Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

30 oktober 2025

Van 1 tot en met 8 november: Dagelijks een volle aflaat voor de zielen in het vagevuur

In de eerste acht dagen van november bestaat de mogelijkheid om dagelijks een volle aflaat te verkrijgen voor de zielen in het vagevuur. De algemene voorwaarden voor deze aflaat zijn: gaan biechten (eventueel 8 dagen ervoor of erna), ontvangst van de heilige communie op de dag waarop men de aflaat wil verdienen, bidden voor de intenties van de Heilige Vader (onder meer voor de uitbreiding van het geloof, de uitroeiing van ketterijen, de verheffing van de heilige Kerk en de bekering van de zondaars), onthechting van iedere zonde, zelfs de dagelijkse zonden, en de bedoeling hebben de volle aflaat werkelijk te verdienen.

Op de dag van Allerzielen is een bezoek vereist aan een kerk of kapel om voor de zielen te bidden en een Onzevader en het credo voor de intenties van de Paus. Op de andere dagen tot en met 8 november geldt: een bezoek brengen aan een kerkhof en bidden voor de zielen in het vagevuur en voor de intenties van de Heilige Vader.

29 oktober 2025

Allerheiligen en Allerzielen

Op zaterdag 1 november viert de Kerk het hoogfeest van Allerheiligen. Dit is een verplichte kerkelijke feestdag. We vieren dit feest in onze kerk als volgt:
09.45 uur: Gelezen heilige Mis
11.00 uur: Gezongen Hoogmis

Op Allerzielen (dit jaar op maandag 3 november) bidt de Kerk voor de overleden gelovigen. Voor hun zielenrust worden meerdere H.H. Requiemmissen opgedragen, op de volgende tijdstippen:
11.00 uur: Gezongen H. Requiemmis met absoute
13.00 uur: Gelezen H. Requiemmis
15.00 uur: Gelezen H. Requiemmis, aansluitend (16.00 uur): Gezongen Vespers van Allerzielen
19.00 uur: Gelezen H. Requiemmis met absoute

28 oktober 2025

28 oktober: H.H. Simon en Judas, apostelen, feest

In die dagen ging Hij naar het gebergte om te bidden en bracht de nacht door in gebed tot God. Bij het aanbreken van de dag riep Hij Zijn leerlingen bij Zich en koos er twaalf uit, aan wie Hij tevens de naam van apostel gaf: Simon, aan wie Hij tevens de naam Petrus gaf, diens broer Andreas, Jakobus, Johannes, Filippus, Bartolomeus, Mattheüs, Tomas, Jakobus de zoon van Alfeus, Simon met de bijnaam 'IJveraar', Judas, de broer van Jakobus, en Judas Iskariot, die een verrader werd. (Lc. 6,12-16)

Simon behoorde daarvoor tot de partij van de Zeloten, die met geweld de verwezenlijking van de Messias wilde doordrijven. Vandaar de naam 'IJveraar'. Simon is de zoon van Maria van Klopas, de zuster van de maagd Maria. Mattheüs noemt hem 'broeder des Heren', 'broeder' betekent hier 'neef'.

Judas Taddeus is de patroon van hopeloze zaken, waarschijnlijk omdat hij als naamgenoot van de verrader niet zo gemakkelijk werd aangeroepen, tenzij in hopeloze gevallen. Ook hij is een 'broeder des Heren' en de broer van Jakobus de Jongere zoals deze zich noemt in zijn brief die opgenomen is in de Heilige Schrift. De bijnaam Taddeus betekent: groothartige, onverschrokken.

Simon preekte het Evangelie in Egypte en Judas in Mesopotamië. Later hebben zij elkaar ontmoet in Perzië en zijn daar, na een zegenrijke missiearbeid, de marteldood gestorven.
De datum van 28 oktober zou teruggaan op de overbrenging van hun relieken naar Rome.

Judas is patroon van in ernstige nood en vertwijfeling verkerenden. Simon de Zeloot is patroon van in ernstige nood en vertwijfeling verkerenden, ververs, leerlooiers, leerbewerkers, wevers, metselaars, houthakkers en boswerkers.

26 oktober 2025

Aan U, o Koning der eeuwen


Hoogfeest van onze Heer Jezus Christus, Koning

Het raam met de afbeelding van Christus Koning boven de ingang van onze kerk.

Daartoe ben Ik geboren en daartoe juist in de wereld gekomen,
om te getuigen voor de waarheid.
Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar Mijn stem.


Epistel
Kol. 1, 12–20
Broeders, wij brengen dank aan God de Vader, Die ons waardig heeft gemaakt deel te mogen hebben aan het lot der heiligen, in het volle licht. Hij heeft ons ontrukt aan de macht der duisternis en overgebracht naar het rijk van Zijn beminde Zoon, in Wie wij de verlossing bezitten, de vergiffenis der zonden, door de kracht van Zijn Bloed. Deze is het beeld van de onzichtbare God, geboren vóórdat alles geschapen werd; want in Hem werd alles geschapen, wat in de hemel en op aarde is, het zichtbare en het onzichtbare, tronen zowel als heerschappijen, overheden en machten; alles is door Hem en in Hem geschapen. Zo bestaat Hij vóór allen, en alles bestaat in Hem. Hij is ook het Hoofd van het lichaam, dat wil zeggen van de Kerk. Hij is het begin, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de eerste plaats zou hebben. Want het was besloten, dat in Hem alle volheid zou wonen, en dat Hij vrede zou brengen door het Bloed van Zijn kruis en door Zijn toedoen alles weer met God zou verzoenen, wat op de aarde of wat in de hemel is: in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 18, 33–37
In die tijd zei Pilatus tot Jezus: Zijt Gij de Koning van de joden? Jezus antwoordde: Stelt gij die vraag uit u zelf of hebben anderen u dat van Mij gezegd? Pilatus hernam: Ben ik dan soms een jood? Uw eigen volk en de opperpriesters hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt Gij gedaan? Jezus gaf ten antwoord: Mijn rijk is niet van deze wereld. Als Mijn rijk van deze wereld was, zouden ongetwijfeld Mijn dienaren er voor strijden, dat Ik niet aan de joden werd overgeleverd; maar Mijn rijk is nu eenmaal niet van hier. Toen zei Pilatus tot Hem: Dus Kóning zijt Gij? Jezus antwoordde: Ja, gij zegt het; Kóning ben Ik. Daartoe ben Ik geboren en daartoe juist in de wereld gekomen, om te getuigen voor de waarheid. Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar Mijn stem.

Overweging
Op de laatste zondag in oktober viert de Kerk - althans dat deel van de Kerk dat de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 volgt - de glorie van Christus. Hij is de Koning van de koningen en de Heer van de heren. Over Zichzelf zegt Hij: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde”. Als aan Christus alle macht gegeven is, dan volgt daaruit noodzakelijkerwijs, zo schreef paus Leo XIII, dat Zijn gezag het hoogste moet zijn, absoluut en onafhankelijk van iedereen, zodat geen enkele macht aan Zijn Macht evenwaardig is of daarop lijkt. En daar die macht Hem gegeven is zowel in de hemel als op aarde, moeten hemel en aarde Hem gehoorzamen.

Jezus Christus is koning, Hij is opperheer, aan Hem is alles onderworpen. Daarom is het ook juist dat iedereen aan Zijn woorden, aan Zijn leer en aan Zijn wensen gehoorzaamt. In het licht van een opkomend zelfbeschikkingsrecht van de volkeren en een afnemend respect voor het inzicht dat de overheid door God is ingesteld heeft paus Pius XI het feest van de universele heerschappij van Christus ingesteld.

Wie aan Hem onderdanig is, vindt de vrijheid. Deze vrijheid is een andere vrijheid dan die de wereld ons voorhoudt. De vrijheid die het koningschap van Christus geeft is namelijk te vinden in het beleven van de Waarheid. Alleen die Waarheid verzekert ons van de hoogste en de eigenlijke vrijheid. De afhankelijkheid hierin van God en van Christus en van Zijn heilige katholieke Kerk is geen slavernij, maar de weg naar het zuiverste geluk.

Ieder van ons is van Jezus afhankelijk. Hij is de Redder voor iedereen, Hij is de enige Waarheid. Hij is de Weg door dit leven, en daarom is Hij ook onze Koning. Hoe meer wij inwendig Zijn heerschappij erkennen en aanvaarden, des te meer zal de goddelijke rijkdom van liefde ons vervullen met licht, kracht en geluk. Zijn Rijk – zo bidden wij vandaag in de prefatie van de Mis – is een rijk van waarheid en van leven. Zijn Rijk is een rijk van heiligheid en van genade. Zijn Rijk is een rijk van gerechtigheid en vrede. Deze prefatie is als een program voor ons leven en tegelijkertijd een belofte.

Wie Christus zoekt, zich totaal aan Hem onderwerpt en ook in alles van Hem afhankelijk wil zijn, vindt waarheid en leven. Want hij belijdt Hem als zijn Koning, en de Koning zal hem Zijn gunsten bewijzen. Dit geldt zowel voor de staten en volkeren als voor de individuele mens.

25 oktober 2025

Toewijdingsgebed aan het Heilig Hart van Jezus voor het feest van Christus Koning


Allerzoetste Jezus, Verlosser van het mensdom, zie op ons neer, nu wij in alle ootmoed voor Uw altaar zijn neergeknield. Wij behoren U toe, en wij willen U ook toebehoren; maar, om nog inniger met U verenigd te worden, wijdt ieder van ons zich heden vrijwillig toe aan Uw allerheiligst Hart.

Velen hebben U nooit gekend, velen hebben Uw geboden veracht en zich van U afgekeerd.

Allergoedertierenste Jezus, heb medelijden met al deze mensen en trek hen allen tot Uw heilig Hart, Heer, wees Koning, niet alleen over de getrouwen, die zich nooit van U hebben verwijderd, maar ook over de kinderen, die, als de verloren zoon, U hebben verlaten. Maak, dat ze spoedig terugkeren naar het Vaderhuis en dat ze niet omkomen van ellende en honger.

Wees Koning over hen, die door dwaling zijn misleid of door scheuring zijn afgescheiden. Breng hen terug in de haven van de waarheid en tot de eenheid van het geloof, opdat er weldra één kudde zal zijn en één herder.

Wees de Koning over allen, die nog ronddolen in de duisternis van het heidendom of de islam, en leid hen tot Uw licht en Uw rijk.

Sla Uw barmhartige ogen op de kinderen van het volk, dat zo lang Uw uitverkoren volk is geweest. En moge het Bloed, dat weleer over hen is afgeroepen, ook nu over hen neerkomen, maar dan als een doopsel van verlossing en van leven.

Heer, geef aan Uw Kerk ongestoorde vrede en vrijheid. Schenk aan alle volken rust en orde. Geef, dat over de gehele aarde eindelijk deze éne kreet weerklinke: Eer aan het goddelijk Hart, dat ons het heil heeft gebracht! Aan dat Hart zij eer en lof in eeuwigheid. Amen.

24 oktober 2025

24 oktober: Heilige Raphaël, aartsengel

Sint Raphaël, uw tijding bracht
de herders in de winternacht
het mooiste dat een mens kan horen:
Dat Jezus heden is geboren.
Ach engel, zing mij ’t zelfde woord
als ooit de duivel mij bekoort.


Gabriël Smit


In het bijbelboek Tobit wordt verhaald hoe de aartsengel Raphaël de jonge Tobias begeleidt op zijn weg van Nineve naar Ekbatana. Hij helpt hem bij het vangen van een gevaarlijke vis. Daarnaast bevrijdt hij het meisje Sara van een boze geest. Telkens wanneer zij de huwelijksnacht met een bruidegom doorbracht, bleek deze de volgende ochtend te zijn overleden; dat was haar al zes keer overkomen. Maar Tobias, de zevende bruidegom, bleef door Raphaëls voorzorgen in leven. Uiteindelijk wist de jonge Tobias op aanwijzing van zijn reisgezel Raphaël zijn oude vader Tobit van diens blindheid te genezen met de gal van een gevangen vis. Ongetwijfeld een toespeling op de betekenis van zijn naam: Raphaël = 'God geneest'.

Aan het eind van het verhaal maakt Tobias' reisgezel zich bekend als Raphaël, een van de zeven engelen die voor de heerlijkheid Gods staan. Daar dragen zij de gebeden van de heiligen op tot voor Gods troon.

Paus Benedictus XV stelde zijn feest op 24 oktober. Hij is patroonheilige van artsen, apothekers, verplegend personeel en zieken; van gehuwden (vanwege zijn rol bij de bruid Sara in het boek Tobit); op grond van datzelfde verhaal is hij ook patroon van alle mensen die op reis of onderweg zijn: daar behoren ook toe schippers, pelgrims, emigranten, vakantiegangers, dagjesmensen en spoorwegpersoneel; van mijnwerkers, bergbewoners en dakdekkers; van arme zielen (die hij begeleidt tot voor Gods troon). Hij wordt aangeroepen tegen oogziekten en tegen de pest.

Door zijn rol in het verhaal van de jonge Tobias werd hij ook patroon van opvoeders en ieder die jonge mensen begeleidt op hun weg naar volwassenheid.

20 oktober 2025

Rozenkransmaand: O Maria, die daar staat (Guido Gezelle)



O Maria, die daar staat,
gij zijt goed en ik ben kwaad.
Wilt gij mijn arme ziele gedenken?
'k Zal u een Ave Maria schenken.
Ave, ave Maria!

O Maria, die mij ziet,
gij hebt alles, ik heb niet.
Wilt gij mijn arme ziele gedenken?
'k Zal u een Ave Maria schenken.
Ave, ave Maria!

O Maria, in den strijd,
toon dat gij mijn Moeder zijt.
Wilt gij mijn arme ziele gedenken?
'k Zal u een Ave Maria schenken.
Ave, ave Maria!

19 oktober 2025

Missiezondag: Gebed voor de uitbreiding van het Geloof

O eeuwige God,
Schepper van al wat bestaat,
gedenk dat de zielen der ongelovigen
door U geschapen werden
naar Uw beeld en Uw gelijkenis.
En zie, o God,
hoe te Uwer oneer de hel ermee vervuld wordt.
Vergeet niet dat Jezus, Uw Zoon,
de bitterste dood voor hun zaligheid geleden heeft.
Ik smeek U, o Heer,
gedoog niet langer dat Uw Zoon
door de ongelovigen miskend wordt.
Laat U bedaren door de gebeden Uwer heiligen
en die der heilige Kerk,
de bruid van Uw goddelijke Zoon.
Wees Uw barmhartigheid indachtig.
Vergeet hun afgoderij en hun ongelovigheid
en maak dat zij eindelijk ook Degene mogen kennen,
Die Gij gezonden hebt,
Jezus Christus, onze Heer,
Die ons leven, onze verrijzenis, onze zaligheid is,
door Wie wij verlost en zalig geworden zijn,
en aan Wie alle eer toekomt
in de eeuwen der eeuwen. Amen.

H. Franciscus Xaverius

Negentiende zondag na Pinksteren

Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.

Epistel
Efes. 4, 23–28
Broeders, vernieuwt u zelf wat uw geestelijke gesteltenis betreft, en bekleedt u met de nieuwe mens, naar Gods beeld geschapen in gerechtigheid en heiligheid, die voortvloeit uit de waarheid. Daarom moet gij de leugen afleggen en ieder tegenover zijn evenmens de waarheid spreken; want wij zijn ledematen ten opzichte van elkander. Als gij toornig wordt, zondigt dan niet; laat de zon over uw gramschap niet ondergaan. Geeft de duivel geen kans. Wie een dief was, moet zorgen voortaan niet meer te stelen; laat hij liever werken en met eigen handen nuttige arbeid verrichten, om zo iets te hebben, dat hij kan geven aan iemand, die gebrek lijdt.

Evangelie
Mt. 22, 1–14
In die tijd richtte Jezus Zich in gelijkenissen tot de opperpriesters en farizeeën, en sprak: Het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die een bruiloftsmaal aanrichtte voor zijn zoon. En hij zond zijn dienaren uit, om de genodigden ter bruiloft te roepen, maar zij wilden niet komen. Opnieuw zond hij andere dienaren met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Ziet, mijn gastmaal staat gereed, mijn ossen en mestvee zijn geslacht, en alles is klaar; komt nu ter bruiloft! Maar zij stoorden zich er niet aan, en gingen heen, de een naar zijn landgoed, de ander naar zijn zaken; en weer anderen grepen zijn dienaren vast, mishandelden hen en bracht hen om het leven. Toen de koning dit hoorde, ontstak hij in toorn; hij zond zijn legers, verdelgde de moordenaars, en stak hun stad in brand. Vervolgens zei hij tot zijn dienaren: Het bruiloftsmaal is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten van de wegen, en roept allen ter bruiloft, die gij daar vindt! En zijn dienaren gingen heen naar de wegen, en brachten allen, die zij vonden, bijeen, slechten zowel als goeden; en de bruiloftszaal werd met gasten gevuld. Toen nu de koning binnentrad om de gasten te zien, bemerkte hij er één zonder bruiloftskleed aan. En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed aan? Maar de ander stond sprakeloos. Toen zei de koning tot zijn dienaren: Bindt hem handen en voeten, en werpt hem naar buiten in de duisternis: daar zal geween zijn en geknars der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Overweging
Zij, die het eerst op het bruiloftsmaal werden verwacht, hebben de stem van God, die hen riep, niet herkend, omdat zij te diep verwikkeld waren in alle mogelijke aardse aangelegenheden en beslommeringen. Dit gevaar bestond niet alleen toen voor hen, maar dat bestaat ook vandaag nog voor ons. Juist daarom vraagt de Kerk in het openingsgebed en in het slotgebed voor ons dat God ons mag verlossen uit de lichamelijke en geestelijke banden – dat is onze neiging tot de zonde – en ons de nodige vrijheid schenkt om ons te wijden aan het volbrengen van Zijn Wil die Hij ons heeft geopenbaard toen Hij ons door het doopsel riep tot het bruiloftsmaal dat het eeuwig leven is.