Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 november 2020, onder voorbehoud van wijzigingen.

Bidt u thuis ook mee?

Met de Rozenkransnoveen voor Kerk, gezin en vaderland: klik hier.
Om eerherstel te brengen aan Jezus in het Allerheiligste Sacrament: klik hier.


30 juni 2020

Vanaf 1 juli: Live-uitzending alleen op zondag

Nu de doordeweekse heilige Missen weer voor iedereen toegankelijk zijn, zal met ingang van 1 juli de live-uitzending van de heilige Mis vanuit onze kerk alleen nog op zondagen via internet te zien zijn.

Op deze website vindt u een link naar alle uitzendingen.

Informatiebulletin voor de maand juli is verschenen

Het Informatiebulletin is een gezamenlijke uitgave van de parochies H. Agnes en H. Jozef, gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie. De editie van de maand juli is nu verschenen. Daarin aandacht voor de voortgang van de dakrestauratie, nieuwe kerkgangers, een gebed van de heilige Ignatius en nog veel meer.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin juli' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

29 juni 2020

Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal Ik Mijn Kerk bouwen



Ootmoedig smeken wij U, Heer, dat Gij, Eeuwige Herder, Uw kudde niet zult verlaten,
maar door Uw heilige apostelen voortdurend zult beschermen en bewaren.
Moge zij geleid en bestuurd worden door hen,
die Gij tot voortzetting van het verlossingswerk in Uw plaats
tot haar herders hebt aangesteld.


Uit: de prefatie van de apostelen en evangelisten

Gij zijt Petrus

Tu es Petrus - Gabriel Fauré
uitgevoerd door Ensemble Vocal et Instrumental de Lausanne onder leiding van Michel Corboz


29 juni: H.H. Petrus en Paulus, apostelen, hoogfeest

Petrus heette aanvankelijk Simon, zoon van Jona (of Johannes). Zijn broer heette Andreas. Zij waren vissers op het moment dat Jezus hen vroeg Hem te volgen (Mc. 1,16-20). Van Jezus kreeg hij de bijnaam Petrus ('rots': Mt. 16, 18; Joh. 1, 42).

Uit de Evangeliën krijgt men de indruk dat hij een spontaan, hartelijk karakter had, ook met alle fouten van dien. Zo wilde hij niet dat Jezus hem de voeten waste, omdat dat slavenwerk was. Toen Jezus zei dat ze dan niet langer bij elkaar zouden horen, wilde hij ineens helemaal gewassen worden (Joh. 13, 6-9). Van de andere kant hield hij glashard vol Jezus niet te kennen, toen het hem te benauwd werd en hij tijdens Jezus' verhoor door omstanders werd herkend als een van Zijn leerlingen. Jezus had het hem in de vooravond nog voorzegd: "Eer de haan kraait, zul je me driemaal verloochend hebben" Toen er een haan kraaide, herinnerde Petrus zich Jezus' woorden en huilde bitter om zijn lafhartigheid (Mt. 26, 69-75). Als de leerlingen na Jezus' heengaan weer zijn gaan vissen en Hem herkennen op het strand, bedenkt Petrus zich geen moment, trekt zijn kleed aan, springt overboord en zwemt voor de boten uit naar Jezus toe (Joh. 21, 1-9). Deze Petrus is de prins der apostelen geworden (Joh. 21, 15-32).

In de eerste tien hoofdstukken van het bijbelboek ‘Handelingen van de Apostelen’ wordt verteld hoe Jezus’ leerlingen, en Petrus in het bijzonder, steeds meer bezield werden door Zijn Heilige Geest, en dus steeds meer op Jezus gingen lijken.

Eens kwam Petrus op een grote rondreis ook bij de leerlingen die in Lydda woonden, en trof daar een zekere Enéas aan, die reeds acht jaar wegens verlamming het bed moest houden. Petrus sprak tot hem: "Enéas, Jezus Christus geneest u, sta op en maak zelf uw bed in orde." Onmiddellijk stond hij op. Alle inwoners van Lydda en van de Saronvlakte zagen hem en bekeerden zich tot de Heer.

Dit verhaal doet denken aan de genezingen van lammen in de evangeliën: bij voorbeeld Marcus 2, 1-12, de lamme door het dak: Petrus' aanmaning hier "Maak uw bed in orde" herinnert enigszins aan Jezus' aanbeveling aan de lamme daar: "Neem uw bed op..." Het verhaal hier herinnert ons ook aan Johannes 5, 1-9, de genezing van de lamme in Betsaïda, doordat het aantal jaren van de verlamming uitdrukkelijk wordt genoemd: hier acht jaar bij Johannes 38 jaar.

Er leefde destijds in Joppe een leerlinge met name Tabita, wat in vertaling Dorkas, Gazelle, betekent. Zij was onuitputtelijk in het doen van goede werken en het geven van aalmoezen. Juist in die dagen was zij echter na een ziekte gestorven. Men waste haar en legde haar in een bovenvertrek. Omdat Lydda dichtbij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar verbleef, twee mannen naar hem toe met het verzoek: "Kom zonder uitstel naar ons toe." Petrus ging aanstonds met hen mee. Bij zijn aankomst brachten ze hem in het bovenvertrek, waar alle weduwen wenend hem omringden en al de kleren en mantels lieten zien die Dorkas gemaakt had toen ze nog in hun midden was. Petrus deed allen naar buiten gaan, knielde neer en bad. Toen sprak hij, zich kerend naar het lijk: "Tabita, sta op." Zij opende de ogen, zag Petrus en ging overeind zitten. Hij reikte haar de hand en hielp haar opstaan. Vervolgens riep hij de heiligen en de weduwen en gaf haar levend aan hen terug.
Dit werd bekend in heel Joppe, zodat velen het geloof in de Heer aannamen. (Hand. 9, 32-42)

Dit verhaal doet sterk denken aan Jezus' opwekking van Jaïrus' dochtertje. De belangrijkste overeenkomst is natuurlijk dat een vrouw uit de dood wordt opgewekt. Maar er zijn nog enkele details. Net als Jezus stuurt Petrus allen naar buiten. Ze spreken bijna dezelfde woorden. Waar Jezus zei: "Talita koemi, sta op!", horen we Petrus zeggen: "Tabita, sta op!" Net als Jezus pakt Petrus de vrouw bij de hand om haar op te richten.

De conclusie moet bijna wel zijn, dat in Petrus Jezus Zelf aan het werk is; in Petrus zijn de tijden van het Evangelie teruggekeerd.

Het tweede deel van de Handelingen van de Apostelen vertelt voornamelijk hoe Paulus het christendom onder de heidenen verkondigt. Toch is het Petrus die het eerst een heiden, Cornelius, tot Christus brengt (Hand. 10). Na de verhuizing uit Jeruzalem vestigde hij zijn zetel in de Syrische stad Antiochië; weer later ging hij naar de hoofdstad van het Romeinse Rijk, Rome.

Beroemd is de legende 'Quo vadis?' Tijdens de christenvervolgingen onder keizer Nero, drongen de gelovigen erop aan dat Petrus de stad zou ontvluchten. Uiteindelijk gaf hij gehoor aan hun dringende bede. Aan de rand van de stad kwam hij echter Jezus Zelf tegen; Hij droeg Zijn kruis in de richting van Rome. Verbijsterd vroeg Petrus "Quo vadis? Waar gaat U heen, Meester?" Waarop Jezus antwoordde: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Toen begreep Petrus dat hij er verkeerd aan deed de stad te ontvluchten; hij moest bij zijn mensen blijven. Hij keerde terug, en werd inderdaad enige tijd later gearresteerd en net als zijn Heer tot de kruisdood veroordeeld. Hij vond van zichzelf dat hij maar weinig op Jezus geleek. Daarom vroeg hij de gunst om met het hoofd naar beneden gekruisigd te worden.

Nero liet de twee kopstukken onder de christenen, de apostelen Petrus en Paulus arresteren door een zekere Paulinus. Deze wierp de twee in de gevangenis en droeg de bewaking op aan Processus en Martinianus. Maar Petrus wist deze wachters tot Christus te bekeren. Omdat er in de gevangenis geen water voorhanden was om hen te dopen, keerde Petrus in tot gebed en op hetzelfde moment sprong er een fontein op uit de stenen vloer. Nu openden de voormalige bewakers de deuren van de gevangenis voor hen en gaven hun de vrijheid terug. Later, na de marteldood van Petrus en Paulus, kwam hun dat eveneens op de doodstraf te staan: op last van Nero werd hun met het zwaard het hoofd afgehakt.

Op uitdrukkelijk aandringen van zijn medegelovigen nam Petrus de vlucht en ging op weg om de stad Rome te verlaten. Maar bij één van de stadspoorten aangekomen - op die plaats staat nu de kerk van Maria Onderweg - kwam Christus hem tegemoet. Hij sprak: "Maar Heer, waar gaat U heen (Quo vadis)?" Waarop de Heer antwoordde: "Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden." Petrus herhaalde: "Opnieuw gekruisigd?" "Ja". Daarop hernam Petrus: "Maar dan ga ik terug, Heer, om samen met u gekruisigd te worden." Daarop steeg de Heer weer ten hemel. Petrus bleef in tranen achter.

Hij begreep dat het uur van zijn marteldood geslagen had. Hij ging terug de stad in. Daar werd hij onmiddellijk gegrepen door de politie van Nero. Hij werd voor de stadhouder, Agrippa, geleid. Linus vertelde later dat Petrus' gelaat straalde van vreugde.

Linus was één van Petrus' leerlingen: hij zou hem opvolgen als bisschop van Rome, de belangrijkste van alle bisschoppen.

De stadhouder zei tot hem: "Dus u bent die man die er vreugde in vindt om temidden van het lagere volk te wonen? En die de vrouwen van de achterbuurten weghoudt van hun man in bed?" Waarop Petrus ten antwoord gaf: "Mijn enige vreugde vind ik in het kruis van mijn Heer." Omdat hij vreemdeling was, werd hij veroordeeld tot de doodstraf aan het kruis. Paulus daarentegen was Romeins staatsburger: hij werd veroordeeld tot onthoofding door het zwaard.

Dionysius (bijgenaamd 'de Areopagiet') schrijft een brief aan Paulus' leerling Timotheus over Paulus' dood. Daarin vertelt hij hoe de menigte, bestaande uit heidenen en joden, niet moe werd hen beiden, Petrus en Paulus, in het gezicht te spuwen en te slaan waar ze hen maar raken konden.

Op het moment dat ze van elkaar gescheiden werden, zei Paulus tegen Petrus: "De vrede zij met jou; jij bent de rots waarop de kerk gebouwd is; jij bent herder van Jezus' schapen." En Petrus zei tegen Paulus: "Ga in vrede, jij bent de verkondiger van de waarheid en van de blijde boodschap; jij bent de doorgever van het heil aan alle rechtvaardigen."

Deze passage roept allerlei teksten uit het Evangelie op. Ten eerste worden we herinnerd aan de gebeurtenis dat Petrus tegen Jezus zegt: "Gij zijt de Christus (Messias), de Zoon van de levende God." Jezus had toen op Zijn beurt gereageerd: "En jij, Simon, jij bent Petrus, rots, en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen." Jezus en Petrus hebben elkaar toen over en weer 'bevestigd' in wat ze ten diepste waren. Nu doen Petrus en Paulus hetzelfde ten aanzien van elkaar.

De woorden waarmee ze dat doen, slaan op eerdere gebeurtenissen. Na zijn verrijzenis is Jezus eens aan Petrus en Johannes verschenen. Jezus vroeg bij die gelegenheid aan Petrus tot drie keer toe of hij Hem beminde. Dat maakte Petrus bedroefd, want het herinnerde hem aan zijn drievoudige verloochening, in de nacht van Jezus' arrestatie en veroordeling: "Simon, bemin je mij?" Tot drie keer toe. Telkens als Petrus geantwoord had "Ja Heer, U weet dat ik U bemin" zei Jezus "Hoed mijn schapen!" Naar die woorden van Jezus verwijzen nu Paulus' woorden: "Jij bent de herder."

Op dezelfde manier bevestigt Petrus Paulus in het feit dat hij Gods woord heeft verkondigd onder de heidenen. Daarover was destijds het meningsverschil gegaan.

Daarop ging Dionysius met zijn meester Paulus mee. De twee apostelen zijn immers op gescheiden plaatsen ter dood gebracht. Toen Petrus geconfronteerd werd met het kruis waaraan hij zou komen te hangen, zei hij: "Mijn meester is vanuit de hemel op aarde neergedaald; vervolgens is Hij verheven aan het kruis. Mij heeft hij geroepen om van de aarde op te gaan naar de hemel. Daarom wil ik gekruisigd worden met mijn hoofd naar de aarde en mijn voeten naar de hemel. Kruisig mij dus met mijn hoofd omlaag, want ik ben niet waardig op dezelfde manier te sterven als mijn Meester, Jezus." Dat gebeurde. Men draaide het kruis ondersteboven, zodat hij met zijn hoofd naar beneden kwam te hangen en met zijn voeten naar de hemel.

De medegelovigen waren woedend op Nero; ze riepen dat ze zijn dood wilden, van hem en van zijn stadhouder. Maar Petrus smeekte hun zijn martelaarschap niet tegen te houden. Daarom opende God de ogen van al degenen die hem beweenden. En zie, nu zagen zij engelen staan met kronen van rozen en lelies in de hand; en Petrus stond erbij; Christus reikte hem een boek over en hardop las hij wat er in stond. De apostel aan het kruis bemerkte dat zij al zijn heerlijkheid aanschouwden. Voor een laatste maal beval hij zichzelf aan in hun gebeden. Daarop gaf hij de geest. Twee van zijn leerlingen, Marcellus en Apuleus, haalden hem van het kruis af en begroeven hem na hem met geurige kruiden gebalsemd te hebben.

In Rome begint het feest van Petrus en Paulus met de pontificale vespers op 28 juni in de basiliek van Sint Paulus buiten de Muren. Op de dag zelf viert de Paus de hoogmis in de Sint-Pietersbasiliek, boven het graf van Sint Petrus. Tijdens deze plechtigheid legt hij bij de nieuw benoemde metropolieten (aartsbisschoppen) het pallium op. De Evangelielezing van deze Mis is genomen uit het Mattheüs-evangelie (16, 13-19). Daarin zegt Jezus dat Simon de steenrots is (Tu es Petrus) op wie Hij Zijn Kerk zal bouwen.

28 juni 2020

Zadok the Priest (Coronation Anthem No 1) - G.F. Händel

Vierde zondag na Pinksteren

De wonderbare visvangst

Epistel
Rom. 8, 18-23
Broeders, ik ben van mening dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de toekomstige heerlijkheid, die in ons geopenbaard zal worden. Want met reikhalzend verlangen ziet de schepping uit naar de verheerlijking van de kinderen Gods. De schepping immers is onderworpen aan de verwording, niet uit eigen wil, maar door de wil van Hem, Die haar onderworpen heeft - en wel vol hoop; want ook de schepping zelf zal bevrijd worden van die dienstbaarheid aan het bederf, om te komen tot de kinderen Gods. Wij weten immers, dat heel de schepping zucht en in weeën ligt tot op deze dag. En zij niet alleen, maar ook wij zelf, die de Geest bezitten, als eerste vrucht, ook wij zuchten in ons binnenste, smachtend van verlangen naar onze aanneming tot kinderen Gods, naar de bevrijding namelijk van ons lichaam, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 5, 1-11
In die tijd stond Jezus aan de oever van het meer van Genesareth, terwijl de menigte op Hem aandrong, om naar het woord Gods te luisteren. En Hij zag daar twee scheepjes aan de oever liggen; de vissers waren er uit gegaan en spoelden hun netten. En Hij ging in één van de scheepjes, dat van Simon was, en verzocht hem een weinig van wal te steken. En nedergezeten begon Hij van uit het scheepje de menigte te onderrichten. Toen Hij nu ophield met spreken, zei Hij tot Simon: Steek nu wat verder van wal, en werp uw netten uit ter vangst! En Simon gaf Hem ten antwoord: Meester, de gehele nacht hebben wij gewerkt en niets gevangen; maar op Uw woord zal ik het net uitwerpen! Zij deden dat, en vingen een grote menigte vissen, zodat hun net begon te scheuren. En zij wenkten hun metgezellen in het andere scheepje, om hen te komen helpen. En deze kwamen; en zij vulden beide scheepjes tot zinkend toe. Toen Simon Petrus dit zag, viel Hij voor Jezus' voeten neer en zei: Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens. Want hij en allen, die bij hem waren, stonden verbaasd over de visvangst, die zij gedaan hadden; evenzo ook Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, die de gezellen van Simon waren. Maar Jezus sprak tot Simon: Wees niet bevreesd; van nu af zult gij mensen vangen! Toen brachten zij de scheepjes aan wal, verlieten alles, en volgden Hem.

Overweging
Met de wonderbare visvangst uit het Evangelie van deze zondag trof Jezus Petrus in het hart: “Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens”. Maar Jezus zei tot hem: “Wees niet bevreesd; van nu af zult gij mensen vangen.” Toen brachten zij de boten aan wal, verlieten alles en volgden Hem. (Lc. 5, 10-11). Hiermee nam de stichting van de Kerk een aanvang. In dit schamel begin zag de Heer alles wat komen zou. Deze enkele mannen, ongeletterd en onbemiddeld, zonder eigen ideeën en zonder kennis van de wereld, zouden Zijn werk vestigen dat de eeuwen en de landen moest vervullen. En Petrus, een eenvoudige visser, werd het fundament dat de Wereldkerk zou dragen. Onze Heer wist dit, maar op dat ogenblik was er niets dat menselijkerwijze zulk een verwachting kon rechtvaardigen. Niets was er dan de lichte aanduiding van iets hogers, vervat in de edelmoedigheid waarmee zij alles verlieten. Zij vroegen niets meer, maar lieten alles achter.

Aan het begin van hun apostolisch leven stond dus een daad van grote edelmoedigheid: zich losrukken van dierbare en schijnbaar noodzakelijke dingen om zich toe te wijden aan de persoon van Christus. Wat een offer! Wie alles verlaat wat hij heeft brengt een groot offer, ook al bezit hij weinig. Elke christen, iedereen van ons, naar de mate van zijn roeping en genade, moet zich het woord van Jezus herinneren als ook tot hem gesproken: Gij zult mensen vangen. De plicht van het apostolaat heeft Christus aan Zijn Kerk als geheel opgelegd. Hij geldt op de eerste plaats voor de bisschoppen en de priesters. Maar alle leden van de Kerk zijn, ieder op zijn eigen wijze, geroepen tot zielenijver en min of meer tot onmiddellijke deelname aan het apostolaat. Op een bepaalde manier moeten wij allen mensenvissers worden. Ieder mens is een missionaris. Het geloof dat wij eens hebben ontvangen moet ook aan anderen gebracht worden. Misschien geldt dat nog meer in de huidige wereld, waar zo veel mensen naast ons leven zonder God te kennen. En het gaat er niet om in de straten te lopen en over God te vertellen -- al zou dat misschien best kunnen helpen -- maar het gaat vooral over de duidelijkheid van ons eigen geloof. Deze duidelijkheid is niets anders dan het gaan staan achter alles wat de Kerk ons leert en dat alles ook daadwerkelijk te beleven. Dus het is niets anders dan het geloof ernstig nemen in het leven.

Vele mensen zeggen tegenwoordig: "Ik ben katholiek opgevoed, maar..." of: "Ik ben gedoopt, maar ik heb niets meer met de Kerk te maken." Uiteindelijk laten velen zich uit de Kerk uitschrijven, alsof zij slechts een institutie of stichting is. Zulke mensen hebben niet alleen hun eigen roeping tot Gods kindschap niet verstaan, maar evenmin hun betekenis voor de uitbreiding van de Kerk in de wereld. Wij zijn ooit lid geworden van het mystieke Lichaam van Christus, en wij zijn allen verantwoordelijk voor de groei van dit Lichaam. Hoe moeten wij dat doen? Wat vraagt Christus van ons als Hij zegt: gij zult mensen vangen? Dan vraagt Hij van ons om gebed en om het voorbeeld van een echt diep christelijk leven. De Kerk heeft in haar apostolaat ons gebed nodig. Wij moeten niet alleen bidden om zelf het geloof te bewaren, maar ook voor hen die Christus nog niet hebben ontvangen. En het maakt niet uit of deze mensen het geloof hebben verloren of dat zij daarover helemaal nooit iets hebben gehoord. Dit gebed heeft de missionaris in verre landen nodig, maar ook elke priester die in onze parochies werkt. Wij moeten onophoudelijk en vurig bidden, ook als het moeilijk is en wij soms geen vruchten van ons gebed kunnen zien. Vergeten wij niet dat Gods wegen niet die van de mensen zijn, en dat God wonderen kan bewerken op een meest onverwacht moment. De apostelen in het Evangelie van vandaag konden de hele nacht niets vangen, maar op een woord van Christus raakten de netten vol.

En ons eigen voorbeeld. Wij moeten aan andere mensen laten zien dat het geloof ons leven verandert. Dat wij denken en spreken en leven volgens dat wat wij geloven. Onze woorden over God kunnen veel leren, maar wat trekt is het voorbeeld. Voorbeeld van een integraal geloof dat in mijn eigen leven bepaalt wat ik denk, zeg en doe, maar dat ook invloed heeft op de omgeving waarin ik leef. Daarom als wij ons echte christenen willen noemen, moeten wij daadwerkelijk gaan staan achter alles wat God ons door Zijn Kerk leert. Niemand mag voor zichzelf uitkiezen wat hij of zij wil geloven of aanvaarden. En niemand mag, als katholiek, zijn geloof scheiden van zijn maatschappelijk leven. Wij moeten duidelijk zijn overal waar wij zijn. Dat is ook een akte van naastenliefde om de anderen niet in verwarring te brengen. Te veel mensen blijven ver van de Kerk op grond van het slechte voorbeeld van ons, christenen.

27 juni 2020

27 juni: Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand

Op 27 juni viert de Kerk de feestdag van onze lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand. De bekende Maria-icoon – die ook in onze kerk aanwezig is – is in 1866 door paus Pius IX aan de redemptoristen toevertrouwd met de opdracht om de devotie tot Maria onder deze eretitel wereldwijd te verspreiden.


Gebed

O Moeder van Altijddurende Bijstand,
ik kom tot u met een kinderlijk vertrouwen.
Verwerf voor mij van uw goddelijk Kind
die deugden die ik nodig heb om heilig te leven
en heilig te sterven.
Verkrijg voor mij een hart,
dat Jezus bovenal liefheeft
en zich voor de naaste weet op te offeren;
een hart, welks vertrouwen op Gods vaderlijke voorzienigheid
door niets aan het wankelen wordt gebracht,
dat bij moeilijkheden nooit moedeloos wordt,
maar edelmoedig zich aan Gods heilige Wil onderwerpt;
een hart dat berouw voelt over bedreven fouten
zonder kleinmoedig te worden;
een hart gelijkvormig aan het Hart van uw goddelijk Kind.
Steun mij, o Moeder van Altijddurende Bijstand,
in mijn zwakheid, verlicht mij in twijfels,
troost mij in moedeloosheid.
Wees gij, o Maria, voor mij een Moeder
in alle omstandigheden,
ik wil steeds uw kind blijven.
Amen.

25 juni 2020

25 juni: Heilige Wilhelmus, abt

Wilhelmus werd in 1085 te Vercelli in Piemonte geboren. Op 12-jarige leeftijd verloor hij zijn beide ouders. Hij was nog geen veertien, toen hij de wens te kennen gaf een pelgrimstocht van boetvaardigheid te houden naar Jacobus van Compostella. Hij volbracht deze onderneming blootsvoets en met slechts één kleed bij zich. Eenmaal thuis wilde hij ook naar het Heilig Land gaan om de plaatsen te bezoeken waar Christus had geleefd. Maar daar kwam niets van, omdat God hem onoverkomelijke hindernissen in de weg legde. Hij trok zich terug in de eenzaamheid van een kale berg.

Daar passeerde eens een mooi meisje dat haar blinde vader geleidde. Toen de man besefte welke kans hier voor hem lag, begon deze te bidden en te smeken dat de kluizenaar voor hem bij God een goed woordje zou doen, zodat hij zijn gezichtsvermogen terug zou krijgen. Maar de heilige leerde hem dat wij het lijden soms moeten ondergaan en aanvaarden; daarop gaf hij hem zijn zegen, en de zieke bleek op slag genezen.

Dit werd al gauw overal bekend en van heinde en ver kwamen de mensen naar hem toe. Om de toeloop te ontvluchten besloot hij alsnog naar het Heilige Land te gaan. Nu was het een droom die hem ervan hield. Hij nam zijn toevlucht tot een volkomen afgelegen en eenzame berg, de Vergine (= Maagd), ergens in de buurt van Napels. Tot dan toe hadden alleen beesten daar een onderkomen kunnen vinden.

Wilhelmus nam een voorbeeld aan Johannes de Doper. Hij droeg een haren kleed op het blote lijf; hij at slechts eenmaal per dag, op het moment dat de zon was ondergegaan; en naar het voorbeeld van de oude woestijnvaders en kluizenaars las hij elke dag alle honderdvijftig psalmen.

Ondanks de gestrengheid van zijn boetvaardig leven kreeg hij toch metgezellen, onder wie een zekere Albertus. Twee jaar later al had zich een hele kring van vrome mannen rond hem verzameld. Er waren zelfs priesters bij. Hij leerde hun het Evangelie consquent en zo volmaakt mogelijk na te leven, zoals de heilige Benedictus dat in zijn regel voor monniken zo duidelijk voorschrijft. Aldus ontstonden er meerdere klooster-nederzettingen.

Wilhelmus wordt afgebeeld als abt, soms met een wolf bij zich.

24 juni 2020

24 juni: Geboorte van de heilige Johannes de Doper, hoogfeest

Epistel
Jes. 49, 1-3, 5-7
Luistert, gij, eilanden, en geeft acht, gij, volken in de verte. De Heer heeft mij geroepen, toen mijn moeder mij nog droeg; vanaf de schoot van mijn moeder dacht Hij reeds aan mij. En Hij maakte mijn mond als een scherpsnijdend zwaard; met de schaduw van Zijn hand heeft Hij mij beschut. En Hij heeft mij behandeld als een uitgelezen pijl; in Zijn pijlkoker heeft Hij mij weggeborgen. En Hij sprak tot mij: Mijn knecht zijt gij, Israël, want aan u zal ik Mij verheerlijken. En nu, spreekt de Heer, Die vanaf de moederschoot mij vormde tot Zijn knecht: Zie, Ik heb u gesteld tot een licht voor de volken, opdat gij Mijn heil zou zijn tot aan het einde der aarde. Koningen zullen het zien, en vorsten zullen opstaan en zich nederwerpen in aanbidding ter wille van de Heer, de Heilige van Israël, Die u heeft uitverkoren.

Evangelie
Lc. 1, 57-68
Voor Elisabeth brak de tijd aan, dat zij moeder zou worden; en zij schonk het leven aan een zoon. En haar buren en verwanten vernamen, dat de Heer haar in hoge mate begenadigd had, en zij verheugden zich met haar. En het geschiedde op de achtste dag, dat men het kind kwam besnijden; en men wilde het de naam geven van zijn vader, Zacharias. Maar zijn moeder nam het woord en zei: Neen, hij moet Johannes heten. Doch zij antwoordden haar: Er is niemand in uw familie, die zo heet. Toen vroeg men met gebaren aan zijn vader, hoe hij hem wilde noemen. En deze vroeg om een schrijfbordje en schreef: Johannes is zijn naam. En allen verwonderden zich. Maar op hetzelfde ogenblik ging zijn mond en zijn tong weer los, en hij sprak en verheerlijkte God. En al hun buren werden door vrees bevangen; en door geheel het bergland van Judea werden al deze dingen bekend. En allen, die het hoorden, dachten er over na en zeiden: Wat zal er uit dit kind nog worden? Inderdaad, de hand des Heren was met hem. En zijn vader Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest, en hij sprak dit profetisch woord: Gezegend zij de Heer, de God van Israël, want Hij heeft Zijn volk bezocht en het verlossing gebracht.

Overweging
Vandaag viert de Kerk de geboorte van de heilige Johannes de Doper, de voorloper van Jezus Christus, de Messias. Van geen enkele heilige wordt de geboorte gevierd (alleen van de heilige maagd Maria en van Jezus Zelf), maar wel van Johannes, omdat hij reeds voor zijn geboorte door God werd geheiligd. Hij is de grootste onder de profeten, de man door God gezonden. Hij doopte in de Jordaan een doopsel van bekering en kondigde aan: "Na mij komt Iemand Die groter is dan ik; ik ben zelfs niet waard de riem van Zijn sandaal los te maken" (dat was nederig slavenwerk!).

Hij zag zijn optreden zelf als baanbrekend werk voor de Messias. Deze herkende hij in Jezus op het moment dat hij Hem doopte, althans zo zeggen de drie evangelisten Mattheüs, Marcus en Lucas. De vierde, Johannes, suggereert dat Johannes Jezus al eerder kende. Immers, toen Jezus voorbijging, duidde hij Hem aan als het Lam Gods. (Op de afbeelding hierboven wijst Johannes de Doper het Lam Gods aan.)

Er is ook wel iets voor te zeggen dat Johannes Jezus al kende, want bij Lucas lezen we dat Johannes' moeder, Elisabeth, een bejaarde nicht van Jezus' moeder was. Toen Maria van de engel Gabriël de boodschap ontving dat zij van Gods Geest een kind zou krijgen en vroeg hoe dat mogelijk was daar ze geen omgang had met een man, antwoordde de engel: "Bij God is alles mogelijk. Zelfs uw nicht Elisabeth, die onvruchtbaar heette, is al in haar zesde maand." Daarop snelde Maria naar Elisabeth toe om haar in de laatste maanden voor de geboorte ter zijde te staan. Bij de begroeting tussen beide vrouwen - zo schrijft Lucas diepzinning en prachtig - sprong het kind op in de schoot van Elisabeth; dat was voor Elisabeth voldoende om te beseffen dat zij hier te doen had met de aanstaande moeder van de Messias.

Ook Johannes' geboorte was aangekondigd door de engel Gabriël, en wel aan zijn vader Zacharias op het moment dat hij zich als priester in het heilige vertrek van de tempel bevond en aan het oog van het volk onttrokken was. Ook hij vroeg hoe zoiets kon, daar hij en zijn vrouw onvruchtbaar waren gebleken. Ook hij had als antwoord gekregen dat voor God niets onmogelijk is; hij kreeg bovendien een teken van de waarheid mee: hij zou niet kunnen spreken tot aan de geboorte van het kind, dat hij Johannes moest noemen. Want dit kind zou zijn naam meer dan waarmaken.

Toen het kind geboren was en men aan Zacharias vroeg hoe het moest heten, moest hij gebruik maken van een schrijftabletje om te antwoorden: "Johannes moet het heten." Op dat moment werd hem het vermogen tot spreken teruggegeven. De buren, familie en bekenden stonden verbaasd, want er was niemand in de familie die zo heette.

21 juni 2020

Gloria - Antonio Vivaldi

Derde zondag na Pinksteren

De barmhartige Christus door Jaun Martinez Montanes (1603)

Epistel
Petr. 5, 6-11
Veelgeliefden, buigt u nederig onder de machtige hand van God; dan zal Hij u verheffen op de dag van de bezoeking. Werpt al uw bezorgdheid op Hem; want Hij draagt zorg voor u. Weest op uw hoede, en blijft waakzaam; want uw vijand, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, en zoekt, wie hij kan verslinden; weerstaat hem door de kracht van uw geloof, en bedenkt, dat uw christenbroeders over de gehele wereld hetzelfde lijden treft. Maar de God van alle genade, die ons heeft geroepen tot Zijn eeuwige glorie in Christus Jezus, Hij zal ons na een weinig lijden tot volmaaktheid brengen, ons versterken en bevestigen. Aan Hem de glorie en de opperheerschappij in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Lc. 15, 1-10
In die tijd kwamen de tollenaars en de zondaars tot Jezus, om naar Hem te luisteren. Maar de farizeën en schriftgeleerden morden en zeiden: Deze man ontvangt zondaars en eet met hen! Doch Hij hield hun de volgende gelijkenis voor: Wie van u, die honderd schapen heeft, en er één van verliest, laat niet de negenennegentig in de woestijn achter, om het verlorene te zoeken, tot hij het vindt? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders, en thuisgekomen roept hij vrienden en buren bijeen en zegt hun: Verheugt u met mij, want ik heb mijn schaap teruggevonden, dat verloren was! Ik zeg u: zó zal er meer vreugde zijn in de hemel over één zondaar, die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben! Of welke vrouw, die tien drachmen bezit, en er één drachme van verliest, zal niet de lamp aansteken, en het huis uitvegen, en zorgvuldig zoeken, tot zij ze vindt? En als zij ze gevonden heeft, roept zij vriendinnen en buren bijeen en zegt: Verheugt u met mij; want ik heb de drachme teruggevonden, die ik verloren had! Zó - zeg Ik u - zal er vreugde zijn bij de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert!

Overweging
In het epistel van vandaag spoort Sint Petrus ons aan tot geduld en tot vertrouwen. “Vernedert u dus onder Gods machtige Hand”, zegt hij, “opdat Hij u te Zijner tijd moge verheffen.” Verheven zullen wij worden in Jezus Christus, dus werpen wij al onze bekommernis op Hem, want Hij draagt zorg voor ons. Zien wij toch naar Christus en dragen wij aan Hem alles op, en zijn wij geduldig bij het dragen van ons eigen kruis.

Het lijden is, net zoals een bekoring, een gelegenheid tot overwinning of tot nederlaag. Een reden te meer om in gebed en in de eenzaamheid met God de kracht te zoeken tot aanvaarding van hetgeen waaraan wij toch niet kunnen ontsnappen: het lijden in ons aardse bestaan. Niet het lijden kunnen wij weghalen, maar de manier waarop wij daarmee omgaan. Wij kunnen het lijden vruchtbaar maken doordat wij daarin een gemeenschap met Jezus zoeken, doordat wij het lijden dragen in liefde, uit dankbaarheid voor onze verlossing. Wij kunnen deze vruchtbare realiteit ook afwijzen en bitterheid over ons aardse bestaan opwekken. Deze laatste keuze geeft geen toegang tot Gods levengevende gemeenschap, het eeuwig leven, maar verlokt de mens tot compensatie van het lijden door allerlei plezierzucht, en maakt hem blind voor het hogere doel van het menselijk leven. Dat doel is om reeds tijdens het aardse leven de gemeenschap met God te zoeken en om dit huidige leven te heiligen met de genade die God geeft door het leven in de Kerk, het Lichaam van Christus. Dit lichaam opent voor ons een oneindige geestelijke rijkdom en werkelijkheid.

Want verenigd in het mystieke lichaam brengen wij een gezamenlijk offer, dat allen ten goede komt. Ons lijden, geheiligd door de verheven vriendschap met Christus, helpt om hen te heiligen, die nog niet geloven, en om hen die in het lijden geen zin zien tot Christus en tot God te voeren. Op deze wijze wordt al het lijden dat ons ongevraagd overkomt een uitmuntend apostolaat. Dit is de wonderbare uitwerking van onze eenheid met Christus Die Zelf voor alle tijden en voor alle mensen heeft geleden. Hij vraagt van ons dat wij ons lijden met geduld en met liefde dragen, want de vrucht van het lijden is de verlossing.

19 juni 2020

De wereldzee verheft haar woeste baren



De wereldzee verheft haar woeste baren,
de storm breekt los op 't uitgestrekte meer.
En wij, verschrikt door alle die gevaren,
wij vallen hier voor Uwe voeten neer.

Refrein
O God van vrede,
reik ons Uw hand,
aanhoor onze gebeden
voor Kerk en vaderland.

Uw Heilig Hart verschijnt in 't diepe duister.
Het geeft ons troost, en lenigt onze smart.
't Verschijnt, omstraald van glorie en van luister,
al onze hoop is in Uw Heilig Hart.

Ja, christ'nen, hoop in 't midden der gevaren,
hoopt en betrouwt in deze duis'tre nacht.
Rond 't Heilig Hart, daar zullen wij ons scharen,
het Heilig Hart dat geeft ons moed en kracht.

O Heilig Hart, zo minnend en zo machtig,
bescherm Uw Kerk, in 't dringende gevaar.
O Heilig Hart, wees Uw beloft' indachtig,
de poort der hel vermag niets tegen haar.

Heilig Hart van Jezus, hoogfeest

Almachtige Vader, eeuwige God, U hebt gewild dat Uw eniggeboren Zoon,
hangende aan het Kruis, door de lans van een soldaat werd doorstoken,
opdat het geopend Hart, schatkamer van de goddelijke vrijgevigheid,
stromen van erbarming en genaden over ons zou uitstorten,
en dat dit Hart, dat nooit ophoudt zich te ontvlammen uit liefde tot ons,
een rustplaats zou zijn voor de vromen
en aan de boetvaardigen een veilige toevlucht zou bieden.

Litanie van het Heilig Hart van Jezus

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons, Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, de Zoon van de eeuwige Vader, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, door de Heilige Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, wezenlijk verenigd met het Woord van God, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, oneindige majesteit, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, heilige tempel van God, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, woontent van de Allerhoogste, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, huis van God en poort van de hemel, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, gloeiende oven van liefde, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, schatkamer van gerechtigheid en van liefde, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, vol goedheid en liefde, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, peilloze diepte van alle deugden, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, alle lofprijzingen overwaardig, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, Koning en middelpunt van alle harten, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, waarin alle schatten zijn van wijsheid en van wetenschap, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, waarin de Godheid in alle volheid woont, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, waarin de Vader Zijn welbehagen heeft gesteld, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, dat ons allen deelgenoot hebt gemaakt van Uw oneindige rijkdom, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, verlangen van de eeuwige heuvelen, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, geduldig en groot in barmhartigheid, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, mild voor allen, die U aanroepen, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, bron van leven en van heiligheid, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, verzoening voor onze zonden, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, van versmadingen verzadigd, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, om onze misdaden gebroken, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, gehoorzaam geworden tot de dood, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, met een lans doorstoken, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, bron van alle troost, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, ons leven en onze verrijzenis, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, onze vrede en onze verzoening, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, slachtoffer voor de zondaars, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, heil van hen, die op U hopen, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, hoop van ben, die in U sterven, ontferm U over ons.
Hart van Jezus, hoogste Vreugde van alle heiligen, ontferm U over ons.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Jezus, zachtmoedig en nederig van Hart, maak ons hart gelijkvormig aan Uw Hart.

Laat ons bidden. Almachtige, eeuwige God, sla Uw blikken op het Hart van Uw zeer beminde Zoon en op de lofprijzingen en voldoeningen, die Hij U heeft gebracht in naam van de zondaars. Laat U verzoenen en schenk vergiffenis aan hen, die Uw barmhartigheid afsmeken, in de Naam van dezelfde Jezus Christus, Uw Zoon, Die als God met U leeft en heerst in de eenheid met de Heilige Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

18 juni 2020

Devotie tot het Heilig Hart van Jezus: Waarom moeten wij eerherstel brengen aan Christus?

Hoe zouden onze oefeningen van ereboete Christus kunnen troosten, Die reeds verheerlijkt heerst in de hemelen? Wij antwoorden hierop met de toepasselijke woorden van Sint Augustinus: "Geef mij iemand, die bemint, en hij begrijpt wat ik bedoel".

Want ieder, die God oprecht liefheeft, ziet bij het overwegen van het verleden de Christus lijdend voor ons mensen, gekweld, bedroefd, het ontzettendste verdurend, "om ons mensen en voor ons heil" bijna bezwijkend onder droefheid, benauwdheden en versmadingen, ja, "vermorzeld om onze misdaden" (Jes. 53, 5) en ons genezend door Zijn wonden. En dit alles overwegen de vrome zielen des te meer naar waarheid, omdat de zonden en wandaden der mensen, op welke tijd ook bedreven, de oorzaak waren, waarom de Zoon Gods ter dood werd overgeleverd; ook thans zouden deze uiteraard Christus de dood aandoen met dezelfde smart en droefenis. Elke zonde immers wordt geacht op haar wijze het lijden des Heren te hernieuwen, "daar zij, zover het hen betreft, de Zoon van God kruisigen en bespotten" (Hebr. 6, 6).

Als dus de ziel van Christus ook om onze zonden, die nog in de toekomst lagen en die Hij voorzag, bedroefd is geworden tot de dood, dan lijdt het geen twijfel, of Hij heeft ook toen reeds geen geringe troost ondervonden uit ons eerherstel, eveneens door Hem voorzien, toen "een engel uit de hemel, Hem verscheen" (Lc. 22, 43) om Zijn door verdriet en benauwdheden terneergeslagen Hart te versterken.

En zo doende kunnen en moeten wij het Heilig Hart, dat door de zonden der ondankbare mensen zonder ophouden wordt gewond, ook nu nog op een wel wondere maar toch waarachtige wijze vertroosten, vooral daar Christus Zelf (zoals de liturgie ons doet lezen) bij monde van de psalmist Zich beklaagt van Zijn vrienden verlaten te zijn: "Gij weet hoe de smart Mij het Hart heeft gebroken. Ik hoopte op medegevoel; dit bleef achterwege; op troosters, doch ook hen vond Ik niet" (Ps. 68, 21).

Uit: De encycliek 'Miserentissimus Redemptor', over het eerherstel aan het Heilig Hart van Jezus - Paus Pius XI - 8 mei 1928

18 juni: Heilige Ephrem, de Syriër, diaken, belijder en Kerkleraar

Ephrem werd rond 306 geboren in plaats Nisibis. Voor het jaar 338 moet hij de diakenwijding ontvangen hebben. Toen deze stad in 363 werd veroverd door de Syriërs week hij uit naar Edessa dat nog juist tot het Romeinse Rijk behoorde. Daar opende hij een theologische school.

Hij schreef een vloed aan vooral moralistische en mystieke werken.

Tijdens een hongersnood in 372 wist hij de rijken ertoe te bewegen hun voorraadschuren te openen voor armen.

Paus Benedictus XV riep hem in 1920 uit tot Kerkleraar. Op basis van de talrijke theologische tractaten en liederen die alle in metrische vorm zijn geschreven, draagt hij als bijnaam 'citer (of harp) van de Heilige Geest'.

17 juni 2020

Het kruis van Christus is het heil van alle mensen

Jezus Christus is nedergedaald ter helle.

Onze Heer werd door de dood vertreden, maar Hij baande een weg over de dood heen. Hij onderwierp Zich aan de dood en onderging haar vrijwillig om de dood, tegen haar wil in, ten val te brengen. Want onze Heer droeg Zijn kruis toen Hij de stad uittrok, zoals de dood het wilde, en toen Hij een kreet slaakte op het kruis, liet Hij de doden wegtrekken uit het dodenrijk, tegen de wil van de dood in. Want met het wapen waarmee de dood Hem doodde, behaalde Hij ook de overwinning op de dood. De godheid was verborgen in de mensheid en daarom naderde de dood Hem. Zij doodde en werd gedood. De dood doodde het leven dat in de menselijke natuur aanwezig was en werd gedood door het leven dat zich buiten die natuur bevond. En omdat de dood onze Heer niet zou kunnen verteren wanneer Hij geen lichaam had, en omdat het dodenrijk Hem niet zou kunnen verslinden wanneer Hij niet van vlees en bloed was, kwam Hij tot de Maagd, opdat vandaar een voertuig Hem naar het dodenrijk zou brengen.

Met het lichaam dat Hij van de Maagd had ontvangen, trad Hij het dodenrijk binnen en Hij plunderde daar de schatten en roofde de rijkdommen. En vervolgens ging Hij naar Eva, de moeder van al wat leeft. Zij is de wijnstok, waarvan de dood, door haar toedoen, de omheining openbrak om haar vruchten te kunnen proeven. En Eva, de moeder van al wat leeft, is de bron van de dood geworden voor al wat leeft.

Maar Maria, de nieuwe loot, ontsproot uit Eva, de oude wijnstok, en het nieuwe leven nam in haar zijn intrek. Want, wanneer de dood zou komen om gewoontegetrouw zich zelfverzekerd goed te doen aan de sterfelijke vruchten, was daarin voor haar het leven verborgen dat de dood doodt. Zo zou de dood eerst onbevreesd het leven verslinden, maar het daarna weer uitspuwen en tegelijkertijd mét het leven ook de vele doden.

Dit is de zoon van de kundige timmerman die zijn kruis vervaardigde en het boven het allesverslindende dodenrijk plaatste en zo de mensheid naar de overkant leidde, naar het rijk van het leven. Omdat door het hout de mensheid is gevallen tot in het dodenrijk, is zij over het kruishout naar het rijk van het leven gegaan. Op het hout waarop de bitterheid was geënt, werd de zoetheid geënt, opdat wij Hem zouden leren kennen tegen Wie geen van de schepselen is opgewassen.

U zij lof, omdat Gij Uw kruis hebt gemaakt tot een brug die over de dood heen voert, zodat de zielen uit het land van de doden overgaan naar het land van de levenden. U zij lof, omdat Gij U hebt gekleed in het lichaam van de sterfelijke Adam en het gemaakt hebt tot een bron van leven voor alle stervelingen. Gij zijt de levende. Want zij die U gedood hebben, zijn landbouwers geworden die Uw leven als graan in de diepte van de aarde hebben gezaaid, opdat het zou verrijzen en velen zou doen verrijzen.

Komt, laten wij onze liefde maken tot een groot gemeenschappelijk wierookvat en laten onze psalmen en onze gebeden als wierook opstijgen naar Hem Die Zijn kruis gemaakt heeft tot een wierookvat voor de godheid en Die voor ons allen Zijn Bloed als wierook heeft laten opstijgen.

Uit een preek van de heilige diaken en kerkleraar Ephrem, de Syriër (+ 373)

Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel?
De prikkel van de dood is de zonde; maar God zij dank,
Die ons de overwinning geeft door Jezus Christus, onze Heer.

(1 Kor. 15, 55-56)

Devotie tot het Heilig Hart van Jezus: Door zovele lieve kleinen

Door zovele lieve kleinen
wordt Gij, Jezus, niet bemind.
Kom ze spijzen, Vriend der reinen.
Word hun Koning, Kindervriend.

Refrein
Koning van de zielen die U minnen, hosanna.
Koning van de christen-huisgezinnen, hosanna.
Jezus, Opperkoning van de maatschappij, U aanbidden wij.
Heilig Harte van Jezus, ons toekome Uw Rijk.

In zo menig mensenwoning
wordt Gij, Jezus, niet bemind.
Treed er binnen, word er Koning,
liefderijke Mensenvriend.

Ach, en in zovele landen
wordt Gij, Jezus, niet bemind.
Word nu Koning aller standen,
wees de grote Volkenvriend.

Zalige Edward Poppe

14 juni 2020

Lof en eer zij Jezus Christus in het heilig Sacrament



Refrein
Lof en eer zij Jezus Christus
in het heilig Sacrament.
Lof en eer zij Jezus Christus
in het heilig Sacrament.

Jezus wil door een mirakel
met ons wonen dag en nacht.
Door Zijn liefd' in 't tabernakel
tot gevangenschap gebracht.

Alle stonden, ons ten spijze,
daalt Hij in der priestren hand,
telkens op onbloed'ge wijze,
's werelds heilig Offerand.

Jezus, trouwste Vriend der vrienden,
nodigt allen: Komt tot Mij!
Komt, gij zult verkwikking vinden,
wat uw smart en leed ook zij.

'k Wil, o Jezus, steeds U geven
hier op aarde liefd' en lof.
Moog ik eeuwig, heilvol leven
bij Uw troon in 't hemels hof.

Tweede zondag na Pinksteren

Epistel
1 Joh. 3, 13-18
Veelgeliefden, wilt u niet verwonderen, als de wereld u haat. Wij weten, dat wij zijn overgebracht van de dood naar het leven, daar wij immers onze broeders beminnen. Wie geen liefde heeft, blijft nog in de dood. Ieder, die zijn broeder haat, is een moordenaar. En gij weet, dat geen moordenaar eeuwig leven in zich draagt. Hieraan hebben wij de liefde van God leren kennen, dat Hij Zijn leven voor ons gegeven heeft; ook wij moeten ons leven geven voor onze broeders. Wie de goederen dezer wereld bezit, en zijn broeder gebrek ziet lijden en niettemin zijn hart voor hem sluit, hoe zou in hem de liefde Gods aanwezig zijn? Mijn kinderkens, laat ons niet beminnen met woorden of met de tong, maar metterdaad en in waarheid.

Evangelie
Lc. 14, 16-24
In die tijd hield Jezus de farizeeën deze gelijkenis voor: Een zeker iemand richtte een groot gastmaal aan, en nodigde er velen uit. En tegen het uur van de maaltijd zond hij zijn dienaar, om aan de genodigden te zeggen, dat zij zouden komen, omdat alles gereed was. Maar eenparig begonnen allen zich te verontschuldigen. De eerste zei hem: Ik heb een landgoed gekocht, en ik moet het noodzakelijk gaan bezichtigen; wees zo goed mij te verontschuldigen. En een ander zei: Ik heb vijf koppel ossen gekocht, en ik ga ze keuren; wees zo goed mij te verontschuldigen. En weer een ander zei: Ik heb een vrouw getrouwd, en daarom kan ik niet komen. De dienaar kwam dan terug, en deelde dit mede aan zijn heer. Toen werd de heer des huizes vertoornd, en hij zei tot zijn dienaar: Ga onmiddellijk naar de pleinen en straten der stad, en breng de armen en gebrekkigen, en de blinden en kreupelen hier binnen. En de dienaar zei: Heer, het is geschied, zoals gij bevolen hebt, en nog is er plaats. Toen sprak de heer tot zijn dienaar: Ga naar de wegen en binnenpaden, en dwing hen binnen te komen; want mijn huis moet vol worden. Maar dit zeg ik u: niemand van deze mannen, die genodigd waren, zal van mijn gastmaal proeven.

Overweging
Het Evangelie van deze zondag gaat over de gelijkenis van de onwillige bruiloftsgasten. De bruiloft is een beeld van de eeuwige zaligheid in de hemelse aanschouwing; de gasten zijn een beeld van hen die deel zouden kunnen hebben aan deze zaligheid, dat zijn dus de mensen, onder wie de joden en wij, uit de oude heidense volkeren.

In de gelijkenis sluiten de eerstgenodigden zichzelf uit. Zij willen de uitnodiging niet aannemen en daarom wordt de uitnodiging opnieuw gedaan maar nu aan iedereen die de dienaars des heren tegemoetkomen. En zo zijn ook wij de hemelse uitnodiging deelachtig geworden.

Maar wij kunnen ook een meer algemene betekenis in de woorden van Jezus ontdekken. God komt tot de mens met Zijn uitnodiging en de mens heeft het in zijn vermogen deze te aanvaarden of af te slaan. God stelt ons voor de keuze. Hij nodigt ons liefdevol uit. Hij dringt zachtjes aan, maar Hij dwingt ons niet, want met Hem te zijn is een relatie van liefdevolle overgave en niet van dwang.

In de gelijkenis zijn het de gasten die zichzelf uitsluiten van de heerlijkheid van de bruiloft. En zo is het altijd. Het is de mens zelf die zich door zijn eigen boze wil berooft van het goddelijke goed. En pas daarna treft hem de veroordeling van God, want God heeft Zijn Zoon in de wereld gezonden, niet om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered. Wie in Hem gelooft en de goddelijke uitnodiging aanvaardt, wordt niet geoordeeld maar gered. Wie niet gelooft, is reeds geoordeeld, omdat hij niet gelooft in de Naam van Gods eniggeboren Zoon.

13 juni 2020

Sacramentshymne: Sacris Solemniis (Michael Haller)



Sacris solemniis
iuncta sint gaudia,
et ex praecordiis
sonent praeconia;
recedant vetera,
nova sint omnia,
corda, voces, et opera.

Noctis recolitur
cena novissima,
qua Christus creditur
agnum et azyma
dedisse fratribus,
iuxta legitima
priscis indulta patribus.

Post agnum typicum,
expletis epulis,
Corpus Dominicum
datum discipulis,
sic totum omnibus,
quod totum singulis,
eius fatemur manibus.

Dedit fragilibus
corporis ferculum,
dedit et tristibus
sanguinis poculum,
dicens: Accipite
quod trado vasculum;
omnes ex eo bibite.

Sic sacrificium
istud instituit,
cuius officium
committi voluit
solis presbyteris,
quibus sic congruit,
ut sumant, et dent ceteris.

Panis angelicus
fit panis hominum;
dat panis caelicus
figuris terminum;
O res mirabilis:
manducat Dominum
pauper, servus et humilis.

Te, trina Deitas
unaque, poscimus:
sic nos tu visita,
sicut te colimus;
per tuas semitas
duc nos quo tendimus,
ad lucem quam inhabitas.
Amen.
't Hoogheilig feestgetij
ga met onz' vreugd gepaard,
stijge uit ons harte blij
't loflied de Here waard:
Stel 't oude gans terzij,
zij alles nieuw op aard,
harten, stemmen en levensaard.

Nu wordt het maal herdacht,
't laatste voor 's Heren dood,
toen Hij in de afscheidsnacht,
naast ongedesemd brood,
't Lam, naar de Wet geslacht,
aan Zijn apostelen bood,
zo 't God zei aan het voorgeslacht.

Toen 't maal ten einde ging
van 't Lam, dat zinnebeeld,
heeft Christus aan de kring
Zijn Lichaam uitgedeeld:
Gans gaf Hij 't hun te gaâr,
en elk het gans ontving:
eigenhandig, zo schonk Hij 't daar.

Hij gaf ons dan Zijn Vlees,
spijs die de zwakken voedt;
aan wie is droef, vol vrees,
gaf Hij als drank Zijn Bloed.
Neemt, sprak Hij, neemt de kelk,
waar gij uit drinken moet,
die Mijn liefde bereidt voor elk.

Zo stelde Hij die nacht
't Misoffer in, zo groot,
waartoe Hij ambt en macht
slechts aan de priester bood,
die offert zulkerwijs
dat, wat hij zelf genoot,
hij ook aan anderen geeft als spijs.

Nu mag het Engelenbrood
't Brood van de mensen zijn.
't Brood dat de hemel bood,
drijft weg nu beeld en schijn:
O wonder overgroot!
Gods Vlees wordt een festijn
voor ons, knechten, in druk en nood.

Drievoudige God en één,
U roepen we allen aan;
daal neer tot ons beneên,
daar wij hier smekend staan.
Doe, langs U paân geleid,
ons naar Uw einddoel gaan,
naar Uw woonsteê van heerlijkheid.
Amen.

11 juni 2020

Tantum Ergo (Fauré)



Latijn
Tantum ergo Sacramentum
veneremur cernui.
Et antiquum documentum
novo cedat ritui.
Præstet fides suppelementum
sensuum defectui.

Genitori, genitoque
laus et jubilatio.
Salus, honor, virtus quoque.
sit et benedictio.
Procedenti ab utroque
compar sit laudatio.


Nederlands
Eren wij dan, diep gebogen,
dit zó gróte Sacrament.
De offerdienst van 't joods verleden
wijke voor 't Nieuwe Testament.
Waar der zinnen kracht tekort schiet:
Help' 't geloof ons, dat hier kent.

God den Vader, God den Zone
Lof en jubel dan gewijd
Hun zij heil en macht en ere,
Zij Hun Naam gebenedijd.
Aan de Geest, Die uit Hen voorkomt,
zij gelijke lof gezeid.

Hoogfeest van het Allerheiligste Sacrament (Sacramentsdag)

Het feest van het Allerheiligst Sacrament (Sacramentsdag) valt op de tweede donderdag na Pinksteren. In veel landen wordt het ook gevierd op de tweede zondag na Pinksteren.

Sacramentsdag herdenkt, net als Witte Donderdag, de instelling van het Sacrament des Altaars. Paus Urbanus IV stelde in 1264 deze dag als een verplichte feestdag in op de donderdag na het Octaaf van Pinksteren, omdat hij vond dat het vasten- en boetekarakter van Witte Donderdag het feestelijke herdenken van het Laatste Avondmaal en de instelling van de Eucharistie (en het priesterschap) enigszins in de weg stond. Die beslissing heeft uiteraard de sacramentsdevotie sterk bevorderd. Voor zijn uitverkiezing tot paus was Urbanus aartsdiaken van Luik, waar hij in 1247 mede aan de basis stond van het ontstaan van Sacramentsdag.

Traditioneel trokken op Sacramentsdag of op de zondag erna alom kleurrijke sacramentsprocessies door de straten van steden en dorpen. Na een tijd van verwaarlozing komt op verscheidene plaatsen deze traditie weer in zwang, en niet alleen in Rome of in Lourdes, maar ook in New York en Amsterdam en in veel andere plaatsen. Het heilig Sacrament wordt dan in een plechtige stoet rondgedragen. Het centrum van de stoet is het Allerheiligste Sacrament, de heilige Hostie in de gouden houder, de monstrans. Hierop is de aandacht van de toeschouwer gericht. Men knielt en buigt eerbiedig het hoofd, want HET IS JEZUS ZELF DIE HIER AANWEZIG IS.

Lauda Sion zijn de woorden, naar de tekst van Sint Thomas van Aquino, waarmee de sequentie op Sacramentsdag begint. De sequentie (naar het Latijnse werkwoord sequi, vervolgen) is een hymne in dichtvorm, die in een plechtige heilige Mis gebeden of gezongen wordt na het Alleluja (dat volgt op de epistellezing) en voor het evangelie. Het lied legt de betekenis van het feest uit.

Sion, loof uw Heil en Hoeder!
Loof nu uwen Vorst en Voeder,
In gezang en jubellied!
Loof! En waag uw stoutste pogen:
Hij gaat allen lof te boven,
Tot Zijn lof volstaat Gij niet!

Keur van stof wordt u op heden
Voorgesteld tot lof en beden:
’t Levend Brood, dat Leven geeft:
’t Brood, dat naar wij zeker weten,
Bij het heilig Avondeten
Hij de Twaalf gegeven heeft.

Vol zij ’t loflied, rijk aan klanken!
Waardig en van vreugde sprank’lend
Zij der ziele jubellied:
Nu wij op dit hooggetij herdenken,
Hoe van ’t Maal, dat Hij ons wilde schenken,
De eerste viering is geschied.

Aan des nieuwen Konings maaltijd
Geeft aan ’t oude Paaslam afscheid
’t Nieuwe Lam van ’t Nieuw Verbond;
’t Nieuwe heeft het Oud’ verjaagd,
Waarheid schaduw weggevaagd,
Duisternis voor licht verzwond.

Wat de Heer bij ’t avondmalen
Deed, gebood Hij te herhalen
Ter gedachtenis aan zijn dood:
En, gehoorzaam, consacreren
Wij, naar Zijn hoogheilig leren
Tot Heilsoffer wijn en brood.

Christenen als geloofsstuk leren;
Dat hier wonderbaar verkeren
Brood in Vlees, en wijn in Bloed.
Wat verstand noch oog doorschouwen,
Hecht geloof in vast betrouwen
- Zij ’t een wonder! – houden doet.

Kostbaarheên van ’t rijkst gehalte
Gaan hier schuil in twee gestalten,
Die slechts lout’re tekens zijn:
’t Bloed als drank, het Vlees als spijze;
Toch blijft onverdeelderwijze
Christus gans in beider schijn.

Niet gebroken bij het eten,
Niet verdeeld, niet stukgebeten:
Nut men Hem gans ongedeerd.
Nutten één of duizendtallen:
Ieder nut zoveel als allen:
En géén nutten Hem verteert.

Goeden, bozen nutten beiden:
Doch hun lot is zeer verscheiden:
Leven of verdoemenis.
Dood de bozen, goeden ’t Leven:
Zie, waar eend’re Spijs gegeven,
Hoe verschillend de uitkomst is.

Wordt ook ’t Sacrament gebroken,
Weifel niet! Houd onweersproken:
Wat is in ’t geheel verstoken,
Schuilt ook gans in ieder deel.
D’inhoud zelf kan niemand breken:
’t Breken raakt alleen het teken:
Van ’t betekende, onbezweken,
Blijft en staat en bouw geheel.

Zie, wat Eng’lenbrood wij prijzen,
Pelgrims voedt op d’aardse reize,
Waarlijk brood, Gods kind tot spijze,
- Wee, die ’t voor de honden gooit! –
Voorbeduid in de oude dagen,
Die het Isaakoffer zagen,
’t Paaslam plechtig opgedragen,
’t Manna den Vaderen gestrooid.

Goede Herder, Brood waarachtig,
Jesu, wees ons arme’ indachtig
Voed ons en behoed ons krachtig:
Maak Uw glorie ons deelachtig
In des Levens land en loon.
Gij, Almogende en Alwijze:
Hier ons stervelingen tot spijze:
Maak ons, de Uwen, ten Paleize,
Gast en erven Heil’gerwijze,
Hun gezel ons in Uw Woon .
Zo zij het. Looft den Heer.
Amen.

10 juni 2020

Litanie tot eerherstel aan het Allerheiligste Sacrament

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Heilig Sacrament, waarin Jezus Zelf tegenwoordig is, wij aanbidden U.
Heilig Sacrament, waardoor Jezus alle schatten van Zijn liefde meedeelt,
Heilig Sacrament, zoenoffer voor onze zonden,
Heilig Sacrament, onderpand van onze zaligheid,
Heilig Sacrament, wondervol gedenkteken van Jezus' liefde,
Heilig Sacrament, onze troost en onze sterkte,
Heilig Sacrament, aanbiddelijk geheim,
Heilig Sacrament, zo schaamteloos geloochend,
Heilig Sacrament, zo schandelijk verguisd,
Heilig Sacrament, zo diep vernederd,
Heilig Sacrament, zo dikwijls onteerd,
Heilig Sacrament, zo smartelijk bejegend,
Heilig Sacrament, zo gruwelijk ontheiligd,
Heilig Sacrament, zo ondankbaar versmaad,

O God, wees ons genadig, spaar ons, Heer.
O God, wees ons genadig, verhoor ons, Heer.

Voor de ontering van een zo heilig Sacrament, vergeving, Heer.
Voor zoveel slechte communies,
Voor zoveel oneerbiedigheden in de kerk,
Voor de ontheiliging van Uw tabernakelen,
Voor de gruwelijke heiligschennissen, aan de heilige Hostie gepleegd,
Voor het ongeloof van de dwalenden,
Voor de koelheid en onverschilligheid van zovelen,
Voor de vergetelheid, waarin men U laat,
Voor de smaad, waarmee men U bejegent,
Voor de verstrooidheid onder de heilige diensten,
Voor de weinige Godsvrucht jegens Uw heilig Sacrament,
Voor de nalatigheid in het bijwonen van de heilige Mis,
Voor hen, die hun paasplicht verzuimen,
Voor de vervolgers van de heilige Kerk,
Voor alles waar we zelf tekort zijn geschoten in eerbied, liefde en dankbaarheid ten opzichte van Uw goddelijk Sacrament,

Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Dat het U behage, in ons het geloof en de eerbied voor dit Sacrament te vermeerderen,
Dat onze liefde tot U de haat van Uw vijanden altijd moge overtreffen,
Dat Gij onze akten van eerherstel gelieve te aanvaarden,
Dat Uw kostbaar Bloed niet om wraak, doch om genade en vergeving smeke,
Dat door de verdiensten van Uw heilig Hart alle rampen van ons mogen worden afgeweerd,
Dat Gij in ons altijd de ijver wilt verlevendigen en zegenen om de verering van Uw liefde-Sacrament meer en meer uit te breiden,
Dat het U behage, de vijanden van de Kerk te bekeren,
Dat Gij Zijne Heiligheid de Paus onder Uw bescherming wilt nemen,
Zoon van God,

Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Christus, aanhoor ons, Christus, verhoor ons.

Onze Vader, Die in de hemel zijt...

Sla, o Heer, onze droefheid gade, en geef de luister terug aan Uw Naam.
Heer, verhoor mijn gebed, en mijn noodkreet kome tot U.

Laat ons bidden.
Liefderijke Jezus, Die in Uw oneindige liefde tot ons, liever de versmadingen van de zondaars hebt willen ondergaan, dan ons het goddelijk Sacrament onthouden; geef ons, bidden wij U, de genade, dat wij al de verguizingen en heiligschennissen, die U zijn aangedaan, met ware droefheid des harten bewenen, met heilige ijver vergoeden en met vurige verering herstellen; Die als God leeft en heerst met de Vader en de Heilige Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

10 juni: Heilige Margarita, koningin van Schotland, weduwe

Margareta was de dochter van de Engelse koning Edward Atheling en de Hongaarse prinses Agatha. Zij werd in 1046 in Hongarije geboren, doordat haar ouders door de Noormannen verdreven waren. Onder haar grootvader, de latere heilige koning Edward de Belijder, verhuisde de koninklijke familie weer naar Engeland. Daar leefde ze in betrekkelijke rust tot 1066, toen Edward de Slag bij Hastings verloor. Toen moest de koninklijke familie weer vluchten.

Nu belandde Margareta in Schotland, en maakte daar kennis met de rauwe vorst, Malcolm III. Deze raakte volkomen vertederd van de jonge prinses. We horen van dat moment niets meer over de vrouw met wie hij tot dat moment getrouwd was. Margareta nam volledig bezit van zijn leven: "Hij kwam steeds prompt tegemoet aan al haar wensen en verstandige adviezen; wat haar niet aanstond, stond hem niet aan; waar zij van hield, daar hield hij ook van, puur uit liefde voor haar." Aldus haar biechtvader Prior Turgot van Durham. Vanaf dat ogenblik was het dus uit met het platbranden van kerken en kloosters, daar was Malcolm namelijk mee bezig op het moment dat hij zijn jonge bruid leerde kennen. Zij was het liefste een klooster ingegaan, maar nu ze eenmaal op deze plek zat, zorgde ze ervoor dat er nieuwe kerken werden gebouwd, kloosters gesticht en scholen opgericht. Zij was een royaal weldoenster voor de armen. En zij droeg persoonlijk zorg voor de christelijke opvoeding van haar kinderen, daarin bijgestaan door haar geestelijke leidsmannen, de reeds genoemde Turgot en Lanfranc, aartsbisschop van Canterbury.

Tot haar belangrijkste stichting behoort het klooster van Dunfermline, de plaats waar zij als vluchteling landde en waar Malcolm toen juist de kerk had verwoest. Voor zichzelf richtte zij in haar koninklijk verblijf een soort kloostercel in. Deze is bij opgravingswerkzaamheden teruggevonden. Daar moet zij vol overgave geschreven hebben aan haar persoonlijke Evangelieboek; het wordt tot op de dag van vandaag bewaard in de Bodleian-bibliotheek te Oxford.

Zij stierf op het moment dat een van haar zoons, Edgar, haar het verschrikkelijke nieuws kwam melden dat haar man en haar oudste zoon waren omgekomen in een van de vele slagen die zij te leveren hadden.

Haar reliekschrijn werd opgesteld in 'haar' kloosterkerk te Dunfermline. Er begonnen wonderen te geschieden; men zag een licht dwalen rond haar grafmonument; soms waren het vonken. Men meende dat de heilige op deze manier te kennen gaf dat ze graag als heilige vereerd wilde worden. Paus Innocentius IV verklaarde haar in 1251 heilig. Haar schrijn werd voorwerp van grote verering.

Tijdens de Reformatie (halverwege de 16e eeuw) wist de laatste abt van Dunfermline haar stoffelijke resten in veiligheid te brengen. Ze werden naar Frankrijk gesmokkeld, maar daar gingen ze verloren tijdens de Franse Revolutie (1789-1792).
De plaats waar Margareta in Schotland aan land kwam, staat nog steeds bekend als St-Margaret's Hope. Lange tijd bezat het kasteel van Edinborough een St- Margaret's Tower en -Gate. Aan de voet van de rots is er nog steeds een bron naar haar genoemd. Volgens de overlevering zou zij die hebben doen ontspringen bij haar aankomst in Schotland.

Zij is patrones van Schotland. Zij wordt afgebeeld in koninklijke kledij, vaak met een kroon aan haar voeten; soms ook in kloosterkleding met armen en zieken om zich heen. In Londen is er een (neo-)gotische Margaretakerk, gelegen vlak achter de parlementsgebouwen.

7 juni 2020

Psalm 150 (César Franck): Iedereen die adem heeft, looft de drie-ene God!



Frans
Hallelujah. Louez le Dieu, caché dans ses saints tabernacles,
Louez le Dieu qui règne en son immensité.
Louez-le dans sa force et ses puissants miracles.
Louez-le dans sa gloire et dans sa majesté. Louez-le par la voix des bruyantes trompettes.
Que pour lui le nébel se marie au kinnor.
Louez-le dans vos fêtes au son du tambourin, sur l’orgue et sur le luth, chantez, chantez encor.
Que pour lui dans vos mains résonne la cymbale aux accords éclatants et joyeux.
Que tout souflle vivant, tout soupir qui s’exhale dise: louange à lui, louange au Roi des cieux.
Louez-le dans vos fêtes, chantez, chantez toujours. Hallelujah.

Nederlands
Halleluja. Looft God in Zijn heiligdom, looft Hem in Zijn machtig uitspansel.
Looft Hem om Zijn kracht, Zijn daden; looft Hem om Zijn mateloze grootheid.
Looft Hem met een stoot op de ramshoorn, looft Hem met harp en lier, looft Hem met beltrom en rondedans,
looft Hem met citer en fluit, looft Hem met strijkende cimbels, looft Hem met slaande cimbalen;
ja, iedereen die adem heeft, looft de Heer. Halleluja.

De Allerheiligste Drie-eenheid, hoogfeest

Wij aanbidden U, heilige Heer, almachtig Vader, eeuwige God. Die met Uw eniggeboren Zoon en de Heilige Geest
één God, één Heer zijt; niet in de eenheid van één Persoon, maar in Drievuldigheid, van één Natuur.
Want hetgeen wij, overeenkomstig Uw openbaring, van Uw heerlijkheid geloven, dat nemen wij ook van Uw Zoon
alsmede van de Heilige Geest zonder enig verschil of onderscheid aan; zodat in het belijden der ware en
eeuwige Godheid, in de personen de eigenschap, en in de natuur de eenheid
en in de majesteit de gelijkheid aanbeden wordt.

Uit: de prefatie van de Allerheiligste Drie-eenheid

Epistel
Rom. 11, 33-36
O diepte der rijkdommen van Gods wijsheid en kennis! Wat zijn toch Zijn oordelen ondoorgrondelijk en Zijn wegen onnaspeurlijk! Wie immers heeft ooit de gedachten des Heren gekend, of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie gaf er eerst aan Hem, zodat hij recht kreeg op vergelding? Want alles is uit Hem en door Hem en voor Hem. Aan Hem de glorie in eeuwigheid. Amen.

Evangelie
Mt. 28, 18-20
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dan, en onderwijst alle volkeren, en doopt hen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest; en leert hen onderhouden alles, wat Ik u bevolen heb. En ziet, Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding der wereld.

Overweging
De Kerk wekt ons vandaag niet zozeer op tot diepzinnige bespiegelingen omtrent het ondoorgrondelijk geheim van de Heilige Drie-eenheid, maar wel tot een lofprijzing van de oneindige God Die ons barmhartigheid heeft bewezen. De Vader heeft ons geschapen en van eeuwigheid voorbestemd tot het geluk waarin wij in Zijn genade staan. De Zoon is voor ons mens geworden, Hij heeft ons de openbaring gebracht over de Vader, Die geen mens ooit gezien heeft, en Hij heeft ons verlost door Zijn bloed. De Heilige Geest is het Die ons heiligt, Die het werk van de Zoon in onze zielen tot voltooiing brengt en ons terugvoert tot de Vader in de hemel.

6 juni 2020

Prélude, Adagio et Choral varié sur le thème du 'Veni Creator Spiritus' - Maurice Duruflé

Zaterdag 6 juni: Gelezen H. Mis - Quatertemperzaterdag in het Pinksteroctaaf


Na de Mis eindigt de Paastijd.

Dakrestauratie oostzijde van start

In de afgelopen meimaand zijn aan de oostzijde van ons kerkgebouw steigers opgebouwd voor de herstelwerkzaamheden aan de dakdelen boven het priesterkoor, de sacristie en de verschillende kapellen.

In 2008 is een deel van het kerkdak gerestaureerd, gevolgd door een verdere restauratie, vijf jaar geleden. En nu kan de dakrestauratie worden voltooid dankzij een particuliere schenking van Stichting Edwin Bouw Fonds. Deze stichting betaalt het grootste deel (ruim € 150.000) van de kosten van deze afsluitende dakrenovatie. Maar een bedrag van circa € 20.000 moet worden opgebracht door onze eigen geloofsgemeenschap.

In het vertrouwen dat u wilt bijdragen aan het herstel van onze kerk, heeft bisdom Haarlem-Amsterdam aan het kerkbestuur toestemming verleend om alvast met de werkzaamheden te beginnen. Mogen we op uw bijdrage rekenen? U kunt uw giften storten op bankrekening

NL96 INGB 0000 3113 11

ten name van Parochie van de H. Agnes te Amsterdam onder vermelding van 'dakrestauratie'. Bij voorbaat hartelijk dank!

Ook kunt u gebruik maken van deze QR-code:

5 juni 2020

Symphonie nr 8, deel 1 (Veni Creator Spiritus) - Gustav Mahler - Concertgebouworkest - Bernard Haitink

Vrijdag 5 juni: Lof en Gelezen H. Mis - Quatertempervrijdag in het Pinksteroctaaf

De vreze Gods (ontzag voor God) als fundament van de gaven van de Heilige Geest

De vreze Gods is de gave waardoor iemand de oneindige majesteit van God erkent en tegelijk zijn eigen nietigheid inziet. De ziel heeft ontzag voor de grootheid van God en voelt zich vermorzeld in haar eigen geringheid. Door de gave van de vreze Gods komt een ziel op een positieve wijze 'onder de indruk van God'. De grootheid en schoonheid van God vervullen ons met zoveel bewondering, dat wij eer willen brengen aan God en alles willen mijden wat ons van Hem zou kunnen verwijderen.

De vreze Gods heeft dus niets met angst voor God te maken. Dat zou een valse godsvrees zijn. Ware godsvrees wordt uit liefde geboren. De liefde die in deze gave van de Heilige Geest actief is, maakt ons gevoelig voor de wijze waarop God ons bemint, en voor de wijze waarop we die liefde moeten beantwoorden. Door de vrees voor de Heer worden we diep gevoelig voor alles wat onze liefde voor God en onze vreugde daarin zou kunnen verminderen. De vreze Gods is vooral een vrees om God te verliezen.

De vreze Gods is dan ook geen 'vrees van de slaaf', zegt de heilige Thomas van Aquino. Want de slaaf gehoorzaamt zijn meester alleen uit schrik voor een straf. De vreze Gods beantwoordt veeleer aan de 'vrees van de zoon', die zijn vader liefheeft en eert, en daarom alles vermijdt wat zijn relatie met hem kan schaden.

Een belangrijk effect van de gave van vrees is een volkomen en zuivere nederigheid. De gave disciplineert ons, zodat we ermee ophouden om eer te zoeken voor onszelf, en in de plaats daarvan uitzien naar de glorie van God en naar ons geluk in Hem. Vrees voor de Heer vereert en bemint God en ontwortelt op die manier elk begin van menselijke hoogmoed, die God niet erkent en zichzelf als hoogste autoriteit beschouwt. De vreze Gods is dus een passende remedie tegen alle trots en arrogantie van de geest.

Om dezelfde reden stelt de gave van vrees ons in staat om op een meer authentieke wijze te leven volgens de zaligspreking "Gelukkig die arm van geest zijn" (Mt. 5, 3). Want de gave van vrees bevrijdt ons niet alleen van trots en zelfverheerlijking, zij verlost ons ook van hebzucht, en van het verlangen naar rijkdom, macht en roem. Omdat de gave van vrees ons uitnodigt om ons open te stellen voor God, Hem te eren en ons helemaal aan Hem toe te wijden, is zij de eerste stap op weg naar een grotere eenwording met God, die het uiteindelijke doel vormt van de zeven gaven van de Heilige Geest. De vreze Gods vormt het fundament waarop de overige zes gaven zijn gebouwd. Zij opent de deur voor de goede werking van de andere gaven.

Thomas van Aquino rangschikt haar als eerste in volgorde van behoefte, maar noemt haar als laatste in volgorde van verhevenheid. Want hierin spant wijsheid de kroon. Toch heeft wijsheid de vreze Gods nodig. "De grondslag van de wijsheid is ontzag voor de Heer", zegt de psalmist (Ps. 111, 10). In de vreze Gods heeft de wijsheid haar wortels, en begint zij tot leven te komen.

4 juni 2020

Pinksterlied: Daal af, o Geest van heiliging



Daal af, o Geest van heiliging,
met Uw genâ ter loutering
van onze ziel, Uw beeltenis,
die voor Uw dienst geschapen is.

Gij, Wien naar Gods getuigenis,
de naam van Trooster eigen is.
Gij, bron van leven, liefde, licht,
Die geestelijke tempels sticht.

In zeven gaven zendt Gij af,
de kracht, die U de Vader gaf:
uit Vaders Naam legt Gij de leer
der waarheid op de tongen neer.

Eer zij den Vader énig groot,
den Zoon, Die oprees uit den dood,
den Geest, met Hen in majesteit,
in wezen één, in eeuwigheid.

Donderdag 4 juni: Gelezen H. Mis - Donderdag onder het Octaaf van Pinksteren

Gewijzigd e-mailadres

De parochies van de H. Agnes en de H. Jozef zijn van nu af aan bereikbaar via een nieuw, gezamenlijk e-mailadres, namelijk secretaris@agneskerk.org. De oude mailadressen zijn daarmee komen te vervallen.

Zie ook de rechterkolom onder 'Contactgegevens'.

3 juni 2020

Van de pastoor: Herstel van de openbare eredienst aan God, maar nog altijd met beperkingen

Beminde gelovigen,

We zijn begonnen aan juni, de maand waarin de kerken opnieuw, zij het nog enigszins beperkt, geopend worden voor de eredienst aan God. Wij hebben er allen met verlangen naar uitgezien, en velen van u waren de afgelopen maanden teleurgesteld en vervuld van onbegrip voor de getroffen maatregelen.

De maand juni begon dit jaar op de maandag in het Octaaf van Pinksteren (Tweede Pinksterdag). Bij de openbare viering van de heilige Missen mogen niet meer dan 30 gelovigen per Mis aanwezig zijn.

Op vele terreinen vraag ik deze maand om uw geduld en zelfbeheersing. Wij kunnen nog niet volledig terug naar de gewone loop van het parochiële leven. Vooral de bijeenkomsten buiten de liturgie, zoals familiedagen, cursussen en koffie drinken na de zondagsmis, kunnen nog niet hervat worden. Ook bijeenkomsten op het kerkplein zijn niet toegestaan. Ik reken op uw aller medewerking om problemen en overheidsboetes te voorkomen.

Ook in het kerkgebouw vraag ik u om nauwkeurig de aanwijzingen op te volgen. Als u er privé anders over denkt, dan is er geen enkele noodzaak om dat in het openbaar te uiten. Ik verzoek u om u voorbeeldig te gedragen en overal uw zelfbeheersing te bewaren.

Wij leven in een goddeloze samenleving, en deze goddeloosheid is ook diep in de Kerk doorgedrongen. Onze eerste plicht is om trouw te blijven aan Gods geboden, en – waar mogelijk – ons christelijke tegengeluid te laten horen. Maar voor wij kunnen spreken, dienen wij ons eerst te verdiepen in de waarheid van het geloof, niet alleen intellectueel maar vooral door een oprecht gebedsleven.

Wat betreft onze samenleving zijn velen van u niet goed in staat om de wolven in politiek en media te herkennen. Dat komt door een overweldigende geschiedvervalsing, waardoor velen blind zijn voor de oorzaken van de droevige staat waarin ons maatschappelijk en cultureel leven zich bevindt. Als wij, christenen, het einde van de beschaving van het Avondland willen voorkomen, dan zullen wij ons moeten bevrijden van het liberaal-humanistische denken, dat ons is opgedrongen door revoluties en vrijmetselaars. De bevrijding hiervan is te vinden in de rijkdom van het verleden en niet in de utopie van moderne beloften en ideologieën.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

Pinksterlied: Geest Die vuur en liefde zijt

Geest Die vuur en liefde zijt,
Geest Die leeft van eeuwigheid,
voortkomt van de Zoon en Vader,
leid, o Heer, ons altijd nader
door Uw liefde, door Uw licht,
tot Uw heilig aangezicht.

Geest van wijsheid, Geest van Raad,
aller dingen zuiv're maat,
Trooster, Die met wond're krachten
bijstaat wie in leed versmachten;
wees ons op de levenszee:
vaste baak en veil'ge ree.

Geest Die waakzaam zijt en sterk,
hoed het schip van Christus' Kerk,
stuur het tot aan 't zalig ende,
tot der tijden loop zich wende,
van deez' onbestendigheid,
in uw stralend' eeuwigheid.

Woensdag 3 juni: Gelezen H. Mis - Quatertemperwoensdag in het Pinksteroctaaf

Quatertemperdagen tijdens het Pinksteroctaaf

Woensdag, vrijdag en zaterdag tijdens het Pinksteroctaaf, waarin we ons deze week bevinden, zijn Quatertemperdagen. Deze naam is afkomstig van de Latijnse term 'quator tempora' (vier seizoenen).

Vier keer per jaar (dus in elk van de vier seizoenen) staan Quatertemperdagen op de kalender op woensdag, vrijdag en zaterdag in één bepaalde week. Elke dag kent een eigen liturgie, die zelfs voorrang heeft op bepaalde heiligen. In september vallen de Quatertemperdagen vlak na de aanvang van de herfst, in december worden zij gevierd tijdens de derde week van de Advent (winter), in de lente vallen deze dagen in de week na de eerste zondag van de Vasten. En nu, in de (vroege) zomer, vallen de Quatertemperdagen tijdens het Pinksteroctaaf.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 (Tridentijns Missaal) en hebben hun wortels in vroeg-christelijke tijden. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) In de eerste eeuwen van het christendom was het gebruikelijk om wekelijks te vasten op woensdag en vrijdag. Op woensdag, omdat Christus op die dag is verraden; op vrijdag, omdat Hij op die dag is gekruisigd. In Rome kwam daar de zaterdag bij, de dag waarop Christus in het graf verbleef.

In de derde eeuw raakten de wekelijkse vastendagen wat op de achtergrond, maar werd er juist gevast bij de wisseling van de seizoenen. Zo ontstonden de Quatertemperdagen. Het zijn dagen van gebed, boete, inkeer, vasten en onthouding, In dit Pinksteroctaaf bereidt de Kerk zich in het bijzonder voor op de priester- en diakenwijdingen die zaterdag op vele plaatsen in de Wereldkerk zullen worden toegediend.

De woensdag en zaterdag zijn halve onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

2 juni 2020

Informatiebulletin voor de maand juni is verschenen

Het Informatiebulletin is een gezamenlijke uitgave van de parochies H. Agnes en H. Jozef, gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie. De editie van de maand juni is nu verschenen. Daarin uitgebreid aandacht voor de heropening van onze kerk voor openbare liturgie, en de beperkingen die daar nog altijd mee gepaard gaan. Maar ook aandacht voor de Sacramentsdag en de restauratie van de oostelijke dakdelen van de kerk.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin juni' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

Pinksteren: Dum complerentur dies Pentecostes



Latijn
Dum complerentur dies Pentecostes, erant omnes pariter dicentes, alleluia,
et subito factus est sonus de coelo, alleluia,
tamquam spiritus vehementis, et replevit totam domum, alleluia.
Dum ergo essent in unum discipuli congregati, propter metum iudæorum,
sonus repente de coelo venit super eos,
tamquam spiritus vehementis,
et replevit totam domum, alleluia.

Nederlands
Toen de Pinksterdagen aanbraken, waren al de leerlingen op dezelfde plaats bijeen, alleluia.
En plotseling kwam er van de hemel een gedruis, alleluia,
als bij het opsteken van een hevige wind, en het vervulde geheel het huis, waar zij gezeten waren, alleluia.
Toen de leerlingen samen waren uit vrees voor de joden,
kwam er van de hemel een gedruis, als bij het opsteken van een hevige wind,
en het vervulde geheel het huis, waar zij gezeten waren, alleluia.