Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 september 2018, onder voorbehoud van wijzigingen.

30 november 2017

30 november: Heilige Andreas, apostel

Andreas was de broer van Simon Petrus. Hij was eerst leerling van Johannes de Doper. Beide broers waren visser van beroep. Andreas sloot zich later bij Jezus aan en liet ook zijn broer met Jezus kennis maken. Andreas is de eerste met name genoemde apostel. Hij was de eerste apostel die Jezus volgde, samen met Johannes. Hij leidde ook de eerste heidenen naar Jezus, vlak voordat Hij aan Zijn beulen uitgeleverd zou worden. Steeds stond hij Jezus ter zijde om zijn hulp aan te bieden. Zo was Andreas de apostel die voor de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging een jongen aanwees die broden en vissen bij zich had.

Volgens de overlevering heeft hij na het Pinksterfeest het Evangelie verkondigd in Klein-Azie en in de Donaulanden. Ten tijde van de regeringsperiode van keizer Nero werd Andreas door de stadhouder Ageas gearresteerd. Hij werd gedwongen aan de goden te offeren, maar Andreas hield standvastig vol en bleef weigeren. Daarop sprak de christenhater over hem het doodsoordeel uit. Omstreeks het jaar 60 is hij te Patras in het noorden van de Peloponnesus in Griekenland aan een X-vormig kruis gestorven. Uit liefde voor zijn Heer wilde hij namelijk niet op dezelfde wijze gekruisigd worden als Jezus. We noemen een X-vormig kruis daarom een Andreaskruis. We komen het Andreaskruis tegen in het wapen van Amsterdam en bij spoorwegovergangen.

De heilige Andreas is de patroon van Rusland en van Schotland. Filippus van Bourgondië (Filippus de Schone) stelde in 1429 de ridderorde van Sint Andries in, die wij beter kennen als de orde van het Gulden Vlies.

Andreas ligt begraven in de grafkelder te Amalfi en zijn hoofd lag in de Sint-Pietersbasiliek te Rome. Paus Paulus VI heeft dit hoofd geschonken aan de Patriarch van Constantinopel als een gebaar van toenadering, want in het Oosten is de heilige Andreas een van de meest vereerde heiligen. Hij zou volgens de legende de Kerk van Byzantium hebben gesticht, het centrum van de Oosterse Kerken.

Andreas is patroon van Schotland, Griekenland, Rusland, Spanje, vissers, vishandelaren, slagers, mijnwerkers, touwslagers, waterdragers en voor een goed huwelijk; hij is patroon tegen: jicht, keelpijn, krampen en belroos.

28 november 2017

Informatiebulletin voor de maand december is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand december is verschenen. Naast alle liturgische vieringen in de Advents- en Kersttijd deze maand aandacht voor de lezing voor de Sint-Nicolaasacademie door priester Antoine Bodar, de vijfentwintigste Mars voor het Leven en de tonsuur en inkleding van de tweedejaars seminaristen op het FSSP-seminarie in Wigratzbad.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin december' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

26 november 2017

Laatste zondag na Pinksteren

Laatste zondag van het kerkelijk jaar

Christus als Rechter van levenden en doden.

Epistel
Kol. 1, 9-14
Broeders, wij houden niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij vervuld moogt worden met de kennis van Gods wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om aldus een leven te leiden, dat God waardig is en in alles Hem behaagt, doordat gij vruchten voortbrengt in allerlei goede werken en toeneemt in de kennis van God; ook doordat gij met alle kracht u versterkt door zijn glorievolle macht tot geduld en lijdzaamheid met blij gemoed, vol dankbaarheid jegens God, onze Vader. Hij heeft ons immers de waardigheid verleend, dat wij deel mogen hebben aan het lot der heiligen in het volle licht; en Hij heeft ons ontrukt aan de macht der duisternis en overgebracht naar het rijk van Zijn beminde Zoon, in Wie wij de verlossing bezitten, de vergiffenis der zonden, door de kracht van Zijn bloed.

Evangelie
Mt. 24, 15-35
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: “Wanneer gij de gruwel der verwoesting, waarvan de profeet Daniël heeft gesproken, zult zien heersen op heilige bodem – hij, die dit leest, trachte het te begrijpen! – laten dan zij, die in Judea zijn, vluchten naar de bergen; en hij, die op het dak is, kome dan niet naar beneden, om iets uit zijn huis te halen; en die zich op het land bevindt, moet niet eerst teruggaan om zijn kleed mee te nemen. Ongelukkig de vrouwen, die in die dagen in verwachting zijn of een kind te voeden hebben! En bidt toch, dat uw vlucht niet valt in de winter of op een sabbatdag. Want dan zal er een ellende komen zo groot, als er nooit geweest is van het begin der wereld af tot nu toe, noch ooit weer zal zijn. En als die dagen niet bekort werden, zou er niemand behouden blijven; maar omwille van de uitverkorenen zullen die dagen bekort worden. Als men u dan zegt: Ziet, hier is de Christus! of: daar is Hij! gelooft het niet. Want valse christussen en valse profeten zullen er opstaan, en zij zullen grote tekenen en wonderen verrichten, zodat, als het mogelijk was, zelfs de uitverkorenen in dwaling gebracht zouden worden. Ziet, Ik heb het u voorspeld! Als men u dus zegt: Ziet, Hij is in de woestijn! gaat er niet heen; ziet, Hij is daar binnen in huis! gelooft het niet. Want gelijk de bliksem uitschiet van het oosten en straalt tot in het westen, zo zal ook de komst van de Mensenzoon zijn. Waar het aas ook ligt, daar verzamelen zich de gieren. En terstond na de ellende van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar licht niet meer geven; de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten der hemelen zullen geschokt worden. Dan zal het teken van de Mensenzoon verschijnen aan de hemel, en weeklagen zullen alle volkstammen der aarde. en zij zullen de Mensenzoon zien komen op de wolken des hemels met grote macht en majesteit. Dan zal Hij zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen van de vier windstreken, van het ene uiteinde van de hemel tot aan het andere. Leert van de vijgenboom deze gelijkenis: Als zijn takken zacht worden en de bladeren uitschieten, dan weet gij, dat de zomer nabij is: zo ook, als gij dit alles ziet, weet dan, dat het vlak voor de deur staat. Voorwaar Ik zeg u, dit geslacht zal niet vergaan, voordat al deze dingen geschieden. Hemel en aarde zullen vergaan, maar Mijn woorden zullen niet vergaan.”

Overweging
Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar, ook wel de ‘zondag van het oordeel’ genoemd, spreekt Jezus in het Evangelie over het teken van de Mensenzoon, Die met macht en majesteit aan de hemel zal verschijnen. Dit teken zal de inleiding zijn tot de dag des oordeels. Het teken van de Mensenzoon is – zoals de Kerkvaders reeds opmerkten in hun commentaar op dit stuk Evangelie – het Kruis.

Het Kruis kent in de geschiedenis van het heil meerdere functies. Allereerst was het het instrument om Christus mee te doden. Maar daardoor werd aan het kruis een geheel nieuwe werkelijkheid gegeven; het werd de toegangsweg van het aardse naar het hemelse. Door het vrijwillig vergieten van het goddelijk Bloed werd het kruis verheven tot instrument van de genade en tot een teken van hoop. Ook in het Evangelie van vandaag wordt het als zodanig voorgesteld, als einde van de verschrikkingen en als overgang tot het leven voor de uitverkorenen kinderen Gods.

In de geschiedenis van onze civilisatie kent het kruis ook verschillende tijden. Als centrum van ons handelen en denken en als fundamentele drager van de Westerse beschaving, maar ook tijden van hevige bestrijding en minachting. Maar door alle veranderingen heen blijft het kruis een teken waarvan de mens zich niet los kan maken. Zowel voor- als tegenstanders zijn gericht op de werkelijkheid van het kruis, in positieve of negatieve zin. Het kruis laat niemand neutraal. Door Christus is dit teken een teken van strijd geworden, die fundamenteel gaat over de aanwezigheid van God of het verdringen van de goddelijke werkelijkheid uit het leven en de geschiedenis van de mensen.

25 november 2017

Prolife-middag op zondag 26 november

Zondag 26 november zal rond 13.15 uur voor alle parochianen en overige belangstellenden een prolife-middag worden gehouden in de grote zaal van de pastorie.

De presentatie wordt gegeven door Rutger en Suzanne Schimmel, medewerkers van de Stichting voor Recht Zonder Onderscheid (Stirezo) uit H. Landstichting. Tijdens de presentatie wordt besproken wat abortus is, wat de gevolgen ervan zijn voor vrouwen, en wat we eraan kunnen doen. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan de redenen waarom vrouwen kiezen voor abortus, en welke mogelijkheden er zijn om hun alternatieven te bieden.

Ook komt aan bod wat u kunt betekenen in het concreet voorkomen van abortussen in Nederland.

Dubbelreliek van het heilig Kruis en de Doornenkroon van Christus

In de rechterzijwand van de Agneskerk, vlak naast de doopkapel, bevindt zich een nis waarin een reliekschrijn met een dubbelrelikwie is geplaatst. De reliekhouder bevat een heilige Doorn van de doornenkroon van Christus en een splinter van het heilig Kruis.

In 1660 is deze schrijn met relikwieën door Frans Testa gered uit de brandende Sint-Franciscuskerk in Constantinopel. Sinds die tijd was het reliek in het bezit van de familie Testa. In de 19e eeuw kwam de schrijn terecht in Montpellier (Zuid-Frankrijk), maar in 1911 werd deze weer overgebracht naar Istanbul.
In 1935 is de reliekschrijn overgebracht naar Amsterdam, de toenmalige woonplaats van de familie Testa. Sinds die tijd staat deze schrijn met dubbelrelikwie in onze kerk. Deze zondag, na de Hoogmis op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, zullen we deze in processie ronddragen en kan iedereen persoonlijk de relikwie vereren.

25 november: Heilige Catharina van Alexandrië, maagd en martelares

Catharina werd in de derde eeuw geboren in Alexandrië (Egypte) als dochter van koning Costus. Er is niet veel van haar bekend, het meeste is gebaseerd op legenden. We weten wel dat ze heel mooi was, en rijk en hoogbegaafd. Vooral haar onovertroffen trots wordt vermeld. Geen enkele vrijer was goed genoeg voor haar. Altijd was er wel iets dat niet deugde. Op een dag trof Catharina een oude kluizenaar die haar vertelde dat Jezus Christus haar bruidegom zou worden. Deze uitspraak maakte een diepe indruk op het meisje en ze besloot gemaakte fouten voorgoed te vereffenen en een nieuw leven te beginnen. Ze ging naar een priester en liet zich dopen.

Kort daarop werd er in de stad een feest gevierd ter ere van de goden en iedereen die iets betekende werd uitgenodigd aan dit feest deel te nemen. Ook Catharina ontving deze uitnodiging en werd verzocht iets mee te nemen om aan de goden te offeren. Ze besloot naar Alexandrië te gaan met de bedoeling om de keizer te vertellen dat zijn goden afgoden waren en niet vereerd mochten worden.

Door haar geweldige redenaarstalent wist zij de heersers in verlegenheid te brengen. De keizer riep daarop de 50 beste filosofen en retoren bij elkaar met de bedoeling om haar met haar uitspraken door de mand te laten vallen. Maar toen het moment daar was werden alle argumenten die zij allen aanvoerden met de grond gelijk gemaakt. En alle aanwezigen bekeerden zich tot het christendom. De woedende keizer veroordeelde daarop de 50 geleerden tot de brandstapel. Tot het laatste moment stond Catharina de 50 mannen terzijde. Daarop werd zij zelf gevangen genomen en in de kerker geworpen. Vreselijke folteringen moest zij ondergaan. Zo werd ze met nagels op raderen gebonden.

Wekenlang liet men haar hierop liggen zonder voedsel. Steeds weer stond zij gezond en wel voor de keizer en vertelde hem zijn dwalingen. Tenslotte liet de keizer haar in het jaar 306 onthoofden, zodat hij van haar verlost zou zijn.

Catharina behoort tot een van de veertien helpers in nood. Zij is patrones van leraren, studenten, scholieren, meisjes, maagden, gehuwde vrouwen, theologen, filosofen, universiteiten, bibliotheken, ziekenhuizen, redenaars, molenaars, schippers, kappers, boekdrukkers, schoenmakers, naaisters, notarissen, advocaten, drenkelingen en van veldvruchten, en patrones tegen migraine en tongaandoeningen.

24 november 2017

24 november: Heilige Johannes van het Kruis, belijder en Kerkleraar

Johannes werd geboren op 24 juni 1542 te Fontiveros, nabij Avila, in Spanje. Zijn vader was vanwege zijn huwelijk met een burgerlijk meisje uit de familie verstoten. Hij verdiende de kost als wever. Hij wilde dat Johannes ook wever zou worden, maar zijn weg liep anders: Johannes werd op jeugdige leeftijd ziekenoppasser. Door zijn onafzienbare inzet en naastenliefde voor de zieken was hij een graag geziene persoon in het ziekenhuis van Medina del Campo. Tevens volgde hij een cursus filosofie bij het plaatselijke Jezuïetencollege. In het jaar 1563 trad hij in Medina in bij de orde van de karmelieten. Na zijn professie werd hij naar Salamanca gestuurd. Daar volgde de begaafde Johannes de studies theologie en filosofie.

In 1568 werd hij tot priester gewijd. Door een verzwakkende houding en ‘falende’ leefgewoonten in de karmelietenorde, overwoog hij zijn orde te verlaten en in te treden bij de strengere kartuizers. Toen ontmoette hij de heilige Teresia van Avila en begon hij met de hervorming van zijn orde: de ongeschoeide karmelieten. Hij bleef zijn orde trouw en werd door de karmelieten die de hervormingen niet wilde doorvoeren en zich aangevallen voelden, vastgenomen en zwaar mishandeld. Johannes bleef echter trouw aan de visie van Teresia en in 1578 wist hij te vluchten naar het klooster Calvario. Daarmee was de scheiding tussen de geschoeide en de ongeschoeide karmelieten definitief.

Toen de heilige Teresia in 1582 stierf moest Johannes het gemeenschappelijk werk alleen voortzetten. Vanaf 1588 was hij prior van het Vaderhuis van de ongeschoeide karmelieten in Segovia.

In zijn laatste levensjaren heeft hij veel lichamelijk lijden te verduren gehad. Hij is op 14 december 1591, slechts negenenveertig jaar oud, in het klooster van Ubeda gestorven. Twee jaar later werd zijn lichaam overgebracht naar Segovia.

Op 26 december 1726 werd Johannes van het Kruis door paus Benedictus XIII heilig verklaard. Hij behoort tot de grootste leraren van de mystiek. Paus Pius Xl heeft hem vooral vanwege een aantal van zijn mystieke geschriften in 1926 verheven tot Kerkleraar. Enkele fundamentele uitspraken van het Tweede Vaticaans Concilie zijn letterlijke vertalingen uit de werken van Johannes van het Kruis.

23 november 2017

23 november: Heilige Clemens I, paus en martelaar

De heilige Clemens aanbidt
de heilige Drie-eenheid.

"Ook u, mijn trouwe kameraad, vraag ik: wees haar behulpzaam. Want zij hebben mij bijgestaan in de strijd voor het Evangelie, evenals Clemens en mijn overige medewerkers, wier namen staan in het boek des levens." (Fil. 4,3)

Paus Clemens wordt door de apostel Paulus zijn gezel genoemd. Hij is de derde opvolger van de Heilige Petrus. Hij schreef een brief aan de Korintiërs (niet die van Paulus). Hij treed met gezag op tegenover de Kerk van Korinte. In dezelfde brief staan bewijzen over het verblijf en de marteldood van Petrus in Rome. De brief is verder waardevol voor de kennis omtrent de kerkelijke hiërarchie, de liturgie in die tijd en de dogma's van de Drie-eenheid en over Christus.

Paus Clemens I is een apologeet (verdediger van de leer). Hij werd in de eerste eeuw in Rome geboren en werd in het heidense geloof opgevoed. Door de prediking van de apostel Barnabas vond hij eindelijk datgene waarnaar hij lang op zoek was geweest. Hij liet zich door Barnabas dopen en verder vormen door de heilige Petrus. Petrus was zeer onder de indruk van Clemens en benoemde hem tot zijn opvolger. Na de dood van Petrus weigerde Clemens plaats te nemen op de Heilige Stoel. Linus werd daarop de tweede opvolger. Dit gebeurde in het jaar 64. In het jaar 91 moest Clemens, onder druk van de clerus en het volk, gehoor geven aan de keus die de heilige Petrus reeds gemaakt had.

Verder is er weinig bekend over zijn pausambt. De marteldood van Clemens Romanus staat in ieder geval vast door de traditie van de Kerk, die zijn naam heeft opgenomen in de Canon van de heilige Mis. De heilige Clemens werd door keizer Trajanus naar de Krim verbannen wegens zielenijver en daar met een anker om de hals in zee verdronken.

Een legende vertelt dat paus Clemens tijdens zijn verblijf in de steengroeve door een schaap een bron vond waaruit water opborrelde uit het gesteente. Zo heeft hij zijn medegevangenen gered die dreigden om te komen van de dorst. Zijn lichaam werd door de beide apostelen van de Slaven, Cyrillus en Methodius , naar Rome overgebracht. Daar werd hij in de aan hem toegewijde kerk (San Clemente) bijgezet. Deze kerk is een van de meest bijzondere kerken in Rome omdat zij nog de volkomen liturgische inrichting van de oude kerk toont.

De heilige Clemens is patroon van zeelieden, hoedenmakers, marmerzagers, steenhouwers en kinderen, en patroon tegen kinderziekten, watersnood, storm en onweer.

21 november 2017

21 november: Opdracht van Onze Lieve Vrouw

Vandaag viert de Kerk het feest van de Opdracht van Onze Lieve Vrouw in de tempel (Maria Presentatie). Maria, die vervuld was van de Heilige Geest, was vanaf haar onbevlekte ontvangenis toegewijd aan God.

Dit feest is gebaseerd op het proto-Evangelie van Jacobus, waarin wordt verteld dat de ouders van de heilige maagd Maria, Joachim en Anna, uit dankbaarheid om haar miraculeuze geboorte hun dochter aan God toewijden in de tempel.

In de kerken van het Oosten wordt het feest van de opdracht van de Moeder Gods in de tempel al gevierd sinds de achtste eeuw. Het behoort daar tot een van de twaalf grote feesten. Later werd het feest ook in de Westerse Kerk ingevoerd.

19 november 2017

Vierentwintigste zondag na Pinksteren

Zesde overgebleven zondag na Driekoningen

Epistel
1 Tes. 1, 2–10
Broeders, wij brengen altijd dank aan God om uwentwil, en zonder ophouden blijven wij u indachtig in ons gebed; want wij herinneren ons uw werken van geloof, uw arbeid en liefde en uw volhardend vertrouwen op onze Heer Jezus Christus, voor het oog van God, onze Vader. Immers, broeders, van God bemind, wij weten, dat gij zijt uitverkoren; want onze prediking is tot u gekomen, niet alleen met woorden, maar ook met kracht en met Heilige Geest en met de volle overtuiging; gij weet immers, hoe ons optreden bij u geweest is om uwentwil. En gij zijt navolgers geworden van ons en van de Heer; gij hebt de prediking aangenomen onder veel verdrukking, maar met vreugde van de Heilige Geest; en zo zijt gij een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaie. Want van u uit is het woord des Heren verder verbreid, niet alleen in Macedonië en in Achaie; maar overal is uw geloof in God bekend geworden, zodat wij geen woord meer daarover hoeven te spreken. Zij zelf immers verhalen van ons, hoe wij bij u hebben gewerkt, en hoe gij tot God zijt bekeerd van de afgoderij om voortaan de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemel te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, Die ons heeft ontrukt aan de toorn, die eens zal komen.

Evangelie
Mt. 13, 31–35
In die tijd hield Jezus de menigte de volgende gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een mostaardzaadje, dat iemand in zijn akker gaat zaaien. Het is wel het kleinste van alle zaden, maar als het is opgeschoten, is het groter dan alle andere moeskruiden; en het wordt een boom, zodat de vogels des hemels in zijn takken kunnen nestelen. Nog een andere gelijkenis hield Hij hun voor: Het rijk der hemelen gelijkt op zuurdeeg, dat door een vrouw wordt gebruikt en vermengd wordt onder drie maten meel, totdat dit geheel is gegist. Dit alles sprak Jezus tot de scharen in gelijkenissen, en zonder deze sprak Hij niet tot hen. Zo werd vervuld, wat door de profeet voorzegd was: Ik zal Mijn mond openen in gelijkenissen, en openbaren, wat verborgen was van de grondvesting van de wereld af.

Overweging
Vandaag wordt ons in het Evangelie het rijk Gods in gelijkenissen voorgesteld. Het wordt vergeleken met de groei van een mosterdzaadje. Uit deze gelijkenis wordt duidelijk dat er een enorme groeikracht zit in het rijk Gods wanneer het zaadje goed wordt opgenomen, en op die manier diep kan wortelen in onze menselijke natuur. Christus kondigt hier Zijn Evangelie aan onder de sluier van een gelijkenis. De boodschap van Christus is bestemd om de gehele wereld, van West tot Oost en van Noord tot Zuid, te vervullen. Overal zal Zijn zegenrijke kracht, Zijn verheven menselijke en Zijn bovennatuurlijke goddelijke kracht hen die Hem willen toebehoren vervullen.

Het rijk Gods is in ons door Zijn heiligmakende genade, en Christus, de Heer, heerst in ons door de inwendige deugden van het hart, namelijk door geloof, hoop en liefde. Het rijk Gods bestaat in onze volledige overgave aan Zijn liefde en aan Zijn licht in alles wat wij doen en zijn. Wanneer alles in ons via verstand en wil op het goddelijke wordt afgestemd, wanneer wij met onze volledige kracht proberen Hem in alles te gehoorzamen, en Zijn genade – die Hij ons in alles aanbiedt – tegemoet komen, dan is het rijk Gods in ons gekomen.

Als wij ons in het rijk Gods laten opnemen en volledig tot dat rijk willen behoren, dan worden wij herschapen en herboren. Dan gaan wij over van de louter menselijke orde naar de goddelijke orde, voor zover dat voor een mens mogelijk is. Jezus, onze Redder, verstaat onder het rijk Gods in ons de ongebroken eeuwige levensgemeenschap met de Vader en Zichzelf in de Heilige Geest. Deze gemeenschap wordt concreet werkelijkheid in ons wanneer de wil in ons zich sterk en zuiver verheft boven de wereld van zelfzucht en geweld, van zorg en vrees, naar God toe. Door een dergelijke houding zal alles van de goddelijke Wil worden vervuld.

Wij zijn Gods rijk op aarde als wij vol zijn van Zijn Geest en toetreden tot Zijn Kerk, en deze tot in ons diepste wezen aanhangen, haar liefhebben, heiligen en verbreiden. Dat is dus dáár waar de heiliging die wij door de Heilige Geest ontvangen zichtbaar wordt, namelijk in de gemeenschap van de heiligen, waartoe wij behoren door onze opname in het mystieke lichaam van de Kerk. Wij worden heilig door het volgen van de ene heilsweg, die Christus is. En daardoor zullen wij tot het rijk van God behoren.

18 november 2017

18 november: Kerkwijding van de basilieken van de heiligen Petrus en Paulus

Sint-Pietersbasiliek te Rome
Basiliek van Sint Paulus te Rome

Op de plaats waar de apostel Petrus ligt begraven, nabij de muren van het circus Nero, werd al heel spoedig door paus Anacletus in het jaar 80 een marmeren herinneringstempel opgericht.
Keizer Constantijn begon met de bouw van een Petrus-basiliek, die in het jaar 326 door paus Silvester werd geconsacreerd. Toen er in de 16e eeuw de nodige restauraties verricht moesten worden, besloot paus Julius II tot de bouw van een geheel nieuwe Sint-Pieterskerk.

In plaats van het herdenkingstempeltje op het graf van Paulus, liet keizer Constantijn in 324 een basiliek bouwen, ongeveer gelijk aan die door hem gebouwd was op het graf van Petrus. Deze werd door paus Siricius in de 4e eeuw ingewijd. In de loop der tijd is deze basiliek dikwijls beschadigd door plundering, aardbeving en overstroming, maar telkens weer gerestaureerd en met kunstschatten verrijkt. Deze basiliek ligt aan de weg naar Ostia en wordt ook wel de Sint-Paulus-buiten-de-Muren genoemd.

17 november 2017

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 18 november 2017

De Sint-Nicolaasacademie biedt in het najaarsseizoen 2017 vier lezingen over waarheid en relativisme. De derde lezing wordt op 18 november gegeven door Damiaan Meeuwissen, jurist en filosoof. Hij gaat in op de vraag wat geloof eigenlijk is en wat er voor nodig is om tot geloof te komen. Het geloven in een hogere waarheid is immers niet meer vanzelfsprekend. Wat zijn de voorwaarden om deze stap te kunnen zetten?

De lezing wordt om 10.00 uur voorafgegaan door een door een heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

14 november 2017

Weet u het nog?

In vorige edities van het Informatiebulletin en in de pastorie zijn zo nu en dan oproepen verschenen die tot doel hebben om het kerkelijk 'bedrijf' zo goed mogelijk te laten verlopen. In de praktijk blijkt dat niet iedereen hieraan gevolg geeft. Daarom graag nogmaals uw aandacht voor de volgende zaken:

➢ Laat het toilet in de pastorie netjes achter; spoel geen zaken door die niet in het toilet thuishoren; sluit het deksel.

➢ Leg geen kranten, folders, gebedskaarten of andere lectuur achter in de kerk; deze worden verwijderd.

➢ Parkeer uw auto niet op het kerkplein.

➢ Respecteer de eindtijd van het koffiedrinken op zondag: tot 13.15 uur.

➢ Laat uw eigen spullen niet achter op de pastorie.

Dank voor uw medewerking!

12 november 2017

Drieëntwintigste zondag na Pinksteren

Epistel
Fil. 3, 17–21; 4, 1–3
Broeders, wees navolgers van mij, en ziet naar degenen, die leven naar het voorbeeld, dat gij van ons ontvangen hebt. Want velen zijn er, van wie ik u dikwijl heb gezegd en nu onder tranen weer herhaal, dat zij een leven leiden als vijanden van Christus’ kruis; hun einde is verderf, want hun buik is hun god en hun eer zoeken zij in hun schande en hun zinnen zijn gericht op het aardse. Onze levenswandel echter is gericht op de hemel, want vandaar ook verwachten wij als Zaligmaker onze Heer Jezus Christus, die ons nietig lichaam zal omvormen en gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam krachtens de macht, die hij bezit, om ook al het andere aan zich te onderwerpen. Derhalve, mijn welbeminde en veelgeliefde broeders, mijn vreugde en mijn kroon, blijft aldus standhouden in de Heer, mijn welbeminden. Ik bid Evodia en smeek Syntyche toch eensgezind te zijn in de Heer. Ja, ook u bid ik, trouwe medewerker, wees voor haar een steun, omdat zij met mij hebben samengewerkt voor het Evangelie te samen met Clemens en mijn andere medewerkers, wier namen staan opgetekend in het boek des levens.

Evangelie
Mt. 9, 18–26
In die tijd was Jezus bezig te spreken tot de scharen, toen er een zekere overste tot Hem kwam, voor Hem neerviel en zeide: “Heer, zo juist is mijn dochter gestorven; maar kom, en leg haar de hand op; dan zal zij weer leven.” En Jezus stond op en ging mee; en ook zijn leerlingen. En zie – een vrouw, die reeds twaalf jaar lang aan bloedvloeiing leed, naderde Hem van achteren en raakte de zoom van zijn kleed aan; want zij dacht bij zich zelf: Als ik slechts zijn kleed aanraak, zal ik genezen! Maar Jezus keerde Zich om; en toen Hij haar bemerkte, zeide Hij: “Heb goede moed, mijn dochter, uw geloof heeft u gered!” En van dat ogenblik af was de vrouw genezen. Toen Jezus bij het huis van de overste kwam en fluitspelers en de weeklagende menigte zag, sprak Hij: “Gaat heen; want het meisje is niet dood, maar slaapt.” En zij lachten Hem uit. Nadat men nu de menigte verwijderd had, ging Hij naar binnen en nam haar bij de hand; en het meisje richtte zich weer op. En de faam hiervan verspreidde zich door geheel het land.

Overweging
Hoe moet de vrouw uit het Evangelie zich gevoeld hebben, toen zij Jezus had aangeraakt en zich genezen wist? Twaalf jaar is een lange tijd en al die tijd had zij zich diep ongelukkig gevoeld, een uitgestotene, afgesneden van de gemeenschap van haar volk. Dat zij de Heer naderde was voor haar een laatste en vertwijfelde poging, nadat alle menselijke middelen hadden gefaald. En nu opeens wist zij dat alle ellende geleden en voorgoed voorbij was. Twaalf jaar als een boze droom eindigen met de liefdevolle woorden van onze Heer: “Schep moed, dochter, uw geloof heeft u gered”.

Indien wij het vergeten zouden zijn, dan weten wij het nu opnieuw, namelijk dat door de genade van Jezus alles anders kan worden. Daarom is het ook niet waar dat wij niet kunnen opstaan uit de staat van geestelijke lauwheid, dat de idealen van geestelijk leven die ons, ja de gehele Kerk, vroeger bezielden, onmogelijk waren en onwerkelijk. Wij – en de Kerk van onze tijd – hebben, zoals die vrouw in het Evangelie, voorheen geprobeerd om ons heil bij de mensen te zoeken, wij zijn bij de menselijke berekening te rade gegaan. En welk een ellende is over ons gekomen! De ziekten van onze tijd, die zich openbaren in Kerk en maatschappij, en in de levens van vele mensen zijn net zo ernstig als het twaalfjarige lijden van de vrouw in het Evangelieverhaal.

De ziekten van onze tijd, die voorkomen in Kerk en maatschappij, en in ons persoonlijk leven, zijn een vrucht van de hoogmoed. Wij denken dat wij wijzer zijn geworden, dat wij het ons toevertrouwde geloofsgoed niet meer nodig hebben. Ja, het lijkt alsof de Kerk zich schaamt voor de edelmoedigheid die haar tot in de jaren van het concilie in het algemeen bezielde, en die zij wist te verdedigen in haar liefdevolle pastoraal aan haar gelovigen. En onder de staten wist zij de wetten van God te verdedigen, tot zegening van de volkeren.

Diep in onszelf verheugde onze gemakzucht zich erover dat wij verstandiger waren geworden en niet meer hoefden te luisteren, en dat ook de anderen, of bijna alle anderen, zich aanpasten aan het leven en aan de eisen van hetgeen de mensen ‘het leven’ noemen. Maar het is fout om het geestelijke leven en het leven van de Kerk, en het leven op zich te beschouwen als een menselijke onderneming of als een louter psychologisch proces. Het leven van de Kerk, ons leven in de Kerk, en het leven op zich is allereerst een leven dat God geeft en niet een leven dat wij moeten invullen of maken.

Wij hebben decennialang getobd met menselijke berekeningen en menselijk pogen, en wij ervaren nu eindelijk dat wij machteloos zijn. De Kerk is een chaos, onze samenleving is een barbarij geworden en midden in deze ellende staan wij als machteloze mensen, zonder oriëntatie, aangetast door ziekte, en zonder hoop op genezing van de wereld. Wij hebben dezelfde ervaring als de vrouw uit het Evangelie van vandaag. Maar zij had uiteindelijk begrepen dat zij zonder Jezus Christus niets vermocht. Nu is de tijd aangebroken waarin ons kan overkomen wat deze vrouw overkwam: uw geloof heeft u gered.

Het inzicht van onze volkomen machtloosheid en het blijde weten dat Hij alles kan liggen vlak naast elkaar, ja, zijn in elkaar vervat. Als wij dit inzicht omzetten in daden, dan pas worden wij genezen. Daarna kunnen wij, evenals die vrouw, terugkeren tot het leven, wetend dat God ons duidelijk heeft gemaakt dat Hij begin en einde is van alles. Deze weg is de weg van iedere mens die gered wil worden en is ook de weg van de Kerk in onze tijd. Dat is niet alleen de weg die ons naar God in het hiernamaals leidt, maar het is tevens de weg die de enige garantie is van een gezonde samenleving. Als wij het hoogste doel willen bereiken, dan sluit dat het juiste gebruik in van het tijdelijke, wel wetend dat deze tijdelijke zaken geen eigen zegening bevatten. Dat is de ervaring die wij kunnen leren van de vrouw uit het Evangelie van vandaag.

11 november 2017

11 november: Heilige Martinus (van Tours), bisschop en belijder

Geboren in 316 te Sabria in Hongarije liet Martinus zich als jongen van 10 jaar in de Kerk opnemen als catechumeen (doopleerling). Vijf jaar later trad hij in het leger en diende onder keizer Constantius en keizer Julianus. Op 18-jarige leeftijd werd hij gedoopt en bleef nog twee jaar in dienst.

Als catechumeen ontmoette hij eens bij de stadspoorten een naakte bedelaar, die hem om Christus' wil een aalmoes vroeg. Omdat hij niets dan zijn wapen had, gaf hij hem een stuk van zijn soldatenmantel. In een droom verscheen hem de avond daarop Christus met de helft van zijn mantel om zich heen geslagen. Hij hoorde Jezus met heldere stem tegen de menigte engelen die om Hem heen stonden zeggen: "Martinus, die nog maar doopleerling is, heeft Mij met dit kleed bedekt. Wat je voor de geringste van Mijn broeders hebt gedaan, dat heb je aan Mij gedaan."

De heilige Hilarius, bisschop van Poitiers werd zijn leraar en voorbeeld. Onder zijn leiding leefde hij als monnik. Toen hij priester was begon hij als missionaris in zijn eigen geboortestreek. Zijn moeder zou als eerste zich bekeerd hebben. Woedende Arianen en heidenen verdreven Martinus uit zijn geboortestreek. Teneergeslagen begaf hij zich naar het eiland Gallinara voor de Italiaanse Riviera. Daar leefde hij enkele jaren als kluizenaar. In het jaar 360 werd hij door Hilarius, die reeds sinds 356 bisschop van Poitiers was, naar Gallia teruggeroepen. Hij bouwde er een kluizenaarscel en en verbleef daar vele jaren. Uit deze eenvoudige cel zou later het eerste klooster van Gallie groeien.

Hij werd in 372 door het volk en de clerus gekozen tot bisschop van Tours, waar hij een klooster bouwde en met tachtig monniken een buitengewoon heilig leven leidde. Hij wilde niet in het bisschopshuis wonen, maar verkoos de armoede. Zijn vriend en levensbeschrijver Sulpicius Severus was vaak ooggetuige van zijn wonderdaden.

Vol overgave verkondigde Martinus overal het Evangelie en bestreed het heersende heidendom. Hij was geliefd bij de gehele bevolking vanwege zijn gerechtigheid en voorbeeldig leven.

De heilige Martinus stierf op 11 november rond het jaar 398 op 80 jarige leeftijd te Candes, een parochie in zijn bisdom.

Martinus is patroon van soldaten, cavaleristen, militairen, ruiters, hoefsmeden, wapensmeden, leerlooiers, wevers, armen, bedelaars, molenaars, gordelmakers, hoteliers, kleermakers, handschoenmakers, hoedenmakers, reizigers, gevangenen, wijnboeren, borstelmakers, omroepers, geheelonthouders, en herders en voor een goede oogst; en patroon tegen uitslag en slangenbeten.

10 november 2017

10 november: Heilige Andreas Avellinus, belijder

Andreas Avellinus is geboren in 1521 in Castronuovo di Sant'Andrea in Zuid-Italië. Bij het doopsel ontvangt hij de naam Lancelotto.

Als jonge priester was hij verbonden aan een kerkelijke rechtbank. Tijdens een verdediging kwam er een keer een klein leugentje over zijn lippen. Vlak daarna las hij bij toeval in de heilige Schrift “Een mond die liegt vermoordt de ziel.” (Wijsheid 1, 11) Diep getroffen door deze woorden legde hij zijn positie bij de rechtbank neer en wijdde zich uitsluitend aan de dienst aan God en het welzijn van de zielen.

In 1566 trad hij in in de orde van de Theatijnen. Toen koos hij de naam Andreas, uit liefde voor het kruis van Christus. Hij werkte zeer ijverig als zielenherder. Met vaderlijke liefde en voorzichtigheid bracht hij als biechtvader ontelbare uren door in de biechtstoel. Hij reisde langs de steden en dorpen in de buurt van Napels om de verlossende boodschap van het Evangelie te verkondigen.

Door de bisschop van Napels werd hij belast met de hervorming van een Napolitaans klooster waar de discipline was zoekgeraakt. Door zijn eigen voorbeeldige levenshouding slaagde hij erin zijn opdracht tot een goed einde te brengen, maar niet zonder kleerscheuren. Hij werd door zijn tegenstanders belaagd en zwaar verwond. Men bracht hem voor verzorging en revalidatie naar het klooster van de Theatijnen. Vanwege zijn intelligentie, zelfdiscipline, onderdanigheid en zuiverheid werd hij uitgezonden om nieuwe vestigingen voor de orde uit te bouwen, zoals in Milaan en Piacenza.

De heilige Carolus Borromeus was een intieme vriend van Andreas Avellinus die hem voor zeer belangrijke kerkelijke aangelegenheden raadpleegde.

In het leven van deze heilige priester komen verschillende wonderen voor. Toen hij een keer samen met een metgezel in slecht weer op weg was naar huis, werd zijn lantaarn gedoofd door de regen en de wind. Zij werden echter niet doorweekt door de regen. Zijn lichaam straalde van licht en zo konden zij in de dichte duisternis toch de weg naar huis vinden.

Velen kwamen bij Andreas om raad vragen. Hij heeft duizenden brieven geschreven. Vermoeid door zijn vele werkzaamheden en verzwakt door zijn leeftijd werd hij op 10 november 1608 getroffen door een beroerte aan de voet van het altaar toen hij de heilige Mis wilde gaan opdragen. Toen hij voor de derde keer sprak “Introibo ad altare Dei” (Ik zal opgaan naar het altaar van God), stierf hij.

In 1712 verklaarde paus Clemens XI hem heilig. Andreas Avellinus wordt vereerd als patroonheilige van Napels en Sicilië. Hij ligt begraven in de Sint-Pauluskerk in Napels.

Andreas Avellinus is patroon tegen een onvoorziene dood en tegen beroertes.

9 november 2017

9 november: Kerkwijding van de Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser, feest

De Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser in Rome is beter bekend als de Sint Jan van Lateranen. Volgens een inscriptie op de voorgevel is zij ‘De Moeder en het Hoofd van alle Kerken in de Stad en van de hele Wereld’. Zij gaat terug op een geschenk van keizer Constantijn en zijn familie.

In de 2e eeuw vóór Christus behoorde het terrein waar de huidige kerk op staat toe aan de senatorenfamilie van de Plautii. Een vooraanstaand lid van deze familie, Plautus Lateranus, was in 65 door keizer Nero terechtgesteld vanwege diens vermeende aandeel in de samenzwering van Gaius Calpurnius Piso tegen de keizer. Het paleis werd geconfisqueerd en tot keizerlijk domein verklaard. Septimius Severus gaf het weer terug aan de nabestaanden van de Plautii.

Toen in de 4e eeuw een verre afstammelinge, Fausta, huwde met keizer Constantijn, behoorde het tot haar bruidschat. Zo kwam het terrein in het bezit van Constantijn. Hij schonk het aan de toenmalige paus Silvester († 335) met de bedoeling dat er de eerste christelijke basiliek zou verrijzen. Met de bouw ervan werd begonnen in 323; het jaar daarop kon de kerk worden ingewijd. Zij was toegewijd aan Jezus Zelf: de Allerheiligste Verlosser. In de 12e eeuw kwamen daar Johannes de Doper en Johannes de Evangelist bij. Sindsdien staat de kerk bekend onder de naam Sint-Jan-van-Lateranen.

De eerste kerk had de vorm van een basiliek. Het moet een imposant gebouw geweest zijn. Het was in ieder geval zo mooi en rijk versierd dat het de bijnaam 'Gouden Basiliek' (basilica aurea) kreeg. In de loop der eeuwen is de kerk herhaaldelijk verwoest, geplunderd en weer opgebouwd. Het huidige gebouw gaat terug op 11e en 12e eeuw, met restanten uit vroeger tijden.

De basiliek is de belangrijkste kerk ter wereld. Daar staat immers de Stoel van Sint Petrus, die zoals de H. Ignatius van Antiochië schreef 'het hoofd is van de gehele liefdesgemeenschap'. Om die reden wordt haar wijdingsdag in de gehele Kerk als feest gevierd.

8 november 2017

8 november: H.H. Vier gekroonde martelaren

De geschiedenis van deze heilige martelaren is erg verwarrend. In het Martyrologium Romanum staat het volgende over hen opgetekend: "Te Rome aan de Via Lavicana op de dag van het overlijden van vier heilige martelaren, de broers Severus, Severianus, Carpophorus en Victorinus. Onder keizer Diocletianus werden ze met loden staven doodgegeseld. Hun namen werden pas vele jaren later bekendgemaakt door een goddelijke openbaring. Aangezien daarvoor niemand hun namen kende werd de jaarlijkse feestdag te hunner ere gevierd onder de titel: De vier gekroonde broers. Ook na de openbaring van hun namen bleef deze titel bestaan."

De basiliek van de H.H. Vier gekroonde martelaren bevat ook de relikwieën van vijf beeldhouwers die onder Diocletianus weigerden om afgoden te maken of om afbeeldingen van de zonnegod te vereren. Uit verslagen blijkt dat zij rond het jaar 300 werden gegeseld, geplaatst in loden doodskisten en ondergedompeld in water.

Diverse historici hebben geprobeerd om de tegenstrijdige verklaringen over de relatie tussen deze twee groepen heiligen te ontwarren; zij hebben onderzocht of deze twee groepen daadwerkelijk hebben bestaan, of het ging om Romeinen, soldaten, steenhouwers enzovoorts.

7 november 2017

Bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 8 november

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is op woensdag 8 november. Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed
12.30 uur: Conferentie met koffie en thee in de pastorie (tot circa 14.00 uur).

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

7 november: Heilige Willibrordus, bisschop en belijder, patroon van de Nederlandse Kerkprovincie en van het bisdom Haarlem-Amsterdam, hoogfeest

Willibrord werd geboren in Northumbrië in Engeland in het jaar 658. Hij kreeg de geloofsopvoeding van de monniken uit het klooster Ripon. Abt was hier de heilige Wilfried die leefde naar de regels van Benedictus. In 678 vertrok Willibrord naar Ierland, naar het klooster van Rathmelsigi. Hier werd hij tot priester gewijd. Samen met een grote schare metgezellen verliet hij in 690 zijn geboorteland en trok de Noordzee over om het geloof in de Friese landen te verkondigen. Aan paus Sergius I vroeg Willibrord de volmacht om in deze streken het geloof te verkondigen evenzo aan de Frankische Hofmeier Pepijn II van Herstal. Paus Sergius wijdde hem tevens tot aartsbisschop van de Friezen. Zijn bisschopszetel vestigde hij in Utrecht.

Dankzij de steun van de Frankische adel kon Willibrord de verkondiging in Friesland gestalte geven. Hij kreeg van Irmana van Ohren, de vrouw van een paltsgraaf, de abdij van Echternach in Luxemburg. Bekend is ook de abdij van Susteren in Limburg. Beide kloosters werden het middelpunt voor de verkondiging van het Evangelie onder de Friezen. Na de dood van Pepijn II in 714 was het niet mogelijk zijn verkondiging in de noordelijke streken voort te zetten. Radboud, de heidense Fries, heroverde al plunderend een groot gebied op de Franken. Nadat koning Karel Martel in 715 Radboud verslagen had, vertrok Willibrord samen met de heilige Bonifatius naar het Noorden. Hij zou zelfs in Denemarken geweest zijn. Willibrord stichtte vele kerken, kloosters en vestingen. Hij legde een stevig fundament voor de opbouw van de Kerk in de Lage Landen en in Duitsland. In 719 begon de heilige Willibrord met grote ijver aan deze taak samen met de heilige Bonifatius. Op 7 november 739 stierf Willibrord in de abdij van Echternach. Hier ligt hij ook begraven.

Paus Pius XII heeft in 1939 Willibrordus uitgeroepen tot patroon van de Nederlandse Kerkprovincie. De heilige Willibrordus is patroon van Nederland en van Luxemburg en van de bisdommen Utrecht, Haarlem-Amsterdam en Luxemburg. Hij is patroon tegen epilepsie, huidziekten en stuipen.

5 november 2017

Tweeëntwintigste zondag na Pinksteren

Geeft aan de keizer, wat van de keizer, en aan God, wat van God is.

Epistel
Phil. 1, 6-11
Broeders, wij hebben het vaste vertrouwen in de Heer Jezus, dat Hij, Die een goed werk in u begonnen is, het ook tot voltooiing zal brengen tot op de dag van Christus Jezus. Het is toch ook alleszins redelijk, dat ik zo over u allen denk; want het blijft mij steeds in de gedachte, dat gij zowel in mijn gevangenschap als bij de verdediging en bevestiging van het Evangelie allen de deelgenoten waart van mijn blijdschap. God immers is mijn getuige, hoezeer ik naar u allen verlang in de liefde van Jezus Christus. En dit is mijn bede: dat uw liefde meer en meer moge toenemen door kennis en volledig begrip, en gij daardoor tot beter inzicht van het goede moogt komen; opdat gij rein en zonder smet moogt zijn tegen de dag van Christus, rijk beladen met vrucht van gerechtigheid door Jezus Christus tot eer en glorie van God.

Evangelie
Mt. 22, 15-21
In die tijd gingen de farizeeën heen en beraadslaagden, hoe zij Jezus met een strikvraag zouden vangen. En zij zonden hun leerlingen op Hem af, samen met de Herodianen, om te vragen: Meester, wij zijn overtuigd, dat Gij oprecht zijt, en de weg Gods naar waarheid leert, en niemand naar de ogen ziet; want Gij kent geen aanzien des persoons. Zeg ons dus: Wat dunkt U: Is het geoorloofd aan de keizer belasting te betalen, of niet? Maar Jezus doorzag hun boos opzet, en zei: Wat tracht gij Mij op de proef te stellen, huichelaars! Laat Mij eens een belastingpenning zien! Zij hielden Hem dan een tienling voor. En Jezus vroeg hun: Van wie is dat beeld en dat opschrift? Zij antwoordden hem: Van de keizer. Toen zei Hij hun: Geeft dan aan de keizer, wat van de keizer, en aan God, wat van God is.

Overweging
Aan God komt alles toe: lichaam, ziel en wil, want van Hem ontvingen wij dat alles, en door Hem wordt het behouden en vermeerderd. Daarom is het passend dat wij alles teruggeven aan Hem, aan Wie wij zowel begin als voortgang verschuldigd zijn. Geef Hem de bron, dan geeft u Hem alles wat uit de bron voortvloeit. Geef Hem de innerlijke citadel van de ziel, schenk Hem uw hart en uw geest. Dat alles komt God toe. Pas dan zijn wij in staat om te begrijpen waarom Jezus in het Evangelie van vandaag op de strikvraag van de herodianen zegt: “Geeft aan de keizer, wat van de keizer is, en aan God, wat van God is.” In feite vraagt Jezus ons alles wat substantieel en wezenlijk is aan God te geven, en het tijdelijke aan de keizer.

Dit antwoord is voldoende, want als wij werkelijk ons binnenste overleveren aan God, dan zal Zijn rijk zich uitbreiden over alle wijken en buitenposten van het leven die aan onze uitwendige activiteiten verbonden zijn, dus over ons doen en over ons spreken. Deze vestiging van Gods heerschappij over al onze daden, het uitvloeien van Zijn rijk naar alle uithoeken van ons bestaan, verloopt bij de ene mens vlugger dan bij de andere. Dit is onder meer afhankelijk van ons temperament. Maar dit proces gaat altijd gepaard met het regelmatig afleggen van de biecht.

In ons innerlijk ligt de toegangspoort van Gods genade. Maar hoe houden wij die poort geopend? Dat doen we eerst en vooral door gebed en door beschouwing van de goddelijke mysteries; door het gesprek dat geen einde neemt, dat een voedzaam zwijgen wordt, geobserveerd voor het aanschijn van de Heer; met andere woorden door de gemeenschap van onze menselijke geest met de Geest Die heiligt.

Aan God komt alles toe, omdat alles wat wij Hem kunnen offeren reeds lang voordat wij het aan Hem offeren van Hem is. En toch verlangt Hij deze offergave. God, Die niets behoeft, vraagt ons Hem Zijn eigen gaven aan te bieden, omdat Hij Zichzelf aan ons wil meedelen, wanneer wij Hem met liefde benaderen. Als wij Hem onze oude mens geven, dan krijgen wij een nieuwe en geheiligde natuur terug die bestemd is om eeuwig in Zijn heerlijkheid voort te leven.

Alles wat wij aan God geven, dat krijgen wij in overvloed terug. Dat begint reeds hier op aarde door het alles overtreffende geloof, en door de vrede die dit geloof ons schenkt als begin van het eeuwig leven.

4 november 2017

Van de pastoor: De zegevierende, de lijdende en de strijdende Kerk zijn één

Beminde gelovigen,

Twee waarheden uit de geloofsschat van de Kerk worden ons in deze maand november voorgehouden, die wij nooit uit ons bewustzijn zouden mogen verliezen, namelijk de zegevierende Kerk in de hemel die wij op Allerheiligen vieren, en de lijdende Kerk in het vagevuur die wij op Allerzielen gedenken. De zegevierende Kerk vormt het doel van de twee daaraan voorafgaande en tijdelijke gedeelten van de Kerk. Dat zijn de strijdende Kerk op deze aarde, waartoe wij nu behoren en waardoor wij hopen eens, gesteund door de sacramenten en de prediking van de Kerk, in Gods vriendschap te sterven, en de lijdende Kerk in het vagevuur, waar zich de zielen bevinden van de overleden gelovigen die nog niet volledig hun schuld op deze aarde hebben uitgeboet, maar toch in staat van genade zijn heengegaan.

Deze drie, de zegevierende, de strijdende en de lijdende Kerk, zijn één-en-dezelfde Kerk, omdat zij hetzelfde Hoofd bezitten, namelijk Jezus Christus. Deze drie maken deel uit van hetzelfde mystieke Lichaam, doordat wij door hetzelfde doopsel zijn ingelijfd in en door Christus.

Op het einde der tijden zullen de strijdende en de lijdende Kerk niet meer in hun voorlopige toestand bestaan, maar aankomen tot de zegevierende staat van de Kerk, dus tot de volheid van haar bestaan, wanneer ook de lichamen zullen verrijzen. Dan zal de bruiloft van het Lam worden gevierd, zoals Johannes beschrijft in zijn openbaring.

Allerheiligen en Allerzielen herinneren ons dus aan de toekomstige gebeurtenissen die al werkelijkheid zijn geworden voor degenen die ons vooruit zijn gegaan in het geloof en verenigd door de genade. Concreet betekent dit dat wij heiligen moeten worden en dat wij voor de zielen in het vagevuur aflaten moeten verdienen om hun lijden te bekorten.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

4 november: Heilige Carolus, bisschop en belijder

Carolus Borromeo werd op 2 oktober 1538 te Arona in Lombardije geboren (zijn moeder kwam uit het geslacht van de Medici). Hij ging op 7-jarige leeftijd naar een kloosterschool, waar hij als geestelijke werd ingekleed. Een voor die tijd normaal gebeuren. Op 21-jarige leeftijd beëindigde hij in Pavia zijn studies in kerkelijk en burgerlijk recht, cum laude. Een jaar later werd hij door zijn oom, paus Pius IV, tot kardinaal verheven. Dit nepotisme (onrechtmatige begunstiging van familieleden) en ander wantoestanden werden later door Carolus fel bestreden door bij de Paus aan te dringen op het uitvoeren van het Concilie van Trente (1545-1563), dat tien jaar heeft stilgelegen.

Door de dood van zijn broer Frederico in 1562 kwam er een ommekeer in zijn leven. Zijn familie zag hem graag gehuwd en zette hem onder druk, maar hij liet zich in 1563 in het geheim tot priester wijden. Enkele maanden later ontving hij de bisschopswijding en werd hij tot aartsbisschop van Milaan benoemd. Hij muntte uit door onthechting, boetvaardigheid en zelfverloochening.

Hij heeft zich een blijvende plaats verworven onder de grote reformatoren van de Kerk door de hervormingsbesluiten van het Concilie van Trente door te voeren. Hij stichtte seminaries, bevorderde de studie, herstelde de tucht in de kloosters, stichtte nieuwe orden en congregaties, schreef een volledige codex van pastorale wetgeving. Dit standaardwerk (Acten van de Milanese Kerk), is nog altijd gezaghebbend. De Ambrosiaanse Ritus is door hem in Milaan bewaard gebleven.

Veel gelovigen vonden hem een lastige scherpslijper, maar dat begon te veranderen toen hij zich tijdens een hongersnood in de schulden stak om voedsel te kunnen uitdelen. En hij won alle harten toen in 1576 de pest uitbrak. De gouverneur en alle bestuurders vluchtten de stad uit; Carolus daarentegen verplichtte elke priester, monnik en non te blijven teneinde de pestlijders bij te staan en gaf zelf dag na dag het voorbeeld. Zodra de epidemie voorbij was, klaagde de gouverneur hem in Madrid en Rome aan wegens overtreding van gemeentelijke voorschriften, maar nu maakte de steun van het volk hem onkwetsbaar.

Op 3 november 1584, stierf hij, 46 jaar oud. Paus Paulus V verklaarde hem in 1610 heilig. Carolus is patroon van de seminaristen en patroon tegen de pest.

3 november 2017

Informatiebulletin voor de maand november is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand november is verschenen. Deze maand onder meer aandacht voor de strijdende, lijdende en zegevierende Kerk, de bijeenkomst van het Legioen Kleine Zielen, een prolife-conferentie en een toelichting op 'wie doet wat?' in onze kerk.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin november' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

2 november 2017

2 november: Allerzielen

Allerzielen is een dag van gebed voor allen die uit dit leven zijn heengegaan en nog niet voor altijd bij de Heer zijn. Het bidden voor de overledenen werd reeds in de 2e eeuw vóór Christus gedaan (zie 2 Makk. 12, 43-45). Men geloofde dat de overledenen hierdoor van hun zonden zouden worden vrijgesproken.

Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) werd de geloofsleer vastgelegd dat er een vagevuur is en dat de overleden gelovigen daar door de gelovigen op aarde kunnen worden geholpen.

Door de vaststelling van de gedenkdag op 2 november wordt de band van deze herdenking met Allerheiligen beklemtoond. Zo wordt benadrukt dat Gods volk, zowel zij die reeds in Gods aangezicht leven als zij die nog onderweg zijn naar de eeuwige zaligheid, één gemeenschap vormt.

Zie: Volle aflaat voor de zielen in het vagevuur.

1 november 2017

Volle aflaat voor de zielen in het vagevuur

De maand november is al eeuwenlang gewijd aan de zalige herdenking van de overleden gelovige zielen. In haar grote zorgzaamheid heeft onze heilige Moederkerk het voor het gelovige volk mogelijk gemaakt om aflaten te verdienen voor de overleden zielen die – op grond van hun onvolledige berouw en gebrek aan boete – als gevangenen hulpeloos in het vagevuur opgesloten zijn totdat zij hun boete hebben gedaan.

Wij kunnen hen te hulp komen door in hun plaats aflaten te verdienen. Vanaf de avond van 1 november tot en met 8 november kunnen wij dagelijks een volle aflaat voor hen verdienen. Voorwaarden zijn dat wij in dit tijdsbestek minstens één keer hebben gebiecht, ons onthechten aan elke zonde, dagelijks de heilige communie ontvangen en dagelijks een Onze Vader, een Weesgegroet en een Eer-aan-de-Vader hebben gebeden voor de intenties van de Heilige Vader. Ook moeten wij dagelijks een katholieke begraafplaats bezoeken en daar bidden voor de overledenen met de intentie om voor hen een aflaat te verdienen.

Het is een daad van werkelijke christelijke liefde om deze mogelijkheid te gebruiken. Denken wij ook aan ons eigen einde. Het is zeker dat degene die niet verzuimd heeft om voor anderen te bidden, zelf niet zal worden vergeten.

1 november: Allerheiligen, hoogfeest

Sinds 1991 is het hoogfeest van Allerheiligen ook voor de Nederlandse Kerkprovincie weer een verplichte feestdag op de datum zelf. En terecht, want op deze dag vieren we de grote eenheid van de Kerk over de grenzen van de dood heen. We gedenken alle mensen die, door Christus’ genade gezuiverd en geheiligd, de hemel zijn binnengenodigd. Daar aanbidden zij de Drie-ene God en spreken voor ons ten beste.