1919 - 2019: 100 jaar Sint-Agnesparochie

Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 juli 2019, onder voorbehoud van wijzigingen.

16 juli 2019

16 juli: Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

Het feest van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel werd ingesteld in het jaar 1726. Het gedenkt de dag waarop de heilige Simon Stock, de eerste generale overste van de Karmelietenorde, een verschijning kreeg van Onze Lieve Vrouw op 16 juli 1251. Maria beloofde bijzondere zegen voor allen die in de loop der eeuwen haar scapulier zouden dragen. De Kerk heeft plechtig en herhaaldelijk deze Mariadevotie, ontstaan in Engeland, goedgekeurd, zodat de pausen aan allen die het scapulier dragen talrijke geestelijke voorrechten hebben verleend.

Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel is de patrones van de zeelieden. Zij is de veilige haven, waarin wij onze toevlucht moeten nemen te midden van alle stormen van het leven.

De devotie en verering van de Maagd van de berg Karmel gaat terug tot de oorsprong van de orde der Karmelieten: de oudste traditie van deze orde brengt die in verband met die kleine wolk die uit zee opsteeg, zo groot als de palm van een hand en die zichtbaar was vanaf de top van de Berg Karmel, terwijl de profeet Elia de Heer smeekte een einde te maken aan een lange periode van droogte. De wolk bedekte spoedig de hemel en bracht overvloedige regen over het land, dat al zo lange tijd uitgedroogd was. In die wolk vol weldaden zag men een beeltenis van Maria, die als schenkster van de Heiland aan de wereld de draagster was van het levendmakende water waarnaar heel de mensheid dorstte. Zij brengt ons voortdurend ontelbare weldaden.

Op 16 juli 1251 verscheen de allerheiligste Maagd aan de heilige Simon Stock, de generale overste van de Orde der Karmelieten: zij beloofde bijzondere genade en zegen voor hen die het scapulier zouden dragen. Deze devotie stortte over de wereld een waterrijke rivier van geestelijke en tijdelijke genaden uit. De Kerk heeft deze verschijning herhaaldelijk goedgekeurd met talrijke geestelijke voorrechten. Eeuwenlang hebben de christenen zich onder deze bescherming van Onze Lieve Vrouw gesteld, onder meer door het dragen van het heilig scapulier van de berg Karmel op hun borst. Er zijn veel uitstekende manieren om Maria te vereren, maar weinige hebben zo diep wortel geschoten bij de gelovigen, en weinige werden zo vaak door de pausen gezegend. Hoe moederlijk is bovendien het hieraan verbonden zaterdags privilege!

De heilige Maagd beloofde aan hen die tijdens hun leven en bij hun dood het scapulier droegen -- ofwel de gezegende medaille met het Heilig Hart en de Maagd van de Berg Karmel, die dezelfde rol vervult -- de genade om de 'volharding ten einde toe' te verkrijgen; dat wil zeggen, een bijzondere bijstand opdat degenen die niet in staat van genade verkeren, berouw krijgen in de laatste ogenblikken van hun leven. Aan deze belofte moet het zogeheten 'zaterdags privilege' worden toegevoegd; dit bestaat in de bevrijding uit het vagevuur op de zaterdag na de dood en vele andere genadegaven en aflaten. Waarlijk draagt Maria met moederlijke liefde zorg voor de broeders van haar Zoon die nog op pelgrimstocht zijn en in gevaren en angsten verkeren, totdat zij het gezegend vaderland bereiken... Laten wij daarom dagelijks vele malen tot haar gaan, opdat zij ons mag helpen en beschermen. Juist het scapulier kan ons dikwijls eraan herinneren, dat wij toebehoren aan onze Moeder in de hemel en dat zij ons toebehoort, want wij zijn haar kinderen, voor wie zij zich zozeer heeft ingespannen.

In deze devotie brengen wij een bijzondere toewijding aan Onze Lieve Vrouw van onszelf en al het onze tot uiting, want in de verschijning van de allerheiligste Maagd en de overhandiging van het scapulier aan de heilige Simon Stock openbaart de Moeder van God zich als Vrouwe van de genade; en tegelijk als allerbeminnelijkste Moeder, die haar kinderen tijdens hun leven en bij de dood beschermt.

Het christenvolk heeft de Maagd van de Berg Karmel met name door het heilig scapulier vereerd als de Moeder van God en onze Moeder, die zich aan ons toont met deze geloofsbrieven: 'Tijdens het leven bescherm ik; bij de dood help ik; en na de dood red ik'. Zij is ons leven, onze zoetheid en onze hoop, zoals wij zo vaak tot haar zeggen bij het bidden van het Salve Regina.

De devotie tot het heilig scapulier van de Berg Karmel toont ons aan, dat wij zeker kunnen zijn van de moederlijke bijstand van de Maagd. Zoals men trofeeën en medailles gebruikt om betrekkingen van vriendschap, herinnering of zege aan te duiden, zo geven wij een innige betekenis aan het scapulier om ons heel vaak te herinneren aan onze liefde voor de Maagd en aan haar gezegende bescherming. Zij neemt ons bij de hand en leidt ons, alle dagen van ons leven hier op aarde, over een veilige weg, zij helpt ons moeilijkheden en bekoringen te overwinnen: zij laat ons nooit in de steek, want zij is gewoon hen te begunstigen die zich onder haar bescherming willen stellen.

Eens komt voor ons het uur van onze definitieve ontmoeting met de Heer. Dan zullen we meer dan ooit haar bescherming en bijstand nodig hebben. De devotie tot de Maagd van de Berg Karmel en tot haar heilig scapulier is een onderpand van hoop op de hemel, want de allerheiligste Maagd zet haar moederlijke bescherming voort tot over de dood heen. Dit voorrecht vervult ons van troost. Maria leidt ons naar die eeuwige toekomst; zij doet ons ernaar verlangen en deze ontdekken; zij schenkt ons haar hoop, haar zekerheid, haar verlangen. Bemoedigd door zulk een stralende werkelijkheid, met onuitsprekelijke vreugde, verandert onze nederige en vermoeiende pelgrimstocht op aarde, verlicht door Maria, in een veilige weg -- iter para tutum -- naar het paradijs. Daar zullen wij, met Gods genade, haar mogen zien.

In 1605 werd kardinaal De Medici tot paus gekozen; hij nam de naam van Leo XI aan. Toen men hem bekleedde met de pauselijke gewaden, wilde men hem een groot scapulier van de Berg Karmel afnemen, dat hij onder zijn kleding droeg. Toen sprak de paus tot hen die hem hielpen met kleden: "Laat mij Maria houden, opdat Maria mij niet in de steek laat." Ook wij willen haar niet in de steek laten, want wij hebben haar ten zeerste nodig. Daarom dragen wij altijd haar scapulier. En wij zeggen thans tot haar dat wij ons in haar armen leggen, wanneer ons laatste uur gekomen is. Zo dikwijls hebben wij haar gevraagd voor ons te bidden 'nu en in het uur van onze dood', dat zij dat niet zal vergeten!

Tijdens zijn bezoek aan Santiago de Compostela wenste paus Johannes Paulus II allen toe: "Dat de Maagd van de Berg Karmel [...] u altijd moge vergezellen. Moge zij de ster zijn die u leidt, die nooit uit uw horizon zal verdwijnen. Dat zij u tot God moge leiden, naar de veilige haven." Aan haar hand zullen wij voor het aanschijn van haar Zoon treden. En als er in ons nog iets gezuiverd zou moeten worden, dan zal zij het moment bespoedigen waarop wij, geheel en al gereinigd, God kunnen zien.

Oudtijds werd de Maagd van de berg Karmel afgebeeld met aan haar voeten een groep van zielen in de vlammen van het vagevuur, om haar bijzondere voorspraak aan te geven in dit oord van loutering. "De Maagd is goed voor hen die in het vagevuur verblijven, want door haar verkrijgen zij verlichting", predikte de heilige Vincentius Ferrer dikwijls. Haar liefde zal ons helpen ons in dit leven te zuiveren om direct na de dood bij haar Zoon te zijn.

Het scapulier is ook het teken van het bruidskleed, de goddelijke genade die de ziel altijd moet kleden. In een toespraak tot jongeren in een parochie te Rome, gewijd aan de Maagd van de berg Karmel, maakte paus Johannes Paulus II vertrouwelijk gewag van de bijzondere hulp en bijstand die hij had gekregen van zijn devotie tot de Maagd van de berg Karmel. "Ik moet jullie zeggen", legde hij hun uit, "dat zij mij heeft geholpen in mijn jeugdjaren, toen ik nog zo was als jullie nu. Ik zou niet kunnen zeggen in welke mate, maar ik denk in enorm grote mate. Zij heeft mij geholpen om de genade te vinden die bij mijn leeftijd hoorde, bij mijn roeping." En hij voegde eraan toe: "de opdracht van de Maagd, die voorafgebeeld is en zijn begin heeft op de Berg Karmel, in het Heilige Land, is verbonden aan een kleed. Dit kleed heet het heilig scapulier. Ik heb in mijn jeugdjaren veel aan dit scapulier van de Karmel te danken. Dat de moeder altijd bezorgd is, zich bekommert om de kleren van haar kinderen, dat ze er netjes opstaan, dat is iets moois. Maar als die kleren stuk gaan, probeert de moeder de kleren van haar kinderen te herstellen. De Maagd van de Karmel, de Moeder van het heilig scapulier, spreekt ons over deze moederlijke zorg, over haar bezorgdheid om ons te kleden. Ons te kleden in geestelijke zin. Ons te bekleden met de genade van God en ons te helpen dit kleed altijd smetteloos te houden." De paus maakte melding van het witte kleed dat de doopleerlingen uit de eerste eeuwen droegen, als symbool van de heiligmakende genade die zij bij het doopsel ontvingen. Daarna spoorde hij hen aan om de ziel altijd rein te houden en besloot: "Weest ook jullie bezorgd, in samenwerking met de goede Moeder die zich om jullie kleren bekommert, en heel bijzonder om het kleed van de genade, dat de ziel van haar zonen en dochters heiligt." Dat kleed waarin wij ooit op het bruiloftsmaal zullen verschijnen.

Het scapulier van de Karmel kan een machtige hulp zijn om onze Moeder in de hemel nog meer te beminnen, een bijzondere herinnering aan het feit, dat wij aan haar zijn toegewijd en in ogenblikken van nood, te midden van bekoringen, op haar hulp kunnen rekenen. Zij is ons zeer nabij en dat stelt ons in staat sterk te zijn. Met de woorden van het Graduale voor het feest van vandaag, bidden wij tot Onze Lieve Vrouw: Recordare Virgo Mater... ut loquaris pro nobis bona. Herinner u, Maagd en Moeder van God, wanneer gij voor het aanschijn van de Heer staat, dat gij dan goede dingen over ons tot Hem spreekt, ook in die dagen dat wij niet zo trouw geweest zijn als God van Zijn kinderen verwacht.

15 juli 2019

15 juli: Heilige Henricus, keizer en belijder

Hendrik de Goede werd in 973 in het Zuid-Duitse Beieren geboren. Zijn opleiding kreeg hij bij Wolfgang van Regensburg. In 1002 beklom hij de troon en in 1014 werd hij door de paus in Rome tot keizer gekroond.

Zijn huwelijk met keizerin Cunigonde bleef kinderloos. Mede daardoor besteedde hij veel aandacht aan het geloofsleven van zijn onderdanen, aan de levenswandel van de geestelijken en aan de bevordering van het kloosterleven. Hij stichtte het bisdom Bamberg en liet er op zijn kosten de beroemde domkerk bouwen. Daar werd hij ook begraven. Het beroemde grafmonument, waarin hij en zijn vrouw Cunegonde, zijn bijgezet, trekt tot op de dag van vandaag duizenden bezoekers.

Hij werd in 1146 heilig verklaard. Paus Pius X riep hem uit tot patroon van de oblaten der benedictijnen.

14 juli 2019

Vijfde zondag na Pinksteren

Triomf van de Kerk over woede, verdeeldheid en haat (schilderij van Rubens, 1628)

Epistel
1 Petr. 3, 8-15
Veelgeliefden, blijft allen één in het gebed; weest medelijdend, vol liefde voor uw broeders; weest barmhartig, welwillend en bescheiden. Vergeldt geen kwaad met kwaad, of verwensing met verwensing; maar wenst daarentegen elkander zegen toe; want daartoe zijt gij geroepen, om aldus zelf zegen te beërven. Want: "wie een gelukkig leven wil hebben en goede dagen wil zien, hij moet zijn tong afhouden van het kwade, en zijn lippen geen bedrog laten spreken. Laat hij het kwaad vermijden, en het goede doen; de vrede moet hij zoeken en daarnaar streven. Want de ogen des Heren rusten op de rechtvaardigen, en Zijn oor is gericht op hun smeken; maar het aanschijn des Heren is tegen degenen, die kwaad doen." Bovendien, wie kan u kwaad doen, als gij ijverig streeft naar het goede? - Maar al hebt gij ook iets te lijden om wille van de gerechtigheid, gelukkig zijt gij dan! Maakt u echter niet bevreesd voor hen, en laat u niet verontrusten; maar heiligt in uw hart Christus de Heer.

Evangelie
Mt. 5, 20-24
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Als uw gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en farizeën, zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan! Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: "Gij zult niet doodslaan"; en wie doodslag begaat, is strafbaar voor het gerecht. Maar Ik zeg u: ieder die toornig wordt op zijn broeder, is strafbaar voor het gerecht; en wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas, hij is strafbaar voor de hoge raad; en wie zegt: Gij goddeloze, hij is strafbaar met het vuur van de hel. Als gij dus uw offergave naar het altaar brengt, en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw offergave daar bij het altaar achter, en ga u eerst met uw broeder verzoenen; en kom dan terug om uw gave te offeren.

Overweging
Waarom is de gerechtigheid van de farizeeën niet groot genoeg om het rijk der hemelen te mogen binnengaan? Waarom eist Christus meer van Zijn leerlingen? De woorden van het Evangelie van deze zondag klinken hard. Zij zijn gericht tegen de schriftgeleerden en farizeeën, maar zij zijn ook toepasbaar op ons eigen leven. Onze Heer stelt hoge eisen waaraan wij moeten voldoen als wij de hemel willen binnengaan. De geboden van het Oude Testament worden niet alleen behouden, maar zelfs verscherpt. Niet alleen hij die iemand vermoordt is strafbaar met het vuur van de hel, maar zelfs hij die toornig wordt en zijn medemens dwaas noemt. Christus geeft aan gerechtigheid en naastenliefde de ware, oorspronkelijke, betekenis terug.

De rechtvaardigheid en de vroomheid van de schriftgeleerden en farizeeën waren vals, omdat zij uit een verkeerd motief voortkwamen. Het was meer eigenliefde dan liefde tot God. Zeker, zij beoefenden verschillende deugden en zij zochten de volmaaktheid, maar zij deden het niet voor God. Zij hoopten eer voor zichzelf te ontvangen en niet voor God, Die de bron van alle goedheid is. Ook hun gerechtigheid was vals, want deze was slechts schijn. De nauwkeurige vervulling van alle voorschriften en regels was er alleen om gezien te worden. Zij wilden beschouwd worden als voorbeeld voor anderen. En precies dat zochten zij: hun eigen eer, en niet de glorie van God. Daarom werden zij zo hard door Christus beoordeeld. Zij deden alle uitwendige oefeningen van het geloof uit liefde tot zichzelf en niet uit liefde tot God. Een dergelijke oppervlakkigheid schept de mentaliteit die altijd vraagt: ben ik verplicht dit of dat te doen? En hoe zwaar weegt deze verplichting? Met andere woorden: hoe ver kan ik nog gaan in mijn zelfzucht en toch niet de wet overtreden? Deze mentaliteit plaatst niet de liefde in het middelpunt van het leven, van alles wat de mensen doen, maar – integendeel – zij wil een grens stellen aan deze liefde, die naar Jezus’ gebod en uit haar aard geen beperkingen verdraagt.

Van de leerlingen van Christus wordt meer verlangd. Niet alleen onze daden moeten met de wet van het Evangelie overeenstemmen, maar ook de gedachten en de houding van onze ziel. Zo wordt de wet niet afgeschaft, maar tot vervulling gebracht. Het is niet genoeg uiterlijk ons geloof te tonen, maar het innerlijk leven moet door de liefde tot God bezield worden. En de ware liefde verdraagt niet alleen geen misdaad, zij eist van ons dat wij zelfs de eerste bewegingen van de toorn trachten te bedwingen. Zij moet het motief zijn dat geheel ons leven beweegt. Geestelijke hoogmoed verblindt vaak ons hart. Zo zijn velen van ons, christenen, van buiten vroom en rechtvaardig, van binnen ver van God verwijderd en op zichzelf gericht. In plaats van anderen tot God te brengen, worden wij voor hen soms een argument om buiten de Kerk te blijven.

De liefde maakt het verschil tussen de rechtvaardigheid van de farizeeën en die van de volgelingen van Christus. En deze liefde is nieuw. Zij mag zich niet uitsluitend beperken tot onze vrienden en degenen die ons het goede wensen; zij moet verder gaan en zich uitstrekken tot alle mensen, zelfs tot onze vijanden. Zij moet niet alleen onze uiterlijke daden beheersen, maar ook ons innerlijk leven doordringen. Deze eisen van onze Heer zijn niet slechts een optie, ze zijn niet vrijblijvend. De ware liefde is de voorwaarde van ons toekomstig geluk.

13 juli 2019

10 jaar www.agneskerk.org

De Sint-Agnesparochie viert dit jaar haar honderdjarig bestaan, maar ook haar website is jarig. In de zomer van 2009 werd het kerkelijk webportaal www.agneskerk.org geopend.

In de afgelopen tien jaar zijn er ruim 900.000 bezoekers geweest. Het aantal bezoekers neemt nog steeds toe. Het zijn er nu al meer dan 400 per dag. Daarmee is onze website een van de drukst bezochte religieuze websites in Nederland. Meest populair zijn de wekelijkse overwegingen bij het zondagsevangelie, de digitale edities van het Informatiebulletin en foto- en videoverslagen van bijzondere gebeurtenissen in onze kerk.

12 juli 2019

12 juli: Heilige Johannes Gualbertus, abt

Johannes Gualbertus werd geboren in Florence rond het jaar 1000. Hij leidde een frivool leven totdat hij op een Goede Vrijdag de moordenaar van zijn broer ontmoette en aan hem vergiffenis schonk. Er verscheen hem toen een crucifix dat het hoofd goedkeurend naar hem toe boog. Daarna trad hij in in het benedictijnenklooster San Miniato del Monte in Florence. Hij dreigde hier abt te worden en vertrok naar Camaldoli, het centrale klooster van de camaldulenzers, waar Sint Romualdus van Ravenna aan kloosterhervormingen werkte. In 1039 stichtte hij op een rustiger plek het klooster van Vallombrosa bij Florence en werd zo stichter van de congregatie van benedictijnen van Vallombrosa, een tak van de camaldulenzers.

Hij gold als een bestrijder van simonie en concubinaat van de geestelijkheid

Op 12 juli 1073 stierf hij in het door hemzelf gestichte klooster San Michele Arcangelo in Paasignano (bij Florence). Hij werd heiligverklaard in 1193.

Johannes Gualbertus is patroon van de houtvesters en wordt aangeroepen tegen bezetenheid.

11 juli 2019

100 jaar Sint-Agnesparochie: Zes pastoors

Sinds haar oprichting hebben veel priesters gedurende korte of langere tijd in de Sint-Agnesparochie gewerkt of op de pastorie gewoond. De pastoors bleven vaak decennialang op hun post:
1921-1926: L.Th.M. Snelders
1926-1937: H.W. van Beek
1937-1964: A. Kokkelkoren
1964-1984: H.B.M. Bertels
1984-2008: A.Th.F.M. Braam
2008-heden: M. Kromann Knudsen FSSP

10 juli 2019

Bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 10 juli

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is op woensdag 10 juli. Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed
12.30 uur: Conferentie met koffie en thee in de pastorie (tot circa 14.00 uur).

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

10 juli: De zeven heilige broers, martelaren, en heilige Rufina en Secunda, maagden en martelaressen

Felicitas was een christenweduwe op het moment dat zij tijdens de christenvervolgingen onder keizer Marcus Aurelius (161-180) met haar zeven zonen werd gearresteerd. Zij had haar jongens opgevoed in de liefde tot Christus. Een rechter dreigde haar met folteringen, als zij haar geloof niet verloochende. Omdat zij geen krimp gaf, probeerde men haar hart te vermurwen door voor haar ogen haar kinderen te martelen. Maar zij spoorde ze aan standvastig en trouw te blijven in hun geloof. Met als gevolg dat ze een voor een een gruwelijke dood stierven. 'Haar geloof in de waarde van het geestelijke won het van haar natuurlijke moederliefde', aldus een oud verslag.

Misschien heeft zij haar zoons wel op dezelfde manier bemoedigd als de Makkabeese moeder van wie het tweede boek der Makkabeeën vertelt. Ook daar wordt verteld hoe een moeder moet toezien dat haar zeven zoons stuk voor stuk worden omgebracht, omdat zij trouw zijn aan hun joodse geloof. Daar zegt de moeder tot een van haar kinderen: "Mijn jongen, God, onze Heer, heeft jou op wonderbaarlijke wijze een lichaam geweven in mijn schoot. Zal Hij dan ook niet in staat zijn om voor jou een lichaam te bereiden na de dood?"

Van de zeven jongens werd Januarius gegeseld, Felix en Filippus werden doodgeknuppeld, Alexander, Vitalis en Martialis werden onthoofd, terwijl Sylvanus van de rotsen werd geworpen. Net zoals de moeder in het bijbelverhaal moest tenslotte ook Felicitas zelf de marteldood ondergaan; ze werd onthoofd door het zwaard.

De heiligen Rufina en Secunda (rechts) waren zussen van elkaar. Zij waren ieder verloofd met een christelijke man, maar deze mannen verloochenden hun geloof toen zij vervolgd werden. De beide zussen bleven het christelijk geloof trouw. Om die reden ondergingen zij de marteldood tijdens de vervolgingen onder de keizers Valerianus (253-260) en Gallienus (260-269).

Paus Damasus I liet op hun graf in de buurt van Rome een basiliek bouwen.

9 juli 2019

9 juli: Heilige Martelaren van Gorcum

De geschiedenis van de Martelaren van Gorcum speelde zich af ten tijde van de opstand tegen Spanje. Een strijd voor onafhankelijkheid, maar er liepen ook religieuze stellingnamen doorheen die verhard waren aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog. De Beeldenstorm raasde in 1566 door de Nederlanden. In 1567 stelde Alva de gehate Raad van Beroerten in, die de opstandelingen en beeldenstormers streng berechtte.

Op 1 april 1572 werd Brielle ingenomen door de watergeuzen, onder aanvoering van Lumey. Door dit succes kreeg de opstand voet aan de grond in de noordelijke Nederlanden. Vooral de clerus en de katholieke godsdienst waren het mikpunt van de geuzen. Kloosters werden gesloten. In verschillende plaatsen werden priesters en religieuzen vermoord. Velen van hen zochten daarom een veilig heenkomen als de geuzen in aantocht waren.

Toen de geuzenvloot op 26/27 juni Gorcum innam, werd een groepje geestelijken gevangen genomen. Bijna twee weken lang werden ze gefolterd, getreiterd en verleid om hun geloof in de werkelijke aanwezigheid van Christus in het Allerheiligst Sacrament en hun trouw aan het opperste leergezag in de Kerk, de Paus, af te zweren. Op 5 juli 1572 werden ze per vrachtschuit naar Brielle vervoerd waar Lumey hen opwachtte. Bij hun gezelschap kwamen nog vier priesters van andere plaatsen. In totaal waren ze toen met 23. Bij de verhoren in Brielle vielen drie van hen af, bij de terechtstelling nog een.

In de nacht van 9 juli zijn ze naar Rugge gebracht, even buiten Brielle naar een klooster dat in april al gesloten was. Daar zijn de 19 martelaren opgehangen aan de balken van de turfschuur. Hun geschiedenis is goed bekend omdat iemand uit Gorcum die familie was van een van hen de gebeurtenissen van dichtbij heeft meegemaakt, daarbij nog getuigenissen van anderen verzameld heeft en daarover een boek geschreven. Zo weten we van al deze mensen de namen, waar ze vandaan kwamen, en wat ze deden. En van de meesten ook hun levensloop en leeftijd.

Het gaat om de volgende negentien heiligen:
- Adriaan Janszen van Hilvarenbeek
- Andries Woutersz
- Antonius van Hoornaar ofm
- Antonius van Weert ofm
- Claes Pieck ofm
- Claes van Poppel
- Cornelis van Wijk
- Dirk van der Eem
- François de Roye ofm
- Govaert van Duynen
- Govaert van Melver ofm
- Jacques Lacops o.praem.
- Jan van Hoornaar op
- Jan Lenaertsz van Oisterwijk, augustijner koorheer
- Jeronymus van Weert ofm
- Lenaert van Vechel
- Nicasius van Heeze ofm
- Pieter van Assche ofm
- Willehad de Deen ofm

In de 19e eeuw hebben katholieken de grond gekocht, er een houten kapel gebouwd en een binnenplaats, het zogenaamde martelveld. Later is er een grote stenen kerk gezet. Op het martelveld zijn met een betonnen rand de omtrekken van de turfschuur aangegeven. In de kerk staat een reliekschrijn met beenderen van deze mensen. Al heel lang trekken gelovigen naar deze plaats om er te bidden en de gedachtenis van de martelaren in ere te houden.

Op 14 november 1675 werden de martelaren door paus Clemens X zalig verklaard. Bijna tweehonderd jaar later, op 29 juni 1867, volgde de heiligverklaring door paus Pius IX.

De 19 martelaren zijn patroons van de Missievereniging 'China' te Weert.

Ieder van hen wordt afgebeeld in de passende geestelijke kledij en met een strop om de hals; soms met kelk of monstrans in de hand (teken van hun geloof in het Altaarsacrament).

8 juli 2019

8 juli: Heilige Elizabeth, koningin van Portugal, weduwe

Elizabeth werd geboren in 1271 en was de dochter van koning Pedro II van Aragon en de heilige Constantia van Aragon. Zij was een bloedverwante van de heilige Elizabeth van Hongarije. Door haar huwelijk met Dionysius I werd zij koningin van Portugal. Na de dood van de koning nam zij haar intrek in het klooster van de Clarissen. Zij was een voorbeeld van naastenliefde en een ware vredestichter tussen de volken. Zij stierf te Coïmbra in het jaar 1336. Zij werd in 1625 door paus Urbanus VIII heilig verklaard.

Gebed
Allergoedertierenste God, Die aan de heilige koningin Elizabeth naast andere uitstekende gaven ook het voorrecht hebt gegeven de oorlogswoede te kunnen bedaren; geef dat wij op haar voorspraak de eeuwige vreugde mogen binnengaan na in dit sterfelijk leven de vrede die wij nederig afsmeken, gekend te hebben.

7 juli 2019

2007 - 7 juli - 2019: Twaalf jaar Summorum Pontificum

Vandaag is het twaalf jaar geleden dat paus Benedictus XVI met zijn motu proprio Summorum Pontificum vrijwel alle beperkingen aan het vieren van de traditionele Latijnse liturgie ophief. Daarmee werd het voor iedere priester mogelijk om zonder tussenkomst van de plaatselijke bisschop de oude liturgie te vieren, in het bijzonder daar waar een stabiele groep van gelovigen vraagt om de 'buitengewone vorm' van de Romeinse ritus.

De Kerk bestond reeds vóór onze tijd, en zij zal in eeuwigheid blijven bestaan. De heilige Liturgie die de Kerk viert op aarde, die is gestoeld op een traditie die terugvoert op de tijd van de heilige apostelen, was nooit en zou ook nooit mogen worden een afspiegeling van de banaliteit van het heden, maar is een voorafbeelding van haar onsterfelijkheid als Bruid van Christus en het feestelijk Pasen met de Heer in alle eeuwigheid, buiten de beperkingen van ons huidige bestaan.

Vierde zondag na Pinksteren

De wonderbare visvangst

Epistel
Rom. 8, 18-23
Broeders, ik ben van mening dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de toekomstige heerlijkheid, die in ons geopenbaard zal worden. Want met reikhalzend verlangen ziet de schepping uit naar de verheerlijking van de kinderen Gods. De schepping immers is onderworpen aan de verwording, niet uit eigen wil, maar door de wil van Hem, Die haar onderworpen heeft - en wel vol hoop; want ook de schepping zelf zal bevrijd worden van die dienstbaarheid aan het bederf, om te komen tot de kinderen Gods. Wij weten immers, dat heel de schepping zucht en in weeën ligt tot op deze dag. En zij niet alleen, maar ook wij zelf, die de Geest bezitten, als eerste vrucht, ook wij zuchten in ons binnenste, smachtend van verlangen naar onze aanneming tot kinderen Gods, naar de bevrijding namelijk van ons lichaam, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 5, 1-11
In die tijd stond Jezus aan de oever van het meer van Genesareth, terwijl de menigte op Hem aandrong, om naar het woord Gods te luisteren. En Hij zag daar twee scheepjes aan de oever liggen; de vissers waren er uit gegaan en spoelden hun netten. En Hij ging in één van de scheepjes, dat van Simon was, en verzocht hem een weinig van wal te steken. En nedergezeten begon Hij van uit het scheepje de menigte te onderrichten. Toen Hij nu ophield met spreken, zei Hij tot Simon: Steek nu wat verder van wal, en werp uw netten uit ter vangst! En Simon gaf Hem ten antwoord: Meester, de gehele nacht hebben wij gewerkt en niets gevangen; maar op Uw woord zal ik het net uitwerpen! Zij deden dat, en vingen een grote menigte vissen, zodat hun net begon te scheuren. En zij wenkten hun metgezellen in het andere scheepje, om hen te komen helpen. En deze kwamen; en zij vulden beide scheepjes tot zinkend toe. Toen Simon Petrus dit zag, viel Hij voor Jezus' voeten neer en zei: Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens. Want hij en allen, die bij hem waren, stonden verbaasd over de visvangst, die zij gedaan hadden; evenzo ook Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, die de gezellen van Simon waren. Maar Jezus sprak tot Simon: Wees niet bevreesd; van nu af zult gij mensen vangen! Toen brachten zij de scheepjes aan wal, verlieten alles, en volgden Hem.

Overweging
Met de wonderbare visvangst uit het Evangelie van deze zondag trof Jezus Petrus in het hart: “Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens”. Maar Jezus zei tot hem: “Wees niet bevreesd; van nu af zult gij mensen vangen.” Toen brachten zij de boten aan wal, verlieten alles en volgden Hem. (Lc. 5, 10-11). Hiermee nam de stichting van de Kerk een aanvang. In dit schamel begin zag de Heer alles wat komen zou. Deze enkele mannen, ongeletterd en onbemiddeld, zonder eigen ideeën en zonder kennis van de wereld, zouden Zijn werk vestigen dat de eeuwen en de landen moest vervullen. En Petrus, een eenvoudige visser, werd het fundament dat de Wereldkerk zou dragen. Onze Heer wist dit, maar op dat ogenblik was er niets dat menselijkerwijze zulk een verwachting kon rechtvaardigen. Niets was er dan de lichte aanduiding van iets hogers, vervat in de edelmoedigheid waarmee zij alles verlieten. Zij vroegen niets meer, maar lieten alles achter.

Aan het begin van hun apostolisch leven stond dus een daad van grote edelmoedigheid: zich losrukken van dierbare en schijnbaar noodzakelijke dingen om zich toe te wijden aan de persoon van Christus. Wat een offer! Wie alles verlaat wat hij heeft brengt een groot offer, ook al bezit hij weinig. Elke christen, iedereen van ons, naar de mate van zijn roeping en genade, moet zich het woord van Jezus herinneren als ook tot hem gesproken: Gij zult mensen vangen. De plicht van het apostolaat heeft Christus aan Zijn Kerk als geheel opgelegd. Hij geldt op de eerste plaats voor de bisschoppen en de priesters. Maar alle leden van de Kerk zijn, ieder op zijn eigen wijze, geroepen tot zielenijver en min of meer tot onmiddellijke deelname aan het apostolaat. Op een bepaalde manier moeten wij allen mensenvissers worden. Ieder mens is een missionaris. Het geloof dat wij eens hebben ontvangen moet ook aan anderen gebracht worden. Misschien geldt dat nog meer in de huidige wereld, waar zo veel mensen naast ons leven zonder God te kennen. En het gaat er niet om in de straten te lopen en over God te vertellen -- al zou dat misschien best kunnen helpen -- maar het gaat vooral over de duidelijkheid van ons eigen geloof. Deze duidelijkheid is niets anders dan het gaan staan achter alles wat de Kerk ons leert en dat alles ook daadwerkelijk te beleven. Dus het is niets anders dan het geloof ernstig nemen in het leven.

Vele mensen zeggen tegenwoordig: "Ik ben katholiek opgevoed, maar..." of: "Ik ben gedoopt, maar ik heb niets meer met de Kerk te maken." Uiteindelijk laten velen zich uit de Kerk uitschrijven, alsof zij slechts een institutie of stichting is. Zulke mensen hebben niet alleen hun eigen roeping tot Gods kindschap niet verstaan, maar evenmin hun betekenis voor de uitbreiding van de Kerk in de wereld. Wij zijn ooit lid geworden van het mystieke Lichaam van Christus, en wij zijn allen verantwoordelijk voor de groei van dit Lichaam. Hoe moeten wij dat doen? Wat vraagt Christus van ons als Hij zegt: gij zult mensen vangen? Dan vraagt Hij van ons om gebed en om het voorbeeld van een echt diep christelijk leven. De Kerk heeft in haar apostolaat ons gebed nodig. Wij moeten niet alleen bidden om zelf het geloof te bewaren, maar ook voor hen die Christus nog niet hebben ontvangen. En het maakt niet uit of deze mensen het geloof hebben verloren of dat zij daarover helemaal nooit iets hebben gehoord. Dit gebed heeft de missionaris in verre landen nodig, maar ook elke priester die in onze parochies werkt. Wij moeten onophoudelijk en vurig bidden, ook als het moeilijk is en wij soms geen vruchten van ons gebed kunnen zien. Vergeten wij niet dat Gods wegen niet die van de mensen zijn, en dat God wonderen kan bewerken op een meest onverwacht moment. De apostelen in het Evangelie van vandaag konden de hele nacht niets vangen, maar op een woord van Christus raakten de netten vol.

En ons eigen voorbeeld. Wij moeten aan andere mensen laten zien dat het geloof ons leven verandert. Dat wij denken en spreken en leven volgens dat wat wij geloven. Onze woorden over God kunnen veel leren, maar wat trekt is het voorbeeld. Voorbeeld van een integraal geloof dat in mijn eigen leven bepaalt wat ik denk, zeg en doe, maar dat ook invloed heeft op de omgeving waarin ik leef. Daarom als wij ons echte christenen willen noemen, moeten wij daadwerkelijk gaan staan achter alles wat God ons door Zijn Kerk leert. Niemand mag voor zichzelf uitkiezen wat hij of zij wil geloven of aanvaarden. En niemand mag, als katholiek, zijn geloof scheiden van zijn maatschappelijk leven. Wij moeten duidelijk zijn overal waar wij zijn. Dat is ook een akte van naastenliefde om de anderen niet in verwarring te brengen. Te veel mensen blijven ver van de Kerk op grond van het slechte voorbeeld van ons, christenen.

6 juli 2019

6 juli: Heilige Maria Goretti, maagd en martelares

Maria Goretti werd geboren op 26 december 1890 in Corinaldo, Italië. Haar vader stierf toen zij 10 jaar oud was. Zij groeide op in vroomheid. In 1902 deed zij haar eerste communie; enkele weken daarna werd zij het slachtoffer van een aanranding. Maria verdedigde zich tot het uiterste tegen haar aanvaller die haar met een mes veertien keer stak. Ze stierf twee dagen later in het ziekenhuis met in haar handen een kruisbeeld en een medaillon. Ze had nog kans gezien om haar moordenaar, Alessandro Serenelli, te vergeven. Hij werd veroordeeld tot 30 jaar dwangarbeid.

In de gevangenis kreeg hij een visioen van Maria Goretti. Toen hij vrij kwam uit de gevangenis vroeg hij tijdens Kerstmis 1937 aan Maria's moeder om vergiffenis, en die schonk zij hem. Op Maria's voorspraak bekeerde hij zich en trad in als lekenbroeder bij de kapucijnen. Maria Goretti werd in 1950 door paus Pius XII heilig verklaard. Onder de afzienbare menigte op het Sint-Pietersplein bevonden zich Assunta Carlini, haar moeder, verdere familieleden en ook haar moordenaar.

Maria Goretti wordt afgebeeld met een mes en een kruisbeeld of met lelies en een palmtak. Zij is patrones van jonge meisjes en van slachtoffers van aanranding en verkrachting.

4 juli 2019

Van de pastoor: Een nieuwe toekomst

Beminde gelovigen,

De tijd nadert dat wij in september het 100-jarig bestaan van de Sint-Agnesparochie zullen vieren. Hoe anders waren de tijden toen: overal werden parochies opgericht en in geheel Nederland bloeide het katholieke leven. Iets minder enthousiast gezegd: de mensen gingen gewoon naar de kerk en probeerden, naar hun beste vermogen, ondersteund door de prediking van de Kerk, een christelijk leven te leiden. Nu – honderd jaar later – doen wij hetzelfde, niet met duizenden parochianen maar met honderden. Gelukkig groeit onze parochie opnieuw.

Het is een grote en soms ook zware erfenis om deze parochie te mogen voeren naar een nieuwe toekomst. Dat is een opdracht aan ons allen, waarin wij alleen zullen slagen als wij gericht blijven op God en als een ieder naar vermogen blijft bijdragen. Het goede dat wij zelf hebben ontvangen van onze voorouders, dat zij hebben opgebouwd en waaruit zij hebben geleefd, moeten wij weer doorgeven aan de volgende generaties, in een betere toestand dan wij het zelf hebben aangetroffen. Wanneer iedereen zijn plicht vervult, dan zal God, onze Heer, na zovele moeilijke jaren, ons niet beschaamd laten staan.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen, pastoor

3 juli 2019

3 juli: Heilige Ireneus van Lyon, bisschop en martelaar

Ireneus werd geboren rond het jaar 130 in de stad Smyrna in Klein-Azië (tegenwoordig Izmir, West-Turkije). Waarschijnlijk was hij een leerling van Sint Polycarpus, die zelf weer leerling was geweest van de heilige Johannes, de apostel. Ten tijde van keizer Marcus Aurelius (161-180) ontving Ireneus de priesterwijding in de stad Lugdunum in Gallië (de huidige stad Lyon in Frankrijk) en werd er in 177/178 de tweede bisschop. Hij volgde Fotinus op, die kort daarvoor met 47 medechristenen onder heldhaftige omstandigheden de marteldood was gestorven.

Ireneus ijverde krachtig voor de kerstening van de Kelten in Zuid-Gallië. Daarnaast speelde hij een belangrijke rol bij de kwestie van de paasdatum, die erop uit dreigde te lopen, dat de christenen van Klein-Azië, waar hij zelf vandaan kwam, van de moederkerk dreigden losgescheurd te worden.

Hoezeer jodendom en christendom reeds tegen het eind van de tweede eeuw uit elkaar waren gegroeid, blijkt uit een brief van rond het jaar 190 van de hand van bisschop Polycratus van Efese, gericht aan paus Victor. Er is onrust gerezen over de berekening van de paasdatum. De christengemeenten van Asia vierden vanouds Pasen op de dag van het Joodse paasfeest, de veertiende dag van de maan, de dag waarop het Joodse paaslam moest worden geslacht: de zogeheten quartodecimaanse praktijk. Maar de rest van de toenmalige christenheid zei zich te baseren op een traditie die terugging op de apostelen zelf. Die hield in, dat het ongepast was, wanneer de grote vasten beëindigd zou worden op een gewone doordeweekse dag in plaats van een zondag, de dag waarop de Heer uit de dood was opgestaan. (Nog altijd heet de zondag in de Latijns sprekende landen 'Dag des Heren': Domenico, Domingo, Dimanche).

Mede door toedoen van de vredelievende bisschop Ireneus van Lyon zal paus Victor afzien van drastische maatregelen en zullen de kerken van Asia zich aansluiten bij de apostolische traditie.

Hij heeft een aantal theologische werken nagelaten, die van zulke grote waarde zijn, dat hij de eretitel heeft gekregen van 'vader van de katholieke dogmatiek' (geloofsleer). Zijn belangrijkste boek is het vijfdelige werk 'Adversus Hereticos' (Tegen de Ketters). Daarin zet hij uiteen, dat bij meningsverschil binnen de geloofsgemeenschap de traditie als bron en norm van geloof de doorslag geeft. Onder de traditie verstaat hij wat in de Kerk altijd van de ene op de andere geberatie is verkondigd. In deze uiteenzetting ruimt hij ook de eerste plaats in voor het gezag van de Kerk van Rome: "Elke kerkgemeenschap moet zich aansluiten bij de Kerk van Rome omwille van haar hogere gezag." Ireneus verkondigde bovendien dat het Oude Testament verstaan moet worden als Gods plan om de mensen voor te bereiden op het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis: de komst van Jezus Christus.

Hij is het ook die bedacht heeft dat de vier diersymbolen uit het Oude Testament - de gevleugelde mens, de gevleugelde leeuw, het gevleugelde rund en de gevleugelde arend of adelaar - op de vier evangelisten toegepast kunnen worden. Zo werd Mattheus vereenzelvigd met de gevleugelde mens, Marcus met de gevleugelde leeuw, Lucas met het gevleugelde rund en Johannes met de gevleugelde arend of adelaar.

Hij zou de marteldood gestorven zijn ten tijde van keizer Septimius Severus (193-211), maar dat is historisch gesproken niet zeker. Sint Zacharias van Lyon (3e eeuw) volgde hem op. Met behulp van enkele medegelovigen die aan de vervolgingen ontkomen waren, begroef deze zijn voorganger Sint Irenaeus van Lyon met grote liefde en verzamelde de stoffelijke resten van de martelaren in een massagraf. De kerk die op deze plaats verrees werd toegewijd aan Ireneus. Ireneus is patroon van het bisdom Lyon.

Hij wordt afgebeeld met een zwaard (martelwerktuig) of met boek of boekrol (als grondlegger van de christelijke theologie).

2 juli 2019

2 juli: Onze Lieve Vrouw Visitatie, feest

Nadat Maria van de engel Gabriël te horen heeft gekregen dat zij zwanger zal worden van Jezus, door de Heilige Geest, gaat zij met spoed op weg naar het bergland, waar haar oudere nicht Elisabeth woont.

Wij lezen over hun ontmoeting in het eerste hoofdstuk van Lucas' Evangelie. Elisabeth stamde af van de hogepriester Aäron en was getrouwd met de priester Zacharias uit de klasse van Abia. Zij waren rechtvaardig in Gods ogen, maar hun huwelijk was kinderloos gebleven. Toen Zacharias de dienst had in de tempel, verscheen hem naast het wierookaltaar de engel Gabriël met de boodschap, dat hij en zijn vrouw op hun oude dag toch nog een zoon zouden krijgen. Er was een grote toekomst voor de jongen weggelegd: hij zou in de geest van Elia de weg bereiden voor de komst van de Messias. Maar Zacharias vroeg waaraan hij dat allemaal zou kunnen zien. Daarop antwoordde de engel, dat hij, Zacharias, geen woord meer zou kunnen uitbrengen, tot het zover zou zijn.

Het volk had al die tijd buiten staan wachten. En toen het zag dat de priester zich alleen nog maar met gebaren kon uiten, begreep het dat hij een verschijning gehad moest hebben. Hij ging naar huis en na enige tijd raakte zijn vrouw Elisabeth inderdaad in verwachting.

Toen zij zes maanden zwanger was, kreeg zij bezoek van haar nichtje Maria uit Nazareth. Zodra zij de klank van haar stem hoorde, reageerde het kind in haar schoot. Dat beschouwde zij als een teken van God. In een oogwenk begreep zij dat Maria ook een kind verwachtte, dat een nog grotere opdracht van God had ontvangen, en zij riep uit: 'Gij zijt de meest gezegende onder de vrouwen, en gezegend is het Kind in uw schoot! Waaraan heb ik het te danken, dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt...?'

Maria jubelde daarop haar grote lofzang uit, het magnificat.

Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,
verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser,
Zijn keus viel op Zijn eenvoudige dienstmaagd,
van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.
Wonderbaar is het wat Hij mij deed,
de Machtige, groot is Zijn Naam!
Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen
voor ieder die Hem erkent.
Hij doet Zich gelden met krachtige arm,
vermetelen drijft Hij uiteen,
machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,
eenvoudigen brengt Hij tot aanzien;
Behoeftigen schenkt Hij overvloed,
maar rijken gaan heen met lege handen.
Hij trekt Zich Zijn dienaar Israël aan,
Zijn milde erbarming indachtig;
zoals Hij de vaderen heeft beloofd,
voor Abraham en zijn geslacht voor altijd.

Maria en Elisabeth zijn samen patrones van de houtzagers, omdat de bewegingen die zagers maken, als zij getweeën een boom omzagen, in de verte lijken op de bewegingen die behoren bij de begroeting van de twee vrouwen.

Hieronder volgt het Magnificat, gecomponeerd door J.S. Bach; dirigent is Nikolaus Harnoncourt.

1 juli 2019

Litanie van het heilig en kostbaar Bloed van onze Heer Jezus Christus

Heer, ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons, Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
Christus, aanhoor ons, Christus, aanhoor ons.
Christus, verhoor ons, Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Jezus, onbevlekt Lam, Die van alle eeuwigheid voorbestemd was om door het storten van Uw kostbaar Bloed het zondige mensdom te redden, ontferm U over ons.
Jezus, mensgeworden Woord van God, Die Uw heilig Vlees en kostbaar Bloed hebt aangenomen in de zuivere schoot van de onbevlekte maagd Maria, ontferm U over ons.
Jezus, Die in de loop van Uw sterfelijk leven verlangd hebt om Uw heilig Bloed tot onze zaligheid te vergieten, ontferm U over ons.
Jezus, Die Uw Bloed vergoten hebt voor de bekering van de zondaars, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, van een oneindige en onschatbare waarde, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, zegel van het nieuw en eeuwig verbond, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, altijd stromende bron van genade en zegen, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, Wiens stem zich onophoudelijk tot de hemel verheft en voor ons bidt, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, deze kostelijke balsem van het geestelijk leven, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, dit onderpand van onze hoop en van het eeuwig geluk, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, sieraad en kroon van alle heiligen, ontferm U over ons.
Door Uw kostbaar Bloed, hoor ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, verhoor ons, Jezus.
Van alle kwaad naar ziel en lichaam, verlos ons, Jezus.
Van alle zonden, verlos ons, Jezus.
Van alle onzuiverheid in woorden, werken en begeerten, verlos ons, Jezus.
Van het verachten en bespotten van heilige zaken, verlos ons, Jezus.
Van ketterij, leugentaal en ongeloof, verlos ons, Jezus.
Van trouweloosheid en onrechtvaardigheid, verlos ons, Jezus.
Van het overtreden van Uw heilige geboden, verlos ons, Jezus.
Van alle gelegenheden tot zonden, verlos ons, Jezus.
Van het onwaardig nuttigen van Uw heilig Lichaam en Bloed, verlos ons, Jezus.
Van een plotselinge, onvoorziene dood, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij in Uw besnijdenis hebt opgeofferd, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Zweet en Bloed, dat in de hof van olijven ter aarde viel, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt bij de geseling, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij gestort hebt, toen de soldaten U met doornen kroonden, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt bij het dragen van Uw kruis tot op de Calvarieberg, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt bij Uw kruisiging, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt gedurende de drie uren, dat Gij aan het kruis gehangen hebt, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, en het heilig Water dat na Uw dood uit Uw doorstoken zijde vloeiden, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat nog dagelijks op veel altaren in het heilig Misoffer aan de Vader geofferd wordt, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Lichaam en Bloed, dat tot voedsel van onze ziel voortdurend tegenwoordig is in het heilig Sacrament des Altaars, verlos ons, Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij onze zonden wilt vergeven en onze harten wilt zuiveren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij in ons een levend geloof wilt storten, een sterke hoop en een brandende liefde, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij de heilige Kerk, die Gij door Uw kostbaar Bloed hebt verworven, wilt besturen en bewaren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij de Paus en de gehele geestelijkheid in de heilige godsdienst wilt bewaren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij aan de gehele christenheid vrede en eenheid wilt verlenen, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij onszelf en Uw heilige dienst wilt versterken en bewaren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij onze harten tot hemelse verlangens wilt opwekken, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij al onze weldoeners met eeuwige goederen wilt vergelden, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij alle overledenen de eeuwige rust wilt geven, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij ons gebed wilt verhoren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.
U, Heer, smeken wij, kom Uw dienaren te hulp, die Gij met Uw kostbaar Bloed gered hebt.

Laat ons bidden, God, door het kostbaar Bloed van Uw eniggeboren Zoon hebt Gij alle mensen verlost. Zet het werk van Uw barmhartigheid in ons voort en laat ons altijd, bij de overweging van dit mysterie, de genade van de verlossing ontvangen. Door Christus onze Heer. Amen.

Informatiebulletin voor de maand juli is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand juli is verschenen. Deze maand aandacht voor de naderende viering van 100 jaar Sint-Agnesparochie, de heilige Maria Goretti, een jonge heilige in de oude liturgie wier levensverhaal veel overeenkomsten heeft met dat van de heilige Agnes, een opgeknapte pastorietuin, en een activiteit die ook in de zomer doorgaat, namelijk de bijeenkomst van het Legioen Kleine Zielen.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin juli' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

1 juli: Het Kostbaar Bloed van onze Heer Jezus Christus, hoogfeest

Epistel
Hebr. 9, 11-15
Broeders, Christus is opgetreden als Hogepriester van de goederen der toekomst. En door een grotere en volmaaktere tabernakeltent -- niet met handen gemaakt en niet van deze schepping -- is Hij, niet met bloed van bokken of kalveren, maar met Zijn eigen Bloed, eens en voor altijd binnengegaan in het Heiligdom, en heeft eeuwiggeldende verlossing bewerkt. Want als het bloed van bokken en stieren, en de besprenkeling met de as van een koe onreinen kan heiligen, zodat zij uiterlijk gereinigd worden, hoeveel te meer zal dan het Bloed van Christus, Die door de Heilige Geest Zichzelf als smetteloos offer aan God heeft opgedragen, ons geweten van dode werken zuiveren, om voortaan de levende God te dienen. En juist daarom is Hij Middelaar van een Nieuw Verbond, opdat door tussenkomst van Zijn dood de overtredingen, onder het vroegere Verbond bedreven, zouden worden afgekocht, en zij, die geroepen zijn, de belofte van de eeuwige erfenis zouden ontvangen, in Christus Jezus, onze Heer.

Graduale
1 Joh. 5, 6 en 7-8
Deze is het, Die gekomen is door water en bloed, Jezus Christus: niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. Drie zijn er Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest, en deze drie zijn Eén. En drie zijn er die getuigen op aarde: de Geest, het water, en het bloed, en deze drie zijn één.

Evangelie
Joh. 19, 30-35
In die tijd, toen Jezus van de azijn genomen had, sprak Hij: Het is volbracht. Dan boog Hij Zijn hoofd en gaf de geest. Daar het nu voorbereidingsdag was en men de lijken niet op de sabbath aan het kruis wilde laten, -- het was nog wel een grote sabbath -- vroegen de joden aan Pilatus, dat men hun de benen zou breken, en hen dan zou afnemen. Toen kwamen de soldaten en braken wel de benen van de eerste en ook van de tweede, die met Hem gekruisigd was. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen, dat Hij reeds gestorven was, braken zij Hem de benen niet. Maar een van de soldaten stak met een lans Zijn zijde open, en onmiddellijk kwam er bloed en water uit. En die het zelf gezien heeft, legt er getuigenis van af, en zijn getuigenis is waar.

Overweging
"Dierbare broeders en zusters, in Genesis staat geschreven dat het bloed van Abel, die door zijn broer Kaïn werd vermoord, schreeuwde naar God vanaf de aarde (cf. 4, 10). Helaas is deze schreeuw tot op de dag van vandaag niet verstomd, want menselijk bloed blijft onophoudelijk vloeien door geweld, onrecht en haat. Wanneer zal de mensheid leren dat het leven heilig is en alleen aan God toebehoort? Wanneer zullen we inzien dat wij allen broeders en zusters zijn? Aan de schreeuw van het bloed van mensen, die opstijgt vanuit vele plaatsen op aarde, heeft God geantwoord met het Bloed van Zijn Zoon, Die Zijn leven heeft gegeven voor ons. Christus heeft geen kwaad met kwaad vergolden, maar met goedheid, met Zijn oneindige liefde.", zo sprak paus Benedictus XVI op zondag 5 juli 2009 tijdens zijn Angelus-toespraak tot de gelovigen op het Sint-Pietersplein.

De paus herinnerde toen aan het feest van het Kostbaar Bloed van Christus dat de Kerk tot aan de liturgiehervorming in 1970 op deze dag heeft gevierd, maar dat nu alleen nog op de Tridentijnse kalender voorkomt. Het feest van het verlossende Bloed van onze Zaligmaker bepaalde zelfs dat de gehele maand juli de maand van het Kostbaar Bloed werd genoemd, zoals de maand juni in het bijzonder is toegewijd aan het Allerheiligst Hart van Jezus.

Paus Benedictus XVI sprak verder:

"In de heilige Schrift wordt het bloed voortdurend verbonden met het Paaslam. Het Oude Testament verhaalt over de besprenkeling met het bloed van offerdieren als teken van het verbond tussen God en mensen. In het boek Exodus staat: Vervolgens nam Mozes het bloed, sprenkelde dat over het volk en sprak: ‘Dit is het bloed van het verbond dat de Heer, op grond van al deze woorden, met u sluit.’ (Exodus 24, 8)

Jezus herhaalt deze formulering expliciet als Hij tijdens het Laatste Avondmaal de kelk laat rondgaan onder Zijn apostelen, terwijl Hij zegt: 'Dit is Mijn Bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden' (Mattheüs 26, 28). En vanaf de geseling tot aan de doorboring van Zijn zijde na Zijn dood op het kruis heeft Christus werkelijk al Zijn Bloed vergoten als het ware Lam dat werd geofferd voor de verlossing van de wereld. De verlossende waarde van Zijn Bloed wordt in velen teksten van het Nieuwe Testament uitdrukkelijk bevestigd.

In dit Jaar van de Priester hoeft men slechts de wonderschone regels van de brief aan de Hebreeën te lezen: Christus... is eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met Zijn eigen Bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. Want als het bloed van bokken en stieren en het bestrooien met de as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij uiterlijk rein worden, hoeveel te meer dan het bloed van Christus. Door de eeuwige Geest heeft Hij Zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer, dat ons geweten zuivert van dode werken [= zonden], om de levende God te dienen (9, 11-14)."

Ruim vijftig jaar geleden, in het jaar 1960, schreef de heilige Johannes XXIII een apostolische brief 'Inde a primis' over de devotie tot het kostbaar Bloed van Christus. Daarin lezen we dat het paus Benedictus XIV was die de Mis en het officie van dit feest goedkeurde, de zalige Pius IX het als liturgisch feest voor de gehele Kerk voorgeschreven heeft en dat paus Pius XI het feest tot rang van 'duplex primae classis' verhief met de bedoeling om de devotie tot het Bloed van de Verlosser te bevorderen. De heilige Johannes XXIII zelf gaf zijn goedkeuring aan een eigen litanie.

In genoemde apostolische brief spoort de heilige Johannes XXIII de gelovigen aan tot een grotere devotie voor het kostbaar Bloed waarvan -- citerend Sint-Thomas van Aquino -- één druppel de wereld kan reinigen van alle zonden: "De kracht van het Bloed van Christus, God en mens, is oneindig groot, en de liefde, die onze Verlosser bewogen heeft, het te vergieten, is eveneens oneindig. Reeds bij de besnijdenis op de achtste dag na Zijn geboorte vergoot Hij Zijn Bloed, en daarna heeft dit overvloedig gestroomd, toen Hij in de hof van Getsemane, 'aan doodsangst ten prooi' nog met meer aandrang bad, bij Zijn geseling en doornenkroning, toen Hij opging naar Calvarië en daar aan het kruis genageld werd, en tenslotte toen Zijn zijde met een brede wond werd geopend, tot een teken van dit goddelijk Bloed, dat ook vloeit door alle Sacramenten van de Kerk. Dit alles maakt het niet alleen passend, maar ook noodzakelijk, dat alle gelovigen door het Bloed herboren, dit met godsvrucht aanbidden en Het een dankbare liefde betuigen."

30 juni 2019

Gij zijt Petrus

Tu es Petrus - Gabriel Fauré
uitgevoerd door Ensemble Vocal et Instrumental de Lausanne onder leiding van Michel Corboz


Viering van het hoogfeest van H.H. Petrus en Paulus, apostelen

Commemoratie: Derde zondag na Pinksteren

Heer, wij smeken U ootmoedig dat Gij, eeuwige Herder, Uw kudde niet verlaat, maar door Uw heilige Apostelen
in voortdurende bescherming bewaart, opdat zij geleid en bestuurd worde door hen, die Gij tot voortzetting van Uw werk
in Uw plaats tot herders aangesteld hebt.

(Uit: Prefatie der aposten en evangelisten.)

29 juni 2019

29 juni: H.H. Petrus en Paulus, apostelen, hoogfeest

Petrus heette aanvankelijk Simon, zoon van Jona (of Johannes). Zijn broer heette Andreas. Zij waren vissers op het moment dat Jezus hen vroeg Hem te volgen (Mc. 1,16-20). Van Jezus kreeg hij de bijnaam Petrus ('rots': Mt. 16, 18; Joh. 1, 42).

Uit de Evangeliën krijgt men de indruk dat hij een spontaan, hartelijk karakter had, ook met alle fouten van dien. Zo wilde hij niet dat Jezus hem de voeten waste, omdat dat slavenwerk was. Toen Jezus zei dat ze dan niet langer bij elkaar zouden horen, wilde hij ineens helemaal gewassen worden (Joh. 13, 6-9). Van de andere kant hield hij glashard vol Jezus niet te kennen, toen het hem te benauwd werd en hij tijdens Jezus' verhoor door omstanders werd herkend als een van Zijn leerlingen. Jezus had het hem in de vooravond nog voorzegd: "Eer de haan kraait, zul je me driemaal verloochend hebben" Toen er een haan kraaide, herinnerde Petrus zich Jezus' woorden en huilde bitter om zijn lafhartigheid (Mt. 26, 69-75). Als de leerlingen na Jezus' heengaan weer zijn gaan vissen en Hem herkennen op het strand, bedenkt Petrus zich geen moment, trekt zijn kleed aan, springt overboord en zwemt voor de boten uit naar Jezus toe (Joh. 21, 1-9). Deze Petrus is de prins der apostelen geworden (Joh. 21, 15-32).

In de eerste tien hoofdstukken van het bijbelboek ‘Handelingen van de Apostelen’ wordt verteld hoe Jezus’ leerlingen, en Petrus in het bijzonder, steeds meer bezield werden door Zijn Heilige Geest, en dus steeds meer op Jezus gingen lijken.

Eens kwam Petrus op een grote rondreis ook bij de leerlingen die in Lydda woonden, en trof daar een zekere Enéas aan, die reeds acht jaar wegens verlamming het bed moest houden. Petrus sprak tot hem: "Enéas, Jezus Christus geneest u, sta op en maak zelf uw bed in orde." Onmiddellijk stond hij op. Alle inwoners van Lydda en van de Saronvlakte zagen hem en bekeerden zich tot de Heer.

Dit verhaal doet denken aan de genezingen van lammen in de evangeliën: bij voorbeeld Marcus 2, 1-12, de lamme door het dak: Petrus' aanmaning hier "Maak uw bed in orde" herinnert enigszins aan Jezus' aanbeveling aan de lamme daar: "Neem uw bed op..." Het verhaal hier herinnert ons ook aan Johannes 5, 1-9, de genezing van de lamme in Betsaïda, doordat het aantal jaren van de verlamming uitdrukkelijk wordt genoemd: hier acht jaar bij Johannes 38 jaar.

Er leefde destijds in Joppe een leerlinge met name Tabita, wat in vertaling Dorkas, Gazelle, betekent. Zij was onuitputtelijk in het doen van goede werken en het geven van aalmoezen. Juist in die dagen was zij echter na een ziekte gestorven. Men waste haar en legde haar in een bovenvertrek. Omdat Lydda dichtbij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar verbleef, twee mannen naar hem toe met het verzoek: "Kom zonder uitstel naar ons toe." Petrus ging aanstonds met hen mee. Bij zijn aankomst brachten ze hem in het bovenvertrek, waar alle weduwen wenend hem omringden en al de kleren en mantels lieten zien die Dorkas gemaakt had toen ze nog in hun midden was. Petrus deed allen naar buiten gaan, knielde neer en bad. Toen sprak hij, zich kerend naar het lijk: "Tabita, sta op." Zij opende de ogen, zag Petrus en ging overeind zitten. Hij reikte haar de hand en hielp haar opstaan. Vervolgens riep hij de heiligen en de weduwen en gaf haar levend aan hen terug.
Dit werd bekend in heel Joppe, zodat velen het geloof in de Heer aannamen. (Hand. 9, 32-42)

Dit verhaal doet sterk denken aan Jezus' opwekking van Jaïrus' dochtertje. De belangrijkste overeenkomst is natuurlijk dat een vrouw uit de dood wordt opgewekt. Maar er zijn nog enkele details. Net als Jezus stuurt Petrus allen naar buiten. Ze spreken bijna dezelfde woorden. Waar Jezus zei: "Talita koemi, sta op!", horen we Petrus zeggen: "Tabita, sta op!" Net als Jezus pakt Petrus de vrouw bij de hand om haar op te richten.

De conclusie moet bijna wel zijn, dat in Petrus Jezus Zelf aan het werk is; in Petrus zijn de tijden van het Evangelie teruggekeerd.

Het tweede deel van de Handelingen van de Apostelen vertelt voornamelijk hoe Paulus het christendom onder de heidenen verkondigt. Toch is het Petrus die het eerst een heiden, Cornelius, tot Christus brengt (Hand. 10). Na de verhuizing uit Jeruzalem vestigde hij zijn zetel in de Syrische stad Antiochië; weer later ging hij naar de hoofdstad van het Romeinse Rijk, Rome.

Beroemd is de legende 'Quo vadis?' Tijdens de christenvervolgingen onder keizer Nero, drongen de gelovigen erop aan dat Petrus de stad zou ontvluchten. Uiteindelijk gaf hij gehoor aan hun dringende bede. Aan de rand van de stad kwam hij echter Jezus Zelf tegen; Hij droeg Zijn kruis in de richting van Rome. Verbijsterd vroeg Petrus "Quo vadis? Waar gaat U heen, Meester?" Waarop Jezus antwoordde: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Toen begreep Petrus dat hij er verkeerd aan deed de stad te ontvluchten; hij moest bij zijn mensen blijven. Hij keerde terug, en werd inderdaad enige tijd later gearresteerd en net als zijn Heer tot de kruisdood veroordeeld. Hij vond van zichzelf dat hij maar weinig op Jezus geleek. Daarom vroeg hij de gunst om met het hoofd naar beneden gekruisigd te worden.

Nero liet de twee kopstukken onder de christenen, de apostelen Petrus en Paulus arresteren door een zekere Paulinus. Deze wierp de twee in de gevangenis en droeg de bewaking op aan Processus en Martinianus. Maar Petrus wist deze wachters tot Christus te bekeren. Omdat er in de gevangenis geen water voorhanden was om hen te dopen, keerde Petrus in tot gebed en op hetzelfde moment sprong er een fontein op uit de stenen vloer. Nu openden de voormalige bewakers de deuren van de gevangenis voor hen en gaven hun de vrijheid terug. Later, na de marteldood van Petrus en Paulus, kwam hun dat eveneens op de doodstraf te staan: op last van Nero werd hun met het zwaard het hoofd afgehakt.

Op uitdrukkelijk aandringen van zijn medegelovigen nam Petrus de vlucht en ging op weg om de stad Rome te verlaten. Maar bij één van de stadspoorten aangekomen - op die plaats staat nu de kerk van Maria Onderweg - kwam Christus hem tegemoet. Hij sprak: "Maar Heer, waar gaat U heen (Quo vadis)?" Waarop de Heer antwoordde: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Petrus herhaalde: "Opnieuw gekruisigd?" "Ja". Daarop hernam Petrus: "Maar dan ga ik terug, Heer, om samen met u gekruisigd te worden." Daarop steeg de Heer weer ten hemel. Petrus bleef in tranen achter.

Hij begreep dat het uur van zijn marteldood geslagen had. Hij ging terug de stad in. Daar werd hij onmiddellijk gegrepen door de politie van Nero. Hij werd voor de stadhouder, Agrippa, geleid. Linus vertelde later dat Petrus' gelaat straalde van vreugde.

Linus was één van Petrus' leerlingen: hij zou hem opvolgen als bisschop van Rome, de belangrijkste van alle bisschoppen.

De stadhouder zei tot hem: "Dus u bent die man die er vreugde in vindt om temidden van het lagere volk te wonen? En die de vrouwen van de achterbuurten weghoudt van hun man in bed?" Waarop Petrus ten antwoord gaf: "Mijn enige vreugde vind ik in het kruis van mijn Heer." Omdat hij vreemdeling was, werd hij veroordeeld tot de doodstraf aan het kruis. Paulus daarentegen was Romeins staatsburger: hij werd veroordeeld tot onthoofding door het zwaard.

Dionysius (bijgenaamd 'de Areopagiet') schrijft een brief aan Paulus' leerling Timotheus over Paulus' dood. Daarin vertelt hij hoe de menigte, bestaande uit heidenen en joden, niet moe werd hen beiden, Petrus en Paulus, in het gezicht te spuwen en te slaan waar ze hen maar raken konden.

Op het moment dat ze van elkaar gescheiden werden, zei Paulus tegen Petrus: "De vrede zij met jou; jij bent de rots waarop de kerk gebouwd is; jij bent herder van Jezus' schapen." En Petrus zei tegen Paulus: "Ga in vrede, jij bent de verkondiger van de waarheid en van de blijde boodschap; jij bent de doorgever van het heil aan alle rechtvaardigen."

Deze passage roept allerlei teksten uit het Evangelie op. Ten eerste worden we herinnerd aan de gebeurtenis dat Petrus tegen Jezus zegt: "Gij zijt de Christus (Messias), de Zoon van de levende God." Jezus had toen op Zijn beurt gereageerd: "En jij, Simon, jij bent Petrus, rots, en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen." Jezus en Petrus hebben elkaar toen over en weer 'bevestigd' in wat ze ten diepste waren. Nu doen Petrus en Paulus hetzelfde ten aanzien van elkaar.

De woorden waarmee ze dat doen, slaan op eerdere gebeurtenissen. Na zijn verrijzenis is Jezus eens aan Petrus en Johannes verschenen. Jezus vroeg bij die gelegenheid aan Petrus tot drie keer toe of hij Hem beminde. Dat maakte Petrus bedroefd, want het herinnerde hem aan zijn drievoudige verloochening, in de nacht van Jezus' arrestatie en veroordeling: "Simon, bemin je mij?" Tot drie keer toe. Telkens als Petrus geantwoord had "Ja Heer, U weet dat ik U bemin" zei Jezus "Hoed mijn schapen!" Naar die woorden van Jezus verwijzen nu Paulus' woorden: "Jij bent de herder."

Op dezelfde manier bevestigt Petrus Paulus in het feit dat hij Gods woord heeft verkondigd onder de heidenen. Daarover was destijds het meningsverschil gegaan.

Daarop ging Dionysius met zijn meester Paulus mee. De twee apostelen zijn immers op gescheiden plaatsen ter dood gebracht. Toen Petrus geconfronteerd werd met het kruis waaraan hij zou komen te hangen, zei hij: "Mijn meester is vanuit de hemel op aarde neergedaald; vervolgens is Hij verheven aan het kruis. Mij heeft hij geroepen om van de aarde op te gaan naar de hemel. Daarom wil ik gekruisigd worden met mijn hoofd naar de aarde en mijn voeten naar de hemel. Kruisig mij dus met mijn hoofd omlaag, want ik ben niet waardig op dezelfde manier te sterven als mijn Meester, Jezus." Dat gebeurde. Men draaide het kruis ondersteboven, zodat hij met zijn hoofd naar beneden kwam te hangen en met zijn voeten naar de hemel.

De medegelovigen waren woedend op Nero; ze riepen dat ze zijn dood wilden, van hem en van zijn stadhouder. Maar Petrus smeekte hun zijn martelaarschap niet tegen te houden. Daarom opende God de ogen van al degenen die hem beweenden. En zie, nu zagen zij engelen staan met kronen van rozen en lelies in de hand; en Petrus stond erbij; Christus reikte hem een boek over en hardop las hij wat er in stond. De apostel aan het kruis bemerkte dat zij al zijn heerlijkheid aanschouwden. Voor een laatste maal beval hij zichzelf aan in hun gebeden. Daarop gaf hij de geest. Twee van zijn leerlingen, Marcellus en Apuleus, haalden hem van het kruis af en begroeven hem na hem met geurige kruiden gebalsemd te hebben.

In Rome begint het feest van Petrus en Paulus met de pontificale vespers op 28 juni in de basiliek van Sint Paulus buiten de Muren. Op de dag zelf viert de Paus de hoogmis in de Sint-Pietersbasiliek, boven het graf van Sint Petrus. Tijdens deze plechtigheid legt hij bij de nieuw benoemde metropolieten (aartsbisschoppen) het pallium op. De Evangelielezing van deze Mis is genomen uit het Mattheüs-evangelie (16, 13-19). Daarin zegt Jezus dat Simon de steenrots is (Tu es Petrus) op wie Hij Zijn Kerk zal bouwen.

28 juni 2019

Heilig Hart van Jezus, hoogfeest

Almachtige Vader, eeuwige God, U hebt gewild dat Uw eniggeboren Zoon,
hangende aan het Kruis, door de lans van een soldaat werd doorstoken,
opdat het geopend Hart, schatkamer van de goddelijke vrijgevigheid,
stromen van erbarming en genaden over ons zou uitstorten,
en dat dit Hart, dat nooit ophoudt zich te ontvlammen uit liefde tot ons,
een rustplaats zou zijn voor de vromen
en aan de boetvaardigen een veilige toevlucht zou bieden.

Heer, ontferm U over ons
Christus, ontferm U over ons
Heer, ontferm U over ons
Christus, aanhoor ons
Christus, verhoor ons
God, hemelse Vader, ontferm U over ons
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons
God, Heilige Geest, ontferm U over ons
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, de Zoon van de eeuwige Vader, ontferm U over ons
Hart van Jezus, door de Heilige Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd, ontferm U over ons
Hart van Jezus, wezenlijk verenigd met het Woord van God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, oneindige majesteit, ontferm U over ons
Hart van Jezus, heilige tempel van God, ontferm U over ons
Hart van Jezus, woontent van de Allerhoogste, ontferm U over ons
Hart van Jezus, huis van God en poort van de hemel, ontferm U over ons
Hart van Jezus, gloeiende oven van liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, schatkamer van gerechtigheid en van liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, vol goedheid en liefde, ontferm U over ons
Hart van Jezus, peilloze diepte van alle deugden, ontferm U over ons
Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig, ontferm U over ons
Hart van Jezus, Koning en middelpunt van alle harten, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin alle schatten zijn van wijsheid en van wetenschap, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont, ontferm U over ons
Hart van Jezus, waarin de Vader Zijn welbehagen heeft gesteld, ontferm U over ons
Hart van Jezus, dat ons allen deelgenoot hebt gemaakt van Uw oneindige rijkdom, ontferm U over ons
Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid, ontferm U over ons
Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid, ontferm U over ons
Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden, ontferm U over ons
Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd, ontferm U over ons
Hart van Jezus, om onze misdaden gebroken, ontferm U over ons
Hart van Jezus, gehoorzaam geworden tot de dood, ontferm U over ons
Hart van Jezus, met een lans doorstoken, ontferm U over ons
Hart van Jezus, bron van alle troost, ontferm U over ons
Hart van Jezus, ons leven en onze venijzenis, ontferm U over ons
Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons
Hart van Jezus, slachtoffer voor de zondaars, ontferm U over ons
Hart van Jezus, heil van hen, die op U hopen, ontferm U over ons
Hart van Jezus, hoop van ben, die in U sterven, ontferm U over ons
Hart van Jezus, hoogste Vreugde van alle heiligen, ontferm U over ons
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons
Jezus, zachtmoedig en nederig van Hart, maak ons hart gelijkvormig aan Uw Hart

Laat ons bidden - Almachtige, eeuwige God, sla Uw blikken op het Hart van Uw zeer beminde Zoon en op de lofprijzingen en voldoeningen, die Hij U heeft gebracht in naam van de zondaars. Laat U verzoenen en schenk vergiffenis aan hen, die Uw barmhartigheid afsmeken, in de Naam van dezelfde Jezus Christus, Uw Zoon, Die met U leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.

27 juni 2019

27 juni: Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand

Op 27 juni viert de Kerk de feestdag van onze lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand. De bekende Maria-icoon – die ook in onze kerk aanwezig is – is in 1866 door paus Pius IX aan de redemptoristen toevertrouwd met de opdracht om de devotie tot Maria onder deze eretitel wereldwijd te verspreiden.


Gebed

O Moeder van Altijddurende Bijstand,
ik kom tot u met een kinderlijk vertrouwen.
Verwerf voor mij van uw goddelijk Kind
die deugden die ik nodig heb om heilig te leven
en heilig te sterven.
Verkrijg voor mij een hart,
dat Jezus bovenal liefheeft
en zich voor de naaste weet op te offeren;
een hart, welks vertrouwen op Gods vaderlijke voorzienigheid
door niets aan het wankelen wordt gebracht,
dat bij moeilijkheden nooit moedeloos wordt,
maar edelmoedig zich aan Gods heilige Wil onderwerpt;
een hart dat berouw voelt over bedreven fouten
zonder kleinmoedig te worden;
een hart gelijkvormig aan het Hart van uw goddelijk Kind.
Steun mij, o Moeder van Altijddurende Bijstand,
in mijn zwakheid, verlicht mij in twijfels,
troost mij in moedeloosheid.
Wees gij, o Maria, voor mij een Moeder
in alle omstandigheden,
ik wil steeds uw kind blijven.
Amen.

25 juni 2019

25 juni: Heilige Wilhelmus, abt

Wilhelmus werd in 1085 te Vercelli in Piemonte geboren. Op 12-jarige leeftijd verloor hij zijn beide ouders. Hij was nog geen veertien, toen hij de wens te kennen gaf een pelgrimstocht van boetvaardigheid te houden naar Jacobus van Compostella. Hij volbracht deze onderneming blootsvoets en met slechts één kleed bij zich. Eenmaal thuis wilde hij ook naar het Heilig Land gaan om de plaatsen te bezoeken waar Christus had geleefd. Maar daar kwam niets van, omdat God hem onoverkomelijke hindernissen in de weg legde. Hij trok zich terug in de eenzaamheid van een kale berg.

Daar passeerde eens een mooi meisje dat haar blinde vader geleidde. Toen de man besefte welke kans hier voor hem lag, begon deze te bidden en te smeken dat de kluizenaar voor hem bij God een goed woordje zou doen, zodat hij zijn gezichtsvermogen terug zou krijgen. Maar de heilige leerde hem dat wij het lijden soms moeten ondergaan en aanvaarden; daarop gaf hij hem zijn zegen, en de zieke bleek op slag genezen.

Dit werd al gauw overal bekend en van heinde en ver kwamen de mensen naar hem toe. Om de toeloop te ontvluchten besloot hij alsnog naar het Heilige Land te gaan. Nu was het een droom die hem ervan hield. Hij nam zijn toevlucht tot een volkomen afgelegen en eenzame berg, de Vergine (= Maagd), ergens in de buurt van Napels. Tot dan toe hadden alleen beesten daar een onderkomen kunnen vinden.

Wilhelmus nam een voorbeeld aan Johannes de Doper. Hij droeg een haren kleed op het blote lijf; hij at slechts eenmaal per dag, op het moment dat de zon was ondergegaan; en naar het voorbeeld van de oude woestijnvaders en kluizenaars las hij elke dag alle honderdvijftig psalmen.

Ondanks de gestrengheid van zijn boetvaardig leven kreeg hij toch metgezellen, onder wie een zekere Albertus. Twee jaar later al had zich een hele kring van vrome mannen rond hem verzameld. Er waren zelfs priesters bij. Hij leerde hun het Evangelie consquent en zo volmaakt mogelijk na te leven, zoals de heilige Benedictus dat in zijn regel voor monniken zo duidelijk voorschrijft. Aldus ontstonden er meerdere klooster-nederzettingen.

Wilhelmus wordt afgebeeld als abt, soms met een wolf bij zich.

24 juni 2019

24 juni: Geboorte van de heilige Johannes de Doper, hoogfeest

Epistel
Jes. 49, 1-3, 5-7
Luistert, gij, eilanden, en geeft acht, gij, volken in de verte. De Heer heeft mij geroepen, toen mijn moeder mij nog droeg; vanaf de schoot van mijn moeder dacht Hij reeds aan mij. En Hij maakte mijn mond als een scherpsnijdend zwaard; met de schaduw van Zijn hand heeft Hij mij beschut. En Hij heeft mij behandeld als een uitgelezen pijl; in Zijn pijlkoker heeft Hij mij weggeborgen. En Hij sprak tot mij: Mijn knecht zijt gij, Israël, want aan u zal ik Mij verheerlijken. En nu, spreekt de Heer, Die vanaf de moederschoot mij vormde tot Zijn knecht: Zie, Ik heb u gesteld tot een licht voor de volken, opdat gij Mijn heil zou zijn tot aan het einde der aarde. Koningen zullen het zien, en vorsten zullen opstaan en zich nederwerpen in aanbidding ter wille van de Heer, de Heilige van Israël, Die u heeft uitverkoren.

Evangelie
Lc. 1, 57-68
Voor Elisabeth brak de tijd aan, dat zij moeder zou worden; en zij schonk het leven aan een zoon. En haar buren en verwanten vernamen, dat de Heer haar in hoge mate begenadigd had, en zij verheugden zich met haar. En het geschiedde op de achtste dag, dat men het kind kwam besnijden; en men wilde het de naam geven van zijn vader, Zacharias. Maar zijn moeder nam het woord en zei: Neen, hij moet Johannes heten. Doch zij antwoordden haar: Er is niemand in uw familie, die zo heet. Toen vroeg men met gebaren aan zijn vader, hoe hij hem wilde noemen. En deze vroeg om een schrijfbordje en schreef: Johannes is zijn naam. En allen verwonderden zich. Maar op hetzelfde ogenblik ging zijn mond en zijn tong weer los, en hij sprak en verheerlijkte God. En al hun buren werden door vrees bevangen; en door geheel het bergland van Judea werden al deze dingen bekend. En allen, die het hoorden, dachten er over na en zeiden: Wat zal er uit dit kind nog worden? Inderdaad, de hand des Heren was met hem. En zijn vader Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest, en hij sprak dit profetisch woord: Gezegend zij de Heer, de God van Israël, want Hij heeft Zijn volk bezocht en het verlossing gebracht.

Overweging
Vandaag viert de Kerk de geboorte van de heilige Johannes de Doper, de voorloper van Jezus Christus, de Messias. Van geen enkele heilige wordt de geboorte gevierd (alleen van de heilige maagd Maria en van Jezus Zelf), maar wel van Johannes, omdat hij reeds voor zijn geboorte door God werd geheiligd. Hij is de grootste onder de profeten, de man door God gezonden. Hij doopte in de Jordaan een doopsel van bekering en kondigde aan: "Na mij komt Iemand Die groter is dan ik; ik ben zelfs niet waard de riem van Zijn sandaal los te maken" (dat was nederig slavenwerk!).

Hij zag zijn optreden zelf als baanbrekend werk voor de Messias. Deze herkende hij in Jezus op het moment dat hij Hem doopte, althans zo zeggen de drie evangelisten Mattheüs, Marcus en Lucas. De vierde, Johannes, suggereert dat Johannes Jezus al eerder kende. Immers, toen Jezus voorbijging, duidde hij Hem aan als het Lam Gods. (Op de afbeelding hierboven wijst Johannes de Doper het Lam Gods aan.)

Er is ook wel iets voor te zeggen dat Johannes Jezus al kende, want bij Lucas lezen we dat Johannes' moeder, Elisabeth, een bejaarde nicht van Jezus' moeder was. Toen Maria van de engel Gabriël de boodschap ontving dat zij van Gods Geest een kind zou krijgen en vroeg hoe dat mogelijk was daar ze geen omgang had met een man, antwoordde de engel: "Bij God is alles mogelijk. Zelfs uw nicht Elisabeth, die onvruchtbaar heette, is al in haar zesde maand." Daarop snelde Maria naar Elisabeth toe om haar in de laatste maanden voor de geboorte ter zijde te staan. Bij de begroeting tussen beide vrouwen - zo schrijft Lucas diepzinning en prachtig - sprong het kind op in de schoot van Elisabeth; dat was voor Elisabeth voldoende om te beseffen dat zij hier te doen had met de aanstaande moeder van de Messias.

Ook Johannes' geboorte was aangekondigd door de engel Gabriël, en wel aan zijn vader Zacharias op het moment dat hij zich als priester in het heilige vertrek van de tempel bevond en aan het oog van het volk onttrokken was. Ook hij vroeg hoe zoiets kon, daar hij en zijn vrouw onvruchtbaar waren gebleken. Ook hij had als antwoord gekregen dat voor God niets onmogelijk is; hij kreeg bovendien een teken van de waarheid mee: hij zou niet kunnen spreken tot aan de geboorte van het kind, dat hij Johannes moest noemen. Want dit kind zou zijn naam meer dan waarmaken.

Toen het kind geboren was en men aan Zacharias vroeg hoe het moest heten, moest hij gebruik maken van een schrijftabletje om te antwoorden: "Johannes moet het heten." Op dat moment werd hem het vermogen tot spreken teruggegeven. De buren, familie en bekenden stonden verbaasd, want er was niemand in de familie die zo heette.

23 juni 2019

Tweede zondag na Pinksteren

Epistel
1 Joh. 3, 13-18
Veelgeliefden, wilt u niet verwonderen, als de wereld u haat. Wij weten, dat wij zijn overgebracht van de dood naar het leven, daar wij immers onze broeders beminnen. Wie geen liefde heeft, blijft nog in de dood. Ieder, die zijn broeder haat, is een moordenaar. En gij weet, dat geen moordenaar eeuwig leven in zich draagt. Hieraan hebben wij de liefde van God leren kennen, dat Hij Zijn leven voor ons gegeven heeft; ook wij moeten ons leven geven voor onze broeders. Wie de goederen dezer wereld bezit, en zijn broeder gebrek ziet lijden en niettemin zijn hart voor hem sluit, hoe zou in hem de liefde Gods aanwezig zijn? Mijn kinderkens, laat ons niet beminnen met woorden of met de tong, maar metterdaad en in waarheid.

Evangelie
Lc. 14, 16-24
In die tijd hield Jezus de farizeeën deze gelijkenis voor: Een zeker iemand richtte een groot gastmaal aan, en nodigde er velen uit. En tegen het uur van de maaltijd zond hij zijn dienaar, om aan de genodigden te zeggen, dat zij zouden komen, omdat alles gereed was. Maar eenparig begonnen allen zich te verontschuldigen. De eerste zei hem: Ik heb een landgoed gekocht, en ik moet het noodzakelijk gaan bezichtigen; wees zo goed mij te verontschuldigen. En een ander zei: Ik heb vijf koppel ossen gekocht, en ik ga ze keuren; wees zo goed mij te verontschuldigen. En weer een ander zei: Ik heb een vrouw getrouwd, en daarom kan ik niet komen. De dienaar kwam dan terug, en deelde dit mede aan zijn heer. Toen werd de heer des huizes vertoornd, en hij zei tot zijn dienaar: Ga onmiddellijk naar de pleinen en straten der stad, en breng de armen en gebrekkigen, en de blinden en kreupelen hier binnen. En de dienaar zei: Heer, het is geschied, zoals gij bevolen hebt, en nog is er plaats. Toen sprak de heer tot zijn dienaar: Ga naar de wegen en binnenpaden, en dwing hen binnen te komen; want mijn huis moet vol worden. Maar dit zeg ik u: niemand van deze mannen, die genodigd waren, zal van mijn gastmaal proeven.

Overweging
Het Evangelie van deze zondag gaat over de gelijkenis van de onwillige bruiloftsgasten. De bruiloft is een beeld van de eeuwige zaligheid in de hemelse aanschouwing; de gasten zijn een beeld van hen die deel zouden kunnen hebben aan deze zaligheid, dat zijn dus de mensen, onder wie de joden en wij, uit de oude heidense volkeren.

In de gelijkenis sluiten de eerstgenodigden zichzelf uit. Zij willen de uitnodiging niet aannemen en daarom wordt de uitnodiging opnieuw gedaan maar nu aan iedereen die de dienaars des heren tegemoetkomen. En zo zijn ook wij de hemelse uitnodiging deelachtig geworden.

Maar wij kunnen ook een meer algemene betekenis in de woorden van Jezus ontdekken. God komt tot de mens met Zijn uitnodiging en de mens heeft het in zijn vermogen deze te aanvaarden of af te slaan. God stelt ons voor de keuze. Hij nodigt ons liefdevol uit. Hij dringt zachtjes aan, maar Hij dwingt ons niet, want met Hem te zijn is een relatie van liefdevolle overgave en niet van dwang.

In de gelijkenis zijn het de gasten die zichzelf uitsluiten van de heerlijkheid van de bruiloft. En zo is het altijd. Het is de mens zelf die zich door zijn eigen boze wil berooft van het goddelijke goed. En pas daarna treft hem de veroordeling van God, want God heeft Zijn Zoon in de wereld gezonden, niet om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft en de goddelijke uitnodiging aanvaardt, wordt niet geoordeeld maar gered. Wie niet gelooft, is reeds geoordeeld, omdat hij niet gelooft in de Naam van Gods eniggeboren Zoon.