Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 oktober 2020, onder voorbehoud van wijzigingen.

Bidt u thuis ook mee?

Met de Oktobermaand - Rozenkransmaand - Rozenkransnoveen voor Kerk, gezin en vaderland: klik hier.
Om eerherstel te brengen aan Jezus in het Allerheiligste Sacrament: klik hier.


30 augustus 2020

Make me a channel of Your peace - All Angels

Dertiende zondag na Pinksteren

Epistel
Gal. 3, 16-22
Broeders, aan Abraham werden de beloften aangekondigd, en aan zijn zaad. Er staat niet: "en aan zijn nazaten", alsof er sprake was van velen; maar als van één: "en aan uw zaad" - en dat is Christus. Nu is dit mijn bedoeling: een wilsbeschikking, die door God Zelf rechtsgeldig is tot stand gekomen, wordt door de Wet, die vierhonderdendertig jaar later is ontstaan, niet ongedaan gemaakt, zodat de belofte niet meer van kracht zou zijn. Niettemin, als de erfenis voortvloeit uit de Wet, wordt zij niet verkregen krachtens belofte. En toch, aan Abraham heeft God Zijn gunst bewezen door belofte. Waarvoor diende dan de Wet? - Omwille van de overtredingen werd zij gegeven, totdat het zaad zou komen, waaraan Hij de belofte verbonden had; en zij werd uitgevaardigd door engelen door tussenkomst van een middelaar. Een middelaar nu treedt niet op bij één persoon. God echter is één. Is de Wet dus in strijd met Gods belofte? – Volstrekt niet; want indien er een wet gegeven was, die bij machte was het leven mee te delen, dan zou inderdaad de gerechtigheid voortkomen uit de Wet. Maar de Schrift heeft nu eenmaal alles onder de macht van de zonde gesteld, opdat de belofte aan degenen, die geloven, in vervulling zou gaan door het geloof in Jezus Christus.

Evangelie
Lc. 17, 11-19
In die tijd trok Jezus op Zijn reis naar Jeruzalem door het grensgebied van Samaria en Galilea. En toen Hij een zeker dorp wilde binnengaan, kwamen er tien melaatsen naar Hem toe, die op een afstand bleven staan en met luider stem riepen: Jezus, Meester, heb medelijden met ons. En zodra Hij hen zag, sprak Hij: Gaat heen en vertoont u aan de priesters! Nu geschiedde het, dat zij onderweg gereinigd werden. En een van hen ging terug, zodra hij bemerkte, dat hij gereinigd was, terwijl hij God verheerlijkte met luider stem; en hij wierp zich op zijn aangezicht neder aan Zijn voeten en dankte Hem. En deze was een Samaritaan. En Jezus nam het woord en zei: Zijn er geen tien genezen? Waar blijven dan de negen anderen? Niemand is er gevonden, die terugkeerde en eer gaf aan God, behalve deze vreemdeling! En Hij sprak tot hem: Sta op en ga heen; want uw geloof heeft u redding gebracht.

Overweging
Na het lezen van het epistel van deze zondag kunnen wij ons afvragen waarom de apostel de belofte zo zeer verheerlijkt ten koste van de wet. Het antwoord op die vraag is: omdat de belofte volledig Gods werk is, die louter en alleen voortvloeit uit Zijn barmhartige liefde. God belooft wonderbare zegeningen uit pure goedheid. De mens heeft daaraan part noch deel, want alle glorie komt toe aan God, ook die van ons eigen heil.

Wat de wet betreft: zij is slechts een tijdelijk bestel, dat later werd gegeven dan de belofte en dat de belofte niet buiten werking mag stellen. In Gods bedoeling gebeurt dat ook niet. Maar de joden in de tijd van Paulus handelden alsof het heil veel meer moest komen van hun eigen navolging van de wet, dan van Gods genadige goedheid. De wet is trouwens niet zuiver Gods werk. Paulus spreekt erover hoe engelen en mensen daarbij een rol moeten spelen. De wet is een tweezijdig contract: indien wij Zijn Wil volbrengen zal God ons zegenen. Maar de belofte is zo veel meer dan de werkelijkheid van de wet: de belofte houdt in dat wij mogen vertrouwen en geloven in Gods goedheid. De belofte is dus een zuivere en onvermengde daad van God, zonder enig menselijk element.

De christen geeft van zijn kant aan God de eer door te geloven, door onvoorwaardelijk te vertrouwen op de genade Gods, en niet op eigen prestaties en verdiensten. Zoals in het Evangelie is ook vandaag het grootste deel van de genezen mensen weggebleven van de heilige Mis; slechts enkelen blijven God danken voor Zijn weldaden. Van alle gedoopten komt maar een enkeling zondag na zondag om God te verheerlijken, als in deze kerk het Offer van verzoening en het Onderpand van ons eeuwig leven opgedragen wordt. Waar blijft de rest? Waarom blijven zij weg?

Het wel of niet komen om God te verheerlijken heeft te maken met de ware of de foute liefde. De ware liefde gaat uit naar God als het hoogste Goed en verlangt ernaar om alles voor Hem te doen. Daarvoor komen gelovigen ook naar de heilige Mis, om zich met het Offer van Christus te verenigen en daardoor het eigen leven te geven in het ene offer dat God welgevallig is, en dat ons toegang verschaft tot de eeuwigheid. De anderen, die wegblijven van de verschuldigde Godsverheerlijking, hebben zichzelf lief. Zij willen God niet dienen maar wel Zijn gaven ontvangen voor het tijdelijke en het wereldse. Hun liefde is fout omdat ze alleen maar draait om het eigen ‘ik’. Daarmee beantwoorden zij niet aan hun hoogste roeping en doel: om door de verheerlijking van God het eeuwig leven te ontvangen.

In de moderne, na-conciliaire Kerk wordt er veel gesproken over een goed mens zijn, en om er te zijn voor de ander, over respect en tolerantie. Maar daardoor is nog niemand in de hemel gekomen. Onze eerste verplichting, als gedoopten, is God te dienen en lief te hebben. Alleen door Gods liefde is ook een ware dienst aan de naaste mogelijk, omdat deze dienst in de waarheid moet bestaan, en tot doel moet hebben om de naaste bij God te brengen. Zo ziet de heilige apostel Paulus het heil: komende van God, terwijl wij Hem alleen verheerlijken, omdat aan Hem alleen de eer toekomt. Alles komt voort uit Zijn barmhartige en genadevolle belofte.

De zondige mens kan zichzelf niet redden, ook niet door de wet. Wij kunnen slechts gered worden door te geloven in het heil dat Jezus ons aanbiedt. Tegenover deze grote goddelijke gave past slechts een zielenhouding van nederig bewustzijn van onze eigen zondigheid en onmacht, en van het in dankbaarheid aanvaarden van het geloof in God en Zijn beloften van heil en genade. Van deze kernwaarheid van het geloof, dat het heil van ons allen bij God begint en ook door God zijn voleinding zal bereiken is de heilige Paulus diep overtuigd. Daarom ook legt hij de nadruk op de belofte en plaatst hij de wet op de tweede plaats. Alleen op deze manier wordt het mogelijk om de vergiftigende eigenroem, die vele mensen tot op heden bezielt, te elimineren, en aan God de plaats te geven die Hem toekomt, namelijk die van ons aller eer en glorie. Deze ordening van het goddelijke heil en de genade toont aan de mensen hun eigen nederigheid en tegelijkertijd de oneindige liefde waarmee God hun zielenheil bemint. Dat brengt ons tot de wijze waarop wij God zouden moeten beminnen, namelijk door ons volledig over te geven aan Zijn genade.

29 augustus 2020

29 augustus: Onthoofding van de heilige Johannes de Doper

Salomé, de dochter van Herodias, met het hoofd van Johannes de Doper,
schilderij van Caravaggio, 1610

Op 24 juni viert de Kerk het feest van de geboorte van Johannes de Doper. Op 29 augustus viert zij zijn onthoofding.

Uit het Evangelie volgens Marcus (6, 14-29):
Toen koning Herodes nu over Jezus hoorde, want Zijn naam was bekend geworden, zei hij: Johannes de doper is verrezen uit de doden en daarom werken de wonderkrachten in hem. Maar anderen zeiden: het is Elia, en weer anderen: Hij is een profeet. Maar toen Herodes dit alles hoorde, zei hij: Neen, het is Johannes, die ik onthoofd heb, die verrezen is. Herodes had namelijk zelf Johannes laten grijpen en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want hij had haar tot vrouw genomen. Johannes had immers tot Herodes gezegd: Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben. Herodias was daarop op hem gebeten en wilde hem doden, maar zij kreeg geen kans, want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was, en nam hem in bescherming. Telkens wanneer hij hem gehoord had, verkeerde hij in tweestrijd; maar toch luisterde hij graag naar hem.
Er kwam echter een 'gunstige' dag, toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn hoofdofficieren en de vooraanstaanden van Galilea. De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten. De koning zei tot het meisje: Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven. En hij bevestigde haar met een eed: Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al is het de helft van mijn koninkrijk. Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: Wat zou ik vragen? Deze antwoordde: Het hoofd van Johannes de Doper. Zij haastte zich naar binnen, naar de koning en zei hem haar verlangen: Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft. Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgenoten wilde hij haar niet afwijzen. Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofde hem in de gevangenis. Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje; het meisje gaf het weer aan haar moeder. Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.


Volgens Flavius Josefus, de bekende joodse geschiedschrijver, is het lichaam van de heilige naar Sabaste in Samaria gebracht. Daar had Herodes geen gezag. De grafkelder werd een kapel en genoot grote verering. Zij werd bezocht door de H. Paulus en de H. Hieronymus.

28 augustus 2020

28 augustus: Heilige Augustinus, bisschop, belijder en Kerkleraar

Augustinus werd in het jaar 354 geboren in de stad Thagaste (in het huidige Algerije), als zoon van Patricius en Monica (ook heilig). Na de vroege dood van zijn vader liet zijn moeder hem studeren. In 376 werd hij leraar in de retorica in Carthago. Rond het jaar 383 verhuisde hij naar Rome.

Als hij naar Milaan reist om er een betere maatschappelijke positie te verwerven, hoort hij bisschop Ambrosius preken. Augustinus is zeer onder de indruk van deze heilige bisschop en van de katholieke leer die hij verkondigt. In de Paasnacht van het jaar 387 wordt Augustinus door Ambrosius gedoopt.

Augustinus leidt een ascetisch leven van studie en gebed. In 395 wordt hij gekozen tot bisschop van Hippo. Vierendertig jaar lang is hij een inspirerende herder, die zijn volk onderwijst met stichtende preken en geschriften. "Met u ben ik christen, voor u ben ik bisschop", zegt hij in een preek over het bisschopsambt. Augustinus treedt krachtig op tegen de allerlei dwaalleren.

Van Augustinus zijn vele citaten bekend. Enkele daarvan zijn:

Goed zingen is dubbel bidden.

Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden?

Voor God is niets veraf of langdurig. Wil je, dat voor jou niets veraf of langdurig is, voeg je dan bij God, want daar zijn duizend jaar als de dag van heden.

Ons hart is rusteloos tot het rust vindt in U.

Het gebed is de ademhaling van de ziel.

Op een dag zit Augustinus vruchteloos peinzend over het geheim van de Triniteit aan het strand en dan ziet hij een kind dat de zee in een kuiltje wil scheppen. Als hij het kind op de onmogelijkheid daarvan wijst, dan antwoord het kind: "Evenmin kunt ge het geheim van de Drie-eenheid in uw menselijk brein vatten".

Zijn voornaamste werken zijn Confessiones (Belijdenissen), De civitate dei (Over de stad van God) en De Trinitate (Over de Drie-eenheid). Augustinus wordt beschouwd als de belangrijkste kerkvader van het Westen.

23 augustus 2020

Magnificat (Claudio Monteverdi)

Twaalfde zondag na Pinksteren

Epistel
2 Kor. 3, 4-9
Broeders, zulk een zelfvertrouwen hebben wij door Christus, steunend op God. Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn, om iets uit te denken, alsof het voortkwam van onszelf; integendeel, al onze bekwaamheid komt van God - van Hem, Die ons gemaakt heeft tot bekwame bedienaren van een nieuw verbond, dat niet bestaat in letter, maar in geest. De letter immers brengt de dood, maar de geest maakt levend. Welnu, indien de bediening, die leidde tot de dood en die met letters in stenen gegrift was, met zoveel luister was omgeven, dat de kinderen van Israël Mozes niet in het gezicht konden zien vanwege de glans van zijn gelaat - en deze was toch slechts van voorbijgaande aard - hoe zal dan niet veel meer de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn? Want als de bediening, die tot veroordeling voert, reeds zo heerlijk is, dan is toch zeker de bediening, die tot gerechtigheid leidt, veel overvloediger in heerlijkheid.

Evangelie
Lc. 10, 23-37
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet! Want Ik zeg u: vele profeten en koningen hebben er naar verlangd te zien, wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien - en te horen, wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord! En zie, er stond een wetgeleerde op, die Hem op de proef wilde stellen door te vragen: Meester, wat moet ik doen, om eeuwig leven te verwerven? En Hij sprak tot hem: Wat staat er geschreven in de Wet? Wat leest gij daar? En de ander gaf ten antwoord: "Gij zult de Heer, uw God, beminnen uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met al uw krachten en met geheel uw verstand - en uw naaste als uzelf." En Hij zei hem: Gij hebt goed geantwoord! Doe dat, en gij zult leven! De ander nu wilde zich rechtvaardigen, en stelde daarom aan Jezus de vraag: Maar wie is dan mijn naaste? En Jezus hernam en zei: Een zeker iemand reisde van Jeruzalem naar Jericho, en viel in handen van rovers; deze beroofden hem van alles, en brachten hem vele wonden toe; zo lieten zij hem halfdood liggen, en gingen heen. Toevallig kwam een priester langs dezelfde weg; hij zag hem, maar ging verder. Zo kwam er ook een leviet voorbij; hij zag hem, maar ging verder. Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam daar ook voorbij. En toen hij hem zag, kreeg hij medelijden; hij ging naar hem toe, en verbond zijn wonden, terwijl hij er olie en wijn op deed; dan zette hij hem op zijn lastdier, bracht hem naar een herberg, en droeg zorg voor hem. En de volgende dag nam hij twee tienlingen, gaf ze aan de waard, en zei: Zorg goed voor hem; en wanneer gij nog meer onkosten hebt, zal ik ze u vergoeden, als ik terugkom. Wie van deze drie is naar uw mening de naaste geweest van de man, die in handen van de rovers gevallen was? En hij antwoordde: Diegene, die hem barmhartigheid heeft bewezen. En Jezus zei hem: Ga dan heen, en doe gij ook zo!

Overweging
“Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?” Dit is de cruciale vraag die niet alleen ons leven hier, in deze wereld, bepaalt, maar ook onze eeuwige toekomst. Iedereen zou zich deze vraag moeten stellen, ten minste degenen die in een hiernamaals geloven. Wat moet ik doen om in de hemel te komen? De wetgeleerde geeft zelf het antwoord: Gij zult de Heer, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, uit geheel uw ziel en met geheel uw kracht en verstand, en uw naaste als uzelf. Het maakt niet uit dat deze wetgeleerde Christus op de proef wilde stellen; hij heeft het juiste antwoord gegeven en onze Heer heeft dat bevestigd.

Het antwoord is heel eenvoudig en wij kunnen het samenvatten in twee geboden: allereerst God beminnen, en dan onze naaste. Het Evangelie van vandaag wordt meestal geassocieerd met het tweede gebod: de naastenliefde. Dat is begrijpelijk, want het verhaal over de barmhartige Samaritaan gaat daar ook over, maar het gevaar bestaat dat wij dit tweede gebod als het belangrijkste beschouwen. Dat gevaar is in onze tijd misschien nog groter, omdat er veel over de mens wordt gesproken, en God is op een zijspoor gezet.
God beminnen, dat is het eerste en voornaamste gebod. De wetgeleerde uit het Evangelie had er geen moeite mee. Voor hem en voor de mensen van die tijd was dat duidelijk. God eren en Hem dienen was vanzelfsprekend. In onze tijd is dat minder duidelijk geworden. Velen van ons vergeten het eerste gebod en zijn alleen gericht op het tweede. Wij horen vaak dat het genoeg is als iemand van zijn naaste houdt; dan moet God al tevreden zijn met ons. Die naastenliefde is vaak onbepaald en komt meestal neer op een onbeperkte tolerantie; wij moeten alles en iedereen aanvaarden.

Onze eerste plicht is echter om God te beminnen. Dat is uitdrukkelijk door Christus bevestigd. Wij moeten God beminnen met onze volledige persoon: met hart en ziel, met verstand en met al onze krachten. Dat is een totale liefde die de gehele mens omvat. Dat is de absolute onderwerping van ons hart en onze wil. Dat is het innerlijke aspect. Deze onderwerping wordt zichtbaar door het vervullen van de goddelijke geboden in ons leven. Daar komt de naastenliefde in zicht, die voortvloeit uit onze liefde tot God.

God beminnen is niet alleen een beweging van ons hart; onze liefde moet zich ook uiten. Een van de eerste tekenen van onze liefde tot God is Hem te loven en te danken in ons dagelijkse gebed en in de eredienst van de Kerk. Daarnaast kunnen wij nog veel doen in ons eigen leven – wij moeten namelijk steeds meer en steeds inniger verbonden zijn met God door ons eigen gebedsleven –, maar ook binnen de Kerk. De gelovigen zouden zich steeds meer moeten realiseren dat de heilige Mis de hoogste vorm van eredienst is. Onze deelname daaraan is niet vrijblijvend. Wij zijn verplicht om onze Schepper te eren, Hem te loven en te danken, en wij zijn genoodzaakt om Zijn vergeving en Zijn genade af te smeken. In de heilige Mis gebeurt dat op de meest voortreffelijke wijze. Wie dat niet aanvaardt, kan niet zeggen dat hij God bemint. De naastenliefde kan nooit zuiver zijn zonder de ware liefde tot God. Zonder de liefde tot God heeft zij geen betekenis voor ons eeuwige leven. God beminnen is het allereerste gebod; alle andere geboden vloeien daar uit voort.

Alles wat wij doen moet voortkomen uit liefde tot God. Er is geen keuze tussen de liefde tot God en de naastenliefde; er bestaat geen conflict tussen die twee. Maar om de barmhartigheid te kunnen beoefenen, moeten wij eerst dicht bij de bron van alle barmhartigheid en liefde vertoeven. Het ware christelijke leven verbindt de twee hoofdgeboden met elkaar. Dan kunnen wij zien dat de werken van barmhartigheid zich niet alleen beperken tot de materiële gebreken. De naastenliefde mag nooit de geestelijke werken van barmhartigheid uitsluiten. De zondaars vermanen, de onwetenden onderrichten, goede raad geven of bidden voor levenden en doden, dat zijn geestelijke werken van barmhartigheid die de wereld niet wil erkennen omdat zij het eerste gebod niet erkent. Maar wie in de hemel wil komen, mag deze werken niet vergeten.

22 augustus 2020

Litanie tot het Onbevlekt Hart van de heilige maagd Maria

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Hart van Maria, onbevlekt van uw oorsprong af, bid voor de zondaars
Hart van Maria, vol van genade,
Hart van Maria, gezegend onder alle harten,
Hart van Maria, tempel van de Allerheiligste Drievuldigheid,
Hart van Maria, gelijkvormig aan het Hart van Jezus,
Hart van Maria, voorwerp van Jezus' welbehagen,
Hart van Maria, afgrond van ootmoedigheid,
Hart van Maria, zetel van barmhartigheid,
Hart van Maria, oceaan van goedheid,
Hart van Maria, oven brandend van liefde tot God,
Hart van Maria, wonder van zuiverheid en onschuld,
Hart van Maria, waarin het Bloed van Jezus Christus, de prijs van onze verlossing, gevormd is,
Hart van Maria, dat voor zondaars genade afsmeekt,
Hart van Maria, dat de woorden van Jezus trouw bewaarde en overwoog,
Hart van Maria, met een zwaard doorboord,
Hart van Maria, troost van de bedroefden,
Hart van Maria, toevlucht van de zondaars,
Hart van Maria, hoop en bescherming van wie u vereren,
Hart van Maria, bijstand van de stervenden,
Hart van Maria, zielsgeneugte van alle heiligen,
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.

V. Zachtmoedig en nederig Hart van Maria.
A. Maak ons hart gelijkvormig aan het Hart van uw Zoon.

Laat ons bidden. Barmhartige God, Gij hebt voor het heil van de zondaars aan het Onbevlekt Hart van Maria een grote gelijkvormigheid van liefde en barmhartigheid met het aanbiddelijk Hart van Uw goddelijke Zoon Jezus Christus gegeven; geef, smeken wij U, dat wij door de verdiensten van haar Onbevlekt Hart aan het goddelijk Hart van Jezus gelijkvormig mogen worden en dat op de voorspraak van het Onbevlekt Hart van Maria de zondaars de weg van de zonde mogen verlaten en de weg van Christus mogen bewandelen. Dit vragen wij U door dezelfde Christus onze Heer. Amen.

22 augustus: Onbevlekt Hart van Maria, feest

Maria zei tegen de kinderen van Fatima: "Jullie hebben de hel gezien waarheen de arme zondaars op weg zijn. Om hen te redden wil de Heer de verering van mijn Onbevlekt Hart ingang doen vinden in de wereld. Wanneer men dit doet, zeg ik jullie, zullen vele zielen gered worden en zal er vrede komen." En bij dezelfde verschijning op 13 juli 1917: "Offer je op voor de zondaars en zeg dikwijls, in het bijzonder wanneer je een offer brengt: O Jezus, uit liefde voor U en voor de bekering van de zondaars, als genoegdoening voor de beledigingen die het Onbevlekt Hart van Maria worden aangedaan."

25 jaar na de verschijningen van Fatima, in 1942, wijdde paus Pius XII de Kerk en de gehele mensheid toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Hij deed dat wegens de plaats die Maria inneemt in het verlossingswerk en met het oog op de nood van de tijd; hij verwachtte van de verering van dit Hart de vrede onder de volkeren, de vrijheid van de Kerk, de bekering van de zondaars en het opnieuw opbloeien van de christelijke deugden. (Decreet over het Feest van het Hart van Maria, 4 mei 1944).

Op 8 december 1854 kondigde paus Pius IX reeds het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria af. Enkele jaren later zou Maria dit in de verschijningen te Lourdes bevestigen.

Bij gelegenheid van het hoogfeest van Maria Boodschap heeft de heilige paus Johannes Paulus II in 1984 tijdens het bijzondere Heilige Jaar van de Verlossing (1983-1984) in navolging van paus Pius XII opnieuw een toewijding aan Maria uitgesproken.

We staan dus in een lange katholieke traditie als wij onszelf en onze naasten ook toewijden aan het Onbevlekt Hart van Maria, bijvoorbeeld met dit gebed:

Heilige Moeder van God, Koningin van hemel en aarde!
Uw Onbevlekt Hart was altijd gelijkvormig met de Wil van de hemelse Vader.
Wij verkiezen u opnieuw tot onze Moeder en Voorspreekster bij de troon van uw goddelijke Zoon.
Neem de onherroepelijke toewijding van ons hart aan,
dat nooit buiten gevaar is als wij er zelf over beschikken,
en dat nergens veiliger geborgen is dan in uw handen.
Verkrijg voor ons oprecht berouw over onze zonden
en alle genaden die wij nodig hebben
om eens het eeuwig leven te bezitten.
Maria, zegen dit huis, waar uw naam geëerd wordt.
Eer en roem aan de onbevlekte maagd Maria,
de gezegende onder de vrouwen,
de Moeder van onze Heer Jezus Christus,
de Koningin des Hemels!
Amen.

21 augustus 2020

Catechese over de Tridentijnse Mis

Op de zaterdagen 1, 8 en 22 augustus zal na de heilige Mis catechese worden gegeven over de oude Mis, ofwel de traditionele Latijnse Mis, ofwel de Tridentijnse Mis, ofwel de Mis in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus, zoals wij die dagelijks in onze kerk vieren.

Onder meer de opbouw van de Mis en de traditionele spiritualiteit zullen aan de orde komen.

De catechese vindt plaats in de grote zaal van de pastorie. Aanvang: circa 12.00 uur. Iedereen is van harte welkom. Er zijn geen kosten aan verbonden, behalve een vrijwillige bijdrage voor een kopje koffie of thee.

Videoverslag van de gezinsweek 2020

20 augustus 2020

20 augustus: Heilige Bernardus, abt en Kerkleraar

Bernardus van Clairvaux wordt in 1090 geboren in Fontaine-lès-Dijon (bij Dijon). Hij was een Franse abt en de belangrijkste promotor van de hervormende kloosterorde van de Cisterciënzers. Na de dood van zijn moeder in 1113 trad Bernardus toe tot de Cisterciënzer orde. Reeds drie jaar later kreeg hij opdracht om een dochterklooster te stichten, dat hij op 25 juni 1115 de naam Claire Vallée, 'Clairvaux' gaf.

Bernardus had een bijzondere devotie tot de heilige maagd Maria. Veel van zijn preken gaan over haar rol als voorspreekster. Hij wordt dan ook herdacht als groot marioloog, niet omdat hij uitvoerig schreef over Onze Lieve Vrouw, maar omdat hij haar essentiële rol in de Kerk begreep, en haar als het perfecte model presenteerde van het monastieke leven en van elke andere vorm van christelijk leven.

In het jaar 1128 speelde Bernardus een rol in het Concilie van Troyes, waarin hij de contouren van de Regels van de Tempeliers schetste, die al snel het ideaal van de christelijke adel werden.

Bij de dood van paus Honorius II op 14 februari 1130, brak er een schisma uit in de kerk. Koning Louis VI riep een nationaal concilie van de Franse bisschoppen bijeen in Étampes, waar Bernardus werd gekozen om te oordelen over de rivaliserende pausen. In 1139 woonde Bernardus het Tweede Concilie van Lateranen bij. Hij hekelde de leer van Pierre Abélard bij de paus, die vervolgens in 1141 het Concilie van Sens bijeenriep om deze zaak verder af te wikkelen. Bernardus zag een van zijn leerlingen, Bernard van Pisa, tot paus gekozen worden.

Na eerder geholpen te hebben het schisma binnen de Kerk te beëindigen, kreeg Bernardus nu de opdracht om de ketterij te bestrijden. In juni 1145 reisde hij naar het zuiden van Frankrijk en in zijn prediking bestreed hij de ketterij. Na de christelijke nederlaag bij het Beleg van Edessa droeg de paus hem op om in zijn predikingen op te roepen tot een Tweede Kruistocht.

De laatste jaren van het leven van Bernardus werden bezwaard door de mislukking van deze Tweede kruistocht, waarvoor hij de gehele verantwoordelijkheid kreeg toebedeeld. Bernardus overleed op 20 augustus 1153 op drieënzestig-jarige leeftijd in Clairvaux, na 40 jaar doorgebracht te hebben in het klooster.

Op 18 januari 1174 werd hij door paus Alexander III heilig verklaard. Hij was de eerste Cisterciënzer monnik die werd opgenomen in de heiligenkalender. Paus Pius VIII riep hem in 1830 uit tot Kerkleraar. Deze paus noemde Bernardus de 'honingzoete' vanwege zijn welsprekendheid.

De tekst van de hymne ‘Ave Maris Stella’ zou door Sint Bernardus zijn geschreven. In onderstaande video hoort u hiervan een uitvoering gezongen door de Daughters of Mary, een jonge Amerikaanse congregatie van zusters.



Latijn

Ave Maris stella,
Dei Mater alma,
Atque semper Virgo,
Felix caeli porta.

Sumens illud Ave
Gabrielis ore,
Funda nos in pace,
Mutans Hevae nomen.

Solve vincla reis,
Profer lumen caecis,
Mala nostra pelle,
Bona cuncta posce.

Monstra te esse matrem,
Sumat per te preces,
Qui pro nobis natus
Tulit esse tuus.

Virgo singularis,
Inter omnes mitis
Nos, culpis solutos,
Mites fac et castos.

Vitam praesta puram,
Iter para tutum,
Ut, videntes Iesum,
Semper collaetemur.

Sit laus Deo Patri,
Summo Christo decus,
Spiritui Sancto,
Tribus honor unus. Amen.
Nederlands

Wees gegroet, sterre der zee,
voedende Moeder Gods,
en altijd Maagd,
zalige poort des hemels.

Gij die dit AVE uit de mond
van Gabriel mocht vernemen,
grondvest ons in de vrede
door de naam van EVA om te keren.

Slaak de boeien van de zondaars,
schenk het licht aan de blinden,
verdrijf onze kwalen
en verwerf ons alle goeds.

Toon dat Gij moeder zijt;
moge Hij, Die voor ons geboren is
en Zich verwaardigd heeft uw Zoon te zijn,
door U onze gebeden aanvaarden.

Maagd zonder weerga,
boven allen zachtmoedig,
verlos ons van onze schuld
en maak ons zachtmoedig en kuis.

Geef ons een rein leven,
bereid ons een veilige weg,
opdat wij Jezus aanschouwend
ons eeuwig samen mogen verblijden.

Lof zij aan God de Vader,
roem aan Christus de Allerhoogste,
en aan de Heilige Geest;
aan alle Drie gelijke eer. Amen.

19 augustus 2020

19 augustus: Heilige Johannes Eudes, belijder

Jean Eudes wordt geboren op 14 november 1601 geboren in het Normandische plaatsje Ri bij Argentan (in het bisdom Bayeux). Als jong kind legde hij reeds een grote vroomheid aan de dag. Op vierentwintigjarige leeftijd ontving hij de priesterwijding bij de Oratorianen in Parijs.

Als parochiepriester waagt hij tot twee keer toe zijn leven door lijders aan de pest op te zoeken en te verplegen. Hij is een beroemd volksmissionaris. Als bekend wordt dat hij ergens zal preken, stromen de mensen met duizenden toe.

In 1639 wordt hij benoemd tot overste van de Oratorianen, maar in 1643 verlaat hij de congregatie en sticht met vijf anderen de Congregatie van de Priesters van Jezus en Maria (CJM, ook eudisten genoemd). Zij legt zich met name toe op de devotie tot het Heilig Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria en op een zorgvuldige priesteropleiding in de geest van de besluiten van Concilie van Trente (1570). Paus Clemens X geeft zijn officiële goedkering aan de statuten. Eudes blijft tot aan zijn dood algemeen overste.

Hij wordt beschouwd als een van de grootste religieuze vernieuwers van Frankrijk. In 1925 werd Johannes Eudes door paus Pius X heilig verklaard.

18 augustus 2020

18 augustus: Heilige Agapitus, martelaar

In het jaar 275 was Agapitus slechts 15 jaar oud toen hij door keizer Aurelianus werd gearresteerd, omdat hij christen was. Zonder schroom getuigde hij van zijn geloof in Christus. Daarom werd hij gegeseld en in een kerker geworpen, zonder voedsel, in de verwachting dat hij zijn christelijk geloof wel zou loslaten. Toen de prefect Antiochus hem na vijf dagen bezocht, trof hij hem nog vastberader aan dan tevoren. Hij werd gefolterd met gloeiende kolen op zijn hoofd. De jonge Agapitus onderging zijn marteling uiterst moedig en prees God met de woorden: “Een hoofd dat voor eeuwig een kroon zal dragen in de hemel, mag niet aarzelen als het onder lijden en pijn gebukt gaat op aarde. Verbranding en verwondingen maken mijn hoofd waardiger om de kroon te dragen in eeuwige glorie.”

In woede ontstoken liet Antiochus Agapitus geselen totdat zijn lichaam tot een grote wond was verworden, daarna werd hij aan zijn voeten boven een vuur gehangen met de bedoeling dat hij zou stikken. Dat lukte echter niet. Na een lange stilte sprak Agapitus opnieuw tot Antiochus: “Antiochus, de mensen zullen zeggen dat uw vernuft, uw verstand, in rook opgaat.” Opnieuw werd hij gegeseld, waarna kokend water in zijn wonden werd gegoten. Vervolgens werden alle tanden uit zijn mond geslagen en zijn kaken gebroken.

God strafte de tiran vanwege zijn wreedheden; hij viel van zijn zetel en brak zijn nek. Toen keizer Aurelianus dit hoorde, liet hij Agapitus voor de wilde leeuwen werpen. Maar deze weigerden hem aan te raken. Daarop besloot de keizer hem te laten onthoofden.

Agapitus is patroon van de stad Palestrina. Hij is beschermheilige van zieke kinderen en zwangere vrouwen; zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen buikpijn en kolieken. Hij wordt afgebeeld opgehangen boven een brandstapel met het hoofd naar beneden, met een of meerdere leeuwen, met gloeiende kolen of met een kroon.

17 augustus 2020

17 augustus: Heilige Hyacinthus, belijder

Hyacinthus werd in 1185 in Karmin (Silezië) geboren in een adellijke familie met de naam Osdrawaz. Zijn broer was de zalige Ceslas van Polen.

Hyacinthus werd opgeleid in Krakau, Praag, Parijs en Bologna. Hij was doctor in de rechten en in de theologie. In Rome werkte hij samen met zijn oom, bisschop Ivo Konski van Krakau. Daar was hij getuige van een wonder dat de heilige Dominicus deed. Vervolgens werd hij een van de eerste predikheren.

Hij bracht de dominicanenorde naar Polen en evangeliseerde in Polen, Pommeren, Litouwen, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Schotland, Rusland, Turkije en Griekenland. Bij een aanval op een klooster wist Hyacinthus een crucifix en een Mariabeeld te redden, hoewel dit beeld zo zwaar was dat hij het normaal gesproken nooit had kunnen tillen. Hyacinthus wordt in de kunst gewoonlijk met beide beelden afgebeeld, maar ook wel met monstrans en Mariabeeld.

Hyacinthus stierf in Krakau op 15 augustus 1257. Hij werd op 17 april 1594 heiligverklaard door paus Clemens VIII. Hij wordt de apostel van Polen genoemd en is de patroonheilige van Polen.

16 augustus 2020

Ave Maris Stella (Edvard Grieg)

Elfde zondag na Pinksteren

Epistel
1 Kor. 15, 1-10
Broeders, ik breng u het Evangelie in herinnering, dat ik u gepredikt heb, en dat gij hebt aangenomen, waarin gij ook vaststaat en waarin gij redding zult vinden, indien gij het tenminste zo vasthoudt, als ik het u gepredikt heb; of het zou moeten zijn, dat gij het geloof voor niets hebt aanvaard. Want vóór alles heb ik u overgeleverd, wat ook mij is meegedeeld, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften; en dat Hij begraven is en verrezen is op de derde dag overeenkomstig de Schriften; en dat Hij verschenen is aan Kephas en daarna aan de elf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie er velen thans nog in leven zijn, sommigen echter reeds zijn ontslapen. Daarna is Hij verschenen aan Jacobus, en toen aan al de apostelen. En het laatst van allen is Hij verschenen aan mij, die als het ware de misgeboorte ben. Want ik ben de geringste onder de apostelen, die niet waardig ben een apostel genoemd te worden, omdat ik de Kerk van God heb vervolgd. Maar wat ik nu ben, ben ik door de genade Gods; en de genade, die Hij mij geschonken heeft is niet zonder vrucht gebleven.

Evangelie
Mc. 7, 31-37
In die tijd vertrok Jezus uit de streek van Tyrus, en begaf Zich over Sidon naar de zee van Galilea, midden in het gebied van de Tien-steden. En men bracht iemand bij Hem, die doof was en stom; en zij verzochten Hem deze de hand op te leggen. Hij nam hem dan uit de menigte ter zijde, stak hem de vingers in de oren, en raakte met speeksel zijn tong aan; vervolgens sloeg Hij Zijn ogen ten hemel, slaakte een zucht, en sprak tot hem: Effeta, dat wil zeggen: ga open. En aanstonds gingen zijn oren open, en zijn tong werd van haar banden bevrijd, en hij sprak gewoon. En Hij gebood hun, het aan niemand te zeggen. Maar met hoe meer nadruk Hij hun dat gebood, des te luider verkondigden zij het, en des te groter werd hun bewondering; en zij zeiden: Alles heeft Hij wél gedaan; doven heeft Hij doen horen, en stommen heeft Hij doen spreken.

Overweging
Als inleiding op een zeer ernstig betoog over onze toekomstige verrijzenis vertelt de heilige Paulus in het epistel van vandaag over de verschillende verschijningen van de verrezen Christus. De waarde van het Evangelie en de waarde van ons heilig geloof zijn onaantastbaar. Wij hebben beide tot ons geluk door Gods goedheid mogen ontvangen. Wij geloven in de waarheid van het Evangelie. Het is de leidraad voor ons leven. Wij zullen daardoor worden gered als wij vasthouden aan Zijn waarheid.

Het middelpunt van het Evangelie is Jezus Christus, Hij Die voor ons gestorven en begraven is, en op de derde dag verrezen. Dat is het begin van ons heil: Hij is gekomen, Hij heeft geleden en Hij is gestorven. Hij is begraven en verrezen, zoals over Hem voorspeld was.

Met Zijn verrijzenis bevestigde Hij – meer dan met welk wonder ook dat Hij tevoren gedaan had – de waarheid van Zijn goddelijke zending. Zijn evangelie is dus waarheid, het is goddelijke waarheid. Jezus van Nazareth verkondigt de weg van het heil en er is geen andere weg. Alle andere wegen en zijpaden lopen dood. Er is alleen de ene weg van Christus. Hij is verrezen en Hij bevestigt daarmee alles wat Hij heeft gezegd en heeft gedaan. De verrijzenis is het goddelijke zegel op de woorden van Christus. Bij Paulus kunnen wij lezen aan wie Hij is verschenen. Eens is Hij zelfs verschenen aan meer dan vijfhonderd tegelijk, van wie de meesten nog leefden toen Paulus zijn getuigenis opschreef.

Christus is ook verschenen aan Paulus. Paulus zegt over zichzelf dat hij niet waardig is om apostel te worden genoemd, omdat hij Gods Kerk vervolgd heeft, een godslasteraar en een geweldenaar was, maar hij vond ontferming. Dat is onze grote troost. God laat allerlei zonden toe, opdat wij tot oprechte nederigheid en bekering komen en tot het inzicht dat wij uit onszelf niets vermogen. Christus is voor ons gestorven, Hij is verrezen en verschenen. Het valt niet te loochenen. Wie vasthoudt aan een zondig leven zonder de wil tot ommekeer, die loochent Christus. Deze zondaar zal Christus nooit in de hemelse glorie en zaligheid ontmoeten.

Het ware geloof, de overgave aan de Waarheid komt alleen door Gods goedheid. Het geloof is Zijn gave. Maar wij zouden bereid moeten zijn om deze gave in ontvangst te nemen, net zoals de heilige Paulus dat deed. Daarover schrijft hij ook als hij zegt: “Wie uit God is geboren, bedrijft geen zonde, want Zijn zaad, dat is Gods genade, is in hem”.

Paulus voltooit zijn gedachten met de woorden: “Christus is in de wereld gekomen om de zondaars te redden. Wie bereid is om zich te bekeren zal de ontferming van God ervaren.” Deze waarheid geldt zowel voor de heilige Paulus als voor onze tijd, en het is de hoogste tijd dat de wereld en de mensen van vandaag opnieuw deze goddelijke liefde en ontferming ernstig nemen. Als wij dat niet doen, dan is dat een belediging van Zijn goddelijke Majesteit die roept om gerechtigheid.

15 augustus 2020

Assumpta est Maria (William Byrd)

15 augustus: Maria Tenhemelopneming, hoogfeest (zondagsverplichting)

Epistel
Judit 13, 22-25; 15, 10
De Heer heeft u gezegend met Zijn kracht; want door u heeft Hij onze vijanden vernietigd. Gezegend zijt gij, dochter, door de Heer, de allerhoogste God, meer dan de andere vrouwen op aarde. Gezegend zij de Heer, de Schepper van hemel en aarde, Die u heeft gezonden, om de vorst van onze vijanden de kop te verwonden; heden heeft Hij uw naam zo hoog verheven, dat uw lof nooit zal wijken uit de mond van de mensen, die de macht van de Heer voor immer blijven gedenken. Om hunnentwil hebt gij uw leven niet gespaard, vanwege de nood en de ellende van uw volk. Maar gij hebt redding gebracht in hun ongeluk voor het aangezicht van onze God. Gij zijt de glorie van Jeruzalem - de vreugde van Israël - het pronkjuweel van ons volk.

Evangelie
Lc. 1, 41-50
In die tijd werd Elisabet vervuld van de Heilige Geest en zij riep met luide stem en zei: Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot. En waarom valt mij dit te beurt, dat de Moeder van de Heer tot mij komt? Want werkelijk, zodra uw begroeting mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot. En zalig zijt gij, dat gij geloofd hebt, want hetgeen u door de Heer is aangekondigd, zal in vervulling gaan. Toen sprak Maria: Mijn ziel verheft de Heer en mijn geest is verblijd in God, mijn heil. Want Hij heeft genadig neergezien op Zijn geringe dienstmaagd; zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen. Want groots is het wat de Almachtige met mij deed, Hij Wiens Naam heilig is, Wiens barmhartigheid duurt van geslacht tot geslacht, voor degenen die Hem vrezen.

Overweging
Vandaag viert de Kerk een heel groot feest, namelijk de tenhemelopneming van Maria. De Kerk gelooft en leert dat het lichaam van Maria na haar dood het bederf niet heeft gezien, maar dat zij na haar ontslapen direct in de hemel is opgenomen. Maria werd met ziel en lichaam in de hemel opgenomen. Dat is het bijzondere van Maria’s verheerlijking: dat haar lichaam, evenals dat van Jezus, aanstonds deelde in de glorie van de ziel. Er zijn andere heiligen van wie wij mogen aannemen dat zij onmiddellijk na hun sterven tot de aanschouwing Gods werden toegelaten, maar zij allen hebben het bederf van het graf gekend. Het zuivere lichaam van de Maagd, uit wie Christus is geboren, was niet aangetast door de gevolgen van de erfzonde. Wel was het sterfelijk, maar door Gods wonder niet bederfelijk.

Vandaag, bij haar opneming ten hemel, wordt haar heilig lichaam, die tempel van de Heilige Geest, de schoot die het Woord ontving, verheerlijkt, met goddelijk licht omstraald, en ten hemel gevoerd. Assumpta est Maria in coelum: gaudent angeli! – Maria is met ziel en lichaam door God in de hemel opgenomen: en de Engelen juichen! Zo zingt de Kerk in een van de antifonen op dit feest.

Onze verlossing is niet volkomen voordat het lichaam deelt in de glorie. Zolang wij op aarde zijn, is ons lichaam aan het lijden onderworpen, aan vergankelijkheid en tijdelijke dood met het bederf van het graf. Het feest van de tenhemelopneming van onze Lieve Vrouw moet in onze harten een blijde hoop storten. Wij zijn nog pelgrims, maar onze Moeder is ons voorgegaan en toont ons reeds het einde van de weg. Zij zegt ons opnieuw dat het mogelijk is er te komen, en dat wij er komen als we trouw zijn. En wat staat ons op het einde van onze pelgrimstocht te wachten? De hemelse vreugde van de aanschouwing Gods.

Voor Maria betekende de aanschouwing Gods de aanschouwing van haar Zoon, haar Jezus, zoals Hij werkelijk was en is. Wat een ongekende vreugde voor het moederhart! Zij kende Hem eerst in de intimiteit van haar moederschap, daarna in de smarten van Zijn verlossing, toen in de omhelzing van de Verrezene, en nu in Zijn hemelse glorie. Maria wordt voor ons in haar glorievolle verheerlijking een teken van God. Telkens opnieuw richt zij onze gedachten op de uiteindelijke bestemming van ons leven hier op aarde: eeuwig met God te zijn, tot Zijn glorie en ons geluk.

Maria is als eerste geheel opgenomen in de orde van de verheerlijking, volmaakt gelukkig naar heel haar wezen. Deze dag moet voor ons, die nog in de wereld verblijven, een dag van vreugde zijn, met haar en om haar. Het feest van de Moeder is het feest van de kinderen. Laten wij vandaag de ellende van deze tijd opzij zetten en verwijlen in het hemelse dat voor ons het enig noodzakelijke is. Ons heil is in de hemel vanwaar wij onze Verlosser verwachten, Die ons vergankelijk lichaam zal omvormen en gelijkmaken aan Zijn verheerlijkt lichaam. Ons heil is in de hemel waar onze Moeder ons is voorgegaan.

14 augustus 2020

14 augustus: Vigilie van Maria Tenhemelopneming

Morgen, op 15 augustus, viert de Kerk het hoogfeest van de tenhemelopneming van de Moeder Gods. Dit feest werd eind zesde eeuw door keizer Mauritius in Byzantium ingevoerd. In de zevende eeuw nam Rome, onder paus Sergius I, dit feest uit het Oosten over.

Paus Pius XII kondigde op 1 november 1950 (Allerheiligen) het dogma van de tenhemelopneming van Maria af. Dit dogma houdt de gelovigen voor dat "de Moedermaagd, na het beëindigen van haar aardse leven, met lichaam en geest is opgenomen in de hemelse glorie, om er in alle schittering te stralen als Koningin aan de rechterhand van haar Zoon, de onsterfelijke Koning van alle tijden."

De naam van het feest verwijst allereerst naar de bijzonder hechte band tussen Jezus en Zijn moeder. Die is zo hecht dat deze niet door de dood doorbroken kan worden. Maria’s lichaam wordt in plaats van te ontbinden "opgenomen bij Christus in het paradijs". Dit is niet zo zeer een uniek voorrecht voor Jezus’ moeder, maar wel een zo goed als noodzakelijk gevolg van haar intieme verbondenheid met Christus: wat aan het Godsvolk als geheel beloofd is - volheid van geluk, overwinning op de dood en het delen in de heerlijkheid van de Heer - is al vervuld in de vrouw van Gods welbehagen, gezegend boven alle vrouwen, uit wier schoot Gods Zoon een lichaam aannam tot verlossing van de mensheid.

Op die dag is de Maagd, de Moeder van God, ten hemel opgenomen.
Zij is het begin, het beeld van de Kerk der voleinding.
Zij houdt de hoop in ons levend en is een troost voor Gods volk onderweg.
Terecht heeft God haar het bederf van de dood niet laten zien, omdat zij op wonderbare wijze de Moeder is geworden van Zijn Zoon, de Gever van alle leven.

Bij uw baren hebt gij uw maagdelijkheid behouden, bij uw tenhemelopneming hebt gij de wereld niet verlaten, Moeder van God: gij zijt teruggekeerd naar de bron des levens, gij die de levende God ontving en die door uw gebeden onze zielen van de dood zult bevrijden.

Heilige Maximiliaan Kolbe, priester en martelaar

De Poolse franciscaner pater Maximiliaan Kolbe stichtte in 1927 bij Warschau 'Mariastad' of 'Niepokalanow'. Hij begint daar een drukkerij en een radiozender. Er komt een spoorbaan en zelfs een brandweercorps. En er wordt begonnen met de aanleg van een vliegveld.

Het klooster geeft vier tijdschriften uit; de totale oplage is meer dan een miljoen. Het dagblad dat het klooster uitgeeft, heeft een oplage van meer dan 150.000 exemplaren. Op het hoogtepunt wonen er 762 broeders die de armoede van Sint-Franciscus naleven.

Op 1 september 1939 vallen de Duitsers Polen binnen. Mariastad is een doorn in het oog van de bezetter. In de bladen wordt veel kritiek geleverd en in 1939 wordt pater Maximiliaan, met vier medebroeders, opgepakt. Ze laten hem op 8 december (Onbevlekte Ontvangenis) weer vrij.
Pater Maximiliaan stuurt zijn broeders naar huis, het klooster biedt onderdak aan Polen en joden. In februari 1941 wordt hij weer gearresteerd en naar Auschwitz gebracht.

De Duitsers proberen zijn leven tot een hel te maken. Hij moet zware lichamelijke arbeid verrichten. Wanneer hij uitgeput neervalt, slaat de commandant hem met een stok bijna dood en laat hem in het bos achter. Terug in het kamp blijft pater Maximiliaan aan iedereen de liefde voorhouden, alleen de liefde bouwt op. Hoewel het verboden is, hoort hij van gevangenen de biecht.

Als op een dag een man wordt vermist, dan wijst de kampbeul tien mannen aan. Een van hen smeekt om genade, hij is vader van vier kinderen. Dan stapt pater Maximiliaan op de leider af en zegt: "Ik ben priester, ik wil zijn plaats innemen." En tot ieders verbazing schreeuwt de kampbeul: "Raus!" en stuurt hij de vader terug de rijen in.

De hongerbunker ligt onder de grond en is door een hoge muur van het kamp afgescheiden. Wie daar ingaat, wordt niet meer levend teruggezien. In het kamp spraken de kampcommandanten over de pater. Ze hadden zoiets nog nooit meegemaakt. Iemand die zijn leven offert voor zijn naaste. Uit de bunker klinkt gezang en gebed, maar met de dag wordt het geluid zwakker. Altijd zagen de bewakers de pater op de knieën, of staan tussen de stervende mannen. Na bijna drie weken zijn de Duitsers het zat. De laatste vier levenden worden doodgespoten.

De euthanasiearts ziet hoe de lippen van pater Maximiliaan biddend sterven. De mannen liggen dood op de grond, hun gezichten zijn getekend door het lijden. Rechtop tegen de muur zit het dode lichaam van pater Maximiliaan, zijn gezicht is een en al vrede.

Op 10 oktober 1982 verklaart paus Johannes Paulus II zijn landgenoot heilig. De gedachtenis van Maximiliaan Kolbe wordt gevierd op 14 augustus (Novus Ordo).

13 augustus 2020

Het ultieme doel van Satan

Er zijn vele gelovigen die regelmatig dezelfde zonde(n) komen biechten, soms zelfs gedurende tientallen jaren elke maand, wekelijks of nog vaker. Dan vragen we onszelf af: Wil God ons die zonde nog wel vergeven? Of: Heb ik er oprecht berouw over als ik toch telkens dezelfde zonde blijf begaan?

Wees dan alert en blijf de strijd tegen deze zonde voeren! Toon telkens weer uw berouw tegenover de Heer, hoe vaak u ook struikelt. Satan gebruikt deze terugkerende zonde (of verslaving) om ons te ontmoedigen, om ons te brengen tot de zonde van wanhoop. Zijn uiteindelijke doel is dat we God afwijzen en een volledig zondig leven gaan leiden. Dát is het doel dat de duivel bij ieder van ons probeert te bereiken.

12 augustus 2020

12 augustus: Heilige Clara, maagd

Clara werd geboren rond het jaar 1195 in een adelijke familie in Assisi, Italië. Ze was een jaar of achttien op het moment dat Franciscus met zijn beweging begon. Onder zijn invloed gaf ze haar maatschappelijke positie op, brak met haar familie en trad, net als Franciscus, in het klooster. Zij legde zich toe op de navolging van Christus in radicale armoede.

Spoedig voegden zich andere vrouwen bij haar, onder wie haar zus Agnes die zij had helpen ontsnappen uit het ouderlijk huis. Zij stichtte de orde der clarissen. Veertig jaar lang stond zij aan het hoofd van het klooster van San Damiano, even buiten Assisi. Intussen groeide er tussen Franciscus en Clara een hechte en diepe geestelijke vriendschap. Als hij niet zeker was van een bepaalde beslissing of niet wist hoe te handelen, liet hij zuster Clara om raad vragen, ook in zaken van gebed, boete, geestelijke leiding en apostolaat.

Franciscus stierf in 1226. Clara en haar medezusters gingen voort in zijn geest van gebed en armoede. Zo wist zij rond 1240 door het innige gebed dat ze deed geknield voor een monstrans met de heilige Hostie erin, een dreigende inval van de Saracenen in Assisi te verhinderen. Vanaf dat moment wordt zij beschouwd als de redster van Assisi en van San Damiano.

Tot haar dood op 11 augustus 1253 verbleef Clara in San Damiano en leefde er volgens de kloosterregel die zij zelf, als eerste vrouw in de geschiedenis, had geschreven. Deze regel werd pas op haar sterfbed door paus Innocentius IV goedgekeurd.

Twee jaar na haar dood werd zij door paus Alexander IV heilig verklaard. Haar lichaam is nog altijd te zien in een glazen schrijn in haar basiliek te Assisi.

Zij is medepatrones van Assisi. Zij wordt afgebeeld als claris (met bruin- of zwartwollen habijt, dat om het middel enigszins is opgebonden), met de staf van de abdis, met een kruis, een lelie (symbool van maagdelijkheid), regelboek, en zeer vaak met een monstrans en soms met een brandende lamp (verwijzing naar haar naam en naar Jezus' verhaal over de wijze maagden).

Zij is patrones van de wasvrouwen, naaisters en borduursters, en van de vergulders. Zij wordt ook aangeroepen tegen oogkwalen en koorts (zelf had zij daar 27 jaar last van). In 1958 werd zij door paus Pius XII uitgeroepen tot patrones van de televisie: in het jaar voor haar dood was zij al zo verzwakt dat zij zelfs met Kerstmis haar cel niet kon verlaten om in Assisi de Nachtmis bij te wonen. Zij zou toen vanaf haar ziekbed in haar cel voor haar ogen de Kerstplechtigheden in de kerk van Assisi hebben zien gebeuren. Mede op grond van deze legende wordt haar voorspraak ingeroepen tegen oogkwalen; daar wordt ook de betekenis van haar naam (klaar, helder) mee in verband gebracht.

In 1946 dichtte Gabriël Smit een rijmpje over de heilige Clara:

Sint Clara, gij hebt dag en nacht
uw liefde blij en fier getoond
aan Hem, Die door Zijn wondermacht
in simpel brood nu bij ons woont.
Geef dat mijn hart Hem steeds herkent
in Zijn hoogheilig Sacrament.

10 augustus 2020

10 augustus: Heilige Laurentius, diaken en martelaar, feest

Laurentius is in Spanje geboren en reeds op jonge leeftijd in Italië terechtgekomen. Hij was de aartsdiaken van paus Sixtus II. Ten tijde van de vervolging door keizer Valerianus werden Laurentius en de andere diakens met de Heilige Vader gevangen genomen. Terwijl de anderen standrechtelijk om het leven werden gebracht, nam men Laurentius mee voor verhoring en foltering. Laurentius zag in paus Sixtus II niet alleen zijn meerdere maar tevens zijn vaderlijke vriend en vooral een voorbeeld.

Veel is van Laurentius niet bekend. Het meeste weten wij uit legendes. Zijn graf bevindt zich bij de Via Tiburtina op de Ager Veranus, waar Constantijn de Grote een basiliek oprichtte. Reeds in de vierde eeuw was zijn verering in de gehele Kerk verbreid. Laurentius is de derde patroon van de stad Rome. Hij wordt vereerd als patroon van de armen en van de bibliothecarissen, omdat hem als diaken de zorg voor de boeken was opgedragen. San Lorenzo is de basiliek in Rome die aan hem toegewijd is (Laurentius-buiten-de-muren). Daar ligt hij, samen met diaken Stefanus begraven.

Tijdens de terechtstelling van paus Sixtus II liep Laurentius wenend met hem mee en riep: "Waar gaat u heen, zonder uw zoon, vader?" De Paus troostte zijn aartsdiaken en voorspelde hem zijn eigen terechtstelling als martelaar. Hij gaf Laurentius nog de opdracht om zorg te dragen voor de schatten van de Kerk.
Keizer Valerius maakte na de moord op de Paus aanspraak op deze kerkelijke schatten en beval Laurentius de schatten naar hem te brengen. Hij kreeg daarvoor drie dagen de tijd.

Tot zijn grote ontsteltenis stond Laurentius daar drie dagen later zonder goud of zilver, maar met de minder-bedeelden uit de stad: armen, zieken, kreupelen, lammen, weduwen en wezen, en verminkten. “Hier heeft u de schatten van de Kerk”, zei Laurentius tegen de keizer.
De keizer onstak in toorn en liet Laurentius vastnemen en ter dood veroordelen. Men sloeg hem met loden kogels en legde hem tussen een rooster op het vuur. Zijn sterfdag is 10 augustus 258.

Paus Leo I de Grote heeft over Laurentius eens gezegd: "Het vuur dat in hem brandde, heeft hem geholpen het vuur van het martelaarschap te doorstaan".

De heilige Laurentius is patroon van diakens, bibliothecarissen, glasblazers, glazeniers, brandweer, koks, archivarissen, scholieren, studenten, administrateurs, bierbrouwers, banketbakkers en wasvrouwen. Verder is hij patroon tegen huidziekten, oogkwalen, spit, ischias, vuurrampen, het vagevuurleed en de pest; en patroon voor de zielen in het vagevuur en een goede wijnoogst.

9 augustus 2020

Preek over de heilige Pastoor van Ars (in het Engels)

Tiende zondag na Pinksteren

De farizeeër en de tollenaar.

Epistel
1 Kor. 12, 2-11
Broeders, gij weet het: toen gij nog heidenen waart, hebt gij u blindelings laten leiden naar de stomme afgoden. Daarom vestig ik er uw aandacht op, dat niemand, die spreekt door de Geest van God, zegt: Jezus zij vervloekt; evenzo kan niemand zeggen: Jezus is de Heer, tenzij door de Heilige Geest. Wel is er verschil van genadegaven, maar het is dezelfde Geest; en er is verschil van bediening, maar het is dezelfde Heer, en er bestaat verschil van werking, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt. Aan een ieder wordt de zichtbare werking van de Geest gegeven, om er nut mee te stichten. Aan de een wordt door de Geest gegeven een woord van wijsheid; aan de ander een woord van kennis krachtens dezelfde Geest; aan een derde, in dezelfde Geest, geloof; aan een ander een gave van genezingen, in de éne Geest; aan een ander het werken van wonderen, aan een ander profetengave, aan een ander de onderscheiding der geesten; aan een ander het spreken van verschillende talen, aan een ander de vertolking van die talen. Maar dat alles bewerkt de éne en dezelfde Geest, Die aan een ieder toedeelt, zoals Hij wil.

Evangelie
Lc. 18, 9-14
In die tijd hield Jezus de volgende gelijkenis voor aan sommigen, die voor zichzelf de overtuiging hadden, dat zij rechtvaardig waren en daarom op de anderen met minachting neerzagen: Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de één was een farizeeër, de ander een tollenaar. De farizeeër stond daar, en bad bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet ben zoals de overige mensen: dieven, onrechtvaardigen, echtbrekers, of zoals die tollenaar ginds; ik vast tweemaal in de week, ik geef tienden van alles, wat ik in bezit krijg. Maar de tollenaar bleef op een afstand staan en durfde zelfs zijn ogen niet ten hemel opheffen; doch hij klopte op zijn borst en zei: O God, wees mij, zondaar, genadig! Ik verzeker u: deze laatste ging gerechtvaardigd naar huis, in tegenstelling met de ander; want al wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert, zal verheven worden.

Overweging
In de gelijkenis van deze zondag over de farizeeër en de tollenaar wordt ons door Jezus weer eens duidelijk het belang van ware nederigheid voorgehouden. Twee mensen gingen bidden, een farizeeër en een tollenaar. De farizeeër bad: “God, ik dank u dat ik niet ben zoals de anderen, rovers en onrechtvaardigen, of zoals die tollenaar.” Daarna vertelt de farizeeër aan God al het goede dat hij doet. De tollenaar bidt in zijn gebed tot God: “O God, wees mij, zondaar, genadig.”

Hier wordt door Jezus Zelf de grondslag van alle ware nederigheid aangegeven. Het is de erkenning van onze diepe ellende, armoede en zondigheid, van onze geringheid tegenover de oneindige volmaaktheid van God. Wij kunnen alleen voor Hem treden in een geest van diepe erkentenis van ons eigen onvolkomenheid. Alles wat wij verder over de nederigheid kunnen zeggen, steunt daar op en wordt daar van afgeleid. De heilige Bernardus zou de nederigheid bepalen als ‘de geringe dunk die iemand heeft van zichzelf’. En terecht is dit een kenmerk van wezenlijke en ware nederigheid.

Wij kunnen zeggen dat nederigheid altijd een gering en bescheiden denken over zichzelf betekent. Het is ook onszelf willen zien zoals wij werkelijk zijn, inclusief alle gebreken en fouten. Zichzelf zo te zien is de eerste stap op de weg naar volmaaktheid die God in degene bewerkt die zichzelf kent en daarom bereid is om met Zijn genade mee te werken. Het fundament van de ware nederigheid is daarom de juiste houding die men aanneemt tegenover God. De farizeeër meent God een dienst te bewijzen met het opzeggen van al zijn eigen goede werken. Hij verheft zich daardoor op een hoogmoedige wijze boven anderen en dankt God er zelfs voor dat hij niet is zoals de anderen. Hij acht zichzelf beter dan zijn omgeving. Door de gelijkenis van vandaag keurt Christus zijn gedrag en zijn gebed volkomen af. De farizeeër weet geen houding van liefdevolheid aan te nemen tegenover de mensen, omdat hij geen houding van bescheidenheid weet aan te nemen tegenover God.

De tollenaar is zich bewust van zijn zonden. Hij is verlegen, hij voelt zich als geslagen. Hij durft zelfs niet op te zien en stamelt alleen: “God, wees mij, zondaar, genadig”. Alles van de ‘übermensch’ is hier weg. Alleen berouw, deemoed en besef van eigen zondigheid blijven in hem over.

En dan volgt het onomwonden oordeel van de Meester: “Ik zeg u, deze ging gerechtvaardigd naar huis, in tegenstelling tot de ander.” De tollenaar wordt geprezen. Hij had besef van zijn zondigheid. Hij trachtte niet zijn eigen ellende op allerlei wijzen te camoufleren. Hij was een zondaar, maar door dat met berouw te erkennen werd hij een rechtwaardige. Zelfs zonder zonden blijft de mens op onmetelijke afstand van God verwijderd, en heeft hij daarom allerlei redenen om nederig over zichzelf te denken. De farizeeër beging de fout van eigen blindheid.

Laten wij het volgende woord van de heilige Augustinus ter harte nemen: “God, laat mij toch kennen wie Gij zijt en laat mij erkennen wie ik ben”. In deze woorden ligt de sleutel van nederigheid en dankbare Godbejegening.

8 augustus 2020

8 augustus: Heilige Johannes Maria Vianney (Pastoor van Ars), belijder, patroon van de priesters

Geen plek in het donkere, vochtige kerkje is onbezet. Boven de holle stilte klinkt de stem van een nauwelijks hoorbare priester. Het gehucht Ars nabij de Franse stad Lyon telt zelf tweehonderd gelovigen, maar vanuit heel Frankrijk en zelfs daarbuiten komen mensen om deze pastoor te kunnen horen en, als het kan, bij hem te biechten.

Talrijke priesters uit het bisdom zijn jaloers op hun ambtsbroeder die niet eens gewijd had mogen worden. De examinatoren hadden even de andere kant opgekeken, want de seminarist was voorbeeldig in zijn leven, maar leren kon hij niet.
Na zijn wijding mag de boerenzoon dan ook niet biechthoren. Uiteindelijk stopt de bisschop hem weg in een gehucht met een parochiekerkje waar Jean-Marie Vianney blij mag zijn op zondag een gelovige aan te treffen.

Wat hadden de dorpelingen gelachen om hun nieuwe pastoor, die er uitziet als een wandelend lijk, niet uit zijn woorden kan komen en huilt tijdens zijn preken. Toch worden ze nieuwsgierig, want er wordt gefluisterd dat hij een heilige is. Alles wat de parochie bezit, geeft hij weg, van wat hij eet kan een normaal mens niet leven en hij slaat zich tot bloedens toe.

Terwijl het in de meeste Franse kerken wachten is op wie het licht uit zal doen, stromen de gelovigen naar Ars. De pastoor, die meisjes in het door hem gestichte weeshuisje ‘La Providence’ dagelijks catechese geeft, verlegt deze naar de kerk, waar steeds meer gelovigen komen luisteren naar de beeldrijke verhalen.

Mocht hij aanvankelijk niet biechthoren, nu zijn er koude winteravonden waarop hij ‘maar’ elf uur in de biechtstoel zit. ’s Zomers loopt dit op tot achttien uur. In 1855 bezoeken meer dan twintigduizend gelovigen de parochie.
Terwijl de duivel beproeft en treitert, geeft God de gave van de profetie. Eens zit in het overvolle kerkje nabij het gangpad een vrouw. Ze huilt. Ze heeft zojuist haar man verloren, hij pleegde zelfmoord. De vrouw was van ver gekomen, maar ziet geen kans bij de heilige priester te komen. Bij het verlaten van de kerk houdt pastoor Vianney bij haar stil en fluistert: “Wees gerust, mevrouw. Tussen de brug en het water was er genoeg tijd voor berouw”, en loopt door. De weduwe kan haar tranen niet bedwingen, maar nu van vreugde.

Jean-Marie Vianney sterft op 4 augustus 1859. Paus Pius XI verklaart hem in 1925 heilig, nadat eerder paus Pius X de pastoor van Ars had uitgeroepen tot patroon van de parochiepriesters. In 2009 roept paus Benedictus XVI bij de aanvang van het Jaar van de Priester de Pastoor van Ars uit tot patroon van álle priesters.

6 augustus 2020

6 augustus: Gedaanteverandering van onze Heer Jezus Christus, feest

Veertig dagen vóór het feest van Kruisverheffing (14 september) herinnert het feest van de Gedaanteverandering van onze Heer Jezus Christus eraan hoe Jezus de apostelen Petrus, Johannes en Jacobus wilde voorbereiden op Zijn kruisdood. Zijn verheerlijking op de berg Tabor is niet alleen een voorafbeelding van de Verrijzenis, maar ook van de toekomstige heerlijkheid van de Kerk als Lichaam van Christus.

De drie leerlingen zien door de gedaanteverandering van de Heer naast Zijn godheid ook Zijn verheerlijking die zal geschieden na de overwinning op de dood en de verrijzenis uit de dood door Zijn terugkeer naar de hemel waar Hij zetelt aan de rechterhand van Zijn Vader.

Nu reeds toont de Zoon Zich in een hemelse glans op een voor de menselijke natuur aangepaste wijze. Want hoe zouden de drie apostelen, in hun menselijke gestalte, de verheerlijkte Zoon van God kunnen aanschouwen? Dat is pas mogelijk in het eeuwige leven.

Op de berg Tabor troost en sterkt Jezus Zijn leerlingen, maar ook Hij Zelf wordt opgebeurd en bemoedigd als mens, terwijl Mozes en Elia Hem eer bewijzen. In Christus immers komen de Wet, door Mozes gegeven, en het Profetendom, door Elia vertegenwoordigd, tot voltooiing. Vanuit de eeuwigheid steunen zij de Verlosser in Zijn tijdelijkheid als mens door met Hem in de luister van de berg Tabor de weg te beleven die Hij zal gaan van Jeruzalem naar Golgotha maar die vervolgens zal leiden tot de Verrijzenis uit het graf en het opstijgen naar de hemel.

5 augustus 2020

5 augustus: Onze Lieve Vrouw ter Sneeuw

Onze Lieve Vrouw ter Sneeuw is een van de titels voor de heilige maagd Maria. De naam komt van een Mariaverschijning die zich heeft voorgedaan tijdens het pontificaat van paus Liberius (+ 366), waarbij er sneeuw gevallen is in de maand augustus.

De verering van de heilige Maagd onder deze titel is vooral populair bij zeevarenden. Bij schipbreuken is Maria in deze vorm in de wolken verschenen en zij heeft op wonderbaarlijke wijze schepen gered. Het Canarisch eiland La Palma is een van de plaatsen waar deze verering veel voorkomt.

Ook in België wordt Maria onder deze titel in vele kapellen vereerd. In Brussel was er zelfs een stadsdeel dat deze naam droeg, genoemd naar een kapel uit 1621. Deze wijk is in de 19e eeuw afgebroken en daarna opnieuw opgebouwd en heet tegenwoordig Vrijheidswijk.

4 augustus 2020

4 augustus: Heilige Dominicus, belijder

Dominicus Guzman werd geboren in het jaar 1170 in Caleruega (Castilië, Spanje) als zoon van Felix de Guzman en de (zalige) Juana van Aza.

Hij studeerde in Palencia en werd rond 1195 kanunnik van de kathedraal van Osma (tegenwoordig Burgo de Osma). In 1203 en 1205 begeleidde hij als subprior van het kathedraalkapittel bisschop Diego van Osma op reizen naar Scandinavië in opdracht van de koning van Castilië. Dominicus vatte hierdoor het idee op om in Scandinavië te gaan missioneren.

In 1206 kreeg hij van de paus een missietaak in de Languedoc, waar hij samen met Cisterciënzers de Kathaarse ketters moest bestrijden. Deze monniken bereikten weinig door hun hooghartige optreden en luxueuze uitstraling. Dominicus begon in alle eenvoud te prediken. Zijn prediking had duidelijk succes. Eind 1206 stichtte hij te Prouille (hedendaags Fanjeaux) een vrouwenklooster, het eerste klooster van de latere dominicanessen.

In Toulouse begon hij met de oprichting van een orde voor de prediking. Van paus Honorius III verkreeg hij in 1216 goedkeuring voor zijn orde: de Dominicanen. In 1217 zond Dominicus zijn broeders uit naar Parijs, Spanje en Italië. De broeders moesten met name aan de universiteiten van Parijs en Bologna theologie gaan studeren. Er ontstond een internationale orde die in 1220 voor het eerst in Bologna een generaal-kapittel hield. De nadruk kwam sterk te liggen op studie en het in praktijk brengen van het Woord.

Dominicus predikte in die jaren vooral in Noord-Italië. Hij deed afstand van de leiding van zijn orde. Uitgeput door het vele reizen stierf hij op 6 augustus 1221 te Bologna. Hij werd begraven in de San Domenico te Bologna. In 1234 werd hij door Gregorius IX heiligverklaard. In 1268 werd het lichaam van Dominicus geplaatst in een door Nicola Pisano gebeeldhouwd grafmonument.

Dominicus inspireerde mensen door zijn opgewekte aard, praktische instelling en scherp oog voor de tekenen van de tijd. Hij richtte een dynamische orde op met als hoofdtaken prediking en zielzorg. Van Dominicus zijn behalve enkele brieven geen geschreven werken bewaard gebleven.

Dominicus wordt afgebeeld als dominicaan, met een boek en een lelie, een krans van haar om het kaalgeschoren hoofd, een ster voor de borst of boven het hoofd, een gevlekte hond met een fakkel in de bek waarmee hij de aardbol in brand steekt (Er is een legende die vertelt, dat Dominicus' moeder tijdens haar zwangerschap eens droomde, dat zij een hond ter wereld bracht met een brandende fakkel in zijn bek. De Latijnse naam voor zijn latere volgelingen 'Dominicanes' werd ook wel uitgelegd als 'Domini Canes' = 'Honden van de Heer'), toorts, met een monstrans, met zijn moeder Juana van Aza, of met Sint Franciscus. Bekend is ook de afbeelding dat hij - tezamen met de dominicanes Catharina van Siena uit handen van de Moeder Gods een rozenkrans ontvangt.

In 1946 schreef Gabriël Smit een rijmpje over Dominicus:


Opdat gij eens aan ons zoudt leren
Hoe met de rozenkrans wij allen
Maria ’t liefste konden eren,
Schonk zij eens u met welgevallen
Dit kralensnoer. Leer mij ook dit,
Dominicus, dat 'k beter bid.

3 augustus 2020

Van de pastoor: Het gebed maakt alles mogelijk

Het leven begint langzamerhand zijn normale vorm terug te krijgen, ook al blijft het onzeker hoe het virus zich zal gedragen en welke maatregelen daartegen worden genomen. Komt er een nieuwe lockdown en moeten wij ons voorbereiden op een lange tijd met beperkingen in onze persoonlijke en religieuze vrijheden? Een ding is zeker: de mensen verlangen naar de bekende normaliteit, een verlangen dat in ons allen diep verankerd zit. Zelfs als dit terechte verlangen, gezien vanuit ons christelijke volheidsbegrip, geamputeerd wordt in zijn verwezenlijking, dan zal het oplichten als wij onze plicht en onze verantwoordelijkheid opnemen om te bidden voor de mensen, dat zij terugkeren tot de door God gewilde orde. In de maand augustus vervullen wij met het bidden van de Rozenkransnoveen deze schreeuw om bekering.

Ook wat de normaliteit van vroomheid en eerbied ten opzichte van het Allerheiligste Sacrament des Altaars betreft bidden wij nu dagelijks in onze kerk de litanie tot eerherstel aan het heilig Sacrament, na een oproep van bisschop Athanasius Schneider om eerherstel te brengen aan het Allerheiligste Sacrament, dat in deze coronatijd in veel kerken op uiterst onwaardige wijze wordt behandeld.

De schare der christenen is in ons werelddeel kleiner geworden, maar de genade van bekeringen is er nog steeds. Het gebed maakt alles mogelijk en vernieuwt de mensen en brengt hen terug naar de normaliteit van Gods natuurlijke orde, óók naar de bovennatuurlijke orde van de verlossing. Bidden wij daarom vurig en vergeten wij niet deze oude wijsheid: als wij het niet doen, wie zou het dan wel moeten doen?

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

2 augustus 2020

Bisschop Schneider introduceert kruistocht van Eucharistisch eerherstel

Eind juli heeft mgr Athanasius Schneider, hulpbisschop van Astana in Kazachstan, een oproep gedaan aan alle katholieke priesters en gelovigen over de gehele wereld om gezamenlijk eerherstel te brengen voor de beledigingen die Jezus in het Allerheiligste Sacrament moet ondergaan. De oproep komt op een moment dat gevallen van godslastering en heiligschennis tegen het Allerheiligste Sacrament op grove wijze toenemen als gevolg van maatregelen tegen het coronavirus en na vijf decennia van – aldus de bisschop – ongekend misbruik tegen de Eucharistische Heer.

Bisschop Schneider wijst in een verklaring op de wijdverspreide praktijk van handcommunie, ontvangst van de hostie door mensen die jarenlang niet hebben gebiecht en het tot de communie toelaten van gescheiden en hertrouwde katholieken, die permanent in een situatie van overspel leven. Tijdens de huidige coronapandemie komen daar nog meer afschuwelijke vormen van misbruik bovenop. Vele bisschoppen over de gehele wereld schrijven de handcommunie voor en onthouden de gelovigen de mogelijkheid om geknield en op de tong de heilige communie te ontvangen.

We hebben het hier echter over de Heer, onze God, Zelf! Hij is aanwezig in Zijn Allerheiligste Sacrament! Het besef van een verschuldigde eerbiedige vrees voor God, de Heer, Die aanwezig is in dit Allerheiligste Sacrament, lijkt volledig verdwenen. Christus is onze barmhartige Redder en Verlosser, maar ook onze rechtvaardige Rechter, Die allen zal oordelen aan het eind, en aan Wie allen rekenschap zullen moeten afleggen.

In onze kerk wordt dagelijks de litanie tot eerherstel aan het Allerheiligste Sacrament gebeden. Onderstaande video is een hulpmiddel voor een ieder om thuis te kunnen meebidden. (De tekst loopt door onder de video.)



Er worden in deze video drie gebeden tot eerherstel voorgebeden:

1. Gebed van de Engel van Fatima

In 1916 heeft de Engel van Fatima de drie herdertjes Lucia, Jacinta en Francisco voorbereid op de openbaring en de boodschap van Onze Lieve Vrouw. Evenals de Moeder Gods, verscheen ook de Engel zes maal in Fatima. Bij de eerste drie verschijningen aan Lucia en twee andere meisjes in het jaar 1915, zei hij niets. In de loop van het jaar 1916 gaf hij aan Lucia, Jacinta en Francisco geestelijke onderrichtingen. De Engel van Fatima leerde hun bidden, en knielde daarbij niet alleen zelf neer, maar raakte ook met zijn voorhoofd de grond. Dat mag voor ons een aanwijzing zijn met welk een grote eerbied wij ons gebed moeten verrichten, opdat het niet door routine tot een louter lippengebed wordt. De engel onderrichtte de kinderen: “Bid op deze wijze. De Harten van Jezus en Maria hebben aandacht voor de stem van jullie smeekbeden”:

Mijn God, ik geloof in U, ik aanbid U, ik hoop op U en ik bemin U. Ik vraag U vergiffenis voor hen die niet geloven, niet aanbidden, niet hopen en U niet beminnen.

Allerheiligste Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik offer U op het kostbaar Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van Jezus Christus, tegenwoordig in alle tabernakels van de wereld, tot eerherstel voor de beledigingen, heiligschennissen en onverschilligheden, waardoor Hij beledigd wordt. Om de oneindige verdiensten van Zijn Allerheiligst Hart en van het Onbevlekt Hart van Maria vraag ik U de bekering van de arme zondaars.


2. Litanie tot eerherstel aan het Allerheiligste Sacrament

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Heilig Sacrament, waarin Jezus Zelf tegenwoordig is, wij aanbidden U.
Heilig Sacrament, waardoor Jezus alle schatten van Zijn liefde meedeelt,
Heilig Sacrament, zoenoffer voor onze zonden,
Heilig Sacrament, onderpand van onze zaligheid,
Heilig Sacrament, wondervol gedenkteken van Jezus' liefde,
Heilig Sacrament, onze troost en onze sterkte,
Heilig Sacrament, aanbiddelijk geheim,
Heilig Sacrament, zo schaamteloos geloochend,
Heilig Sacrament, zo schandelijk verguisd,
Heilig Sacrament, zo diep vernederd,
Heilig Sacrament, zo dikwijls onteerd,
Heilig Sacrament, zo smartelijk bejegend,
Heilig Sacrament, zo gruwelijk ontheiligd,
Heilig Sacrament, zo ondankbaar versmaad,

O God, wees ons genadig, spaar ons, Heer.
O God, wees ons genadig, verhoor ons, Heer.

Voor de ontering van een zo heilig Sacrament, vergeving, Heer.
Voor zoveel slechte communies,
Voor zoveel oneerbiedigheden in de kerk,
Voor de ontheiliging van Uw tabernakelen,
Voor de gruwelijke heiligschennissen, aan de heilige Hostie gepleegd,
Voor het ongeloof van de dwalenden,
Voor de koelheid en onverschilligheid van zovelen,
Voor de vergetelheid, waarin men U laat,
Voor de smaad, waarmee men U bejegent,
Voor de verstrooidheid onder de heilige diensten,
Voor de weinige Godsvrucht jegens Uw heilig Sacrament,
Voor de nalatigheid in het bijwonen van de heilige Mis,
Voor hen, die hun paasplicht verzuimen,
Voor de vervolgers van de heilige Kerk,
Voor alles waar we zelf tekort zijn geschoten in eerbied, liefde en dankbaarheid ten opzichte van Uw goddelijk Sacrament,

Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat het U behage, in ons het geloof en de eerbied voor dit Sacrament te vermeerderen,
Dat onze liefde tot U de haat van Uw vijanden altijd moge overtreffen,
Dat Gij onze akten van eerherstel gelieve te aanvaarden,
Dat Uw kostbaar Bloed niet om wraak, doch om genade en vergeving smeke,
Dat door de verdiensten van Uw heilig Hart alle rampen van ons mogen worden afgeweerd,
Dat Gij in ons altijd de ijver wilt verlevendigen en zegenen om de verering van Uw liefde-Sacrament meer en meer uit te breiden,
Dat het U behage, de vijanden van de Kerk te bekeren,
Dat Gij Zijne Heiligheid de Paus onder Uw bescherming wilt nemen,
Zoon van God,

Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Christus, aanhoor ons, Christus, verhoor ons.

Onze Vader, Die in de hemel zijt... (in stilte)
En leid ons niet in bekoring… Maar verlos ons van het kwade. Amen.

Sla, o Heer, onze droefheid gade, en geef de luister terug aan Uw Naam.
Heer, verhoor mijn gebed, en mijn noodkreet kome tot U.

Laat ons bidden. Liefderijke Jezus, Die in Uw oneindige liefde tot ons, liever de versmadingen van de zondaars hebt willen ondergaan, dan ons het goddelijk Sacrament onthouden; geef ons, bidden wij U, de genade, dat wij al de verguizingen en heiligschennissen, die U zijn aangedaan, met ware droefheid des harten bewenen, met heilige ijver vergoeden en met vurige verering herstellen; Die als God leeft en heerst met de Vader en de Heilige Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.


3. Laudes Divinae - Lofprijzingen

De uitstelling van het Allerheiligste Sacrament wordt afgesloten met een aantal lofprijzingen aan God, Jezus Christus, de Heilige Geest, H.H. Maria en Jozef, alle engelen en heiligen. Deze aanroepingen werden oorspronkelijk geschreven door de Italiaanse jezuIet Luigi Felici in 1797 uit eerherstel tegen allerlei vormen van blasfemie en heiligschennis. Sindsdien is de tekst aangevuld en uitgebreid door verschillende pausen tot het onderstaande:

Gezegend zij God.
Gezegend zij Zijn heilige Naam.
Gezegend zij Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens.
Gezegend zij de Naam van Jezus.
Gezegend zij Zijn allerheiligste Hart.
Gezegend zij Zijn kostbaar Bloed.
Gezegend zij Jezus in het allerheiligste Sacrament des Altaars.
Gezegend zij de Heilige Geest, de Vertrooster.
Gezegend zij de hoogverheven Moeder Gods, de allerheiligste maagd Maria.
Gezegend zij haar heilige en onbevlekte ontvangenis.
Gezegend zij haar glorierijke opneming ten hemel.
Gezegend zij de naam van Maria, maagd en moeder.
Gezegend zij de heilige Jozef, haar zeer zuivere bruidegom.
Gezegend zij God in Zijn engelen en in Zijn heiligen.

Negende zondag na Pinksteren

Jezus weent over Jeruzalem.

Epistel
1 Kor. 10, 6-13
Broeders, laten wij geen begeerten koesteren naar het kwade, zoals zij (de Israëlieten) dat hebben gedaan. Wordt dus geen afgodendienaars, zoals sommigen van hen; er staat immers geschreven: “Het volk zette zich neer om te eten en te drinken, en zij stonden op om te spelen.” Laten wij ook geen onkuisheid bedrijven, zoals sommigen van hen zich overgaven aan ontucht; en op één dag vielen er drieëntwintigduizend. En laten wij Christus niet tergen, zoals sommigen van hen dat hebben gedaan; en zij kwamen om door de slangen. En wilt ook niet morren, zoals sommigen van hen dat deden; en zij kwamen om door de verderfengel. Dit alles nu is hun overkomen bij wijze van voorbeeld, en het werd opgeschreven als een waarschuwing voor ons, die het einde der tijden beleven. Daarom – wie meent, dat hij staat, laat hij toezien, dat hij niet valt. Geen beproeving moge u aangrijpen, die niet menselijk is; doch – God is getrouw, en Hij zal niet toelaten, dat gij beproefd wordt boven uw krachten; maar met de beproeving zal Hij ook uitkomst geven, om ze te kunnen doorstaan.

Evangelie
Lc. 19, 41-47
In die tijd, toen Jezus in de nabijheid van Jeruzalem kwam en de stad daar voor Zich zag liggen, weende Hij over haar en sprak: Ach, mocht ook gij, tenminste op deze uwe dag, nog inzien, wat u tot vrede strekt! Maar thans is dat voor uw ogen verborgen. Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden u met een stormwal zullen omringen, u zullen omsingelen en van alle kanten in het nauw brengen; en zij zullen u en uw kinderen binnen uw muren ter aarde neerslaan; en zij zullen bij u geen steen op de ander laten, omdat gij uw tijd van genade niet hebt erkend. En Hij ging de tempel binnen en begon de kopers en verkopers, die daar waren, uit te drijven met de woorden: Er staat geschreven: “Mijn huis is een huis van gebed”; maar gij hebt er een rovershol van gemaakt! En iedere dag gaf Hij onderricht in de tempel.

Overweging
In het Evangelie van vandaag beweent de Heer de stad Jeruzalem, hoofdstad van Zijn aardse vaderland, en zinnebeeld van ons hemelse Vaderland. De Heer beweent die prachtige stad met Gods tempel, omdat Hij het einde van die stad voorziet. Rond vijfendertig jaar na Zijn kruisdood zal Jeruzalem door het Romeinse leger worden verwoest. Het Romeinse leger zal inderdaad de stad omsingelen, de inwoners neerslaan, en geen steen op de andere laten. Gods aardse verblijfplaats van het oude verbond, de tempel, zal vernietigd worden en blijven tot het einde der tijden. Want een nieuwe godsdienst zal komen in plaats van de oude. Men zal niet meer in de joodse tempel met dieroffers God aanbidden, maar overal ter wereld zal men God aanbidden, in de geest en in de waarheid, dat wil zeggen in de genade van de Heilige Geest en in de Waarheid van Jezus Christus. Met de vernietiging van de joodse tempel zal een onherroepelijk einde aan de oude godsdienst komen, want op het Kruis zal het ware Lam Gods opgedragen worden, een Offer van eeuwige waarde, en zo zullen de menigvuldige tijdelijke offers van de joden en heidenen hun betekenis en zin voorgoed kwijtraken. De profeet Malachias voorzag dat er een dag zou komen, wanneer "ter ere van God een zuiver offer onder de volkeren opgedragen zal worden van zonsopgang tot zonsondergang" en dat zuiver Offer is onze heilige Mis, de onbloedige tegenwoordigstelling van het bloedige Kruisoffer.

Als mens heeft Christus Zijn aardse vaderland en Zijn volk lief. Als mens spijt het Hem dat de aardse staat waarvan hij onderdaan is, na één geslacht de laatste schijn van zijn onafhankelijkheid zal verliezen en voorgoed ten onder zal gaan. Als mens beweent Hij de val van het centrum van de godsdienst en cultuur van Zijn aardse volk. De gevoelens van onze Zaligmaker zijn oprecht en edel en een schitterend voorbeeld voor ons, dat ook wij ons aardse vaderland en volk beminnen zoals Hij. Maar tegelijkertijd als God kan Hij het einde van Zijn geliefde stad en tempel voorzien. Als God weet onze Heer dat aan iedere aardse stad, volk en tempel een einde zal komen. Alleen het hemelse Vaderland, alleen het hemelse volk, alleen de hemelse tempel zullen voor eeuwig blijven bestaan. Door het vergaande aardse vaderland te beminnen, leren wij naar het eeuwige hemelse Vaderland te verlangen.

In het slot van het Evangelie van vandaag wordt ons een kant getoond van onze Heer die wij zelden zien: woede. De woede van Christus is gerechtvaardigd, want die is de vrucht van heilige ijver voor Gods tempel en de juiste reactie op de heiligschennis die daarin gepleegd wordt. De kopers en verkopers hebben een geoorloofde reden om in de tempel te zijn. Zij zijn bezig met het kopen en verkopen van dieren voor de verplichte tempeloffers. Maar de handel moet niet in de tempel plaatsvinden, maar in de voorhof. En nog erger, de verkopers maken er een zwendel, een oplichterij van, door te veel te vragen voor de offerdieren. Niet voor niets noemt Christus hen 'rovers'. De Heer drijft de kopers en verkopers uit de tempel met de woorden: Mijn huis is een huis van gebed, maar gij hebt er een rovershol van gemaakt!

Als Christus zo'n heilige ijver had voor de tempel te Jeruzalem, hoe veel meer ijver zouden wij moeten voelen en tonen voor de kerk, voor het altaar, voor het tabernakel: de ware woonplaats van Jezus Christus op aarde!? De tempel te Jeruzalem was maar een voorafbeelding van ons kerkgebouw. De tempeldienst was maar een voorafbeelding van onze heilige Mis; het allerheiligste in de tempel was maar een voorafbeelding van ons tabernakel, dat het Ware Allerheiligste bevat: het Lichaam, het Bloed, de Ziel en de Godheid van onze Heer Jezus Christus, Die de tempel van Zijn menselijk lichaam binnen drie dagen waarlijk deed herrijzen.

Laten wij katholieken - die de ware godsdienst belijden - maar een klein beetje bezitten van die heilige ijver die onze Heer voor de tempel van het oude verbond toonde. Laten wij altijd met eerbied en bewondering Gods kerk binnentreden en de heilige geheimen van het altaar zo vereren dat wij de vrucht van de verlossing steeds in ons gevoelen. Laten wij zelf nooit vergeten - en anderen ook niet laten vergeten - dat het huis van God een huis van gebed is.