1919 - 2019: 100 jaar Sint-Agnesparochie

Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 november 2019, onder voorbehoud van wijzigingen.

20 november 2019

100 jaar Agnesparochie: Hubert Cuypers, dirigent van 1924 tot 1954

Vele musici hebben de liturgie in onze kerk opgeluisterd met hun zang, orgelspel, tal van instrumenten of door hun dirigeren. Een van hen heeft zulke grote verdiensten op zijn naam staan dat hij met een buste en bijbehorende plaquette in onze kerk wordt geëerd: Hubert Cuypers, dirigent in onze parochie van 1924 tot 1954.

De plaquette (links in de kerk, bij de biechtstoel) vermeldt: “Om zijn uitzonderlijke verdiensten als componist van talloze werken ten dienste van de R.K. erediensten na jaren van diep verval en uit dankbaarheid voor zijn meer dan dertig-jarige geniale leiding van het R.K. zangkoor der St. Agnes-parochie te Amsterdam werd deze beeltenis geplaatst ter herinnering voor het nageslacht”.

19 november 2019

Zaligverklaring van eerbiedwaardige dienaar Gods Fulton Sheen op 21 december

Het bisdom Peoria heeft aangekondigd dat de eerbiedwaardige dienaar Gods Fulton Sheen zal worden zaligverklaard op 21 december 2019 in de kathedraal van de Onbevlekte Ontvangenis in die stad. Fulton Sheen werd in die kathedraal tot priester gewijd op 20 september 1919. Hij werd geboren in Illinois in 1895 en was 24 jaar oud toen hij tot priester werd gewijd.

In 1951 werd hij benoemd tot hulpbisschop van New York. In 1966 werd hij bisschop van Rochester tot hij in 1969 met emeritaat ging. Daarna verhuisde hij terug naar New York, waar hij tot zijn dood in 1979 verbleef. Aartsbisschop Fulton Sheen was een zeer geliefde televisie-catechist in de vijftiger en zestiger jaren in de Verenigde Staten. Zijn televisieshow 'Life is worth living' bereikte een miljoenenpubliek.

Voor de zaligverklaring is een wonder noodzakelijk dat aan de eerbiedwaardige dienaar Gods gerelateerd kan worden. De Congregatie voor de Heiligverklaringen gaf op 6 juli een decreet uit, waarin een medisch wonder wordt erkend dat aan de voorspraak van Fulton Sheen wordt toegeschreven. Het wonder betreft het onverklaarbare herstel van een doodgeboren baby James Fulton Engstrom. Hij vertoonde na zijn geboorte geen enkel teken van leven, ook niet na reanimatie. De ouders van de jongen baden tot aartsbisshop Sheen, waarna een volledig herstel optrad.

Het proces tot zaligverklaring werd geopend in 2002 door het bisdom Peoria. Paus Benedictus XVI erkende in 2012 de heldhaftige deugden van de aartsbisshop en verleende hem de titel 'eerbiedwaardige dienaar Gods'.

In onderstaande video spreekt Fulton Sheen over (het gebrek aan) schuldbesef.

19 november: H. Elisabeth, weduwe

Elisabeth, dochter van koning Andreas II van Hongarije, trad in het huwelijk met Lodewijk IV, landgraaf van Thüringen en Hessen. Vanaf haar jeugd leidde zij een verstorven en vroom leven. Haar liefde voor de armen en de zieken was grenzeloos. Toen haar echtgenoot in 1227 tijdens een kruistocht stierf, had zij tal van beledigingen te doorstaan. Zij werd verjaagd uit haar woning en moest met haar kinderen haar intrek nemen in een stal. Doordrongen van de geest van de heilige Franciscus, van wiens derde orde zij lid was geworden, verdroeg zij dit alles echter met een evangelisch geduld. Zij stierf in Marburg in het jaar 1231.

18 november 2019

18 november: Kerkwijding van de basilieken van de heilige Petrus en Paulus

Basiliek van Sint Paulus te Rome
Sint-Pietersbasiliek te Rome

Op de plaats waar de apostel Petrus ligt begraven, nabij de muren van het circus Nero, werd al heel spoedig door paus Anacletus in het jaar 80 een marmeren herinneringstempel opgericht.

Keizer Constantijn begon met de bouw van een Petrusbasiliek, die in het jaar 326 door paus Silvester werd geconsacreerd. Toen er in de 16e eeuw de nodige restauraties verricht moesten worden, besloot paus Julius II tot de bouw van een geheel nieuwe Sint-Pieterskerk.

In plaats van het herdenkingstempeltje op het graf van Paulus, liet keizer Constantijn in 324 een basiliek bouwen, ongeveer gelijk aan die door hem gebouwd was op het graf van Petrus. Deze werd door paus Siricius in de 4e eeuw ingewijd. In de loop der tijd is deze basiliek dikwijls beschadigd door plundering, aardbeving en overstroming, maar telkens weer gerestaureerd en met kunstschatten verrijkt. Deze basiliek ligt aan de weg naar Ostia en wordt ook wel de Sint-Paulus-buiten-de-Muren genoemd.

17 november 2019

Drieëntwintigste zondag na Pinksteren

Epistel
Fil. 3, 17–21; 4, 1–3
Broeders, wees navolgers van mij, en ziet naar degenen, die leven naar het voorbeeld, dat gij van ons ontvangen hebt. Want velen zijn er, van wie ik u dikwijl heb gezegd en nu onder tranen weer herhaal, dat zij een leven leiden als vijanden van Christus’ kruis; hun einde is verderf, want hun buik is hun god en hun eer zoeken zij in hun schande en hun zinnen zijn gericht op het aardse. Onze levenswandel echter is gericht op de hemel, want vandaar ook verwachten wij als Zaligmaker onze Heer Jezus Christus, die ons nietig lichaam zal omvormen en gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam krachtens de macht, die hij bezit, om ook al het andere aan zich te onderwerpen. Derhalve, mijn welbeminde en veelgeliefde broeders, mijn vreugde en mijn kroon, blijft aldus standhouden in de Heer, mijn welbeminden. Ik bid Evodia en smeek Syntyche toch eensgezind te zijn in de Heer. Ja, ook u bid ik, trouwe medewerker, wees voor haar een steun, omdat zij met mij hebben samengewerkt voor het Evangelie te samen met Clemens en mijn andere medewerkers, wier namen staan opgetekend in het boek des levens.

Evangelie
Mt. 9, 18–26
In die tijd was Jezus bezig te spreken tot de scharen, toen er een zekere overste tot Hem kwam, voor Hem neerviel en zeide: “Heer, zo juist is mijn dochter gestorven; maar kom, en leg haar de hand op; dan zal zij weer leven.” En Jezus stond op en ging mee; en ook zijn leerlingen. En zie – een vrouw, die reeds twaalf jaar lang aan bloedvloeiing leed, naderde Hem van achteren en raakte de zoom van zijn kleed aan; want zij dacht bij zich zelf: Als ik slechts zijn kleed aanraak, zal ik genezen! Maar Jezus keerde Zich om; en toen Hij haar bemerkte, zeide Hij: “Heb goede moed, mijn dochter, uw geloof heeft u gered!” En van dat ogenblik af was de vrouw genezen. Toen Jezus bij het huis van de overste kwam en fluitspelers en de weeklagende menigte zag, sprak Hij: “Gaat heen; want het meisje is niet dood, maar slaapt.” En zij lachten Hem uit. Nadat men nu de menigte verwijderd had, ging Hij naar binnen en nam haar bij de hand; en het meisje richtte zich weer op. En de faam hiervan verspreidde zich door geheel het land.

Overweging
Hoe moet de vrouw uit het Evangelie zich gevoeld hebben, toen zij Jezus had aangeraakt en zich genezen wist? Twaalf jaar is een lange tijd en al die tijd had zij zich diep ongelukkig gevoeld, een uitgestotene, afgesneden van de gemeenschap van haar volk. Dat zij de Heer naderde was voor haar een laatste en vertwijfelde poging, nadat alle menselijke middelen hadden gefaald. En nu opeens wist zij dat alle ellende geleden en voorgoed voorbij was. Twaalf jaar als een boze droom eindigen met de liefdevolle woorden van onze Heer: “Schep moed, dochter, uw geloof heeft u gered”.

Indien wij het vergeten zouden zijn, dan weten wij het nu opnieuw, namelijk dat door de genade van Jezus alles anders kan worden. Daarom is het ook niet waar dat wij niet kunnen opstaan uit de staat van geestelijke lauwheid, dat de idealen van geestelijk leven die ons, ja de gehele Kerk, vroeger bezielden, onmogelijk waren en onwerkelijk. Wij – en de Kerk van onze tijd – hebben, zoals die vrouw in het Evangelie, voorheen geprobeerd om ons heil bij de mensen te zoeken, wij zijn bij de menselijke berekening te rade gegaan. En welk een ellende is over ons gekomen! De ziekten van onze tijd, die zich openbaren in Kerk en maatschappij, en in de levens van vele mensen zijn net zo ernstig als het twaalfjarige lijden van de vrouw in het Evangelieverhaal.

De ziekten van onze tijd, die voorkomen in Kerk en maatschappij, en in ons persoonlijk leven, zijn een vrucht van de hoogmoed. Wij denken dat wij wijzer zijn geworden, dat wij het ons toevertrouwde geloofsgoed niet meer nodig hebben. Ja, het lijkt alsof de Kerk zich schaamt voor de edelmoedigheid die haar tot in de jaren van het concilie in het algemeen bezielde, en die zij wist te verdedigen in haar liefdevolle pastoraal aan haar gelovigen. En onder de staten wist zij de wetten van God te verdedigen, tot zegening van de volkeren.

Diep in onszelf verheugde onze gemakzucht zich erover dat wij verstandiger waren geworden en niet meer hoefden te luisteren, en dat ook de anderen, of bijna alle anderen, zich aanpasten aan het leven en aan de eisen van hetgeen de mensen ‘het leven’ noemen. Maar het is fout om het geestelijke leven en het leven van de Kerk, en het leven op zich te beschouwen als een menselijke onderneming of als een louter psychologisch proces. Het leven van de Kerk, ons leven in de Kerk, en het leven op zich is allereerst een leven dat God geeft en niet een leven dat wij moeten invullen of maken.

Wij hebben decennialang getobd met menselijke berekeningen en menselijk pogen, en wij ervaren nu eindelijk dat wij machteloos zijn. De Kerk is een chaos, onze samenleving is een barbarij geworden en midden in deze ellende staan wij als machteloze mensen, zonder oriëntatie, aangetast door ziekte, en zonder hoop op genezing van de wereld. Wij hebben dezelfde ervaring als de vrouw uit het Evangelie van vandaag. Maar zij had uiteindelijk begrepen dat zij zonder Jezus Christus niets vermocht. Nu is de tijd aangebroken waarin ons kan overkomen wat deze vrouw overkwam: uw geloof heeft u gered.

15 november 2019

Mars voor het leven op zaterdag 16 november 2019 in Utrecht

Op zaterdag 16 november wordt de Mars voor het Leven georganiseerd. Dit jaar is gekozen voor een andere locatie, namelijk Utrecht. De mars wordt gehouden als een krachtig en liefdevol signaal naar de samenleving en de politiek: Stop het kwaad van abortus en euthanasie, en investeer in alternatieven! De mars begint om 13.00 uur vanaf de Jaarbeurs. Voorafgaand is er om 10.00 uur een traditionele Latijnse heilige Mis in de Sint-Jozefkerk, Draaiweg 44 te Utrecht.

Programma>
10.00 uur: Latijnse heilige Mis in de Sint-Jozefkerk, Draaiweg 44, Utrecht
10.45 uur: Processie vanaf Sint-Jozefkerk naar Jaarbeurs (via Sint-Catharinakathedraal)
12.00 uur: Deelname aan programma in de Jaarbeurs en aan de Mars voor het Leven door Utrecht
Het programma in de Jaarbeurs is als volgt:
11.00 uur: Inloop
12.00 uur: Start inhoudelijk programma met samenzang en sprekers
13.00 uur: Start Stille Mars voor het Leven door Utrecht
ca. 15.30 uur: Afsluiting

Catering en sanitaire voorzieningen zijn beschikbaar vanuit de Jaarbeurs zelf. In afwijking van voorgaande jaren speelt het voorprogramma zich binnen af. Vergeet echter niet om eventueel extra kleding mee te nemen voor de stille mars door de stad. Bij binnenkomst ontvangt u van de organisatie een programmaboekje en een demonstratiebord. In de Jaarbeurs wordt een collecte gehouden.

Er is een katholiek voorprogramma voor jongeren dat begint op vrijdagavond 15 november in Den Haag; dat wordt georganiseerd door Stirezo - Pro Life.

14 november 2019

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 16 november 2019

Op zaterdag 16 november houdt de heer Daan van Schalkwijk een lezing over het onderwerp 'de mens is meer dan zijn DNA'. Hij gaat in op de maatschappelijke discussie over de ethiek van het muteren van menselijk DNA. Daarvoor is het belangrijk om ons af te vragen of wij uitsluitend door ons DNA worden bepaald.

Daan van Schalkwijk is theoretisch bioloog. Hij combineert het voorzitterschap van Leidenhoven College met doceren aan het Amsterdam University College en een postdoc bij Geesteswetenschappen aan de Vrije Universiteit.

Voorafgaand aan de lezing is er om 10.00 uur een heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

12 november 2019

12 november: Heilige Martinus, paus en martelaar

Paus Martinus, gevangen en in ballingschap.

Martinus was afkomstig uit Todi in Umbrië. Na een schitterende carrière werd hij deken bij de bisschop van Rome, paus Theodorus I († 649). Deze zond hem als speciale afgezant naar Constantinopel. In juli 649 werd hij zelf tot paus gekozen. Hij staat bekend om zijn liefde voor de armen en zijn zorg voor de gelovigen, maar meer nog om zijn ijver de geloofsschat te bewaren.

In zijn tijd bestonden er onder de gelovigen vele diepgaande meningsverschillen, waarin hij duidelijk stelling nam. Vooral met keizer Constans II van het Oost-Romeinse Rijk had hij het vaak aan de stok. Die steunde de patriarch van Constantinopel die de ketterse ideeën van het 'monotheletisme' verkondigde. Dat is de dwaalleer dat Christus alleen een goddelijke en geen menselijke wil had gehad. Paus Martinus I was van mening dat Christus pas serieus mens genoemd kon worden als Hij ook een menselijke wil had bezeten, die onderhevig was geweest aan alle menselijke begeerten en emoties, inclusief twijfel, terwijl je zoiets natuurlijk nooit van de goddelijke wil kon beweren.

Nog in het jaar van zijn benoeming hield paus Martinus in Lateranen een concilie waarop deze leer officieel werd veroordeeld. Hij werd in zijn overtuiging gesteund door de bisschoppen van Afrika, Spanje en Engeland. Maar tegelijk moest hij ervaren dat zijn leven meer dan eens bedreigd werd.

Tenslotte wisten zijn tegenstanders hem te pakken te krijgen en in 653 naar Constantinopel over te brengen. In zijn brieven doet hij verslag van de ziekten die onderweg aan boord uitbraken en die hem ernstig verzwakten. Eerst werd hij voor meer dan een half jaar verbannen naar het Griekse eiland Naxos in de Egeïsche Zee. Daar kreeg hij maar mondjesmaat te eten en het eten dat hij voorgezet kreeg, maakte hem nog zieker dan hij intussen al was. Het was hem verboden zich te verzorgen, zo mocht hij zich gedurende 47 dagen niet wassen, zelfs niet met koud water.

Na overgebracht te zijn naar Constantinopel werd er een schijnproces tegen hem gevoerd, waarbij hij ter dood veroordeeld werd wegens verraad, terwijl hij gevangen was genomen, op beschuldiging van het feit dat hij het niet met de leerstellingen van de keizer eens was. Hij werd in het openbaar voor schut gezet en afgetuigd. Op voorspraak van de patriarch van Constantinopel werd hij niet gedood, maar - bespot door het gepeupel en ontdaan van alle bisschopskleren - verbannen naar Chersonesus op de Krim. Er zijn brieven van hem bewaard waarin hij zich beklaagt over zijn onmenselijke behandeling en over het feit dat zijn gelovigen in Rome niets meer van zich lieten horen, terwijl hij dag aan dag bad voor hun zieleheil. Erger nog: ze hadden intussen een plaatsvervanger gekozen: Eugenius I. Uiteindelijk is Martinus in de Krim gestorven. Later werd zijn lichaam overgebracht naar Rome en bijgezet in de naar hem genoemde kerk.

Vanwege de vele ontberingen en vernederingen die hij te verduren had wordt hij vaak aangeduid als de laatste paus-martelaar, terwijl hij in de strikte zin geen martelaar is: hij is immers niet rechtstreeks gedood omwille van Christus, ofschoon hij smaad, gevangenschap, verbanning en de dood moest ondergaan.
Als leider van de Kerk week Martinus niet voor de opvattingen van de keizer.

11 november 2019

Bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 13 november

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is op woensdag 13 november. Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed
12.30 uur: Conferentie met koffie en thee in de pastorie (tot circa 14.00 uur).

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

11 november: Heilige Martinus (van Tours), bisschop en belijder

Geboren in 316 te Sabria in Hongarije liet Martinus zich als jongen van 10 jaar in de Kerk opnemen als catechumeen (doopleerling). Vijf jaar later trad hij in het leger en diende onder keizer Constantius en keizer Julianus. Op 18-jarige leeftijd werd hij gedoopt en bleef nog twee jaar in dienst.

Als catechumeen ontmoette hij eens bij de stadspoorten een naakte bedelaar, die hem om Christus' wil een aalmoes vroeg. Omdat hij niets dan zijn wapen had, gaf hij hem een stuk van zijn soldatenmantel. In een droom verscheen hem de avond daarop Christus met de helft van zijn mantel om zich heen geslagen. Hij hoorde Jezus met heldere stem tegen de menigte engelen die om Hem heen stonden zeggen: "Martinus, die nog maar doopleerling is, heeft Mij met dit kleed bedekt. Wat je voor de geringste van Mijn broeders hebt gedaan, dat heb je aan Mij gedaan."

De heilige Hilarius, bisschop van Poitiers werd zijn leraar en voorbeeld. Onder zijn leiding leefde hij als monnik. Toen hij priester was begon hij als missionaris in zijn eigen geboortestreek. Zijn moeder zou als eerste zich bekeerd hebben. Woedende Arianen en heidenen verdreven Martinus uit zijn geboortestreek. Teneergeslagen begaf hij zich naar het eiland Gallinara voor de Italiaanse Riviera. Daar leefde hij enkele jaren als kluizenaar. In het jaar 360 werd hij door Hilarius, die reeds sinds 356 bisschop van Poitiers was, naar Gallia teruggeroepen. Hij bouwde er een kluizenaarscel en en verbleef daar vele jaren. Uit deze eenvoudige cel zou later het eerste klooster van Gallie groeien.

Hij werd in 372 door het volk en de clerus gekozen tot bisschop van Tours, waar hij een klooster bouwde en met tachtig monniken een buitengewoon heilig leven leidde. Hij wilde niet in het bisschopshuis wonen, maar verkoos de armoede. Zijn vriend en levensbeschrijver Sulpicius Severus was vaak ooggetuige van zijn wonderdaden.

Vol overgave verkondigde Martinus overal het Evangelie en bestreed het heersende heidendom. Hij was geliefd bij de gehele bevolking vanwege zijn gerechtigheid en voorbeeldig leven.

De heilige Martinus stierf op 11 november rond het jaar 398 op 80 jarige leeftijd te Candes, een parochie in zijn bisdom.

Martinus is patroon van soldaten, cavaleristen, militairen, ruiters, hoefsmeden, wapensmeden, leerlooiers, wevers, armen, bedelaars, molenaars, gordelmakers, hoteliers, kleermakers, handschoenmakers, hoedenmakers, reizigers, gevangenen, wijnboeren, borstelmakers, omroepers, geheelonthouders, en herders en voor een goede oogst; en patroon tegen uitslag en slangenbeten.

10 november 2019

Tweeëntwintigste zondag na Pinksteren

Geeft aan de keizer, wat van de keizer, en aan God, wat van God is.

Epistel
Phil. 1, 6-11
Broeders, wij hebben het vaste vertrouwen in de Heer Jezus, dat Hij, Die een goed werk in u begonnen is, het ook tot voltooiing zal brengen tot op de dag van Christus Jezus. Het is toch ook alleszins redelijk, dat ik zo over u allen denk; want het blijft mij steeds in de gedachte, dat gij zowel in mijn gevangenschap als bij de verdediging en bevestiging van het Evangelie allen de deelgenoten waart van mijn blijdschap. God immers is mijn getuige, hoezeer ik naar u allen verlang in de liefde van Jezus Christus. En dit is mijn bede: dat uw liefde meer en meer moge toenemen door kennis en volledig begrip, en gij daardoor tot beter inzicht van het goede moogt komen; opdat gij rein en zonder smet moogt zijn tegen de dag van Christus, rijk beladen met vrucht van gerechtigheid door Jezus Christus tot eer en glorie van God.

Evangelie
Mt. 22, 15-21
In die tijd gingen de farizeeën heen en beraadslaagden, hoe zij Jezus met een strikvraag zouden vangen. En zij zonden hun leerlingen op Hem af, samen met de Herodianen, om te vragen: Meester, wij zijn overtuigd, dat Gij oprecht zijt, en de weg Gods naar waarheid leert, en niemand naar de ogen ziet; want Gij kent geen aanzien des persoons. Zeg ons dus: Wat dunkt U: Is het geoorloofd aan de keizer belasting te betalen, of niet? Maar Jezus doorzag hun boos opzet, en zei: Wat tracht gij Mij op de proef te stellen, huichelaars! Laat Mij eens een belastingpenning zien! Zij hielden Hem dan een tienling voor. En Jezus vroeg hun: Van wie is dat beeld en dat opschrift? Zij antwoordden hem: Van de keizer. Toen zei Hij hun: Geeft dan aan de keizer, wat van de keizer, en aan God, wat van God is.

Overweging
Aan God komt alles toe: lichaam, ziel en wil, want van Hem ontvingen wij dat alles, en door Hem wordt het behouden en vermeerderd. Daarom is het passend dat wij alles teruggeven aan Hem, aan Wie wij zowel begin als voortgang verschuldigd zijn. Geef Hem de bron, dan geeft u Hem alles wat uit de bron voortvloeit. Geef Hem de innerlijke citadel van de ziel, schenk Hem uw hart en uw geest. Dat alles komt God toe. Pas dan zijn wij in staat om te begrijpen waarom Jezus in het Evangelie van vandaag op de strikvraag van de herodianen zegt: “Geeft aan de keizer, wat van de keizer is, en aan God, wat van God is.” In feite vraagt Jezus ons alles wat substantieel en wezenlijk is aan God te geven, en het tijdelijke aan de keizer.

Dit antwoord is voldoende, want als wij werkelijk ons binnenste overleveren aan God, dan zal Zijn rijk zich uitbreiden over alle wijken en buitenposten van het leven die aan onze uitwendige activiteiten verbonden zijn, dus over ons doen en over ons spreken. Deze vestiging van Gods heerschappij over al onze daden, het uitvloeien van Zijn rijk naar alle uithoeken van ons bestaan, verloopt bij de ene mens vlugger dan bij de andere. Dit is onder meer afhankelijk van ons temperament. Maar dit proces gaat altijd gepaard met het regelmatig afleggen van de biecht.

In ons innerlijk ligt de toegangspoort van Gods genade. Maar hoe houden wij die poort geopend? Dat doen we eerst en vooral door gebed en door beschouwing van de goddelijke mysteries; door het gesprek dat geen einde neemt, dat een voedzaam zwijgen wordt, geobserveerd voor het aanschijn van de Heer; met andere woorden door de gemeenschap van onze menselijke geest met de Geest Die heiligt.

Aan God komt alles toe, omdat alles wat wij Hem kunnen offeren reeds lang voordat wij het aan Hem offeren van Hem is. En toch verlangt Hij deze offergave. God, Die niets behoeft, vraagt ons Hem Zijn eigen gaven aan te bieden, omdat Hij Zichzelf aan ons wil meedelen, wanneer wij Hem met liefde benaderen. Als wij Hem onze oude mens geven, dan krijgen wij een nieuwe en geheiligde natuur terug die bestemd is om eeuwig in Zijn heerlijkheid voort te leven.

Alles wat wij aan God geven, dat krijgen wij in overvloed terug. Dat begint reeds hier op aarde door het alles overtreffende geloof, en door de vrede die dit geloof ons schenkt als begin van het eeuwig leven.

9 november 2019

9 november: Kerkwijding van de Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser, feest

De Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser in Rome is beter bekend als de Sint Jan van Lateranen. Volgens een inscriptie op de voorgevel is zij ‘De Moeder en het Hoofd van alle Kerken in de Stad en van de hele Wereld’. Zij gaat terug op een geschenk van keizer Constantijn en zijn familie.

In de 2e eeuw vóór Christus behoorde het terrein waar de huidige kerk op staat toe aan de senatorenfamilie van de Plautii. Een vooraanstaand lid van deze familie, Plautus Lateranus, was in 65 door keizer Nero terechtgesteld vanwege diens vermeende aandeel in de samenzwering van Gaius Calpurnius Piso tegen de keizer. Het paleis werd geconfisqueerd en tot keizerlijk domein verklaard. Septimius Severus gaf het weer terug aan de nabestaanden van de Plautii.

Toen in de 4e eeuw een verre afstammelinge, Fausta, huwde met keizer Constantijn, behoorde het tot haar bruidschat. Zo kwam het terrein in het bezit van Constantijn. Hij schonk het aan de toenmalige paus Silvester († 335) met de bedoeling dat er de eerste christelijke basiliek zou verrijzen. Met de bouw ervan werd begonnen in 323; het jaar daarop kon de kerk worden ingewijd. Zij was toegewijd aan Jezus Zelf: de Allerheiligste Verlosser. In de 12e eeuw kwamen daar Johannes de Doper en Johannes de Evangelist bij. Sindsdien staat de kerk bekend onder de naam Sint-Jan-van-Lateranen.

De eerste kerk had de vorm van een basiliek. Het moet een imposant gebouw geweest zijn. Het was in ieder geval zo mooi en rijk versierd dat het de bijnaam 'Gouden Basiliek' (basilica aurea) kreeg. In de loop der eeuwen is de kerk herhaaldelijk verwoest, geplunderd en weer opgebouwd. Het huidige gebouw gaat terug op 11e en 12e eeuw, met restanten uit vroeger tijden.

De basiliek is de belangrijkste kerk ter wereld. Daar staat immers de Stoel van Sint Petrus, die zoals de H. Ignatius van Antiochië schreef 'het hoofd is van de gehele liefdesgemeenschap'. Om die reden wordt haar wijdingsdag in de gehele Kerk als feest gevierd.

8 november 2019

8 november: H.H. Vier gekroonde martelaren

De geschiedenis van deze heilige martelaren is erg verwarrend. In het Martyrologium Romanum staat het volgende over hen opgetekend: "Te Rome aan de Via Lavicana op de dag van het overlijden van vier heilige martelaren, de broers Severus, Severianus, Carpophorus en Victorinus. Onder keizer Diocletianus werden ze met loden staven doodgegeseld. Hun namen werden pas vele jaren later bekendgemaakt door een goddelijke openbaring. Aangezien daarvoor niemand hun namen kende werd de jaarlijkse feestdag te hunner ere gevierd onder de titel: De vier gekroonde broers. Ook na de openbaring van hun namen bleef deze titel bestaan."

De basiliek van de H.H. Vier gekroonde martelaren bevat ook de relikwieën van vijf beeldhouwers die onder Diocletianus weigerden om afgoden te maken of om afbeeldingen van de zonnegod te vereren. Uit verslagen blijkt dat zij rond het jaar 300 werden gegeseld, geplaatst in loden doodskisten en ondergedompeld in water.

Diverse historici hebben geprobeerd om de tegenstrijdige verklaringen over de relatie tussen deze twee groepen heiligen te ontwarren; zij hebben onderzocht of deze twee groepen daadwerkelijk hebben bestaan, of het ging om Romeinen, soldaten, steenhouwers enzovoorts.

7 november 2019

7 november: Heilige Willibrordus, bisschop en belijder, patroon van de Nederlandse Kerkprovincie en van het bisdom Haarlem-Amsterdam, hoogfeest

Willibrord werd geboren in Northumbrië in Engeland in het jaar 658. Hij kreeg de geloofsopvoeding van de monniken uit het klooster Ripon. Abt was hier de heilige Wilfried die leefde naar de regels van Benedictus. In 678 vertrok Willibrord naar Ierland, naar het klooster van Rathmelsigi. Hier werd hij tot priester gewijd. Samen met een grote schare metgezellen verliet hij in 690 zijn geboorteland en trok de Noordzee over om het geloof in de Friese landen te verkondigen. Aan paus Sergius I vroeg Willibrord de volmacht om in deze streken het geloof te verkondigen evenzo aan de Frankische Hofmeier Pepijn II van Herstal. Paus Sergius wijdde hem tevens tot aartsbisschop van de Friezen. Zijn bisschopszetel vestigde hij in Utrecht.

Dankzij de steun van de Frankische adel kon Willibrord de verkondiging in Friesland gestalte geven. Hij kreeg van Irmana van Ohren, de vrouw van een paltsgraaf, de abdij van Echternach in Luxemburg. Bekend is ook de abdij van Susteren in Limburg. Beide kloosters werden het middelpunt voor de verkondiging van het Evangelie onder de Friezen. Na de dood van Pepijn II in 714 was het niet mogelijk zijn verkondiging in de noordelijke streken voort te zetten. Radboud, de heidense Fries, heroverde al plunderend een groot gebied op de Franken. Nadat koning Karel Martel in 715 Radboud verslagen had, vertrok Willibrord samen met de heilige Bonifatius naar het Noorden. Hij zou zelfs in Denemarken geweest zijn. Willibrord stichtte vele kerken, kloosters en vestingen. Hij legde een stevig fundament voor de opbouw van de Kerk in de Lage Landen en in Duitsland. In 719 begon de heilige Willibrord met grote ijver aan deze taak samen met de heilige Bonifatius. Op 7 november 739 stierf Willibrord in de abdij van Echternach. Hier ligt hij ook begraven.

Paus Pius XII heeft in 1939 Willibrordus uitgeroepen tot patroon van de Nederlandse Kerkprovincie. De heilige Willibrordus is patroon van Nederland en van Luxemburg en van de bisdommen Utrecht, Haarlem-Amsterdam en Luxemburg. Hij is patroon tegen epilepsie, huidziekten en stuipen.

6 november 2019

Actualiseren parochiële ledenadministratie

Wilt u bij verhuizing of wijzigingen in uw gezinssamenstelling ook onze personele parochie Sint Jozef informeren? Voor een correcte administratie zijn we afhankelijk van de door u verstrekte gegevens. Ook als u nieuw bent in de parochie en uw voorkeur gaat uit naar de traditionele Latijnse liturgie, dan beschikken we graag over uw gegevens.

U kunt uw opgave verstrekken op het formulier dat u hieronder aantreft. Deponeer het ingevulde formulier in de brievenbus van de pastorie, of verstuur het per e-mail naar oudemis@agneskerk.org.

Uw gegevens worden niet aan derden verstrekt en inschrijving heeft geen gevolgen voor een eventuele registratie bij een andere parochie.

Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen printen.

5 november 2019

Dertig nieuwe seminaristen in Wigratzbad

Het seminarie van de priesterbroederschap Sint Petrus in het Zuid-Duitse Wigratzbad is het nieuwe studiejaar begonnen met dertig nieuwe seminaristen, onder wie één Nederlander, onze parochiaan Rik van Steenoven.

De nieuwkomers zijn afkomstig uit vijftien landen en studeren in twee taalgroepen, namelijk Frans en Duits. Naast het seminarie in Duitsland is er ook een FSSP-seminarie in de Verenigde Staten.

Wilt u de seminaristen begeleiden met uw gebed? Indien u de priesteropleiding financieel wilt ondersteunen, neemt u dan contact op met Stichting Sint-Petrusbroederschap Nederland of met de pastoor.

4 november 2019

4 november: Heilige Carolus, bisschop en belijder

Carolus Borromeo werd op 2 oktober 1538 te Arona in Lombardije geboren (zijn moeder kwam uit het geslacht van de Medici). Hij ging op 7-jarige leeftijd naar een kloosterschool, waar hij als geestelijke werd ingekleed. Een voor die tijd normaal gebeuren. Op 21-jarige leeftijd beëindigde hij in Pavia zijn studies in kerkelijk en burgerlijk recht, cum laude. Een jaar later werd hij door zijn oom, paus Pius IV, tot kardinaal verheven. Dit nepotisme (onrechtmatige begunstiging van familieleden) en ander wantoestanden werden later door Carolus fel bestreden door bij de Paus aan te dringen op het uitvoeren van het Concilie van Trente (1545-1563), dat tien jaar heeft stilgelegen.

Door de dood van zijn broer Frederico in 1562 kwam er een ommekeer in zijn leven. Zijn familie zag hem graag gehuwd en zette hem onder druk, maar hij liet zich in 1563 in het geheim tot priester wijden. Enkele maanden later ontving hij de bisschopswijding en werd hij tot aartsbisschop van Milaan benoemd. Hij muntte uit door onthechting, boetvaardigheid en zelfverloochening.

Hij heeft zich een blijvende plaats verworven onder de grote reformatoren van de Kerk door de hervormingsbesluiten van het Concilie van Trente door te voeren. Hij stichtte seminaries, bevorderde de studie, herstelde de tucht in de kloosters, stichtte nieuwe orden en congregaties, schreef een volledige codex van pastorale wetgeving. Dit standaardwerk (Acten van de Milanese Kerk), is nog altijd gezaghebbend. De Ambrosiaanse Ritus is door hem in Milaan bewaard gebleven.

Veel gelovigen vonden hem een lastige scherpslijper, maar dat begon te veranderen toen hij zich tijdens een hongersnood in de schulden stak om voedsel te kunnen uitdelen. En hij won alle harten toen in 1576 de pest uitbrak. De gouverneur en alle bestuurders vluchtten de stad uit; Carolus daarentegen verplichtte elke priester, monnik en non te blijven teneinde de pestlijders bij te staan en gaf zelf dag na dag het voorbeeld. Zodra de epidemie voorbij was, klaagde de gouverneur hem in Madrid en Rome aan wegens overtreding van gemeentelijke voorschriften, maar nu maakte de steun van het volk hem onkwetsbaar.

Op 3 november 1584, stierf hij, 46 jaar oud. Paus Paulus V verklaarde hem in 1610 heilig. Carolus is patroon van de seminaristen en patroon tegen de pest.

3 november 2019

Eenentwintigste zondag na Pinksteren

Epistel
Ef. 6, 10-17
Broeders: Zoekt uw sterkte in de Heer en in Zijn alvermogende kracht. Trek de wapenrusting Gods aan, om stand te kunnen houden tegen de listige aanvallen van de duivel. Want onze strijd gaat niet tegen vlees en bloed, maar tegen de vorsten en machten en wereldbeheersers der duisternis, tegen de boze geesten in de lucht. Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden op de kwade dag, en in volle uitrusting pal te staan. Houdt u dus gereed, de lendenen omgord met de waarheid, gestoken in het pantser van gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidwilligheid voor het evangelie des vredes; blijft in alle omstandigheden vasthouden het schild des geloofs, waarmede gij alle gloeiende pijlen van de boze vijand kunt doven; neemt daarbij de helm van het heil en het zwaard van de Geest, dat is het Woord Gods.

Evangelie
Mt. 18, 23-35
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen deze gelijkenis voor: het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die afrekening wilde houden met zijn dienaren. En toen hij met afrekenen was begonnen, werd er iemand voor hem gebracht, die hem tienduizend talenten schuldig was. Daar hij echter niets had om te betalen, gaf zijn heer bevel hem te verkopen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had, en zo de schuld te voldoen. Maar de dienaar viel voor hem neer, en smeekte: Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen! Toen kreeg de heer medelijden met zijn dienaar, liet hem weer vrij, en schold hem de schuld kwijt. Maar toen deze dienaar wegging, trof hij een van zijn mededienaren, die hem honderd tienlingen schuldig was; en hij greep hem bij de keel, en zeide; Betaal wat gij schuldig zijt! En zijn mededienaar viel neer en smeekte hem: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen! Doch de ander wilde dat niet; maar hij ging heen, en liet hem in de gevangenis werpen tot hij zijn schuld zou betaald hebben. Toen nu zijn mededienaren dat zagen gebeuren, werden zij zeer bedroefd; en zij gingen naar hun heer en deelden hem alles mede, wat er voorgevallen was. Toen liet zijn heer hem roepen, en sprak tot hem: Slechte knecht! Heel uw schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat gij het mij gevraagd hebt; moest gij dan ook geen medelijden hebben met uw medeknecht, zoals ik medelijden heb gehad met u? En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij geheel zijn schuld zou betaald hebben. Zo zal ook Mijn hemelse Vader doen met u, als gij allen niet van harte vergiffenis schenkt aan uw broeder.

Overweging
Elke dag bidden wij in het gebed dat Christus Zelf ons leerde, om vergeving van onze schuld. Elke dag vragen wij dus onze hemelse Vader hetzelfde: dat Hij ons onze zonden vergeef. Onze slechte gedachten, kwade gesprekken of daden, ons nalatig omgaan met Zijn genade en gaven. Maar zijn wij ons er eigenlijk van bewust dat wij elke dag ook ontelbare mogelijkheden hebben om hetzelfde te doen jegens onze naasten? “En vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.” Het Evangelie van deze zondag stelt ons zeer duidelijk voor ogen in welk verband wij dit gebed moeten zien.

Een koning houdt afrekening met zijn dienaren. Zij komen hem verslag brengen van hun handelingen. Spoedig wordt er een binnengebracht (hij had zelf weg willen blijven, maar hij wordt gedwongen te verschijnen) die veel schulden had gemaakt. Dat was zo een enorm bedrag dat hij met zijn gehele privé-bezit het nooit zou kunnen vergoeden. Hij had door onverantwoorde uitgaven, door allerlei geknoei, het geld van de koning verkwist. Nu het uur om te betalen daar is heeft hij niets. De conclusie is volgens het gebruik van die tijd voor de hand liggend: hijzelf wordt als slaaf verkocht, zijn vrouw en kinderen ondergaan eenzelfde lot en zijn inboedel wordt onder de hamer gebracht. Maar dan gebeurt er iets heel onverwachts. De koning is grootmoedig. Hij heeft medelijden en scheldt de dienaar de gehele schuld kwijt.

De dienaar heeft de goedheid van zijn koning ervaren, maar hij had zelf geen medelijden met een van zijn mededienaars. Door zijn gebrek aan medelijden werd hij uiteindelijk bestraft. Wat heeft dat alles met ons te maken? De les staat aan het einde van het Evangelieverhaal: “Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als gij allen niet uw broeder van harte vergeeft.” Wij allen staan tegenover God in de verhouding van de dienaar tegenover zijn koning. Het is beslist fout om te denken, dat Christus met de persoon van de dienaar die zijn koning tienduizend talenten schuldig was alleen de grote zondaars heeft bedoeld.

God is oneindig goed. Hij is waarlijk goddelijk goed. Doch wij zijn daarvan niet voldoende overtuigd: dit leeft niet in ons. Een van de oorzaken hiervan is dat wij onze schuld tegenover God niet voldoende beseffen. Het beeld in de parabel is aangrijpend genoeg, maar de werkelijkheid is oneindig erger. Geen menselijke verhouding kan dat uitdrukken. Als wij ons van geen zware zonden bewust zijn, menen wij dat onze schuld tegenover God niet groot is. Dagelijkse zonden zijn niet zo erg, menen wij. Bovendien komen ze zo vaak voor dat wij ze niet meer merken. Maar de grootte van een belediging wordt allereerst afgemeten naar de waardigheid van degene, die ze wordt toegevoegd.

God is de oneindige Majesteit; onze zonden zijn een onmetelijke belediging van deze goddelijke Majesteit. En elke dag beledigen wij Hem wederom. Wij zouden nooit onze onbegrijpelijk grote schuld kunnen betalen. En deze wordt ons ineens kwijtgescholden. De schuld van Adam, de schuld van al mijn persoonlijke zonden, al mijn genadeverkwisting, het schuldig missen van mijn prachtige kansen – dat alles wordt ineens kwijtgescholden. God, de Liefde Zelf, heeft Zich in Jezus Christus neergebogen over onze ellende. De Vader in de hemel wordt niet moe ons te vergeven om het dierbaar bloed van Zijn Zoon. Telkens opnieuw als wij Hem met een oprecht hart om vergiffenis vragen, vergeeft Hij de schuld, hoe groot zij ook moge zijn.

Elke mens is zoals deze dienaar. Wij zijn tegelijkertijd schuldenaars tegenover God en schuldeisers tegenover de medemens. Willen wij Gods barmhartigheid ervaren, dan moeten wij zelf bereid zijn om te vergeven. In het groot en in het klein (dat komt dagelijks voor). Er zal eens een rechtvaardige vergelding komen. En deze verloopt volgens onze eigen maatstaf. God zal met ons omgaan zoals wij met anderen omgaan. En vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.

2 november 2019

Grande Messe des Morts (Requiem) - Hector Berlioz

2 november: Allerzielen

Allerzielen is een dag van gebed voor allen die uit dit leven zijn heengegaan en nog niet voor altijd bij de Heer zijn. Het bidden voor de overledenen werd reeds in de 2e eeuw vóór Christus gedaan (zie 2 Makk. 12, 43-45). Men geloofde dat de overledenen hierdoor van hun zonden zouden worden vrijgesproken.

Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) werd de geloofsleer vastgelegd dat er een vagevuur is en dat de overleden gelovigen daar door de gelovigen op aarde kunnen worden geholpen.

Door de vaststelling van de gedenkdag op 2 november wordt de band van deze herdenking met Allerheiligen beklemtoond. Zo wordt benadrukt dat Gods volk, zowel zij die reeds in Gods aangezicht leven als zij die nog onderweg zijn naar de eeuwige zaligheid, één gemeenschap vormt.

Zie: Volle aflaat voor de zielen in het vagevuur.

1 november 2019

1 november: Allerheiligen, hoogfeest

Sinds 1991 is het hoogfeest van Allerheiligen ook voor de Nederlandse Kerkprovincie weer een verplichte feestdag op de datum zelf. En terecht, want op deze dag vieren we de grote eenheid van de Kerk over de grenzen van de dood heen. We gedenken alle mensen die, door Christus’ genade gezuiverd en geheiligd, de hemel zijn binnengenodigd. Daar aanbidden zij de Drie-ene God en spreken voor ons ten beste.