Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 28 februari 2021, onder voorbehoud van wijzigingen.

Bidt u thuis ook mee?

Met de Rozenkransnoveen voor Kerk, gezin en vaderland: klik hier.
Om eerherstel te brengen aan Jezus in het Allerheiligste Sacrament: klik hier.


31 december 2020

Te Deum laudamus!



Te Deum laudamus: te Dominum confitemur.
Te aeternum Patrem omnis terra veneratur.
Tibi omnes Angeli, tibi Caeli, et universae Potestates.
Tibi Cherubim et Seraphim incessabili voce proclamant:
Sanctus, Sanctus, Sanctus Dominus, Deus Sabaoth.
Pleni sunt cæli et terra maiestatis gloriae tuae.
Te gloriosus Apostolorum chorus.
Te Prophetarum laudabilis numerus.
Te Martyrum candidatus laudat exercitus.
Te per orbem terrarum sancta confitetur Ecclesia,
Patrem immensae maiestatis:
Venerandum tuum, verum, et unicum Filium.
Sanctum quoque Paraclitum Spiritum.
Tu Rex gloriae, Christe,
Tu Patris sempiternus es Filius.
Tu ad liberandum suscepturus hominem, non horruisti Virginis uterum.
Tu, devicto mortis aculeo, aperuisti credentibus regna caelorum.
Tu ad dexteram Dei sedes, in gloria Patris.
Iudex crederis, esse venturus.
Te ergo quaesumus, tuis famulis subveni, quos pretioso sanguine redemisti.
Aeterna fac cum Sanctis tuis in gloria numerari.
Salvum fac populum tuum Domine, et benedic hereditati tuae.
Et rege eos, et extolle illos usque in aeternum.
Per singulos dies benedicimus te.
Et laudamus nomen tuum in saeculum, et in saeculum saeculi.
Dignare Domine, die isto sine peccato nos custodire.
Miserere nostri, Domine, miserere nostri.
Fiat misericordia tua, Domine, super nos, quemadmodum speravimus in te.
In te, Domine, speravi: non confundar in aeternum.
U, God, loven wij, U, Heer, prijzen wij.
U, eeuwige Vader, eert heel de aarde.
Tot U roepen alle Engelen, tot U de Hemelen en alle Machten.
Tot U de Cherubijnen en Serafijnen, zonder ophouden verkondend:
Heilig, Heilig, Heilig, de Heer, God der legerscharen.
Vol zijn hemel en aarde van de majesteit Uwer glorie.
U looft het roemvolle koor der Apostelen.
U de lofwaardige schaar der Profeten.
U het schitterend leger der Martelaren.
U prijst over heel het aardrijk de heilige Kerk:
de Vader, onmetelijk in majesteit,
Uw aanbiddelijke waarachtige en eengeboren Zoon,
alsmede de Vertrooster, de Heilige Geest.
Gij zijt de Koning der glorie, Christus.
Gij zijt van de Vader de eeuwiggeboren Zoon.
Gij, Die om de mens verlossing te brengen niet hebt geschroomd voor de schoot van een Maagd.
Gij, Die de prikkel van de dood hebt overwonnen, en voor de gelovigen het Rijk der hemelen hebt geopend.
Gij, Die zit aan Gods rechterhand in de glorie van de Vader;
Die als Rechter zult komen, zoals wij geloven.
U dan smeken wij: kom Uw dienaars te hulp, die Gij met Uw kostbaar Bloed hebt gered.
Laat ons geteld worden onder Uw Heiligen in de eeuwige glorie.
Schenk verlossing aan Uw volk, o Heer, en zegen Uw erfdeel.
Regeer hen, en leid hen opwaarts in eeuwigheid.
Elke dag opnieuw zegenen wij U,
en wij loven Uw Naam door de eeuwen, en door de eeuwen der eeuwen.
Wees genadig, Heer, spaar ons deze dag voor de zonde.
Ontferm U over ons.
Uw barmhartigheid, o Heer, strekke zich uit over ons, daar wij hoopten op U.
Op U, o Heer, heb ik gehoopt, niet beschaamd zal ik worden in eeuwigheid.

30 december 2020

Christe, Redemptor Omnium



Christe, redemptor omnium,
Ex patre, patris unice,

Solus ante principium
Natus ineffabiliter.

Tu lumen, tu splendor patris,
Tu spes perennis omnium,
Intende, quas fundunt preces
Tui per orbem servuli.

Salutis auctor recole,

Quod nostri qoundam corporis
Ex illibata virgine

Nascendo formam sumpseris.

Hic praesens testatur dies
Currens per anni circulum,
Quod solus a sede patris
Mundi salus adveneris.

Hunc caelum, terra, hunc mare,
Hunc omne, quod in eis est,
Auctorem adventus tui
Laudat exsultans cantico.

Nos quoque, qui sancto tuo
Redempti sumus sanguine,
Ob diem natalis tui

Hymnum novum concinimus.

Jesu, tibi sit gloria

Qui natus es de Virgine
Cum Patre et almo spiritu
In sempiterna saecula. Amen.
Christus, Verlosser van het al,
eens uit den Vader, enige Zoon,
alleen voor ’s werelds eerst begin
geboren onuitsprekelijk.

Gij, ’s Vaders licht en wederglans,
eeuwige verwachting van ’t heelal,
sla op Uw simpele dienaars acht,
alom ter wereld in gebed.

Gedenk, bewerker van ons heil,
hoe eens Gij onze lichaamsvorm
van uit de ongerepte Maagd

bij Uw geboorte hebt aanvaard.

Daarvan getuigt de huidige dag,
weerkerend in den kring van ’t jaar,
dat Gij alleen van ’s Vaders troon
als heil der wereld tot ons kwam.

Hem loven hemel, aarde en zee,
Hem looft alwat daarin vervat:
die eindelijk gekomen is

loven ze in opgetogen lied.

Maar ook wijzelf, die, losgekocht
zijn door Uw eigen heilig Bloed,
zingen op Uw geboortedag

U samen een nieuwe lofzang toe.

Jezus, U zijt de glorie

Die geboren is uit de Maagd

met de Vader en de Heilige Geest
in aller eeuwen eeuwigheid. Amen.

Paus kondigt Jozefjaar af

Paus Franciscus heeft 2021 uitgeroepen tot het jaar van Sint Jozef. Hij maakte dit bekend in zijn apostolische brief ‘Patris Corde’ op het hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria (8 december), omdat het op die dag precies 150 jaar geleden was dat zijn voorganger, de zalige paus Pius IX, de heilige Jozef uitriep tot patroon van de heilige Kerk. Onder die titel is Sint Jozef ook patroon van onze traditionele personele parochie.

Met dit speciale jaar, dat duurt tot 8 december 2021, wil de Paus de rol van de heilige Jozef als beschermer van de heilige Kerk extra benadrukken. Ook zijn rol als voedstervader wordt komend jaar extra belicht. De Kerk wil de devotie tot de ‘Bruidegom van de Moeder Gods’ extra stimuleren. Gelovigen kunnen in dit Jozefjaar op vele wijzen een volle aflaat verdienen.

29 december 2020

Es ist ein Ros entsprungen

Volle aflaat op Oud én Nieuw

Wie op Oudejaarsdag het Te Deum bijwoont in een kerk of kapel, maar ook wie op Nieuwjaarsdag (een verplichte feestdag) het Veni Creator bijwoont kan een volle aflaat verdienen onder de gebruikelijke voorwaarden van biecht, ontvangst van de heilige communie en volledige onthechting aan (zelfs de dagelijkse) zonde.

28 december 2020

O Kersnacht, schooner dan de daegen...

Dit gedicht is een fragment uit Joost van den Vondels toneelwerk 'Gijsbrecht van Aemstel' waarin het wordt vermeld als de koorzang 'Rei van Klarissen' die het derde bedrijf afsluit.

Dit deel gaat helemaal over de feestdag van vandaag: de heilige Onnozele Kinderen.

28 december: Heilige Onnozele Kinderen, martelaren

Zodra Herodes bemerkte, dat hij door de Wijzen om de tuin geleid was, ontstak hij in hevige toorn; hij zond zijn mannen uit en liet in Bethlehem en heel het gebied daarvan al de jongens vermoorden van twee jaar en jonger, in overeenstemming met de tijd waarnaar hij de Wijzen nauwkeurig had gevraagd. Toen ging in vervulling het woord dat door de profeet Jeremia gesproken was: "Een klacht werd in Rama gehoord, geween en luid gejammer: Rachel, wenend om haar kinderen, wil niet getroost worden, omdat zij niet meer zijn". (Mt. 2, 16-18)

Vandaag viert de Kerk het martelaarschap van de onschuldige jongetjes van Bethlehem die op gezag van koning Herodes de Grote werden vermoord. Het tweede hoofdstuk van het Evangelie van Mattheüs meldt dat Herodes bang was dat de komst van een nieuwe joodse koning het einde van zijn macht zou betekenen. Van de Wijzen uit het Oosten hoorde hij dat die nieuwe koning in Bethlehem geboren zou worden. Toen de Wijzen in een droom vernamen dat Herodes kwaadaardige bedoelingen had en het Kerstkind wilde doden, leidden ze hem om de tuin. Daarop ontstak Herodes in een hevige toorn.

De katholieke traditie leert dat God de onschuldige jongetjes van Bethlehem had voorbestemd om door hun dood te getuigen van de Messias. Sinds de vijfde eeuw worden zij daarom als heiligen vereerd. In de loop van de tijd werd Onnozele Kinderen een kerkelijk kinderfeest.

Ook de Onnozele (onschuldige) Kinderen staan rond de kribbe. Zij zijn de eerste martelaren die voor de pasgeboren Koning hun leven hebben gegeven.

In onze dagen
Helaas zijn de Herodessen van alle tijden. In onze tijd zijn ongeboren kinderen, jongetjes én meisjes, hun leven niet zeker. Zij geven hun leven niet rechtstreeks voor de Heer, maar zij zijn met miljoenen per jaar een bewijs van de barbarij in onze 'beschaving'. De slavernij is afgeschaft, de Holocaust is voorbij, maar de slachting van ongeboren kinderen gaat onverminderd door en wordt gepropageerd of ondersteund door instituties als de Verenigde Naties en de Europese Unie, door zogenaamde wereldleiders en door 'hulp'organisaties zoals Amnesty International, Unicef, Artsen zonder Grenzen, Stichting Kinderpostzegels en andere.

De Rooms-katholieke Kerk verdedigt als een van de weinige telkens weer en onverminderd het recht op leven vanaf de natuurlijke conceptie tot aan de natuurlijke dood, omdat het menselijk leven heilig is. Want het leven is niet van de mens, maar van God.

Bidden wij dat op voorspraak van de heilige Onnozele Kinderen van Bethlehem het kwaad van abortus in de wereld gestopt mag worden.

27 december 2020

All Bells in Paradise (Rutter)

Zondag onder het Octaaf van Kerstmis

Epistel
Gal. 4, 1-7
Broeders, al de tijd, dat een erfgenaam onmondig is, verschilt hij niets van een slaaf, al is hij ook de heer van alles is. Maar hij staat onder voogden en beheerders tot aan de tijd, die zijn vader heeft vastgesteld. Zo stonden ook wij, toen wij nog onmondig waren, als slaven onder de beginselen der wereld. Maar toen de volheid der tijden kwam, zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, om hen, die stonde onder de Wet vrij te kopen, opdat wij zouden worden aangenomen tot zonen. Welnu, gij zonen zijt, heeft God de Geest van zijn Zoon neergezonden in uw harten, en deze roept: Abba, Vader! Zodoende is men geen slaaf meer, maar zoon; doch wie zoon is, is ook erfgenaam door God.

Evangelie
Lc. 2, 33-40
In die tijd stonden Josef en Maria, de moeder van Jezus, verbaasd over hetgeen er van Hem gezegd werd. En Simeon zegende hen en sprak tot Maria, Zijn moeder: “Zie, deze is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat wordt tegengesproken, en ook uw ziel zal met een zwaard doorboord worden, opdat de gezindheid des harten van velen openbaar worde.” Daar was ook een profetes Anna, de dochter van Phanuel, uit de stam van Aser. Ze was hoogbejaard en na haar maagdelijke staat was zij zeven jaar gehuwd geweest, en nu was zij een weduwe van vierentachtig jaar. Altijd was zij in de tempel, en diende God dag en nacht in vasten en gebed. Juist op dat ogenblik verscheen zij daar ook, en zij loofde de Heer. En zij sprak over het kind tot allen, die vol verlangen uitzagen naar de verlossing van Israel. Toen zij alles volbracht hadden gedaan volgens de wet des Heren, zijn zij teruggekeerd naar Galilea, naar hun woonplaats Nazareth. Het Kind Jezus groeide op, en nam toe in krachten; Het werd vervuld van wijsheid, en de genade van God rustte op Hem.

Overweging
In de liturgie van de Kersttijd wordt vaak gesproken over de vrede die Christus zal brengen. Een van Zijn koninklijke titels is Princeps Pacis, Prins van de Vrede. Maar vandaag horen wij in het Evangelie iets anders. In zijn voorspelling zegt Simeon ons dat Jezus een teken van tegenspraak zal zijn. En dat klinkt zeker niet vreedzaam.

“Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er van Hem gezegd werd”, zo schrijft de evangelist Lucas. En inderdaad was tot nu toe bijna alles wonderbaarlijk geweest: de aankondiging van de blijde boodschap aan Maria door de engel Gabriël, de geboorte van Christus te Bethlehem, de verschijning en de zang van de engelen. En nu spreekt Simeon, “een rechtvaardig en godvrezend man, die verlangend uitzag naar de vertroosting van Israël en over wie de Heilige Geest was gekomen”, hoogst merkwaardige en bijna onbegrijpelijke woorden. Hij richt zich blijkbaar tot Jezus’ Moeder: “Zie, Hij is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken van tegenspraak; en een zwaard zal ook uw eigen ziel doorboren. Zo moeten de gedachten van veler harten worden ontsluierd."

De woorden van deze oude man klinken verbazingwekkend, vooral in deze sfeervolle Kersttijd, waarin men zou kunnen menen dat Jezus alleen zegen en geluk komt brengen. Wensen van vreugde, vrede, liefde en geluk worden zo vaak uitgesproken. En vandaag horen wij de profetie over de val en opstanding, over een teken van tegenspraak. Zulke woorden lijken bijna niet waar te zijn. En toch gaat de profetie van Simeon in vervulling. Velen gaan aan Hem ten onder, omdat zij Hem afwijzen, met Hem in een ondraaglijk conflict komen. Christus is inderdaad een teken van tegenspraak. Hij brengt vrede en redding aan hen die in Hem geloven, en verwerping van hen die Zijn boodschap willen niet aanvaarden.

Men kan aan Christus niet onverschillig voorbijgaan. Dat is niet mogelijk. Hij kent vurige en toegewijde vrienden en bittere vijanden. Hij daagt uit, Hij roept op, Hij trekt aan en Hij trekt mee… totdat de diepste gedachten van de mensen zich openbaren. Men kan niet buiten blijven. Ofwel ben ik met Hem en volg ik Hem, en luister ik naar Zijn stem, óf ik ben tegen Hem en verwerp Zijn woorden. Er is geen derde weg, geen tussenweg. Mensen die denken dat zij onverschillig kunnen blijven, ongeïnteresseerd in Zijn boodschap, zullen zich vroeger of later alliëren met Zijn vijanden. Zij sluiten hun hart af voor het Licht en blijven in de duisternis. Het kan echt niet anders.

Zo was het reeds tijdens Zijn leven; zo zal het blijven tot aan het einde der tijden. En ieder van ons is genoodzaakt zich over Hem uit te spreken, zo niet uitwendig, dan toch inwendig, tegenover God Zelf. Ieder krijgt deze vragen voorgelegd: “Wie is Christus voor u? Wat denkt u van Hem? Wat betekenen de Menswording van God en Zijn dood op het kruis voor u? Gelooft u dat dit kleine Kindje, dat in de kribbe ligt, uw Verlosser is?”

Heb ik deze vragen al beantwoord? Is mijn antwoord een volkomen overgave aan Zijn heilige wet, aan Zijn liefde met alle consequenties die daaruit voortvloeien? Ben ik trouw aan Hem in mijn levensbeschouwing, in het denken en doen. Of aarzel ik nog steeds? Blijf ik misschien nog aan de oppervlakte en durf ik niet diep te gaan? Ik durf niet omdat het leven volgens Christus’ wet een leven van lijden en beproeving is, een leven dat in de ogen van deze wereld verloren is. En ik ben niet van plan om met de wereld te breken. Uit angst en lafheid of door een gunst of een gemakkelijk leven.

Opnieuw staan wij voor de kribbe. Opnieuw wordt ons in het kleine Kindje de liefde van God voor ogen gesteld: Het ware Licht dat ons verlicht. Iedereen wordt uitgenodigd om het te aanvaarden; God sluit niemand uit. Maar iedereen moet kiezen en zich uitspreken. Niemand mag onverschillig blijven of de keuze uitstellen. Het is voor ieder van ons onbekend hoeveel kansen wij nog krijgen.

26 december 2020

Jauchzet frohlocket (Bach)

26 december: Heilige Stephanus, eerste martelaar - Tweede dag in het Octaaf van Kerstmis

Steniging van Stephanus (Rubens)

Op Tweede Kerstdag viert de Kerk het feest van de heilige Stephanus, volgens de Handelingen van de Apostelen de eerste martelaar van het christendom. Stephanus, een Griekstalige jood, was 'een man vol geloof en Heilige Geest'. Hij werd gekozen tot een van de zeven diakenen die de zorg kregen voor de weduwen van de gemeente. Aanleiding voor deze keuze was de klacht van de Hellenistische christenen bij hun Hebreeuwse broeders dat hun weduwen werden verwaarloosd. De twaalf apostelen erkenden dit sociale probleem en gaven de gemeente de opdracht om zeven geschikte mannen uit te kiezen. De apostelen legden na gebed hun handen op de hoofden van de gekozenen, waardoor ze hen belastten met de armenzorg. Deze zogenaamde protodiakens waren naast Stephanus: Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs.

Het was opmerkelijk dat Stephanus na de handoplegging het Woord begon te prediken, een taak die tot dan toe slechts aan de apostelen was voorbehouden. Ook deed hij grote wonderen en tekenen onder het volk. Dat leidde tot wrevel bij enkele leden van de Griekstalige Synagoge der Vrijgelatenen. Zij gingen met hem in discussie, maar waren niet opgewassen tegen zijn charisma, zijn welsprekendheid en zijn wijsheid. Dat zorgde voor grote irritatie. Uiteindelijk klaagden ze Stephanus aan bij het Sanhedrin, het joodse rechtscollege dat ook Jezus had veroordeeld. "Wij hebben hem lastertaal tegen Mozes en God horen uitspreken", aldus valse getuigenverklaringen. "Zo hebben wij hem horen zeggen dat die Jezus de Nazoreeër de Tempel van Jeruzalem zal afbreken en de regels die Mozes ons gegeven heeft, zal veranderen."

In zijn verdedigingsrede verkondigde Stephanus op basis van bijbelteksten het Evangelie van Christus. Aan het eind van zijn toespraak verweet Stephanus de leden van het Sanhedrin en allen die hem beschuldigden dat zij zich verzetten tegen de wil van God: "Halsstarrigen en onbesnedenen van hart en oor! Steeds verzet u zich tegen de Heilige Geest, u net zo goed als uw vaderen. Welke profeet hebben uw vaderen niet vermoord. Ze hebben de aankondigers van de Rechtvaardige ter dood gebracht, u hebt Hemzelf verraden en vermoord, u die door tussenkomst van engelen de Wet ontvangen heeft, maar die niet naleeft" (Hand. 7, 51-53).

Het Sanhedrin en alle aanklagers voelden zich diep gekwetst door deze woorden en veroordeelden Stephanus ter dood. Ze sleepten hem de stad uit en stenigden hem. Tijdens zijn doodstrijd sprak hij de woorden: "Heer Jezus, ontvang mijn geest" en "Heer, reken hun deze zonden niet aan". Woorden die deden denken aan wat Jezus zei toen Hij aan het kruis hing: "Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen" en "Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest".

Zoals Jezus stierf Stephanus een gruwelijke dood. In de Handelingen staat geschreven dat hij door vrome mannen werd begraven. Eeuwenlang was de locatie van zijn graf onbekend. Maar in 415 zou een priester, Lucianus geheten, een visioen hebben gehad, waarin de plaats van Stephanus’ graf werd aangewezen. Het lichaam van de heilige zou gelegen hebben in Caphar Gamal, iets ten noorden van Jeruzalem. Volgens een overlevering werden Stephanus’ relieken daar opgegraven. In 460 zouden ze zijn overgebracht naar de basiliek van de Berg Sion, buiten de Damascuspoort van Jeruzalem. In de 6e eeuw zouden de relieken op gezag van keizer Justinianus I vanuit Constantinopel naar Rome zijn gebracht. Daar rusten ze in de crypte van de basiliek van Sint-Laurentius-buiten-de-Muren.

25 december 2020

Stille Nacht



Stille nacht, heilige nacht
Alles slaapt, sluimert zacht
Eenzaam waakt het hoogheilige paar
Lieflijk Kindje met goud in het haar
Sluimert in hemelse rust
Sluimert in hemelse rust

Stille nacht, heilige nacht
Zoon van God, liefde lacht
Vriend'lijk om Uwe Godd'lijke mond
Nu ons slaat de reddende stond
Jezus van Uwe geboort'
Jezus van Uwe geboort'

Stille nacht, heilige nacht
Herders zien 't eerst Uw pracht
Door der eng'len alleluja
Galmt het luide van verre en na
Jezus de Redder ligt daar
Jezus de Redder ligt daar

25 december: Hoogfeest van Kerstmis - Geboorte van onze Heer Jezus Christus

Epistel
Hebr. 1, 1-12
Broeders, nadat God vroeger vele malen en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij nu, op het einde van de dagen, tot ons gesproken door de Zoon, die Hij tot erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat, door wie Hij ook het heelal heeft geschapen. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen, en Hij houdt alles in stand door zijn machtig woord. En na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, heeft Hij zich neergezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge, even hoog verheven boven de engelen als de naam, die zijn erfdeel is geworden, de hunne overtreft. Want tegen welke engel heeft Hij ooit gezegd: Mijn zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt? Of: Ik zal voor hem een vader zijn, en hij zal voor Mij een zoon zijn? Wanneer Hij evenwel de eerstgeborene opnieuw de wereld binnenleidt, zegt Hij: Alle engelen van God moeten zich voor Hem neerwerpen. Over de engelen zegt Hij: Hij die zijn engelen tot stormwinden maakt en zijn dienaren tot laaiend vuur, maar over de zoon: Uw troon, o God, staat voor altijd en eeuwig, en: De scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. Gerechtigheid hebt U liefgehad en onrecht gehaat; daarom, o God, heeft uw God U gezalfd met de olie van de vreugde, als geen van uw gelijken. En: In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest, en de hemel is het werk van uw handen. Zij zullen vergaan, U echter blijft. Alle zullen ze verslijten als kleren, U zult ze opvouwen als een mantel, als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden. U echter bent dezelfde en uw jaren nemen geen einde.

Evangelie
Joh. 1, 1-14
In het begin was het woord, en het woord was bij God, en het woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. Het ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld moest komen. Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. In zijn eigen huis is Hij gekomen, en zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen. Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven in zijn naam. Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. Ja, het woord is vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid.

Overweging
Christus Die in de Kerstnacht is geboren, is dezelfde Christus Die altijd onder de mensen is gebleven en Die zal komen als rechter van de wereld op het einde van de tijden. Kerstmis is dus niet het begin van een sentimenteel verhaal, maar het begin van Gods rijk onder de mensen.

Ook vandaag is Hij, Die eens geboren werd, bij ons om ons te heiligen. Door de katholieke Kerk deelt Hij het goddelijke leven mee aan een ieder die zich daar voor openstelt. Dat gebeurt door de sacramenten, waarin wij deel krijgen aan Zijn goddelijk leven. Vooral het heilig Sacrament van het altaar, waarin Hij aanwezig is met Zijn godheid en Zijn mensheid, is de werkelijkheid van Zijn blijvende aanwezigheid onder ons. Als wij beseffen dat Christus tot ons is gekomen en steeds bij ons is gebleven, dan zullen wij de noodzaak inzien van voortdurende aanbidding van de mens geworden God. Vooral de vervulling van de zondagse plicht om de heilige Mis bij te wonen en een regelmatige biechtpraktijk zijn fundamentele en vereiste verplichtingen die onmisbaar zijn bij het dienen van God.

Eens, op het einde der tijden, zal God Die als mens werd geboren en bij ons is gebleven om ons voortdurend het heil aan te bieden, terugkomen als wereldrechter. Dan zullen zij die door de vervulling van hun liefdesplichten zich in Hem hebben geheiligd en daardoor in Hem leven, verrijzen tot het leven in de volkomen zaligheid die erin bestaat dat zij het ondoordringbare aanschijn van God zullen zien en aanbidden. Degenen die de werkelijkheid van God genegeerd hebben, zullen zich moeten werpen in een helse zee van vuur en tot in alle eeuwigheid het leven verspillen.

Dit is de boodschap van Kerstmis en de werkelijkheid van Gods wonderbare heilswil. Wij moeten ons bekeren tot Hem Die gekomen is om ons het leven te geven. Reeds nu, op aarde, moeten wij met Hem willen leven, niet zoals wij het fijn of goed vinden, maar zoals Hij Zelf aan ons heeft geopenbaard en zoals Hij ons voorhoudt door de prediking van de katholieke Kerk.

De heilige Kerstnacht

Epistel
Titus 2, 11-15
Veelgeliefde, de genade van God, onze Zaligmaker, is verschenen, aan alle mensen; zij leert ons, dat wij de goddeloosheid en wereldse verlangens moeten verzaken, en zedig en rechtschapen en godvruchtig moeten leven in deze wereld, terwijl wij met verlangen uitzien naar de zaligheid, die wij verwachten bij het glorievol verschijnen van onze grote God en Zaligmaker Jezus Christus. Deze immers heeft zich voor ons gegeven, om ons van alle ongerechtigheden vrij te kopen, en ons te reinigen tot een volk, dat Hem welgevallig is, vol ijver voor goede werken. Over deze dingen moet gij spreken, en zo moet gij vermanen in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 2, 1-14
In die dagen vaardigde keizer Augustus een decreet uit dat de hele wereld zich moest laten registreren. Deze eerste registratie vond plaats toen Quirinius gouverneur van Syrië was. Allen gingen op weg om zich te laten inschrijven, ieder in zijn eigen stad. Zo ook Jozef; hij ging van de stad Nazareth in Galilea naar Judea, naar de stad van David, Bethlehem genaamd, omdat hij uit het huis van David stamde, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was. Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf. Er waren daar in de buurt herders, die in het veld overnachtten om de wacht te houden bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en de heerlijkheid van de Heer omstraalde hen. Ze schrokken hevig. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, want ik heb een goede boodschap voor u, een grote vreugde voor het hele volk. Vandaag is in de stad van David uw redder geboren; Hij is de Messias, de Heer. Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.’ Plotseling was er bij de engel een heel leger uit de hemel; ze loofden God met de woorden: ‘Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft.’

24 december 2020

Aankondiging van Christus' geboorte

In het jaar vijfduizendnegenhonderdnegentig sinds de schepping van de wereld, toen God in den beginne hemel en aarde schiep;

het jaar tweeduizendnegenhonderdzevenenvijftig sinds de zondvloed;

tweeduizendenvijftien jaren na de geboorte van Abraham;

het jaar vijftienhonderdentien sinds Mozes en de uittocht van het volk Israël uit Egypte;

het duizendentweeëndertigste jaar sinds Davids zalving tot koning;

in de vijfenzestigste week van Daniëls voorspelling;

de honderdvierennegentigste Olympiade;

het zevenhonderdtweeënvijftigste jaar sinds de stichting van de stad Rome;

het tweeënveertigste jaar van de keizerlijke regering van Octavianus Augustus, terwijl de gehele wereld in vrede was;

in het zesde tijdvak der wereld:

wordt Jezus Christus – Die van eeuwigheid God was en de Zoon van de eeuwige Vader, om de wereld door Zijn allergoedertierenste komst te heiligen, nadat Hij van de Heilige Geest ontvangen was en er negen maanden verlopen waren sinds Zijn ontvangenis –

te Bethlehem van Juda uit de maagd Maria als mens geboren,

dat wil zeggen de geboorte van Jezus Christus naar het vlees.


(Uit het Romeins Martyrologium)

24 december: Vigilie van Kerstmis

Vandaag zult gij weten dat de Heer zal komen en ons zal verlossen;
En morgen zult gij Zijn heerlijkheid aanschouwen.

23 december 2020

Kerstsluiting kerk en pastorie

In de periode van donderdag 24 december 2020 tot en met woensdag 6 januari 2021 zullen kerk en pastorie – buiten de dagelijkse heilige Mis – gesloten zijn.

In noodgevallen is de pastorie telefonisch bereikbaar.


Veni, veni Emmanuel

22 december 2020

Adventshymne: Creator Alme Siderum



Creator alme siderum,
Aeterna lux credentium,
Jesu, Redemptor omnium,
Intende votis supplicum.

Qui daemonis ne fraudibus
Periret orbis, impetu
Amoris actus, languidi
Mundi medela factus es.

Commune qui mundi nefas
Ut expiares, ad crucem
E Virginis sacrario
Intacta prodis victima.

Cujus potestas gloriae,
Nomenque cum primum sonat,
Et caelites et inferi
Tremente curvantur genu.

Te deprecamur, ultimae
Magnum diei Judicem,
Armis supernae gratiae
Defende nos ab hostibus.

Virtus, honor, laus, gloria,
Deo Patri cum Filio,
Sancto simul Paraclito,
In saeculorum saecula. Amen.
Gij, Schepper mild van 't sterrenheir
Zelf eeuwig Licht van wie gelooft,
Jezus, Verlosser van 't heelal,
hoor naar het bidden van wie smeekt.

Die, opdat niet door duivels list,
de schepping zou ten onder gaan
aan zieke wereld liefdevol
geworden zijt tot artsenij.

Die, om te delgen aan het kruis
der wereld algemene doem
uit 't heiligdom der Maagd als een
gaaf offerdier te voorschijn treedt.

Als 't machtwoord van Uw heerlijkheid
en als Uw Naam het eerst weerklinkt
buigt sidderend in hemel zich
en onderwereld alle knie.

U bidden wij, den Rechter groot
van 't oordeel op de laatste dag
door 't pantser van uw hemelgunst
behoed ons voor de vijanden.

Kracht, eer en lof en heerlijkheid
Zij God, den Vader, met den Zoon
en ook den Heil'gen Paracleet,
in aller eeuwen eeuwigheid. Amen.

21 december 2020

21 december: Heilige Thomas, apostel

Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u. Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: Vrede zij u. Zoals de vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. Na deze woorden blies Hij over hen en zei: Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie ge zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.
Thomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: Wij hebben de Heer gezien. Maar hij antwoordde: Als ik niet in Zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in Zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.
Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Thomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u. Vervolgens zei Hij tot Thomas: Kom hier met uw vinger en bezie Mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in Mijn zijde, en wees niet langer ongelovig maar gelovig. Toen riep Thomas uit: Mijn Heer en mijn God! Toen zei Jezus tot hem: Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.
(Joh. 21,19-29)

Thomas was een eenvoudige visser. Zijn belijdenis tegenover de Verrezen Heer is zijn lijfspreuk geworden bij al zijn missiereizen. Hij missioneerde in Perzië en India waar hij (zo vertelt een legende) de heilige Driekoningen zou zijn tegengekomen. Daarop heeft Thomas hen gedoopt en tot bisschop benoemd.

Koning Gundaphar van India werd door de heilige Thomas bekeerd. Tijdens een van zijn vele missiereizen werd hij in het jaar 72 in Calamina door een horde heidenen in de rug aangevallen en neergestoken. De Kopten in Egypte hebben van Thomas het eerst de Blijde Boodschap vernomen.

Thomas is patroon van theologen, timmerlieden, metselaars, architecten, bouwvakkers, landmeters, steenhouwers en het huwelijk, en patroon tegen rugklachten.

20 december 2020

Ave Maria (Biebl)

Vierde zondag van de Advent

De prediking van de H. Johannes de Doper.

Doordat de Eucharistie na de nachtwake vroeg op de zondagmorgen werd gevierd, had deze dag oorspronkelijk geen eigen liturgie. Toen de vigiliemis naar de zaterdag werd verschoven, heeft men een mis samengesteld uit teksten van de Quatertempermissen. Eigen is onder meer het Epistel, dat ons vermaant niet over elkaar te oordelen, maar ons vol ijver voor te bereiden op de dag van Christus' komst. Voor de laatste keer uiten wij ons adventsverlangen en overwegen wij de beloften van het naderende heil. Christus gaat geboren worden uit de maagd Maria, die wij daarom met de engel onze groet brengen (Offertorium).

Epistel
1 Kor. 4, 1-5
Broeders, de mensen moeten ons zó beschouwen, dat wij dienaars zijn van Christus en beheerders van Gods geheimen. Welnu, van beheerders wordt verlangd, dat men trouw bevonden wordt. Maar ik voor mij hecht er niet de minste waarde aan, dat ik door u beoordeeld wordt of door een menselijke rechter. Ja, ook zelf beoordeel ik mij niet; want al ben ik mij ook van niets bewust, daardoor ben ik toch niet gerechtvaardigd. Immers het is de Heer, Die oordeelt over mij. Daarom, oordeelt niet vóór de tijd, vóórdat de Heer komt; want Hij zal aan het licht brengen, wat in duisternis verborgen is, en openbaar maken, wat er in de harten omgaat; en dan zal een ieder zijn lof ontvangen van God.

Evangelie
Lc. 3, 1-6
In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, - toen Pontius Pilatus landvoogd was van Judea, Herodes viervorst van Galilea, zijn broeder Philippus viervorst van Iturea en het gewest Trachonitis, en Lysanias viervorst van Abilene, - onder de hogepriesters Annas en Caiphas, kwam het Woord des Heren tot Johannes, de zoon van Zacharias, in de woestijn. En hij trad op in geheel de Jordaanstreek, en preekte een doopsel van boetvaardigheid tot vergiffenis van zonden: zoals er geschreven staat in het boek der voorspellingen van de profeet Isaias: "De stem van een roepende in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt Zijn paden recht. Elke kloof moet worden gedempt, iedere berg en heuvel worden geslecht. De kronkelpaden moeten recht, de oneffen wegen effen worden. En alle vlees zal het heil van God aanschouwen."

Overweging
De laatste zondag van de Advent grijpt terug naar de eerste. In het epistel stelt de Kerk ons wederom Christus’ komst ten oordeel voor ogen als de goddelijke voltooiing van Zijn komst in nederigheid, die wij over enkele dagen vieren. “Wel ben ik mij niets bewust”, schrijft de apostel Paulus, “maar daarmee ben ik nog niet gerechtvaardigd.” Het is de Heer Die mij werkelijk beoordeelt, en niemand anders dan Hij is goed. Anders gezegd: Als wij niet in de rechtvaardigheid en heiligheid van Christus worden herboren, dan zouden wij voor het goddelijk oordeel geen stand houden, want zonder de goddelijke genade is de mens hulpeloos verloren en dood.

Zal een dergelijke onbarmhartige kritiek ons niet de moed ontnemen? Wanneer wij werkelijk weten en erkennen dat uit onszelf geen enkele, ook niet de minste, positieve geschiktheid voor het eeuwig heil voortkomt, dan zullen wij in deze leegheid de zuiverheid en de nuchterheid vinden die nodig zijn voor Gods komst in onze ziel. Deze vorm van zelfverloochening is waarheid. Zij bevestigt ons in onze eigen werkelijkheid en zal ons uiteindelijk genezen van het uitzichtloze kijken naar onszelf en de ogen van onze geest vertrouwensvol wenden naar het Kind van Wie ons heil komt, alleen en volledig van Hem. Dat wij ons dit bewust worden is de eerste noodzakelijkheid om Christus dichtbij te zijn en Hem in een geest van aanbidding te benaderen.

Jezus verlost ons van de zonde die als een tiran de wereld buiten de Kerk beheerst. Hij geneest ons van de diepe wonden die de zonde ons heeft toegebracht. Hij is de waarheid, de openbaring van de werkelijkheid van God en van de werkelijkheid van de mens. “Ik ben het Licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal nimmer in duisternis wandelen, maar hij zal het licht van het leven hebben.” Pas door het vleesgeworden Woord kunnen mens en wereld hun eigen duisternis kennen en erkennen. Daardoor kan de mens zich omkeren naar het Licht en zodoende niet langer toebehoren aan de wereld, maar binnentreden in de heilige Kerk als nieuw geschapene in Christus. Wij verlaten door Christus het oude rijk van de zonde, dat de wereld is, en treden binnen in Zijn rijk, de heilige Kerk. Versierd met de heiligmakende genade en verder geheiligd door de andere sacramenten tijdens ons leven, behoren wij toe aan Zijn uitverkoren volk. Als wij aan Hem onderdanig blijven, dan zal Zijn komst in heerlijkheid, die wordt voorbereid door Zijn komst in de genade, de vervulling zijn van Zijn eerste komst in nederigheid.

19 december 2020

Quatertemperzaterdag in de Advent

De uiterlijke vorm van de Mis van vandaag wijst reeds op haar hoge ouderdom. De vijf lezingen uit het Oude Testament, die aan het epistel voorafgaan, herinneren ons aan de primitieve nachtwake, bestaande uit lezingen, gebeden en gezangen, die vroeger op deze dag werd gehouden en in de vroege zondagmorgen werd besloten met de viering van de Eucharistie. Gedurende deze mis hadden de oudtijds zeer eenvoudige ceremoniën van de heilige wijdingen plaats, die in Rome bij voorkeur op deze dag door de paus in de Sint Pieter werden toegediend. De oude nachtwake is verdwenen, maar enkele van de profetieën, die gedurende de vigilie werden gelezen, zijn in het missaal bewaard gebleven.

De eerste vier lezingen zijn ontleend aan de adventsprofeet Jesaja. De vijfde lezing vertelt ons de wonderbare redding van de drie jongelingen in de vuuroven; evenals op de overige Quatertemperzaterdagen gedurende het jaar wordt zij gevolgd door hun heerlijke lofzang. In het epistel vermaant Paulus ons dat we ons door geen boosheid mogen laten misleiden bij ons wachten op Christus' laatste komst. Johannes de Voorloper leert ons hetzelfde met de woorden van Jesaja: Dat wij de weg moeten bereiden voor Hem, Die komen gaat, in Wie alle vlees - nu in geheimen en eens in volle heerlijkheid - het heil van God zal aanschouwen (Evangelie).

De gebeden en gezangen van deze mis bevatten de gedachten die ons gedurende de Advent reeds vertrouwd zijn geworden, maar nog sterker wordt het verlangen, nog extatischer de vreugde, nu het feest van Christus' komst voor de deur staat, de komst van het licht, dat heerlijk als de zon aan de horizon verrijst (Graduale na de eerste en de tweede lezing, Communio).

18 december 2020

Quatertempervrijdag in de Advent

Steeds vuriger worden onze verzuchtingen naar de komst van de Verlosser (Graduale en Offertorium). Hij is nabij (Introitus) en Jesaja schildert ons in het epistel Zijn afkomst en karakter: "Een kind uit het geslacht van Jesse, de vader van David; een koning van gerechtigheid en vrede, toegerust met alle gaven van de Heilige Geest." Maria draagt de Messias reeds onder haar hart; zo heilig is Zijn komst, dat Hij reeds voor Zijn geboorte de voorloper (Johannes de Doper) door Zijn tegenwoordigheid heiligt (Evangelie). Dezelfde vredevorst, die geboren werd te Bethlehem en die door Zijn genade tot ons komt, zal eens wederkomen in heerlijkheid; en dan zullen wij in het grote licht Zijn onzegbaar heilswerk kunnen aanschouwen (Communio).

16 december 2020

16 december: Heilige Eusebius, bisschop en martelaar (gedachtenis)

Eusebius is de eerste gekende bisschop van het Noord-Italiaanse Vercelli. Geboren op Sardinië, verhuisde hij op jonge leeftijd naar Rome. Later werd hij daar tot lector gewijd en hoorde zo bij de clerus van de stad in een tijd waarin de Kerk zwaar beproefd werd door de ariaanse ketterij. De groeiende waardering voor Eusebius verklaart zijn verkiezing tot bisschop van Vercelli in 345.

Eusebius verdedigt krachtig de volle goddelijkheid van Jezus Christus. Hij was met de grote vaders van de vierde eeuw verbonden tegen de ariaans-vriendelijke politiek van de keizer. Voor deze was het simpele ariaanse geloof politiek nuttig. Voor de keizer telde niet de waarheid, maar politieke opportuniteit: religie als bindmiddel voor staatseenheid. De grote vaders boden weerstand en verdedigden de waarheid tegen de dominantie van de keizerlijke politiek. Daarom werden Eusebius en andere bisschoppen veroordeeld tot ballingschap. In 361 stierf keizer Constantius II. Zijn opvolger, Julianus de Afvallige, was niet geïnteresseerd in het christendom als rijksreligie, maar wilde restauratie van het heidendom. Julianus beëindigde de ballingschap der bisschoppen en stond hen toe – ook aan Eusebius – om hun zetels weer in te nemen.

De relatie tussen de bisschop van Vercelli en zijn stad wordt duidelijk door twee getuigenissen. De eerste staat in een brief van Eusebius, in ballingschap geschreven aan de geliefde broeders en presbyters, alsook aan de heilige en vast in het geloof staande volken van Vercelli. Deze roerende beginwoorden van de goede herder tegenover zijn kudde worden nog eens bevestigd in het slot van de brief in de hartelijke groeten van de vader van allen en van elk van zijn kinderen in Vercelli. Een ander interessant element staat ook in de slotgroet van de brief, waar Eusebius vraagt om ook hen te groeten, die buiten de Kerk staan en uitzien naar onze gevoelens van liefde. De relatie van de bisschop met zijn bisschopsstad beperkt zich niet alleen beperkt tot de christelijke bevolking, maar strekt zich uit tot eenieder die op een bepaalde wijze zijn geestelijke autoriteit erkent.

De tweede getuigenis is uit een brief van Ambrosius van Milaan aan de bevolking van Vercelli, meer dan twintig jaar na Eusebius’ dood. De Kerk van Vercelli maakte toen moeilijke tijden door, was verdeeld en zonder herder. Het valt Ambrosius zwaar in de bewoners van Vercelli de afstamming te herkennen van de heilige vaders, die Eusebius direct accepteerden zonder hem ooit eerder gekend te hebben. De bewondering van Ambrosius voor Eusebius baseert zich vooral op het feit dat de bisschop van Vercelli zijn diocees bestuurde met getuigenis van zijn eigen leven. In feite was Ambrosius gefascineerd door het monastieke ideaal van de contemplatie van God, dat Eusebius volgde. Als eerste bisschop, aldus Ambrosius, bracht Eusebius zijn clerus bijeen in vita communis en gehoorzaamheid aan de monastieke regel, ondanks dat men midden in de stad leefde.

Zoals Eusebius zich bekommerde om ‘het heilige volk’ van Vercelli, zo leefde hij ook midden in de stad als monnik en stelde de stad open naar God. Dit heeft een bijzondere dimensie. Net als de apostelen, voor wie Jezus tijdens het Laatste Avondmaal bad, zijn ook de herders en de gelovigen van de Kerk in de wereld (Joh. 17, 11 ev), maar niet van de wereld. Daarom, aldus Eusebius, moeten de herders de gelovigen aansporen de stad in de wereld niet te zien als stabiele woonplaats, maar dienen zij naar de toekomstige stad, het definitieve hemelse Jeruzalem, op zoek te gaan. Dit eschatologische voorbehoud maakt het herders en gelovigen mogelijk de gerechte waarden te bewaren, zonder zich te buigen voor de mode van het moment en de ongerechte aanspraken van de heersende politieke macht. De authentieke waarden komen niet van de keizers van gisteren of vandaag, maar van Jezus Christus, de perfecte Mens, aan de Vader gelijk in de goddelijkheid en toch mens zoals wij. Verwijzend naar dit waardenscala wordt Eusebius niet moe zijn gelovigen aan te sporen met zorg het geloof te bewaren, de eendracht te behouden en te volharden in het gebed.

Quatertemperwoensdag in de Advent

In de mistekst van deze dag wordt alleen in het Offergebed gezinspeeld op de vasten, die de Quatertemperdagen begeleidt; de gehele liturgie is vervuld van de adventsgedachte. Met Jesaja roepen wij hemel en aarde aan om ons de Verlosser te schenken (Introitus) en met de psalmist smeken wij de Koning der glorie om binnen te gaan in Zijn Rijk, waarvan alleen de reinen onderdaan kunnen zijn (Graduale na de eerste lezing). De heerlijkheid en vrede van dit rijk, dit Huis des Heren, verkondigt Jesaja ons in de eerste lezing. Dezelfde profeet voorspelt Achaz, de koning van Juda, dat zijn vijanden zijn rijk en zijn huis niet zullen overwinnen, want een maagd uit het geslacht van David zal de Verlosser ter wereld brengen (tweede lezing en Communio). Het Evangelie vertelt ons over de wondere vervulling van deze profetie. En het is alsof Jesaja de woorden van de engel tot de zijne maakt en tot Maria zegt dat zij niet hoeft te vrezen (Offertorium).
De overweging van Maria's bereidwilligheid en van de uitverkiezing van haar Moederschap, die op deze dag bijzonder in het licht worden gesteld, heeft de gelovigen altijd diep ontroerd.

15 december 2020

Quatertemperdagen in de Advent

Dit jaar vallen de Quatertemperdagen in de Advent - ter voorbereiding op het Kerstfeest - op woensdag 16, vrijdag 18 en zaterdag 19 december.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Tridentijns Missaal van 1962, dat wij in de Agneskerk volgen. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) Het zijn dagen van boete, inkeer, gebed, vasten en onthouding bij de wisseling van de seizoenen of ter voorbereiding op een groot feest, zoals Kerstmis.

De woensdag en de zaterdag zijn halve onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

13 december 2020

Rorate Caeli

Derde zondag van de Advent (Zondag Gaudete)

"Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren."


Van oudsher wordt deze zondag bijzonder luisterrijk gevierd. Omdat de vierde Adventszondag oorspronkelijk geen eigen liturgie bezat, vormt deze zondag de eigenlijke inleiding op het Kerstfeest. Vandaag speelt het orgel en mogen de paarse gewaden door rozerode worden vervangen. Verblijdt u, de Heer is nabij (Introitus, Epistel). Hij, Die in ontoegankelijke majesteit troont op cherubijnen, zal komen (graduale); gelijk hij eertijds Israël terugvoerde uit zijn gevangenschap, zal Hij onze ongerechtigheid wegnemen (Offertorium) en ons redden (Communio). De Verlosser, Die aldus tot ons zal komen in de genade van Zijn feest en door de geestelijke werking in ons hart, is Christus, Die ons in het Evangelie door Johannes, de Voorloper, wordt aangewezen.


Epistel
Fil. 4, 4-7
Broeders, weest altijd blijmoedig in de Heer; nog eens zeg ik: weest blijmoedig. Laat uw goedheid aan alle mensen zien. De Heer is dichtbij. Maakt u nergens bezorgd over, maar geeft uw verlangens altijd door bidden en smeken aan God te kennen, met een dankbaar hart. En dan moge de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, uw hart en uw verstand bewaren in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 1, 19-28
In die tijd, zonden de joden uit Jeruzalem priesters en levieten tot Johannes met de vraag: ‘Wie zijt gij?’ En onomwonden verklaarde hij met de meeste nadruk “Ik ben de Christus niet”. Toen vroegen zij hem: “Wat dan? Zijt gij Elias?”. Hij zeide: “Dat ben ik niet.” “Zijt gij de profeet?” – Hij antwoordde: “Neen”. ‘Zij zeiden hem nu: “Wie zijt gij dan? Opdat wij antwoord kunnen geven aan hen, die ons gezonden hebben. Wat zegt gij van u zelf?” Hij sprak: “Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, zoals de profeet Isaias gezegd heeft.” De afgevaardigden, behoorden tot de Farizeeën. En zij stelden hem de vraag: “ Wat doopt ge dan, als ge niet de Christus zijt, noch Elias, noch de profeet?” Johannes gaf hun ten antwoord: “Ik doop met water. Maar midden onder u staat Hij, die gij niet kent! Hij is het, die na mij komt, maar de voorgang heeft op mij; ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken.” Dit gebeurde te Betanië, aan de overzijde van de Jordaan, waar Johannes toen doopte.

Overweging
“Broeders, verheugt u in de Heer, nogmaals: verheugt u.” Zo luiden de beginwoorden van het Epistel van vandaag, die ook zijn opgenomen in de Introitus en die de naam hebben gegeven aan deze derde zondag van de Advent. Deze woorden bepalen het karakter van de vreugdevolle verwachting van ‘zondag Gaudete’. Alles getuigt van de te verwachten grote vreugde en deze verwachting roept reeds vreugde op. Dat is ook liturgisch te zien aan het roze kazuifel.

Waarin bestaat dan die vreugde in de Heer? De geheel reine vreugde op aarde, waartoe de apostel ons oproept, is de ware blijdschap in de Heer, en kan dus slechts bestaan in betrekking tot deze laatste en definitieve vreugde van de hemel. Zij is namelijk het uitzicht en de vaste hoop op de eeuwige zaligheid en de voorsmaak van het zijn-bij-de-Heer. Het is deze vreugde die ook aan het geboortefeest van de Heer moet voorafgaan. Uiteindelijk moet zij het gehele christelijke leven bezielen, omdat dit leven op aarde een verwachting is van het toekomstige leven in de zaligheid van God.

In hoop zijn wij verlost. Ons leven op aarde is een leven in hoop, meer dan in bezit. Ook al hebben wij reeds de genade ontvangen, deze moet nog dagelijks verdedigd worden en is op aarde nooit echt een onverwoestbaar bezit. Maar de genade geeft hoop om te bezitten. Deze hoop wordt niet beschaamd, omdat de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest.

Onze hoop is in de Heer, en deze hoop is niet gebouwd op mensen. Juist daarom kan onze hoop de vaste basis zijn van een onverwoestbare vreugde, te midden van ons leven in strijd en smart. Het is niet zo – zoals de meeste mensen van onze tijd menen – dat het christendom alleen maar lasten oplegt, prettige dingen onmogelijk maakt en ieder plezier verbiedt door het als zondig te beschouwen. Zij zien het katholicisme als een soort verbods- en politie-godsdienst, en de katholieke gelovige als een onderdrukte mens.

Het katholicisme schenkt echter het eeuwige leven, en is een positieve volheid als geen andere. Het schenkt bevrijding door onze redder Jezus Christus, en vreugde, reeds hier op aarde. De gave van de geest bezitten wij reeds nu. Het onderpand, het waarachtige begin en de voorproef van de bovenaardse vreugde verkrijgen wij door nu op aarde, in dit leven, God lief te hebben.

Wie is waarlijk verheugd tenzij hij die bemint?, zo kunnen wij ons afvragen. Liefde schenkt blijdschap, zelfs in het lijden. Dit is het diepste geheim van de vreugde van de heiligen. Zij waren blij gestemd te midden van hun kwellingen, omdat zij Jezus liefhadden en wisten dat zij Hem daardoor als ware dienaars gelijkvormig waren geworden. Dit is een onaardse vreugde, die zichzelf vergeten is. En het is deze vreugde die de heilige Kerk in onze harten wenst op te wekken voor het Kerstfeest dat altijddurend zal zijn.

10 december 2020

Adventslied: O Heiland, open wijd de poort



O Heiland, open wijd de poort:
En daal omlaag, Gods eeuwig Woord,
Die aller mensen redder zijt,
zo lang voorzegd, zo lang verbeid.

Besproei ons hart, zo dor en droog,
Met dauw en regen van omhoog:
Gij zijt het zacht ootmoedig lam,
Gij zijt de leeuw uit Juda's stam.

O aarde met Gods vloek belaan,
Laat uit uw bodem bloeien gaan
De vreugd der eng'len, onze roem,
De lelieblanke Jessebloem.

O Morgenstond, zo lang verbeid,
O Zon van algerechtigheid,
De dag breekt aan, de nacht is om:
Wij wachten: ach, Heer Jezus kom.

8 december 2020

8 december: Onbevlekte Ontvangenis van de heilige maagd Maria, hoogfeest

Heden vieren we de Onbevlekte Ontvangenis
van de heilige maagd Maria, die de kop van het serpent
met haar maagdelijke voet heeft verpletterd.

Epistel
Spreuken 8, 22-35
De Heer bezat mij reeds bij de aanvang van Zijn wegen, voordat Hij iets maakte in den beginne. Van eeuwigheid ben ik aangesteld, en van oudsher, vóórdat de aarde bestond. Nog was de wereldzee er niet, en ik was reeds ontvangen toen er nog geen waterbronnen waren ontsprongen; nog waren er geen bergen in machtig gevaarte gegrondvest; vóórdat er heuvelen waren, ontving ik het bestaan, toen Hij de wereld nog niet had geschapen, noch de stromen of de steunpunten der aarde. Toen Hij de hemelen maakte, was ik er bij, toen Hij aan de zeeën vaste wetten stelde en grenzen; toen Hij de wolkenhemel vastzette daarboven, en de watervloeden in evenwicht bracht; toen Hij aan de zee haar grenslijn trok, en de wateren gebood niet buiten de oevers te treden; toen Hij de grondslagen der aarde vastlegde. Ik was bij Hem, en bracht met Hem alles tot stand; en alle dagen genoot ik, en vond mijn vreugde steeds voor Zijn ogen; mijn vreugde vond ik op de aarde, want mijn genot is te zijn bij de kinderen der mensen. Nu dan kinderen, luistert naar mij; gelukkig zijn zij, die mijn wegen bewandelen. Aanhoort mijn onderrichting, en weest verstandig, en wilt ze niet van u afwerpen. Gelukkig de man, die luistert naar mij, en dagelijks de wacht houdt aan mijn poorten, en op wacht staat aan de post van mijn deur. Hij, die mij vindt, vindt het leven, en hij zal heil verwerven van de Heer.

Evangelie
Lc. 1, 26-28
In die tijd werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad van Galilea, Nazareth genaamd, tot een Maagd, die ten huwelijk was gegeven aan een man, die Jozef heette, uit het huis van David; en de naam van die maagd was Maria. En de engel trad bij haar binnen en sprak: Wees gegroet, gij vol van genade, de Heer is met u; gij zijt de gezegende onder de vrouwen.

Overweging
"Tota pulchra es! O Maria, gij zijt geheel zuiver, onbevlekt door de erfzonde." Dat zijn de woorden van verering die de Kerk ons vandaag in de mond legt. Zij drukken het gevoel uit van de mensheid, die door de zonde wordt verlamd, voor de smetteloze zuiverheid van Onze Lieve Vrouw.

In alle eeuwigheid heeft God Maria uitgekozen om de Moeder te worden van het Vleesgeworden Woord. Daarom heeft Hij haar met heiligheid getooid en haar gevrijwaard van elke smet om haar tot een waardige woning te maken voor Zijn Zoon. In de woorden van de engel tot Maria "Wees gegroet, vol van genade" ligt het voorrecht van haar onbevlekte ontvangenis opgesloten; want er had iets aan de volheid van genade ontbroken, indien haar ziel een ogenblik de besmetting van de erfzonde had gekend.

De heilige Maagd was reeds vanaf het moment van haar conceptie verlost, doordat zij gevrijwaard was van de erfzonde. Haar verlossing kan niet worden losgezien van onze verlossing door Christus. Daarom is het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, midden in de Adventstijd, een aankondiging van de grootsheid van de Vleeswording van onze Verlosser.

Het feest van vandaag is ingesteld door paus Pius IX met de afkondiging van het dogma op 8 december 1854, en maakte die dag tot een verplichte feestdag. Lang daarvoor bestond er echter reeds een feest van de 'conceptie'. In de achtste eeuw werd het reeds gevierd in de Kerken van het Oosten, in de negende eeuw in Ierland, en in de elfde eeuw in Engeland. De vlekkeloze Maagd werd dus al eeuwen door de christenheid gevierd toen Pius IX het dogma plechtig afkondigde. Hij bevestigde het traditionele geloof van de Kerk en bracht het in een dogma onder woorden.

Hoe moet Maria in de hemel van vreugde jubelen voor het aanschijn van God, Die haar voor alle zonden heeft willen vrijwaren! Maar hoe verdient zij ook, dat wij hier op aarde haar lof zingen! Vragen wij met de heilige Kerk aan God, dat Hij door haar voorspraak in ons de wonden van de erfzonde wil genezen, en ons bewaart voor persoonlijke zonden.

Een video van 'Tota pulchra es' (componist: Anton Brückner):


Tota pulchra es, Maria.
Et macula originalis non est in te.
Tu gloria Ierusalem.
Tu laetitia Israel.
Tu honorificentia populi nostri.
Tu advocata peccatorum.
O Maria, Virgo prudentissima.
Mater clementissima, ora pro nobis.
Intercede pro nobis ad Dominum Iesum Christum.
In conceptione tua, Immaculata fuisti.
Ora pro nobis Patrem cuius Filium peperisti.
Domina, protege orationem meam.
Et clamor meus ad te veniat. Amen.
U zijt gans schoon, Maria.
En de vlek der erfzonde kleeft niet aan u.
U zijt de roem van Jeruzalem.
U zijt de blijheid van Israël.
U zijt de luister van ons volk.
U zijt de voorspreekster der zondaren.
O Maria, allervoorzichtigste Maagd,
allergenadigste Moeder, bid voor ons.
Wees onze bemiddelaarster bij onze Heer Jezus Christus.
In uw conceptie bent u onbevlekt gebleven.
Bid voor ons tot de Vader, Wiens Zoon gij gebaard hebt.
O Vrouwe, ondersteun mijn gebed.
En mijn noodkreet kome tot u. Amen.

7 december 2020

Daar bloeide ene lelie



Daar bloeide ene lelie met zuiverlijke pracht,
voor eeuwen en tijden in 't diepst van Gods gedacht.
Zij was toch zo schone! Zij bloeide toch zo blank!
Er looft haar naar waarde noch mens- noch eng'lenzang!

Vandaag is die lelie zo menig' eeuw verbeid
op aarde gesproten in reine heerlijkheid.
't Zijt gij, o Maria, o lelie eeuwig schoon,
Gods bruid en Gods dochter en Moeder van Gods Zoon!

Al d'engelenkoren begroeten heden d'aard':
zij heeft hun, o wonder!, een Koningin gebaard!
O hemelse Lelie, gij zijt onz' eeuw'ge roem,
gij zijt van de wereld de vlekkeloze bloem!

7 december: Heilige Ambrosius, bisschop, belijder en kerkleraar

In het jaar 340 werd Ambrosius te Trier uit Romeinse ouders geboren. Een legende vertelt dat er eens een bijenzwerm boven de wieg van Ambrosius zweefde. De bijen vlogen in zijn mondje en er druppelde honing naar binnen. Vandaar dat de latere beschermheilige van de imkers als bisschop zo honingzoet kon preken.

Na het overlijden van zijn vader, verhuisde het gezin naar Rome, waar Ambrosius zich voorbereidde op een ambtelijke loopbaan te Sirmium. De jonge Ambrosius ambieerde allesbehalve het bisschopsambt. Hij studeerde rechten en retorica, omdat hij politicus wilde worden. Zijn eerste publieke functie bekleedde hij in Sirmium, een stad gelegen in het huidige Slovenië. In 370 werd hij prefect van de twee provincies Liguria en Aemilia met als standplaats Milaan. In 373 werd hij door keizer Valentianus tot stadhouder van Noord-Italië benoemd. In zijn standplaats Milaan werd hij al spoedig een gerespecteerd en geliefd bestuurder.

Na de dood van de bisschop van Milaan trachtte Ambrosius de vrede te herstellen in het door theologische twisten verscheurde bisdom. Orthodoxe katholieken en Christus’ goddelijkheid loochende arianen streden om de lege bisschopszetel. Toen Ambrosius in 374 als neutrale waarnemer aanwezig was bij de turbulente bisschopsverkiezing in de kathedraal, viel plots de keus op hem. Iemand had geopperd: "Ambrosius als bisschop!" Prompt scandeerden de gelovigen dezelfde leus en werd Ambrosius bij acclamatie tot bisschop gekozen. Opmerkelijk, want Ambrosius was nog niet gedoopt; hij was slechts geloofsleerling.

Ambrosius ontving het doopsel en werd op 7 december tot bisschop gewijd. Na zijn wijding begon Ambrosius aan zijn theologiestudie. Al spoedig ontpopte hij zich tot een kundig priester, met een voorliefde voor de armen. Zijn populariteit was zo groot dat een menigte zich verdrong rond zijn werkvertrek, alleen maar om hem te zien lezen en bidden. Zo ook ene Augustinus uit Carthago, de latere bisschop van Hippo. Die was zo onder de indruk van Ambrosius, dat hij zich bekeerde tot het christendom en zich door hem liet dopen.

Ambrosius stelde het gezag van de Kerk boven de autoriteit van de keizer. Hij beval keizer Theodosius I in het openbaar boete te doen, nadat deze bij een opstand in Thessalonika zevenduizend personen in het circus ter dood had laten brengen. De bisschop ontzegde de machtige keizer zelfs de toegang tot de kathedraal. Later wist Ambrosius de keizer ertoe te bewegen alle heidense culten te verbieden. In 391 zou Theodosius het christendom zelfs tot staatsgodsdienst verheffen.

Sint Ambrosius stierf op paaszaterdag 4 april 397. Hij is de geschiedenis ingegaan als een onverschrokken herder en verkondiger van het Woord. Door zijn preken en catechetische geschriften verdiepte hij het katholieke geloof en droeg hij bij tot de verrijking van de theologische traditie. Ambrosius heeft steeds geijverd voor de zuiverheid van het geloof, voor de goede zeden, voor het kloosterleven en voor de eredienst. Hij dichtte Latijnse hymnen en voerde de beurtzang in. Tot de meest bekende behoort wel het 'Te Deum'.

Sinds 1298 wordt hij samen met Augustinus, Hiëronymus en Gregorius de Grote vereerd als kerkvader van het Westen. Zijn relieken rusten in de Basilica di Sant’Ambrogio in Milaan.

De heilige Ambrosius is patroon van imkers, bijen en huisdieren.

6 december 2020

Veni, veni, Emmanuel

Tweede zondag van de Advent

De wortel van Jesse.

Epistel
Rom. 15, 4-13
Broeders, alles wat er geschreven staat, werd geschreven om ons te onderrichten; opdat wij door het geduld en de vertroosting, die in de Schriften te vinden zijn, zouden versterkt worden in Godsvertrouwen. God, van Wie het geduld en de vertroosting komen, geve u, dat gij eensgezind zijt onder elkander, naar de geest van Jezus Christus; om zo eendrachtig en eenstemmig God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, te verheerlijken. Daarom, neemt elkander op, zoals Christus u heeft opgenomen ter ere Gods. Ik bedoel, dat Christus Jezus dienaar der besnedenen is geworden omwille van Gods waarachtigheid, om de beloften aan de vaderen gegeven in vervulling te doen gaan; maar ook, dat de heidenen God zijn gaan prijzen om Zijn barmhartigheid. Zo toch staat er geschreven: Daarom zal ik U loven onder de heidenen, o Heer, en Uw Naam lofzingen. En verder heet het: Verblijdt u, heidenen samen met Zijn volk. En elders: Gij heidenen, looft allen de Heer; prijst Hem, alle volkeren. En dan zegt Isaias nog: Komen zal de spruit van Jesse, Hij, Die zal opstaan om over de heidenen te heersen; op Hem zullen de heidenen hun hoop vestigen. God nu, op Wie onze hoop gericht is, vervulle u met alle vreugde en vrede door het bezit van het geloof, opdat uw hoop overvloedig moge toenemen door de kracht van de Heilige Geest.

Evangelie
Mt. 11, 2-10
In die tijd, toen Johannes in de gevangenis hoorde van de werken van Christus, zond hij twee van zijn leerlingen om Hem te vragen: “Zijt Gij het, die komen moet of hebben wij een ander te verwachten?” Jezus gaf hun ten antwoord: "Gaat aan Johannes berichten, wat gij gehoord en gezien hebt. Blinden zien, kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd, doven horen, doden verrijzen, en aan armen wordt het Evangelie verkondigd. Zalig is hij, die geen aanstoot neemt aan Mij”. Toen zij weggingen, begon Jezus tot het volk te spreken over Johannes: “Wat zijt gij in de woestijn gaan zien? Een riet dat door de wind wordt heen en weer bewogen? Maar wat zijt gij dan gaan zien? Een mens in zachte kleren? Zie, mensen met zachte kleren zijn te vinden in de paleizen van de koningen. Maar wat zijt gij er dan gaan zien? Een profeet? Ja, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet. Want hij is het, van wie geschreven staat: Zie, Ik zend mijn gezant voor U uit, om vóór U de weg te bereiden."

Overweging
De Introïtus begint vandaag met de woorden: “Volk van Sion, zie, de Heer komt om de volkeren te redden en de Heer zal de glorie van Zijn stem doen horen in de blijdschap van uw harten”.

Om ons met meer hoop en vertrouwen te doen uitzien naar de komst van de Heer, herinnert de Kerk ons vandaag in het epistel aan de getuigenis van de profeten, die deze komst hebben aangekondigd en voorspeld tot heil van de joden en van alle volkeren.

Zoals de gehele voorchristelijke tijd verlangend uitzag naar de beloofde Messias, zo worden wij door de Kerk opgewekt om hetzelfde te doen. Want hoe kan Christus welkom zijn in onze harten als wij Hem niet verwachten? En hoe kunnen wij Hem verwachten als wij niet weten waarvoor Hij komt? “Zie, Hij komt om de mensen te redden.” Daarvoor komt Hij weer, steeds met hetzelfde doel. Hij komt nu ook, bij het Kerstfeest dat aanstaande is, om te redden, om ons te redden, om anderen en om mij te redden. Hij komt ons bevrijden uit doodsgevaren, Hij komt waarschuwen, Hij komt licht geven, Hij komt ons opnieuw de weg naar boven wijzen. Als wij Hem verwelkomen, dan zal Hij al onze verlangens naar Zich toekeren.

“En de glorie van Zijn stem zal hoorbaar zijn in de blijdschap van ons hart.” Wij zullen weten dat Hij het is, die het nieuwe leven en de nieuwe vreugde brengt. Wij hebben misschien aan niets zozeer behoefte als aan zuivere vreugde, aan een vreugde die haar oorsprong niet vindt in het aardse, want het aardse heeft onze geest verblind en het hart vervuld met duisternis. Het is deze aardse vreugde die ons met Kerstmis door de wereld wordt verkocht om de ziekten van de zielen te verbergen. Het is de illusie die de mensen van vandaag najagen, de illusie die aan toekomstige generaties wordt doorgegeven; deze illusie houdt de tirannie van Satan in stand, dat is de tirannie van de zonde.

Waar is Zijn glorie hoorbaar in de blijdschap van de harten? In het hart, dat verheven is boven het aardse, in het hart dat het hemelse nastreeft en het aardse achter zich heeft gelaten, dáár is Zijn glorie hoorbaar, daar is nieuw leven en vreugde, want daar kan de Redder werkzaam zijn. Bij de toepassing van het heil vraagt de Redder onze medewerking. Hij wil welkom geheten worden, want wat Hij komt brengen moet met liefde en in dankbaarheid ontvangen worden, dus met een zuivere geest.

Vreugde en zuiverheid zijn twee belangrijke vruchten van Zijn nieuwe geboorte in ons hart. Want is het niet zo dat ons leven heel anders zou kunnen zijn: dieper en heiliger, rijker en vruchtbaarder, als er meer reinheid en meer blijdschap in ons was, dus een grotere verhevenheid van ons hart, een verhevenheid die Christus tegemoet gaat? Dat is de boodschap van de Advent: het hart van het aardse te onthechten en het te verheffen, bereid op de komst van Christus in de genade, en uiteindelijk op Zijn glorievolle komst als Rechter van levenden en doden. Iedere ziel is gewaarschuwd, elke staat en alle volkeren zouden moeten weten dat Christus, de Redder, is gekomen om te heiligen en dat Hij zal komen om te oordelen. Nu is er nog tijd om de vreugde en de blijdschap op te wekken in ons harten, maar dit is alleen mogelijk als wij de wereld met al haar verlokkingen achter ons laten en de weg van de zuiverheid inslaan. Deze weg wordt ons door de katholieke Kerk voorgehouden en is de enige weg die tot het nieuwe leven van Christus, de Redder, voert.

4 december 2020

4 december: Heilige Petrus Chrysologus, bisschop, belijder en kerkleraar

Drie dingen zijn er, drie dingen waardoor ons geloof sterk staat, onze toewijding standvastig is en onze deugd blijvend, namelijk gebed, vasten en barmhartigheid. Door te bidden kloppen wij aan, door te vasten verkrijgen wij, door barmhartigheid ontvangen wij. Gebed, vasten en barmhartigheid: deze drie zijn één, zij geven elkaar het leven. Immers, de ziel van het gebed wordt gevormd door het vasten en het vasten leeft pas echt als wij barmhartigheid betonen. Laat niemand deze drie uit elkaar trekken, want zij willen niet gescheiden worden. Wie er van de drie slechts één bezit, of ze niet tegelijk beoefent, bezit niets. Dus, wie bidt, moet vasten, en wie vast, moet barmhartig zijn. Wie wil dat zijn gebed verhoord wordt, moet ook zelf luisteren naar een verzoek. Hij vindt gehoor bij God, als hij zijn eigen oor niet sluit voor een smeekbede.

De mens die vast, moet begrijpen wat vasten is. Hij moet voelen wat honger lijden is, als hij wil dat God zijn honger aanvoelt. Hij moet barmhartigheid tonen, als hij op barmhartigheid hoopt. Wie goedheid wil ervaren, moet goed doen. Wie verlangt dat men geeft, moet zelf geven. Wie voor zichzelf vraagt wat hij een ander ontzegt, vraagt op de verkeerde manier. Voor ons als mens moet dit de norm van onze barmhartigheid zijn: je ondervindt barmhartigheid zoals je wilt, zoveel als je wilt en zo vlug als je wilt, maar heb dan medelijden met anderen, ook zo, evenveel, even vlug.

Gebed, barmhartigheid en vasten moeten dus onze ene bescherming zijn bij God, onze ene voorspraak, onze ene drievormige gebed. Wat wij door misprijzen hebben verloren, moeten wij door vasten herwinnen. Ons leven moeten wij offeren door te vasten, want er is niets beters dat wij God kunnen aanbieden. Dit bewijst het woord van de psalmist: "Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid, een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af." (Ps. 50, 19) Offer dus je leven aan God, bied je vasten aan als een zuiver en heilig offer, een levend offer dat van jou blijft en aan God gegeven wordt. Wie dit niet aan God schenkt, is niet te verontschuldigen, want ieder bezit zichzelf om weg te schenken.

Maar om jouw gaven aanvaardbaar te maken is barmhartigheid onmisbaar. Want vasten brengt geen vrucht, als de akker niet besproeid wordt met barmhartigheid. Het vasten kwijnt weg, als de barmhartigheid opdroogt. Wat de regen is voor het land, dat is de barmhartigheid voor het vasten. Iemand die vast, kan wel zijn gezindheid verzorgen, zijn vlees zuiveren, ondeugden uitroeien en deugden zaaien, maar als hij de barmhartigheid niet laat stromen, oogst hij geen vrucht.

Als jij vast en jouw barmhartigheid vast ook, dan lijdt jouw akker honger. Maar als je vast en uit barmhartigheid rondstrooit, dan vult zich daarmee jouw schuur in overvloed. Lijd daarom geen verlies door te bewaren, maar verzamel door te geven. Geef aan een arme en geef zo aan jezelf. Alleen wat je aan een ander laat, zul je zelf bezitten.

"Bidden is iets goeds, als het gepaard gaat met vasten en liefdadigheid. Want de aalmoes reinigt van de zonde. Wie liefdadigheid beoefent, zal het leven bezitten in overvloed." (Tobit 12, 8-9)

Uit een preek van de heilige Petrus Chrysologus, bisschop van Ravenna († ca. 450)

3 december 2020

3 december: Heilige Franciscus Xaverius, belijder

Franciscus de Jassu y Javier werd op 7 april 1506 geboren op het Spaanse kasteel Xavier in Navarra (Spaans Baskenland). Hij studeerde in Parijs (1525) aan de universiteit en werd daar door de jonge Ignatius van Loyola voor het heilig dienstwerk gewonnen. Hij sloot zich in 1534 aan bij het groepje dat Ignatius de 'Societeit van Jezus' noemt. In het jaar 1537 werd Franciscus in Venetie tot priester gewijd en ging samen met Ignatius werken in Rome. Op 27 september 1540 ontvingen zij de bevestiging van de orderegels door paus Paulus III. Al snel trekt hem het werk als missionaris in de kolonieën en hij gaat, op verzoek van paus Paulus III en de Portugese koning, in 1541 werken in Goa in Indië, onder de losbandige Portugezen.

Drie jaar later vertrekt hij naar de Molukken, waar hij op Ternate een centraal punt voor de missionering vestigt. Hier doopt hij in een maand 10.000 vissers. In het jaar 1549 vertrekt hij naar het pas ontdekte Japan en vestigt daar het christendom. In 1551 wordt hij provinciaal van de orde in Goa, waar hij weer naar terugreist. Van hieruit regelt hij de hele missie. Overal waar Xaverius kwam stichtte hij missieposten van waaruit het geloof verkondigd werd. Vlak voor de overtocht vanaf het eiland Sancian bij Kanton naar China, sterft Franciscus op 3 december 1552. Vanuit China wilde hij de moeilijk te bekeren Japanners bewegen het geloof in het heilig Evangelie aan te nemen.

In het jaar 1622 werd Franciscus Xaverius (zoals hij in de volksmond wordt genoemd) door paus Gregorius XV heilig verklaard en in 1748 door paus Benedictus XIV benoemd tot patroon van Indië. Paus Pius X benoemde hem in 1904 tot patroon van de geloofsverkondigers en in 1927 werd Franciscus Xaverius door paus Pius XI benoemd tot patroon van alle missies. Zijn lichaam rust in Goa.

Franciscus Xaverius is patroon van China, missionarissen, missie in het Oosten, zeelieden, de katholieke pers en voor een goed stervensuur; hij is patroon tegen storm en de pest.

1 december 2020

Van de pastoor: Christus is de verlosser!

Beminde gelovigen,

De decembereditie van het Informatiebulletin van onze parochie verschijnt aan het begin van het nieuwe liturgische en kerkelijk jaar. De Advent weerspiegelt in vier korte weken het wachten van het oude verbond op de uiteindelijke verlossing.

Met de geboorte van Jezus Christus is dit wachten tot een einde gekomen, is het tijdperk van verslaving aan de zonde beëindigd en is een nieuw tijdperk van verlossing door Christus begonnen.

Wij, christenen, die zich hiervan volledig bewust zijn, mogen in vreugde en hoop leven, want bij elke gedoopte, die zich verenigt met Christus, voltrekt God – door de sacramenten die wij ontvangen – de verlossing in het leven. Als wij een goed christelijk leven leiden, dan bezitten wij dus de ware hoop op verlossing, gegeven door Christus Zelf. In de strijd van ons aardse bestaan mogen wij dit niet vergeten.

Wij moeten alles om ons heen toetsen op overeenstemming met de christelijke leer. Wat indruist tegen de geopenbaarde Waarheid moeten wij resoluut afwijzen, want die dingen willen en kunnen ons beroven van ons deelachtig zijn aan de verlossing.

Het bijna voorbije jaar 2020 heeft velen de ogen geopend voor de ware toestand waarin onze samenleving verkeert. Het onvoorstelbare is werkelijkheid geworden. Ons sociale en ons maatschappelijk leven valt uit elkaar. De toekomst vervult ons met grote vraagtekens. Juist nu dienen wij de ware zekerheid van dit leven te aanvaarden: Christus is de verlosser!

In die geest wens ik u een gezegende Advent toe!

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

30 november 2020

Informatiebulletin voor de maand december is verschenen

Het Informatiebulletin is een gezamenlijke uitgave van de parochies H. Agnes en H. Jozef, gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie. In de decembereditie aandacht voor de Advent, de aankondiging van Christus' geboorte, een volle aflaat op Oud én Nieuw, en uiteraard alle liturgische plechtigheden in de decembermaand.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin december' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

30 november: Heilige Andreas, apostel

Andreas was de broer van Simon Petrus. Hij was eerst leerling van Johannes de Doper. Beide broers waren visser van beroep. Andreas sloot zich later bij Jezus aan en liet ook zijn broer met Jezus kennis maken. Andreas is de eerste met name genoemde apostel. Hij was de eerste apostel die Jezus volgde, samen met Johannes. Hij leidde ook de eerste heidenen naar Jezus, vlak voordat Hij aan Zijn beulen uitgeleverd zou worden. Steeds stond hij Jezus ter zijde om zijn hulp aan te bieden. Zo was Andreas de apostel die voor de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging een jongen aanwees die broden en vissen bij zich had.

Volgens de overlevering heeft hij na het Pinksterfeest het Evangelie verkondigd in Klein-Azie en in de Donaulanden. Ten tijde van de regeringsperiode van keizer Nero werd Andreas door de stadhouder Ageas gearresteerd. Hij werd gedwongen aan de goden te offeren, maar Andreas hield standvastig vol en bleef weigeren. Daarop sprak de christenhater over hem het doodsoordeel uit. Omstreeks het jaar 60 is hij te Patras in het noorden van de Peloponnesus in Griekenland aan een X-vormig kruis gestorven. Uit liefde voor zijn Heer wilde hij namelijk niet op dezelfde wijze gekruisigd worden als Jezus. We noemen een X-vormig kruis daarom een Andreaskruis. We komen het Andreaskruis tegen in het wapen van Amsterdam en bij spoorwegovergangen.

De heilige Andreas is de patroon van Rusland en van Schotland. Filippus van Bourgondië (Filippus de Schone) stelde in 1429 de ridderorde van Sint Andries in, die wij beter kennen als de orde van het Gulden Vlies.

Andreas ligt begraven in de grafkelder te Amalfi en zijn hoofd lag in de Sint-Pietersbasiliek te Rome. Paus Paulus VI heeft dit hoofd geschonken aan de Patriarch van Constantinopel als een gebaar van toenadering, want in het Oosten is de heilige Andreas een van de meest vereerde heiligen. Hij zou volgens de legende de Kerk van Byzantium hebben gesticht, het centrum van de Oosterse Kerken.

Andreas is patroon van Schotland, Griekenland, Rusland, Spanje, vissers, vishandelaren, slagers, mijnwerkers, touwslagers, waterdragers en voor een goed huwelijk; hij is patroon tegen: jicht, keelpijn, krampen en belroos.

29 november 2020

Messe 'Cum Jubilo' (Duruflé)

Eerste zondag van de Advent

Epistel
Rom. 13, 11-14
Broeders, gij weet, dat het thans voor ons tijd is, om uit de slaap op te staan. Want nu is ons heil dichterbij, dan toen wij het geloof aanvaardden. De nacht loopt ten einde; de dag komt naderbij. Laten wij daarom afleggen de werken van de duisternis, en ons bekleden met de wapenen van het licht. Zorgen wij onberispelijk te leven, zoals men dat doet op klaarlichte dag: niet in onmatigheid en dronkenschap, niet in ontucht en losbandigheid, niet in twist en naijver; integendeel, gij moet u bekleden met de Heer Jezus Christus.

Evangelie
Lc. 21, 25-33
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Er zullen tekenen komen aan zon en maan en sterren; en op de aarde zal er doodsangst heersen onder de volken, geheel radeloos door het gebulder van zee en golven. Dan zullen de mensen het besterven van schrik en angst om hetgeen de wereld gaat overkomen; want de krachten van de hemelen zullen geschokt worden. En dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk, met grote macht en majesteit. Welnu, wanneer dit alles een aanvang gaat nemen, richt dan uw ogen opwaarts, en heft uw hoofden omhoog! Want uw verlossing is nabij. En Hij hield hun de volgende gelijkenis voor: Ziet naar de vijgeboom en de andere bomen; zodra zij beginnen uit te lopen, weet gij, dat de zomer nabij is. Zo ook, als gij deze dingen ziet gebeuren, weet dan, dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar Ik zeg u: dit geslacht zal niet vergaan, voordat dit alles geschiedt. Hemel en aarde zullen vergaan, maar Mijn woorden zullen niet vergaan.

Overweging
De Advent begint met de woorden over de komst van de Mensenzoon, die wij in een meer uitbundige vorm afgelopen zondag reeds hebben gehoord. De Mensenzoon komt als rechter in Zijn eigendom terug om verlossing te brengen aan Zijn gelovigen. Er zit iets heugelijks in de woorden van het Evangelie van vandaag, als wij horen: Heft uw ogen opwaarts, want uw verlossing is nabij.

Dit is ook precies de diepste betekenis van de kerkelijke Advent: Het verwachten van Christus, de Mensenzoon, in Zijn derde komst, die plaats zal vinden op het einde der tijden in macht en majesteit. Hij zal verschijnen om alles tot Zich te trekken door het uitspreken van het laatste oordeel.

Maar voor dit alles zal gebeuren wordt ons verhaald hoe de gehele schepping geschokt zal worden, en hoe de mensen het zullen besterven van schrik en angst. Ons wordt duidelijk gemaakt dat de jongste dag voorafgegaan zal worden door allerlei ellende en nood. Dat is de onafwendbare toekomst die deze wereld te wachten staat.

De derde komst van Christus, als rechter, is slechts voor de getrouwen midden in de ellende van deze wereld toch een grote vreugde. Zijn komst brengt verlossing, want Zijn koninkrijk is nabij. Waar het in ons christelijk leven over gaat is niets meer of minder dan onze voorbereiding op Zijn komst. Behoren wij Hem toe of niet? Leef ik zoals Hij van mij verwacht? Bemin ik Hem in mijn dagelijkse gebeden? Woont er in mijn ziel een verlangen om bij Hem te zijn en alleen aan Hem toe te behoren? Dat zijn de cruciale punten die uitmaken of wij Zijn komst in heerlijkheid met vreugde en hoop tegemoet kunnen gaan, of dat de toekomstige ellende van deze wereld alleen maar het begin van eeuwige pijn en verdriet zal zijn.

Bij Zijn derde komst in heerlijkheid zullen namelijk de slechte mensen worden gescheiden van de goeden en worden opgesloten in het eeuwige hellevuur. Voor wie Hem hebben liefgehad staan de poorten van de hemel open. Eeuwige vreugde in de aanschouwing van de goddelijke heerlijkheid zal hun deel zijn. Hij wordt in de Kerstnacht geboren om ons alle middelen te schenken die noodzakelijk zijn om heilig te worden.