Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 mei 2016, onder voorbehoud van wijzigingen.

26 mei 2016

Hoogfeest van het Allerheiligste Sacrament (Sacramentsdag)

Het feest van het Allerheiligst Sacrament (Sacramentsdag) valt op de tweede donderdag na Pinksteren. In veel landen wordt het ook gevierd op de tweede zondag na Pinksteren.

Sacramentsdag herdenkt, net als Witte Donderdag, de instelling van het Sacrament des Altaars. Paus Urbanus stelde in 1264 deze dag als een verplichte feestdag in op de donderdag na het Octaaf van Pinksteren, omdat hij vond dat het vasten- en boetekarakter van Witte Donderdag het feestelijke herdenken van het Laatste Avondmaal en de instelling van de Eucharistie (en het priesterschap) enigszins in de weg stond. Die beslissing heeft uiteraard de sacramentsdevotie sterk bevorderd. Voor zijn uitverkiezing tot paus was Urbanus aartsdiaken van Luik, waar hij in 1247 mede aan de basis stond van het ontstaan van Sacramentsdag.

Traditioneel trokken op Sacramentsdag of op de zondag erna alom kleurrijke sacramentsprocessies door de straten van steden en dorpen. Na een tijd van verwaarlozing komt op verscheidene plaatsen deze traditie weer in zwang, en niet alleen in Rome of in Lourdes, maar ook in New York en Amsterdam en in veel andere plaatsen.

In Rome viert de Paus op Sacramentsdag de heilige Mis in de open lucht op het plein voor de basiliek van Sint Jan van Lateranen. Daarna wordt, in de voetsporen van paus Urbanus IV, het heilig Sacrament in een plechtige stoet naar het plein voor de basiliek Santa Maria Maggiore gebracht. De stoet trekt anderhalve kilometer over de Via Merulana. Het is een stoet waarin alle geledingen van de katholieke Kerk hun eigen kleuren laten zien: de misdienaars en acolieten in het wit, de mannelijke en vrouwelijke religieuzen in allerlei soorten blauw, bruin, grijs en wit, de priesters in het zwart, de bisschoppen in het paars, de kardinalen in het rood, en ten slotte de Paus in het wit. Maar het centrum van de stoet is niet de Paus, maar het Allerheiligste Sacrament, de heilige Hostie in de gouden houder, de monstrans. Hierop is de aandacht van de toeschouwer gericht. Men knielt en buigt eerbiedig het hoofd, want HET IS JEZUS ZELF DIE HIER AANWEZIG IS.

Lauda Sion zijn de woorden, naar de tekst van Sint Thomas van Aquino, waarmee de sequentie op Sacramentsdag begint. De sequentie (naar het Latijnse werkwoord sequi, vervolgen) is een hymne in dichtvorm, die in een plechtige heilige Mis gebeden of gezongen wordt na het Alleluja (dat volgt op de epistellezing) en voor het evangelie. Het lied legt de betekenis van het feest uit.

Sion, loof uw Heil en Hoeder!
Loof nu uwen Vorst en Voeder,
In gezang en jubellied!
Loof! En waag uw stoutste pogen:
Hij gaat allen lof te boven,
Tot Zijn lof volstaat Gij niet!

Keur van stof wordt u op heden
Voorgesteld tot lof en beden:
’t Levend Brood, dat Leven geeft:
’t Brood, dat naar wij zeker weten,
Bij het heilig Avondeten
Hij de Twaalf gegeven heeft.

Vol zij ’t loflied, rijk aan klanken!
Waardig en van vreugde sprank’lend
Zij der ziele jubellied:
Nu wij op dit hooggetij herdenken,
Hoe van ’t Maal, dat Hij ons wilde schenken,
De eerste viering is geschied.

Aan des nieuwen Konings maaltijd
Geeft aan ’t oude Paaslam afscheid
’t Nieuwe Lam van ’t Nieuw Verbond;
’t Nieuwe heeft het Oud’ verjaagd,
Waarheid schaduw weggevaagd,
Duisternis voor licht verzwond.

Wat de Heer bij ’t avondmalen
Deed, gebood Hij te herhalen
Ter gedachtenis aan zijn dood:
En, gehoorzaam, consacreren
Wij, naar Zijn hoogheilig leren
Tot Heilsoffer wijn en brood.

Christenen als geloofsstuk leren;
Dat hier wonderbaar verkeren
Brood in Vlees, en wijn in Bloed.
Wat verstand noch oog doorschouwen,
Hecht geloof in vast betrouwen
- Zij ’t een wonder! – houden doet.

Kostbaarheên van ’t rijkst gehalte
Gaan hier schuil in twee gestalten,
Die slechts lout’re tekens zijn:
’t Bloed als drank, het Vlees als spijze;
Toch blijft onverdeelderwijze
Christus gans in beider schijn.

Niet gebroken bij het eten,
Niet verdeeld, niet stukgebeten:
Nut men Hem gans ongedeerd.
Nutten één of duizendtallen:
Ieder nut zoveel als allen:
En géén nutten Hem verteert.

Goeden, bozen nutten beiden:
Doch hun lot is zeer verscheiden:
Leven of verdoemenis.
Dood de bozen, goeden ’t Leven:
Zie, waar eend’re Spijs gegeven,
Hoe verschillend de uitkomst is.

Wordt ook ’t Sacrament gebroken,
Weifel niet! Houd onweersproken:
Wat is in ’t geheel verstoken,
Schuilt ook gans in ieder deel.
D’inhoud zelf kan niemand breken:
’t Breken raakt alleen het teken:
Van ’t betekende, onbezweken,
Blijft en staat en bouw geheel.

Zie, wat Eng’lenbrood wij prijzen,
Pelgrims voedt op d’aardse reize,
Waarlijk brood, Gods kind tot spijze,
- Wee, die ’t voor de honden gooit! –
Voorbeduid in de oude dagen,
Die het Isaakoffer zagen,
’t Paaslam plechtig opgedragen,
’t Manna den Vaderen gestrooid.

Goede Herder, Brood waarachtig,
Jesu, wees ons arme’ indachtig
Voed ons en behoed ons krachtig:
Maak Uw glorie ons deelachtig
In des Levens land en loon.
Gij, Almogende en Alwijze:
Hier ons stervelingen tot spijze:
Maak ons, de Uwen, ten Paleize,
Gast en erven Heil’gerwijze,
Hun gezel ons in Uw Woon .
Zo zij het. Looft den Heer.
Amen.

22 mei 2016

De Allerheiligste Drie-eenheid, hoogfeest

Wij aanbidden U, heilige Heer, almachtig Vader, eeuwige God. Die met Uw eniggeboren Zoon en de Heilige Geest
één God, één Heer zijt; niet in de eenheid van één Persoon, maar in Drievuldigheid, van één Natuur.
Want hetgeen wij, overeenkomstig Uw openbaring, van Uw heerlijkheid geloven, dat nemen wij ook van Uw Zoon
alsmede van de Heilige Geest zonder enig verschil of onderscheid aan; zodat in het belijden der ware en
eeuwige Godheid, in de personen de eigenschap, en in de natuur de eenheid
en in de majesteit de gelijkheid aanbeden wordt.

Uit: de prefatie van de Allerheiligste Drie-eenheid

Epistel
Rom. 11, 33-36
O diepte der rijkdommen van Gods wijsheid en kennis! Wat zijn toch Zijn oordelen ondoorgrondelijk en Zijn wegen onnaspeurlijk! Wie immers heeft ooit de gedachten des Heren gekend, of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie gaf er eerst aan Hem, zodat hij recht kreeg op vergelding? Want alles is uit Hem en door Hem en voor Hem. Aan Hem de glorie in eeuwigheid. Amen.

Evangelie
Mt. 28, 18-20
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dan, en onderwijst alle volkeren, en doopt hen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest; en leert hen onderhouden alles, wat Ik u bevolen heb. En ziet, Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding der wereld.

Overweging
De Kerk wekt ons vandaag niet zozeer op tot diepzinnige bespiegelingen omtrent het ondoorgrondelijk geheim van de Heilige Drie-eenheid, maar wel tot een lofprijzing van de oneindige God Die ons barmhartigheid heeft bewezen. De Vader heeft ons geschapen en van eeuwigheid voorbestemd tot het geluk waarin wij in Zijn genade staan. De Zoon is voor ons mens geworden, Hij heeft ons de openbaring gebracht over de Vader, Die geen mens ooit gezien heeft, en Hij heeft ons verlost door Zijn bloed. De Heilige Geest is het Die ons heiligt, Die het werk van de Zoon in onze zielen tot voltooiing brengt en ons terugvoert tot de Vader in de hemel.

20 mei 2016

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 21 mei 2016

Zaterdag 21 mei houdt Tom Zwitser, filosoof en vormgever, de lezing voor de Sint-Nicolaasacademie. Hij zal spreken over ‘Permafrost, de Westerse geo¬politiek als revolutie ten opzichte van het christendom’.

De lezing wordt om 10.00 uur voorafgegaan door een H. Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

18 mei 2016

Quatertemperdagen tijdens het Pinksteroctaaf

Woensdag, vrijdag en zaterdag tijdens het Pinksteroctaaf, waarin we ons deze week bevinden, zijn Quatertemperdagen. Deze naam is afkomstig van de Latijnse term 'quator tempora' (vier seizoenen).

Vier keer per jaar (dus in elk van de vier seizoenen) staan Quatertemperdagen op de kalender op woensdag, vrijdag en zaterdag in één bepaalde week. Elke dag kent een eigen liturgie, die zelfs voorrang heeft op bepaalde heiligen. In september vallen de Quatertemperdagen vlak na de aanvang van de herfst, in december worden zij gevierd tijdens de derde week van de Advent (winter), in de lente vallen deze dagen in de week na de eerste zondag van de Vasten. En nu, in de (vroege) zomer, vallen de Quatertemperdagen tijdens het Pinksteroctaaf.

Quatertemperdagen komen voor op de liturgische kalender behorende bij het Missaal van 1962 (Tridentijns Missaal) en hebben hun wortels in vroeg-christelijke tijden. (In 2005 hebben de bisschoppen van Nederland deze dagen opnieuw vastgesteld voor de gehele Kerkprovincie.) In de eerste eeuwen van het christendom was het gebruikelijk om wekelijks te vasten op woensdag en vrijdag. Op woensdag, omdat Christus op die dag is verraden; op vrijdag, omdat Hij op die dag is gekruisigd. In Rome kwam daar de zaterdag bij, de dag waarop Christus in het graf verbleef.

In de derde eeuw raakten de wekelijkse vastendagen wat op de achtergrond, maar werd er juist gevast bij de wisseling van de seizoenen. Zo ontstonden de Quatertemperdagen. Het zijn dagen van gebed, boete, inkeer, vasten en onthouding, In dit Pinksteroctaaf bereidt de Kerk zich in het bijzonder voor op de priester- en diakenwijdingen die zaterdag op vele plaatsen in de Wereldkerk zullen worden toegediend.

De woensdag en zaterdag zijn halve onthoudingsdagen, dat wil zeggen dat het gebruik van vlees uitsluitend is toegestaan tijdens de hoofdmaaltijd. De vrijdag is een volledige onthoudingsdag, zoals alle vrijdagen in het jaar, met uitzondering van kerkelijke feestdagen.

Regelmatig vasten is een oude christelijke traditie. Het gaat erom onze geest te onthechten aan het aardse en te richten op de Heer, onze God. Vasten wapent ons bovendien tegen allerlei grote en kleine bekoringen waaraan we dagelijks zijn blootgesteld.

16 mei 2016

Maandag onder het Octaaf van Pinksteren

Epistel
Hand. 10, 34 en 42-48
In die dagen opende Petrus zijn mond en sprak: Mannen, broeders, ons heeft de Heer opdracht gegeven, om aan het volk te prediken en te getuigen, dat Hij het is, Die door God is aangesteld tot rechter van levenden en doden. Van Hem getuigen al de profeten, dat al degenen die in Hem geloven, door Zijn Naam vergiffenis van zonden verkrijgen. Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, daalde de Heilige Geest neer op allen, die naar de prediking luisterden. En de gelovigen uit de joden, die met Petrus waren meegekomen, stonden verbaasd, dat ook over de heidenen de genade van de Heilige Geest werd uitgestort; want zij hoorden hen in talen spreken en God verheerlijken. Toen nam Petrus weer het woord: Kan dan nog iemand het water tegenhouden, dat deze mensen niet gedoopt worden, die immers de Heilige Geest ontvangen hebben zoals wij? En hij gaf bevel hen te dopen in de Naam van de Heer Jezus Christus.

Sequentie
Daal op ons, o Heil'ge Geest,
zend van uit der heem'len feest
van Uw licht een enk'le straal.

Die der armen Vader zijt,
gaven voor de ziel bereidt,
Licht der harten, kom en daal.

Trooster als geen ander is,
Gast der zielen, zoet en fris
dauwt Gij over ons gemoed.

Bij de arbeid zoete rust,
Gij, Die onze vlammen blust
en de tranen drogen doet.

Zalig, overzalig Licht,
dat Uw dienaars troost en sticht,
vul ons hart ten boorde dan.

Buiten Uw gewijde kracht
is er in der mensen macht
niets dan wat ons schaden kan.

Zuiver dus wat is vermengd,
overstroom wat is verzengd,
heel wie 's lichaams kracht verloor;

buig wat ongebogen staat,
koester wat van kou vergaat,
leid wie bijster werd Uw spoor.

Wie Gij tot Uw dienaars telt,
wie op U vertrouwen stelt,
deel Uw zeven gaven mee.

Geef wat deugd verdiende aan loon,
geef ons Uw genadekroon,
de eeuwige vreugd van 's hemels stee.
Amen. Alleluja.

Evangelie
Joh. 3, 16-21
In die tijd sprak Jezus tot Nicodemus: Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn eengeboren Zoon gegeven heeft, opdat wie in Hem gelooft, niet zou verloren gaan, maar eeuwig leven zou hebben. Want God zond Zijn Zoon in de wereld niet om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door Hem gered zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet gelooft in de Naam van de eengeboren Zoon van God. Dit toch is het oordeel: Het Licht is in de wereld gekomen, maar de mensen hielden meer van de duisternis dan van het Licht; immers hun werken waren slecht. Want iedereen, die kwaad doet, heeft een afkeer van het licht, en hij treedt niet in het licht, opdat niet blijke, dat zijn werken verkeerd zijn. Maar wie handelt naar de waarheid, treedt in het licht, opdat moge blijken dat zijn werken in God gedaan zijn.

15 mei 2016

Hoogfeest van Pinksteren

Epistel
Hand. 2, 1-11
Toen de Pinksterdagen aanbraken, waren al de leerlingen op dezelfde plaats bijeen. En plotseling kwam er van de hemel een gedruis, als bij het opsteken van een hevige wind, en het vervulde geheel het huis, waar zij gezeten waren. En er verschenen hun tongen als van vuur, die uit elkander gingen en zich op ieder van hen nederzetten. En allen werden zij vervuld van de Heilige Geest, en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naar gelang de Heilige Geest hun te spreken gaf. Nu waren er in Jeruzalem joden woonachtig, godvruchtige mannen uit alle volken, die er onder de hemel zijn. Toen nu dat geluid ontstond, liep de menigte te zamen, en men stond versteld, omdat een ieder hen in zijn eigen taal hoorde spreken. Allen waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: Ziet, zijn allen, die daar spreken, geen Galileërs? Hoe horen wij dan ieder de taal van ons geboorteland: Parthen en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judeau en Cappadocië, van Pontus en Azië, van Phrygië en Pamphylië, van Egypte en het gebied van Lybië bij Cyrene, alsook de Romeinen, die hier zijn, zowel joden als Proselieten, Cretenzers en Arabieren - wij horen hen in onze eigen taal verkondigen de grote werken van God.

Sequentie
Daal op ons, o Heil'ge Geest,
zend van uit der heem'len feest
van Uw licht een enk'le straal.

Die der armen Vader zijt,
gaven voor de ziel bereidt,
Licht der harten, kom en daal.

Trooster als geen ander is,
Gast der zielen, zoet en fris
dauwt Gij over ons gemoed.

Bij de arbeid zoete rust,
Gij, Die onze vlammen blust
en de tranen drogen doet.

Zalig, overzalig Licht,
dat Uw dienaars troost en sticht,
vul ons hart ten boorde dan.

Buiten Uw gewijde kracht
is er in der mensen macht
niets dan wat ons schaden kan.

Zuiver dus wat is vermengd,
overstroom wat is verzengd,
heel wie 's lichaams kracht verloor;

buig wat ongebogen staat,
koester wat van kou vergaat,
leid wie bijster werd Uw spoor.

Wie Gij tot Uw dienaars telt,
wie op U vertrouwen stelt,
deel Uw zeven gaven mee.

Geef wat deugd verdiende aan loon,
geef ons Uw genadekroon,
de eeuwige vreugd van 's hemels stee.
Amen. Alleluja.

Evangelie
Joh. 14, 23-31
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Zo iemand Mij bemint, zal hij Mijn woord onderhouden, en Mijn Vader zal hem beminnen, en Wij zullen tot hem komen en Ons verblijf bij hem nemen. Wie Mij niet bemint, onderhoudt Mijn woorden niet. En het woord, dat gij gehoord hebt, is niet van Mij, maar van Hem, Die Mij gezonden heeft, van de Vader. Ik heb u daarover gesproken, zolang Ik bij u was; maar de Helper, de Heilige Geest, Die de Vader zal zenden in Mijn Naam, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen, wat Ik u gezegd heb. Vrede laat Ik u achter; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld geeft, geef Ik u. Laat uw hart niet ontsteld worden, noch vrezen. Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga wel heen, maar Ik kom weer tot u terug. Als gij Mij liefhad, zoudt gij veeleer blij zijn, dat Ik naar de Vader ga; want de Vader is groter dan Ik. En nu heb Ik het u gezegd, vóórdat het gebeurt, opdat gij, wanneer het gebeurt, zoudt geloven. Ik zal niet veel meer met u spreken, want de vorst dezer wereld is op komst. Wel heeft hij over Mij geen macht. Maar de wereld moet inzien, dat Ik de Vader bemin en zó doe, als de Vader Mij heeft opgedragen.

Overweging
De Heilige Geest daalde over de apostelen neer onder geruis als van een hevige windvlaag. Vurige tongen vertoonden zich en zetten zich neer boven ieder van de aanwezigen. Deze neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen was de plechtige openbaring waardoor God aan alle volken en alle tijden toonde, dat Hij het werk van Jezus Christus, dus de stichting van de Kerk, bekrachtigde. De neerdaling - met de wonderbare verschijnselen die haar begeleidden - was het zegel van de goddelijke almacht, dat de Kerk aanwees als een instelling van goddelijke oorsprong waardoor de Heilige Geest de mensen tot hun eindbestemming zou brengen langs de weg van de genade en de waarheid. De Geest daalt neer door tongen van vuur over de apostelen als een teken dat de Kerk de waarheid spreekt en dat deze waarheid alles verteert wat tegen haar gericht is, zoals vuur alles verteert dat kan branden.

Het geheim van het Pinksterfeest, namelijk dat de kracht, de moed en het weten wat te doen van boven komt doordat de Heilige Geest dit alles mededeelt, heeft de apostelen en hun optreden radicaal veranderd. Dit geheim, dat de apostelen ten deel is gevallen, moge ons helpen om de juiste houding in te nemen, de houding die een christenmens waardig is. Een christenmens weet namelijk door de mond van de Kerk, die op de apostelen is gebouwd en die door de Heilige Geest wordt geleid, wat hij moet doen om de stem van de Heilige Geest, Die ons tot heiligheid roept en wil voeren, te beantwoorden.

Na het Pinksterwonder treden de apostelen de wereld in, niet om deel van de wereld te zijn maar om deze te veranderen. Hun optreden zal hun lijden, vervolging en uiteindelijk de dood brengen, maar als ware dienaren Gods volharden zij tot het zoete eind, waar zij deelachtig zullen worden aan het lijden van onze bevrijder, Jezus Christus. Sinds de tijd van de apostelen is hun lot ook het lot van de Kerk geweest. Ook de Kerk deelt in het lijden van Christus, in haar strijd om de zielen uit de hand van de duivel te bevrijden. Bij de neerdaling van de tongen van vuur was de Kerk, die door de apostelen zou worden gedragen, reeds onder hen aanwezig, in de persoon van de heilige maagd Maria, Moeder van de Kerk, en Bruid van de Heilige Geest.

Wij mogen ons, als kinderen van God, niet in de war laten brengen. Blijven wij dan ook luisteren naar de stem van de Heiligmaker Die door de Kerk tot ons spreekt. En sluiten wij onze oren voor het geruis van de wereld die ons die zaligheid wil ontnemen. Moge de Heilige Geest ons daartoe verlichten.

14 mei 2016

Vigilie van Pinksteren

De jaarkring brengt ons in zijn keer
de allerschoonste vreugde weer,
als weer de Geest des Heren wordt
op Zijn discipelen uitgestort.

Vlammen die op hun hoofden staan,
nemen de vorm van tongen aan,
opdat zij rijk aan woorden zijn
en vol van liefde, sterk en rein.

Juist vijftig dagen na het feest
van Pasen kwam de Heilige Geest,
de spanne tijds van ouds gesteld,
waarop de wet der vrijheid geldt.

Wij buigen ons ootmoedig neer,
en bidden U, getrouwe Heer,
geef dat vandaag ook ons doorstraalt
de Geest Die van de hemel daalt.

Aan God de Vader zij de eer
en aan de opgestane Heer
en aan de Geest Die troost en leidt
van eeuwigheid tot eeuwigheid.

11 mei 2016

11 mei: H.H. Philippus en Jacobus de Mindere, apostelen

Philippus en Jacobus de Mindere worden op dezelfde dag gevierd om twee redenen: ze waren beiden apostel én hun relieken rusten op dezelfde plek, namelijk in de kerk van de Twaalf Apostelen (Dodici Apostoli) in Rome.

Philippus, afkomstig uit de stad Betsaïda en leerling van Johannes de Doper, was als prediker actief in het westelijke deel van Klein-Azië en in Frygië. In dat land, meer bepaald in de stad Hiërapolis, stierf hij rond 80 de marteldood. Op bevel van keizer Domitianus werd hij gekruisigd met het hoofd naar beneden. Later werd hem een apocrief (niet als gezaghebbend erkend) evangelie toegeschreven, dat een lange lofzang op de maagdelijkheid is.

Jacobus de Mindere, ook de rechtvaardige genoemd, was een zoon van een zus van de heilige maagd Maria en dus een neef van Jezus, die een paar jaar jonger was. Het toevoegsel ‘de Mindere’ kreeg hij om hem te onderscheiden van de andere apostel Jacobus (de Meerdere). Het predikaat verwijst naar het feit dat hij later dan zijn naamgenoot apostel werd, namelijk in het jaar 31. Jacobus de Mindere werd de eerste bisschop van Jeruzalem en leidde een nogal zonderling bestaan. Zo zou hij zijn haar en baard nooit hebben laten knippen, waste hij zich nooit en liep hij blootsvoets. Het grootste deel van zijn tijd bracht hij al biddend door. Hij hoefde, naar verluidt, zijn armen maar naar de hemel uit te strekken om het te laten regenen. Hij schreef in 59 een epistel, waarvan de hoofdstelling luidt dat geloven alleen maar mogelijk is wanneer men ook goede werken doet. In 62 werd hij valselijk beschuldigd door de hogepriester Ananus, die hem aan het joodse volk uitleverde. Nadat hij had geweigerd zijn geloof af te zweren, werd Jacobus de Mindere van op het dak van de tempel naar beneden geworpen. Hij overleefde de val en vroeg de Heer om zijn moordenaars te vergeven. Daarop werd hij gestenigd en uiteindelijk doodgeslagen met een knuppel.

8 mei 2016

Zondag na de hemelvaart van de Heer


Epistel
1 Petr. 4, 7-11
Veelgeliefden, weest verstandig, en blijft waakzaam in het bidden. Maar vóór alles moet gij elkaar wederkerig een duurzame liefde toedragen; want de liefde bedekt een menigte van zonden. Weest gastvrij jegens elkander, zonder te klagen. Laat iedereen de genadegaven, zoals hij die heeft ontvangen, ook gebruiken tot elkanders nut, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God. Als iemand spreekt, laat het dan zijn als het woord van God; als iemand een ambt uitoefent, laat hij dat doen als uit de kracht, die God verleent; opdat in alles eer gegeven worde aan God door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 15, 26-27 en 16, 1-4
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Wanneer de Helper komt, Die Ik u zal zenden van de Vader, de Geest der waarheid, Die van de Vader voortkomt, dan zal Hij van Mij getuigen; en ook gij zult getuigen, omdat gij van het begin af met Mij zijt. Ik heb over deze dingen tot u gesproken, om te voorkomen, dat gij geërgerd wordt. Men zal u buiten de synagogen sluiten; het uur komt zelfs, dat iemand, die u het leven ontneemt, zal menen een dienst te bewijzen aan God. En zij zullen u dit aandoen, omdat zij noch de Vader kennen, noch Mij. Maar Ik heb u dit alles voorzegd, opdat gij, als het uur daarvan komt, u zult herinneren, dat Ik het u gezegd heb.

Overweging
Christus heeft – vóór Zijn heengaan naar de Vader – aan de apostelen de komst van de Heilige Geest beloofd. Hij zou hun elke waarheid leren, Hij zou met hen en in hen zijn. Dit is de belofte die Christus aan Zijn apostelen geeft en daardoor ook aan de bisschoppen en priesters die hen opvolgen. Maar daarmee houdt de belofte van de komst van de Heilige Geest niet op, want de Heilige Geest zal ook de Kerk van Christus besturen en bewaren, en Hij zal ons allen leiding geven en bewaren. Juist in die mate waarin wij ons aan Hem overgeven, zal Hij ons heiligen. Wij zien dus dat de uitstorting van de Heilige Geest beloofd is aan de gehele Kerk van God, ook al is deze uitstorting verschillend naar stand en roeping.

Wat op aarde gebeurde, onmiddellijk na de hemelvaart van Jezus, was de vervulling van Zijn laatste wens, namelijk dat de apostelen en Zijn heilige Moeder eensgezind bleven in het gebed om de Heilige Geest af te roepen. Zij zetten als het ware het gebed van Christus op aarde voort door de Heilige Geest. En zo verenigt tot op heden het gebed van de Kerk zich met het gebed van Christus in de hemel.

7 mei 2016

Van de pastoor: De Kerk, mystiek Lichaam van Christus

Beminde gelovigen,

Met Pinksteren is de volheid van de verlossingsmysteriën voltrokken. Ik wil u graag in het kort uitleggen wat het betekent om ledemaat van het mystieke Lichaam van Christus te zijn.

Het bovennatuurlijke leven en alle genaden die de mens worden gegeven zijn vruchten van de verlossing. De verlossing zelf berust op het feit dat Christus en Zijn Kerk één mystiek Lichaam vormen, ja zelfs één mystieke Persoon. Daarom zijn het verlossingswerk van Christus, het Hoofd, en de oneindige verdiensten van Zijn lijden, bestemd voor zijn leden, dat wil zeggen voor alle gelovigen die Zijn mystiek lichaam vormen.

De Kerk is het mystieke Lichaam en de volheid van Christus. Christus is haar hoofd, haar voornaamste, onmisbare en volmaakte deel, waaraan alle andere ledematen van het Lichaam hun kracht en leven ontlenen. Bij het doopsel zijn wij op deze innige wijze met Christus verbonden.

Christus kon lijden voor de mensen en boeten voor zonden die Hij niet Zelf bedreven heeft. Hij is het Hoofd van de Kerk, het Lichaam waarvan Hij de verlosser is. Daarom is verlossing uitsluitend te vinden in de Kerk, Zijn Lichaam.

De activiteit van het mystieke Lichaam is de kracht van Christus Zelf. Wij zijn als gelovigen met Hem in één lichaam verenigd. Daarom leven, lijden en sterven wij met Hem, en zullen wij ook met Hem verrijzen. Het doopsel heiligt ons, omdat het tussen Christus en een ziel de vitale verbinding tot stand brengt, waardoor de heiligheid van het hoofd naar de ledematen kan stromen. De andere sacramenten, in het bijzonder de heilige Eucharistie, hebben tot doel deze eenheid tussen het mystieke lichaam en zijn Hoofd te versterken.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor