Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 oktober 2020, onder voorbehoud van wijzigingen.

Bidt u thuis ook mee?

Met de Oktobermaand - Rozenkransmaand - Rozenkransnoveen voor Kerk, gezin en vaderland: klik hier.
Om eerherstel te brengen aan Jezus in het Allerheiligste Sacrament: klik hier.


25 oktober 2020

Toewijdingsgebed aan het Heilig Hart van Jezus voor het feest van Christus Koning


Allerzoetste Jezus, Verlosser van het mensdom, zie op ons neer, nu wij in alle ootmoed voor Uw altaar zijn neergeknield. Wij behoren U toe, en wij willen U ook toebehoren; maar, om nog inniger met U verenigd te worden, wijdt ieder van ons zich heden vrijwillig toe aan Uw allerheiligst Hart.

Velen hebben U nooit gekend, velen hebben Uw geboden veracht en zich van U afgekeerd.

Allergoedertierenste Jezus, heb medelijden met al deze mensen en trek hen allen tot Uw heilig Hart, Heer, wees Koning, niet alleen over de getrouwen, die zich nooit van U hebben verwijderd, maar ook over de kinderen, die, als de verloren zoon, U hebben verlaten. Maak, dat ze spoedig terugkeren naar het Vaderhuis en dat ze niet omkomen van ellende en honger.

Wees Koning over hen, die door dwaling zijn misleid of door scheuring zijn afgescheiden. Breng hen terug in de haven van de waarheid en tot de eenheid van het geloof, opdat er weldra één kudde zal zijn en één herder.

Wees de Koning over allen, die nog ronddolen in de duisternis van het heidendom of de islam, en leid hen tot Uw licht en Uw rijk.

Sla Uw barmhartige ogen op de kinderen van het volk, dat zo lang Uw uitverkoren volk is geweest. En moge het Bloed, dat weleer over hen is afgeroepen, ook nu over hen neerkomen, maar dan als een doopsel van verlossing en van leven.

Heer, geef aan Uw Kerk ongestoorde vrede en vrijheid. Schenk aan alle volken rust en orde. Geef, dat over de gehele aarde eindelijk deze éne kreet weerklinke: Eer aan het goddelijk Hart, dat ons het heil heeft gebracht! Aan dat Hart zij eer en lof in eeuwigheid. Amen.

(300 dagen aflaat)

Hoogfeest van onze Heer Jezus Christus, Koning

Het raam met de afbeelding van Christus Koning boven de ingang van onze kerk.

Daartoe ben Ik geboren en daartoe juist in de wereld gekomen,
om te getuigen voor de waarheid.
Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar Mijn stem.


Epistel
Kol. 1, 12–20
Broeders, wij brengen dank aan God de Vader, Die ons waardig heeft gemaakt deel te mogen hebben aan het lot der heiligen, in het volle licht. Hij heeft ons ontrukt aan de macht der duisternis en overgebracht naar het rijk van Zijn beminde Zoon, in Wie wij de verlossing bezitten, de vergiffenis der zonden, door de kracht van Zijn Bloed. Deze is het beeld van de onzichtbare God, geboren vóórdat alles geschapen werd; want in Hem werd alles geschapen, wat in de hemel en op aarde is, het zichtbare en het onzichtbare, tronen zowel als heerschappijen, overheden en machten; alles is door Hem en in Hem geschapen. Zo bestaat Hij vóór allen, en alles bestaat in Hem. Hij is ook het Hoofd van het lichaam, dat wil zeggen van de Kerk. Hij is het begin, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de eerste plaats zou hebben. Want het was besloten, dat in Hem alle volheid zou wonen, en dat Hij vrede zou brengen door het Bloed van Zijn kruis en door Zijn toedoen alles weer met God zou verzoenen, wat op de aarde of wat in de hemel is: in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 18, 33–37
In die tijd zei Pilatus tot Jezus: Zijt Gij de Koning van de joden? Jezus antwoordde: Stelt gij die vraag uit u zelf of hebben anderen u dat van Mij gezegd? Pilatus hernam: Ben ik dan soms een jood? Uw eigen volk en de opperpriesters hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt Gij gedaan? Jezus gaf ten antwoord: Mijn rijk is niet van deze wereld. Als Mijn rijk van deze wereld was, zouden ongetwijfeld Mijn dienaren er voor strijden, dat Ik niet aan de joden werd overgeleverd; maar Mijn rijk is nu eenmaal niet van hier. Toen zei Pilatus tot Hem: Dus Kóning zijt Gij? Jezus antwoordde: Ja, gij zegt het; Kóning ben Ik. Daartoe ben Ik geboren en daartoe juist in de wereld gekomen, om te getuigen voor de waarheid. Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar Mijn stem.

Overweging
Op de laatste zondag in oktober viert de Kerk - althans dat deel van de Kerk dat de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 volgt - de glorie van Christus. Hij is de Koning van de koningen en de Heer van de heren. Over Zichzelf zegt Hij: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde”. Als aan Christus alle macht gegeven is, dan volgt daaruit noodzakelijkerwijs, zo schreef paus Leo XIII, dat Zijn gezag het hoogste moet zijn, absoluut en onafhankelijk van iedereen, zodat geen enkele macht aan Zijn Macht evenwaardig is of daarop lijkt. En daar die macht Hem gegeven is zowel in de hemel als op aarde, moeten hemel en aarde Hem gehoorzamen.

Jezus Christus is koning, Hij is opperheer, aan Hem is alles onderworpen. Daarom is het ook juist dat iedereen aan Zijn woorden, aan Zijn leer en aan Zijn wensen gehoorzaamt. In het licht van een opkomend zelfbeschikkingsrecht van de volkeren en een afnemend respect voor het inzicht dat de overheid door God is ingesteld heeft paus Pius XI het feest van de universele heerschappij van Christus ingesteld.

Wie aan Hem onderdanig is, vindt de vrijheid. Deze vrijheid is een andere vrijheid dan die de wereld ons voorhoudt. De vrijheid die het koningschap van Christus geeft is namelijk te vinden in het beleven van de Waarheid. Alleen die Waarheid verzekert ons van de hoogste en de eigenlijke vrijheid. De afhankelijkheid hierin van God en van Christus en van Zijn heilige katholieke Kerk is geen slavernij, maar de weg naar het zuiverste geluk.

Ieder van ons is van Jezus afhankelijk. Hij is de Redder voor iedereen, Hij is de enige Waarheid. Hij is de Weg door dit leven, en daarom is Hij ook onze Koning. Hoe meer wij inwendig Zijn heerschappij erkennen en aanvaarden, des te meer zal de goddelijke rijkdom van liefde ons vervullen met licht, kracht en geluk. Zijn Rijk – zo bidden wij vandaag in de prefatie van de Mis – is een rijk van waarheid en van leven. Zijn Rijk is een rijk van heiligheid en van genade. Zijn Rijk is een rijk van gerechtigheid en vrede. Deze prefatie is als een program voor ons leven en tegelijkertijd een belofte.

Wie Christus zoekt, zich totaal aan Hem onderwerpt en ook in alles van Hem afhankelijk wil zijn, vindt waarheid en leven. Want hij belijdt Hem als zijn Koning, en de Koning zal hem Zijn gunsten bewijzen. Dit geldt zowel voor de staten en volkeren als voor de individuele mens.

24 oktober 2020

Vannacht wordt de zomertijd beëindigd

Vannacht wordt de zomertijd beëindigd.
Om 3.00 uur gaat de klok een uur terug naar 2.00 uur.

24 oktober: Heilige Raphaël, aartsengel

Sint Raphaël, uw tijding bracht
de herders in de winternacht
het mooiste dat een mens kan horen:
Dat Jezus heden is geboren.
Ach engel, zing mij ’t zelfde woord
als ooit de duivel mij bekoort.


Gabriël Smit


In het bijbelboek Tobit wordt verhaald hoe de aartsengel Raphaël de jonge Tobias begeleidt op zijn weg van Nineve naar Ekbatana. Hij helpt hem bij het vangen van een gevaarlijke vis. Daarnaast bevrijdt hij het meisje Sara van een boze geest. Telkens wanneer zij de huwelijksnacht met een bruidegom doorbracht, bleek deze de volgende ochtend te zijn overleden; dat was haar al zes keer overkomen. Maar Tobias, de zevende bruidegom, bleef door Raphaëls voorzorgen in leven. Uiteindelijk wist de jonge Tobias op aanwijzing van zijn reisgezel Raphaël zijn oude vader Tobit van diens blindheid te genezen met de gal van een gevangen vis. Ongetwijfeld een toespeling op de betekenis van zijn naam: Raphaël = 'God geneest'.

Aan het eind van het verhaal maakt Tobias' reisgezel zich bekend als Raphaël, een van de zeven engelen die voor de heerlijkheid Gods staan. Daar dragen zij de gebeden van de heiligen op tot voor Gods troon.

Paus Benedictus XV stelde zijn feest op 24 oktober. Hij is patroonheilige van artsen, apothekers, verplegend personeel en zieken; van gehuwden (vanwege zijn rol bij de bruid Sara in het boek Tobit); op grond van datzelfde verhaal is hij ook patroon van alle mensen die op reis of onderweg zijn: daar behoren ook toe schippers, pelgrims, emigranten, vakantiegangers, dagjesmensen en spoorwegpersoneel; van mijnwerkers, bergbewoners en dakdekkers; van arme zielen (die hij begeleidt tot voor Gods troon). Hij wordt aangeroepen tegen oogziekten en tegen de pest.

Door zijn rol in het verhaal van de jonge Tobias werd hij ook patroon van opvoeders en ieder die jonge mensen begeleidt op hun weg naar volwassenheid.

20 oktober 2020

U, Rozenkrans, bemin ik


U, Rozenkrans, bemin ik,
reeds van mijn vroegste jeugd.
Ik zal u nooit verlaten
in droefheid of in vreugd'.
Tot het ogenblik
van mijn laatste snik,
bij dag, bij nacht blijft gij,
o Rozenkrans, bij mij.

0 Rozenkrans ik eer u,
verheven hemelspand,
dat w' aan Maria danken
aan hare Moederhand.
Moeder van de Heer,
U zij dank en eer
voor 't grote liefdeblijk
aan hemelgunsten rijk.

Maria, ene bede,
o weiger mij die niet,
Gij gaaft m'een krans op aarde
die nimmer mij verliet,
schenk mij nog een krans,
schitterend en vol glans,
schenk mij dat liefdeblijk
eens in het hemelrijk.

19 oktober 2020

Zalige Jerzy Popieluszko, priester en martelaar voor de vrijheid

Miljoenen Polen begroeten paus Johannes Paulus II als hij in 1978 voor het eerst als paus zijn vaderland bezoekt. Drie meisjes maken zich klaar hem een brief te overhandigen, maar de geheime politie pakt die af. Niemand ziet het, behalve een jonge priester. In zijn misgewaad springt hij over de afzetting en eist dat het schrijven wordt teruggegeven. De mannen geven de brief terug. De meisjes interesseren hun niet meer, de priester wel: Jerzy Popieluszko.

Terwijl hij op het seminarie studeerde moest hij dienen in het leger. Een officier dwingt Jerzy zijn rozenkrans te vertrappen. Als hij weigert, wordt hij onbarmhartig geslagen en een maand lang opgesloten. Later moet hij voor zijn Mariamedaille uren in de ijsregen staan. Na zijn priesterwijding wordt hij aalmoezenier onder de staalarbeiders op de Noord-Poolse scheepswerf van Gdansk.

Als in 1980 stakers onder leiding van elektriciën Lech Walesa weigeren om de werf te verlaten kijkt de wereld apathisch toe. De arbeiders eisen dat een priester op 15 augustus de heilige Mis komt opdragen. Hun keuze valt op Jerzy Popieluszko. Hij hoort die dag non-stop biecht.

Generaal Jaruzielski kondigt onder druk van de Sowjet-Unie de staat van beleg af. De verworven vrijheid wordt aan banden gelegd, kruisbeelden worden uit scholen verbannen. Jerzy Popieluszko’s maandelijkse ‘Mis voor het vaderland’ trekt vijftienduizend gelovigen. “Bestrijd kwaad met goed”, roept hij.

In 1983 wordt Jerzy Popieluszko gearresteerd. In zijn huis worden grondstoffen voor een bom ‘gevonden’. Na ingrijpen van de aartsbisschop wordt hij vrijgelaten. Paus Johannes Paulus II zendt hem zijn rozenkrans.

19 oktober 1984: De auto met Jerzy Popieluszko wordt tot stilstand gedwongen. Hij probeert te ontsnappen, maar wordt mishandeld en geboeid. Dezelfde avond wordt zijn nog levende lichaam in de rivier de Wisia geworpen.

Nadat zijn zwaar verminkte lichaam op 30 oktober 1984 wordt gevonden, overwinnen een half miljoen Polen hun angst en wonen de begrafenis bij. Op 6 juni 2010 werd hij in Warschau zalig verklaard, waarbij kardinaal Angelo Amato de paus vertegenwoordigde. De moeder van de zaligverklaarde, Marianna Popiełuszko was aanwezig. Meer dan 100.000 gelovigen woonden de plechtigheid bij.

18 oktober 2020

Magnificat (Da Palestrina)

Twintigste zondag na Pinksteren

Gedachtenis: Verkondiging van het Geloof (Missiezondag) en H. Lucas, evangelist

Het Laatste Oordeel (Fra Angelico)

Epistel
Efesiërs 5, 15–21
Broeders, zorgt ervoor dat gij met alle omzichtigheid uw levenswandel inricht; niet als onverstandigen, maar als wijze mensen, die de tijd benutten; want het zijn kwade dagen. Weest daarom niet kortzichtig, maar toont begrip voor de wil van God. Bedrinkt u niet aan wijn; want daaruit volgt losbandigheid; maar vervult u met de Heilige Geest, en spreekt onder elkander in psalmen en lofgezangen en geestelijke liederen, terwijl gij de Heer lofzingt in uw harten; en brengt zonder ophouden voor alles dank aan onze God en Vader in de Naam van onze Heer Jezus Christus. Weest aan elkander onderdanig in de vreze van Christus.

Evangelie
Johannes 4, 46–53
In die tijd was er een zekere hofbeambte, wiens zoon ziek lag te Kafarnaüm. Toen hij hoorde, dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen, ging hij naar Hem toe, en verzocht Hem om zijn zoon te komen genezen; want deze lag op sterven. Jezus nu sprak tot hem: “Als gij geen tekenen en wonderen ziet, gelooft gij niet”. De hofbeambte zeide tot Hem: “Heer, kom toch, vóórdat mijn zoon sterft!” Jezus sprak tot hem: “Ga heen, uw zoon is weer beter!” De man geloofde het woord, dat Jezus tot hem sprak, en ging heen. Toen hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem tegemoet en berichtten hem, dat zijn zoon weer beter was. Hij vroeg hun dan naar het uur, waarop de beterschap was ingetreden. En zij antwoordden hem: “Gisteren in het zevende uur heft de koorts hem verlaten.” Toen bemerkte de vader, dat dit juist het uur was, waarop Jezus tot hem zeide: “Uw zoon is weer beter.” En hij aanvaardde het geloof, hij zelf en geheel zijn huisgezin.

Overweging
De woorden van Jezus tot de hofbeambte wekken misschien onze verbazing. Een vader, wiens zoon doodziek is, komt en vraagt om genezing. En dan wordt hij zo hard aangepakt: “Als gij geen tekenen en wonderen aanschouwt, gelooft gij niet!” In plaats van medelijden krijgt de vader van het stervende kind een soort verwijt. Dit verwijt was echter in het algemeen bedoeld en duidde op het gebrek aan geloof dat Jezus overal ontmoette. Zeker was het geloof van de hofbeambte niet volmaakt, want hij meent dat Jezus persoonlijk aanwezig moet zijn om zijn kind te kunnen genezen.

Nu Hij de hofbeambte aantreft die, zonder begrip te tonen voor de eigenlijke zending van Jezus, Hem een louter persoonlijke gunst vraagt en op een wijze die de onvolmaaktheid van zijn geloof in een helder licht stelt, ziet Hij in deze man het type, een categorie uit het joodse volk, met zijn aardse instelling. Het is precies deze mentaliteit, die de ogen van de joden zal sluiten voor het geestelijke karakter van Jezus' zending en het conflict tussen Hem en Zijn volk veroorzaakt. “Als gij (meervoud!) geen wonderen ziet, gelooft gij niet.”

Onze Zaligmaker is gekomen om een geloof te wekken dat niet op wonderen en tekenen gebaseerd is, maar dat zich rechtstreeks richt op Zijn goddelijke Persoon. “Zalig zijn zij die niet gezien en toch geloofd hebben.” (Joh. 20, 29). Geloven zonder tekenen te zien, zonder wonderen, alleen op het woord van Christus, dat is wat Hij van ons verlangt. Dit is wat Christus van Zijn geliefde uitverkorenen eist: een volmaakt geloof. Een vaste houding van de ziel, gericht op het woord, die wonderen noch gebedsverhoringen nodig heeft. Ons geloof mag niet op onze eigen belangen en noden gebaseerd zijn, maar alleen op God, Die wij door ons leven moeten verheerlijken.

Christus vraagt het geloof in de eerste plaats van degenen die zich tot Hem richten. En Hij vraagt een volmaakt geloof, dat alleen op Zijn woord bouwt. Dat wil niet zeggen dat wij geen wonderen of tekenen mogen vragen. Maar ons geloof mag er niet van afhangen. Wie onvolmaakt gelooft, zal zich van zijn verhouding tot God willen bedienen om bepaalde gunsten te verkrijgen. En als hij meent dat zijn gebed niet verhoord wordt, zal zijn geloof nog zwakker worden. De ware leerling van Christus wankelt nooit. Zijn geloof in God groeit door alles heen en vindt gelijkelijk voedsel in succes en mislukking. Vasthouden aan God, soms tegen alle hoop in, maar alleen omdat Hij ons nooit in steek laat, is in werkelijkheid het voortdurende wonder van Gods liefde, dat alles overtreft.

17 oktober 2020

17 oktober: Heilige Margareta-Maria Alacoque, maagd

Margareta-Maria wordt op 22 juli 1647 geboren in Paray-le-Monial in Frankrijk, als dochter van een rechter en notaris. Wanneer ze acht jaar oud is, sterft haar vader. Margareta gaat naar de kostschool bij de zusters Clarissen. Op 25-jarige leeftijd treedt zij in bij de congregatie van de Visitandinnen. Tijdens haar kloosterleven verschijnt Jezus aan haar.

Op 27 juni 1673 verschijnt Jezus haar met de opdracht iedere eerste vrijdag van de maand te vieren met de heilige communie en een uur waken om deel te nemen aan de gedachtenis van Zijn lijden. Vaak laat Hij Zijn heilig Hart, Maria en andere heiligen aan Margareta zien. Op 16 juni 1675 verschijnt Jezus haar weer als het heilig Hart. Hij vertelt haar: "Ik wil dat de vrijdag, acht dagen na het feest van het heilig Sacrament een feest wordt ter ere van Mijn heilig Hart". Op die dag zullen de mensen ter communie gaan en bidden voor de zonden en de oneerbiedigheid van veel mensen. Jezus belooft aan Margaretha, dat iedereen die het heilig Hart zal vereren, van God bijzondere genaden zal ontvangen.

Zo is langzamerhand het feest van het heilig Hart ontstaan. Steeds vaker krijgt Margareta verschijningen, waardoor haar medezusters haar begonnen te mijden.

In het jaar 1686 wordt er voor de eerste keer het feest van het heilig Hart gevierd. De rest van haar leven heeft Margareta alleen maar gewerkt aan het bevorderen van de eerbied voor het heilig Hart. Ze heeft daar soms veel voor moeten lijden, maar dat heeft ze geduldig verdragen.

Haar biechtvader, de heilige pater Claude de la Colombière S.J., steunde haar in de verbreiding van de godsvrucht tot het heilig Hart van Jezus. In de loop der eeuwen hebben de jezuïeten de verering van Jezus' heilig Hart altijd hoog in het vaandel gehad. In 1765 is deze verering officieel goedgekeurd en algemeen verbreid en door de pausen in het bijzonder aanbevolen.

Op 16 oktober van het jaar 1690 is Margareta-Maria gestorven. Zij heeft veel brieven nagelaten. In 1920 wordt ze door paus Benedictus XV heilig verklaard en in 1929 heeft paus Pius XI het feest van het heilig Hart officieel uitgeroepen tot feest voor de gehele Kerk.

15 oktober 2020

15 oktober: Heilige Teresia, maagd en Kerklerares

Teresia werd geboren op 28 maart 1515 in de Spaanse vestingstad Avila. Haar volledige naam was Teresa Sanchez Cepeda Davila y Ahumada. Ze was een zeer begaafd kind met een vurig geloof. Zo wilde ze naar Noord-Afrika om daar als martelaar te sterven. Op 18-jarige leeftijd trad ze in de Orde van O.L. Vrouw van de Karmel in het klooster van de Menswording in Avila.

Na een mystieke ervaring van het Lijden van Christus stichtte ze ondanks veel tegenwerking in 1562 het Sint-Jozefklooster te Avila. Daar begon de hervorming van de Karmelorde. Doel van de hervorming was de ontwikkeling van een spiritualiteit die zij de Weg van de Volmaaktheid noemde.

Vanaf 1567 breidde de nieuwe beweging zich zeer snel uit, ook dankzij Teresia's geestverwant Johannes van het Kruis. Deze mysticus hervormde de karmelietenkloosters. Teresia had een druk leven van afmattende reizen van het ene klooster naar het andere. Tussendoor bad ze vaak in eenzaamheid. Ze zocht God in het binnenste van haar hart. Hierover schreef ze in opdracht van haar biechtvaders het indrukwekkende boek 'Castillio interior' (‘De innerlijke burcht’). Daarin vergeleek ze de ziel met een kasteel. In het centrale vertrek woont God, maar de duivel houdt de mens in de buitenste vertrekken. Alleen de zuivere ziel kan met God contact maken. In haar autobiografie spreekt Teresia van een mystieke doorboring van haar ziel. Daarbij bracht de liefde van God haar in extase.

Teresia overleed te Alba de Tormes op 4 oktober 1582, de laatste dag van de Juliaanse kalender. De volgende dag was het de 15e oktober van de Gregoriaanse kalender, vandaar dat op die dag haar gedachtenis wordt gevierd.

Paus Gregorius XV verklaarde Teresia heilig in 1622 samen met Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius, Isidorus en Philippus Neri. In 1617 riep het Spaanse parlement haar uit tot Patrones van Spanje. Paus Paulus VI verleende haar in 1970 de titel van Kerklerares.

In Alba de Tormes worden haar hart en rechterarm bewaard en vereerd. Teresia is patrones van Spanje, tegen lichamelijke ziekten en hoofdpijn, van kantmakers en -werkers, van religieuzen, van zieken en van mensen die vanwege hun vroomheid belachelijk worden gemaakt.

13 oktober 2020

13 oktober: Heilige Eduardus, koning en belijder

Eduardus werd geboren in het jaar 1003 in Oxford, Engeland, als zoon van koning Ethelred II en koningin Emma. Nadat koning Ethelred door een Deense invasie was onttroond, werden Edward en zijn broer Alfred weggevoerd naar Denemarken om daar te worden gedood. De Deense officier die met die taak werd belast ontfermde zich echter over de jongens en stuurde ze naar Zweden. Vanuit dat land werden ze overgebracht naar Hongarije en kwamen daar onder hoede van de koning.

Eenmaal volwassen geworden verhuisden de broers naar Normandië en wachtten op een kans om terug te keren naar Engeland. In 1035 probeerden Edward en Alfred de kroon van Engeland te heroveren, maar dat mislukte. Alfred werd gedood en Edward keerde terug naar Normandië. In 1042 ging hij opnieuw naar Engeland en werd toen bij acclamatie tot koning gekozen. Hij besteeg de troon op 3 april van dat jaar. Edward stond bekend als een rechtvaardige en waardige koning. Hij genoot veel steun bij het volk.

Tijdens zijn bewind sloeg Edward menig invasie af, hij droeg bij aan het herstel van de monarchie in Schotland, hij schafte onrechtvaardige belastingen af, en hij stond bekend om zijn vrijgevigheid aan armen en vreemdelingen en om zijn vroomheid en liefde tot God.

Om het volk te behagen trouwde hij met Godwina, dochter van de graaf van Wessex, maar het koningspaar leidde een leven in onthouding. Hij zou de gave van genezing door aanraking hebben gehad.

Hij bouwde vele kerken, waaronder de beroemde Westminster Abbey.

Op 5 januari 1066 stierf hij door een natuurlijke dood. In 1161 werd hij heilig verklaard door paus Alexander III. Hij is patroon van kinderloze echtparen, van de Britse koninklijke familie, van koningen, en van gescheiden echtgenoten. Hij is een van de patronen van Engeland.

Eduardus wordt vaak afgebeeld terwijl hij een melaatse geneest, met een zieke man op zijn schouders of als oudere koning die een ring geeft aan de apostel Johannes die vermomd is als bedelaar. De laatste afbeelding stoelt op een verhaal dat vertelt over koning Edward die een ring schonk aan een bedelaar in de buurt van Westminster Abbey. Enkele jaren later troffen enkele pelgrims uit Engeland in het Heilig Land een oude man die zich uitgaf voor de apostel Johannes. Hij gaf hun de ring mee met de opdracht deze aan koning Edward terug te geven met de mededeling dat hij binnen zes maanden zou sterven. En zo geschiedde het.

11 oktober 2020

11 oktober: Gedachtenis: Moederschap van de heilige maagd Maria

Salve Mater Misericordiae



Refrein:
Salve Mater misericordiae,
Mater Dei et Mater veniae,
Mater spei et Mater gratiae,
Mater plena Sanctae Letitiae, O Maria!


Salve decus humani generis.
Salve Virgo dignior ceteris,
quae virgines omnes transgrederis
et altius sedes in superis. O Maria!

Salve felix Virgo puerpera:
Nam qui sedet in Patris dextera,
Caelum regens, terram et aethera,
Intra tua se clasit viscera. O Maria!

Esto, Mater, nostrum solatium:
Nostrum esto, tu Virgo, guadium,
et nos tandem post hoc exsilium,
Laetos juge choris caelestium. O Maria!

Negentiende zondag na Pinksteren

Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.

Epistel
Efes. 4, 23–28
Broeders, vernieuwt u zelf wat uw geestelijke gesteltenis betreft, en bekleedt u met de nieuwe mens, naar Gods beeld geschapen in gerechtigheid en heiligheid, die voortvloeit uit de waarheid. Daarom moet gij de leugen afleggen en ieder tegenover zijn evenmens de waarheid spreken; want wij zijn ledematen ten opzichte van elkander. Als gij toornig wordt, zondigt dan niet; laat de zon over uw gramschap niet ondergaan. Geeft de duivel geen kans. Wie een dief was, moet zorgen voortaan niet meer te stelen; laat hij liever werken en met eigen handen nuttige arbeid verrichten, om zo iets te hebben, dat hij kan geven aan iemand, die gebrek lijdt.

Evangelie
Mt. 22, 1–14
In die tijd richtte Jezus Zich in gelijkenissen tot de opperpriesters en farizeeën, en sprak: Het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die een bruiloftsmaal aanrichtte voor zijn zoon. En hij zond zijn dienaren uit, om de genodigden ter bruiloft te roepen, maar zij wilden niet komen. Opnieuw zond hij andere dienaren met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Ziet, mijn gastmaal staat gereed, mijn ossen en mestvee zijn geslacht, en alles is klaar; komt nu ter bruiloft! Maar zij stoorden zich er niet aan, en gingen heen, de een naar zijn landgoed, de ander naar zijn zaken; en weer anderen grepen zijn dienaren vast, mishandelden hen en bracht hen om het leven. Toen de koning dit hoorde, ontstak hij in toorn; hij zond zijn legers, verdelgde de moordenaars, en stak hun stad in brand. Vervolgens zei hij tot zijn dienaren: Het bruiloftsmaal is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten van de wegen, en roept allen ter bruiloft, die gij daar vindt! En zijn dienaren gingen heen naar de wegen, en brachten allen, die zij vonden, bijeen, slechten zowel als goeden; en de bruiloftszaal werd met gasten gevuld. Toen nu de koning binnentrad om de gasten te zien, bemerkte hij er één zonder bruiloftskleed aan. En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed aan? Maar de ander stond sprakeloos. Toen zei de koning tot zijn dienaren: Bindt hem handen en voeten, en werpt hem naar buiten in de duisternis: daar zal geween zijn en geknars der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Overweging
Zij, die het eerst op het bruiloftsmaal werden verwacht, hebben de stem van God, die hen riep, niet herkend, omdat zij te diep verwikkeld waren in alle mogelijke aardse aangelegenheden en beslommeringen. Dit gevaar bestond niet alleen toen voor hen, maar dat bestaat ook vandaag nog voor ons. Juist daarom vraagt de Kerk in het openingsgebed en in het slotgebed voor ons dat God ons mag verlossen uit de lichamelijke en geestelijke banden – dat is onze neiging tot de zonde – en ons de nodige vrijheid schenkt om ons te wijden aan het volbrengen van Zijn Wil die Hij ons heeft geopenbaard toen Hij ons door het doopsel riep tot het bruiloftsmaal dat het eeuwig leven is.

10 oktober 2020

Afsluiting dakrestauratie met zegening en plaatsing van een nieuw dakkruis

Een dezer dagen is de restauratie van het kerkdak voltooid met het herstel van de dakdelen aan de oostzijde, boven het priesterkoor en de zijkapellen. Op het torentje aan de zuid-oostzijde van de kerk is na circa 90 jaar een nieuw dakkruis geplaatst, dat - hoog op het dak - werd gezegend door de Pastoor. Daarna plaatste hij het kruis eigenhandig boven op de toren.

Indien u wilt bijdragen aan de restauratie, dan kan dat nog altijd op bankrekening NL96 INGB 0000 3113 11 ten name van parochie van de H. Agnes onder vermelding van 'dakrestauratie'.


Onze Lieve Vrouw, Sterre der Zee

Het genadebeeld van de Sterre der Zee in de Onze Lieve Vrouwebasiliek in Maastricht.

O reinste der scheps'len, o Moeder en Maagd,
Gij, die in uw armen het Jezuskind draagt
Maria, aanhoor onze vurige bêe
Geleid ons door 't leven, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
Geleid ons door 't leven, o Sterre der zee

Bedreigen ons noodweer of storm op onz' baan
Is 't scheepj' onzer ziel in gevaar te vergaan
Bedaar, o Maria, de storm op uw bêe
Stort hoop ons in 't harte, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
stort hoop ons in 't harte, o Sterre der zee

Maria, als gij onze schreden geleidt
Schenkt gij ons uw licht en uw zegen altijd
Dan landen wij veilig ter hemelse rêe
En danken u eeuwig, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
en danken u eeuwig, o Sterre der zee

Gebed tot de Sterre der Zee

O Maria, Sterre der Zee, zie mij hier neergeknield voor uw genadetroon, waar reeds ontelbare minnaren van uw moederhart de grootste gunsten door u hebben ontvangen; waar gij voor de bedroefden troost, voor de noodlijdenden hulp, voor de zieken genezing, voor de zondaars vergiffenis verkrijgt.
O liefste Moeder, ik kom thans tot u met het grootste vertrouwen. De menigvuldige wonderen die hier op uw voorspraak geschied zijn, vervullen mij, ellendige zondaar, met de zoetste hoop, dat gij, Moeder van barmhartigheid, ook mijn bede zult verhoren. Ja, ik smeek en bid u, o zoetste Moeder, o genaderijke Sterre der Zee, laat mij van hier niet weggaan zonder verhoord te zijn. Gij kunt mij helpen, gij zijt immers de machtigste na God; gij wilt mij helpen, omdat gij zo vol liefde zijt voor al uw kinderen. Herinner u, o goedertierenste Maagd, dat het nooit gehoord is, dat iemand die vertrouwvol tot u zijn toevlucht nam, door u verlaten is; zou ik dan de eerste ongelukkige zijn, die gij onverhoord van u liet heengaan? Neen, neen, o goede Moeder, op deze heilige plaats zult gij, door uw alvermogende voorspraak, mij hulp in mijn nood en troost in mijn lijden verwerven. Amen.

8 oktober 2020

Litanie van Maria (Litanie van Loreto)



Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

7 oktober 2020

7 oktober: Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans, feest

De heilige paus Pius V bepaalde dat deze feestdag gevierd moest worden op de verjaardag van de zeeslag bij Lepanto, die plaats vond op 7 oktober 1571. Bij deze slag versloegen christelijke troepen de Turkse Ottomanen. Pius (1566-1572) schreef deze overwinning op de Turkse agressie toe aan de hulp van de maagd Maria, verkregen door het bidden van de Rozenkrans.

Dit gebed werd vooral verspreid door de orde der Dominicanen. Zij leerden de gelovigen een meditatiemethode waarbij de mysteries van Christus worden overwogen door middel van het veelvuldig herhalen van het Weesgegroet.

Veel pausen hebben de gelovigen aangespoord tot het bidden van de Rozenkrans. Paus Leo XIII (1878-1903) heeft er zelfs negen encyclieken aan besteed. Maria heeft zelf bij al haar verschijningen het belang van de Rozenkrans onderstreept. Paus Pius XI (1922-1939) heeft in zijn encycliek van 29 september 1937 sterk aangedrongen op het bidden van de Rozenkrans, om rampen af te weren die onze wereld bedreigen, zoals het moderne heidendom.

Vooral in de maanden mei (Mariamaand) en oktober (Rozenkransmaand) wordt de Rozenkrans gebeden. Verstandiger zou het zijn de Rozenkrans dagelijks ter hand te nemen.

Het gebruik van de Rozenkrans dateert uit de elfde eeuw. Ze bestaat uit 50 Weesgegroeten en vijf Onzevaders. In drie dagen tijd kan men de hele Rozenkrans gebeden hebben. Iedere dag bidt men dus een rozenhoedje.
Het aantal 150 (3x50) is overgenomen van het aantal psalmen (vandaar de naam Psalterke van Maria). In de 14e eeuw werd er na tien Weesgegroetjes het Onzevader gebeden.

De overweging van de geheimen dateert eveneens uit die tijd. Zij vestigen onze aandacht op de overweging van het mysteries van Christus, waarin de maagd Maria ons is voor gegaan doordat zij op unieke wijze verbonden was met de menswording, het lijden en sterven, en de glorievolle verrijzenis van Gods Zoon.

Op het eerste gezicht lijkt de Rozenkrans een Mariaal gebed, maar in feite is het - door het overwegen van de geheimen - een gebed dat volledig op Christus is gericht.

4 oktober 2020

Ave Maria (Bruckner)

Achttiende zondag na Pinksteren

De grootste genade die Gods barmhartigheid ons, mensen, heeft bewezen
- de genade die komt voor alle andere en die boven alle genaden uitstijgt -
is de Heer Jezus Christus Zelf.

Epistel
1 Kor. 1, 4–8
Broeders, te allen tijde breng ik om uwentwil dank aan mijn God voor de genade Gods, die u geschonken is in Christus Jezus. Immers in Hem zijt gij in ieder opzicht rijk geworden, in alle woord en in alle kennis, in dezelfde mate als de prediking van de Christus vaste voet bij u gekregen heeft. Zodoende komt gij in geen enkele genadegave iets te kort, terwijl gij in afwachting zijt van de verschijning van onze Heer Jezus Christus. Hij immers zal u doen vaststaan ten einde toe, zodat gij vrij zijt van schuld op de dag, dat onze Heer Jezus Christus wederkomt.

Evangelie
Mt. 9, 1–8
In die tijd ging Jezus in een scheepje, stak het meer over en kwam in Zijn stad. En daar bracht men een lamme tot Hem, die op een rustbed lag. Toen Jezus hun geloof zag, sprak Hij tot de lamme: Heb goede moed, Mijn zoon, uw zonden worden u vergeven. Maar zie, sommige schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Hij lastert God! Doch Jezus zag hun gedachten en sprak: Waarom denkt gij kwaad bij u zelf? Wat is gemakkelijker, te zeggen: uw zonden worden u vergeven, of te zeggen: sta op, en loop? Welnu, om u te doen weten, dat de Mensenzoon de macht bezit op aarde zonden te vergeven, – toen sprak Hij tot de lamme – sta op, neem uw bed op, en ga naar huis. En hij stond op, en ging naar huis. En toen de menigte dat zag, werden zij door vrees bevangen, en zij verheerlijkten God, Die zulk een macht verleende aan de mensen.


Binnen breken

Als ik de weg wil naar U toe,
het geeft niet waar, het geeft niet hoe;
al moet ik, om mij uit te spreken,
wie weet wel bij U binnen breken.

Als ik U, veel te laat misschien,
een keer mijn goede wil laat zien;
al is het, Jezus, ook maar even,
en nog door anderen gedreven.

Als ik mij met een klein gebaar
maar hulpeloos aan U verklaar,
verlamd van zonden aan Uw voeten,
met schuld die niet is uit te boeten,

U heft Uw hand en zet mij recht,
U ziet mijn wanhoop en U zegt:
het is je allemaal vergeven,
en ik begin opnieuw te leven.

Als ik de weg wil naar U toe,
het geeft niet waar, het geeft niet hoe.
Ik zal weer staan, ik zal weer lopen,
ik zie de weg naar God weer open.

Michel van der Plas

3 oktober 2020

Van de pastoor: Elke dinsdag gelegenheid tot aanbidding van het Allerheiligste Sacrament

Beminde gelovigen,

Vanaf de eerste dinsdag van de maand oktober willen we, als voortdurende devotie, iedere dinsdag het Allerheiligste Sacrament ter aanbidding uitstellen. Om in de moeilijke tijd waarin wij leven de hoop niet te verliezen is het noodzakelijk dat wij steeds vaker terugkeren tot de aanbidding die wij God, onze Schepper, verschuldigd zijn. Zo durven wij hopen en vertrouwen dat wij de noodzakelijke genade zullen verkrijgen die ons helpt een werkelijk christelijk leven te leiden, en dat vele zondaars zich zullen bekeren.

Wij zijn God deze aanbidding verschuldigd en wij zijn verplicht om te bidden voor de bekering van de mensen, en het land waarin wij mogen leven.

Deze maand worden de steigers aan de buitenkant van het priesterkoor afgebroken. Daarmee wordt de buitenrestauratie van onze kerk afgesloten. Wij zijn begonnen in 2008, en nu, twaalf jaar later, zijn deze werkzaamheden afgerond. Maar nog ongeveer dezelfde hoeveelheid werk wacht ons aan de binnenzijde van de kerk. Voor onze groeiende kerkgemeenschap is dit een opdracht tot Gods eer en voor de toekomstige generaties, voor wie wij ook een verplichting dragen.

Hopend op uw voortdurende geestelijke en financiële ondersteuning wens ik u Gods rijke zegen toe!

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

2 oktober 2020

Catechese over de liturgie

Op de zaterdagen 3 en 24 oktober is de catechese na de heilige Mis gewijd aan de liturgie, het kerkgebouw en de Latijnse taal in de liturgie. Iedereen is van harte welkom. Een vrijwillige bijdrage voor de koffie of thee wordt op prijs gesteld.

2 oktober: Heilige Engelbewaarders

"Zie, Ik zend Mijn engel voor u uit om u onderweg te beschermen en u te brengen naar de plaats die Ik heb vastgesteld. Heb aandacht voor hem en luister naar zijn woord." (Ex. 23,2)

"Hoedt u ervoor een van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van Mijn Vader Die in de hemel is." (Mt. 18, 10)

Op deze dag eert de Kerk de engelen die van God de opdracht hebben gekregen om de mens te beschermen tegen het kwaad. Engelen zijn volgens Schrift en Traditie onsterfelijke en persoonlijke schepselen. Engelen beschikken over intelligentie en een vrije wil; zij zijn van puur geestelijke aard. Met heel hun wezen zijn zij dienaren en boodschappers van God. Doordat zij God zien zoals Hij is, kennen ze ook Zijn wil en voeren deze uit.

Over de beschermengelen zegt de catechismus: "Vanaf de kinderjaren tot de dood is het menselijk leven omringd door de bescherming en voorspraak van engelen. Iedere gelovige wordt terzijde gestaan door een engel om hem als hoeder en herder naar het leven te leiden."

Als wij vol deemoed de engelen aanroepen erkennen wij Gods heerlijkheid. Zij staan voor God en loven Hem onophoudelijk.

Van oudsher wordt de engelbewaarder bij het ochtend- en het avondgebed aangeroepen:

Engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie de goddelijke Goedheid mij heeft toevertrouwd: verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij. Amen.

1 oktober 2020

1 oktober: Heilige Bavo, belijder, patroon van het bisdom Haarlem-Amsterdam, hoogfeest

Bavo wordt rond het jaar 589 geboren in de buurt van Luik en krijgt de naam ‘Allowin’. Zijn familie is welvarend en invloedrijk. Allowin groeit uit tot een wrede, arrogante man met weinig inlevingsvermogen. Hij wordt omschreven als een ‘tiran voor zijn onderdanen’ en zou sommige van zijn personeelsleden zelfs uit haat als slaaf verkocht hebben. Het onvriendelijke karakter van de Vlaamse edelman verdwijnt echter als sneeuw voor de zon als zijn vrouw, en de moeder van zijn dochter, plotseling overlijdt. Allowin beseft hoe vergankelijk het leven is en besluit de jaren die hem resteren aan God te wijden. In eerste instantie gaat hij in een klooster wonen. Later wordt hij kluizenaar.

Talloze mensen wisten hem in hun nood te vinden; hij troostte en bemoedigde ze, en genas ze; hij wekte zelfs een dode tot leven. Totdat hijzelf getroffen werd door een vreselijke ziekte. Omstanders wisten te vertellen hoe zijn opgewektheid niet leed onder de helse pijnen. Omringd door gelovigen, vrienden en zijn geestelijk leidsman die hij had laten roepen om hem bij te staan, stierf hij in geur van heiligheid.

Behalve patroonheilige van Haarlem is Sint Bavo ook patroonheilige van Gent, Wilrijk, Sint-Baafs-Vijve, Heemstede, Zingem en Münster. Voorts is hij patroon voor een goede oogst en tegen long- of keelontsteking. Sint Bavo is beschermheilige van de valkeniers.

In 1946 schreef Gabriël Smit het volgende rijmpje over de heilige Bavo:

Sint Bavo, die zijn schatten zwaar,
zijn goed, zijn wapenen, zijn boeken,
verliet om alleen God te zoeken
tot hij Hem vond als kluizenaar,
geef dat mijn hart niet bouwt op geld,
maar slechts in God vertrouwen stelt.