Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 mei 2021, onder voorbehoud van wijzigingen.

16 mei 2021

Pinksternoveen, dag 3

Christus heeft – vóór Zijn heengaan naar de Vader – aan de apostelen de komst van de Heilige Geest beloofd. Hij zou hun elke waarheid leren, Hij zou met hen en in hen zijn. Dit is de belofte die Christus aan Zijn apostelen geeft. De Heilige Geest zal de Kerk van Christus besturen en bewaren, en Hij zal ons allen leiding geven en bewaren. Juist in die mate waarin wij ons aan Hem overgeven, zal Hij ons heiligen.

Wat op aarde gebeurde, onmiddellijk na de hemelvaart van Jezus, was de vervulling van Zijn laatste wens, namelijk dat de apostelen en Zijn heilige Moeder eensgezind bleven in het gebed om de Heilige Geest af te roepen. Zij zetten als het ware het gebed van Christus op aarde voort door de Heilige Geest. En zo verenigt tot op heden het gebed van de Kerk zich met het gebed van Christus in de hemel.

Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van Uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van Uw liefde.
Zend Uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
en Gij zult het aanzien van de aarde vernieuwen.

Laat ons bidden.
God, Gij hebt de harten van de gelovigen
door de verlichting van de Heilige Geest onderwezen.
Geef, dat wij door die Heilige Geest
de ware wijsheid mogen bezitten
en ons altijd over Zijn vertroosting verblijden.
Door Christus, onze Heer. Amen.

Zondag na de hemelvaart van de Heer

Epistel
1 Petr. 4, 7-11
Veelgeliefden, weest verstandig, en blijft waakzaam in het bidden. Maar vóór alles moet gij elkaar wederkerig een duurzame liefde toedragen; want de liefde bedekt een menigte van zonden. Weest gastvrij jegens elkander, zonder te klagen. Laat iedereen de genadegaven, zoals hij die heeft ontvangen, ook gebruiken tot elkanders nut, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God. Als iemand spreekt, laat het dan zijn als het woord van God; als iemand een ambt uitoefent, laat hij dat doen als uit de kracht, die God verleent; opdat in alles eer gegeven worde aan God door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 15, 26-27 en 16, 1-4
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Wanneer de Helper komt, Die Ik u zal zenden van de Vader, de Geest der waarheid, Die van de Vader voortkomt, dan zal Hij van Mij getuigen; en ook gij zult getuigen, omdat gij van het begin af met Mij zijt. Ik heb over deze dingen tot u gesproken, om te voorkomen, dat gij geërgerd wordt. Men zal u buiten de synagogen sluiten; het uur komt zelfs, dat iemand, die u het leven ontneemt, zal menen een dienst te bewijzen aan God. En zij zullen u dit aandoen, omdat zij noch de Vader kennen, noch Mij. Maar Ik heb u dit alles voorzegd, opdat gij, als het uur daarvan komt, u zult herinneren, dat Ik het u gezegd heb.

Overweging
Christus heeft – vóór Zijn heengaan naar de Vader – aan de apostelen de komst van de Heilige Geest beloofd. Hij zou hun elke waarheid leren, Hij zou met hen en in hen zijn. Dit is de belofte die Christus aan Zijn apostelen geeft en daardoor ook aan de bisschoppen en priesters die hen opvolgen. Maar daarmee houdt de belofte van de komst van de Heilige Geest niet op, want de Heilige Geest zal ook de Kerk van Christus besturen en bewaren, en Hij zal ons allen leiding geven en bewaren. Juist in die mate waarin wij ons aan Hem overgeven, zal Hij ons heiligen. Wij zien dus dat de uitstorting van de Heilige Geest beloofd is aan de gehele Kerk van God, ook al is deze uitstorting verschillend naar stand en roeping.

Wat op aarde gebeurde, onmiddellijk na de hemelvaart van Jezus, was de vervulling van Zijn laatste wens, namelijk dat de apostelen en Zijn heilige Moeder eensgezind bleven in het gebed om de Heilige Geest af te roepen. Zij zetten als het ware het gebed van Christus op aarde voort door de Heilige Geest. En zo verenigt tot op heden het gebed van de Kerk zich met het gebed van Christus in de hemel.

15 mei 2021

Pinksternoveen, dag 2

Christus heeft – vóór Zijn heengaan naar de Vader – aan de apostelen de komst van de Heilige Geest beloofd. Hij zou hun elke waarheid leren, Hij zou met hen en in hen zijn. Dit is de belofte die Christus aan Zijn apostelen geeft. De Heilige Geest zal de Kerk van Christus besturen en bewaren, en Hij zal ons allen leiding geven en bewaren. Juist in die mate waarin wij ons aan Hem overgeven, zal Hij ons heiligen.

Wat op aarde gebeurde, onmiddellijk na de hemelvaart van Jezus, was de vervulling van Zijn laatste wens, namelijk dat de apostelen en Zijn heilige Moeder eensgezind bleven in het gebed om de Heilige Geest af te roepen. Zij zetten als het ware het gebed van Christus op aarde voort door de Heilige Geest. En zo verenigt tot op heden het gebed van de Kerk zich met het gebed van Christus in de hemel.

Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van Uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van Uw liefde.
Zend Uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
en Gij zult het aanzien van de aarde vernieuwen.

Laat ons bidden.
God, Gij hebt de harten van de gelovigen
door de verlichting van de Heilige Geest onderwezen.
Geef, dat wij door die Heilige Geest
de ware wijsheid mogen bezitten
en ons altijd over Zijn vertroosting verblijden.
Door Christus, onze Heer. Amen.

15 mei: Heilige Johannes Baptista de la Salle, belijder

Johannes Baptiste de la Salle werd geboren in het jaar 1651 in Reims, Frankrijk, uit een adellijk geslacht. Hij studeerde letteren en wijsbegeerte. Op 17-jarige leeftijd werd hij opgenomen onder de kanunniken van Reims. Later meldde hij zich bij het seminarie van Saint-Sulpice in Parijs.

Na zijn priesterwijding werd hij rector van de zusters van het Kindje Jezus, die zich wijdden aan de opvoeding van meisjes. Hij bestuurde en beschermde deze congregatie met wijsheid. Om ook de jongens uit het volk godsdienstzin en goede zeden bij te kunnen brengen, stichtte hij, ondanks veel tegenstand, een congregatie van broeders: Broeders van de christelijke scholen (Fratres Scolarum Christianorum, FSC). Paus Benedictus XIII keurde zijn orderegel goed.

Hij deed daarna afstand van zijn positie als kanunnik, verdeelde zijn goederen onder de armen en uit nederigheid legde hij zelfs het bestuur van de door hem gestichte congregatie neer. Johannes stierf op 7 april 1719 in Saint-Yon, Rouen, 72 jaar oud. In 1888 werd hij zalig verklaard; paus Leo XIII verklaarde hem op 24 mei 1900 heilig. In 1950 riep paus Pius XII hem uit tot patroon van onderwijzers en van opvoeders.

14 mei 2021

Pinksternoveen, dag 1

Christus heeft – vóór Zijn heengaan naar de Vader – aan de apostelen de komst van de Heilige Geest beloofd. Hij zou hun elke waarheid leren, Hij zou met hen en in hen zijn. Dit is de belofte die Christus aan Zijn apostelen geeft. De Heilige Geest zal de Kerk van Christus besturen en bewaren, en Hij zal ons allen leiding geven en bewaren. Juist in die mate waarin wij ons aan Hem overgeven, zal Hij ons heiligen.

Wat op aarde gebeurde, onmiddellijk na de hemelvaart van Jezus, was de vervulling van Zijn laatste wens, namelijk dat de apostelen en Zijn heilige Moeder eensgezind bleven in het gebed om de Heilige Geest af te roepen. Zij zetten als het ware het gebed van Christus op aarde voort door de Heilige Geest. En zo verenigt tot op heden het gebed van de Kerk zich met het gebed van Christus in de hemel.

Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van Uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van Uw liefde.
Zend Uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
en Gij zult het aanzien van de aarde vernieuwen.

Laat ons bidden.
God, Gij hebt de harten van de gelovigen
door de verlichting van de Heilige Geest onderwezen.
Geef, dat wij door die Heilige Geest
de ware wijsheid mogen bezitten
en ons altijd over Zijn vertroosting verblijden.
Door Christus, onze Heer. Amen.

14 mei: Heilige Bonifatius, martelaar

Bonifatius was een Romeinse jongeman die leefde in de derde eeuw te Rome. Hij was welgesteld, maar deelde zijn rijkdom met de armen. Hij was verloofd met Aglaë, een mooie jonge vrouw. Zij spoorde Bonifatius aan om in het oosten (Tarsus) relieken van martelaren te gaan zoeken.

Toen Bonifatius met eigen ogen de folteringen zag waaraan de martelaren werden onderworpen, en de moed die zij daarbij toonden, bekeerde hij zich openlijk tot het christelijke geloof. Dat leidde ertoe dat hij ook zelf gemarteld werd. Hij stierf op 14 mei 307. Zijn stoffelijke resten werden later teruggebracht naar Rome en zo ontving Aglaë alsnog de relieken van een martelaar.

Bonifatius is de laatste van de vier ijsheiligen. De andere drie zijn Mamertius (11 mei), Pancratius (12 mei) en Servatius (13 mei). Zij worden ijsheiligen genoemd omdat op deze dagen het gevaar bestaat van koud voorjaarsweer terwijl het gewas in volle bloei staat. Na 14 mei is de kans op nachtvorst nog maar heel klein.

Een oude weerspreuk die naar deze ijsheiligen verwijst luidt: Pancraas, Servaas, en Bonifaas brengen sneeuw en ijs helaas!

13 mei 2021

Litanie van Maria (Litanie van Loreto - Mozart)



Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

Hemelvaart van onze Heer Jezus Christus, hoogfeest

Mozaïek van de hemelvaart van Jezus Christus in de Basilica di San Marco in Venetië.

Epistel
Hand. 1, 1-11
Mijn eerste boek heb ik geschreven, Theophilus, over al hetgeen Jezus heeft gedaan en geleerd van het begin af tot op de dag, dat Hij werd opgenomen, na door de Heilige Geest Zijn bevelen te hebben gegeven aan de apostelen, die Hij had uitgekozen. Aan hen ook heeft Hij na Zijn lijden door vele bewijzen getoond, dat Hij weer leefde, doordat Hij gedurende veertig dagen aan hen verscheen, en dan sprak over het rijk Gods. En terwijl Hij eens met hen maaltijd hield, beval Hij hen niet weg te gaan van Jeruzalem, maar de belofte van de Vader af te wachten, waarover gij - zo zei Hij - Mij hebt horen spreken; want Johannes doopte wel met water, maar gij zult gedoopt worden met Heilige Geest binnen enkele dagen. Daarom stelden de aanwezigen Hem de vraag: Heer, is dat de tijd, waarop Gij voor Israël het koninkrijk zult herstellen? Maar Hij gaf hun ten antwoord: Het komt u niet toe tijd en uur te kennen, die de Vader in Zijn macht heeft vastgesteld; maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest, Die over u zal komen, en gij zult Mij tot getuigen zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en in Samaria, ja tot aan het einde der aarde. En toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen opgeheven, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En terwijl zij Hem nog ten hemel nastaarden, stonden er opeens twee mannen bij hen in witte klederen; en deze zeiden: Mannen van Galilea, wat staat gij toch naar de hemel op te zien? Deze Jezus, Die van u ten hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem hebt zien opstijgen ten hemel.

Evangelie
Mc. 16, 14-20
In die tijd verscheen Jezus aan de elf leerlingen, terwijl zij aan tafel waren. En Hij berispte hen over hun ongelovigheid en verstoktheid van hart, omdat zij geen geloof geschonken hadden aan hen, die Hem na Zijn verrijzenis gezien hadden. Ook sprak Hij nog tot hen: Gaat uit over de gehele wereld, en verkondigt het Evangelie aan alle schepselen. Wie gelooft en zich laat dopen, zal zalig worden; maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. En de volgende wondertekenen zullen hen, die geloven, vergezellen: In Mijn Naam zullen zij duivels uitdrijven, vreemde talen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen; en al drinken zij dodelijk gif, het zal hun niet schaden; zieken zullen zij de handen opleggen en deze zullen genezen. Na aldus tot hen gesproken te hebben, is de Heer Jezus ten hemel opgenomen en zetelt Hij aan de rechterhand van God. Zij nu gingen uit en predikten overal, terwijl de Heer meewerkte en de prediking bekrachtigde door de wonderen, die er mee gepaard gingen.

Overweging
De vrucht van het mysterie dat wij vandaag vieren wordt heel duidelijk uitgedrukt in de oratie van de heilige Mis van vandaag: “Dat wij, die geloven dat Uw Eniggeboren Zoon, onze Verlosser, vandaag ten hemel is opgestegen, ook zelf met de geest in de hemel verwijlen”. Mente in caelestibus habitemus. Dat wij, terwijl wij nog op aarde verblijven, onze verheerlijkte Verlosser in de geest naar de hemel volgen en daar een geestelijke woning kiezen.

De bedoeling van de Kerk is niet een vluchtige gedachte aan de hemelse dingen te midden van onze aardse bezigheden, die toch voortdurend onze volle aandacht eisen, maar een vaste overtuiging dat wij niet van deze wereld zijn. Dat onze toekomst van een andere aard is. Het doel van ons christelijk leven ligt niet op deze aarde, maar in de hemel. Ons aardse leven is een pelgrimstocht naar de hemel, mits wij de weg van Christus gaan, in Zijn voetsporen treden en leven volgens Zijn woord. De Kerk neemt ons vandaag dus bij de hand en richt onze ogen en harten omhoog. Daar is ons vaderland en onze woning, daar is ons ware leven ‘met Christus verborgen in God’.

12 mei 2021

Vigilie van de Hemelvaart van de Heer

Verheven Vorst der eeuwigheid,
Gij Die Uw kinderen bevrijdt,
de zege is aan U, o Heer,
de dood ligt aan Uw voeten neer.

Gij stijgt omhoog in het heelal,
waar U de Vader noden zal
te zitten aan Zijn rechterhand,
te heersen over zee en land.

Al wat er in de hemel leeft,
wat op de aarde woning heeft,
de diepte der verborgenheid,
het buigt zich voor Uw Majesteit.

U, Jezus, zij de heerlijkheid,
Die stralend opgevaren zijt,
met Vader en met Geest tezaam
zij eeuwig lof Uw grote Naam.

11 mei 2021

(Beperkte) bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 12 mei

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is woensdag 12 mei. Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Lof met Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed

Er is geen conferentie in de pastorie.

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

11 mei: H.H. Philippus en Jacobus de Mindere, apostelen

Philippus en Jacobus de Mindere worden op dezelfde dag gevierd om twee redenen: ze waren beiden apostel én hun relieken rusten op dezelfde plek, namelijk in de kerk van de Twaalf Apostelen (Dodici Apostoli) in Rome.

Philippus, afkomstig uit de stad Betsaïda en leerling van Johannes de Doper, was als prediker actief in het westelijke deel van Klein-Azië en in Frygië. In dat land, meer bepaald in de stad Hiërapolis, stierf hij rond 80 de marteldood. Op bevel van keizer Domitianus werd hij gekruisigd met het hoofd naar beneden. Later werd hem een apocrief (niet als gezaghebbend erkend) evangelie toegeschreven, dat een lange lofzang op de maagdelijkheid is.

Jacobus de Mindere, ook de rechtvaardige genoemd, was een zoon van een zus van de heilige maagd Maria en dus een neef van Jezus, die een paar jaar jonger was. Het toevoegsel ‘de Mindere’ kreeg hij om hem te onderscheiden van de andere apostel Jacobus (de Meerdere). Het predikaat verwijst naar het feit dat hij later dan zijn naamgenoot apostel werd, namelijk in het jaar 31. Jacobus de Mindere werd de eerste bisschop van Jeruzalem en leidde een nogal zonderling bestaan. Zo zou hij zijn haar en baard nooit hebben laten knippen, waste hij zich nooit en liep hij blootsvoets. Het grootste deel van zijn tijd bracht hij al biddend door. Hij hoefde, naar verluidt, zijn armen maar naar de hemel uit te strekken om het te laten regenen. Hij schreef in 59 een epistel, waarvan de hoofdstelling luidt dat geloven alleen maar mogelijk is wanneer men ook goede werken doet. In 62 werd hij valselijk beschuldigd door de hogepriester Ananus, die hem aan het joodse volk uitleverde. Nadat hij had geweigerd zijn geloof af te zweren, werd Jacobus de Mindere van op het dak van de tempel naar beneden geworpen. Hij overleefde de val en vroeg de Heer om zijn moordenaars te vergeven. Daarop werd hij gestenigd en uiteindelijk doodgeslagen met een knuppel.

10 mei 2021

Maandag, dinsdag en woensdag voor Hemelvaartsdag: Kruisdagen - Litanie van alle heiligen

Op 25 april en op de maandag, dinsdag en woensdag voor Hemelvaartsdag viert de Kerk de Kruisdagen. Op 25 april wordt de bidprocessie ofwel de Litaniae majores in Rome gehouden, op deze drie dagen voor Hemelvaartsdag zijn de processies ofwel de Litaniae minores (de minder plechtige litanie) van Franse oorsprong. Sinds jaren werd Zuid-Frankrijk geteisterd door vreselijke plagen. Bisschop Mamertus vatte het plan op om op deze drie dagen voorafgaand aan Hemelvaartsdag een algemene bidprocessie te houden. Dit gebruik vond al snel navolging in andere steden, rond het jaar 800 ook in Rome. De Nederlandse naam 'kruisdagen' is afkomstig van de oude gewoonte dat de priester daarbij een kruis of kruisreliek in de handen hield. Deze biddagen hebben nog altijd een tweeledig doel: het afwenden van de door onze zonden verdiende straffen en de zegen van God over de vruchten van de aarde, over de gelovigen en over de gehele Kerk af te smeken. De litanie van alle heiligen en de daarbij behorende gebeden dragen het karakter van smeekgebeden. In de gezangen van de Mis van de Kruisdagen loven wij reeds bij voorbaat de Heer om Zijn barmhartigheid, die niet zal uitblijven na vurige en algemene oefeningen van gebed en boete.

De Mis van deze drie Kruisdagen heet in het Latijn Missa Rogationum (In Litaniis Minoribus). Het Latijnse werkwoord 'rogare' betekent 'vragen'. Voorafgaand aan de heilige Mis van de Kruisdagen wordt de litanie van alle heiligen gezongen. Drie dagen lang vraagt de strijdende Kerk (op aarde) aan God en aan alle heiligen (de zegepralende Kerk) om alle goederen te mogen verkrijgen die wij nodig hebben en om bescherming tegen alle onheil, ziekte, rampen en kwaad. Luisteren wij naar en vertrouwen wij op de woorden van onze Heer Jezus Christus uit het Evangelie van afgelopen zondag (vijfde zondag na Pasen), waarin Hij Zelf zegt: "Vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij." Bidden wij, zeker in deze Mariamaand, dagelijks de rozenkrans, het krachtige gebed tot onze Lieve Heer en Zijn Moeder, en vragen wij Onze Lieve Vrouw om ons in ons voortdurend gebed te begeleiden.

9 mei 2021

Te Matrem praedicamus



Te Matrem praedicamus,
cum tuo Filio.
Gementes suspiramus
ex hoc exsilio.
Exaudi nos, Maria,
Patrona mater pia.
Tuo nos Filio reconcilia.

Solatrix afflictorum,
te Matrem exhibe.
Spes unica reorum,
fatentes suscipe.
Exaudi nos, Maria,
Patrona mater pia.
Tuo nos Filio reconcilia.

Maria, Virgo pia,
Mater amabilis.
Sis quaesumus in via,
tutamen servulis.
Exaudi nos, Maria,
Patrona mater pia.
Tuo nos Filio reconcilia.

Vijfde zondag na Pasen

De Verrijzenis, omgeven door de vier evangelisten.

Epistel
Jac. 1, 22-27
Veelgeliefden, gij moet het woord volbrengen en niet alleen aanhoren; want dan zoudt gij uzelf misleiden. Want iemand, die het woord aanhoort, maar niet volbrengt, is te vergelijken met een man, die zijn eigen gelaat in de spiegel ziet; immers hij ziet zichzelf en gaat heen, en aanstonds is hij weer vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie het oog gericht houdt op de volmaakte wet van de vrijheid, en zich daaraan houdt - wie dus niet alleen luistert en weer vergeet, maar de daad volbrengt - hij zal door dat volbrengen zalig zijn. Maar als iemand soms meent, dat hij godsdienstig is, terwijl hij zijn tong niet in bedwang houdt, en zo zichzelf misleidt, diens godsdienstigheid is zonder waarde. Reine en vlekkeloze godsdienstigheid in het oog van God de Vader is dit: Wezen en weduwen te ondersteunen in hun nood, en zichzelf onbesmet te bewaren voor deze wereld.

Evangelie
Joh. 16, 23-30
In die tijd zei Jezus tot Zijn leerlingen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: al wat gij de Vader in Mijn Naam zult vragen, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt gij nog niets in Mijn Naam gevraagd; vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij. Over al deze dingen heb Ik in beelden tot u gesproken; het uur komt, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u in duidelijke taal over de Vader mededelingen zal doen. Op die dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u zal vragen; want de Vader Zélf heeft u lief, omdat gij Mij liefhebt en omdat gij gelooft, dat Ik van God ben uitgegaan. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga heen naar de Vader. Zijn leerlingen zeiden Hem: Zie, nu spreekt Gij duidelijke taal, zonder enige beeldspraak te gebruiken. Nu zien wij, dat Gij alles weet en dat het niet nodig is, dat iemand U ondervraagt; daarom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.

Overweging
De Paastijd is bijna voorbij. Elke zondag en elke dag in deze liturgische tijd zong de Kerk in de Paasprefatie de volgende woorden: “Die onze dood door Zijn sterven heeft vernietigd en ons leven door Zijn verrijzenis heeft hersteld.” Met deze woorden belijden wij dat er in de dood en verrijzenis van onze goddelijke Verlosser ook met onze dood een verandering heeft plaatsgevonden. Het is niets anders dan dat wat wij in het Credo bidden: Ik verwacht de verrijzenis der doden en het eeuwige leven.

Als wij ons afvragen wat de dood is van de mens, losgemaakt van Christus’ dood en verrijzenis, dan luidt het eenvoudigste antwoord: de dood is een einde. Wat tevoren levend was, zich roerde en bewoog, wat werkte, wat liefhad en lachte, ligt daar nu koud en stijf, klaar om te vervallen en teniet te gaan. Buiten het christendom weet niemand wat er dan vervalt en in het niets oplost. Is het de gehele mens, is het alleen zijn lichaam? Als het de gehele mens is, dan is op het moment van de dood een ding zeker: de totale zinloosheid van het leven. Het maakt niet uit of iemand heeft geleefd of niet. De dood is een einde.

De Kerk, trouw aan het getuigenis en de boodschap van de apostelen, leert iets anders over het leven en de dood. Christus is uit de doden verrezen. De Zoon van God heeft door Zijn eigen dood de dood vernietigd. Hij was de eerste mens, Die wel als ieder ander mens de dood inging, maar Die niet in de dood bleef steken. En het leven dat Hij veroverde is ook voor ons. Hij heeft ons van de dood bevrijd en daarom zullen ook wij niet in de dood blijven steken. Dat is de leer die de Kerk aan elke mens verkondigt. Dat is wat God geopenbaard heeft. Wij moeten het geloven, ook als het in deze moderne wereld moeilijk wordt. Het ongeloof is zo aanstekelijk en zo verbreid. De geest van de wereld trekt zo veel aan ons en verlokt ons om de ware verlossing al in deze wereld te zoeken, om onvoorwaardelijk te geloven in de mens en in zijn ontplooiing. Of om dit leven maximaal te gebruiken voor plezier omdat wij slechts één keer mogen leven.

Hoewel de Paastijd bijna voorbij is mogen wij de bevrijdende heilsboodschap van dit feest niet vergeten. Wij zijn geroepen om met Christus te leven. Maar om met Hem te kunnen leven moeten wij eerst aan de zonde sterven. En dit sterven en tegelijk herleven door de genade moet zich van dag tot dag verdiepen en voortzetten en heel ons christelijk leven bepalen tot onze laatste ademtocht toe. Vandaag zouden wij aan de zonde, de begeerte van het vlees en het verlangen naar levensvervulling in dit aardse bestaan, meer afgestorven moeten zijn dan op de dag van ons doopsel. Vandaag zouden de hemelse verlangens naar een vervulling uit de levensbronnen van Christus in ons sterker geworden moeten zijn dan gisteren. Wij moeten vaak tot deze grondwaarheid van ons geloof terugkeren – wij zijn tot het eeuwige leven met God geroepen. Ons bestaan hier op aarde is maar een korte tijd, waarna er een ander leven zal beginnen. Maar van deze korte tijd hangt onze eeuwigheid af. Als ik mij nu in mijn volle bewustzijn aan God overgeef, dan kan ik in volledige rust de eeuwigheid verwachten.

De grote heilsgaven zijn voor ons tegelijkertijd ook opgaven. Als wij nu niet vastbesloten zijn deze opnieuw aan te pakken, dan begrijpen wij de zin van heel ons leven niet. Met Christus sterven om met Hem te verrijzen tot het eeuwige leven, dat is een taak die alle dagen van ons leven moet vervullen. Het moet heel concreet worden, daar waar wij leven. Onze roeping moet op deze manier zichtbaar worden. Door onze daden, door het voorbeeld dat wij aan anderen geven. Zo vermaant ons ook de apostel Jacobus in zijn brief: “Gij moet het woord volbrengen en niet alleen aanhoren”. Een duidelijke en krachtige vermaning.

8 mei 2021

8 mei: Verschijning van de heilige aartsengel Michaël

Beeld van de heilige aartsengel Michaël in Monte Sant'Angelo.

In het jaar 390 is de heilige Aartsengel Michaël enkele keren verschenen op de berg Garganus (Monte Gargano). Dat is een berg in Apulië, vlakbij de stad Sypontus. Er woonde een man, die Garganus heette. De berg was dan ook naar hem genoemd. Hij had een onafzienbare kudde runderen en schapen. Toen deze eens op de flanken van de berg liepen te grazen, dwaalde een stier af van de rest en klom langzaam naar de top van de berg. Bij thuiskomst van het vee miste men hem. De herder nam een hele groep knechten mee en zocht de stier op de onmogelijkste paadjes. Tenslotte vond hij hem helemaal boven op de top van de berg voor de ingang van een grot. Omdat de man geïrriteerd was over het feit dat die stier zo helemaal zijn eigen gang was gegaan en omdat hij niet bij het dier kon komen vanwege het ondoordringbare struikgewas, schoot hij een vergiftigde pijl op hem af. Maar de pijl kwam naar de schutter terugvliegen, alsof hij door de wind in tegengestelde richting was gestuurd. De burgers waren er zo van geschrokken dat ze de bisschop gingen vragen of hij iets van dat wonder begreep. Die kondigde een driedaagse vasten af en zei dat iedereen in gebed aan God om opheldering moest vragen, wat dit alles te betekenen had.

Toen verscheen Sint Michaël aan die bisschop in de vroege morgen van 8 mei met de woorden: "U moet weten dat die man door mijn toedoen het slachtoffer is geworden van zijn eigen pijl; want ik ben de aartsengel Michaël, en ik heb besloten om deze plek als mijn verblijfplaats op aarde uit te kiezen om van daaruit des te beter mijn beschermende taak te kunnen uitoefenen. Ik heb dus met deze tekenen willen duidelijk maken dat ikzelf behoeder en wachter wil zijn van deze plek." Daarop trok de bisschop tezamen met de inwoners van de stad in processie naar die plek om met veel devotie voor de ingang van de grot te gaan bidden. Maar niemand durfde er naar binnen te gaan.

Men bracht paus Felix op de hoogte van de bijzondere gebeurtenissen. Hij liet ze overal bekend maken. Keizer Zeno van Byzantium was zo onder de indruk dat hij zelfs wijgeschenken liet aanvoeren ter ere van de grote engel.

In de tijd erna vielen de Germanen herhaaldelijk Italië binnen om de macht over te nemen. Daarbij liep ook Siponto meer dan eens gevaar. Toen de situatie al maar nijpender werd, bedacht de bisschop plotseling hoe de aanvoerder van de hemelse legerscharen ruim twee jaar geleden zijn hulp en bijstand had toegezegd. Dus wendde hij zich in zijn gebed tot hem om bescherming af te smeken. En zie, in de vroege morgen van de 19e september verscheen de aartsengel daar voor de tweede keer: nu aan de bisschop. Hij zegde hem zijn steun toe. De gevechten waren nog niet begonnen, of de hemel boven de Monte Gargano begon inktzwart te kleuren. Zowel de plek waar de engel verbleef, als de stad Siponto werden door dichte wolken omgeven. Onophoudelijk deden de donderslagen de aarde beven; bliksemschichten schoten telkens weer uit de pikzwarte wolkenmassa tevoorschijn. Door dit geweld aan de hemel werd de vijand zo afgeschrikt dat ze in paniek op de vlucht sloegen, waarbij de inwoners van Siponto in de zekerheid dat ze onder Michaëls bescherming stonden, hen met vaandels waarop hun heilige engel stond afgebeeld, wel tot Napels achterna joegen.

Na deze overwinning trok de bisschop met alle gelovigen weer naar de berg om de engel te bedanken. Toen hij na lang aarzelen het er toch op waagde om de grot te betreden, vond hij daar een bewijs dat de engel daar verbleef: een voetafdruk.

Na zoveel zegeningen wilden de inwoners van Siponto een gedenkteken oprichten ter ere van hun geliefde aartsengel. De bisschop vroeg toestemming aan de paus om de grot tot kerkruimte te wijden. De paus antwoordde dat het niet aan de Siponters toekwam de dag van inwijding vast te stellen; ze moesten maar bidden en vasten, en wachten op het moment dat de engel met tekenen duidelijk zou maken wat zijn verlangen was. Inderdaad verscheen de aartsengel Michaël in de nacht voorafgaand aan de 29e september aan de bisschop: "U bent het niet die mijn grot tot heiligdom zult wijden. Immers degene die dit alles heeft geopenbaard, heeft haar al ingewijd. Ikzelf, de 'Heer van de Grot' roep jullie bijeen in mijn heiligdom om daar onbevreesd de heilige eredienst te kunnen vieren. Want ik heb deze grot tot basilica gewijd met de bedoeling dat in dit Godshuis de zonden van de mensen mogen worden vergeven en alle schuld afgewassen."

De volgende morgen togen de bisschop en de bevolking naar de berg ter bedevaart. Terwijl zij nog aarzelend de berg betraden, troffen ze het teken van de wijding aan: de grillig gevormde rots met de voetafdruk van de engel erin was door Michaël tot altaar gemaakt. Over de rots was een rode doek gespreid, zoals in de Griekse Kerk gebruikelijk is bij een altaarwijding.

De kerk zou bekend worden onder de naam 'Sancti Angeli usque ad coelos'.

De laatste verschijning van de Aartsengel Michaël vond plaats in 1656. In heel Zuid-Italië heerste een agressieve pestepidemie. De mensen stonden machteloos. Daarom riep de toenmalige bisschop van Siponto een driedaagse vasten af. Vervolgens trok hij aan het hoofd van zijn al zijn geestelijken en het gehele gelovige volk op naar de grot, terwijl ieder een strop om de hals had gehangen. Er werden psalmen gezongen en litanieën gebeden. Pas na drie dagen van boetedoening en nederig gebed, gaf de engel een teken van zijn aanwezigheid. Het was op een vrijdag, de 22e september, precies een week voor zijn feestdag. Om vijf uur in de morgen - aldus een brief uit 1658 van de bisschop aan paus Alexander VII - werd hij wakker van een ontzettend geraas; het leek wel of er een aardbeving aan de gang was. In het oosten zag hij een machtig licht; het leek op een zondoorschenen kristal. Hij hoorde een stem die zei: "U, herder van deze kudde, u moet weten dat ik het bij de heilige Drie-eenheid gedaan gekregen heb dat ieder die een steen afbrokkelt van de wanden van mijn grot en die devoot en wel bij zich houdt, voor de pest gevrijwaard zal blijven. Ja, alle huizen, dorpen en steden waar zo'n steen wordt bewaard, zullen aan de pest ontkomen. Maak deze genadegave maar aan iedereen bekend. En op het moment dat u die stenen op mijn voorspraak zegent, moet u ze tekenen met een kruis en mijn naam erin krassen. Zo zal Gods toorn worden afgewend."

Zielsgelukkig en dankbaar viel de bisschop op zijn knieën. Hij riep zijn dienaren bij zich en vertelde hun over de belofte van de engel. De volgende dag, op 23 september dus, maakte hij aan het volk bekend dat ze niets meer van de pest te vrezen hadden. Hij beval nu de stenen uit de wanden van de grot te breken, liet er een monogram in krassen (S † M) en sprak er een zegen over uit waarvoor hij zelf de tekst had opgesteld. Nadat hij de stenen onder het volk had laten verdelen, verdween de pest binnen een paar dagen uit het hele land.

Uit deze legendenserie kan men opmaken welke zorgen en kwaliteiten aan Sint Michaël worden toegedicht. Het zijn er vijf: hij is herder en beschermt de kudde; hij is aanvoerder in de strijd en beheerst de kosmische krachten; hij is priester en draagt zorg voor de eredienst; hij is de heer van de grot, dat wil zeggen begeleider der doden en vorst over het dodenrijk; hij is arts en geneesheer van alle aandoeningen naar ziel en lichaam, en kent de verborgen geneeskracht van de aarde en water.

Michaël van de Monte Gargano wordt op 8 mei gevierd. Volgens dit verhaal, omdat de eerste verschijning van de aartsengel er plaatsvond op die dag in het jaar 390. Er zijn andere versies die weten te vertellen dat de kerk die er ter ere van Michaël werd gebouwd, op 8 mei 493 zou zijn ingewijd.

Sindsdien wordt die berg ook wel genoemd de Monte Sant'Angelo.

7 mei 2021

Opbrengst Vastenactie 2021

De Vastenactie 2021 voor een project van hulporganisatie Christian Solidarity International (CSI) voor de noodlijdende bevolking van Syrië heeft € 2.770 opgebracht. Aan iedereen die heeft bijgedragen hartelijk dank!

Ons gebed voor de christenen in nood blijft onverminderd noodzakelijk.

6 mei 2021

6 mei: H. Johannes, apostel en evangelist, voor de Latijnse Poort

In het jaar 95 bracht de heilige apostel en evangelist Johannes het Evangelie naar de stad Efese. Hij was de laatstovergebleven apostel, en stond aan het hoofd van alle kerken in Klein-Azië, het tegenwoordige Turkije. In Efese werd hij gevangen genomen en gedwongen tot offers aan de heidense goden. Maar hij weigerde dat. Bij keizer Domitianus werd hij aangeklaagd als tempelschenner, een verachter van de goden en een dienaar van Jezus, de gekruisigde. Domitianus liet hem overbrengen naar Rome. Daar aangekomen werd hij kaalgeschoren en voor een van de stadspoorten, de zogenoemde Latijnse Poort, neergelaten in een ketel vol kokende olie. Het deerde hem niet en hij kwam er ongeschonden uit.

De christenen van Efese bouwden in die stad een kerk ter ere van dit wonder. Toen keizer Domitianus bemerkte dat hij ook op deze manier Johannes niet kon stoppen om het Evangelie te verkondigen, zond hij hem in ballingschap naar het eiland Patmos. Daar ontving hij een aantal visioenen op basis waarvan hij, aan de hand van een uitleg door een engel, zijn boek Apokalyps of Openbaring schreef. Tijdens het veel mildere bewind van keizer Nerva (96-98) kon hij weer terugkeren naar Efese.

De datum van 6 mei hangt zeer waarschijnlijk samen met feesten ter ere van Johannes in de Syrische (7 mei) en Byzantijnse (8 mei) Kerk. In 1960 werd de rang van dit feest in de Romeinse ritus verlaagd naar vierde klas, een gedachtenis. Bij de liturgievernieuwing na het Tweede Vaticaans Concilie verdween het van de liturgische kalender.

De heilige Johannes onderging het martelaarschap in liefde. Hij was meer dan een martelaar, want hij stond onder het kruis van zijn goddelijke Meester. Hij nam het lijden van de Heer op in zijn ziel en deelde erin. Als wij ons dreigen te verzetten tegen het lijden dat ons overkomt, dan mogen wij de woorden van onze Heer Jezus Christus gericht aan de heilige Petrus in gedachten nemen: "Wat Ik doe, begrijpt ge nu nog niet; maar later zult ge het inzien." (Joh. 13, 7)

5 mei 2021

Vrijheid

Want aldus is het de wil van God, dat gij door goed te leven
het onverstand van de kortzichtige mensen tot zwijgen brengt.
Als vrije mensen - en niet als mensen, die de vrijheid beschouwen als een dekmantel voor het kwaad -
maar als dienstknechten van God.


(1 Petr. 2, 15-17)



Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje
ben ik, vrij, onverveerd,
den koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
Uw dienaar t'aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

5 mei: Heilige Pius V, paus en belijder

Pius V werd op 17 januari 1504 te Bosco nabij Allessandria geboren als Michele Ghislieri. Al op 14-jarige leeftijd trad hij in bij de Dominicanen. Hij werd in 1528 tot priester gewijd. In 1556 benoemde paus Paulus IV hem tot bisschop van de Italiaanse diocesen Nepi en Sutri, nadat hij Ghislieri eerder al (in 1551) had benoemd in de leiding van de Romeinse inquisitie. Dezelfde paus verhief hem in 1557 tot kardinaal.

Na zijn verkiezing tot paus in 1566 heeft Pius V zich volledig ingezet voor de realisering van de bepalingen van het Concilie van Trente (1545-1563). Hij verpersoonlijkt de katholieke contra-reformatie. Meteen in 1566 liet hij de Catechismus Romanus verschijnen. In 1568 verscheen het herziene Romeins brevier en in 1570 een herzien missaal, dat vanaf 1570 tot 1969, het jaar van de invoering van een vernieuwde liturgie (Novus Ordo Missae) door Paus Paulus VI, de enige ordo was die wereldwijd door katholieke priesters op alle continenten gebruikt werd. Het gebruik van deze Liturgie van Pius V, de zogenaamde 'Tridentijnse heilige Mis', werd echter nooit afgeschaft en staat in de Rooms-katholieke Kerk nu bekend als de buitengewone vorm van de Romeinse ritus (cf. Motu Proprio 'Summorum Pontificum' uit 2007 van paus Benedictus XVI).

In 1567 verhief hij de heilige Thomas van Aquino tot kerkleraar.

In 1569 benoemde Pius V een commissie ter herziening van de tekst van de Vulgata, de officiële Latijnse Bijbelvertaling.

Pius V sprak in 1570 de excommunicatie uit over koningin Elizabeth I van Engeland.

In 1570 bedreigden de oprukkende Turken het Italiaanse schiereiland. Met de grootst mogelijke moeite wist de paus de christenstaten te bewegen de krachten te bundelen en een gezamenlijk leger op de been te brengen. Zo voer op 7 oktober 1571 een Spaans-Italiaanse vloot, onder leiding van Don Juan van Oostenrijk († 1578) de Turken tegemoet voor een beslissend treffen. Deze zeeslag is de geschiedenis ingegaan als de Slag bij Lepanto (dit is het huidige Navpaktos, ten noorden van de Griekse stad Patras aan de Golf van Korinte).
Intussen had de paus de christenen opgeroepen tot een onophoudelijk bidden van de Rozenkrans om zo Maria's voorspraak af te smeken. Als de christenen zouden winnen - zo beloofde hij - zou hij een officieel feest van de Rozenkrans instellen. En zo geschiedde. Sindsdien staat het feest van Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans op 7 oktober op de Romeinse Kalender.

Pius V voerde de gewoonte in dat pausen een witte soutane dragen, oorspronkelijk het witte dominicaanse habijt, echter zonder de bijbehorende zwarte mantel die door de dominicanen wordt gedragen.

Pius V overleed op 1 mei 1572 in Rome. In 1672 werd hij zaligverklaard door paus Clemens X en in 1712 volgde zijn heiligverklaring door paus Clemens XI.

4 mei 2021

Requiem aeternam (Duruflé)

4 mei: Heilige Monica, weduwe

Monica werd in het jaar 332 geboren in de Numidische plaats Thagaste, gelegen in het huidige Algerije. Zij was een dochter van christelijk ouders. Op 18-jarige leeftijd werd zij uitgehuwelijkt aan Patricius. Hij hield het bij de traditionele Romeinse goden. Van karakter was hij driftig en eigenzinnig. Pas vlak voor zijn dood in 371 zou hij zich tot het christendom bekeren, ongetwijfeld door Monica's onophoudelijk gebed. Monica schonk hem drie kinderen onder wie Augustinus, de latere heilige en kerkvader.

Zij probeerde haar kinderen vertrouwd te maken met de christelijke levensopvatting en de daarbij behorende deugden. Maar juist bij Augustinus, haar meeste getalenteerde kind, moet ze constateren dat hij het karakter van zijn vader had geërfd. Later zal Augustinus in zijn boek 'Confessiones' (= Belijdensissen) zelf over zijn jongelingsjaren vertellen. Tijdens zijn studies tot redenaar (destijds de baan om hogerop te komen in de maatschappij) deed hij alles wat christenen niet zouden moeten doen; hij ging om met slechte vrienden en zocht zijn levensgeluk bij filosofieën die veel spectaculairder waren dan die van zijn moeder. Vooral de boerse en rauwe verhalen uit het Oude Testament konden volgens hem nog niet in de schaduw staan van de fijnbesnaarde gedachten van de Griekse en Romeinse filosofen.

Monica leed daar onder. Eens kwam er een christelijke bisschop op doorreis door haar woonplaats. Zij stortte haar hart bij hem uit en bezwoer hem dat hij eens met haar zoon moest praten: hij zou de goede antwoorden op de scherpzinnige redeneringen van haar zoon wel weten. Maar die bisschop had allang begrepen dat Augustinus op dat moment juist genoot van zijn levensopvatting: daar zou zelfs een vreemde bisschop niets aan kunnen veranderen. Vermoeid door haar drammerige aanhouden zei hij tenslotte: "Een kind van zoveel tranen kan niet verloren gaan".

Augustinus ontvluchtte zijn moeder, zijn woonplaats en zijn wereld en stak over naar Italië om daar carrière te maken aan het keizerlijk hof als redenaar. Maar zijn moeder kwam achter hem aan, eerst naar Rome en vervolgens naar Milaan, waar het hof van de keizer op dat moment gevestigd was en waar haar zoon intussen leraar was geworden.
Intussen hadden al de filosofieën waarbij Augustinus zijn levensgeluk had gezocht, hem niets opgeleverd. Op zijn zoektocht naar een houvast in het leven ging hij regelmatig in de christelijke kerk naar de preken luisteren van de heilige bisschop Ambrosius († 397). Daar hoorde hij hoe Ambrosius juist schatten van filosofie en levensinzicht tevoorschijn wist te halen uit uit de door hem zo verachte verhalen van het Oude Testament.

Uiteindelijk zal hij zich na een lang en heftig innerlijk verzet laten dopen. Dit alles natuurlijk tot grote vreugde van zijn moeder met wie hij zich verzoende. Nu haar hartenwens was vervuld, besloot zij naar huis in Afrika terug te gaan. Augustinus reisde met haar mee. In Rome's havenstad Ostia overleed zij.

In 1162 werden haar relieken overgebracht naar het augustinessenklooster van Arrouaise bij Arras. Op 9 april 1430 werd haar stoffelijk overschot plechtig overgebracht naar Rome; daar werd zij tot de eer der altaren verheven en naast haar zoon bijgezet in de kerk van San Agostino, gelegen bij de Piazza Navona. Dat gaf een nieuwe opleving aan haar verering.

Het concilie van Trente (1570) bepaalde haar feestdag op 4 mei, de dag voordat Augustinus' bekering werd gevierd: die stond op 5 mei.
Zij is patrones van Santa Monica (Californië); van moeders en moederbonden, christenvrouwen en christelijke echtgenotes; van de Keulse 'gordelbroederschappen' (religieuze gemeenschappen die een gordel dragen); ook wordt haar voorspraak ingeroepen voor het zielenheil van kinderen die verkeerde wegen gaan.

3 mei 2021

Gekomen is uw lieve mei



Gekomen is uw lieve mei, Maria!
En op het veld de bloemensprei, Maria!
Bloemen, die wij plukken gaan,
nu zij rijk te bloeien staan.
Ave, ave Maria!
Voor u, de vrouwe van de mei, Maria!

Wij knielen 's avonds voor uw beeld, Maria!
U wijden wij ons onverdeeld, Maria!
Met de bloemen en de zang
en wij bidden, zingen lang:
Ave, ave Maria!
Tot gij uw gunsten aan ons deelt, Maria!

Zo helder schijnt het witte licht, Maria!
Der kaarsen op uw lief gezicht, Maria!
Goedig ziet gij op ons neer,
als een moeder, goed en teer.
Ave, ave Maria!
Uw ogen steeds op ons gericht, Maria!

Van de pastoor: Geschilderd portret

Pastoor poseert met gepaste trots
naast het van hem geschilderde portret.

Beminde gelovigen,

Op de laatste zondag van april werd ik na de Hoogmis blij verrast met een schilderij, vervaardigd door kunstenares Sanne Meijer, een van onze gelovigen.

Aan de lijst van het schilderij hebben velen van u een bijdrage geleverd. Daarvoor dank ik u heel hartelijk!

Het kunstwerk hoort thuis in een portrettengalerij van mijn voorgangers, allen ooit voor korte of langere tijd pastoor van de Sint-Agnesparochie, die u kunt zien in de grote zaal van de pastorie. U bent van harte uitgenodigd om binnenkort eens deze portretten te komen bekijken.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

2 mei 2021

Oefening van hoop

Oneindig goede God,
ik hoop, door de verdiensten van Jezus Christus,
van U te verkrijgen:
de eeuwige zaligheid
en alle genaden, die ik daarvoor nodig heb.

Dat hoop ik met een vast vertrouwen,
omdat Gij het hebt beloofd, Die almachtig zijt,
oneindig goed voor ons en getrouw in Uw beloften.

Heer, versterk mijn hoop!

2 mei: Kerkwijding van de kathedraal te Haarlem, hoogfeest

Gedachtenis: Vierde zondag na Pasen

De kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem.

Epistel
Apok. 21, 2-5
In die dagen zag ik de heilige stad - een nieuw Jeruzalem - afdalen uit de hemel van bij God, toegerust als een bruid, die zich heeft opgetooid voor haar man. Dan hoorde ik een luide stem spreken vanaf de troon: Dit is de woonplaats van God met de mensen, want Hij zal met hen samenwonen. En zij zullen Zijn volk zijn, en Hij, God met hen, zal hun God zijn. Dan zal God alle tranen afwissen uit hun ogen, en de dood zal er niet meer zijn; geen rouw meer, en geen geschrei of smart; want het vroegere is nu voorbij. En Hij, Die op de troon zat, zei: Alles maak Ik nieuw.

Evangelie
Lc. 19, 1-10
In die tijd ging Jezus Jericho binnen en trok de stad door; en zie, daar woonde een man, met name Zacheus; en deze was een overste van de tollenaars, en hij was rijk. En hij verlangde Jezus te zien, wat dat voor iemand was; maar hij kon dit niet vanwege de toeloop van volk, want hij was klein van gestalte. Daarom liep hij vlug vooruit, en klom in een vijgeboom, om Hem te kunnen zien; want Hij zou daar voorbijkomen. Toen Jezus nu bij die plaats gekomen was, keek Hij naar boven, en zag hem; en Hij sprak tot hem: Zacheus, kom vlug naar beneden; want vandaag moet Ik in uw huis Mijn intrek nemen. En hij haastte zich om naar beneden te komen, en ontving Hem vol vreugde. En allen zagen dat, en zij morden onder elkander: Hij gaat binnen bij een zondig mens! Zacheus echter stond daar, en zei tot de Heer: Zie, Heer, de helft van mijn vermogen geef ik aan de armen, en als ik iemand te kort gedaan heb, zal ik het vierdubbel teruggeven. Jezus sprak tot hem: Heden is er zegen gekomen over dit huis; want ook deze is een zoon van Abraham. De Mensenzoon toch is gekomen, om te zoeken en te redden, wat verloren was.

Overweging
Vandaag vieren wij de wijding van de hoofdkerk, de bisschopskerk, van ons bisdom, namelijk de kathedrale basiliek Sint Bavo te Haarlem. De kerk is ontworpen in eclectische en neoromaanse stijl door architect Joseph Cuypers, zoon van Pierre Cuypers, in de late negentiende eeuw. In het tweede deel van de bouwperiode was Cuypers in partnerschap verbonden met de architect Jan Stuyt. De kerk is gewijd aan de Heilige Bavo, de patroonheilige van de stad Haarlem, wiens verering afkomstig is uit de Beligsche stad Gent, waarmee Haarlem een handelsrelatie had. De bouw begon in 1895 en kwam gereed in 1930. Op 2 mei 1948 is de Sint-Bavokerk door paus Pius XII tot basiliek verheven. De kathedrale basiliek Sint Bavo is naar grootte de tweede Rooms-katholieke kerk van Nederland, na de Sint-Janskathedraal in Den Bosch.

De bouw van de torens en het voorportaal liet door geldgebrek tot 1927 op zich wachten. Cuypers was inmiddels geassocieerd met zijn zoon Pierre Cuypers jr, die een voorkeur had voor het expressionisme. Mogelijk heeft hij de torens ontworpen. Deze werden nooit geheel voltooid; de bekroningen, waarvoor talloze ontwerpen waren gemaakt, ontbreken. Het portaal is uitgevoerd in een combinatie van neogotische en neoromaanse vormen en is waarschijnlijk ontworpen door Jos Cuypers zelf. Dit deel van de kerk werd in 1930 voltooid.

In het epistel van vandaag krijgt de heilige Johannes in een visioen een zinnebeeldige voorstelling van de hemelse gelukzaligheid: hij ziet de woonstede van de zaligen, het nieuwe Jeruzalem, prachtig versierd op aarde neerdalen. Geen lijden zal ooit de vreugde van dit verblijf verstoren. Dit hemelse Jeruzalem is de zegevierende Kerk, waarvan onze kerkgebouwen hier op aarde een zinnebeeld zijn.

Het Evangelie vertelt ons het verhaal over de intrede van Jezus in het huis van Zacheus, dat door Zijn komst geheiligd werd. Ook onze kerken en kathedralen zijn heilige plaatsen, vanwege de plechtige wijding door de bisschop, de dagelijkse hernieuwing van Jezus' Kruisoffer op de altaren en door Zijn voortdurend verlbijf in het tabernakel.

Heilige Bavo, bid voor ons.

1 mei 2021

Needrig stille timmerman



Needrig stille timmerman, zo klein in 's wereld ogen,
Jozef, wie mocht ooit als gij op heil'ge schatten bogen?
In uw kleine woning bezat gij 's hemels Koning,
was uw gezellin de Eng'len-Koningin!

Neen! Geen kranke mensentaal, noch stem van hemelingen,
kon, o Jozef, schoon genoeg uw zaligheid bezingen.
Als gij, liefdedronken, in hoogste vreugd verzonken,
dan de zoete Maagd, dan wéér 't Kind bezaagt.

Wil, o Jozef, aan uw Bruid en aan heur Zone vragen,
dat wij, door ootmoedigheid, aan Hem en haar behagen!
Hoor ons kinderbede. Bekom ons reinheid, vrede,
liefde, vrome deugd... en des hemels vreugd.

1 mei: Heilige Jozef de arbeider, bruidegom van de heilige maagd Maria, belijder, hoogfeest

Jezus in de werkplaats bij Zijn voedstervader Jozef.

De kerkelijke viering van de heilige Jozef als arbeider is ingesteld in 1955 door paus Pius XII. Door de heilige Jozef tot voorbeeld te stellen voor de arbeiderswereld, gaf hij een christelijke oriëntatie aan de dag van de arbeid. Ook daar waar deze 1 mei-viering niet gebruikelijk is, herinnert de herdenking van de heilige Jozef als patroon van de arbeid aan de waarde van de menselijke inspanning voor het dagelijks onderhoud.