Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 april 2021, onder voorbehoud van wijzigingen.

Bidt u thuis ook mee?

Met de Rozenkransnoveen voor Kerk, gezin en vaderland: klik hier.
Om eerherstel te brengen aan Jezus in het Allerheiligste Sacrament: klik hier.


15 april 2021

Votiefmis ter ere van Jezus Christus, eeuwige Hogepriester

Als de heilige Mis wordt gevierd, dan opent zich de hemel,
en Jezus Christus, onze Eeuwige Hogepriester,
is aanwezig met Zijn geofferde Lichaam,
met Zijn vergoten Bloed,
met Zijn barmhartig Hart waarin zonder ophouden de vlam van Zijn totale overgave
aan de Vader voor de redding van de mensheid brandt.
Dus tijdens deze Mis kijken we spiritueel naar de levende Christus
met Zijn wonden, Zijn heerlijke en stralende wonden
als goddelijke diamanten.
Het mysterie van de heilige Mis toont ons de waarheid
dat Jezus Christus onze Hogepriester is,
Die eeuwig leeft om onze Middelaar te zijn. (Hebr. 7, 25)

11 april 2021

Paasconcert in Rome (met Montserrat Caballé en Montserrat Marti)

Beloken Pasen - Feest van de goddelijke Barmhartigheid

"Thomas, kom hier met uw hand en leg ze in Mijn zijde."

Epistel
1 Joh. 5, 4-10
Veelgeliefden, al wat uit God is geboren, is overwinnaar van de wereld; en dit is de zegevierende macht, waardoor de wereld overwonnen wordt, ons geloof. Wie anders is er overwinnaar van de wereld, dan hij die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God? Deze is het, Die gekomen is in water en in bloed, Jezus Christus; niet alleen in het water, maar in het water én in het bloed. En het is de Geest, Die getuigt, dat Christus de waarheid is. Want het zijn er drie, Die getuigenis geven in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn één. En het zijn er drie, die getuigenis geven op de aarde: de Geest, en het water, en het bloed; en deze drie zijn het eens. Indien wij het getuigenis van mensen aannemen, Gods getuigenis heeft groter waarde; inderdaad hebben wij hierin dat getuigenis van God met die grotere waarde, dat Hij getuigenis heeft gegeven omtrent Zijn Zoon. Wie gelooft in de Zoon van God, draagt het getuigenis van God in zich.

Evangelie
Joh. 20, 19-31
In die tijd, toen de avond van die dag, de eerste dag der week, reeds was gevallen, en de deuren van de plaats, waar de leerlingen samen waren, uit vrees voor de joden waren gelosten, kwam Jezus, en stond plotseling in hun midden; en Hij sprak tot hen: Vrede zij u! En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. En de leerlingen waren zeer verheugd, toen zij de Heer zagen. Vervolgens sprak Hij andermaal tot hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. En na deze woorden blies Hij over hen en zei hun: Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven, en aan wie gij de zonden laat houden, zij blijven ze houden. Maar Thomas, één van de Twaalf, ook wel Didymus genoemd, was niet bij hen, toen Jezus kwam. Daarom zeiden de andere leerlingen tot hem: Wij hebben de Heer gezien! Maar hij antwoordde hun: Als ik niet in Zijn handen de wonden der nagelen zie, en mijn vinger niet in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand niet kan leggen in Zijn zijde, zal ik niet geloven. En acht dagen later waren Zijn leerlingen weer daarbinnen bijeen; en ook Thomas was bij hen. En terwijl de deuren gesloten bleven, kwam Jezus binnen; en plotseling stond Hij in hun midden, en sprak: Vrede zij u! Daarop zei Hij tot Thomas: Steek uw vinger hierin, en bezie Mijn handen; en kom hier met uw hand, en leg ze in Mijn zijde; en wees niet meer ongelovig, maar gelovig! Thomas gaf Hem ten antwoord: Mijn Heer en mijn God! Toen sprak Jezus tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, daarom gelooft gij; zalig zij, die niet zien, en toch geloven. Nog vele andere tekenen, heeft Jezus voor het oog van Zijn leerlingen verricht, die in dit boek niet staan opgetekend. Maar deze zijn opgetekend, opdat gij zoudt geloven, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door dat geloof het leven moogt bezitten in Zijn Naam.

Overweging
Op deze octaafdag van Pasen, die tevens het feest van de goddelijke Barmhartigheid is, zouden wij met de apostel Thomas van harte een van de allermooiste en meest hoopvolle gebeden kunnen uitspreken, en daardoor iedere twijfel, die wellicht nog in ons leeft, uitroeien: “Mijn Heer en mijn God”. Daar gaat het in het christelijke leven om: om God. En omdat het in ons leven om God gaat, moeten wij bereid zijn om alles wat met God verbonden is, dus de Kerk van God en haar bevrijdende en tot zaligheid noodzakelijke geloofsleer, innig en volledig te omhelzen.

God is mens geworden en heeft op het Kruis de wereld Zijn barmhartigheid getoond, een barmhartigheid die ieder van ons zou kunnen omvatten als wij maar bereid zijn om ons hart in volledig vertrouwen aan Hem over te geven. In deze overgave, die een bekering inhoudt, ligt het begin van het leven met God, een leven dat als het ernstig wordt genomen, zich openbaart als een leven door God. Door de goddelijke barmhartigheid en genade mogen wij leven en eens de hemelse zaligheid aanschouwen. De deur tot dit bovennatuurlijke leven heeft Christus geopend door Zijn heilswerk, het heilswerk dat door de tijden heen wordt voortgezet door de katholieke Kerk. Daar wacht Hij ook nu op de zielen om Zijn liefde te tonen aan degenen die de duisternis en het bedrog van de wereld verlaten.

Octaafdag van Pasen: Feest van de goddelijke Barmhartigheid

Jezus, ik vertrouw op U


Op 25 augustus 1905 wordt in het Poolse dorpje Glogowiec een meisje geboren: Helena Kowalska. Op 20-jarige leeftijd treedt ze in bij de zusters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid in Warschau. Ze krijgt de kloosternaam Maria Faustina (‘begunstigde’). Al heel vroeg heeft ze bovennatuurlijke ontmoetingen. Jezus Zelf geeft haar aanwijzingen wat ze moet doen. Twijfel, angst en verwijten van haar medezusters achtervolgen haar als Jezus haar opdraagt de devotie van de goddelijke Barmhartigheid openlijk te verspreiden. Opvallend is haar grote gehoorzaamheid aan haar oversten en aan haar biechtvader, zoals Jezus dat van haar verlangt.

Vanaf 1933 lijdt ze aan tuberculose, met heftige pijnen. Daarnaast lijdt zuster Faustina onbeschrijflijke geestelijke pijnen door onzichtbare stigmata, Godverlatenheid en het verdriet om de zondaars, maar toch kent ze een diepe, innerlijke vreugde. Ze weet dat de prijs van haar liefde het lijden is. Ze wil alles doen om zielen te redden. En Jezus laat haar lijden, bijna 13 jaar in het klooster. Op 5 oktober 1938 sterft zuster Faustina, 33 jaar oud, net zo oud als haar goddelijke Vriend.

In 1965 leidt de Poolse aartsbisschop Karol Wojtyla het zaligverklaringsproces in. Op de eerste zondag na Pasen in 1993 verklaart hij als paus Johannes Paulus II haar zalig en in het heilig jaar 2000, op de zondag van de goddelijke Barmhartigheid, verklaart hij haar heilig.

Uit haar dagboek komt naar voren hoe graag Jezus wil dat de mensen in de hemel komen. Geen mens, hoe groot zijn zonden ook zijn, hoeft verloren te gaan. God wil de dood van de zondaar niet. Het enige dat wij hoeven te doen is ons vol vertrouwen, en berouwvol, aan Zijn eindeloze Barmhartigheid over te geven.

Bij Zijn eerste verschijning aan zuster Faustina geeft Jezus haar de opdracht: “Schilder een afbeelding die overeenkomt met het voorbeeld dat je ziet, met het onderschrift: Jezus, ik vertrouw op U. Ik wil dat deze afbeelding vereerd wordt, eerst in jouw kapel en daarna over de hele wereld. Ik beloof je dat de ziel die deze afbeelding zal vereren, niet verloren zal gaan.”

Jezus heeft aan zuster Faustina gezegd dat Hij wil dat op de zondag na Pasen het feest van de goddelijke Barmhartigheid wordt gevierd: “Op die dag staan de diepste diepten van Mijn tedere barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van Mijn barmhartigheid naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de heilige communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de hemel, waardoor de genade vloeit, open.”

10 april 2021

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 9

“Breng vandaag de zielen bij Mij die lauw geworden zijn en dompel hen in de afgrond van Mijn barmhartigheid. Deze zielen wonden Mijn Hart uitermate pijnlijk. Mijn ziel leed de vreselijkste walging in de hof van Olijven vanwege de lauwe zielen. Zij waren er de oorzaak van dat Ik uitschreeuwde: “Vader, als het Uw wil is, neem deze kelk van Mij weg.” Voor hen is de laatste hoop op redding dat zij naar Mijn barmhartigheid vluchten.”

Allerbarmhartigste Jezus, U bent het medelijden Zelf. Ik breng de lauwe zielen naar de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart. Laat in dit vuur van Uw zuivere liefde deze lauwe zielen, die U met zo’n diepe walging vervulden alsof het lijken waren, opnieuw ontvlammen. O, allermededogendste Jezus, maak gebruik van de almacht van Uw barmhartigheid en trek hen binnen in de gloed van Uw liefde en verleen hun de gave van heilige liefde, want niets gaat Uw macht te boven.

Vuur en ijs kunnen niet worden samengevoegd,
het vuur gaat uit of het ijs smelt,
maar door Uw barmhartigheid, o God,
kunt U alles aanvullen wat ontbreekt.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de lauwe zielen die desondanks door het allermededogendst Hart van Jezus omhuld zijn. Vader der barmhartigheid, ik smeek U door het bitter lijden van Uw Zoon en door Zijn drie uren durende doodsstrijd op het kruis: laat ook hen de afgrond van Uw barmhartigheid verheerlijken. Amen.

Vastenactie 2021

In de vastenactie ondersteunen wij ook dit jaar een project in Syrië. Hulporganisatie Christian Solidarity International (CSI), geleid door pater Fuchs, vraagt uw hulp voor een project onder leiding van de katholieke arts dr Nabil Antaki uit Aleppo.

Door economische sancties van Westerse landen en de coronapandemie dreigt er in Syrië een hongersnood te ontstaan. Dr Antaki heeft een groep jonge vrouwen uitgenodigd om dagelijks warme maaltijden te koken voor 125 kinderen, ouderen, zieken en mensen zonder familie. CSI financiert het voedsel, maar ook medicijnen en levert een bijdrage aan levensreddende operaties. De situatie voor de gewone man is in dit door oorlog verscheurde land bijzonder schrijnend.

U kunt uw vastenbijdrage storten op bankrekening NL48 ABNA 0589 9700 89 ten name van parochie H. Jozef onder vermelding van 'Vastenactie 2021'.

Veel dank voor uw hulp aan de Syrische bevolking!

9 april 2021

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 8

“Breng vandaag de zielen die in de gevangenis van het vagevuur zijn bij Mij en dompel hen in de afgrond van Mijn barmhartigheid. Laat de stromen van Mijn Bloed de verschroeiende vlammen afkoelen. Al deze zielen worden door Mij zeer bemind. Zij schenken genoegdoening aan Mijn rechtvaardigheid. Het ligt in jouw macht om hun verlichting te brengen. Benut alle aflaten uit de schat van de Kerk en bied die ten behoeve van hen aan. O, als je de kwellingen waaraan zij lijden eens kende zou je voortdurend geestelijke aalmoezen voor hen opdragen en hun schuld aan Mijn rechtvaardigheid afbetalen.”

Allerbarmhartigste Jezus, U hebt Zelf gezegd dat U barmhartigheid verlangt. Dus breng ik de zielen in het vagevuur naar de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart. Zielen die U zeer dierbaar zijn en die toch genoegdoening aan Uw rechtvaardigheid moeten schenken. Mogen de stromen van het bloed en water die uit Uw hart vloeiden de vlammen van het zuiverend vuur doven zodat ook in die plaats de macht van Uw barmhartigheid geprezen zal worden.

Vanuit de verschrikkelijke hitte van het reinigend vuur
stijgt een weeklacht op tot Uw barmhartigheid.
Zij ontvangen troost, verfrissing, verlichting
in de stroom van bloed en water vermengd.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zielen die in het vagevuur lijden en die omgeven worden door het allermededogendst Hart van Jezus. Ik smeek U door het bitter lijden van Jezus, Uw Zoon, en door alle bitterheid waardoor Zijn allerheiligste Ziel overstroomd werd, toon Uw barmhartigheid aan de zielen die Uw rechtvaardige onderzoek ondergaan. Zie op hen op geen andere wijze neer dan door de wonden van Jezus, Uw zeergeliefde Zoon. Want wij geloven vast dat er geen grens is aan Uw goedheid en medelijden. Amen.

8 april 2021

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 7

“Breng vandaag de zielen bij Mij die Mijn barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken en dompel ze in Mijn barmhartigheid. Deze zielen waren het meest bedroefd over Mijn lijden en drongen het diepst in Mijn Geest door. Zij zijn levende afbeeldingen van Mijn medelijdend Hart. Deze zielen zullen met een bijzondere glans schitteren in het hiernamaals. Niet een van hen zal naar het vuur van de hel gaan. Ik zal ieder van hen op bijzondere wijze verdedigen op het uur van de dood.”

Allerbarmhartigste Jezus, Wiens Hart de liefde zelf is, ontvang in de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart de zielen van hen die Uw barmhartigheid in het bijzonder verheerlijken en vereren. Deze zielen zijn machtig met de kracht van God Zelf. Temidden van alle verdriet en tegenspoeden gaan ze voorwaarts, vertrouwend op Uw barmhartigheid. Deze zielen zijn met Jezus verenigd en dragen de hele mensheid op hun schouders. Deze zielen zullen niet streng geoordeeld worden, maar Uw barmhartigheid zal ze omhelzen als zij uit dit leven scheiden.

Een ziel die de goedheid van de Heer prijst
wordt bijzonder door Hem bemind.
Zij is altijd dicht bij de levende fontein
en onttrekt genaden aan de goddelijke Barmhartigheid.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zielen die Uw grootste eigenschap, Uw onpeilbare barmhartigheid, verheerlijken en vereren en die besloten zijn in het allermededogendst Hart van Jezus. Deze zielen zijn een levend evangelie. Hun handen zijn vol daden van barmhartigheid en hun geest die overvloeit van vreugde zingt een loflied van barmhartigheid tot U, o Allerhoogste! Ik smeek U, o God, toon hen Uw barmhartigheid overeenkomstig de hoop en het vertrouwen door hen op U gesteld. Laat in hen de belofte van Jezus vervuld worden die tegen hen zei: “Ik zal Zelf die zielen die Mijn onpeilbare barmhartigheid zullen vereren gedurende hun leven en in het bijzonder in het uur van de dood als Mijn eigen eer verdedigen." Amen.

7 april 2021

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 6

“Breng vandaag de zachtmoedige en nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen bij Mij en dompel hen in Mijn barmhartigheid. Deze zielen lijken het meest op Mijn Hart. Zij sterkten Mij gedurende Mijn bittere doodsstrijd. Ik zag hen als aardse engelen die de nachtwaken zouden houden bij Mijn altaren. Ik stort hele stromen van genade over hen uit. Alleen de nederige ziel is in staat om Mijn genade te ontvangen. Ik begunstig nederige zielen met Mijn vertrouwen.”

Allerbarmhartigste Jezus, U hebt Zelf gezegd: “Leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart”.
Ontvang alle zachtmoedige en nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen in de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart. Deze zielen brengen de hele hemel in verrukking en zij zijn de gunstelingen van de hemelse Vader. Zij zijn een zoetgeurend boeket voor de troon van God. God Zelf schept behagen in hun geur. Deze zielen hebben een vaste verblijfplaats in Uw allermededogendst Hart, o Jezus, en zij zingen zonder ophouden een loflied van liefde en barmhartigheid.

Een werkelijk zachte en nederige ziel
ademt reeds hier op aarde de lucht van het paradijs in.
In de geur van haar nederig hart
verheugt Zich de Schepper Zelf.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zachtmoedige en nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen die omhuld worden in de schuilplaats die het allermededogendst Hart van Jezus is. Deze zielen lijken het meest op Uw Zoon. Hun geur stijgt van de aarde op en bereikt Uw troon. Vader van barmhartigheid en van alle goedheid, ik smeek U door de liefde die U deze zielen toedraagt en door de vreugde die U in hen schept, zegen de hele wereld opdat alle zielen samen de lofprijs van Uw barmhartigheid mogen zingen in de eindeloze eeuwen der eeuwen. Amen.

Van de pastoor: Jezus heeft definitief zonde en dood overwonnen door Zijn kruisdood en verrijzenis

Beminde gelovigen,

Midden in deze treurige tijd vol maatschappelijke onzekerheden is het ons, katholieken, gegeven om het hoogfeest van Pasen te vieren. Deze onzekere tijden kunnen ons niet beroven van de zekerheid van Jezus’ definitieve overwinning op zonde en dood door Zijn kruisdood en verrijzenis.

Als wij dicht bij Christus blijven, dan hoeven wij de onzekerheid van ons aardse leven niet met angst te laten vervullen. In plaats daarvan mogen wij ons richten op datgene dat Christus met zekerheid en onomkeerbaar op het Kruis heeft bewerkstelligd. Alleen dan zullen wij de kracht vinden om ons aardse bestaan tot een goed einde te brengen en te komen tot de glorievolle staat waarin Christus ons zal opnemen in de hemelse woning die Hij voor Zijn uitverkorenen heeft bereid.

Al een jaar lang is ons kerkelijk leven ingrijpend veranderd. Toch is er ook dit jaar een grote groep kinderen, afkomstig uit onze trouwe families, die hun eerste heilige communie zullen doen op Beloken Pasen. Bidden wij voor de meer dan tien kinderen dat de grote genade van het Allerheiligste Sacrament hun een diep verlangen tot heiligheid zal schenken.

Ook is er een groep van zeven jongemannen die dit jaar het heilig doopsel zullen ontvangen, waarschijnlijk met Pinksteren. Ook voor hen wordt uw gebed gevraagd als ondersteuning op weg naar het bad van de wedergeboorte.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

6 april 2021

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 5

“Breng vandaag de zielen van de afgescheiden broeders bij Mij en dompel hen in de oceaan van Mijn barmhartigheid. Tijdens Mijn bitter lijden verscheurden zij Mijn Lichaam en Mijn Hart. Dat is Mijn Kerk. Wanneer zij terugkeren tot eenheid met de Kerk genezen Mijn wonden en zo verlichten zij Mijn lijden.”

Allerbarmhartigste Jezus, U Die de goedheid Zelf bent, U weigert het licht niet aan hen die het bij U zoeken. Ontvang de zielen van onze afgescheiden broeders in de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart. Trek hen door Uw licht tot de eenheid van de Kerk en laat hen niet ontsnappen uit de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart, maar maak dat ook zij de edelmoedigheid van Uw barmhartigheid zullen prijzen.

Zelfs voor hen die het gewaad van Uw eenheid hebben verscheurd
vloeit de bron van barmhartigheid uit Uw Hart.
De almacht van Uw barmhartigheid, o God,
kan deze zielen ook uit de dwaling leiden.

Eeuwige Vader, wend Uw blik op de zielen van de afgescheiden broeders die Uw zegeningen hebben verkwist en Uw genaden hebben misbruikt door koppig in hun dwalingen te volharden. Zie niet op hun dwalingen, maar op de liefde van Uw eigen Zoon en op Zijn bitter lijden dat Hij omwille van hen onderging aangezien ook zij een plaats hebben in het allermededogendst Hart van Jezus. Maak dat ook zij Uw grote barmhartigheid mogen prijzen in de eindeloze eeuwigheid. Amen.

5 april 2021

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 4

“Breng mij vandaag degenen die nog niet in Mij geloven en die Mij nog niet kennen. Tijdens mijn bitter lijden dacht Ik ook aan hen en hun ijver in de toekomst troostte Mijn Hart. Dompel hen in de oceaan van Mijn barmhartigheid.”

Allerbarmhartigste Jezus, U bent het licht van de hele wereld. Ontvang de zielen van hen die nog niet in U geloven en die U nog niet kennen in de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart. Laat de stralen van Uw genade hen verlichten zodat ook zij samen met ons Uw heerlijke barmhartigheid mogen verhogen. Laat hen niet uit de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart ontsnappen.

Moge het licht van Uw liefde
de zielen die in duisternis zijn verlichten.
Geef dat deze zielen U zullen kennen
en samen met ons Uw barmhartigheid zullen verhogen.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zielen van hen die nog niet in U geloven en naar hen die U nog niet kennen, maar die omsloten zijn door het allerbarmhartigst Hart van Jezus. Trek hen naar het licht van Uw Evangelie. Deze zielen weten niet wat het voor een groot geluk is om U lief te hebben. Geef dat ook zij de edelmoedigheid van Uw barmhartigheid in de eindeloze eeuwigheid mogen prijzen. Amen.

Maandag onder het Octaaf van Pasen

Zijt gij dan de enige vreemdeling, die in Jeruzalem is geweest, en die niet weet wat daar gebeurd is dezer dagen?

Epistel
Hand. 10, 37-43
In die dagen stond Petrus te midden van het volk en sprak: Mannen, broeders, gij hebt gehoord van hetgeen er in geheel het joodse land, van Galilea uit, gebeurd is, na het doopsel, dat Johannes predikte: van Jezus van Nazareth, hoe God Hem heeft gezalfd met Heilige Geest en kracht, en hoe Hij weldoende rondging, en allen genas, die in de macht waren van de duivel, omdat God met Hem was. En wij zijn getuigen van alles, wat Hij in het land der joden en in Jeruzalem heeft gedaan. Maar men heeft Hem aan het kruishout gehangen en gedood. God echter heeft Hem opgewekt op de derde dag, en Hem gegeven, zichtbaar te verschijnen, niet aan geheel het volk, maar aan getuigen, die God te voren daartoe had uitgekozen, namelijk aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij van de doden was opgestaan. Ook heeft Hij ons bevel gegeven, aan het volk te prediken en te getuigen, dat Hij het is, Die door God is aangesteld als rechter van levenden en doden. Van Hem getuigen al de profeten dat allen, die in Hem geloven, in Zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgen.

Evangelie
Lc. 24, 13-35
In die tijd gingen twee van Jezus' leerlingen diezelfde dag naar een dorp, dat zestig stadiën van Jeruzalem gelegen was en Emmaus heette. En zij spraken met elkander over alles, wat er gebeurd was. Terwijl zij nu in gesprek waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf bij hen, en ging met hen mee; maar hun ogen werden verhinderd, opdat zij Hem niet zouden herkennen. Hij vroeg hun: Wat voor gesprek voert gij samen onderweg, dat gij zo bedroefd zijt? De ene nu, die Cleophas heette, gaf Hem ten antwoord: Zijt Gij dan de enige vreemdeling, die in Jeruzalem is geweest en die niet weet, wat daar gebeurd is dezer dagen? Doch Hij antwoordde hun: Wat dan? En zij zeiden: Met Jezus van Nazareth, Die een profeet was, machtig in werk en in woord, voor God en geheel het volk; en hoe onze opperpriesters en oversten Hem ter doodstraf hebben overgeleverd en gekruisigd hebben. Wij nu hadden de hoop, dat Hij het was, Die Israël zou verlossen; maar met dat al is het nu reeds de derde dag sinds deze dingen zijn gebeurd. Bovendien hebben enige vrouwen uit onze kring, die vóór het daglicht reeds bij het graf waren, ons doen ontstellen, want zij vonden er Zijn lichaam niet; en toen zij terugkwamen, vertelden zij ook nog, dat zij een verschijning van engelen hadden gehad, die zeiden, dat Hij weer leefde. Toen zijn enigen van ons naar het graf gegaan, en hebben het juist zo bevonden, als de vrouwen gezegd hadden maar Hemzelf vonden zij niet. Toen sprak Hij tot hen: O gij onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet beter geloof hecht aan alles, wat de profeten hebben gezegd. Moest dan de Christus dit alles niet lijden, en zó zijn glorie binnengaan? En te beginnen met Mozes en de andere profeten, verklaarde Hij hun, wat in heel de Schrift over Hem was voorspeld. Intussen waren zij bij het dorp gekomen, waar zij heengingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder wilde gaan. Maar zij drongen bij Hem aan, en zeiden: Blijf bij ons, want het wordt avond en de dag loopt reeds ten einde. Hij ging dan met hen naar binnen. Toen Hij nu met hen aan tafel was, nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het, en reikte het hun toe. Toen gingen hun de ogen open, en zij herkenden Hem. Maar Hij verdween uit hun ogen. En zij zeiden tot elkander: Brandde ons hart niet in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften verklaarde? Onmiddellijk stonden zij op, en keerden naar Jeruzalem terug; daar vonden zij de elf met hun gezellen bijeen; en dezen zeiden: De Heer is waarlijk verrezen, en verschenen aan Simon. Toen verhaalden ook zij, wat er onderweg was gebeurd, en hoe zij Hem hadden herkend bij het breken van het brood.

4 april 2021

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 3

“Breng vandaag alle vrome en gelovige zielen bij Mij en dompel hen in de oceaan van Mijn barmhartigheid. Deze zielen brachten Mij vertroosting op de kruisweg. Zij waren die druppel troost midden in een oceaan van bitterheid.”

Allerbarmhartigste Jezus, uit de schatkamer van Uw barmhartigheid deelt U in grote overvloed Uw genaden mee aan iedereen en allen. Ontvang ons in de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart en laat ons er nooit uit ontsnappen. Wij smeken U dit door die zeer wondervolle liefde voor de hemelse Vader waarmee Uw Hart zo vurig brandt.

De wonderen van de barmhartigheid zijn ondoorgrondelijk,
noch de zondaar noch de rechtvaardige zal ze peilen.
Wanneer U een medelijdend oog op ons slaat,
trekt U ons allemaal dichter tot Uw liefde.

Eeuwig Vader, wend Uw barmhartige blik naar de getrouwe zielen als op de erfenis van Uw Zoon. Verleen hun omwille van Zijn bitter lijden Uw zegen en omgeef hen met Uw voortdurende bescherming. Zo zullen zij nooit in liefde tekortschieten of de schat van het heilig geloof verliezen, maar veeleer met alle engelenscharen en heiligen Uw grenzeloze barmhartigheid verheerlijken in de eindeloze eeuwigheid. Amen.

Koningin des Hemels / Regina caeli

In de Paastijd (dus tot en met de zaterdag onder het Octaaf van Pinksteren)
bidden we het Koningin des Hemels in plaats van het Engel des Heren,
's morgens, 's middags (12.00 uur) en aan het begin van de avond.




Regina caeli, laetare, alleluia,
quia quem meruisti portare, alleluia,
resurrexit sicut dixit, alleluia;
ora pro nobis Deum, alleluia.
Gaude et laetare, virgo María, alleluia.
Quia surrexit Dominus vere, alleluia.

Oremus.
Deus qui per resurrectionem Filii tui,
Domini nostri Iesu Christi,
mundum laetificare dignatus es,
praesta, quaesumus,
ut per eius Genetricem Vírginem Mariam
perpetuae capiamus gaudia vitae.
Per eundem Christum Dominum nostrum. Amen.
Koningin des hemels, verheug u, alleluia!
Omdat Hij, Die gij waardig geweest zijt te dragen, alleluia!
Verrezen is, zoals Hij gezegd heeft, alleluia!
Bid God voor ons, alleluia!
Verheug en verblijd u, maagd Maria, alleluia!
Want de Heer is waarlijk verrezen, alleluia!

Laat ons bidden.
God, Gij hebt U gewaardigd de wereld te verblijden
door de verrijzenis van Uw Zoon,
onze Heer Jezus Christus;
wij smeken U:
Geef dat wij door Zijn Moeder, de maagd Maria,
de vreugden van het eeuwig leven verwerven.
Door dezelfde Christus, onze Heer. Amen.

Hoogfeest van Pasen - Verrijzenis van onze Heer Jezus Christus

Christus is waarlijk verrezen, alleluia!

Epistel
1 Kor. 5, 7-8
Broeders, doet het oude zuurdeeg weg, om aldus een nieuw deeg te zijn. Gij zijt toch immers ongedesemd. Want ook ons Paaslam is geslacht, dat is Christus. Laten wij daarom ons feestmaal vieren, niet met oude zuurdesem, dat wil zeggen: niet met zuurdesem van slechtheid en boosheid; maar met ongedesemd brood van zuiverheid en waarheid.

Evangelie
Mc. 16, 1-7
In die tijd kochten Maria Magdalena en Maria van Jacobus en Salóme reukwerken, om Jezus te gaan balsemen. En zeer vroeg in de morgen, op de eerste dag der week, kwamen zij bij het graf, toen de zon reeds was opgegaan. En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen? Maar toen zij gingen zien, bemerkten zij, dat de steen reeds weggerold was. Deze nu was buitengewoon groot. Zij gingen dan het graf binnen, en zagen aan de rechterkant een jongeling zitten, gekleed in een wit gewaad; en zij ontstelden hevig. Maar deze sprak tot haar: Weest niet ontsteld. Gij zoekt Jezus van Nazareth, Die gekruisigd is. Hij is verrezen; Hij is hier niet meer; ziet hier de plaats, waar men Hem had neergelegd. Maar gaat heen, en zegt aan Zijn leerlingen, met name aan Petrus, dat Hij weer voor u uitgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft.

Overweging
Vandaag viert de Kerk haar gloriedag, het ‘feest der feesten’, omdat zij de overwinning van Jezus Christus, haar Stichter, viert. Het Paasfeest is het jubelfeest om de verlossing. De redding is een feit geworden. Gods belofte, lang geleden gegeven, werd op Paasdag vervuld. Jezus, voor ons gestorven, vernietigde de schuld en de angst en Hij gaf ons de hemel terug. Na Zijn verschrikkelijk lijden, dat Hij uit liefde op Zich had genomen, is Hij nu doorstraald van licht en heerlijkheid.

“Vreest niet! Gij zoekt Jezus van Nazareth Die gekruisigd is. Hij is verrezen. Hij is niet hier. Ziet de plaats waar men Hem had neergelegd.” Deze woorden van een engel hoorden de heilige vrouwen die naar het graf van Jezus gingen om Zijn lichaam te balsemen. Hij is verrezen – met deze woorden nodigt de Kerk ook ons in de gehele Paasliturgie uit tot een innige blijdschap. “Hij is waarlijk verrezen.” Zijn lijden en dood waren voor Hem geen ondergang: zij waren de hoge losprijs voor de zielen, voor onze zielen. Dit was het herstel uit de zonde, de prijs van de nieuwe vriendschap tussen God en de mensen.

Geheel de Kerk is vol van blijdschap en dankt God. Wat kunnen wij anders doen dan blij zijn zowel inwendig als naar buiten om dit grote geluk, deze vernieuwing van het leven, om deze glorie vooral van onze Heer en Redder, Jezus Christus? Maar niet alleen blijdschap regeert in deze tijd in de Kerk. Zij is ook enorm dankbaar voor alles wat Christus voor ons heeft gedaan. En dit is: ons de hemel teruggegeven en Gods liefde.

Met dankbaarheid en vreugde moeten ook onze harten vervuld worden. “Dit is de dag die de Heer gemaakt heeft; laat ons heden juichen en blij zijn” – zingen wij in het graduale. Naast de blijdschap brengt het feest van Pasen ons de hoop, de hoop dat wij op een dag ook zullen verrijzen om met God eeuwig te leven. En dit leven zal een heel ander leven zijn, een nieuw leven.

Hoogfeest van Pasen

Christus, de Heer, is waarlijk verrezen!

"O waarlijk heilige nacht", zingt het Exsultet, "de enige die tijd en uur mocht kennen waarop Christus uit de doden verrees!" Niemand is immers ooggetuige geweest van de gebeurtenis zelf van de verrijzenis en geen enkele evangelist beschrijft haar. Niemand heeft kunnen zeggen hoe zij fysiek gezien tot stand gekomen is. En het diepste wezen ervan, de overgang naar een ander leven, was nog minder zintuiglijk waarneembaar.

Hoewel de verrijzenis een historische gebeurtenis is, die door het teken van het lege graf en de werkelijkheid van de ontmoetingen van de apostelen met de verrezen Christus vast te stellen is, blijft ze, in zoverre ze de geschiedenis te boven gaat en daarboven uitstijgt, ten diepste een geloofsmysterie. Daarom toont de verrezen Christus Zich niet aan de wereld (vgl. Joh. 14, 22), maar wel aan Zijn leerlingen, "aan degenen die Hem van Galilea naar Jeruzalem hadden vergezeld, juist aan degenen die nu getuigen van Hem zijn voor het volk" (Hand. 13, 31).

3 april 2021

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 2

“Breng vandaag de zielen van priesters en religieuzen bij Mij en dompel hen in Mijn ondoorgrondelijke barmhartigheid. Zij waren het die Mij de kracht gaven om Mijn bitter lijden te verdragen. Door hen vloeit Mijn barmhartigheid als door kanalen uit over de mensheid.”

Allerbarmhartigste Jezus, van Wie alles komt wat goed is, vermeerder Uw genade in ons zodat wij waardige daden van barmhartigheid mogen verrichten en dat allen die ons zien de Vader der barmhartigheid - Die in de hemel is - mogen verheerlijken.

De fontein van Gods liefde
woont in zuivere harten
die gereinigd zijn in de zee van barmhartigheid,
stralend als sterren, helder als de dageraad.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de kring van uitverkorenen in Uw wijngaard. Vestig die op de zielen van priesters en religieuzen en begiftig hen met de kracht van Uw zegen. Omwille van de liefde van het Hart van Uw Zoon waarin zij gehuld zijn, deel aan hen Uw kracht en licht mee zodat zij in staat zullen zijn om anderen op de weg van de zaligheid te leiden en Uw grenzeloze barmhartigheid in de eindeloze eeuwigheid eenstemmig lof toe te zingen. Amen.

Adoramus Te, Christe (Monteverdi)



Adoramus te, Christe, et benedicimus tibi,
quia per sanguinem tuum pretiosum
redemisti mundum, miserere nobis.


Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
omdat Gij door Uw kostbaar Bloed
de wereld verlost hebt, ontferm U over ons.

Paaszaterdag: Nedergedaald ter helle

De icoon toont ons het Gelaat van de gestorven Jezus. De Man van Smarten heeft - in uiterste gehoorzaamheid aan Zijn hemelse Vader - de marteldood aan het Kruis doorstaan. Hij heeft voor ons de prijs betaald die wij zelf nooit hadden kunnen betalen.

Christus heeft de duivel en de dood voor alle mensen overwonnen, ook voor de mensen die leefden voordat het Kruisoffer werd gebracht. De Kerk leert dat Christus op deze dag 'nedergedaald is ter helle'. Alle mensen die vóór het offer van de Kruisdood rechtvaardig waren geworden, heeft Christus - voorafgaand aan Zijn Verrijzenis - bevrijd uit het dodenrijk.

De dood van Jezus is de poort geworden tot het eeuwige leven, zowel voor Hem als voor ons. God heeft namelijk een sterfelijk lichaam aangenomen om met dit lichaam strijd te leveren tegen de dood en over de dood te zegevieren. Volgens de kerkvaders heeft de dood zich op Christus geworpen en Hem willen verslinden, zoals dat bij alle mensen gebeurt. Maar de dood kon Christus niet verteren, omdat God in Hem was. En zo is de dood zelf vernietigd. Christus heeft de dood gedood met de Geest Die niet kon sterven. Zo heeft Hij onze dood teniet gedaan. Sinds de dood van Christus is de menselijke dood niet meer als voorheen. Dat kon alleen geschieden doordat God op aarde kwam.

Wij zijn in verbinding met die mensgeworden God, met Zijn lijden en met Zijn dood, weliswaar op mystieke wijze, maar die is niet minder reëel. Wij hebben daar in zo grote mate deel aan, dat de apostel op grond van dit geloof durft te verkondigen: "Gij zijt gestorven. En uw leven is nu met Christus verborgen in God." (Kol. 3, 3)

Het altaar is leeg, de Kerk viert vandaag geen heilig Misoffer, maar omdat wij weten dat de dood is overwonnen, zien wij vandaag reeds hoopvol uit naar de Verrijzenis van Pasen.

2 april 2021

Gebed tot de gekruisigde Christus

O Jezus,
ik bid U door al Uw smarten
en Uw bittere dood,
door Uw doornagelde handen,
doorboorde voeten,
doorstoken zijde,
en al Uw gezegende wonden,
ontferm U over mij,
en druk Uw heilig lijden zó in mijn hart,
dat mij niets anders behaagt dan Gij, mijn Jezus,
Die voor mij gekruisigd zijt.
Amen.

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 1

Zuster Faustina werd heilig verklaard op 30 april 2000. Op diezelfde dag stelde paus Johannes Paulus II voor de gehele Kerk het feest van de goddelijke Barmhartigheid in op de eerste zondag na Pasen (Beloken Pasen), zoals Jezus aan zuster Faustina had verzocht.

Bij Zijn eerste verschijning aan zuster Faustina geeft Jezus haar de opdracht: “Schilder een afbeelding die overeenkomt met het voorbeeld dat je ziet, met het onderschrift: Jezus, ik vertrouw op U. Ik wil dat deze afbeelding vereerd wordt, eerst in jouw kapel en daarna over de hele wereld. Ik beloof je dat de ziel die deze afbeelding zal vereren, niet verloren zal gaan.

Jezus vraagt ons de noveen tot de goddelijke Barmhartigheid te bidden op de negen dagen voorafgaand aan het feest van Zijn Barmhartigheid (Beloken Pasen). Deze noveen begint dus vandaag, op Goede Vrijdag.

Jezus zegt tot zuster Faustina:

"Ik ben Heilig, en de geringste zonde is Mij een afschuw. Maar wanneer de zondaars berouw hebben, is Mijn erbarmen zonder grenzen. Ik vervolg hen met Mijn Barmhartigheid op al hun wegen. Wanneer zij de weg tot Mij vinden, vergeet Ik elke bitterheid en verheug Me in hun terugkeer. Zeg hun, dat Ik niet ophoud op hen te wachten: Ik luister hun hart af, om de kleinste hartslag, die op Mij gericht is, op te vangen. Ik vervolg hen met gewetenswroeging en met beproevingen, met storm en bliksem en met de lokroep van de Kerk: wanneer zij echter al Mijn genaden afwijzen, laat Ik hen aan zichzelf over en geef hun nog wat zij voor zichzelf wensen.

Wie niet door de deur van Mijn Barmhartigheid wil ingaan, moet voor Mijn rechtvaardigheid verschijnen."


De Heer zei me de rozenkrans of het kroontje te bidden op de negen dagen vóór het feest van Zijn barmhartigheid, te beginnen op Goede Vrijdag. Hij beloofde mij: “Door deze noveen zal Ik alle mogelijke genaden aan de zielen verlenen”.

“Ik wil dat je gedurende deze negen dagen zielen naar de bron van Mijn barmhartigheid brengt opdat zij daaruit kracht en verkwikking mogen putten en welke genaden zij ook maar nodig hebben in de moeilijkheden van het leven en in het bijzonder op het uur van de dood.

Op iedere dag zul je een andere groep zielen naar Mijn hart brengen en hen onderdompelen in deze oceaan van Mijn barmhartigheid. Ik zal al deze zielen in het huis van Mijn Vader brengen. Je zult dit in dit leven doen en in het volgende. Ik zal niets weigeren aan een ziel die jij naar de fontein van Mijn barmhartigheid zult brengen. Op iedere dag zul je Mijn Vader omwille van Mijn bitter lijden om genaden voor deze zielen smeken”.

Eerste dag
“Breng vandaag de hele mensheid bij Mij, in het bijzonder alle zondaren en dompel hen in de oceaan van Mijn barmhartigheid. Op deze wijze zul je Mij troosten in het bittere verdriet waarin het verlies van zielen Mij stort”.

Allerbarmhartigste Jezus, Wiens diepste aard het is om medelijden met ons te hebben en ons te vergeven, zie niet op onze zonden maar op het vertrouwen dat wij in Uw oneindige goedheid stellen. Ontvang ons allen in de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart en laat ons er nooit uit ontsnappen. Wij smeken dit van U door Uw liefde die U met de Vader en de Heilige Geest verenigt.

O, almacht van de goddelijke Barmhartigheid,
Zaligheid van zondige mensen,
U bent een zee van barmhartigheid en medelijden,
U staat hen bij die U nederig smeken.

Eeuwige Vader, keer Uw barmhartige blik naar de hele mensheid en in het bijzonder naar de arme zondaren die allemaal door het allermededogendst Hart van Jezus omvat worden. Toon ons omwille van Zijn bitter lijden Uw barmhartigheid, zodat wij de almacht van Uw barmhartigheid mogen prijzen in de eeuwen der eeuwen.

Adoramus Te, Christe (Da Palestrina)

Goede Vrijdag

Vandaag heeft God de Vader Zich met ons verzoend.
De prijs voor die verzoening is niet door ons betaald, maar door de Vader Zelf.
En Hij betaalde niet de laagste prijs, maar de hoogste:
Het offer van Zijn enige Zoon, Die Hij zo innig liefheeft,
onze Heer Jezus Christus.


Mijn volk, wat heb Ik u gedaan
of waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord mij.
Wat had Ik voor u moeten doen
dat Ik niet gedaan heb?


1 april 2021

Witte Donderdag

Het Kruisoffer op Goede Vrijdag (l.) en het heilig Misoffer (r.): één en hetzelfde Offer aan de Vader.

“Dit is het heilsgeheim dat sinds de aanvang van de tijden en geslachten verborgen is geweest, maar dat thans aan Zijn heiligen is geopenbaard. Aan hen heeft God bekend willen maken hoe rijk aan glorie dit heilsgeheim onder de heidenen is, hoe Christus namelijk onder u is, de hoop op de glorie.”

Dit is de grote schat, de erfenis van liefde die Christus bij Zijn dood de wereld naliet, Zijn eigen Vlees en Bloed als offer en spijs voor onze zielen. Hij is door dit offer Zelf blijven zorgen voor Gods eer in de wereld en Hij is door dit heilig Sacrament Zelf blijven zorgen voor onze heiliging. Dit is het geheim van deze dag: Christus is blijvend onder ons aanwezig en zal aanwezig blijven tot aan het einde van de tijden, om alles tot Zich te trekken.

31 maart 2021

Informatiebulletin voor de maand april is verschenen

Het Informatiebulletin is een gezamenlijke uitgave van de parochies H. Agnes en H. Jozef, gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie. In de editie van april aandacht voor het Paastriduūm en de Paastijd, nog eenmaal de vastenactie, eerstecommuniecanten, en de Kruisdagen.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin april' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

28 maart 2021

Ave Crux, spes unica

Almachtige, eeuwige God,
Gij hebt het heil van het menselijk geslacht in het kruishout gevestigd,
opdat dááruit het leven zou voortspruiten, waaruit de dood was voortgekomen,
en opdat hij, die door het hout zegevierde,
ook door het hout zou overwonnen worden: door Christus, onze Heer.




O Crux ave, spes unica,
Hoc passionis tempore
Auge piis justitiam,
Reisque dona veniam.


O Kruis, u groet ik, want gij zijt
mijn hoop in deze lijdenstijd.
Geef vrolijkheid wie U vertrouwt,
genade wie zijn kwaad berouwt.

Vexilla Regis

Des konings vaandels gaan vooraan,
't geheim des kruises grijpt ons aan,
dat op het schandhout uitgespreid
de Schepper als een schepsel lijdt.

Het harde ijzer van de speer
stak in de zijde van de Heer,
opdat het water en het bloed
ons reinigde in overvloed.

Wat David in zijn vrome lied
voorspeld heeft, dat is nu geschied.
Hij heeft de volkeren geleerd
dat God vanaf het hout regeert.

O kruis, u groet ik, want gij zijt
mijn hoop in deze lijdenstijd.
Geef vrolijkheid wie U vertrouwt,
genade wie zijn kwaad berouwt.

U brenge al wat leeft de eer,
Drievuldigheid, o ene Heer,
Die ons door 't kruisgeheim bevrijdt,
regeer ons tot in eeuwigheid.


(Vertaling: J.W. Schulte Nordholt)

27 maart 2021

Aanvang zomertijd: Komende nacht gaat de klok één uur vooruit

Vannacht om 2.00 uur gaat de zomertijd in. Dat betekent dat de klok één uur vooruit wordt gezet.

Morgen viert de Kerk Palmzondag. Om 11.00 uur (zomertijd) begint de gezongen Hoogmis met palmwijding, processie en gezongen passie. Voorafgaand is er tussen 10.00 en 10.50 uur (zomertijd) biechtgelegenheid.

26 maart 2021

Stabat Mater



Stabat mater dolorosa
juxta Crucem lacrimosa,
dum pendebat Filius.

Cuius animam gementem,
contristatam et dolentem
pertransivit gladius.

O quam tristis et afflicta
fuit illa benedicta,
mater Unigeniti!

Quæ mœrebat et dolebat,
pia Mater, dum videbat
nati pœnas inclyti.

Quis est homo qui non fleret,
matrem Christi si videret
in tanto supplicio?

Quis non posset contristari
Christi Matrem contemplari
dolentem cum Filio?

Pro peccatis suæ gentis
vidit Iesum in tormentis,
et flagellis subditum.

Vidit suum dulcem Natum
moriendo desolatum,
dum emisit spiritum.

Eia, Mater, fons amoris
me sentire vim doloris
fac, ut tecum lugeam.

Fac, ut ardeat cor meum
in amando Christum Deum
ut sibi complaceam.

Sancta Mater, istud agas,
crucifixi fige plagas
cordi meo valide.

Tui Nati vulnerati,
tam dignati pro me pati,
pœnas mecum divide.

Fac me tecum pie flere,
crucifixo condolere,
donec ego vixero.

Juxta Crucem tecum stare,
et me tibi sociare
in planctu desidero.

Virgo virginum præclara,
mihi iam non sis amara,
fac me tecum plangere.

Fac, ut portem Christi mortem,
passionis fac consortem,
et plagas recolere.

Fac me plagis vulnerari,
fac me Cruce inebriari,
et cruore Filii.

Flammis ne urar succensus,
per te, Virgo, sim defensus
in die iudicii.

Christe, cum sit hinc exire,
da per Matrem me venire
ad palmam victoriæ.

Quando corpus morietur,
fac, ut animæ donetur
paradisi gloria. Amen.
Naast het kruis met schreiende ogen,
stond de Moeder - diep bewogen,
daar de Zoon te sterven hing.

En haar door het zuchtend harte,
overstelpt van wee en smarten,
't zevenvoudig slagzwaard ging.

O hoe droef, hoe vol van rouwe,
was die zegenrijkste Vrouwe,
om Gods eengeboren Zoon!

Ach, hoe streed zij! Ach, hoe kreet zij,
en wat folteringen leed zij,
bij 't aanschouwen van die hoon!

Wie, die hier niet schreien zoude,
die het grievend leed aanschouwde,
dat Maria's ziel verscheurt?

Wie kan, zonder mee te wenen,
Christus' Moeder horen stenen,
daar zij met haar Zoon hier treurt?

Voor de zonden van de zijnen
zag zij Jezus zo in pijnen,
en in wrede geselstraf.

Zag haar lieve Zoon zo lijden,
heel alleen de doodskamp strijden,
tot hij Zijnen geest hergaf.

Geef, o Moeder, bron van liefde,
dat ik voele wat u griefde,
dat ik met u medeklaag.

Dat mij 't hart ontgloei' van binnen,
in mijn Heer en God te minnen,
dat ik Hem alleen behaag.

Heilige Moeder, wil mij horen,
met de wonden mij doorboren,
die Hij aan het kruishout leed.

Ach, dat ik de pijn gevoelde,
die uw lieve Zoon doorwoelde,
toen Hij stervend voor mij streed.

Mocht ik klagen al mijn dagen,
en Zijn plagen waarlijk dragen,
tot mijn jongste stervenssmart.

Met u onder 't kruis te wenen,
met uw rouwe mij verenen,
dat verlangt mijn zuchtend hart.

Maagd der maagden, nooit volprezen,
wil voor mij niet bitter wezen,
laat mij treuren aan uw zij.

Laat mij al de wrede plagen,
en de dood van Christus dragen,
laat mij sterven zoals Hij.

Laat Zijn wonden mij doorwonden,
worde ik bij Zijn kruis verslonden,
in het Bloed van uwen Zoon.

Moge ik in het vuur niet branden,
neem, o Maagd, mijn zaak in handen,
in het oordeel voor Gods troon.

Christus, moge ik eens behalen,
als mijn levenszon gaat dalen,
door Uw Moeder palm en prijs.

En als 't lichaam dan zal sterven,
doe mijn ziel de glorie erven,
van het hemels Paradijs. Amen.

25 maart 2021

25 maart: Maria Boodschap, hoogfeest

De engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt, en zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.
Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw Woord.
Het Woord is vlees geworden, en Het heeft onder ons gewoond.

De Kerk viert op 25 maart, negen maanden vóór Kerstmis, de ontvangenis van Jezus Christus. Deze gebeurtenis valt samen met de verschijning van de aartsengel Gabriël aan de heilige maagd Maria, waarbij de engel haar de Menswording van God aankondigt.

In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. De engel trad bij haar binnen en zei: `Verheug u, begenadigde, de Heer is met u.' Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ ‘Maar hoe moet dat dan?' zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.' De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.' Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.' Toen ging de engel van haar weg.

Op deze dag vieren wij het begin van onze verlossing, de vervulling van het profetische woord zoals dit in het Evangelie wordt vermeld: 'Zie de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen' (Mt. 1,23), de intrede van Christus in deze wereld: 'Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid...Ik ben gekomen, o God, om Uw wil te doen' (Heb. 10,5-7).

De Kerk die - als een van de weinige in deze wereld - opkomt voor het ongeboren menselijk leven, ziet in het feest van Maria Boodschap een getuigenis van de waardigheid van de mens vanaf zijn conceptie tot aan zijn natuurlijke dood. Er wordt immers verkondigd dat de Zoon van God al bij de Annunciatie Zijn intrede in de wereld deed. De Incarnatie begint dus bij Christus' ontvangenis en niet pas bij Zijn geboorte.

In Nazareth wordt Maria Boodschap luisterrijk gevierd in de kerk van de Annunciatie (ook wel Verkondigingsbasiliek genoemd). Dit heiligdom is gebouwd op de fundamenten van kerken uit de Byzantijnse tijd en de kruisvaardersperiode. Op die plaats kreeg Maria de verschijning van Gabriël.

24 maart 2021

24 maart: Heilige Gabriël, aartsengel (gedachtenis)

De aartsengel Gabriël treedt twee keer op in het boek Daniël in het Oude Testament. In Daniël 8, 15-26 wordt een visioen van de profeet beschreven. Daarin verschijnt hem iemand 'die er uitzag als een man'. Een stem vanuit de verte over het Ulaikanaal beveelt Gabriël ervoor te zorgen dat Daniël zijn visioen begrijpt.
In hoofdstuk 9, vers 21, van datzelfde Bijbelboek vliegt Gabriël tijdens het gebed van Daniël naar hem toe om uitleg te geven over hoe en wanneer God de zonden van de Israëlieten zal vergeven.

In het Boek Henoch wordt Gabriël beschreven als 'een van de heilige engelen, die aangesteld is over het paradijs, de slangen en de Cherubijnen' (1 Henoch 20, 7-8).

In de joodse traditie wordt Gabriël niet alleen als boodschapper van God beschouwd, maar ook als de ‘engel des doods’.

Gabriël komt ook twee maal voor in het Evangelie volgens Lucas. In Lucas 1, 11-20 kondigt een engel aan Zacharias de geboorte van zijn zoon, Johannes de Doper, aan. Zacharias vraagt hem of die boodschap wel juist is. Hierop antwoordt de engel: "Ik ben Gabriël die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben gezonden om je dit goede nieuws te brengen."
De belangrijkste rol van Gabriël beschrijft Lucas in hoofdstuk 1, 26-38, als hij aan de maagd Maria aankondigt dat zij – in haar maagdelijkheid – zwanger zal worden, en een zoon zal baren die Jezus, Zoon van de Allerhoogste, zal worden genoemd. Deze gebeurtenis noemen we Annunciatie of Maria Boodschap, een van de grootste christelijke feesten, dat we op 25 maart (morgen), precies negen maanden vóór Kerstmis, vieren.

Bij de Annunciatie wordt Gabriël vaak afgebeeld met witte lelies in zijn hand, als symbool van de maagdelijkheid van Maria. Soms ook met een bazuin, als symbool van de aankondiging van Jezus’ geboorte. Indien hij alleen wordt afgebeeld, dan draagt hij vaak een scepter, als teken van door God gegeven autoriteit.

In 1946 publiceerde Gabriël Smit een boekje over heiligen voor kinderen. Daarin komt ook een rijmpje voor over de aartsengel Gabriël:

Sint Gabriël, die vlug en zacht,
de Maagd de liefste boodschap bracht,
zij heeft uw tijding blij aanvaard
al bleef geen droefheid haar gespaard.
Kom bij mij engel, als 'k vergeet
wat Jezus’ Moeder voor ons leed.

21 maart 2021

O Jesu zoet



O Jesu zoet,
gekleurd met bloed
door kroon en geselroede.
Waar gaat Gij heen;
zijn Uwe leên,
Uw hart niet lijdensmoede?
Jezus, ik vrage:
Waarom gedragen
't hout van de schande naar Golgotha?

Onschuldig Lam,
wat ik niet nam
tot boeting mijner zonden.
Hebt Gij zo blij
getorst voor mij
Uw liefde sloeg U wonden.
Jezus, ik vrage:
Waarom gedragen
't hout van de schande naar Golgotha?

O Jesu zoet,
geef mij de moed
om 't kruis met U te dragen.
Hoe zwaar het zij,
Uw kracht zal mij
bij 't zwakke pogen schragen.
Jezus, ik vrage:
Waarom gedragen
't hout van de schande naar Golgotha?

Passiezondag

De passie van Christus.

Epistel
Hebr. 9, 11-15
Broeders, Christus is opgetreden als Hogepriester van de goederen der toekomst. En door een grotere en volmaaktere tabernakeltent – niet met handen gemaakt en niet van deze schepping – is Hij, niet met bloed van bokken of kalveren, maar met Zijn eigen Bloed, eens en voor altijd binnengaan in het Heiligdom, en heeft eeuwiggeldende verlossing bewerkt. Want als het bloed van bokken en stieren, en de besprenkeling met de as van een koe onreinen kan heiligen, zodat zij uiterlijk gereinigd worden, hoeveel te meer zal dan het Bloed van Christus, Die door de Heilige Geest Zichzelf als smetteloos offer aan God heeft opgedragen, ons geweten van dode werken zuiveren, om voortaan de levende God te dienen. En juist daarom is Hij Middelaar van een Nieuw Verbond, opdat door tussenkomst van Zijn dood de overtredingen, onder het vroegere Verbond bedreven, zouden worden afgekocht, en zij, die geroepen zijn, de belofte van de eeuwige erfenis zouden ontvangen, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 8, 46-59
In die tijd sprak Jezus tot de scharen der joden: Wie uwer kan Mij enige zonde bewijzen? Als Ik u de waarheid zeg, waarom gelooft gij Mij dan niet? Iemand, die uit God is, luistert naar Gods woorden. Dáárom luistert gij niet, omdat gij niet uit God zijt. De joden gaven Hem ten antwoord: Zeggen wij niet met recht, dat Gij een Samaritaan zijt en van de duivel zijt bezeten? Jezus antwoordde: Ik ben niet van de duivel bezeten, maar Ik verheerlijk Mijn Vader; en gij tast Mij in Mijn eer aan. Ik echter zoek Mijn eer niet; Eén is er, die ze zoekt en die oordeelt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie Mijn woord onderhoudt, zal de dood niet zien in eeuwigheid. Toen zeiden de joden: Nu weten wij zeker, dat Gij van de duivel bezeten zijt! Abraham is gestorven en ook de profeten, en Gij zegt: wie Mijn woord onderhoudt, zal de dood niet sterven in eeuwigheid. Zijt Gij dan groter dan onze vader Abraham, die wèl gestorven is! Ook de profeten zijn gestorven. Voor wie houdt Gij Uzelf toch wel? Jezus antwoordde: Indien Ik Mijzelf verheerlijk, dan betekent Mijn heerlijkheid niets; het is Mijn Vader, Die Mij verheerlijkt: Hij, van Wie gij zegt, dat Hij uw God is; maar gij kent Hem niet! Ik echter ken Hem. En als Ik zei, dat Ik Hem niet kende, dan zou Ik een leugenaar zijn, zoals gij. Maar Ik ken Hem, en Ik onderhoud Zijn woord. Uw vader Abraham verheugde zich er op Mijn dag te mogen zien; hij heeft die gezien en zich verblijd. Doch de joden zeiden tot Hem: Gij zijt nog geen vijftig jaar oud, en Gij hebt Abraham gezien? Jezus gaf hun ten antwoord: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóórdat Abraham werd, ben Ik. Toen grepen zij stenen op, om Hem te stenigen; maar Jezus trok Zich terug, en verliet de tempel.

Overweging
Over het gehele leven van Christus op aarde hangt de schaduw van de passie. Vanaf de geboorte te Bethlehem, door het leven te Nazareth en door Zijn openbaar leven – de schaduw van het kruis was overal aanwezig. Het kruis staat in het middelpunt van het leven van Jezus Christus en het lijden is het hoogtepunt van het werk dat Hij hier op aarde is komen volbrengen. Het bloed van de stieren en bokken was niet voldoende om de verloren mensheid met God te verzoenen. God wilde een volmaakt offer – een offer van Zijn eigen Zoon, op het kruis.

De eerste grote stap naar het kruis toe heeft de Zoon van God gedaan in Zijn menswording. Deze stap van de hemel omlaag naar de aarde, uit Zijn gestalte van God in die van de knecht, was een veel grotere stap dan Zijn laatste schreden naar Golgotha. En deze stap zette Hij in volledige en bewuste belijdenis van het kruis. Over Christus zegt de psalmist: ”slachtoffer noch gave hebt Gij gewild, maar een lichaam hebt Gij Mij bereid”. Het offer van Christus begint al in de stal, omdat er geen plaats voor Hem in de herberg was. De zijnen aanvaardden Hem niet. De zijnen haatten Hem al en vervolgden Hem en Hij moest voor hen vluchten en Zich verbergen. Hij vernederde Zich onder hun wetten en onder de behoeften van Zijn aangenomen menselijke natuur.

En nu treden wij de laatste momenten van het lijden binnen. Hoe zouden we de gevoelens van Jezus’ heilig Hart in deze dagen kunnen uitdrukken? Alle afschuwelijke lichamelijke en psychische pijnen en smarten stonden Hem voor ogen. De ondankbaarheid van de mensen, de ontrouw van Zijn leerlingen, de onuitsprekelijke smarten van Zijn Moeder – dat alles heeft Zijn heilige Ziel moeten verduren. En dat alles uit liefde.

De goddelijke Verlosser, Die zo vastberaden op Zijn lijden afgaat, Die al onze zonden op Zich neemt, lijdt door onze ondankbaarheid. Toen Hij aan het kruis hing, zag Hij allen, die het uur waarop Gods genade hen bezoekt niet erkennen. Hij zag alle mensen van alle tijden, die Zijn heil niet willen ontvangen. Is het niet schokkend, dat er zo veel mensen zijn die de Zoon van God afwijzen, terwijl Hij zonder klagen of verwijten bereid is Zich voor hen te laten slachtofferen? Dat er zo veel mensen tussen staan die onverschillig en koud, en misschien zelfs vervuld van haat, Zijn kruis aanstaren en niet willen begrijpen dat het om hen gaat, om hun heil of onheil, om hun leven of dood, hun hemel of hel?

Dit is wat het kruis van ons eist: oriëntering van heel ons wezen op God. Wanneer dat niet de vrucht van dit uur en van deze grote heilige weken zal zijn, dan heeft de goddelijke Verlosser ook ons gezien onder hen die Zijn lijden afwijzen. De belangrijkste taak, die we in ons leven te vervullen hebben, luidt: we moeten offers worden, altijd en overal onszelf overgeven aan God, Hem de eerste plaats geven, Hem in het middelpunt van ons leven plaatsen bij iedere gedachte, bij elk woord, bij iedere beslissing. Dat deze heilige passietijd ons allen een stap dieper mag binnenvoeren in het begrip en in de navolging van de totale overgave van Christus.

19 maart 2021

Gebeden tot de heilige Jozef

Gebed tot de heilige Jozef
Tot u, heilige Jozef, nemen wij onze toevlucht in onze nood en, na de hulp van uw allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeken wij met vertrouwen ook uw bescherming af. Wij bidden u ootmoedig: zie goed-gunstig neer op het erfdeel dat Jezus Christus door Zijn Bloed heeft verworven, en help ons in onze noden door uw machtige bijstand. Dat vragen wij omwille van de liefde, die u heeft verbonden met de Onbevlekte Maagd en Moeder van God en omwille van de vaderlijke tederheid, waarmede gij het kind Jezus hebt omhelsd. Zorgzame bewaarder van het heilige Huisgezin, bescherm de uitverkoren kinderen van Jezus Christus. Liefderijke vader, verwijder van ons alle besmetting van dwaling en zedenbederf. Machtige beschermer, sta ons vanuit de hemel genadig bij in de strijd tegen de machten van de duisternis. En zoals gij weleer het kind Jezus uit het grootste levensgevaar hebt gered, zo verdedig nu ook de heilige Kerk van God tegen vijandelijke aanslagen en alle tegenwerking. Neem ieder van ons in uw blijvende bescherming, opdat wij naar uw voorbeeld en gesteund door uw hulp heilig leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in de hemel verkrijgen. Amen.

Litanie tot de heilige Jozef
Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God, Zoon, Verlosser van de wereld,
God, Heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Jozef,
Roemrijke afstammeling van David,
Licht van de aartsvaders,
Bruidegom van de Moeder Gods,
Kuise bewaarder van de Maagd,
Voedstervader van de Zoon van God,
Zorgvolle verdediger van Christus,
Hoofd van het heilig Huisgezin,
Zeer rechtvaardige Jozef,
Zeer kuise Jozef,
Zeer voorzichtige Jozef,
Zeer sterke Jozef,
Zeer gehoorzame Jozef,
Zeer getrouwe Jozef,
Spiegel van geduld,
Beminnaar van de armoede,
Voorbeeld van de werklieden,
Luister van het huiselijk leven,
Beschermer van de maagden,
Steun van de huisgezinnen,
Troost van de ongelukkigen,
Hoop van de zieken,
Patroon van de stervenden,
Schrik van de duivels,
Beschermer van de heilige Kerk,

Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.

Hij heeft hem aangesteld tot heer over Zijn huis. En tot beheerder van al Zijn bezittingen.

Laat ons bidden. God, die U in Uw onuitsprekelijke voorzienigheid hebt gewaardigd de heilige Jozef tot bruidegom van Uw allerheiligste Moeder te verkiezen; verleen, vragen wij, dat wij hem, die wij op aarde vereren als onze beschermer, tot voorspreker mogen hebben in de hemel. Gij, Die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Needrig stille timmerman


Need'rig stille timmerman, zo klein in 's wereld ogen,
Jozef, wie mocht ooit als gij op heil'ge schatten bogen?
In uw kleine woning
bezat gij 's Hemels Koning,
was uw gezellin
d'Eng'lenkoningin!

Neen, geen kranke mensentaal noch stem van hemelingen,
Kon, o Jozef, schoon genoeg uw zaligheid bezingen.
Als gij, liefdedronken,
in hoogste vreugd' verzonken,
dan de zoete Maagd,
dan weer 't Kind bezaagt!

Wil, o Jozef, aan uw Bruid en aan uw Zone vragen
dat wij in ootmoedigheid, aan Hem en haar behagen!
Hoor ons kinderbede...
Bekom ons reinheid, vrede,
liefde, vrome deugd
en des hemels vreugd!

19 maart: Heilige Jozef, bruidegom van de heilige maagd Maria, patroon van de Kerk en van onze parochie, hoogfeest

Van de heilige Jozef is niet veel bekend. Slechts uit de periode dat hij verloofd was met de heilige maagd Maria en toen Jezus kind was komen wij de naam van Jozef tegen. Hij was een toegewijd echtgenoot en een liefdevolle vader.

Zijn eerste feestdag viert hij samen met Jezus en Maria (feest van de Heilige Familie). Juist door zijn eenvoud en liefdevolle zorg heeft hij in de loop der tijden veel verering gekregen bij de gelovigen, die in hem een voorbeeld zagen van oprechte naastenliefde.

In de 15e eeuw komt zijn verering op gang. Hij werd vooral bewonderd door de heilige Birgitta van Zweden en de heilige Bernardus van Siena. Zijn feestdag werd in het jaar 1621 definitief op 19 maart voorgeschreven. Paus Pius IX verhief Sint Jozef in 1870 tot patroon van de gehele Kerk. Paus Johannes XXIII heeft de naam van Jozef opgenomen in de Canon van de heilige Mis.

Sint Jozef is patroon van de stervenden en van een zalige dood, want bij zijn sterven waren Jezus en Maria aanwezig. Verder is hij patroon van echtparen, kinderen, christelijke gezinnen, jeugd, wezen, kuisheid, arbeiders, houthakkers, timmerlui, meubelmakers, ingenieurs, begrafenisondernemers, opvoeders, uitgestotenen en reizigers, en patroon bij oogaandoeningen en hopeloze zaken. Hij is tevens patroon tegen bekoringen en woningnood.

17 maart 2021

Woensdag na 12 maart: Heilig Mirakel van Amsterdam, hoogfeest

Op 15 maart 1345 lag een man in een huis aan de Kalverstraat ziek op bed en vreesde te sterven. Hij liet een priester roepen om hem te bedienen en van het heilig Sacrament te voorzien. Na het nuttigen van de hostie kreeg de zieke braakneigingen en moest tenslotte overgeven. Uit eerbied - want in zijn braaksel zouden immers nog resten van het heilig Sacrament aanwezig kunnen zijn - werd zijn braaksel in het brandende haardvuur geworpen. Na verloop van tijd bleek dat hij niet alleen de hostie onbeschadigd had uitgebraakt, maar dat het vuur bovendien het heilig Sacrament niet had aangetast.

De hostie werd door de priester van de Oude of Sint-Nicolaaskerk bij het huis van de zieke opgehaald en naar de kerk gebracht, maar keerde de volgende dag vanuit de kerk op wonderbaarlijke wijze in het huis van de man terug. Het was een nieuw mirakel dat zich daarna nog twee maal herhaalde.

De priester begreep dat het klaarblijkelijk Gods bedoeling was om de plaats waar het Mirakel had plaatsgevonden openbaar te maken. Daarop bracht hij de hostie in een grootse processie van het huis van de zieke naar de Oude Kerk terug. Deze processie werd later feestelijk herhaald.

Amsterdam werd een populair pelgrims- of bedevaartsoord. Langs de Heiligeweg stroomden de bezoekers toe naar de Heilige Stede, om in de stad van het Mirakel verlichting te vragen bij ziekte en ander onheil. Een van de belangrijkste pelgrims was Maximiliaan van Oostenrijk, koning in Duitsland. Uit dank voor zijn genezing zou hij Amsterdam in 1489 het recht hebben verleend om de koningskroon op te nemen in het stadwapen. Toen Maximiliaan negentien jaar later tot Duits keizer werd gekozen, veranderde dat in de keizerskroon. Deze bekroont nog altijd de toren van de Westerkerk.

In 1578 zou de kapel in bezit genomen worden door de protestanten. Processies vonden niet meer plaats. Maar vanaf 1887 werd de traditie weer hervat; nu als een zwijgende processie, zonder kerkelijke versiering en gelopen in de nacht, want de katholieken wilden het Mirakel toch eerbied betonen en processies waren in die tijd verboden. Zo onstond de Stille Omgang die tot op de dag van vandaag jaarlijks wordt gelopen. Behalve in het jubileumjaar 2020 en in het jaar 2021, want de Stille Omgang is jaar afgelast vanwege het coronavirus.

16 maart 2021

Locus iste (Bruckner)



Latijn

Locus iste a Deo factus est,
inaestimabile sacramentum, irreprehensibilis est.
Deus, cui astat Angelorum chorus,
exaudi preces servorum tuorum.
Nederlands

Deze plaats is door God Zelf gemaakt;
zij is een onschatbaar geheim en zonder smet.
O God, door het koor der engelen omringd,
verhoor de gebeden van Uw dienaren.

16 maart: Verjaardag van de wijding (1932) van ons kerkgebouw, hoogfeest

Ontzagwekkend is deze plaats: dit is het huis van God en de poort van de hemel; haar naam is: woning van God. Hoe lieflijk zijn Uw woontenten, o Heer der heerscharen; mijn ziel smacht van verlangen naar de voorhoven des Heren.
(Uit: de Introitus van de Mis op de verjaardag van de kerkwijding)

Elk katholiek kerkgebouw is een heiligdom van de ware God, een bidplaats, waarin Hij bij voorkeur de gebeden van priesters en gelovigen verhoort. Daarom moet dit huis, dit beeld van de hemelse woning, ook schoon zijn en boven alle andere uitsteken. Koning David dankte de Heer vol blijdschap, omdat het volk zo bereidwillig was geweest om bij te dragen aan het bouwen van de tempel in Jeruzalem. Mogen ook wij weer iets voelen van de geestdrift waarmee in vrome middeleeuwen de kerkelijke kunst beoefend en gesteund werd. Mogen alle katholieken vooral begrijpen dat zij, naast het privé-gebed in hun binnenkamer, verplicht zijn tot het gemeenschappelijk gebed, het sociaal gebed in het aan God gewijde huis, waar God wil zijn te midden van Zijn volk en waar Hij altijd bereid is om de schatkamers van Zijn genade te openen.

In 1919 werd de Sint-Agnesparochie gesticht. De eerste fase van de bouw van de nieuwe parochiekerk, in de jaren 1920 en 1921, betrof het schip en de zijbeuken. Aan de oostzijde werd het geheel afgesloten door een noodmuur. De inwijding van dit eerste deel van ons kerkgebouw vond plaats op 24 oktober 1921. In de tweede fase (1930-1932) van de bouw kwamen het dwarsschip, het priesterkoor, de pastorie en de klokkentoren gereed. De wijding van de Sint-Agneskerk vond plaats op 16 maart 1932 door mgr J.D.J. Aengenent, bisschop van Haarlem.

In 1940 werd nog een nieuwe uitgang aan de Cornelis Krusemanstraat gerealiseerd.

14 maart 2021

Laetare Jerusalem (Introitus)

Vierde zondag van de Vasten - Zondag Laetare

Zondag Laetare: Een glimp van vreugde te midden van de droefheid.

Epistel
Gal. 4, 22-31
Broeders, er staat geschreven, dat Abraham twee zonen had: één bij zijn slavin, en één bij zij vrijgeboren vrouw. Maar die van de slavin werd geboren op gewoon-natuurlijke wijze; die van de vrije vrouw echter krachtens de belofte. Deze dingen hebben een diepere zin. Het zijn twee verbonden. Het ene is van de berg Sinai; het brengt slavenkinderen voort. En dat is Agar; want de berg Sinai is gelegen in Arabië. En deze houdt verband met het Jeruzalem van thans, dat immers met haar kinderen verkeert in slavernij. Maar het andere, het Jeruzalem van boven, is vrij; en dat is de moeder van ons. Er staat immers geschreven: "Verblijd u, gij onvruchtbare, die geen kinderen voortbrengt; breek uit in gejubel, gij, die geen moedersmart kent; want de kinderen van de vrouw die verlaten staat, zijn talrijker dan die van haar, die de man bij zich heeft." En wij, broeders, wij zijn – evenals Isaac – kinderen van belofte. Maar zoals destijds de zoon, die naar het vlees geboren was, de ander vervolgde, die was geboren naar de geest, zo geschiedt het ook nu. Maar wat zegt de Schrift? "Jaag de slavin met haar zoon weg; want de zoon van de slavin zal niet meeërven met de zoon van de vrije vrouw." Derhalve, broeders, wij zijn geen slavenkinderen, maar kinderen van de vrije vrouw. En deze vrijheid heeft Christus ons bewerkt.

Evangelie
Joh. 6, 1-15
In die tijd begaf Jezus Zich naar de overzijde van het meer van Galilea of Tiberias. En een grote menigte volgde Hem, omdat zij de wonderen zagen, die Hij aan de zieken verrichtte. Dan besteeg Jezus het gebergte en zette Zich daar neer met Zijn leerlingen. Het was kort vóór Pasen, het grote feest van de joden. Toen Jezus de ogen opsloeg en zag, dat er zeer veel volk tot Hem kwam, zei Hij tot Philippus : Wáár zullen wij brood kopen, opdat zij wat te eten hebben? Hij zei dit echter, om hem op de proef te stellen, want Hij voor Zich wist wel, wat Hij zou doen. Philippus gaf Hem ten antwoord: Voor tweehonderd tienlingen brood is nog niet genoeg voor hen, om voor ieder ook maar een weinig te kunnen krijgen! Toen zei Hem een van Zijn leerlingen, Andreas, de broeder van Simon Petrus: Hier is een jongen, die vijf gerstebroden heeft en twee vissen; maar wat betekent dat voor zovelen! Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. – Er was namelijk veel gras daar ter plaatse – Zij zetten zich dan neder, de mannen ongeveer vijfduizend in getal. Toen nam Jezus de broden, sprak een dankgebed en deelde er van uit aan hen, die daar gezeten waren; eveneens ook van de vissen, zoveel als ieder wenste. En toen zij verzadigd waren, zei Hij tot Zijn leerlingen: Verzamelt de overgebleven brokken, opdat ze niet verloren gaan! Zij verzamelden ze dan, en vulden twaalf korven met brokken, die er van de vijf gerstebroden waren overgebleven, nadat zij gegeten hadden. Toen nu die mensen het wonder zagen, dat Jezus verricht had, zeiden zij: Deze is werkelijk de Profeet, die in de wereld moet komen! Maar Jezus begreep, dat zij zouden komen, om Hem mee te nemen en koning te maken; daarom trok Hij Zich weer terug in het gebergte. Hij alleen.

Overweging

Verheug u, Jeruzalem!

Wij zijn kinderen van de vrijheid, de vrijheid die Christus ons gaf in Zijn genade. Door de Kerk zijn wij vrij van de dood van de zonde. Verheug u, Jeruzalem, zo begint de intrede van de Mis van vandaag. Dit verheugen vindt zijn volle werkelijkheid in de Kerk, het nieuwe Jeruzalem.

De heilige apostel Paulus beschrijft in zijn epistel onze vrijheid als volgt: wij zijn immers geboren uit het geestelijk Jeruzalem, dat is de heilige Kerk, die geen slavin maar de vrije bruid van Jezus Christus is. Laat ons nooit door de zonden slaven van de duivel en van onze driften zijn, anders zouden ook wij, zoals de zoon van Abrahams slavin, verstoten worden en onwaardig verklaard om mede-erfgenaam te zijn van Jezus Christus.

Abraham had twee zonen, een van de slavin Agar en een van Sara, de vrije vrouw. De zoon van de slavin werd naar het vlees geboren, die van de vrije vrouw echter werd geboren uit de kracht van de belofte, die God aan Abraham had gedaan. Dit alles heeft een diepe zinnebeeldende betekenis: het verbeeldt de twee testamenten. Het eerste of oude verbond, dat op de berg Sinaï werd aangegaan, baart tot dienstbaarheid en wordt door de slavin Agar voorgesteld, want de Sinaï is een berg in Arabië die met het aardse Jeruzalem overeenkomt, het aardse Jeruzalem dat de mensheid niet zelf uit de zonde kon verlossen. Maar het hemels Jeruzalem van hierboven is vrij en dit is onze Moeder, de Kerk, het nieuwe verbond, waardoor wij gered zullen worden.

“Verblijd u, onvruchtbare, die niet baart; jubel in vreugde, gij die niet ter wereld brengt, want de eenzame heeft vele kinderen.” Wij zijn kinderen van de belofte, zoals Isaac, want wij zijn naar Gods belofte uit de vrije wettige bruid, de heilige Kerk, geboren. Wij zijn dus geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw, krachtens de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt.

Het hoofdthema dat de apostel Paulus vandaag schildert is de vrijheid van Christus en de vrijheid in Christus. Niet altijd zijn wij ons de vrijheid bewust, die ons gegeven werd juist door de diepe verbondenheid met de Zoon van God. Hij heeft ons immers van de zonde vrijgemaakt, Hij heeft het ons mogelijk gemaakt naar God op te zien, niet als slaven en knechten, maar als hoopvolle kinderen.

Zouden wij dan niet reeds uit dankbaarheid hiervoor moeten leven in de vrijheid die bestaat in het loslaten van zonden? Zouden wij niet moeten leven in het bewustzijn van de goedheid van de Vader en van de eeuwige eindbestemming die ons wacht? Beseffen wij wel hoe de liefde van Jezus Christus ons als het ware achtervolgt? Denk eens aan hoe vaak Hij u heeft vergeven. Deze vergeving heeft Hij trouwens voor ons verdiend door Zijn bitter lijden en door Zijn gehoorzaamheid aan de Vader, tot in de dood, de dood op het Kruishout. Door het lijden toonde Hij ons Zijn liefde.

Er zijn genoeg redenen tot vreugde, want de goddelijke liefde is volkomen. Verheugen wij ons daarover, maar laten wij tegelijkertijd deze goddelijke goedheid niet misbruiken door te leven in zorgeloze middelmatigheid, want wij zijn geroepen tot volkomenheid.

9 maart 2021

(Beperkte) bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 10 maart

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is woensdag 10 maart. Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Lof met Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed

Er is geen conferentie in de pastorie.

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

7 maart 2021

Meekness and Majesty

Derde zondag van de Vasten

Epistel
Ef. 5, 1-9
Broeders, weest navolgers van God, als Zijn veelgeliefde kinderen; en leeft in liefde, zoals ook Christus ons heeft liefgehad en Zichzelf voor ons heeft overgeleverd als een gave en een offer van welriekende geur voor God. Ontucht echter en onreinheid of hebzucht mag onder u zelfs niet genoemd worden, zoals het heiligen past; evenmin iets oneerbaars, onbehoorlijke scherts of dubbelzinnige taal, die niet te pas komt; maar veeleer gebeden van dankzegging. Want weet en beseft het wel: niemand, die zich overgeeft aan onkuisheid of onreinheid of aan hebzucht – wat afgodendienst is – zal een erfdeel ontvangen in het rijk van Christus en van God. Laat niemand u misleiden met ijdel gepraat; want om zulke dingen komt Gods toorn over de weerspannige mensen. Daarom moet gij met hen niet meedoen. Want vroeger waart gij duisternis; maar nu zijt gij licht, in de Heer. Gedraagt u dus als kinderen van het licht. De vrucht namelijk van het licht bestaat in louter goedheid en rechtvaardigheid en waarheid.

Evangelie
Lc. 11, 14-28
In die tijd dreef Jezus een duivel uit, die stom was. En toen Hij de duivel uitgedreven had, begon de stomme te spreken, en de menigte stond verbaasd. Maar sommigen onder hen zeiden: Door Beëlzebub, de vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit! En anderen, die Hem op de proef wilden stellen, verlangden van Hem een teken uit de hemel. Maar Hij kende hun gedachten, en zei tot hen: Ieder rijk, dat innerlijk verdeeld is, zal ten gronde gaan, en het ene huis zal op het andere vallen. Wanneer dus ook de Satan innerlijk verdeeld is, hoe zal zijn rijk dan kunnen standhouden? Gij zegt immers dat Ik door Beëlzebub de duivels uitdrijf. Maar als Ik door Beëlzebub de duivels uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn. Doch als Ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf, dan is inderdaad het rijk van God onder u gekomen! Zolang een sterke man in volle wapenrusting zijn erf bewaakt, is geheel zijn bezit in veiligheid. Maar als er iemand komt, die sterker is dan hij, en hem overmeestert, dan ontneemt hij hem al zijn wapens, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit. Wie niet mét Mij is, is tégen Mij, en wie niet verzamelt met Mij, verstrooit! Wanneer de onreine geest uit iemand is weggegaan, zwerft hij rond in dorre streken, waar hij zoekt naar rust. En als hij die niet vindt, zegt hij: Ik ga terug naar mijn huis, waar ik ben uitgegaan! En bij zijn komst vindt hij het schoongeveegd en in orde gebracht. Dan gaat hij zeven andere geesten halen, nog bozer dan hijzelf, en zij treden daar binnen, en vestigen er hun verblijf. Zo wordt de laatste toestand van die mens nog erger dan de eerste. En terwijl Hij zo sprak, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: Welzalig de schoot, die U mocht dragen, en de borst, die U mocht voeden! Maar Hij zei: Ja, waarlijk zalig zij, die het woord Gods aanhoren en het bewaren!

Overweging
In de lezingen van deze derde zondag van de Vasten legt de Kerk wederom de nadruk op de heiligheid die ons christelijk leven moet kenmerken.

In de lezing aan de Efesiërs worden wij opgeroepen navolgers van God te zijn. Dat betekent, zo zegt de lezing, dat wij moeten leven in de liefde van Christus, zoals Hij ook ons heeft liefgehad, door ons oude aardse zondige leven af te leggen, dat bestaat uit onwaarheid en onzuiverheid; wij moeten voortaan leven als heiligen in Christus. Hierin raakt de lezing precies onze opdracht tot heiligheid aan, en geeft midden in de vastentijd ons opnieuw de kans om onze levenswandel te overwegen en om daarin eventueel correcties aan te brengen.

Die onaangename vragen over ons eigen leven zouden wij ons eens in alle eerlijkheid moeten stellen. Indien wij dat niet doen, dan blijven wij namelijk in de schaduw wandelen en kunnen wij God niet duidelijk zien. De lezing waarschuwt ons voor wat er zal gebeuren met degenen die in het oude leven van laster en onzuiverheid blijven hangen. Zij zullen geen erfdeel ontvangen in het rijk van Christus, zegt de apostel Paulus, omdat dit afgodendienst is.

Welk een opdracht is aan ons gegeven en welk een verandering zal er in ons leven moeten plaatsvinden als wij in de genade van God als Zijn kinderen willen leven. Het is goed dat wij de heilzame gewoonte aanleggen om dagelijks onze levenswandel in een kort gewetensonderzoek te beproeven. Op die manier kunnen wij bij de eerste tekenen van misleiding spoedig opnieuw ons leven richten op de liefde van God in Jezus Christus. Dat is ook de vermaning aan ons, waarmee de lezing wordt beëindigd: “Gedraagt u dus als kinderen van het licht”.

In het Evangelie van deze zondag wordt de gedachte over het oude leven in zonde en het nieuwe leven in de genade in alle duidelijkheid uitgebeeld. Wij zouden misschien kunnen denken dat beide met elkaar kunnen co-existeren, maar deze dodelijke illusie wordt eens en voor altijd door Christus Zelf ontmanteld. Hij zegt tot ons dat ieder rijk dat innerlijk verdeeld is te gronde zal gaan. Die verdeeldheid bestaat hierin dat het goede en het kwade niet in één-en-dezelfde persoon tegelijk kunnen bestaan. Voor ons betekent dit concreet en zonder twijfel dat wij in de genade óf in de zonde leven. Anders gezegd: dat wij deel hebben aan het eeuwig leven of dat wij door de zonde tot het hellevuur gevallen zijn.

Met dit Evangelie wil de Kerk ons sterken in de strijd tegen de duivel, die wij tijdens het vasten met nieuwe ijver aangaan. Dat Christus in het Evangelie een duivel uitdrijft toont aan de zondaar dat de genade sterker is dan de zonde. Het laat ook zien dat er voor de zondaars op aarde nog altijd hoop bestaat, die ligt namelijk in de onvoorwaardelijke overgave aan de wet van Christus. Wij moeten de moed opbrengen om onze ogen op Hem te fixeren. Als onze ogen altijd op Hem zijn gericht, dan worden wij zozeer verblind door Zijn heerlijkheid en dan wordt onze ziel zodanig bevangen door het verlangen om deel te hebben aan Zijn liefde dat zij niet meer aarzelt het kruis te omhelzen. Wij moeten Hem willen aanzien en onze geest terugbuigen, keer op keer, van het geschapene naar God, dus ons steeds afwenden van het aardse en omkeren naar God.

Aan het einde van dit zondagsevangelie horen wij uit de mond van een vrouw die haar stem verhief een zalige lofprijzing aan de heilige Moeder Gods: “Zalig de schoot die U mocht dragen en de borst die U mocht voeden”. Het antwoord van Christus hierop is voor ons een woord van hoop en bemoediging: “Ja waarlijk zalig zijn zij, die het Woord Gods aanhoren en het bewaren”. Nemen wij dus in de strijd van dit leven onze toevlucht bij de Zoete Moeder en bewaren wij, zoals zij dat deed, het Woord Gods. Het bewaren van Zijn Woord zal ons tot zaligheid en eeuwig leven dienen.