Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 januari 2022, onder voorbehoud van wijzigingen.

31 oktober 2021

Toewijdingsgebed aan het Heilig Hart van Jezus voor het feest van Christus Koning


Allerzoetste Jezus, Verlosser van het mensdom, zie op ons neer, nu wij in alle ootmoed voor Uw altaar zijn neergeknield. Wij behoren U toe, en wij willen U ook toebehoren; maar, om nog inniger met U verenigd te worden, wijdt ieder van ons zich heden vrijwillig toe aan Uw allerheiligst Hart.

Velen hebben U nooit gekend, velen hebben Uw geboden veracht en zich van U afgekeerd.

Allergoedertierenste Jezus, heb medelijden met al deze mensen en trek hen allen tot Uw heilig Hart, Heer, wees Koning, niet alleen over de getrouwen, die zich nooit van U hebben verwijderd, maar ook over de kinderen, die, als de verloren zoon, U hebben verlaten. Maak, dat ze spoedig terugkeren naar het Vaderhuis en dat ze niet omkomen van ellende en honger.

Wees Koning over hen, die door dwaling zijn misleid of door scheuring zijn afgescheiden. Breng hen terug in de haven van de waarheid en tot de eenheid van het geloof, opdat er weldra één kudde zal zijn en één herder.

Wees de Koning over allen, die nog ronddolen in de duisternis van het heidendom of de islam, en leid hen tot Uw licht en Uw rijk.

Sla Uw barmhartige ogen op de kinderen van het volk, dat zo lang Uw uitverkoren volk is geweest. En moge het Bloed, dat weleer over hen is afgeroepen, ook nu over hen neerkomen, maar dan als een doopsel van verlossing en van leven.

Heer, geef aan Uw Kerk ongestoorde vrede en vrijheid. Schenk aan alle volken rust en orde. Geef, dat over de gehele aarde eindelijk deze éne kreet weerklinke: Eer aan het goddelijk Hart, dat ons het heil heeft gebracht! Aan dat Hart zij eer en lof in eeuwigheid. Amen.

(300 dagen aflaat)

Hoogfeest van onze Heer Jezus Christus, Koning

Het raam met de afbeelding van Christus Koning boven de ingang van onze kerk.

Daartoe ben Ik geboren en daartoe juist in de wereld gekomen,
om te getuigen voor de waarheid.
Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar Mijn stem.


Epistel
Kol. 1, 12–20
Broeders, wij brengen dank aan God de Vader, Die ons waardig heeft gemaakt deel te mogen hebben aan het lot der heiligen, in het volle licht. Hij heeft ons ontrukt aan de macht der duisternis en overgebracht naar het rijk van Zijn beminde Zoon, in Wie wij de verlossing bezitten, de vergiffenis der zonden, door de kracht van Zijn Bloed. Deze is het beeld van de onzichtbare God, geboren vóórdat alles geschapen werd; want in Hem werd alles geschapen, wat in de hemel en op aarde is, het zichtbare en het onzichtbare, tronen zowel als heerschappijen, overheden en machten; alles is door Hem en in Hem geschapen. Zo bestaat Hij vóór allen, en alles bestaat in Hem. Hij is ook het Hoofd van het lichaam, dat wil zeggen van de Kerk. Hij is het begin, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de eerste plaats zou hebben. Want het was besloten, dat in Hem alle volheid zou wonen, en dat Hij vrede zou brengen door het Bloed van Zijn kruis en door Zijn toedoen alles weer met God zou verzoenen, wat op de aarde of wat in de hemel is: in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 18, 33–37
In die tijd zei Pilatus tot Jezus: Zijt Gij de Koning van de joden? Jezus antwoordde: Stelt gij die vraag uit u zelf of hebben anderen u dat van Mij gezegd? Pilatus hernam: Ben ik dan soms een jood? Uw eigen volk en de opperpriesters hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt Gij gedaan? Jezus gaf ten antwoord: Mijn rijk is niet van deze wereld. Als Mijn rijk van deze wereld was, zouden ongetwijfeld Mijn dienaren er voor strijden, dat Ik niet aan de joden werd overgeleverd; maar Mijn rijk is nu eenmaal niet van hier. Toen zei Pilatus tot Hem: Dus Kóning zijt Gij? Jezus antwoordde: Ja, gij zegt het; Kóning ben Ik. Daartoe ben Ik geboren en daartoe juist in de wereld gekomen, om te getuigen voor de waarheid. Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar Mijn stem.

Overweging
Op de laatste zondag in oktober viert de Kerk - althans dat deel van de Kerk dat de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 volgt - de glorie van Christus. Hij is de Koning van de koningen en de Heer van de heren. Over Zichzelf zegt Hij: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde”. Als aan Christus alle macht gegeven is, dan volgt daaruit noodzakelijkerwijs, zo schreef paus Leo XIII, dat Zijn gezag het hoogste moet zijn, absoluut en onafhankelijk van iedereen, zodat geen enkele macht aan Zijn Macht evenwaardig is of daarop lijkt. En daar die macht Hem gegeven is zowel in de hemel als op aarde, moeten hemel en aarde Hem gehoorzamen.

Jezus Christus is koning, Hij is opperheer, aan Hem is alles onderworpen. Daarom is het ook juist dat iedereen aan Zijn woorden, aan Zijn leer en aan Zijn wensen gehoorzaamt. In het licht van een opkomend zelfbeschikkingsrecht van de volkeren en een afnemend respect voor het inzicht dat de overheid door God is ingesteld heeft paus Pius XI het feest van de universele heerschappij van Christus ingesteld.

Wie aan Hem onderdanig is, vindt de vrijheid. Deze vrijheid is een andere vrijheid dan die de wereld ons voorhoudt. De vrijheid die het koningschap van Christus geeft is namelijk te vinden in het beleven van de Waarheid. Alleen die Waarheid verzekert ons van de hoogste en de eigenlijke vrijheid. De afhankelijkheid hierin van God en van Christus en van Zijn heilige katholieke Kerk is geen slavernij, maar de weg naar het zuiverste geluk.

Ieder van ons is van Jezus afhankelijk. Hij is de Redder voor iedereen, Hij is de enige Waarheid. Hij is de Weg door dit leven, en daarom is Hij ook onze Koning. Hoe meer wij inwendig Zijn heerschappij erkennen en aanvaarden, des te meer zal de goddelijke rijkdom van liefde ons vervullen met licht, kracht en geluk. Zijn Rijk – zo bidden wij vandaag in de prefatie van de Mis – is een rijk van waarheid en van leven. Zijn Rijk is een rijk van heiligheid en van genade. Zijn Rijk is een rijk van gerechtigheid en vrede. Deze prefatie is als een program voor ons leven en tegelijkertijd een belofte.

Wie Christus zoekt, zich totaal aan Hem onderwerpt en ook in alles van Hem afhankelijk wil zijn, vindt waarheid en leven. Want hij belijdt Hem als zijn Koning, en de Koning zal hem Zijn gunsten bewijzen. Dit geldt zowel voor de staten en volkeren als voor de individuele mens.

30 oktober 2021

Vannacht wordt de zomertijd beëindigd

Vannacht wordt de zomertijd beëindigd.
Om 3.00 uur gaat de klok een uur terug naar 2.00 uur.

29 oktober 2021

Allerheiligen en Allerzielen

Op maandag 1 november viert de Kerk het hoogfeest van Allerheiligen. Dit is een verplichte kerkelijke feestdag. We vieren dit feest in onze kerk als volgt:
11.00 uur: Gezongen H. Mis
19.00 uur: Gelezen H. Mis

Op dinsdag 2 november (Allerzielen) bidt de Kerk voor de overleden gelovigen. Voor hun zielenrust worden meerdere H.H. Requiemmissen opgedragen. De tijden zijn:
11.00 uur: Gezongen H. Requiemmis met absoute (vrouwenschola)
15.00 uur: Gelezen H. Requiemmis met absoute
19.00 uur: Gezongen H. Requiemmis met absoute (Cantores Sancti Gregorii)

28 oktober 2021

28 oktober: H.H. Simon en Judas, apostelen

In die dagen ging Hij naar het gebergte om te bidden en bracht de nacht door in gebed tot God. Bij het aanbreken van de dag riep Hij Zijn leerlingen bij Zich en koos er twaalf uit, aan wie Hij tevens de naam van apostel gaf: Simon, aan wie Hij tevens de naam Petrus gaf, diens broer Andreas, Jakobus, Johannes, Filippus, Bartolomeus, Mattheüs, Tomas, Jakobus de zoon van Alfeus, Simon met de bijnaam 'IJveraar', Judas, de broer van Jakobus, en Judas Iskariot, die een verrader werd. (Lc. 6,12-16)

Simon behoorde daarvoor tot de partij van de Zeloten, die met geweld de verwezenlijking van de Messias wilde doordrijven. Vandaar de naam 'IJveraar'. Simon is de zoon van Maria van Klopas, de zuster van de maagd Maria. Mattheüs noemt hem 'broeder des Heren', 'broeder' betekent hier 'neef'.

Judas Taddeus is de patroon van hopeloze zaken, waarschijnlijk omdat hij als naamgenoot van de verrader niet zo gemakkelijk werd aangeroepen, tenzij in hopeloze gevallen. Ook hij is een 'broeder des Heren' en de broer van Jakobus de Jongere zoals deze zich noemt in zijn brief die opgenomen is in de Heilige Schrift. De bijnaam Taddeus betekent: groothartige, onverschrokken.

Simon preekte het Evangelie in Egypte en Judas in Mesopotamië. Later hebben zij elkaar ontmoet in Perzië en zijn daar, na een zegenrijke missiearbeid, de marteldood gestorven.
De datum van 28 oktober zou teruggaan op de overbrenging van hun relieken naar Rome.

Judas is patroon van in ernstige nood en vertwijfeling verkerenden. Simon de Zeloot is patroon van in ernstige nood en vertwijfeling verkerenden, ververs, leerlooiers, leerbewerkers, wevers, metselaars, houthakkers en boswerkers.

25 oktober 2021

Kardinaal Eijk te gast in de kerk van Santissima Trinità dei Pellegrini te Rome

Zondag 24 oktober was kardinaal Eijk, aartsbisschop van Utrecht, aanwezig bij een aanbiddingsuur in de kerk van Santissima Trinità dei Pellegrini in Rome, waar een
personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie is gevestigd, waarvan de pastorale bediening is toevertrouwd aan priesters van de Sint-Petrusbroederschap (FSSP).

24 oktober 2021

Missiezondag: Gebed voor de uitbreiding van het Geloof

O eeuwige God,
Schepper van al wat bestaat,
gedenk dat de zielen der ongelovigen
door U geschapen werden
naar Uw beeld en Uw gelijkenis.
En zie, o God,
hoe te Uwer oneer de hel ermee vervuld wordt.
Vergeet niet dat Jezus, Uw Zoon,
de bitterste dood voor hun zaligheid geleden heeft.
Ik smeek U, o Heer,
gedoog niet langer dat Uw Zoon
door de ongelovigen miskend wordt.
Laat U bedaren door de gebeden Uwer heiligen
en die der heilige Kerk,
de bruid van Uw goddelijke Zoon.
Wees Uw barmhartigheid indachtig.
Vergeet hun afgoderij en hun ongelovigheid
en maak dat zij eindelijk ook Degene mogen kennen,
Die Gij gezonden hebt,
Jezus Christus, onze Heer,
Die ons leven, onze verrijzenis, onze zaligheid is,
door Wie wij verlost en zalig geworden zijn,
en aan Wie alle eer toekomt
in de eeuwen der eeuwen. Amen.

H. Franciscus Xaverius

Gezongen internationale rozenkrans

Tweeëntwintigste zondag na Pinksteren

Gedachtenis: Uitbreiding van het geloof - Missiezondag

Geeft aan de keizer, wat van de keizer, en aan God, wat van God is.

Epistel
Phil. 1, 6-11
Broeders, wij hebben het vaste vertrouwen in de Heer Jezus, dat Hij, Die een goed werk in u begonnen is, het ook tot voltooiing zal brengen tot op de dag van Christus Jezus. Het is toch ook alleszins redelijk, dat ik zo over u allen denk; want het blijft mij steeds in de gedachte, dat gij zowel in mijn gevangenschap als bij de verdediging en bevestiging van het Evangelie allen de deelgenoten waart van mijn blijdschap. God immers is mijn getuige, hoezeer ik naar u allen verlang in de liefde van Jezus Christus. En dit is mijn bede: dat uw liefde meer en meer moge toenemen door kennis en volledig begrip, en gij daardoor tot beter inzicht van het goede moogt komen; opdat gij rein en zonder smet moogt zijn tegen de dag van Christus, rijk beladen met vrucht van gerechtigheid door Jezus Christus tot eer en glorie van God.

Evangelie
Mt. 22, 15-21
In die tijd gingen de farizeeën heen en beraadslaagden, hoe zij Jezus met een strikvraag zouden vangen. En zij zonden hun leerlingen op Hem af, samen met de Herodianen, om te vragen: Meester, wij zijn overtuigd, dat Gij oprecht zijt, en de weg Gods naar waarheid leert, en niemand naar de ogen ziet; want Gij kent geen aanzien des persoons. Zeg ons dus: Wat dunkt U: Is het geoorloofd aan de keizer belasting te betalen, of niet? Maar Jezus doorzag hun boos opzet, en zei: Wat tracht gij Mij op de proef te stellen, huichelaars! Laat Mij eens een belastingpenning zien! Zij hielden Hem dan een tienling voor. En Jezus vroeg hun: Van wie is dat beeld en dat opschrift? Zij antwoordden hem: Van de keizer. Toen zei Hij hun: Geeft dan aan de keizer, wat van de keizer, en aan God, wat van God is.

Overweging
Aan God komt alles toe: lichaam, ziel en wil, want van Hem ontvingen wij dat alles, en door Hem wordt het behouden en vermeerderd. Daarom is het passend dat wij alles teruggeven aan Hem, aan Wie wij zowel begin als voortgang verschuldigd zijn. Geef Hem de bron, dan geeft u Hem alles wat uit de bron voortvloeit. Geef Hem de innerlijke citadel van de ziel, schenk Hem uw hart en uw geest. Dat alles komt God toe. Pas dan zijn wij in staat om te begrijpen waarom Jezus in het Evangelie van vandaag op de strikvraag van de herodianen zegt: “Geeft aan de keizer, wat van de keizer is, en aan God, wat van God is.” In feite vraagt Jezus ons alles wat substantieel en wezenlijk is aan God te geven, en het tijdelijke aan de keizer.

Dit antwoord is voldoende, want als wij werkelijk ons binnenste overleveren aan God, dan zal Zijn rijk zich uitbreiden over alle wijken en buitenposten van het leven die aan onze uitwendige activiteiten verbonden zijn, dus over ons doen en over ons spreken. Deze vestiging van Gods heerschappij over al onze daden, het uitvloeien van Zijn rijk naar alle uithoeken van ons bestaan, verloopt bij de ene mens vlugger dan bij de andere. Dit is onder meer afhankelijk van ons temperament. Maar dit proces gaat altijd gepaard met het regelmatig afleggen van de biecht.

In ons innerlijk ligt de toegangspoort van Gods genade. Maar hoe houden wij die poort geopend? Dat doen we eerst en vooral door gebed en door beschouwing van de goddelijke mysteries; door het gesprek dat geen einde neemt, dat een voedzaam zwijgen wordt, geobserveerd voor het aanschijn van de Heer; met andere woorden door de gemeenschap van onze menselijke geest met de Geest Die heiligt.

Aan God komt alles toe, omdat alles wat wij Hem kunnen offeren reeds lang voordat wij het aan Hem offeren van Hem is. En toch verlangt Hij deze offergave. God, Die niets behoeft, vraagt ons Hem Zijn eigen gaven aan te bieden, omdat Hij Zichzelf aan ons wil meedelen, wanneer wij Hem met liefde benaderen. Als wij Hem onze oude mens geven, dan krijgen wij een nieuwe en geheiligde natuur terug die bestemd is om eeuwig in Zijn heerlijkheid voort te leven.

Alles wat wij aan God geven, dat krijgen wij in overvloed terug. Dat begint reeds hier op aarde door het alles overtreffende geloof, en door de vrede die dit geloof ons schenkt als begin van het eeuwig leven.

19 oktober 2021

Zalige Jerzy Popieluszko, priester en martelaar voor de vrijheid

Miljoenen Polen begroeten paus Johannes Paulus II als hij in 1978 voor het eerst als paus zijn vaderland bezoekt. Drie meisjes maken zich klaar hem een brief te overhandigen, maar de geheime politie pakt die af. Niemand ziet het, behalve een jonge priester. In zijn misgewaad springt hij over de afzetting en eist dat het schrijven wordt teruggegeven. De mannen geven de brief terug. De meisjes interesseren hun niet meer, de priester wel: Jerzy Popieluszko.

Terwijl hij op het seminarie studeerde moest hij dienen in het leger. Een officier dwingt Jerzy zijn rozenkrans te vertrappen. Als hij weigert, wordt hij onbarmhartig geslagen en een maand lang opgesloten. Later moet hij voor zijn Mariamedaille uren in de ijsregen staan. Na zijn priesterwijding wordt hij aalmoezenier onder de staalarbeiders op de Noord-Poolse scheepswerf van Gdansk.

Als in 1980 stakers onder leiding van elektriciën Lech Walesa weigeren om de werf te verlaten kijkt de wereld apathisch toe. De arbeiders eisen dat een priester op 15 augustus de heilige Mis komt opdragen. Hun keuze valt op Jerzy Popieluszko. Hij hoort die dag non-stop biecht.

Generaal Jaruzielski kondigt onder druk van de Sowjet-Unie de staat van beleg af. De verworven vrijheid wordt aan banden gelegd, kruisbeelden worden uit scholen verbannen. Jerzy Popieluszko’s maandelijkse ‘Mis voor het vaderland’ trekt vijftienduizend gelovigen. “Bestrijd kwaad met goed”, roept hij.

In 1983 wordt Jerzy Popieluszko gearresteerd. In zijn huis worden grondstoffen voor een bom ‘gevonden’. Na ingrijpen van de aartsbisschop wordt hij vrijgelaten. Paus Johannes Paulus II zendt hem zijn rozenkrans.

19 oktober 1984: De auto met Jerzy Popieluszko wordt tot stilstand gedwongen. Hij probeert te ontsnappen, maar wordt mishandeld en geboeid. Dezelfde avond wordt zijn nog levende lichaam in de rivier de Wisia geworpen.

Nadat zijn zwaar verminkte lichaam op 30 oktober 1984 wordt gevonden, overwinnen een half miljoen Polen hun angst en wonen de begrafenis bij. Op 6 juni 2010 werd hij in Warschau zalig verklaard, waarbij kardinaal Angelo Amato de paus vertegenwoordigde. De moeder van de zaligverklaarde, Marianna Popiełuszko was aanwezig. Meer dan 100.000 gelovigen woonden de plechtigheid bij.

17 oktober 2021

Getuigenis over de effecten van het bidden van de Rozenkrans (father Jonathan Meyer)

Eenentwintigste zondag na Pinksteren

Epistel
Ef. 6, 10-17
Broeders: Zoekt uw sterkte in de Heer en in Zijn alvermogende kracht. Trek de wapenrusting Gods aan, om stand te kunnen houden tegen de listige aanvallen van de duivel. Want onze strijd gaat niet tegen vlees en bloed, maar tegen de vorsten en machten en wereldbeheersers der duisternis, tegen de boze geesten in de lucht. Grijpt daarom naar de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden op de kwade dag, en in volle uitrusting pal te staan. Houdt u dus gereed, de lendenen omgord met de waarheid, gestoken in het pantser van gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidwilligheid voor het evangelie des vredes; blijft in alle omstandigheden vasthouden het schild des geloofs, waarmede gij alle gloeiende pijlen van de boze vijand kunt doven; neemt daarbij de helm van het heil en het zwaard van de Geest, dat is het Woord Gods.

Evangelie
Mt. 18, 23-35
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen deze gelijkenis voor: het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die afrekening wilde houden met zijn dienaren. En toen hij met afrekenen was begonnen, werd er iemand voor hem gebracht, die hem tienduizend talenten schuldig was. Daar hij echter niets had om te betalen, gaf zijn heer bevel hem te verkopen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had, en zo de schuld te voldoen. Maar de dienaar viel voor hem neer, en smeekte: Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen! Toen kreeg de heer medelijden met zijn dienaar, liet hem weer vrij, en schold hem de schuld kwijt. Maar toen deze dienaar wegging, trof hij een van zijn mededienaren, die hem honderd tienlingen schuldig was; en hij greep hem bij de keel, en zeide; Betaal wat gij schuldig zijt! En zijn mededienaar viel neer en smeekte hem: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen! Doch de ander wilde dat niet; maar hij ging heen, en liet hem in de gevangenis werpen tot hij zijn schuld zou betaald hebben. Toen nu zijn mededienaren dat zagen gebeuren, werden zij zeer bedroefd; en zij gingen naar hun heer en deelden hem alles mede, wat er voorgevallen was. Toen liet zijn heer hem roepen, en sprak tot hem: Slechte knecht! Heel uw schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat gij het mij gevraagd hebt; moest gij dan ook geen medelijden hebben met uw medeknecht, zoals ik medelijden heb gehad met u? En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij geheel zijn schuld zou betaald hebben. Zo zal ook Mijn hemelse Vader doen met u, als gij allen niet van harte vergiffenis schenkt aan uw broeder.

Overweging
Elke dag bidden wij in het gebed dat Christus Zelf ons leerde, om vergeving van onze schuld. Elke dag vragen wij dus onze hemelse Vader hetzelfde: dat Hij ons onze zonden vergeef. Onze slechte gedachten, kwade gesprekken of daden, ons nalatig omgaan met Zijn genade en gaven. Maar zijn wij ons er eigenlijk van bewust dat wij elke dag ook ontelbare mogelijkheden hebben om hetzelfde te doen jegens onze naasten? “En vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.” Het Evangelie van deze zondag stelt ons zeer duidelijk voor ogen in welk verband wij dit gebed moeten zien.

Een koning houdt afrekening met zijn dienaren. Zij komen hem verslag brengen van hun handelingen. Spoedig wordt er een binnengebracht (hij had zelf weg willen blijven, maar hij wordt gedwongen te verschijnen) die veel schulden had gemaakt. Dat was zo een enorm bedrag dat hij met zijn gehele privé-bezit het nooit zou kunnen vergoeden. Hij had door onverantwoorde uitgaven, door allerlei geknoei, het geld van de koning verkwist. Nu het uur om te betalen daar is heeft hij niets. De conclusie is volgens het gebruik van die tijd voor de hand liggend: hijzelf wordt als slaaf verkocht, zijn vrouw en kinderen ondergaan eenzelfde lot en zijn inboedel wordt onder de hamer gebracht. Maar dan gebeurt er iets heel onverwachts. De koning is grootmoedig. Hij heeft medelijden en scheldt de dienaar de gehele schuld kwijt.

De dienaar heeft de goedheid van zijn koning ervaren, maar hij had zelf geen medelijden met een van zijn mededienaars. Door zijn gebrek aan medelijden werd hij uiteindelijk bestraft. Wat heeft dat alles met ons te maken? De les staat aan het einde van het Evangelieverhaal: “Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als gij allen niet uw broeder van harte vergeeft.” Wij allen staan tegenover God in de verhouding van de dienaar tegenover zijn koning. Het is beslist fout om te denken, dat Christus met de persoon van de dienaar die zijn koning tienduizend talenten schuldig was alleen de grote zondaars heeft bedoeld.

God is oneindig goed. Hij is waarlijk goddelijk goed. Doch wij zijn daarvan niet voldoende overtuigd: dit leeft niet in ons. Een van de oorzaken hiervan is dat wij onze schuld tegenover God niet voldoende beseffen. Het beeld in de parabel is aangrijpend genoeg, maar de werkelijkheid is oneindig erger. Geen menselijke verhouding kan dat uitdrukken. Als wij ons van geen zware zonden bewust zijn, menen wij dat onze schuld tegenover God niet groot is. Dagelijkse zonden zijn niet zo erg, menen wij. Bovendien komen ze zo vaak voor dat wij ze niet meer merken. Maar de grootte van een belediging wordt allereerst afgemeten naar de waardigheid van degene, die ze wordt toegevoegd.

God is de oneindige Majesteit; onze zonden zijn een onmetelijke belediging van deze goddelijke Majesteit. En elke dag beledigen wij Hem wederom. Wij zouden nooit onze onbegrijpelijk grote schuld kunnen betalen. En deze wordt ons ineens kwijtgescholden. De schuld van Adam, de schuld van al mijn persoonlijke zonden, al mijn genadeverkwisting, het schuldig missen van mijn prachtige kansen – dat alles wordt ineens kwijtgescholden. God, de Liefde Zelf, heeft Zich in Jezus Christus neergebogen over onze ellende. De Vader in de hemel wordt niet moe ons te vergeven om het dierbaar bloed van Zijn Zoon. Telkens opnieuw als wij Hem met een oprecht hart om vergiffenis vragen, vergeeft Hij de schuld, hoe groot zij ook moge zijn.

Elke mens is zoals deze dienaar. Wij zijn tegelijkertijd schuldenaars tegenover God en schuldeisers tegenover de medemens. Willen wij Gods barmhartigheid ervaren, dan moeten wij zelf bereid zijn om te vergeven. In het groot en in het klein (dat komt dagelijks voor). Er zal eens een rechtvaardige vergelding komen. En deze verloopt volgens onze eigen maatstaf. God zal met ons omgaan zoals wij met anderen omgaan. En vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.

16 oktober 2021

Ernstige hinder in bereikbaarheid Agneskerk op zondag 17 oktober

Wees gedachtig dat gij de dag des Heren heiligt (derde gebod).

Zondag 17 oktober a.s. vindt de marathon van Amsterdam plaats. Het parcours loopt ook dit jaar weer langs onze kerk over de Amstelveenseweg, en zal een groot deel van het verkeer naar en van de stad ontwrichten. De bereikbaarheid van onze kerk is die dag dan ook bijzonder lastig. Het openbaar vervoer wordt namelijk voor een groot deel stilgelegd.

Met de auto blijft de kerk bereikbaar vanaf de Cornelis Lelylaan en de Overtoom via de A10-West (S106) tot aan het Hoofddorpplein. Vanaf daar is het circa 15 minuten lopen naar de kerk.

Deze dag rijden tot circa 18.00 uur tram 5, 14 en 24 en bus 65 niet en rijden tram 1, 2, 3, 4, 12, 19 en bus 15, 22, 37, 40, 41 en 62 een aangepaste route.

15 oktober 2021

15 oktober: Heilige Teresia, maagd en Kerklerares

Teresia werd geboren op 28 maart 1515 in de Spaanse vestingstad Avila. Haar volledige naam was Teresa Sanchez Cepeda Davila y Ahumada. Ze was een zeer begaafd kind met een vurig geloof. Zo wilde ze naar Noord-Afrika om daar als martelaar te sterven. Op 18-jarige leeftijd trad ze in de Orde van O.L. Vrouw van de Karmel in het klooster van de Menswording in Avila.

Na een mystieke ervaring van het Lijden van Christus stichtte ze ondanks veel tegenwerking in 1562 het Sint-Jozefklooster te Avila. Daar begon de hervorming van de Karmelorde. Doel van de hervorming was de ontwikkeling van een spiritualiteit die zij de Weg van de Volmaaktheid noemde.

Vanaf 1567 breidde de nieuwe beweging zich zeer snel uit, ook dankzij Teresia's geestverwant Johannes van het Kruis. Deze mysticus hervormde de karmelietenkloosters. Teresia had een druk leven van afmattende reizen van het ene klooster naar het andere. Tussendoor bad ze vaak in eenzaamheid. Ze zocht God in het binnenste van haar hart. Hierover schreef ze in opdracht van haar biechtvaders het indrukwekkende boek 'Castillio interior' (‘De innerlijke burcht’). Daarin vergeleek ze de ziel met een kasteel. In het centrale vertrek woont God, maar de duivel houdt de mens in de buitenste vertrekken. Alleen de zuivere ziel kan met God contact maken. In haar autobiografie spreekt Teresia van een mystieke doorboring van haar ziel. Daarbij bracht de liefde van God haar in extase.

Teresia overleed te Alba de Tormes op 4 oktober 1582, de laatste dag van de Juliaanse kalender. De volgende dag was het de 15e oktober van de Gregoriaanse kalender, vandaar dat op die dag haar gedachtenis wordt gevierd.

Paus Gregorius XV verklaarde Teresia heilig in 1622 samen met Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius, Isidorus en Philippus Neri. In 1617 riep het Spaanse parlement haar uit tot Patrones van Spanje. Paus Paulus VI verleende haar in 1970 de titel van Kerklerares.

In Alba de Tormes worden haar hart en rechterarm bewaard en vereerd. Teresia is patrones van Spanje, tegen lichamelijke ziekten en hoofdpijn, van kantmakers en -werkers, van religieuzen, van zieken en van mensen die vanwege hun vroomheid belachelijk worden gemaakt.

13 oktober 2021

13 oktober: Heilige Eduardus, koning en belijder

Eduardus werd geboren in het jaar 1003 in Oxford, Engeland, als zoon van koning Ethelred II en koningin Emma. Nadat koning Ethelred door een Deense invasie was onttroond, werden Edward en zijn broer Alfred weggevoerd naar Denemarken om daar te worden gedood. De Deense officier die met die taak werd belast ontfermde zich echter over de jongens en stuurde ze naar Zweden. Vanuit dat land werden ze overgebracht naar Hongarije en kwamen daar onder hoede van de koning.

Eenmaal volwassen geworden verhuisden de broers naar Normandië en wachtten op een kans om terug te keren naar Engeland. In 1035 probeerden Edward en Alfred de kroon van Engeland te heroveren, maar dat mislukte. Alfred werd gedood en Edward keerde terug naar Normandië. In 1042 ging hij opnieuw naar Engeland en werd toen bij acclamatie tot koning gekozen. Hij besteeg de troon op 3 april van dat jaar. Edward stond bekend als een rechtvaardige en waardige koning. Hij genoot veel steun bij het volk.

Tijdens zijn bewind sloeg Edward menig invasie af, hij droeg bij aan het herstel van de monarchie in Schotland, hij schafte onrechtvaardige belastingen af, en hij stond bekend om zijn vrijgevigheid aan armen en vreemdelingen en om zijn vroomheid en liefde tot God.

Om het volk te behagen trouwde hij met Godwina, dochter van de graaf van Wessex, maar het koningspaar leidde een leven in onthouding. Hij zou de gave van genezing door aanraking hebben gehad.

Hij bouwde vele kerken, waaronder de beroemde Westminster Abbey.

Op 5 januari 1066 stierf hij door een natuurlijke dood. In 1161 werd hij heilig verklaard door paus Alexander III. Hij is patroon van kinderloze echtparen, van de Britse koninklijke familie, van koningen, en van gescheiden echtgenoten. Hij is een van de patronen van Engeland.

Eduardus wordt vaak afgebeeld terwijl hij een melaatse geneest, met een zieke man op zijn schouders of als oudere koning die een ring geeft aan de apostel Johannes die vermomd is als bedelaar. De laatste afbeelding stoelt op een verhaal dat vertelt over koning Edward die een ring schonk aan een bedelaar in de buurt van Westminster Abbey. Enkele jaren later troffen enkele pelgrims uit Engeland in het Heilig Land een oude man die zich uitgaf voor de apostel Johannes. Hij gaf hun de ring mee met de opdracht deze aan koning Edward terug te geven met de mededeling dat hij binnen zes maanden zou sterven. En zo geschiedde het.

11 oktober 2021

11 oktober: Moederschap van de heilige maagd Maria, feest

Salve Mater Misericordiae



Refrein:
Salve Mater misericordiae, Mater Dei et Mater veniae, Mater spei et Mater gratiae, Mater plena Sanctae Letitiae, O Maria!


Salve decus humani generis. Salve Virgo dignior ceteris, quae virgines omnes transgrederis et altius sedes in superis. O Maria!

Salve felix Virgo puerpera: Nam qui sedet in Patris dextera, Caelum regens, terram et aethera, Intra tua se clasit viscera. O Maria!

Esto, Mater, nostrum solatium: Nostrum esto, tu Virgo, guadium, et nos tandem post hoc exsilium, Laetos juge choris caelestium. O Maria!

10 oktober 2021

Lovely Lady dressed in blue



Twintigste zondag na Pinksteren

Het Laatste Oordeel (Fra Angelico)

Epistel
Efesiërs 5, 15–21
Broeders, zorgt ervoor dat gij met alle omzichtigheid uw levenswandel inricht; niet als onverstandigen, maar als wijze mensen, die de tijd benutten; want het zijn kwade dagen. Weest daarom niet kortzichtig, maar toont begrip voor de wil van God. Bedrinkt u niet aan wijn; want daaruit volgt losbandigheid; maar vervult u met de Heilige Geest, en spreekt onder elkander in psalmen en lofgezangen en geestelijke liederen, terwijl gij de Heer lofzingt in uw harten; en brengt zonder ophouden voor alles dank aan onze God en Vader in de Naam van onze Heer Jezus Christus. Weest aan elkander onderdanig in de vreze van Christus.

Evangelie
Johannes 4, 46–53
In die tijd was er een zekere hofbeambte, wiens zoon ziek lag te Kafarnaüm. Toen hij hoorde, dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen, ging hij naar Hem toe, en verzocht Hem om zijn zoon te komen genezen; want deze lag op sterven. Jezus nu sprak tot hem: “Als gij geen tekenen en wonderen ziet, gelooft gij niet”. De hofbeambte zeide tot Hem: “Heer, kom toch, vóórdat mijn zoon sterft!” Jezus sprak tot hem: “Ga heen, uw zoon is weer beter!” De man geloofde het woord, dat Jezus tot hem sprak, en ging heen. Toen hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem tegemoet en berichtten hem, dat zijn zoon weer beter was. Hij vroeg hun dan naar het uur, waarop de beterschap was ingetreden. En zij antwoordden hem: “Gisteren in het zevende uur heft de koorts hem verlaten.” Toen bemerkte de vader, dat dit juist het uur was, waarop Jezus tot hem zeide: “Uw zoon is weer beter.” En hij aanvaardde het geloof, hij zelf en geheel zijn huisgezin.

Overweging
De woorden van Jezus tot de hofbeambte wekken misschien onze verbazing. Een vader, wiens zoon doodziek is, komt en vraagt om genezing. En dan wordt hij zo hard aangepakt: “Als gij geen tekenen en wonderen aanschouwt, gelooft gij niet!” In plaats van medelijden krijgt de vader van het stervende kind een soort verwijt. Dit verwijt was echter in het algemeen bedoeld en duidde op het gebrek aan geloof dat Jezus overal ontmoette. Zeker was het geloof van de hofbeambte niet volmaakt, want hij meent dat Jezus persoonlijk aanwezig moet zijn om zijn kind te kunnen genezen.

Nu Hij de hofbeambte aantreft die, zonder begrip te tonen voor de eigenlijke zending van Jezus, Hem een louter persoonlijke gunst vraagt en op een wijze die de onvolmaaktheid van zijn geloof in een helder licht stelt, ziet Hij in deze man het type, een categorie uit het joodse volk, met zijn aardse instelling. Het is precies deze mentaliteit, die de ogen van de joden zal sluiten voor het geestelijke karakter van Jezus' zending en het conflict tussen Hem en Zijn volk veroorzaakt. “Als gij (meervoud!) geen wonderen ziet, gelooft gij niet.”

Onze Zaligmaker is gekomen om een geloof te wekken dat niet op wonderen en tekenen gebaseerd is, maar dat zich rechtstreeks richt op Zijn goddelijke Persoon. “Zalig zijn zij die niet gezien en toch geloofd hebben.” (Joh. 20, 29). Geloven zonder tekenen te zien, zonder wonderen, alleen op het woord van Christus, dat is wat Hij van ons verlangt. Dit is wat Christus van Zijn geliefde uitverkorenen eist: een volmaakt geloof. Een vaste houding van de ziel, gericht op het woord, die wonderen noch gebedsverhoringen nodig heeft. Ons geloof mag niet op onze eigen belangen en noden gebaseerd zijn, maar alleen op God, Die wij door ons leven moeten verheerlijken.

Christus vraagt het geloof in de eerste plaats van degenen die zich tot Hem richten. En Hij vraagt een volmaakt geloof, dat alleen op Zijn woord bouwt. Dat wil niet zeggen dat wij geen wonderen of tekenen mogen vragen. Maar ons geloof mag er niet van afhangen. Wie onvolmaakt gelooft, zal zich van zijn verhouding tot God willen bedienen om bepaalde gunsten te verkrijgen. En als hij meent dat zijn gebed niet verhoord wordt, zal zijn geloof nog zwakker worden. De ware leerling van Christus wankelt nooit. Zijn geloof in God groeit door alles heen en vindt gelijkelijk voedsel in succes en mislukking. Vasthouden aan God, soms tegen alle hoop in, maar alleen omdat Hij ons nooit in steek laat, is in werkelijkheid het voortdurende wonder van Gods liefde, dat alles overtreft.

9 oktober 2021

Pater Leontyev teruggekeerd in Amsterdam

Na een afwezigheid van circa een jaar is pater Vitaly Leontyev FSSP (foto) teruggekeerd op de pastorie in Amsterdam.

Pater Leontyev, die van Russische afkomst is, heeft nu een visum gekregen om als priester in Nederland werkzaam te zijn.

7 oktober 2021

7 oktober: Onze Lieve Vrouw van de heilige Rozenkrans, feest

De heilige paus Pius V bepaalde dat deze feestdag gevierd moest worden op de verjaardag van de zeeslag bij Lepanto, die plaats vond op 7 oktober 1571 (dit jaar 450 jaar geleden). Bij deze slag versloegen christelijke troepen de Turkse Ottomanen. Pius (1566-1572) schreef deze overwinning op de Turkse agressie toe aan de hulp van de maagd Maria, verkregen door het bidden van de Rozenkrans.

Dit gebed werd vooral verspreid door de orde der Dominicanen. Zij leerden de gelovigen een meditatiemethode waarbij de mysteries van Christus worden overwogen door middel van het veelvuldig herhalen van het Weesgegroet.

Veel pausen hebben de gelovigen aangespoord tot het bidden van de Rozenkrans. Paus Leo XIII (1878-1903) heeft er zelfs negen encyclieken aan besteed. Maria heeft zelf bij al haar verschijningen het belang van de Rozenkrans onderstreept. Paus Pius XI (1922-1939) heeft in zijn encycliek van 29 september 1937 sterk aangedrongen op het bidden van de Rozenkrans, om rampen af te weren die onze wereld bedreigen, zoals het moderne heidendom.

Vooral in de maanden mei (Mariamaand) en oktober (Rozenkransmaand) wordt de Rozenkrans gebeden. Verstandiger zou het zijn de Rozenkrans dagelijks ter hand te nemen.

Het gebruik van de Rozenkrans dateert uit de elfde eeuw. Ze bestaat uit 50 Weesgegroeten en vijf Onzevaders. In drie dagen tijd kan men de hele Rozenkrans gebeden hebben. Iedere dag bidt men dus een rozenhoedje.
Het aantal 150 (3x50) is overgenomen van het aantal psalmen (vandaar de naam Psalterke van Maria). In de 14e eeuw werd er na tien Weesgegroetjes het Onzevader gebeden.

De overweging van de geheimen dateert eveneens uit die tijd. Zij vestigen onze aandacht op de overweging van het mysteries van Christus, waarin de maagd Maria ons is voor gegaan doordat zij op unieke wijze verbonden was met de menswording, het lijden en sterven, en de glorievolle verrijzenis van Gods Zoon.

Op het eerste gezicht lijkt de Rozenkrans een Mariaal gebed, maar in feite is het - door het overwegen van de geheimen - een gebed dat volledig op Christus is gericht.

3 oktober 2021

Litanie van Maria (Litanie van Loreto)



Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

Drie H.H. Missen op zondag

Met ingang van vandaag, zondag 3 oktober, zijn er op zondagen drie H.H. Missen in onze kerk. Naast de gezongen Hoogmis die om 11.00 uur begint zijn er twee gelezen heilige Missen, namelijk om 9.45 en om 12.45 uur.

Negentiende zondag na Pinksteren

Velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.

Epistel
Efes. 4, 23–28
Broeders, vernieuwt u zelf wat uw geestelijke gesteltenis betreft, en bekleedt u met de nieuwe mens, naar Gods beeld geschapen in gerechtigheid en heiligheid, die voortvloeit uit de waarheid. Daarom moet gij de leugen afleggen en ieder tegenover zijn evenmens de waarheid spreken; want wij zijn ledematen ten opzichte van elkander. Als gij toornig wordt, zondigt dan niet; laat de zon over uw gramschap niet ondergaan. Geeft de duivel geen kans. Wie een dief was, moet zorgen voortaan niet meer te stelen; laat hij liever werken en met eigen handen nuttige arbeid verrichten, om zo iets te hebben, dat hij kan geven aan iemand, die gebrek lijdt.

Evangelie
Mt. 22, 1–14
In die tijd richtte Jezus Zich in gelijkenissen tot de opperpriesters en farizeeën, en sprak: Het rijk der hemelen gelijkt op een koning, die een bruiloftsmaal aanrichtte voor zijn zoon. En hij zond zijn dienaren uit, om de genodigden ter bruiloft te roepen, maar zij wilden niet komen. Opnieuw zond hij andere dienaren met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Ziet, mijn gastmaal staat gereed, mijn ossen en mestvee zijn geslacht, en alles is klaar; komt nu ter bruiloft! Maar zij stoorden zich er niet aan, en gingen heen, de een naar zijn landgoed, de ander naar zijn zaken; en weer anderen grepen zijn dienaren vast, mishandelden hen en bracht hen om het leven. Toen de koning dit hoorde, ontstak hij in toorn; hij zond zijn legers, verdelgde de moordenaars, en stak hun stad in brand. Vervolgens zei hij tot zijn dienaren: Het bruiloftsmaal is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten van de wegen, en roept allen ter bruiloft, die gij daar vindt! En zijn dienaren gingen heen naar de wegen, en brachten allen, die zij vonden, bijeen, slechten zowel als goeden; en de bruiloftszaal werd met gasten gevuld. Toen nu de koning binnentrad om de gasten te zien, bemerkte hij er één zonder bruiloftskleed aan. En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed aan? Maar de ander stond sprakeloos. Toen zei de koning tot zijn dienaren: Bindt hem handen en voeten, en werpt hem naar buiten in de duisternis: daar zal geween zijn en geknars der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Overweging
Zij, die het eerst op het bruiloftsmaal werden verwacht, hebben de stem van God, die hen riep, niet herkend, omdat zij te diep verwikkeld waren in alle mogelijke aardse aangelegenheden en beslommeringen. Dit gevaar bestond niet alleen toen voor hen, maar dat bestaat ook vandaag nog voor ons. Juist daarom vraagt de Kerk in het openingsgebed en in het slotgebed voor ons dat God ons mag verlossen uit de lichamelijke en geestelijke banden – dat is onze neiging tot de zonde – en ons de nodige vrijheid schenkt om ons te wijden aan het volbrengen van Zijn Wil die Hij ons heeft geopenbaard toen Hij ons door het doopsel riep tot het bruiloftsmaal dat het eeuwig leven is.

2 oktober 2021

Van de pastoor: Rozenkransnoveen voor de Traditie

Stella Matutina, ora pro nobis
Morgenster, bid voor ons

Beminde gelovigen,

De nieuwe overste van het Duitstalige district van de Sint-Petrusbroederschap, pater Stefan Dreher, onder wiens bestuur wij in Nederland ook vallen, heeft bepaald dat in alle apostolaten van de broederschap in de maand oktober een bijzondere Mariale devotie moet plaatsvinden onder de ons toevertrouwde gelovigen om de bescherming van de hemelse Moeder af te smeken over onze broederschap in deze voor de traditie onzekere tijden.

Het is zijn wens dat alle gelovigen deelnemen aan een Rozenkransnoveen, thuis of in de kerk, voorafgaand aan de dagelijkse heilige Mis. De noveen begint op de zogenaamde Rozenkranszondag 3 oktober en eindigt op maandag 11 oktober, het feest van het Moederschap van Maria. Wij zullen de Rozenkrans dan bidden voor de volgende intenties:
• Voor iedereen in de kerkelijke hiërarchie, die besluiten moet nemen over de traditionele Latijnse Mis en de priesterbroederschap Sint Petrus;
• voor alle priesters en seminaristen van de broederschap: dat zij trouw, met eerbied en in gehoorzaamheid hun dienst in de Kerk voortzetten;
• voor alle gelovigen in onze apostolaten en alle mensen die met de traditionele Latijnse Mis verbonden zijn: dat zij de moed niet verliezen, maar door de genade van God gesterkt worden om glorievol uit de beproeving te komen.

Ik vraag u om met uw Rozenkransgebed hierbij aan te sluiten, want verenigd in het vertrouwen op de kracht van het gebed kunnen bergen worden verzet.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

Dagelijks wordt in onze kerk de Rozenkrans gebeden, voorafgaand aan de heilige Mis.

2 oktober: Heilige Engelbewaarders

"Zie, Ik zend Mijn engel voor u uit om u onderweg te beschermen en u te brengen naar de plaats die Ik heb vastgesteld. Heb aandacht voor hem en luister naar zijn woord." (Ex. 23,2)

"Hoedt u ervoor een van deze kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van Mijn Vader Die in de hemel is." (Mt. 18, 10)

Op deze dag eert de Kerk de engelen die van God de opdracht hebben gekregen om de mens te beschermen tegen het kwaad. Engelen zijn volgens Schrift en Traditie onsterfelijke en persoonlijke schepselen. Engelen beschikken over intelligentie en een vrije wil; zij zijn van puur geestelijke aard. Met heel hun wezen zijn zij dienaren en boodschappers van God. Doordat zij God zien zoals Hij is, kennen ze ook Zijn wil en voeren deze uit.

Over de beschermengelen zegt de catechismus: "Vanaf de kinderjaren tot de dood is het menselijk leven omringd door de bescherming en voorspraak van engelen. Iedere gelovige wordt terzijde gestaan door een engel om hem als hoeder en herder naar het leven te leiden."

Als wij vol deemoed de engelen aanroepen erkennen wij Gods heerlijkheid. Zij staan voor God en loven Hem onophoudelijk.

Van oudsher wordt de engelbewaarder bij het ochtend- en het avondgebed aangeroepen:

Engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie de goddelijke Goedheid mij heeft toevertrouwd: verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij. Amen.

1 oktober 2021

1 oktober: Heilige Bavo, belijder, patroon van het bisdom Haarlem-Amsterdam, hoogfeest

Bavo wordt rond het jaar 589 geboren in de buurt van Luik en krijgt de naam ‘Allowin’. Zijn familie is welvarend en invloedrijk. Allowin groeit uit tot een wrede, arrogante man met weinig inlevingsvermogen. Hij wordt omschreven als een ‘tiran voor zijn onderdanen’ en zou sommige van zijn personeelsleden zelfs uit haat als slaaf verkocht hebben. Het onvriendelijke karakter van de Vlaamse edelman verdwijnt echter als sneeuw voor de zon als zijn vrouw, en de moeder van zijn dochter, plotseling overlijdt. Allowin beseft hoe vergankelijk het leven is en besluit de jaren die hem resteren aan God te wijden. In eerste instantie gaat hij in een klooster wonen. Later wordt hij kluizenaar.

Talloze mensen wisten hem in hun nood te vinden; hij troostte en bemoedigde ze, en genas ze; hij wekte zelfs een dode tot leven. Totdat hijzelf getroffen werd door een vreselijke ziekte. Omstanders wisten te vertellen hoe zijn opgewektheid niet leed onder de helse pijnen. Omringd door gelovigen, vrienden en zijn geestelijk leidsman die hij had laten roepen om hem bij te staan, stierf hij in geur van heiligheid.

Behalve patroonheilige van Haarlem is Sint Bavo ook patroonheilige van Gent, Wilrijk, Sint-Baafs-Vijve, Heemstede, Zingem en Münster. Voorts is hij patroon voor een goede oogst en tegen long- of keelontsteking. Sint Bavo is beschermheilige van de valkeniers.

In 1946 schreef Gabriël Smit het volgende rijmpje over de heilige Bavo:

Sint Bavo, die zijn schatten zwaar,
zijn goed, zijn wapenen, zijn boeken,
verliet om alleen God te zoeken
tot hij Hem vond als kluizenaar,
geef dat mijn hart niet bouwt op geld,
maar slechts in God vertrouwen stelt.