Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 december 2018, onder voorbehoud van wijzigingen.

16 december 2018

Derde zondag van de Advent (Zondag Gaudete)

"Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren."


Van oudsher wordt deze zondag bijzonder luisterrijk gevierd. Omdat de vierde Adventszondag oorspronkelijk geen eigen liturgie bezat, vormt deze zondag de eigenlijke inleiding op het Kerstfeest. Vandaag speelt het orgel en mogen de paarse gewaden door rozerode worden vervangen. Verblijdt u, de Heer is nabij (Introitus, Epistel). Hij, Die in ontoegankelijke majesteit troont op cherubijnen, zal komen (graduale); gelijk hij eertijds Israël terugvoerde uit zijn gevangenschap, zal Hij onze ongerechtigheid wegnemen (Offertorium) en ons redden (Communio). De Verlosser, Die aldus tot ons zal komen in de genade van Zijn feest en door de geestelijke werking in ons hart, is Christus, Die ons in het Evangelie door Johannes, de Voorloper, wordt aangewezen.


Epistel
Fil. 4, 4-7
Broeders, weest altijd blijmoedig in de Heer; nog eens zeg ik: weest blijmoedig. Laat uw goedheid aan alle mensen zien. De Heer is dichtbij. Maakt u nergens bezorgd over, maar geeft uw verlangens altijd door bidden en smeken aan God te kennen, met een dankbaar hart. En dan moge de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, uw hart en uw verstand bewaren in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 1, 19-28
In die tijd, zonden de joden uit Jeruzalem priesters en levieten tot Johannes met de vraag: ‘Wie zijt gij?’ En onomwonden verklaarde hij met de meeste nadruk “Ik ben de Christus niet”. Toen vroegen zij hem: “Wat dan? Zijt gij Elias?”. Hij zeide: “Dat ben ik niet.” “Zijt gij de profeet?” – Hij antwoordde: “Neen”. ‘Zij zeiden hem nu: “Wie zijt gij dan? Opdat wij antwoord kunnen geven aan hen, die ons gezonden hebben. Wat zegt gij van u zelf?” Hij sprak: “Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, zoals de profeet Isaias gezegd heeft.” De afgevaardigden, behoorden tot de Farizeeën. En zij stelden hem de vraag: “ Wat doopt ge dan, als ge niet de Christus zijt, noch Elias, noch de profeet?” Johannes gaf hun ten antwoord: “Ik doop met water. Maar midden onder u staat Hij, die gij niet kent! Hij is het, die na mij komt, maar de voorgang heeft op mij; ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken.” Dit gebeurde te Betanië, aan de overzijde van de Jordaan, waar Johannes toen doopte.

Overweging
“Broeders, verheugt u in de Heer, nogmaals: verheugt u.” Zo luiden de beginwoorden van het Epistel van vandaag, die ook zijn opgenomen in de Introitus en die de naam hebben gegeven aan deze derde zondag van de Advent. Deze woorden bepalen het karakter van de vreugdevolle verwachting van ‘zondag Gaudete’. Alles getuigt van de te verwachten grote vreugde en deze verwachting roept reeds vreugde op. Dat is ook liturgisch te zien aan het roze kazuifel.

Waarin bestaat dan die vreugde in de Heer? De geheel reine vreugde op aarde, waartoe de apostel ons oproept, is de ware blijdschap in de Heer, en kan dus slechts bestaan in betrekking tot deze laatste en definitieve vreugde van de hemel. Zij is namelijk het uitzicht en de vaste hoop op de eeuwige zaligheid en de voorsmaak van het zijn-bij-de-Heer. Het is deze vreugde die ook aan het geboortefeest van de Heer moet voorafgaan. Uiteindelijk moet zij het gehele christelijke leven bezielen, omdat dit leven op aarde een verwachting is van het toekomstige leven in de zaligheid van God.

In hoop zijn wij verlost. Ons leven op aarde is een leven in hoop, meer dan in bezit. Ook al hebben wij reeds de genade ontvangen, deze moet nog dagelijks verdedigd worden en is op aarde nooit echt een onverwoestbaar bezit. Maar de genade geeft hoop om te bezitten. Deze hoop wordt niet beschaamd, omdat de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest.

Onze hoop is in de Heer, en deze hoop is niet gebouwd op mensen. Juist daarom kan onze hoop de vaste basis zijn van een onverwoestbare vreugde, te midden van ons leven in strijd en smart. Het is niet zo – zoals de meeste mensen van onze tijd menen – dat het christendom alleen maar lasten oplegt, prettige dingen onmogelijk maakt en ieder plezier verbiedt door het als zondig te beschouwen. Zij zien het katholicisme als een soort verbods- en politie-godsdienst, en de katholieke gelovige als een onderdrukte mens.

Het katholicisme schenkt echter het eeuwige leven, en is een positieve volheid als geen andere. Het schenkt bevrijding door onze redder Jezus Christus, en vreugde, reeds hier op aarde. De gave van de geest bezitten wij reeds nu. Het onderpand, het waarachtige begin en de voorproef van de bovenaardse vreugde verkrijgen wij door nu op aarde, in dit leven, God lief te hebben.

Wie is waarlijk verheugd tenzij hij die bemint?, zo kunnen wij ons afvragen. Liefde schenkt blijdschap, zelfs in het lijden. Dit is het diepste geheim van de vreugde van de heiligen. Zij waren blij gestemd te midden van hun kwellingen, omdat zij Jezus liefhadden en wisten dat zij Hem daardoor als ware dienaars gelijkvormig waren geworden. Dit is een onaardse vreugde, die zichzelf vergeten is. En het is deze vreugde die de heilige Kerk in onze harten wenst op te wekken voor het Kerstfeest dat altijddurend zal zijn.

14 december 2018

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 15 december 2018

De eerstvolgende bijeenkomst van de Sint-Nicolaasacademie vindt plaats op zaterdag 15 december. Om 11.00 uur houdt de heer Damiaan Meuwissen, emeritus professor rechtsfilosofie en staatsrecht, een voordracht over de grondslag van de Europese integratie van vrijheid in het christendom, de joodse traditie en (ten dele) de islam.

Voorafgaand aan de lezing is er om 10.00 uur een gelezen heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

10 december 2018

Jubilerende priesters in onze parochie

In deze decembermaand vieren alle aan onze kerk verbonden priesters hun koperen priesterfeest. Pater Peter Hagenbeek (10 december), pater Martin Kromann Knudsen, pastoor (10 december) en pater Vitaly Leontyev (3 december) vieren hun twaalf en een half-jarig priesterjubileum gezamenlijk in een feestelijke heilige Mis op zondag 16 december (Zondag Gaudete).

Het programma van die dag ziet er als volgt uit:
10.30 uur: Biechtgelegenheid / Rozenkransgebed
11.00 uur: Plechtige gezongen heilige Mis op de derde zondag van de Advent
12.30 uur: Receptie in de grote zaal van de pastorie; voor een hapje en een drankje wordt gezorgd (zie video)
15.00 uur: Gezongen Te Deum


Ook pater Andrzej Komorowski viert op 10 december zijn twaalfenhalf-jarig priesterfeest. Tot 2011 was hij priester-assistent in onze parochie. Eerder dit jaar werd hij verkozen tot algemeen-overste van de priesterbroederschap Sint Petrus.

Aan alle jubilarissen: Van harte gefeliciteerd!

9 december 2018

Tweede zondag van de Advent

De wortel van Jesse.

Epistel
Rom. 15, 4-13
Broeders, alles wat er geschreven staat, werd geschreven om ons te onderrichten; opdat wij door het geduld en de vertroosting, die in de Schriften te vinden zijn, zouden versterkt worden in Godsvertrouwen. God, van Wie het geduld en de vertroosting komen, geve u, dat gij eensgezind zijt onder elkander, naar de geest van Jezus Christus; om zo eendrachtig en eenstemmig God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, te verheerlijken. Daarom, neemt elkander op, zoals Christus u heeft opgenomen ter ere Gods. Ik bedoel, dat Christus Jezus dienaar der besnedenen is geworden omwille van Gods waarachtigheid, om de beloften aan de vaderen gegeven in vervulling te doen gaan; maar ook, dat de heidenen God zijn gaan prijzen om Zijn barmhartigheid. Zo toch staat er geschreven: Daarom zal ik U loven onder de heidenen, o Heer, en Uw Naam lofzingen. En verder heet het: Verblijdt u, heidenen samen met Zijn volk. En elders: Gij heidenen, looft allen de Heer; prijst Hem, alle volkeren. En dan zegt Isaias nog: Komen zal de spruit van Jesse, Hij, Die zal opstaan om over de heidenen te heersen; op Hem zullen de heidenen hun hoop vestigen. God nu, op Wie onze hoop gericht is, vervulle u met alle vreugde en vrede door het bezit van het geloof, opdat uw hoop overvloedig moge toenemen door de kracht van de Heilige Geest.

Evangelie
Mt. 11, 2-10
In die tijd, toen Johannes in de gevangenis hoorde van de werken van Christus, zond hij twee van zijn leerlingen om Hem te vragen: “Zijt Gij het, die komen moet of hebben wij een ander te verwachten?” Jezus gaf hun ten antwoord: "Gaat aan Johannes berichten, wat gij gehoord en gezien hebt. Blinden zien, kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd, doven horen, doden verrijzen, en aan armen wordt het Evangelie verkondigd. Zalig is hij, die geen aanstoot neemt aan Mij”. Toen zij weggingen, begon Jezus tot het volk te spreken over Johannes: “Wat zijt gij in de woestijn gaan zien? Een riet dat door de wind wordt heen en weer bewogen? Maar wat zijt gij dan gaan zien? Een mens in zachte kleren? Zie, mensen met zachte kleren zijn te vinden in de paleizen van de koningen. Maar wat zijt gij er dan gaan zien? Een profeet? Ja, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet. Want hij is het, van wie geschreven staat: Zie, Ik zend mijn gezant voor U uit, om vóór U de weg te bereiden."

Overweging
De Introïtus begint vandaag met de woorden: “Volk van Sion, zie, de Heer komt om de volkeren te redden en de Heer zal de glorie van Zijn stem doen horen in de blijdschap van uw harten”.

Om ons met meer hoop en vertrouwen te doen uitzien naar de komst van de Heer, herinnert de Kerk ons vandaag in het epistel aan de getuigenis van de profeten, die deze komst hebben aangekondigd en voorspeld tot heil van de joden en van alle volkeren.

Zoals de gehele voorchristelijke tijd verlangend uitzag naar de beloofde Messias, zo worden wij door de Kerk opgewekt om hetzelfde te doen. Want hoe kan Christus welkom zijn in onze harten als wij Hem niet verwachten? En hoe kunnen wij Hem verwachten als wij niet weten waarvoor Hij komt? “Zie, Hij komt om de mensen te redden.” Daarvoor komt Hij weer, steeds met hetzelfde doel. Hij komt nu ook, bij het Kerstfeest dat aanstaande is, om te redden, om ons te redden, om anderen en om mij te redden. Hij komt ons bevrijden uit doodsgevaren, Hij komt waarschuwen, Hij komt licht geven, Hij komt ons opnieuw de weg naar boven wijzen. Als wij Hem verwelkomen, dan zal Hij al onze verlangens naar Zich toekeren.

“En de glorie van Zijn stem zal hoorbaar zijn in de blijdschap van ons hart.” Wij zullen weten dat Hij het is, die het nieuwe leven en de nieuwe vreugde brengt. Wij hebben misschien aan niets zozeer behoefte als aan zuivere vreugde, aan een vreugde die haar oorsprong niet vindt in het aardse, want het aardse heeft onze geest verblind en het hart vervuld met duisternis. Het is deze aardse vreugde die ons met Kerstmis door de wereld wordt verkocht om de ziekten van de zielen te verbergen. Het is de illusie die de mensen van vandaag najagen, de illusie die aan toekomstige generaties wordt doorgegeven; deze illusie houdt de tirannie van Satan in stand, dat is de tirannie van de zonde.

Waar is Zijn glorie hoorbaar in de blijdschap van de harten? In het hart, dat verheven is boven het aardse, in het hart dat het hemelse nastreeft en het aardse achter zich heeft gelaten, dáár is Zijn glorie hoorbaar, daar is nieuw leven en vreugde, want daar kan de Redder werkzaam zijn. Bij de toepassing van het heil vraagt de Redder onze medewerking. Hij wil welkom geheten worden, want wat Hij komt brengen moet met liefde en in dankbaarheid ontvangen worden, dus met een zuivere geest.

Vreugde en zuiverheid zijn twee belangrijke vruchten van Zijn nieuwe geboorte in ons hart. Want is het niet zo dat ons leven heel anders zou kunnen zijn: dieper en heiliger, rijker en vruchtbaarder, als er meer reinheid en meer blijdschap in ons was, dus een grotere verhevenheid van ons hart, een verhevenheid die Christus tegemoet gaat? Dat is de boodschap van de Advent: het hart van het aardse te onthechten en het te verheffen, bereid op de komst van Christus in de genade, en uiteindelijk op Zijn glorievolle komst als Rechter van levenden en doden. Iedere ziel is gewaarschuwd, elke staat en alle volkeren zouden moeten weten dat Christus, de Redder, is gekomen om te heiligen en dat Hij zal komen om te oordelen. Nu is er nog tijd om de vreugde en de blijdschap op te wekken in ons harten, maar dit is alleen mogelijk als wij de wereld met al haar verlokkingen achter ons laten en de weg van de zuiverheid inslaan. Deze weg wordt ons door de katholieke Kerk voorgehouden en is de enige weg die tot het nieuwe leven van Christus, de Redder, voert.

8 december 2018

8 december: Onbevlekte Ontvangenis van de heilige maagd Maria, hoogfeest

"Tota pulchra es! O Maria, gij zijt geheel zuiver, onbevlekt door de erfzonde." Dat zijn de woorden van verering die de Kerk ons vandaag in de mond legt. Zij drukken het gevoel uit van de mensheid, die door de zonde wordt verlamd, voor de smetteloze zuiverheid van Onze Lieve Vrouw.

In alle eeuwigheid heeft God Maria uitgekozen om de Moeder te worden van het Vleesgeworden Woord. Daarom heeft Hij haar met heiligheid getooid en haar gevrijwaard van elke smet om haar tot een waardige woning te maken voor Zijn Zoon.

De heilige Maagd was reeds vanaf het moment van haar conceptie verlost, doordat zij gevrijwaard was van de erfzonde. Haar verlossing kan niet worden losgezien van onze verlossing door Christus. Daarom is het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, midden in de Adventstijd, een aankondiging van de grootsheid van de Vleeswording van onze Verlosser.

Het feest van vandaag is ingesteld door paus Pius IX met de afkondiging van het dogma op 8 december 1854. Lang daarvoor bestond er echter reeds een feest van de 'conceptie'. In de achtste eeuw werd het reeds gevierd in de Kerken van het Oosten, in de negende eeuw in Ierland, en in de elfde eeuw in Engeland. De vlekkeloze Maagd werd dus al eeuwen door de christenheid gevierd toen Pius IX het dogma plechtig afkondigde. Hij bevestigde het traditionele geloof van de Kerk en bracht het in een dogma onder woorden.

Een video van 'Tota pulchra es' (componist: Anton Brückner):


Tota pulchra es, Maria.
Et macula originalis non est in te.
Tu gloria Ierusalem.
Tu laetitia Israel.
Tu honorificentia populi nostri.
Tu advocata peccatorum.
O Maria, Virgo prudentissima.
Mater clementissima, ora pro nobis.
Intercede pro nobis ad Dominum Iesum Christum.
In conceptione tua, Immaculata fuisti.
Ora pro nobis Patrem cuius Filium peperisti.
Domina, protege orationem meam.
Et clamor meus ad te veniat. Amen.
U zijt gans schoon, Maria.
En de vlek der erfzonde kleeft niet aan u.
U zijt de roem van Jeruzalem.
U zijt de blijheid van Israël.
U zijt de luister van ons volk.
U zijt de voorspreekster der zondaren.
O Maria, allervoorzichtigste Maagd,
allergenadigste Moeder, bid voor ons.
Wees onze bemiddelaarster bij onze Heer Jezus Christus.
In uw conceptie bent u onbevlekt gebleven.
Bid voor ons tot de Vader, Wiens Zoon gij gebaard hebt.
O Vrouwe, ondersteun mijn gebed.
En mijn noodkreet kome tot u. Amen.

7 december 2018

7 december: Heilige Ambrosius, bisschop, belijder en Kerkleraar

In het jaar 340 werd Ambrosius te Trier uit Romeinse ouders geboren. Een legende vertelt dat er eens een bijenzwerm boven de wieg van Ambrosius zweefde. De bijen vlogen in zijn mondje en er druppelde honing naar binnen. Vandaar dat de latere beschermheilige van de imkers als bisschop zo honingzoet kon preken.

Na het overlijden van zijn vader, verhuisde het gezin naar Rome, waar Ambrosius zich voorbereidde op een ambtelijke loopbaan te Sirmium. De jonge Ambrosius ambieerde allesbehalve het bisschopsambt. Hij studeerde rechten en retorica, omdat hij politicus wilde worden. Zijn eerste publieke functie bekleedde hij in Sirmium, een stad gelegen in het huidige Slovenië. In 370 werd hij prefect van de twee provincies Liguria en Aemilia met als standplaats Milaan. In 373 werd hij door keizer Valentianus tot stadhouder van Noord-Italië benoemd. In zijn standplaats Milaan werd hij al spoedig een gerespecteerd en geliefd bestuurder.

Na de dood van de bisschop van Milaan trachtte Ambrosius de vrede te herstellen in het door theologische twisten verscheurde bisdom. Orthodoxe katholieken en Christus’ goddelijkheid loochende arianen streden om de lege bisschopszetel. Toen Ambrosius in 374 als neutrale waarnemer aanwezig was bij de turbulente bisschopsverkiezing in de kathedraal, viel plots de keus op hem. Iemand had geopperd: "Ambrosius als bisschop!" Prompt scandeerden de gelovigen dezelfde leus en werd Ambrosius bij acclamatie tot bisschop gekozen. Opmerkelijk, want Ambrosius was nog niet gedoopt; hij was slechts geloofsleerling.

Ambrosius ontving het doopsel en werd op 7 december tot bisschop gewijd. Na zijn wijding begon Ambrosius aan zijn theologiestudie. Al spoedig ontpopte hij zich tot een kundig priester, met een voorliefde voor de armen. Zijn populariteit was zo groot dat een menigte zich verdrong rond zijn werkvertrek, alleen maar om hem te zien lezen en bidden. Zo ook ene Augustinus uit Carthago, de latere bisschop van Hippo. Die was zo onder de indruk van Ambrosius, dat hij zich bekeerde tot het christendom en zich door hem liet dopen.

Ambrosius stelde het gezag van de Kerk boven de autoriteit van de keizer. Hij beval keizer Theodosius I in het openbaar boete te doen, nadat deze bij een opstand in Thessalonika zevenduizend personen in het circus ter dood had laten brengen. De bisschop ontzegde de machtige keizer zelfs de toegang tot de kathedraal. Later wist Ambrosius de keizer ertoe te bewegen alle heidense culten te verbieden. In 391 zou Theodosius het christendom zelfs tot staatsgodsdienst verheffen.

Sint Ambrosius stierf op paaszaterdag 4 april 397. Hij is de geschiedenis ingegaan als een onverschrokken herder en verkondiger van het Woord. Door zijn preken en catechetische geschriften verdiepte hij het katholieke geloof en droeg hij bij tot de verrijking van de theologische traditie. Ambrosius heeft steeds geijverd voor de zuiverheid van het geloof, voor de goede zeden, voor het kloosterleven en voor de eredienst. Hij dichtte Latijnse hymnen en voerde de beurtzang in. Tot de meest bekende behoort wel het 'Te Deum'.

Sinds 1298 wordt hij samen met Augustinus, Hiëronymus en Gregorius de Grote vereerd als Kerkvader van het Westen. Zijn relieken rusten in de Basilica di Sant’Ambrogio in Milaan.

De heilige Ambrosius is patroon van imkers, bijen en huisdieren.

6 december 2018

6 december: Heilige Nicolaas, bisschop en belijder

Nicolaas van Myra of Nicolaas de Wonderdoener, Nicolaas van Bari of Nicolaas van Patara is waarschijnlijk geboren omstreeks het jaar 280 te Patara in Lycië en overleden op 6 december in 342 of 352. In de vierde eeuw was hij bisschop te Myra, de toenmalige hoofdplaats van Lycië in Klein-Azië. Hij werd later heilig verklaard en is de hoofdpersoon in tal van legenden, bijvoorbeeld de Legenda Aurea van de 13e-eeuwse geleerde dominicaan Jacobus de Voragine. Belangrijke elementen van het Sinterklaasfeest gaan op hem terug.

Aan de kleine Nicolaas werden al vanaf de geboorte wonderen toegewezen. Zo kon hij direct na de geboorte rechtop in zijn badje staan, de handen ten hemel geheven, alsof hij God dankte voor het mirakel van zijn geboorte en wilde hij op de vastendagen, woensdag en vrijdag, niet van moeders borst drinken. Verder kende hij op vroege leeftijd de namen van de hemellichamen uit zijn hoofd.

Het was al snel duidelijk dat Nicolaas - vernoemd naar zijn oom, met wie hij vaak verward wordt, bisschop in een naburige gemeente - zijn leven aan de dienst van God zou wijden. Er werd een verband gezien met de Bijbelse figuur Samuel. Nicolaas' moeder kon net als de moeder van Samuel geen kinderen krijgen, en kreeg uiteindelijk een kind in ruil voor de belofte dat het in dienst van God zou treden. Net als Samuel was Nicolaas al op vroege leeftijd geliefd bij de bevolking. Hij begreep snel dat hij een hogere taak te vervullen had (I Samuel 3:20). Samuel was de laatste en belangrijkste der Richteren, die ook koningen zou zalven. Ook hier ligt een overeenkomst, want tijdens Nicolaas' leven zou het christendom in het Romeinse Rijk belangrijk worden.

Volgens de later heiligverklaarde Simeon de Vertaler was Nicolaas een goede leerling, ging hij met regelmaat naar de kerk en was hij - waar nodig - behulpzaam. Reeds op 19-jarige leeftijd werd de jonge Nicolaas door zijn oom, de bisschop, tot priester gewijd en legde hij de kloostergeloften af. Zijn oom sprak de verwachting uit dat Nicolaas zelf óók bisschop zou worden en een leven van verlichting zou leiden. Door zijn strenge discipline in het vasten, zijn goede wil en zijn gebeden voor iedereen was hij een voorbeeld voor anderen.

Toen zijn oom een reis maakte naar Jeruzalem, werd de jonge Nicolaas benoemd tot gevolmachtigde in zijn klooster Nieuw Zion. Volgens de overlevering bestuurde hij het klooster zó goed dat het leek alsof de bisschop zelf aanwezig was.

Volgens dezelfde Simeon de Vertaler heeft de heilige meermalen het Heilig Land bezocht, en vatte hij telkens het plan op om er meerdere weken te verblijven, maar een "engel des Heeren beval hem om huiswaarts te keren". Dit betekende dat zijn parochie in gevaar was en hij zijn bovenmenselijke krachten aldaar moest gebruiken. Eens probeerde bij zo'n gelegenheid een zeeman hem te bedriegen, maar Nicolaas verijdelde dat plan, en sprak streng: Probeer nu nooit meer iemand te bedriegen. Vaar naar huis, en mijn zegen zal je vergezellen. Vandaar staat hij bekend als vergevingsgezind.

Aan de vooravond van zijn bisschopswijding ontving Nicolaas een versie van de Bijbel uit de handen van Jezus.

Naar verluidt nam Nicolaas in 325 als bisschop deel aan het Concilie van Nicea, al zijn hiervoor geen bewijzen gevonden. De voornaamste aanleiding tot bijeenroepen van het concilie was de onrust, ontstaan door de leer verspreid door Arius. Tijdens dit concilie liep Nicolaas, een fervent tegenstander van Arius, naar hem toe, en gaf hem een klap in het gezicht. Hiervoor werd Nicolaas in de kerker gegooid, maar 's nachts werd hij uit zijn boeien bevrijd door Maria, en kreeg hij van haar zijn bisschoppelijke gewaden terug samen met een een Bijbel. Gedurende de rest van het concilie werd er bij grote vraagstukken beslist volgens de mening van Nicolaas.

Gedurende zijn leven zou Nicolaas vele malen de bevolking tegen demonen hebben beschermd, maar ook na zijn dood zou hij verder voor zijn mensen hebben gezorgd. Zo zou hij tijdens hongersnoden schepen hebben behoed voor de ondergang.

Nicolaas van Myra werd begraven in Myra, nabij het huidige Demre in het zuidwesten van Turkije. In 1087 werden zijn relieken door Italiaanse kooplieden van Myra naar Bari overgebracht, om ze te beschermen tegen de oprukkende Islam. Hier werd speciaal voor hem een kerk gebouwd, de basiliek van Sint Nicolaas.

Er worden vele legenden verteld over de heilige Nicolaas die een verklaring zijn voor het Sinterklaasfeest dat in Nederland en België wordt gevierd en ook voor het bestaan van de Kerstman (Nikolaus, Saint Nic).

De Legenda Aurea vertelt het verhaal van een arme man, die drie dochters had. In die dagen werd van de vader verwacht, dat hij de toekomstige echtgenoot iets van waarde aanbood: een bruidsschat. Hoe hoger de bruidsschat, des te groter de kans dat een jonge vrouw een goede echtgenoot zou vinden. Zonder bruidsschat was het onwaarschijnlijk dat de vrouw ooit zou trouwen. Vanwege de armoede van de man waren zijn dochters gedoemd als slavinnen te worden verkocht. Echter, op drie verschillende gelegenheden verscheen een buidel met goud in het huis, die voorzien waren van een volwaardige bruidsschat. Van de geldbuidels, die door een open raam werden gegooid, wordt gezegd dat ze in de schoenen terecht kwamen die voor de haard stonden te drogen. Soms zijn de geldbuidels weergegeven dan wel geïnterpreteerd als sinaasappels of mandarijnen, hetgeen kan verklaren waarom de Sint uit Spanje komt. Dit verhaal verklaart ook het strooigoed en het zetten van de schoen. Drie zakjes met goud staan symbool voor Sint Nicolaas.

Een ander verhaal vertelt van drie theologiestudenten, die op hun weg naar Athene door een herbergier werden vermoord. De herbergier borg het vlees van de studenten op in een ton met pekel. Enige tijd later bezocht Sint Nicolaas dezelfde herberg, en droomde ’s nachts van de misdaad die de herbergier begaan had. Nicolaas riep de herbergier en bad tot God, waarna de studenten weer tot leven werden gewekt. In Frankrijk is er een soortgelijk verhaal, waarin drie kleine kinderen tijdens hun spel verdwaald raken en worden verleid en gevangen door een slager. Sint Nicolaas verschijnt, roept tot God, herstelt de kinderen het leven en brengt ze terug naar hun ouders.

Nicolaas vermenigvuldigde zakken graan die per schip in de haven van Myra kwamen. Hierdoor werd een hongersnood vermeden. Deze legende doet denken aan de wonderbare broodvermenigvuldiging van Christus.

De zoon van een edelman was krijgsgevangen gemaakt door een heidense koning. Hij vertelde de koning over Sint Nicolaas. De koning sprak honend dat Nicolaas de jongen niet kon bevrijden. Hierop verscheen Nicolaas in een glorie van wolken. De jongen werd bevrijd en overgedragen aan zijn vader.
Een andere versie van dit verhaal vindt plaats na de dood van Sint Nicolaas. De stedelingen van Myra waren zijn naamdag aan het vieren toen een groep Arabische piraten vanuit Kreta in het gebied van Myra kwamen. Zij stalen de relikwieën uit de kerk van Sint Nicolaas. Terwijl zij de stad verlieten, ontvoerden zij een jongen, Basilios, om hem als slaaf te kunnen verkopen. In dienst getreden als slaaf werkte Basilios voor een koning als wijnschenker, die hem gekocht had omdat Basilios niet zou kunnen verstaan wat de koning tegen zijn raadslieden zou zeggen. Het hele volgende jaar zou Basilios de koning zijn wijn schenken in een prachtige, gouden karaf. In Myra kwam Nicolaas’ naamdag steeds dichterbij. Basilios’ moeder wilde niet aan het feest meedoen, omdat de dag voor haar tragische herinneringen opriep. In plaats mee te doen aan het feest bad zij om Basilios’ veiligheid. Terwijl Basilios zijn diensten voor de koning verrichtte, werd hij plotseling uit de zaal geplukt, de gouden karaf nog in de hand. Sint Nicolaas verscheen voor de doodsbange jongen, zegende hem en bracht hem terug naar zijn ouders in Myra.

Sint Nicolaas is de beschermheilige van kinderen, ongehuwde vrouwen, kooplieden, studenten, geliefden, slagers, dieven, moordenaars, piraten en schutspatroon van de zeelieden. Veel havensteden hebben Sint Nicolaas als beschermheilige, zoals Aberdeen, Amsterdam, Bari en Sint-Niklaas (België).

5 december 2018

Mars voor het leven op zaterdag 8 december 2018 in Den Haag

Op zaterdag 8 december wordt de Mars voor het Leven georganiseerd in Den Haag. Deze mars wordt gehouden als een krachtig en liefdevol signaal naar de samenleving en de politiek: Stop het kwaad van abortus en euthanasie, en investeer in alternatieven! De mars begint om 13.15 uur op het Malieveld in Den Haag. Er is een katholiek voor- en naprogramma met onder meer een gezongen heilige Mis in de kerk van de H. Jacobus de Meerdere aan de Parkstraat 65 a te Den Haag.

Programma>
10.30 uur: Gezongen traditionele Latijnse heilige Mis in de kerk van de heilige Jacobus de Meerdere in Den Haag; celebrant: pastoor M. Kromann Knudsen FSSP
12.00 uur: Lunch (zelf meebrengen)
13.15 uur: Begin van de Mars voor het Leven op het Mailieveld
15.00 uur: Katholiek naprogramma in het New Babylon Meeting Center (Anna van Buerenplein 29, Den Haag) met Marieke Al, Rachel’s Vineyard, Donum Domini en Virginia Coda Nunziante, oprichtster Mars voor het Leven Rome

Het katholieke naprogramma wordt georganiseerd door Stirezo - Pro Life.

4 december 2018

Van de pastoor: Wachten op het Licht der wereld

Beminde gelovigen,

Met de Advent is het nieuwe kerkelijk jaar begonnen. Het kerkelijk jaar kan ook het jaar van het heil genoemd worden, want alle staties van het verlossingswerk zullen door het liturgische leven van de Kerk voor haar gelovigen toegankelijk gemaakt worden, en de genaden uit de verlossing zullen door het leven van de Kerk aan haar kinderen geschonken worden.

Daarnaast is de Advent ook een verplaatsing naar de tijd van vóór de verlossing en het afwachten midden in de nacht van de zonde, wachten op het Licht der wereld dat de geschiedenis zal binnentreden door Zijn eerste komst in het vlees. Wij worden in deze situatie geplaatst door de liturgie, waarin door de sacramenten Zijn tweede komst in de genade onze alledaagse christelijke werkelijkheid is. Maar ook is de Advent het uitzien naar Zijn derde komst in heerlijkheid, om levenden en doden te oordelen.

Op die wijze worden wij door de heilige liturgie opgenomen in de volheid van het heil en worden wij geplaatst in de werkelijkheid van het heilsgebeuren.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

3 december 2018

3 december: Heilige Franciscus Xaverius, belijder

Franciscus de Jassu y Javier werd op 7 april 1506 geboren op het Spaanse kasteel Xavier in Navarra (Spaans Baskenland). Hij studeerde in Parijs (1525) aan de universiteit en werd daar door de jonge Ignatius van Loyola voor het heilig dienstwerk gewonnen. Hij sloot zich in 1534 aan bij het groepje dat Ignatius de 'Societeit van Jezus' noemt. In het jaar 1537 werd Franciscus in Venetie tot priester gewijd en ging samen met Ignatius werken in Rome. Op 27 september 1540 ontvingen zij de bevestiging van de orderegels door paus Paulus III. Al snel trekt hem het werk als missionaris in de kolonieën en hij gaat, op verzoek van paus Paulus III en de Portugese koning, in 1541 werken in Goa in Indië, onder de losbandige Portugezen.

Drie jaar later vertrekt hij naar de Molukken, waar hij op Ternate een centraal punt voor de missionering vestigt. Hier doopt hij in een maand 10.000 vissers. In het jaar 1549 vertrekt hij naar het pas ontdekte Japan en vestigt daar het christendom. In 1551 wordt hij provinciaal van de orde in Goa, waar hij weer naar terugreist. Van hieruit regelt hij de hele missie. Overal waar Xaverius kwam stichtte hij missieposten van waaruit het geloof verkondigd werd. Vlak voor de overtocht vanaf het eiland Sancian bij Kanton naar China, sterft Franciscus op 3 december 1552. Vanuit China wilde hij de moeilijk te bekeren Japanners bewegen het geloof in het heilig Evangelie aan te nemen.

In het jaar 1622 werd Franciscus Xaverius (zoals hij in de volksmond wordt genoemd) door paus Gregorius XV heilig verklaard en in 1748 door paus Benedictus XIV benoemd tot patroon van Indië. Paus Pius X benoemde hem in 1904 tot patroon van de geloofsverkondigers en in 1927 werd Franciscus Xaverius door paus Pius XI benoemd tot patroon van alle missies. Zijn lichaam rust in Goa.

Franciscus Xaverius is patroon van China, missionarissen, missie in het Oosten, zeelieden, de katholieke pers en voor een goed stervensuur; hij is patroon tegen storm en de pest.

2 december 2018

Eerste zondag van de Advent

Epistel
Rom. 13, 11-14
Broeders, gij weet, dat het thans voor ons tijd is, om uit de slaap op te staan. Want nu is ons heil dichterbij, dan toen wij het geloof aanvaardden. De nacht loopt ten einde; de dag komt naderbij. Laten wij daarom afleggen de werken van de duisternis, en ons bekleden met de wapenen van het licht. Zorgen wij onberispelijk te leven, zoals men dat doet op klaarlichte dag: niet in onmatigheid en dronkenschap, niet in ontucht en losbandigheid, niet in twist en naijver; integendeel, gij moet u bekleden met de Heer Jezus Christus.

Evangelie
Lc. 21, 25-33
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Er zullen tekenen komen aan zon en maan en sterren; en op de aarde zal er doodsangst heersen onder de volken, geheel radeloos door het gebulder van zee en golven. Dan zullen de mensen het besterven van schrik en angst om hetgeen de wereld gaat overkomen; want de krachten van de hemelen zullen geschokt worden. En dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk, met grote macht en majesteit. Welnu, wanneer dit alles een aanvang gaat nemen, richt dan uw ogen opwaarts, en heft uw hoofden omhoog! Want uw verlossing is nabij. En Hij hield hun de volgende gelijkenis voor: Ziet naar de vijgeboom en de andere bomen; zodra zij beginnen uit te lopen, weet gij, dat de zomer nabij is. Zo ook, als gij deze dingen ziet gebeuren, weet dan, dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar Ik zeg u: dit geslacht zal niet vergaan, voordat dit alles geschiedt. Hemel en aarde zullen vergaan, maar Mijn woorden zullen niet vergaan.

Overweging
De Advent begint met de woorden over de komst van de Mensenzoon, die wij in een meer uitbundige vorm afgelopen zondag reeds hebben gehoord. De Mensenzoon komt als rechter in Zijn eigendom terug om verlossing te brengen aan Zijn gelovigen. Er zit iets heugelijks in de woorden van het Evangelie van vandaag, als wij horen: Heft uw ogen opwaarts, want uw verlossing is nabij.

Dit is ook precies de diepste betekenis van de kerkelijke Advent: Het verwachten van Christus, de Mensenzoon, in Zijn derde komst, die plaats zal vinden op het einde der tijden in macht en majesteit. Hij zal verschijnen om alles tot Zich te trekken door het uitspreken van het laatste oordeel.

Maar voor dit alles zal gebeuren wordt ons verhaald hoe de gehele schepping geschokt zal worden, en hoe de mensen het zullen besterven van schrik en angst. Ons wordt duidelijk gemaakt dat de jongste dag voorafgegaan zal worden door allerlei ellende en nood. Dat is de onafwendbare toekomst die deze wereld te wachten staat.

De derde komst van Christus, als rechter, is slechts voor de getrouwen midden in de ellende van deze wereld toch een grote vreugde. Zijn komst brengt verlossing, want Zijn koninkrijk is nabij. Waar het in ons christelijk leven over gaat is niets meer of minder dan onze voorbereiding op Zijn komst. Behoren wij Hem toe of niet? Leef ik zoals Hij van mij verwacht? Bemin ik Hem in mijn dagelijkse gebeden? Woont er in mijn ziel een verlangen om bij Hem te zijn en alleen aan Hem toe te behoren? Dat zijn de cruciale punten die uitmaken of wij Zijn komst in heerlijkheid met vreugde en hoop tegemoet kunnen gaan, of dat de toekomstige ellende van deze wereld alleen maar het begin van eeuwige pijn en verdriet zal zijn.

Bij Zijn derde komst in heerlijkheid zullen namelijk de slechte mensen worden gescheiden van de goeden en worden opgesloten in het eeuwige hellevuur. Voor wie Hem hebben liefgehad staan de poorten van de hemel open. Eeuwige vreugde in de aanschouwing van de goddelijke heerlijkheid zal hun deel zijn. Hij wordt in de Kerstnacht geboren om ons alle middelen te schenken die noodzakelijk zijn om heilig te worden.

1 december 2018

Informatiebulletin voor de maand december is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand december is verschenen. Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin december' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Informatiebulletin elke maand per e-mail



Wilt u het maandelijkse Informatiebulletin van de personele parochie Sint Jozef bij de Agneskerk voortaan als eerste per e-mail ontvangen? Stuurt u dan een (lege) e-mail naar oudemis@agneskerk.org met als onderwerp: “Bulletin: ja”.

30 november 2018

30 november: Heilige Andreas, apostel

Andreas was de broer van Simon Petrus. Hij was eerst leerling van Johannes de Doper. Beide broers waren visser van beroep. Andreas sloot zich later bij Jezus aan en liet ook zijn broer met Jezus kennis maken. Andreas is de eerste met name genoemde apostel. Hij was de eerste apostel die Jezus volgde, samen met Johannes. Hij leidde ook de eerste heidenen naar Jezus, vlak voordat Hij aan Zijn beulen uitgeleverd zou worden. Steeds stond hij Jezus ter zijde om zijn hulp aan te bieden. Zo was Andreas de apostel die voor de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging een jongen aanwees die broden en vissen bij zich had.

Volgens de overlevering heeft hij na het Pinksterfeest het Evangelie verkondigd in Klein-Azie en in de Donaulanden. Ten tijde van de regeringsperiode van keizer Nero werd Andreas door de stadhouder Ageas gearresteerd. Hij werd gedwongen aan de goden te offeren, maar Andreas hield standvastig vol en bleef weigeren. Daarop sprak de christenhater over hem het doodsoordeel uit. Omstreeks het jaar 60 is hij te Patras in het noorden van de Peloponnesus in Griekenland aan een X-vormig kruis gestorven. Uit liefde voor zijn Heer wilde hij namelijk niet op dezelfde wijze gekruisigd worden als Jezus. We noemen een X-vormig kruis daarom een Andreaskruis. We komen het Andreaskruis tegen in het wapen van Amsterdam en bij spoorwegovergangen.

De heilige Andreas is de patroon van Rusland en van Schotland. Filippus van Bourgondië (Filippus de Schone) stelde in 1429 de ridderorde van Sint Andries in, die wij beter kennen als de orde van het Gulden Vlies.

Andreas ligt begraven in de grafkelder te Amalfi en zijn hoofd lag in de Sint-Pietersbasiliek te Rome. Paus Paulus VI heeft dit hoofd geschonken aan de Patriarch van Constantinopel als een gebaar van toenadering, want in het Oosten is de heilige Andreas een van de meest vereerde heiligen. Hij zou volgens de legende de Kerk van Byzantium hebben gesticht, het centrum van de Oosterse Kerken.

Andreas is patroon van Schotland, Griekenland, Rusland, Spanje, vissers, vishandelaren, slagers, mijnwerkers, touwslagers, waterdragers en voor een goed huwelijk; hij is patroon tegen: jicht, keelpijn, krampen en belroos.

25 november 2018

Laatste zondag na Pinksteren

Laatste zondag van het kerkelijk jaar


Christus als Rechter van levenden en doden (Fra Angelico)

Epistel
Kol. 1, 9-14
Broeders, wij houden niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij vervuld moogt worden met de kennis van Gods wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om aldus een leven te leiden, dat God waardig is en in alles Hem behaagt, doordat gij vruchten voortbrengt in allerlei goede werken en toeneemt in de kennis van God; ook doordat gij met alle kracht u versterkt door zijn glorievolle macht tot geduld en lijdzaamheid met blij gemoed, vol dankbaarheid jegens God, onze Vader. Hij heeft ons immers de waardigheid verleend, dat wij deel mogen hebben aan het lot der heiligen in het volle licht; en Hij heeft ons ontrukt aan de macht der duisternis en overgebracht naar het rijk van Zijn beminde Zoon, in Wie wij de verlossing bezitten, de vergiffenis der zonden, door de kracht van Zijn bloed.

Evangelie
Mt. 24, 15-35
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: “Wanneer gij de gruwel der verwoesting, waarvan de profeet Daniël heeft gesproken, zult zien heersen op heilige bodem – hij, die dit leest, trachte het te begrijpen! – laten dan zij, die in Judea zijn, vluchten naar de bergen; en hij, die op het dak is, kome dan niet naar beneden, om iets uit zijn huis te halen; en die zich op het land bevindt, moet niet eerst teruggaan om zijn kleed mee te nemen. Ongelukkig de vrouwen, die in die dagen in verwachting zijn of een kind te voeden hebben! En bidt toch, dat uw vlucht niet valt in de winter of op een sabbatdag. Want dan zal er een ellende komen zo groot, als er nooit geweest is van het begin der wereld af tot nu toe, noch ooit weer zal zijn. En als die dagen niet bekort werden, zou er niemand behouden blijven; maar omwille van de uitverkorenen zullen die dagen bekort worden. Als men u dan zegt: Ziet, hier is de Christus! of: daar is Hij! gelooft het niet. Want valse christussen en valse profeten zullen er opstaan, en zij zullen grote tekenen en wonderen verrichten, zodat, als het mogelijk was, zelfs de uitverkorenen in dwaling gebracht zouden worden. Ziet, Ik heb het u voorspeld! Als men u dus zegt: Ziet, Hij is in de woestijn! gaat er niet heen; ziet, Hij is daar binnen in huis! gelooft het niet. Want gelijk de bliksem uitschiet van het oosten en straalt tot in het westen, zo zal ook de komst van de Mensenzoon zijn. Waar het aas ook ligt, daar verzamelen zich de gieren. En terstond na de ellende van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar licht niet meer geven; de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten der hemelen zullen geschokt worden. Dan zal het teken van de Mensenzoon verschijnen aan de hemel, en weeklagen zullen alle volkstammen der aarde. en zij zullen de Mensenzoon zien komen op de wolken des hemels met grote macht en majesteit. Dan zal Hij zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen van de vier windstreken, van het ene uiteinde van de hemel tot aan het andere. Leert van de vijgenboom deze gelijkenis: Als zijn takken zacht worden en de bladeren uitschieten, dan weet gij, dat de zomer nabij is: zo ook, als gij dit alles ziet, weet dan, dat het vlak voor de deur staat. Voorwaar Ik zeg u, dit geslacht zal niet vergaan, voordat al deze dingen geschieden. Hemel en aarde zullen vergaan, maar Mijn woorden zullen niet vergaan.”

Overweging
Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar, ook wel de ‘zondag van het oordeel’ genoemd, spreekt Jezus in het Evangelie over het teken van de Mensenzoon, Die met macht en majesteit aan de hemel zal verschijnen. Dit teken zal de inleiding zijn tot de dag des oordeels. Het teken van de Mensenzoon is – zoals de Kerkvaders reeds opmerkten in hun commentaar op dit stuk Evangelie – het Kruis.

Het Kruis kent in de geschiedenis van het heil meerdere functies. Allereerst was het het instrument om Christus mee te doden. Maar daardoor werd aan het kruis een geheel nieuwe werkelijkheid gegeven; het werd de toegangsweg van het aardse naar het hemelse. Door het vrijwillig vergieten van het goddelijk Bloed werd het kruis verheven tot instrument van de genade en tot een teken van hoop. Ook in het Evangelie van vandaag wordt het als zodanig voorgesteld, als einde van de verschrikkingen en als overgang tot het leven voor de uitverkorenen kinderen Gods.

In de geschiedenis van onze civilisatie kent het kruis ook verschillende tijden. Als centrum van ons handelen en denken en als fundamentele drager van de Westerse beschaving, maar ook tijden van hevige bestrijding en minachting. Maar door alle veranderingen heen blijft het kruis een teken waarvan de mens zich niet los kan maken. Zowel voor- als tegenstanders zijn gericht op de werkelijkheid van het kruis, in positieve of negatieve zin. Het kruis laat niemand neutraal. Door Christus is dit teken een teken van strijd geworden, die fundamenteel gaat over de aanwezigheid van God of het verdringen van de goddelijke werkelijkheid uit het leven en de geschiedenis van de mensen.

24 november 2018

Junioracademie op zondag 25 november

Zondag 25 november 2018 begint om 13.30 uur in de grote zaal van de pastorie een bijeenkomst van de Junioracademie.

Deze keer zal het onderwerp zijn 'de kruistocht voor een christelijke beschaving'.

Hugo Bos (foto), algemeen manager van TFP (traditie, familie en privé-eigendom) en van Civitas Christiana spreekt over onze persoonlijke verantwoordelijkheid in de strijd tegen de revoluties die de christelijke beschaving willen vernietigen.

24 november: Heilige Johannes van het Kruis, belijder en Kerkleraar

Johannes werd geboren op 24 juni 1542 te Fontiveros, nabij Avila, in Spanje. Zijn vader was vanwege zijn huwelijk met een burgerlijk meisje uit de familie verstoten. Hij verdiende de kost als wever. Hij wilde dat Johannes ook wever zou worden, maar zijn weg liep anders: Johannes werd op jeugdige leeftijd ziekenoppasser. Door zijn onafzienbare inzet en naastenliefde voor de zieken was hij een graag geziene persoon in het ziekenhuis van Medina del Campo. Tevens volgde hij een cursus filosofie bij het plaatselijke Jezuïetencollege. In het jaar 1563 trad hij in Medina in bij de orde van de karmelieten. Na zijn professie werd hij naar Salamanca gestuurd. Daar volgde de begaafde Johannes de studies theologie en filosofie.

In 1568 werd hij tot priester gewijd. Door een verzwakkende houding en ‘falende’ leefgewoonten in de karmelietenorde, overwoog hij zijn orde te verlaten en in te treden bij de strengere kartuizers. Toen ontmoette hij de heilige Teresia van Avila en begon hij met de hervorming van zijn orde: de ongeschoeide karmelieten. Hij bleef zijn orde trouw en werd door de karmelieten die de hervormingen niet wilde doorvoeren en zich aangevallen voelden, vastgenomen en zwaar mishandeld. Johannes bleef echter trouw aan de visie van Teresia en in 1578 wist hij te vluchten naar het klooster Calvario. Daarmee was de scheiding tussen de geschoeide en de ongeschoeide karmelieten definitief.

Toen de heilige Teresia in 1582 stierf moest Johannes het gemeenschappelijk werk alleen voortzetten. Vanaf 1588 was hij prior van het Vaderhuis van de ongeschoeide karmelieten in Segovia.

In zijn laatste levensjaren heeft hij veel lichamelijk lijden te verduren gehad. Hij is op 14 december 1591, slechts negenenveertig jaar oud, in het klooster van Ubeda gestorven. Twee jaar later werd zijn lichaam overgebracht naar Segovia.

Op 26 december 1726 werd Johannes van het Kruis door paus Benedictus XIII heilig verklaard. Hij behoort tot de grootste leraren van de mystiek. Paus Pius Xl heeft hem vooral vanwege een aantal van zijn mystieke geschriften in 1926 verheven tot Kerkleraar. Enkele fundamentele uitspraken van het Tweede Vaticaans Concilie zijn letterlijke vertalingen uit de werken van Johannes van het Kruis.

23 november 2018

23 november: Heilige Clemens I, paus en martelaar

De heilige Clemens aanbidt de allerheiligste Drie-eenheid.

"Ook u, mijn trouwe kameraad, vraag ik: wees haar behulpzaam. Want zij hebben mij bijgestaan in de strijd voor het Evangelie, evenals Clemens en mijn overige medewerkers, wier namen staan in het boek des levens." (Fil. 4,3)

Paus Clemens wordt door de apostel Paulus zijn gezel genoemd. Hij is de derde opvolger van de Heilige Petrus. Hij schreef een brief aan de Korintiërs (niet die van Paulus). Hij treed met gezag op tegenover de Kerk van Korinte. In dezelfde brief staan bewijzen over het verblijf en de marteldood van Petrus in Rome. De brief is verder waardevol voor de kennis omtrent de kerkelijke hiërarchie, de liturgie in die tijd en de dogma's van de Drie-eenheid en over Christus.

Paus Clemens I is een apologeet (verdediger van de leer). Hij werd in de eerste eeuw in Rome geboren en werd in het heidense geloof opgevoed. Door de prediking van de apostel Barnabas vond hij eindelijk datgene waarnaar hij lang op zoek was geweest. Hij liet zich door Barnabas dopen en verder vormen door de heilige Petrus. Petrus was zeer onder de indruk van Clemens en benoemde hem tot zijn opvolger. Na de dood van Petrus weigerde Clemens plaats te nemen op de Heilige Stoel. Linus werd daarop de tweede opvolger. Dit gebeurde in het jaar 64. In het jaar 91 moest Clemens, onder druk van de clerus en het volk, gehoor geven aan de keus die de heilige Petrus reeds gemaakt had.

Verder is er weinig bekend over zijn pausambt. De marteldood van Clemens Romanus staat in ieder geval vast door de traditie van de Kerk, die zijn naam heeft opgenomen in de Canon van de heilige Mis. De heilige Clemens werd door keizer Trajanus naar de Krim verbannen wegens zielenijver en daar met een anker om de hals in zee verdronken.

Een legende vertelt dat paus Clemens tijdens zijn verblijf in de steengroeve door een schaap een bron vond waaruit water opborrelde uit het gesteente. Zo heeft hij zijn medegevangenen gered die dreigden om te komen van de dorst. Zijn lichaam werd door de beide apostelen van de Slaven, Cyrillus en Methodius , naar Rome overgebracht. Daar werd hij in de aan hem toegewijde kerk (San Clemente) bijgezet. Deze kerk is een van de meest bijzondere kerken in Rome omdat zij nog de volkomen liturgische inrichting van de oude kerk toont.

De heilige Clemens is patroon van zeelieden, hoedenmakers, marmerzagers, steenhouwers en kinderen, en patroon tegen kinderziekten, watersnood, storm en onweer.

21 november 2018

21 november: Opdracht van Onze Lieve Vrouw

Vandaag viert de Kerk het feest van de Opdracht van Onze Lieve Vrouw in de tempel (Maria Presentatie). Maria, die vervuld was van de Heilige Geest, was vanaf haar onbevlekte ontvangenis toegewijd aan God.

Dit feest is gebaseerd op het proto-Evangelie van Jacobus, waarin wordt verteld dat de ouders van de heilige maagd Maria, Joachim en Anna, uit dankbaarheid om haar miraculeuze geboorte hun dochter aan God toewijden in de tempel.

In de kerken van het Oosten wordt het feest van de opdracht van de Moeder Gods in de tempel al gevierd sinds de achtste eeuw. Het behoort daar tot een van de twaalf grote feesten. Later werd het feest ook in de Westerse Kerk ingevoerd.

19 november 2018

19 november: H. Elisabeth, weduwe

Elisabeth, dochter van koning Andreas II van Hongarije, trad in het huwelijk met Lodewijk IV, landgraaf van Thüringen en Hessen. Vanaf haar jeugd leidde zij een verstorven en vroom leven. Haar liefde voor de armen en de zieken was grenzeloos. Toen haar echtgenoot in 1227 tijdens een kruistocht stierf, had zij tal van beledigingen te doorstaan. Zij werd verjaagd uit haar woning en moest met haar kinderen haar intrek nemen in een stal. Doordrongen van de geest van de heilige Franciscus, van wiens derde orde zij lid was geworden, verdroeg zij dit alles echter met een evangelisch geduld. Zij stierf in Marburg in het jaar 1231.

18 november 2018

Zesentwintigste zondag na Pinksteren

Zesde overgebleven zondag na Driekoningen


Epistel
1 Tes. 1, 2–10
Broeders, wij brengen altijd dank aan God om uwentwil, en zonder ophouden blijven wij u indachtig in ons gebed; want wij herinneren ons uw werken van geloof, uw arbeid en liefde en uw volhardend vertrouwen op onze Heer Jezus Christus, voor het oog van God, onze Vader. Immers, broeders, van God bemind, wij weten, dat gij zijt uitverkoren; want onze prediking is tot u gekomen, niet alleen met woorden, maar ook met kracht en met Heilige Geest en met de volle overtuiging; gij weet immers, hoe ons optreden bij u geweest is om uwentwil. En gij zijt navolgers geworden van ons en van de Heer; gij hebt de prediking aangenomen onder veel verdrukking, maar met vreugde van de Heilige Geest; en zo zijt gij een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaie. Want van u uit is het woord des Heren verder verbreid, niet alleen in Macedonië en in Achaie; maar overal is uw geloof in God bekend geworden, zodat wij geen woord meer daarover hoeven te spreken. Zij zelf immers verhalen van ons, hoe wij bij u hebben gewerkt, en hoe gij tot God zijt bekeerd van de afgoderij om voortaan de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemel te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, Die ons heeft ontrukt aan de toorn, die eens zal komen.

Evangelie
Mt. 13, 31–35
In die tijd hield Jezus de menigte de volgende gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een mostaardzaadje, dat iemand in zijn akker gaat zaaien. Het is wel het kleinste van alle zaden, maar als het is opgeschoten, is het groter dan alle andere moeskruiden; en het wordt een boom, zodat de vogels des hemels in zijn takken kunnen nestelen. Nog een andere gelijkenis hield Hij hun voor: Het rijk der hemelen gelijkt op zuurdeeg, dat door een vrouw wordt gebruikt en vermengd wordt onder drie maten meel, totdat dit geheel is gegist. Dit alles sprak Jezus tot de scharen in gelijkenissen, en zonder deze sprak Hij niet tot hen. Zo werd vervuld, wat door de profeet voorzegd was: Ik zal Mijn mond openen in gelijkenissen, en openbaren, wat verborgen was van de grondvesting van de wereld af.

Overweging
Vandaag wordt ons in het Evangelie het rijk Gods in gelijkenissen voorgesteld. Het wordt vergeleken met de groei van een mosterdzaadje. Uit deze gelijkenis wordt duidelijk dat er een enorme groeikracht zit in het rijk Gods wanneer het zaadje goed wordt opgenomen, en op die manier diep kan wortelen in onze menselijke natuur. Christus kondigt hier Zijn Evangelie aan onder de sluier van een gelijkenis. De boodschap van Christus is bestemd om de gehele wereld, van West tot Oost en van Noord tot Zuid, te vervullen. Overal zal Zijn zegenrijke kracht, Zijn verheven menselijke en Zijn bovennatuurlijke goddelijke kracht hen die Hem willen toebehoren vervullen.

Het rijk Gods is in ons door Zijn heiligmakende genade, en Christus, de Heer, heerst in ons door de inwendige deugden van het hart, namelijk door geloof, hoop en liefde. Het rijk Gods bestaat in onze volledige overgave aan Zijn liefde en aan Zijn licht in alles wat wij doen en zijn. Wanneer alles in ons via verstand en wil op het goddelijke wordt afgestemd, wanneer wij met onze volledige kracht proberen Hem in alles te gehoorzamen, en Zijn genade – die Hij ons in alles aanbiedt – tegemoet komen, dan is het rijk Gods in ons gekomen.

Als wij ons in het rijk Gods laten opnemen en volledig tot dat rijk willen behoren, dan worden wij herschapen en herboren. Dan gaan wij over van de louter menselijke orde naar de goddelijke orde, voor zover dat voor een mens mogelijk is. Jezus, onze Redder, verstaat onder het rijk Gods in ons de ongebroken eeuwige levensgemeenschap met de Vader en Zichzelf in de Heilige Geest. Deze gemeenschap wordt concreet werkelijkheid in ons wanneer de wil in ons zich sterk en zuiver verheft boven de wereld van zelfzucht en geweld, van zorg en vrees, naar God toe. Door een dergelijke houding zal alles van de goddelijke Wil worden vervuld.

Wij zijn Gods rijk op aarde als wij vol zijn van Zijn Geest en toetreden tot Zijn Kerk, en deze tot in ons diepste wezen aanhangen, haar liefhebben, heiligen en verbreiden. Dat is dus dáár waar de heiliging die wij door de Heilige Geest ontvangen zichtbaar wordt, namelijk in de gemeenschap van de heiligen, waartoe wij behoren door onze opname in het mystieke lichaam van de Kerk. Wij worden heilig door het volgen van de ene heilsweg, die Christus is. En daardoor zullen wij tot het rijk van God behoren.

15 november 2018

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 17 november 2018

Op zaterdag 17 november om 11.00 uur houdt Michiel Hemminga, bestuurslid van de Sint-Nicolaasacademie, filosoof en campagneleider van CitizenGO in Nederland, een lezing over identiteitspolitiek en de ondermijning van het algemeen belang. Hij zal spreken over hoe de belangenpolitiek ten behoeve van allerlei minderheden uiteindelijk het geheel van de samenleving in gevaar zal brengen.

Voorafgaand aan de lezing is er om 10.00 uur een gelezen heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

13 november 2018

Bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 14 november 2018

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is op woensdag 14 november. Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed
12.30 uur: Conferentie met koffie en thee in de pastorie (tot circa 14.00 uur).

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

12 november 2018

12 november: Heilige Martinus, paus en martelaar

Paus Martinus, gevangen en in ballingschap.

Martinus was afkomstig uit Todi in Umbrië. Na een schitterende carrière werd hij deken bij de bisschop van Rome, paus Theodorus I († 649). Deze zond hem als speciale afgezant naar Constantinopel. In juli 649 werd hij zelf tot paus gekozen. Hij staat bekend om zijn liefde voor de armen en zijn zorg voor de gelovigen, maar meer nog om zijn ijver de geloofsschat te bewaren.

In zijn tijd bestonden er onder de gelovigen vele diepgaande meningsverschillen, waarin hij duidelijk stelling nam. Vooral met keizer Constans II van het Oost-Romeinse Rijk had hij het vaak aan de stok. Die steunde de patriarch van Constantinopel die de ketterse ideeën van het 'monotheletisme' verkondigde. Dat is de dwaalleer dat Christus alleen een goddelijke en geen menselijke wil had gehad. Paus Martinus I was van mening dat Christus pas serieus mens genoemd kon worden als Hij ook een menselijke wil had bezeten, die onderhevig was geweest aan alle menselijke begeerten en emoties, inclusief twijfel, terwijl je zoiets natuurlijk nooit van de goddelijke wil kon beweren.

Nog in het jaar van zijn benoeming hield paus Martinus in Lateranen een concilie waarop deze leer officieel werd veroordeeld. Hij werd in zijn overtuiging gesteund door de bisschoppen van Afrika, Spanje en Engeland. Maar tegelijk moest hij ervaren dat zijn leven meer dan eens bedreigd werd.

Tenslotte wisten zijn tegenstanders hem te pakken te krijgen en in 653 naar Constantinopel over te brengen. In zijn brieven doet hij verslag van de ziekten die onderweg aan boord uitbraken en die hem ernstig verzwakten. Eerst werd hij voor meer dan een half jaar verbannen naar het Griekse eiland Naxos in de Egeïsche Zee. Daar kreeg hij maar mondjesmaat te eten en het eten dat hij voorgezet kreeg, maakte hem nog zieker dan hij intussen al was. Het was hem verboden zich te verzorgen, zo mocht hij zich gedurende 47 dagen niet wassen, zelfs niet met koud water.

Na overgebracht te zijn naar Constantinopel werd er een schijnproces tegen hem gevoerd, waarbij hij ter dood veroordeeld werd wegens verraad, terwijl hij gevangen was genomen, op beschuldiging van het feit dat hij het niet met de leerstellingen van de keizer eens was. Hij werd in het openbaar voor schut gezet en afgetuigd. Op voorspraak van de patriarch van Constantinopel werd hij niet gedood, maar - bespot door het gepeupel en ontdaan van alle bisschopskleren - verbannen naar Chersonesus op de Krim. Er zijn brieven van hem bewaard waarin hij zich beklaagt over zijn onmenselijke behandeling en over het feit dat zijn gelovigen in Rome niets meer van zich lieten horen, terwijl hij dag aan dag bad voor hun zieleheil. Erger nog: ze hadden intussen een plaatsvervanger gekozen: Eugenius I. Uiteindelijk is Martinus in de Krim gestorven. Later werd zijn lichaam overgebracht naar Rome en bijgezet in de naar hem genoemde kerk.

Vanwege de vele ontberingen en vernederingen die hij te verduren had wordt hij vaak aangeduid als de laatste paus-martelaar, terwijl hij in de strikte zin geen martelaar is: hij is immers niet rechtstreeks gedood omwille van Christus, ofschoon hij smaad, gevangenschap, verbanning en de dood moest ondergaan.
Als leider van de Kerk week Martinus niet voor de opvattingen van de keizer.

11 november 2018

Vijfentwintigste zondag na Pinksteren

Vijfde overgebleven zondag na Driekoningen


Epistel
Kol. 3, 12-17
Broeders, wilt u als heilige en veelgeliefde uitverkorenen Gods toerusten met een medelijdend hart, met goedheid en bescheidenheid, met zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander, en vergeeft elkander, als gij soms over iemand te klagen hebt. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven. Maar draagt over dat alles heen de liefde; want deze is de band der volmaaktheid. Laat de vrede van Christus heersen in uw harten; want daartoe zijt gij ook geroepen, als leden van één lichaam. Weest daarenboven dankbaar. Moge het woord van Christus onder u wonen in volle rijkdom, zodat gij in alle wijsheid elkander onderricht en vermaant. En zingt dankbaar God van harte lof in psalmen en gezangen en geestelijke liederen. Alles wat gij doet met woord of werk, doet alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, om aan God, de Vader, dank te brengen door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Mt. 13, 24-30
In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een mens, die goed zaad op zijn akker zaaide. Maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen nu het graan opkwam en vrucht begon te zetten, toen werd ook het onkruid zichtbaar. Dan gingen de knechten van de heer naar hem toe, en zeiden: Heer, hebt gij geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dan het onkruid vandaan? En hij antwoordde hun: Dat heeft een vijandig mens gedaan. De knechten vroegen hem nu: Wilt gij, dat wij het gaan uittrekken? Maar hij antwoordde: Neen; want als gij het onkruid uittrekt, zoudt gij misschien ook de tarwe uitrukken. Laat ze beide opgroeien tot de oogst; dan zal ik in de oogsttijd tot de maaiers zeggen: Verzamelt eerst het onkruid, en bindt het in bundels, om het te verbranden; maar bergt de tarwe in mijn schuur.

Overweging
In de gelijkenis van dit Evangelie legt onze Heer Jezus Christus aan Zijn leerlingen een belangrijke leer uit over de Kerk op aarde en over het leven. Hij wijst daarbij op het einde van de tijden. Christus zegt dat het rijk der hemelen, dat zich hier op aarde manifesteert door de Kerk, lijkt op een akker waarop goed zaad wordt gezaaid. Dit zaad verzinnebeeldt de genade en de akker staat voor de heilige Kerk van God. In een volledig verstaan van de gelijkenis kunnen wij de akker identificeren met de Kerk en het zaad met onze eigen ziel, waarin God Zijn genade tot leven brengt omdat zij in de kracht van de akker, de Kerk, haar voedsel vindt voor haar groei.

Tegelijk met het goede zaad en de zaaier van de akker wijst Christus ook op de vijand die onkruid zaait tussen het goede zaad. Dit onkruid kunnen wij duidelijk herkennen als de zonde, en de vijand als de duivel. Het onkruid en de zonde leven als een parasiet uit hetgeen dat bedoeld is om een ander te laten groeien. Het onkruid brengt geen goede vruchten voort en is daarom in de gelijkenis zinnebeeld voor de zonde die geen eigen leven in zich draagt, maar alleen de afwezigheid van het goede is en daarom ook zo verschrikkelijk is, want God – als Bron van alle goedheid – is dan afwezig. En waar God niet is, kan geen leven zijn, maar alleen dood en verderf.

Christus wil ons waarschuwen, allereerst doordat hij uitlegt wat goed is en wat niet goed is, maar ook door de uiterste en laatste consequentie van het kwaad te verwoorden. Aan het einde van de tijden zal het onkruid gebundeld worden om te worden verbrand. In deze woorden van onze Heer Jezus Christus vinden wij de leer over het vuur van de hel, een leer die tegenwoordig vaak als overbodig en als niet meer aanvaardbaar voor het moderne, sociaal geworden christendom wordt beschouwd.

In het tweede deel van het Evangelie legt Christus uit waarom tot de oogst gewacht moet worden met het verzamelen van het onkruid. Het eerste gevolg hiervan is de realiteit van de Kerk zoals wij haar door de geschiedenis heen kennen. In Gods heilige Kerk, de akker van de oogst, groeien tarwe en onkruid samen op. De redenen hiervoor zijn begrijpelijk en volledig edel en heilig, want de Heer van de oogst is geduldig en barmhartig en straft niet terstond, maar schenkt tijd en gelegenheid tot inkeer en bekering.

De zonde, die in de gelijkenis door het onkruid wordt verzinnebeeld, kan alleen stand houden in de afwezigheid van de genade. Bekering is mogelijk zolang de slechte planten nog op de akker staan. De akker van de Kerk is er om vruchten van heiligheid voort te brengen en juist om die reden blijft Christus een geduldig en barmhartig bezitter van de akker. Maar wanneer Hij terugkeert tot Zijn akker, als Heer van de oogst, dan zullen kwaad en goed uit elkaar gehaald worden.

10 november 2018

10 november: Heilige Andreas Avellinus, belijder

Andreas Avellinus is geboren in 1521 in Castronuovo di Sant'Andrea in Zuid-Italië. Bij het doopsel ontvangt hij de naam Lancelotto.

Als jonge priester was hij verbonden aan een kerkelijke rechtbank. Tijdens een verdediging kwam er een keer een klein leugentje over zijn lippen. Vlak daarna las hij bij toeval in de heilige Schrift “Een mond die liegt vermoordt de ziel.” (Wijsheid 1, 11) Diep getroffen door deze woorden legde hij zijn positie bij de rechtbank neer en wijdde zich uitsluitend aan de dienst aan God en het welzijn van de zielen.

In 1566 trad hij in in de orde van de Theatijnen. Toen koos hij de naam Andreas, uit liefde voor het kruis van Christus. Hij werkte zeer ijverig als zielenherder. Met vaderlijke liefde en voorzichtigheid bracht hij als biechtvader ontelbare uren door in de biechtstoel. Hij reisde langs de steden en dorpen in de buurt van Napels om de verlossende boodschap van het Evangelie te verkondigen.

Door de bisschop van Napels werd hij belast met de hervorming van een Napolitaans klooster waar de discipline was zoekgeraakt. Door zijn eigen voorbeeldige levenshouding slaagde hij erin zijn opdracht tot een goed einde te brengen, maar niet zonder kleerscheuren. Hij werd door zijn tegenstanders belaagd en zwaar verwond. Men bracht hem voor verzorging en revalidatie naar het klooster van de Theatijnen. Vanwege zijn intelligentie, zelfdiscipline, onderdanigheid en zuiverheid werd hij uitgezonden om nieuwe vestigingen voor de orde uit te bouwen, zoals in Milaan en Piacenza.

De heilige Carolus Borromeus was een intieme vriend van Andreas Avellinus die hem voor zeer belangrijke kerkelijke aangelegenheden raadpleegde.

In het leven van deze heilige priester komen verschillende wonderen voor. Toen hij een keer samen met een metgezel in slecht weer op weg was naar huis, werd zijn lantaarn gedoofd door de regen en de wind. Zij werden echter niet doorweekt door de regen. Zijn lichaam straalde van licht en zo konden zij in de dichte duisternis toch de weg naar huis vinden.

Velen kwamen bij Andreas om raad vragen. Hij heeft duizenden brieven geschreven. Vermoeid door zijn vele werkzaamheden en verzwakt door zijn leeftijd werd hij op 10 november 1608 getroffen door een beroerte aan de voet van het altaar toen hij de heilige Mis wilde gaan opdragen. Toen hij voor de derde keer sprak “Introibo ad altare Dei” (Ik zal opgaan naar het altaar van God), stierf hij.

In 1712 verklaarde paus Clemens XI hem heilig. Andreas Avellinus wordt vereerd als patroonheilige van Napels en Sicilië. Hij ligt begraven in de Sint-Pauluskerk in Napels.

Andreas Avellinus is patroon tegen een onvoorziene dood en tegen beroertes.

9 november 2018

9 november: Kerkwijding van de Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser, feest

De Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser in Rome is beter bekend als de Sint Jan van Lateranen. Volgens een inscriptie op de voorgevel is zij ‘De Moeder en het Hoofd van alle Kerken in de Stad en van de hele Wereld’. Zij gaat terug op een geschenk van keizer Constantijn en zijn familie.

In de 2e eeuw vóór Christus behoorde het terrein waar de huidige kerk op staat toe aan de senatorenfamilie van de Plautii. Een vooraanstaand lid van deze familie, Plautus Lateranus, was in 65 door keizer Nero terechtgesteld vanwege diens vermeende aandeel in de samenzwering van Gaius Calpurnius Piso tegen de keizer. Het paleis werd geconfisqueerd en tot keizerlijk domein verklaard. Septimius Severus gaf het weer terug aan de nabestaanden van de Plautii.

Toen in de 4e eeuw een verre afstammelinge, Fausta, huwde met keizer Constantijn, behoorde het tot haar bruidschat. Zo kwam het terrein in het bezit van Constantijn. Hij schonk het aan de toenmalige paus Silvester († 335) met de bedoeling dat er de eerste christelijke basiliek zou verrijzen. Met de bouw ervan werd begonnen in 323; het jaar daarop kon de kerk worden ingewijd. Zij was toegewijd aan Jezus Zelf: de Allerheiligste Verlosser. In de 12e eeuw kwamen daar Johannes de Doper en Johannes de Evangelist bij. Sindsdien staat de kerk bekend onder de naam Sint-Jan-van-Lateranen.

De eerste kerk had de vorm van een basiliek. Het moet een imposant gebouw geweest zijn. Het was in ieder geval zo mooi en rijk versierd dat het de bijnaam 'Gouden Basiliek' (basilica aurea) kreeg. In de loop der eeuwen is de kerk herhaaldelijk verwoest, geplunderd en weer opgebouwd. Het huidige gebouw gaat terug op 11e en 12e eeuw, met restanten uit vroeger tijden.

De basiliek is de belangrijkste kerk ter wereld. Daar staat immers de Stoel van Sint Petrus, die zoals de H. Ignatius van Antiochië schreef 'het hoofd is van de gehele liefdesgemeenschap'. Om die reden wordt haar wijdingsdag in de gehele Kerk als feest gevierd.

8 november 2018

8 november: H.H. Vier gekroonde martelaren

De geschiedenis van deze heilige martelaren is erg verwarrend. In het Martyrologium Romanum staat het volgende over hen opgetekend: "Te Rome aan de Via Lavicana op de dag van het overlijden van vier heilige martelaren, de broers Severus, Severianus, Carpophorus en Victorinus. Onder keizer Diocletianus werden ze met loden staven doodgegeseld. Hun namen werden pas vele jaren later bekendgemaakt door een goddelijke openbaring. Aangezien daarvoor niemand hun namen kende werd de jaarlijkse feestdag te hunner ere gevierd onder de titel: De vier gekroonde broers. Ook na de openbaring van hun namen bleef deze titel bestaan."

De basiliek van de H.H. Vier gekroonde martelaren bevat ook de relikwieën van vijf beeldhouwers die onder Diocletianus weigerden om afgoden te maken of om afbeeldingen van de zonnegod te vereren. Uit verslagen blijkt dat zij rond het jaar 300 werden gegeseld, geplaatst in loden doodskisten en ondergedompeld in water.

Diverse historici hebben geprobeerd om de tegenstrijdige verklaringen over de relatie tussen deze twee groepen heiligen te ontwarren; zij hebben onderzocht of deze twee groepen daadwerkelijk hebben bestaan, of het ging om Romeinen, soldaten, steenhouwers enzovoorts.

7 november 2018

7 november: Heilige Willibrordus, bisschop en belijder, patroon van de Nederlandse Kerkprovincie en van het bisdom Haarlem-Amsterdam, hoogfeest

Willibrord werd geboren in Northumbrië in Engeland in het jaar 658. Hij kreeg de geloofsopvoeding van de monniken uit het klooster Ripon. Abt was hier de heilige Wilfried die leefde naar de regels van Benedictus. In 678 vertrok Willibrord naar Ierland, naar het klooster van Rathmelsigi. Hier werd hij tot priester gewijd. Samen met een grote schare metgezellen verliet hij in 690 zijn geboorteland en trok de Noordzee over om het geloof in de Friese landen te verkondigen. Aan paus Sergius I vroeg Willibrord de volmacht om in deze streken het geloof te verkondigen evenzo aan de Frankische Hofmeier Pepijn II van Herstal. Paus Sergius wijdde hem tevens tot aartsbisschop van de Friezen. Zijn bisschopszetel vestigde hij in Utrecht.

Dankzij de steun van de Frankische adel kon Willibrord de verkondiging in Friesland gestalte geven. Hij kreeg van Irmana van Ohren, de vrouw van een paltsgraaf, de abdij van Echternach in Luxemburg. Bekend is ook de abdij van Susteren in Limburg. Beide kloosters werden het middelpunt voor de verkondiging van het Evangelie onder de Friezen. Na de dood van Pepijn II in 714 was het niet mogelijk zijn verkondiging in de noordelijke streken voort te zetten. Radboud, de heidense Fries, heroverde al plunderend een groot gebied op de Franken. Nadat koning Karel Martel in 715 Radboud verslagen had, vertrok Willibrord samen met de heilige Bonifatius naar het Noorden. Hij zou zelfs in Denemarken geweest zijn. Willibrord stichtte vele kerken, kloosters en vestingen. Hij legde een stevig fundament voor de opbouw van de Kerk in de Lage Landen en in Duitsland. In 719 begon de heilige Willibrord met grote ijver aan deze taak samen met de heilige Bonifatius. Op 7 november 739 stierf Willibrord in de abdij van Echternach. Hier ligt hij ook begraven.

Paus Pius XII heeft in 1939 Willibrordus uitgeroepen tot patroon van de Nederlandse Kerkprovincie. De heilige Willibrordus is patroon van Nederland en van Luxemburg en van de bisdommen Utrecht, Haarlem-Amsterdam en Luxemburg. Hij is patroon tegen epilepsie, huidziekten en stuipen.

6 november 2018

Misintenties

De katholieke Kerk belijdt dat de heilige Mis het voortdurende Offer van Christus is dat aan God de Vader wordt aangeboden voor de verlossing van de mensen.

Het is mogelijk om een heilige Mis te laten lezen voor een bepaalde intentie. De Mis wordt dan aan God opgedragen uit dankbaarheid, voor een zekere nood of voor de zielenrust van een overledene. God de Vader wordt gesmeekt om de vruchten van Christus' Offer in het bijzonder toe te passen op deze intentie.

Dat is een van de krachtige middelen waarmee wij de zielen in het vagevuur kunnen helpen om hun tijd daar te bekorten. De maand november (Allerzielenmaand) is dan ook bijzonder geschikt voor het laten opdragen van H.H. Missen voor overledenen.

Op zondagen en kerkelijke feestdagen dient een priester (pastoor) de heilige Mis op te dragen voor het hem toevertrouwde volk (zogenaamde Missa pro populo). Daar kunnen geen persoonlijke intenties aan worden toegevoegd. Op andere dagen kan per heilige Mis één intentie worden aangenomen.

Er wordt een financiële bijdrage (stipendium) gevraagd als daadwerkelijk offer van degene die de intentie opgeeft. Deze bijdrage is voor het levensonderhoud van de priester die de Mis opdraagt.

Voor het opgeven van Misintenties kunt u het beste rechtstreeks contact opnemen met een van de priesters. De richtprijs voor het stipendium bedraagt € 12.

4 november 2018

Vierentwintigste zondag na Pinksteren

Missaal: Vierde overgebleven zondag na Driekoningen


Epistel
Rom. 13, 8-10
Broeders, gij moet elkander niets schuldig blijven, dan alleen maar wederzijdse liefde. Want wie de naaste liefheeft, heeft de wet volbracht. Immers het gebod: Gij zult geen echtbreuk plegen - gij zult niet doodslaan - gij zult niet stelen - gij zult geen vals getuigenis geven - gij zult niet begeren, of welk ander gebod ook, het komt alles neer op dit woord: gij zult uw naaste beminnen als u zelf. De liefde doet de naaste geen kwaad aan. Zo vervult de liefde de gehele wet.

Evangelie
Mt. 8, 23-27
In die tijd begaf Jezus Zich in het scheepje en Zijn leerlingen gingen met Hem mee. Plotseling werd de zee geweldig onstuimig, zodat de golven over het schip heensloegen. Hij echter lag te slapen. De leerlingen gingen naar Hem toe; zij maakten Hem wakker en zeiden: Heer, help ons, wij vergaan! Doch Jezus sprak tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op, gaf Zijn bevelen aan de wind en de zee, en het werd volkomen stil. De mensen nu stonden verbaasd en zeiden: Wat is dat toch voor iemand, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?

Overweging
Zeer dikwijls geeft Christus Zijn apostelen en ons allen een les in vertrouwen. Zo ook in het Evangelieverhaal van deze zondag. Het verhaal is heel kort, maar wel duidelijk. Alles is aan Christus onderworpen; de machten en krachten van de natuur zowel als de gehele geestelijke wereld. Alles is Hem onderdanig, Hij is de opperste Soeverein. Hij draagt zorg voor ons op grond van Zijn goddelijke, oneindige liefde. Hij kent al onze noden en ook dan, wanneer Hij schijnt te slapen, zoals in het bootje op het meer, is Hij bij ons, altijd bereid ons te helpen en ons te beschermen tegen de gevaren die ons bedreigen. Wat Hij van ons verlangt is vertrouwen. Dat wij nooit vergeten dat Hij de Goede Herder is.

Er zijn veel stormen in de wereld. Elke keer gaat het om een andere storm. Elk mensleven kent zijn eigen stormen. Dikwijls hebben wij die zelf beleefd. Het kan voorkomen dat we miskend worden, dat we worden tegengewerkt, of zelfs vervolgd en onrechtvaardig behandeld. Soms worden onze bedoelingen verkeerd begrepen, wordt ons werk niet gewaardeerd en bevinden wij onszelf midden in een grote storm van beproevingen en bekoringen. En dan kan iedereen zien hoe sterk zijn geloof is.

Geloven in Jezus zolang het ons goed gaat, zolang alles volgens ons plan verloopt, is niet moeilijk. maar dat is nauwelijks een waarachtig geloof. Zodra de dingen verkeerd lopen, zodra wij onze machteloosheid ervaren, verliezen wij moed en stort ons vertrouwen in. Dan begint pas het eigenlijke geloof, daar waar menselijke krachten en berekeningen vallen. Zodra wij ‘vergaan’, hoe dan ook, menen wij dat Christus ons verlaten heeft. Dan zien wij dat ons geloof op een voelbare aanwezigheid of op troost was gebouwd. Voelen wij dat niet meer, dan is ons geloof weg. Maar geloof is meer dan een gevoel dat God dicht bij ons is. Geloof in God betekent: op Hem vertrouwen, op Zijn wijsheid. Hij weet toch beter dan ik wat voor mijn verlossing het beste is. Als wij geloven, dan moeten wij vertrouwen op Zijn liefde en voorzienigheid – waarin Hij ons nooit verlaat – ook in het midden van een storm, midden in schijnbaar onoplosbare situaties.

Ons geloof moet steeds gezuiverd worden. Een ziel die echt gelooft en zich uitsluitend aan God hecht, blijft onwankelbaar. Bekoringen, lijden en beproevingen bereiken slechts de oppervlakte van zijn wezen; in de diepte heerst vrede. De oppervlakte van de zee kan hevig worden bewogen bij een storm, maar de diepe wateren blijven onberoerd. Deze innerlijke vrede hangt slechts van één ding af, namelijk van onze houding tegenover God. Christus is de Heer. Als wij dat erkennen en Zijn woorden onvoorwaardelijk aanvaarden, dan blijven wij altijd veilig bij Hem Die alle kwaad heeft overwonnen.

3 november 2018

Van de pastoor: Zalige keizer Karel, bid voor ons

Beminde gelovigen,

De maand november opende met het feest van alle heiligen in de hemel, en stelt ons dus de triomf van de Kerk voor ogen. In deze zegeviering zien wij vooral de macht van Christus’ verlossende werk, waarin ook wij hopen te volharden tot aan het eind van ons aardse bestaan. De dag na het feest herdachten wij de overledenen en baden wij voor hun zielen, die door menselijke zwakte gevangen zijn in hun niet-uitgeboete dagelijkse zonden en onvolmaaktheden. In het vagevuur lijden zij onder de louterende boete, waarna ook zij tot de zegevierende Kerk in de hemel zullen behoren.

Z. keizer Karel

Zondag 25 november is de laatste zondag van het kerkelijk jaar met de evangelielezing over de wederkomst van de Heer om levenden en doden te oordelen, en over het einde der tijden. Deze gebeurtenissen en realiteiten roepen ons op om steeds inniger het leven in de genade te omarmen en te leven, omdat het oordeel ook voor ons realiteit zal worden.

Op 11 november van dit jaar om 11.00 uur is het precies 100 jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog – of zoals die vroeger werd genoemd: de Grote Oorlog – eindigde met de overwinning van de Vrijmetselaars-Frans-Anglo-Amerikaanse overwinning op het Europese continent, en daarmee werd het einde ingeluid van de grote christelijke keizerrijken die eeuwenlang, als stabilisatoren van de beschaving in het Avondland, Gods wetten in de Staat en in de samenleving hadden verdedigd. Helaas is deze tragedie voor Europa en voor onze cultuur door vele christenen niet opgemerkt. Door de zege van de vrijmetselarij in deze oorlog werden de seculiere ideeën voor de staatsinrichting met enorme ijver doorgedrukt, en werden geloof en Kerk, mens en familie, de sociale en economische orde op onvoorstelbare wijze aangevallen.

Gedenken wij in onze gebeden de overleden helden van de slagvelden van deze oorlog, en ook alle ongelukkige soldaten die hun leven gaven in de oprechte veronderstelling een goede zaak te hebben verdedigd, maar die in werkelijkheid ons hebben gestort in het allergrootste ongeluk waarin wij nu nog leven. Vragen wij op voorspraak van de zalige keizer Karel van Oostenrijk om eindelijk uit deze ellende bevrijd te mogen worden.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

2 november 2018

Missa pro defunctis - Requiem Wolfgang Amadeus Mozart

2 november: Allerzielen

Allerzielen is een dag van gebed voor allen die uit dit leven zijn heengegaan en nog niet voor altijd bij de Heer zijn. Het bidden voor de overledenen werd reeds in de 2e eeuw vóór Christus gedaan (zie 2 Makk. 12, 43-45). Men geloofde dat de overledenen hierdoor van hun zonden zouden worden vrijgesproken.

Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) werd de geloofsleer vastgelegd dat er een vagevuur is en dat de overleden gelovigen daar door de gelovigen op aarde kunnen worden geholpen.

Door de vaststelling van de gedenkdag op 2 november wordt de band van deze herdenking met Allerheiligen beklemtoond. Zo wordt benadrukt dat Gods volk, zowel zij die reeds in Gods aangezicht leven als zij die nog onderweg zijn naar de eeuwige zaligheid, één gemeenschap vormt.

Zie: Volle aflaat voor de zielen in het vagevuur.