1919 - 2019: 100 jaar Sint-Agnesparochie

Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 mei 2019, onder voorbehoud van wijzigingen.

22 mei 2019

Informatiebulletin elke maand per e-mail



Wilt u het maandelijkse Informatiebulletin van de personele parochie Sint Jozef bij de Agneskerk voortaan als eerste per e-mail ontvangen? Stuurt u dan een (lege) e-mail naar oudemis@agneskerk.org met als onderwerp: “Bulletin: ja”.

19 mei 2019

Vierde zondag na Pasen

De Heilige Geest

Epistel
Jac. 1, 17-21
Veelgeliefden, ieder goede gave en ieder volmaakte gift komt van boven, afdalend van de Vader van het licht, bij Wie er geen verandering is of verduistering door onbestendigheid. Want uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken door de prediking van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen zouden zijn onder Zijn schepselen. Gij weet dat, mijn veelgeliefde broeders. Laat iedereen nu vlug bereid zijn om te luisteren, maar niet haastig om te spreken, en niet haastig met toornig te worden. Want een toornig mens volbrengt niet de gerechtigheid Gods. Verwijdert daarom ieder smet en alle verkeerde uitwas, en aanvaardt in zachtmoedigheid het woord, dat in u is uitgezaaid en dat de kracht bezit om uw zielen zalig te maken.

Evangelie
Joh. 16, 5-14
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Ik ga heen tot Hem, Die Mij gezonden heeft; en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen? Maar de droefheid heeft Uw hart vervuld, omdat Ik u dit heb meegedeeld. Doch Ik zeg u de waarheid: het is goed voor u, dat Ik wegga. Want zo Ik niet wegga, zal de Helper niet tot u komen; als Ik echter heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En wanneer Hij komt, zal Hij aan de wereld bewijzen, dat zij ongelijk heeft wat betreft zonde, gerechtigheid en veroordeling. Wat betreft zonde: omdat zij niet in Mij geloofd hebben. Wat betreft gerechtigheid: omdat Ik heenga tot de Vader, en gij Mij niet meer zult zien. Wat betreft veroordeling: omdat de vorst dezer wereld reeds geoordeeld is. Nog veel heb Ik u te zeggen, doch gij kunt het nu nog niet verdragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, dan zal Hij u de volle waarheid leren. Want Hij zal niet spreken uit Zichzelf, maar Hij zal spreken, al wat Hij hoort; en Hij zal u de komende dingen verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want van het mijne zal Hij ontvangen en het aan u verkondigen.

Overweging
Vorige week zondag sprak het Evangelie over de ‘korte tijd’ die voor ons een aansporing tot waakzaamheid en gereedheid moet zijn. Maar de kortheid van de tijd is ook bron van de christelijke hoop die ons leven moet bezielen. De deugd van de hoop is ook te vinden in de teksten van deze heilige Mis, zo ook in de oratie van deze vierde zondag na Pasen: “God, Die de gelovigen een van geest en wil doet zijn, doe Uw volk datgene liefhebben wat Gij voorschrijft, datgene verlangen wat Gij belooft, opdat te midden van de wisselvalligheden van deze wereld onze harten daar verblijven waar de echte vreugde is."

“Te verlangen wat Gij belooft”, dat is een van de beden die deze oratie bevat. Deze gaat over de deugd van hoop, de deugd die bij uitstek ons christelijke bestaan kenmerkt. Wij verlangen, wij moeten verlangen naar hetgeen God ons belooft.

Wat is eigenlijk de christelijke hoop? Wat bedoelt een christen als hij daarover spreekt? De hoop is een verlangen naar een moeilijk, maar toch bereikbaar goed, met het vaste vertrouwen dit goed te zullen verkrijgen. Hopen is dus verlangen en vertrouwen. Waar geen verlangen is, daar is ook geen hoop. Waar het vertrouwen ontbreekt, daar is ook alle hoop verbannen. Wij spreken over de natuurlijke hoop (die naar de natuurlijke goederen streeft) en over de bovennatuurlijke hoop, en dat is de christelijke hoop, dat is wat wij in de oratie vragen: de deugd van hoop.

“Te verlangen wat Gij belooft.” Wat is dat, wat God ons belooft? De onzichtbare goederen, het volmaakte kindschap van God, het lichaam der verrijzenis, gelijkvormig aan Christus’ Lichaam. De verlossing en het eeuwig leven met God Zelf, dat voor ons bestemd is, dat is wat de trouwe dienaars van God mogen verwachten. God Zelf is dus het fundament van de hoop. En die hoop is een gave van Hem, die Hij ons tegelijkertijd met Zijn genade schenkt. Daarin kunnen wij zien dat God eigenlijk de bron, de ondersteuning en het doel van onze hoop is. Hij is de bron, omdat de hoop alleen uit Zijn pure goedheid aan ons wordt geschonken. Uit onszelf kunnen wij ze niet verkrijgen. Hij is de ondersteuning, want Hij geeft ons onophoudelijk de noodzakelijke middelen om ons einddoel te bereiken. Uiteindelijk is Hij Zelf dit doel, Hij Die alles omvat en al onze verlangens vervult.

“In hoop zijn wij gered.” (Rom. 8, 24), zegt de apostel Paulus tegen de Romeinen en tegen ons. De waarborg van onze hoop is de goddelijke liefde die zichtbaar geworden is door de Menswording van Zijn Woord. Door Zijn dood en verrijzenis geeft Christus ons de zekerheid dat onze hoop in vervulling gaat. Deze zekerheid hebben wij door de belofte van de Heilige Geest en door Zijn aanwezigheid in de Kerk. Maar deze hoop wordt ons niet zo maar gegeven. Door de hoop, te midden van de wisselvalligheden van deze wereld, kunnen onze harten gevestigd blijven waar de ware vreugde is. Dan wordt het duidelijk dat wij op aarde vreemdelingen en pelgrims op doorreis zijn. Wij zoeken hier geen vaste woonplaats. Wij gaan de aarde verlaten en moeten er niet aan denken ons hier blijvend te vestigen. Dat zou ons moeten helpen om een gezonde afstand te houden tot alles wat er in ons leven gebeurt, het lijden en de mislukkingen christelijk te beleven, en ons niet te binden aan de goederen van deze wereld.

18 mei 2019

18 mei: Heilige Venantius, martelaar

Venantius was een jongeman die leefde tijdens de christenvervolgingen door keizer Decius (249-251) in het Romeinse rijk. Na zware folteringen onderging hij de marteldood omwille van Christus.

Hij werd gegeseld, met brandende fakkels gebrandmerkt, en boven een vuur gehangen; zijn tanden werden uit zijn mond geslagen en zijn kaken gebroken. Daarna werd hij voor de leeuwen geworpen, maar deze lieten hem ongemoeid (zie afbeelding). Toen niets hem leek te deren werd hij van een steile rots naar beneden geworpen en uiteindelijk met een zwaard onthoofd.

Twaalf getuigen raakten zo onder de indruk van de standvastigheid van Venantius, dat zij zich tot Christus bekeerden. Vervolgens trof hen een soortelijke marteldood.

Zijn relikwieën werden overgebracht naar Camerino. Zo werd hij patroon van deze Italiaanse stad. Hij heeft sedert vele eeuwen een kerk in Rome. Paus Clemens X was voor zijn verkiezing tot paus bisschop van Camerino en uit devotie tot de heilige Venantius verhoogde hij de rang van zijn feest en gaf hem een eigen officie. In de Novus Ordo (1970) werd Venantius van de heiligenkalender afgevoerd.

Behalve als patroon van de stad Camerino wordt de heilige Venantius ook aangeroepen bij oorpijn.

Gebed
O God, Die deze dag door de zegepraal van de heilige Venantius, Uw martelaar, hebt geheiligd, verhoor de gebeden van Uw volk, en verleen dat wij, die zijn verdiensten eren, ook zijn standvastigheid in het geloof zouden navolgen. Amen.

17 mei 2019

17 mei: Heilige Paschalis Baylon, belijder

Paschalis Baylon werd geboren uit arme maar godvruchtige ouders in Aragon. Zijn jeugd bracht hij als veehoeder in engelachtige onschuld door. Hij trad als lekebroeder in de orde van de heilige Franciscus. Hij muntte vooral uit door een grote devotie tot de heilige Eucharistie.

Toen de heilige Paschalis eens zijn schapen hoedde op een berghelling, hoorde hij de bel voor de consecratie rinkelen in de vallei beneden, waar de dorpelingen waren verzameld voor de heilige Mis. Hij viel op zijn knieën en plotseling stond er een engel van God voor hem, met in zijn handen een monstrans met het Allerheiligste Sacrament, dat hij ter aanbidding aanbood.

Hiervan kunnen wij leren dat zij die Jezus Christus vereren in dit grote mysterie van Zijn liefde Hem zeer nabij zijn. Aan hen wordt in het bijzonder deze belofte vervuld: "Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom tot u terug." (Joh. 14, 18)

Toen na zijn dood, op 17 mei 1592, zijn lijk in de kerk lag, opende en sloot hij bij de opheffing tijdens de heilige Mis tweemaal de ogen. Paus Leo XIII stelde hem aan tot patroon van de eucharistische congressen.

Gebed
O God, Die de heilige Paschalis, Uw belijder, met een wonderbare liefde jegens het heilig mysterie van Uw Lichaam en Bloed hebt begiftigd, verleen genadig, dat wij bij dit goddelijk gastmaal dezelfde geestelijke rijkdom mogen ontvangen die hem ten deel viel. Amen.

16 mei 2019

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 18 mei 2019

Op zaterdag 18 mei houdt Robert Lemm, historicus, auteur en voorzitter van de academie, een lezing met de titel 'Katholieke jihad en de
houding van Rome'. Hij bespreekt de strijd van de 'cristeros' tegen het atheïstisch-maçonnieke regime van Mexico in de vorige eeuw.

Voorafgaand aan de lezing is er om 10.00 uur een gelezen heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

16 mei: Heilige Ubaldus, bisschop en belijder

Ubaldus werd geboren in Gubbio, Umbrië, uit een adellijk geslacht. Hij kreeg een vrome opvoeding en werd al vroeg onderwezen in de letteren.

Reeds op jonge leeftijd spoorde men hem aan tot een huwelijk, maar hij week nooit af van zijn voornemen om de maagdelijkheid te bewaren. Na zijn priesterwijding schonk hij zijn erfdeel aan de armen en aan enkele kerken. Hij trad in bij de reguliere kanunniken van Sint Augustinus.

Door zijn toedoen kreeg deze orde een vestiging in zijn vaderstad. Paus Honorius II wijdde hem, tegen zijn zin, tot bisschop en stelde hem aan het hoofd van de kerk te Gubbio. Als een toonbeeld voor zijn kudde bleef hij precies zo leven als hij vóór zijn bisschopswijding deed. Hij blonk uit in alle deugden. Van hem wordt verteld dat de heilige Schrift zijn grootste genoegen was. Lange tijd werd hij door ziekte gekweld, maar dat verhinderde hem niet om God steeds te blijven danken. Nadat hij vele jaren de hem toevertrouwde kerk uitstekend had bestuurd, stierf hij in 1160, beroemd om zijn goede daden en vanwege de wonderen die hij verricht had.

Ubaldus is patroon van Thann in de Franse Elzas.

15 mei 2019

15 mei: Heilige Johannes Baptista de la Salle, belijder

Johannes Baptiste de la Salle werd geboren in het jaar 1651 in Reims, Frankrijk, uit een adellijk geslacht. Hij studeerde letteren en wijsbegeerte. Op 17-jarige leeftijd werd hij opgenomen onder de kanunniken van Reims. Later meldde hij zich bij het seminarie van Saint-Sulpice in Parijs.

Na zijn priesterwijding werd hij rector van de zusters van het Kindje Jezus, die zich wijdden aan de opvoeding van meisjes. Hij bestuurde en beschermde deze congregatie met wijsheid. Om ook de jongens uit het volk godsdienstzin en goede zeden bij te kunnen brengen, stichtte hij, ondanks veel tegenstand, een congregatie van broeders: Broeders van de christelijke scholen (Fratres Scolarum Christianorum, FSC). Paus Benedictus XIII keurde zijn orderegel goed.

Hij deed daarna afstand van zijn positie als kanunnik, verdeelde zijn goederen onder de armen en uit nederigheid legde hij zelfs het bestuur van de door hem gestichte congregatie neer. Johannes stierf op 7 april 1719 in Saint-Yon, Rouen, 72 jaar oud. In 1888 werd hij zalig verklaard; paus Leo XIII verklaarde hem op 24 mei 1900 heilig. In 1950 riep paus Pius XII hem uit tot patroon van onderwijzers en van opvoeders.

14 mei 2019

14 mei: Heilige Bonifatius, martelaar

Bonifatius was een Romeinse jongeman die leefde in de derde eeuw te Rome. Hij was welgesteld, maar deelde zijn rijkdom met de armen. Hij was verloofd met Aglaë, een mooie jonge vrouw. Zij spoorde Bonifatius aan om in het oosten (Tarsus) relieken van martelaren te gaan zoeken.

Toen Bonifatius met eigen ogen de folteringen zag waaraan de martelaren werden onderworpen, en de moed die zij daarbij toonden, bekeerde hij zich openlijk tot het christelijke geloof. Dat leidde ertoe dat hij ook zelf gemarteld werd. Hij stierf op 14 mei 307. Zijn stoffelijke resten werden later teruggebracht naar Rome en zo ontving Aglaë alsnog de relieken van een martelaar.

Bonifatius is de laatste van de vier ijsheiligen. De andere drie zijn Mamertius (11 mei), Pancratius (12 mei) en Servatius (13 mei). Zij worden ijsheiligen genoemd omdat op deze dagen het gevaar bestaat van koud voorjaarsweer terwijl het gewas in volle bloei staat. Na 14 mei is de kans op nachtvorst nog maar heel klein.

Een oude weerspreuk die naar deze ijsheiligen verwijst luidt: Pancraas, Servaas, en Bonifaas brengen sneeuw en ijs helaas!

13 mei 2019

Laat ons Pasen zalig zijn

Op deze dag wordt alles goed,
de dag van God Wiens kostbaar Bloed
de wereld wast van zonde en schuld
en met een lieflijk licht vervult.

Wie twijfelt nog, wie blijft nog blind,
als God de mensen zo bemint
dat Hij de rover aan het kruis
verwelkomt in het paradijs?

En engelen zien dit wonder aan:
de schuldige richt zijn bestaan
op Hem met Wie hij bitter lijdt,
en erft met Hem de zaligheid.

O diep geheim dat van haar smet
de hele wereld wordt gered
door Vlees dat alle vlees bevrijdt
van zonde en van sterfelijkheid.

Werd ooit subliemer kans gewaagd,
dan dat de schuld genade vraagt,
liefde de vrees verbannen heeft,
de dood het nieuwe leven geeft?

Laat dan ons Pasen zalig zijn,
voor ieder een volmaakt festijn.
Maak ons, ontheven aan de dood,
aan Uw nieuw leven deelgenoot.

U, Jezus, zij de lof gebracht,
de dood is dood. Gij straalt in pracht.
U met de Vader zij de eer,
U met de Geest voor immermeer.

12 mei 2019

Derde zondag na Pasen

De Verrijzenis

Epistel
1 Petr. 2, 11-19
Veelgeliefden, ik bid u, als pelgrims en vreemdelingen, dat gij u verre houdt van de vleselijke lusten, die strijd voeren tegen de ziel. Temidden van de heidenen moet gij een voorbeeldig leven leiden, opdat zij juist in die dingen, waarom zij u voor boosdoeners uitmaken, bij nader toezien om wille van uw goede werken God gaan verheerlijken op de dag der bezoeking. Daarom, weest onderdanig aan ieder menselijk gezag, om wille van God; zowel aan de keizer, omdat hij boven allen staat, alsook aan de landvoogden, omdat zij door hem zijn gezonden om de misdadigers te straffen en de goeden waardering te schenken. Want aldus is het de wil van God, dat gij door goed te leven het onverstand van de kortzichtige mensen tot zwijgen brengt. Als vrije mensen - en niet als mensen, die de vrijheid beschouwen als een dekmantel voor het kwaad - maar als dienstknechten van God. Hebt achting voor een ieder; bemint uw medebroeders; vreest God; eert de keizer. Gij, dienstknechten, weest in alle eerbied onderdanig aan uw meesters, niet slechts als zij goed zijn en welwillend, maar evenzeer als zij lastig zijn. Want dat is een welgevallige daad, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 16, 16-22
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Een korte tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien; want Ik ga heen naar de Vader. Sommigen van Zijn leerlingen zeiden dan tot elkander: Wat betekent dat toch, wat Hij ons zegt: Een kort tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien; en: Ik ga heen naar de Vader? Wat bedoelt Hij toch met: een korte tijd? Wij begrijpen niet, wat Hij zegt. Jezus nu wist, dat zij Hem iets wilden vragen; en Hij sprak tot hen: Gij raadpleegt elkander over Mijn gezegde: Een korte tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: gij zult schreien en jammeren maar de wereld zal zich verblijden. Gij zult wel bedroefd zijn doch uw droefheid zal verkeren in vreugde. Als een vrouw moeder gaat worden, is zij bedroefd, omdat haar uur gekomen is; maar zodra zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar smart, van blijdschap, dat er een mens ter wereld is gekomen. Zo zijt ook gij nu wel bedroefd; maar Ik zal u weerzien; dat zal uw hart zich verblijden, en die blijdschap zal niemand u ontnemen.

Overweging
De woorden van Jezus “nog een korte tijd en gij zult Mij niet meer zien; en weer een korte tijd, dan zult gij Mij weer zien, want Ik ga heen naar de Vader” waren voor de apostelen onduidelijk en geheimzinnig. Zij vroegen zich af wat Jezus ermee bedoelde, maar zij durfden hun Meester er niet naar te vragen. Misschien zijn deze woorden ook tot ons gericht. Blijkbaar bevatten zij een tegenstrijdigheid. Hoe kon Hij tegelijkertijd bij Zijn Vader en bij de apostelen zijn? En wat bedoelt Hij met ‘een korte tijd’?

Deze woorden komen uit de lange afscheidsrede uit het Evangelie van Johannes, die op Witte Donderdag plaatsvond. Op de vooravond sprak Christus over Zijn kruisdood en opstanding en toch bleken de apostelen het niet begrepen te hebben. Bij deze woorden dacht onze Heer aan het kortstondig heengaan na Zijn lijden en aan de terugkeer bij Zijn verrijzenis. Maar dit heengaan en deze terugkeer waren slechts een beeld van een ander heengaan en een andere wederkomst. Zonder twijfel kunnen wij daar het opstijgen tot Zijn Vader bij de hemelvaart in zien en het weerzien van de apostelen in de eeuwigheid. Maar – zoals zo vaak in het Evangelie – moeten wij deze woorden ook op onszelf toepassen. Wij zijn degenen aan wie Christus een weerzien belooft. En dat weerzien is niets anders dan de hemelse vreugde: Wij zullen de verheerlijkte Heer dan zien in Zijn hemelse heerlijkheid.

De Verlossing en de Paasvreugde brengen ons, katholieken, in herinnering dat wij een oprecht christelijk leven moeten lijden, dat wij God en Zijn Kerk moeten blijven dienen, ook als wij daarom vervolgd zouden worden. Wij moeten bezield blijven door het weten dat wij in deze wereld geen blijvend thuis hebben; wij zijn in dit leven slechts op doortocht, op weg naar het hemelse Vaderland, het Vaderland dat Christus voor ons opnieuw heeft geopend. Om dit Vaderland te kunnen bereiken hebben wij de Kerk nodig, omdat zij de weg en de verkondiger is van dit hemelse doeleinde van ons bestaan.

De Kerk beschikt over de noodzakelijke middelen om het hemelse leven binnen te kunnen gaan. Door haar moraal wordt onze menselijke natuur gezuiverd van de begeerlijkheden, door haar geloofsleer wordt ons de kennis van God ingegeven en door haar sacramenten wordt de gezuiverde mens, die God als zijn levensdoel erkend heeft, geheiligd. De Kerk is dus niet louter een gemeenschap van allerlei mensen die een bepaalde liturgie of ritueel aanhangen, maar zij is het heilsinstrument dat door haar moraal, haar geloof en haar sacramenten ons tot God brengt. De heilige Paulus maant ons in het epistel voor de vleselijke lusten die strijd voeren tegen de ziel. Wij zien daarin dat een geloof dat zonder moraal blijft een zelfbedreiging en een groot gevaar is.

11 mei 2019

Catechese voor volwassenen


De kernboodschap van het christelijk geloof

Zaterdag 11 mei: God? God is liefde.

Om 12.00 uur in de pastorie.

11 mei: H.H. Philippus en Jacobus de Mindere, apostelen

Philippus en Jacobus de Mindere worden op dezelfde dag gevierd om twee redenen: ze waren beiden apostel én hun relieken rusten op dezelfde plek, namelijk in de kerk van de Twaalf Apostelen (Dodici Apostoli) in Rome.

Philippus, afkomstig uit de stad Betsaïda en leerling van Johannes de Doper, was als prediker actief in het westelijke deel van Klein-Azië en in Frygië. In dat land, meer bepaald in de stad Hiërapolis, stierf hij rond 80 de marteldood. Op bevel van keizer Domitianus werd hij gekruisigd met het hoofd naar beneden. Later werd hem een apocrief (niet als gezaghebbend erkend) evangelie toegeschreven, dat een lange lofzang op de maagdelijkheid is.

Jacobus de Mindere, ook de rechtvaardige genoemd, was een zoon van een zus van de heilige maagd Maria en dus een neef van Jezus, die een paar jaar jonger was. Het toevoegsel ‘de Mindere’ kreeg hij om hem te onderscheiden van de andere apostel Jacobus (de Meerdere). Het predikaat verwijst naar het feit dat hij later dan zijn naamgenoot apostel werd, namelijk in het jaar 31. Jacobus de Mindere werd de eerste bisschop van Jeruzalem en leidde een nogal zonderling bestaan. Zo zou hij zijn haar en baard nooit hebben laten knippen, waste hij zich nooit en liep hij blootsvoets. Het grootste deel van zijn tijd bracht hij al biddend door. Hij hoefde, naar verluidt, zijn armen maar naar de hemel uit te strekken om het te laten regenen. Hij schreef in 59 een epistel, waarvan de hoofdstelling luidt dat geloven alleen maar mogelijk is wanneer men ook goede werken doet. In 62 werd hij valselijk beschuldigd door de hogepriester Ananus, die hem aan het joodse volk uitleverde. Nadat hij had geweigerd zijn geloof af te zweren, werd Jacobus de Mindere van op het dak van de tempel naar beneden geworpen. Hij overleefde de val en vroeg de Heer om zijn moordenaars te vergeven. Daarop werd hij gestenigd en uiteindelijk doodgeslagen met een knuppel.

6 mei 2019

Bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 8 mei

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is op woensdag 8 mei. Het programma is als volgt:
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Lof met Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed
12.30 uur: Conferentie met koffie en thee in de pastorie (tot circa 14.00 uur)

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

5 mei 2019

Beeldverslag Eerste Heilige Communie op zondag 5 mei 2019








Hebt u ook foto's of video's gemaakt
van plechtigheden in onze kerk?
Mogen die eventueel gepubliceerd worden?
Mail uw bestanden dan naar:
foto@agneskerk.org.

Vrijheid

Want aldus is het de wil van God, dat gij door goed te leven
het onverstand van de kortzichtige mensen tot zwijgen brengt.
Als vrije mensen - en niet als mensen, die de vrijheid beschouwen als een dekmantel voor het kwaad -
maar als dienstknechten van God.


(1 Petr. 2, 15-17)



Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje
ben ik, vrij, onverveerd,
den koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
Uw dienaar t'aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Tweede zondag na Pasen

Epistel
1 Petr. 2, 21-25
Veelgeliefden, Christus heeft voor ons geleden en u een voorbeeld nagelaten, opdat gij Zijn voetstappen zoudt volgen. Want zonde heeft Hij nooit bedreven, en er werd geen bedrog gevonden in Zijn mond; en toen Hij gescholden werd, schold Hij niet terug; toen Hij leed, uitte Hij geen bedreiging; maar Hij gaf Zich over aan degene, die Hem onrechtvaardig veroordeelde. Hij heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen tot op het kruishout, opdat wij afgestorven zouden zijn aan de zonde, en voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen zijt gij genezen. Want gij waart als ronddolende schapen, maar nu zijt gij teruggebracht tot de herder en de bewaker van uw zielen.

Evangelie
Joh. 10, 11-16
In die tijd zei Jezus tot de farizeën: Ik ben de goede Herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Maar iemand, die huurling is en geen herder - aan wie de schapen niet toebehoren - hij laat, als hij de wolf ziet aankomen, de schapen in de steek, en gaat op de vlucht. En de wolf rooft en verstrooit de schapen. Een huurling nu neemt de vlucht, omdat hij maar een huurling is, en geen hart heeft voor de schapen. Ik ben de goede Herder, en Ik ken Mijn schapen en Mijn schapen kennen Mij, evenals de Vader Mij kent, en Ik de Vader ken. En Ik geef Mijn leven voor Mijn schapen. Ook nog andere schapen heb Ik, die niet van deze schaapstal zijn; ook die moet Ik er heen voeren, en zij zullen luisteren naar Mijn stem; en zo zal het worden: één Schaapstal en één Herder.

Overweging
Deze zondag wordt terecht de zondag van de goede Herder genoemd. Het beeld uit het Evangelie van de Herder Die Zijn leven geeft voor Zijn schapen wordt nog duidelijker door het Paasfeest dat wij nog maar net gevierd hebben en door de lezing van deze zondag, waarin de heilige Petrus ons aan hetzelfde feit herinnert, namelijk hoe Christus, Die Zelf nooit enige zonde bedreef, onze zonden op Zich nam en Zich heeft overgeleverd aan de kruisdood om ons van onze schuld te bevrijden.

Door de bevrijding die wij door Zijn Verlossingswerk hebben mogen ervaren, heeft Hij ons opnieuw toegang verleend tot de kudde, waarvan Hijzelf Herder en Bewaker is. Het epistel van vandaag stelt ons de waarheid voor ogen dat wij verloren schapen zijn geweest, want Petrus schrijft “gij waart als rondlopende schapen maar nu zijt gij teruggebracht tot de Beheerder en Bewaker van uw zielen”.

In het Evangelie zegt de goede Herder, Jezus: “Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij”. Het is een kostbaar inzicht dat wij slechts kunnen verwerven door Gods genade. Hij is de enige Vriend, de enige Toevlucht, en de Raadsman bij uitstek die de mens heeft. De goede Herder geeft Zijn leven voor Zijn schapen. In het Evangelie is dat een beeld, maar wel een beeld dat ons weer de oude, vertrouwde waarheid voor ogen stelt. Hij heeft voor mij Zijn leven prijsgegeven. Anderen doen dat niet. De huurling slaat op de vlucht als de wolf komt. Hij laat zijn kudde in de steek; de schapen gaan hem niet echt ter harte en omdat hij slechts huurling is en geen herder, laat hij ze door de wolf verscheuren. Met Christus is dat anders. Hij kent Zijn schapen zoals de Vader Hem kent en zoals Hij de Vader kent. Zo diep, zo volledig, zo vol van liefde is het feit dat Hij Zijn leven geeft.

Kon de goede Herder nog duidelijker zeggen dat Hij ons liefheeft? Hij bemint ons tot het uiterste toe. Geen enkele Herder kan het bij Hem halen in hartelijkheid, in diepte, in tederheid en fijngevoeligheid. Hij heeft als Herder alles voor ons over gehad.

4 mei 2019

Mevrouw J.M. Laghuwitz (96) overleden

In de middag van zaterdag 4 mei is
- voorzien van de heilige sacramenten van de Kerk -
mevrouw Jitske Maria Laghuwitz
overleden op de gezegende leeftijd van 96 jaar.

Zowel onze parochie als de priesterbroederschap Sint Petrus
heeft veel aan haar te danken. Gedurende vele decennia
heeft zij zich liefdevol ingezet voor de Kerk en haar priesters,
voor de verkondiging van het geloof en voor het behoud
van de traditionele Latijnse liturgie in de tijd dat
deze slechts zeer beperkt werd toegestaan.

Bidden wij voor haar zielenrust,
dat zij mag rusten in Gods vrede.

Uitvaart op vrijdag 10 mei
13.00 uur: Gelegenheid tot afscheid nemen in onze kerk
13.15 uur: Gelezen H. Requiemmis met orgelspel, aansluitend gezongen absoute, in onze kerk
15.00 uur: Begrafenis op begraafplaats Sint Barbara, Spaarndammerdijk 312, 1014 AA Amsterdam

Requiem aeternam (Duruflé)

4 mei: Heilige Monica, weduwe

Monica werd in het jaar 332 geboren in de Numidische plaats Thagaste, gelegen in het huidige Algerije. Zij was een dochter van christelijk ouders. Op 18-jarige leeftijd werd zij uitgehuwelijkt aan Patricius. Hij hield het bij de traditionele Romeinse goden. Van karakter was hij driftig en eigenzinnig. Pas vlak voor zijn dood in 371 zou hij zich tot het christendom bekeren, ongetwijfeld door Monica's onophoudelijk gebed. Monica schonk hem drie kinderen onder wie Augustinus, de latere heilige en kerkvader.

Zij probeerde haar kinderen vertrouwd te maken met de christelijke levensopvatting en de daarbij behorende deugden. Maar juist bij Augustinus, haar meeste getalenteerde kind, moet ze constateren dat hij het karakter van zijn vader had geërfd. Later zal Augustinus in zijn boek 'Confessiones' (= Belijdensissen) zelf over zijn jongelingsjaren vertellen. Tijdens zijn studies tot redenaar (destijds de baan om hogerop te komen in de maatschappij) deed hij alles wat christenen niet zouden moeten doen; hij ging om met slechte vrienden en zocht zijn levensgeluk bij filosofieën die veel spectaculairder waren dan die van zijn moeder. Vooral de boerse en rauwe verhalen uit het Oude Testament konden volgens hem nog niet in de schaduw staan van de fijnbesnaarde gedachten van de Griekse en Romeinse filosofen.

Monica leed daar onder. Eens kwam er een christelijke bisschop op doorreis door haar woonplaats. Zij stortte haar hart bij hem uit en bezwoer hem dat hij eens met haar zoon moest praten: hij zou de goede antwoorden op de scherpzinnige redeneringen van haar zoon wel weten. Maar die bisschop had allang begrepen dat Augustinus op dat moment juist genoot van zijn levensopvatting: daar zou zelfs een vreemde bisschop niets aan kunnen veranderen. Vermoeid door haar drammerige aanhouden zei hij tenslotte: "Een kind van zoveel tranen kan niet verloren gaan".

Augustinus ontvluchtte zijn moeder, zijn woonplaats en zijn wereld en stak over naar Italië om daar carrière te maken aan het keizerlijk hof als redenaar. Maar zijn moeder kwam achter hem aan, eerst naar Rome en vervolgens naar Milaan, waar het hof van de keizer op dat moment gevestigd was en waar haar zoon intussen leraar was geworden.
Intussen hadden al de filosofieën waarbij Augustinus zijn levensgeluk had gezocht, hem niets opgeleverd. Op zijn zoektocht naar een houvast in het leven ging hij regelmatig in de christelijke kerk naar de preken luisteren van de heilige bisschop Ambrosius († 397). Daar hoorde hij hoe Ambrosius juist schatten van filosofie en levensinzicht tevoorschijn wist te halen uit uit de door hem zo verachte verhalen van het Oude Testament.

Uiteindelijk zal hij zich na een lang en heftig innerlijk verzet laten dopen. Dit alles natuurlijk tot grote vreugde van zijn moeder met wie hij zich verzoende. Nu haar hartenwens was vervuld, besloot zij naar huis in Afrika terug te gaan. Augustinus reisde met haar mee. In Rome's havenstad Ostia overleed zij.

In 1162 werden haar relieken overgebracht naar het augustinessenklooster van Arrouaise bij Arras. Op 9 april 1430 werd haar stoffelijk overschot plechtig overgebracht naar Rome; daar werd zij tot de eer der altaren verheven en naast haar zoon bijgezet in de kerk van San Agostino, gelegen bij de Piazza Navona. Dat gaf een nieuwe opleving aan haar verering.

Het concilie van Trente (1570) bepaalde haar feestdag op 4 mei, de dag voordat Augustinus' bekering werd gevierd: die stond op 5 mei.
Zij is patrones van Santa Monica (Californië); van moeders en moederbonden, christenvrouwen en christelijke echtgenotes; van de Keulse 'gordelbroederschappen' (religieuze gemeenschappen die een gordel dragen); ook wordt haar voorspraak ingeroepen voor het zielenheil van kinderen die verkeerde wegen gaan.

2 mei 2019

Van de pastoor: Nemen wij onze toevlucht tot de heilige maagd Maria

Beminde gelovigen,

Tijdens de maand mei eren wij op bijzondere wijze de heilige maagd Maria en smeken wij haar bijstand en begeleiding af in ons streven om door dit aardse leven heen eens het hemelse vaderland te bereiken.

In onze dagen zijn vele mensen door onwetendheid en domheid bevangen. Zij laten zich leiden door leiders die denken dat zij zelf verlicht zijn en het openbare leven van onze samenleving kunnen regelen. Zij pretenderen de mensen te kunnen voeren naar een aards paradijs, een utopia. Door deze debiele leiders staan wij nu aan de afgrond van een volledige ondergang. De identiteit van onze beschaving is al verloren en ingeruild voor de Amerikaanse cultuur. Ondertussen verovert de islam het stervende Europa, ongecontroleerd en onder een bruisende fanfare van linkse tirannie en stervensbegeleiding van het christelijke Avondland, met als verdovend middel het milieu en de ideologie van tolerantie.

In deze tijden van gevaar om als volk, als natie, als continent, als civilisatie en als wereldbeschouwing leeggeroofd te worden en daardoor ook aan de rest van de wereld de zegeningen van de christelijke cultuur te onthouden, staat ons, als christenen, nu alleen nog de toevlucht tot de heilige maagd Maria ter beschikking om Europa te redden door haar voorspraak, zoals de Turkse overheersing bij Lepanto op haar voorspraak ons bespaard is gebleven.

Wij hoeven alleen maar dagelijks de rozenkrans te bidden.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

1 mei 2019

Informatiebulletin voor de maand mei is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand mei is verschenen. Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin mei' of klik op onderstaande afbeeldingen. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op een van de pagina's voor een vergrote versie.

1 mei: Heilige Jozef de arbeider, bruidegom van de heilige maagd Maria, belijder, hoogfeest

Jezus in de werkplaats bij Zijn voedstervader Jozef.

De kerkelijke viering van de heilige Jozef als arbeider is ingesteld in 1955 door paus Pius XII. Door de heilige Jozef tot voorbeeld te stellen voor de arbeiderswereld, gaf hij een christelijke oriëntatie aan de dag van de arbeid. Ook daar waar deze 1 mei-viering niet gebruikelijk is, herinnert de herdenking van de heilige Jozef als patroon van de arbeid aan de waarde van de menselijke inspanning voor het dagelijks onderhoud.

30 april 2019

30 april: Heilige Catharina van Siena, maagd en Kerklerares, co-patrones van Europa

Catharina werd geboren op 25 maart 1347 in Siena, in Toscane, als dochter van de vooraanstaande wolwever Jacopo Benincasa. Zij was het vijfentwintigste kind in het gezin. Zij was klein van gestalte maar groot in geest en waardigheid. Zij wordt de grootste vrouw van het christendom genoemd.

Vanaf haar zevende jaar stortte zij zich volledig op de godsdienst; vooral de devotie tot Jezus en in het bijzonder Zijn lijden werd de leidraad van haar leven. Zij werd na aanvankelijke weerstand lid van de derde orde van de heilige Dominicus en betrok tussen haar zestiende en negentiende levensjaar zelfs een kluis in de werkplaats van haar vader. Haar moeder deed toen, anno 1354, een smalende uitspraak die veel 'moderne mensen' bekend in de oren zou moeten klinken: "Tegenwoordig zijn er toch geen heiligen meer?"

Het kleine meisje in haar 'bezemkast' had toch duidelijk een andere uitstraling dan een door fantasie op hol geslagen kind, want al snel kwamen er horden belangstellenden om naar haar te luisteren en haar te helpen met haar liefdadige werken, haar bella compagnia. Ze zamelde voedsel en kleding in voor de allerarmsten, bezocht gevangenen en verpleegde lijders aan besmettelijke zieken bij wie anderen niet in de buurt durfden te komen. De zalige Raymundus van Capua werd in 1374 haar geestelijk leidsman. Als magister-generaal van de Dominicanen zou hij later haar biograaf worden, zodat we veel gegevens van haar leven uit de eerste hand hebben.

Ze begon zich te bemoeien met de politiek, eerst en vooral met de eindeloze conflicten tussen de vele steden in haar omgeving, maar later ook met de wereldpolitiek. Vooral het feit dat de paus sinds 1309 in Avignon resideerde in plaats van in Rome, waar hij thuishoorde, zat Catharina buitengewoon dwars. De vele Franse kardinalen hadden een terugkeer naar Rome eindeloos weten te vertragen, maar Catharina bleek sterker dan zij.

In 1376 ging Catharina op reis naar Avignon. Mede dankzij haar eindeloze preken aan het adres van paus Gregorius XI liet deze zich uiteindelijk overhalen zijn hof weer naar Rome te verplaatsen. Ze had dan ook een intimiderende persoonlijkheid. Als ze haar zin niet kreeg riep ze eenvoudigweg, maar met de nodige uitwerking: "Voglio" ("Ik wil het!") Dit deed ze niet alleen tegen de paus, maar ook tegen allerlei wereldlijke vorsten en hooggeplaatste figuren.

Helaas werkte haar streven soms ook averechts: toen paus Gregorius XI terug naar Rome ging, kozen de kardinalen in Avignon gewoon een nieuwe paus. Dit was het begin van het zogeheten Westers Schisma, dat Catharina veel verdriet heeft gedaan.

Catharina had in 1375 stigmata terwijl ze in Pisa verbleef. Daarbij ontving ze de genade van het mystieke huwelijk, en aan het eind van haar leven Jezus' Hart zelf: Hij ruilde het tijdens een verschijning voor het hare. Haar laatste jaren bracht Catharina op uitnodiging van Urbanus VI door in Rome waar zij op 29 april 1380 verzwakt en verlamd overleed.

Van Catharina van Siena zijn 381 brieven bekend. Zij correspondeerde niet enkel met kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, maar ook met gewone mannen en vrouwen van allerlei rang en stand. Haar hoofdwerk is de Dialoog van de goddelijke voorzienigheid uit 1378. In een visioen werd zij aangezet tot het schrijven van dit boek. Zij schrijft hierin in vaak beeldende taal over het zoeken naar waarheid, Christus' mededogen met de wereld, het mystieke leven van de Kerk en het volbrengen van Gods voorzienigheid. Daarnaast zijn er 26 gebeden van haar overgeleverd.

Catharina werd in 1461 door paus Pius II heiligverklaard. Haar lichaam ligt in een schrijn onder het hoogaltaar van de Santa Maria sopra Minerva in Rome, maar haar hoofd wordt bewaard achter gouden tralies in een nis binnen de San Domenico in Siena. Ook het huis van haar jeugd in Siena is tegenwoordig een kerk.

Samen met de heilige Teresia van Avila werd zij in 1970 door paus Paulus VI als eerste vrouw verheven tot Kerklerares. In 1999 benoemde de heilige paus Johannes Paulus II haar met Birgitta van Zweden en Theresia-Benedicta van het Kruis (Edith Stein) tot patrones van Europa. Voorts is zij de patroonheilige van de Dominicanessen van de Derde Orde, wasvrouwen en stervenden.

29 april 2019

29 april: Heilige Petrus van Verona, martelaar

Petrus werd geboren rond 1205. Zijn ouders waren aanhangers van de Katharen. Deze ketterij beheerste het geestesleven van die tijd. (Het woord 'ketterij' is zelfs afgeleid van 'Katharen'.) Petrus genoot echter een katholieke opvoeding. Op 16-jarige leeftijd trad hij in bij de Dominicanen, een nieuwe orde die toen pas vijf jaar bestond en die door prediking een actief aandeel had in de bestrijding van de ketterij. Hun eigenlijke naam luidde dan ook de Orde der Predikheren. Als predikheer deed hij de naam van zijn orde alle eer aan, want hij was een populair predikant, die zijn woorden soms zelfs met wonderen kracht wist bij te zetten. Bovendien werd hij aangesteld als inquisiteur om de ketterij van de Katharen in Como en Milaan te bestrijden.

Zo geliefd als hij was bij zijn eigen mensen, zo gehaat was hij bij de Katharen. Onderweg van Como naar Milaan werd hij op 6 april 1252 door twee huurmoordenaars om het leven gebracht. Stervend schreef hij met zijn eigen bloed op de grond het woord 'Credo'. Hij werd bijgezet in de kerk van San Eustorgio te Milaan. Een jaar later - op 24 maart 1253 - werd hij reeds heiligverklaard door paus Innocentius IV.

Petrus van Verona (of Sint Petrus Martelaar) is patroon van Lombardije, het hertogdom Modena, de Italiaanse steden Como en Cremona, van de inquisitie, van de Dominicanen en de kraamvrouwen. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijn, bliksem, onweer en storm en voor het verkrijgen van een goede oogst.

28 april 2019

Beloken Pasen - Feest van de goddelijke Barmhartigheid

"Thomas, kom hier met uw hand en leg ze in Mijn zijde."

Epistel
1 Joh. 5, 4-10
Veelgeliefden, al wat uit God is geboren, is overwinnaar van de wereld; en dit is de zegevierende macht, waardoor de wereld overwonnen wordt, ons geloof. Wie anders is er overwinnaar van de wereld, dan hij die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God? Deze is het, Die gekomen is in water en in bloed, Jezus Christus; niet alleen in het water, maar in het water én in het bloed. En het is de Geest, Die getuigt, dat Christus de waarheid is. Want het zijn er drie, Die getuigenis geven in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn één. En het zijn er drie, die getuigenis geven op de aarde: de Geest, en het water, en het bloed; en deze drie zijn het eens. Indien wij het getuigenis van mensen aannemen, Gods getuigenis heeft groter waarde; inderdaad hebben wij hierin dat getuigenis van God met die grotere waarde, dat Hij getuigenis heeft gegeven omtrent Zijn Zoon. Wie gelooft in de Zoon van God, draagt het getuigenis van God in zich.

Evangelie
Joh. 20, 19-31
In die tijd, toen de avond van die dag, de eerste dag der week, reeds was gevallen, en de deuren van de plaats, waar de leerlingen samen waren, uit vrees voor de joden waren gelosten, kwam Jezus, en stond plotseling in hun midden; en Hij sprak tot hen: Vrede zij u! En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. En de leerlingen waren zeer verheugd, toen zij de Heer zagen. Vervolgens sprak Hij andermaal tot hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. En na deze woorden blies Hij over hen en zei hun: Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven, en aan wie gij de zonden laat houden, zij blijven ze houden. Maar Thomas, één van de Twaalf, ook wel Didymus genoemd, was niet bij hen, toen Jezus kwam. Daarom zeiden de andere leerlingen tot hem: Wij hebben de Heer gezien! Maar hij antwoordde hun: Als ik niet in Zijn handen de wonden der nagelen zie, en mijn vinger niet in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand niet kan leggen in Zijn zijde, zal ik niet geloven. En acht dagen later waren Zijn leerlingen weer daarbinnen bijeen; en ook Thomas was bij hen. En terwijl de deuren gesloten bleven, kwam Jezus binnen; en plotseling stond Hij in hun midden, en sprak: Vrede zij u! Daarop zei Hij tot Thomas: Steek uw vinger hierin, en bezie Mijn handen; en kom hier met uw hand, en leg ze in Mijn zijde; en wees niet meer ongelovig, maar gelovig! Thomas gaf Hem ten antwoord: Mijn Heer en mijn God! Toen sprak Jezus tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, daarom gelooft gij; zalig zij, die niet zien, en toch geloven. Nog vele andere tekenen, heeft Jezus voor het oog van Zijn leerlingen verricht, die in dit boek niet staan opgetekend. Maar deze zijn opgetekend, opdat gij zoudt geloven, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door dat geloof het leven moogt bezitten in Zijn Naam.

Overweging
Op deze octaafdag van Pasen, die tevens het feest van de goddelijke Barmhartigheid is, zouden wij met de apostel Thomas van harte een van de allermooiste en meest hoopvolle gebeden kunnen uitspreken, en daardoor iedere twijfel, die wellicht nog in ons leeft, uitroeien: “Mijn Heer en mijn God”. Daar gaat het in het christelijke leven om: om God. En omdat het in ons leven om God gaat, moeten wij bereid zijn om alles wat met God verbonden is, dus de Kerk van God en haar bevrijdende en tot zaligheid noodzakelijke geloofsleer, innig en volledig te omhelzen.

God is mens geworden en heeft op het Kruis de wereld Zijn barmhartigheid getoond, een barmhartigheid die ieder van ons zou kunnen omvatten als wij maar bereid zijn om ons hart in volledig vertrouwen aan Hem over te geven. In deze overgave, die een bekering inhoudt, ligt het begin van het leven met God, een leven dat als het ernstig wordt genomen, zich openbaart als een leven door God. Door de goddelijke barmhartigheid en genade mogen wij leven en eens de hemelse zaligheid aanschouwen. De deur tot dit bovennatuurlijke leven heeft Christus geopend door Zijn heilswerk, het heilswerk dat door de tijden heen wordt voortgezet door de katholieke Kerk. Daar wacht Hij ook nu op de zielen om Zijn liefde te tonen aan degenen die de duisternis en het bedrog van de wereld verlaten.

Octaafdag van Pasen: Feest van de goddelijke Barmhartigheid

Jezus, ik vertrouw op U


Op 25 augustus 1905 wordt in het Poolse dorpje Glogowiec een meisje geboren: Helena Kowalska. Op 20-jarige leeftijd treedt ze in bij de zusters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid in Warschau. Ze krijgt de kloosternaam Maria Faustina (‘begunstigde’). Al heel vroeg heeft ze bovennatuurlijke ontmoetingen. Jezus Zelf geeft haar aanwijzingen wat ze moet doen. Twijfel, angst en verwijten van haar medezusters achtervolgen haar als Jezus haar opdraagt de devotie van de goddelijke Barmhartigheid openlijk te verspreiden. Opvallend is haar grote gehoorzaamheid aan haar oversten en aan haar biechtvader, zoals Jezus dat van haar verlangt.

Vanaf 1933 lijdt ze aan tuberculose, met heftige pijnen. Daarnaast lijdt zuster Faustina onbeschrijflijke geestelijke pijnen door onzichtbare stigmata, Godverlatenheid en het verdriet om de zondaars, maar toch kent ze een diepe, innerlijke vreugde. Ze weet dat de prijs van haar liefde het lijden is. Ze wil alles doen om zielen te redden. En Jezus laat haar lijden, bijna 13 jaar in het klooster. Op 5 oktober 1938 sterft zuster Faustina, 33 jaar oud, net zo oud als haar goddelijke Vriend.

In 1965 leidt de Poolse aartsbisschop Karol Wojtyla het zaligverklaringsproces in. Op de eerste zondag na Pasen in 1993 verklaart hij als paus Johannes Paulus II haar zalig en in het heilig jaar 2000, op de zondag van de goddelijke Barmhartigheid, verklaart hij haar heilig.

Uit haar dagboek komt naar voren hoe graag Jezus wil dat de mensen in de hemel komen. Geen mens, hoe groot zijn zonden ook zijn, hoeft verloren te gaan. God wil de dood van de zondaar niet. Het enige dat wij hoeven te doen is ons vol vertrouwen, en berouwvol, aan Zijn eindeloze Barmhartigheid over te geven.

Bij Zijn eerste verschijning aan zuster Faustina geeft Jezus haar de opdracht: “Schilder een afbeelding die overeenkomt met het voorbeeld dat je ziet, met het onderschrift: Jezus, ik vertrouw op U. Ik wil dat deze afbeelding vereerd wordt, eerst in jouw kapel en daarna over de hele wereld. Ik beloof je dat de ziel die deze afbeelding zal vereren, niet verloren zal gaan.”

Jezus heeft aan zuster Faustina gezegd dat Hij wil dat op de zondag na Pasen het feest van de goddelijke Barmhartigheid wordt gevierd: “Op die dag staan de diepste diepten van Mijn tedere barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van Mijn barmhartigheid naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de heilige communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de hemel, waardoor de genade vloeit, open.”

26 april 2019

Bedevaart naar Oostakker-Lourdes (Gent (B)) op zaterdag 11 mei 2019

Voor wie met eigen vervoer reist: Er is ruime parkeergelegenheid bij restaurant 't Hof, Groenstraat 2 te Oostakker.

25 april 2019

Pinksterbedevaart Parijs-Chartres

Op 8, 9 en 10 juni 2019 wordt voor de 37e keer de Pinksterbedevaart Parijs-Chartres gelopen. Aan deze driedaagse pelgrimage van in totaal 100 kilometer lopen meer dan 10.000 voornamelijk jongeren mee.

Dit jaar zal ook weer een Nederlandse afdeling meelopen onder het patronage van de Heilige Martelaren van Gorcum. Hiervoor zal een reis inclusief vervoer en overnachtingen voor en na de bedevaart (in een eenvoudig hotel, tijdens de bedevaart zelf wordt overnacht in tenten) worden georganiseerd. Vertrek is op vrijdag 7 juni en de terugreis is op dinsdag 11 juni.

Meer informatie, aanmelding en een verslag van de bedevaart van 2018 is te vinden op de website www.ecclesiadei.nl/chartres

23 april 2019

Openstelling tijdens het Paasoctaaf


Tijdens het Paasoctaaf (tot en met zaterdag 27 april (Koningsdag)) zijn kerk en pastorie buiten de tijden van de liturgische plechtigheden gesloten. In noodgevallen is de pastorie telefonisch bereikbaar.

22 april 2019

Fotoverslag Goede Vrijdag






Hebt u ook foto's of video's gemaakt
van plechtigheden in onze kerk?
Mogen die eventueel gepubliceerd worden?
Mail uw bestanden dan naar:
foto@agneskerk.org.

Fotoverslag Witte Donderdag









Hebt u ook foto's of video's gemaakt
van plechtigheden in onze kerk?
Mogen die eventueel gepubliceerd worden?
Mail uw bestanden dan naar:
foto@agneskerk.org.

Maandag onder het Octaaf van Pasen

Zijt gij dan de enige vreemdeling, die in Jeruzalem is geweest, en die niet weet wat daar gebeurd is dezer dagen?

Epistel
Hand. 10, 37-43
In die dagen stond Petrus te midden van het volk en sprak: Mannen, broeders, gij hebt gehoord van hetgeen er in geheel het joodse land, van Galilea uit, gebeurd is, na het doopsel, dat Johannes predikte: van Jezus van Nazareth, hoe God Hem heeft gezalfd met Heilige Geest en kracht, en hoe Hij weldoende rondging, en allen genas, die in de macht waren van de duivel, omdat God met Hem was. En wij zijn getuigen van alles, wat Hij in het land der joden en in Jeruzalem heeft gedaan. Maar men heeft Hem aan het kruishout gehangen en gedood. God echter heeft Hem opgewekt op de derde dag, en Hem gegeven, zichtbaar te verschijnen, niet aan geheel het volk, maar aan getuigen, die God te voren daartoe had uitgekozen, namelijk aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij van de doden was opgestaan. Ook heeft Hij ons bevel gegeven, aan het volk te prediken en te getuigen, dat Hij het is, Die door God is aangesteld als rechter van levenden en doden. Van Hem getuigen al de profeten dat allen, die in Hem geloven, in Zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgen.

Evangelie
Lc. 24, 13-35
In die tijd gingen twee van Jezus' leerlingen diezelfde dag naar een dorp, dat zestig stadiën van Jeruzalem gelegen was en Emmaus heette. En zij spraken met elkander over alles, wat er gebeurd was. Terwijl zij nu in gesprek waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf bij hen, en ging met hen mee; maar hun ogen werden verhinderd, opdat zij Hem niet zouden herkennen. Hij vroeg hun: Wat voor gesprek voert gij samen onderweg, dat gij zo bedroefd zijt? De ene nu, die Cleophas heette, gaf Hem ten antwoord: Zijt Gij dan de enige vreemdeling, die in Jeruzalem is geweest en die niet weet, wat daar gebeurd is dezer dagen? Doch Hij antwoordde hun: Wat dan? En zij zeiden: Met Jezus van Nazareth, Die een profeet was, machtig in werk en in woord, voor God en geheel het volk; en hoe onze opperpriesters en oversten Hem ter doodstraf hebben overgeleverd en gekruisigd hebben. Wij nu hadden de hoop, dat Hij het was, Die Israël zou verlossen; maar met dat al is het nu reeds de derde dag sinds deze dingen zijn gebeurd. Bovendien hebben enige vrouwen uit onze kring, die vóór het daglicht reeds bij het graf waren, ons doen ontstellen, want zij vonden er Zijn lichaam niet; en toen zij terugkwamen, vertelden zij ook nog, dat zij een verschijning van engelen hadden gehad, die zeiden, dat Hij weer leefde. Toen zijn enigen van ons naar het graf gegaan, en hebben het juist zo bevonden, als de vrouwen gezegd hadden maar Hemzelf vonden zij niet. Toen sprak Hij tot hen: O gij onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet beter geloof hecht aan alles, wat de profeten hebben gezegd. Moest dan de Christus dit alles niet lijden, en zó zijn glorie binnengaan? En te beginnen met Mozes en de andere profeten, verklaarde Hij hun, wat in heel de Schrift over Hem was voorspeld. Intussen waren zij bij het dorp gekomen, waar zij heengingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder wilde gaan. Maar zij drongen bij Hem aan, en zeiden: Blijf bij ons, want het wordt avond en de dag loopt reeds ten einde. Hij ging dan met hen naar binnen. Toen Hij nu met hen aan tafel was, nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het, en reikte het hun toe. Toen gingen hun de ogen open, en zij herkenden Hem. Maar Hij verdween uit hun ogen. En zij zeiden tot elkander: Brandde ons hart niet in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften verklaarde? Onmiddellijk stonden zij op, en keerden naar Jeruzalem terug; daar vonden zij de elf met hun gezellen bijeen; en dezen zeiden: De Heer is waarlijk verrezen, en verschenen aan Simon. Toen verhaalden ook zij, wat er onderweg was gebeurd, en hoe zij Hem hadden herkend bij het breken van het brood.

21 april 2019

Hoogfeest van Pasen - Verrijzenis van onze Heer Jezus Christus

Christus is waarlijk verrezen, alleluia!

Epistel
1 Kor. 5, 7-8
Broeders, doet het oude zuurdeeg weg, om aldus een nieuw deeg te zijn. Gij zijt toch immers ongedesemd. Want ook ons Paaslam is geslacht, dat is Christus. Laten wij daarom ons feestmaal vieren, niet met oude zuurdesem, dat wil zeggen: niet met zuurdesem van slechtheid en boosheid; maar met ongedesemd brood van zuiverheid en waarheid.

Evangelie
Mc. 16, 1-7
In die tijd kochten Maria Magdalena en Maria van Jacobus en Salóme reukwerken, om Jezus te gaan balsemen. En zeer vroeg in de morgen, op de eerste dag der week, kwamen zij bij het graf, toen de zon reeds was opgegaan. En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen? Maar toen zij gingen zien, bemerkten zij, dat de steen reeds weggerold was. Deze nu was buitengewoon groot. Zij gingen dan het graf binnen, en zagen aan de rechterkant een jongeling zitten, gekleed in een wit gewaad; en zij ontstelden hevig. Maar deze sprak tot haar: Weest niet ontsteld. Gij zoekt Jezus van Nazareth, Die gekruisigd is. Hij is verrezen; Hij is hier niet meer; ziet hier de plaats, waar men Hem had neergelegd. Maar gaat heen, en zegt aan Zijn leerlingen, met name aan Petrus, dat Hij weer voor u uitgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft.

Overweging
Vandaag viert de Kerk haar gloriedag, het ‘feest der feesten’, omdat zij de overwinning van Jezus Christus, haar Stichter, viert. Het Paasfeest is het jubelfeest om de verlossing. De redding is een feit geworden. Gods belofte, lang geleden gegeven, werd op Paasdag vervuld. Jezus, voor ons gestorven, vernietigde de schuld en de angst en Hij gaf ons de hemel terug. Na Zijn verschrikkelijk lijden, dat Hij uit liefde op Zich had genomen, is Hij nu doorstraald van licht en heerlijkheid.

“Vreest niet! Gij zoekt Jezus van Nazareth Die gekruisigd is. Hij is verrezen. Hij is niet hier. Ziet de plaats waar men Hem had neergelegd.” Deze woorden van een engel hoorden de heilige vrouwen die naar het graf van Jezus gingen om Zijn lichaam te balsemen. Hij is verrezen – met deze woorden nodigt de Kerk ook ons in de gehele Paasliturgie uit tot een innige blijdschap. “Hij is waarlijk verrezen.” Zijn lijden en dood waren voor Hem geen ondergang: zij waren de hoge losprijs voor de zielen, voor onze zielen. Dit was het herstel uit de zonde, de prijs van de nieuwe vriendschap tussen God en de mensen.

Geheel de Kerk is vol van blijdschap en dankt God. Wat kunnen wij anders doen dan blij zijn zowel inwendig als naar buiten om dit grote geluk, deze vernieuwing van het leven, om deze glorie vooral van onze Heer en Redder, Jezus Christus? Maar niet alleen blijdschap regeert in deze tijd in de Kerk. Zij is ook enorm dankbaar voor alles wat Christus voor ons heeft gedaan. En dit is: ons de hemel teruggegeven en Gods liefde.

Met dankbaarheid en vreugde moeten ook onze harten vervuld worden. “Dit is de dag die de Heer gemaakt heeft; laat ons heden juichen en blij zijn” – zingen wij in het graduale. Naast de blijdschap brengt het feest van Pasen ons de hoop, de hoop dat wij op een dag ook zullen verrijzen om met God eeuwig te leven. En dit leven zal een heel ander leven zijn, een nieuw leven.