Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 30 april 2015, onder voorbehoud van wijzigingen.

Vastenactie 2015

Klik hier voor meer informatie over de parochiële vastenactie ten behoeve van het priesterseminarie.

Als wij willen dat er ook morgen priesters zijn in de Kerk, dan moeten wij vandaag zorg dragen voor hun opleiding.

31 maart 2015

Liturgische plechtigheden in de Goede Week en met Pasen

In de Goede Week en op het hoogfeest van Pasen zijn de plechtigheden als volgt:

Triduum sacrum
Donderdag 2 april: Witte Donderdag
19.00 uur: Plechtige gezongen Drieherenmis – herdenking van de instelling van het Sacrament des Altaars en van het priesterschap; na afloop gelegenheid tot aanbidding van het Allerheiligste Sacrament bij het rustaltaar (tot 22.00 uur).

Vrijdag 3 april: Goede Vrijdag (vasten- en onthoudingsdag)
13.00-14.50 uur: Biechtgelegenheid
14.00 uur: Kruiswegoefening
15.00 uur: Plechtige herdenking van het Lijden en Sterven van onze Heer Jezus Christus

Zaterdag 4 april: Paaszaterdag
12.00-16.00 uur: Biechtgelegenheid
21.30 uur: Plechtige gezongen Paaswake

Zondag 5 april: Hoogfeest van Pasen - Verrijzenis van onze Heer Jezus Christus
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gezongen Hoogmis

Maandag 6 april: Tweede Paasdag
11.00 uur: Gelezen H. Mis

Dinsdag 7 april: Onder het Paasoctaaf
11.00 uur: Gelezen H. Mis

Woensdag 8 april: Onder het Paasoctaaf
11.00 uur: Gelezen H. Mis

Donderdag 9: Onder het Paasoctaaf
11.00 uur: Gelezen H. Mis

Vrijdag 10: Onder het Paasoctaaf
10.30 uur: Lof
11.00 uur: Gelezen H. Mis

Zaterdag 11: Onder het Paasoctaaf
11.00 uur: Gelezen H. Mis

Zondag 12: Beloken Pasen – Octaafdag van Pasen – Witte Zondag – Feest van de goddelijke Barmhartigheid
10.30 uur: Rozenkransgebed
11.00 uur: Gezongen Hoogmis
13.00-14.00 uur: Uitstelling van het Allerheiligste Sacrament met Rozenkrans van Barmhartigheid, tevens biechtgelegenheid

29 maart 2015

Palmzondag: Processie in beeld




Vexilla Regis

Des konings vaandels gaan vooraan,
't geheim des kruises grijpt ons aan,
dat op het schandhout uitgespreid
de Schepper als een schepsel lijdt.

Het harde ijzer van de speer
stak in de zijde van de Heer,
opdat het water en het bloed
ons reinigde in overvloed.

Wat David in zijn vrome lied
voorspeld heeft, dat is nu geschied.
Hij heeft de volkeren geleerd
dat God vanaf het hout regeert.

O kruis, u groet ik, want gij zijt
mijn hoop in deze lijdenstijd.
Geef vrolijkheid wie U vertrouwt,
genade wie zijn kwaad berouwt.

U brenge al wat leeft de eer,
Drievuldigheid, o ene Heer,
Die ons door 't kruisgeheim bevrijdt,
regeer ons tot in eeuwigheid.


(Vertaling: J.W. Schulte Nordholt)

28 maart 2015

Zomertijd

Vannacht om 2.00 uur gaat de zomertijd in. Dat betekent dat de klok één uur vooruit wordt gezet.

De zondagse Hoogmis in onze kerk - deze zondag met palmwijding, processie en gezongen Passie - begint om 11.00 uur (zomertijd), voorafgegaan door het Rozenkransgebed om 10.30 uur (zomertijd).

26 maart 2015

De voorbereiding op een goede biecht



Het gewetensonderzoek

Om de Heer vergeving te kunnen vragen voor onze zonden, moeten wij eerst ons geweten onderzoeken om de fouten te ontdekken waardoor wij Hem beledigd hebben. Hier kan geen algemene regel voor worden gegeven. De een biecht elke week, de ander spreekt enkel de verplichte Paasbiecht. De een is nog een kind, de ander een volwassene. De een is getrouwd, de ander ongetrouwd. We hebben niet allen dezelfde beroepsplichten of plichten van staat, maar wij zijn allen verplicht om dezelfde geboden te onderhouden, hoezeer onze levensomstandigheden ook verschillen. De enige voor alle gevallen toepasselijke aanwijzing lijkt dan ook deze: ieder moet aan zijn gewetensonderzoek de nodige tijd besteden om de bedreven zonden in te zien en ze in de biecht te kunnen belijden.

Om dit onderzoek goed te doen, is het passend dat wij ons aanbevelen bij de heilige maagd Maria en onze Engelbewaarder, opdat zij van de Heilige Geest voor ons het licht verkrijgen, dat onze fouten ons niet ongemerkt ontschieten, opdat we ze min of meer bewust zouden verdoezelen. Als wij echt verlangen dat de biecht ons geestelijk leven bevordert en de liefde Gods in ons doet groeien, dan is het onontbeerlijk dat wij ons geweten onderzoeken met evenveel zorgvuldigheid als wij ons voor andere belangrijke zaken inzetten.

Sommigen menen dat zij hun fouten niet kunnen ontdekken. In de meeste gevallen hebben ze gelijk, omdat zij ze niet meer kunnen zien, hoewel ze in het oog springen, dat komt omdat zij zo gewoon geraakt zijn aan zondige handelwijzen. Als wij ons geweten onderzoeken, mogen wij ons daarom niet beperken tot een oppervlakkige blik op onze handelingen. Wij moeten er de tijd voor nemen die nodig is om de misstappen te vinden die sleur geworden zijn en die ten slotte onze ziel dodelijk gaan schaden.

De lauwheid, de nalatigheid bij het vervullen van de plichten van staat, het lichtvaardig woordgebruik, de min of meer juiste beoordeling van andermans gebreken, wat we voor de naaste zouden moeten doen maar niet doen, de leugen, het zich niet houden aan het gegeven woord, het niet altijd onberispelijk gedrag bij het vermaak en de relaties met gezin en maatschappij, de vrijwillige verstrooiing tijdens de heilige Mis of gebed, de slapheid in het geestelijk leven, de weerstand tegen de genade Gods die bepaalde daden van deugd van ons vraagt enz. - die zouden onze aandacht moeten hebben en het voorwerp moeten zijn van een oprechte beschuldiging, vol berouw, in het sacrament van de biecht. Op die manier kunnen wij, door Gods genade gezuiverd, elke dag een stukje verder komen op de weg van de persoonlijke heiligheid, waartoe de Heer ons roept.


Het berouw

Om de vriendschap met God, die wij door de zonde verloren hebben, opnieuw te verwerven, is het berouw onontbeerlijk. Maar het berouw of het hartenleed moet niet worden opgevat als iets gevoeligs dat ons de tranen in de ogen brengt. Door zo'n opvatting zouden we, als we niet tot tranen toe geroerd zijn, kunnen gaan denken dat we niet voldeden aan een noodzakelijke voorwaarde voor het ontvangen van het biechtsacrament. Dat zou een jammerlijke vergissing zijn.

Sommigen menen dat het berouw zo iets is als de afschuw die een kind heftig de taartjes doet afwijzen, nadat het er ziek van geworden is. Er zijn immers gevallen waarin wij, na God beledigd te hebben, geen afschuw van de zonde in ons voelen opkomen, terwijl we het toch echt zouden wensen. Erger nog: na de zonde bedreven te hebben, gevoelen wij een nog sterkere neiging om te hervallen, want onze krachten om het goede te doen, verzwakken in zekere zin. Het leed om de zonde blijkt niet uit het feit dat deze, welke ze ook zijn, ons niet meer aantrekken, maar uit de vastbeslotenheid waarmee onze wil ze verafschuwt. Wie berouw heeft, zegt: Ik wou dat ik dat niet gedaan had. Wil het berouw geldig zijn, dan moet het bovendien in het bovennatuurlijk leven wortelen, want anders zou het in het natuurlijk vlak blijven steken, een heel ander dan dat van het leven van de genade. Dan zou de genade ons niet kunnen bereiken. Daarom moet het berouw op de een of andere wijze betrokken zijn op de Heer. Als het ten slotte niet op God gericht was, dan zou het berouw ons niet dichter brengen bij Hem die ons de vergeving schenkt. Wij zouden ons opsluiten binnen de enge grenzen van onze persoonlijke armoede, absoluut niet in staat de genade te verkrijgen die wij toch zozeer behoeven.

De motieven voor het berouw over onze zonden zijn vele, maar niet alle brengen ze ons in de gesteldheid om de genade te ontvangen door de biecht. Het is goed die motieven na te gaan, om niet in een dwaling te vervallen die God beledigt door een valse spijt, waardoor wij nog verder van Hem verwijderd zouden raken.

Er zijn drie soorten van spijt over de zonden. De eerste is die uit liefde. Die komt uit het hart: "de spijt uit liefde, omdat Hij goed is, omdat Hij onze vriend is en zijn leven voor ons gegeven heeft, omdat al het goede dat wij bezitten, van Hem is, omdat wij Hem beledigd hebt... omdat Hij ons vergiffenis heeft geschonken. ”Ween, mijn zoon, van verdriet, omdat je Hem bemint”. De tweede soort van spijt is die van vrees. Die komt voort uit de angst voor de rechtvaardige straf die we door onze zonden in het andere leven zouden verdienen. Die spijt is niet zo volmaakt en ook niet zo onzelfzuchtig als de vorige. Maar omdat dit toch gericht is op de Heer (ook ontstaat het contact door vrees), is ze voldoende om de genade van de vergiffenis te verkrijgen. Ten slotte is er een derde vorm van spijt, die met het bovennatuurlijk leven niets te maken heeft. Men zou die kunnen noemen: de spijt uit hoogmoed, omdat ze noch uit liefde tot God, noch uit vrees voor Hem voortkomt. Integendeel, ze komt voort uit de eigenliefde die zich bij het zien van de eigen onvolmaaktheid gekwetst voelt. Als wij deze teleurstelling over onszelf niet afwijzen, komen wij van kwaad tot erger. Trots blokkeert de weg terug naar God, want met zulk een spijt kunnen we niet waardig gaan biechten; ze verraadt een gesteltenis die niet Gods vergeving zoekt, maar zichzelf; trots is een ongeordend verlangen naar volmaaktheid.


Voornemen om zich te beteren

De spijt over onze fouten zou niet oprecht zijn zonder het voornemen ze niet opnieuw te bedrijven. Het moet duidelijk zijn dat er voor de goede en geldige biecht een essentiële voorwaarde bestaat: het voornemen om zich te beteren. Dit bestaat juist in het besluit van de wil niet opnieuw te zondigen. Maar dit besluit houdt niet de zekerheid in dat het inderdaad wordt uitgevoerd. Om goed te biechten is het echter niet noodzakelijk, de zekerheid te hebben dat men de Heer niet meer zal beledigen. Wel moet men bereid zijn de passende middelen te gebruiken om niet te hervallen.

Ons allen, zonder uitzondering, kan het overkomen dat we opnieuw zondigen, maar de vrees voor nieuwe fouten in de toekomst mag ons niet afhouden van het sacrament van de biecht, evenmin als de herstellende zieke de medicijnen achterwege mag laten.

Als de H. Petrus de Heer vraagt, hoe vaak hij moet vergeven, oppert hij als het toppunt van edelmoedigheid: "Zeven keer? En Jezus antwoordt hem: "Nee, Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal." God zegt ons dit, omdat ook Hij bereid is ons telkens te vergeven, als wij Hem er in de vereiste gesteltenis om vragen. Die vereiste gesteltenis is bewust. Wie niet wil hervallen, weet het, omdat hij vastbesloten is de gelegenheden tot zondigen te vermijden, dat is die omstandigheden in het leven die voor ons een gevaar zijn God opnieuw te beledigen. Wie blijft omgaan met vrienden van wie hij weet dat ze hem de genade Gods weer doen verliezen, vermijdt de naaste gelegenheid tot zondigen niet. Wie blijft doen wat hem de wet van de Heer deed vergeten, vermijdt de gelegenheid tot zondigen niet. Wie vertoningen bijwoont waarvan hij weet dat ze hem kwaad doen, vermijdt de naaste gelegenheid tot zondigen niet, evenmin als hij die blijft doorlezen in een boek dat bij hem slechte gedachten opwekt, waaraan hij gemakkelijk toegeeft. Misleiden wij onszelf niet: wie met de zonde wil breken, wendt ook de daartoe geëigende middelen aan. Een zieke die gezond wil worden, neemt zijn medicijnen in en volgt het dieet van de dokter. Doet hij dit niet, dan kan men niet zeggen dat hij weer echt gezond wil worden. "Maar ik wil niet zondigen, ik ben alleen maar zwak." Akkoord. Juist omdat wij zwak zijn, zijn we speciaal verplicht om de gelegenheid tot zondigen te vermijden.

Een eerlijk voornemen blijkt alleen uit de bereidheid om positief iets te gaan doen wat onze zwakheid sterk maakt. De middelen daartoe zijn: het gebed - "Bid om niet in de bekoring te gaan”, het dikwijls ontvangen van de H. Communie, en de devotie tot de H. Maagd. Hoe toch kunnen wij de bekoringen van zinnelijkheid, luiheid, egoïsme enz. overwinnen, als we niet onze toevlucht nemen tot de Heer en zijn Moeder, om van hen de noodzakelijke kracht te krijgen?

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

25 maart 2015

25 maart: Maria Boodschap, hoogfeest

De Kerk viert op 25 maart, negen maanden vóór Kerstmis, de ontvangenis van Jezus Christus. Deze gebeurtenis valt samen met de verschijning van de aartsengel Gabriël aan de heilige maagd Maria, waarbij de engel haar de Menswording van God aankondigt.

In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. De engel trad bij haar binnen en zei: `Verheug u, begenadigde, de Heer is met u.' Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ ‘Maar hoe moet dat dan?' zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.' De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.' Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.' Toen ging de engel van haar weg.

Op deze dag vieren wij het begin van onze verlossing, de vervulling van het profetische woord zoals dit in het Evangelie wordt vermeld: 'Zie de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen' (Mt. 1,23), de intrede van Christus in deze wereld: 'Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid...Ik ben gekomen, o God, om Uw wil te doen' (Heb. 10,5-7).

De Kerk die - als een van de weinige in deze wereld - opkomt voor het ongeboren menselijk leven, ziet in het feest van Maria Boodschap een getuigenis van de waardigheid van de mens vanaf zijn conceptie tot aan zijn natuurlijke dood. Er wordt immers verkondigd dat de Zoon van God al bij de Annunciatie Zijn intrede in de wereld deed. De Incarnatie begint dus bij Christus' ontvangenis en niet pas bij Zijn geboorte.

In Nazareth wordt Maria Boodschap luisterrijk gevierd in de kerk van de Annunciatie (ook wel Verkondigingsbasiliek genoemd). Dit heiligdom is gebouwd op de fundamenten van kerken uit de Byzantijnse tijd en de kruisvaardersperiode. Op die plaats kreeg Maria de verschijning van Gabriël.

24 maart 2015

Gast op de pastorie

Eind maart/begin april zal pater Anselm Gribbin O.Praem. (foto), priester-monnik van de Vlaamse Norbertijnenabdij in Tongerlo, gedurende drie weken op de pastorie verblijven. In die periode zal pater Gribbin ook medewerking verlenen aan het pastoraat in onze parochie.

22 maart 2015

Passiezondag

De passie van Christus.

Epistel
Hebr. 9, 11-15
Broeders, Christus is opgetreden als Hogepriester van de goederen der toekomst. En door een grotere en volmaaktere tabernakeltent – niet met handen gemaakt en niet van deze schepping – is Hij, niet met bloed van bokken of kalveren, maar met Zijn eigen Bloed, eens en voor altijd binnengaan in het Heiligdom, en heeft eeuwiggeldende verlossing bewerkt. Want als het bloed van bokken en stieren, en de besprenkeling met de as van een koe onreinen kan heiligen, zodat zij uiterlijk gereinigd worden, hoeveel te meer zal dan het Bloed van Christus, Die door de Heilige Geest Zichzelf als smetteloos offer aan God heeft opgedragen, ons geweten van dode werken zuiveren, om voortaan de levende God te dienen. En juist daarom is Hij Middelaar van een Nieuw Verbond, opdat door tussenkomst van Zijn dood de overtredingen, onder het vroegere Verbond bedreven, zouden worden afgekocht, en zij, die geroepen zijn, de belofte van de eeuwige erfenis zouden ontvangen, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 8, 46-59
In die tijd sprak Jezus tot de scharen der joden: Wie uwer kan Mij enige zonde bewijzen? Als Ik u de waarheid zeg, waarom gelooft gij Mij dan niet? Iemand, die uit God is, luistert naar Gods woorden. Dáárom luistert gij niet, omdat gij niet uit God zijt. De joden gaven Hem ten antwoord: Zeggen wij niet met recht, dat Gij een Samaritaan zijt en van de duivel zijt bezeten? Jezus antwoordde: Ik ben niet van de duivel bezeten, maar Ik verheerlijk Mijn Vader; en gij tast Mij in Mijn eer aan. Ik echter zoek Mijn eer niet; Eén is er, die ze zoekt en die oordeelt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie Mijn woord onderhoudt, zal de dood niet zien in eeuwigheid. Toen zeiden de joden: Nu weten wij zeker, dat Gij van de duivel bezeten zijt! Abraham is gestorven en ook de profeten, en Gij zegt: wie Mijn woord onderhoudt, zal de dood niet sterven in eeuwigheid. Zijt Gij dan groter dan onze vader Abraham, die wèl gestorven is! Ook de profeten zijn gestorven. Voor wie houdt Gij Uzelf toch wel? Jezus antwoordde: Indien Ik Mijzelf verheerlijk, dan betekent Mijn heerlijkheid niets; het is Mijn Vader, Die Mij verheerlijkt: Hij, van Wie gij zegt, dat Hij uw God is; maar gij kent Hem niet! Ik echter ken Hem. En als Ik zei, dat Ik Hem niet kende, dan zou Ik een leugenaar zijn, zoals gij. Maar Ik ken Hem, en Ik onderhoud Zijn woord. Uw vader Abraham verheugde zich er op Mijn dag te mogen zien; hij heeft die gezien en zich verblijd. Doch de joden zeiden tot Hem: Gij zijt nog geen vijftig jaar oud, en Gij hebt Abraham gezien? Jezus gaf hun ten antwoord: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóórdat Abraham werd, ben Ik. Toen grepen zij stenen op, om Hem te stenigen; maar Jezus trok Zich terug, en verliet de tempel.

Overweging
Over het gehele leven van Christus op aarde hangt de schaduw van de passie. Vanaf de geboorte te Bethlehem, door het leven te Nazareth en door Zijn openbaar leven – de schaduw van het kruis was overal aanwezig. Het kruis staat in het middelpunt van het leven van Jezus Christus en het lijden is het hoogtepunt van het werk dat Hij hier op aarde is komen volbrengen. Het bloed van de stieren en bokken was niet voldoende om de verloren mensheid met God te verzoenen. God wilde een volmaakt offer – een offer van Zijn eigen Zoon, op het kruis.

De eerste grote stap naar het kruis toe heeft de Zoon van God gedaan in Zijn menswording. Deze stap van de hemel omlaag naar de aarde, uit Zijn gestalte van God in die van de knecht, was een veel grotere stap dan Zijn laatste schreden naar Golgotha. En deze stap zette Hij in volledige en bewuste belijdenis van het kruis. Over Christus zegt de psalmist: ”slachtoffer noch gave hebt Gij gewild, maar een lichaam hebt Gij Mij bereid”. Het offer van Christus begint al in de stal, omdat er geen plaats voor Hem in de herberg was. De zijnen aanvaardden Hem niet. De zijnen haatten Hem al en vervolgden Hem en Hij moest voor hen vluchten en Zich verbergen. Hij vernederde Zich onder hun wetten en onder de behoeften van Zijn aangenomen menselijke natuur.

En nu treden wij de laatste momenten van het lijden binnen. Hoe zouden we de gevoelens van Jezus’ heilig Hart in deze dagen kunnen uitdrukken? Alle afschuwelijke lichamelijke en psychische pijnen en smarten stonden Hem voor ogen. De ondankbaarheid van de mensen, de ontrouw van Zijn leerlingen, de onuitsprekelijke smarten van Zijn Moeder – dat alles heeft Zijn heilige Ziel moeten verduren. En dat alles uit liefde.

De goddelijke Verlosser, Die zo vastberaden op Zijn lijden afgaat, Die al onze zonden op Zich neemt, lijdt door onze ondankbaarheid. Toen Hij aan het kruis hing, zag Hij allen, die het uur waarop Gods genade hen bezoekt niet erkennen. Hij zag alle mensen van alle tijden, die Zijn heil niet willen ontvangen. Is het niet schokkend, dat er zo veel mensen zijn die de Zoon van God afwijzen, terwijl Hij zonder klagen of verwijten bereid is Zich voor hen te laten slachtofferen? Dat er zo veel mensen tussen staan die onverschillig en koud, en misschien zelfs vervuld van haat, Zijn kruis aanstaren en niet willen begrijpen dat het om hen gaat, om hun heil of onheil, om hun leven of dood, hun hemel of hel?

Dit is wat het kruis van ons eist: oriëntering van heel ons wezen op God. Wanneer dat niet de vrucht van dit uur en van deze grote heilige weken zal zijn, dan heeft de goddelijke Verlosser ook ons gezien onder hen die Zijn lijden afwijzen. De belangrijkste taak, die we in ons leven te vervullen hebben, luidt: we moeten offers worden, altijd en overal onszelf overgeven aan God, Hem de eerste plaats geven, Hem in het middelpunt van ons leven plaatsen bij iedere gedachte, bij elk woord, bij iedere beslissing. Dat deze heilige passietijd ons allen een stap dieper mag binnenvoeren in het begrip en in de navolging van de totale overgave van Christus.

20 maart 2015

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 21 maart 2015

De lezing op zaterdag 21 maart wordt gehouden door dr Leo Meulenberg, emeritus hoogleraar kerkgeschiedenis in Nijmegen en auteur van ‘Meesters in Spiritualiteit’. Het onderwerp is ‘Baron Friedrich von Hügel, een gelovige in het spanningsveld van het modernisme’.

De lezing begint rond 11.00 uur in de grote zaal van de pastorie. Voorafgaand wordt er in de kerk om 10.00 uur een gelezen H. Mis opgedragen.

Zie: De website van de academie.

19 maart 2015

19 maart: Heilige Jozef, bruidegom van de heilige maagd Maria, patroon van de Kerk en van onze parochie, hoogfeest

Van de heilige Jozef is niet veel bekend. Slechts uit de periode dat hij verloofd was met de heilige maagd Maria en toen Jezus kind was komen wij de naam van Jozef tegen. Hij was een toegewijd echtgenoot en een liefdevolle vader.

Zijn eerste feestdag viert hij samen met Jezus en Maria (feest van de Heilige Familie). Juist door zijn eenvoud en liefdevolle zorg heeft hij in de loop der tijden veel verering gekregen bij de gelovigen, die in hem een voorbeeld zagen van oprechte naastenliefde.

In de 15e eeuw komt zijn verering op gang. Hij werd vooral bewonderd door de heilige Birgitta van Zweden en de heilige Bernardus van Siena. Zijn feestdag werd in het jaar 1621 definitief op 19 maart voorgeschreven. Paus Pius IX verhief Sint Jozef in 1870 tot patroon van de gehele Kerk. Paus Johannes XXIII heeft de naam van Jozef opgenomen in de Canon van de heilige Mis.

Sint Jozef is patroon van de stervenden en van een zalige dood, want bij zijn sterven waren Jezus en Maria aanwezig. Verder is hij patroon van echtparen, kinderen, christelijke gezinnen, jeugd, wezen, kuisheid, arbeiders, houthakkers, timmerlui, meubelmakers, ingenieurs, begrafenisondernemers, opvoeders, uitgestotenen en reizigers, en patroon bij oogaandoeningen en hopeloze zaken. Hij is tevens patroon tegen bekoringen en woningnood.