van deze houding doordrongen zijn, dan kan de goddelijke genade zich ten volle in onze ziel ontplooien. Daar staat tegenover de trotse houding van de handcommunie, die te vergelijken is met de farizeeër die denkt zichzelf het heil te kunnen geven door de uiterlijke navolging van de wet, maar die geen nederige en eenvoudige afhankelijkheid kent tot de liefde van God.

Beoefenen wij de eenvoudige nederigheid, waarin de genade en de liefde van God zo vruchtbaar worden. Stellen wij niet onszelf op de eerste plaats, maar erkennen wij dat wij arme schepselen zijn die volledig afhankelijk zijn van het erbarmen van God.

24 september 2025

Quatertemperdagen in september

Woensdag, vrijdag en zaterdag van deze week zijn Quatertemperdagen. Deze naam is afkomstig van de Latijnse term 'quator tempora' (vier seizoenen).

Vier keer per jaar (in elk van de vier seizoenen) staan Quatertemperdagen op de kalender op woensdag, vrijdag en zaterdag in één bepaalde week. Elke dag kent een eigen liturgie, die zelfs voorrang heeft op bepaalde heiligen.

In september vallen de Quatertemperdagen rond de aanvang van de herfst, in december worden zij gevierd tijdens de derde week van de Advent (winter), in de lente vallen deze dagen in de week na de eerste zondag van de Vasten. En in de (vroege) zomer vallen de Quatertemperdagen tijdens het Pinksteroctaaf.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 (Tridentijns Missaal) en hebben hun wortels in vroeg-christelijke tijden. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) In de eerste eeuwen van het christendom was het gebruikelijk om wekelijks te vasten op woensdag en vrijdag. Op woensdag, omdat Christus op die dag is verraden; op vrijdag, omdat Hij op die dag is gekruisigd. In Rome kwam daar de zaterdag bij, de dag waarop Christus in het graf verbleef.

In de derde eeuw raakten de wekelijkse vastendagen wat op de achtergrond, maar werd er juist gevast bij de wisseling van de seizoenen. Zo ontstonden de Quatertemperdagen. Het zijn dagen van gebed, boete, inkeer, vasten en onthouding.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

23 september 2025

Heilige Pius van Pietrelcina (Padre Pio), priester en belijder

Padre Pio werd geboren als Francesco Forgione op 25 mei 1887 in Pietrelcina in het aartsbisdom Benevento (Zuid-Italië). Op 16-jarige leeftijd trad hij in bij de orde der kapucijnen in Morcone. Daar kreeg hij de kloosternaam Pio. Na zijn priesterwijding in 1910 verbleef hij om gezondheidsredenen zes jaar in zijn ouderlijk huis. In 1916 stuurden zijn oversten de zieke pater naar het klooster San Giovanni Rotondo, waar hij tot zijn dood zou blijven.

Op 20 september 1918 voltrokken zich bij hem voor het eerst de zichtbare mystieke tekenen die zijn gehele leven zouden beheersen. Padre Pio ontving de zogeheten stigmata, de vijf open wonden van de gekruisigde Jezus. Uit de ongeneeslijke wonden in zijn handen, voeten en zijde stroomde bloed dat een heerlijke geur verspreidde. Pio’s oversten onderwierpen hem aan lastige wetenschappelijke onderzoeken. Door de stigmata en de talrijke wonderen die er rond hem gebeurden, stroomden er grote aantallen pelgrims naar San Giovanni Rotondo. Velen stonden uren in de rij om bij de gekwelde pater te biechten. Op zondag 22 september 1968 zakte hij tijdens de viering van de Hoogmis in elkaar. Pio was aan het einde van zijn lichamelijke krachten en in de nacht van zondag op maandag kwam er een eind aan zijn getormenteerde, aardse bestaan.

Nadat hij vredig was ingeslapen, verdwenen de stigmata. Steeds heeft Pio geprobeerd de stigmata te verbergen, omdat hij niet als een kermisattractie beschouwd wilde worden. De helse pijnen waaraan hij leed, wilde hij het liefst in volstrekte anonimiteit dragen en offeren voor de redding van de zielen in het vagevuur. Van geen enkele heilige uit de moderne tijd zijn zoveel verslagen over wonderbaarlijke verschijnselen opgetekend als van Pio. Zo was hij helderziend, beschikte hij over de gave van bilocatie (op twee plaatsen tegelijkertijd aanwezig zijn) en genezing, en verspreidde hij een heerlijke geur. Pio was allerminst een zwever. Hij was zeer praktisch ingesteld. Dat bleek onder meer uit zijn wens om in de buurt van zijn klooster een hypermodern ziekenhuis te laten bouwen. Met steun van pelgrims werd deze wens werkelijkheid. Padre Pio werd in 1999 zalig verklaard. Paus Johannes Paulus II verklaarde hem heilig op 16 juni 2002.

Zijn gedachtenis wordt gevierd op 23 september (Novus ordo).

21 september 2025

September - OLV-van-Smartenmaand: Als zich uw geest in God verblijdt (melodie: Jesu dulcis memoria)



Als zich uw geest in God verblijdt,
als gij, gewond door smarten, schreit,
als gij het kleed der glorie draagt,
u onze hulde, Moedermaagd.

Gegroet, bedrukte, met uw Zoon,
benauwd gewond door gesel, kroon.
Aan 't kruis genageld en bespot;
o, mart'laresse met uw God.

Gegroet, als Jezus zegepraalt,
de Geest in vlammen nederdaalt,
als gij, met sterrenkrans gekroond,
o, Koningin, in glorie troont!

Vijftiende zondag na Pinksteren

Epistel
Gal. 5, 25-26; 6, 1-10
Broeders, nu wij een geestelijk leven in ons dragen, zorgen wij nu ook naar de geest te leven. Laten wij geen ijdele eer najagen, zodat wij elkander tergen of benijden. Broeders, ook als iemand onbedacht in zonde is gevallen, dan moet gij, als geestelijke mensen, zo iemand terechtwijzen in de geest van zachtmoedigheid, en wel acht geven op u zelf, dat ook gij niet in bekoring komt. Draagt elkanders lasten; dan zult gij zo de wet van Christus vervullen. Want als iemand zich verbeeldt, dat hij wat is, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zichzelf. Laat daarom iedereen zijn eigen werk onderzoeken; dan zal hij alleen bij zichzelf reden hebben om te roemen, zonder zich te vergelijken met een ander. Want iedereen zal zijn eigen last moeten dragen. Wie echter onderricht ontvangt in de leer, moet aan degene, die hem onderricht geeft, van alle goeds meedelen. Wilt u zelf niet misleiden; God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Daarom – wie in het vlees zaait, zal ook van het vlees het verderf oogsten; wie echter zaait in de geest, zal van de geest eeuwig leven oogsten. Laten wij derhalve het goede blijven doen, zonder te verslappen; want als wij de moed niet opgeven, zullen wij te zijner tijd oogsten. Daarom – laten wij, zolang wij tijd hebben, goed doen aan iedereen, maar vooral aan de huisgenoten des geloofs.

Evangelie
Lc. 7, 11-16
In die tijd ging Jezus naar een stad, die Naïm heette; en Hij was vergezeld van Zijn leerlingen en een talrijke menigte. Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, een enige zoon van zijn moeder, en deze was weduwe; en een grote menigte uit de stad was bij haar. Toen de Heer haar zag, kreeg Hij innig medelijden met haar en zei tot haar: Ween niet! Dan kwam Hij naderbij en raakte de lijkbaar aan. (De dragers bleven stilstaan.) Vervolgens sprak Hij: Jongeling. Ik zeg u: sta op! En de dode ging overeind zitten en begon te spreken. En Hij gaf hem terug aan zijn moeder. En vrees greep allen aan, en zij verheerlijkten God en zeiden: Een groot profeet is onder ons opgestaan, en: God heeft Zijn volk bezocht.

Overweging
Door de tranen van de treurende moeder werd Jezus bewogen haar zoon uit de banden van de dood te bevrijden en terug te geven aan zijn moeder. Deze gebeurtenis is allereerst vanzelfsprekend een historische gebeurtenis, die ons de liefde en de goedheid van God laat zien. Verder is deze gebeurtenis in overdrachtelijke zin ook vandaag voor iedere mens werkelijkheid.

Door de zonde sterft de mens een nog diepere dood dan het sterven van het lichaam. De zonde berooft de mens van zijn eeuwige bestemming. Voor degene die in zonde sterft, blijf alleen het verschrikkelijke hellevuur, in alle eeuwigheid, zonder einde, zonder vermindering. Bedriegt uzelf niet, en denkt niet dat God dat toch niet zal toelaten. De waarheid is dat de zondige mens het zelf toelaat.

God is vol van erbarmen, zoals wij in het Evangelie hebben gehoord. Hij wekt de zondaar op tot leven, nu niet langer zoals die jongeman, maar door het sacrament van de biecht. God bevrijdt ons niet van de lichamelijke dood, maar van de eeuwige dood, als wij maar nederig en boetvaardig tot Hem naderen door middel van een gewijde priester.

Zonder de tranen van de wenende moeder zou in het Evangelie de jongeman niet zijn opgewekt. Ook de Kerk weent als een liefdevolle moeder om haar afgedwaalde kinderen. Zonder deze tranen en zonder haar gebed, waartoe ook ons persoonlijke gebed wordt gerekend, zou menig zondaar zich nooit hebben bekeerd. Wij leven in een tijd waarin de mens van kleins af aan tot zonde wordt aangezet, waarin gezin en samenleving geen veilig toevluchtsoord meer zijn. Des te meer moeten wij, christenen, bidden voor de bekering van de zondaars en offers brengen. Tegelijkertijd moeten wij ook waakzaam blijven om niet zelf met de dodelijke infectie van de zonde te worden besmet.

Zoals de menigte uit het Evangelie moeten ook wij met vrees worden vervuld en God verheerlijken, en Hem niet steeds weer vergeten. God is de werkelijkheid om Wie alles zich beweegt, en zo moet het ook zijn in ons leven. Als wij dood zijn in de zonde, dan kunnen wij alleen door Zijn erbarmen opnieuw tot leven komen, zoals niemand zichzelf het leven terug kan geven na de lichamelijke dood. God Zelf heeft tot de wereld gesproken, en de Kerk spreekt al 2000 jaar tot de wereld om God te dienen, maar de mens blijft steeds maar niet luisteren, omdat hij zich liever laat verblinden door de schijn van het wereldse. Deze schijn zal velen tot de eeuwige dood en verdoemenis brengen, omdat zij de tijd van erbarmen niet hebben willen kennen.

Deze waarschuwing is ook tot ons gericht. Heft steeds uw ogen naar de hemel en laat het wereldse spektakel achter u. Weest mensen die meer de taal van het gebed spreken, dan het gekabbel van deze wereld. Zorgt ervoor dat u de wereld doorziet, vertrouwt niet op de gezaghebbers in onze wereldse maatschappij, die voor u een pad van dood en ellende hebben geplaveid, maar luister naar en doe de Wil van God, zoals zeker ook de jongeman uit het Evangelie gedaan zal hebben, nadat hij tot het leven terugkeerde. Nemen wij onze toevlucht tot de heilige katholieke Kerk, de enige moeder die voor ons bij de Heer kan vragen om ontferming.

19 september 2025

19 september: H.H. Januarius, bisschop, en gezellen, martelaren

In het jaar 305, onder het bewind van keizer Diocletianus, weigerde de ongeveer dertigjarige Sosimus te offeren aan de Romeinse oppergod Jupiter. Na enkele gruwelijke folteringen werd hij in Puzzeoli gevangen gezet. Zijn christenbroeders Proculus, Eutyches en Acucius wilden hem daar komen bezoeken en werden op hun beurt gearresteerd, gefolterd en eveneens in de gevangenis geworpen. Toen dat alles bisschop Januarius ter ore kwam ging hij op weg om zijn mensen in de gevangenis te bezoeken. Hij werd onderschept en onderging hetzelfde lot als zijn medechristenen. Januarius werd in een gloeiende vuuroven gedompeld. Maar dat deerde hem niet; midden in de vlammen begon de heilige hardop Gods lof te zingen, zoals dat het geval was bij de drie jongelingen in het boek Daniël. Ook moest hij in de arena vechten met wilde dieren maar de dieren deden hem niets. Zijn diaken Festus en zijn voorlezer Desiderius gingen op bezoek bij hun bisschop. Ook zij werden opgepakt en tezamen met Januarius naar Puzzeoli afgevoerd. Daar werden ze de dag na hun aankomst onthoofd.

De relieken van Januarius werden overgebracht naar het nabij gelegen Napels. in 831 kwamen ze naar Benevento, in 1154 naar het klooster Monte Vergine en in 1497 gingen ze weer terug naar de kathedraal San Gennaro (Sint Januarius) van Napels, waar zijn gebeente en bloed worden bewaard tot op de huidige dag. Zijn bloed wordt bewaard in een ampul in de San Gennarokapel. Drie keer per jaar, op de zaterdag voor de eerste zondag van mei, op 19 september en op 16 december, wordt het bloed weer vloeibaar.

Januarius is een van de bekendste patroonheiligen van de stad Napels. Daarnaast is hij beschermheilige van de goudsmeden (vanwege de gloeiende oven). Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen vulkaanuitbarstingen van de Vesuvius.