Sint-Agneskerk Amsterdam

Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 mei 2017, onder voorbehoud van wijzigingen.

Meimaand - Mariamaand: Marialof van dinsdag tot en met vrijdag om 10.15 uur.

25 mei 2017

Hemelvaart van onze Heer Jezus Christus, hoogfeest

Mozaïek van de hemelvaart van Jezus Christus in de Basilica di San Marco in Venetië.

Epistel
Hand. 1, 1-11
Mijn eerste boek heb ik geschreven, Theophilus, over al hetgeen Jezus heeft gedaan en geleerd van het begin af tot op de dag, dat Hij werd opgenomen, na door de Heilige Geest Zijn bevelen te hebben gegeven aan de apostelen, die Hij had uitgekozen. Aan hen ook heeft Hij na Zijn lijden door vele bewijzen getoond, dat Hij weer leefde, doordat Hij gedurende veertig dagen aan hen verscheen, en dan sprak over het rijk Gods. En terwijl Hij eens met hen maaltijd hield, beval Hij hen niet weg te gaan van Jeruzalem, maar de belofte van de Vader af te wachten, waarover gij - zo zei Hij - Mij hebt horen spreken; want Johannes doopte wel met water, maar gij zult gedoopt worden met Heilige Geest binnen enkele dagen. Daarom stelden de aanwezigen Hem de vraag: Heer, is dat de tijd, waarop Gij voor Israël het koninkrijk zult herstellen? Maar Hij gaf hun ten antwoord: Het komt u niet toe tijd en uur te kennen, die de Vader in Zijn macht heeft vastgesteld; maar gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest, Die over u zal komen, en gij zult Mij tot getuigen zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en in Samaria, ja tot aan het einde der aarde. En toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen opgeheven, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En terwijl zij Hem nog ten hemel nastaarden, stonden er opeens twee mannen bij hen in witte klederen; en deze zeiden: Mannen van Galilea, wat staat gij toch naar de hemel op te zien? Deze Jezus, Die van u ten hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem hebt zien opstijgen ten hemel.

Evangelie
Mc. 16, 14-20
In die tijd verscheen Jezus aan de elf leerlingen, terwijl zij aan tafel waren. En Hij berispte hen over hun ongelovigheid en verstoktheid van hart, omdat zij geen geloof geschonken hadden aan hen, die Hem na Zijn verrijzenis gezien hadden. Ook sprak Hij nog tot hen: Gaat uit over de gehele wereld, en verkondigt het Evangelie aan alle schepselen. Wie gelooft en zich laat dopen, zal zalig worden; maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. En de volgende wondertekenen zullen hen, die geloven, vergezellen: In Mijn Naam zullen zij duivels uitdrijven, vreemde talen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen; en al drinken zij dodelijk gif, het zal hun niet schaden; zieken zullen zij de handen opleggen en deze zullen genezen. Na aldus tot hen gesproken te hebben, is de Heer Jezus ten hemel opgenomen en zetelt Hij aan de rechterhand van God. Zij nu gingen uit en predikten overal, terwijl de Heer meewerkte en de prediking bekrachtigde door de wonderen, die er mee gepaard gingen.

Overweging
De vrucht van het mysterie dat wij vandaag vieren wordt heel duidelijk uitgedrukt in de oratie van de heilige Mis van vandaag: “Dat wij, die geloven dat Uw Eniggeboren Zoon, onze Verlosser, vandaag ten hemel is opgestegen, ook zelf met de geest in de hemel verwijlen”. Mente in caelestibus habitemus. Dat wij, terwijl wij nog op aarde verblijven, onze verheerlijkte Verlosser in de geest naar de hemel volgen en daar een geestelijke woning kiezen.

De bedoeling van de Kerk is niet een vluchtige gedachte aan de hemelse dingen te midden van onze aardse bezigheden, die toch voortdurend onze volle aandacht eisen, maar een vaste overtuiging dat wij niet van deze wereld zijn. Dat onze toekomst van een andere aard is. Het doel van ons christelijk leven ligt niet op deze aarde, maar in de hemel. Ons aardse leven is een pelgrimstocht naar de hemel, mits wij de weg van Christus gaan, in Zijn voetsporen treden en leven volgens Zijn woord. De Kerk neemt ons vandaag dus bij de hand en richt onze ogen en harten omhoog. Daar is ons vaderland en onze woning, daar is ons ware leven ‘met Christus verborgen in God’.

24 mei 2017

Vigilie van de Hemelvaart van de Heer

Verheven Vorst der eeuwigheid,
Gij Die Uw kinderen bevrijdt,
de zege is aan U, o Heer,
de dood ligt aan Uw voeten neer.

Gij stijgt omhoog in het heelal,
waar U de Vader noden zal
te zitten aan Zijn rechterhand,
te heersen over zee en land.

Al wat er in de hemel leeft,
wat op de aarde woning heeft,
de diepte der verborgenheid,
het buigt zich voor Uw Majesteit.

U, Jezus, zij de heerlijkheid,
Die stralend opgevaren zijt,
met Vader en met Geest tezaam
zij eeuwig lof Uw grote Naam.

21 mei 2017

Vijfde zondag na Pasen

De Verrijzenis, omgeven door de vier evangelisten.

Epistel
Jac. 1, 22-27
Veelgeliefden, gij moet het woord volbrengen en niet alleen aanhoren; want dan zoudt gij uzelf misleiden. Want iemand, die het woord aanhoort, maar niet volbrengt, is te vergelijken met een man, die zijn eigen gelaat in de spiegel ziet; immers hij ziet zichzelf en gaat heen, en aanstonds is hij weer vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie het oog gericht houdt op de volmaakte wet van de vrijheid, en zich daaraan houdt - wie dus niet alleen luistert en weer vergeet, maar de daad volbrengt - hij zal door dat volbrengen zalig zijn. Maar als iemand soms meent, dat hij godsdienstig is, terwijl hij zijn tong niet in bedwang houdt, en zo zichzelf misleidt, diens godsdienstigheid is zonder waarde. Reine en vlekkeloze godsdienstigheid in het oog van God de Vader is dit: Wezen en weduwen te ondersteunen in hun nood, en zichzelf onbesmet te bewaren voor deze wereld.

Evangelie
Joh. 16, 23-30
In die tijd zei Jezus tot Zijn leerlingen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: al wat gij de Vader in Mijn Naam zult vragen, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt gij nog niets in Mijn Naam gevraagd; vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij. Over al deze dingen heb Ik in beelden tot u gesproken; het uur komt, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u in duidelijke taal over de Vader mededelingen zal doen. Op die dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u zal vragen; want de Vader Zélf heeft u lief, omdat gij Mij liefhebt en omdat gij gelooft, dat Ik van God ben uitgegaan. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga heen naar de Vader. Zijn leerlingen zeiden Hem: Zie, nu spreekt Gij duidelijke taal, zonder enige beeldspraak te gebruiken. Nu zien wij, dat Gij alles weet en dat het niet nodig is, dat iemand U ondervraagt; daarom geloven wij, dat Gij van God zijt uitgegaan.

Overweging
De Paastijd is bijna voorbij. Elke zondag en elke dag in deze liturgische tijd zong de Kerk in de Paasprefatie de volgende woorden: “Die onze dood door Zijn sterven heeft vernietigd en ons leven door Zijn verrijzenis heeft hersteld.” Met deze woorden belijden wij dat er in de dood en verrijzenis van onze goddelijke Verlosser ook met onze dood een verandering heeft plaatsgevonden. Het is niets anders dan dat wat wij in het Credo bidden: Ik verwacht de verrijzenis der doden en het eeuwige leven.

Als wij ons afvragen wat de dood is van de mens, losgemaakt van Christus’ dood en verrijzenis, dan luidt het eenvoudigste antwoord: de dood is een einde. Wat tevoren levend was, zich roerde en bewoog, wat werkte, wat liefhad en lachte, ligt daar nu koud en stijf, klaar om te vervallen en teniet te gaan. Buiten het christendom weet niemand wat er dan vervalt en in het niets oplost. Is het de gehele mens, is het alleen zijn lichaam? Als het de gehele mens is, dan is op het moment van de dood een ding zeker: de totale zinloosheid van het leven. Het maakt niet uit of iemand heeft geleefd of niet. De dood is een einde.

De Kerk, trouw aan het getuigenis en de boodschap van de apostelen, leert iets anders over het leven en de dood. Christus is uit de doden verrezen. De Zoon van God heeft door Zijn eigen dood de dood vernietigd. Hij was de eerste mens, Die wel als ieder ander mens de dood inging, maar Die niet in de dood bleef steken. En het leven dat Hij veroverde is ook voor ons. Hij heeft ons van de dood bevrijd en daarom zullen ook wij niet in de dood blijven steken. Dat is de leer die de Kerk aan elke mens verkondigt. Dat is wat God geopenbaard heeft. Wij moeten het geloven, ook als het in deze moderne wereld moeilijk wordt. Het ongeloof is zo aanstekelijk en zo verbreid. De geest van de wereld trekt zo veel aan ons en verlokt ons om de ware verlossing al in deze wereld te zoeken, om onvoorwaardelijk te geloven in de mens en in zijn ontplooiing. Of om dit leven maximaal te gebruiken voor plezier omdat wij slechts één keer mogen leven.

Hoewel de Paastijd bijna voorbij is mogen wij de bevrijdende heilsboodschap van dit feest niet vergeten. Wij zijn geroepen om met Christus te leven. Maar om met Hem te kunnen leven moeten wij eerst aan de zonde sterven. En dit sterven en tegelijk herleven door de genade moet zich van dag tot dag verdiepen en voortzetten en heel ons christelijk leven bepalen tot onze laatste ademtocht toe. Vandaag zouden wij aan de zonde, de begeerte van het vlees en het verlangen naar levensvervulling in dit aardse bestaan, meer afgestorven moeten zijn dan op de dag van ons doopsel. Vandaag zouden de hemelse verlangens naar een vervulling uit de levensbronnen van Christus in ons sterker geworden moeten zijn dan gisteren. Wij moeten vaak tot deze grondwaarheid van ons geloof terugkeren – wij zijn tot het eeuwige leven met God geroepen. Ons bestaan hier op aarde is maar een korte tijd, waarna er een ander leven zal beginnen. Maar van deze korte tijd hangt onze eeuwigheid af. Als ik mij nu in mijn volle bewustzijn aan God overgeef, dan kan ik in volledige rust de eeuwigheid verwachten.

De grote heilsgaven zijn voor ons tegelijkertijd ook opgaven. Als wij nu niet vastbesloten zijn deze opnieuw aan te pakken, dan begrijpen wij de zin van heel ons leven niet. Met Christus sterven om met Hem te verrijzen tot het eeuwige leven, dat is een taak die alle dagen van ons leven moet vervullen. Het moet heel concreet worden, daar waar wij leven. Onze roeping moet op deze manier zichtbaar worden. Door onze daden, door het voorbeeld dat wij aan anderen geven. Zo vermaant ons ook de apostel Jacobus in zijn brief: “Gij moet het woord volbrengen en niet alleen aanhoren”. Een duidelijke en krachtige vermaning.

20 mei 2017

Opbrengst Vastenactie 2017

De Vastenactie 2017 voor vervolgde christenen in Syrië en Irak heeft € 2.447 opgebracht. Hartelijk dank aan iedereen die heeft bijgedragen!

18 mei 2017

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 20 mei 2017

Op zaterdag 20 mei houdt de Sint-Nicolaasacademie de volgende bijeenkomst in de grote zaal van de pastorie. De lezing gaat over paus Adrianus VI, de enige Nederlandse paus ooit, en wordt verzorgd door de heer Pim Walenkamp, leraar Nederlands, journalist, reisleider, gids, en bestuurder van het Katholiek Nieuwsblad. Hij werkt aan een proefschrift over paus Adrianus VI.

De lezing wordt om 10.00 uur voorafgegaan door een gelezen heilige Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

17 mei 2017

17 mei: Heilige Paschalis Baylon, belijder

Toen de heilige Paschalis eens zijn schapen hoedde op een berghelling, hoorde hij de bel voor de consecratie rinkelen in de vallei beneden, waar de dorpelingen waren verzameld voor de heilige Mis. Hij viel op zijn knieën en plotseling stond er een engel van God voor hem, met in zijn handen een monstrans met het Allerheiligste Sacrament, dat hij ter aanbidding aanbood.

Hiervan kunnen wij leren dat zij die Jezus Christus vereren in dit grote mysterie van Zijn liefde Hem zeer nabij zijn. Aan hen wordt in het bijzonder deze belofte vervuld: "Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom tot u terug." (Joh. 14, 18)

16 mei 2017

16 mei: Heilige Ubaldus, bisschop en belijder

Ubaldus werd geboren in Gubbio, Umbrië, uit een adellijk geslacht. Hij kreeg een vrome opvoeding en werd al vroeg onderwezen in de letteren.

Reeds op jonge leeftijd spoorde men hem aan tot een huwelijk, maar hij week nooit af van zijn voornemen om de maagdelijkheid te bewaren. Na zijn priesterwijding schonk hij zijn erfdeel aan de armen en aan enkele kerken. Hij trad in bij de reguliere kanunniken van Sint Augustinus.

Door zijn toedoen kreeg deze orde een vestiging in zijn vaderstad. Paus Honorius II wijdde hem, tegen zijn zin, tot bisschop en stelde hem aan het hoofd van de kerk te Gubbio. Als een toonbeeld voor zijn kudde bleef hij precies zo leven als hij vóór zijn bisschopswijding deed. Hij blonk uit in alle deugden. Van hem wordt verteld dat de heilige Schrift zijn grootste genoegen was. Lange tijd werd hij door ziekte gekweld, maar dat verhinderde hem niet om God steeds te blijven danken. Nadat hij vele jaren de hem toevertrouwde kerk uitstekend had bestuurd, stierf hij in 1160, beroemd om zijn goede daden en vanwege de wonderen die hij verricht had.

Ubaldus is patroon van Thann in de Franse Elzas.

15 mei 2017

15 mei: Heilige Johannes Baptista de la Salle, belijder

Johannes Baptiste de la Salle werd geboren in het jaar 1651 in Reims, Frankrijk, uit een adellijk geslacht. Hij studeerde letteren en wijsbegeerte. Op 17-jarige leeftijd werd hij opgenomen onder de kanunniken van Reims. Later meldde hij zich bij het seminarie van Saint-Sulpice in Parijs.

Na zijn priesterwijding werd hij rector van de zusters van het Kindje Jezus, die zich wijdden aan de opvoeding van meisjes. Hij bestuurde en beschermde deze congregatie met wijsheid. Om ook de jongens uit het volk godsdienstzin en goede zeden bij te kunnen brengen, stichtte hij, ondanks veel tegenstand, een congregatie van broeders: Broeders van de christelijke scholen (Fratres Scolarum Christianorum, FSC). Paus Benedictus XIII keurde zijn orderegel goed.

Hij deed daarna afstand van zijn positie als kanunnik, verdeelde zijn goederen onder de armen en uit nederigheid legde hij zelfs het bestuur van de door hem gestichte congregatie neer. Johannes stierf op 7 april 1719 in Saint-Yon, Rouen, 72 jaar oud. In 1888 werd hij zalig verklaard; paus Leo XIII verklaarde hem op 24 mei 1900 heilig. In 1950 riep paus Pius XII hem uit tot patroon van onderwijzers en van opvoeders.

14 mei 2017

Akathistoshymne ter ere van de Moeder Gods

Het bidden van Akathistoshymnen is een wijd verspreid en zeer geliefd gebruik bij Orthodoxe christenen. Velen voegen een Akathist naar hun keuze toe aan het ochtend- of avondgebed. Orthodoxe christenen zingen het met veel eerbied. Voor hen en voor wie kennis wil maken met deze uitzonderlijke vorm van Orthodoxe schoonheid maar het Kerkslavisch of het Byzantijnse Grieks niet verstaat, is het een grote rijkdom enkele van de meest gekende hymnen te kunnen zingen en bidden of beluisteren in de eigen taal. Sommige van deze hymnen getuigen van een grote dichterlijke zeggingskracht (zelfs in de vertaling ervan!) en vooral van een diep theologisch inzicht. Andere zijn de dankbare jubelkreten van een gelovige ziel, die zijn diepe dankbaarheid uitdrukt voor de zegeningen, aan de Moeder Gods geschonken.

De Moeder Gods is de Beschermvrouwe van de christenen. Vandaar dat de Orthodoxe kerk in zoveel hymnen, liederen en verzen de lof zingt van de Koningin van hemel en aarde. Door het bidden van de Akathistoshymnen leert de christen in het bidden toevlucht te nemen tot haar, maar wordt ook onderwezen in vertrouwen op Maria’s voorspraak bij God door met heel de ziel te jubelen om het grote heilswerk dat door God in Maria en in Christus tot stand is gebracht. Wie eenmaal geproefd heeft van de vreugde haar lof te zingen, leert haar sterke kracht ook ervaren op directe en wonderbare wijze.

Vandaar dat vele orthodoxe geestelijke vaders aansporen tot het bidden van deze hymnen tot de Moeder Gods, want zo ervaart de christen de bescherming van Maria en haar voorspraak bij God.

Het Griekse woord 'Akathistos' betekent letterlijk 'niet gaan zitten'. Daarom worden deze hymnen in de Orthodoxe kerk altijd staande gezongen.



Maria, gij spreekt voor ons ten beste,
gij zijt voor ons een schutsvrouw tegen alle kwaad.
Daarom zingen wij vol dankbaarheid dit glorielied.
Red ons door uw grote macht, o Moeder van God,
uit alle gevaren, nu wij tot u zingen:
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

1. Als gezant van de hemel werd een aartsengel
tot de Moeder Gods gezonden
om de blijde boodschap te verkondigen.
Toen aanschouwde hij, o Heer,
Uw menswording en riep in opperste verbazing
met zijn hemelse stem:

Verheug u, uit wie de Vreugd' zal verschijnen.
Verheug u, door wie de vloek zal verdwijnen.
Verheug u, gij richt de gevallen Adam weer op.
Verheug u, vertroosting voor de tranen van Eva.
Verheug u, gij gaat al ons denken te boven.
Verheug u, diepte, onpeilbaar voor het engelenoog.
Verheug u, want de troon van de Koning zijt gij.
Verheug u, want gij draagt de drager der wereld.
Verheug u, ster, die de Zon doet verschijnen.
Verheug u, schoot waarin God nederdaalt.
Verheug u: door u wordt de schepping vernieuwd.
Verheug u: door u wordt de Schepper een kind.
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

2. Bewust was zich Maria haar reinheid
en daarom sprak zij onomwonden tot Gabriël:
"O hoe wonderbaar is mij uw woord,
hoe ondoorgrondelijk.
Gij verkondigt dat de maagd moeder wordt.
En gij jubelt voor God:
Allluja, alleluja, alleluja!"

3. Gericht op de kennis die niet te kennen is,
zei de Maagd tot de gezant van de Heer:
"Zeg mij: hoe zal dit geschieden?
Dat ik uit mijn maagdelijke schoot een Zoon zal baren?"
Maar de engel sprak haar toe met deze woorden:

Verheug u, ingewijde in een onzegbaar mysterie.
Verheug u, bewaarster van een door God verzegeld geheim.
Verheug u, Christus' wonderen beginnen in u.
Verheug u, gij bevat de kern van zijn lering.
Verheug u, hemelladder waarlangs God tot ons afdaalt.
Verheug u, brug die aardbewoners in de hemel geleidt.
Verheug u, bron van verbazing der engelen.
Verheug u, gij doorbreekt de macht van de duivels.
Verheug u, op onuitsprekelijke wijze baart gij het Licht.
Verheug u, die niemand dit wonder laat zien.
Verheug u, de wijsheid der wijzen gaat gij te boven.
Verheug u: gij verdiept ons eenvoudig geloof.
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

4. Door Gods kracht overschaduwd
heeft de Maagd ontvangen,
hoewel zij nooit door een man werd benaderd.
Haar moederschoot werd een vruchtbare akker
en allen die verlossing willen oogsten naderen en zingen luid:
Alleluja, alleluja, alleluja!

5. En de Maagd spoedde zich naar Elisabeth
nadat zij in haar moederschoot God had ontvangen.
Het kind in de schoot van Elisabeth sprong vol vreugde op
alsof het zelf Gods Moeder begroette:

Verheug u, rank van een onsterfelijke stam.
Verheug u, gij draagt de vrucht die nimmer vergaat.
Verheug u, gij voedt Hem die alle leven verzadigt.
Verheug u, gij schenkt het leven aan Hem die ons maakte.
Verheug u, weelde van de ontferming van God.
Verheug u, tafel die overvloeit van Gods rijke genade.
Verheug u, gij geeft ons lichaam weer kracht.
Verheug u, gij bereidt onze ziel een veilige haven.
Verheug u, heerlijk geurende wierook van voorspraak.
Verheug u, die heel de wereld redt door gebed.
Verheug u, Gods welbehagen voor wie moeten sterven.
Verheug u, die de stervelingen moed geeft bij God.
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!

Maria, gij spreekt voor ons ten beste.
Gij zijt voor ons een schutsvrouw tegen alle kwaad.
Daarom zingen wij vol dankbaarheid dit glorielied.
Red ons door uw grote macht, o Moeder van God,
uit alle gevaren, nu wij tot u zingen:
Wees gegroet Moeder Gods, o Maria, altijd maagd!