Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 november 2018, onder voorbehoud van wijzigingen.

29 juli 2017

29 juli: Heilige Martha, maagd

Martha was de zuster van Lazarus en Maria. Zij was de gastvrouw, die zich over van alles zorgen maakte, zoals van haar wordt verteld in Lucas 10, 38-42 en Johannes 11.

Martha zei tot Jezus: 'Heer, als Gij hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik, dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.' Jezus zei tot haar: 'Uw broer zal verrijzen.' Martha antwoordde: 'Ik weet dat hij zal verrijzen op de laatste dag.' Jezus zei haar: 'Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit?' Zij zei tot Hem: 'Ja Heer, ik geloof vast dat Gij de Messias zijt, de Zoon Gods, Die in de wereld komt.' (Joh. 11, 21-27)

De wandschildering door Fra Angelico.

Op een wandschildering uit 1450 van de Italiaanse schilder Fra Angelico zien we hoe Jezus bidt in Gethsemane, terwijl de drie leerlingen, die Hij meegenomen had, in slaap gevallen zijn. Het huisje van Martha en haar zuster Maria grenst onmiddellijk aan de Hof van Olijven en neemt de helft van de schildering in beslag. Buiten het zicht van Jezus en Zijn leerlingen, maar precies recht voor het oog van de toeschouwer, zitten om de hoek van het huis Martha en Maria naast elkaar op de grond met een gebedenboek. Anders dan Jezus' meest intieme vrienden doen deze beide vrouwen wél wat Hij aan Zijn vrienden had gevraagd: "Kunt Gij niet één uur met Mij waken?" Zij zijn in liefde, in gebed met Jezus verbonden.

22 juli 2017

22 juli: Heilige Maria Magdalena, boetelinge

Volgens de evangelist Lucas was Maria Magdalena een van de vrouwen in het gevolg van Jezus, die van boze geesten en ziekten verlost waren; uit haar waren zeven duivels weggegaan (Lc. 8,2-3; vgl. Mc. 16, 9). Zij behoort tot de twee of drie Maria's die toezagen hoe Jezus gekruisigd en begraven werd (Mt. 27, 55-56; Mc. 15,40-47). Jezus' dood en begrafenis waren vanwege de naderende sabbat zo snel verlopen, dat men geen tijd meer had gehad Hem door balseming de laatste eer te bewijzen. Vandaar dat op de vroege ochtend na de sabbat een aantal vrouwen terugging naar het graf om dat alsnog te doen. Onder hen bevond zich ook weer Maria Magdalena (Mt. 28, 1; Mc. 16, 1-9; Lc. 24, 10). Zij ontdekten dat het graf leeg was; er waren een of twee mannen, engelen van God, die hun zeiden, dat Jezus uit de doden was opgestaan en dat Hij hun voorging naar Galilea; daar zouden zij Hem zien. Dat moesten zij aan Zijn leerlingen doorgeven.

Johannes' versie van deze gebeurtenis wijkt enigszins af. De twee in het wit geklede engelen vroegen aan Maria, die zich voorover gebogen had om een blik in het graf te kunnen werpen: "Vrouw, waarom huilt u?"
Zij antwoordde: "Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet, waar ze Hem hebben neergelegd." Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: "Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u?" In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: "Heer, mocht u Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar u Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen." Zij herkende Hem, toen Hij haar op Zijn karakteristieke manier bij haar naam noemde: "Maria!" (Joh. 20, 1-18).

In de Kerk wordt Maria Magdalena vereerd als een boetelinge wier radicaal veranderde leven de liefde en kracht van Jezus laat zien.

Zij is patrones van de vrouwen in het algemeen, van scholieren en studenten, van ieder die in verleiding gebracht wordt, boetvaardige en berouwvolle zondaressen, penitenten en boetelingen, van kappers, kapsters en kammenmakers, van drogisten en zalfhandelaren, parfum- en poederfabrikanten, van kleermakers, schoen- en handschoenmakers en foedraalmakers, witleerlooiers en wolwevers, van hoveniers en tuinlieden, van pottenbakkers, van kuipers, wijnhandelaren en wijnbouwers, van waterdragers, van bergbewoners, van loodgieters, van kinderen die moeilijk leren lopen en van vele anderen.

16 juli 2017

Zesde zondag na Pinksteren

Epistel
Rom. 6, 3-11
Broeders, wij allen, die gedoopt zijn tot vereniging met Christus Jezus, wij zijn gedoopt tot vereniging met Zijn dood. Immers door dat doopsel ten dode zijn wij met Hem begraven, opdat - zoals Christus uit de doden is opgewekt door de glorie van de Vader - aldus ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen. Want als wij met Zijn dood in gelijkvormigheid zijn samengegroeid, dan zullen wij dat ook zo zijn met Zijn verrijzenis. Dit toch weten wij, dat onze oude mens mede aan het kruis is geslagen, opdat het lichaam der zonde zou worden vernietigd en wij geen slaaf meer zouden zijn van de zonde. Want wie gestorven is, is vrij geworden van de zonde. Indien wij dan met Christus zijn gestorven, wij geloven, dat wij ook met Christus zullen leven; want wij weten, dat Christus - eenmaal van de doden opgestaan - niet meer sterft; de dood zal over Hem geen macht meer hebben. Want Hij stierf door de zonde, één enkele maal; maar nu Hij weer leeft, leeft Hij voor God. Zo moet ook gij uzelf beschouwen als dood voor de zonde, maar als levend voor God in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Mc. 8, 1-9
In die tijd, toen er eens een grote menigte bij Jezus was, en zij niets meer te eten hadden, riep Hij Zijn leerlingen bij Zich, en sprak tot hen: Ik heb medelijden met deze mensen; want zij zijn nu al drie dagen bij Mij, en zij hebben niets meer te eten; en als Ik hen zo naar huis laat gaan, zonder dat zij gegeten hebben, zullen zij onderweg bezwijken, want sommigen van hen zijn van verre gekomen. En Zijn leerlingen gaven Hem ten antwoord: Hoe zou men hun hier in de eenzaamheid voldoende brood te eten kunnen geven? En Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij antwoordden: Zeven. Toen liet Hij het volk zeggen, dat zij zich op de grond zouden neerzetten. Dan nam Hij de zeven broden, sprak een dankgebed uit, brak ze, en gaf ze aan Zijn leerlingen om ze rond te delen. En deze deelden ze uit aan het volk. Ook hadden zij enige visjes; en Hij sprak er de zegen over uit, en liet ze ronddelen. En zij aten, tot zij verzadigd waren; dan verzamelden zij de overgeschoten brokken, zeven manden vol. Het waren er ongeveer vierduizend, die gegeten hadden. Toen liet Hij hen heengaan.

Overweging
De apostelen reageren met ernstige twijfel op de woorden van de Heer dat Hij iets wil doen om het hongerige volk te eten te geven, want hoe zou men het in de woestijn genoeg brood kunnen geven? Christus vraagt eenvoudig wat ze aan voorraad hebben, het is niet veel, namelijk slechts zeven broden en enkele visjes. Hij nam de broden aan, sprak een dankzegging uit en liet ze aan de zittende menigte uitreiken. Hij sprak een zegening uit over de visjes en deed daarmee hetzelfde. Zij aten allen en werden verzadigd, en er bleef zelfs nog een grote hoeveelheid voedsel over.

Wat toen gebeurde, als een geweldig wonder, namelijk duizenden mensen voedsel geven uit een voorraad die slechts voor een handvol mensen toereikend was, gebeurt op wonderbare mysterieuze wijze nog steeds. Want Zijn wonder van de broodvermenigvuldiging duidt erop dat Christus de mensen wilde voeden. In de woestijn voedde Hij hun lichamelijk, maar nu voedt Hij ons naar de ziel door het dagelijks herhaalde wonder van de heilige Mis. En nu is Hij Zelf ons voedsel geworden. Wat in de wonderbare broodvermenigvuldiging tot uiting wordt gebracht, dat Hij ons wil voeden, is in de Mis dus de hoogste realiteit geworden.

Dit wonder moet op het volk van Zijn tijd wel een diepe indruk hebben gemaakt. De goedheid van de Heer, waarmee Hij het volk tegemoetkomt, laat hun Zijn reële belangstelling voor hen duidelijk blijken, gevolgd door het evidente, niet te loochenen wonder. Ook wij zijn getuigen van dit wonder en in nog hogere mate dan toen. Maar vragen wij ons oprecht af: waarderen wij de heilige communie als voedsel voor onze ziel wel genoeg? Hebben wij er tijd en moeite voor over om dikwijls en met aandacht en godsvrucht Jezus in de communie te ontvangen? En zijn al onze verstrooidheden aan het altaar en aan de communiebank wel geheel te verontschuldigen? Als wij deze vragen aan onszelf stellen, dan moeten wij wel constateren dat voor ons dit allergrootste wonder nog niet geheel werkelijkheid van ons leven is geworden.

Laten wij proberen ernaar te streven om dagelijks het wonder van de heilige Mis en de liefde van God dieper te verstaan, allereerst doordat wij de Wil van God in ons leven voltrekken, waardoor Hij steeds meer aanwezig is in onze gedachten en handelingen. Als wij op die manier leven, dan wordt het ook makkelijker om Zijn machtige en reddende hand te bespeuren en dan komen wij vanzelf terecht in een levenshouding van meer dankbaarheid tegenover God.

Jezus heeft ons zo liefgehad dat Hij onze honger op wonderbare wijze heeft willen stillen door het sacrament van Zijn eigen Lichaam en Bloed. Door dit sacrament draagt Hij zorg voor het welzijn en de groei van onze zielen. Mogen wij dan een heilig verlangen opwekken naar dit sacrament dat ons heiligt, en steeds meer in de werkelijkheid van de ware broodvermenigvuldiging leven.

15 juli 2017

15 juli: Heilige Henricus, keizer en belijder

Hendrik de Goede werd in 973 in het Zuid-Duitse Beieren geboren. Zijn opleiding kreeg hij bij Wolfgang van Regensburg. In 1002 beklom hij de troon en in 1014 werd hij door de paus in Rome tot keizer gekroond.

Zijn huwelijk met keizerin Cunigonde bleef kinderloos. Mede daardoor besteedde hij veel aandacht aan het geloofsleven van zijn onderdanen, aan de levenswandel van de geestelijken en aan de bevordering van het kloosterleven. Hij stichtte het bisdom Bamberg en liet er op zijn kosten de beroemde domkerk bouwen. Daar werd hij ook begraven. Het beroemde grafmonument, waarin hij en zijn vrouw Cunegonde, zijn bijgezet, trekt tot op de dag van vandaag duizenden bezoekers.

Hij werd in 1146 heilig verklaard. Paus Pius X riep hem uit tot patroon van de oblaten der benedictijnen.

11 juli 2017

Bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 12 juli

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is op woensdag 12 juli. Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed
12.30 uur: Conferentie met koffie en thee in de pastorie (tot circa 14.00 uur).

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

9 juli 2017

Vijfde zondag na Pinksteren

Triomf van de Kerk over woede, verdeeldheid en haat (schilderij van Rubens, 1628)

Epistel
1 Petr. 3, 8-15
Veelgeliefden, blijft allen één in het gebed; weest medelijdend, vol liefde voor uw broeders; weest barmhartig, welwillend en bescheiden. Vergeldt geen kwaad met kwaad, of verwensing met verwensing; maar wenst daarentegen elkander zegen toe; want daartoe zijt gij geroepen, om aldus zelf zegen te beërven. Want: "wie een gelukkig leven wil hebben en goede dagen wil zien, hij moet zijn tong afhouden van het kwade, en zijn lippen geen bedrog laten spreken. Laat hij het kwaad vermijden, en het goede doen; de vrede moet hij zoeken en daarnaar streven. Want de ogen des Heren rusten op de rechtvaardigen, en Zijn oor is gericht op hun smeken; maar het aanschijn des Heren is tegen degenen, die kwaad doen." Bovendien, wie kan u kwaad doen, als gij ijverig streeft naar het goede? - Maar al hebt gij ook iets te lijden om wille van de gerechtigheid, gelukkig zijt gij dan! Maakt u echter niet bevreesd voor hen, en laat u niet verontrusten; maar heiligt in uw hart Christus de Heer.

Evangelie
Mt. 5, 20-24
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Als uw gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en farizeën, zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan! Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: "Gij zult niet doodslaan"; en wie doodslag begaat, is strafbaar voor het gerecht. Maar Ik zeg u: ieder die toornig wordt op zijn broeder, is strafbaar voor het gerecht; en wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas, hij is strafbaar voor de hoge raad; en wie zegt: Gij goddeloze, hij is strafbaar met het vuur van de hel. Als gij dus uw offergave naar het altaar brengt, en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw offergave daar bij het altaar achter, en ga u eerst met uw broeder verzoenen; en kom dan terug om uw gave te offeren.

Overweging
Waarom is de gerechtigheid van de farizeeën niet groot genoeg om het rijk der hemelen te mogen binnengaan? Waarom eist Christus meer van Zijn leerlingen? De woorden van het Evangelie van deze zondag klinken hard. Zij zijn gericht tegen de schriftgeleerden en farizeeën, maar zij zijn ook toepasbaar op ons eigen leven. Onze Heer stelt hoge eisen waaraan wij moeten voldoen als wij de hemel willen binnengaan. De geboden van het Oude Testament worden niet alleen behouden, maar zelfs verscherpt. Niet alleen hij die iemand vermoordt is strafbaar met het vuur van de hel, maar zelfs hij die toornig wordt en zijn medemens dwaas noemt. Christus geeft aan gerechtigheid en naastenliefde de ware, oorspronkelijke, betekenis terug.

De rechtvaardigheid en de vroomheid van de schriftgeleerden en farizeeën waren vals, omdat zij uit een verkeerd motief voortkwamen. Het was meer eigenliefde dan liefde tot God. Zeker, zij beoefenden verschillende deugden en zij zochten de volmaaktheid, maar zij deden het niet voor God. Zij hoopten eer voor zichzelf te ontvangen en niet voor God, Die de bron van alle goedheid is. Ook hun gerechtigheid was vals, want deze was slechts schijn. De nauwkeurige vervulling van alle voorschriften en regels was er alleen om gezien te worden. Zij wilden beschouwd worden als voorbeeld voor anderen. En precies dat zochten zij: hun eigen eer, en niet de glorie van God. Daarom werden zij zo hard door Christus beoordeeld. Zij deden alle uitwendige oefeningen van het geloof uit liefde tot zichzelf en niet uit liefde tot God. Een dergelijke oppervlakkigheid schept de mentaliteit die altijd vraagt: ben ik verplicht dit of dat te doen? En hoe zwaar weegt deze verplichting? Met andere woorden: hoe ver kan ik nog gaan in mijn zelfzucht en toch niet de wet overtreden? Deze mentaliteit plaatst niet de liefde in het middelpunt van het leven, van alles wat de mensen doen, maar – integendeel – zij wil een grens stellen aan deze liefde, die naar Jezus’ gebod en uit haar aard geen beperkingen verdraagt.

Van de leerlingen van Christus wordt meer verlangd. Niet alleen onze daden moeten met de wet van het Evangelie overeenstemmen, maar ook de gedachten en de houding van onze ziel. Zo wordt de wet niet afgeschaft, maar tot vervulling gebracht. Het is niet genoeg uiterlijk ons geloof te tonen, maar het innerlijk leven moet door de liefde tot God bezield worden. En de ware liefde verdraagt niet alleen geen misdaad, zij eist van ons dat wij zelfs de eerste bewegingen van de toorn trachten te bedwingen. Zij moet het motief zijn dat geheel ons leven beweegt. Geestelijke hoogmoed verblindt vaak ons hart. Zo zijn velen van ons, christenen, van buiten vroom en rechtvaardig, van binnen ver van God verwijderd en op zichzelf gericht. In plaats van anderen tot God te brengen, worden wij voor hen soms een argument om buiten de Kerk te blijven.

De liefde maakt het verschil tussen de rechtvaardigheid van de farizeeën en die van de volgelingen van Christus. En deze liefde is nieuw. Zij mag zich niet uitsluitend beperken tot onze vrienden en degenen die ons het goede wensen; zij moet verder gaan en zich uitstrekken tot alle mensen, zelfs tot onze vijanden. Zij moet niet alleen onze uiterlijke daden beheersen, maar ook ons innerlijk leven doordringen. Deze eisen van onze Heer zijn niet slechts een optie, ze zijn niet vrijblijvend. De ware liefde is de voorwaarde van ons toekomstig geluk.

8 juli 2017

8 juli: Heilige Elizabeth, koningin van Portugal, weduwe

Elizabeth werd geboren in 1271 en was de dochter van koning Pedro II van Aragon en de heilige Constantia van Aragon. Zij was een bloedverwante van de heilige Elizabeth van Hongarije. Door haar huwelijk met Dionysius I werd zij koningin van Portugal. Na de dood van de koning nam zij haar intrek in het klooster van de Clarissen. Zij was een voorbeeld van naastenliefde en een ware vredestichter tussen de volken. Zij stierf te Coïmbra in het jaar 1336. Zij werd in 1625 door paus Urbanus VIII heilig verklaard.

Gebed
Allergoedertierenste God, Die aan de heilige koningin Elizabeth naast andere uitstekende gaven ook het voorrecht hebt gegeven de oorlogswoede te kunnen bedaren; geef dat wij op haar voorspraak de eeuwige vreugde mogen binnengaan na in dit sterfelijk leven de vrede die wij nederig afsmeken, gekend te hebben.

4 juli 2017

Van de pastoor: Verbreding van de horizon

Beminde gelovigen,

In de maand juli treedt ook in onze parochie het zomerreces aan. De catechese voor volwassenen en de lezingen voor de Sint-Nicolaasacademie kennen een onderbreking tot aan september, en ook velen van u zullen gedurende korte of langere tijd met vakantie gaan.

In het afgelopen jaar is de belangstelling voor de catechismuslessen en ook voor de maandelijkse lezing voor de academie op de derde zaterdag enigszins afgenomen. Dat is zowel onbegrijpelijk als betreurenswaardig, omdat er door de Sint-Nicolaasacademie uiterst competente sprekers zijn uitgenodigd die over interessante en actuele thema’s in het spanningsveld tussen Kerk, geloof en maatschappij hebben gesproken. Deze thema’s hadden wellicht bij velen de horizon kunnen verbreden.

Wat de catechese betreft: Het is gewoon zo dat vele katholieken – en dus ook gelovigen uit onze parochie – een uiterst gebrekkig begrip hebben van de inhoud van ons geloof. Dat leidt niet zelden tot merkwaardige uitspraken of tot het navolgen van uiterst dubieuze privé-verschijningen. Wij zijn allen geroepen om te geloven wat de Kerk ons voorhoudt om te geloven; voorwaarde is dan dat wij er moeite voor doen om dat geloof te begrijpen. Het kennen van ons geloof is een onmisbare geleiding naar een ware verdieping in Gods heilswerk onder ons.

Daarom spreek ik de hoop uit om velen van u die daartoe in staat zijn vanaf september te mogen verwelkomen in de catechese of af en toe te ontmoeten bij de Sint-Nicolaasacademie.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

2 juli 2017

Plechtige eerste heilige Mis in de buitengewone vorm door neomist Sacha Steijaert

(foto: Frans van Dam)

Vandaag celebreerde neomist Sacha Steijaert zijn eerste heilige Mis in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus in onze kerk. Als seminarist was hij vaker bij ons te gast in de rol van subdiaken. Na zijn priesterwijding op 10 juni jl. kon hij nu zelf de Mis celebreren, geassisteerd door diaken, subdiaken en presbyter assistens. Aansluitend op de Hoogmis gaf hij aan ieder die dat wilde de neomistenzegen. Daarbij werden gedachtenisplaatjes uitgedeeld (zie afbeelding links en rechts). Na afloop van de plechtigheid ontving de pasgewijde priester een kazuifel met toebehoren als cadeau van onze parochie. Op de foto toont hij het kazuifel, geflankeerd door de broertjes Simon (links) en Mike (rechts) Duindam; op de achtergrond pastoor Kromann Knudsen.

1 juli 2017

Informatiebulletin voor de maand juli is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand juli is verschenen. Hierin onder meer aandacht voor de bijeenkomst van het Legioen Kleine Zielen, het zomerreces dat ook in onze parochie is aangebroken en een boekbespreking met een opmerkelijk voorwoord door kardinaal Sarah.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin juli' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Informatiebulletin juli 2017