Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 augustus 2018, onder voorbehoud van wijzigingen.

14 augustus 2018

Heilige Maximiliaan Kolbe, priester en martelaar

De Poolse franciscaner pater Maximiliaan Kolbe stichtte in 1927 bij Warschau 'Mariastad' of 'Niepokalanow'. Hij begint daar een drukkerij en een radiozender. Er komt een spoorbaan en zelfs een brandweercorps. En er wordt begonnen met de aanleg van een vliegveld.

Het klooster geeft vier tijdschriften uit; de totale oplage is meer dan een miljoen. Het dagblad dat het klooster uitgeeft, heeft een oplage van meer dan 150.000 exemplaren. Op het hoogtepunt wonen er 762 broeders die de armoede van Sint-Franciscus naleven.

Op 1 september 1939 vallen de Duitsers Polen binnen. Mariastad is een doorn in het oog van de bezetter. In de bladen wordt veel kritiek geleverd en in 1939 wordt pater Maximiliaan, met vier medebroeders, opgepakt. Ze laten hem op 8 december (Onbevlekte Ontvangenis) weer vrij.
Pater Maximiliaan stuurt zijn broeders naar huis, het klooster biedt onderdak aan Polen en joden. In februari 1941 wordt hij weer gearresteerd en naar Auschwitz gebracht.

De Duitsers proberen zijn leven tot een hel te maken. Hij moet zware lichamelijke arbeid verrichten. Wanneer hij uitgeput neervalt, slaat de commandant hem met een stok bijna dood en laat hem in het bos achter. Terug in het kamp blijft pater Maximiliaan aan iedereen de liefde voorhouden, alleen de liefde bouwt op. Hoewel het verboden is, hoort hij van gevangenen de biecht.

Als op een dag een man wordt vermist, dan wijst de kampbeul tien mannen aan. Een van hen smeekt om genade, hij is vader van vier kinderen. Dan stapt pater Maximiliaan op de leider af en zegt: "Ik ben priester, ik wil zijn plaats innemen." En tot ieders verbazing schreeuwt de kampbeul: "Raus!" en stuurt hij de vader terug de rijen in.

De hongerbunker ligt onder de grond en is door een hoge muur van het kamp afgescheiden. Wie daar ingaat, wordt niet meer levend teruggezien. In het kamp spraken de kampcommandanten over de pater. Ze hadden zoiets nog nooit meegemaakt. Iemand die zijn leven offert voor zijn naaste. Uit de bunker klinkt gezang en gebed, maar met de dag wordt het geluid zwakker. Altijd zagen de bewakers de pater op de knieën, of staan tussen de stervende mannen. Na bijna drie weken zijn de Duitsers het zat. De laatste vier levenden worden doodgespoten.

De euthanasiearts ziet hoe de lippen van pater Maximiliaan biddend sterven. De mannen liggen dood op de grond, hun gezichten zijn getekend door het lijden. Rechtop tegen de muur zit het dode lichaam van pater Maximiliaan, zijn gezicht is een en al vrede.

Op 10 oktober 1982 verklaart paus Johannes Paulus II zijn landgenoot heilig. De gedachtenis van Maximiliaan Kolbe wordt gevierd op 14 augustus (Novus Ordo).

12 augustus 2018

Twaalfde zondag na Pinksteren

Epistel
2 Kor. 3, 4-9
Broeders, zulk een zelfvertrouwen hebben wij door Christus, steunend op God. Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn, om iets uit te denken, alsof het voortkwam van onszelf; integendeel, al onze bekwaamheid komt van God - van Hem, Die ons gemaakt heeft tot bekwame bedienaren van een nieuw verbond, dat niet bestaat in letter, maar in geest. De letter immers brengt de dood, maar de geest maakt levend. Welnu, indien de bediening, die leidde tot de dood en die met letters in stenen gegrift was, met zoveel luister was omgeven, dat de kinderen van Israël Mozes niet in het gezicht konden zien vanwege de glans van zijn gelaat - en deze was toch slechts van voorbijgaande aard - hoe zal dan niet veel meer de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn? Want als de bediening, die tot veroordeling voert, reeds zo heerlijk is, dan is toch zeker de bediening, die tot gerechtigheid leidt, veel overvloediger in heerlijkheid.

Evangelie
Lc. 10, 23-37
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet! Want Ik zeg u: vele profeten en koningen hebben er naar verlangd te zien, wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien - en te horen, wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord! En zie, er stond een wetgeleerde op, die Hem op de proef wilde stellen door te vragen: Meester, wat moet ik doen, om eeuwig leven te verwerven? En Hij sprak tot hem: Wat staat er geschreven in de Wet? Wat leest gij daar? En de ander gaf ten antwoord: "Gij zult de Heer, uw God, beminnen uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met al uw krachten en met geheel uw verstand - en uw naaste als uzelf." En Hij zei hem: Gij hebt goed geantwoord! Doe dat, en gij zult leven! De ander nu wilde zich rechtvaardigen, en stelde daarom aan Jezus de vraag: Maar wie is dan mijn naaste? En Jezus hernam en zei: Een zeker iemand reisde van Jeruzalem naar Jericho, en viel in handen van rovers; deze beroofden hem van alles, en brachten hem vele wonden toe; zo lieten zij hem halfdood liggen, en gingen heen. Toevallig kwam een priester langs dezelfde weg; hij zag hem, maar ging verder. Zo kwam er ook een leviet voorbij; hij zag hem, maar ging verder. Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam daar ook voorbij. En toen hij hem zag, kreeg hij medelijden; hij ging naar hem toe, en verbond zijn wonden, terwijl hij er olie en wijn op deed; dan zette hij hem op zijn lastdier, bracht hem naar een herberg, en droeg zorg voor hem. En de volgende dag nam hij twee tienlingen, gaf ze aan de waard, en zei: Zorg goed voor hem; en wanneer gij nog meer onkosten hebt, zal ik ze u vergoeden, als ik terugkom. Wie van deze drie is naar uw mening de naaste geweest van de man, die in handen van de rovers gevallen was? En hij antwoordde: Diegene, die hem barmhartigheid heeft bewezen. En Jezus zei hem: Ga dan heen, en doe gij ook zo!

Overweging
“Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?” Dit is de cruciale vraag die niet alleen ons leven hier, in deze wereld, bepaalt, maar ook onze eeuwige toekomst. Iedereen zou zich deze vraag moeten stellen, ten minste degenen die in een hiernamaals geloven. Wat moet ik doen om in de hemel te komen? De wetgeleerde geeft zelf het antwoord: Gij zult de Heer, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, uit geheel uw ziel en met geheel uw kracht en verstand, en uw naaste als uzelf. Het maakt niet uit dat deze wetgeleerde Christus op de proef wilde stellen; hij heeft het juiste antwoord gegeven en onze Heer heeft dat bevestigd.

Het antwoord is heel eenvoudig en wij kunnen het samenvatten in twee geboden: allereerst God beminnen, en dan onze naaste. Het Evangelie van vandaag wordt meestal geassocieerd met het tweede gebod: de naastenliefde. Dat is begrijpelijk, want het verhaal over de barmhartige Samaritaan gaat daar ook over, maar het gevaar bestaat dat wij dit tweede gebod als het belangrijkste beschouwen. Dat gevaar is in onze tijd misschien nog groter, omdat er veel over de mens wordt gesproken, en God is op een zijspoor gezet.
God beminnen, dat is het eerste en voornaamste gebod. De wetgeleerde uit het Evangelie had er geen moeite mee. Voor hem en voor de mensen van die tijd was dat duidelijk. God eren en Hem dienen was vanzelfsprekend. In onze tijd is dat minder duidelijk geworden. Velen van ons vergeten het eerste gebod en zijn alleen gericht op het tweede. Wij horen vaak dat het genoeg is als iemand van zijn naaste houdt; dan moet God al tevreden zijn met ons. Die naastenliefde is vaak onbepaald en komt meestal neer op een onbeperkte tolerantie; wij moeten alles en iedereen aanvaarden.

Onze eerste plicht is echter om God te beminnen. Dat is uitdrukkelijk door Christus bevestigd. Wij moeten God beminnen met onze volledige persoon: met hart en ziel, met verstand en met al onze krachten. Dat is een totale liefde die de gehele mens omvat. Dat is de absolute onderwerping van ons hart en onze wil. Dat is het innerlijke aspect. Deze onderwerping wordt zichtbaar door het vervullen van de goddelijke geboden in ons leven. Daar komt de naastenliefde in zicht, die voortvloeit uit onze liefde tot God.

God beminnen is niet alleen een beweging van ons hart; onze liefde moet zich ook uiten. Een van de eerste tekenen van onze liefde tot God is Hem te loven en te danken in ons dagelijkse gebed en in de eredienst van de Kerk. Daarnaast kunnen wij nog veel doen in ons eigen leven – wij moeten namelijk steeds meer en steeds inniger verbonden zijn met God door ons eigen gebedsleven –, maar ook binnen de Kerk. De gelovigen zouden zich steeds meer moeten realiseren dat de heilige Mis de hoogste vorm van eredienst is. Onze deelname daaraan is niet vrijblijvend. Wij zijn verplicht om onze Schepper te eren, Hem te loven en te danken, en wij zijn genoodzaakt om Zijn vergeving en Zijn genade af te smeken. In de heilige Mis gebeurt dat op de meest voortreffelijke wijze. Wie dat niet aanvaardt, kan niet zeggen dat hij God bemint. De naastenliefde kan nooit zuiver zijn zonder de ware liefde tot God. Zonder de liefde tot God heeft zij geen betekenis voor ons eeuwige leven. God beminnen is het allereerste gebod; alle andere geboden vloeien daar uit voort.

Alles wat wij doen moet voortkomen uit liefde tot God. Er is geen keuze tussen de liefde tot God en de naastenliefde; er bestaat geen conflict tussen die twee. Maar om de barmhartigheid te kunnen beoefenen, moeten wij eerst dicht bij de bron van alle barmhartigheid en liefde vertoeven. Het ware christelijke leven verbindt de twee hoofdgeboden met elkaar. Dan kunnen wij zien dat de werken van barmhartigheid zich niet alleen beperken tot de materiële gebreken. De naastenliefde mag nooit de geestelijke werken van barmhartigheid uitsluiten. De zondaars vermanen, de onwetenden onderrichten, goede raad geven of bidden voor levenden en doden, dat zijn geestelijke werken van barmhartigheid die de wereld niet wil erkennen omdat zij het eerste gebod niet erkent. Maar wie in de hemel wil komen, mag deze werken niet vergeten.

10 augustus 2018

10 augustus: Heilige Laurentius, diaken en martelaar, feest

Laurentius is in Spanje geboren en reeds op jonge leeftijd in Italië terechtgekomen. Hij was de aartsdiaken van paus Sixtus II. Ten tijde van de vervolging door keizer Valerianus werden Laurentius en de andere diakens met de Heilige Vader gevangen genomen. Terwijl de anderen standrechtelijk om het leven werden gebracht, nam men Laurentius mee voor verhoring en foltering. Laurentius zag in paus Sixtus II niet alleen zijn meerdere maar tevens zijn vaderlijke vriend en vooral een voorbeeld.

Veel is van Laurentius niet bekend. Het meeste weten wij uit legendes. Zijn graf bevindt zich bij de Via Tiburtina op de Ager Veranus, waar Constantijn de Grote een basiliek oprichtte. Reeds in de vierde eeuw was zijn verering in de gehele Kerk verbreid. Laurentius is de derde patroon van de stad Rome. Hij wordt vereerd als patroon van de armen en van de bibliothecarissen, omdat hem als diaken de zorg voor de boeken was opgedragen. San Lorenzo is de basiliek in Rome die aan hem toegewijd is (Laurentius-buiten-de-muren). Daar ligt hij, samen met diaken Stefanus begraven.

Tijdens de terechtstelling van paus Sixtus II liep Laurentius wenend met hem mee en riep: "Waar gaat u heen, zonder uw zoon, vader?" De Paus troostte zijn aartsdiaken en voorspelde hem zijn eigen terechtstelling als martelaar. Hij gaf Laurentius nog de opdracht om zorg te dragen voor de schatten van de Kerk.
Keizer Valerius maakte na de moord op de Paus aanspraak op deze kerkelijke schatten en beval Laurentius de schatten naar hem te brengen. Hij kreeg daarvoor drie dagen de tijd.

Tot zijn grote ontsteltenis stond Laurentius daar drie dagen later zonder goud of zilver, maar met de minder-bedeelden uit de stad: armen, zieken, kreupelen, lammen, weduwen en wezen, en verminkten. “Hier heeft u de schatten van de Kerk”, zei Laurentius tegen de keizer.
De keizer onstak in toorn en liet Laurentius vastnemen en ter dood veroordelen. Men sloeg hem met loden kogels en legde hem tussen een rooster op het vuur. Zijn sterfdag is 10 augustus 258.

Paus Leo I de Grote heeft over Laurentius eens gezegd: "Het vuur dat in hem brandde, heeft hem geholpen het vuur van het martelaarschap te doorstaan".

De heilige Laurentius is patroon van diakens, bibliothecarissen, glasblazers, glazeniers, brandweer, koks, archivarissen, scholieren, studenten, administrateurs, bierbrouwers, banketbakkers en wasvrouwen. Verder is hij patroon tegen huidziekten, oogkwalen, spit, ischias, vuurrampen, het vagevuurleed en de pest; en patroon voor de zielen in het vagevuur en een goede wijnoogst.

9 augustus 2018

Heilige Teresia Benedicta a Cruce (Edith Stein), maagd en martelares, co-patrones van Europa

Edith Stein werd geboren in een orthodox-joodse familie in de Duitse stad Breslau (het huidige Wroclaw in Polen) op 12 oktober 1891. Op dertienjarige leeftijd zwoer ze haar joodse geloof af en werd atheïst. Als student aan de Universiteit van Göttingen leerde ze de filosoof-wiskundige Edmund Husserl kennen, de grondlegger van de fenomenologie. Toen Husserl later naar de Universiteit van Freiburg vertrok, ging Edith op zijn verzoek mee als zijn assistent.

In Freiburg promoveerde Edith Stein tot doctor in de filosofie. Tijdens een vakantie bij vrienden in 1921 las ze de autobiografie van Teresia van Avila. Ze was daar zo van onder de indruk dat ze meteen katholiek wilde worden. Op 1 januari 1922 ontving Edith het sacrament van het Doopsel. Ze zegde haar universitaire baan bij Husserl op en werd onderwijzeres op een katholieke meisjesschool in Spiers.

In Spiers vertaalde Edith het geschrift De Veritate (‘Over de waarheid’) van de heilige kerkleraar Thomas van Aquino en verdiepte ze zich verder in de katholieke wijsbegeerte. In 1932 werd ze lector aan het Instituut voor Pedagogie in Münster. Toen een jaar later de nationaal-socialisten aan de macht kwamen, werd Edith vanwege de antisemitische wetten ontslagen.

Edith trad in 1934 in bij de karmelietessen in het Karmelklooster van Keulen. Bij haar professie kreeg ze de kloosternaam Teresia Benedicta a Cruce. Als slotzuster legde ze de laatste hand aan haar metafysisch werk Endliches und ewiges Sein, waarin ze tot een synthese van Thomas van Aquino en Husserl trachtte te komen.

Omdat de antisemitische terreur in Duitsland steeds erger werd, werd Edith in 1938 door haar overste overgeplaatst naar het karmelietessenklooster te Echt in Nederlands Limburg. Daar schreef ze haar belangrijkste werk: Kreuzeswissenschaft. Studie über Johannes a Cruce (‘De wetenschap van het kruis. Studie over Johannes van het Kruis’). Dit werk heeft veel bijgedragen tot de ontwikkeling van een moderne lijdensspiritualiteit.

Nadat de Nederlandse bisschoppen in een publieke verklaring het racisme van de nazi’s hadden veroordeeld, gaf Adolf Hitler op 26 juli 1942 het bevel om alle niet-arische katholieken te arresteren. Als gevolg hiervan werden Teresia Benedicta en haar katholiek geworden zus Rosa door de Gestapo uit het klooster van Echt gehaald. Bij de arrestatie zei ze tegen Rosa: "Kom, wij gaan voor ons volk." Via Westerbork worden de twee gezusters naar Auschwitz gedeporteerd. Enkele overlevenden getuigden tijdens haar zaligverklaringsproces dat zuster Teresia Benedicta andere gevangenen met grote compassie had bijgestaan. Op 9 augustus 1942 stierf Edith/Teresia samen met haar zuster Rosa in de gaskamer.

Paus Johannes Paulus II verklaarde Edith Stein zalig op 1 mei 1987 in Keulen. Op 11 oktober 1998 verklaarde hij haar in Rome heilig en verleende haar de waardigheid van martelares. Een jaar later gaf de heilige paus haar de titel Co-patrones van Europa. Op de liturgische kalender (Novus Ordo) staat haar gedachtenis op 9 augustus, haar sterfdag.

8 augustus 2018

8 augustus: Heilige Johannes Maria Vianney (Pastoor van Ars), belijder, patroon van de priesters

Geen plek in het donkere, vochtige kerkje is onbezet. Boven de holle stilte klinkt de stem van een nauwelijks hoorbare priester. Het gehucht Ars nabij de Franse stad Lyon telt zelf tweehonderd gelovigen, maar vanuit heel Frankrijk en zelfs daarbuiten komen mensen om deze pastoor te kunnen horen en, als het kan, bij hem te biechten.

Talrijke priesters uit het bisdom zijn jaloers op hun ambtsbroeder die niet eens gewijd had mogen worden. De examinatoren hadden even de andere kant opgekeken, want de seminarist was voorbeeldig in zijn leven, maar leren kon hij niet.
Na zijn wijding mag de boerenzoon dan ook niet biechthoren. Uiteindelijk stopt de bisschop hem weg in een gehucht met een parochiekerkje waar Jean-Marie Vianney blij mag zijn op zondag een gelovige aan te treffen.

Wat hadden de dorpelingen gelachen om hun nieuwe pastoor, die er uitziet als een wandelend lijk, niet uit zijn woorden kan komen en huilt tijdens zijn preken. Toch worden ze nieuwsgierig, want er wordt gefluisterd dat hij een heilige is. Alles wat de parochie bezit, geeft hij weg, van wat hij eet kan een normaal mens niet leven en hij slaat zich tot bloedens toe.

Terwijl het in de meeste Franse kerken wachten is op wie het licht uit zal doen, stromen de gelovigen naar Ars. De pastoor, die meisjes in het door hem gestichte weeshuisje ‘La Providence’ dagelijks catechese geeft, verlegt deze naar de kerk, waar steeds meer gelovigen komen luisteren naar de beeldrijke verhalen.

Mocht hij aanvankelijk niet biechthoren, nu zijn er koude winteravonden waarop hij ‘maar’ elf uur in de biechtstoel zit. ’s Zomers loopt dit op tot achttien uur. In 1855 bezoeken meer dan twintigduizend gelovigen de parochie.
Terwijl de duivel beproeft en treitert, geeft God de gave van de profetie. Eens zit in het overvolle kerkje nabij het gangpad een vrouw. Ze huilt. Ze heeft zojuist haar man verloren, hij pleegde zelfmoord. De vrouw was van ver gekomen, maar ziet geen kans bij de heilige priester te komen. Bij het verlaten van de kerk houdt pastoor Vianney bij haar stil en fluistert: “Wees gerust, mevrouw. Tussen de brug en het water was er genoeg tijd voor berouw”, en loopt door. De weduwe kan haar tranen niet bedwingen, maar nu van vreugde.

Jean-Marie Vianney sterft op 4 augustus 1859. Paus Pius XI verklaart hem in 1925 heilig, nadat eerder paus Pius X de pastoor van Ars had uitgeroepen tot patroon van de parochiepriesters. In 2009 roept paus Benedictus XVI bij de aanvang van het Jaar van de Priester de Pastoor van Ars uit tot patroon van álle priesters.

7 augustus 2018

Nieuw beeld in de Agneskerk: Piëta

Sinds enkele dagen staat in onze kerk een nieuw beeld, een piëta (foto). Het is afkomstig uit de H. Johannes Vianneykerk in Deventer, die in 2014 aan de eredienst is onttrokken.

Een piëta is een schilderij of een beeld van de gestorven Christus, vergezeld door Maria. De meest voorkomende vorm is die van Christus die na de kruisafname op de schoot van Zijn moeder Maria is gelegd.

Het beeld is geplaatst tegen de achterwand van de kerk (naast de hoofdingang). Er is een kaarsenstandaard geplaatst, waardoor het mogelijk is om kaarsen op te steken, die uw persoonlijke gebed tot Jezus en Maria kunnen begeleiden.

Gebed
Moeder Maria,
bij de kruisafname van Jezus Christus, uw Zoon,
hebt gij Zijn mismaakt en verscheurd Lichaam
terugontvangen op uw schoot.
Leer mij berusten in mijn offer,
zonder klagen en zonder ontevredenheid. Amen.

6 augustus 2018

6 augustus: Gedaanteverandering van onze Heer Jezus Christus, feest

Veertig dagen vóór het feest van Kruisverheffing (14 september) herinnert het feest van de Gedaanteverandering van onze Heer Jezus Christus eraan hoe Jezus de apostelen Petrus, Johannes en Jacobus wilde voorbereiden op Zijn kruisdood. Zijn verheerlijking op de berg Tabor is niet alleen een voorafbeelding van de Verrijzenis, maar ook van de toekomstige heerlijkheid van de Kerk als Lichaam van Christus.

De drie leerlingen zien door de gedaanteverandering van de Heer naast Zijn godheid ook Zijn verheerlijking die zal geschieden na de overwinning op de dood en de verrijzenis uit de dood door Zijn terugkeer naar de hemel waar Hij zetelt aan de rechterhand van Zijn Vader.

Nu reeds toont de Zoon Zich in een hemelse glans op een voor de menselijke natuur aangepaste wijze. Want hoe zouden de drie apostelen, in hun menselijke gestalte, de verheerlijkte Zoon van God kunnen aanschouwen? Dat is pas mogelijk in het eeuwige leven.

Op de berg Tabor troost en sterkt Jezus Zijn leerlingen, maar ook Hij Zelf wordt opgebeurd en bemoedigd als mens, terwijl Mozes en Elia Hem eer bewijzen. In Christus immers komen de Wet, door Mozes gegeven, en het Profetendom, door Elia vertegenwoordigd, tot voltooiing. Vanuit de eeuwigheid steunen zij de Verlosser in Zijn tijdelijkheid als mens door met Hem in de luister van de berg Tabor de weg te beleven die Hij zal gaan van Jeruzalem naar Golgotha maar die vervolgens zal leiden tot de Verrijzenis uit het graf en het opstijgen naar de hemel.

5 augustus 2018

Elfde zondag na Pinksteren

Epistel
1 Kor. 15, 1-10
Broeders, ik breng u het Evangelie in herinnering, dat ik u gepredikt heb, en dat gij hebt aangenomen, waarin gij ook vaststaat en waarin gij redding zult vinden, indien gij het tenminste zo vasthoudt, als ik het u gepredikt heb; of het zou moeten zijn, dat gij het geloof voor niets hebt aanvaard. Want vóór alles heb ik u overgeleverd, wat ook mij is meegedeeld, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften; en dat Hij begraven is en verrezen is op de derde dag overeenkomstig de Schriften; en dat Hij verschenen is aan Kephas en daarna aan de elf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie er velen thans nog in leven zijn, sommigen echter reeds zijn ontslapen. Daarna is Hij verschenen aan Jacobus, en toen aan al de apostelen. En het laatst van allen is Hij verschenen aan mij, die als het ware de misgeboorte ben. Want ik ben de geringste onder de apostelen, die niet waardig ben een apostel genoemd te worden, omdat ik de Kerk van God heb vervolgd. Maar wat ik nu ben, ben ik door de genade Gods; en de genade, die Hij mij geschonken heeft is niet zonder vrucht gebleven.

Evangelie
Mc. 7, 31-37
In die tijd vertrok Jezus uit de streek van Tyrus, en begaf Zich over Sidon naar de zee van Galilea, midden in het gebied van de Tien-steden. En men bracht iemand bij Hem, die doof was en stom; en zij verzochten Hem deze de hand op te leggen. Hij nam hem dan uit de menigte ter zijde, stak hem de vingers in de oren, en raakte met speeksel zijn tong aan; vervolgens sloeg Hij Zijn ogen ten hemel, slaakte een zucht, en sprak tot hem: Effeta, dat wil zeggen: ga open. En aanstonds gingen zijn oren open, en zijn tong werd van haar banden bevrijd, en hij sprak gewoon. En Hij gebood hun, het aan niemand te zeggen. Maar met hoe meer nadruk Hij hun dat gebood, des te luider verkondigden zij het, en des te groter werd hun bewondering; en zij zeiden: Alles heeft Hij wél gedaan; doven heeft Hij doen horen, en stommen heeft Hij doen spreken.

Overweging
Als inleiding op een zeer ernstig betoog over onze toekomstige verrijzenis vertelt de heilige Paulus in het epistel van vandaag over de verschillende verschijningen van de verrezen Christus. De waarde van het Evangelie en de waarde van ons heilig geloof zijn onaantastbaar. Wij hebben beide tot ons geluk door Gods goedheid mogen ontvangen. Wij geloven in de waarheid van het Evangelie. Het is de leidraad voor ons leven. Wij zullen daardoor worden gered als wij vasthouden aan Zijn waarheid.

Het middelpunt van het Evangelie is Jezus Christus, Hij Die voor ons gestorven en begraven is, en op de derde dag verrezen. Dat is het begin van ons heil: Hij is gekomen, Hij heeft geleden en Hij is gestorven. Hij is begraven en verrezen, zoals over Hem voorspeld was.

Met Zijn verrijzenis bevestigde Hij – meer dan met welk wonder ook dat Hij tevoren gedaan had – de waarheid van Zijn goddelijke zending. Zijn evangelie is dus waarheid, het is goddelijke waarheid. Jezus van Nazareth verkondigt de weg van het heil en er is geen andere weg. Alle andere wegen en zijpaden lopen dood. Er is alleen de ene weg van Christus. Hij is verrezen en Hij bevestigt daarmee alles wat Hij heeft gezegd en heeft gedaan. De verrijzenis is het goddelijke zegel op de woorden van Christus. Bij Paulus kunnen wij lezen aan wie Hij is verschenen. Eens is Hij zelfs verschenen aan meer dan vijfhonderd tegelijk, van wie de meesten nog leefden toen Paulus zijn getuigenis opschreef.

Christus is ook verschenen aan Paulus. Paulus zegt over zichzelf dat hij niet waardig is om apostel te worden genoemd, omdat hij Gods Kerk vervolgd heeft, een godslasteraar en een geweldenaar was, maar hij vond ontferming. Dat is onze grote troost. God laat allerlei zonden toe, opdat wij tot oprechte nederigheid en bekering komen en tot het inzicht dat wij uit onszelf niets vermogen. Christus is voor ons gestorven, Hij is verrezen en verschenen. Het valt niet te loochenen. Wie vasthoudt aan een zondig leven zonder de wil tot ommekeer, die loochent Christus. Deze zondaar zal Christus nooit in de hemelse glorie en zaligheid ontmoeten.

Het ware geloof, de overgave aan de Waarheid komt alleen door Gods goedheid. Het geloof is Zijn gave. Maar wij zouden bereid moeten zijn om deze gave in ontvangst te nemen, net zoals de heilige Paulus dat deed. Daarover schrijft hij ook als hij zegt: “Wie uit God is geboren, bedrijft geen zonde, want Zijn zaad, dat is Gods genade, is in hem”.

Paulus voltooit zijn gedachten met de woorden: “Christus is in de wereld gekomen om de zondaars te redden. Wie bereid is om zich te bekeren zal de ontferming van God ervaren.” Deze waarheid geldt zowel voor de heilige Paulus als voor onze tijd, en het is de hoogste tijd dat de wereld en de mensen van vandaag opnieuw deze goddelijke liefde en ontferming ernstig nemen. Als wij dat niet doen, dan is dat een belediging van Zijn goddelijke Majesteit die roept om gerechtigheid.

4 augustus 2018

Litanie tot het Onbevlekt Hart van de heilige maagd Maria

Heer, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Christus, aanhoor ons. Christus, aanhoor ons.
Christus, verhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Hart van Maria, onbevlekt van uw oorsprong af, bid voor de zondaars
Hart van Maria, vol van genade,
Hart van Maria, gezegend onder alle harten,
Hart van Maria, tempel van de Allerheiligste Drievuldigheid,
Hart van Maria, gelijkvormig aan het Hart van Jezus,
Hart van Maria, voorwerp van Jezus' welbehagen,
Hart van Maria, afgrond van ootmoedigheid,
Hart van Maria, zetel van barmhartigheid,
Hart van Maria, oceaan van goedheid,
Hart van Maria, oven brandend van liefde tot God,
Hart van Maria, wonder van zuiverheid en onschuld,
Hart van Maria, waarin het Bloed van Jezus Christus, de prijs van onze verlossing, gevormd is,
Hart van Maria, dat voor zondaars genade afsmeekt,
Hart van Maria, dat de woorden van Jezus trouw bewaarde en overwoog,
Hart van Maria, met een zwaard doorboord,
Hart van Maria, troost van de bedroefden,
Hart van Maria, toevlucht van de zondaars,
Hart van Maria, hoop en bescherming van wie u vereren,
Hart van Maria, bijstand van de stervenden,
Hart van Maria, zielsgeneugte van alle heiligen,
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.

V. Zachtmoedig en nederig Hart van Maria.
A. Maak ons hart gelijkvormig aan het Hart van uw Zoon.

Laat ons bidden. Barmhartige God, Gij hebt voor het heil van de zondaars aan het Onbevlekt Hart van Maria een grote gelijkvormigheid van liefde en barmhartigheid met het aanbiddelijk Hart van Uw goddelijke Zoon Jezus Christus gegeven; geef, smeken wij U, dat wij door de verdiensten van haar Onbevlekt Hart aan het goddelijk Hart van Jezus gelijkvormig mogen worden en dat op de voorspraak van het Onbevlekt Hart van Maria de zondaars de weg van de zonde mogen verlaten en de weg van Christus mogen bewandelen. Dit vragen wij U door dezelfde Christus onze Heer. Amen.

4 augustus: Heilige Dominicus, belijder

Dominicus Guzman werd geboren in het jaar 1170 in Caleruega (Castilië, Spanje) als zoon van Felix de Guzman en de (zalige) Juana van Aza.

Hij studeerde in Palencia en werd rond 1195 kanunnik van de kathedraal van Osma (tegenwoordig Burgo de Osma). In 1203 en 1205 begeleidde hij als subprior van het kathedraalkapittel bisschop Diego van Osma op reizen naar Scandinavië in opdracht van de koning van Castilië. Dominicus vatte hierdoor het idee op om in Scandinavië te gaan missioneren.

In 1206 kreeg hij van de paus een missietaak in de Languedoc, waar hij samen met Cisterciënzers de Kathaarse ketters moest bestrijden. Deze monniken bereikten weinig door hun hooghartige optreden en luxueuze uitstraling. Dominicus begon in alle eenvoud te prediken. Zijn prediking had duidelijk succes. Eind 1206 stichtte hij te Prouille (hedendaags Fanjeaux) een vrouwenklooster, het eerste klooster van de latere dominicanessen.

In Toulouse begon hij met de oprichting van een orde voor de prediking. Van paus Honorius III verkreeg hij in 1216 goedkeuring voor zijn orde: de Dominicanen. In 1217 zond Dominicus zijn broeders uit naar Parijs, Spanje en Italië. De broeders moesten met name aan de universiteiten van Parijs en Bologna theologie gaan studeren. Er ontstond een internationale orde die in 1220 voor het eerst in Bologna een generaal-kapittel hield. De nadruk kwam sterk te liggen op studie en het in praktijk brengen van het Woord.

Dominicus predikte in die jaren vooral in Noord-Italië. Hij deed afstand van de leiding van zijn orde. Uitgeput door het vele reizen stierf hij op 6 augustus 1221 te Bologna. Hij werd begraven in de San Domenico te Bologna. In 1234 werd hij door Gregorius IX heiligverklaard. In 1268 werd het lichaam van Dominicus geplaatst in een door Nicola Pisano gebeeldhouwd grafmonument.

Dominicus inspireerde mensen door zijn opgewekte aard, praktische instelling en scherp oog voor de tekenen van de tijd. Hij richtte een dynamische orde op met als hoofdtaken prediking en zielzorg. Van Dominicus zijn behalve enkele brieven geen geschreven werken bewaard gebleven.

Dominicus wordt afgebeeld als dominicaan, met een boek en een lelie, een krans van haar om het kaalgeschoren hoofd, een ster voor de borst of boven het hoofd, een gevlekte hond met een fakkel in de bek waarmee hij de aardbol in brand steekt (Er is een legende die vertelt, dat Dominicus' moeder tijdens haar zwangerschap eens droomde, dat zij een hond ter wereld bracht met een brandende fakkel in zijn bek. De Latijnse naam voor zijn latere volgelingen 'Dominicanes' werd ook wel uitgelegd als 'Domini Canes' = 'Honden van de Heer'), toorts, met een monstrans, met zijn moeder Juana van Aza, of met Sint Franciscus. Bekend is ook de afbeelding dat hij - tezamen met de dominicanes Catharina van Siena uit handen van de Moeder Gods een rozenkrans ontvangt.

In 1946 schreef Gabriël Smit een rijmpje over Dominicus:


Opdat gij eens aan ons zoudt leren
Hoe met de rozenkrans wij allen
Maria ’t liefste konden eren,
Schonk zij eens u met welgevallen
Dit kralensnoer. Leer mij ook dit,
Dominicus, dat 'k beter bid.

3 augustus 2018

Van de pastoor: De betekenis van de heilsgeschiedenis in ons leven

De kracht van het Bloed van Christus,
God en mens, is oneindig groot, en de liefde, die
onze Verlosser bewogen heeft het te vergieten, is
eveneens oneindig.

H. Thomas van Aquino

Beminde gelovigen,

Door de drukte van het dagelijks bestaan vergeten wij vaak de werkelijke betekenis van het leven hier op aarde, namelijk God dienen en daardoor eens de hemelse heerlijkheid binnengaan. Vaak doet zich de verleiding voor om onze kerkelijke gezindheid en trouwe navolging van het uiterlijke leven van de Kerk als een activiteit te beleven, maar dat is niet voldoende. Ons kerkelijk leven zou niet allereerst een uiterlijke vorm moeten zijn, maar zou moeten draaien om het daadwerkelijke geloof in en een persoonlijke band met Jezus Christus. Want door het kerkelijk leven nemen wij in sacramentele zin deel aan de heilsgeschiedenis die Hij vanuit Golgotha door alle tijden heen laat stromen en aan alle mensen voltrekt die zich voor Hem openstellen.

Juist in deze heilshandeling moeten wij onze allereerste en diepste verbinding met de Kerk, haar begin, hoogtepunt en voleinding vinden. Daarin zijn wij werkelijk verbonden met Christus, Die de Wil van God voltrekt. Alleen in verbinding met Hem zijn ook wij in staat om de Wil van God te doen en het eeuwig leven te verwerven. Samenvattend: Als wij ons leven op aarde op juiste wijze willen gebruiken, dan moeten wij bij God beginnen. Wij moeten leven vanuit Zijn menswording en door de heilsgenade in de Kerk, om uiteindelijk bij ons heengaan ook naar God terug te keren. Dit alles geeft de mens het juiste theocentrische zicht op de werkelijkheid van zijn bestaan en stelt hem in staat om de juiste middelen in zijn leven in te zetten.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

2 augustus 2018

2 augustus: Heilige Alfonsus Maria van Liguori, bisschop, belijder en Kerkleraar

Alfonsus Maria de Liguori werd geboren op 27 september 1696 te Marianella bij Napels in Italiëin een adellijke en rijke Napolitaanse familie. Op zijn twintigste stond hij al in geheel Napels bekend als een bekwaam en betrouwbaar advocaat. Eens ontdekte hij, toen hij na een proces de rechtszaal verliet, dat hij het onrecht verdedigd had. Zo gebrekkig en onvolmaakt was blijkbaar het menselijke kennen en weten. Van toen af ging hij voor priester studeren. Hij ontving de priesterwijding toen hij dertig jaar oud was. Onmiddellijk ging hij preken voor het volk. Het was zijn ideaal om eenvoudige, ongeschoolde mensen het evangelie te doen begrijpen. Vandaar dat hij in de taal van het volk preekte met zeer eenvoudige woorden.

Niet iedereen waardeerde wat Alfonsus deed. Hij ondervond veel tegenstand van zijn vader, van de koning en enige tijd ook van de paus. Maar intussen sloten anderen zich bij hem aan, en uiteindelijk groeide deze beweging uit tot een nieuwe congregatie van religieuzen: de redemptoristen. Zij leefden in uiterste eenvoud, voelden zich aangetrokken tot de gewone mensen en brachten grote predikanten voort. Hijzelf schreef meer dan honderd boeken, waarvan zijn Moraaltheologie het bekendste zou worden. Beroemd is ook zijn boek 'De Heerlijkheid van Maria', een samenvatting van Maria's rol in de Kerk tot dat moment. Hij toont er Maria als middelares van alle genadegaven.

Uiteindelijk werd hij bisschop van het plaatsje Agatha de' Goti. Hij verkocht regelmatig goederen uit het bisschoppelijk paleis om het geld onder de armen te verdelen. Alfonsus gaf de zielenherders en biechtvaders de raad trouw te zijn aan de katholieke moraal en was daarbij beminnelijk, begripvol, zachtmoedig in de omgang zodat berouwvolle mensen zich op de weg van hun geloof en christelijk leven zouden begeleid, gesteund en bemoedigd weten. De heilige Alfonsus hield nooit op te herhalen dat priesters een zichtbaar teken zijn van Gods oneindige barmhartigheid, die vergeeft en de geest en het hart van de zondaar verlicht opdat hij zich zou bekeren en zijn leven zou veranderen. In onze tijd, waarin wij duidelijke tekenen zien dat het morele geweten ontspoort en van een zeker gebrek aan waardering voor het Biechtsacrament, is dit onderricht van de heilige Alfonsus nog zeer actueel.

In de laatste twintig jaar van zijn leven ging zijn gezondheid almaar achteruit. Hij vroeg paus Clemens XIV om ontslag wegens gezondheidsredenen, maar de paus weigerde. De paus vond dat hij met één gebed vanuit zijn ziekbed meer goed kon doen dan met 1.000 pastorale bezoeken in zijn bisdom. De opvolger van paus Clemens, paus Pius VI gaf hem in 1775 wel ontslag als bisschop. Inmiddels had Alfonsus overal pijn, groeide krom van de jicht, werd doof en zo goed als blind, terwijl ook zijn verstand ernstig achteruitging. Maar zijn allerergste beproeving was wel dat hij in ongenade viel bij de paus en dat er in zijn religieuze congregatie een scheuring ontstond.

Hij stierf op 1 augustus 1787 te Norcera dei Pagani (bij Napels) ruim 90 jaar oud.

In 1839 werd hij heilig verklaard. Hij is patroon van biechtvaders en theologen, in het bijzonder de moraaltheologen. In 1871 werd hij door paus Pius IX tot Kerkleraar uitgeroepen.

Hij wordt vaak afgebeeld als een enigszins gebogen grijsaard in redemptoristenhabijt (zwart kleed met witte boord) of in bisschopskledij (staf, mijter, tabberd); vaak heeft hij een rozenkrans, een missiekruis of een boek in zijn handen.

Van de heilige Alfonsus Maria wordt verteld dat hij in 1774 werd gezien aan het sterfbed van paus Clemens XIV, terwijl hij in zijn kloostercel zat, vier dagreizen daarvandaan; volgens sommigen lag Alfonsus die dag bewusteloos in bed. Paus Clemens XIV was de paus die zijn vraag tot ontslag als bisschop afwees. Deze bilocatie was het wonder dat een rol speelde bij zijn heiligverklaring.

De heilige Alfonsus trachtte te bereiken, dat de christengelovigen hun leven op het tabernakel richtten, met een innige godsvrucht jegens Jezus in het Sacrament. Hij hechtte bijzonder belang aan het bezoek aan het Allerheiligste, en om dat te vergemakkelijken schreef hij een klein tractaat. Daarin komt het volgende gebed voor:

Gebed voor een bezoek aan het Allerheiligst Sacrament

Jezus Christus, mijn Heer, Die uit liefde voor de mensen dag en nacht in dit Sacrament tegenwoordig blijft, vol goedheid en liefde, wachtend, uitnodigend en ontvangend allen die U komen bezoeken; ik geloof dat Gij in het Sacrament van het altaar tegenwoordig zijt. Ik aanbid U uit het diepst van mijn onwaardigheid en dank U voor alle gunsten welke Gij mij hebt bewezen, in het bijzonder dat Gij mij Uzelf in dit Sacrament hebt geschonken, dat Gij mij Uw heilige moeder Maria tot voorspreekster hebt gegeven en dat Gij mij hebt geroepen U in deze kerk te bezoeken. Ik groet vandaag Uw allerbeminnelijkst Hart, en wil dat doen om drie redenen: allereerst, als dankzegging voor deze grote weldaad; ten tweede, om U voldoening te geven voor alle beledigingen, die Uw vijanden U in dit Sacrament hebben aangedaan; en in de derde plaats heb ik de mening U door dit bezoek te aanbidden op alle plaatsen der aarde, waar Gij in Uw Sacrament het minst aanbeden en het meest verwaarloosd wordt.

Mijn Jezus, ik bemin U met geheel mijn hart. Ik heb er berouw over dat ik in het verleden Uw oneindige goedheid zo dikwijls heb mishaagd. Ik neem mij voor met de hulp van Uw genade U in het vervolg nooit meer te beledigen; en op dit ogenblik, nietswaardig als ik ben, wijd ik mij geheel aan U toe. Ik verzaak aan mijn wil, aan mijn genegenheden, aan mijn verlangens en aan alles wat mij toebehoort, en geef het aan U. Van deze dag af doe met mij en met al het mijne wat U behaagt. Ik vraag en verlang niets anders dan Uw heilige liefde, de eindvolharding en de volmaakte vervulling van Uw Wil. Ik beveel U de zielen in het vagevuur aan, in het bijzonder hen die een grote godsvrucht hadden tot dit Sacrament en tot de heilige maagd Maria. Ook beveel ik U alle arme zondaars aan. Ten slotte, mijn lieve Verlosser, verenig ik al mijn gevoelens met die van Uw liefhebbend Hart, en offer ze zo aan Uw eeuwige Vader, Hem biddend ze in Uw Naam aan te nemen en te verhoren.

1 augustus 2018

1 augustus: Sint Petrus' Banden (commemoratie: Heilige Maccabeeën, martelaren)

Minstens sinds de vijfde eeuw worden in de oude basiliek der apostelen op de Esquilijnse heuvel in Rome de ketenen bewaard waarmee de apostel Petrus tijdens zijn laatste gevangenschap was geboeid. Deze kettingen werden door de christenen bewaard en vereerd. Later werden ze door patriarch Juvenalis van Jeruzalem geschonken aan de verbannen keizerin Eudokia. Zij verdeelde ze in twee delen, een deel stuurde ze naar Constantinopel en de andere naar Rome, destijds de hoofdsteden van het Romeinse Rijk. In Rome werden de boeien waarin Petrus ten tijde van keizer Nero op zijn marteldood had zitten wachten hieraan toegevoegd.

De godsvrucht van het volk voor deze reliek was zo groot dat de kerk de naam van Sint Petrus' Banden ontving en het kerkwijdingsfeest een feestdag werd ter ere van de Prins der apostelen. Op deze feestdag wordt ons de grote kracht voorgehouden van het volhardende gebed van leden van de Kerk. Petrus werd immers gevangen gehouden, maar na het voortdurende gebed van de jonge Kerk werd hij van zijn ketenen bevrijd (Handelingen 12).

De heilige Maccabeeën, wier gedachtenis ook vandaag wordt gevierd, zijn de enige heiligen uit het Oude Verbond die in de kalender van de Westerse Kerk worden herdacht. De relieken van deze martelaren, die te zamen met hun moeder door onderkoning Antiochus omwille van hun trouw aan de wet des Heren ter dood werden gebracht, zijn teruggevonden onder het altaar van de basiliek van Sint Petrus' Banden, waar zij sinds de consecratie van de kerk moeten hebben gelegen. Waarschijnlijk koos men deze dag uit voor de wijding van deze kerk, omdat het van oudsher in het Oosten de feestdag was van de heilige Maccabeeën.

Informatiebulletin voor de maand augustus is verschenen

Het Informatiebulletin van de Sint-Jozefparochie bij de Agneskerk voor de maand augustus is verschenen. Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin augustus' of klik op onderstaande afbeelding. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis en in kleur per e-mail (klik hier) te ontvangen.