Quatertemperdagen in september

De Quatertemperdagen in september vallen op woensdag 24, vrijdag 26 en zaterdag 27 september. (Dus niet op 17, 19 en 20 september, zoals in het Informatiebulletin van deze maand vermeld staat.)

17 september 2014

Berekening van de Quatertemperdagen in september

In dit artikel wordt uitgelegd waardoor het verschil ontstaat tussen de traditionele vaststelling van de Quatertemperdagen in de maand september en de berekening van de data waarop we deze dagen in de huidige buitengewone liturgie vieren. Deze discrepantie tussen de traditionele rubrieken en de versie van 1960 doet zich niet elk jaar voor, maar wel in 2014.

In 1960 is het brevier (het boek met het getijdengebed van de Kerk) gewijzigd. Dit had gevolgen voor onder meer de rangschikking van lezingen in de maanden augustus tot en met november. Wij merken deze wijziging in de maand september vooral doordat de Quatertemperdagen in een andere week komen te vallen dan verwacht.

De eerste zondag van de genoemde maanden is de dag waarop de Kerk aanvangt met de lezing van een nieuwe reeks boeken uit de H. Schrift in de Metten (het ochtendgebed), met bijbehorende antifonen en responsoriepsalmen. Deze lezingen maken deel uit van een systeem dat teruggaat tot de zesde eeuw.

De ‘eerste zondag’ van elk van deze maanden is traditioneel de zondag die het dichtst bij de eerste kalenderdag van die maand ligt, zelfs als deze zondag daardoor in de voorafgaande maand ligt. Dit jaar viel de eerste zondag van september dus op 31 augustus, de zondag die het dichtst bij de eerste dag van de maand september ligt. De derde zondag van september is volgens die berekening dan 14 september.

De Quatertemperdagen bij het begin van de herfst zijn de woensdag, vrijdag en zaterdag in de derde week van september. Volgens de traditionele berekening zouden zij dit jaar dus vallen op 17, 19 en 20 september. Bovendien moesten de Quatertemperdagen altijd beginnen op de woensdag na het feest van Kruisverheffing.

Bij de herziening in 1960 is echter bepaald dat de eerste zondag van de maand altijd de eerste zondag in de kalendermaand is. Volgens die berekening is zondag 7 september de eerste zondag van de maand september. De derde zondag is dan 21 september en de Quatertemperdagen vallen dan op woensdag 24, vrijdag 26 en zaterdag 27 september.

16 september 2014

16 september: H.H. Cornelius (paus) en Cyprianus (bisschop), martelaren

Cornelius werd aan het begin van de derde eeuw geboren. In 251 werd hij, nadat de pauselijke zetel 15 maanden vacant was geweest, tot bisschop van de Kerk van Rome gewijd. Dit bleef hij tot 253. In dit korte tijdsbestek heeft hij vooral te kampen gehad met de leer van Novatianus, een dwaalleraar die zich opwierp als tegenpaus. Het eigenlijke conflict ging over het weer opnemen van de mensen die tijdens de vervolging van het geloof waren afgevallen. De Novitianen ontkenden de macht van de Kerk om zware zonden te vergeven. Deze dwaling hield twee eeuwen stand. Volgens de H. Cornelius konden deze 'gevallenen' (lapsis) - zij hadden tijdens de vervolging onder keizer Decius aan afgoden offers gebracht - weer door handoplegging en boete in de Kerk worden opgenomen. Cyprianus heeft Cornelius geholpen het gezag te handhaven. Paus Cornelius werd door keizer Gallus verbannen naar het huidige Civitavecchia. Hier werd hij op 14 september 253 door onthoofding om het leven gebracht. De heilige Cornelius ligt begraven in de catacomben van Callistus.

Cyprianus was een vriend van paus Cornelius. Hij werd rond het jaar 210 in Carthago geboren. Hij stamde uit een heidense familie. Na zijn bekering in 248 werd hij tot priester gewijd en daarna (in 249) tot bisschop van Carthago. Hij heeft paus Cornelius gesteund in de strijd tegen de Novitianen. Hij heeft zich tijdens paus Stephanus hard opgesteld tegen ketterdopen. Tijdens de christenvervolging ten tijde van keizer Valerianus werd Cyprianus verbannen. Op 14 september 258 werd hij in Carthago onthoofd.

Cornelius is patroon van boeren en tegen krampen, oorkwalen, zenuwziekten en epilepsie. Bovendien is hij een van de vier heilige maarschalken, dat wil zeggen bijzondere voorsprekers bij God, samen met Antonius, Quirinus en Hubertus.

Cyprianus wordt aangeroepen als beschermer tegen de pest.

15 september 2014

15 september: Zeven smarten van de heilige maagd Maria

De dag na het feest van Kruisverheffing gedenkt de Kerk de zeven smarten van Maria. Op veel iconen wordt Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten afgebeeld als vrouw wier hart door zeven zwaarden wordt doorboord.

De zeven smarten van Maria zijn:
1. De profetie van Simeon in de tempel bij het opdragen van Jezus
2. De vlucht naar Egypte
3. Het zoek raken van Jezus in de tempel
4. Ontmoeting van Maria met Jezus op weg naar de Calvarieberg
5. Maria staat onder Jezus' kruis
6. Maria omhelst Jezus' dode lichaam na de kruisafname
7. Jezus wordt begraven

De heilige Mis van deze dag heeft een eigen sequentie: het Stabat Mater:

Latijn

Stabat Mater dolorosa,
juxta crucem lacrymosa,
dum pendebat Filius.
Cujus animam gementem,
contristatam et dolentem
pertransivit gladius.
O quam tristis et afflicta
fuit illa benedicta
Mater unigeniti!
Quae moerebat et dolebat,
et tremebat, Pia Mater, cum videbat
nati poenas incliti.


Nederlands

Naast het kruis, met schreiende ogen,
stond de Moeder, diep bewogen,
toen haar Zoon te sterven hing,
toen haar door het zuchtend harte,
overstelpt van wee en smarten,
't zevenvoudig slagzwaard ging.
O hoe droef, hoe vol van rouwe,
was die zegenrijkste vrouwe,
Moeder van Gods een'ge Zoon!
Ach, hoe streed zij! Ach, hoe kreet zij!
En wat folteringen leed zij,
bij 't aanschouwen van die hoon!


14 september 2014

Dubbelreliek van het heilig Kruis en de Doornenkroon van Christus

In de rechterzijwand van de Agneskerk, vlak naast de doopkapel, bevindt zich een nis waarin een reliekschrijn met een dubbelrelikwie is geplaatst. De reliekhouder bevat een heilige Doorn van de doornenkroon van Christus en een splinter van het heilig Kruis.

In 1660 is deze schrijn met relikwieën door Frans Testa gered uit de brandende Sint-Franciscuskerk in Constantinopel. Sinds die tijd was het reliek in het bezit van de familie Testa. In de 19e eeuw kwam de schrijn terecht in Montpellier (Zuid-Frankrijk), maar in 1911 werd deze weer overgebracht naar Istanbul.
In 1935 is de reliekschrijn overgebracht naar Amsterdam, de toenmalige woonplaats van de familie Testa. Sinds die tijd staat deze schrijn met dubbelrelikwie in onze kerk. Vandaag, op het feest van Kruisverheffing, hebben we deze in processie rondgedragen en iedereen kon persoonlijk de relikwie vereren.

14 september: Verheffing van het heilig Kruis, feest

In die tijd zei Jezus tot Nikodemus: "Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen; tenzij Hij Die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des Mensen. En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered." (Joh. 3, 13-17)

Het feest van Kruisverheffing gaat terug op de inwijding van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem in het jaar 335. Tijdens deze inwijding werd het heilig Kruis getoond aan het gelovige volk. De kerk van het Heilig Graf werd gebouwd in opdracht van Sint Helena, de moeder van Constantijn de Grote, op de plaats waar zeer waarschijnlijk het lichaam van Christus tussen kruisdood en verrijzenis te rusten was gelegd, meer bepaald op de plaats van de gevonden grafkelder, achter Golgotha. Tijdens het jaarlijkse kerkwijdingsfeest werd het kruis, waaraan Jezus geleden had, aan het volk getoond.

Het Kruis werd door Helena gedeeld: een deel bleef in Jeruzalem en twee andere delen schonk zij aan Constantinopel en Rome. Vooral vanaf de kruistochten ontstond een onstuitbare verspreiding van kruisrelieken en zo werd het feest van de Kruisverheffing gevierd op de plaatsen waar de relieken terecht kwamen.

De Regel van Benedictus (41, 6-8) laat naar oude kerkgebruiken bij het feest van Kruisverheffing de kleine vasten beginnen, die uitloopt in de grote vasten. Bijgevolg is dit feest in de Benedictijnse traditie van bijzonder belang en hebben kloosterordes uit deze traditie, zoals de Cisterciënzers en de Trappisten, een rol gespeeld in de verspreiding van het feest in Europa. Het tonen van het Kruis als teken van verlossing door Christus verspreidde zich zo over de gehele Kerk.

Katholieken en orthodoxen vereren het Kruis van Golgotha, omdat daarop de Verlossing tot stand werd gebracht. De verheffing van het Kruis is het tonen van Jezus als Heiland. Door Zijn sterven werd de dood vernietigd.

12 september 2014

12 september: Heilige naam van Maria

Voor de naam van Maria is geleidelijk een bijzondere verering ontstaan. In sommige apocriefe verhalen wordt vermeld dat een engel van Godswege aan haar ouders opdracht gaf het kind Maria te noemen. Paus Benedictus XIV verhaalt in zijn boek over de feesten des Heren en de Mariafeesten dat in Polen het gebruik bestond om geen enkel meisje Maria te noemen uit eerbied voor de naam van Maria en dat er van het noemen van Maria’s naam, bijvoorbeeld bij een exorcisme, volgens verschillende theologen een bijzondere kracht en bescherming uitgaat.

In 1683 werd het feest van de heilige Naam van Maria op de universele kalender ingevoerd, nadat het reeds in 1513 op de diocesane kalender van het bisdom Cuenca in Spanje was geplaatst, door paus Pius V daarvan was verwijderd en door paus Sixtus V weer was toegestaan. Op 12 september 1683, de zondag onder het octaaf van Maria Geboorte, werden de Turken bij Wenen verslagen en gedwongen de belegering van die stad op te geven. Paus Innocentius XI stelde dit feest daarna in uit dankbaarheid voor deze overwinning. Het bleef tot 1911 op de zondag onder het octaaf gevierd, totdat paus Pius X het verplaatste naar de 12e september, om in de viering van de zondagen de continuïteit niet te verbreken.

8 september 2014

8 september: Maria Geboorte, feest

Moeder Anna met haar onbevlekt ontvangen dochter Maria.

Op 8 september viert de Kerk het feest van de geboorte van de heilige maagd Maria. Tezamen met Jezus Zelf en de H. Johannes de Doper behoort zij tot de weinigen van wie óók de geboortedag wordt gevierd. Het feest werd het eerst gevierd in het oosten, sinds de zesde eeuw, onder invloed van het concilie van Efese (431), waar Maria officieel tot 'Moeder van God' ('Theotokos') werd uitgeroepen. Paus Sergius I († 701) voerde het in voor de Kerk van Rome, en in de elfde eeuw was het verspreid over de gehele Kerk.

Historisch gesproken is niet bekend op welke dag Jezus’ moeder Maria is geboren. Men heeft gekozen voor 8 september, omdat op deze dag ergens in de vijfde of zesde eeuw te Jeruzalem een Sint-Annakerk werd ingewijd, op de plek waar Maria waarschijnlijk is geboren.

Maria is het volmaakte voorbeeld van wat God kan doen met iemand die bereid is de roeping te volgen die haar gegeven is. 'Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw woord.' (Luc. 1, 38) Maria heeft maar één wens: te doen wat God haar vraagt. Dat stelt God in staat om Zijn wonderen in haar te werken. Haar Zoon is Gods Zoon. Haar Zoon wordt Emanuël genoemd, omdat in haar Zoon God met ons is.

En zij zelf wordt zalig geprezen door elk geslacht omdat Hij Die machtig is aan haar Zijn wonderwerken deed (Lc. 1, 48‐49).
Maria heeft Jezus aan de wereld gegeven. Ze kon dit doen omdat ze zichzelf beschikbaar had gemaakt als de dienstmaagd des Heren. Natuurlijk was het niet Maria die Jezus aan de wereld gaf, maar God Zelf heeft dit wonder gewerkt in en door Maria.

7 september 2014

Dertiende zondag na Pinksteren

Epistel
Gal. 3, 16-22
Broeders, aan Abraham werden de beloften aangekondigd, en aan zijn zaad. Er staat niet: "en aan zijn nazaten", alsof er sprake was van velen; maar als van één: "en aan uw zaad" - en dat is Christus. Nu is dit mijn bedoeling: een wilsbeschikking, die door God Zelf rechtsgeldig is tot stand gekomen, wordt door de Wet, die vierhonderdendertig jaar later is ontstaan, niet ongedaan gemaakt, zodat de belofte niet meer van kracht zou zijn. Niettemin, als de erfenis voortvloeit uit de Wet, wordt zij niet verkregen krachtens belofte. En toch, aan Abraham heeft God Zijn gunst bewezen door belofte. Waarvoor diende dan de Wet? - Omwille van de overtredingen werd zij gegeven, totdat het zaad zou komen, waaraan Hij de belofte verbonden had; en zij werd uitgevaardigd door engelen door tussenkomst van een middelaar. Een middelaar nu treedt niet op bij één persoon. God echter is één. Is de Wet dus in strijd met Gods belofte? – Volstrekt niet; want indien er een wet gegeven was, die bij machte was het leven mee te delen, dan zou inderdaad de gerechtigheid voortkomen uit de Wet. Maar de Schrift heeft nu eenmaal alles onder de macht van de zonde gesteld, opdat de belofte aan degenen, die geloven, in vervulling zou gaan door het geloof in Jezus Christus.

Evangelie
Lc. 17, 11-19
In die tijd trok Jezus op Zijn reis naar Jeruzalem door het grensgebied van Samaria en Galilea. En toen Hij een zeker dorp wilde binnengaan, kwamen er tien melaatsen naar Hem toe, die op een afstand bleven staan en met luider stem riepen: Jezus, Meester, heb medelijden met ons. En zodra Hij hen zag, sprak Hij: Gaat heen en vertoont u aan de priesters! Nu geschiedde het, dat zij onderweg gereinigd werden. En een van hen ging terug, zodra hij bemerkte, dat hij gereinigd was, terwijl hij God verheerlijkte met luider stem; en hij wierp zich op zijn aangezicht neder aan Zijn voeten en dankte Hem. En deze was een Samaritaan. En Jezus nam het woord en zei: Zijn er geen tien genezen? Waar blijven dan de negen anderen? Niemand is er gevonden, die terugkeerde en eer gaf aan God, behalve deze vreemdeling! En Hij sprak tot hem: Sta op en ga heen; want uw geloof heeft u redding gebracht.

Overweging
Na het lezen van het epistel van deze zondag kunnen wij ons afvragen waarom de apostel de belofte zo zeer verheerlijkt ten koste van de wet. Het antwoord op die vraag is: omdat de belofte volledig Gods werk is, die louter en alleen voortvloeit uit Zijn barmhartige liefde. God belooft wonderbare zegeningen uit pure goedheid. De mens heeft daaraan part noch deel, want alle glorie komt toe aan God, ook die van ons eigen heil.

Wat de wet betreft: zij is slechts een tijdelijk bestel, dat later werd gegeven dan de belofte en dat de belofte niet buiten werking mag stellen. In Gods bedoeling gebeurt dat ook niet. Maar de joden in de tijd van Paulus handelden alsof het heil veel meer moest komen van hun eigen navolging van de wet, dan van Gods genadige goedheid. De wet is trouwens niet zuiver Gods werk. Paulus spreekt erover hoe engelen en mensen daarbij een rol moeten spelen. De wet is een tweezijdig contract: indien wij Zijn Wil volbrengen zal God ons zegenen. Maar de belofte is zo veel meer dan de werkelijkheid van de wet: de belofte houdt in dat wij mogen vertrouwen en geloven in Gods goedheid. De belofte is dus een zuivere en onvermengde daad van God, zonder enig menselijk element.

De christen geeft van zijn kant aan God de eer door te geloven, door onvoorwaardelijk te vertrouwen op de genade Gods, en niet op eigen prestaties en verdiensten. Zoals in het Evangelie is ook vandaag het grootste deel van de genezen mensen weggebleven van de heilige Mis; slechts enkelen blijven God danken voor Zijn weldaden. Van alle gedoopten komt maar een enkeling zondag na zondag om God te verheerlijken, als in deze kerk het Offer van verzoening en het Onderpand van ons eeuwig leven opgedragen wordt. Waar blijft de rest? Waarom blijven zij weg?

Het wel of niet komen om God te verheerlijken heeft te maken met de ware of de foute liefde. De ware liefde gaat uit naar God als het hoogste Goed en verlangt ernaar om alles voor Hem te doen. Daarvoor komen gelovigen ook naar de heilige Mis, om zich met het Offer van Christus te verenigen en daardoor het eigen leven te geven in het ene offer dat God welgevallig is, en dat ons toegang verschaft tot de eeuwigheid. De anderen, die wegblijven van de verschuldigde Godsverheerlijking, hebben zichzelf lief. Zij willen God niet dienen maar wel Zijn gaven ontvangen voor het tijdelijke en het wereldse. Hun liefde is fout omdat ze alleen maar draait om het eigen ‘ik’. Daarmee beantwoorden zij niet aan hun hoogste roeping en doel: om door de verheerlijking van God het eeuwig leven te ontvangen.

In de moderne, na-conciliaire Kerk wordt er veel gesproken over een goed mens zijn, en om er te zijn voor de ander, over respect en tolerantie. Maar daardoor is nog niemand in de hemel gekomen. Onze eerste verplichting, als gedoopten, is God te dienen en lief te hebben. Alleen door Gods liefde is ook een ware dienst aan de naaste mogelijk, omdat deze dienst in de waarheid moet bestaan, en tot doel moet hebben om de naaste bij God te brengen. Zo ziet de heilige apostel Paulus het heil: komende van God, terwijl wij Hem alleen verheerlijken, omdat aan Hem alleen de eer toekomt. Alles komt voort uit Zijn barmhartige en genadevolle belofte.

De zondige mens kan zichzelf niet redden, ook niet door de wet. Wij kunnen slechts gered worden door te geloven in het heil dat Jezus ons aanbiedt. Tegenover deze grote goddelijke gave past slechts een zielenhouding van nederig bewustzijn van onze eigen zondigheid en onmacht, en van het in dankbaarheid aanvaarden van het geloof in God en Zijn beloften van heil en genade. Van deze kernwaarheid van het geloof, dat het heil van ons allen bij God begint en ook door God zijn voleinding zal bereiken is de heilige Paulus diep overtuigd. Daarom ook legt hij de nadruk op de belofte en plaatst hij de wet op de tweede plaats. Alleen op deze manier wordt het mogelijk om de vergiftigende eigenroem, die vele mensen tot op heden bezielt, te elimineren, en aan God de plaats te geven die Hem toekomt, namelijk die van ons aller eer en glorie. Deze ordening van het goddelijke heil en de genade toont aan de mensen hun eigen nederigheid en tegelijkertijd de oneindige liefde waarmee God hun zielenheil bemint. Dat brengt ons tot de wijze waarop wij God zouden moeten beminnen, namelijk door ons volledig over te geven aan Zijn genade.

5 september 2014

Zalige Moeder Teresa van Calcutta

In 1910 wordt Gonxha (Agnes) Bojaxhiu geboren in Skopje, Albanië (tegenwoordig Macedonië), als jongste kind in een welvarend gezin. Op 18-jarige leeftijd treedt zij toe tot de zusters van Loreto. Daar leert zij Engels en komt als lerares te werken in de Indiase stad Calcutta. Zij ziet hoeveel zieken, bedelaars en thuislozen er in die stad zijn.

In 1931 kiest Agnes haar kloosternaam: zuster Teresa, met Theresia van Lisieux als patrones. Ze wordt directrice van een school, buiten het klooster, en komt veel in contact met mensen uit de sloppenwijken.
Tijdens een treinreis naar Darjeeling in 1946 ontvangt Teresa een goddelijke ingeving. Ze besluit het klooster te verlaten en zich volledig in dienst te stellen van de armen en onder hen te gaan leven. In 1948 verleent paus Pius XII haar toestemming om uit het klooster te treden en als onafhankelijke non te gaan leven, op voorwaarde dat ze de geloften van zuiverheid, armoede en gehoorzaamheid naleeft.

Zie kiest als nieuw habijt een goedkope witte sari (de gewone kleding voor de vrouw in India) met blauwe rand. Het wit staat voor reinheid en het blauw verwijst naar Maria. Zij krijgt de Indiase nationaliteit en gaat een opleiding volgen voor de verpleging. Vervolgens sticht ze een nieuwe orde voor zusters in Calcutta: de Missionarissen van Naastenliefde.

Ze leeft onder de armen. Ze probeert hun iets bij te brengen over hygiëne en ze ontfermt zich over hun baby's als zij dat zelf niet meer kunnen of willen. En ze vertelt de mensen over de liefde van God. Tientallen jaren knielt zij in de straten van het Indiase Calcutta neer bij stervende mannen, vrouwen en kinderen. Ze vertrouwt op God voor hulp, ook in het materiële. Overal waar zij komt, nodigt ze mensen uit te helpen en te geven. Haar tehuizen zijn overvol en toch smeekt ze moeders die hun ongeboren kindje willen laten doden het geboren te laten worden. Als zij niet voor dat onschuldige baby'tje kunnen of willen zorgen, mogen ze het aan haar geven, dan zal zij zich erover ontfermen.

Op 10 december 1979 wordt aan een klein geschrompeld vrouwtje de Nobelprijs voor de Vrede uitereikt. Moeder Teresa ontvangt deze voor haar werk onder de armsten der armen. Haar dankrede is één groot gebed. Ondertussen houdt ze een rozenkrans tussen haar vingers.

Haar hele leven is een gebed, is één grote strijd voor het leven. Tijdens de VN-bevolkingsconferentie in Caïro in 1994 heeft Moeder Teresa de doodstraf en abortus resoluut verworpen. ”De enige die het recht heeft op het leven is Degene Die het heeft gemaakt. Niemand anders heeft dat recht. Niet de moeder, niet de vader, niet de arts, geen instantie, geen conferentie, geen regering.”
Voor Moeder Teresa is "abortus het ergste kwaad en de grootste vernietiger van de vrede, want het is een oorlog tegen het kind, een rechtstreeks doden van onschuldige kinderen, de moord door de moeder zelf. En als we aanvaarden dat een moeder zelfs haar eigen kind doodt, hoe kunnen we dan zeggen dat andere mensen elkaar niet mogen doden?”

In 1979, toen Moeder Teresa in Oslo de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst nam, sprak zij zich uit tegen de hypocrisie van de velen ”die zich zorgen maken over de situatie van baby's in Afrika en India, maar niet over de miljoenen die opzettelijk worden gedood door de wil van de moeder”.

Vaak gebruikte Moeder Teresa het volgende motto:
De vrucht van stilte is het gebed.
De vrucht van het gebed is geloof.
De vrucht van het geloof is liefde.
De vrucht van liefde is dienstbaarheid.
De vrucht van dienstbaarheid is vrede.

Moeder Teresa's liefde voor de Heer is aanstekelijk groot. Zij zegt dat je altijd en overal blij moet kijken, omdat dat uiteindelijk vrede en vreugde brengt. Maar achter haar eigen glimlach schuilt een oneindig verdriet. Vele malen was Jezus haar verschenen. Ze had visioenen gehad van naar God smachtende mensen. Hij dwong haar de grote stap te maken van het veilige klooster naar de armen op de straat. "Weiger mij niets", had Hij gezegd. Maar zij kon het niet, wat Hij vroeg was te veel voor haar. Maar uiteindelijk had ze gehoorzaamd. Met slechts een stukje zeep en vijf roepies was ze de straat opgegaan. En nu, juist als zij alles heeft gegeven, lijkt het of Hij haar in de steek heeft gelaten. Ze begint zelfs te twijfelen aan Zijn bestaan. Zoals Christus in de Hof van Olijven wordt bekoord, en later aan het kruis Zich door God verlaten voelt, zo eenzaam voelt Moeder Teresa zich. Alleen haar geloof houdt haar in deze beproeving op de been. Zij blijft Hem trouw, tot aan haar dood op 5 september 1997.

Paus Johannes Paulus II verklaart haar op 19 oktober 2003 zalig. Deze paus wilde haar als voorbeeld stellen aan de mensheid vanwege haar liefde voor het Allerheiligste Sacrament des Altaars, het gebed en de armen. Hij noemde haar het beeld van de Barmhartige Samaritaan in onze tijd.

De congregatie Missionarissen van Naastenliefde telt nu wereldwijd ongeveer 4.000 leden en bestaat uit (contemplatieve) zusters en broeders en een priesterorde.

3 september 2014

3 september: Heilige Pius X, paus en belijder

Pius X is geboren op 2 juni 1835 in de buurt van Venetië als Giuseppe Sarto. Zijn ouders waren straatarm. Zijn studie aan het seminarie werd gefinancierd door rijke weldoeners. In 1858 werd hij priester gewijd. Hij was achtereenvolgens kapelaan, pastoor, bisschop, en kardinaal-patriarch van Venetië. Daar besteedde hij veel geld en aandacht aan de armenzorg, opende hij een faculteit voor canoniek recht en bevorderde hij de kerkmuziek. In 1903 werd hij tot paus gekozen en koos de naam Pius X.

Pius X bleef altijd een grote sympathie houden voor de armen. Hij zei zelf: "Ik ben arm geboren, heb arm geleefd en wil vooral arm sterven", zinspelende op de vrijwillige armoede zoals aangenomen door kloosterlingen. Hij zette zich reeds als patriarch van Venetië in voor liefdadigheid, scholing van de arme jeugd, en verbetering van de gezondheidszorg en haar toegankelijkheid. Tegenover de katholieke vakverenigingen was kardinaal Sarto kritisch, omdat hij vreesde voor marxistische beïnvloeding en overname van de katholieke arbeidersinitiatieven. Sarto gebruikte zijn autoriteit meermaals om de situatie van de arbeiders te verbeteren (met name tegen kinderarbeid). Hij deed dit door zijn autoriteit te gebruiken als patriarch en kardinaal, niet door tot staking aan te zetten.

Als wapenspreuk koos hij: "Alles hernieuwen in Christus".
Zijn belangrijkste beslissingen waren: de afschaffing van het veto-recht van wereldlijke machten bij de keuze van een paus, de invoering van de kindercommunie, het opstellen van een lijst met dwalingen, de instelling van de antimodernisteneed, de oprichting van het Pauselijk Bijbelinstituut en de hervorming van het canoniek recht. Paus Pius X stond bekend als een man met een enorme geestkracht. Hij leed zwaar onder de dreiging van de Eerste Wereldoorlog. Hij overleed op 20 augustus 1914.

Paus Pius XII sprak hem in 1951 zalig. In 1954 verklaarde dezelfde paus hem heilig.