1919 - 2019: 100 jaar Sint-Agnesparochie

Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 december 2019, onder voorbehoud van wijzigingen.

31 december 2018

Te Deum laudamus!



Te Deum laudamus: te Dominum confitemur.
Te aeternum Patrem omnis terra veneratur.
Tibi omnes Angeli, tibi Caeli, et universae Potestates.
Tibi Cherubim et Seraphim incessabili voce proclamant:
Sanctus, Sanctus, Sanctus Dominus, Deus Sabaoth.
Pleni sunt cæli et terra maiestatis gloriae tuae.
Te gloriosus Apostolorum chorus.
Te Prophetarum laudabilis numerus.
Te Martyrum candidatus laudat exercitus.
Te per orbem terrarum sancta confitetur Ecclesia,
Patrem immensae maiestatis:
Venerandum tuum, verum, et unicum Filium.
Sanctum quoque Paraclitum Spiritum.
Tu Rex gloriae, Christe,
Tu Patris sempiternus es Filius.
Tu ad liberandum suscepturus hominem, non horruisti Virginis uterum.
Tu, devicto mortis aculeo, aperuisti credentibus regna caelorum.
Tu ad dexteram Dei sedes, in gloria Patris.
Iudex crederis, esse venturus.
Te ergo quaesumus, tuis famulis subveni, quos pretioso sanguine redemisti.
Aeterna fac cum Sanctis tuis in gloria numerari.
Salvum fac populum tuum Domine, et benedic hereditati tuae.
Et rege eos, et extolle illos usque in aeternum.
Per singulos dies benedicimus te.
Et laudamus nomen tuum in saeculum, et in saeculum saeculi.
Dignare Domine, die isto sine peccato nos custodire.
Miserere nostri, Domine, miserere nostri.
Fiat misericordia tua, Domine, super nos, quemadmodum speravimus in te.
In te, Domine, speravi: non confundar in aeternum.
U, God, loven wij, U, Heer, prijzen wij.
U, eeuwige Vader, eert heel de aarde.
Tot U roepen alle Engelen, tot U de Hemelen en alle Machten.
Tot U de Cherubijnen en Serafijnen, zonder ophouden verkondend:
Heilig, Heilig, Heilig, de Heer, God der legerscharen.
Vol zijn hemel en aarde van de majesteit Uwer glorie.
U looft het roemvolle koor der Apostelen.
U de lofwaardige schaar der Profeten.
U het schitterend leger der Martelaren.
U prijst over heel het aardrijk de heilige Kerk:
de Vader, onmetelijk in majesteit,
Uw aanbiddelijke waarachtige en eengeboren Zoon,
alsmede de Vertrooster, de Heilige Geest.
Gij zijt de Koning der glorie, Christus.
Gij zijt van de Vader de eeuwiggeboren Zoon.
Gij, Die om de mens verlossing te brengen niet hebt geschroomd voor de schoot van een Maagd.
Gij, Die de prikkel van de dood hebt overwonnen, en voor de gelovigen het Rijk der hemelen hebt geopend.
Gij, Die zit aan Gods rechterhand in de glorie van de Vader;
Die als Rechter zult komen, zoals wij geloven.
U dan smeken wij: kom Uw dienaars te hulp, die Gij met Uw kostbaar Bloed hebt gered.
Laat ons geteld worden onder Uw Heiligen in de eeuwige glorie.
Schenk verlossing aan Uw volk, o Heer, en zegen Uw erfdeel.
Regeer hen, en leid hen opwaarts in eeuwigheid.
Elke dag opnieuw zegenen wij U,
en wij loven Uw Naam door de eeuwen, en door de eeuwen der eeuwen.
Wees genadig, Heer, spaar ons deze dag voor de zonde.
Ontferm U over ons.
Uw barmhartigheid, o Heer, strekke zich uit over ons, daar wij hoopten op U.
Op U, o Heer, heb ik gehoopt, niet beschaamd zal ik worden in eeuwigheid.

30 december 2018

Christe, Redemptor Omnium



Christe, redemptor omnium,
Ex patre, patris unice,

Solus ante principium
Natus ineffabiliter.

Tu lumen, tu splendor patris,
Tu spes perennis omnium,
Intende, quas fundunt preces
Tui per orbem servuli.

Salutis auctor recole,

Quod nostri qoundam corporis
Ex illibata virgine

Nascendo formam sumpseris.

Hic praesens testatur dies
Currens per anni circulum,
Quod solus a sede patris
Mundi salus adveneris.

Hunc caelum, terra, hunc mare,
Hunc omne, quod in eis est,
Auctorem adventus tui
Laudat exsultans cantico.

Nos quoque, qui sancto tuo
Redempti sumus sanguine,
Ob diem natalis tui

Hymnum novum concinimus.

Jesu, tibi sit gloria

Qui natus es de Virgine
Cum Patre et almo spiritu
In sempiterna saecula. Amen.
Christus, Verlosser van het al,
eens uit den Vader, enige Zoon,
alleen voor ’s werelds eerst begin
geboren onuitsprekelijk.

Gij, ’s Vaders licht en wederglans,
eeuwige verwachting van ’t heelal,
sla op Uw simpele dienaars acht,
alom ter wereld in gebed.

Gedenk, bewerker van ons heil,
hoe eens Gij onze lichaamsvorm
van uit de ongerepte Maagd

bij Uw geboorte hebt aanvaard.

Daarvan getuigt de huidige dag,
weerkerend in den kring van ’t jaar,
dat Gij alleen van ’s Vaders troon
als heil der wereld tot ons kwam.

Hem loven hemel, aarde en zee,
Hem looft alwat daarin vervat:
die eindelijk gekomen is

loven ze in opgetogen lied.

Maar ook wijzelf, die, losgekocht
zijn door Uw eigen heilig Bloed,
zingen op Uw geboortedag

U samen een nieuwe lofzang toe.

Jezus, U zijt de glorie

Die geboren is uit de Maagd

met de Vader en de Heilige Geest
in aller eeuwen eeuwigheid. Amen.

Zondag onder het Octaaf van Kerstmis

Epistel
Gal. 4, 1-7
Broeders, al de tijd, dat een erfgenaam onmondig is, verschilt hij niets van een slaaf, al is hij ook de heer van alles is. Maar hij staat onder voogden en beheerders tot aan de tijd, die zijn vader heeft vastgesteld. Zo stonden ook wij, toen wij nog onmondig waren, als slaven onder de beginselen der wereld. Maar toen de volheid der tijden kwam, zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die stonde onder de Wet vrij te kopen, opdat wij zouden worden aangenomen tot zonen. Welnu, gij zonen zijt, heeft God de Geest van zijn Zoon neergezonden in uw harten, en deze roept: Abba, Vader! Zodoende is men geen slaaf meer, maar zoon; doch wie zoon is, is ook erfgenaam door God.

Evangelie
Lc. 2, 33-40
In die tijd stonden Josef en Maria, de moeder van Jezus, verbaasd over hetgeen er van Hem gezegd werd. En Simeon zegende hen en sprak tot Maria, Zijn moeder: “Zie, deze is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat wordt tegengesproken, en ook uw ziel zal met een zwaard doorboord worden, opdat de gezindheid des harten van velen openbaar worde.” Daar was ook een profetes Anna, de dochter van Phanuel, uit de stam van Aser. Ze was hoogbejaard en na haar maagdelijke staat was zij zeven jaar gehuwd geweest, en nu was zij een weduwe van vierentachtig jaar. Altijd was zij in de tempel, en diende God dag en nacht in vasten en gebed. Juist op dat ogenblik verscheen zij daar ook, en zij loofde de Heer. En zij sprak over het kind tot allen, die vol verlangen uitzagen naar de verlossing van Israel. Toen zij alles volbracht hadden gedaan volgens de wet des Heren, zijn zij teruggekeerd naar Galilea, naar hun woonplaats Nazareth. Het Kind Jezus groeide op, en nam toe in krachten; Het werd vervuld van wijsheid, en de genade van God rustte op Hem.

Overweging
In de liturgie van de Kersttijd wordt vaak gesproken over de vrede die Christus zal brengen. Een van Zijn koninklijke titels is Princeps Pacis, Prins van de Vrede. Maar vandaag horen wij in het Evangelie iets anders. In zijn voorspelling zegt Simeon ons dat Jezus een teken van tegenspraak zal zijn. En dat klinkt zeker niet vreedzaam.

“Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er van Hem gezegd werd”, zo schrijft de evangelist Lucas. En inderdaad was tot nu toe bijna alles wonderbaarlijk geweest: de aankondiging van de blijde boodschap aan Maria door de engel Gabriël, de geboorte van Christus te Bethlehem, de verschijning en de zang van de engelen. En nu spreekt Simeon, “een rechtvaardig en godvrezend man, die verlangend uitzag naar de vertroosting van Israël en over wie de Heilige Geest was gekomen”, hoogst merkwaardige en bijna onbegrijpelijke woorden. Hij richt zich blijkbaar tot Jezus’ Moeder: “Zie, Hij is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken van tegenspraak; en een zwaard zal ook uw eigen ziel doorboren. Zo moeten de gedachten van veler harten worden ontsluierd."

De woorden van deze oude man klinken verbazingwekkend, vooral in deze sfeervolle Kersttijd, waarin men zou kunnen menen dat Jezus alleen zegen en geluk komt brengen. Wensen van vreugde, vrede, liefde en geluk worden zo vaak uitgesproken. En vandaag horen wij de profetie over de val en opstanding, over een teken van tegenspraak. Zulke woorden lijken bijna niet waar te zijn. En toch gaat de profetie van Simeon in vervulling. Velen gaan aan Hem ten onder, omdat zij Hem afwijzen, met Hem in een ondraaglijk conflict komen. Christus is inderdaad een teken van tegenspraak. Hij brengt vrede en redding aan hen die in Hem geloven, en verwerping van hen die Zijn boodschap willen niet aanvaarden.

Men kan aan Christus niet onverschillig voorbijgaan. Dat is niet mogelijk. Hij kent vurige en toegewijde vrienden en bittere vijanden. Hij daagt uit, Hij roept op, Hij trekt aan en Hij trekt mee… totdat de diepste gedachten van de mensen zich openbaren. Men kan niet buiten blijven. Ofwel ben ik met Hem en volg ik Hem, en luister ik naar Zijn stem, óf ik ben tegen Hem en verwerp Zijn woorden. Er is geen derde weg, geen tussenweg. Mensen die denken dat zij onverschillig kunnen blijven, ongeïnteresseerd in Zijn boodschap, zullen zich vroeger of later alliëren met Zijn vijanden. Zij sluiten hun hart af voor het Licht en blijven in de duisternis. Het kan echt niet anders.

Zo was het reeds tijdens Zijn leven; zo zal het blijven tot aan het einde der tijden. En ieder van ons is genoodzaakt zich over Hem uit te spreken, zo niet uitwendig, dan toch inwendig, tegenover God Zelf. Ieder krijgt deze vragen voorgelegd: “Wie is Christus voor u? Wat denkt u van Hem? Wat betekenen de Menswording van God en Zijn dood op het kruis voor u? Gelooft u dat dit kleine Kindje, dat in de kribbe ligt, uw Verlosser is?”

Heb ik deze vragen al beantwoord? Is mijn antwoord een volkomen overgave aan Zijn heilige wet, aan Zijn liefde met alle consequenties die daaruit voortvloeien? Ben ik trouw aan Hem in mijn levensbeschouwing, in het denken en doen. Of aarzel ik nog steeds? Blijf ik misschien nog aan de oppervlakte en durf ik niet diep te gaan? Ik durf niet omdat het leven volgens Christus’ wet een leven van lijden en beproeving is, een leven dat in de ogen van deze wereld verloren is. En ik ben niet van plan om met de wereld te breken. Uit angst en lafheid of door een gunst of een gemakkelijk leven.

Opnieuw staan wij voor de kribbe. Opnieuw wordt ons in het kleine Kindje de liefde van God voor ogen gesteld: Het ware Licht dat ons verlicht. Iedereen wordt uitgenodigd om het te aanvaarden; God sluit niemand uit. Maar iedereen moet kiezen en zich uitspreken. Niemand mag onverschillig blijven of de keuze uitstellen. Het is voor ieder van ons onbekend hoeveel kansen wij nog krijgen.

29 december 2018

Twelve days of Christmas

Wie kent niet het lied 'Twelve days of Christmas'? Het lied waarin telkens dezelfde lijst met Kerstgeschenken voor een geliefde wordt opgesomd - voor elke dag een nieuw geschenk - lijkt een onbeduidend liefdesliedje.

Toch is het lied niet zo oppervlakkig als het lijkt. Het blijkt zelfs om een katholiek Kerstlied te gaan dat is ontstaan in de tijd van de Reformatie. Katholieken werden onderdrukt en mochten hun geloof niet vrij beleven. In dit lied wordt in een soort codetaal een aantal geloofswaarheden bezongen.

De twaalf dagen van Kerstmis staan voor de dagen van 25 december (Kerstmis) tot en met 5 januari (de vigilie van Driekoningen).

De geschenken zijn de volgende: a partridge in a pear tree (een patrijs in een perenboom), two turtle doves (twee tortelduiven), three French hens (drie kippen), four calling birds (vier zangvogels), five golden rings (vijf gouden ringen), six geese a laying (zes ganzen aan de leg), seven swans a swimming (zeven zwemmende zwanen), eight maids a milking (acht melkmeisjes), nine ladies dancing (negen dansende dames), ten lords a leaping (tien springende heren), eleven pipers piping (elf doedelzakspelers), twelve drummers drumming (twaalf drummende drummers).

De patrijs verwijst naar de ene God; de twee tortelduiven staan voor het Oude en het Nieuwe Testament; de drie kippen staan voor de drie grote deugden: geloof, hoop en liefde; de vier zangvogels verwijzen naar de vier Evangelieboeken; de vijf gouden ringen staan voor de vijf boeken van Mozes; de zes ganzen verwijzen naar de zes scheppingsdagen; de zeven zwanen staan voor de zeven gaven van de Heilige Geest of de zeven sacramenten; de acht melkmeisjes verwijzen naar de acht zaligsprekingen; de negen dansende dames staan voor de negen vruchten van de Heilige Geest (liefde, vreugde, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en matigheid); de tien heren verwijzen naar de tien geboden; de elf doedelzakspelers staan voor de elf trouwe apostelen en de twaalf drummers verwijzen naar de twaalf artikelen van het geloof (het credo).

Vele beroemde artiesten hebben dit Kerstlied vertolkt. Hier volgt een komische versie met Lucy Ball als bijzondere dirigente:

28 december 2018

O Kersnacht, schooner dan de daegen...

Dit gedicht is een fragment uit Joost van den Vondels toneelwerk 'Gijsbrecht van Aemstel' waarin het wordt vermeld als de koorzang 'Rei van Klarissen' die het derde bedrijf afsluit.

Dit deel gaat helemaal over de feestdag van vandaag: de heilige Onnozele Kinderen.

28 december: Heilige Onnozele Kinderen, martelaren

Zodra Herodes bemerkte, dat hij door de Wijzen om de tuin geleid was, ontstak hij in hevige toorn; hij zond zijn mannen uit en liet in Bethlehem en heel het gebied daarvan al de jongens vermoorden van twee jaar en jonger, in overeenstemming met de tijd waarnaar hij de Wijzen nauwkeurig had gevraagd. Toen ging in vervulling het woord dat door de profeet Jeremia gesproken was: "Een klacht werd in Rama gehoord, geween en luid gejammer: Rachel, wenend om haar kinderen, wil niet getroost worden, omdat zij niet meer zijn". (Mt. 2, 16-18)

Vandaag viert de Kerk het martelaarschap van de onschuldige jongetjes van Bethlehem die op gezag van koning Herodes de Grote werden vermoord. Het tweede hoofdstuk van het Evangelie van Mattheüs meldt dat Herodes bang was dat de komst van een nieuwe joodse koning het einde van zijn macht zou betekenen. Van de Wijzen uit het Oosten hoorde hij dat die nieuwe koning in Bethlehem geboren zou worden. Toen de Wijzen in een droom vernamen dat Herodes kwaadaardige bedoelingen had en het Kerstkind wilde doden, leidden ze hem om de tuin. Daarop ontstak Herodes in een hevige toorn.

De katholieke traditie leert dat God de onschuldige jongetjes van Bethlehem had voorbestemd om door hun dood te getuigen van de Messias. Sinds de vijfde eeuw worden zij daarom als heiligen vereerd. In de loop van de tijd werd Onnozele Kinderen een kerkelijk kinderfeest.

Ook de Onnozele (onschuldige) Kinderen staan rond de kribbe. Zij zijn de eerste martelaren die voor de pasgeboren Koning hun leven hebben gegeven.

In onze dagen
Helaas zijn de Herodessen van alle tijden. In onze tijd zijn ongeboren kinderen, jongetjes én meisjes, hun leven niet zeker. Zij geven hun leven niet rechtstreeks voor de Heer, maar zij zijn met miljoenen per jaar een bewijs van de barbarij in onze 'beschaving'. De slavernij is afgeschaft, de Holocaust is voorbij, maar de slachting van ongeboren kinderen gaat onverminderd door en wordt gepropageerd of ondersteund door instituties als de Verenigde Naties en de Europese Unie, door zogenaamde wereldleiders en door 'hulp'organisaties zoals Amnesty International, Unicef, Artsen zonder Grenzen, Stichting Kinderpostzegels en andere.

De Rooms-katholieke Kerk verdedigt als een van de weinige telkens weer en onverminderd het recht op leven vanaf de natuurlijke conceptie tot aan de natuurlijke dood, omdat het menselijk leven heilig is. Want het leven is niet van de mens, maar van God.

Bidden wij dat op voorspraak van de heilige Onnozele Kinderen van Bethlehem het kwaad van abortus in de wereld gestopt mag worden.

27 december 2018

26, 27 en 28 december: Kribbenheiligen

Op de tweede, derde en vierde dag van het Octaaf van Kerstmis worden de feestdagen van heiligen gevierd. De reden om direct na het geboortefeest van Jezus deze feesten te vieren, berust op het verlangen in de jonge Kerk om aan het geboortefeest van Christus luister te geven door de hemelse geboortedag (dus hun sterfdag) van martelaren te vieren.

Kribbenheiligen
Na de geboorte van Jezus heeft hun geboorte namelijk de meeste aanzien. Deze drie heiligen worden in de traditie van de Kerk aangeduid als de lotgenoten van Christus, want in hun sterven gelijken zij op Christus. In de volksmond worden zij de kribbenheiligen genoemd.

H. Stefanus
Vanouds wordt op 26 december het feest van de H. Stefanus gevierd. Volgens de traditie is hij kort na Jezus’ hemelvaart de marteldood gestorven. Aan zijn naam werd ‘protomartelaar’ toegevoegd, wat niet alleen erop wijst dat hij de eerste martelaar is, maar tevens klinkt daarin door dat zijn martelaarschap model staat voor alle martelaarschap. Uit de beschrijving daarvan in de Handelingen van de Apostelen (7, 54-60) blijkt hoe zijn marteldood in grote mate overeenkomt met het sterven van Christus.

H. Johannes, evangelist
Op 27 december is de feestdag van de H. apostel en evangelist Johannes, de leerling die door Jezus bemind werd. Deze zoon van Zebedeüs heeft wel martelingen ondergaan, maar deze deerden hem niet zoals in een oude antifoon wordt gezegd: “Toen de apostel Johannes in een vat kokende olie was geworpen, kwam hij ongedeerd te voorschijn dank zij de beschermende genade van God.” Ook al heeft de marteling niet geleid tot zijn dood, toch wordt dit gezien als een tweede vorm van het martelaarschap. In zijn evangelie en andere geschriften toonde Johannes zich een waar theoloog die verkondigde wat hij gezien had. Hij was getuige van Jezus’ gedaanteverandering, teken van de toekomstige verrijzenis, en van het lijden des Heren. Onder het kruis aanvaardde hij – op Jezus’ woord – Maria als zijn moeder.

H.H. Onnozele Kinderen
In het feest van de Onnozele Kinderen op 28 december viert de Kerk een derde vorm van martelaarschap. Deze kinderen zijn vanaf het allereerste begin van de Kerk geëerd als martelaren omdat zij hun bloed vergoten hebben voor God en het Lam Gods. Zij werden in Bethlehem om het leven gebracht door de gewetenloze koning Herodes, die op deze manier het kind Jezus wilde ombrengen. Ofschoon zij niet bewust en weloverwogen voor de dood gekozen hebben, hebben zij de naam van de Heer beleden – niet door van Hem te getuigen maar door in Zijn plaats te sterven.

26 december 2018

26 december: Heilige Stephanus, eerste martelaar - Tweede dag in het Octaaf van Kerstmis

Steniging van Stephanus (Rubens)

Op Tweede Kerstdag viert de Kerk het feest van de heilige Stephanus, volgens de Handelingen van de Apostelen de eerste martelaar van het christendom. Stephanus, een Griekstalige jood, was 'een man vol geloof en Heilige Geest'. Hij werd gekozen tot een van de zeven diakenen die de zorg kregen voor de weduwen van de gemeente. Aanleiding voor deze keuze was de klacht van de Hellenistische christenen bij hun Hebreeuwse broeders dat hun weduwen werden verwaarloosd. De twaalf apostelen erkenden dit sociale probleem en gaven de gemeente de opdracht om zeven geschikte mannen uit te kiezen. De apostelen legden na gebed hun handen op de hoofden van de gekozenen, waardoor ze hen belastten met de armenzorg. Deze zogenaamde protodiakens waren naast Stephanus: Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs.

Het was opmerkelijk dat Stephanus na de handoplegging het Woord begon te prediken, een taak die tot dan toe slechts aan de apostelen was voorbehouden. Ook deed hij grote wonderen en tekenen onder het volk. Dat leidde tot wrevel bij enkele leden van de Griekstalige Synagoge der Vrijgelatenen. Zij gingen met hem in discussie, maar waren niet opgewassen tegen zijn charisma, zijn welsprekendheid en zijn wijsheid. Dat zorgde voor grote irritatie. Uiteindelijk klaagden ze Stephanus aan bij het Sanhedrin, het joodse rechtscollege dat ook Jezus had veroordeeld. "Wij hebben hem lastertaal tegen Mozes en God horen uitspreken", aldus valse getuigenverklaringen. "Zo hebben wij hem horen zeggen dat die Jezus de Nazoreeër de Tempel van Jeruzalem zal afbreken en de regels die Mozes ons gegeven heeft, zal veranderen."

In zijn verdedigingsrede verkondigde Stephanus op basis van bijbelteksten het Evangelie van Christus. Aan het eind van zijn toespraak verweet Stephanus de leden van het Sanhedrin en allen die hem beschuldigden dat zij zich verzetten tegen de wil van God: "Halsstarrigen en onbesnedenen van hart en oor! Steeds verzet u zich tegen de Heilige Geest, u net zo goed als uw vaderen. Welke profeet hebben uw vaderen niet vermoord. Ze hebben de aankondigers van de Rechtvaardige ter dood gebracht, u hebt Hemzelf verraden en vermoord, u die door tussenkomst van engelen de Wet ontvangen heeft, maar die niet naleeft" (Hand. 7, 51-53).

Het Sanhedrin en alle aanklagers voelden zich diep gekwetst door deze woorden en veroordeelden Stephanus ter dood. Ze sleepten hem de stad uit en stenigden hem. Tijdens zijn doodstrijd sprak hij de woorden: "Heer Jezus, ontvang mijn geest" en "Heer, reken hun deze zonden niet aan". Woorden die deden denken aan wat Jezus zei toen Hij aan het kruis hing: "Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen" en "Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest".

Zoals Jezus stierf Stephanus een gruwelijke dood. In de Handelingen staat geschreven dat hij door vrome mannen werd begraven. Eeuwenlang was de locatie van zijn graf onbekend. Maar in 415 zou een priester, Lucianus geheten, een visioen hebben gehad, waarin de plaats van Stephanus’ graf werd aangewezen. Het lichaam van de heilige zou gelegen hebben in Caphar Gamal, iets ten noorden van Jeruzalem. Volgens een overlevering werden Stephanus’ relieken daar opgegraven. In 460 zouden ze zijn overgebracht naar de basiliek van de Berg Sion, buiten de Damascuspoort van Jeruzalem. In de 6e eeuw zouden de relieken op gezag van keizer Justinianus I vanuit Constantinopel naar Rome zijn gebracht. Daar rusten ze in de crypte van de basiliek van Sint-Laurentius-buiten-de-Muren.

25 december 2018

25 december: Hoogfeest van Kerstmis - Geboorte van onze Heer Jezus Christus

Epistel
Hebr. 1, 1-12
Broeders, nadat God vroeger vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde van de dagen, tot ons gesproken door de Zoon, die Hij tot erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat, door wie Hij ook het heelal heeft geschapen. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen, en Hij houdt alles in stand door zijn machtig woord. En na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, heeft Hij zich neergezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge, even hoog verheven boven de engelen als de naam, die zijn erfdeel is geworden, de hunne overtreft. Want tegen welke engel heeft Hij ooit gezegd: Mijn zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt? Of: Ik zal voor hem een vader zijn, en hij zal voor Mij een zoon zijn? Wanneer Hij evenwel de eerstgeborene opnieuw de wereld binnenleidt, zegt Hij: Alle engelen van God moeten zich voor Hem neerwerpen. Over de engelen zegt Hij: Hij die zijn engelen tot stormwinden maakt en zijn dienaren tot laaiend vuur, maar over de zoon: Uw troon, o God, staat voor altijd en eeuwig, en: De scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. Gerechtigheid hebt U liefgehad en onrecht gehaat; daarom, o God, heeft uw God U gezalfd met de olie van de vreugde, als geen van uw gelijken. En: In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest, en de hemel is het werk van uw handen. Zij zullen vergaan, U echter blijft. Alle zullen ze verslijten als kleren, U zult ze opvouwen als een mantel, als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden. U echter bent dezelfde en uw jaren nemen geen einde.

Evangelie
Joh. 1, 1-14
In het begin was het woord, en het woord was bij God, en het woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. Het ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld moest komen. Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. In zijn eigen huis is Hij gekomen, en zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen. Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven in zijn naam. Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. Ja, het woord is vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid.

Overweging
Christus Die in de Kerstnacht is geboren, is dezelfde Christus Die altijd onder de mensen is gebleven en Die zal komen als rechter van de wereld op het einde van de tijden. Kerstmis is dus niet het begin van een sentimenteel verhaal, maar het begin van Gods rijk onder de mensen.

Ook vandaag is Hij, Die eens geboren werd, bij ons om ons te heiligen. Door de katholieke Kerk deelt Hij het goddelijke leven mee aan een ieder die zich daar voor openstelt. Dat gebeurt door de sacramenten, waarin wij deel krijgen aan Zijn goddelijk leven. Vooral het heilig Sacrament van het altaar, waarin Hij aanwezig is met Zijn godheid en Zijn mensheid, is de werkelijkheid van Zijn blijvende aanwezigheid onder ons. Als wij beseffen dat Christus tot ons is gekomen en steeds bij ons is gebleven, dan zullen wij de noodzaak inzien van voortdurende aanbidding van de mens geworden God. Vooral de vervulling van de zondagse plicht om de heilige Mis bij te wonen en een regelmatige biechtpraktijk zijn fundamentele en vereiste verplichtingen die onmisbaar zijn bij het dienen van God.

Eens, op het einde der tijden, zal God Die als mens werd geboren en bij ons is gebleven om ons voortdurend het heil aan te bieden, terugkomen als wereldrechter. Dan zullen zij die door de vervulling van hun liefdesplichten zich in Hem hebben geheiligd en daardoor in Hem leven, verrijzen tot het leven in de volkomen zaligheid die erin bestaat dat zij het ondoordringbare aanschijn van God zullen zien en aanbidden. Degenen die de werkelijkheid van God genegeerd hebben, zullen zich moeten werpen in een helse zee van vuur en tot in alle eeuwigheid het leven verspillen.

Dit is de boodschap van Kerstmis en de werkelijkheid van Gods wonderbare heilswil. Wij moeten ons bekeren tot Hem Die gekomen is om ons het leven te geven. Reeds nu, op aarde, moeten wij met Hem willen leven, niet zoals wij het fijn of goed vinden, maar zoals Hij Zelf aan ons heeft geopenbaard en zoals Hij ons voorhoudt door de prediking van de katholieke Kerk.

De heilige Kerstnacht

Epistel
Titus 2, 11-15
Veelgeliefde, de genade van God, onze Zaligmaker, is verschenen, aan alle mensen; zij leert ons, dat wij de goddeloosheid en wereldse verlangens moeten verzaken, en zedig en rechtschapen en godvruchtig moeten leven in deze wereld, terwijl wij met verlangen uitzien naar de zaligheid, die wij verwachten bij het glorievol verschijnen van onze grote God en Zaligmaker Jezus Christus. Deze immers heeft zich voor ons gegeven, om ons van alle ongerechtigheden vrij te kopen, en ons te reinigen tot een volk, dat Hem welgevallig is, vol ijver voor goede werken. Over deze dingen moet gij spreken, en zo moet gij vermanen in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 2, 1-14
In die dagen vaardigde keizer Augustus een decreet uit dat de hele wereld zich moest laten registreren. Deze eerste registratie vond plaats toen Quirinius gouverneur van Syrië was. Allen gingen op weg om zich te laten inschrijven, ieder in zijn eigen stad. Zo ook Jozef; hij ging van de stad Nazareth in Galilea naar Judea, naar de stad van David, Bethlehem genaamd, omdat hij uit het huis van David stamde, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was. Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf. Er waren daar in de buurt herders, die in het veld overnachtten om de wacht te houden bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen. Ze schrokken hevig. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, want ik heb een goede boodschap voor u, een grote vreugde voor het hele volk. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias, de Heer. Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.’ Plotseling was er bij de engel een heel leger uit de hemel; ze loofden God met de woorden: ‘Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft.’

24 december 2018

24 december: Vigilie van Kerstmis

Vandaag zult gij weten dat de Heer zal komen en ons zal verlossen;
En morgen zult gij Zijn heerlijkheid aanschouwen.

23 december 2018

Preek op de vierde zondag van de Advent

Vandaag werd de preek gehouden door Zijne Hoogwaardige Excellentie mgr dr J.W.M. Hendriks,
bisschop-coadjutor van het bisdom Haarlem-Amsterdam.

Vox clamantis in deserto: Parate viam Domini.
Een stem die roept in de woestijn, bereid de weg des Heren!

Een geestelijke voor­be­rei­ding
Het Kerstfeest staat voor de deur en het is vandaag de grote voorloper des Heren, de heilige Johannes de Doper, die ons in het evangelie oproept om ons daarop voor te bereiden: "Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht". Het is duidelijk dat het hier niet letterlijk erom gaat een weg te effenen, het gaat hier om een geestelijke voor­be­rei­ding, maar het beeld dat de Doper hierbij gebruikt is dat van een koning of heer die een bepaalde weg aflegt om zijn doel te bereiken en wordt vooraf gegaan door dienaren, die ervoor zorgen dat de weg wordt ontdaan van rotsblokken en stenen en dat de gaten in de weg worden gedicht, zodat het rijtuig van de koning zonder problemen door kan rijden.

Welke hobbels en kuilen?
Dat is het beeld, maar de werkelijkheid waar dit beeld op doelt, is onze geestelijke voor­be­rei­ding op de komst van onze Heer en Heiland, Jezus Christus: Welke hobbels en kuilen zijn er te vinden op de weg naar ons hart? Welke zonden, welke weerstand, welk ongeloof, welk gebrek aan vertrouwen en overgave versperren de toegang, verhinderen dat de genade zijn werk in ons doet?

Gewetensonderzoek en biecht
De oproep van Johannes de Doper "Bereid de weg des Heren" weerklinkt dus vandaag om ons uit te nodigen schoon schip te maken, te komen tot een gewetensonderzoek en tot het sacrament van de biecht. We gaan het kerstfeest vieren, de geboorte van onze Heer in God Die onder ons verscheen als een kind in de kribbe.

Eenvoudig
Dat de allerhoogste, almachtige God tot ons is gekomen als een weerloos Kind, in armelijke omstandigheden, dus in uiterste nederigheid, moet voor ons allen een teken zijn dat ieder die de weg van Jezus Christus wil gaan, een pad van nederigheid en eenvoud moet kiezen. Alleen wie eenvoudig en in zekere zin gering denkt over zichzelf, wie nederig probeert zich te binnen te brengen waar hij of zij niet heeft beantwoord aan die oproep om geloof, hoop en liefde te verspreiden, zuiver en trouw te zijn aan Gods geboden, zal de weg van de Heer kunnen gaan, die de weg van het Kind van Bethlehem, de weg van de eenvoud is. Schaamte of trots moeten ons niet weerhouden om eerlijk onze zonden te belijden. Wat is het voor mensen toch vaak moeilijk om vergeving te vragen aan God of hun naaste! Wat is het moeilijk om te buigen! En toch: alleen wie kan buigen en zijn fouten probeert te herstellen - zo als dat kan - die kan het Kind in de kribbe in zijn armen sluiten en in zijn hart.

Wat zal hij ervan denken?
Soms weerhoudt die schaamte mensen ervan eerlijk te zijn in de biecht. Ze denken dan misschien: wat moet de priester er wel niet van denken als ik dit of dat belijd? Maar u kunt gerust zijn: er is waar­schijn­lijk niemand die zo goed weet en begrijpt wat er zich afspeelt in de levens van mensen als juist een biechtvader.

Aan God beleden
Bedenk ook altijd dat u niet spreekt tot deze priester, maar dat u uw zonden belijdt aan God. Hij is het voor we een schone schijn proberen op te houden als we in de biecht niet eerlijk zijn of ons mooier voordoen dan we zijn. Die God is barmhartig en liefdevol en Zijn genade zal ons beter kunnen helpen naarmate we zelf die schaduwkanten van ons leven onder ogen durven zien.

Biechtvader
"Er zal in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negen-en-negentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben"(Lc. 15,7). Die vreugde geldt heel in het bijzonder voor de biechtvader. Het is een van de grootste vreugden voor een priester als hij de absolutie mag geven aan iemand die met oprecht berouw terugkeert van een weg vol rotsblokken en stenen, vol hobbels en kuilen. Want niet voor niets wordt de priester die biecht hoort 'biechtvader'genoemd. Hij is als die vader uit de parabel van de verloren zoon die op de uitkijk staat en vol vreugde is als hij zijn weggelopen zoon in de verte ziet aankomen. Hij gaat hem tegemoet en sluit hem in zijn armen.

Welkom!
Dat is de zending van de priester die biechtvader is: als een geestelijke vader vol bovennatuurlijke liefde dat kind van God ontvangen dat misschien heel ver weg was gegaan, maar terug wil komen, het goed wil maken met God en de naaste.

Dit was het wat de priesters leerden: Wees een leeuw op de preekstoel, maar wees een lam in de biechtstoel!

Dus: ga met vertrouwen naar dit sacrament, ga met berouw, met een verlangen naar herstel, naar eenvoud, wees nederig en eerlijk:

“Bereid de weg des Heren!”

Bron: Arsacal

Vierde zondag van de Advent

De prediking van de H. Johannes de Doper.

Doordat de Eucharistie na de nachtwake vroeg op de zondagmorgen werd gevierd, had deze dag oorspronkelijk geen eigen liturgie. Toen de vigiliemis naar de zaterdag werd verschoven, heeft men een mis samengesteld uit teksten van de Quatertempermissen. Eigen is onder meer het Epistel, dat ons vermaant niet over elkaar te oordelen, maar ons vol ijver voor te bereiden op de dag van Christus' komst. Voor de laatste keer uiten wij ons adventsverlangen en overwegen wij de beloften van het naderende heil. Christus gaat geboren worden uit de maagd Maria, die wij daarom met de engel onze groet brengen (Offertorium).

Epistel
1 Kor. 4, 1-5
Broeders, de mensen moeten ons zó beschouwen, dat wij dienaars zijn van Christus en beheerders van Gods geheimen. Welnu, van beheerders wordt verlangd, dat men trouw bevonden wordt. Maar ik voor mij hecht er niet de minste waarde aan, dat ik door u beoordeeld wordt of door een menselijke rechter. Ja, ook zelf beoordeel ik mij niet; want al ben ik mij ook van niets bewust, daardoor ben ik toch niet gerechtvaardigd. Immers het is de Heer, Die oordeelt over mij. Daarom, oordeelt niet vóór de tijd, vóórdat de Heer komt; want Hij zal aan het licht brengen, wat in duisternis verborgen is, en openbaar maken, wat er in de harten omgaat; en dan zal een ieder zijn lof ontvangen van God.

Evangelie
Lc. 3, 1-6
In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, - toen Pontius Pilatus landvoogd was van Judea, Herodes viervorst van Galilea, zijn broeder Philippus viervorst van Iturea en het gewest Trachonitis, en Lysanias viervorst van Abilene, - onder de hogepriesters Annas en Caiphas, kwam het Woord des Heren tot Johannes, de zoon van Zacharias, in de woestijn. En hij trad op in geheel de Jordaanstreek, en preekte een doopsel van boetvaardigheid tot vergiffenis van zonden: zoals er geschreven staat in het boek der voorspellingen van de profeet Isaias: "De stem van een roepende in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt Zijn paden recht. Elke kloof moet worden gedempt, iedere berg en heuvel worden geslecht. De kronkelpaden moeten recht, de oneffen wegen effen worden. En alle vlees zal het heil van God aanschouwen."

Overweging
De laatste zondag van de Advent grijpt terug naar de eerste. In het epistel stelt de Kerk ons wederom Christus’ komst ten oordeel voor ogen als de goddelijke voltooiing van Zijn komst in nederigheid, die wij over enkele dagen vieren. “Wel ben ik mij niets bewust”, schrijft de apostel Paulus, “maar daarmee ben ik nog niet gerechtvaardigd.” Het is de Heer Die mij werkelijk beoordeelt, en niemand anders dan Hij is goed. Anders gezegd: Als wij niet in de rechtvaardigheid en heiligheid van Christus worden herboren, dan zouden wij voor het goddelijk oordeel geen stand houden, want zonder de goddelijke genade is de mens hulpeloos verloren en dood.

Zal een dergelijke onbarmhartige kritiek ons niet de moed ontnemen? Wanneer wij werkelijk weten en erkennen dat uit onszelf geen enkele, ook niet de minste, positieve geschiktheid voor het eeuwig heil voortkomt, dan zullen wij in deze leegheid de zuiverheid en de nuchterheid vinden die nodig zijn voor Gods komst in onze ziel. Deze vorm van zelfverloochening is waarheid. Zij bevestigt ons in onze eigen werkelijkheid en zal ons uiteindelijk genezen van het uitzichtloze kijken naar onszelf en de ogen van onze geest vertrouwensvol wenden naar het Kind van Wie ons heil komt, alleen en volledig van Hem. Dat wij ons dit bewust worden is de eerste noodzakelijkheid om Christus dichtbij te zijn en Hem in een geest van aanbidding te benaderen.

Jezus verlost ons van de zonde die als een tiran de wereld buiten de Kerk beheerst. Hij geneest ons van de diepe wonden die de zonde ons heeft toegebracht. Hij is de waarheid, de openbaring van de werkelijkheid van God en van de werkelijkheid van de mens. “Ik ben het Licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal nimmer in duisternis wandelen, maar hij zal het licht van het leven hebben.” Pas door het vleesgeworden Woord kunnen mens en wereld hun eigen duisternis kennen en erkennen. Daardoor kan de mens zich omkeren naar het Licht en zodoende niet langer toebehoren aan de wereld, maar binnentreden in de heilige Kerk als nieuw geschapene in Christus. Wij verlaten door Christus het oude rijk van de zonde, dat de wereld is, en treden binnen in Zijn rijk, de heilige Kerk. Versierd met de heiligmakende genade en verder geheiligd door de andere sacramenten tijdens ons leven, behoren wij toe aan Zijn uitverkoren volk. Als wij aan Hem onderdanig blijven, dan zal Zijn komst in heerlijkheid, die wordt voorbereid door Zijn komst in de genade, de vervulling zijn van Zijn eerste komst in nederigheid.

22 december 2018

Quatertemperzaterdag in de Advent

De uiterlijke vorm van de Mis van vandaag wijst reeds op haar hoge ouderdom. De vijf lezingen uit het Oude Testament, die aan het epistel voorafgaan, herinneren ons aan de primitieve nachtwake, bestaande uit lezingen, gebeden en gezangen, die vroeger op deze dag werd gehouden en in de vroege zondagmorgen werd besloten met de viering van de Eucharistie. Gedurende deze mis hadden de oudtijds zeer eenvoudige ceremoniën van de heilige wijdingen plaats, die in Rome bij voorkeur op deze dag door de paus in de Sint Pieter werden toegediend. De oude nachtwake is verdwenen, maar enkele van de profetieën, die gedurende de vigilie werden gelezen, zijn in het missaal bewaard gebleven.

De eerste vier lezingen zijn ontleend aan de adventsprofeet Jesaja. De vijfde lezing vertelt ons de wonderbare redding van de drie jongelingen in de vuuroven; evenals op de overige Quatertemperzaterdagen gedurende het jaar wordt zij gevolgd door hun heerlijke lofzang. In het epistel vermaant Paulus ons dat we ons door geen boosheid mogen laten misleiden bij ons wachten op Christus' laatste komst. Johannes de Voorloper leert ons hetzelfde met de woorden van Jesaja: Dat wij de weg moeten bereiden voor Hem, Die komen gaat, in Wie alle vlees - nu in geheimen en eens in volle heerlijkheid - het heil van God zal aanschouwen (Evangelie).

De gebeden en gezangen van deze mis bevatten de gedachten die ons gedurende de Advent reeds vertrouwd zijn geworden, maar nog sterker wordt het verlangen, nog extatischer de vreugde, nu het feest van Christus' komst voor de deur staat, de komst van het licht, dat heerlijk als de zon aan de horizon verrijst (Graduale na de eerste en de tweede lezing, Communio).

21 december 2018

Zuster Willy Thomas overleden

In de vroege ochtend van woensdag 19 december is zuster Willy Thomas overleden. Zij was reeds enige tijd ziek. De uitvaart vindt plaats op vrijdag 28 december vanuit onze kerk. Om 12.15 uur is er gelegenheid om afscheid te nemen en bidden wij voor haar de Rozenkrans. De heilige Requiemmis wordt voor haar zielenrust opgedragen om 13.15 uur. Om 15.00 uur vindt de begrafenis plaats op begraafplaats Buitenveldert.

21 december: Heilige Thomas, apostel

Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u. Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: Vrede zij u. Zoals de vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. Na deze woorden blies Hij over hen en zei: Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie ge zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.
Thomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: Wij hebben de Heer gezien. Maar hij antwoordde: Als ik niet in Zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in Zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Thomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u. Vervolgens zei Hij tot Thomas: Kom hier met uw vinger en bezie Mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in Mijn zijde, en wees niet langer ongelovig maar gelovig. Toen riep Thomas uit: Mijn Heer en mijn God! Toen zei Jezus tot hem: Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.
(Joh. 21,19-29)

Thomas was een eenvoudige visser. Zijn belijdenis tegenover de Verrezen Heer is zijn lijfspreuk geworden bij al zijn missiereizen. Hij missioneerde in Perzië en India waar hij (zo vertelt een legende) de heilige Driekoningen zou zijn tegengekomen. Daarop heeft Thomas hen gedoopt en tot bisschop benoemd.

Koning Gundaphar van India werd door de heilige Thomas bekeerd. Tijdens een van zijn vele missiereizen werd hij in het jaar 72 in Calamina door een horde heidenen in de rug aangevallen en neergestoken. De Kopten in Egypte hebben van Thomas het eerst de Blijde Boodschap vernomen.

Thomas is patroon van theologen, timmerlieden, metselaars, architecten, bouwvakkers, landmeters, steenhouwers en het huwelijk, en patroon tegen rugklachten.

20 december 2018

Plechtige Hoogmis in aanwezigheid van de hulpbisschop

Zondag 23 december - vierde zondag van de Advent -
zal om 11.00 uur een plechtige Hoogmis worden opgedragen
in aanwezigheid van en met predicatie door
Zijne Hoogwaardige Excellentie mgr dr J.W.M. Hendriks,
(hulp)bisschop-coadjutor van Haarlem-Amsterdam.

19 december 2018

Quatertemperwoensdag in de Advent

In de mistekst van deze dag wordt alleen in het Offergebed gezinspeeld op de vasten, die de Quatertemperdagen begeleidt; de gehele liturgie is vervuld van de adventsgedachte. Met Jesaja roepen wij hemel en aarde aan om ons de Verlosser te schenken (Introitus) en met de psalmist smeken wij de Koning der glorie om binnen te gaan in Zijn Rijk, waarvan alleen de reinen onderdaan kunnen zijn (Graduale na de eerste lezing). De heerlijkheid en vrede van dit rijk, dit Huis des Heren, verkondigt Jesaja ons in de eerste lezing. Dezelfde profeet voorspelt Achaz, de koning van Juda, dat zijn vijanden zijn rijk en zijn huis niet zullen overwinnen, want een maagd uit het geslacht van David zal de Verlosser ter wereld brengen (tweede lezing en Communio). Het Evangelie vertelt ons over de wondere vervulling van deze profetie. En het is alsof Jesaja de woorden van de engel tot de zijne maakt en tot Maria zegt dat zij niet hoeft te vrezen (Offertorium).
De overweging van Maria's bereidwilligheid en van de uitverkiezing van haar Moederschap, die op deze dag bijzonder in het licht worden gesteld, heeft de gelovigen altijd diep ontroerd.

18 december 2018

Quatertemperdagen in de Advent

Dit jaar vallen de Quatertemperdagen in de Advent - ter voorbereiding op het Kerstfeest - op woensdag 19, vrijdag 21 en zaterdag 22 december.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Tridentijns Missaal van 1962, dat wij in de Agneskerk volgen. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) Het zijn dagen van boete, inkeer, gebed, vasten en onthouding bij de wisseling van de seizoenen of ter voorbereiding op een groot feest, zoals Kerstmis.

De woensdag en de zaterdag zijn halve onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

16 december 2018

Derde zondag van de Advent (Zondag Gaudete)

"Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren."


Van oudsher wordt deze zondag bijzonder luisterrijk gevierd. Omdat de vierde Adventszondag oorspronkelijk geen eigen liturgie bezat, vormt deze zondag de eigenlijke inleiding op het Kerstfeest. Vandaag speelt het orgel en mogen de paarse gewaden door rozerode worden vervangen. Verblijdt u, de Heer is nabij (Introitus, Epistel). Hij, Die in ontoegankelijke majesteit troont op cherubijnen, zal komen (graduale); gelijk hij eertijds Israël terugvoerde uit zijn gevangenschap, zal Hij onze ongerechtigheid wegnemen (Offertorium) en ons redden (Communio). De Verlosser, Die aldus tot ons zal komen in de genade van Zijn feest en door de geestelijke werking in ons hart, is Christus, Die ons in het Evangelie door Johannes, de Voorloper, wordt aangewezen.


Epistel
Fil. 4, 4-7
Broeders, weest altijd blijmoedig in de Heer; nog eens zeg ik: weest blijmoedig. Laat uw goedheid aan alle mensen zien. De Heer is dichtbij. Maakt u nergens bezorgd over, maar geeft uw verlangens altijd door bidden en smeken aan God te kennen, met een dankbaar hart. En dan moge de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, uw hart en uw verstand bewaren in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 1, 19-28
In die tijd, zonden de joden uit Jeruzalem priesters en levieten tot Johannes met de vraag: ‘Wie zijt gij?’ En onomwonden verklaarde hij met de meeste nadruk “Ik ben de Christus niet”. Toen vroegen zij hem: “Wat dan? Zijt gij Elias?”. Hij zeide: “Dat ben ik niet.” “Zijt gij de profeet?” – Hij antwoordde: “Neen”. ‘Zij zeiden hem nu: “Wie zijt gij dan? Opdat wij antwoord kunnen geven aan hen, die ons gezonden hebben. Wat zegt gij van u zelf?” Hij sprak: “Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, zoals de profeet Isaias gezegd heeft.” De afgevaardigden, behoorden tot de Farizeeën. En zij stelden hem de vraag: “ Wat doopt ge dan, als ge niet de Christus zijt, noch Elias, noch de profeet?” Johannes gaf hun ten antwoord: “Ik doop met water. Maar midden onder u staat Hij, die gij niet kent! Hij is het, die na mij komt, maar de voorgang heeft op mij; ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken.” Dit gebeurde te Betanië, aan de overzijde van de Jordaan, waar Johannes toen doopte.

Overweging
“Broeders, verheugt u in de Heer, nogmaals: verheugt u.” Zo luiden de beginwoorden van het Epistel van vandaag, die ook zijn opgenomen in de Introitus en die de naam hebben gegeven aan deze derde zondag van de Advent. Deze woorden bepalen het karakter van de vreugdevolle verwachting van ‘zondag Gaudete’. Alles getuigt van de te verwachten grote vreugde en deze verwachting roept reeds vreugde op. Dat is ook liturgisch te zien aan het roze kazuifel.

Waarin bestaat dan die vreugde in de Heer? De geheel reine vreugde op aarde, waartoe de apostel ons oproept, is de ware blijdschap in de Heer, en kan dus slechts bestaan in betrekking tot deze laatste en definitieve vreugde van de hemel. Zij is namelijk het uitzicht en de vaste hoop op de eeuwige zaligheid en de voorsmaak van het zijn-bij-de-Heer. Het is deze vreugde die ook aan het geboortefeest van de Heer moet voorafgaan. Uiteindelijk moet zij het gehele christelijke leven bezielen, omdat dit leven op aarde een verwachting is van het toekomstige leven in de zaligheid van God.

In hoop zijn wij verlost. Ons leven op aarde is een leven in hoop, meer dan in bezit. Ook al hebben wij reeds de genade ontvangen, deze moet nog dagelijks verdedigd worden en is op aarde nooit echt een onverwoestbaar bezit. Maar de genade geeft hoop om te bezitten. Deze hoop wordt niet beschaamd, omdat de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest.

Onze hoop is in de Heer, en deze hoop is niet gebouwd op mensen. Juist daarom kan onze hoop de vaste basis zijn van een onverwoestbare vreugde, te midden van ons leven in strijd en smart. Het is niet zo – zoals de meeste mensen van onze tijd menen – dat het christendom alleen maar lasten oplegt, prettige dingen onmogelijk maakt en ieder plezier verbiedt door het als zondig te beschouwen. Zij zien het katholicisme als een soort verbods- en politie-godsdienst, en de katholieke gelovige als een onderdrukte mens.

Het katholicisme schenkt echter het eeuwige leven, en is een positieve volheid als geen andere. Het schenkt bevrijding door onze redder Jezus Christus, en vreugde, reeds hier op aarde. De gave van de geest bezitten wij reeds nu. Het onderpand, het waarachtige begin en de voorproef van de bovenaardse vreugde verkrijgen wij door nu op aarde, in dit leven, God lief te hebben.

Wie is waarlijk verheugd tenzij hij die bemint?, zo kunnen wij ons afvragen. Liefde schenkt blijdschap, zelfs in het lijden. Dit is het diepste geheim van de vreugde van de heiligen. Zij waren blij gestemd te midden van hun kwellingen, omdat zij Jezus liefhadden en wisten dat zij Hem daardoor als ware dienaars gelijkvormig waren geworden. Dit is een onaardse vreugde, die zichzelf vergeten is. En het is deze vreugde die de heilige Kerk in onze harten wenst op te wekken voor het Kerstfeest dat altijddurend zal zijn.

14 december 2018

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 15 december 2018

De eerstvolgende bijeenkomst van de Sint-Nicolaasacademie vindt plaats op zaterdag 15 december. Om 11.00 uur houdt de heer Damiaan Meuwissen, emeritus professor rechtsfilosofie en staatsrecht, een voordracht over de grondslag van de Europese integratie van vrijheid in het christendom, de joodse traditie en (ten dele) de islam.

Voorafgaand aan de lezing is er om 10.00 uur een gelezen heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

10 december 2018

Jubilerende priesters in onze parochie

In deze decembermaand vieren alle aan onze kerk verbonden priesters hun koperen priesterfeest. Pater Peter Hagenbeek (10 december), pater Martin Kromann Knudsen, pastoor (10 december) en pater Vitaly Leontyev (3 december) vieren hun twaalf en een half-jarig priesterjubileum gezamenlijk in een feestelijke heilige Mis op zondag 16 december (Zondag Gaudete).

Het programma van die dag ziet er als volgt uit:
10.30 uur: Biechtgelegenheid / Rozenkransgebed
11.00 uur: Plechtige gezongen heilige Mis op de derde zondag van de Advent
12.30 uur: Receptie in de grote zaal van de pastorie; voor een hapje en een drankje wordt gezorgd (zie video)
15.00 uur: Gezongen Te Deum


Ook pater Andrzej Komorowski viert op 10 december zijn twaalfenhalf-jarig priesterfeest. Tot 2011 was hij priester-assistent in onze parochie. Eerder dit jaar werd hij verkozen tot algemeen-overste van de priesterbroederschap Sint Petrus.

Aan alle jubilarissen: Van harte gefeliciteerd!

9 december 2018

Tweede zondag van de Advent

De wortel van Jesse.

Epistel
Rom. 15, 4-13
Broeders, alles wat er geschreven staat, werd geschreven om ons te onderrichten; opdat wij door het geduld en de vertroosting, die in de Schriften te vinden zijn, zouden versterkt worden in Godsvertrouwen. God, van Wie het geduld en de vertroosting komen, geve u, dat gij eensgezind zijt onder elkander, naar de geest van Jezus Christus; om zo eendrachtig en eenstemmig God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, te verheerlijken. Daarom, neemt elkander op, zoals Christus u heeft opgenomen ter ere Gods. Ik bedoel, dat Christus Jezus dienaar der besnedenen is geworden omwille van Gods waarachtigheid, om de beloften aan de vaderen gegeven in vervulling te doen gaan; maar ook, dat de heidenen God zijn gaan prijzen om Zijn barmhartigheid. Zo toch staat er geschreven: Daarom zal ik U loven onder de heidenen, o Heer, en Uw Naam lofzingen. En verder heet het: Verblijdt u, heidenen samen met Zijn volk. En elders: Gij heidenen, looft allen de Heer; prijst Hem, alle volkeren. En dan zegt Isaias nog: Komen zal de spruit van Jesse, Hij, Die zal opstaan om over de heidenen te heersen; op Hem zullen de heidenen hun hoop vestigen. God nu, op Wie onze hoop gericht is, vervulle u met alle vreugde en vrede door het bezit van het geloof, opdat uw hoop overvloedig moge toenemen door de kracht van de Heilige Geest.

Evangelie
Mt. 11, 2-10
In die tijd, toen Johannes in de gevangenis hoorde van de werken van Christus, zond hij twee van zijn leerlingen om Hem te vragen: “Zijt Gij het, die komen moet of hebben wij een ander te verwachten?” Jezus gaf hun ten antwoord: "Gaat aan Johannes berichten, wat gij gehoord en gezien hebt. Blinden zien, kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd, doven horen, doden verrijzen, en aan armen wordt het Evangelie verkondigd. Zalig is hij, die geen aanstoot neemt aan Mij”. Toen zij weggingen, begon Jezus tot het volk te spreken over Johannes: “Wat zijt gij in de woestijn gaan zien? Een riet dat door de wind wordt heen en weer bewogen? Maar wat zijt gij dan gaan zien? Een mens in zachte kleren? Zie, mensen met zachte kleren zijn te vinden in de paleizen van de koningen. Maar wat zijt gij er dan gaan zien? Een profeet? Ja, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet. Want hij is het, van wie geschreven staat: Zie, Ik zend mijn gezant voor U uit, om vóór U de weg te bereiden."

Overweging
De Introïtus begint vandaag met de woorden: “Volk van Sion, zie, de Heer komt om de volkeren te redden en de Heer zal de glorie van Zijn stem doen horen in de blijdschap van uw harten”.

Om ons met meer hoop en vertrouwen te doen uitzien naar de komst van de Heer, herinnert de Kerk ons vandaag in het epistel aan de getuigenis van de profeten, die deze komst hebben aangekondigd en voorspeld tot heil van de joden en van alle volkeren.

Zoals de gehele voorchristelijke tijd verlangend uitzag naar de beloofde Messias, zo worden wij door de Kerk opgewekt om hetzelfde te doen. Want hoe kan Christus welkom zijn in onze harten als wij Hem niet verwachten? En hoe kunnen wij Hem verwachten als wij niet weten waarvoor Hij komt? “Zie, Hij komt om de mensen te redden.” Daarvoor komt Hij weer, steeds met hetzelfde doel. Hij komt nu ook, bij het Kerstfeest dat aanstaande is, om te redden, om ons te redden, om anderen en om mij te redden. Hij komt ons bevrijden uit doodsgevaren, Hij komt waarschuwen, Hij komt licht geven, Hij komt ons opnieuw de weg naar boven wijzen. Als wij Hem verwelkomen, dan zal Hij al onze verlangens naar Zich toekeren.

“En de glorie van Zijn stem zal hoorbaar zijn in de blijdschap van ons hart.” Wij zullen weten dat Hij het is, die het nieuwe leven en de nieuwe vreugde brengt. Wij hebben misschien aan niets zozeer behoefte als aan zuivere vreugde, aan een vreugde die haar oorsprong niet vindt in het aardse, want het aardse heeft onze geest verblind en het hart vervuld met duisternis. Het is deze aardse vreugde die ons met Kerstmis door de wereld wordt verkocht om de ziekten van de zielen te verbergen. Het is de illusie die de mensen van vandaag najagen, de illusie die aan toekomstige generaties wordt doorgegeven; deze illusie houdt de tirannie van Satan in stand, dat is de tirannie van de zonde.

Waar is Zijn glorie hoorbaar in de blijdschap van de harten? In het hart, dat verheven is boven het aardse, in het hart dat het hemelse nastreeft en het aardse achter zich heeft gelaten, dáár is Zijn glorie hoorbaar, daar is nieuw leven en vreugde, want daar kan de Redder werkzaam zijn. Bij de toepassing van het heil vraagt de Redder onze medewerking. Hij wil welkom geheten worden, want wat Hij komt brengen moet met liefde en in dankbaarheid ontvangen worden, dus met een zuivere geest.

Vreugde en zuiverheid zijn twee belangrijke vruchten van Zijn nieuwe geboorte in ons hart. Want is het niet zo dat ons leven heel anders zou kunnen zijn: dieper en heiliger, rijker en vruchtbaarder, als er meer reinheid en meer blijdschap in ons was, dus een grotere verhevenheid van ons hart, een verhevenheid die Christus tegemoet gaat? Dat is de boodschap van de Advent: het hart van het aardse te onthechten en het te verheffen, bereid op de komst van Christus in de genade, en uiteindelijk op Zijn glorievolle komst als Rechter van levenden en doden. Iedere ziel is gewaarschuwd, elke staat en alle volkeren zouden moeten weten dat Christus, de Redder, is gekomen om te heiligen en dat Hij zal komen om te oordelen. Nu is er nog tijd om de vreugde en de blijdschap op te wekken in ons harten, maar dit is alleen mogelijk als wij de wereld met al haar verlokkingen achter ons laten en de weg van de zuiverheid inslaan. Deze weg wordt ons door de katholieke Kerk voorgehouden en is de enige weg die tot het nieuwe leven van Christus, de Redder, voert.

8 december 2018

8 december: Onbevlekte Ontvangenis van de heilige maagd Maria, hoogfeest

"Tota pulchra es! O Maria, gij zijt geheel zuiver, onbevlekt door de erfzonde." Dat zijn de woorden van verering die de Kerk ons vandaag in de mond legt. Zij drukken het gevoel uit van de mensheid, die door de zonde wordt verlamd, voor de smetteloze zuiverheid van Onze Lieve Vrouw.

In alle eeuwigheid heeft God Maria uitgekozen om de Moeder te worden van het Vleesgeworden Woord. Daarom heeft Hij haar met heiligheid getooid en haar gevrijwaard van elke smet om haar tot een waardige woning te maken voor Zijn Zoon. In de woorden van de engel tot Maria "Wees gegroet, vol van genade" ligt het voorrecht van haar onbevlekte ontvangenis opgesloten; want er had iets aan de volheid van genade ontbroken, indien haar ziel een ogenblik de besmetting van de erfzonde had gekend.

De heilige Maagd was reeds vanaf het moment van haar conceptie verlost, doordat zij gevrijwaard was van de erfzonde. Haar verlossing kan niet worden losgezien van onze verlossing door Christus. Daarom is het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, midden in de Adventstijd, een aankondiging van de grootsheid van de Vleeswording van onze Verlosser.

Het feest van vandaag is ingesteld door paus Pius IX met de afkondiging van het dogma op 8 december 1854. Lang daarvoor bestond er echter reeds een feest van de 'conceptie'. In de achtste eeuw werd het reeds gevierd in de Kerken van het Oosten, in de negende eeuw in Ierland, en in de elfde eeuw in Engeland. De vlekkeloze Maagd werd dus al eeuwen door de christenheid gevierd toen Pius IX het dogma plechtig afkondigde. Hij bevestigde het traditionele geloof van de Kerk en bracht het in een dogma onder woorden.

Een video van 'Tota pulchra es' (componist: Anton Brückner):


Tota pulchra es, Maria.
Et macula originalis non est in te.
Tu gloria Ierusalem.
Tu laetitia Israel.
Tu honorificentia populi nostri.
Tu advocata peccatorum.
O Maria, Virgo prudentissima.
Mater clementissima, ora pro nobis.
Intercede pro nobis ad Dominum Iesum Christum.
In conceptione tua, Immaculata fuisti.
Ora pro nobis Patrem cuius Filium peperisti.
Domina, protege orationem meam.
Et clamor meus ad te veniat. Amen.
U zijt gans schoon, Maria.
En de vlek der erfzonde kleeft niet aan u.
U zijt de roem van Jeruzalem.
U zijt de blijheid van Israël.
U zijt de luister van ons volk.
U zijt de voorspreekster der zondaren.
O Maria, allervoorzichtigste Maagd,
allergenadigste Moeder, bid voor ons.
Wees onze bemiddelaarster bij onze Heer Jezus Christus.
In uw conceptie bent u onbevlekt gebleven.
Bid voor ons tot de Vader, Wiens Zoon gij gebaard hebt.
O Vrouwe, ondersteun mijn gebed.
En mijn noodkreet kome tot u. Amen.

5 december 2018

Mars voor het leven op zaterdag 8 december 2018 in Den Haag

Op zaterdag 8 december wordt de Mars voor het Leven georganiseerd in Den Haag. Deze mars wordt gehouden als een krachtig en liefdevol signaal naar de samenleving en de politiek: Stop het kwaad van abortus en euthanasie, en investeer in alternatieven! De mars begint om 13.15 uur op het Malieveld in Den Haag. Er is een katholiek voor- en naprogramma met onder meer een gezongen heilige Mis in de kerk van de H. Jacobus de Meerdere aan de Parkstraat 65 a te Den Haag.

Programma>
10.30 uur: Gezongen traditionele Latijnse heilige Mis in de kerk van de heilige Jacobus de Meerdere in Den Haag; celebrant: pastoor M. Kromann Knudsen FSSP
12.00 uur: Lunch (zelf meebrengen)
13.15 uur: Begin van de Mars voor het Leven op het Mailieveld
15.00 uur: Katholiek naprogramma in het New Babylon Meeting Center (Anna van Buerenplein 29, Den Haag) met Marieke Al, Rachel’s Vineyard, Donum Domini en Virginia Coda Nunziante, oprichtster Mars voor het Leven Rome

Het katholieke naprogramma wordt georganiseerd door Stirezo - Pro Life.

4 december 2018

Van de pastoor: Wachten op het Licht der wereld

Beminde gelovigen,

Met de Advent is het nieuwe kerkelijk jaar begonnen. Het kerkelijk jaar kan ook het jaar van het heil genoemd worden, want alle staties van het verlossingswerk zullen door het liturgische leven van de Kerk voor haar gelovigen toegankelijk gemaakt worden, en de genaden uit de verlossing zullen door het leven van de Kerk aan haar kinderen geschonken worden.

Daarnaast is de Advent ook een verplaatsing naar de tijd van vóór de verlossing en het afwachten midden in de nacht van de zonde, wachten op het Licht der wereld dat de geschiedenis zal binnentreden door Zijn eerste komst in het vlees. Wij worden in deze situatie geplaatst door de liturgie, waarin door de sacramenten Zijn tweede komst in de genade onze alledaagse christelijke werkelijkheid is. Maar ook is de Advent het uitzien naar Zijn derde komst in heerlijkheid, om levenden en doden te oordelen.

Op die wijze worden wij door de heilige liturgie opgenomen in de volheid van het heil en worden wij geplaatst in de werkelijkheid van het heilsgebeuren.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

1 december 2018

Informatiebulletin voor de maand december is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand december is verschenen. Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin december' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

24 november 2018

Junioracademie op zondag 25 november

Zondag 25 november 2018 begint om 13.30 uur in de grote zaal van de pastorie een bijeenkomst van de Junioracademie.

Deze keer zal het onderwerp zijn 'de kruistocht voor een christelijke beschaving'.

Hugo Bos (foto), algemeen manager van TFP (traditie, familie en privé-eigendom) en van Civitas Christiana spreekt over onze persoonlijke verantwoordelijkheid in de strijd tegen de revoluties die de christelijke beschaving willen vernietigen.

24 november: Heilige Johannes van het Kruis, belijder en Kerkleraar

Johannes werd geboren op 24 juni 1542 te Fontiveros, nabij Avila, in Spanje. Zijn vader was vanwege zijn huwelijk met een burgerlijk meisje uit de familie verstoten. Hij verdiende de kost als wever. Hij wilde dat Johannes ook wever zou worden, maar zijn weg liep anders: Johannes werd op jeugdige leeftijd ziekenoppasser. Door zijn onafzienbare inzet en naastenliefde voor de zieken was hij een graag geziene persoon in het ziekenhuis van Medina del Campo. Tevens volgde hij een cursus filosofie bij het plaatselijke Jezuïetencollege. In het jaar 1563 trad hij in Medina in bij de orde van de karmelieten. Na zijn professie werd hij naar Salamanca gestuurd. Daar volgde de begaafde Johannes de studies theologie en filosofie.

In 1568 werd hij tot priester gewijd. Door een verzwakkende houding en ‘falende’ leefgewoonten in de karmelietenorde, overwoog hij zijn orde te verlaten en in te treden bij de strengere kartuizers. Toen ontmoette hij de heilige Teresia van Avila en begon hij met de hervorming van zijn orde: de ongeschoeide karmelieten. Hij bleef zijn orde trouw en werd door de karmelieten die de hervormingen niet wilde doorvoeren en zich aangevallen voelden, vastgenomen en zwaar mishandeld. Johannes bleef echter trouw aan de visie van Teresia en in 1578 wist hij te vluchten naar het klooster Calvario. Daarmee was de scheiding tussen de geschoeide en de ongeschoeide karmelieten definitief.

Toen de heilige Teresia in 1582 stierf moest Johannes het gemeenschappelijk werk alleen voortzetten. Vanaf 1588 was hij prior van het Vaderhuis van de ongeschoeide karmelieten in Segovia.

In zijn laatste levensjaren heeft hij veel lichamelijk lijden te verduren gehad. Hij is op 14 december 1591, slechts negenenveertig jaar oud, in het klooster van Ubeda gestorven. Twee jaar later werd zijn lichaam overgebracht naar Segovia.

Op 26 december 1726 werd Johannes van het Kruis door paus Benedictus XIII heilig verklaard. Hij behoort tot de grootste leraren van de mystiek. Paus Pius Xl heeft hem vooral vanwege een aantal van zijn mystieke geschriften in 1926 verheven tot Kerkleraar. Enkele fundamentele uitspraken van het Tweede Vaticaans Concilie zijn letterlijke vertalingen uit de werken van Johannes van het Kruis.

18 november 2018

Zesentwintigste zondag na Pinksteren

Zesde overgebleven zondag na Driekoningen


Epistel
1 Tes. 1, 2–10
Broeders, wij brengen altijd dank aan God om uwentwil, en zonder ophouden blijven wij u indachtig in ons gebed; want wij herinneren ons uw werken van geloof, uw arbeid en liefde en uw volhardend vertrouwen op onze Heer Jezus Christus, voor het oog van God, onze Vader. Immers, broeders, van God bemind, wij weten, dat gij zijt uitverkoren; want onze prediking is tot u gekomen, niet alleen met woorden, maar ook met kracht en met Heilige Geest en met de volle overtuiging; gij weet immers, hoe ons optreden bij u geweest is om uwentwil. En gij zijt navolgers geworden van ons en van de Heer; gij hebt de prediking aangenomen onder veel verdrukking, maar met vreugde van de Heilige Geest; en zo zijt gij een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonië en Achaie. Want van u uit is het woord des Heren verder verbreid, niet alleen in Macedonië en in Achaie; maar overal is uw geloof in God bekend geworden, zodat wij geen woord meer daarover hoeven te spreken. Zij zelf immers verhalen van ons, hoe wij bij u hebben gewerkt, en hoe gij tot God zijt bekeerd van de afgoderij om voortaan de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemel te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, Die ons heeft ontrukt aan de toorn, die eens zal komen.

Evangelie
Mt. 13, 31–35
In die tijd hield Jezus de menigte de volgende gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een mostaardzaadje, dat iemand in zijn akker gaat zaaien. Het is wel het kleinste van alle zaden, maar als het is opgeschoten, is het groter dan alle andere moeskruiden; en het wordt een boom, zodat de vogels des hemels in zijn takken kunnen nestelen. Nog een andere gelijkenis hield Hij hun voor: Het rijk der hemelen gelijkt op zuurdeeg, dat door een vrouw wordt gebruikt en vermengd wordt onder drie maten meel, totdat dit geheel is gegist. Dit alles sprak Jezus tot de scharen in gelijkenissen, en zonder deze sprak Hij niet tot hen. Zo werd vervuld, wat door de profeet voorzegd was: Ik zal Mijn mond openen in gelijkenissen, en openbaren, wat verborgen was van de grondvesting van de wereld af.

Overweging
Vandaag wordt ons in het Evangelie het rijk Gods in gelijkenissen voorgesteld. Het wordt vergeleken met de groei van een mosterdzaadje. Uit deze gelijkenis wordt duidelijk dat er een enorme groeikracht zit in het rijk Gods wanneer het zaadje goed wordt opgenomen, en op die manier diep kan wortelen in onze menselijke natuur. Christus kondigt hier Zijn Evangelie aan onder de sluier van een gelijkenis. De boodschap van Christus is bestemd om de gehele wereld, van West tot Oost en van Noord tot Zuid, te vervullen. Overal zal Zijn zegenrijke kracht, Zijn verheven menselijke en Zijn bovennatuurlijke goddelijke kracht hen die Hem willen toebehoren vervullen.

Het rijk Gods is in ons door Zijn heiligmakende genade, en Christus, de Heer, heerst in ons door de inwendige deugden van het hart, namelijk door geloof, hoop en liefde. Het rijk Gods bestaat in onze volledige overgave aan Zijn liefde en aan Zijn licht in alles wat wij doen en zijn. Wanneer alles in ons via verstand en wil op het goddelijke wordt afgestemd, wanneer wij met onze volledige kracht proberen Hem in alles te gehoorzamen, en Zijn genade – die Hij ons in alles aanbiedt – tegemoet komen, dan is het rijk Gods in ons gekomen.

Als wij ons in het rijk Gods laten opnemen en volledig tot dat rijk willen behoren, dan worden wij herschapen en herboren. Dan gaan wij over van de louter menselijke orde naar de goddelijke orde, voor zover dat voor een mens mogelijk is. Jezus, onze Redder, verstaat onder het rijk Gods in ons de ongebroken eeuwige levensgemeenschap met de Vader en Zichzelf in de Heilige Geest. Deze gemeenschap wordt concreet werkelijkheid in ons wanneer de wil in ons zich sterk en zuiver verheft boven de wereld van zelfzucht en geweld, van zorg en vrees, naar God toe. Door een dergelijke houding zal alles van de goddelijke Wil worden vervuld.

Wij zijn Gods rijk op aarde als wij vol zijn van Zijn Geest en toetreden tot Zijn Kerk, en deze tot in ons diepste wezen aanhangen, haar liefhebben, heiligen en verbreiden. Dat is dus dáár waar de heiliging die wij door de Heilige Geest ontvangen zichtbaar wordt, namelijk in de gemeenschap van de heiligen, waartoe wij behoren door onze opname in het mystieke lichaam van de Kerk. Wij worden heilig door het volgen van de ene heilsweg, die Christus is. En daardoor zullen wij tot het rijk van God behoren.

15 november 2018

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 17 november 2018

Op zaterdag 17 november om 11.00 uur houdt Michiel Hemminga, bestuurslid van de Sint-Nicolaasacademie, filosoof en campagneleider van CitizenGO in Nederland, een lezing over identiteitspolitiek en de ondermijning van het algemeen belang. Hij zal spreken over hoe de belangenpolitiek ten behoeve van allerlei minderheden uiteindelijk het geheel van de samenleving in gevaar zal brengen.

Voorafgaand aan de lezing is er om 10.00 uur een gelezen heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

13 november 2018

Bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 14 november 2018

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is op woensdag 14 november. Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed
12.30 uur: Conferentie met koffie en thee in de pastorie (tot circa 14.00 uur).

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

11 november 2018

Vijfentwintigste zondag na Pinksteren

Vijfde overgebleven zondag na Driekoningen


Epistel
Kol. 3, 12-17
Broeders, wilt u als heilige en veelgeliefde uitverkorenen Gods toerusten met een medelijdend hart, met goedheid en bescheidenheid, met zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander, en vergeeft elkander, als gij soms over iemand te klagen hebt. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven. Maar draagt over dat alles heen de liefde; want deze is de band der volmaaktheid. Laat de vrede van Christus heersen in uw harten; want daartoe zijt gij ook geroepen, als leden van één lichaam. Weest daarenboven dankbaar. Moge het woord van Christus onder u wonen in volle rijkdom, zodat gij in alle wijsheid elkander onderricht en vermaant. En zingt dankbaar God van harte lof in psalmen en gezangen en geestelijke liederen. Alles wat gij doet met woord of werk, doet alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, om aan God, de Vader, dank te brengen door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Mt. 13, 24-30
In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een mens, die goed zaad op zijn akker zaaide. Maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen nu het graan opkwam en vrucht begon te zetten, toen werd ook het onkruid zichtbaar. Dan gingen de knechten van de heer naar hem toe, en zeiden: Heer, hebt gij geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dan het onkruid vandaan? En hij antwoordde hun: Dat heeft een vijandig mens gedaan. De knechten vroegen hem nu: Wilt gij, dat wij het gaan uittrekken? Maar hij antwoordde: Neen; want als gij het onkruid uittrekt, zoudt gij misschien ook de tarwe uitrukken. Laat ze beide opgroeien tot de oogst; dan zal ik in de oogsttijd tot de maaiers zeggen: Verzamelt eerst het onkruid, en bindt het in bundels, om het te verbranden; maar bergt de tarwe in mijn schuur.

Overweging
In de gelijkenis van dit Evangelie legt onze Heer Jezus Christus aan Zijn leerlingen een belangrijke leer uit over de Kerk op aarde en over het leven. Hij wijst daarbij op het einde van de tijden. Christus zegt dat het rijk der hemelen, dat zich hier op aarde manifesteert door de Kerk, lijkt op een akker waarop goed zaad wordt gezaaid. Dit zaad verzinnebeeldt de genade en de akker staat voor de heilige Kerk van God. In een volledig verstaan van de gelijkenis kunnen wij de akker identificeren met de Kerk en het zaad met onze eigen ziel, waarin God Zijn genade tot leven brengt omdat zij in de kracht van de akker, de Kerk, haar voedsel vindt voor haar groei.

Tegelijk met het goede zaad en de zaaier van de akker wijst Christus ook op de vijand die onkruid zaait tussen het goede zaad. Dit onkruid kunnen wij duidelijk herkennen als de zonde, en de vijand als de duivel. Het onkruid en de zonde leven als een parasiet uit hetgeen dat bedoeld is om een ander te laten groeien. Het onkruid brengt geen goede vruchten voort en is daarom in de gelijkenis zinnebeeld voor de zonde die geen eigen leven in zich draagt, maar alleen de afwezigheid van het goede is en daarom ook zo verschrikkelijk is, want God – als Bron van alle goedheid – is dan afwezig. En waar God niet is, kan geen leven zijn, maar alleen dood en verderf.

Christus wil ons waarschuwen, allereerst doordat hij uitlegt wat goed is en wat niet goed is, maar ook door de uiterste en laatste consequentie van het kwaad te verwoorden. Aan het einde van de tijden zal het onkruid gebundeld worden om te worden verbrand. In deze woorden van onze Heer Jezus Christus vinden wij de leer over het vuur van de hel, een leer die tegenwoordig vaak als overbodig en als niet meer aanvaardbaar voor het moderne, sociaal geworden christendom wordt beschouwd.

In het tweede deel van het Evangelie legt Christus uit waarom tot de oogst gewacht moet worden met het verzamelen van het onkruid. Het eerste gevolg hiervan is de realiteit van de Kerk zoals wij haar door de geschiedenis heen kennen. In Gods heilige Kerk, de akker van de oogst, groeien tarwe en onkruid samen op. De redenen hiervoor zijn begrijpelijk en volledig edel en heilig, want de Heer van de oogst is geduldig en barmhartig en straft niet terstond, maar schenkt tijd en gelegenheid tot inkeer en bekering.

De zonde, die in de gelijkenis door het onkruid wordt verzinnebeeld, kan alleen stand houden in de afwezigheid van de genade. Bekering is mogelijk zolang de slechte planten nog op de akker staan. De akker van de Kerk is er om vruchten van heiligheid voort te brengen en juist om die reden blijft Christus een geduldig en barmhartig bezitter van de akker. Maar wanneer Hij terugkeert tot Zijn akker, als Heer van de oogst, dan zullen kwaad en goed uit elkaar gehaald worden.

10 november 2018

10 november: Heilige Andreas Avellinus, belijder

Andreas Avellinus is geboren in 1521 in Castronuovo di Sant'Andrea in Zuid-Italië. Bij het doopsel ontvangt hij de naam Lancelotto.

Als jonge priester was hij verbonden aan een kerkelijke rechtbank. Tijdens een verdediging kwam er een keer een klein leugentje over zijn lippen. Vlak daarna las hij bij toeval in de heilige Schrift “Een mond die liegt vermoordt de ziel.” (Wijsheid 1, 11) Diep getroffen door deze woorden legde hij zijn positie bij de rechtbank neer en wijdde zich uitsluitend aan de dienst aan God en het welzijn van de zielen.

In 1566 trad hij in in de orde van de Theatijnen. Toen koos hij de naam Andreas, uit liefde voor het kruis van Christus. Hij werkte zeer ijverig als zielenherder. Met vaderlijke liefde en voorzichtigheid bracht hij als biechtvader ontelbare uren door in de biechtstoel. Hij reisde langs de steden en dorpen in de buurt van Napels om de verlossende boodschap van het Evangelie te verkondigen.

Door de bisschop van Napels werd hij belast met de hervorming van een Napolitaans klooster waar de discipline was zoekgeraakt. Door zijn eigen voorbeeldige levenshouding slaagde hij erin zijn opdracht tot een goed einde te brengen, maar niet zonder kleerscheuren. Hij werd door zijn tegenstanders belaagd en zwaar verwond. Men bracht hem voor verzorging en revalidatie naar het klooster van de Theatijnen. Vanwege zijn intelligentie, zelfdiscipline, onderdanigheid en zuiverheid werd hij uitgezonden om nieuwe vestigingen voor de orde uit te bouwen, zoals in Milaan en Piacenza.

De heilige Carolus Borromeus was een intieme vriend van Andreas Avellinus die hem voor zeer belangrijke kerkelijke aangelegenheden raadpleegde.

In het leven van deze heilige priester komen verschillende wonderen voor. Toen hij een keer samen met een metgezel in slecht weer op weg was naar huis, werd zijn lantaarn gedoofd door de regen en de wind. Zij werden echter niet doorweekt door de regen. Zijn lichaam straalde van licht en zo konden zij in de dichte duisternis toch de weg naar huis vinden.

Velen kwamen bij Andreas om raad vragen. Hij heeft duizenden brieven geschreven. Vermoeid door zijn vele werkzaamheden en verzwakt door zijn leeftijd werd hij op 10 november 1608 getroffen door een beroerte aan de voet van het altaar toen hij de heilige Mis wilde gaan opdragen. Toen hij voor de derde keer sprak “Introibo ad altare Dei” (Ik zal opgaan naar het altaar van God), stierf hij.

In 1712 verklaarde paus Clemens XI hem heilig. Andreas Avellinus wordt vereerd als patroonheilige van Napels en Sicilië. Hij ligt begraven in de Sint-Pauluskerk in Napels.

Andreas Avellinus is patroon tegen een onvoorziene dood en tegen beroertes.

6 november 2018

Misintenties

De katholieke Kerk belijdt dat de heilige Mis het voortdurende Offer van Christus is dat aan God de Vader wordt aangeboden voor de verlossing van de mensen.

Het is mogelijk om een heilige Mis te laten lezen voor een bepaalde intentie. De Mis wordt dan aan God opgedragen uit dankbaarheid, voor een zekere nood of voor de zielenrust van een overledene. God de Vader wordt gesmeekt om de vruchten van Christus' Offer in het bijzonder toe te passen op deze intentie.

Dat is een van de krachtige middelen waarmee wij de zielen in het vagevuur kunnen helpen om hun tijd daar te bekorten. De maand november (Allerzielenmaand) is dan ook bijzonder geschikt voor het laten opdragen van H.H. Missen voor overledenen.

Op zondagen en kerkelijke feestdagen dient een priester (pastoor) de heilige Mis op te dragen voor het hem toevertrouwde volk (zogenaamde Missa pro populo). Daar kunnen geen persoonlijke intenties aan worden toegevoegd. Op andere dagen kan per heilige Mis één intentie worden aangenomen.

Er wordt een financiële bijdrage (stipendium) gevraagd als daadwerkelijk offer van degene die de intentie opgeeft. Deze bijdrage is voor het levensonderhoud van de priester die de Mis opdraagt.

Voor het opgeven van Misintenties kunt u het beste rechtstreeks contact opnemen met een van de priesters. De richtprijs voor het stipendium bedraagt € 12.