24 april 2024

24 april: Heilige Fidelis van Sigmaringen, martelaar

De heilige Fidelis van Sigmaringen werd op 1 oktober 1577 geboren als Marc Roy. Zijn medestudenten noemden hem de christelijke filosoof. Hij was vroom, bekommerde zich om de armen en de zieken en bad en mediteerde veel. Hij studeerde recht in Freiburg im Breisgau, werd advocaat in Colmar en kreeg er de bijnaam advocaat van de armen. Hij wilde echter zijn leven aan God wijden en aan de verkondiging van het Evangelie. Hij trad in 1612 in bij de Capucijnen in Freiburg im Breisgau en nam de naam Fidelis aan.

De eerste jaren van zijn kloosterleven waren moeilijk en hij viel ten prooi aan diepe twijfel en zware verleidingen. Hij verkocht zijn bezittingen en vond opnieuw rust. Hij leefde in een zeer bescheiden inboedel, droeg versleten kleding en deed veel boete en verstervingen.

Fidelis was geliefd om zijn naastenliefde, zijn geleerdheid en zijn geloof. Hij werd door de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren naar Graubünden gezonden om er het protestantisme te bestrijden. Hij vervulde zijn taak met volle ijver en leidde een streng en heilig leven, waardoor hij vele bekeerlingen maakte. Hij werd echter verraden en doodgeslagen door een groep mannen die zijn activiteiten bestreden. Zo stierf hij op 24 april 1622 in Seewis im Prättigau (Zwitserland) als martelaar.

Fidelis werd in 1729 door paus Benedictus XIII zalig verklaard en in 1746 heilig verklaard door paus Benedictus XIV.

23 april 2024

23 april: Heilige Georgius, martelaar (gedachtenis)

De heilige Georgius, of Sint Joris, werd oorspronkelijk in Lydda in Palestina vereerd. Zijn Passio (uit de vijfde eeuw) is in tal van varianten overgeleverd. Hij was een officier, afkomstig uit Cappadocië (een landstreek in Klein-Azië, Turkije), die diende onder keizer Diocletianus.

In 305 werd de heilige Joris door de christenvervolgers vastgenomen en gefolterd. Hij werd op een rad gelegd en in ongebluste kalk gedrenkt. Hij liep echter geen letsel op. Onder de indruk van dit wonder liet de keizerin zich dopen. Omdat ze zich tot het christelijk geloof bekeerde werd ze - samen met Sint Joris - op de toren van de stadsmuur onthoofd. Dit alles zou gebeurd zijn in het Beloofde Land.

Rond zijn persoon ontstonden zowel in het oosten als in het westen vele legenden; de meest bekende is die van zijn gevecht met de draak. Het draaksteken is op deze legende terug te voeren.

Te zijner tijd werd het land door een draak getiranniseerd. Dagelijks verslond hij twee schapen, die hem geofferd werden zodat hij zich rustig houden zou. Toen de laatste schapen op deze manier verdwenen waren eiste de draak mensenoffers. Het lot viel op de dochter van de koning. In bruidskleren trad zij haar dood tegemoet. Maar Sint Joris viel de draak met een lans aan en verwondde het gedrocht. Hij beloofde de koning en het volk dat hij het ondier doden zou als iedereen zich zou laten dopen. Toen koning en volk akkoord gingen, doodde hij het ondier en op die dag lieten zich 15.000 mensen dopen.

Sint Joris werd de beschermheilige van de ridders, vooral van de kruisvaarders, van de cavalerie, de padvinders en verkenners. Ook de boeren kozen hem als patroon wegens zijn naam (Grieks geoorgos = landman). De nationale synode van Engeland verklaarde hem in het jaar 1222 tot patroon van Engeland. Hij wordt voorgesteld als een geharnaste ridder met lans of zwaard of een standaard met kruisvaan, meestal te paard de draak bevechtend.

In het kasteel Konopiste (circa 40 km ten zuidoosten van Praag) bevindt zich een grote collectie Sint-Jorisbeelden en -schilderijen, die door aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk verzameld zijn.

De heilige Georgius, of Sint Joris, wordt gerekend tot de veertien heilige helpers in nood. De anderen zijn Achatius, Barbara, Blasius, Catharina, Christoffel, Cyriacus, Dionysius, Egidius, Erasmus, Eustachius, Margaretha, Pantaleon en Vitus. In het Oosten wordt hij vereerd als aartsmartelaar (megalomarturos).

Sint Joris is patroon van Engeland, padvinders, verkenners, boeren, mijnwerkers, kuipers, zadelmakers, toeristen, ziekenhuizen, soldaten, militairen, gevangenen, ruiters, vee, het weer, en strijd in elke vorm. Hij is patroon tegen oorlogsgevaar, bekoringen, koorts en pest. Bovendien is hij helper in nood.

21 april 2024

O Filii et Filiae (O Zonen en Dochters)


Latijn

O filii et filiae
Rex caelestis, Rex gloriae,
morte surrexit hodie, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Et mane prima sabbati,
ad ostium monumenti
accesserunt discipuli, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Et Maria Magdalene,
et Jacobi, et Salome,
venerunt corpus ungere, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

In albis sedens Angelus,
praedixit mulieribus:
in Galilaea est Dominus, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Et Joannes Apostolus
cucurrit Petro citius,
monumento venit prius, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Discipulis adstantibus,
in medio stetit Christus,
dicens: Pax vobis omnibus, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Ut intellexit Didymus,
quia surrexerat Jesus,
remansit fere dubius, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Vide, Thoma, vide latus,
vide pedes, vide manus,
noli esse incredulus, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Quando Thomas Christi latus,
pedes vidit atque manus,
Dixit: Tu es Deus meus, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Beati qui non viderunt,
Et firmiter crediderunt,
vitam aeternam habebunt, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

In hoc festo sanctissimo
sit laus et jubilatio,
benedicamus Domino, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

De quibus nos humillimas
devotas atque debitas
Deo dicamus gratias, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.
Nederlandse vertaling (J.W. Schulte Nordholt)

Hoort aan, gij die Gods kind’ren zijt:
der heem’len hoogste Majesteit
verrees vandaag in heerlijkheid, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

De drie Maria’s daalden af
vroeg in de schemer naar het graf,
met zalf, waar elk haar liefde in gaf, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Door Magdalena’s angstig woord
zijn twee discip’len aangespoord
en haastten ademloos zich voort, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

De vrouwen, naar het graf gegaan,
zegde een witte engel aan,
dat nu de Heer was opgestaan, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Johannes is over het veld
sneller dan Petrus voortgesneld,
om zelf te zien wat werd gemeld, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Aan de discipelen bijeen
was ’t Christus Zelve Die verscheen
en vrede wenste als voorheen, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

’t Bericht werd Thomas ook gedaan.
Hij hoorde het vol twijfel aan
dat Jezus zou zijn opgestaan, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Zie, Thomas, Mijn doorboorde zij,
Mijn handen, voeten allebei,
en twijfel niet, geloof in Mij, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

De wond van spijker en van speer
zag hij en twijfelde niet meer,
maar stamelde: mijn God en Heer, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Zalig wie niet getwijfeld heeft,
niet ziet en toch zich overgeeft,
zijn deel is dat hij eeuwig leeft, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Wij vieren ’t feest van Pasen weer,
en brengen alle lof en eer
aan onze opgestane Heer, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Voor alles wat Hij heeft gedaan,
roepen wij God ootmoedig aan
nu onze Heer is opgestaan, alleluia.
Alleluia, Alleluia, Alleluia.

Derde zondag na Pasen

De Verrijzenis

Epistel
1 Petr. 2, 11-19
Veelgeliefden, ik bid u, als pelgrims en vreemdelingen, dat gij u verre houdt van de vleselijke lusten, die strijd voeren tegen de ziel. Temidden van de heidenen moet gij een voorbeeldig leven leiden, opdat zij juist in die dingen, waarom zij u voor boosdoeners uitmaken, bij nader toezien om wille van uw goede werken God gaan verheerlijken op de dag der bezoeking. Daarom, weest onderdanig aan ieder menselijk gezag, om wille van God; zowel aan de keizer, omdat hij boven allen staat, alsook aan de landvoogden, omdat zij door hem zijn gezonden om de misdadigers te straffen en de goeden waardering te schenken. Want aldus is het de wil van God, dat gij door goed te leven het onverstand van de kortzichtige mensen tot zwijgen brengt. Als vrije mensen - en niet als mensen, die de vrijheid beschouwen als een dekmantel voor het kwaad - maar als dienstknechten van God. Hebt achting voor een ieder; bemint uw medebroeders; vreest God; eert de keizer. Gij, dienstknechten, weest in alle eerbied onderdanig aan uw meesters, niet slechts als zij goed zijn en welwillend, maar evenzeer als zij lastig zijn. Want dat is een welgevallige daad, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 16, 16-22
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Een korte tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien; want Ik ga heen naar de Vader. Sommigen van Zijn leerlingen zeiden dan tot elkander: Wat betekent dat toch, wat Hij ons zegt: Een kort tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien; en: Ik ga heen naar de Vader? Wat bedoelt Hij toch met: een korte tijd? Wij begrijpen niet, wat Hij zegt. Jezus nu wist, dat zij Hem iets wilden vragen; en Hij sprak tot hen: Gij raadpleegt elkander over Mijn gezegde: Een korte tijd, en gij zult Mij niet meer zien; en wéér een korte tijd, en gij zult Mij terugzien? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: gij zult schreien en jammeren maar de wereld zal zich verblijden. Gij zult wel bedroefd zijn doch uw droefheid zal verkeren in vreugde. Als een vrouw moeder gaat worden, is zij bedroefd, omdat haar uur gekomen is; maar zodra zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar smart, van blijdschap, dat er een mens ter wereld is gekomen. Zo zijt ook gij nu wel bedroefd; maar Ik zal u weerzien; dat zal uw hart zich verblijden, en die blijdschap zal niemand u ontnemen.

Overweging
De woorden van Jezus “nog een korte tijd en gij zult Mij niet meer zien; en weer een korte tijd, dan zult gij Mij weer zien, want Ik ga heen naar de Vader” waren voor de apostelen onduidelijk en geheimzinnig. Zij vroegen zich af wat Jezus ermee bedoelde, maar zij durfden hun Meester er niet naar te vragen. Misschien zijn deze woorden ook tot ons gericht. Blijkbaar bevatten zij een tegenstrijdigheid. Hoe kon Hij tegelijkertijd bij Zijn Vader en bij de apostelen zijn? En wat bedoelt Hij met ‘een korte tijd’?

Deze woorden komen uit de lange afscheidsrede uit het Evangelie van Johannes, die op Witte Donderdag plaatsvond. Op de vooravond sprak Christus over Zijn kruisdood en opstanding en toch bleken de apostelen het niet begrepen te hebben. Bij deze woorden dacht onze Heer aan het kortstondig heengaan na Zijn lijden en aan de terugkeer bij Zijn verrijzenis. Maar dit heengaan en deze terugkeer waren slechts een beeld van een ander heengaan en een andere wederkomst. Zonder twijfel kunnen wij daar het opstijgen tot Zijn Vader bij de hemelvaart in zien en het weerzien van de apostelen in de eeuwigheid. Maar – zoals zo vaak in het Evangelie – moeten wij deze woorden ook op onszelf toepassen. Wij zijn degenen aan wie Christus een weerzien belooft. En dat weerzien is niets anders dan de hemelse vreugde: Wij zullen de verheerlijkte Heer dan zien in Zijn hemelse heerlijkheid.

De Verlossing en de Paasvreugde brengen ons, katholieken, in herinnering dat wij een oprecht christelijk leven moeten lijden, dat wij God en Zijn Kerk moeten blijven dienen, ook als wij daarom vervolgd zouden worden. Wij moeten bezield blijven door het weten dat wij in deze wereld geen blijvend thuis hebben; wij zijn in dit leven slechts op doortocht, op weg naar het hemelse Vaderland, het Vaderland dat Christus voor ons opnieuw heeft geopend. Om dit Vaderland te kunnen bereiken hebben wij de Kerk nodig, omdat zij de weg en de verkondiger is van dit hemelse doeleinde van ons bestaan.

De Kerk beschikt over de noodzakelijke middelen om het hemelse leven binnen te kunnen gaan. Door haar moraal wordt onze menselijke natuur gezuiverd van de begeerlijkheden, door haar geloofsleer wordt ons de kennis van God ingegeven en door haar sacramenten wordt de gezuiverde mens, die God als zijn levensdoel erkend heeft, geheiligd. De Kerk is dus niet louter een gemeenschap van allerlei mensen die een bepaalde liturgie of ritueel aanhangen, maar zij is het heilsinstrument dat door haar moraal, haar geloof en haar sacramenten ons tot God brengt. De heilige Paulus maant ons in het epistel voor de vleselijke lusten die strijd voeren tegen de ziel. Wij zien daarin dat een geloof dat zonder moraal blijft een zelfbedreiging en een groot gevaar is.

20 april 2024

Bijeenkomst Confraterniteit FSSP op zondag 21 april

De FSSP-confraterniteit komt deze maand bijeen op de derde (in plaats van de tweede) zondag: dus op zondag 21 april.

Iedereen is van harte welkom.

18 april 2024

Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 20 april 2024 om 13.00 uur

Op zaterdag 20 april a.s. verzorgt mgr Rob Mutsaerts, hulpbisschop van Den Bosch, een lezing over de humanisering van Europa, naar aanleiding van zijn laatste boek ‘Van waarheid tot woke’, waarin hij de strijd aangaat met de woke-cultuur, omdat die elke objectieve waarheid ontkent, contraire meningen niet tolereert en een coherent leven uitsluit. Bestaat er zoiets als objectieve waarheid? Hoe denken klassieke en moderne filosofen hierover? En wat heeft God hier mee te maken?

Dit is de derde in de reeks voorjaarslezingen met het thema 'Aan de vruchten herkent men de boom'. De toegangsprijs bedraagt € 7,50.

Zie: De website van de academie.

14 april 2024

Vidi Aquam


Latijn

Vidi aquam egredientem de templo,
a latere dextro, alleluia:
et omnes, ad quos pervenit aqua ista,
salvi facti sunt et dicent, alleluia, alleluia.

Confitemini Domino, quoniam bonus:
quoniam in saeculum misericordia ejus.

Gloria Patri, et Filio, et Spiritui Sancto.
Sicut erat in principio, et nunc, et semper,
et in saecula saeculorum. Amen.
Nederlands

Ik zag water vloeien uit de tempel
aan de rechterzijde, alleluja:
en allen tot tot wie dat water kwam,
zijn gered geworden en zullen zeggen: alleluja, alleluja.

Looft de Heer, want Hij is goed;
want eeuwig duurt Zijn barmhartigheid.

Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Zoals het was in het begin, en nu, en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Tweede zondag na Pasen - Zondag van de Goede Herder

Epistel
1 Petr. 2, 21-25
Veelgeliefden, Christus heeft voor ons geleden en u een voorbeeld nagelaten, opdat gij Zijn voetstappen zoudt volgen. Want zonde heeft Hij nooit bedreven, en er werd geen bedrog gevonden in Zijn mond; en toen Hij gescholden werd, schold Hij niet terug; toen Hij leed, uitte Hij geen bedreiging; maar Hij gaf Zich over aan degene, die Hem onrechtvaardig veroordeelde. Hij heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen tot op het kruishout, opdat wij afgestorven zouden zijn aan de zonde, en voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen zijt gij genezen. Want gij waart als ronddolende schapen, maar nu zijt gij teruggebracht tot de herder en de bewaker van uw zielen.

Evangelie
Joh. 10, 11-16
In die tijd zei Jezus tot de farizeën: Ik ben de goede Herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen. Maar iemand, die huurling is en geen herder - aan wie de schapen niet toebehoren - hij laat, als hij de wolf ziet aankomen, de schapen in de steek, en gaat op de vlucht. En de wolf rooft en verstrooit de schapen. Een huurling nu neemt de vlucht, omdat hij maar een huurling is, en geen hart heeft voor de schapen. Ik ben de goede Herder, en Ik ken Mijn schapen en Mijn schapen kennen Mij, evenals de Vader Mij kent, en Ik de Vader ken. En Ik geef Mijn leven voor Mijn schapen. Ook nog andere schapen heb Ik, die niet van deze schaapstal zijn; ook die moet Ik er heen voeren, en zij zullen luisteren naar Mijn stem; en zo zal het worden: één Schaapstal en één Herder.

Overweging
Deze zondag wordt terecht de zondag van de goede Herder genoemd. Het beeld uit het Evangelie van de Herder Die Zijn leven geeft voor Zijn schapen wordt nog duidelijker door het Paasfeest dat wij nog maar net gevierd hebben en door de lezing van deze zondag, waarin de heilige Petrus ons aan hetzelfde feit herinnert, namelijk hoe Christus, Die Zelf nooit enige zonde bedreef, onze zonden op Zich nam en Zich heeft overgeleverd aan de kruisdood om ons van onze schuld te bevrijden.

Door de bevrijding die wij door Zijn Verlossingswerk hebben mogen ervaren, heeft Hij ons opnieuw toegang verleend tot de kudde, waarvan Hijzelf Herder en Bewaker is. Het epistel van vandaag stelt ons de waarheid voor ogen dat wij verloren schapen zijn geweest, want Petrus schrijft “gij waart als rondlopende schapen maar nu zijt gij teruggebracht tot de Beheerder en Bewaker van uw zielen”.

In het Evangelie zegt de goede Herder, Jezus: “Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij”. Het is een kostbaar inzicht dat wij slechts kunnen verwerven door Gods genade. Hij is de enige Vriend, de enige Toevlucht, en de Raadsman bij uitstek die de mens heeft. De goede Herder geeft Zijn leven voor Zijn schapen. In het Evangelie is dat een beeld, maar wel een beeld dat ons weer de oude, vertrouwde waarheid voor ogen stelt. Hij heeft voor mij Zijn leven prijsgegeven. Anderen doen dat niet. De huurling slaat op de vlucht als de wolf komt. Hij laat zijn kudde in de steek; de schapen gaan hem niet echt ter harte en omdat hij slechts huurling is en geen herder, laat hij ze door de wolf verscheuren. Met Christus is dat anders. Hij kent Zijn schapen zoals de Vader Hem kent en zoals Hij de Vader kent. Zo diep, zo volledig, zo vol van liefde is het feit dat Hij Zijn leven geeft.

Kon de goede Herder nog duidelijker zeggen dat Hij ons liefheeft? Hij bemint ons tot het uiterste toe. Geen enkele Herder kan het bij Hem halen in hartelijkheid, in diepte, in tederheid en fijngevoeligheid. Hij heeft als Herder alles voor ons over gehad.

9 april 2024

Parochiële ledenadministratie

Wilt u bij verhuizing of wijzigingen in uw gezinssamenstelling ook onze ledenadministratie op de hoogte stellen? Voor een correcte administratie zijn we afhankelijk van de door u verstrekte gegevens. Ook als u nieuw bent in de parochie, of uw voorkeur gaat uit naar de traditionele liturgie, dan beschikken we graag over uw gegevens. U kunt uw opgave (uitsluitend schriftelijk) verstrekken aan de pastorie, of per e-mail (secretaris@agneskerk.org). Op deze website kunt u een formulier downloaden; zie tabblad Inschrijving (nieuw/wijzigen).

Nog een dringend verzoek: wilt u controleren dat uw mailbox niet vol zit? We kunnen u dan namelijk niet bereiken.

8 april 2024

Laat ons nu blij zijn met de Heer

Na de Verrijzenis verschijnt Jezus aan Zijn moeder Maria.

Laat ons nu blij zijn met de Heer, alleluja,
Maria lijdt en weent niet meer, alleluja;
het wrede leed is nu vergaan, alleluja,
haar Zoon, haar Jezus opgestaan, alleluja.
Alleluja, alleluja, alleluja!

O zoete Moeder van de Heer, alleluja,
gij zijt geen smartenmoeder meer, alleluja;
daar komen al de eng'len aan, alleluja;
o hoort toch, hoe ze juub'len gaan, alleluja.
Alleluja, alleluja, alleluja!

Ziet, uw verrezen, lieve Zoon, alleluja,
tooit u met eeuw'ge lentekroon, alleluja;
Sint Jan, Sint Pieter stemmen in, alleluja,
met aller zang, o Koningin, alleluja.
Alleluja, alleluja, alleluja!

Wij leggen onze zonden neer, alleluja,
in 't blijde graf van onze Heer, alleluja;
nu zijn wij rein, nu zijn wij vrij: alleluja.
Zo zingen en herzingen wij: alleluja.
Alleluja, alleluja, alleluja!

8 april: Maria Boodschap, (uitgesteld) hoogfeest

De engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt, en zij heeft ontvangen van de Heilige Geest.
Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw Woord.
Het Woord is vlees geworden, en Het heeft onder ons gewoond.

De Kerk viert op 25 maart, negen maanden vóór Kerstmis, de ontvangenis van Jezus Christus. Deze gebeurtenis valt samen met de verschijning van de aartsengel Gabriël aan de heilige maagd Maria, waarbij de engel haar de Menswording van God aankondigt. 25 maart viel dit jaar in de Goede Week, daarom is het feest verplaatst naar vandaag.

In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. De engel trad bij haar binnen en zei: `Verheug u, begenadigde, de Heer is met u.' Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ ‘Maar hoe moet dat dan?' zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.' De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.' Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.' Toen ging de engel van haar weg.

Op deze dag vieren wij het begin van onze verlossing, de vervulling van het profetische woord zoals dit in het Evangelie wordt vermeld: 'Zie de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen' (Mt. 1,23), de intrede van Christus in deze wereld: 'Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid...Ik ben gekomen, o God, om Uw wil te doen' (Heb. 10,5-7).

De Kerk die - als een van de weinige in deze wereld - opkomt voor het ongeboren menselijk leven, ziet in het feest van Maria Boodschap een getuigenis van de waardigheid van de mens vanaf zijn conceptie tot aan zijn natuurlijke dood. Er wordt immers verkondigd dat de Zoon van God al bij de Annunciatie Zijn intrede in de wereld deed. De Incarnatie begint dus bij Christus' ontvangenis en niet pas bij Zijn geboorte.

In Nazareth wordt Maria Boodschap luisterrijk gevierd in de kerk van de Annunciatie (ook wel Verkondigingsbasiliek genoemd). Dit heiligdom is gebouwd op de fundamenten van kerken uit de Byzantijnse tijd en de kruisvaardersperiode. Op die plaats kreeg Maria de verschijning van Gabriël.

7 april 2024

Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid (gezongen in Duits)

Beloken Pasen - Feest van de goddelijke Barmhartigheid

"Thomas, kom hier met uw hand en leg ze in Mijn zijde."

Epistel
1 Joh. 5, 4-10
Veelgeliefden, al wat uit God is geboren, is overwinnaar van de wereld; en dit is de zegevierende macht, waardoor de wereld overwonnen wordt, ons geloof. Wie anders is er overwinnaar van de wereld, dan hij die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God? Deze is het, Die gekomen is in water en in bloed, Jezus Christus; niet alleen in het water, maar in het water én in het bloed. En het is de Geest, Die getuigt, dat Christus de waarheid is. Want het zijn er drie, Die getuigenis geven in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn één. En het zijn er drie, die getuigenis geven op de aarde: de Geest, en het water, en het bloed; en deze drie zijn het eens. Indien wij het getuigenis van mensen aannemen, Gods getuigenis heeft groter waarde; inderdaad hebben wij hierin dat getuigenis van God met die grotere waarde, dat Hij getuigenis heeft gegeven omtrent Zijn Zoon. Wie gelooft in de Zoon van God, draagt het getuigenis van God in zich.

Evangelie
Joh. 20, 19-31
In die tijd, toen de avond van die dag, de eerste dag der week, reeds was gevallen, en de deuren van de plaats, waar de leerlingen samen waren, uit vrees voor de joden waren gelosten, kwam Jezus, en stond plotseling in hun midden; en Hij sprak tot hen: Vrede zij u! En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. En de leerlingen waren zeer verheugd, toen zij de Heer zagen. Vervolgens sprak Hij andermaal tot hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. En na deze woorden blies Hij over hen en zei hun: Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie gij de zonden vergeeft, hun zijn ze vergeven, en aan wie gij de zonden laat houden, zij blijven ze houden. Maar Thomas, één van de Twaalf, ook wel Didymus genoemd, was niet bij hen, toen Jezus kwam. Daarom zeiden de andere leerlingen tot hem: Wij hebben de Heer gezien! Maar hij antwoordde hun: Als ik niet in Zijn handen de wonden der nagelen zie, en mijn vinger niet in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand niet kan leggen in Zijn zijde, zal ik niet geloven. En acht dagen later waren Zijn leerlingen weer daarbinnen bijeen; en ook Thomas was bij hen. En terwijl de deuren gesloten bleven, kwam Jezus binnen; en plotseling stond Hij in hun midden, en sprak: Vrede zij u! Daarop zei Hij tot Thomas: Steek uw vinger hierin, en bezie Mijn handen; en kom hier met uw hand, en leg ze in Mijn zijde; en wees niet meer ongelovig, maar gelovig! Thomas gaf Hem ten antwoord: Mijn Heer en mijn God! Toen sprak Jezus tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, daarom gelooft gij; zalig zij, die niet zien, en toch geloven. Nog vele andere tekenen, heeft Jezus voor het oog van Zijn leerlingen verricht, die in dit boek niet staan opgetekend. Maar deze zijn opgetekend, opdat gij zoudt geloven, dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door dat geloof het leven moogt bezitten in Zijn Naam.

Overweging
Op deze octaafdag van Pasen, die tevens het feest van de goddelijke Barmhartigheid is, zouden wij met de apostel Thomas van harte een van de allermooiste en meest hoopvolle gebeden kunnen uitspreken, en daardoor iedere twijfel, die wellicht nog in ons leeft, uitroeien: “Mijn Heer en mijn God”. Daar gaat het in het christelijke leven om: om God. En omdat het in ons leven om God gaat, moeten wij bereid zijn om alles wat met God verbonden is, dus de Kerk van God en haar bevrijdende en tot zaligheid noodzakelijke geloofsleer, innig en volledig te omhelzen.

God is mens geworden en heeft op het Kruis de wereld Zijn barmhartigheid getoond, een barmhartigheid die ieder van ons zou kunnen omvatten als wij maar bereid zijn om ons hart in volledig vertrouwen aan Hem over te geven. In deze overgave, die een bekering inhoudt, ligt het begin van het leven met God, een leven dat als het ernstig wordt genomen, zich openbaart als een leven door God. Door de goddelijke barmhartigheid en genade mogen wij leven en eens de hemelse zaligheid aanschouwen. De deur tot dit bovennatuurlijke leven heeft Christus geopend door Zijn heilswerk, het heilswerk dat door de tijden heen wordt voortgezet door de katholieke Kerk. Daar wacht Hij ook nu op de zielen om Zijn liefde te tonen aan degenen die de duisternis en het bedrog van de wereld verlaten.

Octaafdag van Pasen: Feest van de goddelijke Barmhartigheid

Jezus, ik vertrouw op U


Op 25 augustus 1905 wordt in het Poolse dorpje Glogowiec een meisje geboren: Helena Kowalska. Op 20-jarige leeftijd treedt ze in bij de zusters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid in Warschau. Ze krijgt de kloosternaam Maria Faustina (‘begunstigde’). Al heel vroeg heeft ze bovennatuurlijke ontmoetingen. Jezus Zelf geeft haar aanwijzingen wat ze moet doen. Twijfel, angst en verwijten van haar medezusters achtervolgen haar als Jezus haar opdraagt de devotie van de goddelijke Barmhartigheid openlijk te verspreiden. Opvallend is haar grote gehoorzaamheid aan haar oversten en aan haar biechtvader, zoals Jezus dat van haar verlangt.

Vanaf 1933 lijdt ze aan tuberculose, met heftige pijnen. Daarnaast lijdt zuster Faustina onbeschrijflijke geestelijke pijnen door onzichtbare stigmata, Godverlatenheid en het verdriet om de zondaars, maar toch kent ze een diepe, innerlijke vreugde. Ze weet dat de prijs van haar liefde het lijden is. Ze wil alles doen om zielen te redden. En Jezus laat haar lijden, bijna 13 jaar in het klooster. Op 5 oktober 1938 sterft zuster Faustina, 33 jaar oud, net zo oud als haar goddelijke Vriend.

In 1965 leidt de Poolse aartsbisschop Karol Wojtyla het zaligverklaringsproces in. Op de eerste zondag na Pasen in 1993 verklaart hij als paus Johannes Paulus II haar zalig en in het heilig jaar 2000, op de zondag van de goddelijke Barmhartigheid, verklaart hij haar heilig.

Uit haar dagboek komt naar voren hoe graag Jezus wil dat de mensen in de hemel komen. Geen mens, hoe groot zijn zonden ook zijn, hoeft verloren te gaan. God wil de dood van de zondaar niet. Het enige dat wij hoeven te doen is ons vol vertrouwen, en berouwvol, aan Zijn eindeloze Barmhartigheid over te geven.

Bij Zijn eerste verschijning aan zuster Faustina geeft Jezus haar de opdracht: “Schilder een afbeelding die overeenkomt met het voorbeeld dat je ziet, met het onderschrift: Jezus, ik vertrouw op U. Ik wil dat deze afbeelding vereerd wordt, eerst in jouw kapel en daarna over de hele wereld. Ik beloof je dat de ziel die deze afbeelding zal vereren, niet verloren zal gaan.”

Jezus heeft aan zuster Faustina gezegd dat Hij wil dat op de zondag na Pasen het feest van de goddelijke Barmhartigheid wordt gevierd: “Op die dag staan de diepste diepten van Mijn tedere barmhartigheid open. Ik stort een hele oceaan van genaden uit over die zielen die tot de fontein van Mijn barmhartigheid naderen. De ziel die te biechten zal gaan en de heilige communie zal ontvangen, zal volledige vergeving van zonden en straf ontvangen. Op die dag staan alle sluizen van de hemel, waardoor de genade vloeit, open.”

6 april 2024

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 9

“Breng vandaag de zielen bij Mij die lauw geworden zijn en dompel hen in de afgrond van Mijn barmhartigheid. Deze zielen wonden Mijn Hart uitermate pijnlijk. Mijn ziel leed de vreselijkste walging in de hof van Olijven vanwege de lauwe zielen. Zij waren er de oorzaak van dat Ik uitschreeuwde: “Vader, als het Uw wil is, neem deze kelk van Mij weg.” Voor hen is de laatste hoop op redding dat zij naar Mijn barmhartigheid vluchten.”

Allerbarmhartigste Jezus, U bent het medelijden Zelf. Ik breng de lauwe zielen naar de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart. Laat in dit vuur van Uw zuivere liefde deze lauwe zielen, die U met zo’n diepe walging vervulden alsof het lijken waren, opnieuw ontvlammen. O, allermededogendste Jezus, maak gebruik van de almacht van Uw barmhartigheid en trek hen binnen in de gloed van Uw liefde en verleen hun de gave van heilige liefde, want niets gaat Uw macht te boven.

Vuur en ijs kunnen niet worden samengevoegd,
het vuur gaat uit of het ijs smelt,
maar door Uw barmhartigheid, o God,
kunt U alles aanvullen wat ontbreekt.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de lauwe zielen die desondanks door het allermededogendst Hart van Jezus omhuld zijn. Vader der barmhartigheid, ik smeek U door het bitter lijden van Uw Zoon en door Zijn drie uren durende doodsstrijd op het kruis: laat ook hen de afgrond van Uw barmhartigheid verheerlijken. Amen.

Looft uwen God, alle tongen en talen



Looft uwen God, alle tongen en talen.
't Ene geslacht moet aan 't ander herhalen:
Christus, de Redder, Die 't won op de dood,
blijft onder ons in de schaduw van brood:
Alleluja, God is groot!
Alleluja, God is groot!

Roemt uw Verlosser! Alom in de landen,
biedt Hij de Vader Zijn Kruisofferande,
't hoogheilig Offer van Lichaam en Bloed,
dat alle schuld van de mensen voldoet.
Alleluja, God is goed!
Alleluja, God is goed!

Nadert uw Heiland en komt voor Hem knielen,
vorsten en volken, gezegende zielen.
Komt, want dit Manna biedt hulp in de nood,
sterkt in de strijd en behoudt in de dood.
Alleluja, God is groot!
Alleluja, God is groot!

Vastenactie 2024



Het project van onze parochie voor de vastenactie van dit jaar is hulp aan christelijke meisjes in Pakistan, die gedwongen worden geïslamiseerd en uitgehuwelijkt. Dit is een project van de internationale hulporganisatie Christian Solidarity International (CSI).


U kunt uw vastenoffer overmaken op bankrekening NL48 ABNA 0589 9700 89 ten name van Parochie H. Jozef onder vermelding van 'vastenoffer 2024'.

5 april 2024

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 8

“Breng vandaag de zielen die in de gevangenis van het vagevuur zijn bij Mij en dompel hen in de afgrond van Mijn barmhartigheid. Laat de stromen van Mijn Bloed de verschroeiende vlammen afkoelen. Al deze zielen worden door Mij zeer bemind. Zij schenken genoegdoening aan Mijn rechtvaardigheid. Het ligt in jouw macht om hun verlichting te brengen. Benut alle aflaten uit de schat van de Kerk en bied die ten behoeve van hen aan. O, als je de kwellingen waaraan zij lijden eens kende zou je voortdurend geestelijke aalmoezen voor hen opdragen en hun schuld aan Mijn rechtvaardigheid afbetalen.”

Allerbarmhartigste Jezus, U hebt Zelf gezegd dat U barmhartigheid verlangt. Dus breng ik de zielen in het vagevuur naar de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart. Zielen die U zeer dierbaar zijn en die toch genoegdoening aan Uw rechtvaardigheid moeten schenken. Mogen de stromen van het bloed en water die uit Uw hart vloeiden de vlammen van het zuiverend vuur doven zodat ook in die plaats de macht van Uw barmhartigheid geprezen zal worden.

Vanuit de verschrikkelijke hitte van het reinigend vuur
stijgt een weeklacht op tot Uw barmhartigheid.
Zij ontvangen troost, verfrissing, verlichting
in de stroom van bloed en water vermengd.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zielen die in het vagevuur lijden en die omgeven worden door het allermededogendst Hart van Jezus. Ik smeek U door het bitter lijden van Jezus, Uw Zoon, en door alle bitterheid waardoor Zijn allerheiligste Ziel overstroomd werd, toon Uw barmhartigheid aan de zielen die Uw rechtvaardige onderzoek ondergaan. Zie op hen op geen andere wijze neer dan door de wonden van Jezus, Uw zeergeliefde Zoon. Want wij geloven vast dat er geen grens is aan Uw goedheid en medelijden. Amen.

Et resurrexit (uit: Hohe Messe) (Bach)

Paascommunie


De heilige Kerk schrijft voor dat iedere gelovige minstens eenmaal per jaar moet gaan biechten en de heilige communie ontvangen. Deze Paascommunie moet plaatsvinden tussen Passiezondag en de tweede zondag na Pasen (voor zieken, die de heilige Mis niet kunnen bezoeken, geldt: tot en met Drievuldigheidszondag).

4 april 2024

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 7

“Breng vandaag de zielen bij Mij die Mijn barmhartigheid bijzonder vereren en verheerlijken en dompel ze in Mijn barmhartigheid. Deze zielen waren het meest bedroefd over Mijn lijden en drongen het diepst in Mijn Geest door. Zij zijn levende afbeeldingen van Mijn medelijdend Hart. Deze zielen zullen met een bijzondere glans schitteren in het hiernamaals. Niet een van hen zal naar het vuur van de hel gaan. Ik zal ieder van hen op bijzondere wijze verdedigen op het uur van de dood.”

Allerbarmhartigste Jezus, Wiens Hart de liefde zelf is, ontvang in de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart de zielen van hen die Uw barmhartigheid in het bijzonder verheerlijken en vereren. Deze zielen zijn machtig met de kracht van God Zelf. Temidden van alle verdriet en tegenspoeden gaan ze voorwaarts, vertrouwend op Uw barmhartigheid. Deze zielen zijn met Jezus verenigd en dragen de hele mensheid op hun schouders. Deze zielen zullen niet streng geoordeeld worden, maar Uw barmhartigheid zal ze omhelzen als zij uit dit leven scheiden.

Een ziel die de goedheid van de Heer prijst
wordt bijzonder door Hem bemind.
Zij is altijd dicht bij de levende fontein
en onttrekt genaden aan de goddelijke Barmhartigheid.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zielen die Uw grootste eigenschap, Uw onpeilbare barmhartigheid, verheerlijken en vereren en die besloten zijn in het allermededogendst Hart van Jezus. Deze zielen zijn een levend evangelie. Hun handen zijn vol daden van barmhartigheid en hun geest die overvloeit van vreugde zingt een loflied van barmhartigheid tot U, o Allerhoogste! Ik smeek U, o God, toon hen Uw barmhartigheid overeenkomstig de hoop en het vertrouwen door hen op U gesteld. Laat in hen de belofte van Jezus vervuld worden die tegen hen zei: “Ik zal Zelf die zielen die Mijn onpeilbare barmhartigheid zullen vereren gedurende hun leven en in het bijzonder in het uur van de dood als Mijn eigen eer verdedigen." Amen.

Terra tremuit (Offertorium uit de Mis van Paaszondag) (Eybler)

Van de pastoor: Pasen, hoogtepunt van de heilsgeschiedenis

Beminde gelovigen,

Het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis voltrekt zich in de gebeurtenissen van Pasen: lijden, dood en verrijzenis. Door ons leven in de liturgie en met de sacramenten mogen wij hieraan deelnemen, niet alleen als toeschouwer of als iemand die dit alles overdenkt, maar werkelijk deelnemen, doordat wij door de genade van het doopsel ingelijfd zijn in Hem, Die dit alles voltrekt en dat ook doet voor ons, die in Hem mogen zijn.

Laten wij proberen dit grote gebeuren te begrijpen, vooral door het leiden van een werkelijk katholiek leven. Dat betekent dat ons handelen altijd het punt is waarom ons leven draait, een leven dat Hem zoekt, Die dit alles voltrekt. Wij kunnen Hem vinden in de heilige Mis en in de sacramenten. Dan zullen wij ook werkelijk ervaren dat Hij nu reeds, in dit aardse leven, onze verlossing bewerkstelligt. Dat is ook de reden waarom wij op Pasen jubelen, want in Christus is zonde en dood overwonnen en de deur naar het hemels paradijs opengegaan.

Ik wens u van harte een vreugdevol en zalig Paasfeest toe!

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

3 april 2024

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 6

“Breng vandaag de zachtmoedige en nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen bij Mij en dompel hen in Mijn barmhartigheid. Deze zielen lijken het meest op Mijn Hart. Zij sterkten Mij gedurende Mijn bittere doodsstrijd. Ik zag hen als aardse engelen die de nachtwaken zouden houden bij Mijn altaren. Ik stort hele stromen van genade over hen uit. Alleen de nederige ziel is in staat om Mijn genade te ontvangen. Ik begunstig nederige zielen met Mijn vertrouwen.”

Allerbarmhartigste Jezus, U hebt Zelf gezegd: “Leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart”.
Ontvang alle zachtmoedige en nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen in de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart. Deze zielen brengen de hele hemel in verrukking en zij zijn de gunstelingen van de hemelse Vader. Zij zijn een zoetgeurend boeket voor de troon van God. God Zelf schept behagen in hun geur. Deze zielen hebben een vaste verblijfplaats in Uw allermededogendst Hart, o Jezus, en zij zingen zonder ophouden een loflied van liefde en barmhartigheid.

Een werkelijk zachte en nederige ziel
ademt reeds hier op aarde de lucht van het paradijs in.
In de geur van haar nederig hart
verheugt Zich de Schepper Zelf.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zachtmoedige en nederige zielen en de zielen van de kleine kinderen die omhuld worden in de schuilplaats die het allermededogendst Hart van Jezus is. Deze zielen lijken het meest op Uw Zoon. Hun geur stijgt van de aarde op en bereikt Uw troon. Vader van barmhartigheid en van alle goedheid, ik smeek U door de liefde die U deze zielen toedraagt en door de vreugde die U in hen schept, zegen de hele wereld opdat alle zielen samen de lofprijs van Uw barmhartigheid mogen zingen in de eindeloze eeuwen der eeuwen. Amen.

Alleluja, wij heffen 't aan



Alleluja, wij heffen 't aan:
de Heer is waarlijk opgestaan.
En waar ik ben of waar ik ga,
mijn ziele zingt: alleluja.

Dit is de grote, blijde dag,
die David in zijn geest voorzag.
Zingt nu met vreugd', zo zing ik na
het blijde lied: alleluja.

Lof zij het Lam, Dat door Zijn Bloed
voor onze zonden heeft geboet.
Zijn bit're dood schonk ons gena',
zo zingen wij: alleluja.

Informatiebulletin voor de maand april is verschenen

Het Informatiebulletin is het parochieblad van de Jozefparochie dat maandelijks verschijnt. In de editie voor de maand april - in het bijzonder toegewijd aan de heilige Eucharistie - aandacht voor het Paasfeest, de parochiële vastenactie, de aanstaande eremis van Gideon Zoonen FSSP, en het feest van de Moeder van Goede Raad.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin april' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

2 april 2024

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 5

“Breng vandaag de zielen van de afgescheiden broeders bij Mij en dompel hen in de oceaan van Mijn barmhartigheid. Tijdens Mijn bitter lijden verscheurden zij Mijn Lichaam en Mijn Hart. Dat is Mijn Kerk. Wanneer zij terugkeren tot eenheid met de Kerk genezen Mijn wonden en zo verlichten zij Mijn lijden.”

Allerbarmhartigste Jezus, U Die de goedheid Zelf bent, U weigert het licht niet aan hen die het bij U zoeken. Ontvang de zielen van onze afgescheiden broeders in de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart. Trek hen door Uw licht tot de eenheid van de Kerk en laat hen niet ontsnappen uit de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart, maar maak dat ook zij de edelmoedigheid van Uw barmhartigheid zullen prijzen.

Zelfs voor hen die het gewaad van Uw eenheid hebben verscheurd
vloeit de bron van barmhartigheid uit Uw Hart.
De almacht van Uw barmhartigheid, o God,
kan deze zielen ook uit de dwaling leiden.

Eeuwige Vader, wend Uw blik op de zielen van de afgescheiden broeders die Uw zegeningen hebben verkwist en Uw genaden hebben misbruikt door koppig in hun dwalingen te volharden. Zie niet op hun dwalingen, maar op de liefde van Uw eigen Zoon en op Zijn bitter lijden dat Hij omwille van hen onderging aangezien ook zij een plaats hebben in het allermededogendst Hart van Jezus. Maak dat ook zij Uw grote barmhartigheid mogen prijzen in de eindeloze eeuwigheid. Amen.

Oster-Oratorium (Bach)

Openstelling tijdens het Paasoctaaf


Tijdens het Paasoctaaf én op Koningsdag zijn kerk en pastorie na de dagelijkse heilige Mis gesloten. In noodgevallen is de pastorie telefonisch bereikbaar.

1 april 2024

Noveen tot de goddelijke Barmhartigheid, dag 4

“Breng mij vandaag degenen die nog niet in Mij geloven en die Mij nog niet kennen. Tijdens mijn bitter lijden dacht Ik ook aan hen en hun ijver in de toekomst troostte Mijn Hart. Dompel hen in de oceaan van Mijn barmhartigheid.”

Allerbarmhartigste Jezus, U bent het licht van de hele wereld. Ontvang de zielen van hen die nog niet in U geloven en die U nog niet kennen in de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart. Laat de stralen van Uw genade hen verlichten zodat ook zij samen met ons Uw heerlijke barmhartigheid mogen verhogen. Laat hen niet uit de schuilplaats van Uw allermededogendst Hart ontsnappen.

Moge het licht van Uw liefde
de zielen die in duisternis zijn verlichten.
Geef dat deze zielen U zullen kennen
en samen met ons Uw barmhartigheid zullen verhogen.

Eeuwige Vader, wend Uw barmhartige blik naar de zielen van hen die nog niet in U geloven en naar hen die U nog niet kennen, maar die omsloten zijn door het allerbarmhartigst Hart van Jezus. Trek hen naar het licht van Uw Evangelie. Deze zielen weten niet wat het voor een groot geluk is om U lief te hebben. Geef dat ook zij de edelmoedigheid van Uw barmhartigheid in de eindeloze eeuwigheid mogen prijzen. Amen.

Victimae Paschali laudes (Sequentie tijdens het Paasoctaaf)

Maandag onder het Octaaf van Pasen

Zijt gij dan de enige vreemdeling, die in Jeruzalem is geweest, en die niet weet wat daar gebeurd is dezer dagen?

Epistel
Hand. 10, 37-43
In die dagen stond Petrus te midden van het volk en sprak: Mannen, broeders, gij hebt gehoord van hetgeen er in geheel het joodse land, van Galilea uit, gebeurd is, na het doopsel, dat Johannes predikte: van Jezus van Nazareth, hoe God Hem heeft gezalfd met Heilige Geest en kracht, en hoe Hij weldoende rondging, en allen genas, die in de macht waren van de duivel, omdat God met Hem was. En wij zijn getuigen van alles, wat Hij in het land der joden en in Jeruzalem heeft gedaan. Maar men heeft Hem aan het kruishout gehangen en gedood. God echter heeft Hem opgewekt op de derde dag, en Hem gegeven, zichtbaar te verschijnen, niet aan geheel het volk, maar aan getuigen, die God te voren daartoe had uitgekozen, namelijk aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij van de doden was opgestaan. Ook heeft Hij ons bevel gegeven, aan het volk te prediken en te getuigen, dat Hij het is, Die door God is aangesteld als rechter van levenden en doden. Van Hem getuigen al de profeten dat allen, die in Hem geloven, in Zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgen.

Evangelie
Lc. 24, 13-35
In die tijd gingen twee van Jezus' leerlingen diezelfde dag naar een dorp, dat zestig stadiën van Jeruzalem gelegen was en Emmaus heette. En zij spraken met elkander over alles, wat er gebeurd was. Terwijl zij nu in gesprek waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf bij hen, en ging met hen mee; maar hun ogen werden verhinderd, opdat zij Hem niet zouden herkennen. Hij vroeg hun: Wat voor gesprek voert gij samen onderweg, dat gij zo bedroefd zijt? De ene nu, die Cleophas heette, gaf Hem ten antwoord: Zijt Gij dan de enige vreemdeling, die in Jeruzalem is geweest en die niet weet, wat daar gebeurd is dezer dagen? Doch Hij antwoordde hun: Wat dan? En zij zeiden: Met Jezus van Nazareth, Die een profeet was, machtig in werk en in woord, voor God en geheel het volk; en hoe onze opperpriesters en oversten Hem ter doodstraf hebben overgeleverd en gekruisigd hebben. Wij nu hadden de hoop, dat Hij het was, Die Israël zou verlossen; maar met dat al is het nu reeds de derde dag sinds deze dingen zijn gebeurd. Bovendien hebben enige vrouwen uit onze kring, die vóór het daglicht reeds bij het graf waren, ons doen ontstellen, want zij vonden er Zijn lichaam niet; en toen zij terugkwamen, vertelden zij ook nog, dat zij een verschijning van engelen hadden gehad, die zeiden, dat Hij weer leefde. Toen zijn enigen van ons naar het graf gegaan, en hebben het juist zo bevonden, als de vrouwen gezegd hadden maar Hemzelf vonden zij niet. Toen sprak Hij tot hen: O gij onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet beter geloof hecht aan alles, wat de profeten hebben gezegd. Moest dan de Christus dit alles niet lijden, en zó zijn glorie binnengaan? En te beginnen met Mozes en de andere profeten, verklaarde Hij hun, wat in heel de Schrift over Hem was voorspeld. Intussen waren zij bij het dorp gekomen, waar zij heengingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder wilde gaan. Maar zij drongen bij Hem aan, en zeiden: Blijf bij ons, want het wordt avond en de dag loopt reeds ten einde. Hij ging dan met hen naar binnen. Toen Hij nu met hen aan tafel was, nam Hij het brood, sprak een dankgebed uit, brak het, en reikte het hun toe. Toen gingen hun de ogen open, en zij herkenden Hem. Maar Hij verdween uit hun ogen. En zij zeiden tot elkander: Brandde ons hart niet in ons, toen Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften verklaarde? Onmiddellijk stonden zij op, en keerden naar Jeruzalem terug; daar vonden zij de elf met hun gezellen bijeen; en dezen zeiden: De Heer is waarlijk verrezen, en verschenen aan Simon. Toen verhaalden ook zij, wat er onderweg was gebeurd, en hoe zij Hem hadden herkend bij het breken van het brood.