Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 juni 2016, onder voorbehoud van wijzigingen.

25 juni 2016

25 juni: Heilige Wilhelmus, abt

Wilhelmus werd in 1085 te Vercelli in Piemonte geboren. Op 12-jarige leeftijd verloor hij zijn beide ouders. Hij was nog geen veertien, toen hij de wens te kennen gaf een pelgrimstocht van boetvaardigheid te houden naar Jacobus van Compostella. Hij volbracht deze onderneming blootsvoets en met slechts één kleed bij zich. Eenmaal thuis wilde hij ook naar het Heilig Land gaan om de plaatsen te bezoeken waar Christus had geleefd. Maar daar kwam niets van, omdat God hem onoverkomelijke hindernissen in de weg legde. Hij trok zich terug in de eenzaamheid van een kale berg.

Daar passeerde eens een mooi meisje dat haar blinde vader geleidde. Toen de man besefte welke kans hier voor hem lag, begon deze te bidden en te smeken dat de kluizenaar voor hem bij God een goed woordje zou doen, zodat hij zijn gezichtsvermogen terug zou krijgen. Maar de heilige leerde hem dat wij het lijden soms moeten ondergaan en aanvaarden; daarop gaf hij hem zijn zegen, en de zieke bleek op slag genezen.

Dit werd al gauw overal bekend en van heinde en ver kwamen de mensen naar hem toe. Om de toeloop te ontvluchten besloot hij alsnog naar het Heilige Land te gaan. Nu was het een droom die hem ervan hield. Hij nam zijn toevlucht tot een volkomen afgelegen en eenzame berg, de Vergine (= Maagd), ergens in de buurt van Napels. Tot dan toe hadden alleen beesten daar een onderkomen kunnen vinden.

Wilhelmus nam een voorbeeld aan Johannes de Doper. Hij droeg een haren kleed op het blote lijf; hij at slechts eenmaal per dag, op het moment dat de zon was ondergegaan; en naar het voorbeeld van de oude woestijnvaders en kluizenaars las hij elke dag alle honderdvijftig psalmen.

Ondanks de gestrengheid van zijn boetvaardig leven kreeg hij toch metgezellen, onder wie een zekere Albertus. Twee jaar later al had zich een hele kring van vrome mannen rond hem verzameld. Er waren zelfs priesters bij. Hij leerde hun het Evangelie consquent en zo volmaakt mogelijk na te leven, zoals de heilige Benedictus dat in zijn regel voor monniken zo duidelijk voorschrijft. Aldus ontstonden er meerdere klooster-nederzettingen.

Wilhelmus wordt afgebeeld als abt, soms met een wolf bij zich.

24 juni 2016

24 juni: Geboorte van de heilige Johannes de Doper, hoogfeest

Johannes de Doper wijst naar het Lam Gods.

Johannes wordt beschouwd als de voorloper van Jezus Christus, de Messias. Hij doopte in de Jordaan een doopsel van bekering en kondigde aan: "Na mij komt Iemand Die groter is dan ik; ik ben zelfs niet waard de riem van Zijn sandaal los te maken" (dat was nederig slavenwerk!). Hij zag zijn optreden zelf als baanbrekend werk voor de Messias. Deze herkende hij in Jezus op het moment dat hij Hem doopte, althans zo zeggen de drie evangelisten Mattheüs, Marcus en Lucas. De vierde, Johannes, suggereert dat Johannes Jezus al eerder kende. Immers, toen Jezus voorbijging, duidde hij Hem aan als het Lam Gods.

Er is ook wel iets voor te zeggen dat Johannes Jezus al kende, want bij Lucas lezen we dat Johannes' moeder, Elisabeth, een bejaarde nicht van Jezus' moeder was. Toen Maria van de engel Gabriël de boodschap ontving dat zij van Gods Geest een kind zou krijgen en vroeg hoe dat mogelijk was daar ze geen omgang had met een man, antwoordde de engel: "Bij God is alles mogelijk. Zelfs uw nicht Elisabeth, die onvruchtbaar heette, is al in haar zesde maand." Daarop snelde Maria naar Elisabeth toe om haar in de laatste maanden voor de geboorte ter zijde te staan. Bij de begroeting tussen beide vrouwen - zo schrijft Lucas diepzinning en prachtig - sprong het kind op in de schoot van Elisabeth; dat was voor Elisabeth voldoende om te beseffen dat zij hier te doen had met de aanstaande moeder van de Messias.

Ook Johannes' geboorte was aangekondigd door de engel Gabriël, en wel aan zijn vader Zacharias op het moment dat hij zich als priester in het heilige vertrek van de tempel bevond en aan het oog van het volk onttrokken was. Ook hij vroeg hoe zoiets kon, daar hij en zijn vrouw onvruchtbaar waren gebleken. Ook hij had als antwoord gekregen dat voor God niets onmogelijk is; hij kreeg bovendien een teken van de waarheid mee: hij zou niet kunnen spreken tot aan de geboorte van het kind, dat hij Johannes moest noemen. Want dit kind zou zijn naam meer dan waarmaken.

Toen het kind geboren was en men aan Zacharias vroeg hoe het moest heten, moest hij gebruik maken van een schrijftabletje om te antwoorden: "Johannes moet het heten." Op dat moment werd hem het vermogen tot spreken teruggegeven. De buren, familie en bekenden stonden verbaasd, want er was niemand in de familie die zo heette.

19 juni 2016

Vijfde zondag na Pinksteren

Triomf van de Kerk over woede, verdeeldheid en haat (schilderij van Rubens, 1628)

Epistel
1 Petr. 3, 8-15
Veelgeliefden, blijft allen één in het gebed; weest medelijdend, vol liefde voor uw broeders; weest barmhartig, welwillend en bescheiden. Vergeldt geen kwaad met kwaad, of verwensing met verwensing; maar wenst daarentegen elkander zegen toe; want daartoe zijt gij geroepen, om aldus zelf zegen te beërven. Want: "wie een gelukkig leven wil hebben en goede dagen wil zien, hij moet zijn tong afhouden van het kwade, en zijn lippen geen bedrog laten spreken. Laat hij het kwaad vermijden, en het goede doen; de vrede moet hij zoeken en daarnaar streven. Want de ogen des Heren rusten op de rechtvaardigen, en Zijn oor is gericht op hun smeken; maar het aanschijn des Heren is tegen degenen, die kwaad doen." Bovendien, wie kan u kwaad doen, als gij ijverig streeft naar het goede? - Maar al hebt gij ook iets te lijden om wille van de gerechtigheid, gelukkig zijt gij dan! Maakt u echter niet bevreesd voor hen, en laat u niet verontrusten; maar heiligt in uw hart Christus de Heer.

Evangelie
Mt. 5, 20-24
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Als uw gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en farizeën, zult gij het rijk der hemelen niet binnengaan! Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: "Gij zult niet doodslaan"; en wie doodslag begaat, is strafbaar voor het gerecht. Maar Ik zeg u: ieder die toornig wordt op zijn broeder, is strafbaar voor het gerecht; en wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas, hij is strafbaar voor de hoge raad; en wie zegt: Gij goddeloze, hij is strafbaar met het vuur van de hel. Als gij dus uw offergave naar het altaar brengt, en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat dan uw offergave daar bij het altaar achter, en ga u eerst met uw broeder verzoenen; en kom dan terug om uw gave te offeren.

Overweging
Waarom is de gerechtigheid van de farizeeën niet groot genoeg om het rijk der hemelen te mogen binnengaan? Waarom eist Christus meer van Zijn leerlingen? De woorden van het Evangelie van deze zondag klinken hard. Zij zijn gericht tegen de schriftgeleerden en farizeeën, maar zij zijn ook toepasbaar op ons eigen leven. Onze Heer stelt hoge eisen waaraan wij moeten voldoen als wij de hemel willen binnengaan. De geboden van het Oude Testament worden niet alleen behouden, maar zelfs verscherpt. Niet alleen hij die iemand vermoordt is strafbaar met het vuur van de hel, maar zelfs hij die toornig wordt en zijn medemens dwaas noemt. Christus geeft aan gerechtigheid en naastenliefde de ware, oorspronkelijke, betekenis terug.

De rechtvaardigheid en de vroomheid van de schriftgeleerden en farizeeën waren vals, omdat zij uit een verkeerd motief voortkwamen. Het was meer eigenliefde dan liefde tot God. Zeker, zij beoefenden verschillende deugden en zij zochten de volmaaktheid, maar zij deden het niet voor God. Zij hoopten eer voor zichzelf te ontvangen en niet voor God, Die de bron van alle goedheid is. Ook hun gerechtigheid was vals, want deze was slechts schijn. De nauwkeurige vervulling van alle voorschriften en regels was er alleen om gezien te worden. Zij wilden beschouwd worden als voorbeeld voor anderen. En precies dat zochten zij: hun eigen eer, en niet de glorie van God. Daarom werden zij zo hard door Christus beoordeeld. Zij deden alle uitwendige oefeningen van het geloof uit liefde tot zichzelf en niet uit liefde tot God. Een dergelijke oppervlakkigheid schept de mentaliteit die altijd vraagt: ben ik verplicht dit of dat te doen? En hoe zwaar weegt deze verplichting? Met andere woorden: hoe ver kan ik nog gaan in mijn zelfzucht en toch niet de wet overtreden? Deze mentaliteit plaatst niet de liefde in het middelpunt van het leven, van alles wat de mensen doen, maar – integendeel – zij wil een grens stellen aan deze liefde, die naar Jezus’ gebod en uit haar aard geen beperkingen verdraagt.

Van de leerlingen van Christus wordt meer verlangd. Niet alleen onze daden moeten met de wet van het Evangelie overeenstemmen, maar ook de gedachten en de houding van onze ziel. Zo wordt de wet niet afgeschaft, maar tot vervulling gebracht. Het is niet genoeg uiterlijk ons geloof te tonen, maar het innerlijk leven moet door de liefde tot God bezield worden. En de ware liefde verdraagt niet alleen geen misdaad, zij eist van ons dat wij zelfs de eerste bewegingen van de toorn trachten te bedwingen. Zij moet het motief zijn dat geheel ons leven beweegt. Geestelijke hoogmoed verblindt vaak ons hart. Zo zijn velen van ons, christenen, van buiten vroom en rechtvaardig, van binnen ver van God verwijderd en op zichzelf gericht. In plaats van anderen tot God te brengen, worden wij voor hen soms een argument om buiten de Kerk te blijven.

De liefde maakt het verschil tussen de rechtvaardigheid van de farizeeën en die van de volgelingen van Christus. En deze liefde is nieuw. Zij mag zich niet uitsluitend beperken tot onze vrienden en degenen die ons het goede wensen; zij moet verder gaan en zich uitstrekken tot alle mensen, zelfs tot onze vijanden. Zij moet niet alleen onze uiterlijke daden beheersen, maar ook ons innerlijk leven doordringen. Deze eisen van onze Heer zijn niet slechts een optie, ze zijn niet vrijblijvend. De ware liefde is de voorwaarde van ons toekomstig geluk.

18 juni 2016

18 juni: Heilige Ephrem, de Syriër, diaken, belijder en Kerkleraar

Ephrem werd rond 306 geboren in plaats Nisibis. Voor het jaar 338 moet hij de diakenwijding ontvangen hebben. Toen deze stad in 363 werd veroverd door de Syriërs week hij uit naar Edessa dat nog juist tot het Romeinse Rijk behoorde. Daar opende hij een theologische school.

Hij schreef een vloed aan vooral moralistische en mystieke werken.

Tijdens een hongersnood in 372 wist hij de rijken ertoe te bewegen hun voorraadschuren te openen voor armen.

Paus Benedictus XV riep hem in 1920 uit tot Kerkleraar. Op basis van de talrijke theologische tractaten en liederen die alle in metrische vorm zijn geschreven, draagt hij als bijnaam 'citer (of harp) van de Heilige Geest'.

12 juni 2016

Vierde zondag na Pinksteren

De wonderbare visvangst.

Epistel
Rom. 8, 18-23
Broeders, ik ben van mening dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de toekomstige heerlijkheid, die in ons geopenbaard zal worden. Want met reikhalzend verlangen ziet de schepping uit naar de verheerlijking van de kinderen Gods. De schepping immers is onderworpen aan de verwording, niet uit eigen wil, maar door de wil van Hem, Die haar onderworpen heeft - en wel vol hoop; want ook de schepping zelf zal bevrijd worden van die dienstbaarheid aan het bederf, om te komen tot de kinderen Gods. Wij weten immers, dat heel de schepping zucht en in weeën ligt tot op deze dag. En zij niet alleen, maar ook wij zelf, die de Geest bezitten, als eerste vrucht, ook wij zuchten in ons binnenste, smachtend van verlangen naar onze aanneming tot kinderen Gods, naar de bevrijding namelijk van ons lichaam, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 5, 1-11
In die tijd stond Jezus aan de oever van het meer van Genesareth, terwijl de menigte op Hem aandrong, om naar het woord Gods te luisteren. En Hij zag daar twee scheepjes aan de oever liggen; de vissers waren er uit gegaan en spoelden hun netten. En Hij ging in één van de scheepjes, dat van Simon was, en verzocht hem een weinig van wal te steken. En nedergezeten begon Hij van uit het scheepje de menigte te onderrichten. Toen Hij nu ophield met spreken, zei Hij tot Simon: Steek nu wat verder van wal, en werp uw netten uit ter vangst! En Simon gaf Hem ten antwoord: Meester, de gehele nacht hebben wij gewerkt en niets gevangen; maar op Uw woord zal ik het net uitwerpen! Zij deden dat, en vingen een grote menigte vissen, zodat hun net begon te scheuren. En zij wenkten hun metgezellen in het andere scheepje, om hen te komen helpen. En deze kwamen; en zij vulden beide scheepjes tot zinkend toe. Toen Simon Petrus dit zag, viel Hij voor Jezus' voeten neer en zei: Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens. Want hij en allen, die bij hem waren, stonden verbaasd over de visvangst, die zij gedaan hadden; evenzo ook Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, die de gezellen van Simon waren. Maar Jezus sprak tot Simon: Wees niet bevreesd; van nu af zult gij mensen vangen! Toen brachten zij de scheepjes aan wal, verlieten alles, en volgden Hem.

Overweging
Met de wonderbare visvangst uit het Evangelie van deze zondag trof Jezus Petrus in het hart: “Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens”. Maar Jezus zei tot hem: “Wees niet bevreesd; van nu af zult gij mensen vangen.” Toen brachten zij de boten aan wal, verlieten alles en volgden Hem. (Lc. 5, 10-11). Hiermee nam de stichting van de Kerk een aanvang. In dit schamel begin zag de Heer alles wat komen zou. Deze enkele mannen, ongeletterd en onbemiddeld, zonder eigen ideeën en zonder kennis van de wereld, zouden Zijn werk vestigen dat de eeuwen en de landen moest vervullen. En Petrus, een eenvoudige visser, werd het fundament dat de Wereldkerk zou dragen. Onze Heer wist dit, maar op dat ogenblik was er niets dat menselijkerwijze zulk een verwachting kon rechtvaardigen. Niets was er dan de lichte aanduiding van iets hogers, vervat in de edelmoedigheid waarmee zij alles verlieten. Zij vroegen niets meer, maar lieten alles achter.

Aan het begin van hun apostolisch leven stond dus een daad van grote edelmoedigheid: zich losrukken van dierbare en schijnbaar noodzakelijke dingen om zich toe te wijden aan de persoon van Christus. Wat een offer! Wie alles verlaat wat hij heeft brengt een groot offer, ook al bezit hij weinig. Elke christen, iedereen van ons, naar de mate van zijn roeping en genade, moet zich het woord van Jezus herinneren als ook tot hem gesproken: Gij zult mensen vangen. De plicht van het apostolaat heeft Christus aan Zijn Kerk als geheel opgelegd. Hij geldt op de eerste plaats voor de bisschoppen en de priesters. Maar alle leden van de Kerk zijn, ieder op zijn eigen wijze, geroepen tot zielenijver en min of meer tot onmiddellijke deelname aan het apostolaat. Op een bepaalde manier moeten wij allen mensenvissers worden. Ieder mens is een missionaris. Het geloof dat wij eens hebben ontvangen moet ook aan anderen gebracht worden. Misschien geldt dat nog meer in de huidige wereld, waar zo veel mensen naast ons leven zonder God te kennen. En het gaat er niet om in de straten te lopen en over God te vertellen -- al zou dat misschien best kunnen helpen -- maar het gaat vooral over de duidelijkheid van ons eigen geloof. Deze duidelijkheid is niets anders dan het gaan staan achter alles wat de Kerk ons leert en dat alles ook daadwerkelijk te beleven. Dus het is niets anders dan het geloof ernstig nemen in het leven.

Vele mensen zeggen tegenwoordig: "Ik ben katholiek opgevoed, maar..." of: "Ik ben gedoopt, maar ik heb niets meer met de Kerk te maken." Uiteindelijk laten velen zich uit de Kerk uitschrijven, alsof zij slechts een institutie of stichting is. Zulke mensen hebben niet alleen hun eigen roeping tot Gods kindschap niet verstaan, maar evenmin hun betekenis voor de uitbreiding van de Kerk in de wereld. Wij zijn ooit lid geworden van het mystieke Lichaam van Christus, en wij zijn allen verantwoordelijk voor de groei van dit Lichaam. Hoe moeten wij dat doen? Wat vraagt Christus van ons als Hij zegt: gij zult mensen vangen? Dan vraagt Hij van ons om gebed en om het voorbeeld van een echt diep christelijk leven. De Kerk heeft in haar apostolaat ons gebed nodig. Wij moeten niet alleen bidden om zelf het geloof te bewaren, maar ook voor hen die Christus nog niet hebben ontvangen. En het maakt niet uit of deze mensen het geloof hebben verloren of dat zij daarover helemaal nooit iets hebben gehoord. Dit gebed heeft de missionaris in verre landen nodig, maar ook elke priester die in onze parochies werkt. Wij moeten onophoudelijk en vurig bidden, ook als het moeilijk is en wij soms geen vruchten van ons gebed kunnen zien. Vergeten wij niet dat Gods wegen niet die van de mensen zijn, en dat God wonderen kan bewerken op een meest onverwacht moment. De apostelen in het Evangelie van vandaag konden de hele nacht niets vangen, maar op een woord van Christus raakten de netten vol.

En ons eigen voorbeeld. Wij moeten aan andere mensen laten zien dat het geloof ons leven verandert. Dat wij denken en spreken en leven volgens dat wat wij geloven. Onze woorden over God kunnen veel leren, maar wat trekt is het voorbeeld. Voorbeeld van een integraal geloof dat in mijn eigen leven bepaalt wat ik denk, zeg en doe, maar dat ook invloed heeft op de omgeving waarin ik leef. Daarom als wij ons echte christenen willen noemen, moeten wij daadwerkelijk gaan staan achter alles wat God ons door Zijn Kerk leert. Niemand mag voor zichzelf uitkiezen wat hij of zij wil geloven of aanvaarden. En niemand mag, als katholiek, zijn geloof scheiden van zijn maatschappelijk leven. Wij moeten duidelijk zijn overal waar wij zijn. Dat is ook een akte van naastenliefde om de anderen niet in verwarring te brengen. Te veel mensen blijven ver van de Kerk op grond van het slechte voorbeeld van ons, christenen.

10 juni 2016

Plechtig Lof uit dankbaarheid


In aansluiting op de gezongen heilige Mis vierden we vandaag een plechtig danklof bij gelegenheid van de viering van de 10-jarige priesterwijding van onze pastoor, de zeereerwaarde pater M. Kromann Knudsen FSSP, met achtereenvolgens de litanie van het Heilig Hart van Jezus, Te Deum (Grote God, wij loven U), Tantum ergo, plechtige zegen met het Allerheiligste Sacrament, en de aanroepingen 'Gezegend zij God'.

Pastoor Knudsen 10 jaar priester

Op vrijdag 10 juni is het 10 jaar geleden dat onze Pastoor de priesterwijding ontving uit handen van de Chileense kardinaal Jorge Medina Estévez (foto). Er is die dag om 11.00 uur een gezongen H. Mis in onze kerk, gevolgd door een lof van dankbaarheid (met Te Deum). Aansluitend is er in de pastorie gelegenheid om Pastoor te feliciteren met zijn tweede lustrum als priester onder het genot van een kopje koffie.

Ook pater A. Komorowski viert op 10 juni zijn wijdingsdag. In september zullen we gedenken dat de traditionele Latijnse Mis 10 jaar terug is in Amsterdam.

10 juni: Heilige Margarita, koningin van Schotland, weduwe

Margareta was de dochter van de Engelse koning Edward Atheling en de Hongaarse prinses Agatha. Zij werd in 1046 in Hongarije geboren, doordat haar ouders door de Noormannen verdreven waren. Onder haar grootvader, de latere heilige koning Edward de Belijder, verhuisde de koninklijke familie weer naar Engeland. Daar leefde ze in betrekkelijke rust tot 1066, toen Edward de Slag bij Hastings verloor. Toen moest de koninklijke familie weer vluchten.

Nu belandde Margareta in Schotland, en maakte daar kennis met de rauwe vorst, Malcolm III. Deze raakte volkomen vertederd van de jonge prinses. We horen van dat moment niets meer over de vrouw met wie hij tot dat moment getrouwd was. Margareta nam volledig bezit van zijn leven: "Hij kwam steeds prompt tegemoet aan al haar wensen en verstandige adviezen; wat haar niet aanstond, stond hem niet aan; waar zij van hield, daar hield hij ook van, puur uit liefde voor haar." Aldus haar biechtvader Prior Turgot van Durham. Vanaf dat ogenblik was het dus uit met het platbranden van kerken en kloosters, daar was Malcolm namelijk mee bezig op het moment dat hij zijn jonge bruid leerde kennen. Zij was het liefste een klooster ingegaan, maar nu ze eenmaal op deze plek zat, zorgde ze ervoor dat er nieuwe kerken werden gebouwd, kloosters gesticht en scholen opgericht. Zij was een royaal weldoenster voor de armen. En zij droeg persoonlijk zorg voor de christelijke opvoeding van haar kinderen, daarin bijgestaan door haar geestelijke leidsmannen, de reeds genoemde Turgot en Lanfranc, aartsbisschop van Canterbury.

Tot haar belangrijkste stichting behoort het klooster van Dunfermline, de plaats waar zij als vluchteling landde en waar Malcolm toen juist de kerk had verwoest. Voor zichzelf richtte zij in haar koninklijk verblijf een soort kloostercel in. Deze is bij opgravingswerkzaamheden teruggevonden. Daar moet zij vol overgave geschreven hebben aan haar persoonlijke Evangelieboek; het wordt tot op de dag van vandaag bewaard in de Bodleian-bibliotheek te Oxford.

Zij stierf op het moment dat een van haar zoons, Edgar, haar het verschrikkelijke nieuws kwam melden dat haar man en haar oudste zoon waren omgekomen in een van de vele slagen die zij te leveren hadden.

Haar reliekschrijn werd opgesteld in 'haar' kloosterkerk te Dunfermline. Er begonnen wonderen te geschieden; men zag een licht dwalen rond haar grafmonument; soms waren het vonken. Men meende dat de heilige op deze manier te kennen gaf dat ze graag als heilige vereerd wilde worden. Paus Innocentius IV verklaarde haar in 1251 heilig. Haar schrijn werd voorwerp van grote verering.

Tijdens de Reformatie (halverwege de 16e eeuw) wist de laatste abt van Dunfermline haar stoffelijke resten in veiligheid te brengen. Ze werden naar Frankrijk gesmokkeld, maar daar gingen ze verloren tijdens de Franse Revolutie (1789-1792).
De plaats waar Margareta in Schotland aan land kwam, staat nog steeds bekend als St-Margaret's Hope. Lange tijd bezat het kasteel van Edinborough een St- Margaret's Tower en -Gate. Aan de voet van de rots is er nog steeds een bron naar haar genoemd. Volgens de overlevering zou zij die hebben doen ontspringen bij haar aankomst in Schotland.

Zij is patrones van Schotland. Zij wordt afgebeeld in koninklijke kledij, vaak met een kroon aan haar voeten; soms ook in kloosterkleding met armen en zieken om zich heen. In Londen is er een (neo-)gotische Margaretakerk, gelegen vlak achter de parlementsgebouwen.

7 juni 2016

Hoog bezoek

Mgr Athanasius Schneider

Op deze dinsdagochtend droeg een onverwachte en hoge gast de heilige Mis op in onze kerk. Op weg naar Schiphol bezocht Zijne Hoogwaardige Excellentie mgr Athanasius Schneider, hulpbisschop van het aartsbisdom van de heilige Maria van Astana en secretaris van de Rooms-katholieke bisschoppenconferentie in Kazachstan, onze kerk waar hij de parochiemis van 11.00 uur opdroeg, tot groot genoegen van de gelovigen die voor de dagelijkse gelezen heilige Mis naar de kerk waren gekomen.
Het was een verrassing dat niet de pastoor maar een bisschop deze dinsdagmorgen het priesterkoor betrad, begeleid door de pastoor die als misdienaar optrad.

De bisschop uit Kazachstan draagt graag de traditionele heilige Mis op. Dezer dagen was hij in Nederland voor enkele bijeenkomsten en conferenties.

5 juni 2016

Derde zondag na Pinksteren

De barmhartige Christus door Jaun Martinez Montanes (1603)

Epistel
Petr. 5, 6-11
Veelgeliefden, buigt u nederig onder de machtige hand van God; dan zal Hij u verheffen op de dag van de bezoeking. Werpt al uw bezorgdheid op Hem; want Hij draagt zorg voor u. Weest op uw hoede, en blijft waakzaam; want uw vijand, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, en zoekt, wie hij kan verslinden; weerstaat hem door de kracht van uw geloof, en bedenkt, dat uw christenbroeders over de gehele wereld hetzelfde lijden treft. Maar de God van alle genade, die ons heeft geroepen tot Zijn eeuwige glorie in Christus Jezus, Hij zal ons na een weinig lijden tot volmaaktheid brengen, ons versterken en bevestigen. Aan Hem de glorie en de opperheerschappij in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Lc. 15, 1-10
In die tijd kwamen de tollenaars en de zondaars tot Jezus, om naar Hem te luisteren. Maar de farizeën en schriftgeleerden morden en zeiden: Deze man ontvangt zondaars en eet met hen! Doch Hij hield hun de volgende gelijkenis voor: Wie van u, die honderd schapen heeft, en er één van verliest, laat niet de negenennegentig in de woestijn achter, om het verlorene te zoeken, tot hij het vindt? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders, en thuisgekomen roept hij vrienden en buren bijeen en zegt hun: Verheugt u met mij, want ik heb mijn schaap teruggevonden, dat verloren was! Ik zeg u: zó zal er meer vreugde zijn in de hemel over één zondaar, die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben! Of welke vrouw, die tien drachmen bezit, en er één drachme van verliest, zal niet de lamp aansteken, en het huis uitvegen, en zorgvuldig zoeken, tot zij ze vindt? En als zij ze gevonden heeft, roept zij vriendinnen en buren bijeen en zegt: Verheugt u met mij; want ik heb de drachme teruggevonden, die ik verloren had! Zó - zeg Ik u - zal er vreugde zijn bij de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert!

Overweging
In het epistel van vandaag spoort Sint Petrus ons aan tot geduld en tot vertrouwen. “Vernedert u dus onder Gods machtige Hand”, zegt hij, “opdat Hij u te Zijner tijd moge verheffen.” Verheven zullen wij worden in Jezus Christus, dus werpen wij al onze bekommernis op Hem, want Hij draagt zorg voor ons. Zien wij toch naar Christus en dragen wij aan Hem alles op, en zijn wij geduldig bij het dragen van ons eigen kruis.

Het lijden is, net zoals een bekoring, een gelegenheid tot overwinning of tot nederlaag. Een reden te meer om in gebed en in de eenzaamheid met God de kracht te zoeken tot aanvaarding van hetgeen waaraan wij toch niet kunnen ontsnappen: het lijden in ons aardse bestaan. Niet het lijden kunnen wij weghalen, maar de manier waarop wij daarmee omgaan. Wij kunnen het lijden vruchtbaar maken doordat wij daarin een gemeenschap met Jezus zoeken, doordat wij het lijden dragen in liefde, uit dankbaarheid voor onze verlossing. Wij kunnen deze vruchtbare realiteit ook afwijzen en bitterheid over ons aardse bestaan opwekken. Deze laatste keuze geeft geen toegang tot Gods levengevende gemeenschap, het eeuwig leven, maar verlokt de mens tot compensatie van het lijden door allerlei plezierzucht, en maakt hem blind voor het hogere doel van het menselijk leven. Dat doel is om reeds tijdens het aardse leven de gemeenschap met God te zoeken en om dit huidige leven te heiligen met de genade die God geeft door het leven in de Kerk, het Lichaam van Christus. Dit lichaam opent voor ons een oneindige geestelijke rijkdom en werkelijkheid.

Want verenigd in het mystieke lichaam brengen wij een gezamenlijk offer, dat allen ten goede komt. Ons lijden, geheiligd door de verheven vriendschap met Christus, helpt om hen te heiligen, die nog niet geloven, en om hen die in het lijden geen zin zien tot Christus en tot God te voeren. Op deze wijze wordt al het lijden dat ons ongevraagd overkomt een uitmuntend apostolaat. Dit is de wonderbare uitwerking van onze eenheid met Christus Die Zelf voor alle tijden en voor alle mensen heeft geleden. Hij vraagt van ons dat wij ons lijden met geduld en met liefde dragen, want de vrucht van het lijden is de verlossing.