Gezamenlijke website van de parochies H. Agnes en H. Jozef, beide gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 september 2020, onder voorbehoud van wijzigingen.

Bidt u thuis ook mee?

Met de Rozenkransnoveen voor Kerk, gezin en vaderland: klik hier.
Om eerherstel te brengen aan Jezus in het Allerheiligste Sacrament: klik hier.


20 september 2020

Heilige pater Pio: Bid, hoop en vrees niet

Zestiende zondag na Pinksteren

Kruisverheffing: Al wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.

Epistel
Efes. 3, 13–21
Broeders, ik bid u, dat gij niet de moed verliest om wille van de wederwaardigheden, die ik voor u verduur; want dat is juist een eer voor u. Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heer Jezus Christus, aan Wie alle vaderschap in de hemel en op aarde zijn naam ontleent: Moge Hij overeenkomstig de rijkdom van Zijn glorie u geven: dat gij naar de inwendige mens krachtig wordt gesterkt door Zijn Geest, en dat Christus woont in uw harten door het geloof; opdat gij, aldus geworteld en bevestigd in de liefde, in staat zijt om met alle heiligen de breedte en de lengte, de hoogte en de diepte te begrijpen, en de liefde van Christus te kennen, die alle begrip te boven gaat, om aldus volmaakt te worden naar heel de volheid Gods. Aan Hem nu, Die bij machte is om door de kracht, die in ons werkt, veel meer tot stand te brengen, dan wij kunnen vragen of begrijpen, aan Hem zij de eer in de Kerk en in Christus Jezus tot in alle geslachten van de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Lc. 14, 1–11
In die tijd kwam Jezus op een sabbat in het huis van een der voornaamste farizeeën, om de maaltijd te gebruiken; en zij letten zeer scherp op Hem. En zie, daar stond voor Hem een man, die aan waterzucht leed. En Jezus richtte Zich tot de wetgeleerden en farizeeën met de vraag: Mag men op de sabbat iemand genezen of niet? Maar zij zwegen. Dan legde Hij Zijn hand op hem, genas hem en liet hem heengaan. Maar tot de anderen sprak Hij: Wie van u zal niet zijn ezel of zijn os, die in een put valt, terstond er uit halen, al is het een sabbatdag? En zij wisten niets daartegen in te brengen. Ook hield Hij aan de gasten een gelijkenis voor, omdat Hij bemerkte, hoe zij de eerste plaatsen uitzochten; en Hij sprak tot hen: Als gij ter bruiloft wordt genodigd, neem dan niet de eerste plaats in; want misschien is er iemand genodigd, die voornamer is dan gij; en dan zou hij, die u en hem heeft uitgenodigd, u komen zeggen: Maak plaats voor deze; dan zoudt gij met schaamte de laatste plaats moeten innemen. Maar als gij genodigd zijt, neem dan de laatste plaats; wanneer dan uw gastheer binnenkomt, zal hij tot u zeggen: Vriend, ga hoger op! Dat zal een eer voor u zijn in het oog van al de disgenoten. Want al wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert, zal verheven worden.

Overweging
Gedurende de lange reeks zondagen na Pinksteren laat de Kerk ons in haar gebeden steeds opnieuw dezelfde hoofdgedachten overwegen, namelijk hoe het goddelijke heilsplan zich in ons moet verwezenlijken en hoe wij ons christelijk leven moeten beleven. Om ons dit te verduidelijken kiest zij voor ieder zondag enkele teksten uit de Heilige Schrift uit, die ons misschien vrij algemeen voorkomen, maar die uiterst geschikt zijn om onze christelijke levenshouding te bepalen. Vandaag wijst de lezing van het Evangelie hoofdzakelijk op de noodzaak alle dubbelzinnigheid, alle schijnheiligheid, alle verwaandheid en elke valse trots uit ons leven te weren, om ons met een oprecht en nederig hart aan de dienst van God te wijden, nederig erkennend dat de verwezenlijking van dit christelijke levensprogramma in ons het eigen werk van Gods genade in ons is. Het is deze genade die zichtbaar wordt in het Evangelie door de genezing van iemand die lijdt aan waterzucht. Maar omdat het een sabbat was, wekte deze genadebemiddeling ontevredenheid op bij de farizeeën, die in de naam van een voorschrift uit de wet aan het hoogste gebod, namelijk dat van de liefde, zouden verzuimen.

In het tweede deel van het Evangelie van vandaag wordt ons door een gelijkenis geleerd in welke gezindheid wij moeten liefhebben, namelijk in eenvoud en nederigheid. Christus Zelf heeft ons daarvan het levende voorbeeld gegeven toen Hij Zich offerde voor onze zonden. Zijn liefde is ook bij ons gebleven door de sacramenten, vooral in het heilig Sacrament van het Altaar. De farizeeën dachten dat zij zichzelf de gerechtigheid zouden kunnen geven door de letter van de wet te volgen. Christus laat ons echter duidelijk zien dat de gerechtigheid ontvangen moet worden, zoals degene die aan waterzucht lijdt zijn gezondheid ontvangt. Wij ontvangen de liefde niet in trots, maar in eenvoud en nederigheid.

De wijze waarop een katholiek de heilige communie ontvangt is een goed voorbeeld van de twee geestesgesteldheden die vandaag in het Evangelie worden getoond. De geknielde ontvangst van de communie op de tong laat de eenvoudige en nederige afhankelijkheid van Gods genade zien en maakt aan een ieder duidelijk dat wij zelf niets vermogen, maar slechts – zoals een klein kind – gevoed kunnen worden. Als wij volledig van deze houding doordrongen zijn, dan kan de goddelijke genade zich ten volle in onze ziel ontplooien. Daar staat tegenover de trotse houding van de handcommunie, die te vergelijken is met de farizeeër die denkt zichzelf het heil te kunnen geven door de uiterlijke navolging van de wet, maar die geen nederige en eenvoudige afhankelijkheid kent tot de liefde van God.

Beoefenen wij de eenvoudige nederigheid, waarin de genade en de liefde van God zo vruchtbaar worden. Stellen wij niet onszelf op de eerste plaats, maar erkennen wij dat wij arme schepselen zijn die volledig afhankelijk zijn van het erbarmen van God.

19 september 2020

19 september: H.H. Januarius, bisschop, en gezellen, martelaren

In het jaar 305, onder het bewind van keizer Diocletianus, weigerde de ongeveer dertigjarige Sosimus te offeren aan de Romeinse oppergod Jupiter. Na enkele gruwelijke folteringen werd hij in Puzzeoli gevangen gezet. Zijn christenbroeders Proculus, Eutyches en Acucius wilden hem daar komen bezoeken en werden op hun beurt gearresteerd, gefolterd en eveneens in de gevangenis geworpen. Toen dat alles bisschop Januarius ter ore kwam ging hij op weg om zijn mensen in de gevangenis te bezoeken. Hij werd onderschept en onderging hetzelfde lot als zijn medechristenen. Januarius werd in een gloeiende vuuroven gedompeld. Maar dat deerde hem niet; midden in de vlammen begon de heilige hardop Gods lof te zingen, zoals dat het geval was bij de drie jongelingen in het boek Daniël. Ook moest hij in de arena vechten met wilde dieren maar de dieren deden hem niets. Zijn diaken Festus en zijn voorlezer Desiderius gingen op bezoek bij hun bisschop. Ook zij werden opgepakt en tezamen met Januarius naar Puzzeoli afgevoerd. Daar werden ze de dag na hun aankomst onthoofd.

De relieken van Januarius werden overgebracht naar het nabij gelegen Napels. in 831 kwamen ze naar Benevento, in 1154 naar het klooster Monte Vergine en in 1497 gingen ze weer terug naar de kathedraal San Gennaro (Sint Januarius) van Napels, waar zijn gebeente en bloed worden bewaard tot op de huidige dag. Zijn bloed wordt bewaard in een ampul in de San Gennarokapel. Drie keer per jaar, op de zaterdag voor de eerste zondag van mei, op 19 september en op 16 december, wordt het bloed weer vloeibaar.

Januarius is een van de bekendste patroonheiligen van de stad Napels. Daarnaast is hij beschermheilige van de goudsmeden (vanwege de gloeiende oven). Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen vulkaanuitbarstingen van de Vesuvius.

16 september 2020

16 september: H.H. Cornelius (paus) en Cyprianus (bisschop), martelaren

Cornelius werd aan het begin van de derde eeuw geboren. In 251 werd hij, nadat de pauselijke zetel 15 maanden vacant was geweest, tot bisschop van de Kerk van Rome gewijd. Dit bleef hij tot 253. In dit korte tijdsbestek heeft hij vooral te kampen gehad met de leer van Novatianus, een dwaalleraar die zich opwierp als tegenpaus. Het eigenlijke conflict ging over het weer opnemen van de mensen die tijdens de vervolging van het geloof waren afgevallen. De Novitianen ontkenden de macht van de Kerk om zware zonden te vergeven. Deze dwaling hield twee eeuwen stand. Volgens de H. Cornelius konden deze 'gevallenen' (lapsis) - zij hadden tijdens de vervolging onder keizer Decius aan afgoden offers gebracht - weer door handoplegging en boete in de Kerk worden opgenomen. Cyprianus heeft Cornelius geholpen het gezag te handhaven. Paus Cornelius werd door keizer Gallus verbannen naar het huidige Civitavecchia. Hier werd hij op 14 september 253 door onthoofding om het leven gebracht. De heilige Cornelius ligt begraven in de catacomben van Callistus.

Cyprianus was een vriend van paus Cornelius. Hij werd rond het jaar 210 in Carthago geboren. Hij stamde uit een heidense familie. Na zijn bekering in 248 werd hij tot priester gewijd en daarna (in 249) tot bisschop van Carthago. Hij heeft paus Cornelius gesteund in de strijd tegen de Novitianen. Hij heeft zich tijdens paus Stephanus hard opgesteld tegen ketterdopen. Tijdens de christenvervolging ten tijde van keizer Valerianus werd Cyprianus verbannen. Op 14 september 258 werd hij in Carthago onthoofd.

Cornelius is patroon van boeren en tegen krampen, oorkwalen, zenuwziekten en epilepsie. Bovendien is hij een van de vier heilige maarschalken, dat wil zeggen bijzondere voorsprekers bij God, samen met Antonius, Quirinus en Hubertus.

Cyprianus wordt aangeroepen als beschermer tegen de pest.

15 september 2020

15 september: Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten

De dag na het feest van Kruisverheffing gedenkt de Kerk de zeven smarten van Maria. Op veel iconen wordt Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten afgebeeld als vrouw wier hart door zeven zwaarden wordt doorboord.

De zeven smarten van Maria zijn:
1. De profetie van Simeon in de tempel bij het opdragen van Jezus
2. De vlucht naar Egypte
3. Het zoek raken van Jezus in de tempel
4. Ontmoeting van Maria met Jezus op weg naar de Calvarieberg
5. Maria staat onder Jezus' kruis
6. Maria omhelst Jezus' dode lichaam na de kruisafname
7. Jezus wordt begraven

De heilige Mis van deze dag heeft een eigen sequentie: het Stabat Mater:

Latijn

Stabat Mater dolorosa,
juxta crucem lacrymosa,
dum pendebat Filius.
Cujus animam gementem,
contristatam et dolentem
pertransivit gladius.
O quam tristis et afflicta
fuit illa benedicta
Mater unigeniti!
Quae moerebat et dolebat,
et tremebat, Pia Mater, cum videbat
nati poenas incliti.


Nederlands

Naast het kruis, met schreiende ogen,
stond de Moeder, diep bewogen,
toen haar Zoon te sterven hing,
toen haar door het zuchtend harte,
overstelpt van wee en smarten,
't zevenvoudig slagzwaard ging.
O hoe droef, hoe vol van rouwe,
was die zegenrijkste vrouwe,
Moeder van Gods een'ge Zoon!
Ach, hoe streed zij! Ach, hoe kreet zij!
En wat folteringen leed zij,
bij 't aanschouwen van die hoon!


14 september 2020

14 september: Verheffing van het heilig Kruis, feest

In die tijd zei Jezus tot Nikodemus: "Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen; tenzij Hij Die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des Mensen. En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered." (Joh. 3, 13-17)

Het feest van Kruisverheffing gaat terug op de inwijding van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem in het jaar 335. Tijdens deze inwijding werd het heilig Kruis getoond aan het gelovige volk. De kerk van het Heilig Graf werd gebouwd in opdracht van Sint Helena, de moeder van Constantijn de Grote, op de plaats waar zeer waarschijnlijk het lichaam van Christus tussen kruisdood en verrijzenis te rusten was gelegd, meer bepaald op de plaats van de gevonden grafkelder, achter Golgotha. Tijdens het jaarlijkse kerkwijdingsfeest werd het kruis, waaraan Jezus geleden had, aan het volk getoond.

Het Kruis werd door Helena gedeeld: een deel bleef in Jeruzalem en twee andere delen schonk zij aan Constantinopel en Rome. Vooral vanaf de kruistochten ontstond een onstuitbare verspreiding van kruisrelieken en zo werd het feest van de Kruisverheffing gevierd op de plaatsen waar de relieken terecht kwamen.

De Regel van Benedictus (41, 6-8) laat naar oude kerkgebruiken bij het feest van Kruisverheffing de kleine vasten beginnen, die uitloopt in de grote vasten. Bijgevolg is dit feest in de Benedictijnse traditie van bijzonder belang en hebben kloosterordes uit deze traditie, zoals de Cisterciënzers en de Trappisten, een rol gespeeld in de verspreiding van het feest in Europa. Het tonen van het Kruis als teken van verlossing door Christus verspreidde zich zo over de gehele Kerk.

Katholieken en orthodoxen vereren het Kruis van Golgotha, omdat daarop de Verlossing tot stand werd gebracht. De verheffing van het Kruis is het tonen van Jezus als Heiland. Door Zijn sterven werd de dood vernietigd.

13 september 2020

O Dulcissimum Mariae Nomen

Vijftiende zondag na Pinksteren

Epistel
Gal. 5, 25-26; 6, 1-10
Broeders, nu wij een geestelijk leven in ons dragen, zorgen wij nu ook naar de geest te leven. Laten wij geen ijdele eer najagen, zodat wij elkander tergen of benijden. Broeders, ook als iemand onbedacht in zonde is gevallen, dan moet gij, als geestelijke mensen, zo iemand terechtwijzen in de geest van zachtmoedigheid, en wel acht geven op u zelf, dat ook gij niet in bekoring komt. Draagt elkanders lasten; dan zult gij zo de wet van Christus vervullen. Want als iemand zich verbeeldt, dat hij wat is, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zichzelf. Laat daarom iedereen zijn eigen werk onderzoeken; dan zal hij alleen bij zichzelf reden hebben om te roemen, zonder zich te vergelijken met een ander. Want iedereen zal zijn eigen last moeten dragen. Wie echter onderricht ontvangt in de leer, moet aan degene, die hem onderricht geeft, van alle goeds meedelen. Wilt u zelf niet misleiden; God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Daarom – wie in het vlees zaait, zal ook van het vlees het verderf oogsten; wie echter zaait in de geest, zal van de geest eeuwig leven oogsten. Laten wij derhalve het goede blijven doen, zonder te verslappen; want als wij de moed niet opgeven, zullen wij te zijner tijd oogsten. Daarom – laten wij, zolang wij tijd hebben, goed doen aan iedereen, maar vooral aan de huisgenoten des geloofs.

Evangelie
Lc. 7, 11-16
In die tijd ging Jezus naar een stad, die Naïm heette; en Hij was vergezeld van Zijn leerlingen en een talrijke menigte. Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, een enige zoon van zijn moeder, en deze was weduwe; en een grote menigte uit de stad was bij haar. Toen de Heer haar zag, kreeg Hij innig medelijden met haar en zei tot haar: Ween niet! Dan kwam Hij naderbij en raakte de lijkbaar aan. (De dragers bleven stilstaan.) Vervolgens sprak Hij: Jongeling. Ik zeg u: sta op! En de dode ging overeind zitten en begon te spreken. En Hij gaf hem terug aan zijn moeder. En vrees greep allen aan, en zij verheerlijkten God en zeiden: Een groot profeet is onder ons opgestaan, en: God heeft Zijn volk bezocht.

Overweging
Door de tranen van de treurende moeder werd Jezus bewogen haar zoon uit de banden van de dood te bevrijden en terug te geven aan zijn moeder. Deze gebeurtenis is allereerst vanzelfsprekend een historische gebeurtenis, die ons de liefde en de goedheid van God laat zien. Verder is deze gebeurtenis in overdrachtelijke zin ook vandaag voor iedere mens werkelijkheid.

Door de zonde sterft de mens een nog diepere dood dan het sterven van het lichaam. De zonde berooft de mens van zijn eeuwige bestemming. Voor degene die in zonde sterft, blijf alleen het verschrikkelijke hellevuur, in alle eeuwigheid, zonder einde, zonder vermindering. Bedriegt uzelf niet, en denkt niet dat God dat toch niet zal toelaten. De waarheid is dat de zondige mens het zelf toelaat.

God is vol van erbarmen, zoals wij in het Evangelie hebben gehoord. Hij wekt de zondaar op tot leven, nu niet langer zoals die jongeman, maar door het sacrament van de biecht. God bevrijdt ons niet van de lichamelijke dood, maar van de eeuwige dood, als wij maar nederig en boetvaardig tot Hem naderen door middel van een gewijde priester.

Zonder de tranen van de wenende moeder zou in het Evangelie de jongeman niet zijn opgewekt. Ook de Kerk weent als een liefdevolle moeder om haar afgedwaalde kinderen. Zonder deze tranen en zonder haar gebed, waartoe ook ons persoonlijke gebed wordt gerekend, zou menig zondaar zich nooit hebben bekeerd. Wij leven in een tijd waarin de mens van kleins af aan tot zonde wordt aangezet, waarin gezin en samenleving geen veilig toevluchtsoord meer zijn. Des te meer moeten wij, christenen, bidden voor de bekering van de zondaars en offers brengen. Tegelijkertijd moeten wij ook waakzaam blijven om niet zelf met de dodelijke infectie van de zonde te worden besmet.

Zoals de menigte uit het Evangelie moeten ook wij met vrees worden vervuld en God verheerlijken, en Hem niet steeds weer vergeten. God is de werkelijkheid om Wie alles zich beweegt, en zo moet het ook zijn in ons leven. Als wij dood zijn in de zonde, dan kunnen wij alleen door Zijn erbarmen opnieuw tot leven komen, zoals niemand zichzelf het leven terug kan geven na de lichamelijke dood. God Zelf heeft tot de wereld gesproken, en de Kerk spreekt al 2000 jaar tot de wereld om God te dienen, maar de mens blijft steeds maar niet luisteren, omdat hij zich liever laat verblinden door de schijn van het wereldse. Deze schijn zal velen tot de eeuwige dood en verdoemenis brengen, omdat zij de tijd van erbarmen niet hebben willen kennen.

Deze waarschuwing is ook tot ons gericht. Heft steeds uw ogen naar de hemel en laat het wereldse spektakel achter u. Weest mensen die meer de taal van het gebed spreken, dan het gekabbel van deze wereld. Zorgt ervoor dat u de wereld doorziet, vertrouwt niet op de gezaghebbers in onze wereldse maatschappij, die voor u een pad van dood en ellende hebben geplaveid, maar luister naar en doe de Wil van God, zoals zeker ook de jongeman uit het Evangelie gedaan zal hebben, nadat hij tot het leven terugkeerde. Nemen wij onze toevlucht tot de heilige katholieke Kerk, de enige moeder die voor ons bij de Heer kan vragen om ontferming.

12 september 2020

12 september: Heilige naam Maria

Voor de naam Maria is geleidelijk een bijzondere verering ontstaan. In sommige apocriefe verhalen wordt vermeld dat een engel van Godswege aan haar ouders opdracht gaf het kind Maria te noemen. Paus Benedictus XIV verhaalt in zijn boek over de feesten des Heren en de Mariafeesten dat in Polen het gebruik bestond om geen enkel meisje Maria te noemen uit eerbied voor de naam van Maria en dat er van het noemen van Maria’s naam, bijvoorbeeld bij een exorcisme, volgens verschillende theologen een bijzondere kracht en bescherming uitgaat.

In 1683 werd het feest van de heilige naam Maria op de universele kalender ingevoerd, nadat het reeds in 1513 op de diocesane kalender van het bisdom Cuenca in Spanje was geplaatst, door paus Pius V daarvan was verwijderd en door paus Sixtus V weer was toegestaan. Op 12 september 1683, de zondag onder het octaaf van Maria Geboorte, werden de Turken bij Wenen verslagen en gedwongen de belegering van die stad op te geven. Paus Innocentius XI stelde dit feest daarna in uit dankbaarheid voor deze overwinning. Het bleef tot 1911 op de zondag onder het octaaf gevierd, totdat paus Pius X het verplaatste naar de 12e september, om in de viering van de zondagen de continuïteit niet te verbreken.

9 september 2020

(Beperkte) bijeenkomst Legioen Kleine Zielen op woensdag 9 september

De gebedsgroep Amsterdam van het Legioen Kleine Zielen van Jezus’ Barmhartig Hart komt elke tweede woensdag van de oneven maanden (januari, maart, mei, juli, september en november) bijeen in onze kerk en pastorie; de eerstvolgende bijeenkomst is vandaag. Het programma is als volgt:
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gelezen H. Mis
11.45 uur: Lof met Rozenkrans van de goddelijke Barmhartigheid en toewijdingsgebed

Er is geen conferentie in de pastorie. De tekst is wel op papier verkrijgbaar.

Een ieder is van harte uitgenodigd om kennis te komen maken en te komen meebidden met de gebedsgroep. Niemand is te groot of te klein, wij zijn allemaal aan het oefenen. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het legioen.

8 september 2020

8 september: Geboorte van de H. maagd Maria, feest

Moeder Anna met haar onbevlekt ontvangen dochter Maria.

Op 8 september viert de Kerk het feest van de geboorte van de heilige maagd Maria. Tezamen met Jezus Zelf en de H. Johannes de Doper behoort zij tot de weinigen van wie óók de geboortedag wordt gevierd. Het feest werd het eerst gevierd in het oosten, sinds de zesde eeuw, onder invloed van het concilie van Efese (431), waar Maria officieel tot 'Moeder van God' ('Theotokos') werd uitgeroepen. Paus Sergius I († 701) voerde het in voor de Kerk van Rome, en in de elfde eeuw was het verspreid over de gehele Kerk.

Historisch gesproken is niet bekend op welke dag Jezus’ moeder Maria is geboren. Men heeft gekozen voor 8 september, omdat op deze dag ergens in de vijfde of zesde eeuw te Jeruzalem een Sint-Annakerk werd ingewijd, op de plek waar Maria waarschijnlijk is geboren.

Maria is het volmaakte voorbeeld van wat God kan doen met iemand die bereid is de roeping te volgen die haar gegeven is. 'Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw woord.' (Luc. 1, 38) Maria heeft maar één wens: te doen wat God haar vraagt. Dat stelt God in staat om Zijn wonderen in haar te werken. Haar Zoon is Gods Zoon. Haar Zoon wordt Emanuël genoemd, omdat in haar Zoon God met ons is.

En zij zelf wordt zalig geprezen door elk geslacht omdat Hij Die machtig is aan haar Zijn wonderwerken deed (Lc. 1, 48‐49).
Maria heeft Jezus aan de wereld gegeven. Ze kon dit doen omdat ze zichzelf beschikbaar had gemaakt als de dienstmaagd des Heren. Natuurlijk was het niet Maria die Jezus aan de wereld gaf, maar God Zelf heeft dit wonder gewerkt in en door Maria.

6 september 2020

Ik heb dorst (meditatie door de heilige Moeder Teresa)

"Jezus heeft dorst, naar jou!
Ga op zoek naar Jezus en Hij zal van je houden, ongeacht wat je gedaan hebt."


Deze meditatie is geschreven door de heilige Moeder Teresa en wordt voorgelezen door father John Riccardo.


Veertiende zondag na Pinksteren

Niemand kan twee heren dienen... Het geld en de Bijbel staan symbool voor de twee heren: de mammon en God.

Epistel
Gal. 5, 16-24
Broeders, gij moet leven naar de geest; dan zult gij de begeerten van het vlees niet inwilligen. Het vlees immers begeert, tegen de geest, en de geest tegen het vlees; want de een strijdt tegen de ander, om u af te trekken van hetgeen gij zoudt willen doen. Maar als gij u laat leiden door de geest, is er geen wet, die u treft. De werken nu van het vlees zijn welbekend; het zijn immers: ontucht, onreinheid, oneerbaarheid en zedeloosheid; afgodendienst, toverij en vijandschap; twist, afgunst en toorn; onenigheid, tweedracht en verdeeldheid; jaloersheid, doodslag, dronkenschap en onmatigheid; en meer dergelijke dingen. Maar ik zeg u van te voren, zoals ik vroeger ook reeds gedaan heb, dat zij, die zulke dingen doen, het rijk van God niet zullen verwerven. Daarentegen zijn de vruchten van de geest: liefde en vreugde, vrede en geduld; welwillendheid en goedheid, lankmoedigheid en zachtmoedigheid; getrouwheid en bescheidenheid, zelfbeheersing en reinheid. Tegen zulke mensen richt zich geen enkele wet. Degenen nu, die Christus toebehoren, hebben hun vlees aan het kruis geslagen met al zijn ondeugden en begeerten.

Evangelie
Mt. 6, 24-33
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Niemand kan twee heren dienen; want hij zal of de een haten en de ander beminnen, of de een op de handen dragen en de ander verwaarlozen. Gij kunt niet tegelijk God dienen en de mammon! Daarom zeg Ik u: Weest niet angstig bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten, of voor uw lichaam, waarmede gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding? Ziet naar de vogelen des hemels; zij zaaien niet, en zij maaien niet en verzamelen niet in schuren; en toch, uw hemelse Vader voedt ze. Zijt gij niet veel meer waard dan zij? En wie uwer kan met al zijn denken aan zijn lengte één el toevoegen? En wat maakt gij u angstig bezorgd over kleding? Ziet de lelies op het veld, hoe ze groeien; zij werken niet en spinnen niet; en tóch zeg Ik u, dat Salomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als één van deze. Als God nu het gewas op het veld, dat heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo kleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen? Wilt dus niet angstig bezorgd zijn en zeggen: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want dat zijn dingen, waar de heidenen naar vragen. Immers uw Vader weet, dat gij dit alles nodig hebt. Zoekt derhalve eerst het rijk Gods en Zijn gerechtigheid en al dat andere zal u geschonken worden als toegift.

Overweging
Niemand kan twee heren dienen. En dit wordt verder uitgelegd: want hij zal of de een haten en de ander beminnen, of de een op de handen dragen en de ander verwaarlozen. We zouden deze woorden zorgvuldig moeten overwegen, want de Heer laat ons meteen zien wie de twee meesters zijn uit wie wij een keuze moeten maken. Gij kunt niet tegelijk God dienen en de mammon! 'Mammon' is een Hebreeuws woord dat gebruikt werd voor de rijken.

Wie de mammon dient, dient de boze, die op brutale wijze ervoor heeft gekozen om heer en meester te zijn van de aardse goederen, en die door Jezus de 'prins van deze wereld' wordt genoemd. Van deze twee heren zal men ofwel de een haten en de ander (dat is God) liefhebben, ofwel de een op handen dragen en de ander verwaarlozen. Wie de mammon dient, klamt zich vast aan een hardvochtige meester die uit is op vernietiging, want hij wordt gevangen gehouden door zijn lusten, en hij verkoopt zichzelf als slaaf aan de duivel, van wie niemand houdt. Is er iemand die de duivel liefheeft? En toch houden velen zich aan hem vast.

Daarom zeg ik u: Weest niet bezorgd om uw leven, om wat u zult eten of drinken, noch over uw lichaam, om welke kleding u zult dragen. Want ook al zijn deze zaken niet onbelangrijk, de zoektocht ernaar kan het hart in verdeeldheid brengen, en daardoor kunnen onze intenties bezoedeld raken. We pretenderen vaak - uit de goedheid van ons hart - deze zaken te zoeken voor de ander, maar, onder dit valse voorwendsel, willen we er zelf van profiteren. Op deze manier denken we zelfs niet te zondigen, omdat hetgeen we zoeken immers niet nutteloos is, maar noodzakelijk voor de ander.

Uit een preek van de H. Augustinus

5 september 2020

Heilige Moeder Teresa van Calcutta

In 1910 wordt Gonxha (Agnes) Bojaxhiu geboren in Skopje, Albanië (tegenwoordig Macedonië), als jongste kind in een welvarend gezin. Op 18-jarige leeftijd treedt zij toe tot de zusters van Loreto. Daar leert zij Engels en komt als lerares te werken in de Indiase stad Calcutta. Zij ziet hoeveel zieken, bedelaars en thuislozen er in die stad zijn.

In 1931 kiest Agnes haar kloosternaam: zuster Teresa, met Theresia van Lisieux als patrones. Ze wordt directrice van een school, buiten het klooster, en komt veel in contact met mensen uit de sloppenwijken.
Tijdens een treinreis naar Darjeeling in 1946 ontvangt Teresa een goddelijke ingeving. Ze besluit het klooster te verlaten en zich volledig in dienst te stellen van de armen en onder hen te gaan leven. In 1948 verleent paus Pius XII haar toestemming om uit het klooster te treden en als onafhankelijke non te gaan leven, op voorwaarde dat ze de geloften van zuiverheid, armoede en gehoorzaamheid naleeft.

Zie kiest als nieuw habijt een goedkope witte sari (de gewone kleding voor de vrouw in India) met blauwe rand. Het wit staat voor reinheid en het blauw verwijst naar Maria. Zij krijgt de Indiase nationaliteit en gaat een opleiding volgen voor de verpleging. Vervolgens sticht ze een nieuwe orde voor zusters in Calcutta: de Missionarissen van Naastenliefde.

Ze leeft onder de armen. Ze probeert hun iets bij te brengen over hygiëne en ze ontfermt zich over hun baby's als zij dat zelf niet meer kunnen of willen. En ze vertelt de mensen over de liefde van God. Tientallen jaren knielt zij in de straten van het Indiase Calcutta neer bij stervende mannen, vrouwen en kinderen. Ze vertrouwt op God voor hulp, ook in het materiële. Overal waar zij komt, nodigt ze mensen uit te helpen en te geven. Haar tehuizen zijn overvol en toch smeekt ze moeders die hun ongeboren kindje willen laten doden het geboren te laten worden. Als zij niet voor dat onschuldige baby'tje kunnen of willen zorgen, mogen ze het aan haar geven, dan zal zij zich erover ontfermen.

Op 10 december 1979 wordt aan een klein geschrompeld vrouwtje de Nobelprijs voor de Vrede uitereikt. Moeder Teresa ontvangt deze voor haar werk onder de armsten der armen. Haar dankrede is één groot gebed. Ondertussen houdt ze een rozenkrans tussen haar vingers.

Haar hele leven is een gebed, is één grote strijd voor het leven. Tijdens de VN-bevolkingsconferentie in Caïro in 1994 heeft Moeder Teresa de doodstraf en abortus resoluut verworpen. ”De enige die het recht heeft op het leven is Degene Die het heeft gemaakt. Niemand anders heeft dat recht. Niet de moeder, niet de vader, niet de arts, geen instantie, geen conferentie, geen regering.”
Voor Moeder Teresa is "abortus het ergste kwaad en de grootste vernietiger van de vrede, want het is een oorlog tegen het kind, een rechtstreeks doden van onschuldige kinderen, de moord door de moeder zelf. En als we aanvaarden dat een moeder zelfs haar eigen kind doodt, hoe kunnen we dan zeggen dat andere mensen elkaar niet mogen doden?”

In 1979, toen Moeder Teresa in Oslo de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst nam, sprak zij zich uit tegen de hypocrisie van de velen ”die zich zorgen maken over de situatie van baby's in Afrika en India, maar niet over de miljoenen die opzettelijk worden gedood door de wil van de moeder”.

Vaak gebruikte Moeder Teresa het volgende motto:
De vrucht van stilte is het gebed.
De vrucht van het gebed is geloof.
De vrucht van het geloof is liefde.
De vrucht van liefde is dienstbaarheid.
De vrucht van dienstbaarheid is vrede.

Moeder Teresa's liefde voor de Heer is aanstekelijk groot. Zij zegt dat je altijd en overal blij moet kijken, omdat dat uiteindelijk vrede en vreugde brengt. Maar achter haar eigen glimlach schuilt een oneindig verdriet. Vele malen was Jezus haar verschenen. Ze had visioenen gehad van naar God smachtende mensen. Hij dwong haar de grote stap te maken van het veilige klooster naar de armen op de straat. "Weiger mij niets", had Hij gezegd. Maar zij kon het niet, wat Hij vroeg was te veel voor haar. Maar uiteindelijk had ze gehoorzaamd. Met slechts een stukje zeep en vijf roepies was ze de straat opgegaan. En nu, juist als zij alles heeft gegeven, lijkt het of Hij haar in de steek heeft gelaten. Ze begint zelfs te twijfelen aan Zijn bestaan. Zoals Christus in de Hof van Olijven wordt bekoord, en later aan het kruis Zich door God verlaten voelt, zo eenzaam voelt Moeder Teresa zich. Alleen haar geloof houdt haar in deze beproeving op de been. Zij blijft Hem trouw, tot aan haar dood op 5 september 1997.

Paus Johannes Paulus II verklaart haar op 19 oktober 2003 zalig. Deze paus wilde haar als voorbeeld stellen aan de mensheid vanwege haar liefde voor het Allerheiligste Sacrament des Altaars, het gebed en de armen. Hij noemde haar het beeld van de Barmhartige Samaritaan in onze tijd. Paus Franciscus verklaart haar op 4 september 2016 heilig.

De congregatie Missionarissen van Naastenliefde telt nu wereldwijd meer dan 4.500 leden en bestaat uit (contemplatieve) zusters en broeders en een priesterorde.

3 september 2020

3 september: Heilige Pius X, paus en belijder

Pius X is geboren op 2 juni 1835 in de buurt van Venetië als Giuseppe Sarto. Zijn ouders waren straatarm. Zijn studie aan het seminarie werd gefinancierd door rijke weldoeners. In 1858 werd hij priester gewijd. Hij was achtereenvolgens kapelaan, pastoor, bisschop, en kardinaal-patriarch van Venetië. Daar besteedde hij veel geld en aandacht aan de armenzorg, opende hij een faculteit voor canoniek recht en bevorderde hij de kerkmuziek. In 1903 werd hij tot paus gekozen en koos de naam Pius X.

Pius X bleef altijd een grote sympathie houden voor de armen. Hij zei zelf: "Ik ben arm geboren, heb arm geleefd en wil vooral arm sterven", zinspelende op de vrijwillige armoede zoals aangenomen door kloosterlingen. Hij zette zich reeds als patriarch van Venetië in voor liefdadigheid, scholing van de arme jeugd, en verbetering van de gezondheidszorg en haar toegankelijkheid. Tegenover de katholieke vakverenigingen was kardinaal Sarto kritisch, omdat hij vreesde voor marxistische beïnvloeding en overname van de katholieke arbeidersinitiatieven. Sarto gebruikte zijn autoriteit meermaals om de situatie van de arbeiders te verbeteren (met name tegen kinderarbeid). Hij deed dit door zijn autoriteit te gebruiken als patriarch en kardinaal, niet door tot staking aan te zetten.

Als wapenspreuk koos hij: "Alles hernieuwen in Christus".
Zijn belangrijkste beslissingen waren: de afschaffing van het veto-recht van wereldlijke machten bij de keuze van een paus, de invoering van de kindercommunie, het opstellen van een lijst met dwalingen, de instelling van de antimodernisteneed, de oprichting van het Pauselijk Bijbelinstituut en de hervorming van het canoniek recht. Paus Pius X stond bekend als een man met een enorme geestkracht. Hij leed zwaar onder de dreiging van de Eerste Wereldoorlog. Hij overleed op 20 augustus 1914.

Paus Pius XII sprak hem in 1951 zalig. In 1954 verklaarde dezelfde paus hem heilig.

2 september 2020

Van de pastoor: Zijn wij vriend of vijand van Christus?

Beminde gelovigen,

De maand september brengt ons het feest van Kruisverheffing, waarbij wij vieren dat het heilig Kruis, waaraan onze goddelijke Redder door Zijn Zelfopoffering voor de redding van de zielen het heil voor ons heeft verworven, door keizerin Helena, de moeder van keizer Constantijn, te Jeruzalem gevonden werd en werd overgebracht naar de heilige stad Rome, de hoofdstad van het christendom en de zetel van de opvolgers van de heilige Petrus, de eerste paus.

Wij zouden steeds meer doordrongen moeten raken van de cruciale betekenis van het heilig Kruis als middelpunt van de geschiedenis, als het centrum van het wereldgebeuren. Want wij zijn ofwel vóór het Kruis ofwel tegen het Kruis. Dat wordt met de dag zichtbaarder in de gebeurtenissen in deze wereld.

Zijn wij vriend of vijand van Christus? Op die vraag moeten wij antwoord geven. Wij zijn Zijn vriend als wij trachten alles te doen dat Hij ons geopenbaard heeft en als wij blijven leren vanuit de traditie van de Kerk en haar sacramenteel leven. Wij worden een vijand van Christus als we de wereld volgen en de christelijke leer onder-geschikt maken aan het leven in deze wereld.

Tussen redding en verwerping ligt geen derde keuze. Ons antwoord op het Kruis kan dus alleen ja of nee zijn.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

1 september 2020

Informatiebulletin voor de maand september is verschenen

Het Informatiebulletin is een gezamenlijke uitgave van de parochies H. Agnes en H. Jozef, gevestigd in de Sint-Agneskerk, centrum voor de traditionele Latijnse liturgie. In het zojuist verschenen nummer voor de maand september aandacht voor het feest van Kruisverheffing en onze persoonlijke keuze: voor of tegen het Kruis, voor of tegen Christus? Er wordt nader ingegaan op de berekening van de data van de Quatertemperdagen in september. Ook nog aandacht voor een (beperkte) bijeenkomst van Legioen Kleine Zielen en een communiegebed van de heilige pater Pio.

Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin september' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.

Klik op het symbool in de rechterbovenhoek van onderstaande afbeelding voor een vergrote weergave en om te kunnen bladeren.

30 augustus 2020

Make me a channel of Your peace - All Angels

Dertiende zondag na Pinksteren

Epistel
Gal. 3, 16-22
Broeders, aan Abraham werden de beloften aangekondigd, en aan zijn zaad. Er staat niet: "en aan zijn nazaten", alsof er sprake was van velen; maar als van één: "en aan uw zaad" - en dat is Christus. Nu is dit mijn bedoeling: een wilsbeschikking, die door God Zelf rechtsgeldig is tot stand gekomen, wordt door de Wet, die vierhonderdendertig jaar later is ontstaan, niet ongedaan gemaakt, zodat de belofte niet meer van kracht zou zijn. Niettemin, als de erfenis voortvloeit uit de Wet, wordt zij niet verkregen krachtens belofte. En toch, aan Abraham heeft God Zijn gunst bewezen door belofte. Waarvoor diende dan de Wet? - Omwille van de overtredingen werd zij gegeven, totdat het zaad zou komen, waaraan Hij de belofte verbonden had; en zij werd uitgevaardigd door engelen door tussenkomst van een middelaar. Een middelaar nu treedt niet op bij één persoon. God echter is één. Is de Wet dus in strijd met Gods belofte? – Volstrekt niet; want indien er een wet gegeven was, die bij machte was het leven mee te delen, dan zou inderdaad de gerechtigheid voortkomen uit de Wet. Maar de Schrift heeft nu eenmaal alles onder de macht van de zonde gesteld, opdat de belofte aan degenen, die geloven, in vervulling zou gaan door het geloof in Jezus Christus.

Evangelie
Lc. 17, 11-19
In die tijd trok Jezus op Zijn reis naar Jeruzalem door het grensgebied van Samaria en Galilea. En toen Hij een zeker dorp wilde binnengaan, kwamen er tien melaatsen naar Hem toe, die op een afstand bleven staan en met luider stem riepen: Jezus, Meester, heb medelijden met ons. En zodra Hij hen zag, sprak Hij: Gaat heen en vertoont u aan de priesters! Nu geschiedde het, dat zij onderweg gereinigd werden. En een van hen ging terug, zodra hij bemerkte, dat hij gereinigd was, terwijl hij God verheerlijkte met luider stem; en hij wierp zich op zijn aangezicht neder aan Zijn voeten en dankte Hem. En deze was een Samaritaan. En Jezus nam het woord en zei: Zijn er geen tien genezen? Waar blijven dan de negen anderen? Niemand is er gevonden, die terugkeerde en eer gaf aan God, behalve deze vreemdeling! En Hij sprak tot hem: Sta op en ga heen; want uw geloof heeft u redding gebracht.

Overweging
Na het lezen van het epistel van deze zondag kunnen wij ons afvragen waarom de apostel de belofte zo zeer verheerlijkt ten koste van de wet. Het antwoord op die vraag is: omdat de belofte volledig Gods werk is, die louter en alleen voortvloeit uit Zijn barmhartige liefde. God belooft wonderbare zegeningen uit pure goedheid. De mens heeft daaraan part noch deel, want alle glorie komt toe aan God, ook die van ons eigen heil.

Wat de wet betreft: zij is slechts een tijdelijk bestel, dat later werd gegeven dan de belofte en dat de belofte niet buiten werking mag stellen. In Gods bedoeling gebeurt dat ook niet. Maar de joden in de tijd van Paulus handelden alsof het heil veel meer moest komen van hun eigen navolging van de wet, dan van Gods genadige goedheid. De wet is trouwens niet zuiver Gods werk. Paulus spreekt erover hoe engelen en mensen daarbij een rol moeten spelen. De wet is een tweezijdig contract: indien wij Zijn Wil volbrengen zal God ons zegenen. Maar de belofte is zo veel meer dan de werkelijkheid van de wet: de belofte houdt in dat wij mogen vertrouwen en geloven in Gods goedheid. De belofte is dus een zuivere en onvermengde daad van God, zonder enig menselijk element.

De christen geeft van zijn kant aan God de eer door te geloven, door onvoorwaardelijk te vertrouwen op de genade Gods, en niet op eigen prestaties en verdiensten. Zoals in het Evangelie is ook vandaag het grootste deel van de genezen mensen weggebleven van de heilige Mis; slechts enkelen blijven God danken voor Zijn weldaden. Van alle gedoopten komt maar een enkeling zondag na zondag om God te verheerlijken, als in deze kerk het Offer van verzoening en het Onderpand van ons eeuwig leven opgedragen wordt. Waar blijft de rest? Waarom blijven zij weg?

Het wel of niet komen om God te verheerlijken heeft te maken met de ware of de foute liefde. De ware liefde gaat uit naar God als het hoogste Goed en verlangt ernaar om alles voor Hem te doen. Daarvoor komen gelovigen ook naar de heilige Mis, om zich met het Offer van Christus te verenigen en daardoor het eigen leven te geven in het ene offer dat God welgevallig is, en dat ons toegang verschaft tot de eeuwigheid. De anderen, die wegblijven van de verschuldigde Godsverheerlijking, hebben zichzelf lief. Zij willen God niet dienen maar wel Zijn gaven ontvangen voor het tijdelijke en het wereldse. Hun liefde is fout omdat ze alleen maar draait om het eigen ‘ik’. Daarmee beantwoorden zij niet aan hun hoogste roeping en doel: om door de verheerlijking van God het eeuwig leven te ontvangen.

In de moderne, na-conciliaire Kerk wordt er veel gesproken over een goed mens zijn, en om er te zijn voor de ander, over respect en tolerantie. Maar daardoor is nog niemand in de hemel gekomen. Onze eerste verplichting, als gedoopten, is God te dienen en lief te hebben. Alleen door Gods liefde is ook een ware dienst aan de naaste mogelijk, omdat deze dienst in de waarheid moet bestaan, en tot doel moet hebben om de naaste bij God te brengen. Zo ziet de heilige apostel Paulus het heil: komende van God, terwijl wij Hem alleen verheerlijken, omdat aan Hem alleen de eer toekomt. Alles komt voort uit Zijn barmhartige en genadevolle belofte.

De zondige mens kan zichzelf niet redden, ook niet door de wet. Wij kunnen slechts gered worden door te geloven in het heil dat Jezus ons aanbiedt. Tegenover deze grote goddelijke gave past slechts een zielenhouding van nederig bewustzijn van onze eigen zondigheid en onmacht, en van het in dankbaarheid aanvaarden van het geloof in God en Zijn beloften van heil en genade. Van deze kernwaarheid van het geloof, dat het heil van ons allen bij God begint en ook door God zijn voleinding zal bereiken is de heilige Paulus diep overtuigd. Daarom ook legt hij de nadruk op de belofte en plaatst hij de wet op de tweede plaats. Alleen op deze manier wordt het mogelijk om de vergiftigende eigenroem, die vele mensen tot op heden bezielt, te elimineren, en aan God de plaats te geven die Hem toekomt, namelijk die van ons aller eer en glorie. Deze ordening van het goddelijke heil en de genade toont aan de mensen hun eigen nederigheid en tegelijkertijd de oneindige liefde waarmee God hun zielenheil bemint. Dat brengt ons tot de wijze waarop wij God zouden moeten beminnen, namelijk door ons volledig over te geven aan Zijn genade.

29 augustus 2020

29 augustus: Onthoofding van de heilige Johannes de Doper

Salomé, de dochter van Herodias, met het hoofd van Johannes de Doper,
schilderij van Caravaggio, 1610

Op 24 juni viert de Kerk het feest van de geboorte van Johannes de Doper. Op 29 augustus viert zij zijn onthoofding.

Uit het Evangelie volgens Marcus (6, 14-29):
Toen koning Herodes nu over Jezus hoorde, want Zijn naam was bekend geworden, zei hij: Johannes de doper is verrezen uit de doden en daarom werken de wonderkrachten in hem. Maar anderen zeiden: het is Elia, en weer anderen: Hij is een profeet. Maar toen Herodes dit alles hoorde, zei hij: Neen, het is Johannes, die ik onthoofd heb, die verrezen is. Herodes had namelijk zelf Johannes laten grijpen en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want hij had haar tot vrouw genomen. Johannes had immers tot Herodes gezegd: Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben. Herodias was daarop op hem gebeten en wilde hem doden, maar zij kreeg geen kans, want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was, en nam hem in bescherming. Telkens wanneer hij hem gehoord had, verkeerde hij in tweestrijd; maar toch luisterde hij graag naar hem.
Er kwam echter een 'gunstige' dag, toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn hoofdofficieren en de vooraanstaanden van Galilea. De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten. De koning zei tot het meisje: Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven. En hij bevestigde haar met een eed: Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al is het de helft van mijn koninkrijk. Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: Wat zou ik vragen? Deze antwoordde: Het hoofd van Johannes de Doper. Zij haastte zich naar binnen, naar de koning en zei hem haar verlangen: Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft. Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgenoten wilde hij haar niet afwijzen. Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofde hem in de gevangenis. Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje; het meisje gaf het weer aan haar moeder. Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.


Volgens Flavius Josefus, de bekende joodse geschiedschrijver, is het lichaam van de heilige naar Sabaste in Samaria gebracht. Daar had Herodes geen gezag. De grafkelder werd een kapel en genoot grote verering. Zij werd bezocht door de H. Paulus en de H. Hieronymus.

28 augustus 2020

28 augustus: Heilige Augustinus, bisschop, belijder en Kerkleraar

Augustinus werd in het jaar 354 geboren in de stad Thagaste (in het huidige Algerije), als zoon van Patricius en Monica (ook heilig). Na de vroege dood van zijn vader liet zijn moeder hem studeren. In 376 werd hij leraar in de retorica in Carthago. Rond het jaar 383 verhuisde hij naar Rome.

Als hij naar Milaan reist om er een betere maatschappelijke positie te verwerven, hoort hij bisschop Ambrosius preken. Augustinus is zeer onder de indruk van deze heilige bisschop en van de katholieke leer die hij verkondigt. In de Paasnacht van het jaar 387 wordt Augustinus door Ambrosius gedoopt.

Augustinus leidt een ascetisch leven van studie en gebed. In 395 wordt hij gekozen tot bisschop van Hippo. Vierendertig jaar lang is hij een inspirerende herder, die zijn volk onderwijst met stichtende preken en geschriften. "Met u ben ik christen, voor u ben ik bisschop", zegt hij in een preek over het bisschopsambt. Augustinus treedt krachtig op tegen de allerlei dwaalleren.

Van Augustinus zijn vele citaten bekend. Enkele daarvan zijn:

Goed zingen is dubbel bidden.

Wanneer de gerechtigheid opzij geschoven is, wat zijn koninkrijken anders dan grote roversbenden?

Voor God is niets veraf of langdurig. Wil je, dat voor jou niets veraf of langdurig is, voeg je dan bij God, want daar zijn duizend jaar als de dag van heden.

Ons hart is rusteloos tot het rust vindt in U.

Het gebed is de ademhaling van de ziel.

Op een dag zit Augustinus vruchteloos peinzend over het geheim van de Triniteit aan het strand en dan ziet hij een kind dat de zee in een kuiltje wil scheppen. Als hij het kind op de onmogelijkheid daarvan wijst, dan antwoord het kind: "Evenmin kunt ge het geheim van de Drie-eenheid in uw menselijk brein vatten".

Zijn voornaamste werken zijn Confessiones (Belijdenissen), De civitate dei (Over de stad van God) en De Trinitate (Over de Drie-eenheid). Augustinus wordt beschouwd als de belangrijkste kerkvader van het Westen.

23 augustus 2020

Magnificat (Claudio Monteverdi)

Twaalfde zondag na Pinksteren

Epistel
2 Kor. 3, 4-9
Broeders, zulk een zelfvertrouwen hebben wij door Christus, steunend op God. Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn, om iets uit te denken, alsof het voortkwam van onszelf; integendeel, al onze bekwaamheid komt van God - van Hem, Die ons gemaakt heeft tot bekwame bedienaren van een nieuw verbond, dat niet bestaat in letter, maar in geest. De letter immers brengt de dood, maar de geest maakt levend. Welnu, indien de bediening, die leidde tot de dood en die met letters in stenen gegrift was, met zoveel luister was omgeven, dat de kinderen van Israël Mozes niet in het gezicht konden zien vanwege de glans van zijn gelaat - en deze was toch slechts van voorbijgaande aard - hoe zal dan niet veel meer de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn? Want als de bediening, die tot veroordeling voert, reeds zo heerlijk is, dan is toch zeker de bediening, die tot gerechtigheid leidt, veel overvloediger in heerlijkheid.

Evangelie
Lc. 10, 23-37
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet! Want Ik zeg u: vele profeten en koningen hebben er naar verlangd te zien, wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien - en te horen, wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord! En zie, er stond een wetgeleerde op, die Hem op de proef wilde stellen door te vragen: Meester, wat moet ik doen, om eeuwig leven te verwerven? En Hij sprak tot hem: Wat staat er geschreven in de Wet? Wat leest gij daar? En de ander gaf ten antwoord: "Gij zult de Heer, uw God, beminnen uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met al uw krachten en met geheel uw verstand - en uw naaste als uzelf." En Hij zei hem: Gij hebt goed geantwoord! Doe dat, en gij zult leven! De ander nu wilde zich rechtvaardigen, en stelde daarom aan Jezus de vraag: Maar wie is dan mijn naaste? En Jezus hernam en zei: Een zeker iemand reisde van Jeruzalem naar Jericho, en viel in handen van rovers; deze beroofden hem van alles, en brachten hem vele wonden toe; zo lieten zij hem halfdood liggen, en gingen heen. Toevallig kwam een priester langs dezelfde weg; hij zag hem, maar ging verder. Zo kwam er ook een leviet voorbij; hij zag hem, maar ging verder. Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam daar ook voorbij. En toen hij hem zag, kreeg hij medelijden; hij ging naar hem toe, en verbond zijn wonden, terwijl hij er olie en wijn op deed; dan zette hij hem op zijn lastdier, bracht hem naar een herberg, en droeg zorg voor hem. En de volgende dag nam hij twee tienlingen, gaf ze aan de waard, en zei: Zorg goed voor hem; en wanneer gij nog meer onkosten hebt, zal ik ze u vergoeden, als ik terugkom. Wie van deze drie is naar uw mening de naaste geweest van de man, die in handen van de rovers gevallen was? En hij antwoordde: Diegene, die hem barmhartigheid heeft bewezen. En Jezus zei hem: Ga dan heen, en doe gij ook zo!

Overweging
“Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?” Dit is de cruciale vraag die niet alleen ons leven hier, in deze wereld, bepaalt, maar ook onze eeuwige toekomst. Iedereen zou zich deze vraag moeten stellen, ten minste degenen die in een hiernamaals geloven. Wat moet ik doen om in de hemel te komen? De wetgeleerde geeft zelf het antwoord: Gij zult de Heer, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, uit geheel uw ziel en met geheel uw kracht en verstand, en uw naaste als uzelf. Het maakt niet uit dat deze wetgeleerde Christus op de proef wilde stellen; hij heeft het juiste antwoord gegeven en onze Heer heeft dat bevestigd.

Het antwoord is heel eenvoudig en wij kunnen het samenvatten in twee geboden: allereerst God beminnen, en dan onze naaste. Het Evangelie van vandaag wordt meestal geassocieerd met het tweede gebod: de naastenliefde. Dat is begrijpelijk, want het verhaal over de barmhartige Samaritaan gaat daar ook over, maar het gevaar bestaat dat wij dit tweede gebod als het belangrijkste beschouwen. Dat gevaar is in onze tijd misschien nog groter, omdat er veel over de mens wordt gesproken, en God is op een zijspoor gezet.
God beminnen, dat is het eerste en voornaamste gebod. De wetgeleerde uit het Evangelie had er geen moeite mee. Voor hem en voor de mensen van die tijd was dat duidelijk. God eren en Hem dienen was vanzelfsprekend. In onze tijd is dat minder duidelijk geworden. Velen van ons vergeten het eerste gebod en zijn alleen gericht op het tweede. Wij horen vaak dat het genoeg is als iemand van zijn naaste houdt; dan moet God al tevreden zijn met ons. Die naastenliefde is vaak onbepaald en komt meestal neer op een onbeperkte tolerantie; wij moeten alles en iedereen aanvaarden.

Onze eerste plicht is echter om God te beminnen. Dat is uitdrukkelijk door Christus bevestigd. Wij moeten God beminnen met onze volledige persoon: met hart en ziel, met verstand en met al onze krachten. Dat is een totale liefde die de gehele mens omvat. Dat is de absolute onderwerping van ons hart en onze wil. Dat is het innerlijke aspect. Deze onderwerping wordt zichtbaar door het vervullen van de goddelijke geboden in ons leven. Daar komt de naastenliefde in zicht, die voortvloeit uit onze liefde tot God.

God beminnen is niet alleen een beweging van ons hart; onze liefde moet zich ook uiten. Een van de eerste tekenen van onze liefde tot God is Hem te loven en te danken in ons dagelijkse gebed en in de eredienst van de Kerk. Daarnaast kunnen wij nog veel doen in ons eigen leven – wij moeten namelijk steeds meer en steeds inniger verbonden zijn met God door ons eigen gebedsleven –, maar ook binnen de Kerk. De gelovigen zouden zich steeds meer moeten realiseren dat de heilige Mis de hoogste vorm van eredienst is. Onze deelname daaraan is niet vrijblijvend. Wij zijn verplicht om onze Schepper te eren, Hem te loven en te danken, en wij zijn genoodzaakt om Zijn vergeving en Zijn genade af te smeken. In de heilige Mis gebeurt dat op de meest voortreffelijke wijze. Wie dat niet aanvaardt, kan niet zeggen dat hij God bemint. De naastenliefde kan nooit zuiver zijn zonder de ware liefde tot God. Zonder de liefde tot God heeft zij geen betekenis voor ons eeuwige leven. God beminnen is het allereerste gebod; alle andere geboden vloeien daar uit voort.

Alles wat wij doen moet voortkomen uit liefde tot God. Er is geen keuze tussen de liefde tot God en de naastenliefde; er bestaat geen conflict tussen die twee. Maar om de barmhartigheid te kunnen beoefenen, moeten wij eerst dicht bij de bron van alle barmhartigheid en liefde vertoeven. Het ware christelijke leven verbindt de twee hoofdgeboden met elkaar. Dan kunnen wij zien dat de werken van barmhartigheid zich niet alleen beperken tot de materiële gebreken. De naastenliefde mag nooit de geestelijke werken van barmhartigheid uitsluiten. De zondaars vermanen, de onwetenden onderrichten, goede raad geven of bidden voor levenden en doden, dat zijn geestelijke werken van barmhartigheid die de wereld niet wil erkennen omdat zij het eerste gebod niet erkent. Maar wie in de hemel wil komen, mag deze werken niet vergeten.

22 augustus 2020

Litanie tot het Onbevlekt Hart van de heilige maagd Maria

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Hart van Maria, onbevlekt van uw oorsprong af, bid voor de zondaars
Hart van Maria, vol van genade,
Hart van Maria, gezegend onder alle harten,
Hart van Maria, tempel van de Allerheiligste Drievuldigheid,
Hart van Maria, gelijkvormig aan het Hart van Jezus,
Hart van Maria, voorwerp van Jezus' welbehagen,
Hart van Maria, afgrond van ootmoedigheid,
Hart van Maria, zetel van barmhartigheid,
Hart van Maria, oceaan van goedheid,
Hart van Maria, oven brandend van liefde tot God,
Hart van Maria, wonder van zuiverheid en onschuld,
Hart van Maria, waarin het Bloed van Jezus Christus, de prijs van onze verlossing, gevormd is,
Hart van Maria, dat voor zondaars genade afsmeekt,
Hart van Maria, dat de woorden van Jezus trouw bewaarde en overwoog,
Hart van Maria, met een zwaard doorboord,
Hart van Maria, troost van de bedroefden,
Hart van Maria, toevlucht van de zondaars,
Hart van Maria, hoop en bescherming van wie u vereren,
Hart van Maria, bijstand van de stervenden,
Hart van Maria, zielsgeneugte van alle heiligen,
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.

V. Zachtmoedig en nederig Hart van Maria.
A. Maak ons hart gelijkvormig aan het Hart van uw Zoon.

Laat ons bidden. Barmhartige God, Gij hebt voor het heil van de zondaars aan het Onbevlekt Hart van Maria een grote gelijkvormigheid van liefde en barmhartigheid met het aanbiddelijk Hart van Uw goddelijke Zoon Jezus Christus gegeven; geef, smeken wij U, dat wij door de verdiensten van haar Onbevlekt Hart aan het goddelijk Hart van Jezus gelijkvormig mogen worden en dat op de voorspraak van het Onbevlekt Hart van Maria de zondaars de weg van de zonde mogen verlaten en de weg van Christus mogen bewandelen. Dit vragen wij U door dezelfde Christus onze Heer. Amen.

22 augustus: Onbevlekt Hart van Maria, feest

Maria zei tegen de kinderen van Fatima: "Jullie hebben de hel gezien waarheen de arme zondaars op weg zijn. Om hen te redden wil de Heer de verering van mijn Onbevlekt Hart ingang doen vinden in de wereld. Wanneer men dit doet, zeg ik jullie, zullen vele zielen gered worden en zal er vrede komen." En bij dezelfde verschijning op 13 juli 1917: "Offer je op voor de zondaars en zeg dikwijls, in het bijzonder wanneer je een offer brengt: O Jezus, uit liefde voor U en voor de bekering van de zondaars, als genoegdoening voor de beledigingen die het Onbevlekt Hart van Maria worden aangedaan."

25 jaar na de verschijningen van Fatima, in 1942, wijdde paus Pius XII de Kerk en de gehele mensheid toe aan het Onbevlekt Hart van Maria. Hij deed dat wegens de plaats die Maria inneemt in het verlossingswerk en met het oog op de nood van de tijd; hij verwachtte van de verering van dit Hart de vrede onder de volkeren, de vrijheid van de Kerk, de bekering van de zondaars en het opnieuw opbloeien van de christelijke deugden. (Decreet over het Feest van het Hart van Maria, 4 mei 1944).

Op 8 december 1854 kondigde paus Pius IX reeds het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria af. Enkele jaren later zou Maria dit in de verschijningen te Lourdes bevestigen.

Bij gelegenheid van het hoogfeest van Maria Boodschap heeft de heilige paus Johannes Paulus II in 1984 tijdens het bijzondere Heilige Jaar van de Verlossing (1983-1984) in navolging van paus Pius XII opnieuw een toewijding aan Maria uitgesproken.

We staan dus in een lange katholieke traditie als wij onszelf en onze naasten ook toewijden aan het Onbevlekt Hart van Maria, bijvoorbeeld met dit gebed:

Heilige Moeder van God, Koningin van hemel en aarde!
Uw Onbevlekt Hart was altijd gelijkvormig met de Wil van de hemelse Vader.
Wij verkiezen u opnieuw tot onze Moeder en Voorspreekster bij de troon van uw goddelijke Zoon.
Neem de onherroepelijke toewijding van ons hart aan,
dat nooit buiten gevaar is als wij er zelf over beschikken,
en dat nergens veiliger geborgen is dan in uw handen.
Verkrijg voor ons oprecht berouw over onze zonden
en alle genaden die wij nodig hebben
om eens het eeuwig leven te bezitten.
Maria, zegen dit huis, waar uw naam geëerd wordt.
Eer en roem aan de onbevlekte maagd Maria,
de gezegende onder de vrouwen,
de Moeder van onze Heer Jezus Christus,
de Koningin des Hemels!
Amen.

21 augustus 2020

Catechese over de Tridentijnse Mis

Op de zaterdagen 1, 8 en 22 augustus zal na de heilige Mis catechese worden gegeven over de oude Mis, ofwel de traditionele Latijnse Mis, ofwel de Tridentijnse Mis, ofwel de Mis in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus, zoals wij die dagelijks in onze kerk vieren.

Onder meer de opbouw van de Mis en de traditionele spiritualiteit zullen aan de orde komen.

De catechese vindt plaats in de grote zaal van de pastorie. Aanvang: circa 12.00 uur. Iedereen is van harte welkom. Er zijn geen kosten aan verbonden, behalve een vrijwillige bijdrage voor een kopje koffie of thee.

Videoverslag van de gezinsweek 2020

20 augustus 2020

20 augustus: Heilige Bernardus, abt en Kerkleraar

Bernardus van Clairvaux wordt in 1090 geboren in Fontaine-lès-Dijon (bij Dijon). Hij was een Franse abt en de belangrijkste promotor van de hervormende kloosterorde van de Cisterciënzers. Na de dood van zijn moeder in 1113 trad Bernardus toe tot de Cisterciënzer orde. Reeds drie jaar later kreeg hij opdracht om een dochterklooster te stichten, dat hij op 25 juni 1115 de naam Claire Vallée, 'Clairvaux' gaf.

Bernardus had een bijzondere devotie tot de heilige maagd Maria. Veel van zijn preken gaan over haar rol als voorspreekster. Hij wordt dan ook herdacht als groot marioloog, niet omdat hij uitvoerig schreef over Onze Lieve Vrouw, maar omdat hij haar essentiële rol in de Kerk begreep, en haar als het perfecte model presenteerde van het monastieke leven en van elke andere vorm van christelijk leven.

In het jaar 1128 speelde Bernardus een rol in het Concilie van Troyes, waarin hij de contouren van de Regels van de Tempeliers schetste, die al snel het ideaal van de christelijke adel werden.

Bij de dood van paus Honorius II op 14 februari 1130, brak er een schisma uit in de kerk. Koning Louis VI riep een nationaal concilie van de Franse bisschoppen bijeen in Étampes, waar Bernardus werd gekozen om te oordelen over de rivaliserende pausen. In 1139 woonde Bernardus het Tweede Concilie van Lateranen bij. Hij hekelde de leer van Pierre Abélard bij de paus, die vervolgens in 1141 het Concilie van Sens bijeenriep om deze zaak verder af te wikkelen. Bernardus zag een van zijn leerlingen, Bernard van Pisa, tot paus gekozen worden.

Na eerder geholpen te hebben het schisma binnen de Kerk te beëindigen, kreeg Bernardus nu de opdracht om de ketterij te bestrijden. In juni 1145 reisde hij naar het zuiden van Frankrijk en in zijn prediking bestreed hij de ketterij. Na de christelijke nederlaag bij het Beleg van Edessa droeg de paus hem op om in zijn predikingen op te roepen tot een Tweede Kruistocht.

De laatste jaren van het leven van Bernardus werden bezwaard door de mislukking van deze Tweede kruistocht, waarvoor hij de gehele verantwoordelijkheid kreeg toebedeeld. Bernardus overleed op 20 augustus 1153 op drieënzestig-jarige leeftijd in Clairvaux, na 40 jaar doorgebracht te hebben in het klooster.

Op 18 januari 1174 werd hij door paus Alexander III heilig verklaard. Hij was de eerste Cisterciënzer monnik die werd opgenomen in de heiligenkalender. Paus Pius VIII riep hem in 1830 uit tot Kerkleraar. Deze paus noemde Bernardus de 'honingzoete' vanwege zijn welsprekendheid.

De tekst van de hymne ‘Ave Maris Stella’ zou door Sint Bernardus zijn geschreven. In onderstaande video hoort u hiervan een uitvoering gezongen door de Daughters of Mary, een jonge Amerikaanse congregatie van zusters.



Latijn

Ave Maris stella,
Dei Mater alma,
Atque semper Virgo,
Felix caeli porta.

Sumens illud Ave
Gabrielis ore,
Funda nos in pace,
Mutans Hevae nomen.

Solve vincla reis,
Profer lumen caecis,
Mala nostra pelle,
Bona cuncta posce.

Monstra te esse matrem,
Sumat per te preces,
Qui pro nobis natus
Tulit esse tuus.

Virgo singularis,
Inter omnes mitis
Nos, culpis solutos,
Mites fac et castos.

Vitam praesta puram,
Iter para tutum,
Ut, videntes Iesum,
Semper collaetemur.

Sit laus Deo Patri,
Summo Christo decus,
Spiritui Sancto,
Tribus honor unus. Amen.
Nederlands

Wees gegroet, sterre der zee,
voedende Moeder Gods,
en altijd Maagd,
zalige poort des hemels.

Gij die dit AVE uit de mond
van Gabriel mocht vernemen,
grondvest ons in de vrede
door de naam van EVA om te keren.

Slaak de boeien van de zondaars,
schenk het licht aan de blinden,
verdrijf onze kwalen
en verwerf ons alle goeds.

Toon dat Gij moeder zijt;
moge Hij, Die voor ons geboren is
en Zich verwaardigd heeft uw Zoon te zijn,
door U onze gebeden aanvaarden.

Maagd zonder weerga,
boven allen zachtmoedig,
verlos ons van onze schuld
en maak ons zachtmoedig en kuis.

Geef ons een rein leven,
bereid ons een veilige weg,
opdat wij Jezus aanschouwend
ons eeuwig samen mogen verblijden.

Lof zij aan God de Vader,
roem aan Christus de Allerhoogste,
en aan de Heilige Geest;
aan alle Drie gelijke eer. Amen.

19 augustus 2020

19 augustus: Heilige Johannes Eudes, belijder

Jean Eudes wordt geboren op 14 november 1601 geboren in het Normandische plaatsje Ri bij Argentan (in het bisdom Bayeux). Als jong kind legde hij reeds een grote vroomheid aan de dag. Op vierentwintigjarige leeftijd ontving hij de priesterwijding bij de Oratorianen in Parijs.

Als parochiepriester waagt hij tot twee keer toe zijn leven door lijders aan de pest op te zoeken en te verplegen. Hij is een beroemd volksmissionaris. Als bekend wordt dat hij ergens zal preken, stromen de mensen met duizenden toe.

In 1639 wordt hij benoemd tot overste van de Oratorianen, maar in 1643 verlaat hij de congregatie en sticht met vijf anderen de Congregatie van de Priesters van Jezus en Maria (CJM, ook eudisten genoemd). Zij legt zich met name toe op de devotie tot het Heilig Hart van Jezus en het Onbevlekt Hart van Maria en op een zorgvuldige priesteropleiding in de geest van de besluiten van Concilie van Trente (1570). Paus Clemens X geeft zijn officiële goedkering aan de statuten. Eudes blijft tot aan zijn dood algemeen overste.

Hij wordt beschouwd als een van de grootste religieuze vernieuwers van Frankrijk. In 1925 werd Johannes Eudes door paus Pius X heilig verklaard.

18 augustus 2020

18 augustus: Heilige Agapitus, martelaar

In het jaar 275 was Agapitus slechts 15 jaar oud toen hij door keizer Aurelianus werd gearresteerd, omdat hij christen was. Zonder schroom getuigde hij van zijn geloof in Christus. Daarom werd hij gegeseld en in een kerker geworpen, zonder voedsel, in de verwachting dat hij zijn christelijk geloof wel zou loslaten. Toen de prefect Antiochus hem na vijf dagen bezocht, trof hij hem nog vastberader aan dan tevoren. Hij werd gefolterd met gloeiende kolen op zijn hoofd. De jonge Agapitus onderging zijn marteling uiterst moedig en prees God met de woorden: “Een hoofd dat voor eeuwig een kroon zal dragen in de hemel, mag niet aarzelen als het onder lijden en pijn gebukt gaat op aarde. Verbranding en verwondingen maken mijn hoofd waardiger om de kroon te dragen in eeuwige glorie.”

In woede ontstoken liet Antiochus Agapitus geselen totdat zijn lichaam tot een grote wond was verworden, daarna werd hij aan zijn voeten boven een vuur gehangen met de bedoeling dat hij zou stikken. Dat lukte echter niet. Na een lange stilte sprak Agapitus opnieuw tot Antiochus: “Antiochus, de mensen zullen zeggen dat uw vernuft, uw verstand, in rook opgaat.” Opnieuw werd hij gegeseld, waarna kokend water in zijn wonden werd gegoten. Vervolgens werden alle tanden uit zijn mond geslagen en zijn kaken gebroken.

God strafte de tiran vanwege zijn wreedheden; hij viel van zijn zetel en brak zijn nek. Toen keizer Aurelianus dit hoorde, liet hij Agapitus voor de wilde leeuwen werpen. Maar deze weigerden hem aan te raken. Daarop besloot de keizer hem te laten onthoofden.

Agapitus is patroon van de stad Palestrina. Hij is beschermheilige van zieke kinderen en zwangere vrouwen; zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen buikpijn en kolieken. Hij wordt afgebeeld opgehangen boven een brandstapel met het hoofd naar beneden, met een of meerdere leeuwen, met gloeiende kolen of met een kroon.

17 augustus 2020

17 augustus: Heilige Hyacinthus, belijder

Hyacinthus werd in 1185 in Karmin (Silezië) geboren in een adellijke familie met de naam Osdrawaz. Zijn broer was de zalige Ceslas van Polen.

Hyacinthus werd opgeleid in Krakau, Praag, Parijs en Bologna. Hij was doctor in de rechten en in de theologie. In Rome werkte hij samen met zijn oom, bisschop Ivo Konski van Krakau. Daar was hij getuige van een wonder dat de heilige Dominicus deed. Vervolgens werd hij een van de eerste predikheren.

Hij bracht de dominicanenorde naar Polen en evangeliseerde in Polen, Pommeren, Litouwen, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Schotland, Rusland, Turkije en Griekenland. Bij een aanval op een klooster wist Hyacinthus een crucifix en een Mariabeeld te redden, hoewel dit beeld zo zwaar was dat hij het normaal gesproken nooit had kunnen tillen. Hyacinthus wordt in de kunst gewoonlijk met beide beelden afgebeeld, maar ook wel met monstrans en Mariabeeld.

Hyacinthus stierf in Krakau op 15 augustus 1257. Hij werd op 17 april 1594 heiligverklaard door paus Clemens VIII. Hij wordt de apostel van Polen genoemd en is de patroonheilige van Polen.

16 augustus 2020

Ave Maris Stella (Edvard Grieg)

Elfde zondag na Pinksteren

Epistel
1 Kor. 15, 1-10
Broeders, ik breng u het Evangelie in herinnering, dat ik u gepredikt heb, en dat gij hebt aangenomen, waarin gij ook vaststaat en waarin gij redding zult vinden, indien gij het tenminste zo vasthoudt, als ik het u gepredikt heb; of het zou moeten zijn, dat gij het geloof voor niets hebt aanvaard. Want vóór alles heb ik u overgeleverd, wat ook mij is meegedeeld, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften; en dat Hij begraven is en verrezen is op de derde dag overeenkomstig de Schriften; en dat Hij verschenen is aan Kephas en daarna aan de elf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie er velen thans nog in leven zijn, sommigen echter reeds zijn ontslapen. Daarna is Hij verschenen aan Jacobus, en toen aan al de apostelen. En het laatst van allen is Hij verschenen aan mij, die als het ware de misgeboorte ben. Want ik ben de geringste onder de apostelen, die niet waardig ben een apostel genoemd te worden, omdat ik de Kerk van God heb vervolgd. Maar wat ik nu ben, ben ik door de genade Gods; en de genade, die Hij mij geschonken heeft is niet zonder vrucht gebleven.

Evangelie
Mc. 7, 31-37
In die tijd vertrok Jezus uit de streek van Tyrus, en begaf Zich over Sidon naar de zee van Galilea, midden in het gebied van de Tien-steden. En men bracht iemand bij Hem, die doof was en stom; en zij verzochten Hem deze de hand op te leggen. Hij nam hem dan uit de menigte ter zijde, stak hem de vingers in de oren, en raakte met speeksel zijn tong aan; vervolgens sloeg Hij Zijn ogen ten hemel, slaakte een zucht, en sprak tot hem: Effeta, dat wil zeggen: ga open. En aanstonds gingen zijn oren open, en zijn tong werd van haar banden bevrijd, en hij sprak gewoon. En Hij gebood hun, het aan niemand te zeggen. Maar met hoe meer nadruk Hij hun dat gebood, des te luider verkondigden zij het, en des te groter werd hun bewondering; en zij zeiden: Alles heeft Hij wél gedaan; doven heeft Hij doen horen, en stommen heeft Hij doen spreken.

Overweging
Als inleiding op een zeer ernstig betoog over onze toekomstige verrijzenis vertelt de heilige Paulus in het epistel van vandaag over de verschillende verschijningen van de verrezen Christus. De waarde van het Evangelie en de waarde van ons heilig geloof zijn onaantastbaar. Wij hebben beide tot ons geluk door Gods goedheid mogen ontvangen. Wij geloven in de waarheid van het Evangelie. Het is de leidraad voor ons leven. Wij zullen daardoor worden gered als wij vasthouden aan Zijn waarheid.

Het middelpunt van het Evangelie is Jezus Christus, Hij Die voor ons gestorven en begraven is, en op de derde dag verrezen. Dat is het begin van ons heil: Hij is gekomen, Hij heeft geleden en Hij is gestorven. Hij is begraven en verrezen, zoals over Hem voorspeld was.

Met Zijn verrijzenis bevestigde Hij – meer dan met welk wonder ook dat Hij tevoren gedaan had – de waarheid van Zijn goddelijke zending. Zijn evangelie is dus waarheid, het is goddelijke waarheid. Jezus van Nazareth verkondigt de weg van het heil en er is geen andere weg. Alle andere wegen en zijpaden lopen dood. Er is alleen de ene weg van Christus. Hij is verrezen en Hij bevestigt daarmee alles wat Hij heeft gezegd en heeft gedaan. De verrijzenis is het goddelijke zegel op de woorden van Christus. Bij Paulus kunnen wij lezen aan wie Hij is verschenen. Eens is Hij zelfs verschenen aan meer dan vijfhonderd tegelijk, van wie de meesten nog leefden toen Paulus zijn getuigenis opschreef.

Christus is ook verschenen aan Paulus. Paulus zegt over zichzelf dat hij niet waardig is om apostel te worden genoemd, omdat hij Gods Kerk vervolgd heeft, een godslasteraar en een geweldenaar was, maar hij vond ontferming. Dat is onze grote troost. God laat allerlei zonden toe, opdat wij tot oprechte nederigheid en bekering komen en tot het inzicht dat wij uit onszelf niets vermogen. Christus is voor ons gestorven, Hij is verrezen en verschenen. Het valt niet te loochenen. Wie vasthoudt aan een zondig leven zonder de wil tot ommekeer, die loochent Christus. Deze zondaar zal Christus nooit in de hemelse glorie en zaligheid ontmoeten.

Het ware geloof, de overgave aan de Waarheid komt alleen door Gods goedheid. Het geloof is Zijn gave. Maar wij zouden bereid moeten zijn om deze gave in ontvangst te nemen, net zoals de heilige Paulus dat deed. Daarover schrijft hij ook als hij zegt: “Wie uit God is geboren, bedrijft geen zonde, want Zijn zaad, dat is Gods genade, is in hem”.

Paulus voltooit zijn gedachten met de woorden: “Christus is in de wereld gekomen om de zondaars te redden. Wie bereid is om zich te bekeren zal de ontferming van God ervaren.” Deze waarheid geldt zowel voor de heilige Paulus als voor onze tijd, en het is de hoogste tijd dat de wereld en de mensen van vandaag opnieuw deze goddelijke liefde en ontferming ernstig nemen. Als wij dat niet doen, dan is dat een belediging van Zijn goddelijke Majesteit die roept om gerechtigheid.

15 augustus 2020

Assumpta est Maria (William Byrd)

15 augustus: Maria Tenhemelopneming, hoogfeest (zondagsverplichting)

Epistel
Judit 13, 22-25; 15, 10
De Heer heeft u gezegend met Zijn kracht; want door u heeft Hij onze vijanden vernietigd. Gezegend zijt gij, dochter, door de Heer, de allerhoogste God, meer dan de andere vrouwen op aarde. Gezegend zij de Heer, de Schepper van hemel en aarde, Die u heeft gezonden, om de vorst van onze vijanden de kop te verwonden; heden heeft Hij uw naam zo hoog verheven, dat uw lof nooit zal wijken uit de mond van de mensen, die de macht van de Heer voor immer blijven gedenken. Om hunnentwil hebt gij uw leven niet gespaard, vanwege de nood en de ellende van uw volk. Maar gij hebt redding gebracht in hun ongeluk voor het aangezicht van onze God. Gij zijt de glorie van Jeruzalem - de vreugde van Israël - het pronkjuweel van ons volk.

Evangelie
Lc. 1, 41-50
In die tijd werd Elisabet vervuld van de Heilige Geest en zij riep met luide stem en zei: Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht van uw schoot. En waarom valt mij dit te beurt, dat de Moeder van de Heer tot mij komt? Want werkelijk, zodra uw begroeting mij in de oren klonk, sprong het kind van blijdschap op in mijn schoot. En zalig zijt gij, dat gij geloofd hebt, want hetgeen u door de Heer is aangekondigd, zal in vervulling gaan. Toen sprak Maria: Mijn ziel verheft de Heer en mijn geest is verblijd in God, mijn heil. Want Hij heeft genadig neergezien op Zijn geringe dienstmaagd; zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen. Want groots is het wat de Almachtige met mij deed, Hij Wiens Naam heilig is, Wiens barmhartigheid duurt van geslacht tot geslacht, voor degenen die Hem vrezen.

Overweging
Vandaag viert de Kerk een heel groot feest, namelijk de tenhemelopneming van Maria. De Kerk gelooft en leert dat het lichaam van Maria na haar dood het bederf niet heeft gezien, maar dat zij na haar ontslapen direct in de hemel is opgenomen. Maria werd met ziel en lichaam in de hemel opgenomen. Dat is het bijzondere van Maria’s verheerlijking: dat haar lichaam, evenals dat van Jezus, aanstonds deelde in de glorie van de ziel. Er zijn andere heiligen van wie wij mogen aannemen dat zij onmiddellijk na hun sterven tot de aanschouwing Gods werden toegelaten, maar zij allen hebben het bederf van het graf gekend. Het zuivere lichaam van de Maagd, uit wie Christus is geboren, was niet aangetast door de gevolgen van de erfzonde. Wel was het sterfelijk, maar door Gods wonder niet bederfelijk.

Vandaag, bij haar opneming ten hemel, wordt haar heilig lichaam, die tempel van de Heilige Geest, de schoot die het Woord ontving, verheerlijkt, met goddelijk licht omstraald, en ten hemel gevoerd. Assumpta est Maria in coelum: gaudent angeli! – Maria is met ziel en lichaam door God in de hemel opgenomen: en de Engelen juichen! Zo zingt de Kerk in een van de antifonen op dit feest.

Onze verlossing is niet volkomen voordat het lichaam deelt in de glorie. Zolang wij op aarde zijn, is ons lichaam aan het lijden onderworpen, aan vergankelijkheid en tijdelijke dood met het bederf van het graf. Het feest van de tenhemelopneming van onze Lieve Vrouw moet in onze harten een blijde hoop storten. Wij zijn nog pelgrims, maar onze Moeder is ons voorgegaan en toont ons reeds het einde van de weg. Zij zegt ons opnieuw dat het mogelijk is er te komen, en dat wij er komen als we trouw zijn. En wat staat ons op het einde van onze pelgrimstocht te wachten? De hemelse vreugde van de aanschouwing Gods.

Voor Maria betekende de aanschouwing Gods de aanschouwing van haar Zoon, haar Jezus, zoals Hij werkelijk was en is. Wat een ongekende vreugde voor het moederhart! Zij kende Hem eerst in de intimiteit van haar moederschap, daarna in de smarten van Zijn verlossing, toen in de omhelzing van de Verrezene, en nu in Zijn hemelse glorie. Maria wordt voor ons in haar glorievolle verheerlijking een teken van God. Telkens opnieuw richt zij onze gedachten op de uiteindelijke bestemming van ons leven hier op aarde: eeuwig met God te zijn, tot Zijn glorie en ons geluk.

Maria is als eerste geheel opgenomen in de orde van de verheerlijking, volmaakt gelukkig naar heel haar wezen. Deze dag moet voor ons, die nog in de wereld verblijven, een dag van vreugde zijn, met haar en om haar. Het feest van de Moeder is het feest van de kinderen. Laten wij vandaag de ellende van deze tijd opzij zetten en verwijlen in het hemelse dat voor ons het enig noodzakelijke is. Ons heil is in de hemel vanwaar wij onze Verlosser verwachten, Die ons vergankelijk lichaam zal omvormen en gelijkmaken aan Zijn verheerlijkt lichaam. Ons heil is in de hemel waar onze Moeder ons is voorgegaan.

14 augustus 2020

14 augustus: Vigilie van Maria Tenhemelopneming

Morgen, op 15 augustus, viert de Kerk het hoogfeest van de tenhemelopneming van de Moeder Gods. Dit feest werd eind zesde eeuw door keizer Mauritius in Byzantium ingevoerd. In de zevende eeuw nam Rome, onder paus Sergius I, dit feest uit het Oosten over.

Paus Pius XII kondigde op 1 november 1950 (Allerheiligen) het dogma van de tenhemelopneming van Maria af. Dit dogma houdt de gelovigen voor dat "de Moedermaagd, na het beëindigen van haar aardse leven, met lichaam en geest is opgenomen in de hemelse glorie, om er in alle schittering te stralen als Koningin aan de rechterhand van haar Zoon, de onsterfelijke Koning van alle tijden."

De naam van het feest verwijst allereerst naar de bijzonder hechte band tussen Jezus en Zijn moeder. Die is zo hecht dat deze niet door de dood doorbroken kan worden. Maria’s lichaam wordt in plaats van te ontbinden "opgenomen bij Christus in het paradijs". Dit is niet zo zeer een uniek voorrecht voor Jezus’ moeder, maar wel een zo goed als noodzakelijk gevolg van haar intieme verbondenheid met Christus: wat aan het Godsvolk als geheel beloofd is - volheid van geluk, overwinning op de dood en het delen in de heerlijkheid van de Heer - is al vervuld in de vrouw van Gods welbehagen, gezegend boven alle vrouwen, uit wier schoot Gods Zoon een lichaam aannam tot verlossing van de mensheid.

Op die dag is de Maagd, de Moeder van God, ten hemel opgenomen.
Zij is het begin, het beeld van de Kerk der voleinding.
Zij houdt de hoop in ons levend en is een troost voor Gods volk onderweg.
Terecht heeft God haar het bederf van de dood niet laten zien, omdat zij op wonderbare wijze de Moeder is geworden van Zijn Zoon, de Gever van alle leven.

Bij uw baren hebt gij uw maagdelijkheid behouden, bij uw tenhemelopneming hebt gij de wereld niet verlaten, Moeder van God: gij zijt teruggekeerd naar de bron des levens, gij die de levende God ontving en die door uw gebeden onze zielen van de dood zult bevrijden.

Heilige Maximiliaan Kolbe, priester en martelaar

De Poolse franciscaner pater Maximiliaan Kolbe stichtte in 1927 bij Warschau 'Mariastad' of 'Niepokalanow'. Hij begint daar een drukkerij en een radiozender. Er komt een spoorbaan en zelfs een brandweercorps. En er wordt begonnen met de aanleg van een vliegveld.

Het klooster geeft vier tijdschriften uit; de totale oplage is meer dan een miljoen. Het dagblad dat het klooster uitgeeft, heeft een oplage van meer dan 150.000 exemplaren. Op het hoogtepunt wonen er 762 broeders die de armoede van Sint-Franciscus naleven.

Op 1 september 1939 vallen de Duitsers Polen binnen. Mariastad is een doorn in het oog van de bezetter. In de bladen wordt veel kritiek geleverd en in 1939 wordt pater Maximiliaan, met vier medebroeders, opgepakt. Ze laten hem op 8 december (Onbevlekte Ontvangenis) weer vrij.
Pater Maximiliaan stuurt zijn broeders naar huis, het klooster biedt onderdak aan Polen en joden. In februari 1941 wordt hij weer gearresteerd en naar Auschwitz gebracht.

De Duitsers proberen zijn leven tot een hel te maken. Hij moet zware lichamelijke arbeid verrichten. Wanneer hij uitgeput neervalt, slaat de commandant hem met een stok bijna dood en laat hem in het bos achter. Terug in het kamp blijft pater Maximiliaan aan iedereen de liefde voorhouden, alleen de liefde bouwt op. Hoewel het verboden is, hoort hij van gevangenen de biecht.

Als op een dag een man wordt vermist, dan wijst de kampbeul tien mannen aan. Een van hen smeekt om genade, hij is vader van vier kinderen. Dan stapt pater Maximiliaan op de leider af en zegt: "Ik ben priester, ik wil zijn plaats innemen." En tot ieders verbazing schreeuwt de kampbeul: "Raus!" en stuurt hij de vader terug de rijen in.

De hongerbunker ligt onder de grond en is door een hoge muur van het kamp afgescheiden. Wie daar ingaat, wordt niet meer levend teruggezien. In het kamp spraken de kampcommandanten over de pater. Ze hadden zoiets nog nooit meegemaakt. Iemand die zijn leven offert voor zijn naaste. Uit de bunker klinkt gezang en gebed, maar met de dag wordt het geluid zwakker. Altijd zagen de bewakers de pater op de knieën, of staan tussen de stervende mannen. Na bijna drie weken zijn de Duitsers het zat. De laatste vier levenden worden doodgespoten.

De euthanasiearts ziet hoe de lippen van pater Maximiliaan biddend sterven. De mannen liggen dood op de grond, hun gezichten zijn getekend door het lijden. Rechtop tegen de muur zit het dode lichaam van pater Maximiliaan, zijn gezicht is een en al vrede.

Op 10 oktober 1982 verklaart paus Johannes Paulus II zijn landgenoot heilig. De gedachtenis van Maximiliaan Kolbe wordt gevierd op 14 augustus (Novus Ordo).