Sint-Agneskerk Amsterdam

Website van de parochie van de H. Jozef, patroon van de H. Kerk, de Rooms-katholieke personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk te Amsterdam

Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 28 februari 2017, onder voorbehoud van wijzigingen.

Doe mee aan actie Kerkbalans: stort uw bijdrage op bankrekening NL48 ABNA 0589 9700 89 t.n.v. R.-k. parochie H. Jozef

24 februari 2017

Junioracademie

Op zondag 26 februari vindt om 14.00 uur in de grote zaal van de pastorie weer een bijeenkomst plaats van de Junioracademie voor jongeren tussen 18 en 40 jaar.
Jules van Rooyen spreekt over de 200-jarige oorlog, van Napoleon tot Roosevelt, de strijd tussen links en rechts, republikeinen en monarchisten, oost en west.

22 februari 2017

22 februari: Feest van Sint Petrus' Stoel

Voorheen werd op deze dag het feest gevierd van Sint Petrus' Stoel te Antiochië. In het jaar 42 vestigde Petrus zich als paus te Rome. Paus Paulus IV bepaalde dat dit feit op 18 januari plechtig gevierd zou worden.

De viering van de Cathedra van Petrus getuigt van de eenheid in de Kerk, zoals deze vanaf het begin bij de benoeming van Petrus door Jezus is bedoeld. Het is, naast het feest van Petrus' Stoel te Antiochië, het oudste in de kerk. Reeds vanaf de vierde eeuw werd dit feest gevierd.

Sindsdien bestond er in de Kerk een dubbele viering van Petrus' Stoel. Het feest van 18 januari is vervallen. Het is niet de bedoeling de verschillende verblijfplaatsen van Petrus te vieren, maar het primaatschap, het pausschap van Petrus. En dat is in Antiochië altijd het geval geweest. In die stad werden de aanhangers van Jezus voor het eerst christenen genoemd.

Boven het Cathedra-altaar in de Sint Pieter te Rome bevindt zich een bronzen zetel, gedragen door vier kolossale figuren van de kerkvaders Augustinus, Ambrosius (van de Latijnse Kerk), en Athanasius en Johannes Chrysostomus (van de Griekse (Oosterse) Kerk). In die zetel bevindt zich de houten met ivoor ingelegde draagstoel die, volgens een oude traditie, senator Pudens aan de apostel Petrus ten geschenke zou hebben gegeven en door Petrus gebruikt zou zijn bij de prediking.

Gebed
Almachtige God, Die met het overdragen van de sleutels van het Koninkrijk der Hemelen aan Uw heilige Apostel Petrus aan hem ook de macht hebt toevertrouwd om te binden en om te ontbinden, verleen dat wij, op zijn voorspraak, van de ketenen der zonde bevrijd mogen worden. Amen.

19 februari 2017

Zondag Sexagesima

Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien.

Epistel
2 Kor. 11, 19-33; 12, 1-9
Broeders, gij zijt zo welwillend in het verdragen van onverstandige mensen, omdat gij zelf zo wijs zijt! Gij verdraagt het immers, als men u de wet stelt, - als men u uitbuit, als men u beetneemt, - als men verwaand tegen u optreedt, als men u een slag in het gezicht geeft. Ik moet tot mijn schande bekennen: in dit opzicht zijn wij - om zo te zeggen - zwakkelingen geweest. Maar wat een ander aandurft - al is het onverstandig zo te spreken - dat durf ik ook. Zijn zij Hebreën? - ik ook. Zijn zij Israëlieten? - ik ook. Zijn zij afstammelingen van Abraham? - ik ook. Zijn zij dienstknechten van Christus? - ik spreek als een dwaze - ik nog meer; door veelvuldig zwoegen, door veel gevangenschap, door geselslagen zonder tal, door herhaaldelijk doodsgevaar. Vijfmaal heb ik van de joden de veertig min één gekregen; driemaal ben ik met roeden gegeseld; éénmaal ben ik gestenigd; driemaal heb ik schipbreuk geleden, en eens heb ik een dag en een nacht doorgemaakt op de volle zee. Door vele voetreizen, door gevaren van rivieren, door gevaren van rovers, door gevaren van de kant van mijn eigen volk, door gevaren van de heidenen, door gevaren in de stad, door gevaren in de woestijn, door gevaren op zee, door gevaren onder valse broeders. Met werken en zwoegen, dikwijls zonder nachtrust, in honger en dorst, in veelvuldig vasten, in koude en naaktheid. En behalve al dat uitwendige, ook nog mijn dringend werk van iedere dag: de zorg voor alle kerken. Wie is er zwak, zonder dat ik het meevoel? Wie lijdt er ergernis, zonder dat ik vurig word? Als er geroemd moet worden, dan zal ik op mijn zwakheid roemen; God, Die de Vader is van onze Heer Jezus Christus en gezegend is in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. Te Damascus liet de stadhouder van koning Aretas eens de stad van de Damascenen bewaken om mij in handen te krijgen en... door een venster werd ik in een mand langs de muur neergelaten; en zó ontkwam ik aan zijn handen. Als er geroemd moet worden - al heeft het dan geen nut - dan zal ik overgaan tot visioenen en openbaringen des Heren. Ik ken een christenmens, die veertien jaar geleden - met het lichaam: ik weet het niet; of zonder lichaam: ik weet het niet; God weet het; - opgevoerd werd naar de derde hemel. En ik weet, dat die mens - met of zonder lichaam: dat weet ik niet; God weet het; - opgevoerd is naar het paradijs; daar vernam hij toen geheime dingen, waarover een mens niet spreken mag. Op zó iemand zal ik roemen; wat echter mij zelf betreft, zal ik alleen maar roemen op mijn zwakheden. Doch ook al wilde ik roemen, het zou niet onzinnig van mij zijn; want ik zou waarheid spreken. Maar ik wil het niet doen, opdat niemand mij hoger zou achten, dan hij van mij ziet of hoort. En opdat de grote openbaringen mij niet ijdel zouden maken, werd mij een prikkel gegeven in het vlees, een engel van de satan, die mij moet kwellen. Daarom heb ik driemaal tot de Heer gebeden, dat deze van mij zou weggaan. Maar Hij gaf mij ten antwoord: Mijn genade is voor u voldoende; want kracht komt juist bij zwakheid tot volle ontplooiing. Daarom wil ik gaarne roemen op mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij moge wonen.

Evangelie
Lc. 8, 4-15
In die tijd kwam er een talrijke menigte bijeen, die vanuit de steden naar Jezus toestroomde. Dan sprak Hij in een gelijkenis: Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel er een gedeelte op de weg; het werd vertrapt, en de vogels des hemels aten het op. En een ander gedeelte viel op rotsige bodem; het schoot wel op, maar verdorde er bij gebrek aan vochtigheid. Weer een ander gedeelte viel midden tussen de doornen; en de doornen schoten tegelijk mede op en verstikten het. Een ander gedeelte ten slotte viel op goede bodem; het schoot op en droeg honderdvoudige vrucht. Bij deze woorden riep Hij uit: Wie oren heeft om te horen, dat hij hore! Zijn leerlingen nu vroegen Hem, wat deze gelijkenis betekende. En Hij gaf hun ten antwoord: U is het gegeven de geheimen van het rijk Gods volledig te kennen; de overigen echter slechts in gelijkenissen, opdat zij wel zien maar niet inzien, wel horen maar niet begrijpen. Dit nu is de zin van de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods. Waar het op de weg valt, - dat zijn zij, die wel toeluisteren, maar dan komt de duivel, en neemt het Woord weg uit hun hart, opdat zij niet geloven en zalig worden. Waar het evenwel op rotsige bodem valt, - dat zijn zij, die het Woord aanhoren, en met vreugde opnemen; doch zij laten het geen wortel schieten; zij geloven een tijdlang, maar als de beproeving komt, vallen zij af. Wat echter tussen de doornen valt, - dat zijn zij, die wel geluisterd hebben; doch door de zorgen, de rijkdom en de genietingen des levens wordt het bij hen gaandeweg verstikt, zonder dat het vrucht oplevert. Maar wat op goede bodem valt, - dat zij zij, die het Woord met een goed en edel hart aanhoren, het bewaren, en vrucht voortbrengen door te volharden.

Overweging
In de gelijkenis van de zaaier die uitging om te zaaien, waarin het zaad viel zowel op vruchtbare als op onvruchtbare grond, zien wij een dubbel beeld. Het zaad staat voor het leven brengende Woord van God, Zijn genade, en de verschillende typen van grond zijn wij, de mensen, die met het goddelijke Woord in aanraking komen.

Het zaad draagt alles in zich dat nodig is om vrucht voort te brengen. Zo is het ook met de genade van God: Zijn heiligmakende genade bevat alles dat een mens nodig heeft om zalig te worden, want Gods genade is volkomen in zich. Maar om concreet, dus bij een bepaalde persoon, de heiligheid aan te wenden, heeft de genade het nodig om opgenomen te worden. Het Evangelie van vandaag gaat juist over die opname in ons leven.

Wij moeten de genade Gods ons leven laten doordringen. De vrucht van de genade is de heiliging. Kan de genade de grond van ons leven niet doordringen, dan kan zij ook geen vruchten van heiliging voortbrengen en dan verstikt zij door de droogte van de bodem waarop zij is uitgestrooid. Het is dus aan ons om het leven te openen voor Gods Woord en naar Hem toegekeerd te blijven. Wij kunnen niet met Hem willen leven en tegelijkertijd Zijn stem laten overstromen door het lawaai van de wereld en de tirannie van een zondig leven.

Het vasten en de boete dienen om ons leven te openen voor Gods genade, doordat wij ons afwenden van het wereldse en ons richten op God. Wij dienen onszelf kritische vragen te stellen over de keuzen die wij maken in ons leven. Zijn deze keuzen conform de Wil en de wetten van God en Zijn heilige Kerk? Zo niet, dan kan Zijn genade ook niet in ons werkzaam zijn en dan kunnen er geen vruchten van heiliging ontstaan. De hoop op de eeuwige zaligheid is dan een ijdele verblinding.

Nu is er nog tijd om afstand te nemen van de zonde en ons te keren tot God om daarmee de vaste hoop op heiliging en de zaligheid te ontvangen. Wij moeten het harde werk aangaan van het opruimen van onze eigen bodem en iedere hindernis verwijderen zodat de genade Gods een vruchtbare grond zal aantreffen wanneer Hij Zijn Woord in onze ziel zal uitstrooien.

16 februari 2017

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 18 februari 2017

Op zaterdag 18 februari staat de lezing voor de Sint-Nicolaasacademie in het teken van honderd jaar Fatima (1917-2017). Priester Peter Klos, die zich al 25 jaar bezighoudt met de Vrouwe van Alle Volkeren (1945-1959), spreekt over de actuele boodschap van de verschijningen in Fatima. In 1917 veranderde de landkaart van Europa. De heilige Maagd voorspelde het gevaar van de communistische revolutie en de verzwakking van de Kerk. Hoe zit het met het derde geheim?

De lezing wordt om 10.00 uur voorafgegaan door een H. Mis in de kerk.

Zie: De website van de academie.

15 februari 2017

35ste Pinksterbedevaart Parijs-Chartres

In het Pinksterweekeinde op zaterdag 3, zondag 4 en maandag 5 juni 2017 wordt voor de 35ste keer de Parijs-Chartres pelgrimage gelopen. Aan deze driedaagse pelgrimage van in totaal 100 kilometer, waarvan de oorsprong teruggaat tot de twaalfde eeuw en die voert van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Parijs (Cathédrale Notre-Dame de Paris) naar de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Chartres (Cathédrale Notre-Dame de Chartres), nemen elk jaar duizenden enthousiaste bedevaartgangers van over de hele wereld deel. De deelnemers lopen mee in afdelingen (chapitres) per land, regio of parochie van ongeveer 20-60 personen.

De bedevaart gaat van hartje Parijs door het glooiende Noord-Franse platteland naar Chartres en is fysiek zonder meer een uitdaging, een indrukwekkende gang door de prachtige heuvelachtige Franse velden en bossen bovendien, maar vooral een indringende katholieke geloofservaring. De pelgrimage rondom Pinksteren is mariaal en missionair. Zij brengt allen die het sociale koningschap van Christus willen bevorderen bijeen en biedt ieder persoonlijk de gelegenheid zijn of haar roeping als kind van God te verdiepen. Tijdens de bedevaart worden de Missen in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus gecelebreerd.

De Franse organisatie van de bedevaart is in handen van Notre-Dame de Chrétienté. De pelgrimage heeft een sober karakter. Ofschoon je bagage onderweg in vrachtwagens wordt vervoerd van kampement naar kampement, eventuele uitvallers door bezemwagens worden opgepikt en er zowel onderweg als op het kampement ruim professionele medische ondersteuning voorhanden is, dragen deelnemers bijvoorbeeld zelf zorg voor (het opzetten en afbreken van) hun tenten en voedsel en bestaat het dagelijks opfrissen enkel uit stromend koud water (met hooguit voor dames wat extra faciliteiten).

Voor informatie over aanmelding en kosten bij deelname vanuit Nederland, zie de website van de Nederlandse organisator.

12 februari 2017

Winterimpressie: Agnes groet met een 'witte hoed'

Zondag Septuagesima

Epistel
Kor. 9, 24-27; 10 en 11-5
Broeders, weet gij niet, dat de deelnemers aan een wedloop in de renbaan wel allen lopen, maar dat slechts één de zegeprijs verwerft? Aldus moet gij lopen, om die ook te behalen. Maar iedereen, die aan de wedstrijd meedoet, onthoudt zich van alles; en zij nog wel om een krans te winnen, die verwelkt - wij echter om een, die onvergankelijk is. Ik loop daarom zó, niet als in den blinde weg; ik worstel zó, dat ik niet sla in de lucht. Maar ik beuk mijn eigen lichaam, en breng het onder bedwang, om niet - na anderen gepredikt te hebben - zelf verloren te gaan. Want gij moet wel weten, broeders: onze vaderen zijn allen onder de wolk geweest, en allen zij zij door de zee heengegaan, en allen zijn zij gedoopt in de wolk en in de zee tot eenheid met Mozes; en allen hebben zij dezelfde bovennatuurlijke spijs gegeten en allen dezelfde bovennatuurlijke drank gedronken; zij dronken namelijk van een geestelijke rots, die met hen meeging, en die rots was Christus. Maar toch heeft God in de meesten van hen geen welbehagen gevonden.

Evangelie
Mt. 20, 1-16
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een huisvader, die vroeg in de morgen er op uitging, om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. En hij kwam met de arbeiders overeen voor één tienling per dag, en zond hen naar zijn wijngaard. Tegen het derde uur ging hij nogmaals uit en zag weer anderen op de markt werkeloos staan; en hij zeide hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard, en wat billijk is, zal ik u geven. En zij gingen er heen. Opnieuw ging hij uit tegen het zesde en negende uur en handelde op dezelfde wijze. Toen hij echter tegen het elfde uur uitging, vond hij daar nog anderen staan, en hij zeide hun: Waarom staat gij hier de hele dag zonder iets te doen? Zij gaven hem ten antwoord: Omdat niemand ons gehuurd heeft. En hij zeide tot hen: Gaat ook gij naar mijn wijngaard. Toen het nu avond was geworden, sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn opzichter: Roep de arbeiders, en betaal hun het loon uit, te beginnen bij de laatsten en zo vervolgens tot de eersten. Zij, die tegen het elfde uur gekomen waren, traden dan naar voren, en ontvingen ieder een tienling. En toen de eersten kwamen, dachten zij meer te ontvangen; maar ook zij kregen ieder één tienling. En terwijl zij die aannamen, morden zij tegen de huisvader, en zeiden: Die laatsten hebben slechts één uur gewerkt, en hij gaat ze gelijkstellen met ons, die de last van de dag en de hitte hebben gedragen! Maar hij antwoordde aan een van hen: Vriend, ik doe u toch geen onrecht; zijt gij niet met mij overeengekomen voor één tienling? Neem dus wat u toekomt, en ga heen. Ik wil echter ook aan die laatste evenveel geven als aan u. Staat het mij soms niet vrij, te doen, wat ik verkies? Of zijt gij kwaad, omdat ik goed ben? Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Overweging
Deze gelijkenis van de wijngaard en de arbeiders kunnen wij toepassen op ons eigen leven. Elke mens wordt uitgenodigd om door de inspanningen van dit leven het eeuwig rijk te veroveren. Wij gaan naar de wijngaard op verschillende momenten van ons leven. Sommigen worden vroeg in hun kindschap geroepen en blijven trouw werken tot het einde van hun leven; anderen komen later, soms op het laatste moment. Velen zijn begiftigd met kostbare talenten, anderen moeten het met beduidend minder stellen. Maar aan iedereen wordt hetzelfde beloofd: de eeuwige redding. Die is en blijft een gave, een genade van God. Niemand kan zeggen dat hij er recht op heeft of dat hij haar heeft verdiend. Het is duidelijk dat deze gave voor iedereen gelijk is.

De talenten en de omstandigheden kunnen verschillend zijn, maar een ding is zeker: wij worden allen geroepen en uitdrukkelijk aangesteld. Voor allen ligt er een taak gereed, zoals voor de arbeiders uit de parabel. Die is heel aangepast aan onze mogelijkheden en talenten. Wij mogen ons niet met anderen vergelijken.

God weet wie Hij roept en waar Hij Zijn arbeiders plaatst. De taak van anderen is niet de onze. Ieder heeft zijn eigen terrein; van ieder van ons verwacht God iets persoonlijks. Maar de opdracht is altijd dezelfde: het vervullen van Gods Wil, waar en wanneer dan ook. Iets hogers en beters is er niet en kan er ook niet zijn. Wij geven allen een persoonlijk antwoord op Gods persoonlijke uitnodiging aan ons. Iedereen moet dus kijken naar het goede dat hij kan doen en niet naar het goede dat anderen kunnen of moeten doen. Iedereen moet zijn eigen werk doen, onafhankelijk van de tijd waarop hij werd geroepen, onafhankelijk van het werk van anderen.

De uitwendige omstandigheden in ons leven kunnen aanzienlijk verschillen van de situaties waarin een ander leeft en werkt. Maar ook dit is geen waardebepaling. Van belang is of Gods uitverkiezing en Gods welbehagen, Gods Wil en wens als richtlijn zijn genomen bij de aanvaarding en de uitvoering van de arbeid die wij verrichten. Het is niet alleen belangrijk dát wij de opdracht vervullen, maar ook hóe wij dat doen. Men kan Gods Wil doen met nauwelijks enige liefde, maar men kan Zijn Wil ook volbrengen met louter liefde, bezield met het vuur van de liefde. Dat maakt een groot verschil. En dat verschil zit in de liefde.

Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Ook wij zijn geroepen. Wij moeten nu onze taak verrichten om straks tot de uitverkorenen te mogen behoren.

11 februari 2017

Begin van de voorvasten: Zondag Septuagesima

Zondag Septuagesima (zeventigste) is de eerste zondag van de Paaskring, 70 dagen vóór Pasen. Deze zondag wordt gevolgd door de twee andere zondagen van de Voorvasten: Sexagesima en Quinquagesima. Ze zijn een voorbereiding tot de veertigdaagse vastentijd (Quadragesima). Vandaar dat de liturgische kleur paars is en de vreugdezangen (Te Deum, Gloria en Alleluja) niet worden gezongen, behalve op feestdagen die in deze periode voorkomen.

Zonder de periode van de Voorvasten zou men geen enkele voorbereiding hebben op Aswoensdag. De overgang - zo kort na Kerstmis - naar de Grote Vastentijd vraagt om een voorbereidingsperiode, zelfs vanuit een louter psychologisch standpunt bekeken.

Er schuilt veel wijsheid in de traditionele gebruiken van de Kerk.

11 februari: Verschijning van Onze Lieve Vrouw te Lourdes

Bernadette Soubirous kreeg op 11 februari 1858 een visioen van de heilige Maagd Maria in de grot Massabielle bij Lourdes. Er zouden er nog zeventien volgen. Tijdens een van de verschijningen maakte Maria zich bekend als de Onbevlekte Ontvangenis, een begrip dat de zo goed als ongeletterde Bernadette niets zei. Enkele jaren daarvoor was door paus Pius IX het dogma van Maria's Onbevlekte Ontvangenis plechtig afgekondigd. Daarmee bevestigde Maria een door de Kerk afgekondigde geloofswaarheid.

Op de plek van de verschijningen werd een kerk gebouwd ter ere van de Onbevlekte Maagd. Deze groeide uit tot een van de drukst bezochte bedevaartsoorden ter wereld.

De Kerk viert in haar liturgie van vandaag niet het historische feit van de verschijningen maar de persoon van Maria die door Bernadette, een eenvoudig meisje, zondaars tot bekering roept, en in de Kerk nieuwe bezieling wekt voor gebed en naastenliefde, vooral ten dienste van zieken en noodlijdenden. In Lourdes zijn er weinig erkende wonderen (slechts 60 tot 70), maar er is veel geloof, en dat is het grootste wonder. Het is een wonder wanneer een stijve hals soepel wordt, waar een onrustig hart rustig wordt, waar een strakke mondplooi glimlach wordt, waar boosaardige gedachten en wrede scherpzinnigheid verworden tot humor en liefde.

Bij gelegenheid van iets dat alleen arme mensen doen - hout sprokkelen - ontspint zich een van de zuiverste gesprekken ooit gevoerd tussen een menselijk wezen en de Moeder van God, de maagd Maria. Bernadette Soubirous ontdekt dat er ergere dingen zijn dan gebrek, honger, kou, onwetendheid, sociale achteruitgang, ziekte of de dood van kleine kinderen; en deze menselijke ellende is: de zonde. Maar tegelijkertijd ontdekt zij ook dat de ware rijkdom de Barmhartigheid van God is die openstaat voor de zondaar.

10 februari 2017

Van de pastoor: De zichtbare dingen verzwakken de geest

Beminde gelovigen,

Wij staan aan het begin van de voorvastentijd, de voorbereiding op de grote, heilige vasten, die ertoe dient om ons hart en onze ziel voor God te openen, opdat wij ons volledig overgeven aan Zijn heilige Wil.

Het vasten heeft dus als doel om alles wat in ons is overgebleven van de oude mens te vernietigen. Vasten is gericht op de verlossing. Het sluiten van compromissen met of het toestaan van hetgeen ons daarbij in de weg staat is daarom geen optie voor hen die op verlossing hopen.

Dit geldt niet alleen in het geestelijk leven, wij zouden consequent moeten zijn in alle aspecten van het leven. Veel mensen zijn ertoe geneigd te denken of hebben blindelings geleerd dat zij in de zichtbare wereld niet aan deze radicaliteit hoeven te voldoen. Dat is echter niet zo, want het zijn juist vaak de zichtbare dingen die de geest verzwakken. Het vasten is dus niet alleen een innerlijke houding, maar een houding die ook naar buiten wil dringen, een houding die tijd en eeuwigheid in ogenschouw neemt en het onderscheid tussen goed en kwaad weet te maken.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor