Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 april 2020, onder voorbehoud van wijzigingen.

Alle openbare liturgische plechtigheden tot en met 31 mei 2020 zijn afgelast

Onze kerk is dagelijks (zondag tot en met zaterdag) geopend tussen 10.00 en 11.00 uur voor persoonlijk gebed of biecht.
De kerk wordt stipt om 11.00 uur gesloten. De pastorie is niet toegankelijk, ook niet voor toiletbezoek.
Houdt u óók in het kerkgebouw en op het kerkplein aan de voorgeschreven regels voor hygiëne en veiligheid.

Bidt dagelijks de Rozenkrans en voedt uw ziel met de geestelijke communie!
Moge God Zijn barmhartige Almacht tonen en Zijn rijke erbarming over ons uitstorten.
Mogen wij ons waardig maken om die te ontvangen.


De live-uitzending van vrijdag (15.00 uur) kunt u hier rechtstreeks volgen of terugkijken.

31 december 2019

Te Deum laudamus!



Te Deum laudamus: te Dominum confitemur.
Te aeternum Patrem omnis terra veneratur.
Tibi omnes Angeli, tibi Caeli, et universae Potestates.
Tibi Cherubim et Seraphim incessabili voce proclamant:
Sanctus, Sanctus, Sanctus Dominus, Deus Sabaoth.
Pleni sunt cæli et terra maiestatis gloriae tuae.
Te gloriosus Apostolorum chorus.
Te Prophetarum laudabilis numerus.
Te Martyrum candidatus laudat exercitus.
Te per orbem terrarum sancta confitetur Ecclesia,
Patrem immensae maiestatis:
Venerandum tuum, verum, et unicum Filium.
Sanctum quoque Paraclitum Spiritum.
Tu Rex gloriae, Christe,
Tu Patris sempiternus es Filius.
Tu ad liberandum suscepturus hominem, non horruisti Virginis uterum.
Tu, devicto mortis aculeo, aperuisti credentibus regna caelorum.
Tu ad dexteram Dei sedes, in gloria Patris.
Iudex crederis, esse venturus.
Te ergo quaesumus, tuis famulis subveni, quos pretioso sanguine redemisti.
Aeterna fac cum Sanctis tuis in gloria numerari.
Salvum fac populum tuum Domine, et benedic hereditati tuae.
Et rege eos, et extolle illos usque in aeternum.
Per singulos dies benedicimus te.
Et laudamus nomen tuum in saeculum, et in saeculum saeculi.
Dignare Domine, die isto sine peccato nos custodire.
Miserere nostri, Domine, miserere nostri.
Fiat misericordia tua, Domine, super nos, quemadmodum speravimus in te.
In te, Domine, speravi: non confundar in aeternum.
U, God, loven wij, U, Heer, prijzen wij.
U, eeuwige Vader, eert heel de aarde.
Tot U roepen alle Engelen, tot U de Hemelen en alle Machten.
Tot U de Cherubijnen en Serafijnen, zonder ophouden verkondend:
Heilig, Heilig, Heilig, de Heer, God der legerscharen.
Vol zijn hemel en aarde van de majesteit Uwer glorie.
U looft het roemvolle koor der Apostelen.
U de lofwaardige schaar der Profeten.
U het schitterend leger der Martelaren.
U prijst over heel het aardrijk de heilige Kerk:
de Vader, onmetelijk in majesteit,
Uw aanbiddelijke waarachtige en eengeboren Zoon,
alsmede de Vertrooster, de Heilige Geest.
Gij zijt de Koning der glorie, Christus.
Gij zijt van de Vader de eeuwiggeboren Zoon.
Gij, Die om de mens verlossing te brengen niet hebt geschroomd voor de schoot van een Maagd.
Gij, Die de prikkel van de dood hebt overwonnen, en voor de gelovigen het Rijk der hemelen hebt geopend.
Gij, Die zit aan Gods rechterhand in de glorie van de Vader;
Die als Rechter zult komen, zoals wij geloven.
U dan smeken wij: kom Uw dienaars te hulp, die Gij met Uw kostbaar Bloed hebt gered.
Laat ons geteld worden onder Uw Heiligen in de eeuwige glorie.
Schenk verlossing aan Uw volk, o Heer, en zegen Uw erfdeel.
Regeer hen, en leid hen opwaarts in eeuwigheid.
Elke dag opnieuw zegenen wij U,
en wij loven Uw Naam door de eeuwen, en door de eeuwen der eeuwen.
Wees genadig, Heer, spaar ons deze dag voor de zonde.
Ontferm U over ons.
Uw barmhartigheid, o Heer, strekke zich uit over ons, daar wij hoopten op U.
Op U, o Heer, heb ik gehoopt, niet beschaamd zal ik worden in eeuwigheid.

30 december 2019

Christe, Redemptor Omnium



Christe, redemptor omnium,
Ex patre, patris unice,

Solus ante principium
Natus ineffabiliter.

Tu lumen, tu splendor patris,
Tu spes perennis omnium,
Intende, quas fundunt preces
Tui per orbem servuli.

Salutis auctor recole,

Quod nostri qoundam corporis
Ex illibata virgine

Nascendo formam sumpseris.

Hic praesens testatur dies
Currens per anni circulum,
Quod solus a sede patris
Mundi salus adveneris.

Hunc caelum, terra, hunc mare,
Hunc omne, quod in eis est,
Auctorem adventus tui
Laudat exsultans cantico.

Nos quoque, qui sancto tuo
Redempti sumus sanguine,
Ob diem natalis tui

Hymnum novum concinimus.

Jesu, tibi sit gloria

Qui natus es de Virgine
Cum Patre et almo spiritu
In sempiterna saecula. Amen.
Christus, Verlosser van het al,
eens uit den Vader, enige Zoon,
alleen voor ’s werelds eerst begin
geboren onuitsprekelijk.

Gij, ’s Vaders licht en wederglans,
eeuwige verwachting van ’t heelal,
sla op Uw simpele dienaars acht,
alom ter wereld in gebed.

Gedenk, bewerker van ons heil,
hoe eens Gij onze lichaamsvorm
van uit de ongerepte Maagd

bij Uw geboorte hebt aanvaard.

Daarvan getuigt de huidige dag,
weerkerend in den kring van ’t jaar,
dat Gij alleen van ’s Vaders troon
als heil der wereld tot ons kwam.

Hem loven hemel, aarde en zee,
Hem looft alwat daarin vervat:
die eindelijk gekomen is

loven ze in opgetogen lied.

Maar ook wijzelf, die, losgekocht
zijn door Uw eigen heilig Bloed,
zingen op Uw geboortedag

U samen een nieuwe lofzang toe.

Jezus, U zijt de glorie

Die geboren is uit de Maagd

met de Vader en de Heilige Geest
in aller eeuwen eeuwigheid. Amen.

29 december 2019

Zondag onder het Octaaf van Kerstmis

Epistel
Gal. 4, 1-7
Broeders, al de tijd, dat een erfgenaam onmondig is, verschilt hij niets van een slaaf, al is hij ook de heer van alles is. Maar hij staat onder voogden en beheerders tot aan de tijd, die zijn vader heeft vastgesteld. Zo stonden ook wij, toen wij nog onmondig waren, als slaven onder de beginselen der wereld. Maar toen de volheid der tijden kwam, zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die stonde onder de Wet vrij te kopen, opdat wij zouden worden aangenomen tot zonen. Welnu, gij zonen zijt, heeft God de Geest van zijn Zoon neergezonden in uw harten, en deze roept: Abba, Vader! Zodoende is men geen slaaf meer, maar zoon; doch wie zoon is, is ook erfgenaam door God.

Evangelie
Lc. 2, 33-40
In die tijd stonden Josef en Maria, de moeder van Jezus, verbaasd over hetgeen er van Hem gezegd werd. En Simeon zegende hen en sprak tot Maria, Zijn moeder: “Zie, deze is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat wordt tegengesproken, en ook uw ziel zal met een zwaard doorboord worden, opdat de gezindheid des harten van velen openbaar worde.” Daar was ook een profetes Anna, de dochter van Phanuel, uit de stam van Aser. Ze was hoogbejaard en na haar maagdelijke staat was zij zeven jaar gehuwd geweest, en nu was zij een weduwe van vierentachtig jaar. Altijd was zij in de tempel, en diende God dag en nacht in vasten en gebed. Juist op dat ogenblik verscheen zij daar ook, en zij loofde de Heer. En zij sprak over het kind tot allen, die vol verlangen uitzagen naar de verlossing van Israel. Toen zij alles volbracht hadden gedaan volgens de wet des Heren, zijn zij teruggekeerd naar Galilea, naar hun woonplaats Nazareth. Het Kind Jezus groeide op, en nam toe in krachten; Het werd vervuld van wijsheid, en de genade van God rustte op Hem.

Overweging
In de liturgie van de Kersttijd wordt vaak gesproken over de vrede die Christus zal brengen. Een van Zijn koninklijke titels is Princeps Pacis, Prins van de Vrede. Maar vandaag horen wij in het Evangelie iets anders. In zijn voorspelling zegt Simeon ons dat Jezus een teken van tegenspraak zal zijn. En dat klinkt zeker niet vreedzaam.

“Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er van Hem gezegd werd”, zo schrijft de evangelist Lucas. En inderdaad was tot nu toe bijna alles wonderbaarlijk geweest: de aankondiging van de blijde boodschap aan Maria door de engel Gabriël, de geboorte van Christus te Bethlehem, de verschijning en de zang van de engelen. En nu spreekt Simeon, “een rechtvaardig en godvrezend man, die verlangend uitzag naar de vertroosting van Israël en over wie de Heilige Geest was gekomen”, hoogst merkwaardige en bijna onbegrijpelijke woorden. Hij richt zich blijkbaar tot Jezus’ Moeder: “Zie, Hij is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken van tegenspraak; en een zwaard zal ook uw eigen ziel doorboren. Zo moeten de gedachten van veler harten worden ontsluierd."

De woorden van deze oude man klinken verbazingwekkend, vooral in deze sfeervolle Kersttijd, waarin men zou kunnen menen dat Jezus alleen zegen en geluk komt brengen. Wensen van vreugde, vrede, liefde en geluk worden zo vaak uitgesproken. En vandaag horen wij de profetie over de val en opstanding, over een teken van tegenspraak. Zulke woorden lijken bijna niet waar te zijn. En toch gaat de profetie van Simeon in vervulling. Velen gaan aan Hem ten onder, omdat zij Hem afwijzen, met Hem in een ondraaglijk conflict komen. Christus is inderdaad een teken van tegenspraak. Hij brengt vrede en redding aan hen die in Hem geloven, en verwerping van hen die Zijn boodschap willen niet aanvaarden.

Men kan aan Christus niet onverschillig voorbijgaan. Dat is niet mogelijk. Hij kent vurige en toegewijde vrienden en bittere vijanden. Hij daagt uit, Hij roept op, Hij trekt aan en Hij trekt mee… totdat de diepste gedachten van de mensen zich openbaren. Men kan niet buiten blijven. Ofwel ben ik met Hem en volg ik Hem, en luister ik naar Zijn stem, óf ik ben tegen Hem en verwerp Zijn woorden. Er is geen derde weg, geen tussenweg. Mensen die denken dat zij onverschillig kunnen blijven, ongeïnteresseerd in Zijn boodschap, zullen zich vroeger of later alliëren met Zijn vijanden. Zij sluiten hun hart af voor het Licht en blijven in de duisternis. Het kan echt niet anders.

Zo was het reeds tijdens Zijn leven; zo zal het blijven tot aan het einde der tijden. En ieder van ons is genoodzaakt zich over Hem uit te spreken, zo niet uitwendig, dan toch inwendig, tegenover God Zelf. Ieder krijgt deze vragen voorgelegd: “Wie is Christus voor u? Wat denkt u van Hem? Wat betekenen de Menswording van God en Zijn dood op het kruis voor u? Gelooft u dat dit kleine Kindje, dat in de kribbe ligt, uw Verlosser is?”

Heb ik deze vragen al beantwoord? Is mijn antwoord een volkomen overgave aan Zijn heilige wet, aan Zijn liefde met alle consequenties die daaruit voortvloeien? Ben ik trouw aan Hem in mijn levensbeschouwing, in het denken en doen. Of aarzel ik nog steeds? Blijf ik misschien nog aan de oppervlakte en durf ik niet diep te gaan? Ik durf niet omdat het leven volgens Christus’ wet een leven van lijden en beproeving is, een leven dat in de ogen van deze wereld verloren is. En ik ben niet van plan om met de wereld te breken. Uit angst en lafheid of door een gunst of een gemakkelijk leven.

Opnieuw staan wij voor de kribbe. Opnieuw wordt ons in het kleine Kindje de liefde van God voor ogen gesteld: Het ware Licht dat ons verlicht. Iedereen wordt uitgenodigd om het te aanvaarden; God sluit niemand uit. Maar iedereen moet kiezen en zich uitspreken. Niemand mag onverschillig blijven of de keuze uitstellen. Het is voor ieder van ons onbekend hoeveel kansen wij nog krijgen.

28 december 2019

O Kersnacht, schooner dan de daegen...

Dit gedicht is een fragment uit Joost van den Vondels toneelwerk 'Gijsbrecht van Aemstel' waarin het wordt vermeld als de koorzang 'Rei van Klarissen' die het derde bedrijf afsluit.

Dit deel gaat helemaal over de feestdag van vandaag: de heilige Onnozele Kinderen.

28 december: Heilige Onnozele Kinderen, martelaren

Zodra Herodes bemerkte, dat hij door de Wijzen om de tuin geleid was, ontstak hij in hevige toorn; hij zond zijn mannen uit en liet in Bethlehem en heel het gebied daarvan al de jongens vermoorden van twee jaar en jonger, in overeenstemming met de tijd waarnaar hij de Wijzen nauwkeurig had gevraagd. Toen ging in vervulling het woord dat door de profeet Jeremia gesproken was: "Een klacht werd in Rama gehoord, geween en luid gejammer: Rachel, wenend om haar kinderen, wil niet getroost worden, omdat zij niet meer zijn". (Mt. 2, 16-18)

Vandaag viert de Kerk het martelaarschap van de onschuldige jongetjes van Bethlehem die op gezag van koning Herodes de Grote werden vermoord. Het tweede hoofdstuk van het Evangelie van Mattheüs meldt dat Herodes bang was dat de komst van een nieuwe joodse koning het einde van zijn macht zou betekenen. Van de Wijzen uit het Oosten hoorde hij dat die nieuwe koning in Bethlehem geboren zou worden. Toen de Wijzen in een droom vernamen dat Herodes kwaadaardige bedoelingen had en het Kerstkind wilde doden, leidden ze hem om de tuin. Daarop ontstak Herodes in een hevige toorn.

De katholieke traditie leert dat God de onschuldige jongetjes van Bethlehem had voorbestemd om door hun dood te getuigen van de Messias. Sinds de vijfde eeuw worden zij daarom als heiligen vereerd. In de loop van de tijd werd Onnozele Kinderen een kerkelijk kinderfeest.

Ook de Onnozele (onschuldige) Kinderen staan rond de kribbe. Zij zijn de eerste martelaren die voor de pasgeboren Koning hun leven hebben gegeven.

In onze dagen
Helaas zijn de Herodessen van alle tijden. In onze tijd zijn ongeboren kinderen, jongetjes én meisjes, hun leven niet zeker. Zij geven hun leven niet rechtstreeks voor de Heer, maar zij zijn met miljoenen per jaar een bewijs van de barbarij in onze 'beschaving'. De slavernij is afgeschaft, de Holocaust is voorbij, maar de slachting van ongeboren kinderen gaat onverminderd door en wordt gepropageerd of ondersteund door instituties als de Verenigde Naties en de Europese Unie, door zogenaamde wereldleiders en door 'hulp'organisaties zoals Amnesty International, Unicef, Artsen zonder Grenzen, Stichting Kinderpostzegels en andere.

De Rooms-katholieke Kerk verdedigt als een van de weinige telkens weer en onverminderd het recht op leven vanaf de natuurlijke conceptie tot aan de natuurlijke dood, omdat het menselijk leven heilig is. Want het leven is niet van de mens, maar van God.

Bidden wij dat op voorspraak van de heilige Onnozele Kinderen van Bethlehem het kwaad van abortus in de wereld gestopt mag worden.

27 december 2019

100 jaar Agnesparochie: Dank voor uw gebed en ondersteuning

Het zal u niet zijn ontgaan dat de Sint-Agnesparochie in 2019 haar honderdjarig bestaan heeft gevierd. In 2020 beginnen we aan een nieuw decennium en aan een nieuwe eeuw, maar niet zonder nadrukkelijk u allen te bedanken die in de afgelopen 100 jaar door gebed, als vrijwilliger of door middel van een financiële bijdrage het mooie werk van God in onze kerk en parochie mogelijk hebt gemaakt!

Voor alle levende en overleden weldoeners van de parochie wordt maandelijks een heilige Mis opgedragen. Mogen we ook in 2020 weer op u rekenen?

De priesters wensen u Zalig Kerstfeest en een door God gezegend Nieuwjaar!

Fotoverslag Dagmis van Kerstmis











Hebt u ook foto's of video's gemaakt
van plechtigheden in onze kerk?
Mogen die eventueel gepubliceerd worden?
Mail uw bestanden dan naar:
foto@agneskerk.org.

Fotoverslag Nachtmis van Kerstmis




Hebt u ook foto's of video's gemaakt
van plechtigheden in onze kerk?
Mogen die eventueel gepubliceerd worden?
Mail uw bestanden dan naar:
foto@agneskerk.org.

Minuit Chrétiens - Nana Mouskouri

26 december 2019

26 december: Heilige Stephanus, eerste martelaar - Tweede dag in het Octaaf van Kerstmis

Steniging van Stephanus (Rubens)

Op Tweede Kerstdag viert de Kerk het feest van de heilige Stephanus, volgens de Handelingen van de Apostelen de eerste martelaar van het christendom. Stephanus, een Griekstalige jood, was 'een man vol geloof en Heilige Geest'. Hij werd gekozen tot een van de zeven diakenen die de zorg kregen voor de weduwen van de gemeente. Aanleiding voor deze keuze was de klacht van de Hellenistische christenen bij hun Hebreeuwse broeders dat hun weduwen werden verwaarloosd. De twaalf apostelen erkenden dit sociale probleem en gaven de gemeente de opdracht om zeven geschikte mannen uit te kiezen. De apostelen legden na gebed hun handen op de hoofden van de gekozenen, waardoor ze hen belastten met de armenzorg. Deze zogenaamde protodiakens waren naast Stephanus: Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs.

Het was opmerkelijk dat Stephanus na de handoplegging het Woord begon te prediken, een taak die tot dan toe slechts aan de apostelen was voorbehouden. Ook deed hij grote wonderen en tekenen onder het volk. Dat leidde tot wrevel bij enkele leden van de Griekstalige Synagoge der Vrijgelatenen. Zij gingen met hem in discussie, maar waren niet opgewassen tegen zijn charisma, zijn welsprekendheid en zijn wijsheid. Dat zorgde voor grote irritatie. Uiteindelijk klaagden ze Stephanus aan bij het Sanhedrin, het joodse rechtscollege dat ook Jezus had veroordeeld. "Wij hebben hem lastertaal tegen Mozes en God horen uitspreken", aldus valse getuigenverklaringen. "Zo hebben wij hem horen zeggen dat die Jezus de Nazoreeër de Tempel van Jeruzalem zal afbreken en de regels die Mozes ons gegeven heeft, zal veranderen."

In zijn verdedigingsrede verkondigde Stephanus op basis van bijbelteksten het Evangelie van Christus. Aan het eind van zijn toespraak verweet Stephanus de leden van het Sanhedrin en allen die hem beschuldigden dat zij zich verzetten tegen de wil van God: "Halsstarrigen en onbesnedenen van hart en oor! Steeds verzet u zich tegen de Heilige Geest, u net zo goed als uw vaderen. Welke profeet hebben uw vaderen niet vermoord. Ze hebben de aankondigers van de Rechtvaardige ter dood gebracht, u hebt Hemzelf verraden en vermoord, u die door tussenkomst van engelen de Wet ontvangen heeft, maar die niet naleeft" (Hand. 7, 51-53).

Het Sanhedrin en alle aanklagers voelden zich diep gekwetst door deze woorden en veroordeelden Stephanus ter dood. Ze sleepten hem de stad uit en stenigden hem. Tijdens zijn doodstrijd sprak hij de woorden: "Heer Jezus, ontvang mijn geest" en "Heer, reken hun deze zonden niet aan". Woorden die deden denken aan wat Jezus zei toen Hij aan het kruis hing: "Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen" en "Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest".

Zoals Jezus stierf Stephanus een gruwelijke dood. In de Handelingen staat geschreven dat hij door vrome mannen werd begraven. Eeuwenlang was de locatie van zijn graf onbekend. Maar in 415 zou een priester, Lucianus geheten, een visioen hebben gehad, waarin de plaats van Stephanus’ graf werd aangewezen. Het lichaam van de heilige zou gelegen hebben in Caphar Gamal, iets ten noorden van Jeruzalem. Volgens een overlevering werden Stephanus’ relieken daar opgegraven. In 460 zouden ze zijn overgebracht naar de basiliek van de Berg Sion, buiten de Damascuspoort van Jeruzalem. In de 6e eeuw zouden de relieken op gezag van keizer Justinianus I vanuit Constantinopel naar Rome zijn gebracht. Daar rusten ze in de crypte van de basiliek van Sint-Laurentius-buiten-de-Muren.

25 december 2019

25 december: Hoogfeest van Kerstmis - Geboorte van onze Heer Jezus Christus

Epistel
Hebr. 1, 1-12
Broeders, nadat God vroeger vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde van de dagen, tot ons gesproken door de Zoon, die Hij tot erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat, door wie Hij ook het heelal heeft geschapen. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen, en Hij houdt alles in stand door zijn machtig woord. En na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, heeft Hij zich neergezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge, even hoog verheven boven de engelen als de naam, die zijn erfdeel is geworden, de hunne overtreft. Want tegen welke engel heeft Hij ooit gezegd: Mijn zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt? Of: Ik zal voor hem een vader zijn, en hij zal voor Mij een zoon zijn? Wanneer Hij evenwel de eerstgeborene opnieuw de wereld binnenleidt, zegt Hij: Alle engelen van God moeten zich voor Hem neerwerpen. Over de engelen zegt Hij: Hij die zijn engelen tot stormwinden maakt en zijn dienaren tot laaiend vuur, maar over de zoon: Uw troon, o God, staat voor altijd en eeuwig, en: De scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. Gerechtigheid hebt U liefgehad en onrecht gehaat; daarom, o God, heeft uw God U gezalfd met de olie van de vreugde, als geen van uw gelijken. En: In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest, en de hemel is het werk van uw handen. Zij zullen vergaan, U echter blijft. Alle zullen ze verslijten als kleren, U zult ze opvouwen als een mantel, als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden. U echter bent dezelfde en uw jaren nemen geen einde.

Evangelie
Joh. 1, 1-14
In het begin was het woord, en het woord was bij God, en het woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. Het ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld moest komen. Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. In zijn eigen huis is Hij gekomen, en zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen. Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven in zijn naam. Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. Ja, het woord is vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid.

Overweging
Christus Die in de Kerstnacht is geboren, is dezelfde Christus Die altijd onder de mensen is gebleven en Die zal komen als rechter van de wereld op het einde van de tijden. Kerstmis is dus niet het begin van een sentimenteel verhaal, maar het begin van Gods rijk onder de mensen.

Ook vandaag is Hij, Die eens geboren werd, bij ons om ons te heiligen. Door de katholieke Kerk deelt Hij het goddelijke leven mee aan een ieder die zich daar voor openstelt. Dat gebeurt door de sacramenten, waarin wij deel krijgen aan Zijn goddelijk leven. Vooral het heilig Sacrament van het altaar, waarin Hij aanwezig is met Zijn godheid en Zijn mensheid, is de werkelijkheid van Zijn blijvende aanwezigheid onder ons. Als wij beseffen dat Christus tot ons is gekomen en steeds bij ons is gebleven, dan zullen wij de noodzaak inzien van voortdurende aanbidding van de mens geworden God. Vooral de vervulling van de zondagse plicht om de heilige Mis bij te wonen en een regelmatige biechtpraktijk zijn fundamentele en vereiste verplichtingen die onmisbaar zijn bij het dienen van God.

Eens, op het einde der tijden, zal God Die als mens werd geboren en bij ons is gebleven om ons voortdurend het heil aan te bieden, terugkomen als wereldrechter. Dan zullen zij die door de vervulling van hun liefdesplichten zich in Hem hebben geheiligd en daardoor in Hem leven, verrijzen tot het leven in de volkomen zaligheid die erin bestaat dat zij het ondoordringbare aanschijn van God zullen zien en aanbidden. Degenen die de werkelijkheid van God genegeerd hebben, zullen zich moeten werpen in een helse zee van vuur en tot in alle eeuwigheid het leven verspillen.

Dit is de boodschap van Kerstmis en de werkelijkheid van Gods wonderbare heilswil. Wij moeten ons bekeren tot Hem Die gekomen is om ons het leven te geven. Reeds nu, op aarde, moeten wij met Hem willen leven, niet zoals wij het fijn of goed vinden, maar zoals Hij Zelf aan ons heeft geopenbaard en zoals Hij ons voorhoudt door de prediking van de katholieke Kerk.

De heilige Kerstnacht

Epistel
Titus 2, 11-15
Veelgeliefde, de genade van God, onze Zaligmaker, is verschenen, aan alle mensen; zij leert ons, dat wij de goddeloosheid en wereldse verlangens moeten verzaken, en zedig en rechtschapen en godvruchtig moeten leven in deze wereld, terwijl wij met verlangen uitzien naar de zaligheid, die wij verwachten bij het glorievol verschijnen van onze grote God en Zaligmaker Jezus Christus. Deze immers heeft zich voor ons gegeven, om ons van alle ongerechtigheden vrij te kopen, en ons te reinigen tot een volk, dat Hem welgevallig is, vol ijver voor goede werken. Over deze dingen moet gij spreken, en zo moet gij vermanen in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 2, 1-14
In die dagen vaardigde keizer Augustus een decreet uit dat de hele wereld zich moest laten registreren. Deze eerste registratie vond plaats toen Quirinius gouverneur van Syrië was. Allen gingen op weg om zich te laten inschrijven, ieder in zijn eigen stad. Zo ook Jozef; hij ging van de stad Nazareth in Galilea naar Judea, naar de stad van David, Bethlehem genaamd, omdat hij uit het huis van David stamde, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was. Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf. Er waren daar in de buurt herders, die in het veld overnachtten om de wacht te houden bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen. Ze schrokken hevig. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, want ik heb een goede boodschap voor u, een grote vreugde voor het hele volk. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias, de Heer. Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.’ Plotseling was er bij de engel een heel leger uit de hemel; ze loofden God met de woorden: ‘Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft.’

24 december 2019

24 december: Vigilie van Kerstmis

Vandaag zult gij weten dat de Heer zal komen en ons zal verlossen;
En morgen zult gij Zijn heerlijkheid aanschouwen.

23 december 2019

Ero cras: Morgen zal Ik er zijn

De afgelopen dagen hebben we geluisterd naar de O-antifonen met bijbehorende aanroepingen. Deze luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

O-antifoon voor 23 december: 'O Emmanuel'

De O-antifonen zijn zeven antifonen, die in de liturgie worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Deze antifonen staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen).

De naam O-antifonen hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid, namelijk Spreuken 8, 1-6; Deuteronomium 10, 16-22; Jesaja 11, 1-10; Jesaja 22, 20-22; Maleachi 4, 1-3; Jeremia 10, 1-7 en Jesaja 7, 14. De bijbehorende aanroepingen luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

Latijn
O EMMANUEL, Rex et legifer noster, expectatio gentium, et Salvator earum: veni ad salvandum nos Domine Deus noster.

Nederlandse vertaling
O EMMANUEL, Koning en Wetgever, lang verwachte Redder van de volkeren, kom nu, red ons, Heer onze God.

22 december 2019

O-antifoon voor 22 december: 'O Rex Gentium'

De O-antifonen zijn zeven antifonen, die in de liturgie worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Deze antifonen staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen).

De naam O-antifonen hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid, namelijk Spreuken 8, 1-6; Deuteronomium 10, 16-22; Jesaja 11, 1-10; Jesaja 22, 20-22; Maleachi 4, 1-3; Jeremia 10, 1-7 en Jesaja 7, 14. De bijbehorende aanroepingen luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

Latijn
O REX GENTIUM, et desideratus earum, lapisque angularis, qui facis utraque unum: veni, et salva hominem, quem de limo formasti.

Nederlandse vertaling
O KONING VAN DE VOLKEREN, zo lang verwacht, Gij zijt de hoeksteen waarop alles rust; kom nu, red de mens die Gij uit aarde hebt gevormd.

Vierde zondag van de Advent

De prediking van de H. Johannes de Doper.

Doordat de Eucharistie na de nachtwake vroeg op de zondagmorgen werd gevierd, had deze dag oorspronkelijk geen eigen liturgie. Toen de vigiliemis naar de zaterdag werd verschoven, heeft men een mis samengesteld uit teksten van de Quatertempermissen. Eigen is onder meer het Epistel, dat ons vermaant niet over elkaar te oordelen, maar ons vol ijver voor te bereiden op de dag van Christus' komst. Voor de laatste keer uiten wij ons adventsverlangen en overwegen wij de beloften van het naderende heil. Christus gaat geboren worden uit de maagd Maria, die wij daarom met de engel onze groet brengen (Offertorium).

Epistel
1 Kor. 4, 1-5
Broeders, de mensen moeten ons zó beschouwen, dat wij dienaars zijn van Christus en beheerders van Gods geheimen. Welnu, van beheerders wordt verlangd, dat men trouw bevonden wordt. Maar ik voor mij hecht er niet de minste waarde aan, dat ik door u beoordeeld wordt of door een menselijke rechter. Ja, ook zelf beoordeel ik mij niet; want al ben ik mij ook van niets bewust, daardoor ben ik toch niet gerechtvaardigd. Immers het is de Heer, Die oordeelt over mij. Daarom, oordeelt niet vóór de tijd, vóórdat de Heer komt; want Hij zal aan het licht brengen, wat in duisternis verborgen is, en openbaar maken, wat er in de harten omgaat; en dan zal een ieder zijn lof ontvangen van God.

Evangelie
Lc. 3, 1-6
In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, - toen Pontius Pilatus landvoogd was van Judea, Herodes viervorst van Galilea, zijn broeder Philippus viervorst van Iturea en het gewest Trachonitis, en Lysanias viervorst van Abilene, - onder de hogepriesters Annas en Caiphas, kwam het Woord des Heren tot Johannes, de zoon van Zacharias, in de woestijn. En hij trad op in geheel de Jordaanstreek, en preekte een doopsel van boetvaardigheid tot vergiffenis van zonden: zoals er geschreven staat in het boek der voorspellingen van de profeet Isaias: "De stem van een roepende in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt Zijn paden recht. Elke kloof moet worden gedempt, iedere berg en heuvel worden geslecht. De kronkelpaden moeten recht, de oneffen wegen effen worden. En alle vlees zal het heil van God aanschouwen."

Overweging
De laatste zondag van de Advent grijpt terug naar de eerste. In het epistel stelt de Kerk ons wederom Christus’ komst ten oordeel voor ogen als de goddelijke voltooiing van Zijn komst in nederigheid, die wij over enkele dagen vieren. “Wel ben ik mij niets bewust”, schrijft de apostel Paulus, “maar daarmee ben ik nog niet gerechtvaardigd.” Het is de Heer Die mij werkelijk beoordeelt, en niemand anders dan Hij is goed. Anders gezegd: Als wij niet in de rechtvaardigheid en heiligheid van Christus worden herboren, dan zouden wij voor het goddelijk oordeel geen stand houden, want zonder de goddelijke genade is de mens hulpeloos verloren en dood.

Zal een dergelijke onbarmhartige kritiek ons niet de moed ontnemen? Wanneer wij werkelijk weten en erkennen dat uit onszelf geen enkele, ook niet de minste, positieve geschiktheid voor het eeuwig heil voortkomt, dan zullen wij in deze leegheid de zuiverheid en de nuchterheid vinden die nodig zijn voor Gods komst in onze ziel. Deze vorm van zelfverloochening is waarheid. Zij bevestigt ons in onze eigen werkelijkheid en zal ons uiteindelijk genezen van het uitzichtloze kijken naar onszelf en de ogen van onze geest vertrouwensvol wenden naar het Kind van Wie ons heil komt, alleen en volledig van Hem. Dat wij ons dit bewust worden is de eerste noodzakelijkheid om Christus dichtbij te zijn en Hem in een geest van aanbidding te benaderen.

Jezus verlost ons van de zonde die als een tiran de wereld buiten de Kerk beheerst. Hij geneest ons van de diepe wonden die de zonde ons heeft toegebracht. Hij is de waarheid, de openbaring van de werkelijkheid van God en van de werkelijkheid van de mens. “Ik ben het Licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal nimmer in duisternis wandelen, maar hij zal het licht van het leven hebben.” Pas door het vleesgeworden Woord kunnen mens en wereld hun eigen duisternis kennen en erkennen. Daardoor kan de mens zich omkeren naar het Licht en zodoende niet langer toebehoren aan de wereld, maar binnentreden in de heilige Kerk als nieuw geschapene in Christus. Wij verlaten door Christus het oude rijk van de zonde, dat de wereld is, en treden binnen in Zijn rijk, de heilige Kerk. Versierd met de heiligmakende genade en verder geheiligd door de andere sacramenten tijdens ons leven, behoren wij toe aan Zijn uitverkoren volk. Als wij aan Hem onderdanig blijven, dan zal Zijn komst in heerlijkheid, die wordt voorbereid door Zijn komst in de genade, de vervulling zijn van Zijn eerste komst in nederigheid.

21 december 2019

O-antifoon voor 21 december: 'O Oriens'

De O-antifonen zijn zeven antifonen, die in de liturgie worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Deze antifonen staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen).

De naam O-antifonen hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid, namelijk Spreuken 8, 1-6; Deuteronomium 10, 16-22; Jesaja 11, 1-10; Jesaja 22, 20-22; Maleachi 4, 1-3; Jeremia 10, 1-7 en Jesaja 7, 14. De bijbehorende aanroepingen luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

Latijn
O ORIENS, splendor lucis aeternae, et sol iustitiae: veni, et illumina sedentes in tenebris et umbra mortis.

Nederlandse vertaling
O DAGERAAD, Afglans van het eeuwig licht en Zon van gerechtigheid; kom nu met uw licht tot hen die in duisternis leven, in de schaduw van de dood.

21 december: Heilige Thomas, apostel

Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u. Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: Vrede zij u. Zoals de vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. Na deze woorden blies Hij over hen en zei: Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie ge zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.
Thomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: Wij hebben de Heer gezien. Maar hij antwoordde: Als ik niet in Zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in Zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Thomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u. Vervolgens zei Hij tot Thomas: Kom hier met uw vinger en bezie Mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in Mijn zijde, en wees niet langer ongelovig maar gelovig. Toen riep Thomas uit: Mijn Heer en mijn God! Toen zei Jezus tot hem: Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.
(Joh. 21,19-29)

Thomas was een eenvoudige visser. Zijn belijdenis tegenover de Verrezen Heer is zijn lijfspreuk geworden bij al zijn missiereizen. Hij missioneerde in Perzië en India waar hij (zo vertelt een legende) de heilige Driekoningen zou zijn tegengekomen. Daarop heeft Thomas hen gedoopt en tot bisschop benoemd.

Koning Gundaphar van India werd door de heilige Thomas bekeerd. Tijdens een van zijn vele missiereizen werd hij in het jaar 72 in Calamina door een horde heidenen in de rug aangevallen en neergestoken. De Kopten in Egypte hebben van Thomas het eerst de Blijde Boodschap vernomen.

Thomas is patroon van theologen, timmerlieden, metselaars, architecten, bouwvakkers, landmeters, steenhouwers en het huwelijk, en patroon tegen rugklachten.

20 december 2019

O-antifoon voor 20 december: 'O Clavis'

De O-antifonen zijn zeven antifonen, die in de liturgie worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Deze antifonen staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen).

De naam O-antifonen hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid, namelijk Spreuken 8, 1-6; Deuteronomium 10, 16-22; Jesaja 11, 1-10; Jesaja 22, 20-22; Maleachi 4, 1-3; Jeremia 10, 1-7 en Jesaja 7, 14. De bijbehorende aanroepingen luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

Latijn
O CLAVIS DAVID, et sceptrum domus Israel: qui aperis, et nemo claudit; claudis, et nemo aperit: veni, et educ vinctum de domo carceris, sedentem in tenebris et umbra mortis.

Nederlandse vertaling
O SLEUTEL VAN DAVID en Scepter van Israëls huis, wat Gij opent zal niemand meer sluiten; wat Gij sluit zal niemand meer openen; kom nu en bevrijd ons, gevangenen, uit de duisternis en de schaduw van de dood.

Quatertempervrijdag in de Advent

Steeds vuriger worden onze verzuchtingen naar de komst van de Verlosser (Graduale en Offertorium). Hij is nabij (Introitus) en Jesaja schildert ons in het epistel Zijn afkomst en karakter: "Een kind uit het geslacht van Jesse, de vader van David; een koning van gerechtigheid en vrede, toegerust met alle gaven van de Heilige Geest." Maria draagt de Messias reeds onder haar hart; zo heilig is Zijn komst, dat Hij reeds voor Zijn geboorte de voorloper (Johannes de Doper) door Zijn tegenwoordigheid heiligt (Evangelie). Dezelfde vredevorst, die geboren werd te Bethlehem en die door Zijn genade tot ons komt, zal eens wederkomen in heerlijkheid; en dan zullen wij in het grote licht Zijn onzegbaar heilswerk kunnen aanschouwen (Communio).

19 december 2019

O-antifoon voor 19 december: 'O Radix'

De O-antifonen zijn zeven antifonen, die in de liturgie worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Deze antifonen staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen).

De naam O-antifonen hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid, namelijk Spreuken 8, 1-6; Deuteronomium 10, 16-22; Jesaja 11, 1-10; Jesaja 22, 20-22; Maleachi 4, 1-3; Jeremia 10, 1-7 en Jesaja 7, 14. De bijbehorende aanroepingen luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

Latijn
O RADIX JESSE, qui stas in signum populorum, super quem continebunt reges os suum, quem gentes deprecabuntur: veni ad liberandum nos, iam noli tardare.

Nederlandse vertaling
O WORTEL VAN JESSE, Gij zijt het teken waar de volken op hebben gewacht; voor U staan koningen sprakeloos en werpen hun onderdanen zich biddend neer: kom nu, bevrijd ons, wacht niet langer.

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 21 december 2019

Op zaterdag 21 december besluit pater Gerard Wijers s.s.s. de najaarscyclus van de Sint-Nicolaasacademie. Hij spreekt over genderideologie en de schepping. Hij stelt dat in onze Westerse wereld de van nature (door de schepping) gegeven tweegeslachtelijkheid van man en vrouw en de daarbij behorende heteroseksualiteit door wereldvreemde ideologieën worden aangevallen. Hiermee heeft zich een serieuze bedreiging gevormd voor de natuurlijke scheppingsorde.

Pater Gerard Wijers is lid van de Congregatie van het Heilig Sacrament en verbonden aan de afdeling Huwelijk en Gezin van bisdom Haarlem-Amsterdam.

Voorafgaand aan de lezing is er om 10.00 uur een heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

18 december 2019

O-antifoon voor 18 december: 'O Adonai'

De O-antifonen zijn zeven antifonen, die in de liturgie worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Deze antifonen staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen).

De naam O-antifonen hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid, namelijk Spreuken 8, 1-6; Deuteronomium 10, 16-22; Jesaja 11, 1-10; Jesaja 22, 20-22; Maleachi 4, 1-3; Jeremia 10, 1-7 en Jesaja 7, 14. De bijbehorende aanroepingen luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

Latijn
O ADONAI, et Dux domus Israel, qui Moysi in igne flammae rubi apparuisti, et ei in Sina legem dedisti: veni ad redimendum nos in brachio extento.

Nederlandse vertaling
O ADONAI, Heer van Israëls huis, Gij zijt aan Mozes verschenen in het brandend braambos en hebt hem de wet gegeven op de Sinaï; kom nu, bevrijd ons met sterke hand.

Quatertemperwoensdag in de Advent

In de mistekst van deze dag wordt alleen in het Offergebed gezinspeeld op de vasten, die de Quatertemperdagen begeleidt; de gehele liturgie is vervuld van de adventsgedachte. Met Jesaja roepen wij hemel en aarde aan om ons de Verlosser te schenken (Introitus) en met de psalmist smeken wij de Koning der glorie om binnen te gaan in Zijn Rijk, waarvan alleen de reinen onderdaan kunnen zijn (Graduale na de eerste lezing). De heerlijkheid en vrede van dit rijk, dit Huis des Heren, verkondigt Jesaja ons in de eerste lezing. Dezelfde profeet voorspelt Achaz, de koning van Juda, dat zijn vijanden zijn rijk en zijn huis niet zullen overwinnen, want een maagd uit het geslacht van David zal de Verlosser ter wereld brengen (tweede lezing en Communio). Het Evangelie vertelt ons over de wondere vervulling van deze profetie. En het is alsof Jesaja de woorden van de engel tot de zijne maakt en tot Maria zegt dat zij niet hoeft te vrezen (Offertorium).
De overweging van Maria's bereidwilligheid en van de uitverkiezing van haar Moederschap, die op deze dag bijzonder in het licht worden gesteld, heeft de gelovigen altijd diep ontroerd.

17 december 2019

O-antifoon voor 17 december: 'O Sapientia'

De O-antifonen zijn zeven antifonen, die in de liturgie worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Deze antifonen staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen).

De naam O-antifonen hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid, namelijk Spreuken 8, 1-6; Deuteronomium 10, 16-22; Jesaja 11, 1-10; Jesaja 22, 20-22; Maleachi 4, 1-3; Jeremia 10, 1-7 en Jesaja 7, 14. De bijbehorende aanroepingen luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

Latijn
O SAPIENTIA, quae ex ore Altissimi prodisti, attingens a fine usque ad finem, fortiter suaviter disponensque omnia: veni ad docendum nos viam prudentiae.

Nederlandse vertaling
O WIJSHEID, Gij zijt voortgekomen uit de mond van de Allerhoogste en doordringt alles met milde kracht, kom nu, wijs ons uw wegen.

Quatertemperdagen in de Advent

Dit jaar vallen de Quatertemperdagen in de Advent - ter voorbereiding op het Kerstfeest - op woensdag 18, vrijdag 20 en (als gedachtenis op) zaterdag 21 december.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Tridentijns Missaal van 1962, dat wij in de Agneskerk volgen. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) Het zijn dagen van boete, inkeer, gebed, vasten en onthouding bij de wisseling van de seizoenen of ter voorbereiding op een groot feest, zoals Kerstmis.

De woensdag en de zaterdag zijn halve onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

16 december 2019

O-antifonen

In de laatste week van de Advent, van 17 tot en met 23 december, worden in de Vespers de zeven zogenoemde 'O-antifonen' gezongen. Een antifoon is een vers dat voorafgaand aan een psalm of een andere lofzang gezongen of gereciteerd wordt. De naam van de O-antifonen verwijst naar de Latijnse aanhef, waarmee ze alle beginnen.

De O-antifonen geven uitdrukking aan het verlangd uitzien naar de komst van de Messias. In het koorgebed worden ze in de Vespers vlak vóór en na het Magnificat gezongen, op steeds dezelfde gregoriaanse melodie.

Christus wordt in de O-antifonen niet met Zijn naam aangeroepen, maar met zeven verschillende Messiaanse titels, een voor elke dag:
17 december: O Sapientia (Wijsheid),
18 december: O Adonaï (Heer),
19 december: O Radix Jesse (Wortel van Jesse),
20 december: O Clavis David (Sleutel van David),
21 december: O Oriens (Dageraad),
22 december: O Rex Gentium (Koning der volkeren),
23 december: O Emmanuel (God met ons).

Wanneer nu deze Messias-aanroepingen in omgekeerde volgorde worden gelezen dan vormen de eerste letters de woorden 'Ero cras', Latijn voor 'Morgen zal Ik er zijn'. Wie zijn verlangen naar de Messias in het zingen van de O-antifonen tot uitdrukking brengt, vindt in het 'ero cras' van de beginletters de zekerheid dat Hij werkelijk komende is.

16 december: Heilige Eusebius, bisschop en martelaar

Eusebius is de eerste gekende bisschop van het Noord-Italiaanse Vercelli. Geboren op Sardinië, verhuisde hij op jonge leeftijd naar Rome. Later werd hij daar tot lector gewijd en hoorde zo bij de clerus van de stad in een tijd waarin de Kerk zwaar beproefd werd door de ariaanse ketterij. De groeiende waardering voor Eusebius verklaart zijn verkiezing tot bisschop van Vercelli in 345.

Eusebius verdedigt krachtig de volle goddelijkheid van Jezus Christus. Hij was met de grote vaders van de vierde eeuw verbonden tegen de ariaans-vriendelijke politiek van de keizer. Voor deze was het simpele ariaanse geloof politiek nuttig. Voor de keizer telde niet de waarheid, maar politieke opportuniteit: religie als bindmiddel voor staatseenheid. De grote vaders boden weerstand en verdedigden de waarheid tegen de dominantie van de keizerlijke politiek. Daarom werden Eusebius en andere bisschoppen veroordeeld tot ballingschap. In 361 stierf keizer Constantius II. Zijn opvolger, Julianus de Afvallige, was niet geïnteresseerd in het christendom als rijksreligie, maar wilde restauratie van het heidendom. Julianus beëindigde de ballingschap der bisschoppen en stond hen toe – ook aan Eusebius – om hun zetels weer in te nemen.

De relatie tussen de bisschop van Vercelli en zijn stad wordt duidelijk door twee getuigenissen. De eerste staat in een brief van Eusebius, in ballingschap geschreven aan de geliefde broeders en presbyters, alsook aan de heilige en vast in het geloof staande volken van Vercelli. Deze roerende beginwoorden van de goede herder tegenover zijn kudde worden nog eens bevestigd in het slot van de brief in de hartelijke groeten van de vader van allen en van elk van zijn kinderen in Vercelli. Een ander interessant element staat ook in de slotgroet van de brief, waar Eusebius vraagt om ook hen te groeten, die buiten de Kerk staan en uitzien naar onze gevoelens van liefde. De relatie van de bisschop met zijn bisschopsstad beperkt zich niet alleen beperkt tot de christelijke bevolking, maar strekt zich uit tot eenieder die op een bepaalde wijze zijn geestelijke autoriteit erkent.

De tweede getuigenis is uit een brief van Ambrosius van Milaan aan de bevolking van Vercelli, meer dan twintig jaar na Eusebius’ dood. De Kerk van Vercelli maakte toen moeilijke tijden door, was verdeeld en zonder herder. Het valt Ambrosius zwaar in de bewoners van Vercelli de afstamming te herkennen van de heilige vaders, die Eusebius direct accepteerden zonder hem ooit eerder gekend te hebben. De bewondering van Ambrosius voor Eusebius baseert zich vooral op het feit dat de bisschop van Vercelli zijn diocees bestuurde met getuigenis van zijn eigen leven. In feite was Ambrosius gefascineerd door het monastieke ideaal van de contemplatie van God, dat Eusebius volgde. Als eerste bisschop, aldus Ambrosius, bracht Eusebius zijn clerus bijeen in vita communis en gehoorzaamheid aan de monastieke regel, ondanks dat men midden in de stad leefde.

Zoals Eusebius zich bekommerde om ‘het heilige volk’ van Vercelli, zo leefde hij ook midden in de stad als monnik en stelde de stad open naar God. Dit heeft een bijzondere dimensie. Net als de apostelen, voor wie Jezus tijdens het Laatste Avondmaal bad, zijn ook de herders en de gelovigen van de Kerk in de wereld (Joh. 17, 11 ev), maar niet van de wereld. Daarom, aldus Eusebius, moeten de herders de gelovigen aansporen de stad in de wereld niet te zien als stabiele woonplaats, maar dienen zij naar de toekomstige stad, het definitieve hemelse Jeruzalem, op zoek te gaan. Dit eschatologische voorbehoud maakt het herders en gelovigen mogelijk de gerechte waarden te bewaren, zonder zich te buigen voor de mode van het moment en de ongerechte aanspraken van de heersende politieke macht. De authentieke waarden komen niet van de keizers van gisteren of vandaag, maar van Jezus Christus, de perfecte Mens, aan de Vader gelijk in de goddelijkheid en toch mens zoals wij. Verwijzend naar dit waardenscala wordt Eusebius niet moe zijn gelovigen aan te sporen met zorg het geloof te bewaren, de eendracht te behouden en te volharden in het gebed.

15 december 2019

Derde zondag van de Advent (Zondag Gaudete)

"Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren."


Van oudsher wordt deze zondag bijzonder luisterrijk gevierd. Omdat de vierde Adventszondag oorspronkelijk geen eigen liturgie bezat, vormt deze zondag de eigenlijke inleiding op het Kerstfeest. Vandaag speelt het orgel en mogen de paarse gewaden door rozerode worden vervangen. Verblijdt u, de Heer is nabij (Introitus, Epistel). Hij, Die in ontoegankelijke majesteit troont op cherubijnen, zal komen (graduale); gelijk hij eertijds Israël terugvoerde uit zijn gevangenschap, zal Hij onze ongerechtigheid wegnemen (Offertorium) en ons redden (Communio). De Verlosser, Die aldus tot ons zal komen in de genade van Zijn feest en door de geestelijke werking in ons hart, is Christus, Die ons in het Evangelie door Johannes, de Voorloper, wordt aangewezen.


Epistel
Fil. 4, 4-7
Broeders, weest altijd blijmoedig in de Heer; nog eens zeg ik: weest blijmoedig. Laat uw goedheid aan alle mensen zien. De Heer is dichtbij. Maakt u nergens bezorgd over, maar geeft uw verlangens altijd door bidden en smeken aan God te kennen, met een dankbaar hart. En dan moge de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, uw hart en uw verstand bewaren in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 1, 19-28
In die tijd, zonden de joden uit Jeruzalem priesters en levieten tot Johannes met de vraag: ‘Wie zijt gij?’ En onomwonden verklaarde hij met de meeste nadruk “Ik ben de Christus niet”. Toen vroegen zij hem: “Wat dan? Zijt gij Elias?”. Hij zeide: “Dat ben ik niet.” “Zijt gij de profeet?” – Hij antwoordde: “Neen”. ‘Zij zeiden hem nu: “Wie zijt gij dan? Opdat wij antwoord kunnen geven aan hen, die ons gezonden hebben. Wat zegt gij van u zelf?” Hij sprak: “Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, zoals de profeet Isaias gezegd heeft.” De afgevaardigden, behoorden tot de Farizeeën. En zij stelden hem de vraag: “ Wat doopt ge dan, als ge niet de Christus zijt, noch Elias, noch de profeet?” Johannes gaf hun ten antwoord: “Ik doop met water. Maar midden onder u staat Hij, die gij niet kent! Hij is het, die na mij komt, maar de voorgang heeft op mij; ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken.” Dit gebeurde te Betanië, aan de overzijde van de Jordaan, waar Johannes toen doopte.

Overweging
“Broeders, verheugt u in de Heer, nogmaals: verheugt u.” Zo luiden de beginwoorden van het Epistel van vandaag, die ook zijn opgenomen in de Introitus en die de naam hebben gegeven aan deze derde zondag van de Advent. Deze woorden bepalen het karakter van de vreugdevolle verwachting van ‘zondag Gaudete’. Alles getuigt van de te verwachten grote vreugde en deze verwachting roept reeds vreugde op. Dat is ook liturgisch te zien aan het roze kazuifel.

Waarin bestaat dan die vreugde in de Heer? De geheel reine vreugde op aarde, waartoe de apostel ons oproept, is de ware blijdschap in de Heer, en kan dus slechts bestaan in betrekking tot deze laatste en definitieve vreugde van de hemel. Zij is namelijk het uitzicht en de vaste hoop op de eeuwige zaligheid en de voorsmaak van het zijn-bij-de-Heer. Het is deze vreugde die ook aan het geboortefeest van de Heer moet voorafgaan. Uiteindelijk moet zij het gehele christelijke leven bezielen, omdat dit leven op aarde een verwachting is van het toekomstige leven in de zaligheid van God.

In hoop zijn wij verlost. Ons leven op aarde is een leven in hoop, meer dan in bezit. Ook al hebben wij reeds de genade ontvangen, deze moet nog dagelijks verdedigd worden en is op aarde nooit echt een onverwoestbaar bezit. Maar de genade geeft hoop om te bezitten. Deze hoop wordt niet beschaamd, omdat de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest.

Onze hoop is in de Heer, en deze hoop is niet gebouwd op mensen. Juist daarom kan onze hoop de vaste basis zijn van een onverwoestbare vreugde, te midden van ons leven in strijd en smart. Het is niet zo – zoals de meeste mensen van onze tijd menen – dat het christendom alleen maar lasten oplegt, prettige dingen onmogelijk maakt en ieder plezier verbiedt door het als zondig te beschouwen. Zij zien het katholicisme als een soort verbods- en politie-godsdienst, en de katholieke gelovige als een onderdrukte mens.

Het katholicisme schenkt echter het eeuwige leven, en is een positieve volheid als geen andere. Het schenkt bevrijding door onze redder Jezus Christus, en vreugde, reeds hier op aarde. De gave van de geest bezitten wij reeds nu. Het onderpand, het waarachtige begin en de voorproef van de bovenaardse vreugde verkrijgen wij door nu op aarde, in dit leven, God lief te hebben.

Wie is waarlijk verheugd tenzij hij die bemint?, zo kunnen wij ons afvragen. Liefde schenkt blijdschap, zelfs in het lijden. Dit is het diepste geheim van de vreugde van de heiligen. Zij waren blij gestemd te midden van hun kwellingen, omdat zij Jezus liefhadden en wisten dat zij Hem daardoor als ware dienaars gelijkvormig waren geworden. Dit is een onaardse vreugde, die zichzelf vergeten is. En het is deze vreugde die de heilige Kerk in onze harten wenst op te wekken voor het Kerstfeest dat altijddurend zal zijn.

13 december 2019

Rorate caeli


Rorate caeli desuper, et nubes pluant iustum.
Dauwt, hemelen, van boven, en wolken, regent de Rechtvaardige.

Ne irascaris Domine, ne ultra memineris iniquitatis: ecce civitas Sancti facta est deserta: Sion deserta facta est: Jerusalem desolata est: domus sanctificationis tuae et gloriae tuae, ubi laudaverunt te patres nostri.
Wees niet vertoornd, Heer, gedenk niet langer onze zonden: zie de stad van de Heilige is verwoest, Sion ligt in puin. Jeruzalem is ontredderd: Uw heilige en luisterrijke stad, waar onze vaderen U lof hebben gezongen.

Peccavimus, et facti sumus tamquam immundus nos, et cecidimus quasi folium universi: et iniquitates nostrae quasi ventus abstulerunt nos: abscondisti faciem tuam a nobis, et allisisti nos in manu iniquitatis nostrae.
Wij hebben gezondigd, en zijn geworden als een onreine; daarom zijn wij allen als een blad dat valt; onze zonden sleuren ons mee als de wind; Gij hebt Uw gelaat voor ons verborgen, en ons neergeworpen in de macht van onze zonden.

Vide Domine afflictionem populi tui, et mitte quem missurus es: emitte Agnum dominatorem terrae, de Petra deserti ad montem filiae Sion: ut auferat ipse iugum captivitatis nostrae.
Heer, zie neer op de ellende van Uw volk, en zend Die Gij beloofd hebt: zend het Lam, Dat de aarde beheerst, uit Petra in de woestijn naar de berg van Sions dochter: opdat Hij het juk van onze zonde wegneme.

Consolamini, consolamini, popule meus: cito veniet salus tua: quare maerore consumeris, quia innovavit te dolor? Salvabo te, noli timere, ego enim sum Dominus Deus tuus, Sanctus Israel, Redemptor tuus.
Troost u, troost u, Mijn volk: weldra komt uw heil: waarom wordt gij verteerd van smart? Waarom grijpt steeds weer nieuwe droefheid u aan? Ik zal u verlossen, wil niet vrezen: Ik ben immers de Heer, uw God, de Heilige van Israël, uw Verlosser.

10 december 2019

De drievoudige komst van de Heer

Het is Advent, voorbereidingstijd op Kerstmis, voorbereiding op de komst van de Heer, de Heer Jezus Christus. Hij komt met Kerstmis naar ons toe wanneer Hij geboren wordt uit de maagd Maria. Die geboorte vond plaats zo'n 2000 jaar geleden in een stal in Bethlehem. Toch is dat niet de enige komst van de Heer waarop wij ons zouden moeten voorbereiden. Zijn komst naar ons is namelijk éénvoudig en drievoudig. Eénvoudig, want het is één-en-dezelfde Zoon van God Die komt. Drievoudig, want Hij komt op drie tijden en op drieërlei wijze. De heilige Bernardus zegt in een Adventspreek: Bij Zijn eerste komst komt Hij in vlees en zwakte, bij Zijn tweede komst in geest en kracht, en bij Zijn derde komst in glorie en majesteit. De tweede komst is het middel waardoor men van de eerste naar de derde komt.

De Heer komt dus op drieërlei wijze: in het vlees, in de ziel en om te oordelen. De eerste komst vond plaats in het verleden. Hij is geboren, op aarde gezien en Hij heeft onder ons gewoond. Momenteel beleven wij Zijn tweede komst, tenminste als wij in de gesteldheid verkeren die het Hem toelaat te komen. Hij zegt immers dat als wij Hem liefhebben Hij bij ons zal komen en Zijn intrek bij ons zal nemen. Deze tweede komst is voor ons dus niet zeker. Wie weet er immers of hij/zij aan God toebehoort?
De derde komst zal echter zeker plaatsvinden, al weten wij niet wanneer dat zal gebeuren. Niets is zekerder dan de dood en niets is onzekerder dan het tijdstip waarop wij zullen sterven.

De eerste komst was dus nederig en verborgen. De tweede gebeurt in het geheim en is de vrucht van de Liefde, de derde zal openbaar zijn en schrikwekkend. Bij Zijn eerste komst is Christus door de mensen onrechtvaardig geoordeeld, bij Zijn tweede komst maakt Hij ons rechtvaardig door Zijn genade, bij Zijn derde komst zal Hij alles met rechtvaardigheid oordelen. Eerst Lam, tenslotte Leeuw, en tussen die twee tederminnende Vriend.

9 december 2019

Adventslied: O Heiland, open wijd de poort



O Heiland, open wijd de poort:
En daal omlaag, Gods eeuwig Woord,
Die aller mensen redder zijt,
zo lang voorzegd, zo lang verbeid.

Besproei ons hart, zo dor en droog,
Met dauw en regen van omhoog:
Gij zijt het zacht ootmoedig lam,
Gij zijt de leeuw uit Juda's stam.

O aarde met Gods vloek belaan,
Laat uit uw bodem bloeien gaan
De vreugd der eng'len, onze roem,
De lelieblanke Jessebloem.

O Morgenstond, zo lang verbeid,
O Zon van algerechtigheid,
De dag breekt aan, de nacht is om:
Wij wachten: ach, Heer Jezus kom.

8 december 2019

8 december: Onbevlekte Ontvangenis van de heilige maagd Maria, hoogfeest

Gedachtenis: Tweede zondag van de Advent

Heden vieren we de Onbevlekte Ontvangenis
van de heilige maagd Maria, die de kop van het serpent
met haar maagdelijke voet heeft verpletterd.

Epistel
Spreuken 8, 22-35
De Heer bezat mij reeds bij de aanvang van Zijn wegen, voordat Hij iets maakte in den beginne. Van eeuwigheid ben ik aangesteld, en van oudsher, vóórdat de aarde bestond. Nog was de wereldzee er niet, en ik was reeds ontvangen toen er nog geen waterbronnen waren ontsprongen; nog waren er geen bergen in machtig gevaarte gegrondvest; vóórdat er heuvelen waren, ontving ik het bestaan, toen Hij de wereld nog niet had geschapen, noch de stromen of de steunpunten der aarde. Toen Hij de hemelen maakte, was ik er bij, toen Hij aan de zeeën vaste wetten stelde en grenzen; toen Hij de wolkenhemel vastzette daarboven, en de watervloeden in evenwicht bracht; toen Hij aan de zee haar grenslijn trok, en de wateren gebood niet buiten de oevers te treden; toen Hij de grondslagen der aarde vastlegde. Ik was bij Hem, en bracht met Hem alles tot stand; en alle dagen genoot ik, en vond mijn vreugde steeds voor Zijn ogen; mijn vreugde vond ik op de aarde, want mijn genot is te zijn bij de kinderen der mensen. Nu dan kinderen, luistert naar mij; gelukkig zijn zij, die mijn wegen bewandelen. Aanhoort mijn onderrichting, en weest verstandig, en wilt ze niet van u afwerpen. Gelukkig de man, die luistert naar mij, en dagelijks de wacht houdt aan mijn poorten, en op wacht staat aan de post van mijn deur. Hij, die mij vindt, vindt het leven, en hij zal heil verwerven van de Heer.

Evangelie
Lc. 1, 26-28
In die tijd werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad van Galilea, Nazareth genaamd, tot een Maagd, die ten huwelijk was gegeven aan een man, die Jozef heette, uit het huis van David; en de naam van die maagd was Maria. En de engel trad bij haar binnen en sprak: Wees gegroet, gij vol van genade, de Heer is met u; gij zijt de gezegende onder de vrouwen.

Overweging
"Tota pulchra es! O Maria, gij zijt geheel zuiver, onbevlekt door de erfzonde." Dat zijn de woorden van verering die de Kerk ons vandaag in de mond legt. Zij drukken het gevoel uit van de mensheid, die door de zonde wordt verlamd, voor de smetteloze zuiverheid van Onze Lieve Vrouw.

In alle eeuwigheid heeft God Maria uitgekozen om de Moeder te worden van het Vleesgeworden Woord. Daarom heeft Hij haar met heiligheid getooid en haar gevrijwaard van elke smet om haar tot een waardige woning te maken voor Zijn Zoon. In de woorden van de engel tot Maria "Wees gegroet, vol van genade" ligt het voorrecht van haar onbevlekte ontvangenis opgesloten; want er had iets aan de volheid van genade ontbroken, indien haar ziel een ogenblik de besmetting van de erfzonde had gekend.

De heilige Maagd was reeds vanaf het moment van haar conceptie verlost, doordat zij gevrijwaard was van de erfzonde. Haar verlossing kan niet worden losgezien van onze verlossing door Christus. Daarom is het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, midden in de Adventstijd, een aankondiging van de grootsheid van de Vleeswording van onze Verlosser.

Het feest van vandaag is ingesteld door paus Pius IX met de afkondiging van het dogma op 8 december 1854, en maakte die dag tot een verplichte feestdag. Lang daarvoor bestond er echter reeds een feest van de 'conceptie'. In de achtste eeuw werd het reeds gevierd in de Kerken van het Oosten, in de negende eeuw in Ierland, en in de elfde eeuw in Engeland. De vlekkeloze Maagd werd dus al eeuwen door de christenheid gevierd toen Pius IX het dogma plechtig afkondigde. Hij bevestigde het traditionele geloof van de Kerk en bracht het in een dogma onder woorden.

Hoe moet Maria in de hemel van vreugde jubelen voor het aanschijn van God, Die haar voor alle zonden heeft willen vrijwaren! Maar hoe verdient zij ook, dat wij hier op aarde haar lof zingen! Vragen wij met de heilige Kerk aan God, dat Hij door haar voorspraak in ons de wonden van de erfzonde wil genezen, en ons bewaart voor persoonlijke zonden.

Een video van 'Tota pulchra es' (componist: Anton Brückner):


Tota pulchra es, Maria.
Et macula originalis non est in te.
Tu gloria Ierusalem.
Tu laetitia Israel.
Tu honorificentia populi nostri.
Tu advocata peccatorum.
O Maria, Virgo prudentissima.
Mater clementissima, ora pro nobis.
Intercede pro nobis ad Dominum Iesum Christum.
In conceptione tua, Immaculata fuisti.
Ora pro nobis Patrem cuius Filium peperisti.
Domina, protege orationem meam.
Et clamor meus ad te veniat. Amen.
U zijt gans schoon, Maria.
En de vlek der erfzonde kleeft niet aan u.
U zijt de roem van Jeruzalem.
U zijt de blijheid van Israël.
U zijt de luister van ons volk.
U zijt de voorspreekster der zondaren.
O Maria, allervoorzichtigste Maagd,
allergenadigste Moeder, bid voor ons.
Wees onze bemiddelaarster bij onze Heer Jezus Christus.
In uw conceptie bent u onbevlekt gebleven.
Bid voor ons tot de Vader, Wiens Zoon gij gebaard hebt.
O Vrouwe, ondersteun mijn gebed.
En mijn noodkreet kome tot u. Amen.

7 december 2019

7 december: Heilige Ambrosius, bisschop, belijder en Kerkleraar

In het jaar 340 werd Ambrosius te Trier uit Romeinse ouders geboren. Een legende vertelt dat er eens een bijenzwerm boven de wieg van Ambrosius zweefde. De bijen vlogen in zijn mondje en er druppelde honing naar binnen. Vandaar dat de latere beschermheilige van de imkers als bisschop zo honingzoet kon preken.

Na het overlijden van zijn vader, verhuisde het gezin naar Rome, waar Ambrosius zich voorbereidde op een ambtelijke loopbaan te Sirmium. De jonge Ambrosius ambieerde allesbehalve het bisschopsambt. Hij studeerde rechten en retorica, omdat hij politicus wilde worden. Zijn eerste publieke functie bekleedde hij in Sirmium, een stad gelegen in het huidige Slovenië. In 370 werd hij prefect van de twee provincies Liguria en Aemilia met als standplaats Milaan. In 373 werd hij door keizer Valentianus tot stadhouder van Noord-Italië benoemd. In zijn standplaats Milaan werd hij al spoedig een gerespecteerd en geliefd bestuurder.

Na de dood van de bisschop van Milaan trachtte Ambrosius de vrede te herstellen in het door theologische twisten verscheurde bisdom. Orthodoxe katholieken en Christus’ goddelijkheid loochende arianen streden om de lege bisschopszetel. Toen Ambrosius in 374 als neutrale waarnemer aanwezig was bij de turbulente bisschopsverkiezing in de kathedraal, viel plots de keus op hem. Iemand had geopperd: "Ambrosius als bisschop!" Prompt scandeerden de gelovigen dezelfde leus en werd Ambrosius bij acclamatie tot bisschop gekozen. Opmerkelijk, want Ambrosius was nog niet gedoopt; hij was slechts geloofsleerling.

Ambrosius ontving het doopsel en werd op 7 december tot bisschop gewijd. Na zijn wijding begon Ambrosius aan zijn theologiestudie. Al spoedig ontpopte hij zich tot een kundig priester, met een voorliefde voor de armen. Zijn populariteit was zo groot dat een menigte zich verdrong rond zijn werkvertrek, alleen maar om hem te zien lezen en bidden. Zo ook ene Augustinus uit Carthago, de latere bisschop van Hippo. Die was zo onder de indruk van Ambrosius, dat hij zich bekeerde tot het christendom en zich door hem liet dopen.

Ambrosius stelde het gezag van de Kerk boven de autoriteit van de keizer. Hij beval keizer Theodosius I in het openbaar boete te doen, nadat deze bij een opstand in Thessalonika zevenduizend personen in het circus ter dood had laten brengen. De bisschop ontzegde de machtige keizer zelfs de toegang tot de kathedraal. Later wist Ambrosius de keizer ertoe te bewegen alle heidense culten te verbieden. In 391 zou Theodosius het christendom zelfs tot staatsgodsdienst verheffen.

Sint Ambrosius stierf op paaszaterdag 4 april 397. Hij is de geschiedenis ingegaan als een onverschrokken herder en verkondiger van het Woord. Door zijn preken en catechetische geschriften verdiepte hij het katholieke geloof en droeg hij bij tot de verrijking van de theologische traditie. Ambrosius heeft steeds geijverd voor de zuiverheid van het geloof, voor de goede zeden, voor het kloosterleven en voor de eredienst. Hij dichtte Latijnse hymnen en voerde de beurtzang in. Tot de meest bekende behoort wel het 'Te Deum'.

Sinds 1298 wordt hij samen met Augustinus, Hiëronymus en Gregorius de Grote vereerd als Kerkvader van het Westen. Zijn relieken rusten in de Basilica di Sant’Ambrogio in Milaan.

De heilige Ambrosius is patroon van imkers, bijen en huisdieren.

6 december 2019

6 december: Heilige Nicolaas, bisschop en belijder

Nicolaas van Myra of Nicolaas de Wonderdoener, Nicolaas van Bari of Nicolaas van Patara is waarschijnlijk geboren omstreeks het jaar 280 te Patara in Lycië en overleden op 6 december in 342 of 352. In de vierde eeuw was hij bisschop te Myra, de toenmalige hoofdplaats van Lycië in Klein-Azië. Hij werd later heilig verklaard en is de hoofdpersoon in tal van legenden, bijvoorbeeld de Legenda Aurea van de 13e-eeuwse geleerde dominicaan Jacobus de Voragine. Belangrijke elementen van het Sinterklaasfeest gaan op hem terug.

Aan de kleine Nicolaas werden al vanaf de geboorte wonderen toegewezen. Zo kon hij direct na de geboorte rechtop in zijn badje staan, de handen ten hemel geheven, alsof hij God dankte voor het mirakel van zijn geboorte en wilde hij op de vastendagen, woensdag en vrijdag, niet van moeders borst drinken. Verder kende hij op vroege leeftijd de namen van de hemellichamen uit zijn hoofd.

Het was al snel duidelijk dat Nicolaas - vernoemd naar zijn oom, met wie hij vaak verward wordt, bisschop in een naburige gemeente - zijn leven aan de dienst van God zou wijden. Er werd een verband gezien met de Bijbelse figuur Samuel. Nicolaas' moeder kon net als de moeder van Samuel geen kinderen krijgen, en kreeg uiteindelijk een kind in ruil voor de belofte dat het in dienst van God zou treden. Net als Samuel was Nicolaas al op vroege leeftijd geliefd bij de bevolking. Hij begreep snel dat hij een hogere taak te vervullen had (I Samuel 3:20). Samuel was de laatste en belangrijkste der Richteren, die ook koningen zou zalven. Ook hier ligt een overeenkomst, want tijdens Nicolaas' leven zou het christendom in het Romeinse Rijk belangrijk worden.

Volgens de later heiligverklaarde Simeon de Vertaler was Nicolaas een goede leerling, ging hij met regelmaat naar de kerk en was hij - waar nodig - behulpzaam. Reeds op 19-jarige leeftijd werd de jonge Nicolaas door zijn oom, de bisschop, tot priester gewijd en legde hij de kloostergeloften af. Zijn oom sprak de verwachting uit dat Nicolaas zelf óók bisschop zou worden en een leven van verlichting zou leiden. Door zijn strenge discipline in het vasten, zijn goede wil en zijn gebeden voor iedereen was hij een voorbeeld voor anderen.

Toen zijn oom een reis maakte naar Jeruzalem, werd de jonge Nicolaas benoemd tot gevolmachtigde in zijn klooster Nieuw Zion. Volgens de overlevering bestuurde hij het klooster zó goed dat het leek alsof de bisschop zelf aanwezig was.

Volgens dezelfde Simeon de Vertaler heeft de heilige meermalen het Heilig Land bezocht, en vatte hij telkens het plan op om er meerdere weken te verblijven, maar een "engel des Heeren beval hem om huiswaarts te keren". Dit betekende dat zijn parochie in gevaar was en hij zijn bovenmenselijke krachten aldaar moest gebruiken. Eens probeerde bij zo'n gelegenheid een zeeman hem te bedriegen, maar Nicolaas verijdelde dat plan, en sprak streng: Probeer nu nooit meer iemand te bedriegen. Vaar naar huis, en mijn zegen zal je vergezellen. Vandaar staat hij bekend als vergevingsgezind.

Aan de vooravond van zijn bisschopswijding ontving Nicolaas een versie van de Bijbel uit de handen van Jezus.

Naar verluidt nam Nicolaas in 325 als bisschop deel aan het Concilie van Nicea, al zijn hiervoor geen bewijzen gevonden. De voornaamste aanleiding tot bijeenroepen van het concilie was de onrust, ontstaan door de leer verspreid door Arius. Tijdens dit concilie liep Nicolaas, een fervent tegenstander van Arius, naar hem toe, en gaf hem een klap in het gezicht. Hiervoor werd Nicolaas in de kerker gegooid, maar 's nachts werd hij uit zijn boeien bevrijd door Maria, en kreeg hij van haar zijn bisschoppelijke gewaden terug samen met een een Bijbel. Gedurende de rest van het concilie werd er bij grote vraagstukken beslist volgens de mening van Nicolaas.

Gedurende zijn leven zou Nicolaas vele malen de bevolking tegen demonen hebben beschermd, maar ook na zijn dood zou hij verder voor zijn mensen hebben gezorgd. Zo zou hij tijdens hongersnoden schepen hebben behoed voor de ondergang.

Nicolaas van Myra werd begraven in Myra, nabij het huidige Demre in het zuidwesten van Turkije. In 1087 werden zijn relieken door Italiaanse kooplieden van Myra naar Bari overgebracht, om ze te beschermen tegen de oprukkende Islam. Hier werd speciaal voor hem een kerk gebouwd, de basiliek van Sint Nicolaas.

Er worden vele legenden verteld over de heilige Nicolaas die een verklaring zijn voor het Sinterklaasfeest dat in Nederland en België wordt gevierd en ook voor het bestaan van de Kerstman (Nikolaus, Saint Nic).

De Legenda Aurea vertelt het verhaal van een arme man, die drie dochters had. In die dagen werd van de vader verwacht, dat hij de toekomstige echtgenoot iets van waarde aanbood: een bruidsschat. Hoe hoger de bruidsschat, des te groter de kans dat een jonge vrouw een goede echtgenoot zou vinden. Zonder bruidsschat was het onwaarschijnlijk dat de vrouw ooit zou trouwen. Vanwege de armoede van de man waren zijn dochters gedoemd als slavinnen te worden verkocht. Echter, op drie verschillende gelegenheden verscheen een buidel met goud in het huis, die voorzien waren van een volwaardige bruidsschat. Van de geldbuidels, die door een open raam werden gegooid, wordt gezegd dat ze in de schoenen terecht kwamen die voor de haard stonden te drogen. Soms zijn de geldbuidels weergegeven dan wel geïnterpreteerd als sinaasappels of mandarijnen, hetgeen kan verklaren waarom de Sint uit Spanje komt. Dit verhaal verklaart ook het strooigoed en het zetten van de schoen. Drie zakjes met goud staan symbool voor Sint Nicolaas.

Een ander verhaal vertelt van drie theologiestudenten, die op hun weg naar Athene door een herbergier werden vermoord. De herbergier borg het vlees van de studenten op in een ton met pekel. Enige tijd later bezocht Sint Nicolaas dezelfde herberg, en droomde ’s nachts van de misdaad die de herbergier begaan had. Nicolaas riep de herbergier en bad tot God, waarna de studenten weer tot leven werden gewekt. In Frankrijk is er een soortgelijk verhaal, waarin drie kleine kinderen tijdens hun spel verdwaald raken en worden verleid en gevangen door een slager. Sint Nicolaas verschijnt, roept tot God, herstelt de kinderen het leven en brengt ze terug naar hun ouders.

Nicolaas vermenigvuldigde zakken graan die per schip in de haven van Myra kwamen. Hierdoor werd een hongersnood vermeden. Deze legende doet denken aan de wonderbare broodvermenigvuldiging van Christus.

De zoon van een edelman was krijgsgevangen gemaakt door een heidense koning. Hij vertelde de koning over Sint Nicolaas. De koning sprak honend dat Nicolaas de jongen niet kon bevrijden. Hierop verscheen Nicolaas in een glorie van wolken. De jongen werd bevrijd en overgedragen aan zijn vader.
Een andere versie van dit verhaal vindt plaats na de dood van Sint Nicolaas. De stedelingen van Myra waren zijn naamdag aan het vieren toen een groep Arabische piraten vanuit Kreta in het gebied van Myra kwamen. Zij stalen de relikwieën uit de kerk van Sint Nicolaas. Terwijl zij de stad verlieten, ontvoerden zij een jongen, Basilios, om hem als slaaf te kunnen verkopen. In dienst getreden als slaaf werkte Basilios voor een koning als wijnschenker, die hem gekocht had omdat Basilios niet zou kunnen verstaan wat de koning tegen zijn raadslieden zou zeggen. Het hele volgende jaar zou Basilios de koning zijn wijn schenken in een prachtige, gouden karaf. In Myra kwam Nicolaas’ naamdag steeds dichterbij. Basilios’ moeder wilde niet aan het feest meedoen, omdat de dag voor haar tragische herinneringen opriep. In plaats mee te doen aan het feest bad zij om Basilios’ veiligheid. Terwijl Basilios zijn diensten voor de koning verrichtte, werd hij plotseling uit de zaal geplukt, de gouden karaf nog in de hand. Sint Nicolaas verscheen voor de doodsbange jongen, zegende hem en bracht hem terug naar zijn ouders in Myra.

Sint Nicolaas is de beschermheilige van kinderen, ongehuwde vrouwen, kooplieden, studenten, geliefden, slagers, dieven, moordenaars, piraten en schutspatroon van de zeelieden. Veel havensteden hebben Sint Nicolaas als beschermheilige, zoals Aberdeen, Amsterdam, Bari en Sint-Niklaas (België).