Sint-Agneskerk Amsterdam

Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 mei 2017, onder voorbehoud van wijzigingen.

Meimaand - Mariamaand: Marialof van dinsdag tot en met vrijdag om 10.15 uur.

21 mei 2017

Vijfde zondag na Pasen

De Verrijzenis, omgeven door de vier evangelisten.

Epistel
Jac. 1, 22-27
Veelgeliefden, gij moet het woord volbrengen en niet alleen aanhoren; want dan zoudt gij uzelf misleiden. Want iemand, die het woord aanhoort, maar niet volbrengt, is te vergelijken met een man, die zijn eigen gelaat in de spiegel ziet; immers hij ziet zichzelf en gaat heen, en aanstonds is hij weer vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie het oog gericht houdt op de volmaakte wet van de vrijheid, en zich daaraan houdt - wie dus niet alleen luistert en weer vergeet, maar de daad volbrengt - hij zal door dat volbrengen zalig zijn. Maar als iemand soms meent, dat hij godsdienstig is, terwijl hij zijn tong niet in bedwang houdt, en zo zichzelf misleidt, diens godsdienstigheid is zonder waarde. Reine en vlekkeloze godsdienstigheid in het oog van God de Vader is dit: Wezen en weduwen te ondersteunen in hun nood, en zichzelf onbesmet te bewaren voor deze wereld.

Evangelie
Joh. 16, 23-30
In die tijd zei Jezus tot Zijn leerlingen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: al wat gij de Vader in Mijn Naam zult vragen, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt gij nog niets in Mijn Naam gevraagd; vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij. Over al deze dingen heb Ik in beelden tot u gesproken; het uur komt, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u in duidelijke taal over de Vader mededelingen zal doen. Op die dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u zal vragen; want de Vader Zélf heeft u lief, omdat gij Mij liefhebt en omdat gij gelooft, dat Ik van God ben uitgegaan. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga heen naar de Vader. Zijn leerlingen zeiden Hem: Zie, nu spreekt Gij duidelijke taal, zonder enige beeldspraak te gebruiken. Nu zien wij, dat Gij alles weet en dat het niet nodig is, dat iemand U ondervraagt; daarom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.

Overweging
De Paastijd is bijna voorbij. Elke zondag en elke dag in deze liturgische tijd zong de Kerk in de Paasprefatie de volgende woorden: “Die onze dood door Zijn sterven heeft vernietigd en ons leven door Zijn verrijzenis heeft hersteld.” Met deze woorden belijden wij dat er in de dood en verrijzenis van onze goddelijke Verlosser ook met onze dood een verandering heeft plaatsgevonden. Het is niets anders dan dat wat wij in het Credo bidden: Ik verwacht de verrijzenis der doden en het eeuwige leven.

Als wij ons afvragen wat de dood is van de mens, losgemaakt van Christus’ dood en verrijzenis, dan luidt het eenvoudigste antwoord: de dood is een einde. Wat tevoren levend was, zich roerde en bewoog, wat werkte, wat liefhad en lachte, ligt daar nu koud en stijf, klaar om te vervallen en teniet te gaan. Buiten het christendom weet niemand wat er dan vervalt en in het niets oplost. Is het de gehele mens, is het alleen zijn lichaam? Als het de gehele mens is, dan is op het moment van de dood een ding zeker: de totale zinloosheid van het leven. Het maakt niet uit of iemand heeft geleefd of niet. De dood is een einde.

De Kerk, trouw aan het getuigenis en de boodschap van de apostelen, leert iets anders over het leven en de dood. Christus is uit de doden verrezen. De Zoon van God heeft door Zijn eigen dood de dood vernietigd. Hij was de eerste mens, Die wel als ieder ander mens de dood inging, maar Die niet in de dood bleef steken. En het leven dat Hij veroverde is ook voor ons. Hij heeft ons van de dood bevrijd en daarom zullen ook wij niet in de dood blijven steken. Dat is de leer die de Kerk aan elke mens verkondigt. Dat is wat God geopenbaard heeft. Wij moeten het geloven, ook als het in deze moderne wereld moeilijk wordt. Het ongeloof is zo aanstekelijk en zo verbreid. De geest van de wereld trekt zo veel aan ons en verlokt ons om de ware verlossing al in deze wereld te zoeken, om onvoorwaardelijk te geloven in de mens en in zijn ontplooiing. Of om dit leven maximaal te gebruiken voor plezier omdat wij slechts één keer mogen leven.

Hoewel de Paastijd bijna voorbij is mogen wij de bevrijdende heilsboodschap van dit feest niet vergeten. Wij zijn geroepen om met Christus te leven. Maar om met Hem te kunnen leven moeten wij eerst aan de zonde sterven. En dit sterven en tegelijk herleven door de genade moet zich van dag tot dag verdiepen en voortzetten en heel ons christelijk leven bepalen tot onze laatste ademtocht toe. Vandaag zouden wij aan de zonde, de begeerte van het vlees en het verlangen naar levensvervulling in dit aardse bestaan, meer afgestorven moeten zijn dan op de dag van ons doopsel. Vandaag zouden de hemelse verlangens naar een vervulling uit de levensbronnen van Christus in ons sterker geworden moeten zijn dan gisteren. Wij moeten vaak tot deze grondwaarheid van ons geloof terugkeren – wij zijn tot het eeuwige leven met God geroepen. Ons bestaan hier op aarde is maar een korte tijd, waarna er een ander leven zal beginnen. Maar van deze korte tijd hangt onze eeuwigheid af. Als ik mij nu in mijn volle bewustzijn aan God overgeef, dan kan ik in volledige rust de eeuwigheid verwachten.

De grote heilsgaven zijn voor ons tegelijkertijd ook opgaven. Als wij nu niet vastbesloten zijn deze opnieuw aan te pakken, dan begrijpen wij de zin van heel ons leven niet. Met Christus sterven om met Hem te verrijzen tot het eeuwige leven, dat is een taak die alle dagen van ons leven moet vervullen. Het moet heel concreet worden, daar waar wij leven. Onze roeping moet op deze manier zichtbaar worden. Door onze daden, door het voorbeeld dat wij aan anderen geven. Zo vermaant ons ook de apostel Jacobus in zijn brief: “Gij moet het woord volbrengen en niet alleen aanhoren”. Een duidelijke en krachtige vermaning.

20 mei 2017

Opbrengst Vastenactie 2017

De Vastenactie 2017 voor vervolgde christenen in Syrië en Irak heeft € 2.447 opgebracht. Hartelijk dank aan iedereen die heeft bijgedragen!

18 mei 2017

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 20 mei 2017

Op zaterdag 20 mei houdt de Sint-Nicolaasacademie de volgende bijeenkomst in de grote zaal van de pastorie. De lezing gaat over paus Adrianus VI, de enige Nederlandse paus ooit, en wordt verzorgd door de heer Pim Walenkamp, leraar Nederlands, journalist, reisleider, gids, en bestuurder van het Katholiek Nieuwsblad. Hij werkt aan een proefschrift over paus Adrianus VI.

De lezing wordt om 10.00 uur voorafgegaan door een gelezen heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

17 mei 2017

17 mei: Heilige Paschalis Baylon, belijder

Toen de heilige Paschalis eens zijn schapen hoedde op een berghelling, hoorde hij de bel voor de consecratie rinkelen in de vallei beneden, waar de dorpelingen waren verzameld voor de heilige Mis. Hij viel op zijn knieën en plotseling stond er een engel van God voor hem, met in zijn handen een monstrans met het Allerheiligste Sacrament, dat hij ter aanbidding aanbood.

Hiervan kunnen wij leren dat zij die Jezus Christus vereren in dit grote mysterie van Zijn liefde Hem zeer nabij zijn. Aan hen wordt in het bijzonder deze belofte vervuld: "Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom tot u terug." (Joh. 14, 18)

16 mei 2017

16 mei: Heilige Ubaldus, bisschop en belijder

Ubaldus werd geboren in Gubbio, Umbrië, uit een adellijk geslacht. Hij kreeg een vrome opvoeding en werd al vroeg onderwezen in de letteren.

Reeds op jonge leeftijd spoorde men hem aan tot een huwelijk, maar hij week nooit af van zijn voornemen om de maagdelijkheid te bewaren. Na zijn priesterwijding schonk hij zijn erfdeel aan de armen en aan enkele kerken. Hij trad in bij de reguliere kanunniken van Sint Augustinus.

Door zijn toedoen kreeg deze orde een vestiging in zijn vaderstad. Paus Honorius II wijdde hem, tegen zijn zin, tot bisschop en stelde hem aan het hoofd van de kerk te Gubbio. Als een toonbeeld voor zijn kudde bleef hij precies zo leven als hij vóór zijn bisschopswijding deed. Hij blonk uit in alle deugden. Van hem wordt verteld dat de heilige Schrift zijn grootste genoegen was. Lange tijd werd hij door ziekte gekweld, maar dat verhinderde hem niet om God steeds te blijven danken. Nadat hij vele jaren de hem toevertrouwde kerk uitstekend had bestuurd, stierf hij in 1160, beroemd om zijn goede daden en vanwege de wonderen die hij verricht had.

Ubaldus is patroon van Thann in de Franse Elzas.

15 mei 2017

15 mei: Heilige Johannes Baptista de la Salle, belijder

Johannes Baptiste de la Salle werd geboren in het jaar 1651 in Reims, Frankrijk, uit een adellijk geslacht. Hij studeerde letteren en wijsbegeerte. Op 17-jarige leeftijd werd hij opgenomen onder de kanunniken van Reims. Later meldde hij zich bij het seminarie van Saint-Sulpice in Parijs.

Na zijn priesterwijding werd hij rector van de zusters van het Kindje Jezus, die zich wijdden aan de opvoeding van meisjes. Hij bestuurde en beschermde deze congregatie met wijsheid. Om ook de jongens uit het volk godsdienstzin en goede zeden bij te kunnen brengen, stichtte hij, ondanks veel tegenstand, een congregatie van broeders: Broeders van de christelijke scholen (Fratres Scolarum Christianorum, FSC). Paus Benedictus XIII keurde zijn orderegel goed.

Hij deed daarna afstand van zijn positie als kanunnik, verdeelde zijn goederen onder de armen en uit nederigheid legde hij zelfs het bestuur van de door hem gestichte congregatie neer. Johannes stierf op 7 april 1719 in Saint-Yon, Rouen, 72 jaar oud. In 1888 werd hij zalig verklaard; paus Leo XIII verklaarde hem op 24 mei 1900 heilig. In 1950 riep paus Pius XII hem uit tot patroon van onderwijzers en van opvoeders.

14 mei 2017

Akathistoshymne ter ere van de Moeder Gods

Het bidden van Akathistoshymnen is een wijd verspreid en zeer geliefd gebruik bij Orthodoxe christenen. Velen voegen een Akathist naar hun keuze toe aan het ochtend- of avondgebed. Orthodoxe christenen zingen het met veel eerbied. Voor hen en voor wie kennis wil maken met deze uitzonderlijke vorm van Orthodoxe schoonheid maar het Kerkslavisch of het Byzantijnse Grieks niet verstaat, is het een grote rijkdom enkele van de meest gekende hymnen te kunnen zingen en bidden of beluisteren in de eigen taal. Sommige van deze hymnen getuigen van een grote dichterlijke zeggingskracht (zelfs in de vertaling ervan!) en vooral van een diep theologisch inzicht. Andere zijn de dankbare jubelkreten van een gelovige ziel, die zijn diepe dankbaarheid uitdrukt voor de zegeningen, aan de Moeder Gods geschonken.

De Moeder Gods is de Beschermvrouwe van de christenen. Vandaar dat de Orthodoxe kerk in zoveel hymnen, liederen en verzen de lof zingt van de Koningin van hemel en aarde. Door het bidden van de Akathistoshymnen leert de christen in het bidden toevlucht te nemen tot haar, maar wordt ook onderwezen in vertrouwen op Maria’s voorspraak bij God door met heel de ziel te jubelen om het grote heilswerk dat door God in Maria en in Christus tot stand is gebracht. Wie eenmaal geproefd heeft van de vreugde haar lof te zingen, leert haar sterke kracht ook ervaren op directe en wonderbare wijze.

Vandaar dat vele orthodoxe geestelijke vaders aansporen tot het bidden van deze hymnen tot de Moeder Gods, want zo ervaart de christen de bescherming van Maria en haar voorspraak bij God.

Het Griekse woord 'Akathistos' betekent letterlijk 'niet gaan zitten'. Daarom worden deze hymnen in de Orthodoxe kerk altijd staande gezongen.



Maria, gij spreekt voor ons ten beste,
gij zijt voor ons een schutsvrouw tegen alle kwaad.
Daarom zingen wij vol dankbaarheid dit glorielied.
Red ons door uw grote macht, o Moeder van God,
uit alle gevaren, nu wij tot u zingen:
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

1. Als gezant van de hemel werd een aartsengel
tot de Moeder Gods gezonden
om de blijde boodschap te verkondigen.
Toen aanschouwde hij, o Heer,
Uw menswording en riep in opperste verbazing
met zijn hemelse stem:

Verheug u, uit wie de Vreugd' zal verschijnen.
Verheug u, door wie de vloek zal verdwijnen.
Verheug u, gij richt de gevallen Adam weer op.
Verheug u, vertroosting voor de tranen van Eva.
Verheug u, gij gaat al ons denken te boven.
Verheug u, diepte, onpeilbaar voor het engelenoog.
Verheug u, want de troon van de Koning zijt gij.
Verheug u, want gij draagt de drager der wereld.
Verheug u, ster, die de Zon doet verschijnen.
Verheug u, schoot waarin God nederdaalt.
Verheug u: door u wordt de schepping vernieuwd.
Verheug u: door u wordt de Schepper een kind.
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

2. Bewust was zich Maria haar reinheid
en daarom sprak zij onomwonden tot Gabriël:
"O hoe wonderbaar is mij uw woord,
hoe ondoorgrondelijk.
Gij verkondigt dat de maagd moeder wordt.
En gij jubelt voor God:
Allluja, alleluja, alleluja!"

3. Gericht op de kennis die niet te kennen is,
zei de Maagd tot de gezant van de Heer:
"Zeg mij: hoe zal dit geschieden?
Dat ik uit mijn maagdelijke schoot een Zoon zal baren?"
Maar de engel sprak haar toe met deze woorden:

Verheug u, ingewijde in een onzegbaar mysterie.
Verheug u, bewaarster van een door God verzegeld geheim.
Verheug u, Christus' wonderen beginnen in u.
Verheug u, gij bevat de kern van zijn lering.
Verheug u, hemelladder waarlangs God tot ons afdaalt.
Verheug u, brug die aardbewoners in de hemel geleidt.
Verheug u, bron van verbazing der engelen.
Verheug u, gij doorbreekt de macht van de duivels.
Verheug u, op onuitsprekelijke wijze baart gij het Licht.
Verheug u, die niemand dit wonder laat zien.
Verheug u, de wijsheid der wijzen gaat gij te boven.
Verheug u: gij verdiept ons eenvoudig geloof.
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

4. Door Gods kracht overschaduwd
heeft de Maagd ontvangen,
hoewel zij nooit door een man werd benaderd.
Haar moederschoot werd een vruchtbare akker
en allen die verlossing willen oogsten naderen en zingen luid:
Alleluja, alleluja, alleluja!

5. En de Maagd spoedde zich naar Elisabeth
nadat zij in haar moederschoot God had ontvangen.
Het kind in de schoot van Elisabeth sprong vol vreugde op
alsof het zelf Gods Moeder begroette:

Verheug u, rank van een onsterfelijke stam.
Verheug u, gij draagt de vrucht die nimmer vergaat.
Verheug u, gij voedt Hem die alle leven verzadigt.
Verheug u, gij schenkt het leven aan Hem die ons maakte.
Verheug u, weelde van de ontferming van God.
Verheug u, tafel die overvloeit van Gods rijke genade.
Verheug u, gij geeft ons lichaam weer kracht.
Verheug u, gij bereidt onze ziel een veilige haven.
Verheug u, heerlijk geurende wierook van voorspraak.
Verheug u, die heel de wereld redt door gebed.
Verheug u, Gods welbehagen voor wie moeten sterven.
Verheug u, die de stervelingen moed geeft bij God.
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

Maria, gij spreekt voor ons ten beste.
Gij zijt voor ons een schutsvrouw tegen alle kwaad.
Daarom zingen wij vol dankbaarheid dit glorielied.
Red ons door uw grote macht, o Moeder van God,
uit alle gevaren, nu wij tot u zingen:
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

Vierde zondag na Pasen

De Heilige Geest

Epistel
Jac. 1, 17-21
Veelgeliefden, ieder goede gave en ieder volmaakte gift komt van boven, afdalend van de Vader van het licht, bij Wie er geen verandering is of verduistering door onbestendigheid. Want uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken door de prediking van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen zouden zijn onder Zijn schepselen. Gij weet dat, mijn veelgeliefde broeders. Laat iedereen nu vlug bereid zijn om te luisteren, maar niet haastig om te spreken, en niet haastig met toornig te worden. Want een toornig mens volbrengt niet de gerechtigheid Gods. Verwijdert daarom ieder smet en alle verkeerde uitwas, en aanvaardt in zachtmoedigheid het woord, dat in u is uitgezaaid en dat de kracht bezit om uw zielen zalig te maken.

Evangelie
Joh. 16, 5-14
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Ik ga heen tot Hem, Die Mij gezonden heeft; en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen? Maar de droefheid heeft Uw hart vervuld, omdat Ik u dit heb meegedeeld. Doch Ik zeg u de waarheid: het is goed voor u, dat Ik wegga. Want zo Ik niet wegga, zal de Helper niet tot u komen; als Ik echter heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En wanneer Hij komt, zal Hij aan de wereld bewijzen, dat zij ongelijk heeft wat betreft zonde, gerechtigheid en veroordeling. Wat betreft zonde: omdat zij niet in Mij geloofd hebben. Wat betreft gerechtigheid: omdat Ik heenga tot de Vader, en gij Mij niet meer zult zien. Wat betreft veroordeling: omdat de vorst dezer wereld reeds geoordeeld is. Nog veel heb Ik u te zeggen, doch gij kunt het nu nog niet verdragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, dan zal Hij u de volle waarheid leren. Want Hij zal niet spreken uit Zichzelf, maar Hij zal spreken, al wat Hij hoort; en Hij zal u de komende dingen verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want van het mijne zal Hij ontvangen en het aan u verkondigen.

Overweging
Vorige week zondag sprak het Evangelie over de ‘korte tijd’ die voor ons een aansporing tot waakzaamheid en gereedheid moet zijn. Maar de kortheid van de tijd is ook bron van de christelijke hoop die ons leven moet bezielen. De deugd van de hoop is ook te vinden in de teksten van deze heilige Mis, zo ook in de oratie van deze vierde zondag na Pasen: “God, Die de gelovigen een van geest en wil doet zijn, doe Uw volk datgene liefhebben wat Gij voorschrijft, datgene verlangen wat Gij belooft, opdat te midden van de wisselvalligheden van deze wereld onze harten daar verblijven waar de echte vreugde is."

“Te verlangen wat Gij belooft”, dat is een van de beden die deze oratie bevat. Deze gaat over de deugd van hoop, de deugd die bij uitstek ons christelijke bestaan kenmerkt. Wij verlangen, wij moeten verlangen naar hetgeen God ons belooft.

Wat is eigenlijk de christelijke hoop? Wat bedoelt een christen als hij daarover spreekt? De hoop is een verlangen naar een moeilijk, maar toch bereikbaar goed, met het vaste vertrouwen dit goed te zullen verkrijgen. Hopen is dus verlangen en vertrouwen. Waar geen verlangen is, daar is ook geen hoop. Waar het vertrouwen ontbreekt, daar is ook alle hoop verbannen. Wij spreken over de natuurlijke hoop (die naar de natuurlijke goederen streeft) en over de bovennatuurlijke hoop, en dat is de christelijke hoop, dat is wat wij in de oratie vragen: de deugd van hoop.

“Te verlangen wat Gij belooft.” Wat is dat, wat God ons belooft? De onzichtbare goederen, het volmaakte kindschap van God, het lichaam der verrijzenis, gelijkvormig aan Christus’ Lichaam. De verlossing en het eeuwig leven met God Zelf, dat voor ons bestemd is, dat is wat de trouwe dienaars van God mogen verwachten. God Zelf is dus het fundament van de hoop. En die hoop is een gave van Hem, die Hij ons tegelijkertijd met Zijn genade schenkt. Daarin kunnen wij zien dat God eigenlijk de bron, de ondersteuning en het doel van onze hoop is. Hij is de bron, omdat de hoop alleen uit Zijn pure goedheid aan ons wordt geschonken. Uit onszelf kunnen wij ze niet verkrijgen. Hij is de ondersteuning, want Hij geeft ons onophoudelijk de noodzakelijke middelen om ons einddoel te bereiken. Uiteindelijk is Hij Zelf dit doel, Hij Die alles omvat en al onze verlangens vervult.

“In hoop zijn wij gered.” (Rom. 8, 24), zegt de apostel Paulus tegen de Romeinen en tegen ons. De waarborg van onze hoop is de goddelijke liefde die zichtbaar geworden is door de Menswording van Zijn Woord. Door Zijn dood en verrijzenis geeft Christus ons de zekerheid dat onze hoop in vervulling gaat. Deze zekerheid hebben wij door de belofte van de Heilige Geest en door Zijn aanwezigheid in de Kerk. Maar deze hoop wordt ons niet zo maar gegeven. Door de hoop, te midden van de wisselvalligheden van deze wereld, kunnen onze harten gevestigd blijven waar de ware vreugde is. Dan wordt het duidelijk dat wij op aarde vreemdelingen en pelgrims op doorreis zijn. Wij zoeken hier geen vaste woonplaats. Wij gaan de aarde verlaten en moeten er niet aan denken ons hier blijvend te vestigen. Dat zou ons moeten helpen om een gezonde afstand te houden tot alles wat er in ons leven gebeurt, het lijden en de mislukkingen christelijk te beleven, en ons niet te binden aan de goederen van deze wereld.

13 mei 2017

13 mei 2017: 100 jaar Fatima

Aan de verschijningen van de heilige maagd Maria aan de drie herderskinderen in Fatima, waarvan de eerste op 13 mei 1917 plaatsvond, gingen verschijningen van een engel vooraf. Deze engel leerde aan Lucia, Jacinta en Francisco het volgende gebed:

Allerheiligste Drieëenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik offer U op het kostbaar Lichaam en Bloed, de Ziel en de Godheid van Jezus Christus onze Heer, vertegenwoordigd in alle heilige Tabernakels van de wereld, tot eerherstel van alle beledigingen, heiligschennissen en onverschilligheden waardoor Hijzelf beledigd wordt. Door de oneindige verdiensten van het Heilig Hart van Jezus en het Onbevlekte Hart van Maria, bid ik om de bekering van onze zondaars.

Maria sprak tot de kinderen onder meer:
"Mijn Onbevlekt Hart zal jouw toevlucht zijn en zal je naar God leiden." en "Bidt elke dag een rozenhoedje voor de vrede op de wereld en de bekering van de zondaars."