1919 - 2019: 100 jaar Sint-Agnesparochie

Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 september 2019, onder voorbehoud van wijzigingen.

31 mei 2019

Pinksternoveen: van 31 mei tot en met 8 juni

Kom, Heilige Geest,
vervul de harten van Uw gelovigen
en ontsteek in hen het vuur van Uw liefde.
Zend Uw Geest uit
en alles zal herschapen worden;
en Gij zult het aanzien van de aarde vernieuwen.

God, Gij hebt de harten van de gelovigen
door de verlichting van de Heilige Geest onderwezen.
Geef, dat wij door die Heilige Geest
de ware wijsheid mogen bezitten
en ons altijd over Zijn vertroosting verblijden.
Door Christus, onze Heer. Amen.

31 mei: Heilige maagd Maria, Koningin, feest

Het feest van de heilige maagd Maria, Koningin van hemel en aarde, is ingevoerd met de encycliek Ad Caeli Reginam in het jubeljaar 1953-1954 door paus Pius XII. Het is tevens een eretitel van Maria. De naam van dit feest correspondeert ook met het vijfde glorievolle geheim van de heilige Rozenkrans.

'Ad Caeli Reginam' (Nederlands: Tot de Koningin des Hemels) is een encycliek van paus Pius XII, uitgevaardigd op 11 oktober 1954, waarmee de paus de liturgische gedachtenis van Maria Koningin instelde. De paus bepaalde de feestdag op 31 mei, de laatste dag van de Mariamaand. De encycliek vormde het leerstellig hoogtepunt van het Mariajaar, dat Pius een jaar eerder (met de encycliek Fulgens Corona) had ingesteld, ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de afkondiging van het dogma fidei van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, in 1854, door paus Pius IX (met de pauselijke bul Ineffabilis Deus).

De encycliek is een belangrijk document in de Mariologie van paus Pius XII. Vier jaar eerder had de paus het dogma van Maria Tenhemelopneming afgekondigd, met de apostolische constitutie Munificentissimus Deus.

De belangrijkste grondslag voor het Koninginschap van Maria vond de paus in het Evangelie volgens Lucas (Lc. 1, 32-33), waar over Jezus geschreven staat: Zoon van de Allerhoogste zal Hij genoemd worden, en God de Heer zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal koning zijn over het huis van Jacob in eeuwigheid, en aan Zijn koningschap zal geen einde komen. Hieruit kan men volgens de paus gemakkelijk afleiden dat Maria zelf ook koningin is, want Jezus was - al met Zijn ontvangenis - als mens Koning en Heer van alles. In dit verband haalt de paus ook Johannes Damascenus aan, die geschreven heeft: Naar waarheid is zij (Maria) de Meesteres van de gehele schepping geworden, toen zij Moeder werd van de Schepper. Een tweede grondslag voor het koningschap van Maria, vindt de paus in haar aandeel in de verlossing van de mensen. Doordat zij ons haar Zoon geschonken heeft, tot verlossing van alle zonden, heeft zij deel aan het verlossingswerk van haar Zoon, en dus aan Zijn koningschap, dat door paus Pius XI, in 1925 werd afgekondigd met de encycliek Quas Primas.

Ter ondersteuning van het koningschap van Maria, haalt de paus - eerder in de encycliek - een groot aantal oudere schrijvers aan die Maria als Koningin, of Meesteres hebben genoemd. Al deze vroegere getuigenissen, werden - volgens de paus - samengevat door de Heilige Alfonsus van Liguori, toen hij schreef: Omdat de Maagd Maria zo hoog in waardigheid is verheven dat zij de Moeder van de Koning der koningen zou zijn, daarom heeft de Kerk haar volkomen terecht met de titel van Koningin onderscheiden.

De paus verwijst ook naar de traditie van de liturgie, waarin Maria al heel lang als koningin wordt vereerd. Zo noemt hij de Gregoriaanse hymne Salve Regina, en de antifonen Ave Regina caelorum en Regina caeli, laetare. Ook in de Litanie van Loreto wordt Maria al lang als Koningin aangeroepen. Het is daarom dat de paus met deze encycliek geen nieuwe geloofwaarheid aan het christenvolk wil voorhouden, aangezien in feite de grond en de redenen waarop de koninklijke waardigheid van Maria steunt, reeds te allen tijde overduidelijk zijn uitgedrukt en gevonden worden in de van oudsher overgeleverde documenten van de Kerk en in de boeken van de heilige liturgie.

30 mei 2019

Hemelvaart van onze Heer Jezus Christus, hoogfeest

Mozaïek van de hemelvaart van Jezus Christus in de Basilica di San Marco in Venetië.

Epistel
Hand. 1, 1-11
Mijn eerste boek heb ik geschreven, Theophilus, over al hetgeen Jezus heeft gedaan en geleerd van het begin af tot op de dag, dat Hij werd opgenomen, na door de Heilige Geest Zijn bevelen te hebben gegeven aan de apostelen, die Hij had uitgekozen. Aan hen ook heeft Hij na Zijn lijden door vele bewijzen getoond, dat Hij weer leefde, doordat Hij gedurende veertig dagen aan hen verscheen, en dan sprak over het rijk Gods. En terwijl Hij eens met hen maaltijd hield, beval Hij hen niet weg te gaan van Jeruzalem, maar de belofte van de Vader af te wachten, waarover gij - zo zei Hij - Mij hebt horen spreken; want Johannes doopte wel met water, maar gij zult gedoopt worden met Heilige Geest binnen enkele dagen. Daarom stelden de aanwezigen Hem de vraag: Heer, is dat de tijd, waarop Gij voor Israël het koninkrijk zult herstellen? Maar Hij gaf hun ten antwoord: Het komt u niet toe tijd en uur te kennen, die de Vader in Zijn macht heeft vastgesteld; maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest, Die over u zal komen, en gij zult Mij tot getuigen zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en in Samaria, ja tot aan het einde der aarde. En toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen opgeheven, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En terwijl zij Hem nog ten hemel nastaarden, stonden er opeens twee mannen bij hen in witte klederen; en deze zeiden: Mannen van Galilea, wat staat gij toch naar de hemel op te zien? Deze Jezus, Die van u ten hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem hebt zien opstijgen ten hemel.

Evangelie
Mc. 16, 14-20
In die tijd verscheen Jezus aan de elf leerlingen, terwijl zij aan tafel waren. En Hij berispte hen over hun ongelovigheid en verstoktheid van hart, omdat zij geen geloof geschonken hadden aan hen, die Hem na Zijn verrijzenis gezien hadden. Ook sprak Hij nog tot hen: Gaat uit over de gehele wereld, en verkondigt het Evangelie aan alle schepselen. Wie gelooft en zich laat dopen, zal zalig worden; maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. En de volgende wondertekenen zullen hen, die geloven, vergezellen: In Mijn Naam zullen zij duivels uitdrijven, vreemde talen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen; en al drinken zij dodelijk gif, het zal hun niet schaden; zieken zullen zij de handen opleggen en deze zullen genezen. Na aldus tot hen gesproken te hebben, is de Heer Jezus ten hemel opgenomen en zetelt Hij aan de rechterhand van God. Zij nu gingen uit en predikten overal, terwijl de Heer meewerkte en de prediking bekrachtigde door de wonderen, die er mee gepaard gingen.

Overweging
De vrucht van het mysterie dat wij vandaag vieren wordt heel duidelijk uitgedrukt in de oratie van de heilige Mis van vandaag: “Dat wij, die geloven dat Uw Eniggeboren Zoon, onze Verlosser, vandaag ten hemel is opgestegen, ook zelf met de geest in de hemel verwijlen”. Mente in caelestibus habitemus. Dat wij, terwijl wij nog op aarde verblijven, onze verheerlijkte Verlosser in de geest naar de hemel volgen en daar een geestelijke woning kiezen.

De bedoeling van de Kerk is niet een vluchtige gedachte aan de hemelse dingen te midden van onze aardse bezigheden, die toch voortdurend onze volle aandacht eisen, maar een vaste overtuiging dat wij niet van deze wereld zijn. Dat onze toekomst van een andere aard is. Het doel van ons christelijk leven ligt niet op deze aarde, maar in de hemel. Ons aardse leven is een pelgrimstocht naar de hemel, mits wij de weg van Christus gaan, in Zijn voetsporen treden en leven volgens Zijn woord. De Kerk neemt ons vandaag dus bij de hand en richt onze ogen en harten omhoog. Daar is ons vaderland en onze woning, daar is ons ware leven ‘met Christus verborgen in God’.

29 mei 2019

Vigilie van de Hemelvaart van de Heer

Verheven Vorst der eeuwigheid,
Gij Die Uw kinderen bevrijdt,
de zege is aan U, o Heer,
de dood ligt aan Uw voeten neer.

Gij stijgt omhoog in het heelal,
waar U de Vader noden zal
te zitten aan Zijn rechterhand,
te heersen over zee en land.

Al wat er in de hemel leeft,
wat op de aarde woning heeft,
de diepte der verborgenheid,
het buigt zich voor Uw Majesteit.

U, Jezus, zij de heerlijkheid,
Die stralend opgevaren zijt,
met Vader en met Geest tezaam
zij eeuwig lof Uw grote Naam.

28 mei 2019

Kosterswoning verkocht

De voormalige kosterswoning achter onze kerk, gelegen aan de Cornelis Krusemanstraat, is eind mei verkocht aan twee jonge mensen die het pand – na een grondige opknapbeurt – zelf zullen gaan bewonen.

Sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw behoorde de woning (evenals de naastgelegen school) tot het complex van de Sint-Agnesparochie. Nadat het pand in de jaren ’80 niet langer als kosterswoning fungeerde, zijn er onder anderen studenten in gehuisvest.

Na de verkoop van de woning is de Sint-Agnesparochie nu nog eigenaar van kerkgebouw, pastorie en kerktoren.

26 mei 2019

Vijfde zondag na Pasen

De Verrijzenis, omgeven door de vier evangelisten.

Epistel
Jac. 1, 22-27
Veelgeliefden, gij moet het woord volbrengen en niet alleen aanhoren; want dan zoudt gij uzelf misleiden. Want iemand, die het woord aanhoort, maar niet volbrengt, is te vergelijken met een man, die zijn eigen gelaat in de spiegel ziet; immers hij ziet zichzelf en gaat heen, en aanstonds is hij weer vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie het oog gericht houdt op de volmaakte wet van de vrijheid, en zich daaraan houdt - wie dus niet alleen luistert en weer vergeet, maar de daad volbrengt - hij zal door dat volbrengen zalig zijn. Maar als iemand soms meent, dat hij godsdienstig is, terwijl hij zijn tong niet in bedwang houdt, en zo zichzelf misleidt, diens godsdienstigheid is zonder waarde. Reine en vlekkeloze godsdienstigheid in het oog van God de Vader is dit: Wezen en weduwen te ondersteunen in hun nood, en zichzelf onbesmet te bewaren voor deze wereld.

Evangelie
Joh. 16, 23-30
In die tijd zei Jezus tot Zijn leerlingen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: al wat gij de Vader in Mijn Naam zult vragen, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt gij nog niets in Mijn Naam gevraagd; vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij. Over al deze dingen heb Ik in beelden tot u gesproken; het uur komt, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u in duidelijke taal over de Vader mededelingen zal doen. Op die dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u zal vragen; want de Vader Zélf heeft u lief, omdat gij Mij liefhebt en omdat gij gelooft, dat Ik van God ben uitgegaan. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga heen naar de Vader. Zijn leerlingen zeiden Hem: Zie, nu spreekt Gij duidelijke taal, zonder enige beeldspraak te gebruiken. Nu zien wij, dat Gij alles weet en dat het niet nodig is, dat iemand U ondervraagt; daarom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.

Overweging
De Paastijd is bijna voorbij. Elke zondag en elke dag in deze liturgische tijd zong de Kerk in de Paasprefatie de volgende woorden: “Die onze dood door Zijn sterven heeft vernietigd en ons leven door Zijn verrijzenis heeft hersteld.” Met deze woorden belijden wij dat er in de dood en verrijzenis van onze goddelijke Verlosser ook met onze dood een verandering heeft plaatsgevonden. Het is niets anders dan dat wat wij in het Credo bidden: Ik verwacht de verrijzenis der doden en het eeuwige leven.

Als wij ons afvragen wat de dood is van de mens, losgemaakt van Christus’ dood en verrijzenis, dan luidt het eenvoudigste antwoord: de dood is een einde. Wat tevoren levend was, zich roerde en bewoog, wat werkte, wat liefhad en lachte, ligt daar nu koud en stijf, klaar om te vervallen en teniet te gaan. Buiten het christendom weet niemand wat er dan vervalt en in het niets oplost. Is het de gehele mens, is het alleen zijn lichaam? Als het de gehele mens is, dan is op het moment van de dood een ding zeker: de totale zinloosheid van het leven. Het maakt niet uit of iemand heeft geleefd of niet. De dood is een einde.

De Kerk, trouw aan het getuigenis en de boodschap van de apostelen, leert iets anders over het leven en de dood. Christus is uit de doden verrezen. De Zoon van God heeft door Zijn eigen dood de dood vernietigd. Hij was de eerste mens, Die wel als ieder ander mens de dood inging, maar Die niet in de dood bleef steken. En het leven dat Hij veroverde is ook voor ons. Hij heeft ons van de dood bevrijd en daarom zullen ook wij niet in de dood blijven steken. Dat is de leer die de Kerk aan elke mens verkondigt. Dat is wat God geopenbaard heeft. Wij moeten het geloven, ook als het in deze moderne wereld moeilijk wordt. Het ongeloof is zo aanstekelijk en zo verbreid. De geest van de wereld trekt zo veel aan ons en verlokt ons om de ware verlossing al in deze wereld te zoeken, om onvoorwaardelijk te geloven in de mens en in zijn ontplooiing. Of om dit leven maximaal te gebruiken voor plezier omdat wij slechts één keer mogen leven.

Hoewel de Paastijd bijna voorbij is mogen wij de bevrijdende heilsboodschap van dit feest niet vergeten. Wij zijn geroepen om met Christus te leven. Maar om met Hem te kunnen leven moeten wij eerst aan de zonde sterven. En dit sterven en tegelijk herleven door de genade moet zich van dag tot dag verdiepen en voortzetten en heel ons christelijk leven bepalen tot onze laatste ademtocht toe. Vandaag zouden wij aan de zonde, de begeerte van het vlees en het verlangen naar levensvervulling in dit aardse bestaan, meer afgestorven moeten zijn dan op de dag van ons doopsel. Vandaag zouden de hemelse verlangens naar een vervulling uit de levensbronnen van Christus in ons sterker geworden moeten zijn dan gisteren. Wij moeten vaak tot deze grondwaarheid van ons geloof terugkeren – wij zijn tot het eeuwige leven met God geroepen. Ons bestaan hier op aarde is maar een korte tijd, waarna er een ander leven zal beginnen. Maar van deze korte tijd hangt onze eeuwigheid af. Als ik mij nu in mijn volle bewustzijn aan God overgeef, dan kan ik in volledige rust de eeuwigheid verwachten.

De grote heilsgaven zijn voor ons tegelijkertijd ook opgaven. Als wij nu niet vastbesloten zijn deze opnieuw aan te pakken, dan begrijpen wij de zin van heel ons leven niet. Met Christus sterven om met Hem te verrijzen tot het eeuwige leven, dat is een taak die alle dagen van ons leven moet vervullen. Het moet heel concreet worden, daar waar wij leven. Onze roeping moet op deze manier zichtbaar worden. Door onze daden, door het voorbeeld dat wij aan anderen geven. Zo vermaant ons ook de apostel Jacobus in zijn brief: “Gij moet het woord volbrengen en niet alleen aanhoren”. Een duidelijke en krachtige vermaning.

24 mei 2019

Wonder van gloriepracht



Wonder van gloriepracht,
wonder van moedermacht,
liefd'rijk' aanminnige, hemelse vrouw!
Wie ik ten eeuw'gen tijd
uit heel mijn hart mij wijd;
wie ik en lichaam en ziel toevertrouw:
Goed, bloed en leven wil ik u geven;
al wat ik heb en ben, geef ik u nu.
'k Geef het vol vreugde, Maria, aan u.

Schuld'loos geborene,
enig verkorene,
gij, tot Gods dochter en moeder en bruid!
In al der maagdenrij,
blonk niet de reinst' als gij;
Zelf koos de Heer u ten tempel Zich uit.
Gij, vlekkeloze, lelie en roze,
pronk dezer aard' en der hemelen kroon.
Hemel en aard' bieden huld' op uw troon.

Gij trouw geblevene,
en hoog verhevene,
Gij, onze leidster, gij licht op ons neer.
Glories omwemelen,
hoog in de hemelen,
u als het naast bij de troon van uw Heer.
Gij, door uw zoetheid, toonbeeld van goedheid.
Moeder der liefd' en genad' is uw lof.
Zo groet u d'aard' en het hemelse hof.

Nimmer volprezene,
hoog uitgelezene,
Maagd, gij, en Moeder, aanminnig en schoon.
Wie ik te allen tijd
lichaam en ziele wijd,
zie mij ootmoedig geknield voor uw troon.
Goed, bloed en leven kom ik u geven.
Alles, ja alles, vereer ik u blij.
Och, dat het immer uw eigendom zij.

19 mei 2019

Vierde zondag na Pasen

De Heilige Geest

Epistel
Jac. 1, 17-21
Veelgeliefden, ieder goede gave en ieder volmaakte gift komt van boven, afdalend van de Vader van het licht, bij Wie er geen verandering is of verduistering door onbestendigheid. Want uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken door de prediking van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen zouden zijn onder Zijn schepselen. Gij weet dat, mijn veelgeliefde broeders. Laat iedereen nu vlug bereid zijn om te luisteren, maar niet haastig om te spreken, en niet haastig met toornig te worden. Want een toornig mens volbrengt niet de gerechtigheid Gods. Verwijdert daarom ieder smet en alle verkeerde uitwas, en aanvaardt in zachtmoedigheid het woord, dat in u is uitgezaaid en dat de kracht bezit om uw zielen zalig te maken.

Evangelie
Joh. 16, 5-14
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Ik ga heen tot Hem, Die Mij gezonden heeft; en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen? Maar de droefheid heeft Uw hart vervuld, omdat Ik u dit heb meegedeeld. Doch Ik zeg u de waarheid: het is goed voor u, dat Ik wegga. Want zo Ik niet wegga, zal de Helper niet tot u komen; als Ik echter heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En wanneer Hij komt, zal Hij aan de wereld bewijzen, dat zij ongelijk heeft wat betreft zonde, gerechtigheid en veroordeling. Wat betreft zonde: omdat zij niet in Mij geloofd hebben. Wat betreft gerechtigheid: omdat Ik heenga tot de Vader, en gij Mij niet meer zult zien. Wat betreft veroordeling: omdat de vorst dezer wereld reeds geoordeeld is. Nog veel heb Ik u te zeggen, doch gij kunt het nu nog niet verdragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, dan zal Hij u de volle waarheid leren. Want Hij zal niet spreken uit Zichzelf, maar Hij zal spreken, al wat Hij hoort; en Hij zal u de komende dingen verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want van het mijne zal Hij ontvangen en het aan u verkondigen.

Overweging
Vorige week zondag sprak het Evangelie over de ‘korte tijd’ die voor ons een aansporing tot waakzaamheid en gereedheid moet zijn. Maar de kortheid van de tijd is ook bron van de christelijke hoop die ons leven moet bezielen. De deugd van de hoop is ook te vinden in de teksten van deze heilige Mis, zo ook in de oratie van deze vierde zondag na Pasen: “God, Die de gelovigen een van geest en wil doet zijn, doe Uw volk datgene liefhebben wat Gij voorschrijft, datgene verlangen wat Gij belooft, opdat te midden van de wisselvalligheden van deze wereld onze harten daar verblijven waar de echte vreugde is."

“Te verlangen wat Gij belooft”, dat is een van de beden die deze oratie bevat. Deze gaat over de deugd van hoop, de deugd die bij uitstek ons christelijke bestaan kenmerkt. Wij verlangen, wij moeten verlangen naar hetgeen God ons belooft.

Wat is eigenlijk de christelijke hoop? Wat bedoelt een christen als hij daarover spreekt? De hoop is een verlangen naar een moeilijk, maar toch bereikbaar goed, met het vaste vertrouwen dit goed te zullen verkrijgen. Hopen is dus verlangen en vertrouwen. Waar geen verlangen is, daar is ook geen hoop. Waar het vertrouwen ontbreekt, daar is ook alle hoop verbannen. Wij spreken over de natuurlijke hoop (die naar de natuurlijke goederen streeft) en over de bovennatuurlijke hoop, en dat is de christelijke hoop, dat is wat wij in de oratie vragen: de deugd van hoop.

“Te verlangen wat Gij belooft.” Wat is dat, wat God ons belooft? De onzichtbare goederen, het volmaakte kindschap van God, het lichaam der verrijzenis, gelijkvormig aan Christus’ Lichaam. De verlossing en het eeuwig leven met God Zelf, dat voor ons bestemd is, dat is wat de trouwe dienaars van God mogen verwachten. God Zelf is dus het fundament van de hoop. En die hoop is een gave van Hem, die Hij ons tegelijkertijd met Zijn genade schenkt. Daarin kunnen wij zien dat God eigenlijk de bron, de ondersteuning en het doel van onze hoop is. Hij is de bron, omdat de hoop alleen uit Zijn pure goedheid aan ons wordt geschonken. Uit onszelf kunnen wij ze niet verkrijgen. Hij is de ondersteuning, want Hij geeft ons onophoudelijk de noodzakelijke middelen om ons einddoel te bereiken. Uiteindelijk is Hij Zelf dit doel, Hij Die alles omvat en al onze verlangens vervult.

“In hoop zijn wij gered.” (Rom. 8, 24), zegt de apostel Paulus tegen de Romeinen en tegen ons. De waarborg van onze hoop is de goddelijke liefde die zichtbaar geworden is door de Menswording van Zijn Woord. Door Zijn dood en verrijzenis geeft Christus ons de zekerheid dat onze hoop in vervulling gaat. Deze zekerheid hebben wij door de belofte van de Heilige Geest en door Zijn aanwezigheid in de Kerk. Maar deze hoop wordt ons niet zo maar gegeven. Door de hoop, te midden van de wisselvalligheden van deze wereld, kunnen onze harten gevestigd blijven waar de ware vreugde is. Dan wordt het duidelijk dat wij op aarde vreemdelingen en pelgrims op doorreis zijn. Wij zoeken hier geen vaste woonplaats. Wij gaan de aarde verlaten en moeten er niet aan denken ons hier blijvend te vestigen. Dat zou ons moeten helpen om een gezonde afstand te houden tot alles wat er in ons leven gebeurt, het lijden en de mislukkingen christelijk te beleven, en ons niet te binden aan de goederen van deze wereld.

18 mei 2019

18 mei: Heilige Venantius, martelaar

Venantius was een jongeman die leefde tijdens de christenvervolgingen door keizer Decius (249-251) in het Romeinse rijk. Na zware folteringen onderging hij de marteldood omwille van Christus.

Hij werd gegeseld, met brandende fakkels gebrandmerkt, en boven een vuur gehangen; zijn tanden werden uit zijn mond geslagen en zijn kaken gebroken. Daarna werd hij voor de leeuwen geworpen, maar deze lieten hem ongemoeid (zie afbeelding). Toen niets hem leek te deren werd hij van een steile rots naar beneden geworpen en uiteindelijk met een zwaard onthoofd.

Twaalf getuigen raakten zo onder de indruk van de standvastigheid van Venantius, dat zij zich tot Christus bekeerden. Vervolgens trof hen een soortelijke marteldood.

Zijn relikwieën werden overgebracht naar Camerino. Zo werd hij patroon van deze Italiaanse stad. Hij heeft sedert vele eeuwen een kerk in Rome. Paus Clemens X was voor zijn verkiezing tot paus bisschop van Camerino en uit devotie tot de heilige Venantius verhoogde hij de rang van zijn feest en gaf hem een eigen officie. In de Novus Ordo (1970) werd Venantius van de heiligenkalender afgevoerd.

Behalve als patroon van de stad Camerino wordt de heilige Venantius ook aangeroepen bij oorpijn.

Gebed
O God, Die deze dag door de zegepraal van de heilige Venantius, Uw martelaar, hebt geheiligd, verhoor de gebeden van Uw volk, en verleen dat wij, die zijn verdiensten eren, ook zijn standvastigheid in het geloof zouden navolgen. Amen.

17 mei 2019

17 mei: Heilige Paschalis Baylon, belijder

Paschalis Baylon werd geboren uit arme maar godvruchtige ouders in Aragon. Zijn jeugd bracht hij als veehoeder in engelachtige onschuld door. Hij trad als lekebroeder in de orde van de heilige Franciscus. Hij muntte vooral uit door een grote devotie tot de heilige Eucharistie.

Toen de heilige Paschalis eens zijn schapen hoedde op een berghelling, hoorde hij de bel voor de consecratie rinkelen in de vallei beneden, waar de dorpelingen waren verzameld voor de heilige Mis. Hij viel op zijn knieën en plotseling stond er een engel van God voor hem, met in zijn handen een monstrans met het Allerheiligste Sacrament, dat hij ter aanbidding aanbood.

Hiervan kunnen wij leren dat zij die Jezus Christus vereren in dit grote mysterie van Zijn liefde Hem zeer nabij zijn. Aan hen wordt in het bijzonder deze belofte vervuld: "Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom tot u terug." (Joh. 14, 18)

Toen na zijn dood, op 17 mei 1592, zijn lijk in de kerk lag, opende en sloot hij bij de opheffing tijdens de heilige Mis tweemaal de ogen. Paus Leo XIII stelde hem aan tot patroon van de eucharistische congressen.

Gebed
O God, Die de heilige Paschalis, Uw belijder, met een wonderbare liefde jegens het heilig mysterie van Uw Lichaam en Bloed hebt begiftigd, verleen genadig, dat wij bij dit goddelijk gastmaal dezelfde geestelijke rijkdom mogen ontvangen die hem ten deel viel. Amen.

16 mei 2019

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 18 mei 2019

Op zaterdag 18 mei houdt Robert Lemm, historicus, auteur en voorzitter van de academie, een lezing met de titel 'Katholieke jihad en de
houding van Rome'. Hij bespreekt de strijd van de 'cristeros' tegen het atheïstisch-maçonnieke regime van Mexico in de vorige eeuw.

Voorafgaand aan de lezing is er om 10.00 uur een gelezen heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

16 mei: Heilige Ubaldus, bisschop en belijder

Ubaldus werd geboren in Gubbio, Umbrië, uit een adellijk geslacht. Hij kreeg een vrome opvoeding en werd al vroeg onderwezen in de letteren.

Reeds op jonge leeftijd spoorde men hem aan tot een huwelijk, maar hij week nooit af van zijn voornemen om de maagdelijkheid te bewaren. Na zijn priesterwijding schonk hij zijn erfdeel aan de armen en aan enkele kerken. Hij trad in bij de reguliere kanunniken van Sint Augustinus.

Door zijn toedoen kreeg deze orde een vestiging in zijn vaderstad. Paus Honorius II wijdde hem, tegen zijn zin, tot bisschop en stelde hem aan het hoofd van de kerk te Gubbio. Als een toonbeeld voor zijn kudde bleef hij precies zo leven als hij vóór zijn bisschopswijding deed. Hij blonk uit in alle deugden. Van hem wordt verteld dat de heilige Schrift zijn grootste genoegen was. Lange tijd werd hij door ziekte gekweld, maar dat verhinderde hem niet om God steeds te blijven danken. Nadat hij vele jaren de hem toevertrouwde kerk uitstekend had bestuurd, stierf hij in 1160, beroemd om zijn goede daden en vanwege de wonderen die hij verricht had.

Ubaldus is patroon van Thann in de Franse Elzas.

15 mei 2019

15 mei: Heilige Johannes Baptista de la Salle, belijder

Johannes Baptiste de la Salle werd geboren in het jaar 1651 in Reims, Frankrijk, uit een adellijk geslacht. Hij studeerde letteren en wijsbegeerte. Op 17-jarige leeftijd werd hij opgenomen onder de kanunniken van Reims. Later meldde hij zich bij het seminarie van Saint-Sulpice in Parijs.

Na zijn priesterwijding werd hij rector van de zusters van het Kindje Jezus, die zich wijdden aan de opvoeding van meisjes. Hij bestuurde en beschermde deze congregatie met wijsheid. Om ook de jongens uit het volk godsdienstzin en goede zeden bij te kunnen brengen, stichtte hij, ondanks veel tegenstand, een congregatie van broeders: Broeders van de christelijke scholen (Fratres Scolarum Christianorum, FSC). Paus Benedictus XIII keurde zijn orderegel goed.

Hij deed daarna afstand van zijn positie als kanunnik, verdeelde zijn goederen onder de armen en uit nederigheid legde hij zelfs het bestuur van de door hem gestichte congregatie neer. Johannes stierf op 7 april 1719 in Saint-Yon, Rouen, 72 jaar oud. In 1888 werd hij zalig verklaard; paus Leo XIII verklaarde hem op 24 mei 1900 heilig. In 1950 riep paus Pius XII hem uit tot patroon van onderwijzers en van opvoeders.

14 mei 2019

14 mei: Heilige Bonifatius, martelaar

Bonifatius was een Romeinse jongeman die leefde in de derde eeuw te Rome. Hij was welgesteld, maar deelde zijn rijkdom met de armen. Hij was verloofd met Aglaë, een mooie jonge vrouw. Zij spoorde Bonifatius aan om in het oosten (Tarsus) relieken van martelaren te gaan zoeken.

Toen Bonifatius met eigen ogen de folteringen zag waaraan de martelaren werden onderworpen, en de moed die zij daarbij toonden, bekeerde hij zich openlijk tot het christelijke geloof. Dat leidde ertoe dat hij ook zelf gemarteld werd. Hij stierf op 14 mei 307. Zijn stoffelijke resten werden later teruggebracht naar Rome en zo ontving Aglaë alsnog de relieken van een martelaar.

Bonifatius is de laatste van de vier ijsheiligen. De andere drie zijn Mamertius (11 mei), Pancratius (12 mei) en Servatius (13 mei). Zij worden ijsheiligen genoemd omdat op deze dagen het gevaar bestaat van koud voorjaarsweer terwijl het gewas in volle bloei staat. Na 14 mei is de kans op nachtvorst nog maar heel klein.

Een oude weerspreuk die naar deze ijsheiligen verwijst luidt: Pancraas, Servaas, en Bonifaas brengen sneeuw en ijs helaas!

13 mei 2019

Laat ons Pasen zalig zijn

Op deze dag wordt alles goed,
de dag van God Wiens kostbaar Bloed
de wereld wast van zonde en schuld
en met een lieflijk licht vervult.

Wie twijfelt nog, wie blijft nog blind,
als God de mensen zo bemint
dat Hij de rover aan het kruis
verwelkomt in het paradijs?

En engelen zien dit wonder aan:
de schuldige richt zijn bestaan
op Hem met Wie hij bitter lijdt,
en erft met Hem de zaligheid.

O diep geheim dat van haar smet
de hele wereld wordt gered
door Vlees dat alle vlees bevrijdt
van zonde en van sterfelijkheid.

Werd ooit subliemer kans gewaagd,
dan dat de schuld genade vraagt,
liefde de vrees verbannen heeft,
de dood het nieuwe leven geeft?

Laat dan ons Pasen zalig zijn,
voor ieder een volmaakt festijn.
Maak ons, ontheven aan de dood,
aan Uw nieuw leven deelgenoot.

U, Jezus, zij de lof gebracht,
de dood is dood. Gij straalt in pracht.
U met de Vader zij de eer,
U met de Geest voor immermeer.

12 mei 2019

Derde zondag na Pasen

De Verrijzenis

Epistel
1 Petr. 2, 11-19
Veelgeliefden, ik bid u, als pelgrims en vreemdelingen, dat gij u verre houdt van de vleselijke lusten, die strijd voeren tegen de ziel. Temidden van de heidenen moet gij een voorbeeldig leven leiden, opdat zij juist in die dingen, waarom zij u voor boosdoeners uitmaken, bij nader toezien om wille van uw goede werken God gaan verheerlijken op de dag der bezoeking. Daarom, weest onderdanig aan ieder menselijk gezag, om wille van God; zowel aan de keizer, omdat hij boven allen staat, alsook aan de landvoogden, omdat zij door hem zijn gezonden om de misdadigers te straffen en de goeden waardering te schenken. Want aldus is het de wil van God, dat gij door goed te leven het onverstand van de kortzichtige mensen tot zwijgen brengt. Als vrije mensen - en niet als mensen, die de vrijheid beschouwen als een dekmantel voor het kwaad - maar als dienstknechten van God. Hebt achting voor een ieder; bemint uw medebroeders; vreest God; eert de keizer. Gij, dienstknechten, weest in alle eerbied onderdanig aan uw meesters, niet slechts als zij goed zijn en welwillend, maar evenzeer als zij lastig zijn. Want dat is een welgevallige daad, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 16, 16-22
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Een korte tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien; want Ik ga heen naar de Vader. Sommigen van Zijn leerlingen zeiden dan tot elkander: Wat betekent dat toch, wat Hij ons zegt: Een kort tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien; en: Ik ga heen naar de Vader? Wat bedoelt Hij toch met: een korte tijd? Wij begrijpen niet, wat Hij zegt. Jezus nu wist, dat zij Hem iets wilden vragen; en Hij sprak tot hen: Gij raadpleegt elkander over Mijn gezegde: Een korte tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: gij zult schreien en jammeren maar de wereld zal zich verblijden. Gij zult wel bedroefd zijn doch uw droefheid zal verkeren in vreugde. Als een vrouw moeder gaat worden, is zij bedroefd, omdat haar uur gekomen is; maar zodra zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar smart, van blijdschap, dat er een mens ter wereld is gekomen. Zo zijt ook gij nu wel bedroefd; maar Ik zal u weerzien; dat zal uw hart zich verblijden, en die blijdschap zal niemand u ontnemen.

Overweging
De woorden van Jezus “nog een korte tijd en gij zult Mij niet meer zien; en weer een korte tijd, dan zult gij Mij weer zien, want Ik ga heen naar de Vader” waren voor de apostelen onduidelijk en geheimzinnig. Zij vroegen zich af wat Jezus ermee bedoelde, maar zij durfden hun Meester er niet naar te vragen. Misschien zijn deze woorden ook tot ons gericht. Blijkbaar bevatten zij een tegenstrijdigheid. Hoe kon Hij tegelijkertijd bij Zijn Vader en bij de apostelen zijn? En wat bedoelt Hij met ‘een korte tijd’?

Deze woorden komen uit de lange afscheidsrede uit het Evangelie van Johannes, die op Witte Donderdag plaatsvond. Op de vooravond sprak Christus over Zijn kruisdood en opstanding en toch bleken de apostelen het niet begrepen te hebben. Bij deze woorden dacht onze Heer aan het kortstondig heengaan na Zijn lijden en aan de terugkeer bij Zijn verrijzenis. Maar dit heengaan en deze terugkeer waren slechts een beeld van een ander heengaan en een andere wederkomst. Zonder twijfel kunnen wij daar het opstijgen tot Zijn Vader bij de hemelvaart in zien en het weerzien van de apostelen in de eeuwigheid. Maar – zoals zo vaak in het Evangelie – moeten wij deze woorden ook op onszelf toepassen. Wij zijn degenen aan wie Christus een weerzien belooft. En dat weerzien is niets anders dan de hemelse vreugde: Wij zullen de verheerlijkte Heer dan zien in Zijn hemelse heerlijkheid.

De Verlossing en de Paasvreugde brengen ons, katholieken, in herinnering dat wij een oprecht christelijk leven moeten lijden, dat wij God en Zijn Kerk moeten blijven dienen, ook als wij daarom vervolgd zouden worden. Wij moeten bezield blijven door het weten dat wij in deze wereld geen blijvend thuis hebben; wij zijn in dit leven slechts op doortocht, op weg naar het hemelse Vaderland, het Vaderland dat Christus voor ons opnieuw heeft geopend. Om dit Vaderland te kunnen bereiken hebben wij de Kerk nodig, omdat zij de weg en de verkondiger is van dit hemelse doeleinde van ons bestaan.

De Kerk beschikt over de noodzakelijke middelen om het hemelse leven binnen te kunnen gaan. Door haar moraal wordt onze menselijke natuur gezuiverd van de begeerlijkheden, door haar geloofsleer wordt ons de kennis van God ingegeven en door haar sacramenten wordt de gezuiverde mens, die God als zijn levensdoel erkend heeft, geheiligd. De Kerk is dus niet louter een gemeenschap van allerlei mensen die een bepaalde liturgie of ritueel aanhangen, maar zij is het heilsinstrument dat door haar moraal, haar geloof en haar sacramenten ons tot God brengt. De heilige Paulus maant ons in het epistel voor de vleselijke lusten die strijd voeren tegen de ziel. Wij zien daarin dat een geloof dat zonder moraal blijft een zelfbedreiging en een groot gevaar is.

11 mei 2019

Catechese voor volwassenen


De kernboodschap van het christelijk geloof

Zaterdag 11 mei: God? God is liefde.

Om 12.00 uur in de pastorie.

11 mei: H.H. Philippus en Jacobus de Mindere, apostelen

Philippus en Jacobus de Mindere worden op dezelfde dag gevierd om twee redenen: ze waren beiden apostel én hun relieken rusten op dezelfde plek, namelijk in de kerk van de Twaalf Apostelen (Dodici Apostoli) in Rome.

Philippus, afkomstig uit de stad Betsaïda en leerling van Johannes de Doper, was als prediker actief in het westelijke deel van Klein-Azië en in Frygië. In dat land, meer bepaald in de stad Hiërapolis, stierf hij rond 80 de marteldood. Op bevel van keizer Domitianus werd hij gekruisigd met het hoofd naar beneden. Later werd hem een apocrief (niet als gezaghebbend erkend) evangelie toegeschreven, dat een lange lofzang op de maagdelijkheid is.

Jacobus de Mindere, ook de rechtvaardige genoemd, was een zoon van een zus van de heilige maagd Maria en dus een neef van Jezus, die een paar jaar jonger was. Het toevoegsel ‘de Mindere’ kreeg hij om hem te onderscheiden van de andere apostel Jacobus (de Meerdere). Het predikaat verwijst naar het feit dat hij later dan zijn naamgenoot apostel werd, namelijk in het jaar 31. Jacobus de Mindere werd de eerste bisschop van Jeruzalem en leidde een nogal zonderling bestaan. Zo zou hij zijn haar en baard nooit hebben laten knippen, waste hij zich nooit en liep hij blootsvoets. Het grootste deel van zijn tijd bracht hij al biddend door. Hij hoefde, naar verluidt, zijn armen maar naar de hemel uit te strekken om het te laten regenen. Hij schreef in 59 een epistel, waarvan de hoofdstelling luidt dat geloven alleen maar mogelijk is wanneer men ook goede werken doet. In 62 werd hij valselijk beschuldigd door de hogepriester Ananus, die hem aan het joodse volk uitleverde. Nadat hij had geweigerd zijn geloof af te zweren, werd Jacobus de Mindere van op het dak van de tempel naar beneden geworpen. Hij overleefde de val en vroeg de Heer om zijn moordenaars te vergeven. Daarop werd hij gestenigd en uiteindelijk doodgeslagen met een knuppel.

6 mei 2019

Bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 8 mei

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is op woensdag 8 mei. Het programma is als volgt:
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Lof met Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed
12.30 uur: Conferentie met koffie en thee in de pastorie (tot circa 14.00 uur)

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

5 mei 2019

Beeldverslag Eerste Heilige Communie op zondag 5 mei 2019








Hebt u ook foto's of video's gemaakt
van plechtigheden in onze kerk?
Mogen die eventueel gepubliceerd worden?
Mail uw bestanden dan naar:
foto@agneskerk.org.

Vrijheid

Want aldus is het de wil van God, dat gij door goed te leven
het onverstand van de kortzichtige mensen tot zwijgen brengt.
Als vrije mensen - en niet als mensen, die de vrijheid beschouwen als een dekmantel voor het kwaad -
maar als dienstknechten van God.


(1 Petr. 2, 15-17)



Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje
ben ik, vrij, onverveerd,
den koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
Uw dienaar t'aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Tweede zondag na Pasen

Epistel
1 Petr. 2, 21-25
Veelgeliefden, Christus heeft voor ons geleden en u een voorbeeld nagelaten, opdat gij Zijn voetstappen zoudt volgen. Want zonde heeft Hij nooit bedreven, en er werd geen bedrog gevonden in Zijn mond; en toen Hij gescholden werd, schold Hij niet terug; toen Hij leed, uitte Hij geen bedreiging; maar Hij gaf Zich over aan degene, die Hem onrechtvaardig veroordeelde. Hij heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen tot op het kruishout, opdat wij afgestorven zouden zijn aan de zonde, en voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen zijt gij genezen. Want gij waart als ronddolende schapen, maar nu zijt gij teruggebracht tot de herder en de bewaker van uw zielen.

Evangelie
Joh. 10, 11-16
In die tijd zei Jezus tot de farizeën: Ik ben de goede Herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Maar iemand, die huurling is en geen herder - aan wie de schapen niet toebehoren - hij laat, als hij de wolf ziet aankomen, de schapen in de steek, en gaat op de vlucht. En de wolf rooft en verstrooit de schapen. Een huurling nu neemt de vlucht, omdat hij maar een huurling is, en geen hart heeft voor de schapen. Ik ben de goede Herder, en Ik ken Mijn schapen en Mijn schapen kennen Mij, evenals de Vader Mij kent, en Ik de Vader ken. En Ik geef Mijn leven voor Mijn schapen. Ook nog andere schapen heb Ik, die niet van deze schaapstal zijn; ook die moet Ik er heen voeren, en zij zullen luisteren naar Mijn stem; en zo zal het worden: één Schaapstal en één Herder.

Overweging
Deze zondag wordt terecht de zondag van de goede Herder genoemd. Het beeld uit het Evangelie van de Herder Die Zijn leven geeft voor Zijn schapen wordt nog duidelijker door het Paasfeest dat wij nog maar net gevierd hebben en door de lezing van deze zondag, waarin de heilige Petrus ons aan hetzelfde feit herinnert, namelijk hoe Christus, Die Zelf nooit enige zonde bedreef, onze zonden op Zich nam en Zich heeft overgeleverd aan de kruisdood om ons van onze schuld te bevrijden.

Door de bevrijding die wij door Zijn Verlossingswerk hebben mogen ervaren, heeft Hij ons opnieuw toegang verleend tot de kudde, waarvan Hijzelf Herder en Bewaker is. Het epistel van vandaag stelt ons de waarheid voor ogen dat wij verloren schapen zijn geweest, want Petrus schrijft “gij waart als rondlopende schapen maar nu zijt gij teruggebracht tot de Beheerder en Bewaker van uw zielen”.

In het Evangelie zegt de goede Herder, Jezus: “Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij”. Het is een kostbaar inzicht dat wij slechts kunnen verwerven door Gods genade. Hij is de enige Vriend, de enige Toevlucht, en de Raadsman bij uitstek die de mens heeft. De goede Herder geeft Zijn leven voor Zijn schapen. In het Evangelie is dat een beeld, maar wel een beeld dat ons weer de oude, vertrouwde waarheid voor ogen stelt. Hij heeft voor mij Zijn leven prijsgegeven. Anderen doen dat niet. De huurling slaat op de vlucht als de wolf komt. Hij laat zijn kudde in de steek; de schapen gaan hem niet echt ter harte en omdat hij slechts huurling is en geen herder, laat hij ze door de wolf verscheuren. Met Christus is dat anders. Hij kent Zijn schapen zoals de Vader Hem kent en zoals Hij de Vader kent. Zo diep, zo volledig, zo vol van liefde is het feit dat Hij Zijn leven geeft.

Kon de goede Herder nog duidelijker zeggen dat Hij ons liefheeft? Hij bemint ons tot het uiterste toe. Geen enkele Herder kan het bij Hem halen in hartelijkheid, in diepte, in tederheid en fijngevoeligheid. Hij heeft als Herder alles voor ons over gehad.

4 mei 2019

Mevrouw J.M. Laghuwitz (96) overleden

In de middag van zaterdag 4 mei is
- voorzien van de heilige sacramenten van de Kerk -
mevrouw Jitske Maria Laghuwitz
overleden op de gezegende leeftijd van 96 jaar.

Zowel onze parochie als de priesterbroederschap Sint Petrus
heeft veel aan haar te danken. Gedurende vele decennia
heeft zij zich liefdevol ingezet voor de Kerk en haar priesters,
voor de verkondiging van het geloof en voor het behoud
van de traditionele Latijnse liturgie in de tijd dat
deze slechts zeer beperkt werd toegestaan.

Bidden wij voor haar zielenrust,
dat zij mag rusten in Gods vrede.

Uitvaart op vrijdag 10 mei
13.00 uur: Gelegenheid tot afscheid nemen in onze kerk
13.15 uur: Gelezen H. Requiemmis met orgelspel, aansluitend gezongen absoute, in onze kerk
15.00 uur: Begrafenis op begraafplaats Sint Barbara, Spaarndammerdijk 312, 1014 AA Amsterdam

Requiem aeternam (Duruflé)

4 mei: Heilige Monica, weduwe

Monica werd in het jaar 332 geboren in de Numidische plaats Thagaste, gelegen in het huidige Algerije. Zij was een dochter van christelijk ouders. Op 18-jarige leeftijd werd zij uitgehuwelijkt aan Patricius. Hij hield het bij de traditionele Romeinse goden. Van karakter was hij driftig en eigenzinnig. Pas vlak voor zijn dood in 371 zou hij zich tot het christendom bekeren, ongetwijfeld door Monica's onophoudelijk gebed. Monica schonk hem drie kinderen onder wie Augustinus, de latere heilige en kerkvader.

Zij probeerde haar kinderen vertrouwd te maken met de christelijke levensopvatting en de daarbij behorende deugden. Maar juist bij Augustinus, haar meeste getalenteerde kind, moet ze constateren dat hij het karakter van zijn vader had geërfd. Later zal Augustinus in zijn boek 'Confessiones' (= Belijdensissen) zelf over zijn jongelingsjaren vertellen. Tijdens zijn studies tot redenaar (destijds de baan om hogerop te komen in de maatschappij) deed hij alles wat christenen niet zouden moeten doen; hij ging om met slechte vrienden en zocht zijn levensgeluk bij filosofieën die veel spectaculairder waren dan die van zijn moeder. Vooral de boerse en rauwe verhalen uit het Oude Testament konden volgens hem nog niet in de schaduw staan van de fijnbesnaarde gedachten van de Griekse en Romeinse filosofen.

Monica leed daar onder. Eens kwam er een christelijke bisschop op doorreis door haar woonplaats. Zij stortte haar hart bij hem uit en bezwoer hem dat hij eens met haar zoon moest praten: hij zou de goede antwoorden op de scherpzinnige redeneringen van haar zoon wel weten. Maar die bisschop had allang begrepen dat Augustinus op dat moment juist genoot van zijn levensopvatting: daar zou zelfs een vreemde bisschop niets aan kunnen veranderen. Vermoeid door haar drammerige aanhouden zei hij tenslotte: "Een kind van zoveel tranen kan niet verloren gaan".

Augustinus ontvluchtte zijn moeder, zijn woonplaats en zijn wereld en stak over naar Italië om daar carrière te maken aan het keizerlijk hof als redenaar. Maar zijn moeder kwam achter hem aan, eerst naar Rome en vervolgens naar Milaan, waar het hof van de keizer op dat moment gevestigd was en waar haar zoon intussen leraar was geworden.
Intussen hadden al de filosofieën waarbij Augustinus zijn levensgeluk had gezocht, hem niets opgeleverd. Op zijn zoektocht naar een houvast in het leven ging hij regelmatig in de christelijke kerk naar de preken luisteren van de heilige bisschop Ambrosius († 397). Daar hoorde hij hoe Ambrosius juist schatten van filosofie en levensinzicht tevoorschijn wist te halen uit uit de door hem zo verachte verhalen van het Oude Testament.

Uiteindelijk zal hij zich na een lang en heftig innerlijk verzet laten dopen. Dit alles natuurlijk tot grote vreugde van zijn moeder met wie hij zich verzoende. Nu haar hartenwens was vervuld, besloot zij naar huis in Afrika terug te gaan. Augustinus reisde met haar mee. In Rome's havenstad Ostia overleed zij.

In 1162 werden haar relieken overgebracht naar het augustinessenklooster van Arrouaise bij Arras. Op 9 april 1430 werd haar stoffelijk overschot plechtig overgebracht naar Rome; daar werd zij tot de eer der altaren verheven en naast haar zoon bijgezet in de kerk van San Agostino, gelegen bij de Piazza Navona. Dat gaf een nieuwe opleving aan haar verering.

Het concilie van Trente (1570) bepaalde haar feestdag op 4 mei, de dag voordat Augustinus' bekering werd gevierd: die stond op 5 mei.
Zij is patrones van Santa Monica (Californië); van moeders en moederbonden, christenvrouwen en christelijke echtgenotes; van de Keulse 'gordelbroederschappen' (religieuze gemeenschappen die een gordel dragen); ook wordt haar voorspraak ingeroepen voor het zielenheil van kinderen die verkeerde wegen gaan.

2 mei 2019

Van de pastoor: Nemen wij onze toevlucht tot de heilige maagd Maria

Beminde gelovigen,

Tijdens de maand mei eren wij op bijzondere wijze de heilige maagd Maria en smeken wij haar bijstand en begeleiding af in ons streven om door dit aardse leven heen eens het hemelse vaderland te bereiken.

In onze dagen zijn vele mensen door onwetendheid en domheid bevangen. Zij laten zich leiden door leiders die denken dat zij zelf verlicht zijn en het openbare leven van onze samenleving kunnen regelen. Zij pretenderen de mensen te kunnen voeren naar een aards paradijs, een utopia. Door deze debiele leiders staan wij nu aan de afgrond van een volledige ondergang. De identiteit van onze beschaving is al verloren en ingeruild voor de Amerikaanse cultuur. Ondertussen verovert de islam het stervende Europa, ongecontroleerd en onder een bruisende fanfare van linkse tirannie en stervensbegeleiding van het christelijke Avondland, met als verdovend middel het milieu en de ideologie van tolerantie.

In deze tijden van gevaar om als volk, als natie, als continent, als civilisatie en als wereldbeschouwing leeggeroofd te worden en daardoor ook aan de rest van de wereld de zegeningen van de christelijke cultuur te onthouden, staat ons, als christenen, nu alleen nog de toevlucht tot de heilige maagd Maria ter beschikking om Europa te redden door haar voorspraak, zoals de Turkse overheersing bij Lepanto op haar voorspraak ons bespaard is gebleven.

Wij hoeven alleen maar dagelijks de rozenkrans te bidden.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

1 mei 2019

Informatiebulletin voor de maand mei is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand mei is verschenen. Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin mei' of klik op onderstaande afbeeldingen. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op een van de pagina's voor een vergrote versie.

1 mei: Heilige Jozef de arbeider, bruidegom van de heilige maagd Maria, belijder, hoogfeest

Jezus in de werkplaats bij Zijn voedstervader Jozef.

De kerkelijke viering van de heilige Jozef als arbeider is ingesteld in 1955 door paus Pius XII. Door de heilige Jozef tot voorbeeld te stellen voor de arbeiderswereld, gaf hij een christelijke oriëntatie aan de dag van de arbeid. Ook daar waar deze 1 mei-viering niet gebruikelijk is, herinnert de herdenking van de heilige Jozef als patroon van de arbeid aan de waarde van de menselijke inspanning voor het dagelijks onderhoud.