21 februari 2024

Quatertemperdagen in de Vasten

Quatertemperdagen zijn dagen van boete, inkeer, gebed, vasten en onthouding bij de wisseling van de seizoenen.

Dit jaar vallen de Quatertemperdagen in de Vasten - ter voorbereiding op het Paasfeest - op woensdag 21, vrijdag 23 en zaterdag 24 februari.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962, dat wij in de personele parochie H. Jozef bij de Agneskerk volgen. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) Het zijn dagen van boete, inkeer, gebed, vasten en (gedeeltelijke) onthouding bij de wisseling van de seizoenen of ter voorbereiding op een groot feest, zoals Pasen.

De woensdag en de zaterdag zijn gedeeltelijke onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is sowieso een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

18 februari 2024

De stem van de duivel in onze tijd herkennen

Eerste zondag van de Vasten

Christus (midden) stuurt de duivel (rechts) weg.

Epistel
2 Kor. 6, 1-10
Broeders, wij vermanen u te zorgen, dat gij Gods genade niet ontvangt zonder vrucht. Want er staat geschreven: "Op de tijd, die Mij behaagt, ga Ik u verhoren, en op de dag des heils, kom Ik u helpen." Zie, thans is het de tijd, die Hem behaagt, nu is het de dag van het heil. En aan niemand geven wij ook maar de minste aanstoot, opdat er geen smet geworpen worde op ons ambt; maar wij willen ons in alles tonen als dienaren van God, door veel geduld, in wederwaardigheden en noden en moeilijkheden, in geselslagen en gevangenschap en volksoploop, in zwoegen en waken en vasten; door reinheid en kennis - door lankmoedigheid en goedheid; door de Heilige Geest, door ongeveinsde liefde, door prediking van waarheid en door kracht van God; met de wapenen der gerechtigheid in rechter- en linkerhand; onder eer en smaad, - onder kwade of goede naam; als bedriegers, en toch waarachtig, - als onbekend, en toch welbekend; als bijna dood, en zie, wij leven; als geslagen en toch niet gedood; als bedroefde mensen, maar toch altijd blij; als arm, en toch maken wij velen rijk; als mensen, die niets hebben, en toch alles bezitten.

Evangelie
Mt. 4, 1-11
In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd, om door de duivel bekoord te worden. En na veertig dagen en veertig nachten gevast te hebben, gevoelde Hij tenslotte honger. Toen kwam de bekoorder tot Hem en zei: Als Gij de Zoon van God zijt, zeg dan, dat deze stenen brood worden. Doch Hij gaf ten antwoord: Er staat geschreven: "De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord, dat voortkomt uit de mond van God!" Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, en plaatste Hem boven op de tinne van de tempel, en sprak tot Hem: Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden; er staat immers geschreven: "Hij heeft over U bevelen gegeven aan Zijn engelen; en zij zullen U op de handen dragen, opdat Gij Uw voet niet zoudt stoten aan een steen." Maar Jezus zei tot hem: Oók staat er geschreven: "Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen!" Nogmaals nam de duivel Hem mee, naar een zeer hoge berg, en toonde Hem alle koninkrijken der wereld met hun heerlijkheid, en zei tot Hem: Dit alles zal ik U geven, als Gij neervalt en mij aanbidt. Toen sprak Jezus tot hem: Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: "De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen!" Toen ging de duivel van Hem weg, en er kwamen engelen, die Hem dienden.

Overweging
Aan het begin van Zijn openbare leven bracht Jezus veertig dagen door in de woestijn. Daar werd Hij bekoord door de duivel. Het nadenken over de bekoringen van Jezus in de woestijn is voor ons een uitnodiging om te antwoorden op een fundamentele vraag: wat is nu echt belangrijk in mijn leven? In de eerste bekoring doet de duivel aan Jezus het aanbod een steen in brood te veranderen om Zijn honger te stillen. Jezus antwoordt dat de mens van brood leeft, maar niet alleen van brood: Zonder een antwoord op de honger naar waarheid, de honger naar God, kan de mens niet gered worden.

In de tweede bekoring voert de duivel Jezus omhoog en biedt Hem de heerschappij over de wereld aan. Maar dat is niet de weg van God: Jezus is Zich volkomen bewust dat het niet de wereldse macht is die de wereld zal redden, maar de macht van het kruis, van de deemoed, van de liefde.

In de derde bekoring suggereert de duivel dat Jezus Zich van de bovenbouw van een tempelpoort naar beneden zou werpen, om dan door God gered te worden; dat wil zeggen, doe iets sensationeels om God Zelf op de proef te stellen; maar het antwoord is dat God geen object is om onze voorwaarden aan op te leggen: Hij is de Heer van het al.

Wat is nu de kern van de drie bekoringen waaraan Jezus werd blootgesteld? Het is het voorstel om God te instrumentaliseren, Hem te gebruiken voor de eigen interesses, de eigen glorie en het eigen succes. In wezen gaat het om zichzelf te stellen op de plaats van God, om Hem verwijderen uit Zijn Eigen bestaan en Hem daardoor overbodig te laten lijken. Iedereen dient zich dus af te vragen: welke plaats heeft God in mijn leven? En is Hij de Heer of ben ik dat?

Overwin de bekoring God te willen onderwerpen aan de eigen interesses en bekeer u tot de juiste orde door God de eerste plaats te geven; het is een weg die iedere christen steeds opnieuw dient te gaan. De uitnodiging tot bekering betekent: Jezus volgen en wel zo dat ons leven concreet wordt geleid door Zijn Evangelie; het betekent ons door God te laten veranderen; het betekent onszelf niet meer te zien als enige bouwer van het eigen bestaan; het betekent het feit te erkennen dat wij van God en van Zijn liefde afhankelijke schepsels zijn en dat wij alleen ons leven kunnen winnen door het in Hem te verliezen.

Dit vraagt om keuzen in het licht van het Woord van God. Vandaag de dag kan men niet langer christen zijn door deel uit te maken van een maatschappij die christelijke wortels heeft: Ook wie in een christelijk gezin is geboren en religieus werd opgevoed, dient de beslissing om christen te zijn dag na dag te hernieuwen. Dat betekent aan God de eerste plaats geven, ondanks alle bekoringen die gesuggereerd worden door een geseculariseerde cultuur, door de kritiek van veel tijdgenoten.

In feite staat de christen in de huidige maatschappij bloot aan vele beproevingen, die het persoonlijke en sociale leven raken. Het is niet gemakkelijk trouw te zijn aan het christelijk huwelijk; de barmhartigheid te praktiseren in het dagelijkse leven; ruimte te maken voor gebed en innerlijke stilte. Het is niet gemakkelijk openlijk keuzes af te wijzen, die velen voor lief nemen, zoals abortus bij ongewenste zwangerschap, euthanasie bij zware ziekte, of selectie van embryo's ter voorkoming van erfelijke ziektes. De bekoring het eigen geloof opzij te zetten is steeds aanwezig en bekering wordt dan een antwoord van het ik op God, dat in iemands leven verschillende keren bevestigd moet worden.

In deze Vastentijd hernieuwen wij onze verbondenheid met de weg van bekering. We kunnen zeggen dat de keuze tussen het opsluiten in ons egoïsme en het geopend zijn voor de liefde tot God, overeenkomt met de keuze waarvoor Jezus Zich gesteld ziet: de keuze tussen de menselijke macht en de liefde van het kruis; tussen een uitsluitend in het materiële welzijn geziene verlossing en een verlossing die volbracht wordt door het werk van God, aan Wie wij het primaat geven in ons bestaan. Zich bekeren betekent ervoor zorgen dat elke dag de waarheid, het geloof in God en de goddelijke liefde het belangrijkste zijn.

Paus Benedictus XVI (†)
tijdens de algemene audiëntie op Aswoensdag 13 februari 2013

16 februari 2024

Kruiswegoefening op vrijdag

Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.


Vandaag - en op alle vrijdagen in de vasten - wordt rond 11.45 uur (aansluitend op de heilige Mis) in onze kerk de kruisweg gebeden.
Daarna is er een korte kruisverering.

15 februari 2024

Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 17 februari 2024 om 13.00 uur

Deze maand gaat de reeks voorjaarslezingen met het thema 'Aan de vruchten herkent men de boom' van start.

Dr Benno Zuiddam, dominee en ethicus, bekend van Bijbels Beraad Man/Vrouw, spreekt op zaterdag 17 februari om 13.00 uur in de bovenzaal van de pastorie over 'Schijnvrijheid anno 2024'. Hij gaat daarbij in op natuur en Schriftuur als kenbronnen van de ethische grondstructuur van de samenleving, belicht vanuit Dante en Hiëronymus Bosch.

De toegangsprijs voor de lezing bedraagt € 7,50. Dit bedrag kan vooraf aan de zaal worden betaald, maar bij voorkeur worden overgeschreven naar de bankrekening van de Sint-Nicolaasacademie: NL24 INGB 0000 4515 11 onder vermelding van ‘lezing Zuiddam’.

Zie: De website van de academie.

14 februari 2024

Deelgenoten aan Zijn vasten

Jezus heeft er velen die
Zijn hemels rijk liefhebben,
maar weinigen die
Zijn kruis dragen.

Hij heeft er velen die
verlangend zijn naar troost,
maar weinigen die
de beproeving wensen.

Hij vindt er heel wat die
Zijn tafel delen,
maar weinig
deelgenoten aan Zijn vasten.

Thomas a Kempis

11 februari 2024

Cantate 'Du wahrer Gott und Davids Sohn' (BWV23) (cantate voor Zondag Quinquagesima) (Bach)

Zondag Quinquagesima

Epistel
1 Kor. 13, 1-13
Broeders, al spreek ik ook de talen van de mensen en de engelen, maar ik zou de liefde missen, dan ben ik als schallend koper of als een schetterend bekken. En al heb ik ook profetengave, en al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, zelfs al heb ik een volmaakt geloof, zodat ik bergen kan verzetten, maar ik zou de liefde missen, dan ben ik niets. En al deel ik mijn gehele vermogen uit tot voedsel voor de armen, el al geef ik mijn lichaam prijs om te worden verbrand, maar ik zou de liefde missen, dan baat het mij niets. De liefde is lankmoedig, - zij is goedig, - de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet onbehoorlijk, - zij is niet verwaand, - zij is niet eerzuchtig; zij zoekt niet zichzelf, - zij wordt niet verbitterd, - het kwaad blijft zij niet indachtig; zij is niet verheugd over de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich met de waarheid; alles verdraagt zij; alles gelooft zij; - alles hoopt zij; alles verduurt zij. De liefde vergaat nooit, al zullen profetengaven ook verdwijnen, al zullen talen ook verstommen, al zal de kennis ook te niet gaan. Want onvolmaakt slechts is ons kennen, en onvolmaakt slechts is ons profetere; als echter het volmaakte komt, dan zal wat onvolmaakt is, zonder meer verdwijnen. Toen ik nog kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind; maar nu ik man geworden ben, heb ik aan het kinderlijke een eind gemaakt. Nu zien wij in een spiegel, vaag als in een raadsel; dan echter van aangezicht tot Aangezicht. Nu ken ik slechts onvolmaakt; dan echter zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend werd. Nu blijven nog: geloof, hoop en liefde, deze drie; de grootste echter van deze is de liefde.

Evangelie
Lc. 18, 31-43
In die tijd nam Jezus de Twaalf afzonderlijk bij Zich, en zei hun: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en alles zal vervuld worden, wat door de profeten over de Mensenzoon geschreven is; want Hij zal worden overgeleverd aan de heidenen, en Hij zal worden bespot, mishandeld en bespuwd; en zij zullen Hem geselen en doden; - maar op de derde dag zal Hij verrijzen. Doch zij begrepen er niets van; dat woord was voor hen duister, en zij verstonden niet, wat er gezegd werd. Toen Hij nu Jericho naderde, zat er een blinde aan de weg te bedelen. Deze hoorde de menigte voorbij gaan, en vroeg, wat er te doen was. En men zeide hem: Jezus van Nazareth komt voorbij. Toen begon hij te roepen: Jezus, Zoon van David, ontferm U mijner! De mensen echter, die vooraan liepen, gaven hem dreigend te verstaan, dat hij moest zwijgen. Maar hij riep nog veel harder: Zoon van David, ontferm U mijner! Toen bleef Jezus staan, en liet hem bij Zich brengen. En toen hij bij Hem gekomen was, stelde Hij hem de vraag: Wat wilt gij, dat Ik voor u zal doen? En hij antwoordde: Heer, dat ik toch moge zien! Toen zeide Jezus hem: Word ziende! Uw geloof heeft u redding gebracht. En terstond kon hij zien, en hij volgde Hem, terwijl hij God verheerlijkte. En toen het volk dit zag, brachten zij allen lof aan God.

Overweging
Op de laatste zondag voor de Vasten brengt de Kerk ons, met de woorden van Jezus Zelf, in herinnering wat wij in deze tijd gaan herdenken: Zijn heilig lijden, dood en verrijzenis.

De apostelen wisten heel goed wat Jezus zei. Het was trouwens niet de eerste keer dat Hij over Zijn aanstaande lijden had gesproken. Maar zij hebben het niet begrepen. Drie keer herhaalt de heilige Lucas dat zij ontoegankelijk waren voor het begrip van Jezus’ lijden. “Zij begrepen er niets van… dat woord was voor hen duister… en zij verstonden niet wat er werd gezegd.” Zij konden het niet inpassen in hun denken. Vol van hun eigen idealen en vervuld van wereldse verlangens droomden zij van een nieuw Israël en van de eerste plaatsen die zij daarin zouden innemen.

Het is niet zonder reden dat de evangelist onmiddellijk op de lijdensvoorspelling de genezing van de blinde van Jericho beschrijft. Het gold als nog een ander teken voor de apostelen, namelijk dat Christus de Heer is en blijft, ondanks Zijn toekomstig lijden. Maar zij waren geestelijk nog blind en hun geloof was te zwak om dat alles te begrijpen. De blinde die uit geloof om genezing bad, werd genezen en kon zien. De apostelen waren zo ver nog niet.

Het is niet zo gemakkelijk om het lijden te waarderen, vooral niet ons eigen lijden. Het is zelfs niet eenvoudig besef te hebben van wat Jezus' lijden voor ons betekent. Hier moet Gods genade werken; hier is een bijzonder licht nodig, het licht van de Heilige Geest. Het is opvallend dat de apostelen na de neerdaling van de Heilige Geest ook in dit opzicht zijn veranderd. Met het Licht van boven begrepen zij alles.

Wij zijn zo gemakkelijk blind voor het mysterie van het lijden; wij zijn verblind en soms willen wij niet zien en niet begrijpen. Als het lijden ons treft in datgene wat ons het meest dierbaar is, als het ons raakt in ons diepste wezen, dan is het zo moeilijk daarin de hand van de Heer te zien. Dan komen er vele vragen: Waarom bestaat het lijden eigenlijk? Waarom treft het mij? Waar blijft God met Zijn vaderlijke voorzienigheid? De wereld tracht ons tot wantrouwen te brengen, tot twijfel, tot ongeloof zelfs. Voor de wereld heeft het lijden geen betekenis en geen waarde; het is zinloos. Maar niet voor een christen. Niet voor iemand die in de voetsporen van Christus wil stappen. En daartoe zijn wij allen, als gedoopten, geroepen. Wij zijn vanaf ons doopsel met het teken van het kruis bestempeld. Wij worden door Zijn lijden en Zijn kruis gered. Wij moeten er ook deel aan hebben. Er is geen verlossing zonder kruis, geen verlossing zonder lijden. Wij weten pas hoe moeilijk het is de gekruisigde Christus te volgen als het lijden aan onze deur klopt. Het aanvaarden, opofferen en beleven van dat lijden is ons christelijk lot; dat is onze christelijke roeping. Maar omdat wij zo vaak blind zijn, moeten wij herhaaldelijk tot Christus roepen en Hem vragen om het diep-inwendige licht van de Heilige Geest. In dat Licht mogen wij zien en begrijpen wat Zijn heilig lijden betekent voor mij, voor de Kerk en voor de wereld. Dat moeten wij ontdekken of herontdekken tijdens de komende Vasten.

10 februari 2024

Inleveren oude palmtakjes



Uw oude palmtakjes kunt u achter in de kerk inleveren tot en met zondag 11 februari (Quinquagesima). De as van de te verbranden takjes wordt gewijd en opgelegd in de H.H. Missen van Aswoensdag 14 februari.

9 februari 2024

Bijeenkomst Heilige Liga (mannencongregatie) op zaterdag 10 februari



Op zaterdag 10 februari is er een bijeenkomst van de heilige Liga. Na een heilig uur in de kerk, dat om 16.00 uur begint, wordt er in de pastorie gesproken over hoe wij moeten verdedigen wat ons dierbaar is: geloof, familie, volk en vaderland. De bijeenkomst wordt besloten met een gezamenlijke maaltijd en het bidden van de completen.

Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij Ilan de Vré via 06-22822056.

6 februari 2024

6 februari: Gedachtenis van de heilige Dorothea, maagd en martelares

Dorothea is in 311 te Caesarea in Cappadocië onder keizer Diocletianus de marteldood gestorven. Een legende vertelt dat Dorothea op weg naar het schavot de naam van Jezus riep. Een jongeling, genaamd Theophilus, spotte en zei tot haar dat hij zich zou bekeren als hij bloemen en vruchten uit de tuin van haar bruidegom zou ontvangen. Daarop verscheen er een engel die een mand met bloemen en vruchten bracht naar de jongeling, terwijl het hartje winter was. Daarop knielde hij neer en bekeerde zich tot het christendom. Diocletianus werd daar zo kwaad om, dat hij Theophilus samen met Dorothea liet onthoofden.

Dorothea is patrones van vrouwen in barensweeën, bloemenverkopers, fruithandelaars, tuinlui, bruiden, bierbrouwers, stervenden en pas gehuwden; zij is patrones tegen valse beschuldigingen en armoede. Zij wordt vaak afgebeeld met een mand vol fruit en bloemen of met haar martelwerktuig, een zwaard. Een volksweerspreuk luidt: Sint Dorothee brengt meestal snee.

5 februari 2024

Van de pastoor: Opgeven Misintenties

Beminde gelovigen,

Het is een goede zaak dat gelovigen aan hun priesters Misintenties toevertrouwen. De Kerk belijdt dat de heilige Mis het voortdurende Offer van Christus is dat aan God de Vader wordt aangeboden voor de verlossing van de mensen.

Als de Mis wordt gelezen voor een bepaalde intentie, dan wordt het Offer aan God opgedragen uit dankbaarheid, voor een zekere nood of voor de zielenrust van een overledene. God de Vader wordt gesmeekt om de vruchten van Christus’ Offer in het bijzonder toe te passen op deze intentie. Dat is een van de krachtigste middelen waarmee wij de zielen in het vagevuur kunnen helpen om hun tijd daar te bekorten, maar ook onze levende dierbaren kunnen ondersteunen in allerlei situaties van nood, verdriet of vreugde.

Op zondagen en kerkelijke feestdagen dient een priester (pastoor) de heilige Mis op te dragen voor het hem toevertrouwde volk (zogenaamde Missa pro populo). Daar kunnen geen persoonlijke intenties aan worden toegevoegd. Op andere dagen kan per heilige Mis één intentie worden aangenomen.

Er wordt een financiële bijdrage (stipendium) gevraagd als daadwerkelijk offer van degene die de intentie opgeeft. Deze bijdrage is voor het levensonderhoud van de priester die de Mis opdraagt.

Het opgeven van Misintenties kan, om misverstanden te voorkomen uitsluitend schriftelijk, rechtstreeks bij een van de priesters of – als het niet anders kan – per e-mail: fssp.nl@gmail.com. De richtprijs voor het stipendium bedraagt € 12 per heilige Mis, maar de hoogte van het bedrag mag nooit een belemmering vormen om uw intentie op te geven. Uw stipendium kunt u contant voldoen of storten op bankrekening NL58 INGB 0005 4404 82 ten name van Stichting Sint-Petrusbroederschap Nederland onder vermelding van uw intentie(s) en aantallen, ter bevestiging van uw e-mail.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

4 februari 2024

Passie van onze Heer Jezus Christus volgens de heilige Johannes

Zondag Sexagesima

Epistel
2 Kor. 11, 19-33; 12, 1-9
Broeders, gij zijt zo welwillend in het verdragen van onverstandige mensen, omdat gij zelf zo wijs zijt! Gij verdraagt het immers, als men u de wet stelt, - als men u uitbuit, als men u beetneemt, - als men verwaand tegen u optreedt, als men u een slag in het gezicht geeft. Ik moet tot mijn schande bekennen: in dit opzicht zijn wij - om zo te zeggen - zwakkelingen geweest. Maar wat een ander aandurft - al is het onverstandig zo te spreken - dat durf ik ook. Zijn zij Hebreën? - ik ook. Zijn zij Israëlieten? - ik ook. Zijn zij afstammelingen van Abraham? - ik ook. Zijn zij dienstknechten van Christus? - ik spreek als een dwaze - ik nog meer; door veelvuldig zwoegen, door veel gevangenschap, door geselslagen zonder tal, door herhaaldelijk doodsgevaar. Vijfmaal heb ik van de joden de veertig min één gekregen; driemaal ben ik met roeden gegeseld; éénmaal ben ik gestenigd; driemaal heb ik schipbreuk geleden, en eens heb ik een dag en een nacht doorgemaakt op de volle zee. Door vele voetreizen, door gevaren van rivieren, door gevaren van rovers, door gevaren van de kant van mijn eigen volk, door gevaren van de heidenen, door gevaren in de stad, door gevaren in de woestijn, door gevaren op zee, door gevaren onder valse broeders. Met werken en zwoegen, dikwijls zonder nachtrust, in honger en dorst, in veelvuldig vasten, in koude en naaktheid. En behalve al dat uitwendige, ook nog mijn dringend werk van iedere dag: de zorg voor alle kerken. Wie is er zwak, zonder dat ik het meevoel? Wie lijdt er ergernis, zonder dat ik vurig word? Als er geroemd moet worden, dan zal ik op mijn zwakheid roemen; God, Die de Vader is van onze Heer Jezus Christus en gezegend is in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. Te Damascus liet de stadhouder van koning Aretas eens de stad van de Damascenen bewaken om mij in handen te krijgen en... door een venster werd ik in een mand langs de muur neergelaten; en zó ontkwam ik aan zijn handen. Als er geroemd moet worden - al heeft het dan geen nut - dan zal ik overgaan tot visioenen en openbaringen des Heren. Ik ken een christenmens, die veertien jaar geleden - met het lichaam: ik weet het niet; of zonder lichaam: ik weet het niet; God weet het; - opgevoerd werd naar de derde hemel. En ik weet, dat die mens - met of zonder lichaam: dat weet ik niet; God weet het; - opgevoerd is naar het paradijs; daar vernam hij toen geheime dingen, waarover een mens niet spreken mag. Op zó iemand zal ik roemen; wat echter mij zelf betreft, zal ik alleen maar roemen op mijn zwakheden. Doch ook al wilde ik roemen, het zou niet onzinnig van mij zijn; want ik zou waarheid spreken. Maar ik wil het niet doen, opdat niemand mij hoger zou achten, dan hij van mij ziet of hoort. En opdat de grote openbaringen mij niet ijdel zouden maken, werd mij een prikkel gegeven in het vlees, een engel van de satan, die mij moet kwellen. Daarom heb ik driemaal tot de Heer gebeden, dat deze van mij zou weggaan. Maar Hij gaf mij ten antwoord: Mijn genade is voor u voldoende; want kracht komt juist bij zwakheid tot volle ontplooiing. Daarom wil ik gaarne roemen op mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij moge wonen.

Evangelie
Lc. 8, 4-15
In die tijd kwam er een talrijke menigte bijeen, die vanuit de steden naar Jezus toestroomde. Dan sprak Hij in een gelijkenis: Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel er een gedeelte op de weg; het werd vertrapt, en de vogels des hemels aten het op. En een ander gedeelte viel op rotsige bodem; het schoot wel op, maar verdorde er bij gebrek aan vochtigheid. Weer een ander gedeelte viel midden tussen de doornen; en de doornen schoten tegelijk mede op en verstikten het. Een ander gedeelte ten slotte viel op goede bodem; het schoot op en droeg honderdvoudige vrucht. Bij deze woorden riep Hij uit: Wie oren heeft om te horen, dat hij hore! Zijn leerlingen nu vroegen Hem, wat deze gelijkenis betekende. En Hij gaf hun ten antwoord: U is het gegeven de geheimen van het rijk Gods volledig te kennen; de overigen echter slechts in gelijkenissen, opdat zij wel zien maar niet inzien, wel horen maar niet begrijpen. Dit nu is de zin van de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods. Waar het op de weg valt, - dat zijn zij, die wel toeluisteren, maar dan komt de duivel, en neemt het Woord weg uit hun hart, opdat zij niet geloven en zalig worden. Waar het evenwel op rotsige bodem valt, - dat zijn zij, die het Woord aanhoren, en met vreugde opnemen; doch zij laten het geen wortel schieten; zij geloven een tijdlang, maar als de beproeving komt, vallen zij af. Wat echter tussen de doornen valt, - dat zijn zij, die wel geluisterd hebben; doch door de zorgen, de rijkdom en de genietingen des levens wordt het bij hen gaandeweg verstikt, zonder dat het vrucht oplevert. Maar wat op goede bodem valt, - dat zij zij, die het Woord met een goed en edel hart aanhoren, het bewaren, en vrucht voortbrengen door te volharden.

Overweging
In de gelijkenis van de zaaier die uitging om te zaaien, waarin het zaad viel zowel op vruchtbare als op onvruchtbare grond, zien wij een dubbel beeld. Het zaad staat voor het leven brengende Woord van God, Zijn genade, en de verschillende typen van grond zijn wij, de mensen, die met het goddelijke Woord in aanraking komen.

Het zaad draagt alles in zich dat nodig is om vrucht voort te brengen. Zo is het ook met de genade van God: Zijn heiligmakende genade bevat alles dat een mens nodig heeft om zalig te worden, want Gods genade is volkomen in zich. Maar om concreet, dus bij een bepaalde persoon, de heiligheid aan te wenden, heeft de genade het nodig om opgenomen te worden. Het Evangelie van vandaag gaat juist over die opname in ons leven.

Wij moeten de genade Gods ons leven laten doordringen. De vrucht van de genade is de heiliging. Kan de genade de grond van ons leven niet doordringen, dan kan zij ook geen vruchten van heiliging voortbrengen en dan verstikt zij door de droogte van de bodem waarop zij is uitgestrooid. Het is dus aan ons om het leven te openen voor Gods Woord en naar Hem toegekeerd te blijven. Wij kunnen niet met Hem willen leven en tegelijkertijd Zijn stem laten overstromen door het lawaai van de wereld en de tirannie van een zondig leven.

Het vasten en de boete dienen om ons leven te openen voor Gods genade, doordat wij ons afwenden van het wereldse en ons richten op God. Wij dienen onszelf kritische vragen te stellen over de keuzen die wij maken in ons leven. Zijn deze keuzen conform de Wil en de wetten van God en Zijn heilige Kerk? Zo niet, dan kan Zijn genade ook niet in ons werkzaam zijn en dan kunnen er geen vruchten van heiliging ontstaan. De hoop op de eeuwige zaligheid is dan een ijdele verblinding.

Nu is er nog tijd om afstand te nemen van de zonde en ons te keren tot God om daarmee de vaste hoop op heiliging en de zaligheid te ontvangen. Wij moeten het harde werk aangaan van het opruimen van onze eigen bodem en iedere hindernis verwijderen zodat de genade Gods een vruchtbare grond zal aantreffen wanneer Hij Zijn Woord in onze ziel zal uitstrooien.

3 februari 2024

3 februari: Heilige Blasius, bisschop en martelaar

De heilige Blasius stierf in de vierde eeuw de marteldood in Sebaste (Armenië). Toen hij naar de strafplaats geleid werd, bood een bedroefde moeder hem haar enig kind aan, dat door een visgraat in de keel in stervensgevaar verkeerde. De heilige Blasius zegende het kind dat onmiddellijk genezen werd.

Op dit verhaal steunt de Blasius-zegen. De kaarsen die hiervoor gebruikt worden krijgen een bijzondere wijding.

Blasius is een van de veertien heilige helpers in nood. De anderen zijn Achatius, Barbara, Catharina, Christoffel, Cyriacus, Dionysius, Egidius, Erasmus, Eustachius, Joris, Margaretha, Pantaleon en Vitus.

2 februari 2024

2 februari: Zuivering van de heilige maagd Maria (Maria Lichtmis), feest

Op 2 februari verricht de Kerk de plechtige kaarsenwijding, die tot de drie voornaamste wijdingen behoort uit de gehele jaarkring. De twee andere zijn de aswijding en de palmwijding.

De zin van de kaarsenwijding houdt verband met de dag van de Zuivering van de heilige Maagd, dat het geheim is van de veertigste en laatste dag van de Kersttijd. Het Kindje Jezus wordt op die dag in de tempel opgedragen en vrijgekocht, doch slechts bij gelegenheid van Maria’s zuivering, waaruit deze opdracht en vrijkoop voortvloeien.

Sinds de zevende eeuw hebben liturgisten veelvuldig het geheim van de kaarsenwijding verklaard. De kaarsenwas, uit het sap van bloemen, bereid door de bij, die in de oudheid gold als beeld van de maagdelijkheid, betekent volgens Ivo van Chartres in een van zijn preken over dit feest, het maagdelijke Vlees van het goddelijk Kind, dat noch door Zijn ontvangenis, noch door Zijn geboorte Maria’s maagdelijkheid heeft gedeerd. In de kaars moeten wij, aldus de heilige bisschop, het symbool zien van Christus, Die onze duisternis is komen verlichten.

Volgens de heilige Anselmus kunnen wij in de kaars drie dingen beschouwen: de was, de pit en de vlam. De was, bereid door de maagdelijke bij, is het Vlees van Christus; de pit daarin is Zijn Ziel; de vlam die straalt aan de top is Zijn Godheid.

De Kerk nodigt de gelovigen uit om op deze dag kaarsen mee te brengen. Die kunnen ook in de plechtige ceremonie gewijd worden. De met Maria Lichtmis gewijde kaarsen worden niet alleen in de processie gedragen, maar zij moeten met eerbied thuis bewaard worden, om ze te land en te water, zoals de Kerk zegt, met zich mee te nemen en zodoende bijzondere zegen van de hemel af te smeken. Men moet deze kaarsen ook ontsteken bij de stervenden, ter herinnering aan de onsterfelijkheid die Christus voor ons heeft verdiend en als teken van bescherming door Maria.

1 februari 2024

1 februari: Heilige Ignatius van Antiochië, bisschop en martelaar

Ignatius was de derde bisschop van Antiochië in Syrië, na de apostel Petrus en bisschop Evodius.

Op hoge leeftijd werd hij op last van keizer Trajanus gevangen genomen en naar Rome gebracht. Tijdens deze reis schreef hij 'zeven heilige brieven' naar plaatselijke geloofsgemeenschappen. Ze vormen een rijke bron aan informatie over de vroeg-christelijke verwerking van de boodschap van het Evangelie. De brieven dragen soms een wat leerstellig karakter. Soms zijn ze meer troostend en ondersteunend van aard.

De brieven zijn gericht aan de Efeziërs, de Magnesiërs, de Tralliërs, de Romeinen, de Philadelphiërs, de Smyrnaeërs, en aan Polycarpus.
Ignatius stelt in zijn brieven verschillende zaken aan de orde. Hij gaat onder andere in op de eenheid van de christelijke kerk, de persoon van Christus, de verhouding leraar en leerlingen, de twee rijken. Voor de ontwikkeling van de theologie zijn deze brieven van groot belang. Jezus is voor Ignatius voluit God. In de brieven bestrijdt hij het docetisme en de gnostiek. Hij pleit voor het gezag van de bisschop. Zonder dit gezag is de doop en het liefdesmaal niet geoorloofd. De gemeente van Rome bekleedt in zijn visie de eerste plaats.

Op allerlei plaatsen kreeg Ignatius bezoek van afgevaardigden van christelijke gemeenten. In Smyrna ontmoette hij Polycarpus en kreeg hij bezoek van een deputatie uit de christengemeente van Efeze. Dit gezelschap bestond uit Onesimus, de bisschop van Efeze, een diaken genaamd Burrus, en nog drie anderen: Crocus, Euplus en Fronto. Hieruit blijkt dat er tussen de jonge christelijke gemeenten intensief contact was en er een uitvoerig netwerk van onderlinge relaties moet hebben bestaan. De christelijke kerk heeft zich kennelijk al heel vroeg kunnen organiseren.

Uiteindelijk werd hij in Rome in het Colosseum ter dood gebracht doordat hij als prooi voor de wilde dieren werd geworpen. Zijn relieken bevinden zich in de kerk van Sint Clemente te Rome. Hij is patroon tegen hoofduitslag en keelpijn.

31 januari 2024

Informatiebulletin voor de maand februari is verschenen

Het Informatiebulletin is het parochieblad van de Jozefparochie dat maandelijks verschijnt. In de editie voor de maand februari - in het bijzonder toegewijd aan de passie van onze Heer Jezus Christus - aandacht voor de actie Kerkbalans, de bijeenkomst van de heilige Liga, de lezing voor de Sint-Nicolaasacademie, het aanvragen van Misintenties en introductie van Scoutinggroep Heilige Jeugd.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin februari' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

31 januari: Heilige Johannes Bosco, belijder

Giovanni (Johannes) Bosco werd geboren in het stadje Castelnuovo d’Asti (tegenwoordig: Castelnuovo Don Bosco) vlakbij Turijn (Italië) op 16 augustus 1815. Toen hij twee jaar oud was stierf zijn vader, Francesco Bosco, een arme boer. (Zijn moeder is Margherita Occhiena. In 2006 werd zij door paus Benedictus XVI eerbiedwaardig verklaard, een voorstadium van een zaligverklaring.)

Hoewel Johannes geen gemakkelijke jeugd had, lukte het hem in 1841 zijn studies af te ronden en de priesterwijding te ontvangen. Tijdens zijn priesterschap leerde Don Bosco de trieste levensomstandigheden van jongens kennen in de voorsteden van Turijn. Jonge mensen doolden door de straten, veelal werkloos dreigden zij verloren te lopen. Hij wilde een eind maken aan de sociale wantoestanden.

Het begon met een ontmoeting met een ontmoedigde jongen. De jongen bracht na een goed gesprek vrienden mee. Zo groeide een centrum waar de jongens terecht konden. Met zijn grote hartelijkheid en optimisme lukte het hem om groepjes jongens te onderwijzen in het geloof. Hij stichtte een bibliotheek voor de jeugd, en schreef een boek, getiteld ‘De verstandige jongen’, over de opvoeding van kinderen. Het werd een bestseller.

Johannes probeerde goede afspraken te maken tussen de jongens en werkgevers. Hij bouwde huizen, waar arme jongens konden uitgroeien tot geschoolde werkkrachten, eerlijke mensen en goede christenen.

Don Bosco liet zich niet meeslepen in de politieke en sociale twistpunten van die dagen. Hij streefde naar het onmiddellijk haalbare. Daarvoor had hij de steun en de medewerking van iedereen nodig. Dankzij de hulp van velen heeft hij de armen goed gedaan.

In 1859 stichtte hij de mannelijke congregatie der Salesianen, genoemd naar de heilige Franciscus van Sales, voor wie hij een grote bewondering had, en in 1872 stichtte hij voor vrouwen de Dochters van Maria.

In 1862 kreeg Don Bosco een visioen. Daarin ziet hij het schip van de Kerk met op de boeg de Paus door een woeste zee varen. Het schip kan zich alleen handhaven door zich vast te klampen aan twee grote zuilen. Op de ene zuil staat een grote hostie, op de andere zuil staat de heilige maagd Maria, als Hulp der Christenen.

Don Bosco had een grote liefde voor het Allerheiligste Sacrament des Altaars en voor de Moeder Gods, Maria. Zonder financiële middelen liet hij voor haar een kerk bouwen, ter ere van de Hulp der Christenen. De giften stroomden binnen, waarmee het werk voltooid kon worden.

Er zijn meerdere getuigenissen van mensen die hem hebben zien zweven toen hij na afloop van een heilige Mis in aanbidding was neergeknield voor het Allerheiligste Altaarsacrament. Toen hij na de consecratie in een heilige Mis eens merkte dat er veel te weinig hosties waren voor de talrijke menigte die wilde communiceren, sloeg hij zijn ogen op ten hemel, waarna hij de hosties in de ciborie zag vermeerderen. Er bleken genoeg hosties te zijn voor iedereen, zonder dat hij er ook maar een hoefde te breken. Later zei hij daarover: “De Macht Die het wonder van de transsubstantiatie kan volbrengen, zal ook een vermeerdering niet in de weg staan.”

Don Bosco stierf op 31 januari 1888, 72 jaar oud, in Turijn. Hij werd begraven in de kerk van de Salesianen in Turijn. Paus Pius XI verklaarde hem in 1934 heilig.
Hij is patroon van Castelnuovo Don Bosco; circusartiesten, dansers, leerjongens, schooljongens, jeugd en jongeren in het algemeen, jeugdzielzorgers en uitgevers.

In Vlaanderen bestaan vele Don-Bosco-scholen, waaronder enkele internaten. In Nederland staat in Volendam een scholengemeenschap die zijn naam draagt: het Don-Bosco-college.

29 januari 2024

29 januari: Heilige Franciscus van Sales, bisschop, belijder en kerkleraar

Franciscus werd geboren op kasteel Sales bij Thorens (Savoye, Frankrijk) op 21 augustus 1567 in een adellijke familie. Hij studeerde theologie in Parijs en in Padua. Zijn vader had een huwelijk voor hem gearrangeerd, maar hij weigerde te trouwen omdat hij priester wilde worden. In 1593 werd hij proost van het kapittel van Genève.

Sinds de reformatie was Genève een bolwerk van calvinisme. De bisschop van deze stad was uitgeweken naar Annecy. Van daaruit probeerde Franciscus veel protestanten in Savoye te bekeren. In 1602 werd Franciscus bisschop van Genève.

Hij stond bekend als een uitstekend prediker, om zijn liefde voor de armen en vanwege zijn boeken. Zijn meest bekende boek was 'Inleiding tot het Devote Leven'. Samen met de heilige Frances de Chantal stichtte hij in 1610 de vrouwelijke orde van de Visitandinnen.

Op 28 december 1622 stierf hij te Lyon. Zijn graf in Annecy werd al snel een bedevaartsoord. In 1665 werd hij door paus Alexander VII heilig verklaard. Paus Pius IX riep hem in 1877 uit tot Kerkleraar.

Toen de heilige Johannes 'Don' Bosco in 1859 zijn religieuze congregatie stichtte die vooral ten doel had kansarme kinderen op te voeden en een ideaal te geven, noemde hij zijn stichting 'Salesianen', naar Franciscus van Sales.

Hij is patroon van kanton, stad en bisdom Genève, van Annecy en Chambéry, van de Salesianen, journalisten, schrijvers, uitgevers en van de katholieke pers.

28 januari 2024

Alma redemptoris mater

Zondag Septuagesima

Epistel
Kor. 9, 24-27; 10 en 11-5
Broeders, weet gij niet, dat de deelnemers aan een wedloop in de renbaan wel allen lopen, maar dat slechts één de zegeprijs verwerft? Aldus moet gij lopen, om die ook te behalen. Maar iedereen, die aan de wedstrijd meedoet, onthoudt zich van alles; en zij nog wel om een krans te winnen, die verwelkt - wij echter om een, die onvergankelijk is. Ik loop daarom zó, niet als in den blinde weg; ik worstel zó, dat ik niet sla in de lucht. Maar ik beuk mijn eigen lichaam, en breng het onder bedwang, om niet - na anderen gepredikt te hebben - zelf verloren te gaan. Want gij moet wel weten, broeders: onze vaderen zijn allen onder de wolk geweest, en allen zij zij door de zee heengegaan, en allen zijn zij gedoopt in de wolk en in de zee tot eenheid met Mozes; en allen hebben zij dezelfde bovennatuurlijke spijs gegeten en allen dezelfde bovennatuurlijke drank gedronken; zij dronken namelijk van een geestelijke rots, die met hen meeging, en die rots was Christus. Maar toch heeft God in de meesten van hen geen welbehagen gevonden.

Evangelie
Mt. 20, 1-16
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een huisvader, die vroeg in de morgen er op uitging, om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. En hij kwam met de arbeiders overeen voor één tienling per dag, en zond hen naar zijn wijngaard. Tegen het derde uur ging hij nogmaals uit en zag weer anderen op de markt werkeloos staan; en hij zeide hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard, en wat billijk is, zal ik u geven. En zij gingen er heen. Opnieuw ging hij uit tegen het zesde en negende uur en handelde op dezelfde wijze. Toen hij echter tegen het elfde uur uitging, vond hij daar nog anderen staan, en hij zeide hun: Waarom staat gij hier de hele dag zonder iets te doen? Zij gaven hem ten antwoord: Omdat niemand ons gehuurd heeft. En hij zeide tot hen: Gaat ook gij naar mijn wijngaard. Toen het nu avond was geworden, sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn opzichter: Roep de arbeiders, en betaal hun het loon uit, te beginnen bij de laatsten en zo vervolgens tot de eersten. Zij, die tegen het elfde uur gekomen waren, traden dan naar voren, en ontvingen ieder een tienling. En toen de eersten kwamen, dachten zij meer te ontvangen; maar ook zij kregen ieder één tienling. En terwijl zij die aannamen, morden zij tegen de huisvader, en zeiden: Die laatsten hebben slechts één uur gewerkt, en hij gaat ze gelijkstellen met ons, die de last van de dag en de hitte hebben gedragen! Maar hij antwoordde aan een van hen: Vriend, ik doe u toch geen onrecht; zijt gij niet met mij overeengekomen voor één tienling? Neem dus wat u toekomt, en ga heen. Ik wil echter ook aan die laatste evenveel geven als aan u. Staat het mij soms niet vrij, te doen, wat ik verkies? Of zijt gij kwaad, omdat ik goed ben? Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Overweging
Deze gelijkenis van de wijngaard en de arbeiders kunnen wij toepassen op ons eigen leven. Elke mens wordt uitgenodigd om door de inspanningen van dit leven het eeuwig rijk te veroveren. Wij gaan naar de wijngaard op verschillende momenten van ons leven. Sommigen worden vroeg in hun kindschap geroepen en blijven trouw werken tot het einde van hun leven; anderen komen later, soms op het laatste moment. Velen zijn begiftigd met kostbare talenten, anderen moeten het met beduidend minder stellen. Maar aan iedereen wordt hetzelfde beloofd: de eeuwige redding. Die is en blijft een gave, een genade van God. Niemand kan zeggen dat hij er recht op heeft of dat hij haar heeft verdiend. Het is duidelijk dat deze gave voor iedereen gelijk is.

De talenten en de omstandigheden kunnen verschillend zijn, maar een ding is zeker: wij worden allen geroepen en uitdrukkelijk aangesteld. Voor allen ligt er een taak gereed, zoals voor de arbeiders uit de parabel. Die is heel aangepast aan onze mogelijkheden en talenten. Wij mogen ons niet met anderen vergelijken.

God weet wie Hij roept en waar Hij Zijn arbeiders plaatst. De taak van anderen is niet de onze. Ieder heeft zijn eigen terrein; van ieder van ons verwacht God iets persoonlijks. Maar de opdracht is altijd dezelfde: het vervullen van Gods Wil, waar en wanneer dan ook. Iets hogers en beters is er niet en kan er ook niet zijn. Wij geven allen een persoonlijk antwoord op Gods persoonlijke uitnodiging aan ons. Iedereen moet dus kijken naar het goede dat hij kan doen en niet naar het goede dat anderen kunnen of moeten doen. Iedereen moet zijn eigen werk doen, onafhankelijk van de tijd waarop hij werd geroepen, onafhankelijk van het werk van anderen.

De uitwendige omstandigheden in ons leven kunnen aanzienlijk verschillen van de situaties waarin een ander leeft en werkt. Maar ook dit is geen waardebepaling. Van belang is of Gods uitverkiezing en Gods welbehagen, Gods Wil en wens als richtlijn zijn genomen bij de aanvaarding en de uitvoering van de arbeid die wij verrichten. Het is niet alleen belangrijk dát wij de opdracht vervullen, maar ook hóe wij dat doen. Men kan Gods Wil doen met nauwelijks enige liefde, maar men kan Zijn Wil ook volbrengen met louter liefde, bezield met het vuur van de liefde. Dat maakt een groot verschil. En dat verschil zit in de liefde.

Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Ook wij zijn geroepen. Wij moeten nu onze taak verrichten om straks tot de uitverkorenen te mogen behoren.

27 januari 2024

Begin van de voorvasten: Zondag Septuagesima

Morgen is het zondag Septuagesima. Zondag Septuagesima (zeventigste) is de eerste zondag van de Paaskring, 70 dagen vóór Pasen. Deze zondag wordt gevolgd door de twee andere zondagen van de Voorvasten: Sexagesima en Quinquagesima. Ze zijn een voorbereiding tot de veertigdaagse vastentijd (Quadragesima). Vandaar dat de liturgische kleur paars is en de vreugdezangen (Te Deum, Gloria en Alleluja) niet worden gezongen, behalve op feestdagen die in deze periode voorkomen.

Zonder de periode van de Voorvasten zou men geen enkele voorbereiding hebben op Aswoensdag. De overgang - zo kort na Kerstmis - naar de Grote Vastentijd vraagt om een voorbereidingsperiode, zelfs vanuit een louter psychologisch standpunt bekeken.

Er schuilt veel wijsheid in de traditionele gebruiken van de Kerk.

25 januari 2024

Eén bankrekeningnummer

Voor al uw giften en kerkbijdragen aan de parochie kunt u voortaan gebruik maken van bankrekeningnummer NL48 ABNA 0589 9700 89 ten name van Parochie H. Jozef te Amsterdam. Gebruikte u voorheen het rekeningnummer van de Sint-Agnesparochie, dan wordt u vriendelijk verzocht om een wijziging door te voeren in de betaalomgeving van uw bank.

21 januari 2024

Offertorium derde zondag na Driekoningen: Dextera Domini (Franck)

21 januari: Heilige Agnes, maagd en martelares, titelheilige van ons kerkgebouw, hoogfeest

Gedachtenis: Derde zondag na Driekoningen

U bemint het recht en u haat het onrecht; daarom heeft God, uw God,
u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken. (Ps. 44, 8)

Heilige Agnes, bid voor ons.

Epistel
Wijsh. 51, 1-8, en 12
Ik wil U loven, Heer, koning, en U prijzen als mijn God en redder. Ik wil Uw naam loven, omdat U mijn beschermer en helper bent geweest en mij hebt gered van de dood, van de strikken, door lastertongen gelegd, van de lippen die leugentaal uitslaan. Tegenover degenen die mij aanvielen bent U mijn helper geworden en zo groot als Uw medelijden en Uw naam zijn, hebt U mij verlost uit de strikken van degenen die op buit loerden, uit de hand van degenen die mij naar het leven stonden, uit de vele noden die mij overkwamen, uit het verstikkende vuur waarmee de brandstapel mij omgaf; midden uit de vlammen, die ik niet had aangestoken, uit de diepe schoot van de onderwereld, verlost van de vurige tong en het lasterlijke gepraat, van de scherpe pijlen van de onrechtvaardige tong. Ik was vlak bij de dood gekomen: ik stond aan de rand van het dodenrijk, zo diep. Aan alle kanten omsingelden ze mij en er was niemand die mij hielp. Ik keek uit naar steun van mensen, maar die was er niet. Toen dacht ik, Heer, aan Uw barmhartigheid, en aan Uw weldaden, van oudsher bewezen: U helpt degenen die op U hopen en redt hen uit de hand van hun vijanden want U hebt mij van de ondergang gered en mij op de dag van het ongeluk geholpen Daarom zal ik U loven en prijzen en de naam van de Heer zegenen.

Evangelie
Mt. 25, 1–13
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen de volgende gelijkenis voor: Het zal met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. Maar de verstandige namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, dommelden ze allemaal in. Midden in de nacht klonk er geroep: “Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!” Toen stonden alle meisjes op en maakten hun lampen in orde. De domme zeiden tegen de verstandige: “Geef ons van jullie olie, want onze lampen gaan uit.” Maar de verstandige gaven ten antwoord: “Nee, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en voor jullie; ga liever naar de verkopers en koop voor jezelf.” Toen ze weg waren om te kopen, kwam de bruidegom, en de meisjes die klaar stonden, gingen met hem mee naar binnen voor de bruiloft, en de deur ging dicht. Later kwamen ook de andere meisjes en riepen: “Heer, heer, doe open voor ons.” Maar hij antwoordde: “Ik verzeker jullie, ik ken jullie niet.” Weest dus waakzaam, want ge kent dag noch uur.

Overweging
Het leven en sterven van de heilige Agnes vormen een getuigenis van de overweldigende genade die het geloof als omvormende kracht aan een mens verleent; een getuigenis van liefde voor en overgave aan Jezus Christus. Als twaalfjarig beeldschoon meisje kiest zij voor het lijden dat haar tot het martelaarschap zal brengen. Het alternatief was om een heidense jongeling met een stralende toekomst te trouwen en dus ook zelf van de aardse goederen te kunnen genieten. Maar de heilige Agnes was vervuld van een andere liefde. Haar hoop was niet gevestigd op dit kortstondige en wisselvallige leven op aarde en het schijnschoon dat onze geest zo eenvoudig kan verblinden. De liefde van Sint Agnes was een zuivere overgave aan de hemelse Bruidegom in een verheven geestelijke liefde.

Zij is een voorbeeld van hoe wij als christenen zouden moeten leven. Niet dat ieder van ons fysiek zijn of haar leven hoeft te geven, maar haar bereidheid daartoe toen het van haar werd gevraagd, mag voor ons een voorbeeld zijn om na te volgen. Deze bereidheid bestaat er uit dat Christus voor ons de alles-overtreffende werkelijkheid en het doel van ons bestaan is. Daaruit vloeit de onthechting aan aardse zaken voort, zelfs de onthechting aan het eigen ik. De martelaren hebben hun leven gegeven op die momenten waarop de wereld hun wilde verhinderen om met Christus verenigd te blijven door onmogelijke eisen aan hen te stellen. Zij werden ter dood gebracht omdat zij niet wilden zondigen en wél met Christus verenigd wilden blijven. Dit is de kracht van het geloof dat wij belijden. Dit is de werkelijkheid van Hem Die wij als verlosser hopen te mogen ontmoeten.

Vragen wij ons in alle ernst af: Zijn wij vervuld van deze werkelijkheid van het geloof? Waarschijnlijk niet in die mate waarin Sint Agnes het was. Voor ons staan echter de bronnen van de genade nog open door de sacramenten en vooral de heilige Mis. Laten wij die gebruiken en ons leven heiligen, in navolging van onze patrones en uit zuivere liefde tot Christus.

18 januari 2024

Gebed voor de eenheid (tijdens de bidweek tot hereniging van de Kerk van 18 tot en met 25 januari)

"Mogen ze allen één zijn, zoals Gij, Vader, het zijt, in Mij en Ik in U.
Mogen ze ook één zijn in Ons, opdat de wereld gelove, dat Gij Mij hebt gezonden."

(Joh. 17, 21)

V: Ik zeg u: gij zijt Petrus.
R: En op deze steenrots zal Ik Mijn Kerk bouwen.

Laat ons bidden.
Heer Jezus Christus, Gij hebt tot Uw apostelen gezegd:
de vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u;
let niet op mijn zonden, maar op het geloof van Uw Kerk;
en gewaardig U, haar volgens Uw wil vrede en eendracht te verlenen,
Gij, Die als God leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.

18 januari: Heilige Prisca, maagd en martelares (gedachtenis)

De heilige Petrus, met de sleutels in zijn hand, doopt de heilige Prisca van Rome.
Prisca knielt voor een doopvont met gevouwen handen. Petrus giet water over
haar hoofd. Een tweede vrouw knielt achter Prisca en wacht haar beurt af.
(Gravure door Cornelis Galle - Rijksmuseum, Amsterdam)

14 januari 2024

Introitus: Omnis terra adóret te, Deus

Tweede zondag na Driekoningen

De bruiloft te Kana.

Epistel
Rom. 12, 6–16
Broeders, de gaven die wij bezitten, zijn verschillend overeenkomstig de genade, die ons is geschonken. Is het de gave van de profetie, gebruik ze dan volgens de eisen van het geloof; is het een of ander dienstwerk, geef u aan dat ambt; hebt gij te onderrichten, wijd u aan het onderricht; moet gij prediken, leg u toe op de prediking. Wie de armen bedeelt, laat hij het doen in eenvoud; wie in de overheid gesteld is, doe het met zorg; wie barmhartigheid beoefent, laat hij dat doen met blijmoedigheid. De liefde moet zijn zonder huichelarij. Hebt een afschuw van het kwade, en blijft gehecht aan het goede. Bemint elkander met broederlijke liefde. Gij moet voorkomend zijn in hoogachting voor elkander. Wilt in uw ijver niet verslappen; weest vurig van geest en dient de Heer. Laat de hoop u blijmoedig maken. Gij moet geduldig zijn in lijden, blijft volharden in het gebed. Helpt de gelovigen in alle nood, en beoefent de gastvrijheid. Zegent hen, die u kwaad doen; zegent hen, en vloekt hen niet. Wilt blij zijn met de blijden en wenen met hen, die wenen. Blijft eensgezind onder elkander; wilt niet streven naar wat groot schijnt, maar weest tevreden met het kleine.

Evangelie
Joh. 2, 1–11
In die tijd, werd er te Kana in Galilea bruiloft gevierd; ook de Moeder van Jezus was daar tegenwoordig; en Jezus werd met Zijn leerlingen eveneens op de bruiloft genodigd. Nu kwam er gebrek aan wijn, en de Moeder van Jezus zei Hem: “Zij hebben geen wijn meer.” Jezus antwoordde haar: “Vrouw, wat wilt gij van Mij? Mijn uur is nog niet gekomen.” Zijn Moeder zei dan tot de bedienden: “Doet alles, wat Hij u zal zeggen.” Nu stonden daar vanwege de joodse reinigingsgebruiken zes stenen kruiken, elk met een inhoud van twee of drie metreten. Jezus sprak tot hen: “Vult de kruiken met water.” En zij vulden ze tot boven toe. Dan zei Hij tot hen: “Schept er nu wat uit en brengt het naar de hofmeester.” Dat deden zij. De hofmeester proefde van het water, dat wijn was geworden; en daar hij niet wist, waar deze vandaan kwam, - de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het wel – riep hij terstond de bruidegom en zei tot hem: “Iedereen begint met de goede wijn op te zetten, en wanneer er goed gedronken is, komt men met een mindere soort; maar gij hebt de beste wijn bewaard tot nu toe.” Zo deed Jezus Zijn eerste wonder te Kana in Galilea, en openbaarde er Zijn heerlijkheid. En Zijn leerlingen werden bevestigd in hun geloof in Hem.

Overweging
Het Evangelie van vandaag, dat ons laat zien hoe Christus voor de eerste keer Zijn goddelijke macht toont door water in wijn te veranderen op de bruiloft te Kana, staat enigszins in het licht van de Openbaring van de Heer. Want zij vertelt ons over de derde openbaring van Jezus’ heerlijkheid, die eerder ook al op de feesten van Epifanie en van de doop in de Jordaan herdacht werd. En dat is ook precies wat het Evangelie van vandaag wil weergeven: Jezus deed Zijn eerste wonder te Kana in Galilea. Hij openbaarde Zijn heerlijkheid en Zijn leerlingen geloofden in Hem.

Jezus openbaart Zijn heerlijkheid. Dat is een uitdrukking van de heilige Johannes, evangelist. Niet alleen Zijn heerlijkheid maar ook Zijn goedheid werd in Kana tastbaar. Want het is niet zonder betekenis dat Hij Zijn heilige Moeder inschakelt. In Zijn voorzienigheid heeft Hij ervoor gezorgd dat zij om de gunst van het wijnwonder zou vragen. En tot in alle eeuwen is het wonderbaarlijk treffende woord van de Moedermaagd tot leidraad geworden: “Doet alles wat Hij u zeggen zal.” Maria zal onze voorspreekster zijn en onze noden aan Jezus openbaren. Maar zelf richt zij zich tot ons met de vermaning toch vooral stipt te zijn in het vervullen van de wensen van Jezus.

Dit leidt ons in de sfeer van Jezus en Maria. Zij leidt ons tot Hem en vraagt van ons een grote trouw en ijver in alles wat Hij verlangt. Pas dan komt het onbegrijpelijke en onverklaarbare wonder. Zonder enige moeite, zonder een enkel gebaar, slechts op de wenk van zijn god-menselijke Wil verandert Hij het water in wijn. Hij is tot alles in staat, ook bij ons en in ons, nu nog en alle dagen. Dit wonder voltrekt zich tot op heden in de heilige Mis bij de verandering van de elementen en het bezit de kracht om ook ons te veranderen als wij het toelaten.

De les die wij uit dit verhaal moeten trekken is geen andere dan te luisteren naar Christus en Zijn woorden op te volgen. God heeft Zich in Christus aan ons geopenbaard. Wie hiervan doordrongen is, weet dat dit een onuitsprekelijk geluk is. De voltrekking van de openbaring, door het toepassen van de helende kracht van God, wordt aan ons medegedeeld in de heilige liturgie, door de sacramenten en door toepassing van het zedelijk leven dat uit ons geloof voortvloeit.

Doet alles wat Hij u zegt!

13 januari 2024

Actie Kerkbalans 2024

Dit jaar wordt de actie Kerkbalans voor de vijftigste keer gehouden. Ook onze parochie doet weer mee. Verschillende kerkgenootschappen organiseren deze gezamenlijke actie jaarlijks in de maand januari. Toch is de opbrengst volledig bestemd voor uw eigen parochie. Er worden geen kosten in rekening gebracht door een centrale organisatie. Hoewel we zuinig omgaan met uw giften, gaan de kosten voor onderhoud van de gebouwen en het levensonderhoud van uw priesters jaarlijks omhoog. Mogen we daarom ook dit jaar weer op uw gulle bijdrage rekenen? De jubileumactie ten behoeve van de restauratie van het pastoriedak en het herstel van de koorzolder gaat vandaag van start.


Beminde parochianen,

Het is met grote vreugde en dankbaarheid dat ik me tot u richt om u te informeren over de actie Kerkbalans 2024. In de kern van ons geloof ligt de onvoorwaardelijke liefde voor God, de hoeksteen van onze geloofsgemeenschap, en de traditionele liturgie, die ons verbindt met de eeuwenoude geloofstradities van de Kerk.

Onze kerk is niet alleen een plaats van aanbidding, maar ook een symbool van ons geloof en onze toewijding aan de Heer. Het is een plek waar we samenkomen om te bidden, te leren en gemeenschap te vormen. Het is de plek waar we ons geloof vieren en delen met elkaar. Als priester van deze gemeenschap ben ik getuige geweest van de genade en zegeningen die deze kerk heeft gebracht aan de levens van velen.

Echter, net zoals ons geloof zorg en aandacht nodig heeft, heeft ook het kerkgebouw dat nodig. In de komende tijd staan er belangrijke projecten gepland om ons kerkgebouw te behouden en te verbeteren. Deze projecten omvatten onder meer de restauratie van het pastoriedak en de vernieuwing van de koorzolder.

Om deze projecten succesvol te voltooien en ervoor te zorgen dat ons kerkgebouw een waardige plaats blijft voor de liturgie en gemeenschapsactiviteiten, hebben we uw hulp nodig. Uw vrijgevigheid en steun zijn essentieel om deze plannen te realiseren. Actie Kerkbalans is voor u een gelegenheid om een actieve rol te spelen in het behoud van ons geloof en ons kerkgebouw.

Uw financiële bijdrage zal rechtstreeks ten goede komen aan onze parochie en haar projecten. Uw gaven zijn een uitdrukking van uw liefde voor God en uw toewijding aan de Traditie, die ons allen verbindt.

Ik moedig u van harte aan om deel te nemen aan de actie Kerkbalans door gul te geven volgens uw mogelijkheden. Uw bijdrage is een blijk van uw betrokkenheid bij onze gemeenschap en uw bereidheid om ons erfgoed te behouden voor de komende generaties.

Laten we samenwerken om onze kerk te ondersteunen en te laten floreren. Laten we onze liefde voor God en onze toewijding aan de traditionele liturgie versterken door onze gemeenschap en ons kerkgebouw te koesteren. Samen kunnen we de toekomst van onze parochie veiligstellen en Gods werk voortzetten.

Met mijn priesterlijke zegen,
(w.g.)

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

Zo kunt u bijdragen:
U kunt uw gift(en) overschrijven naar bankrekening NL48 ABNA 0589 9700 89 ten name van Parochie van de H. Jozef te Amsterdam onder vermelding van ‘Kerkbalans 2024’. Onze parochie is door de belastingdienst erkend als algemeen nut beogende instelling (ANBI), waardoor giften – onder de gebruikelijke voorwaarden – aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting. Als u fiscaal gunstiger wilt schenken, dan kan dat door middel van een periodieke gift. U doet dan een schriftelijke toezegging voor een vast bedrag gedurende minimaal vijf jaar, waardoor u jaarlijks een groter belastingvoordeel krijgt dan bij een gewone gift. Neemt u voor meer informatie contact op met het bestuur van onze parochie (per e-mail: secretaris@agneskerk.org).

13 januari: Gedachtenis van de doop van de Heer, feest

Op deze dag, een week na de Openbaring des Heren, vieren wij het Doopsel van de Heer. Het was de eerste daad van Zijn openbaar leven, die door de vier Evangeliën vermeld wordt. Tot de leeftijd gekomen van ongeveer dertig jaar, verliet Jezus Nazareth, ging naar de rivier de Jordaan en liet zich te midden van vele mensen door Johannes dopen. De Evangelist, de heilige Marcus, schreef: “Op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemel: “Gij zijt Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” (Mc. 1, 10-11). Deze woorden “Gij zijt Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde” openbaren wat het eeuwige leven is: de kinderlijke band met God, zoals Jezus die beleefd heeft. Hij heeft ons deze kinderlijke band geopenbaard en gegeven.

Geliefde vrienden, hoe groot is de gave van het Doopsel! Als wij ons daar ten volle rekenschap van geven, zou ons leven een ononderbroken “dank U” zijn. Wat een vreugde voor christelijke ouders die uit hun liefde een nieuwe mens zagen geboren worden en hem naar de doopvont dragen en in de schoot van de Kerk zien herboren worden voor een leven dat geen einde kent! Gave, vreugde, maar ook verantwoordelijkheid! De ouders, peters en meters moeten hun kind namelijk opvoeden volgens het Evangelie.

Paus Benedictus XVI (†) z.g.

8 januari 2024

Bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 10 januari

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; op woensdag 10 januari wordt na de heilige Mis en het lof de conferentie gehouden over de heilige Theresia van Lisieux en het Legioen Kleine Zielen.

Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Lof
12.30 uur: Conferentie in de pastorie met koffie en thee (tot circa 14.00 uur).

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

7 januari 2024

Le repos de la Sainte Famille (Berlioz)

Feest van de heilige Familie

Epistel
Kol. 3, 12-17
Broeders, wilt u als heilige en veelgeliefde uitverkorenen Gods toerusten met een medelijdend hart, met goedheid en bescheidenheid, met zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander, en vergeeft elkander, als gij soms over iemand te klagen hebt. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven. Maar draagt over dat alles heen de liefde; want deze is de band der volmaaktheid. Laat de vrede van Christus heersen in uw harten; want daartoe zijt gij ook geroepen, als leden van één lichaam. Weest daarenboven dankbaar. Moge het woord van Christus onder u wonenen in volle rijkdom, zodat gij in alle wijsheid elkander onderricht en vermaant. En zingt dankbaar God van harte lof in psalmen en gezangen en geestelijke liederen. Alles wat gij doet met woord of werk, doet alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, om aan God, de Vader, dank te brengen door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 2, 42-52
Toen Jezus twaalf jaar oud geworden was, gingen zij op reis naar Jeruzalem, zoals met het Hoogfeest gewoonte was. Maar toen zij na afloop van die dagen terugkeerden, bleef het Kind Jezus te Jeruzalem achter, zonder dat Zijn ouders het wisten. In de veronderstelling, dat Hij Zich bij het gezelschap bevond, reisden zij één dag door; dan vroegen zij naar Hem bij familie en bekenden. Maar toen zij Hem niet vonden, keerden zij naar Jeruzalem terug en zochten Hem. Eerst na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar Hij midden tussen de leraren gezeten, naar hen luisterde en hun vragen stelde. Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn wijsheid en over Zijn antwoorden. Toen zij dit zagen, stonden zij verwonderd. En Zijn Moeder sprak tot Hem: Mijn Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik zochten U met smart. Hij echter gaf hun ten antwoord: Waarom zocht gij Mij? Wist gij dan niet, dat Ik moet zijn bij de aangelegenheden van Mijn Vader? Maar zij begrepen niet, wat Hij tot hen zei. Dan reisde Hij met hen af en kwam te Nazareth. En Hij was hun onderdanig. Zijn Moeder nu bewaarde dit alles zorgvuldig in haar hart. En Jezus nam toe in wijsheid en jaren en in welgevallen bij God en bij de mensen.

Overweging
De Kerk viert vandaag geen bepaald mysterie uit het leven van de Zaligmaker, maar wij herdenken – nog in het licht van Kerstmis – de kinderjaren van de mensgeworden Verlosser, die Hij in het verborgene doorbracht met de heiligen Maria en Jozef in het heilig Huisgezin te Nazareth.

Als het Evangelie spreekt over het leven van Jezus in het gezelschap van Maria en Jozef te Nazareth, dan vermeldt het slechts dit: “Hij was hun onderdanig, en Zijn Moeder bewaarde al die dingen in haar hart, en Jezus nam toe in wijsheid, in jaren en in welgevallen bij God en de mensen”. Dat is alles wat over de eerste dertig jaren van Jezus’ leven wordt gezegd. Ondanks hun beknoptheid schilderen deze woorden een helder beeld van orde en vrede, van gezag, onderdanigheid, afhankelijkheid en onderlinge eerbied. In het heilige Huisgezin van Nazareth kunnen wij het voorbeeld van het christelijk gezin in al zijn volmaaktheid aanschouwen.

De bedoeling van de Kerk, die ons dit feest nog steeds in Kerstsfeer laat vieren en ons het ideaal van de heilige Familie voor ogen stelt, lijdt geen twijfel. Het is een model waarvan wij moeten leren en dat ons moet inspireren. Het is een ideaal waarnaar elke familie moet streven.

In onze dagen wordt het steeds moeilijker om daarover nog te kunnen spreken. Een gezin dat bestaat uit een man en een vrouw, die door het sacrament van het huwelijk aan elkaar zijn verbonden, en waaruit kinderen zijn geboren, wordt niet meer als enige mogelijkheid beschouwd. De huidige maatschappij probeert ons ook alternatieve vormen van samenleving voor te houden, soms zeer bizarre vormen, maar altijd in tegenspraak met Gods scheppingsorde. Wie het daarmee niet eens is, wordt afgedaan als intolerant en ouderwets. Kritiek op moderne samenlevingvormen is niet gewenst, want die lijkt een veroordeling te zijn. En niemand heeft het recht om te veroordelen, zelfs de Kerk niet. Zo staat de maatschappij bijna alles toe en de meest heilige wetten van huwelijk en gezinsleven worden veronachtzaamd en belachelijk gemaakt, zelfs door en onder christenen. De meeste mensen willen niets weten van de christelijke normen rond huwelijk en gezin. Zij luisteren niet naar Christus en Zijn geboden, maar veel meer naar de wereld en richten hun leven naar de norm van een grenzeloze vrijheid. Een dergelijk onchristelijk leven is zo algemeen geworden dat bijna iedereen eraan gewend is en het goedkeurt. Zo wordt onze maatschappij steeds zieker, en zij beschikt zelf niet over krachten en mogelijkheden tot genezing. Alleen een terugkeer naar de wetten van de schepping kan haar op het juiste spoor brengen.

God Zelf wilde in een gezin geboren worden. Dat was niet alleen de bevestiging van de scheppingsorde, maar ook een aansporing voor alle gezinnen van alle tijden. Hij heeft het gezinsleven geheiligd. Uit de heilige Familie straalt een machtig licht dat ons leven verlicht en ons bemoedigt om verder te gaan. Daar kan iedereen kracht vinden om, te midden van alle moeilijkheden en persoonlijke zwakheden, zijn roeping te vervullen.

Bidden wij vandaag om goede, katholieke gezinnen: dat zij aan de heilige Familie gelijkvormig mogen zijn.

6 januari 2024

Toewijding van het huisgezin aan de heilige Familie

Jezus, onze beminnenswaardigste Verlosser, Gij zijt uit de hemel gezonden om de wereld door leer en voorbeeld te verlichten. Daartoe hebt Gij het grootste gedeelte van Uw sterfelijk leven in onderdanigheid aan Maria en Jozef in het nederig huisje van Nazareth willen doorbrengen. Gij hebt dat huisgezin geheiligd, opdat het aan alle christelijke huisgezinnen tot voorbeeld zou strekken.

Neem ons huisgezin, dat zich thans geheel aan U toewijdt, genadig aan. Bescherm en bewaar het en bevestig daarin, met de vrede en de eenheid van de christelijke liefde, de heilige vreze voor U. Zo moge ons huisgezin gelijkvormig worden aan het goddelijk toonbeeld van Uw huisgezin, zodat allen, die er toe behoren, zonder uitzondering de eeuwige zaligheid verwerven.

O Maria, teerminnende Moeder van Jezus Christus en onze Moeder, verkrijg in uw mededogen en uw goedertierenheid, dat Jezus onze toewijding welwillend aanvaardt en Zijn weldaden en zegeningen over ons uitstort.

O Jozef, heilige bewaarder van Jezus en Maria, ondersteun ons door uw voorbede in al onze noden naar ziel en lichaam, opdat wij met u en met de heilige maagd Maria onze goddelijke Verlosser Jezus Christus eeuwige lof en dank mogen brengen. Amen.

Drie koningen zagen een sterre

6 januari: Openbaring des Heren (Driekoningen), hoogfeest

Epistel
Jes. 60, 1-6
Sta op, Jeruzalem, in het volle licht! Want uw licht is gekomen, en de heerlijkheid van de Heer is over u opgegaan. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken, en donker zal het zijn boven de volkeren. Maar over u zal de Heer Zijn luister spreiden, en Zijn glorie zal verschijnen in u. Dan zullen de volken komen naar uw licht en koningen naar de glans, die over u opgaat. Hef uw ogen op en zie in het rond; zij allen komen gezamenlijk tot u. Uw zonen komen van verre terug; uw dochters gaan aan hun zijde. Als gij dat ziet, zult gij er vol van zijn; uw hart zet zich uit van ontroering, als de volken van de zee tot u zich bekeren, als de heidense machten zullen komen tot u. Een stroom van kamelen zal u bedekken, dromedarissen van Madian en Efa. Allen van Saba zullen komen; zij brengen goud en wierook mee, en verkondigen de lof van de Heer.

Evangelie
Mt. 2, 1-12
Toen Jezus te Bethlehem in Juda geboren was, ten tijde van koning Herodes, zie, toen verschenen er te Jeruzalem Wijzen uit het Oosten; en zij vroegen: Waar is de nieuwgeboren koning van de joden? Want wij hebben in het Oosten zijn ster gezien, en wij zijn gekomen om hem te aanbidden. Toen koning Herodes dit hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem. En hij riep alle geleerden van het volk bijeen en stelde hun de vraag, wáár de Christus zou geboren worden. En zij antwoordden hem: Te Bethlehem in Juda; want aldus staat er geschreven bij de profeet: "En gij, Bethlehem, land van Juda, gij zijt geenszins de geringste onder de hoofdsteden van Juda; want uit u zal opstaan een vorst, die Mijn volk Israël zal leiden." Toen liet Herodes de Wijzen heimelijk bij zich komen, en ondervroeg hen nauwkeurig over het tijdstip, waarop de ster hun verschenen was; dan zond hij hen naar Bethlehem met de woorden: Gaat en doet zorgvuldig onderzoek naar het Kind, en als gij Het gevonden hebt, komt het mij dan zeggen; dan kan ook ik Het gaan aanbidden. Na dit onderhoud met de koning vertrokken zij. En zie, de ster, die zij in het Oosten hadden gezien, ging voor hen uit, totdat ze kwam te staan boven de plaats, waar het Kind Zich bevond. Toen zij de ster weer zagen, waren zij ten zeerste verheugd. Zij gingen het huis binnen en vonden het Kind met Zijn moeder Maria; en zij wierpen zich neder en aanbaden Het. Dan haalden zij hun schatten te voorschijn, en boden Hem goud, wierook en mirre ten geschenke. Zij werden echter in de slaap gewaarschuwd, om niet weer naar Herodes te gaan; daarom keerden zij langs een andere weg naar hun land terug.

Overweging
Het feest van de Openbaring des Heren ontstond in de tweede of derde eeuw en is dus ouder dan Kerstmis, dat pas in de vierde eeuw werd ingevoerd. Het was van oorsprong een oosters feest dat de Griekse naam Epiphaneia (Επιφανεια) droeg, dat 'verschijning' of 'manifestatie' betekent. Epifanie herdacht oorspronkelijk alleen de doop van Jezus in de Jordaan. In de Evangeliën staat dat bij die gebeurtenis sprake was van een goddelijke openbaring: de Heilige Geest daalde als een duif op Jezus neer en God de Vader sprak tot Hem: 'Gij zijt Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde' (Marcus 1:11).

In sommige kerken uit de oudheid werden op Epifanie ook andere manifestaties van Christus’ godheid herdacht, zoals de Aanbidding der Wijzen en het wijnwonder op de Bruiloft van Kana. Ook de geboorte van Christus als de eerste verschijning van Gods incarnatie was erin vervat, maar daar werd minder aandacht aan besteed.

In de orthodoxe en katholieke kerken van de oosterse riten is de Doop des Heren het centrale thema van Epifanie gebleven. Daar wordt het gevierd als de eerste manifestatie van God als Drie-eenheid. Het feest wordt er ook wel Theofanie genoemd, van het Griekse theophaneia ('godsverschijning').

Driekoningen
De Kerken van het Westen namen Epifanie in de vierde eeuw van de oosterse zusterkerken over, maar dan wel in gewijzigde vorm. Het geboortefeest van Christus werd afzonderlijk gevierd op 25 december. De Kerk van Rome maakte van Epifanie vooral het feest van de Aanbidding der Wijzen. In de Middeleeuwen vertelde een legende dat die wijzen of magiërs de gedaante hadden van drie oosterse koningen: Caspar, Melchior en Balthasar.

De geschenken die zij meenamen voor de pasgeboren Koning zijn de aardse symbolen waarmee Christus wordt bekleed:
- Goud: voor de wijsheid van de nieuwe Koning.
- Wierook: voor het gebed en offer van de nieuwe Koning.
- Mirre: voor de zalving (duidend op Zijn bijzonder sterven).
Jezus omvat al deze eigenschappen en tijdens Zijn aardse leven komen deze drie geschenken duidelijk tot uitdrukking.

Het verdere leven van de drie koningen berust op legenden. Zij zouden door de apostel Thomas tot bisschop zijn gewijd. Hun sterfdag valt nagenoeg op dezelfde datum. Keizerin Helena zou de stoffelijke resten van de drie koningen aan de bisschop van Milaan geschonken hebben. In de Dom van Keulen staat de reliekschrijn van de drie koningen.

Zij zijn patronen van reizigers, pelgrims en bontwerkers en patronen tegen epilepsie en onweer.

Drie verschijningsmomenten
Dat de westerse versie van Epifanie vooral in het teken stond van de Aanbidding der Wijzen, neemt niet weg dat de teksten van de Latijnse liturgie ook altijd verwezen hebben naar de Doop des Heren en de Bruiloft van Kana. Hieronder volgt een korte bespreking van die momenten.

De Aanbidding der Wijzen
In de aanbidding van de wijzen uit het Oosten ziet de Kerk de vervulling van de profetie van Jesaja: ‘Sta op, word licht, Jeruzalem! De Heer zal Zijn licht doen stralen in Jeruzalem, zodat de heidenvolken er heen zullen optrekken’. Volgens het christelijk geloof is de goddelijke liefde inderdaad verschenen in Jeruzalem en wel in de persoon van Jezus. Het Evangelie van Mattheüs meldt dat enkele heidense magiërs uit het oosten op basis van een joodse profetie een ster achterna reizen die in Bethlehem bij Jeruzalem bleef stilstaan. Als zij bij de kribbe zijn gearriveerd, aanbidden zij het Kerstkind. Dit verhaal maakt duidelijk dat de God van Israël alle volkeren van de wereld tot zich geroepen heeft. Jezus is niet alleen de Verlosser van Israël, maar van de gehele mensheid, zo luidt de boodschap van Epifanie.

Doop van Jezus
In het verhaal van Jezus' doop door Johannes de Doper wordt de ware identiteit van de zoon van Jozef en Maria onthuld: Jezus is de Messias, de Gezalfde van God. 'Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij terstond uit het water. En zie, de hemel opende zich en Hij zag de Geest van God op Hem neerdalen in de gedaante van een duif. Een stem uit de hemel sprak: Dit is Mijn veelgeliefde Zoon in Wie Ik welbehagen heb' (Mattheüs 3, 16-17). Dit goddelijk verschijningsmoment heeft een eigen feestdag gekregen.

Bruiloft van Kana
Dit verhaal staat in het Johannes-evangelie, hoofdstuk 2, verzen 1-12. Jezus was in het dorp Kana in Galilea te gast op een bruiloft. Toen daar de wijn opgeraakt was, veranderde Hij op verzoek van Zijn moeder Maria water in wijn. 'Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde Hij Zijn heerlijkheid. En Zijn leerlingen geloofden in Hem.' Wijn is in de Bijbel het symbool van de hemelse vreugde; water is onder andere het symbool van de aardse werkelijkheid. De betekenis van Jezus' wonder is dat Hij het aardse verheft tot het goddelijke; het sterfelijke onsterfelijk maakt. In die zin is de Bruiloft van Kana een voorafspiegeling van het mysterie van Pasen.

5 januari 2024

Wijding van het Driekoningenwater

Op het feest van de Openbaring des Heren wordt het Driekoningenwater gewijd. Dit bijzonder sterke wijwater is geliefd onder het katholieke kerkvolk.

Het volksgeloof zegt dat de demonen dit wijwater in het bijzonder vrezen vanwege de vele exorcismen die tijdens de plechtige wijding ervan worden gezongen. Daarom ook wordt het graag door de gelovigen mee naar huis genomen om op deze feestdag alle vertrekken in huis ermee te zegenen. Het is goed om hierbij het gebed tot de heilige aartsengel Michaël te bidden. Hij is de aanvoerder van de hemelse legerscharen en een sterke beschermer tegen het kwaad.

Na het feest van Driekoningen kan het als gewoon wijwater worden gebruikt.

Diakenwijding Gideon Zoonen


Op zaterdag 16 december jl. werd Gideon Zoonen door mgr Wolfgang Haas, aartsbisschop van Vaduz (Liechtenstein), in het Duitse Wigratzbad tot diaken gewijd.

Wegens ziekte kon hij in mei 2023 niet samen met zijn jaargenoten gewijd worden.

Met de diakenwijding is Gideon ook definitief geïncorporeerd in de priesterbroederschap Sint Petrus (FSSP).

De priesterwijding staat gepland voor 15 juni 2024.

Eerste-vrijdagdevotie: Gebeden tot het Heilig Hart van Jezus

"Ziehier het Hart, dat de mensen zozeer heeft liefgehad, dat niets heeft gespaard om Zijn liefde te betuigen, en in ruil daarvoor ontvang Ik van de meeste mensen niets anders dan ondankbaarheid en heiligschennissen door de koudheid en minachting, die ze voor Mij over hebben in dit Sacrament van de liefde."
"Maar geef Mij ten minste de vreugde, dat je zoveel als je kunt, hun ondankbaarheden zult goedmaken."

"Ik beloof, in de overmatige barmhartigheid van Mijn Hart, dat Zijn almachtige liefde aan allen, die op negen achtereenvolgende eerste vrijdagen van de maand communiceren, de genade van de eindvolharding zal schenken; zij zullen niet in Zijn ongenade sterven, noch zonder de heilige sacramenten te ontvangen; in dat laatste ogenblik zal Mijn Hart voor hen een veilige schuilplaats zijn."

(Beloften van onze Heer Jezus Christus aan de H. Margaretha-Maria Alacoque in het jaar 1675.)


Litanie van het Heilig Hart van Jezus

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, de Zoon van de eeuwige Vader, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, door de Heilige Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, wezenlijk verenigd met het Woord van God, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, oneindige majesteit, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, heilige tempel van God, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, woontent van de Allerhoogste, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, huis van God en poort van de hemel, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, gloeiende oven van liefde, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, schatkamer van gerechtigheid en van liefde, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, vol goedheid en liefde, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, peilloze diepte van alle deugden, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, Koning en middelpunt van alle harten, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, waarin alle schatten zijn van wijsheid en van wetenschap, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, waarin de Vader Zijn welbehagen heeft gesteld, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, dat ons allen deelgenoot hebt gemaakt van Uw oneindige rijkdom, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, om onze misdaden gebroken, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, gehoorzaam geworden tot de dood, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, met een lans doorstoken, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, bron van alle troost, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, ons leven en onze verrijzenis, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, slachtoffer voor de zondaars, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, heil van hen, die op U hopen, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, hoop van ben, die in U sterven, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, hoogste Vreugde van alle heiligen, ontferm U over ons.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Jezus, zachtmoedig en nederig van Hart, maak ons hart gelijkvormig aan Uw Hart.

Laat ons bidden. Almachtige, eeuwige God, sla Uw blikken op het Hart van Uw zeer beminde Zoon en op de lofprijzingen en voldoeningen, die Hij U heeft gebracht in naam van de zondaars. Laat U verzoenen en schenk vergiffenis aan hen, die Uw barmhartigheid afsmeken, in de Naam van dezelfde Jezus Christus, Uw Zoon, Die als God met U leeft en heerst in de eenheid met de Heilige Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.


Gebed voor de communie

Heilig Hart van Jezus, dat ons zozeer heeft liefgehad en dat U hebt geofferd om ons van onze zonden te genezen: U, Die, gewond door liefde, een hart zoekt, dat werkelijk nederig, vol vertrouwen, liefdevol en edelmoedig is, waar U kunt rusten en Uw hevige dorst naar liefde kunt lessen. Denkend aan de klacht, die de profeet U op de lippen legt: “En onder de volkeren is er geen enkele mens met Mij” (Is. 63, 3), wil ik U deze communie aanbieden als eerherstel voor de ondankbaarheid van allen die U niet liefhebben, die U beledigen en U vergeten.


Gebed na de communie

Geef mij, Jezus, een hart zonder smet om U meer te kunnen liefhebben; geef mij een onberispelijk leven om U meer te kunnen behagen. Sta niet toe, dat ik U beledig; help mij, Heer Jezus. Ik heb U lief met heel mijn hart, al mijn krachten en heel mijn geest; ik wil eerherstel geven voor de minachting en de koudheid van de mensen tegenover Uw Hart, dat zo vol liefde is voor ons.

Goddelijk Hart van Jezus, Onbevlekt Hart van Maria,
verander de harten, red de zielen!

Deze devotie moet verricht worden met een geest van eerherstel, dat wil zeggen met de intentie om boete te doen voor de ondankbaarheid van de mensen tegenover de oneindige liefde van het mensgeworden Woord. Het is niet verplicht om te biechten, maar dat wordt wel aanbevolen.