Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 oktober 2018, onder voorbehoud van wijzigingen.

Oktober - Rozenkransmaand

Van dinsdag tot en met vrijdag om 11.45 uur (niet op dinsdag 16 oktober): Marialof (in aansluiting op de H. Mis)
Dagelijks om 10.30 uur: Rozenkransgebed


17 oktober 2018

17 oktober: Heilige Margareta-Maria Alacoque, maagd

Margareta-Maria wordt op 22 juli 1647 geboren in Paray-le-Monial in Frankrijk, als dochter van een rechter en notaris. Wanneer ze acht jaar oud is, sterft haar vader. Margareta gaat naar de kostschool bij de zusters Clarissen. Op 25-jarige leeftijd treedt zij in bij de congregatie van de Visitandinnen. Tijdens haar kloosterleven verschijnt Jezus aan haar.

Op 27 juni 1673 verschijnt Jezus haar met de opdracht iedere eerste vrijdag van de maand te vieren met de heilige communie en een uur waken om deel te nemen aan de gedachtenis van Zijn lijden. Vaak laat Hij Zijn heilig Hart, Maria en andere heiligen aan Margareta zien. Op 16 juni 1675 verschijnt Jezus haar weer als het heilig Hart. Hij vertelt haar: "Ik wil dat de vrijdag, acht dagen na het feest van het heilig Sacrament een feest wordt ter ere van Mijn heilig Hart". Op die dag zullen de mensen ter communie gaan en bidden voor de zonden en de oneerbiedigheid van veel mensen. Jezus belooft aan Margaretha, dat iedereen die het heilig Hart zal vereren, van God bijzondere genaden zal ontvangen.

Zo is langzamerhand het feest van het heilig Hart ontstaan. Steeds vaker krijgt Margareta verschijningen, waardoor haar medezusters haar begonnen te mijden.

In het jaar 1686 wordt er voor de eerste keer het feest van het heilig Hart gevierd. De rest van haar leven heeft Margareta alleen maar gewerkt aan het bevorderen van de eerbied voor het heilig Hart. Ze heeft daar soms veel voor moeten lijden, maar dat heeft ze geduldig verdragen.

Haar biechtvader, de heilige pater Claude de la Colombière S.J., steunde haar in de verbreiding van de godsvrucht tot het heilig Hart van Jezus. In de loop der eeuwen hebben de jezuïeten de verering van Jezus' heilig Hart altijd hoog in het vaandel gehad. In 1765 is deze verering officieel goedgekeurd en algemeen verbreid en door de pausen in het bijzonder aanbevolen.

Op 16 oktober van het jaar 1690 is Margareta-Maria gestorven. Zij heeft veel brieven nagelaten. In 1920 wordt ze door paus Benedictus XV heilig verklaard en in 1929 heeft paus Pius XI het feest van het heilig Hart officieel uitgeroepen tot feest voor de gehele Kerk.

15 oktober 2018

15 oktober: Heilige Teresia, maagd en Kerklerares

Teresia werd geboren op 28 maart 1515 in de Spaanse vestingstad Avila. Haar volledige naam was Teresa Sanchez Cepeda Davila y Ahumada. Ze was een zeer begaafd kind met een vurig geloof. Zo wilde ze naar Noord-Afrika om daar als martelaar te sterven. Op 18-jarige leeftijd trad ze in de Orde van O.L. Vrouw van de Karmel in het klooster van de Menswording in Avila.

Na een mystieke ervaring van het Lijden van Christus stichtte ze ondanks veel tegenwerking in 1562 het Sint-Jozefklooster te Avila. Daar begon de hervorming van de Karmelorde. Doel van de hervorming was de ontwikkeling van een spiritualiteit die zij de Weg van de Volmaaktheid noemde.

Vanaf 1567 breidde de nieuwe beweging zich zeer snel uit, ook dankzij Teresia's geestverwant Johannes van het Kruis. Deze mysticus hervormde de karmelietenkloosters. Teresia had een druk leven van afmattende reizen van het ene klooster naar het andere. Tussendoor bad ze vaak in eenzaamheid. Ze zocht God in het binnenste van haar hart. Hierover schreef ze in opdracht van haar biechtvaders het indrukwekkende boek 'Castillio interior' (‘De innerlijke burcht’). Daarin vergeleek ze de ziel met een kasteel. In het centrale vertrek woont God, maar de duivel houdt de mens in de buitenste vertrekken. Alleen de zuivere ziel kan met God contact maken. In haar autobiografie spreekt Teresia van een mystieke doorboring van haar ziel. Daarbij bracht de liefde van God haar in extase.

Teresia overleed te Alba de Tormes op 4 oktober 1582, de laatste dag van de Juliaanse kalender. De volgende dag was het de 15e oktober van de Gregoriaanse kalender, vandaar dat op die dag haar gedachtenis wordt gevierd.

Paus Gregorius XV verklaarde Teresia heilig in 1622 samen met Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius, Isidorus en Philippus Neri. In 1617 riep het Spaanse parlement haar uit tot Patrones van Spanje. Paus Paulus VI verleende haar in 1970 de titel van Kerklerares.

In Alba de Tormes worden haar hart en rechterarm bewaard en vereerd. Teresia is patrones van Spanje, tegen lichamelijke ziekten en hoofdpijn, van kantmakers en -werkers, van religieuzen, van zieken en van mensen die vanwege hun vroomheid belachelijk worden gemaakt.

14 oktober 2018

Eenentwintigste zondag na Pinksteren

Epistel
Ef. 6, 10-17
Broeders: Zoekt uw sterkte in de Heer en in Zijn alvermogende kracht. Trek de wapenrusting Gods aan, om stand te kunnen houden tegen de listige aanvallen van de duivel. Want onze strijd gaat niet tegen vlees en bloed, maar tegen de vorsten en machten en wereldbeheersers der duisternis, tegen de boze geesten in de lucht. Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden op de kwade dag, en in volle uitrusting pal te staan. Houdt u dus gereed, de lendenen omgord met de waarheid, gestoken in het pantser van gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidwilligheid voor het evangelie des vredes; blijft in alle omstandigheden vasthouden het schild des geloofs, waarmede gij alle gloeiende pijlen van de boze vijand kunt doven; neemt daarbij de helm van het heil en het zwaard van de Geest, dat is het Woord Gods.

Evangelie
Mt. 18, 23-35
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen deze gelijkenis voor: het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die afrekening wilde houden met zijn dienaren. En toen hij met afrekenen was begonnen, werd er iemand voor hem gebracht, die hem tienduizend talenten schuldig was. Daar hij echter niets had om te betalen, gaf zijn heer bevel hem te verkopen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had, en zo de schuld te voldoen. Maar de dienaar viel voor hem neer, en smeekte: Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen! Toen kreeg de heer medelijden met zijn dienaar, liet hem weer vrij, en schold hem de schuld kwijt. Maar toen deze dienaar wegging, trof hij een van zijn mededienaren, die hem honderd tienlingen schuldig was; en hij greep hem bij de keel, en zeide; Betaal wat gij schuldig zijt! En zijn mededienaar viel neer en smeekte hem: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen! Doch de ander wilde dat niet; maar hij ging heen, en liet hem in de gevangenis werpen tot hij zijn schuld zou betaald hebben. Toen nu zijn mededienaren dat zagen gebeuren, werden zij zeer bedroefd; en zij gingen naar hun heer en deelden hem alles mede, wat er voorgevallen was. Toen liet zijn heer hem roepen, en sprak tot hem: Slechte knecht! Heel uw schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat gij het mij gevraagd hebt; moest gij dan ook geen medelijden hebben met uw medeknecht, zoals ik medelijden heb gehad met u? En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij geheel zijn schuld zou betaald hebben. Zo zal ook Mijn hemelse Vader doen met u, als gij allen niet van harte vergiffenis schenkt aan uw broeder.

Overweging
Elke dag bidden wij in het gebed dat Christus Zelf ons leerde, om vergeving van onze schuld. Elke dag vragen wij dus onze hemelse Vader hetzelfde: dat Hij ons onze zonden vergeef. Onze slechte gedachten, kwade gesprekken of daden, ons nalatig omgaan met Zijn genade en gaven. Maar zijn wij ons er eigenlijk van bewust dat wij elke dag ook ontelbare mogelijkheden hebben om hetzelfde te doen jegens onze naasten? “En vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.” Het Evangelie van deze zondag stelt ons zeer duidelijk voor ogen in welk verband wij dit gebed moeten zien.

Een koning houdt afrekening met zijn dienaren. Zij komen hem verslag brengen van hun handelingen. Spoedig wordt er een binnengebracht (hij had zelf weg willen blijven, maar hij wordt gedwongen te verschijnen) die veel schulden had gemaakt. Dat was zo een enorm bedrag dat hij met zijn gehele privé-bezit het nooit zou kunnen vergoeden. Hij had door onverantwoorde uitgaven, door allerlei geknoei, het geld van de koning verkwist. Nu het uur om te betalen daar is heeft hij niets. De conclusie is volgens het gebruik van die tijd voor de hand liggend: hijzelf wordt als slaaf verkocht, zijn vrouw en kinderen ondergaan eenzelfde lot en zijn inboedel wordt onder de hamer gebracht. Maar dan gebeurt er iets heel onverwachts. De koning is grootmoedig. Hij heeft medelijden en scheldt de dienaar de gehele schuld kwijt.

De dienaar heeft de goedheid van zijn koning ervaren, maar hij had zelf geen medelijden met een van zijn mededienaars. Door zijn gebrek aan medelijden werd hij uiteindelijk bestraft. Wat heeft dat alles met ons te maken? De les staat aan het einde van het Evangelieverhaal: “Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als gij allen niet uw broeder van harte vergeeft.” Wij allen staan tegenover God in de verhouding van de dienaar tegenover zijn koning. Het is beslist fout om te denken, dat Christus met de persoon van de dienaar die zijn koning tienduizend talenten schuldig was alleen de grote zondaars heeft bedoeld.

God is oneindig goed. Hij is waarlijk goddelijk goed. Doch wij zijn daarvan niet voldoende overtuigd: dit leeft niet in ons. Een van de oorzaken hiervan is dat wij onze schuld tegenover God niet voldoende beseffen. Het beeld in de parabel is aangrijpend genoeg, maar de werkelijkheid is oneindig erger. Geen menselijke verhouding kan dat uitdrukken. Als wij ons van geen zware zonden bewust zijn, menen wij dat onze schuld tegenover God niet groot is. Dagelijkse zonden zijn niet zo erg, menen wij. Bovendien komen ze zo vaak voor dat wij ze niet meer merken. Maar de grootte van een belediging wordt allereerst afgemeten naar de waardigheid van degene, die ze wordt toegevoegd.

God is de oneindige Majesteit; onze zonden zijn een onmetelijke belediging van deze goddelijke Majesteit. En elke dag beledigen wij Hem wederom. Wij zouden nooit onze onbegrijpelijk grote schuld kunnen betalen. En deze wordt ons ineens kwijtgescholden. De schuld van Adam, de schuld van al mijn persoonlijke zonden, al mijn genadeverkwisting, het schuldig missen van mijn prachtige kansen – dat alles wordt ineens kwijtgescholden. God, de Liefde Zelf, heeft Zich in Jezus Christus neergebogen over onze ellende. De Vader in de hemel wordt niet moe ons te vergeven om het dierbaar bloed van Zijn Zoon. Telkens opnieuw als wij Hem met een oprecht hart om vergiffenis vragen, vergeeft Hij de schuld, hoe groot zij ook moge zijn.

Elke mens is zoals deze dienaar. Wij zijn tegelijkertijd schuldenaars tegenover God en schuldeisers tegenover de medemens. Willen wij Gods barmhartigheid ervaren, dan moeten wij zelf bereid zijn om te vergeven. In het groot en in het klein (dat komt dagelijks voor). Er zal eens een rechtvaardige vergelding komen. En deze verloopt volgens onze eigen maatstaf. God zal met ons omgaan zoals wij met anderen omgaan. En vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.

13 oktober 2018

13 oktober: Heilige Eduardus, koning en belijder

Eduardus werd geboren in het jaar 1003 in Oxford, Engeland, als zoon van koning Ethelred II en koningin Emma. Nadat koning Ethelred door een Deense invasie was onttroond, werden Edward en zijn broer Alfred weggevoerd naar Denemarken om daar te worden gedood. De Deense officier die met die taak werd belast ontfermde zich echter over de jongens en stuurde ze naar Zweden. Vanuit dat land werden ze overgebracht naar Hongarije en kwamen daar onder hoede van de koning.

Eenmaal volwassen geworden verhuisden de broers naar Normandië en wachtten op een kans om terug te keren naar Engeland. In 1035 probeerden Edward en Alfred de kroon van Engeland te heroveren, maar dat mislukte. Alfred werd gedood en Edward keerde terug naar Normandië. In 1042 ging hij opnieuw naar Engeland en werd toen bij acclamatie tot koning gekozen. Hij besteeg de troon op 3 april van dat jaar. Edward stond bekend als een rechtvaardige en waardige koning. Hij genoot veel steun bij het volk.

Tijdens zijn bewind sloeg Edward menig invasie af, hij droeg bij aan het herstel van de monarchie in Schotland, hij schafte onrechtvaardige belastingen af, en hij stond bekend om zijn vrijgevigheid aan armen en vreemdelingen en om zijn vroomheid en liefde tot God.

Om het volk te behagen trouwde hij met Godwina, dochter van de graaf van Wessex, maar het koningspaar leidde een leven in onthouding. Hij zou de gave van genezing door aanraking hebben gehad.

Hij bouwde vele kerken, waaronder de beroemde Westminster Abbey.

Op 5 januari 1066 stierf hij door een natuurlijke dood. In 1161 werd hij heilig verklaard door paus Alexander III. Hij is patroon van kinderloze echtparen, van de Britse koninklijke familie, van koningen, en van gescheiden echtgenoten. Hij is een van de patronen van Engeland.

Eduardus wordt vaak afgebeeld terwijl hij een melaatse geneest, met een zieke man op zijn schouders of als oudere koning die een ring geeft aan de apostel Johannes die vermomd is als bedelaar. De laatste afbeelding stoelt op een verhaal dat vertelt over koning Edward die een ring schonk aan een bedelaar in de buurt van Westminster Abbey. Enkele jaren later troffen enkele pelgrims uit Engeland in het Heilig Land een oude man die zich uitgaf voor de apostel Johannes. Hij gaf hun de ring mee met de opdracht deze aan koning Edward terug te geven met de mededeling dat hij binnen zes maanden zou sterven. En zo geschiedde het.

11 oktober 2018

11 oktober: Moederschap van de heilige maagd Maria, feest

Salve Mater Misericordiae



Refrein:
Salve Mater misericordiae, Mater Dei et Mater veniae, Mater spei et Mater gratiae, Mater plena Sanctae Letitiae, O Maria!


Salve decus humani generis. Salve Virgo dignior ceteris, quae virgines omnes transgrederis et altius sedes in superis. O Maria!

Salve felix Virgo puerpera: Nam qui sedet in Patris dextera, Caelum regens, terram et aethera, Intra tua se clasit viscera. O Maria!

Esto, Mater, nostrum solatium: Nostrum esto, tu Virgo, guadium, et nos tandem post hoc exsilium, Laetos juge choris caelestium. O Maria!

10 oktober 2018

Onze Lieve Vrouw, Sterre der Zee

Het genadebeeld van de Sterre der Zee in de Onze Lieve Vrouwebasiliek in Maastricht.
Foto: (c) Sint-Agneskerk, Amsterdam

O reinste der scheps'len, o Moeder en Maagd,
Gij, die in uw armen het Jezuskind draagt
Maria, aanhoor onze vurige bêe
Geleid ons door 't leven, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
Geleid ons door 't leven, o Sterre der zee

Bedreigen ons noodweer of storm op onz' baan
Is 't scheepj' onzer ziel in gevaar te vergaan
Bedaar, o Maria, de storm op uw bêe
Stort hoop ons in 't harte, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
stort hoop ons in 't harte, o Sterre der zee

Maria, als gij onze schreden geleidt
Schenkt gij ons uw licht en uw zegen altijd
Dan landen wij veilig ter hemelse rêe
En danken u eeuwig, o Sterre der zee
O Sterre der zee, o Sterre der zee
en danken u eeuwig, o Sterre der zee

Gebed tot de Sterre der Zee

O Maria, Sterre der Zee, zie mij hier neergeknield voor uw genadetroon, waar reeds ontelbare minnaren van uw moederhart de grootste gunsten door u hebben ontvangen; waar gij voor de bedroefden troost, voor de noodlijdenden hulp, voor de zieken genezing, voor de zondaars vergiffenis verkrijgt.
O liefste Moeder, ik kom thans tot u met het grootste vertrouwen. De menigvuldige wonderen die hier op uw voorspraak geschied zijn, vervullen mij, ellendige zondaar, met de zoetste hoop, dat gij, Moeder van barmhartigheid, ook mijn bede zult verhoren. Ja, ik smeek en bid u, o zoetste Moeder, o genaderijke Sterre der Zee, laat mij van hier niet weggaan zonder verhoord te zijn. Gij kunt mij helpen, gij zijt immers de machtigste na God; gij wilt mij helpen, omdat gij zo vol liefde zijt voor al uw kinderen. Herinner u, o goedertierenste Maagd, dat het nooit gehoord is, dat iemand die vertrouwvol tot u zijn toevlucht nam, door u verlaten is; zou ik dan de eerste ongelukkige zijn, die gij onverhoord van u liet heengaan? Neen, neen, o goede Moeder, op deze heilige plaats zult gij, door uw alvermogende voorspraak, mij hulp in mijn nood en troost in mijn lijden verwerven. Amen.

7 oktober 2018

Twintigste zondag na Pinksteren

Commemoratie: Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans

Het Laatste Oordeel (Fra Angelico)

Epistel
Efesiërs 5, 15–21
Broeders, zorgt ervoor dat gij met alle omzichtigheid uw levenswandel inricht; niet als onverstandigen, maar als wijze mensen, die de tijd benutten; want het zijn kwade dagen. Weest daarom niet kortzichtig, maar toont begrip voor de wil van God. Bedrinkt u niet aan wijn; want daaruit volgt losbandigheid; maar vervult u met de Heilige Geest, en spreekt onder elkander in psalmen en lofgezangen en geestelijke liederen, terwijl gij de Heer lofzingt in uw harten; en brengt zonder ophouden voor alles dank aan onze God en Vader in de Naam van onze Heer Jezus Christus. Weest aan elkander onderdanig in de vreze van Christus.

Evangelie
Johannes 4, 46–53
In die tijd was er een zekere hofbeambte, wiens zoon ziek lag te Kafarnaüm. Toen hij hoorde, dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen, ging hij naar Hem toe, en verzocht Hem om zijn zoon te komen genezen; want deze lag op sterven. Jezus nu sprak tot hem: “Als gij geen tekenen en wonderen ziet, gelooft gij niet”. De hofbeambte zeide tot Hem: “Heer, kom toch, vóórdat mijn zoon sterft!” Jezus sprak tot hem: “Ga heen, uw zoon is weer beter!” De man geloofde het woord, dat Jezus tot hem sprak, en ging heen. Toen hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem tegemoet en berichtten hem, dat zijn zoon weer beter was. Hij vroeg hun dan naar het uur, waarop de beterschap was ingetreden. En zij antwoordden hem: “Gisteren in het zevende uur heft de koorts hem verlaten.” Toen bemerkte de vader, dat dit juist het uur was, waarop Jezus tot hem zeide: “Uw zoon is weer beter.” En hij aanvaardde het geloof, hij zelf en geheel zijn huisgezin.

Overweging
De woorden van Jezus tot de hofbeambte wekken misschien onze verbazing. Een vader, wiens zoon doodziek is, komt en vraagt om genezing. En dan wordt hij zo hard aangepakt: “Als gij geen tekenen en wonderen aanschouwt, gelooft gij niet!” In plaats van medelijden krijgt de vader van het stervende kind een soort verwijt. Dit verwijt was echter in het algemeen bedoeld en duidde op het gebrek aan geloof dat Jezus overal ontmoette. Zeker was het geloof van de hofbeambte niet volmaakt, want hij meent dat Jezus persoonlijk aanwezig moet zijn om zijn kind te kunnen genezen.

Nu Hij de hofbeambte aantreft die, zonder begrip te tonen voor de eigenlijke zending van Jezus, Hem een louter persoonlijke gunst vraagt en op een wijze die de onvolmaaktheid van zijn geloof in een helder licht stelt, ziet Hij in deze man het type, een categorie uit het joodse volk, met zijn aardse instelling. Het is precies deze mentaliteit, die de ogen van de joden zal sluiten voor het geestelijke karakter van Jezus' zending en het conflict tussen Hem en Zijn volk veroorzaakt. “Als gij (meervoud!) geen wonderen ziet, gelooft gij niet.”

Onze Zaligmaker is gekomen om een geloof te wekken dat niet op wonderen en tekenen gebaseerd is, maar dat zich rechtstreeks richt op Zijn goddelijke Persoon. “Zalig zijn zij die niet gezien en toch geloofd hebben.” (Joh. 20, 29). Geloven zonder tekenen te zien, zonder wonderen, alleen op het woord van Christus, dat is wat Hij van ons verlangt. Dit is wat Christus van Zijn geliefde uitverkorenen eist: een volmaakt geloof. Een vaste houding van de ziel, gericht op het woord, die wonderen noch gebedsverhoringen nodig heeft. Ons geloof mag niet op onze eigen belangen en noden gebaseerd zijn, maar alleen op God, Die wij door ons leven moeten verheerlijken.

Christus vraagt het geloof in de eerste plaats van degenen die zich tot Hem richten. En Hij vraagt een volmaakt geloof, dat alleen op Zijn woord bouwt. Dat wil niet zeggen dat wij geen wonderen of tekenen mogen vragen. Maar ons geloof mag er niet van afhangen. Wie onvolmaakt gelooft, zal zich van zijn verhouding tot God willen bedienen om bepaalde gunsten te verkrijgen. En als hij meent dat zijn gebed niet verhoord wordt, zal zijn geloof nog zwakker worden. De ware leerling van Christus wankelt nooit. Zijn geloof in God groeit door alles heen en vindt gelijkelijk voedsel in succes en mislukking. Vasthouden aan God, soms tegen alle hoop in, maar alleen omdat Hij ons nooit in steek laat, is in werkelijkheid het voortdurende wonder van Gods liefde, dat alles overtreft.

6 oktober 2018

Montserrat Caballé (†) zingt voor paus Benedictus XVI

In juli 2006 zong de vandaag overleden sopraan Montserrat Caballé het 'Padre nuestro' (Onze Vader)
voor paus Benedictus XVI tijdens de Wereldgezinsdagen in Valencia, Spanje.



4 oktober 2018

Van de pastoor: Wat is de Kerk?

Beminde gelovigen,

Wat is de Kerk eigenlijk: Is zij een puur menselijke zaak of het rijk Gods op aarde? En wie is er nog te vertrouwen in de Kerk? Die laatste vraag, die mij onlangs werd gesteld door een beschaafde, intelligente en bescheiden vrouw, heeft mij een tijd beziggehouden, allereerst omdat haar vertrouwen in de verkondiger en de uitdrager van Gods openbaring – dus in de Kerk – aan het wankelen was gebracht door de recente gebeurtenissen omtrent misbruik en corruptie tot in de hoogste rijen van de hiërarchie. Maar deze vraag stemde mij ook triest en verdrietig, omdat goede mensen worden beroofd van hun vertrouwen door de corruptie van de kerkelijke overheid. Wee degenen, die een van deze kleinen in verleiding brengt. Het zou beter zijn dat hij met een molensteen om de hals in de diepte van de zee verdronken wordt. Deze woorden uit het Evangelie kregen plotseling een geheel nieuwe betekenis. Waarom hebben de herders hun kudde in verleiding gebracht? Is de Kerk dus alleen menselijk?

Recentelijk las ik opnieuw het verhaal van pater Maximiliaan Maria Kolbe. Hij offerde tijdens de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp zijn eigen leven in plaats van de vader van een gezin die ter dood was veroordeeld. Pater Kolbe stierf voor deze vader uit liefde tot Christus. Zijn levensoffer maakt ons duidelijk dat de Kerk Gods rijk op aarde is, dat ons in staat stelt om de ultieme navolging van Christus mogelijk te maken.

Het misbruik en de corruptie laten ons zien dat er in deze Kerk, waarin het rijk Gods zich openbaart, ook mensen zijn die juist geen volgelingen van Christus zijn, maar rovers en moordenaars. Uit de catechismus hebben wij geleerd dat wij tijdens ons aardse bestaan deel uitmaken van de Ecclesia Militans, de strijdende Kerk, die op aarde de strijd voert tussen goed en kwaad. Het kwaad is de Kerk van God binnengedrongen. Laten wij niet toestaan dat het ook ons verslindt, maar blijven wij trouw aan de belofte van ons doopsel om het witte kleed der onschuld ongeschonden tot voor de rechterstoel van de eeuwige God te dragen.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

3 oktober 2018

Informatiebulletin voor de maand oktober is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand oktober is verschenen. Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin oktober' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

2 oktober 2018

Marialof in de maand oktober

Gedurende de maand oktober zal de dagelijkse heilige Mis op dinsdag tot en met vrijdag worden gevolgd door een Marialof. Het lof begint rond 11.45 uur; voorafgaand aan de heilige Mis wordt dagelijks (dus ook op zaterdag en zondag) de Rozenkrans gebeden.

De maand oktober dankt de naam Rozenkransmaand aan het feest van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans dat op 7 oktober gevierd wordt.

Veel pausen hebben de gelovigen aangespoord tot het bidden van de Rozenkrans. Paus Leo XIII heeft er zelfs negen encyclieken aan besteed. Maria zelf heeft bij al haar verschijningen het belang van het bidden van de Rozenkrans onderstreept.

Op het eerste gezicht lijkt de Rozenkrans een Mariaal gebed, maar in feite is het – door het overwegen van de geheimen – een gebed dat volledig op Christus is gericht.

Door het Marialof verschuift de aanvangstijd van de catechese voor volwassenen op de dinsdagen 9 en 23 oktober van 12.00 uur naar 12.30 uur.

2 oktober: Heilige Engelbewaarders

"Zie, Ik zend Mijn engel voor u uit om u onderweg te beschermen en u te brengen naar de plaats die Ik heb vastgesteld. Heb aandacht voor hem en luister naar zijn woord." (Ex. 23,2)

"Hoedt u ervoor een van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van Mijn Vader Die in de hemel is." (Mt. 18, 10)

Op deze dag eert de Kerk de engelen die van God de opdracht hebben gekregen om de mens te beschermen tegen het kwaad. Engelen zijn volgens Schrift en Traditie onsterfelijke en persoonlijke schepselen. Engelen beschikken over intelligentie en een vrije wil; zij zijn van puur geestelijke aard. Met heel hun wezen zijn zij dienaren en boodschappers van God. Doordat zij God zien zoals Hij is, kennen ze ook Zijn wil en voeren deze uit.

Over de beschermengelen zegt de catechismus: "Vanaf de kinderjaren tot de dood is het menselijk leven omringd door de bescherming en voorspraak van engelen. Iedere gelovige wordt terzijde gestaan door een engel om hem als hoeder en herder naar het leven te leiden."

Als wij vol deemoed de engelen aanroepen erkennen wij Gods heerlijkheid. Zij staan voor God en loven Hem onophoudelijk.

Van oudsher wordt de engelbewaarder bij het ochtend- en het avondgebed aangeroepen:

Engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie de goddelijke Goedheid mij heeft toevertrouwd: verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij. Amen.

1 oktober 2018

1 oktober: Heilige Bavo, belijder, patroon van het bisdom Haarlem-Amsterdam, hoogfeest

Bavo wordt rond het jaar 589 geboren in de buurt van Luik en krijgt de naam ‘Allowin’. Zijn familie is welvarend en invloedrijk. Allowin groeit uit tot een wrede, arrogante man met weinig inlevingsvermogen. Hij wordt omschreven als een ‘tiran voor zijn onderdanen’ en zou sommige van zijn personeelsleden zelfs uit haat als slaaf verkocht hebben. Het onvriendelijke karakter van de Vlaamse edelman verdwijnt echter als sneeuw voor de zon als zijn vrouw, en de moeder van zijn dochter, plotseling overlijdt. Allowin beseft hoe vergankelijk het leven is en besluit de jaren die hem resteren aan God te wijden. In eerste instantie gaat hij in een klooster wonen. Later wordt hij kluizenaar.

Talloze mensen wisten hem in hun nood te vinden; hij troostte en bemoedigde ze, en genas ze; hij wekte zelfs een dode tot leven. Totdat hijzelf getroffen werd door een vreselijke ziekte. Omstanders wisten te vertellen hoe zijn opgewektheid niet leed onder de helse pijnen. Omringd door gelovigen, vrienden en zijn geestelijk leidsman die hij had laten roepen om hem bij te staan, stierf hij in geur van heiligheid.

Behalve patroonheilige van Haarlem is Sint Bavo ook patroonheilige van Gent, Wilrijk, Sint-Baafs-Vijve, Heemstede, Zingem en Münster. Voorts is hij patroon voor een goede oogst en tegen long- of keelontsteking. Sint Bavo is beschermheilige van de valkeniers.

In 1946 schreef Gabriël Smit het volgende rijmpje over de heilige Bavo:

Sint Bavo, die zijn schatten zwaar,
zijn goed, zijn wapenen, zijn boeken,
verliet om alleen God te zoeken
tot hij Hem vond als kluizenaar,
geef dat mijn hart niet bouwt op geld,
maar slechts in God vertrouwen stelt.

30 september 2018

Negentiende zondag na Pinksteren

Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.

Epistel
Efes. 4, 23–28
Broeders, vernieuwt u zelf wat uw geestelijke gesteltenis betreft, en bekleedt u met de nieuwe mens, naar Gods beeld geschapen in gerechtigheid en heiligheid, die voortvloeit uit de waarheid. Daarom moet gij de leugen afleggen en ieder tegenover zijn evenmens de waarheid spreken; want wij zijn ledematen ten opzichte van elkander. Als gij toornig wordt, zondigt dan niet; laat de zon over uw gramschap niet ondergaan. Geeft de duivel geen kans. Wie een dief was, moet zorgen voortaan niet meer te stelen; laat hij liever werken en met eigen handen nuttige arbeid verrichten, om zo iets te hebben, dat hij kan geven aan iemand, die gebrek lijdt.

Evangelie
Mt. 22, 1–14
In die tijd richtte Jezus Zich in gelijkenissen tot de opperpriesters en farizeeën, en sprak: Het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die een bruiloftsmaal aanrichtte voor zijn zoon. En hij zond zijn dienaren uit, om de genodigden ter bruiloft te roepen, maar zij wilden niet komen. Opnieuw zond hij andere dienaren met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Ziet, mijn gastmaal staat gereed, mijn ossen en mestvee zijn geslacht, en alles is klaar; komt nu ter bruiloft! Maar zij stoorden zich er niet aan, en gingen heen, de een naar zijn landgoed, de ander naar zijn zaken; en weer anderen grepen zijn dienaren vast, mishandelden hen en bracht hen om het leven. Toen de koning dit hoorde, ontstak hij in toorn; hij zond zijn legers, verdelgde de moordenaars, en stak hun stad in brand. Vervolgens zei hij tot zijn dienaren: Het bruiloftsmaal is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten van de wegen, en roept allen ter bruiloft, die gij daar vindt! En zijn dienaren gingen heen naar de wegen, en brachten allen, die zij vonden, bijeen, slechten zowel als goeden; en de bruiloftszaal werd met gasten gevuld. Toen nu de koning binnentrad om de gasten te zien, bemerkte hij er één zonder bruiloftskleed aan. En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed aan? Maar de ander stond sprakeloos. Toen zei de koning tot zijn dienaren: Bindt hem handen en voeten, en werpt hem naar buiten in de duisternis: daar zal geween zijn en geknars der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Overweging
Zij, die het eerst op het bruiloftsmaal werden verwacht, hebben de stem van God, die hen riep, niet herkend, omdat zij te diep verwikkeld waren in alle mogelijke aardse aangelegenheden en beslommeringen. Dit gevaar bestond niet alleen toen voor hen, maar dat bestaat ook vandaag nog voor ons. Juist daarom vraagt de Kerk in het openingsgebed en in het slotgebed voor ons dat God ons mag verlossen uit de lichamelijke en geestelijke banden – dat is onze neiging tot de zonde – en ons de nodige vrijheid schenkt om ons te wijden aan het volbrengen van Zijn Wil die Hij ons heeft geopenbaard toen Hij ons door het doopsel riep tot het bruiloftsmaal dat het eeuwig leven is.

29 september 2018

29 september: Hoogfeest van de kerkwijding van de heilige Michaël, aartsengel

Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd;
wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel.
Wij smeken ootmoedig dat God hem Zijn macht doe gevoelen.
En gij, vorst van de hemelse legerscharen,
drijf Satan en andere boze geesten, die tot verderf van de zielen
over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

Op 29 september werd de antieke Sint-Michaëlsbasiliek aan de Via Salaria, ten noorden van Rome, ingewijd.

Michaël is onder de engelen de meest bekende en de meest genoemde. Hij is de aanvoerder van de hemelse legerscharen in de strijd tegen Lucifer en diens aanhang. Zijn naam betekent: 'Wie is als God?'. Hij wordt vereerd als schutspatroon van de katholieke Kerk. Hij is de aanvoerder van de gelovige zielen.

De naam van de aartsengel Michaël komt al voor in het oude testament. In het boek Daniël wordt hij beschreven als de voornaamste der vorsten en de beschermer van het vrome Israël. Samen met de aartsengel Gabriël verklaart hij aan Daniël het profetische beeld dat die gezien heeft.

In die tijd, zal de grote vorst Michaël opstaan om de kinderen van Uw volk te beschermen. Want het zal een tijd van nood zijn, zoals er eerder nog geen een is geweest zolang er volken zijn. Maar al degenen van Uw volk, die in het boek staan opgetekend, zullen in die tijd worden gered. (Dan. 12,1)

28 september 2018

Informatiebulletin elke maand per e-mail



Wilt u het maandelijkse Informatiebulletin van de personele parochie Sint Jozef bij de Agneskerk voortaan als eerste per e-mail ontvangen? Stuurt u dan een (lege) e-mail naar oudemis@agneskerk.org met als onderwerp: “Bulletin: ja”.

24 september 2018

24 september: Onze Lieve Vrouw ter Slaven

Een van de Spaanse eretitels die Maria draagt luidt Nuestra Señora de la Merced (Onze Lieve Vrouw tot Vrijkoop van Slaven), in het Latijn 'Maria de Mercede redemptionis captivorum'. Deze benaming gaat terug op de gelijknamige religieuze orde: de Mercedariërs.

Van de achtste tot de vijftiende eeuw gingen grote delen van Spanje gebukt onder het juk van de islam. In sommige perioden werden alle bewoners gedwongen zich tot Allah te bekeren. Wie zich weigerde te onderwerpen, werd als slaaf verkocht in dienst van een moslim, tenzij er voldoende geld was om een losprijs te betalen.

Om deze toestand het hoofd te bieden richtte Petrus Nolascus († 1256) in 1222 de Orde van de Mercedariërs op, officieel geheten Orde van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid tot Vrijkoop van Slaven. De mannen en vrouwen die zich hierbij aansloten stelden zich ten doel om christenen die als slaaf in bezit van een moslim geraakt waren vrij te kopen. Soms betaalden zij de losprijs door zichzelf in hun plaats als slaaf aan te bieden!

De orde plaatste zichzelf onder bescherming van Maria. Daardoor kreeg zij bovengenoemde eretitel erbij. Het bijbehorende feest van vandaag werd enerzijds ingesteld om Maria's hulp in te roepen bij deze riskante onderneming, anderzijds om haar te bedanken voor alle keren dat de orde erin geslaagd was iemand vrij te krijgen.

Maria’s eretitel 'De la Merced' werd ook een voornaam die katholieke Spaanse ouders aan hun dochter gaven, en die verbasterd werd tot Mercedes. De Duitse autobouwer Benz noemde zijn mooiste auto naar zijn Spaanse vrouw Mercedes.

23 september 2018

Achttiende zondag na Pinksteren

De grootste genade die Gods barmhartigheid ons, mensen, heeft bewezen
- de genade die komt voor alle andere en die boven alle genaden uitstijgt -
is de Heer Jezus Christus Zelf.

Epistel
1 Kor. 1, 4–8
Broeders, te allen tijde breng ik om uwentwil dank aan mijn God voor de genade Gods, die u geschonken is in Christus Jezus. Immers in Hem zijt gij in ieder opzicht rijk geworden, in alle woord en in alle kennis, in dezelfde mate als de prediking van de Christus vaste voet bij u gekregen heeft. Zodoende komt gij in geen enkele genadegave iets te kort, terwijl gij in afwachting zijt van de verschijning van onze Heer Jezus Christus. Hij immers zal u doen vaststaan ten einde toe, zodat gij vrij zijt van schuld op de dag, dat onze Heer Jezus Christus wederkomt.

Evangelie
Mt. 9, 1–8
In die tijd ging Jezus in een scheepje, stak het meer over en kwam in Zijn stad. En daar bracht men een lamme tot Hem, die op een rustbed lag. Toen Jezus hun geloof zag, sprak Hij tot de lamme: Heb goede moed, Mijn zoon, uw zonden worden u vergeven. Maar zie, sommige schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Hij lastert God! Doch Jezus zag hun gedachten en sprak: Waarom denkt gij kwaad bij u zelf? Wat is gemakkelijker, te zeggen: uw zonden worden u vergeven, of te zeggen: sta op, en loop? Welnu, om u te doen weten, dat de Mensenzoon de macht bezit op aarde zonden te vergeven, – toen sprak Hij tot de lamme – sta op, neem uw bed op, en ga naar huis. En hij stond op, en ging naar huis. En toen de menigte dat zag, werden zij door vrees bevangen, en zij verheerlijkten God, Die zulk een macht verleende aan de mensen.


Binnen breken

Als ik de weg wil naar U toe,
het geeft niet waar, het geeft niet hoe;
al moet ik, om mij uit te spreken,
wie weet wel bij U binnen breken.

Als ik U, veel te laat misschien,
een keer mijn goede wil laat zien;
al is het, Jezus, ook maar even,
en nog door anderen gedreven.

Als ik mij met een klein gebaar
maar hulpeloos aan U verklaar,
verlamd van zonden aan Uw voeten,
met schuld die niet is uit te boeten,

U heft Uw hand en zet mij recht,
U ziet mijn wanhoop en U zegt:
het is je allemaal vergeven,
en ik begin opnieuw te leven.

Als ik de weg wil naar U toe,
het geeft niet waar, het geeft niet hoe.
Ik zal weer staan, ik zal weer lopen,
ik zie de weg naar God weer open.

Michel van der Plas

19 september 2018

Quatertemperdagen in september

Woensdag, vrijdag en zaterdag van deze week zijn Quatertemperdagen. Deze naam is afkomstig van de Latijnse term 'quator tempora' (vier seizoenen).

Vier keer per jaar (in elk van de vier seizoenen) staan Quatertemperdagen op de kalender op woensdag, vrijdag en zaterdag in één bepaalde week. Elke dag kent een eigen liturgie, die zelfs voorrang heeft op bepaalde heiligen.

In september vallen de Quatertemperdagen rond de aanvang van de herfst, in december worden zij gevierd tijdens de derde week van de Advent (winter), in de lente vallen deze dagen in de week na de eerste zondag van de Vasten. En in de (vroege) zomer vallen de Quatertemperdagen tijdens het Pinksteroctaaf.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 (Tridentijns Missaal) en hebben hun wortels in vroeg-christelijke tijden. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) In de eerste eeuwen van het christendom was het gebruikelijk om wekelijks te vasten op woensdag en vrijdag. Op woensdag, omdat Christus op die dag is verraden; op vrijdag, omdat Hij op die dag is gekruisigd. In Rome kwam daar de zaterdag bij, de dag waarop Christus in het graf verbleef.

In de derde eeuw raakten de wekelijkse vastendagen wat op de achtergrond, maar werd er juist gevast bij de wisseling van de seizoenen.

Zo ontstonden de Quatertemperdagen. Het zijn dagen van gebed, boete, inkeer, vasten en onthouding. De woensdag en zaterdag zijn halve onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

16 september 2018

Zeventiende zondag na Pinksteren

Epistel
Efes. 4, 1–6
Broeders - ik, die boeien draag omwille van de Heer - ik bid u, toch een leven te leiden, dat in overeenstemming is met de roeping, die gij ontvangen hebt. Wilt in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld elkander liefdevol verdragen, vol ijver om de eenheid van geest te bewaren in de band van de vrede. Eén lichaam en één geest, zoals gij geroepen werd met één en hetzelfde vooruitzicht van deze roeping. Eén Heer, één geloof, één doopsel. Eén God en Vader van allen, Die boven allen en door alles en in ons allen is; Die gezegend is in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Mt. 22, 34–46
In die tijd kwamen de farizeeën bij Jezus, en een van hen, een wetgeleerde, trachtte Hem op de proef te stellen door te vragen: Meester, wat is het grootste gebod in de Wet? Jezus antwoordde hem: Gij zult de Heer, uw God, beminnen uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. En het tweede is daaraan gelijk: gij zult uw naaste beminnen, zoals u zelf! Op deze twee geboden berust de gehele Wet en de profeten. Terwijl nu de farizeeën zo bij elkander stonden, stelde Jezus een vraag aan hen: Wat dunkt u van de Christus? Van wie is Hij de Zoon? Zij antwoordden Hem: Van David. Hij zei hun: Hoe komt het dan, dat David in de Geest Hem ‘Heer’ noemt, als hij zegt: "De Heer zei tot mijn Heer; zit neer aan Mijn rechterhand, tot Ik uw vijanden neerleg als een voetbank voor uw voeten." Als nu David Hem ‘Heer’ noemt, hoe is Hij dan zijn Zoon? En niemand was in staat Hem daarop een antwoord te geven; en van die dag af waagde het ook niemand meer om Hem nog vragen te stellen.

Overweging
Bemin de Heer, uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw verstand, zo horen wij vandaag in het heilig Evangelie. Dit gebod is het grootste, zowel in het oude als in het nieuwe Verbond, en het is de grondslag van de gehele godsdienst. In dit gebod wordt de mens de liefde tot God opgelegd als zijn eerste plicht. En er wordt een bijzondere nadruk gelegd op de totaliteit die deze liefde moet bevatten. Zij legt beslag op de gehele mens en op al zijn vermogens.

Bemin de Heer, uw God, met geheel uw hart. Dit betekent allereerst dat onze liefde voor God waarachtige liefde moet zijn die voortkomt uit het hart. God vraagt van ons gehoorzaamheid, eerbied, aanbidding en lof, maar vóór alles vraagt Hij om liefde. Liefde is de beweging van ons gemoed en de genegenheid van onze wil, die ons van onszelf ontrukken, die ons streven leiden in de richting van een ander, die de ander – en dus niet ons zelf – tot het middelpunt maakt van ons denken en doen, tot de oorzaak van onze vreugde en hoop. Die ander moet voor een christen God Zelf zijn.

Bemin de Heer, uw God, met geheel uw ziel. Hier vraagt Jezus nog meer dan de liefde van het hart. Deze eis boort nog dieper. Immers, door de ziel leven wij van de bron waaruit al onze levensdaden ontspringen, al is het maar in het begin. De liefde tot God moet zo dicht mogelijk liggen bij de oorsprong van ons leven. Zij moet tot de kern van ons wezen doordringen. Vanuit het middelpunt van het leven, dat de ziel is, moet zij alles beheersen en naar alle zijden uitvloeien.

Bemin de Heer, uw God, met geheel uw verstand. De liefde die God van ons vraagt gaat ons verstand te boven, maar zij is niet in strijd met ons verstand. Zij wordt niet geregeld door de eisen van het nuchtere mensenverstand, maar zij eist dat het verstand zich in haar dienst stelt. Concreet vraagt de liefde tot God van ons verstand dat het de tucht herstelt in de lagere regionen om daardoor zelf vrij te kunnen zijn voor God. Het gaat dus om de bevrijding van het vleselijke door zelfbeheersing en ascese. Maar bovenal beminnen wij God met geheel ons verstand wanneer dat verstand zich laat leiden door het geloof.

God Zelf maakt deze drievoudige liefde mogelijk; Hij houdt ons door Zijn macht in stand. Zijn genade overstroomt onze ziel met liefde, en het geloof dat Hij geopenbaard heeft leidt ons verstand. Als iemand deze drievoudige liefde niet geeft, dan is dat niet zo omdat dat voor hem onmogelijk zou zijn, maar omdat deze persoon God niet wil liefhebben. De ziel die inkeert tot zichzelf vindt God aanwezig. Hierin zien wij het grote en noodzakelijke verband dat er bestaat tussen de liefde en het gebed. Het gebed is niets anders dan een oefening om zichzelf steeds meer in de liefde gevangen te geven. Wij erkennen dus dat wij zonder gebed God niet zullen vinden. Het geloof, dat Hij ons geeft, is de gids van onze liefde, en wel de enige die wij kunnen volgen door licht en duisternis. En de liefde, van haar kant, scherpt het gezicht van het geloof, want niemand ziet helder in dit leven als hij niet bemint.

15 september 2018

15 september: Zeven smarten van de heilige maagd Maria

De dag na het feest van Kruisverheffing gedenkt de Kerk de zeven smarten van Maria. Op veel iconen wordt Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten afgebeeld als vrouw wier hart door zeven zwaarden wordt doorboord.

De zeven smarten van Maria zijn:
1. De profetie van Simeon in de tempel bij het opdragen van Jezus
2. De vlucht naar Egypte
3. Het zoek raken van Jezus in de tempel
4. Ontmoeting van Maria met Jezus op weg naar de Calvarieberg
5. Maria staat onder Jezus' kruis
6. Maria omhelst Jezus' dode lichaam na de kruisafname
7. Jezus wordt begraven

De heilige Mis van deze dag heeft een eigen sequentie: het Stabat Mater:

Latijn

Stabat Mater dolorosa,
juxta crucem lacrymosa,
dum pendebat Filius.
Cujus animam gementem,
contristatam et dolentem
pertransivit gladius.
O quam tristis et afflicta
fuit illa benedicta
Mater unigeniti!
Quae moerebat et dolebat,
et tremebat, Pia Mater, cum videbat
nati poenas incliti.


Nederlands

Naast het kruis, met schreiende ogen,
stond de Moeder, diep bewogen,
toen haar Zoon te sterven hing,
toen haar door het zuchtend harte,
overstelpt van wee en smarten,
't zevenvoudig slagzwaard ging.
O hoe droef, hoe vol van rouwe,
was die zegenrijkste vrouwe,
Moeder van Gods een'ge Zoon!
Ach, hoe streed zij! Ach, hoe kreet zij!
En wat folteringen leed zij,
bij 't aanschouwen van die hoon!


14 september 2018

14 september: Verheffing van het heilig Kruis, feest

In die tijd zei Jezus tot Nikodemus: "Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen; tenzij Hij Die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des Mensen. En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered." (Joh. 3, 13-17)

Het feest van Kruisverheffing gaat terug op de inwijding van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem in het jaar 335. Tijdens deze inwijding werd het heilig Kruis getoond aan het gelovige volk. De kerk van het Heilig Graf werd gebouwd in opdracht van Sint Helena, de moeder van Constantijn de Grote, op de plaats waar zeer waarschijnlijk het lichaam van Christus tussen kruisdood en verrijzenis te rusten was gelegd, meer bepaald op de plaats van de gevonden grafkelder, achter Golgotha. Tijdens het jaarlijkse kerkwijdingsfeest werd het kruis, waaraan Jezus geleden had, aan het volk getoond.

Het Kruis werd door Helena gedeeld: een deel bleef in Jeruzalem en twee andere delen schonk zij aan Constantinopel en Rome. Vooral vanaf de kruistochten ontstond een onstuitbare verspreiding van kruisrelieken en zo werd het feest van de Kruisverheffing gevierd op de plaatsen waar de relieken terecht kwamen.

De Regel van Benedictus (41, 6-8) laat naar oude kerkgebruiken bij het feest van Kruisverheffing de kleine vasten beginnen, die uitloopt in de grote vasten. Bijgevolg is dit feest in de Benedictijnse traditie van bijzonder belang en hebben kloosterordes uit deze traditie, zoals de Cisterciënzers en de Trappisten, een rol gespeeld in de verspreiding van het feest in Europa. Het tonen van het Kruis als teken van verlossing door Christus verspreidde zich zo over de gehele Kerk.

Katholieken en orthodoxen vereren het Kruis van Golgotha, omdat daarop de Verlossing tot stand werd gebracht. De verheffing van het Kruis is het tonen van Jezus als Heiland. Door Zijn sterven werd de dood vernietigd.

12 september 2018

12 september: Heilige naam van Maria

Voor de naam van Maria is geleidelijk een bijzondere verering ontstaan. In sommige apocriefe verhalen wordt vermeld dat een engel van Godswege aan haar ouders opdracht gaf het kind Maria te noemen. Paus Benedictus XIV verhaalt in zijn boek over de feesten des Heren en de Mariafeesten dat in Polen het gebruik bestond om geen enkel meisje Maria te noemen uit eerbied voor de naam van Maria en dat er van het noemen van Maria’s naam, bijvoorbeeld bij een exorcisme, volgens verschillende theologen een bijzondere kracht en bescherming uitgaat.

In 1683 werd het feest van de heilige Naam van Maria op de universele kalender ingevoerd, nadat het reeds in 1513 op de diocesane kalender van het bisdom Cuenca in Spanje was geplaatst, door paus Pius V daarvan was verwijderd en door paus Sixtus V weer was toegestaan. Op 12 september 1683, de zondag onder het octaaf van Maria Geboorte, werden de Turken bij Wenen verslagen en gedwongen de belegering van die stad op te geven. Paus Innocentius XI stelde dit feest daarna in uit dankbaarheid voor deze overwinning. Het bleef tot 1911 op de zondag onder het octaaf gevierd, totdat paus Pius X het verplaatste naar de 12e september, om in de viering van de zondagen de continuïteit niet te verbreken.

9 september 2018

Zestiende zondag na Pinksteren

Kruisverheffing: Al wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.

Epistel
Efes. 3, 13–21
Broeders, ik bid u, dat gij niet de moed verliest om wille van de wederwaardigheden, die ik voor u verduur; want dat is juist een eer voor u. Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heer Jezus Christus, aan Wie alle vaderschap in de hemel en op aarde zijn naam ontleent: Moge Hij overeenkomstig de rijkdom van Zijn glorie u geven: dat gij naar de inwendige mens krachtig wordt gesterkt door Zijn Geest, en dat Christus woont in uw harten door het geloof; opdat gij, aldus geworteld en bevestigd in de liefde, in staat zijt om met alle heiligen de breedte en de lengte, de hoogte en de diepte te begrijpen, en de liefde van Christus te kennen, die alle begrip te boven gaat, om aldus volmaakt te worden naar heel de volheid Gods. Aan Hem nu, Die bij machte is om door de kracht, die in ons werkt, veel meer tot stand te brengen, dan wij kunnen vragen of begrijpen, aan Hem zij de eer in de Kerk en in Christus Jezus tot in alle geslachten van de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Lc. 14, 1–11
In die tijd kwam Jezus op een sabbat in het huis van een der voornaamste farizeeën, om de maaltijd te gebruiken; en zij letten zeer scherp op Hem. En zie, daar stond voor Hem een man, die aan waterzucht leed. En Jezus richtte Zich tot de wetgeleerden en farizeeën met de vraag: Mag men op de sabbat iemand genezen of niet? Maar zij zwegen. Dan legde Hij Zijn hand op hem, genas hem en liet hem heengaan. Maar tot de anderen sprak Hij: Wie van u zal niet zijn ezel of zijn os, die in een put valt, terstond er uit halen, al is het een sabbatdag? En zij wisten niets daartegen in te brengen. Ook hield Hij aan de gasten een gelijkenis voor, omdat Hij bemerkte, hoe zij de eerste plaatsen uitzochten; en Hij sprak tot hen: Als gij ter bruiloft wordt genodigd, neem dan niet de eerste plaats in; want misschien is er iemand genodigd, die voornamer is dan gij; en dan zou hij, die u en hem heeft uitgenodigd, u komen zeggen: Maak plaats voor deze; dan zoudt gij met schaamte de laatste plaats moeten innemen. Maar als gij genodigd zijt, neem dan de laatste plaats; wanneer dan uw gastheer binnenkomt, zal hij tot u zeggen: Vriend, ga hoger op! Dat zal een eer voor u zijn in het oog van al de disgenoten. Want al wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert, zal verheven worden.

Overweging
Gedurende de lange reeks zondagen na Pinksteren laat de Kerk ons in haar gebeden steeds opnieuw dezelfde hoofdgedachten overwegen, namelijk hoe het goddelijke heilsplan zich in ons moet verwezenlijken en hoe wij ons christelijk leven moeten beleven. Om ons dit te verduidelijken kiest zij voor ieder zondag enkele teksten uit de Heilige Schrift uit, die ons misschien vrij algemeen voorkomen, maar die uiterst geschikt zijn om onze christelijke levenshouding te bepalen. Vandaag wijst de lezing van het Evangelie hoofdzakelijk op de noodzaak alle dubbelzinnigheid, alle schijnheiligheid, alle verwaandheid en elke valse trots uit ons leven te weren, om ons met een oprecht en nederig hart aan de dienst van God te wijden, nederig erkennend dat de verwezenlijking van dit christelijke levensprogramma in ons het eigen werk van Gods genade in ons is. Het is deze genade die zichtbaar wordt in het Evangelie door de genezing van iemand die lijdt aan waterzucht. Maar omdat het een sabbat was, wekte deze genadebemiddeling ontevredenheid op bij de farizeeën, die in de naam van een voorschrift uit de wet aan het hoogste gebod, namelijk dat van de liefde, zouden verzuimen.

In het tweede deel van het Evangelie van vandaag wordt ons door een gelijkenis geleerd in welke gezindheid wij moeten liefhebben, namelijk in eenvoud en nederigheid. Christus Zelf heeft ons daarvan het levende voorbeeld gegeven toen Hij Zich offerde voor onze zonden. Zijn liefde is ook bij ons gebleven door de sacramenten, vooral in het heilig Sacrament van het Altaar. De farizeeën dachten dat zij zichzelf de gerechtigheid zouden kunnen geven door de letter van de wet te volgen. Christus laat ons echter duidelijk zien dat de gerechtigheid ontvangen moet worden, zoals degene die aan waterzucht lijdt zijn gezondheid ontvangt. Wij ontvangen de liefde niet in trots, maar in eenvoud en nederigheid.

De wijze waarop een katholiek de heilige communie ontvangt is een goed voorbeeld van de twee geestesgesteldheden die vandaag in het Evangelie worden getoond. De geknielde ontvangst van de communie op de tong laat de eenvoudige en nederige afhankelijkheid van Gods genade zien en maakt aan een ieder duidelijk dat wij zelf niets vermogen, maar slechts – zoals een klein kind – gevoed kunnen worden. Als wij volledig van deze houding doordrongen zijn, dan kan de goddelijke genade zich ten volle in onze ziel ontplooien. Daar staat tegenover de trotse houding van de handcommunie, die te vergelijken is met de farizeeër die denkt zichzelf het heil te kunnen geven door de uiterlijke navolging van de wet, maar die geen nederige en eenvoudige afhankelijkheid kent tot de liefde van God.

Beoefenen wij de eenvoudige nederigheid, waarin de genade en de liefde van God zo vruchtbaar worden. Stellen wij niet onszelf op de eerste plaats, maar erkennen wij dat wij arme schepselen zijn die volledig afhankelijk zijn van het erbarmen van God.

8 september 2018

8 september: Geboorte van de H. maagd Maria, feest

Moeder Anna met haar onbevlekt ontvangen dochter Maria.

Op 8 september viert de Kerk het feest van de geboorte van de heilige maagd Maria. Tezamen met Jezus Zelf en de H. Johannes de Doper behoort zij tot de weinigen van wie óók de geboortedag wordt gevierd. Het feest werd het eerst gevierd in het oosten, sinds de zesde eeuw, onder invloed van het concilie van Efese (431), waar Maria officieel tot 'Moeder van God' ('Theotokos') werd uitgeroepen. Paus Sergius I († 701) voerde het in voor de Kerk van Rome, en in de elfde eeuw was het verspreid over de gehele Kerk.

Historisch gesproken is niet bekend op welke dag Jezus’ moeder Maria is geboren. Men heeft gekozen voor 8 september, omdat op deze dag ergens in de vijfde of zesde eeuw te Jeruzalem een Sint-Annakerk werd ingewijd, op de plek waar Maria waarschijnlijk is geboren.

Maria is het volmaakte voorbeeld van wat God kan doen met iemand die bereid is de roeping te volgen die haar gegeven is. 'Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw woord.' (Luc. 1, 38) Maria heeft maar één wens: te doen wat God haar vraagt. Dat stelt God in staat om Zijn wonderen in haar te werken. Haar Zoon is Gods Zoon. Haar Zoon wordt Emanuël genoemd, omdat in haar Zoon God met ons is.

En zij zelf wordt zalig geprezen door elk geslacht omdat Hij Die machtig is aan haar Zijn wonderwerken deed (Lc. 1, 48‐49).
Maria heeft Jezus aan de wereld gegeven. Ze kon dit doen omdat ze zichzelf beschikbaar had gemaakt als de dienstmaagd des Heren. Natuurlijk was het niet Maria die Jezus aan de wereld gaf, maar God Zelf heeft dit wonder gewerkt in en door Maria.

7 september 2018

Priester Peter Hagenbeek stelt zich voor

Beminde gelovigen,

Deze wijze van aanspreken is mij ingefluisterd. Het is een van de dingen waar ik een beetje aan moet wennen.
Sinds 16 augustus ben ik op de pastorie bij de Agneskerk komen wonen.
Naast het meedraaien in het parochie-apostolaat van de priesterbroederschap, is het ook de bedoeling dat ik de spiritualiteit van de broederschap 'an sich' beter leer kennen.

Het levenslicht werd mij geschonken op 4 februari 1981 te Boxtel. In dat Brabantse dorp tussen Den Bosch en Eindhoven ben ik met mijn oudere broer en zus opgegroeid.

Ook al wist ik sinds mijn Eerste Heilige Communie dat ik later priester wilde worden, met 17 jaar oud en 'vers' uit de middelbare school, vond ik mezelf te jong om al naar het groot-seminarie te gaan. Na mijn middelbare school ging ik daarom naar de pabo. Het les geven aan jonge kinderen leek mij leuk. Die ervaring zou later ook goed van pas komen in de parochies. Echter, kleuterklassen horen er ook bij! Dat lag mij iets minder. Na een ruim half jaar ben ik met de pabo gestopt en heb ik de rest van het half jaar als orderpicker gewerkt bij de horecagroothandel Van Oers in Boxtel.

Ondertussen nagedacht over de toekomst. Daarom keek ik bij de politie en marechaussee. Om een lang verhaal kort te maken; na aansporingen van een pater die ik goed kende, ben ik tóch naar het seminarie gegaan. Ook daar gaf men aan dat ik gewoon kon beginnen, en als ik na 5 à 6 jaar studeren mezelf nog steeds te jong vond om priester te worden, kon ik altijd nog de wijding uitstellen. Zo gezegd, zo gedaan.

Na 5 jaar studie gaf ik bij de rector en de bisschop aan dat ik nog niet toe was aan de H. wijdingen. Van mijn bisschop kreeg ik de ruimte om, naast de stage in de parochie, een opleiding tot docent middelbaar onderwijs te volgen. Deze opleiding heb ik met succes afgerond. Reeds in mijn seminarietijd en later ook als priester, heb ik veel met tieners gewerkt. Zowel in de parochies als op diverse zomerkampen. De middelbareschoolleeftijd vind ik prettig en leuk werken.

Na 2 jaar stage in de parochie van Loon op Zand (een klein dorp vlakbij Tilburg) ontving ik op 10 juni 2006 de priesterwijding. Vervolgens heb ik in diverse parochies gestaan.

  • Tilburg, een half jaar als kapelaan,
  • Beek en Donk, 5 jaar pastoor,
  • Uden en Boekel, 5 jaar kapelaan,
  • Helvoirt, ruim 1,5 jaar (geestelijk) rector van bezinningscentrum Emmaus.

Deze laatste benoeming combineerde ik, in opdracht van mijn bisschop, met een voltijdsbaan in het middelbaar onderwijs.
In de tijd dat ik geestelijk rector was van het bezinningscentrum is 'de traditie', haar leer, pastorale praktijk en liturgie, voor mij een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de keuze voor de FSSP die mij naar Amsterdam bracht.

We zullen elkaar ongetwijfeld in en om de kerk ontmoeten, en elkaar beter leren kennen. Kunt u daar niet op wachten? Dan kunt u op YouTube kijken naar 'getuigenis Thorn sep 2016'. Dan krijgt u een video te zien waarin ik vertel over de Foyer de Charité en wat de Foyer voor mij heeft betekend.

Graag tot ziens,
Peter Hagenbeek

4 september 2018

Van de pastoor: Sprakeloos | Catechese voor volwassenen

Beminde gelovigen,

Wij weten dat de Kerk zich reeds gedurende een lange tijd in een diepe crisis bevindt, zowel dogmatisch als liturgisch en ook pastoraal. Toch zijn wij door de meest recente onthullingen, die betrouwbaar lijken, meer verontrust dan ooit tevoren. Niet alleen zijn wij geshockeerd door het ernstige onrecht dat mensen is aangedaan door misbruik, maar we zijn ook sprakeloos als we met het lijden van deze mensen geconfronteerd worden (in het bijzonder als dit lijden mensen wordt aangedaan met medeweten van de Paus zelf). En, alsof we door een aardbeving zijn getroffen, zakken we door de bodem van het vertrouwen in onze herders, omdat hun medeweten net zo ernstig is als het misbruik zelf.

Bidden wij om genezing naar lichaam en ziel van alle bij de slachtoffers geslagen wonden, en bidden en offeren wij dat de heilige Kerk van God gereinigd mag worden van al het vuil dat haar goddelijk aanschijn verbergt.

In september wordt de catechese voor volwassenen voortgezet. Op de dinsdagen 4 en 18 september door ondergetekende, op de zaterdagen 8 en 22 september door pater Hagenbeek. Hopelijk mogen we vele belangstellenden verwelkomen. We beginnen met een kopje koffie in de keuken van de pastorie, aansluitend op de heilige Mis.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

3 september 2018

3 september: Heilige Pius X, paus en belijder

Pius X is geboren op 2 juni 1835 in de buurt van Venetië als Giuseppe Sarto. Zijn ouders waren straatarm. Zijn studie aan het seminarie werd gefinancierd door rijke weldoeners. In 1858 werd hij priester gewijd. Hij was achtereenvolgens kapelaan, pastoor, bisschop, en kardinaal-patriarch van Venetië. Daar besteedde hij veel geld en aandacht aan de armenzorg, opende hij een faculteit voor canoniek recht en bevorderde hij de kerkmuziek. In 1903 werd hij tot paus gekozen en koos de naam Pius X.

Pius X bleef altijd een grote sympathie houden voor de armen. Hij zei zelf: "Ik ben arm geboren, heb arm geleefd en wil vooral arm sterven", zinspelende op de vrijwillige armoede zoals aangenomen door kloosterlingen. Hij zette zich reeds als patriarch van Venetië in voor liefdadigheid, scholing van de arme jeugd, en verbetering van de gezondheidszorg en haar toegankelijkheid. Tegenover de katholieke vakverenigingen was kardinaal Sarto kritisch, omdat hij vreesde voor marxistische beïnvloeding en overname van de katholieke arbeidersinitiatieven. Sarto gebruikte zijn autoriteit meermaals om de situatie van de arbeiders te verbeteren (met name tegen kinderarbeid). Hij deed dit door zijn autoriteit te gebruiken als patriarch en kardinaal, niet door tot staking aan te zetten.

Als wapenspreuk koos hij: "Alles hernieuwen in Christus".
Zijn belangrijkste beslissingen waren: de afschaffing van het veto-recht van wereldlijke machten bij de keuze van een paus, de invoering van de kindercommunie, het opstellen van een lijst met dwalingen, de instelling van de antimodernisteneed, de oprichting van het Pauselijk Bijbelinstituut en de hervorming van het canoniek recht. Paus Pius X stond bekend als een man met een enorme geestkracht. Hij leed zwaar onder de dreiging van de Eerste Wereldoorlog. Hij overleed op 20 augustus 1914.

Paus Pius XII sprak hem in 1951 zalig. In 1954 verklaarde dezelfde paus hem heilig.

2 september 2018

Vijftiende zondag na Pinksteren

Epistel
Gal. 5, 25-26; 6, 1-10
Broeders, nu wij een geestelijk leven in ons dragen, zorgen wij nu ook naar de geest te leven. Laten wij geen ijdele eer najagen, zodat wij elkander tergen of benijden. Broeders, ook als iemand onbedacht in zonde is gevallen, dan moet gij, als geestelijke mensen, zo iemand terechtwijzen in de geest van zachtmoedigheid, en wel acht geven op u zelf, dat ook gij niet in bekoring komt. Draagt elkanders lasten; dan zult gij zo de wet van Christus vervullen. Want als iemand zich verbeeldt, dat hij wat is, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zichzelf. Laat daarom iedereen zijn eigen werk onderzoeken; dan zal hij alleen bij zichzelf reden hebben om te roemen, zonder zich te vergelijken met een ander. Want iedereen zal zijn eigen last moeten dragen. Wie echter onderricht ontvangt in de leer, moet aan degene, die hem onderricht geeft, van alle goeds meedelen. Wilt u zelf niet misleiden; God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Daarom – wie in het vlees zaait, zal ook van het vlees het verderf oogsten; wie echter zaait in de geest, zal van de geest eeuwig leven oogsten. Laten wij derhalve het goede blijven doen, zonder te verslappen; want als wij de moed niet opgeven, zullen wij te zijner tijd oogsten. Daarom – laten wij, zolang wij tijd hebben, goed doen aan iedereen, maar vooral aan de huisgenoten des geloofs.

Evangelie
Lc. 7, 11-16
In die tijd ging Jezus naar een stad, die Naïm heette; en Hij was vergezeld van Zijn leerlingen en een talrijke menigte. Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, een enige zoon van zijn moeder, en deze was weduwe; en een grote menigte uit de stad was bij haar. Toen de Heer haar zag, kreeg Hij innig medelijden met haar en zei tot haar: Ween niet! Dan kwam Hij naderbij en raakte de lijkbaar aan. (De dragers bleven stilstaan.) Vervolgens sprak Hij: Jongeling. Ik zeg u: sta op! En de dode ging overeind zitten en begon te spreken. En Hij gaf hem terug aan zijn moeder. En vrees greep allen aan, en zij verheerlijkten God en zeiden: Een groot profeet is onder ons opgestaan, en: God heeft Zijn volk bezocht.

Overweging
Door de tranen van de treurende moeder werd Jezus bewogen haar zoon uit de banden van de dood te bevrijden en terug te geven aan zijn moeder. Deze gebeurtenis is allereerst vanzelfsprekend een historische gebeurtenis, die ons de liefde en de goedheid van God laat zien. Verder is deze gebeurtenis in overdrachtelijke zin ook vandaag voor iedere mens werkelijkheid.

Door de zonde sterft de mens een nog diepere dood dan het sterven van het lichaam. De zonde berooft de mens van zijn eeuwige bestemming. Voor degene die in zonde sterft, blijf alleen het verschrikkelijke hellevuur, in alle eeuwigheid, zonder einde, zonder vermindering. Bedriegt uzelf niet, en denkt niet dat God dat toch niet zal toelaten. De waarheid is dat de zondige mens het zelf toelaat.

God is vol van erbarmen, zoals wij in het Evangelie hebben gehoord. Hij wekt de zondaar op tot leven, nu niet langer zoals die jongeman, maar door het sacrament van de biecht. God bevrijdt ons niet van de lichamelijke dood, maar van de eeuwige dood, als wij maar nederig en boetvaardig tot Hem naderen door middel van een gewijde priester.

Zonder de tranen van de wenende moeder zou in het Evangelie de jongeman niet zijn opgewekt. Ook de Kerk weent als een liefdevolle moeder om haar afgedwaalde kinderen. Zonder deze tranen en zonder haar gebed, waartoe ook ons persoonlijke gebed wordt gerekend, zou menig zondaar zich nooit hebben bekeerd. Wij leven in een tijd waarin de mens van kleins af aan tot zonde wordt aangezet, waarin gezin en samenleving geen veilig toevluchtsoord meer zijn. Des te meer moeten wij, christenen, bidden voor de bekering van de zondaars en offers brengen. Tegelijkertijd moeten wij ook waakzaam blijven om niet zelf met de dodelijke infectie van de zonde te worden besmet.

Zoals de menigte uit het Evangelie moeten ook wij met vrees worden vervuld en God verheerlijken, en Hem niet steeds weer vergeten. God is de werkelijkheid om Wie alles zich beweegt, en zo moet het ook zijn in ons leven. Als wij dood zijn in de zonde, dan kunnen wij alleen door Zijn erbarmen opnieuw tot leven komen, zoals niemand zichzelf het leven terug kan geven na de lichamelijke dood. God Zelf heeft tot de wereld gesproken, en de Kerk spreekt al 2000 jaar tot de wereld om God te dienen, maar de mens blijft steeds maar niet luisteren, omdat hij zich liever laat verblinden door de schijn van het wereldse. Deze schijn zal velen tot de eeuwige dood en verdoemenis brengen, omdat zij de tijd van erbarmen niet hebben willen kennen.

Deze waarschuwing is ook tot ons gericht. Heft steeds uw ogen naar de hemel en laat het wereldse spektakel achter u. Weest mensen die meer de taal van het gebed spreken, dan het gekabbel van deze wereld. Zorgt ervoor dat u de wereld doorziet, vertrouwt niet op de gezaghebbers in onze wereldse maatschappij, die voor u een pad van dood en ellende hebben geplaveid, maar luister naar en doe de Wil van God, zoals zeker ook de jongeman uit het Evangelie gedaan zal hebben, nadat hij tot het leven terugkeerde. Nemen wij onze toevlucht tot de heilige katholieke Kerk, de enige moeder die voor ons bij de Heer kan vragen om ontferming.

1 september 2018

Informatiebulletin voor de maand september is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand september is verschenen. Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin september' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

30 augustus 2018

30 augustus: Heilige Rosa van Lima, maagd

De heilige Rosa werd geboren als Isabel Flores de Oliva op 20 april 1586 in Lima, Peru. Toen zij twintig jaar oud was, trad zij in bij de Dominicanessen. Als kloosternaam koos zij Rosa. Zij leidde een zeer ascetisch leven. Rosa was bevriend met de heilige Martinus van Porres.

Rosa is op 30 augustus 1617 gestorven na een lange lijdensweg die eindigde in verlamming. Paus Clemens IX verklaarde haar in 1667 zalig. In 1671 werd zij door paus Clemens X als eerste Latijns-Amerikaanse vrouw heilig verklaard. Haar vaste iconografie toont haar met een metalen kroon verborgen onder rozen en met een ijzeren ketting om haar middel.

Rosa is de patroonheilige van Peru, Noord- en Zuid-Amerika en de Filipijnen. Op haar voorspraak werd in 1671 Sittard van de pest (een dysenterie-epidemie) bevrijd. Zij is de beschermheilige van de stad, waar ook een kapel, een processie en een kermis met bijbehorend festival naar haar genoemd zijn.
Ook is Rosa de patrones van tuinmannen en bloemisten. Haar hulp wordt eveneens ingeroepen tegen familieruzies en bij verwondingen.

29 augustus 2018

29 augustus: Onthoofding van de heilige Johannes de Doper

Salomé, de dochter van Herodias, met het hoofd van Johannes de Doper,
schilderij van Caravaggio, 1610

Op 24 juni viert de Kerk het feest van de geboorte van Johannes de Doper. Op 29 augustus viert zij zijn onthoofding.

Uit het Evangelie volgens Marcus (6, 14-29):
Toen koning Herodes nu over Jezus hoorde, want Zijn naam was bekend geworden, zei hij: Johannes de doper is verrezen uit de doden en daarom werken de wonderkrachten in hem. Maar anderen zeiden: het is Elia, en weer anderen: Hij is een profeet. Maar toen Herodes dit alles hoorde, zei hij: Neen, het is Johannes, die ik onthoofd heb, die verrezen is. Herodes had namelijk zelf Johannes laten grijpen en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want hij had haar tot vrouw genomen. Johannes had immers tot Herodes gezegd: Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben. Herodias was daarop op hem gebeten en wilde hem doden, maar zij kreeg geen kans, want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was, en nam hem in bescherming. Telkens wanneer hij hem gehoord had, verkeerde hij in tweestrijd; maar toch luisterde hij graag naar hem.
Er kwam echter een 'gunstige' dag, toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn hoofdofficieren en de vooraanstaanden van Galilea. De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten. De koning zei tot het meisje: Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven. En hij bevestigde haar met een eed: Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al is het de helft van mijn koninkrijk. Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: Wat zou ik vragen? Deze antwoordde: Het hoofd van Johannes de Doper. Zij haastte zich naar binnen, naar de koning en zei hem haar verlangen: Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft. Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgenoten wilde hij haar niet afwijzen. Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofde hem in de gevangenis. Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje; het meisje gaf het weer aan haar moeder. Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.


Volgens Flavius Josefus, de bekende joodse geschiedschrijver, is het lichaam van de heilige naar Sabaste in Samaria gebracht. Daar had Herodes geen gezag. De grafkelder werd een kapel en genoot grote verering. Zij werd bezocht door de H. Paulus en de H. Hieronymus.

28 augustus 2018

28 augustus: Heilige Augustinus, bisschop, belijder en Kerkleraar

Augustinus werd in het jaar 354 geboren in de stad Thagaste (in het huidige Algerije), als zoon van Patricius en Monica (ook heilig). Na de vroege dood van zijn vader liet zijn moeder hem studeren. In 376 werd hij leraar in de retorica in Carthago. Rond het jaar 383 verhuisde hij naar Rome.

Als hij naar Milaan reist om er een betere maatschappelijke positie te verwerven, hoort hij bisschop Ambrosius preken. Augustinus is zeer onder de indruk van deze heilige bisschop en van de katholieke leer die hij verkondigt. In de Paasnacht van het jaar 387 wordt Augustinus door Ambrosius gedoopt.

Augustinus leidt een ascetisch leven van studie en gebed. In 395 wordt hij gekozen tot bisschop van Hippo. Vierendertig jaar lang is hij een inspirerende herder, die zijn volk onderwijst met stichtende preken en geschriften. "Met u ben ik christen, voor u ben ik bisschop", zegt hij in een preek over het bisschopsambt. Augustinus treedt krachtig op tegen de allerlei dwaalleren.

Van Augustinus zijn vele citaten bekend. Enkele daarvan zijn:

Goed zingen is dubbel bidden.

Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden?

Voor God is niets veraf of langdurig. Wil je, dat voor jou niets veraf of langdurig is, voeg je dan bij God, want daar zijn duizend jaar als de dag van heden.

Ons hart is rusteloos tot het rust vindt in U.

Het gebed is de ademhaling van de ziel.

Op een dag zit Augustinus vruchteloos peinzend over het geheim van de Triniteit aan het strand en dan ziet hij een kind dat de zee in een kuiltje wil scheppen. Als hij het kind op de onmogelijkheid daarvan wijst, dan antwoord het kind: "Evenmin kunt ge het geheim van de Drie-eenheid in uw menselijk brein vatten".

Zijn voornaamste werken zijn Confessiones (Belijdenissen), De civitate dei (Over de stad van God) en De Trinitate (Over de Drie-eenheid). Augustinus wordt beschouwd als de belangrijkste kerkvader van het Westen.

26 augustus 2018

Plechtige Hoogmis door eerwaarde heer Peter Hagenbeek

Sinds donderdag 16 augustus verblijft de uit Brabant afkomstige priester Peter Hagenbeek met toestemming van zijn bisschop voorlopig op de pastorie bij onze kerk. Hij zal enkele maanden als priester in onze parochie beschikbaar zijn. Daarna zal hij ongeveer een jaar gaan studeren aan het seminarie van de priesterbroederschap Sint Petrus in het Duitse Wigratzbad. Na afloop van dat jaar wordt besloten of hij tot de broederschap kan en wil toetreden en in welk apostolaat hij zal worden aangesteld.

Vandaag was hij celebrant in de plechtige Hoogmis in onze parochie, met assistentie van diaken en subdiaken en presbyter assistens. Koster Lau Wijnands maakte enkele foto's.



Veertiende zondag na Pinksteren

Niemand kan twee heren dienen... Het geld en de Bijbel staan symbool voor de twee heren: de mammon en God.

Epistel
Gal. 5, 16-24
Broeders, gij moet leven naar de geest; dan zult gij de begeerten van het vlees niet inwilligen. Het vlees immers begeert, tegen de geest, en de geest tegen het vlees; want de een strijdt tegen de ander, om u af te trekken van hetgeen gij zoudt willen doen. Maar als gij u laat leiden door de geest, is er geen wet, die u treft. De werken nu van het vlees zijn welbekend; het zijn immers: ontucht, onreinheid, oneerbaarheid en zedeloosheid; afgodendienst, toverij en vijandschap; twist, afgunst en toorn; onenigheid, tweedracht en verdeeldheid; jaloersheid, doodslag, dronkenschap en onmatigheid; en meer dergelijke dingen. Maar ik zeg u van te voren, zoals ik vroeger ook reeds gedaan heb, dat zij, die zulke dingen doen, het rijk van God niet zullen verwerven. Daarentegen zijn de vruchten van de geest: liefde en vreugde, vrede en geduld; welwillendheid en goedheid, lankmoedigheid en zachtmoedigheid; getrouwheid en bescheidenheid, zelfbeheersing en reinheid. Tegen zulke mensen richt zich geen enkele wet. Degenen nu, die Christus toebehoren, hebben hun vlees aan het kruis geslagen met al zijn ondeugden en begeerten.

Evangelie
Mt. 6, 24-33
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Niemand kan twee heren dienen; want hij zal of de een haten en de ander beminnen, of de een op de handen dragen en de ander verwaarlozen. Gij kunt niet tegelijk God dienen en de mammon! Daarom zeg Ik u: Weest niet angstig bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten, of voor uw lichaam, waarmede gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding? Ziet naar de vogelen des hemels; zij zaaien niet, en zij maaien niet en verzamelen niet in schuren; en toch, uw hemelse Vader voedt ze. Zijt gij niet veel meer waard dan zij? En wie uwer kan met al zijn denken aan zijn lengte één el toevoegen? En wat maakt gij u angstig bezorgd over kleding? Ziet de lelies op het veld, hoe ze groeien; zij werken niet en spinnen niet; en tóch zeg Ik u, dat Salomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als één van deze. Als God nu het gewas op het veld, dat heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo kleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen? Wilt dus niet angstig bezorgd zijn en zeggen: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want dat zijn dingen, waar de heidenen naar vragen. Immers uw Vader weet, dat gij dit alles nodig hebt. Zoekt derhalve eerst het rijk Gods en Zijn gerechtigheid en al dat andere zal u geschonken worden als toegift.

Overweging
Niemand kan twee heren dienen. En dit wordt verder uitgelegd: want hij zal of de een haten en de ander beminnen, of de een op de handen dragen en de ander verwaarlozen. We zouden deze woorden zorgvuldig moeten overwegen, want de Heer laat ons meteen zien wie de twee meesters zijn uit wie wij een keuze moeten maken. Gij kunt niet tegelijk God dienen en de mammon! 'Mammon' is een Hebreeuws woord dat gebruikt werd voor de rijken.

Wie de mammon dient, dient de boze, die op brutale wijze ervoor heeft gekozen om heer en meester te zijn van de aardse goederen, en die door Jezus de 'prins van deze wereld' wordt genoemd. Van deze twee heren zal men ofwel de een haten en de ander (dat is God) liefhebben, ofwel de een op handen dragen en de ander verwaarlozen. Wie de mammon dient, klamt zich vast aan een hardvochtige meester die uit is op vernietiging, want hij wordt gevangen gehouden door zijn lusten, en hij verkoopt zichzelf als slaaf aan de duivel, van wie niemand houdt. Is er iemand die de duivel liefheeft? En toch houden velen zich aan hem vast.

Daarom zeg ik u: Weest niet bezorgd om uw leven, om wat u zult eten of drinken, noch over uw lichaam, om welke kleding u zult dragen. Want ook al zijn deze zaken niet onbelangrijk, de zoektocht ernaar kan het hart in verdeeldheid brengen, en daardoor kunnen onze intenties bezoedeld raken. We pretenderen vaak - uit de goedheid van ons hart - deze zaken te zoeken voor de ander, maar, onder dit valse voorwendsel, willen we er zelf van profiteren. Op deze manier denken we zelfs niet te zondigen, omdat hetgeen we zoeken immers niet nutteloos is, maar noodzakelijk voor de ander.

Uit een preek van de H. Augustinus