Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 augustus 2020, onder voorbehoud van wijzigingen.

Bidt u thuis ook mee?

Met de Rozenkransnoveen voor Kerk, gezin en vaderland: klik hier.
Om eerherstel te brengen aan Jezus in het Allerheiligste Sacrament: klik hier.


31 juli 2020

31 juli: Heilige Ignatius van Loyola, belijder

Ignatius van Loyola was de zoon van een Baskische edelman. In zijn jonge jaren leidde hij een losbandig leven, maar tijdens zijn diensttijd in het Spaanse leger kwam er in 1521 een ommekeer in zijn leven toen hij tijdens een slag bij de stad Pamplona gewond raakte.

Tijdens zijn verpleging in Loyola was er weinig anders te doen dan wat te lezen. Zo las hij over Christus en in een boek over heiligenlevens. Hij raakte begeesterd en na zijn herstel ondernam hij in 1534 met zes anderen vanuit Parijs een pelgrimstocht naar Palestina. In 1537 werd hij in Venetië tot priester gewijd.

God had hem op zijn ziekbed door de innerlijke bewegingen van troost en dorheid de eerste lessen in onderscheiding der geesten en gebed bijgebracht. Hij zou dat ook in het vervolg blijven doen. Ignatius hield nauwgezet notitie bij van wat hij in zijn gebed doormaakte. Uit die aantekening is zijn handleiding voor het begeleiden van bidders gegroeid: de "Geestelijke Oefeningen".

Daarin legt Ignatius achtereenvolgens de nadruk op het ordenen van je leven, of beter het inordenen van je leven binnen Gods bedoeling met de wereld, en op de navolging van Christus door punctueel de evangelieverhalen te overwegen, en tenslotte op het vermogen om in alle dingen Gods liefde te zoeken en te vinden.

Hij was ervan overtuigd, dat deze gaven hem geschonken waren om door te geven. Zo begon hij mensen te begeleiden in hun gebed. Op zijn veertigste zette hij zich nog aan een theologiestudie te Parijs om beter onderlegd te zijn in het geven van de Geestelijke Oefeningen. Aan de universiteit probeerde hij met behulp van zijn gebedsmethode studenten te winnen voor Christus. Tenslotte vormde zich een groep van negen studenten rond de Geestelijke Oefeningen. De beroemdste van hen is wel Franciscus Xaverius, net als Ignatius een Bask.

In 1539 kwam het te Rome tot de oprichting van de Jezuïeten. In 1540 werd de orde officieel door de paus goedgekeurd. Het bijzondere was, dat de paus de onvoorwaardelijke volmacht kreeg om de leden ervan daarheen te sturen, waar hij, als plaatsbekleder van Christus, meende ze het meest nodig te hebben.

Tot aan zijn dood op 31 juli 1556 was hij het bezielende middelpunt van een snel groeiende en zich wereldwijd vertakkende organisatie. Hij bezwoer de paters om regelmatig brieven te schrijven, zodat hij op de hoogte kon blijven, en zich aan hun verhalen kon inspireren. Zelf schreef hij er duizenden.

Was de Orde in 1540 begonnen met tien man, zestien jaar later bij Ignatius' dood telde ze duizend paters en broeders, verspreid over vestigingen in heel Europa, Azië, Ethiopië en de beide Amerika's.

Zijn grafschrift luidt: "Voor hem was het kleinste niet te klein en het grootste niet te groot."

Hij werd in 1622 heilig verklaard door paus Gregorius XV.

Een van de meest bekende geschriften van de heilige Ignatius van Loyola is het volgende:

Gebed na ontvangst van de heilige Communie

Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, red mij.
Bloed van Christus, verblijd mij.
Water uit de zijde van Christus, was mij.
Lijden van Christus, sterk mij.
O goede Jezus, verhoor mij.
In Uw wonden, verberg mij.
Laat mij niet van U gescheiden worden.
Tegen de boze vijand, bescherm mij.
In het uur van mijn dood, roep mij.
En laat mij tot U komen,
om met Uw heiligen U te loven
in de eeuwen der eeuwen. Amen.

29 juli 2020

29 juli: Heilige Martha, maagd

Martha was de zuster van Lazarus en Maria. Zij was de gastvrouw, die zich over van alles zorgen maakte, zoals van haar wordt verteld in Lucas 10, 38-42 en Johannes 11.

Martha zei tot Jezus: 'Heer, als Gij hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik, dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.' Jezus zei tot haar: 'Uw broer zal verrijzen.' Martha antwoordde: 'Ik weet dat hij zal verrijzen op de laatste dag.' Jezus zei haar: 'Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit?' Zij zei tot Hem: 'Ja Heer, ik geloof vast dat Gij de Messias zijt, de Zoon Gods, Die in de wereld komt.' (Joh. 11, 21-27)

Op een wandschildering uit 1450 van de Italiaanse schilder Fra Angelico zien we hoe Jezus bidt in Gethsemane, terwijl de drie leerlingen, die Hij meegenomen had, in slaap gevallen zijn. Het huisje van Martha en haar zuster Maria grenst onmiddellijk aan de Hof van Olijven en neemt de helft van de schildering in beslag. Buiten het zicht van Jezus en Zijn leerlingen, maar precies recht voor het oog van de toeschouwer, zitten om de hoek van het huis Martha en Maria naast elkaar op de grond met een gebedenboek. Anders dan Jezus' meest intieme vrienden doen deze beide vrouwen wél wat Hij aan Zijn vrienden had gevraagd: "Kunt Gij niet één uur met Mij waken?" Zij zijn in liefde, in gebed met Jezus verbonden.


De wandschildering door Fra Angelico.

28 juli 2020

Informatiebulletin elke maand per e-mail



Wilt u het maandelijkse Informatiebulletin, een gezamenlijke uitgave van de parochies H. Agnes en H. Jozef, voortaan als eerste per e-mail ontvangen? Stuurt u dan een (lege) e-mail naar bulletin@agneskerk.org met als onderwerp: “Bulletin: ja”.

27 juli 2020

27 juli: Heilige Pantaleon, martelaar

Pantaleon was het kind van een christelijke moeder en een heidense vader. Zijn vader bekeerde zich nadat Pantaleon een blinde genas door Jezus aan te roepen. Op basis van zijn genezende gave werd hij in dienst genomen als lijfarts door keizer Maximianus.

Toen Pantaleon de vrouw van de keizer tot het christendom trachtte te bekeren, werd hij gevangengenomen en aangeklaagd. Ondanks martelingen bleef hij standvastig. Bij een poging hem te onthoofden werd zijn schedel gespleten maar vloeide er geen bloed maar melk uit de wond.

Pantaleon wordt als martelaar vereerd. Hij is een van de veertien helpers in nood. De anderen zijn Achatius, Barbara, Blasius, Catharina, Christoffel, Cyriacus, Dionysius, Egidius, Erasmus, Eustachius, Joris, Margaretha en Vitus.

Hij is patroon van de Duitse stad Keulen en de Portugese stad Oporto. Hij is beschermheilige van artsen, chirurgen en apothekers, van kraamverzorgsters, vroedvrouwen, bakers en minnen (waarschijnlijk vanwege de melk die vloeide bij zijn onthoofding), en ook van huisdieren. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijnen, tuberculose, vermagering en vereenzaming, tegen sprinkhanenplagen en allerlei veeziekten.

In het oosten, waar hij behoort tot de grote heiligen, wordt hij afgebeeld als jonge man zonder baard; vaak met het kruis van zijn martelaarschap in de hand. In het westen ziet men hem meestal in de houding van zijn martelaarschap: vastgebonden aan een olijf- of palmboom met beide handen boven op zijn hoofd vastgespijkerd, of met zijn definitieve martelwerktuig: de bijl.

26 juli 2020

Ave Maria (Schubert) - Orgelsolo door Jonathan Scott in de R.-k. kerk St Mary's Immaculate Conception in Failsworth (Manchester, Verenigd Koninkrijk)

Achtste zondag na Pinksteren

Epistel
Rom. 8, 12-17
Broeders, wij hebben wel verplichtingen, maar niet tegenover het vlees, dat wij naar het vlees zouden moeten leven, want als gij leeft naar het vlees, zult gij zeker sterven; maar als gij door de geest de werken van het vlees doet sterven, dan zult gij leven. Want allen, die door de Geest van God worden gedreven, dat zijn kinderen van God. Immers, gij hebt geen slavengeest ontvangen, om weer te leven in vrees; maar gij hebt een geest ontvangen, waardoor wij tot kinderen zijn aangenomen en roepen: Abba (Vader). Immers de Geest Zelf getuigt aan onze geest, dat wij kinderen van zijn van God. Maar zijn wij kinderen, dan ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus.

Evangelie
Lc. 16, 1-9
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen de volgende gelijkenis voor: Er was eens een rijk man, die een rentmeester had; en deze werd bij hem aangeklaagd, dat hij zijn goederen verkwistte. En hij liet hem roepen en zei tot hem: Wat hoor ik daar van u? Gij hebt verantwoording te doen van uw beheer; want gij kunt niet langer rentmeester blijven. Toen dacht de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik beginnen, nu mijn meester mij het rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet, en bedelen, daarvoor schaam ik mij! - Maar ik weet al, wat ik zal doen, opdat zij mij in huis zullen opnemen, wanneer ik als rentmeester ben afgezet. Hij liet dan de schuldenaars van zijn heer een voor een bij zich komen. En hij vroeg aan de eerste: hoeveel zijt gij aan mijn heer schuldig? En deze antwoordde: honderd vat olie. En hij sprak tot hem: Hier, neem uw schuldbekentenis, ga gauw zitten, en maak er vijftig van. Vervolgens vroeg hij aan een ander: En gij, hoeveel zijt gij schuldig? En deze antwoordde: honderd mud tarwe. En hij sprak tot hem: Hier, neem uw schuldbekentenis, en maak er tachtig van. En de eigenaar prees in de onrechtvaardige rentmeester, dat hij met overleg te werk was gegaan. Want inderdaad, de kinderen van deze wereld gaan onder elkander met meer overleg te werk dan de kinderen van het licht. Ook Ik zeg tot u: Maakt u vrienden door middel van de mammon, zo vol ongerechtigheid, opdat zij u bij uw sterven opnemen in de eeuwige woontenten.

Overweging
Het klinkt aanvankelijk nogal vreemd als de onrechtvaardige rentmeester wordt geprezen. Velen van ons kunnen moeite hebben met het Evangelie van vandaag. Wat bedoelt Jezus? Waarom prijst Hij zo’n onrechtvaardige rentmeester die eigenlijk alles doet wat God verboden heeft? Hoe kan dat? De meesten van ons zouden iets anders verwachten, namelijk dat Jezus op het einde zou zeggen dat alles wat deze man deed niet goed is en dat wij zo niet mogen handelen. Maar er staat iets anders: wij moeten net zo handelen als de onrechtvaardige rentmeester. Hij wordt ons als voorbeeld gesteld.

Jezus prijst de man hier echter niet omdat hij onrechtvaardig was, maar omdat hij slim was. Het gaat dus niet om de onrechtvaardige dingen, want die mogen wij niet doen en hierin mogen wij de rentmeester niet navolgen. Maar de slimheid waarmee hij handelt, wordt geprezen, het overleg en het denken aan de toekomst. Hierin hebben wij iets te leren – goed overleggen en nadenken over onze toekomst, waarheen wij gaan en hoe wij ons doel kunnen bereiken.

De kinderen van deze wereld denken alleen aan het tijdelijke: aan geld, macht en plezier. Daarnaar streven zij en dat doen zij planmatig en consequent. Zij maken een plan op en handelen ernaar zonder het einddoel van hun handelingen uit het oog te verliezen. Natuurlijk zijn voor de kinderen van deze wereld alle middelen acceptabel en nuttig. En ook de onrechtvaardige rentmeester handelt op die manier: zelfs fraude is goed genoeg om zijn gemakkelijke leventje voort te zetten.

Hoe anders is het met ons, met de kinderen van het licht!? Wij handelen in de dingen van het rijk Gods niet met overleg. Soms lijken wij op iemand die helemaal niet weet wat hij moet doen. Het is niet alleen een kwestie van gebrek aan goede wil; wij denken gewoon niet na. Wij gaan aan het werk zonder systeem, zonder plan. Misschien weten wij in theorie waarover het in het leven gaat, maar in de praktijk doen wij iets anders. Het geloof is niet alleen theorie; wij moeten er ook naar handelen. God is de Schepper van alles en de mens leeft in de orde van Zijn schepping. Zijn einddoel is het eeuwige leven met God. Om dat te bereiken moet hij leven volgens deze orde en mag hij dit doel nooit uit het oog verliezen. Wij moeten in het geestelijk leven ons verstand gebruiken, wij moeten vooruitzien en altijd de gevolgen van ons doen en laten berekenen. Wij moeten consequent en doelbewust handelen. Als de christenen de helft van het overleg en de energie die de mensen besteden aan hun vooruitgang in het tijdelijke zouden aanwenden om hun zelfzucht te overwinnen, hun naaste lief te hebben en God alleen te zoeken, dan zou de wereld er heel anders uitzien.

Soms beginnen wij met een of ander voornemen, dan laten wij dat liggen voor iets anders. Vaak werpen wij ons op onbelangrijke dingen en vergeten wij de hoofdzaak, namelijk Gods wil voor mij. Soms zien wij duidelijk in wat het zwaarste moet wegen: de liefde tot God, die ook zichtbaar moet worden in mijn gedrag tegenover de leer van Zijn Kerk, in het gebed, en in de zelfverloochening, maar dan verzuimen wij om er de consequenties uit te trekken. Zo zijn er veel mensen die zich actief voor de Kerk inzetten, maar op het gebied van het sacramentele leven zijn zij ver weg van de leer van onze Heer. Zij willen misschien veel voor hun naasten en voor de Kerk doen, maar zij negeren de waarheid en de eisen van het katholieke geloof. Alleen iemand die in volledige vrede met God leeft (dus in staat van genade) kan ook anderen tot God trekken.

Maar het is nog zichtbaarder hoe onachtzaam de kinderen van het licht handelen in het maatschappelijke leven. Hoe is het mogelijk dat in landen die nog steeds christelijk zijn (althans de meerderheid van de inwoners is christen) zo veel onchristelijke wetten en regels domineren? De goddelijke wetten worden verworpen, en allerlei onzin, die zelfs ingaat tegen de menselijke natuur en tegen de scheppingsorde, wordt niet alleen getolereerd maar ook gelijk gesteld. En dat alles vindt plaats met instemming van christenen, al is die slechts passief.

De kinderen van de duisternis weten hun verstand goed te gebruiken om hun doel te bereiken. Zo moet het ook met ons zijn. Wij moeten goed overleggen en vooruitzien en nooit het eeuwige leven uit het oog verliezen. Zorgen wij ervoor dat wij planmatig handelen in de zaken van het rijk Gods; door het sacramentele leven, door het gebed en door zelfverloochening komen wij steeds dichter bij ons einddoel. Alleen dan laten wij ons niet overwinnen door deze wereld en haar kinderen.

25 juli 2020

25 juli: Heilige Christoforus, martelaar (gedachtenis)


Al slaan de golven Christofoor,
Gij loopt er veilig en sterk door
Want op uw schouder zit het Kind
Dat Koning is van stroom en wind.
Bid, dat mijn hart Hem dragen mag,
Dan vrees ik storm noch tegenslag.


Gabriël Smit

25 juli: Heilige Jacobus, apostel

Jacobus was een van 'de twaalf', de kring van Jezus' meest intieme leerlingen. Om hem te onderscheiden van de andere Jacobus uit de twaalf, wordt hij ook wel 'de Meerdere' (dit is 'de oudere') genoemd. Ook zijn jongere broer Johannes, de latere evangelist, hoorde daartoe. Zij waren zonen van Zebedeus, een welvarende visser uit het plaatsje Bethsaïda aan het Meer van Gennesareth; hun moeder heette Maria Salome.

De evangelist Marcus vertelt hoe Jacobus en Johannes Jezus' leerlingen werden: Toen Jezus eens langs het Meer van Galilea liep, zag Hij Simon en de broer van Simon, Andreas, terwijl ze bezig waren het net uit te werpen in het meer; zij waren namelijk vissers. Jezus sprak tot hen: "Komt, volgt Mij; Ik zal maken, dat je vissers van mensen wordt." Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder gaande zag Hij Jacobus, de zoon van Zebedeus, en diens broer Johannes; ook zij waren in de boot bezig hun netten klaar te maken. Onmiddellijk riep Hij hen. Zij lieten hun vader Zebedeus achter en volgden Hem. (Mc. 1,16-20)

Volgens het Evangelie van Mattheüs kwamen de twee op een keer met hun moeder op Jezus af en wierpen zich aan Zijn voeten ten teken dat zij iets te vragen hadden. Hij vroeg aan hun moeder: "Wat verlangt u?", waarop zij antwoordde: "Laat deze twee jongens van mij in Uw koninkrijk zitten, een aan Uw rechterhand en een aan Uw linkerhand." Dit tot woede van de andere tien leerlingen. Voor Jezus was dit aanleiding om iets te zeggen over ware grootheid: "Wie onder jullie groot wil worden, moet dienaar van jullie zijn." (Mt. 20, 20-28)

Met Petrus en Johannes maakte Jacobus deel uit van het groepje van drie apostelen dat getuige was van een aantal grote momenten uit Jezus' leven. Ze mochten erbij zijn, toen Jezus het dochtertje van Jaïrus uit de dood deed opstaan (Mc. 5, 35-43); en ook bij de gedaanteverandering van Jezus op de berg (Mc. 9, 2-8), en op de vooravond van Zijn lijden en dood in de tuin van Gethsemané, waar Jezus Zich afzonderde om in doodsangst tot Zijn Vader te bidden (Mc. 14, 32-34).

Volgens de Handelingen van de Apostelen werd Jacobus op last van koning Herodes met het zwaard gedood (Hand. 12, 2). Dat moet omstreeks het jaar 44 gebeurd zijn. Hij is de eerste martelaar van de twaalf leerlingen.

Volgens een legende zou de apostel Jacobus na het eerste Pinksterfeest naar Spanje zijn getrokken om daar het Evangelie te verkondigen.

Sint Jacobus is patroon van de steden Den Haag, Leeuwarden en Sint Jacobiparochie. Verder is hij patroon van Spanje en van de stad Santiago de Compostela (Sant-Iago), waar zich ook de beroemde bedevaartskerk bevindt. Sinds de negende eeuw vormt deze plaats een van de beroemdste en drukst bezochte bedevaartsoorden van de westerse wereld. In de Middeleeuwen kwam het na Rome en Jeruzalem op de derde plaats. Langs de aanlooproutes ontstonden talloze kerken, kloosters, kapellen en gasthuizen.

Jacobus wordt afgebeeld als pelgrim met een lange mantel, een breedgerande hoed, staf, reistas en drinkfles. Op zijn hoed en op zijn borst is de pelgrimsschelp te zien. Deze Sint-Jacobsschelpen werden door de pelgrims aangetroffen op het strand bij Santiago en als souvenirs meegenomen, meestal vastgenaaid op de hoed of een andere opzichtige plek op de kleding. Het werd het pelgrimsinsigne bij uitstek. Wie zulke schelpen draagt, staat onder de persoonlijke bescherming van Sint Jacobus.

23 juli 2020

23 juli: Heilige Apollinaris, bisschop en martelaar

Apollinaris is waarschijnlijk nog in de Syrische stad Antiochië leerling geworden van de apostel Petrus. Zoals wij in de Handelingen van de Apostelen (11, 26) kunnen lezen, was Antiochië de stad waar Jezus’ volgelingen voor het eerst ‘christenen’ werden genoemd. Hij heeft Petrus vergezeld op zijn missiereis die hem uiteindelijk in Rome zou brengen. Vandaar heeft Petrus hem zelf aangesteld tot bisschop van de stad Ravenna met de opdracht in die omgeving het Evangelie te verkondigen.

Om te beginnen genas hij de zoon van zijn gastheer van blindheid. Van dat moment af werd hij steeds omringd door een kring luisteraars die benieuwd waren naar wat hij te vertellen had. Zo maakte hij bekeringen en doopte nieuwe gelovigen. Tenslotte ging dit alles keizer Vespasianus (69-79) te ver. Hij liet hem arresteren en martelen; uiteindelijk werd hij doodgeknuppeld.

In 549 werd zijn stoffelijk overschot verhoogd tot de eer der altaren, destijds een officiële heiligverklaring. Hij staat in biddende houding (armen gespreid: 'orante') in mozaïek afgebeeld in de apsis van de basiliek Sant’ Apollinare in Classe te Ravenna uit de zesde eeuw. Sinds de 13e eeuw heeft de Lambertikerk in de Duitse stad Düsseldorf een belangrijke Apollinarisreliek.

In het Romeinse Martyrologium wordt Apollinaris beschreven als 'een bisschop die, volgens de traditie, terwijl hij de diepe rijkdom van Christus verspreidde onder de volkeren, zijn kudde leidde als een goede herder en de Kerk van Classis, nabij Ravenna, vereerde met een glorierijk martelaarschap'.

22 juli 2020

22 juli: Heilige Maria Magdalena, boetelinge

Volgens de evangelist Lucas was Maria Magdalena een van de vrouwen in het gevolg van Jezus, die van boze geesten en ziekten verlost waren; uit haar waren zeven duivels weggegaan (Lc. 8,2-3; vgl. Mc. 16, 9). Zij behoort tot de twee of drie Maria's die toezagen hoe Jezus gekruisigd en begraven werd (Mt. 27, 55-56; Mc. 15,40-47). Jezus' dood en begrafenis waren vanwege de naderende sabbat zo snel verlopen, dat men geen tijd meer had gehad Hem door balseming de laatste eer te bewijzen. Vandaar dat op de vroege ochtend na de sabbat een aantal vrouwen terugging naar het graf om dat alsnog te doen. Onder hen bevond zich ook weer Maria Magdalena (Mt. 28, 1; Mc. 16, 1-9; Lc. 24, 10). Zij ontdekten dat het graf leeg was; er waren een of twee mannen, engelen van God, die hun zeiden, dat Jezus uit de doden was opgestaan en dat Hij hun voorging naar Galilea; daar zouden zij Hem zien. Dat moesten zij aan Zijn leerlingen doorgeven.

Johannes' versie van deze gebeurtenis wijkt enigszins af. De twee in het wit geklede engelen vroegen aan Maria, die zich voorover gebogen had om een blik in het graf te kunnen werpen: "Vrouw, waarom huilt u?"
Zij antwoordde: "Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet, waar ze Hem hebben neergelegd." Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: "Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u?" In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: "Heer, mocht u Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar u Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen." Zij herkende Hem, toen Hij haar op Zijn karakteristieke manier bij haar naam noemde: "Maria!" (Joh. 20, 1-18).

In de Kerk wordt Maria Magdalena vereerd als een boetelinge wier radicaal veranderde leven de liefde en kracht van Jezus laat zien.

Zij is patrones van vrouwen in het algemeen, van scholieren en studenten, van ieder die in verleiding gebracht wordt, boetvaardige en berouwvolle zondaressen, penitenten en boetelingen, van kappers, kapsters en kammenmakers, van drogisten en zalfhandelaren, parfum- en poederfabrikanten, van kleermakers, schoen- en handschoenmakers en foedraalmakers, witleerlooiers en wolwevers, van hoveniers en tuinlieden, van pottenbakkers, van kuipers, wijnhandelaren en wijnbouwers, van waterdragers, van bergbewoners, van loodgieters, van kinderen die moeilijk leren lopen en van vele anderen.

20 juli 2020

Rozenkransnoveen

"Wie genaden van mij verlangt te verkrijgen, moet drie novenen van de gebeden van de Rozenkrans en drie novenen uit dankbaarheid bidden". Dit was de boodschap van de heilige maagd Maria aan een jong meisje uit Italië, dat dertien maanden lang een kwellende ziekte moest ondergaan. Zij heeft genezing ontvangen na het bidden van deze Rozenkransnoveen.

Onze Lieve Vrouw van Fatima heeft ook in iedere verschijning ons gevraagd dagelijks de Rozenkrans te bidden en in de vierde verschijning heeft zij haar bezorgdheid speciaal geuit, als volgt: "Bidt, bidt, zeer veel, en brengt offers voor zondaren, want zoveel zielen gaan naar de hel, omdat zij niemand hebben die voor hen bidt, en offers brengt." En nog meer toegepast op onze tijd heeft onze lieve Heer tegen zuster Lucia gezegd: "Het is nooit te laat onze toevlucht tot Jezus en Maria te nemen."

Met deze achterliggende gedachten willen wij een Rozenkransnoveen starten in onze parochie en voor iedereen die wil meebidden, in het bijzonder tot Onze Lieve Vrouw van Smarten. In alle nederigheid, in het bewustzijn van onze zonden vragen wij om bekering, bescherming en leiding voor:
• onze gezinnen en families;
• onze bisschoppen en priesters;
• ons vaderland.


Een toelichting op de noveen in het Nederlands:




Een toelichting op de noveen in het Engels:

19 juli 2020

Missa Brevis Sancti Joannis de Deo in Bes, Hob. XXII:7 (Kleine Orgelmesse) (Joseph Haydn)

Zevende zondag na Pinksteren

De valse profeten zijn als wolven in schaapskleren.

Epistel
Rom. 6, 19-23
Broeders, ik wil gewoon-menselijk spreken, vanwege de zwakheid van uw vlees. Evenals gij namelijk in het verleden uw ledematen als slaven in dienst hebt gesteld van de onreinheid en ongerechtigheid, om kwaad te doen, zo moet gij thans uw ledematen als slaven in dienst stellen van de gerechtigheid, om heilig te worden. Want in de tijd, dat gij slaven waart van de zonde, stond gij niet in dienst van de gerechtigheid. Maar wat voor vrucht had gij toen van datgene, waarover gij u thans schaamt? Het einde immers daarvan is de dood. Thans echter, nu gij vrijgemaakt zijt van de zonde, maar slaaf zijt geworden van God, nu hebt gij als vrucht ervan, dat gij heilig wordt, en tot slot: het eeuwige leven. Want de soldij van de zonde is de dood; maar de genadegave van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Mattheüs 7, 15-21
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Weest op uw hoede voor de valse profeten; want zij komen tot u in schaapskleren, maar van binnen zijn het roofgierige wolven. Aan hun vruchten kunt gij ze kennen. Kan men wel druiven plukken van doornen, of vijgen van distels? Zó draagt iedere goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, en een slechte boom kan geen goede vruchten dragen. Elke boom, die geen goede vruchten draagt, zal worden omgehakt, en in het vuur geworpen. Dus aan hun vruchten kunt gij ze kennen. Niet ieder, die tot Mij zegt: Heer! Heer! zal het rijk der hemelen binnengaan; maar alleen hij, die de wil volbrengt van Mijn Vader in de hemel, hij zal het rijk der hemelen binnengaan.

Overweging
Hoed u voor de valse profeten, en wees ook voor uzelf geen valse profeet. Laat u niet misleiden door anderen, en misleid ook uzelf niet. Hoed u voor de huichelaars, maar word ook zelf geen schijnheilige. Niet ieder die zegt “Heer, Heer” zal het rijk der hemelen binnengaan. Laat u niet door anderen misleiden. Houd uw ogen open. Deze woorden moeten wij ernstig nemen. Wij allen moeten voorzichtig zijn en wij moeten de valse profeten herkennen om hen te mijden. Zij zijn het echte gevaar voor ons geloof en uiteindelijk voor ons heil.

De valse profeten zijn zo gevaarlijk, niet alleen omdat zij een dwaalleer verspreiden – wat zij natuurlijk niet zeggen –, maar ook omdat zij in schaapskleren komen. Daardoor wordt het moeilijk om hen te herkennen. Dat wordt nog moeilijker wanneer zij van kleren veranderen wanneer hun dat schikt. Zo hebben zij vaak een milde stem en stellen geen eisen, maar zij kunnen ook met geweld hun eigen ideeën doorzetten. Ze zijn bereid om iedereen te ontvangen, zonder voorwaarden (bijvoorbeeld: gezamenlijke vieringen met protestanten), maar zij kennen geen genade voor de verdedigers van de gezonde leer (zo blijven vele kerken nog altijd gesloten voor de Tridentijnse Mis). Zij maken zich ernstige zorgen omdat de Kerk geen begrip voor andersdenkenden heeft, maar zij kunnen zelf de rechtgelovigheid niet verdragen. Dat alles leidt vele christenen in verwarring.

Wat zeggen de valse profeten? Hun leer lijkt vaak redelijk te zijn, en spreekt vele mensen aan. Heel vaak wordt de waarheid niet direct aangevallen, maar slechts genuanceerd of aangepast aan onze moderne tijden. Zo wordt er zelfs in de kerken, in plaats van God over de mens en de mensheid gesproken. Het aardse geluk vervangt het bovennatuurlijke. In plaats van de redding van de ziel wordt er gesproken over vrede, een harmonieuze samenleving en de ontwikkeling van de mensheid. Begrippen als ‘offer’ of ‘zelfverloochening’ worden overbodig gevonden of zelfs weggelachen, en vervangen door ‘zelfontplooiing’ en ‘zelfvervulling’. Langzamerhand worden de valse profeten de verkondigers van een nieuwe religie. En dat trekt veel mensen aan.

Hoe kunnen wij dan de valse profeten herkennen? Aan hun vruchten. Aan de vruchten herkent men de boom. Goede vruchten komen van een goede boom, slechte vruchten van een slechte boom. Wij kunnen steeds duidelijker zien dat veel mensen naar deze valse profeten luisteren. Zij aanbidden de mens met zijn onbeperkte vrijheid. Zij noemen goed wat slecht is, geoorloofd wat verboden is, en deugd wat ondeugd is. De orde van de schepping wordt met voeten getreden. Zo worden met meerderheid van stemmen verschillende immorele zaken toegelaten of zwijgend getolereerd, waaronder abortus, euthanasie, onzedelijke en tegennatuurlijke verhoudingen.

De vruchten van de valse profeten zijn ook binnen de Kerk zichtbaar. Vele katholieken hebben een heel ander begrip van het geloof en de verlossing, van de verplichtingen tegenover God en Zijn Kerk gekregen. Zij roepen misschien “Heer, Heer” en zij denken echt gelovig te zijn, maar hun geloof komt niet met de overlevering van de Kerk overeen. Zij bedriegen zichzelf. Zij misleiden zichzelf door hun eigen ideeën na te volgen. Wij herkennen de bomen aan hun vruchten. Het is precies hetzelfde met ons geloof. Alleen een geloof dat zich in daden uit is vruchtbaar en waar. Het geloof uit zich in daden van Godsliefde en van naastenliefde. Zulk geloof moet zich uiten in gebed, in eredienst en in het onderhouden van alle geboden. De liefde tot onze naasten kan alleen waar zijn als zij uit de liefde tot God voortvloeit.

16 juli 2020

16 juli: Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

Het feest van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel werd ingesteld in het jaar 1726. Het gedenkt de dag waarop de heilige Simon Stock, de eerste generale overste van de Karmelietenorde, een verschijning kreeg van Onze Lieve Vrouw op 16 juli 1251. Maria beloofde bijzondere zegen voor allen die in de loop der eeuwen haar scapulier zouden dragen. De Kerk heeft plechtig en herhaaldelijk deze Mariadevotie, ontstaan in Engeland, goedgekeurd, zodat de pausen aan allen die het scapulier dragen talrijke geestelijke voorrechten hebben verleend.

Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel is de patrones van de zeelieden. Zij is de veilige haven, waarin wij onze toevlucht moeten nemen te midden van alle stormen van het leven.

De devotie en verering van de Maagd van de berg Karmel gaat terug tot de oorsprong van de orde der Karmelieten: de oudste traditie van deze orde brengt die in verband met die kleine wolk die uit zee opsteeg, zo groot als de palm van een hand en die zichtbaar was vanaf de top van de Berg Karmel, terwijl de profeet Elia de Heer smeekte een einde te maken aan een lange periode van droogte. De wolk bedekte spoedig de hemel en bracht overvloedige regen over het land, dat al zo lange tijd uitgedroogd was. In die wolk vol weldaden zag men een beeltenis van Maria, die als schenkster van de Heiland aan de wereld de draagster was van het levendmakende water waarnaar heel de mensheid dorstte. Zij brengt ons voortdurend ontelbare weldaden.

Op 16 juli 1251 verscheen de allerheiligste Maagd aan de heilige Simon Stock, de generale overste van de Orde der Karmelieten: zij beloofde bijzondere genade en zegen voor hen die het scapulier zouden dragen. Deze devotie stortte over de wereld een waterrijke rivier van geestelijke en tijdelijke genaden uit. De Kerk heeft deze verschijning herhaaldelijk goedgekeurd met talrijke geestelijke voorrechten. Eeuwenlang hebben de christenen zich onder deze bescherming van Onze Lieve Vrouw gesteld, onder meer door het dragen van het heilig scapulier van de berg Karmel op hun borst. Er zijn veel uitstekende manieren om Maria te vereren, maar weinige hebben zo diep wortel geschoten bij de gelovigen, en weinige werden zo vaak door de pausen gezegend. Hoe moederlijk is bovendien het hieraan verbonden zaterdags privilege!

De heilige Maagd beloofde aan hen die tijdens hun leven en bij hun dood het scapulier droegen -- ofwel de gezegende medaille met het Heilig Hart en de Maagd van de Berg Karmel, die dezelfde rol vervult -- de genade om de 'volharding ten einde toe' te verkrijgen; dat wil zeggen, een bijzondere bijstand opdat degenen die niet in staat van genade verkeren, berouw krijgen in de laatste ogenblikken van hun leven. Aan deze belofte moet het zogeheten 'zaterdags privilege' worden toegevoegd; dit bestaat in de bevrijding uit het vagevuur op de zaterdag na de dood en vele andere genadegaven en aflaten. Waarlijk draagt Maria met moederlijke liefde zorg voor de broeders van haar Zoon die nog op pelgrimstocht zijn en in gevaren en angsten verkeren, totdat zij het gezegend vaderland bereiken... Laten wij daarom dagelijks vele malen tot haar gaan, opdat zij ons mag helpen en beschermen. Juist het scapulier kan ons dikwijls eraan herinneren, dat wij toebehoren aan onze Moeder in de hemel en dat zij ons toebehoort, want wij zijn haar kinderen, voor wie zij zich zozeer heeft ingespannen.

In deze devotie brengen wij een bijzondere toewijding aan Onze Lieve Vrouw van onszelf en al het onze tot uiting, want in de verschijning van de allerheiligste Maagd en de overhandiging van het scapulier aan de heilige Simon Stock openbaart de Moeder van God zich als Vrouwe van de genade; en tegelijk als allerbeminnelijkste Moeder, die haar kinderen tijdens hun leven en bij de dood beschermt.

Het christenvolk heeft de Maagd van de Berg Karmel met name door het heilig scapulier vereerd als de Moeder van God en onze Moeder, die zich aan ons toont met deze geloofsbrieven: 'Tijdens het leven bescherm ik; bij de dood help ik; en na de dood red ik'. Zij is ons leven, onze zoetheid en onze hoop, zoals wij zo vaak tot haar zeggen bij het bidden van het Salve Regina.

De devotie tot het heilig scapulier van de Berg Karmel toont ons aan, dat wij zeker kunnen zijn van de moederlijke bijstand van de Maagd. Zoals men trofeeën en medailles gebruikt om betrekkingen van vriendschap, herinnering of zege aan te duiden, zo geven wij een innige betekenis aan het scapulier om ons heel vaak te herinneren aan onze liefde voor de Maagd en aan haar gezegende bescherming. Zij neemt ons bij de hand en leidt ons, alle dagen van ons leven hier op aarde, over een veilige weg, zij helpt ons moeilijkheden en bekoringen te overwinnen: zij laat ons nooit in de steek, want zij is gewoon hen te begunstigen die zich onder haar bescherming willen stellen.

Eens komt voor ons het uur van onze definitieve ontmoeting met de Heer. Dan zullen we meer dan ooit haar bescherming en bijstand nodig hebben. De devotie tot de Maagd van de Berg Karmel en tot haar heilig scapulier is een onderpand van hoop op de hemel, want de allerheiligste Maagd zet haar moederlijke bescherming voort tot over de dood heen. Dit voorrecht vervult ons van troost. Maria leidt ons naar die eeuwige toekomst; zij doet ons ernaar verlangen en deze ontdekken; zij schenkt ons haar hoop, haar zekerheid, haar verlangen. Bemoedigd door zulk een stralende werkelijkheid, met onuitsprekelijke vreugde, verandert onze nederige en vermoeiende pelgrimstocht op aarde, verlicht door Maria, in een veilige weg -- iter para tutum -- naar het paradijs. Daar zullen wij, met Gods genade, haar mogen zien.

In 1605 werd kardinaal De Medici tot paus gekozen; hij nam de naam van Leo XI aan. Toen men hem bekleedde met de pauselijke gewaden, wilde men hem een groot scapulier van de Berg Karmel afnemen, dat hij onder zijn kleding droeg. Toen sprak de paus tot hen die hem hielpen met kleden: "Laat mij Maria houden, opdat Maria mij niet in de steek laat." Ook wij willen haar niet in de steek laten, want wij hebben haar ten zeerste nodig. Daarom dragen wij altijd haar scapulier. En wij zeggen thans tot haar dat wij ons in haar armen leggen, wanneer ons laatste uur gekomen is. Zo dikwijls hebben wij haar gevraagd voor ons te bidden 'nu en in het uur van onze dood', dat zij dat niet zal vergeten!

Tijdens zijn bezoek aan Santiago de Compostela wenste paus Johannes Paulus II allen toe: "Dat de Maagd van de Berg Karmel [...] u altijd moge vergezellen. Moge zij de ster zijn die u leidt, die nooit uit uw horizon zal verdwijnen. Dat zij u tot God moge leiden, naar de veilige haven." Aan haar hand zullen wij voor het aanschijn van haar Zoon treden. En als er in ons nog iets gezuiverd zou moeten worden, dan zal zij het moment bespoedigen waarop wij, geheel en al gereinigd, God kunnen zien.

Oudtijds werd de Maagd van de berg Karmel afgebeeld met aan haar voeten een groep van zielen in de vlammen van het vagevuur, om haar bijzondere voorspraak aan te geven in dit oord van loutering. "De Maagd is goed voor hen die in het vagevuur verblijven, want door haar verkrijgen zij verlichting", predikte de heilige Vincentius Ferrer dikwijls. Haar liefde zal ons helpen ons in dit leven te zuiveren om direct na de dood bij haar Zoon te zijn.

Het scapulier is ook het teken van het bruidskleed, de goddelijke genade die de ziel altijd moet kleden. In een toespraak tot jongeren in een parochie te Rome, gewijd aan de Maagd van de berg Karmel, maakte paus Johannes Paulus II vertrouwelijk gewag van de bijzondere hulp en bijstand die hij had gekregen van zijn devotie tot de Maagd van de berg Karmel. "Ik moet jullie zeggen", legde hij hun uit, "dat zij mij heeft geholpen in mijn jeugdjaren, toen ik nog zo was als jullie nu. Ik zou niet kunnen zeggen in welke mate, maar ik denk in enorm grote mate. Zij heeft mij geholpen om de genade te vinden die bij mijn leeftijd hoorde, bij mijn roeping." En hij voegde eraan toe: "de opdracht van de Maagd, die voorafgebeeld is en zijn begin heeft op de Berg Karmel, in het Heilige Land, is verbonden aan een kleed. Dit kleed heet het heilig scapulier. Ik heb in mijn jeugdjaren veel aan dit scapulier van de Karmel te danken. Dat de moeder altijd bezorgd is, zich bekommert om de kleren van haar kinderen, dat ze er netjes opstaan, dat is iets moois. Maar als die kleren stuk gaan, probeert de moeder de kleren van haar kinderen te herstellen. De Maagd van de Karmel, de Moeder van het heilig scapulier, spreekt ons over deze moederlijke zorg, over haar bezorgdheid om ons te kleden. Ons te kleden in geestelijke zin. Ons te bekleden met de genade van God en ons te helpen dit kleed altijd smetteloos te houden." De paus maakte melding van het witte kleed dat de doopleerlingen uit de eerste eeuwen droegen, als symbool van de heiligmakende genade die zij bij het doopsel ontvingen. Daarna spoorde hij hen aan om de ziel altijd rein te houden en besloot: "Weest ook jullie bezorgd, in samenwerking met de goede Moeder die zich om jullie kleren bekommert, en heel bijzonder om het kleed van de genade, dat de ziel van haar zonen en dochters heiligt." Dat kleed waarin wij ooit op het bruiloftsmaal zullen verschijnen.

Het scapulier van de Karmel kan een machtige hulp zijn om onze Moeder in de hemel nog meer te beminnen, een bijzondere herinnering aan het feit, dat wij aan haar zijn toegewijd en in ogenblikken van nood, te midden van bekoringen, op haar hulp kunnen rekenen. Zij is ons zeer nabij en dat stelt ons in staat sterk te zijn. Met de woorden van het Graduale voor het feest van vandaag, bidden wij tot Onze Lieve Vrouw: Recordare Virgo Mater... ut loquaris pro nobis bona. Herinner u, Maagd en Moeder van God, wanneer gij voor het aanschijn van de Heer staat, dat gij dan goede dingen over ons tot Hem spreekt, ook in die dagen dat wij niet zo trouw geweest zijn als God van Zijn kinderen verwacht.

15 juli 2020

15 juli: Heilige Henricus, keizer en belijder

Hendrik de Goede werd in 973 in het Zuid-Duitse Beieren geboren. Zijn opleiding kreeg hij bij Wolfgang van Regensburg. In 1002 beklom hij de troon en in 1014 werd hij door de paus in Rome tot keizer gekroond.

Zijn huwelijk met keizerin Cunigonde bleef kinderloos. Mede daardoor besteedde hij veel aandacht aan het geloofsleven van zijn onderdanen, aan de levenswandel van de geestelijken en aan de bevordering van het kloosterleven. Hij stichtte het bisdom Bamberg en liet er op zijn kosten de beroemde domkerk bouwen. Daar werd hij ook begraven. Het beroemde grafmonument, waarin hij en zijn vrouw Cunegonde, zijn bijgezet, trekt tot op de dag van vandaag duizenden bezoekers.

Hij werd in 1146 heilig verklaard. Paus Pius X riep hem uit tot patroon van de oblaten der benedictijnen.

14 juli 2020

14 juli: Heilige Bonaventura, bisschop, belijder en Kerkleraar

De heilige Bonaventura werd in 1217 als Johannes Fidanza geboren in Bagnoregio bij Orvieto, Italië. Op vierjarige leeftijd werd hij door Franciscus van Assisi op wonderbare wijze genezen van een ziekte. De heilige had uitgeroepen: "O buona ventura!" (= "Wat een gelukkige gebeurtenis!"). Sindsdien droeg hij die uitroep als bijnaam.

Op zijn twintigste trad hij in bij de franciscanen; hij deed zijn studies aan de universiteit van Parijs. Vanaf 1253 fungeerde hijzelf als docent theologie; een van zijn collega's was de beroemde dominicaner theoloog Thomas van Aquino († 1274). In 1257 werd hij niet alleen hoofddocent aan de faculteit, maar vrijwel tegelijkertijd werd hij benoemd tot 36e generale overste van zijn orde. In zijn tijd waren de ongeveer 30.000 franciscanen diepgaand verdeeld over de te volgen koers van de orde. Het ene deel wilde een strenge, contemplatieve levenswijze naar het voorbeeld van de benedictijnen; een ander deel zag het liefst dat men zo letterlijk mogelijk de regel van Vader Faranciscus volgde. Bonaventura vond een middenweg tussen een Godverbonden gemeenschappelijk gebedsleven en de apostolische ijver naar de mensen toe. Door zijn hervormingen van de franciscanenorde wordt hij ook wel de tweede stichter van de orde genoemd.

Een benoeming tot aartsbisschop van York wees hij af, maar paus Gregorius X († 1276) wees hem in 1273 aan als kardinaal-bisschop van Albano. Hij overleed tijdens het mede door hem voorbereide concilie van Lyon (1274), en werd begraven in de huidige Sint-Bonaventurekerk in die stad. Zijn lijfspreuk was 'Solo Deo honor et gloria' (alleen aan God komt eer en glorie toe).

Bonaventura werd in 1482 door paus Sixtus IV († 1484) heilig verklaard. Paus Sixtus V († 1590) riep hem uit tot 'serafijns (= engelachtige) kerkleraar' naar het voorbeeld van zijn collega in de scholastieke theologie, Thomas van Aquino, die sinds 1567 was uitgeroepen tot 'doctor angelicus' (engelachtige leraar).

Hij is patroon van de franciscanen, van theologen, zijdefabrikanten, arbeiders, in het bijzonder van sjouwers, en ook van kinderen.

Hij wordt afgebeeld in de grijze of bruine pij van de franciscanen, als bisschop (tabberd, staf en mijter) of kardinaal (met breedgerande rode kardinaalshoed), met kruis en/of boek.

12 juli 2020

Ave Verum Corpus - Mozart (flashmob)

Zesde zondag na Pinksteren

Epistel
Rom. 6, 3-11
Broeders, wij allen, die gedoopt zijn tot vereniging met Christus Jezus, wij zijn gedoopt tot vereniging met Zijn dood. Immers door dat doopsel ten dode zijn wij met Hem begraven, opdat - zoals Christus uit de doden is opgewekt door de glorie van de Vader - aldus ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen. Want als wij met Zijn dood in gelijkvormigheid zijn samengegroeid, dan zullen wij dat ook zo zijn met Zijn verrijzenis. Dit toch weten wij, dat onze oude mens mede aan het kruis is geslagen, opdat het lichaam der zonde zou worden vernietigd en wij geen slaaf meer zouden zijn van de zonde. Want wie gestorven is, is vrij geworden van de zonde. Indien wij dan met Christus zijn gestorven, wij geloven, dat wij ook met Christus zullen leven; want wij weten, dat Christus - eenmaal van de doden opgestaan - niet meer sterft; de dood zal over Hem geen macht meer hebben. Want Hij stierf door de zonde, één enkele maal; maar nu Hij weer leeft, leeft Hij voor God. Zo moet ook gij uzelf beschouwen als dood voor de zonde, maar als levend voor God in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Mc. 8, 1-9
In die tijd, toen er eens een grote menigte bij Jezus was, en zij niets meer te eten hadden, riep Hij Zijn leerlingen bij Zich, en sprak tot hen: Ik heb medelijden met deze mensen; want zij zijn nu al drie dagen bij Mij, en zij hebben niets meer te eten; en als Ik hen zo naar huis laat gaan, zonder dat zij gegeten hebben, zullen zij onderweg bezwijken, want sommigen van hen zijn van verre gekomen. En Zijn leerlingen gaven Hem ten antwoord: Hoe zou men hun hier in de eenzaamheid voldoende brood te eten kunnen geven? En Hij vroeg hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij antwoordden: Zeven. Toen liet Hij het volk zeggen, dat zij zich op de grond zouden neerzetten. Dan nam Hij de zeven broden, sprak een dankgebed uit, brak ze, en gaf ze aan Zijn leerlingen om ze rond te delen. En deze deelden ze uit aan het volk. Ook hadden zij enige visjes; en Hij sprak er de zegen over uit, en liet ze ronddelen. En zij aten, tot zij verzadigd waren; dan verzamelden zij de overgeschoten brokken, zeven manden vol. Het waren er ongeveer vierduizend, die gegeten hadden. Toen liet Hij hen heengaan.

Overweging
De apostelen reageren met ernstige twijfel op de woorden van de Heer dat Hij iets wil doen om het hongerige volk te eten te geven, want hoe zou men het in de woestijn genoeg brood kunnen geven? Christus vraagt eenvoudig wat ze aan voorraad hebben, het is niet veel, namelijk slechts zeven broden en enkele visjes. Hij nam de broden aan, sprak een dankzegging uit en liet ze aan de zittende menigte uitreiken. Hij sprak een zegening uit over de visjes en deed daarmee hetzelfde. Zij aten allen en werden verzadigd, en er bleef zelfs nog een grote hoeveelheid voedsel over.

Wat toen gebeurde, als een geweldig wonder, namelijk duizenden mensen voedsel geven uit een voorraad die slechts voor een handvol mensen toereikend was, gebeurt op wonderbare mysterieuze wijze nog steeds. Want Zijn wonder van de broodvermenigvuldiging duidt erop dat Christus de mensen wilde voeden. In de woestijn voedde Hij hun lichamelijk, maar nu voedt Hij ons naar de ziel door het dagelijks herhaalde wonder van de heilige Mis. En nu is Hij Zelf ons voedsel geworden. Wat in de wonderbare broodvermenigvuldiging tot uiting wordt gebracht, dat Hij ons wil voeden, is in de Mis dus de hoogste realiteit geworden.

Dit wonder moet op het volk van Zijn tijd wel een diepe indruk hebben gemaakt. De goedheid van de Heer, waarmee Hij het volk tegemoetkomt, laat hun Zijn reële belangstelling voor hen duidelijk blijken, gevolgd door het evidente, niet te loochenen wonder. Ook wij zijn getuigen van dit wonder en in nog hogere mate dan toen. Maar vragen wij ons oprecht af: waarderen wij de heilige communie als voedsel voor onze ziel wel genoeg? Hebben wij er tijd en moeite voor over om dikwijls en met aandacht en godsvrucht Jezus in de communie te ontvangen? En zijn al onze verstrooidheden aan het altaar en aan de communiebank wel geheel te verontschuldigen? Als wij deze vragen aan onszelf stellen, dan moeten wij wel constateren dat voor ons dit allergrootste wonder nog niet geheel werkelijkheid van ons leven is geworden.

Laten wij proberen ernaar te streven om dagelijks het wonder van de heilige Mis en de liefde van God dieper te verstaan, allereerst doordat wij de Wil van God in ons leven voltrekken, waardoor Hij steeds meer aanwezig is in onze gedachten en handelingen. Als wij op die manier leven, dan wordt het ook makkelijker om Zijn machtige en reddende hand te bespeuren en dan komen wij vanzelf terecht in een levenshouding van meer dankbaarheid tegenover God.

Jezus heeft ons zo liefgehad dat Hij onze honger op wonderbare wijze heeft willen stillen door het sacrament van Zijn eigen Lichaam en Bloed. Door dit sacrament draagt Hij zorg voor het welzijn en de groei van onze zielen. Mogen wij dan een heilig verlangen opwekken naar dit sacrament dat ons heiligt, en steeds meer in de werkelijkheid van de ware broodvermenigvuldiging leven.

10 juli 2020

10 juli: De zeven heilige broers, martelaren, en heilige Rufina en Secunda, maagden en martelaressen

Felicitas was een christenweduwe op het moment dat zij tijdens de christenvervolgingen onder keizer Marcus Aurelius (161-180) met haar zeven zonen werd gearresteerd. Zij had haar jongens opgevoed in de liefde tot Christus. Een rechter dreigde haar met folteringen, als zij haar geloof niet verloochende. Omdat zij geen krimp gaf, probeerde men haar hart te vermurwen door voor haar ogen haar kinderen te martelen. Maar zij spoorde ze aan standvastig en trouw te blijven in hun geloof. Met als gevolg dat ze een voor een een gruwelijke dood stierven. 'Haar geloof in de waarde van het geestelijke won het van haar natuurlijke moederliefde', aldus een oud verslag.

Misschien heeft zij haar zoons wel op dezelfde manier bemoedigd als de Makkabeese moeder van wie het tweede boek der Makkabeeën vertelt. Ook daar wordt verteld hoe een moeder moet toezien dat haar zeven zoons stuk voor stuk worden omgebracht, omdat zij trouw zijn aan hun joodse geloof. Daar zegt de moeder tot een van haar kinderen: "Mijn jongen, God, onze Heer, heeft jou op wonderbaarlijke wijze een lichaam geweven in mijn schoot. Zal Hij dan ook niet in staat zijn om voor jou een lichaam te bereiden na de dood?"

Van de zeven jongens werd Januarius gegeseld, Felix en Filippus werden doodgeknuppeld, Alexander, Vitalis en Martialis werden onthoofd, terwijl Sylvanus van de rotsen werd geworpen. Net zoals de moeder in het bijbelverhaal moest tenslotte ook Felicitas zelf de marteldood ondergaan; ze werd onthoofd door het zwaard.

De heiligen Rufina en Secunda (rechts) waren zussen van elkaar. Zij waren ieder verloofd met een christelijke man, maar deze mannen verloochenden hun geloof toen zij vervolgd werden. De beide zussen bleven het christelijk geloof trouw. Om die reden ondergingen zij de marteldood tijdens de vervolgingen onder de keizers Valerianus (253-260) en Gallienus (260-269).

Paus Damasus I liet op hun graf in de buurt van Rome een basiliek bouwen.

9 juli 2020

9 juli: Heilige Martelaren van Gorcum

De geschiedenis van de Martelaren van Gorcum speelde zich af ten tijde van de opstand tegen Spanje. Een strijd voor onafhankelijkheid, maar er liepen ook religieuze stellingnamen doorheen die verhard waren aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog. De Beeldenstorm raasde in 1566 door de Nederlanden. In 1567 stelde Alva de gehate Raad van Beroerten in, die de opstandelingen en beeldenstormers streng berechtte.

Op 1 april 1572 werd Brielle ingenomen door de watergeuzen, onder aanvoering van Lumey. Door dit succes kreeg de opstand voet aan de grond in de noordelijke Nederlanden. Vooral de clerus en de katholieke godsdienst waren het mikpunt van de geuzen. Kloosters werden gesloten. In verschillende plaatsen werden priesters en religieuzen vermoord. Velen van hen zochten daarom een veilig heenkomen als de geuzen in aantocht waren.

Toen de geuzenvloot op 26/27 juni Gorcum innam, werd een groepje geestelijken gevangen genomen. Bijna twee weken lang werden ze gefolterd, getreiterd en verleid om hun geloof in de werkelijke aanwezigheid van Christus in het Allerheiligst Sacrament en hun trouw aan het opperste leergezag in de Kerk, de Paus, af te zweren. Op 5 juli 1572 werden ze per vrachtschuit naar Brielle vervoerd waar Lumey hen opwachtte. Bij hun gezelschap kwamen nog vier priesters van andere plaatsen. In totaal waren ze toen met 23. Bij de verhoren in Brielle vielen drie van hen af, bij de terechtstelling nog een.

In de nacht van 9 juli zijn ze naar Rugge gebracht, even buiten Brielle naar een klooster dat in april al gesloten was. Daar zijn de 19 martelaren opgehangen aan de balken van de turfschuur. Hun geschiedenis is goed bekend omdat iemand uit Gorcum die familie was van een van hen de gebeurtenissen van dichtbij heeft meegemaakt, daarbij nog getuigenissen van anderen verzameld heeft en daarover een boek geschreven. Zo weten we van al deze mensen de namen, waar ze vandaan kwamen, en wat ze deden. En van de meesten ook hun levensloop en leeftijd.

Het gaat om de volgende negentien heiligen:
- Adriaan Janszen van Hilvarenbeek
- Andries Woutersz
- Antonius van Hoornaar ofm
- Antonius van Weert ofm
- Claes Pieck ofm
- Claes van Poppel
- Cornelis van Wijk
- Dirk van der Eem
- François de Roye ofm
- Govaert van Duynen
- Govaert van Melver ofm
- Jacques Lacops o.praem.
- Jan van Hoornaar op
- Jan Lenaertsz van Oisterwijk, augustijner koorheer
- Jeronymus van Weert ofm
- Lenaert van Vechel
- Nicasius van Heeze ofm
- Pieter van Assche ofm
- Willehad de Deen ofm

In de 19e eeuw hebben katholieken de grond gekocht, er een houten kapel gebouwd en een binnenplaats, het zogenaamde martelveld. Later is er een grote stenen kerk gezet. Op het martelveld zijn met een betonnen rand de omtrekken van de turfschuur aangegeven. In de kerk staat een reliekschrijn met beenderen van deze mensen. Al heel lang trekken gelovigen naar deze plaats om er te bidden en de gedachtenis van de martelaren in ere te houden.

Op 14 november 1675 werden de martelaren door paus Clemens X zalig verklaard. Bijna tweehonderd jaar later, op 29 juni 1867, volgde de heiligverklaring door paus Pius IX.

De 19 martelaren zijn patroons van de Missievereniging 'China' te Weert.

Ieder van hen wordt afgebeeld in de passende geestelijke kledij en met een strop om de hals; soms met kelk of monstrans in de hand (teken van hun geloof in het Altaarsacrament).

8 juli 2020

(Beperkte) bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 8 juli

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is vandaag. Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Lof met Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed

Er is geen conferentie in de pastorie. De tekst is wel op papier verkrijgbaar.

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

8 juli: Heilige Elizabeth, koningin van Portugal, weduwe

Elizabeth werd geboren in 1271 en was de dochter van koning Pedro II van Aragon en de heilige Constantia van Aragon. Zij was een bloedverwante van de heilige Elizabeth van Hongarije. Door haar huwelijk met Dionysius I werd zij koningin van Portugal. Na de dood van de koning nam zij haar intrek in het klooster van de Clarissen. Zij was een voorbeeld van naastenliefde en een ware vredestichter tussen de volken. Zij stierf te Coïmbra in het jaar 1336. Zij werd in 1625 door paus Urbanus VIII heilig verklaard.

Gebed
Allergoedertierenste God, Die aan de heilige koningin Elizabeth naast andere uitstekende gaven ook het voorrecht hebt gegeven de oorlogswoede te kunnen bedaren; geef dat wij op haar voorspraak de eeuwige vreugde mogen binnengaan na in dit sterfelijk leven de vrede die wij nederig afsmeken, gekend te hebben.

7 juli 2020

2007 - 7 juli - 2020: Dertien jaar Summorum Pontificum

Vandaag is het dertien jaar geleden dat paus Benedictus XVI met zijn motu proprio Summorum Pontificum vrijwel alle beperkingen aan het vieren van de traditionele Latijnse liturgie ophief. Daarmee werd het voor iedere priester mogelijk om zonder tussenkomst van de plaatselijke bisschop de oude liturgie te vieren, in het bijzonder daar waar een stabiele groep van gelovigen vraagt om de 'buitengewone vorm' van de Romeinse ritus.

De Kerk bestond reeds vóór onze tijd, en zij zal in eeuwigheid blijven bestaan. De heilige Liturgie die de Kerk viert op aarde, die is gestoeld op een traditie die terugvoert op de tijd van de heilige apostelen, was nooit en zou ook nooit mogen worden een afspiegeling van de banaliteit van het heden, maar is een voorafbeelding van haar onsterfelijkheid als Bruid van Christus en het feestelijk Pasen met de Heer in alle eeuwigheid, buiten de beperkingen van ons huidige bestaan.

7 juli: Heilige Cyrillus en Methodius, bisschoppen en belijders, patronen van Europa

Cyrillus en Methodius waren broers en kwamen uit de Noord-Griekse stad Thessalonica. Ze waren monnik en stonden in verbinding met de Oost-Europese culturen. Wie daar in hun dagen christen wilde worden, moest de Latijnse taal beheersen en de Latijnse cultuur op de koop toe nemen. Dat betekende in de praktijk dat het christelijk geloof voor de gewone man in het oosten ontoegankelijk bleef.

Cyrillus en Methodius gebruikten als eersten de Slavische taal in prediking en onderricht. Bovendien maakten ze een vertaling in het Slavisch van de liturgie, en dus ook van de bijbelteksten die in de liturgie werden voorgelezen. Om de klanken adequaat te kunnen weergeven moest zelfs een nieuw tekenschrift ontworpen worden. Wij kennen dat nu als het cyrillisch schrift, genoemd naar de uitvinder ervan: de heilige Cyrillus. Gewoonlijk wordt dit het 'Russisch schrift' genoemd.

Van paus Hadrianus II († 872) wisten ze zelfs gedaan te krijgen dat in het Oosten het Latijn in de eredienst helemaal werd vervangen door de Slavische taal. De paus wijdde hen ook tot bisschop. Nog tijdens datzelfde bezoek aan Rome overleed echter Cyrillus. Hij werd beschouwd als de denker, filosoof en theoloog van de twee broers. Cyrillus ligt begraven in de kerk van San-Clemente te Rome; hij had diens relieken vanuit Rusland naar Rome overgebracht.

Anders dan zijn broer was Methodius eerder praktisch ingesteld. Hij ging terug naar zijn Slavische volken - zoals de Bulgaren, Hongaren, Magyarenen Russen - om er het christelijk geloof verder te verbreiden en vaste voet te geven. Maar hoe langer hoe meer werd hij tegengewerkt door collega-bisschoppen uit de omgeving, omdat zij vonden dat hij teveel op hun terrein kwam. Het kwam zelfs zover dat hij werd verbannen naar het Zuid-Duitse stadje Ellwangen. Daar sleet hij zijn laatste dagen door verder te werken aan de vertaling van Bijbel en liturgie in het Slavisch.

Methodius ligt begraven in de Mariakerk te Welehrad (het huidige Staré Mesto).

Cyrillus en Methodius zijn van onschatbare waarde geweest voor de verspreiding van het christendom in Oost-Europa. Tegelijk daarmee hebben ze de Slavische volken een eigen identiteit gegeven in de vorm van het cyrillisch schrift. Zij worden vereerd als de eerste apostelen onder de Slavische volken van Oost-Europa.

De heilige paus Johannes Paulus II riep hen in 1980 uit tot co-patronen van Europa. Sinds 1863 golden zij reeds als patronen van alle Slavische landen en volken. Hun voorspraak wordt ingeroepen bij onweer.

Cyrillus wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf) met bekeerde ongelovigen bij zich; soms reikt een engel uit de hemel hem twee stenen tafelen om ze over te schrijven op perkament (verwijzing naar Mozes die de twee stenen Wetstafelen vanuit de hemel ontving).
Methodius heeft vaak een afbeelding bij zich van het Laatste Oordeel. Het schijnt dat hij die graag gebruikte bij zijn prediking. Hij bekeerde daarmee een Slavische koning met heel zijn hofhouding tot het christelijk geloof.

6 juli 2020

6 juli: Heilige Maria Goretti, maagd en martelares

Maria Goretti werd geboren op 26 december 1890 in Corinaldo, Italië. Haar vader stierf toen zij 10 jaar oud was. Zij groeide op in vroomheid. In 1902 deed zij haar eerste communie; enkele weken daarna werd zij het slachtoffer van een aanranding. Maria verdedigde zich tot het uiterste tegen haar aanvaller die haar met een mes veertien keer stak. Ze stierf twee dagen later in het ziekenhuis met in haar handen een kruisbeeld en een medaillon. Ze had nog kans gezien om haar moordenaar, Alessandro Serenelli, te vergeven. Hij werd veroordeeld tot 30 jaar dwangarbeid.

In de gevangenis kreeg hij een visioen van Maria Goretti. Toen hij vrij kwam uit de gevangenis vroeg hij tijdens Kerstmis 1937 aan Maria's moeder om vergiffenis, en die schonk zij hem. Op Maria's voorspraak bekeerde hij zich en trad in als lekenbroeder bij de kapucijnen. Maria Goretti werd in 1950 door paus Pius XII heilig verklaard. Onder de afzienbare menigte op het Sint-Pietersplein bevonden zich Assunta Carlini, haar moeder, verdere familieleden en ook haar moordenaar.

Maria Goretti wordt afgebeeld met een mes en een kruisbeeld of met lelies en een palmtak. Zij is patrones van jonge meisjes en van slachtoffers van aanranding en verkrachting.

5 juli 2020

Mother Angelica over de heilige Eucharistie

Moeder Maria Angelica (1923-2016) was een zuster van de Clarissen van de Eeuwige Aanbidding. In de vorige eeuw richtte zij het katholieke televisienetwerk 'Eternal Word Television Network (EWTN)' op, waar ze ook zelf een televisieshow had. In een van de uitzendingen spreekt ze over de Eucharistie, de wijze waarop we de Heer moeten aanbidden en over traditie.

Vijfde zondag na Pinksteren

Triomf van de Kerk over woede, verdeeldheid en haat (schilderij van Rubens, 1628)

Epistel
1 Petr. 3, 8-15
Veelgeliefden, blijft allen één in het gebed; weest medelijdend, vol liefde voor uw broeders; weest barmhartig, welwillend en bescheiden. Vergeldt geen kwaad met kwaad, of verwensing met verwensing; maar wenst daarentegen elkander zegen toe; want daartoe zijt gij geroepen, om aldus zelf zegen te beërven. Want: "wie een gelukkig leven wil hebben en goede dagen wil zien, hij moet zijn tong afhouden van het kwade, en zijn lippen geen bedrog laten spreken. Laat hij het kwaad vermijden, en het goede doen; de vrede moet hij zoeken en daarnaar streven. Want de ogen des Heren rusten op de rechtvaardigen, en Zijn oor is gericht op hun smeken; maar het aanschijn des Heren is tegen degenen, die kwaad doen." Bovendien, wie kan u kwaad doen, als gij ijverig streeft naar het goede? - Maar al hebt gij ook iets te lijden om wille van de gerechtigheid, gelukkig zijt gij dan! Maakt u echter niet bevreesd voor hen, en laat u niet verontrusten; maar heiligt in uw hart Christus de Heer.

Evangelie
Mt. 5, 20-24
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Als uw gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en farizeën, zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan! Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: "Gij zult niet doodslaan"; en wie doodslag begaat, is strafbaar voor het gerecht. Maar Ik zeg u: ieder die toornig wordt op zijn broeder, is strafbaar voor het gerecht; en wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas, hij is strafbaar voor de hoge raad; en wie zegt: Gij goddeloze, hij is strafbaar met het vuur van de hel. Als gij dus uw offergave naar het altaar brengt, en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw offergave daar bij het altaar achter, en ga u eerst met uw broeder verzoenen; en kom dan terug om uw gave te offeren.

Overweging
Waarom is de gerechtigheid van de farizeeën niet groot genoeg om het rijk der hemelen te mogen binnengaan? Waarom eist Christus meer van Zijn leerlingen? De woorden van het Evangelie van deze zondag klinken hard. Zij zijn gericht tegen de schriftgeleerden en farizeeën, maar zij zijn ook toepasbaar op ons eigen leven. Onze Heer stelt hoge eisen waaraan wij moeten voldoen als wij de hemel willen binnengaan. De geboden van het Oude Testament worden niet alleen behouden, maar zelfs verscherpt. Niet alleen hij die iemand vermoordt is strafbaar met het vuur van de hel, maar zelfs hij die toornig wordt en zijn medemens dwaas noemt. Christus geeft aan gerechtigheid en naastenliefde de ware, oorspronkelijke, betekenis terug.

De rechtvaardigheid en de vroomheid van de schriftgeleerden en farizeeën waren vals, omdat zij uit een verkeerd motief voortkwamen. Het was meer eigenliefde dan liefde tot God. Zeker, zij beoefenden verschillende deugden en zij zochten de volmaaktheid, maar zij deden het niet voor God. Zij hoopten eer voor zichzelf te ontvangen en niet voor God, Die de bron van alle goedheid is. Ook hun gerechtigheid was vals, want deze was slechts schijn. De nauwkeurige vervulling van alle voorschriften en regels was er alleen om gezien te worden. Zij wilden beschouwd worden als voorbeeld voor anderen. En precies dat zochten zij: hun eigen eer, en niet de glorie van God. Daarom werden zij zo hard door Christus beoordeeld. Zij deden alle uitwendige oefeningen van het geloof uit liefde tot zichzelf en niet uit liefde tot God. Een dergelijke oppervlakkigheid schept de mentaliteit die altijd vraagt: ben ik verplicht dit of dat te doen? En hoe zwaar weegt deze verplichting? Met andere woorden: hoe ver kan ik nog gaan in mijn zelfzucht en toch niet de wet overtreden? Deze mentaliteit plaatst niet de liefde in het middelpunt van het leven, van alles wat de mensen doen, maar – integendeel – zij wil een grens stellen aan deze liefde, die naar Jezus’ gebod en uit haar aard geen beperkingen verdraagt.

Van de leerlingen van Christus wordt meer verlangd. Niet alleen onze daden moeten met de wet van het Evangelie overeenstemmen, maar ook de gedachten en de houding van onze ziel. Zo wordt de wet niet afgeschaft, maar tot vervulling gebracht. Het is niet genoeg uiterlijk ons geloof te tonen, maar het innerlijk leven moet door de liefde tot God bezield worden. En de ware liefde verdraagt niet alleen geen misdaad, zij eist van ons dat wij zelfs de eerste bewegingen van de toorn trachten te bedwingen. Zij moet het motief zijn dat geheel ons leven beweegt. Geestelijke hoogmoed verblindt vaak ons hart. Zo zijn velen van ons, christenen, van buiten vroom en rechtvaardig, van binnen ver van God verwijderd en op zichzelf gericht. In plaats van anderen tot God te brengen, worden wij voor hen soms een argument om buiten de Kerk te blijven.

De liefde maakt het verschil tussen de rechtvaardigheid van de farizeeën en die van de volgelingen van Christus. En deze liefde is nieuw. Zij mag zich niet uitsluitend beperken tot onze vrienden en degenen die ons het goede wensen; zij moet verder gaan en zich uitstrekken tot alle mensen, zelfs tot onze vijanden. Zij moet niet alleen onze uiterlijke daden beheersen, maar ook ons innerlijk leven doordringen. Deze eisen van onze Heer zijn niet slechts een optie, ze zijn niet vrijblijvend. De ware liefde is de voorwaarde van ons toekomstig geluk.

4 juli 2020

Verruiming coronamaatregelen

Sinds 1 juli is het maximum aantal gelovigen dat de heilige Mis tegelijkertijd mag bijwonen verruimd. Er moet nog altijd 1,5 meter afstand worden gehouden.

Samenkomsten op het kerkplein of in de pastorie zijn niet toegestaan.

3 juli 2020

3 juli: Heilige Ireneus van Lyon, bisschop en martelaar

Ireneus werd geboren rond het jaar 130 in de stad Smyrna in Klein-Azië (tegenwoordig Izmir, West-Turkije). Waarschijnlijk was hij een leerling van Sint Polycarpus, die zelf weer leerling was geweest van de heilige Johannes, de apostel. Ten tijde van keizer Marcus Aurelius (161-180) ontving Ireneus de priesterwijding in de stad Lugdunum in Gallië (de huidige stad Lyon in Frankrijk) en werd er in 177/178 de tweede bisschop. Hij volgde Fotinus op, die kort daarvoor met 47 medechristenen onder heldhaftige omstandigheden de marteldood was gestorven.

Ireneus ijverde krachtig voor de kerstening van de Kelten in Zuid-Gallië. Daarnaast speelde hij een belangrijke rol bij de kwestie van de paasdatum, die erop uit dreigde te lopen, dat de christenen van Klein-Azië, waar hij zelf vandaan kwam, van de moederkerk dreigden losgescheurd te worden.

Hoezeer jodendom en christendom reeds tegen het eind van de tweede eeuw uit elkaar waren gegroeid, blijkt uit een brief van rond het jaar 190 van de hand van bisschop Polycratus van Efese, gericht aan paus Victor. Er is onrust gerezen over de berekening van de paasdatum. De christengemeenten van Asia vierden vanouds Pasen op de dag van het Joodse paasfeest, de veertiende dag van de maan, de dag waarop het Joodse paaslam moest worden geslacht: de zogeheten quartodecimaanse praktijk. Maar de rest van de toenmalige christenheid zei zich te baseren op een traditie die terugging op de apostelen zelf. Die hield in, dat het ongepast was, wanneer de grote vasten beëindigd zou worden op een gewone doordeweekse dag in plaats van een zondag, de dag waarop de Heer uit de dood was opgestaan. (Nog altijd heet de zondag in de Latijns sprekende landen 'Dag des Heren': Domenico, Domingo, Dimanche).

Mede door toedoen van de vredelievende bisschop Ireneus van Lyon zal paus Victor afzien van drastische maatregelen en zullen de kerken van Asia zich aansluiten bij de apostolische traditie.

Hij heeft een aantal theologische werken nagelaten, die van zulke grote waarde zijn, dat hij de eretitel heeft gekregen van 'vader van de katholieke dogmatiek' (geloofsleer). Zijn belangrijkste boek is het vijfdelige werk 'Adversus Hereticos' (Tegen de Ketters). Daarin zet hij uiteen, dat bij meningsverschil binnen de geloofsgemeenschap de traditie als bron en norm van geloof de doorslag geeft. Onder de traditie verstaat hij wat in de Kerk altijd van de ene op de andere geberatie is verkondigd. In deze uiteenzetting ruimt hij ook de eerste plaats in voor het gezag van de Kerk van Rome: "Elke kerkgemeenschap moet zich aansluiten bij de Kerk van Rome omwille van haar hogere gezag." Ireneus verkondigde bovendien dat het Oude Testament verstaan moet worden als Gods plan om de mensen voor te bereiden op het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis: de komst van Jezus Christus.

Hij is het ook die bedacht heeft dat de vier diersymbolen uit het Oude Testament - de gevleugelde mens, de gevleugelde leeuw, het gevleugelde rund en de gevleugelde arend of adelaar - op de vier evangelisten toegepast kunnen worden. Zo werd Mattheus vereenzelvigd met de gevleugelde mens, Marcus met de gevleugelde leeuw, Lucas met het gevleugelde rund en Johannes met de gevleugelde arend of adelaar.

Hij zou de marteldood gestorven zijn ten tijde van keizer Septimius Severus (193-211), maar dat is historisch gesproken niet zeker. Sint Zacharias van Lyon (3e eeuw) volgde hem op. Met behulp van enkele medegelovigen die aan de vervolgingen ontkomen waren, begroef deze zijn voorganger Sint Irenaeus van Lyon met grote liefde en verzamelde de stoffelijke resten van de martelaren in een massagraf. De kerk die op deze plaats verrees werd toegewijd aan Ireneus. Ireneus is patroon van het bisdom Lyon.

Hij wordt afgebeeld met een zwaard (martelwerktuig) of met boek of boekrol (als grondlegger van de christelijke theologie).

2 juli 2020

Van de pastoor: Herstel

Beminde gelovigen,

Het valt te hopen dat het kerkelijk leven langzamerhand kan terugkeren naar de normale situatie. Met ingang van de maand juli wordt het maximum aantal gelovigen dat de heilige Mis tegelijkertijd mag bijwonen verhoogd. Dan kunnen wij de liturgie meer van haar normale waardigheid teruggeven. Wij, priesters, zijn blij dat de meeste gelovigen al in juni regelmatig een heilige Mis hebben bezocht, samen met een groot aantal nieuwe kerkgangers.

In het kerkgebouw is er de laatste maanden veel gebeurd. De herstelwerkzaamheden aan het kerkdak gaan zichtbaar vooruit. Wij hopen dat tegen het einde van de zomer de gehele dakrenovatie, die in 2008 is begonnen, eindelijk tot een goed einde kan worden gebracht. Danken wij God voor deze gelukkige omstandigheden, niet alleen dat er verbetering zit in het kerkgebouw, maar ook dat wij in staat zijn om het zijn glans en glorie terug te geven. Er blijft echter in de komende 10 jaar nog veel werk te verrichten.

Hartelijk dank aan al onze donateurs en weldoeners. U mag ervan verzekerd zijn dat wij voor u allen zullen blijven bidden.

Een gezegende zomer toegewenst!

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

2 juli: Onze Lieve Vrouw Visitatie, feest

Nadat Maria van de engel Gabriël te horen heeft gekregen dat zij zwanger zal worden van Jezus, door de Heilige Geest, gaat zij met spoed op weg naar het bergland, waar haar oudere nicht Elisabeth woont.

Wij lezen over hun ontmoeting in het eerste hoofdstuk van Lucas' Evangelie. Elisabeth stamde af van de hogepriester Aäron en was getrouwd met de priester Zacharias uit de klasse van Abia. Zij waren rechtvaardig in Gods ogen, maar hun huwelijk was kinderloos gebleven. Toen Zacharias de dienst had in de tempel, verscheen hem naast het wierookaltaar de engel Gabriël met de boodschap, dat hij en zijn vrouw op hun oude dag toch nog een zoon zouden krijgen. Er was een grote toekomst voor de jongen weggelegd: hij zou in de geest van Elia de weg bereiden voor de komst van de Messias. Maar Zacharias vroeg waaraan hij dat allemaal zou kunnen zien. Daarop antwoordde de engel, dat hij, Zacharias, geen woord meer zou kunnen uitbrengen, tot het zover zou zijn.

Het volk had al die tijd buiten staan wachten. En toen het zag dat de priester zich alleen nog maar met gebaren kon uiten, begreep het dat hij een verschijning gehad moest hebben. Hij ging naar huis en na enige tijd raakte zijn vrouw Elisabeth inderdaad in verwachting.

Toen zij zes maanden zwanger was, kreeg zij bezoek van haar nichtje Maria uit Nazareth. Zodra zij de klank van haar stem hoorde, reageerde het kind in haar schoot. Dat beschouwde zij als een teken van God. In een oogwenk begreep zij dat Maria ook een kind verwachtte, dat een nog grotere opdracht van God had ontvangen, en zij riep uit: 'Gij zijt de meest gezegende onder de vrouwen, en gezegend is het Kind in uw schoot! Waaraan heb ik het te danken, dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt...?'

Maria jubelde daarop haar grote lofzang uit, het magnificat.

Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,
verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser,
Zijn keus viel op Zijn eenvoudige dienstmaagd,
van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.
Wonderbaar is het wat Hij mij deed,
de Machtige, groot is Zijn Naam!
Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen
voor ieder die Hem erkent.
Hij doet Zich gelden met krachtige arm,
vermetelen drijft Hij uiteen,
machtigen haalt Hij omlaag van hun troon,
eenvoudigen brengt Hij tot aanzien;
Behoeftigen schenkt Hij overvloed,
maar rijken gaan heen met lege handen.
Hij trekt Zich Zijn dienaar Israël aan,
Zijn milde erbarming indachtig;
zoals Hij de vaderen heeft beloofd,
voor Abraham en zijn geslacht voor altijd.

Maria en Elisabeth zijn samen patrones van de houtzagers, omdat de bewegingen die zagers maken, als zij getweeën een boom omzagen, in de verte lijken op de bewegingen die behoren bij de begroeting van de twee vrouwen.

Hieronder volgt het Magnificat, gecomponeerd door J.S. Bach; dirigent is Nikolaus Harnoncourt.

1 juli 2020

Litanie van het heilig en kostbaar Bloed van onze Heer Jezus Christus

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Jezus, onbevlekt Lam, Die van alle eeuwigheid voorbestemd was om door het storten van Uw kostbaar Bloed het zondige mensdom te redden, ontferm U over ons.
Jezus, mensgeworden Woord van God, Die Uw heilig Vlees en kostbaar Bloed hebt aangenomen in de zuivere schoot van de onbevlekte maagd Maria, ontferm U over ons.
Jezus, Die in de loop van Uw sterfelijk leven verlangd hebt om Uw heilig Bloed tot onze zaligheid te vergieten, ontferm U over ons.
Jezus, Die Uw Bloed vergoten hebt voor de bekering van de zondaars, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, van een oneindige en onschatbare waarde, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, zegel van het nieuw en eeuwig verbond, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, altijd stromende bron van genade en zegen, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, Wiens stem zich onophoudelijk tot de hemel verheft en voor ons bidt, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, deze kostelijke balsem van het geestelijk leven, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, dit onderpand van onze hoop en van het eeuwig geluk, ontferm U over ons.
Jezus, omwille van Uw kostbaar Bloed, sieraad en kroon van alle heiligen, ontferm U over ons.
Door Uw kostbaar Bloed, hoor ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, verhoor ons, Jezus.
Van alle kwaad naar ziel en lichaam, verlos ons, Jezus.
Van alle zonden, verlos ons, Jezus.
Van alle onzuiverheid in woorden, werken en begeerten, verlos ons, Jezus.
Van het verachten en bespotten van heilige zaken, verlos ons, Jezus.
Van ketterij, leugentaal en ongeloof, verlos ons, Jezus.
Van trouweloosheid en onrechtvaardigheid, verlos ons, Jezus.
Van het overtreden van Uw heilige geboden, verlos ons, Jezus.
Van alle gelegenheden tot zonden, verlos ons, Jezus.
Van het onwaardig nuttigen van Uw heilig Lichaam en Bloed, verlos ons, Jezus.
Van een plotselinge, onvoorziene dood, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij in Uw besnijdenis hebt opgeofferd, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Zweet en Bloed, dat in de hof van olijven ter aarde viel, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt bij de geseling, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij gestort hebt, toen de soldaten U met doornen kroonden, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt bij het dragen van Uw kruis tot op de Calvarieberg, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt bij Uw kruisiging, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat Gij vergoten hebt gedurende de drie uren, dat Gij aan het kruis gehangen hebt, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, en het heilig Water dat na Uw dood uit Uw doorstoken zijde vloeiden, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Bloed, dat nog dagelijks op veel altaren in het heilig Misoffer aan de Vader geofferd wordt, verlos ons, Jezus.
Door Uw kostbaar Lichaam en Bloed, dat tot voedsel van onze ziel voortdurend tegenwoordig is in het heilig Sacrament des Altaars, verlos ons, Jezus.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij onze zonden wilt vergeven en onze harten wilt zuiveren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij in ons een levend geloof wilt storten, een sterke hoop en een brandende liefde, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij de heilige Kerk, die Gij door Uw kostbaar Bloed hebt verworven, wilt besturen en bewaren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij de Paus en de gehele geestelijkheid in de heilige godsdienst wilt bewaren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij aan de gehele christenheid vrede en eenheid wilt verlenen, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij onszelf en Uw heilige dienst wilt versterken en bewaren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij onze harten tot hemelse verlangens wilt opwekken, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij al onze weldoeners met eeuwige goederen wilt vergelden, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij alle overledenen de eeuwige rust wilt geven, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Dat Gij ons gebed wilt verhoren, wij bidden U, verhoor ons, Jezus.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.
U, Heer, smeken wij, kom Uw dienaren te hulp, die Gij met Uw kostbaar Bloed gered hebt.

Laat ons bidden. Laat ons bidden, God, door het kostbaar Bloed van Uw eniggeboren Zoon hebt Gij alle mensen verlost. Zet het werk van Uw barmhartigheid in ons voort en laat ons altijd, bij de overweging van dit mysterie, de genade van de verlossing ontvangen. Door Christus onze Heer. Amen.

1 juli: Het Kostbaar Bloed van onze Heer Jezus Christus, hoogfeest

Epistel
Hebr. 9, 11-15
Broeders, Christus is opgetreden als Hogepriester van de goederen der toekomst. En door een grotere en volmaaktere tabernakeltent -- niet met handen gemaakt en niet van deze schepping -- is Hij, niet met bloed van bokken of kalveren, maar met Zijn eigen Bloed, eens en voor altijd binnengegaan in het Heiligdom, en heeft eeuwiggeldende verlossing bewerkt. Want als het bloed van bokken en stieren, en de besprenkeling met de as van een koe onreinen kan heiligen, zodat zij uiterlijk gereinigd worden, hoeveel te meer zal dan het Bloed van Christus, Die door de Heilige Geest Zichzelf als smetteloos offer aan God heeft opgedragen, ons geweten van dode werken zuiveren, om voortaan de levende God te dienen. En juist daarom is Hij Middelaar van een Nieuw Verbond, opdat door tussenkomst van Zijn dood de overtredingen, onder het vroegere Verbond bedreven, zouden worden afgekocht, en zij, die geroepen zijn, de belofte van de eeuwige erfenis zouden ontvangen, in Christus Jezus, onze Heer.

Graduale
1 Joh. 5, 6 en 7-8
Deze is het, Die gekomen is door water en bloed, Jezus Christus: niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. Drie zijn er Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest, en deze drie zijn Eén. En drie zijn er die getuigen op aarde: de Geest, het water, en het bloed, en deze drie zijn één.

Evangelie
Joh. 19, 30-35
In die tijd, toen Jezus van de azijn genomen had, sprak Hij: Het is volbracht. Dan boog Hij Zijn hoofd en gaf de geest. Daar het nu voorbereidingsdag was en men de lijken niet op de sabbath aan het kruis wilde laten, -- het was nog wel een grote sabbath -- vroegen de joden aan Pilatus, dat men hun de benen zou breken, en hen dan zou afnemen. Toen kwamen de soldaten en braken wel de benen van de eerste en ook van de tweede, die met Hem gekruisigd was. Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen, dat Hij reeds gestorven was, braken zij Hem de benen niet. Maar een van de soldaten stak met een lans Zijn zijde open, en onmiddellijk kwam er bloed en water uit. En die het zelf gezien heeft, legt er getuigenis van af, en zijn getuigenis is waar.

Overweging
"Dierbare broeders en zusters, in Genesis staat geschreven dat het bloed van Abel, die door zijn broer Kaïn werd vermoord, schreeuwde naar God vanaf de aarde (cf. 4, 10). Helaas is deze schreeuw tot op de dag van vandaag niet verstomd, want menselijk bloed blijft onophoudelijk vloeien door geweld, onrecht en haat. Wanneer zal de mensheid leren dat het leven heilig is en alleen aan God toebehoort? Wanneer zullen we inzien dat wij allen broeders en zusters zijn? Aan de schreeuw van het bloed van mensen, die opstijgt vanuit vele plaatsen op aarde, heeft God geantwoord met het Bloed van Zijn Zoon, Die Zijn leven heeft gegeven voor ons. Christus heeft geen kwaad met kwaad vergolden, maar met goedheid, met Zijn oneindige liefde.", zo sprak paus Benedictus XVI op zondag 5 juli 2009 tijdens zijn Angelus-toespraak tot de gelovigen op het Sint-Pietersplein.

De paus herinnerde toen aan het feest van het Kostbaar Bloed van Christus dat de Kerk tot aan de liturgiehervorming in 1970 op deze dag heeft gevierd, maar dat nu alleen nog op de Tridentijnse kalender voorkomt. Het feest van het verlossende Bloed van onze Zaligmaker bepaalde zelfs dat de gehele maand juli de maand van het Kostbaar Bloed werd genoemd, zoals de maand juni in het bijzonder is toegewijd aan het Allerheiligst Hart van Jezus.

Paus Benedictus XVI sprak verder:

"In de heilige Schrift wordt het bloed voortdurend verbonden met het Paaslam. Het Oude Testament verhaalt over de besprenkeling met het bloed van offerdieren als teken van het verbond tussen God en mensen. In het boek Exodus staat: Vervolgens nam Mozes het bloed, sprenkelde dat over het volk en sprak: ‘Dit is het bloed van het verbond dat de Heer, op grond van al deze woorden, met u sluit.’ (Exodus 24, 8)

Jezus herhaalt deze formulering expliciet als Hij tijdens het Laatste Avondmaal de kelk laat rondgaan onder Zijn apostelen, terwijl Hij zegt: 'Dit is Mijn Bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden' (Mattheüs 26, 28). En vanaf de geseling tot aan de doorboring van Zijn zijde na Zijn dood op het kruis heeft Christus werkelijk al Zijn Bloed vergoten als het ware Lam dat werd geofferd voor de verlossing van de wereld. De verlossende waarde van Zijn Bloed wordt in velen teksten van het Nieuwe Testament uitdrukkelijk bevestigd.

In dit Jaar van de Priester hoeft men slechts de wonderschone regels van de brief aan de Hebreeën te lezen: Christus... is eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met Zijn eigen Bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. Want als het bloed van bokken en stieren en het bestrooien met de as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij uiterlijk rein worden, hoeveel te meer dan het bloed van Christus. Door de eeuwige Geest heeft Hij Zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer, dat ons geweten zuivert van dode werken [= zonden], om de levende God te dienen (9, 11-14)."

Ruim vijftig jaar geleden, in het jaar 1960, schreef de heilige Johannes XXIII een apostolische brief 'Inde a primis' over de devotie tot het kostbaar Bloed van Christus. Daarin lezen we dat het paus Benedictus XIV was die de Mis en het officie van dit feest goedkeurde, de zalige Pius IX het als liturgisch feest voor de gehele Kerk voorgeschreven heeft en dat paus Pius XI het feest tot rang van 'duplex primae classis' verhief met de bedoeling om de devotie tot het Bloed van de Verlosser te bevorderen. De heilige Johannes XXIII zelf gaf zijn goedkeuring aan een eigen litanie.

In genoemde apostolische brief spoort de heilige Johannes XXIII de gelovigen aan tot een grotere devotie voor het kostbaar Bloed waarvan -- citerend Sint-Thomas van Aquino -- één druppel de wereld kan reinigen van alle zonden: "De kracht van het Bloed van Christus, God en mens, is oneindig groot, en de liefde, die onze Verlosser bewogen heeft, het te vergieten, is eveneens oneindig. Reeds bij de besnijdenis op de achtste dag na Zijn geboorte vergoot Hij Zijn Bloed, en daarna heeft dit overvloedig gestroomd, toen Hij in de hof van Getsemane, 'aan doodsangst ten prooi' nog met meer aandrang bad, bij Zijn geseling en doornenkroning, toen Hij opging naar Calvarië en daar aan het kruis genageld werd, en tenslotte toen Zijn zijde met een brede wond werd geopend, tot een teken van dit goddelijk Bloed, dat ook vloeit door alle Sacramenten van de Kerk. Dit alles maakt het niet alleen passend, maar ook noodzakelijk, dat alle gelovigen door het Bloed herboren, dit met godsvrucht aanbidden en Het een dankbare liefde betuigen."