18 december 2014

O-antifoon voor 18 december: 'O Adonai'

De O-antifonen zijn zeven antifonen, die in de liturgie worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Deze antifonen staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen).

De naam O-antifonen hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid, namelijk Spreuken 8, 1-6; Deuteronomium 10, 16-22; Jesaja 11, 1-10; Jesaja 22, 20-22; Maleachi 4, 1-3; Jeremia 10, 1-7 en Jesaja 7, 14. De bijbehorende aanroepingen luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

Latijn
O ADONAI, et Dux domus Israel, qui Moysi in igne flammae rubi apparuisti, et ei in Sina legem dedisti: veni ad redimendum nos in brachio extento.

Nederlandse vertaling
O ADONAI, Heer van Israëls huis, Gij zijt aan Mozes verschenen in het brandend braambos en hebt hem de wet gegeven op de Sinaï; kom nu, bevrijd ons met sterke hand.

17 december 2014

Quatertemperdagen in de Advent

Dit jaar vallen de Quatertemperdagen in de Advent - ter voorbereiding op het Kerstfeest - op woensdag 17, vrijdag 19 en zaterdag 20 december.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Tridentijns Missaal van 1962, dat wij in de Agneskerk volgen. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) Het zijn dagen van boete, inkeer, gebed, vasten en onthouding bij de wisseling van de seizoenen of ter voorbereiding op een groot feest, zoals Kerstmis.

De woensdag en de zaterdag zijn halve onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

O-antifoon voor 17 december: 'O Sapientia'

De O-antifonen zijn zeven antifonen, die in de liturgie worden gezongen voor en na het Magnificat in de Vespers van 17 tot en met 23 december. Deze antifonen staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen).

De naam O-antifonen hebben zij gekregen omdat elke antifoon begint met de aanroeping van de nieuwgeboren Heer met een andere naam/titel, voorafgegaan door de uitroep ‘O’. De zeven messiastitels zijn alle uit oudtestamentische schriftgedeelten afgeleid, namelijk Spreuken 8, 1-6; Deuteronomium 10, 16-22; Jesaja 11, 1-10; Jesaja 22, 20-22; Maleachi 4, 1-3; Jeremia 10, 1-7 en Jesaja 7, 14. De bijbehorende aanroepingen luiden respectievelijk: Sapientia, Adonaï, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex gentium, en Emmanuel. Wanneer de hoofdletters van elk eerste woord van achteren naar voren gelezen worden ontstaat het acrostichon: ERO CRAS, hetgeen betekent: ‘morgen zal ik er zijn’.

Latijn
O SAPIENTIA, quae ex ore Altissimi prodisti, attingens a fine usque ad finem, fortiter suaviter disponensque omnia: veni ad docendum nos viam prudentiae.

Nederlandse vertaling
O WIJSHEID, Gij zijt voortgekomen uit de mond van de Allerhoogste en doordringt alles met milde kracht, kom nu, wijs ons uw wegen.

16 december 2014

16 december: Heilige Eusebius, bisschop en martelaar

Eusebius is de eerste gekende bisschop van het Noord-Italiaanse Vercelli. Geboren op Sardinië, verhuisde hij op jonge leeftijd naar Rome. Later werd hij daar tot lector gewijd en hoorde zo bij de clerus van de stad in een tijd waarin de Kerk zwaar beproefd werd door de ariaanse ketterij. De groeiende waardering voor Eusebius verklaart zijn verkiezing tot bisschop van Vercelli in 345.

Eusebius verdedigt krachtig de volle goddelijkheid van Jezus Christus. Hij was met de grote vaders van de vierde eeuw verbonden tegen de ariaans-vriendelijke politiek van de keizer. Voor deze was het simpele ariaanse geloof politiek nuttig. Voor de keizer telde niet de waarheid, maar politieke opportuniteit: religie als bindmiddel voor staatseenheid. De grote vaders boden weerstand en verdedigden de waarheid tegen de dominantie van de keizerlijke politiek. Daarom werden Eusebius en andere bisschoppen veroordeeld tot ballingschap. In 361 stierf keizer Constantius II. Zijn opvolger, Julianus de Afvallige, was niet geïnteresseerd in het christendom als rijksreligie, maar wilde restauratie van het heidendom. Julianus beëindigde de ballingschap der bisschoppen en stond hen toe – ook aan Eusebius – om hun zetels weer in te nemen.

De relatie tussen de bisschop van Vercelli en zijn stad wordt duidelijk door twee getuigenissen. De eerste staat in een brief van Eusebius, in ballingschap geschreven aan de geliefde broeders en presbyters, alsook aan de heilige en vast in het geloof staande volken van Vercelli. Deze roerende beginwoorden van de goede herder tegenover zijn kudde worden nog eens bevestigd in het slot van de brief in de hartelijke groeten van de vader van allen en van elk van zijn kinderen in Vercelli. Een ander interessant element staat ook in de slotgroet van de brief, waar Eusebius vraagt om ook hen te groeten, die buiten de Kerk staan en uitzien naar onze gevoelens van liefde. De relatie van de bisschop met zijn bisschopsstad beperkt zich niet alleen beperkt tot de christelijke bevolking, maar strekt zich uit tot eenieder die op een bepaalde wijze zijn geestelijke autoriteit erkent.

De tweede getuigenis is uit een brief van Ambrosius van Milaan aan de bevolking van Vercelli, meer dan twintig jaar na Eusebius’ dood. De Kerk van Vercelli maakte toen moeilijke tijden door, was verdeeld en zonder herder. Het valt Ambrosius zwaar in de bewoners van Vercelli de afstamming te herkennen van de heilige vaders, die Eusebius direct accepteerden zonder hem ooit eerder gekend te hebben. De bewondering van Ambrosius voor Eusebius baseert zich vooral op het feit dat de bisschop van Vercelli zijn diocees bestuurde met getuigenis van zijn eigen leven. In feite was Ambrosius gefascineerd door het monastieke ideaal van de contemplatie van God, dat Eusebius volgde. Als eerste bisschop, aldus Ambrosius, bracht Eusebius zijn clerus bijeen in vita communis en gehoorzaamheid aan de monastieke regel, ondanks dat men midden in de stad leefde.

Zoals Eusebius zich bekommerde om ‘het heilige volk’ van Vercelli, zo leefde hij ook midden in de stad als monnik en stelde de stad open naar God. Dit heeft een bijzondere dimensie. Net als de apostelen, voor wie Jezus tijdens het Laatste Avondmaal bad, zijn ook de herders en de gelovigen van de Kerk in de wereld (Joh. 17, 11 ev), maar niet van de wereld. Daarom, aldus Eusebius, moeten de herders de gelovigen aansporen de stad in de wereld niet te zien als stabiele woonplaats, maar dienen zij naar de toekomstige stad, het definitieve hemelse Jeruzalem, op zoek te gaan. Dit eschatologische voorbehoud maakt het herders en gelovigen mogelijk de gerechte waarden te bewaren, zonder zich te buigen voor de mode van het moment en de ongerechte aanspraken van de heersende politieke macht. De authentieke waarden komen niet van de keizers van gisteren of vandaag, maar van Jezus Christus, de perfecte Mens, aan de Vader gelijk in de goddelijkheid en toch mens zoals wij. Verwijzend naar dit waardenscala wordt Eusebius niet moe zijn gelovigen aan te sporen met zorg het geloof te bewaren, de eendracht te behouden en te volharden in het gebed.

O-antifonen

In de laatste week van de Advent, van 17 tot en met 23 december, worden in de Vespers de zeven zogenoemde 'O-antifonen' gezongen. Een antifoon is een vers dat voorafgaand aan een psalm of een andere lofzang gezongen of gereciteerd wordt. De naam van de O-antifonen verwijst naar de Latijnse aanhef, waarmee ze alle beginnen.

De O-antifonen geven uitdrukking aan het verlangd uitzien naar de komst van de Messias. In het koorgebed worden ze in de Vespers vlak vóór en na het Magnificat gezongen, op steeds dezelfde gregoriaanse melodie.

Christus wordt in de O-antifonen niet met Zijn naam aangeroepen, maar met zeven verschillende Messiaanse titels, een voor elke dag:
17 december: O Sapientia (Wijsheid),
18 december: O Adonaï (Heer),
19 december: O Radix Jesse (Wortel van Jesse),
20 december: O Clavis David (Sleutel van David),
21 december: O Oriens (Dageraad),
22 december: O Rex Gentium (Koning der volkeren),
23 december: O Emmanuel (God met ons).

Wanneer nu deze Messias-aanroepingen in omgekeerde volgorde worden gelezen dan vormen de eerste letters de woorden 'Ero cras', Latijn voor 'Morgen zal Ik er zijn'. Wie zijn verlangen naar de Messias in het zingen van de O-antifonen tot uitdrukking brengt, vindt in het 'ero cras' van de beginletters de zekerheid dat Hij werkelijk komende is.

14 december 2014

Derde zondag van de Advent (Zondag Gaudete)

“Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren.”

Epistel
Fil. 4, 4-7
Broeders, weest altijd blijmoedig in de Heer; nog eens zeg ik: weest blijmoedig. Laat uw goedheid aan alle mensen zien. De Heer is dichtbij. Maakt u nergens bezorgd over, maar geeft uw verlangens altijd door bidden en smeken aan God te kennen, met een dankbaar hart. En dan moge de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, uw hart en uw verstand bewaren in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 1, 19-28
In die tijd, zonden de joden uit Jeruzalem priesters en levieten tot Johannes met de vraag: ‘Wie zijt gij?’ En onomwonden verklaarde hij met de meeste nadruk “Ik ben de Christus niet”. Toen vroegen zij hem: “Wat dan? Zijt gij Elias?”. Hij zeide: “Dat ben ik niet.” “Zijt gij de profeet?” – Hij antwoordde: “Neen”. ‘Zij zeiden hem nu: “Wie zijt gij dan? Opdat wij antwoord kunnen geven aan hen, die ons gezonden hebben. Wat zegt gij van u zelf?” Hij sprak: “Ik ben de stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, zoals de profeet Isaias gezegd heeft.” De afgevaardigden, behoorden tot de Farizeeën. En zij stelden hem de vraag: “ Wat doopt ge dan, als ge niet de Christus zijt, noch Elias, noch de profeet?” Johannes gaf hun ten antwoord: “Ik doop met water. Maar midden onder u staat Hij, die gij niet kent! Hij is het, die na mij komt, maar de voorgang heeft op mij; ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken.” Dit gebeurde te Betanië, aan de overzijde van de Jordaan, waar Johannes toen doopte.

Overweging
“Broeders, verheugt u in de Heer, nogmaals: verheugt u.” Zo luiden de beginwoorden van het Epistel van vandaag, die ook zijn opgenomen in de Introitus en die de naam hebben gegeven aan deze derde zondag van de Advent. Deze woorden bepalen het karakter van de vreugdevolle verwachting van ‘zondag Gaudete’. Alles getuigt van de te verwachten grote vreugde en deze verwachting roept reeds vreugde op. Dat is ook liturgisch te zien aan het roze kazuifel.

Waarin bestaat dan die vreugde in de Heer? De geheel reine vreugde op aarde, waartoe de apostel ons oproept, is de ware blijdschap in de Heer, en kan dus slechts bestaan in betrekking tot deze laatste en definitieve vreugde van de hemel. Zij is namelijk het uitzicht en de vaste hoop op de eeuwige zaligheid en de voorsmaak van het zijn-bij-de-Heer. Het is deze vreugde die ook aan het geboortefeest van de Heer moet voorafgaan. Uiteindelijk moet zij het gehele christelijke leven bezielen, omdat dit leven op aarde een verwachting is van het toekomstige leven in de zaligheid van God.

In hoop zijn wij verlost. Ons leven op aarde is een leven in hoop, meer dan in bezit. Ook al hebben wij reeds de genade ontvangen, deze moet nog dagelijks verdedigd worden en is op aarde nooit echt een onverwoestbaar bezit. Maar de genade geeft hoop om te bezitten. Deze hoop wordt niet beschaamd, omdat de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest.

Onze hoop is in de Heer, en deze hoop is niet gebouwd op mensen. Juist daarom kan onze hoop de vaste basis zijn van een onverwoestbare vreugde, te midden van ons leven in strijd en smart. Het is niet zo – zoals de meeste mensen van onze tijd menen – dat het christendom alleen maar lasten oplegt, prettige dingen onmogelijk maakt en ieder plezier verbiedt door het als zondig te beschouwen. Zij zien het katholicisme als een soort verbods- en politie-godsdienst, en de katholieke gelovige als een onderdrukte mens.

Het katholicisme schenkt echter het eeuwige leven, en is een positieve volheid als geen andere. Het schenkt bevrijding door onze redder Jezus Christus, en vreugde, reeds hier op aarde. De gave van de geest bezitten wij reeds nu. Het onderpand, het waarachtige begin en de voorproef van de bovenaardse vreugde verkrijgen wij door nu op aarde, in dit leven, God lief te hebben.

Wie is waarlijk verheugd tenzij hij die bemint?, zo kunnen wij ons afvragen. Liefde schenkt blijdschap, zelfs in het lijden. Dit is het diepste geheim van de vreugde van de heiligen. Zij waren blij gestemd te midden van hun kwellingen, omdat zij Jezus liefhadden en wisten dat zij Hem daardoor als ware dienaars gelijkvormig waren geworden. Dit is een onaardse vreugde, die zichzelf vergeten is. En het is deze vreugde die de heilige Kerk in onze harten wenst op te wekken voor het Kerstfeest dat altijddurend zal zijn.

13 december 2014

De drievoudige komst van de Heer

Het is Advent, voorbereidingstijd op Kerstmis, voorbereiding op de komst van de Heer, de Heer Jezus Christus. Hij komt met Kerstmis naar ons toe wanneer Hij geboren wordt uit de maagd Maria. Die geboorte vond plaats zo'n 2000 jaar geleden in een stal in Bethlehem. Toch is dat niet de enige komst van de Heer waarop wij ons zouden moeten voorbereiden. Zijn komst naar ons is namelijk éénvoudig en drievoudig. Eénvoudig, want het is één-en-dezelfde Zoon van God Die komt. Drievoudig, want Hij komt op drie tijden en op drieërlei wijze. De heilige Bernardus zegt in een Adventspreek: Bij Zijn eerste komst komt Hij in vlees en zwakte, bij Zijn tweede komst in geest en kracht, en bij Zijn derde komst in glorie en majesteit. De tweede komst is het middel waardoor men van de eerste naar de derde komt.

De Heer komt dus op drieërlei wijze: in het vlees, in de ziel en om te oordelen. De eerste komst vond plaats in het verleden. Hij is geboren, op aarde gezien en Hij heeft onder ons gewoond. Momenteel beleven wij Zijn tweede komst, tenminste als wij in de gesteldheid verkeren die het Hem toelaat te komen. Hij zegt immers dat als wij Hem liefhebben Hij bij ons zal komen en Zijn intrek bij ons zal nemen. Deze tweede komst is voor ons dus niet zeker. Wie weet er immers of hij/zij aan God toebehoort?
De derde komst zal echter zeker plaatsvinden, al weten wij niet wanneer dat zal gebeuren. Niets is zekerder dan de dood en niets is onzekerder dan het tijdstip waarop wij zullen sterven.

De eerste komst was dus nederig en verborgen. De tweede gebeurt in het geheim en is de vrucht van de Liefde, de derde zal openbaar zijn en schrikwekkend. Bij Zijn eerste komst is Christus door de mensen onrechtvaardig geoordeeld, bij Zijn tweede komst maakt Hij ons rechtvaardig door Zijn genade, bij Zijn derde komst zal Hij alles met rechtvaardigheid oordelen. Eerst Lam, tenslotte Leeuw, en tussen die twee tederminnende Vriend.

11 december 2014

Adventslied: O Heiland, open wijd de poort



O Heiland, open wijd de poort:
En daal omlaag, Gods eeuwig Woord,
Die aller mensen redder zijt,
zo lang voorzegd, zo lang verbeid.

Besproei ons hart, zo dor en droog,
Met dauw en regen van omhoog:
Gij zijt het zacht ootmoedig lam,
Gij zijt de leeuw uit Juda's stam.

O aarde met Gods vloek belaan,
Laat uit uw bodem bloeien gaan
De vreugd der eng'len, onze roem,
De lelieblanke Jessebloem.

O Morgenstond, zo lang verbeid,
O Zon van algerechtigheid,
De dag breekt aan, de nacht is om:
Wij wachten: ach, Heer Jezus kom.

8 december 2014

8 december: Onbevlekte Ontvangenis van de heilige maagd Maria, feest

"Tota pulchra es! O Maria, gij zijt geheel zuiver, onbevlekt door de erfzonde." Dat zijn de woorden van verering die de Kerk ons vandaag in de mond legt. Zij drukken het gevoel uit van de mensheid, die door de zonde wordt verlamd, voor de smetteloze zuiverheid van Onze Lieve Vrouw.

In alle eeuwigheid heeft God Maria uitgekozen om de Moeder te worden van het Vleesgeworden Woord. Daarom heeft Hij haar met heiligheid getooid en haar gevrijwaard van elke smet om haar tot een waardige woning te maken voor Zijn Zoon.

De heilige Maagd was reeds vanaf het moment van haar conceptie verlost, doordat zij gevrijwaard was van de erfzonde. Haar verlossing kan niet worden losgezien van onze verlossing door Christus. Daarom is het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, midden in de Adventstijd, een aankondiging van de grootsheid van de Vleeswording van onze Verlosser.

Het feest van vandaag is ingesteld door paus Pius IX met de afkondiging van het dogma op 8 december 1854. Lang daarvoor bestond er echter reeds een feest van de 'conceptie'. In de achtste eeuw werd het reeds gevierd in de Kerken van het Oosten, in de negende eeuw in Ierland, en in de elfde eeuw in Engeland. De vlekkeloze Maagd werd dus al eeuwen door de christenheid gevierd toen Pius IX het dogma plechtig afkondigde. Hij bevestigde het traditionele geloof van de Kerk en bracht het in een dogma onder woorden.

Een video van 'Tota pulchra es' (componist: Anton Brückner):

Tota pulchra es, Maria.
Et macula originalis non est in te.
Tu gloria Ierusalem.
Tu laetitia Israel.
Tu honorificentia populi nostri.
Tu advocata peccatorum.
O Maria, Virgo prudentissima.
Mater clementissima, ora pro nobis.
Intercede pro nobis ad Dominum Iesum Christum.
In conceptione tua, Immaculata fuisti.
Ora pro nobis Patrem cuius Filium peperisti.
Domina, protege orationem meam.
Et clamor meus ad te veniat. Amen.
U zijt gans schoon, Maria.
En de vlek der erfzonde kleeft niet aan u.
U zijt de roem van Jeruzalem.
U zijt de blijheid van Israël.
U zijt de luister van ons volk.
U zijt de voorspreekster der zondaren.
O Maria, allervoorzichtigste Maagd,
allergenadigste Moeder, bid voor ons.
Wees onze bemiddelaarster bij onze Heer Jezus Christus.
In uw conceptie bent u onbevlekt gebleven.
Bid voor ons tot de Vader, Wiens Zoon gij gebaard hebt.
O Vrouwe, ondersteun mijn gebed.
En mijn noodkreet kome tot u. Amen.

7 december 2014

Tweede zondag van de Advent

De wortel van Jesse.

Epistel
Rom. 15, 4-13
Broeders, alles wat er geschreven staat, werd geschreven om ons te onderrichten; opdat wij door het geduld en de vertroosting, die in de Schriften te vinden zijn, zouden versterkt worden in Godsvertrouwen. God, van Wie het geduld en de vertroosting komen, geve u, dat gij eensgezind zijt onder elkander, naar de geest van Jezus Christus; om zo eendrachtig en eenstemmig God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, te verheerlijken. Daarom, neemt elkander op, zoals Christus u heeft opgenomen ter ere Gods. Ik bedoel, dat Christus Jezus dienaar der besnedenen is geworden omwille van Gods waarachtigheid, om de beloften aan de vaderen gegeven in vervulling te doen gaan; maar ook, dat de heidenen God zijn gaan prijzen om Zijn barmhartigheid. Zo toch staat er geschreven: Daarom zal ik U loven onder de heidenen, o Heer, en Uw Naam lofzingen. En verder heet het: Verblijdt u, heidenen samen met Zijn volk. En elders: Gij heidenen, looft allen de Heer; prijst Hem, alle volkeren. En dan zegt Isaias nog: Komen zal de spruit van Jesse, Hij, Die zal opstaan om over de heidenen te heersen; op Hem zullen de heidenen hun hoop vestigen. God nu, op Wie onze hoop gericht is, vervulle u met alle vreugde en vrede door het bezit van het geloof, opdat uw hoop overvloedig moge toenemen door de kracht van de Heilige Geest.

Evangelie
Mt. 11, 2-10
In die tijd, toen Johannes in de gevangenis hoorde van de werken van Christus, zond hij twee van zijn leerlingen om Hem te vragen: “Zijt Gij het, die komen moet of hebben wij een ander te verwachten?” Jezus gaf hun ten antwoord: "Gaat aan Johannes berichten, wat gij gehoord en gezien hebt. Blinden zien, kreupelen lopen, melaatsen worden gereinigd, doven horen, doden verrijzen, en aan armen wordt het Evangelie verkondigd. Zalig is hij, die geen aanstoot neemt aan Mij”. Toen zij weggingen, begon Jezus tot het volk te spreken over Johannes: “Wat zijt gij in de woestijn gaan zien? Een riet dat door de wind wordt heen en weer bewogen? Maar wat zijt gij dan gaan zien? Een mens in zachte kleren? Zie, mensen met zachte kleren zijn te vinden in de paleizen van de koningen. Maar wat zijt gij er dan gaan zien? Een profeet? Ja, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet. Want hij is het, van wie geschreven staat: Zie, Ik zend mijn gezant voor U uit, om vóór U de weg te bereiden."

Overweging
De Introïtus begint vandaag met de woorden: “Volk van Sion, zie, de Heer komt om de volkeren te redden en de Heer zal de glorie van Zijn stem doen horen in de blijdschap van uw harten”.

Om ons met meer hoop en vertrouwen te doen uitzien naar de komst van de Heer, herinnert de Kerk ons vandaag in het epistel aan de getuigenis van de profeten, die deze komst hebben aangekondigd en voorspeld tot heil van de joden en van alle volkeren.

Zoals de gehele voorchristelijke tijd verlangend uitzag naar de beloofde Messias, zo worden wij door de Kerk opgewekt om hetzelfde te doen. Want hoe kan Christus welkom zijn in onze harten als wij Hem niet verwachten? En hoe kunnen wij Hem verwachten als wij niet weten waarvoor Hij komt? “Zie, Hij komt om de mensen te redden.” Daarvoor komt Hij weer, steeds met hetzelfde doel. Hij komt nu ook, bij het Kerstfeest dat aanstaande is, om te redden, om ons te redden, om anderen en om mij te redden. Hij komt ons bevrijden uit doodsgevaren, Hij komt waarschuwen, Hij komt licht geven, Hij komt ons opnieuw de weg naar boven wijzen. Als wij Hem verwelkomen, dan zal Hij al onze verlangens naar Zich toekeren.

“En de glorie van Zijn stem zal hoorbaar zijn in de blijdschap van ons hart.” Wij zullen weten dat Hij het is, die het nieuwe leven en de nieuwe vreugde brengt. Wij hebben misschien aan niets zozeer behoefte als aan zuivere vreugde, aan een vreugde die haar oorsprong niet vindt in het aardse, want het aardse heeft onze geest verblind en het hart vervuld met duisternis. Het is deze aardse vreugde die ons met Kerstmis door de wereld wordt verkocht om de ziekten van de zielen te verbergen. Het is de illusie die de mensen van vandaag najagen, de illusie die aan toekomstige generaties wordt doorgegeven; deze illusie houdt de tirannie van Satan in stand, dat is de tirannie van de zonde.

Waar is Zijn glorie hoorbaar in de blijdschap van de harten? In het hart, dat verheven is boven het aardse, in het hart dat het hemelse nastreeft en het aardse achter zich heeft gelaten, dáár is Zijn glorie hoorbaar, daar is nieuw leven en vreugde, want daar kan de Redder werkzaam zijn. Bij de toepassing van het heil vraagt de Redder onze medewerking. Hij wil welkom geheten worden, want wat Hij komt brengen moet met liefde en in dankbaarheid ontvangen worden, dus met een zuivere geest.

Vreugde en zuiverheid zijn twee belangrijke vruchten van Zijn nieuwe geboorte in ons hart. Want is het niet zo dat ons leven heel anders zou kunnen zijn: dieper en heiliger, rijker en vruchtbaarder, als er meer reinheid en meer blijdschap in ons was, dus een grotere verhevenheid van ons hart, een verhevenheid die Christus tegemoet gaat? Dat is de boodschap van de Advent: het hart van het aardse te onthechten en het te verheffen, bereid op de komst van Christus in de genade, en uiteindelijk op Zijn glorievolle komst als Rechter van levenden en doden. Iedere ziel is gewaarschuwd, elke staat en alle volkeren zouden moeten weten dat Christus, de Redder, is gekomen om te heiligen en dat Hij zal komen om te oordelen. Nu is er nog tijd om de vreugde en de blijdschap op te wekken in ons harten, maar dit is alleen mogelijk als wij de wereld met al haar verlokkingen achter ons laten en de weg van de zuiverheid inslaan. Deze weg wordt ons door de katholieke Kerk voorgehouden en is de enige weg die tot het nieuwe leven van Christus, de Redder, voert.