Preek voor zondag Sexagesima

Het zaad is het Woord van God.

Epistel
2 Kor. 11, 19-33; 12, 1-9
Broeders, gij zijt zo welwillend in het verdragen van onverstandige mensen, omdat gij zelf zo wijs zijt! Gij verdraagt het immers, als men u de wet stelt, - als men u uitbuit, als men u beetneemt, - als men verwaand tegen u optreedt, als men u een slag in het gezicht geeft. Ik moet tot mijn schande bekennen: in dit opzicht zijn wij - om zo te zeggen - zwakkelingen geweest. Maar wat een ander aandurft - al is het onverstandig zo te spreken - dat durf ik ook. Zijn zij Hebreën? - ik ook. Zijn zij Israëlieten? - ik ook. Zijn zij afstammelingen van Abraham? - ik ook. Zijn zij dienstknechten van Christus? - ik spreek als een dwaze - ik nog meer; door veelvuldig zwoegen, door veel gevangenschap, door geselslagen zonder tal, door herhaaldelijk doodsgevaar. Vijfmaal heb ik van de joden de veertig min één gekregen; driemaal ben ik met roeden gegeseld; éénmaal ben ik gestenigd; driemaal heb ik schipbreuk geleden, en eens heb ik een dag en een nacht doorgemaakt op de volle zee. Door vele voetreizen, door gevaren van rivieren, door gevaren van rovers, door gevaren van de kant van mijn eigen volk, door gevaren van de heidenen, door gevaren in de stad, door gevaren in de woestijn, door gevaren op zee, door gevaren onder valse broeders. Met werken en zwoegen, dikwijls zonder nachtrust, in honger en dorst, in veelvuldig vasten, in koude en naaktheid. En behalve al dat uitwendige, ook nog mijn dringend werk van iedere dag: de zorg voor alle kerken. Wie is er zwak, zonder dat ik het meevoel? Wie lijdt er ergernis, zonder dat ik vurig word? Als er geroemd moet worden, dan zal ik op mijn zwakheid roemen; God, Die de Vader is van onze Heer Jezus Christus en gezegend is in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. Te Damascus liet de stadhouder van koning Aretas eens de stad van de Damascenen bewaken om mij in handen te krijgen en... door een venster werd ik in een mand langs de muur neergelaten; en zó ontkwam ik aan zijn handen. Als er geroemd moet worden - al heeft het dan geen nut - dan zal ik overgaan tot visioenen en openbaringen des Heren. Ik ken een christenmens, die veertien jaar geleden - met het lichaam: ik weet het niet; of zonder lichaam: ik weet het niet; God weet het; - opgevoerd werd naar de derde hemel. En ik weet, dat die mens - met of zonder lichaam: dat weet ik niet; God weet het; - opgevoerd is naar het paradijs; daar vernam hij toen geheime dingen, waarover een mens niet spreken mag. Op zó iemand zal ik roemen; wat echter mij zelf betreft, zal ik alleen maar roemen op mijn zwakheden. Doch ook al wilde ik roemen, het zou niet onzinnig van mij zijn; want ik zou waarheid spreken. Maar ik wil het niet doen, opdat niemand mij hoger zou achten, dan hij van mij ziet of hoort. En opdat de grote openbaringen mij niet ijdel zouden maken, werd mij een prikkel gegeven in het vlees, een engel van de satan, die mij moet kwellen. Daarom heb ik driemaal tot de Heer gebeden, dat deze van mij zou weggaan. Maar Hij gaf mij ten antwoord: Mijn genade is voor u voldoende; want kracht komt juist bij zwakheid tot volle ontplooiing. Daarom wil ik gaarne roemen op mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij moge wonen.

Evangelie
Luc. 8, 4-15
In die tijd kwam er een talrijke menigte bijeen, die vanuit de steden naar Jezus toestroomde. Dan sprak Hij in een gelijkenis: Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel er een gedeelte op de weg; het werd vertrapt, en de vogels des hemels aten het op. En een ander gedeelte viel op rotsige bodem; het schoot wel op, maar verdorde er bij gebrek aan vochtigheid. Weer een ander gedeelte viel midden tussen de doornen; en de doornen schoten tegelijk mede op en verstikten het. Een ander gedeelte ten slotte viel op goede bodem; het schoot op en droeg honderdvoudige vrucht. Bij deze woorden riep Hij uit: Wie oren heeft om te horen, dat hij hore! Zijn leerlingen nu vroegen Hem, wat deze gelijkenis betekende. En Hij gaf hun ten antwoord: U is het gegeven de geheimen van het rijk Gods volledig te kennen; de overigen echter slechts in gelijkenissen, opdat zij wel zien maar niet inzien, wel horen maar niet begrijpen. Dit nu is de zin van de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods. Waar het op de weg valt, - dat zijn zij, die wel toeluisteren, maar dan komt de duivel, en neemt het Woord weg uit hun hart, opdat zij niet geloven en zalig worden. Waar het evenwel op rotsige bodem valt, - dat zijn zij, die het Woord aanhoren, en met vreugde opnemen; doch zij laten het geen wortel schieten; zij geloven een tijdlang, maar als de beproeving komt, vallen zij af. Wat echter tussen de doornen valt, - dat zijn zij, die wel geluisterd hebben; doch door de zorgen, de rijkdom en de genietingen des levens wordt het bij hen gaandeweg verstikt, zonder dat het vrucht oplevert. Maar wat op goede bodem valt, - dat zij zij, die het Woord met een goed en edel hart aanhoren, het bewaren, en vrucht voortbrengen door te volharden.

Preek
Het lijk alsof Sint Lucas in het Evangelie van vandaag iets wil meedelen dat in de ogen van de goddelijke Verlosser bijzonder gewichtig is voor het mensdom.

Hij schetst de situatie als volgt: “Toen er eens een grote menigte bijeen was, daar men uit alle steden naar Hem was toegestroomd...”, alsof Jezus deze mensenmassa heeft afgewacht om een zeer belangrijke parabel te vertellen. (Luc. 8, 1-15) Uit Zijn parabel van het zaad zou men immers kunnen opmaken dat Hij het mensdom – in het bijzonder degenen die ooit van Zijn Evangelie gehoord hebben – in vier groepen verdeelt, namelijk de lichtzinnigen, de zwakken, de wereldse mensen en Zijn trouwe volgelingen.

De zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien... een deel valt langs de weg... het wordt door de vogels opgepikt. Dat zijn zij die het Woord wel horen, maar dan komt de duivel en die neemt het weg uit hun hart.

Een deel valt op de rotsen en verdort. Dat zijn zij die het Woord met vreugde horen, maar bij wie het geen wortel schiet. Een tijdlang geloven ze wel, maar als de beproeving komt dan vallen zij af.

Is deze parabel niet een beeld van de werkelijkheid die zich voor ons allen afspeelt? Zo velen horen het Woord Gods maar het maakt op hen geen indruk. Zij luisteren, zoals zij naar talloos vele dingen luisteren. De duivel heeft geen moeite hun de Waarheid weer te ontfutselen. Anderen zijn vol vreugde, ze zijn zelfs vurig, maar het zit niet diep. Als er offers gevraagd worden, als er verleiding komt, van welke aard ook, dan zijn ze de eersten om te bezwijken. Ze vallen af, ze vergeten de godsdienst van hun jeugd of de vurigheid van hun eerste priesterjaren. En wat eens zo veelbelovend was... verdort.

Als het niet tot afval komt, dan blijft toch de bloei en de vrucht achterwege; het zaad werd tot gewas... het is er... het neemt plaats in, maar van rijkdom en schoonheid is geen spoor te bekennen. Waarom dat alles? Er wordt door de Verlosser slechts één reden genoemd. Zij hebben geen diepte, ze zijn te vaag, zij nemen het leven of Gods Woord niet ernstig genoeg: hun bodem is niet bewerkt. Indien wij niet zorgen voor grote ontvankelijkheid, indien wij het zaad van Gods Woord en van Gods genade niet gretig opnemen in een goed bereide bodem en het niet bewaren, kweken, beschermen en helpen... dan blijkt het onvruchtbaar te zijn. Wij kunnen hierin zien hoe belangrijk de goede wil is, hoezeer onze persoonlijke medewerking noodzakelijk is.

Er is een deel van het zaad dat tussen doornen valt: het wordt door de opkomende doornen verstikt. Gods Woord en Zijn genade, plannen van heiligheid of de priesterlijke wijding bieden geen bescherming als zij ons hart niet vervullen. Men weet zijn hart zo zelden vrij te houden. Zo gemakkelijk wordt ingetogenheid, de heilige reserve, de diepe stilte, gezien als iets van vroegere tijden, iets dat nu volkomen overbodig is. En het zaad is gevallen tussen doornen en wordt verstikt.

Maar een deel van het zaad valt in goede aarde. Het was de goede aarde die het vrucht deed dragen, honderdvoudige vrucht. Dat zijn zij die beginnen met een goed en edel hart... die weten te aanvaarden... die vrucht voortbrengen door volharding.

Het lijkt haast bovenmenselijk als we de woorden van Jezus lezen. Hij vraagt zoveel. Maar vergeten we vooral Zijn genade niet. Waar Hij een krachtige en goede wil ziet, daar komt Hij ons tegemoet met Zijn goddelijke kracht. Hij helpt, Hij troost, Hij redt, Hij voert tot volmaaktheid als iemand werkelijk wil.

Beminde gelovigen, laten wij de aanstaande vastentijd vooral gebruiken om onze aardbodem voor te bereiden voor het zaad dat de goddelijke Verlosser op het Kruis gaat verdienen en in onze harten zal zaaien. Amen.


Weekoverzicht
31 januari tot en met 6 februari 2010

In de afgelopen week zijn onderstaande berichten gepubliceerd op Agnes Online. U kunt ze hier nogmaals aanklikken en bekijken:

1. 31 januari: Verjaardag H.M. koningin Beatrix (video)
2. Preek voor zondag Septuagesima
3. Angelus-toespraak 31 januari 2010: Liefde is het kenmerk van God en van de gelovigen (video)
4. 2 februari: Maria Lichtmis
5. Paus Benedictus XVI benadrukt het belang van de onverkorte verkondiging van de katholieke zedenleer door bisschoppen, priesters en leken (video)
6. Getuigenis over het biechtsacrament

Getuigenis over het biechtsacrament


Bovenstaande video laat een oprechte getuigenis zien van een jongeman over het sacrament van de biecht. Dit sacrament komt donderdagavond 11 februari aan de orde tijdens de catechese voor volwassenen over de zeven sacramenten. Aanvang: 19.30 uur. Voorafgaand is er om 18.45 uur een heilige Mis.


Paus Benedictus XVI benadrukt het belang van de onverkorte verkondiging van de katholieke zedenleer door bisschoppen, priesters en leken

De Kerk heeft het recht om deel te nemen aan het sociale en politieke debat over de toekomst van de samenleving, uit naam van het Evangelie en om de belangrijke morele waarden in herinnering te brengen. Dit zei paus Benedictus XVI afgelopen maandag tijdens zijn toespraak tot de bisschoppen van Engeland en Wales bij de afsluiting van hun ad-liminabezoek.

De Paus keerde zich in zijn toespraak tegen onrechtvaardige beperkingen die religieuze gemeenschappen in het Verenigd Koninkrijk opgelegd krijgen. Enkele wetten, die bedoeld zijn om gelijke behandeling van alle burgers te bevorderen, leiden in de praktijk tot het tegendeel. Zo hebben verschillende Rooms-katholieke adoptiebureaus hun activiteiten moeten staken omdat zij – op basis van recente wetgeving – werden gedwongen om kinderen ook bij homoseksuele paren te plaatsen.

De Paus deed een oproep aan de bisschoppen om – trouw aan het Evangelie – ervoor zorg te dragen dat de katholieke zedenleer volledig en zonder enige terughoudendheid verkondigd wordt. Dat is een recht dat niet botst met de rechten van andere groeperingen in de samenleving. De christelijke boodschap moet eendrachtig en op heldere wijze worden verkondigd. De katholieke gemeenschap dient daarbij met één mond te spreken. Bisschoppen, priesters, catechisten, onderwijzers en schrijvers - ofwel allen die betrokken zijn bij de verkondiging van het Evangelie - moeten voortgaan op de missionaire weg door de Geest te volgen Die de Kerk in de Waarheid begeleidt. Het is de Waarheid die ons vrij maakt; de Waarheid die ons geopenbaard wordt door de heilige Schrift en de Traditie, en die wordt geformuleerd door het Leergezag van de Kerk.



Zie ook het weblog van father John Zuhlsdorf What Does The Prayer Really Say? (Engelstalig).


2 februari: Maria Lichtmis

Op 2 februari verricht de Kerk de plechtige kaarsenwijding, die tot de drie voornaamste wijdingen behoort uit de gehele jaarkring. De twee andere zijn de aswijding en de palmwijding.

De zin van de kaarsenwijding houdt verband met de dag van de Zuivering van de heilige Maagd, dat het geheim is van de veertigste en laatste dag van de Kersttijd. Het Kindje Jezus wordt op die dag in de tempel opgedragen en vrijgekocht, doch slechts bij gelegenheid van Maria’s zuivering, waaruit deze opdracht en vrijkoop voortvloeien.

Sinds de zevende eeuw hebben liturgisten veelvuldig het geheim van de kaarsenwijding verklaard. De kaarsenwas, uit het sap van bloemen, bereid door de bij, die in de oudheid gold als beeld van de maagdelijkheid, betekent volgens Ivo van Chartres in een van zijn preken over dit feest, het maagdelijke Vlees van het goddelijk Kind, dat noch door Zijn ontvangenis, noch door Zijn geboorte Maria’s maagdelijkheid heeft gedeerd. In de kaars moeten wij, aldus de heilige bisschop, het symbool zien van Christus, Die onze duisternis is komen verlichten.

Volgens de heilige Anselmus kunnen wij in de kaars drie dingen beschouwen: de was, de pit en de vlam. De was, bereid door de maagdelijke bij, is het Vlees van Christus; de pit daarin is Zijn Ziel; de vlam die straalt aan de top is Zijn Godheid.

De Kerk nodigt de gelovigen uit om op deze dag kaarsen mee te brengen. Die kunnen ook in de plechtige ceremonie gewijd worden. De met Maria Lichtmis gewijde kaarsen worden niet alleen in de processie gedragen, maar zij moeten met eerbied thuis bewaard worden, om ze te land en te water, zoals de Kerk zegt, met zich mee te nemen en zodoende bijzondere zegen van de hemel af te smeken. Men moet deze kaarsen ook ontsteken bij de stervenden, ter herinnering aan de onsterfelijkheid die Christus voor ons heeft verdiend en als teken van bescherming door Maria.


Angelus-toespraak 31 januari 2010: Liefde is het kenmerk van God en van de gelovigen

Liefde is het kenmerk van God en van de gelovigen. Het is het gedrag van hen die antwoorden op de liefde van God door hun leven af te leggen als een zelfgave aan God en de naaste. Zo sprak paus Benedictus XVI afgelopen zondag tijdens zijn toespraak vóór het bidden van het Angelus. Hij gaf een toelichting op de ‘hymne van naastenliefde’ die de heilige Paulus neerlegt in zijn Eerste brief aan de christenen van Korinthe. De Paus zei dat de Apostel ‘het pad van perfectie toont’ dat bestaat uit naastenliefde ofwel ‘agape’ – dat betekent oprechte liefde. De Paus zei dat als we uiteindelijk, van aangezicht tot Aangezicht, God zullen ontmoeten, dan zullen alle andere gaven minder waard blijken. De enige gave die eeuwig standhoudt is de naastenliefde, want God is liefde en wij zullen aan Hem gelijk worden, in volledige gemeenschap met Hem.

Zo lang we nog in deze wereld leven kan een christen herkend worden aan de naastenliefde. Het is een samenvatting van zijn gehele leven: van wat hij gelooft en hoe hij handelt. Onder verwijzing naar zijn eerste encycliek ‘Deus caritas est’, die geheel gaat over de liefde, sprak de Paus over de liefde die de essentie is van God Zelf, het is de betekenis van de schepping en van de geschiedenis. Het is het Licht dat schoonheid en goedheid schenkt aan elke mens. En Christus is de vleesgeworden Liefde.

Heiligen vormen een hymne op de naastenliefde, aldus de Paus. Hij riep de voorspraak in van de heilige Don Bosco die afgelopen zondag werd herdacht als voorbeeld voor de priesters en de priesterlijke roeping van jongemannen in deze tijd. Na het Angelus-gebed liet de Paus samen met twee jongeren van een Romeinse katholieke jongerenorganisatie twee duiven los als teken van vrede en van hoop voor de wereld.

De volledige Angelus-toespraak van de Paus kunt u hier bekijken en beluisteren:



Preek voor zondag Septuagesima

Gaat ook gij naar mijn wijngaard.

Epistel
Kor. 9, 24-27; 10 en 11-5
Broeders, weet gij niet, dat de deelnemers aan een wedloop in de renbaan wel allen lopen, maar dat slechts één de zegeprijs verwerft? Aldus moet gij lopen, om die ook te behalen. Maar iedereen, die aan de wedstrijd meedoet, onthoudt zich van alles; en zij nog wel om een krans te winnen, die verwelkt - wij echter om een, die onvergankelijk is. Ik loop daarom zó, niet als in den blinde weg; ik worstel zó, dat ik niet sla in de lucht. Maar ik beuk mijn eigen lichaam, en breng het onder bedwang, om niet - na anderen gepredikt te hebben - zelf verloren te gaan. Want gij moet wel weten, broeders: onze vaderen zijn allen onder de wolk geweest, en allen zij zij door de zee heengegaan, en allen zijn zij gedoopt in de wolk en in de zee tot eenheid met Mozes; en allen hebben zij dezelfde bovennatuurlijke spijs gegeten en allen dezelfde bovennatuurlijke drank gedronken; zij dronken namelijk van een geestelijke rots, die met hen meeging, en die rots was Christus. Maar toch heeft God in de meesten van hen geen welbehagen gevonden.

Evangelie
Matth. 20, 1-16
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een huisvader, die vroeg in de morgen er op uitging, om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. En hij kwam met de arbeiders overeen voor één tienling per dag, en zond hen naar zijn wijngaard. Tegen het derde uur ging hij nogmaals uit en zag weer anderen op de markt werkeloos staan; en hij zeide hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard, en wat billijk is, zal ik u geven. En zij gingen er heen. Opnieuw ging hij uit tegen het zesde en negende uur en handelde op dezelfde wijze. Toen hij echter tegen het elfde uur uitging, vond hij daar nog anderen staan, en hij zeide hun: Waarom staat gij hier de hele dag zonder iets te doen? Zij gaven hem ten antwoord: Omdat niemand ons gehuurd heeft. En hij zeide tot hen: Gaat ook gij naar mijn wijngaard. Toen het nu avond was geworden, sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn opzichter: Roep de arbeiders, en betaal hun het loon uit, te beginnen bij de laatsten en zo vervolgens tot de eersten. Zij, die tegen het elfde uur gekomen waren, traden dan naar voren, en ontvingen ieder een tienling. En toen de eersten kwamen, dachten zij meer te ontvangen; maar ook zij kregen ieder één tienling. En terwijl zij die aannamen, morden zij tegen de huisvader, en zeiden: Die laatsten hebben slechts één uur gewerkt, en hij gaat ze gelijkstellen met ons, die de last van de dag en de hitte hebben gedragen! Maar hij antwoordde aan een van hen: Vriend, ik doe u toch geen onrecht; zijt gij niet met mij overeengekomen voor één tienling? Neem dus wat u toekomt, en ga heen. Ik wil echter ook aan die laatste evenveel geven als aan u. Staat het mij soms niet vrij, te doen, wat ik verkies? Of zijt gij kwaad, omdat ik goed ben? Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Preek
Op deze zondag Septuagesima vraagt de Kerk haar gelovigen om zich met hart en ziel goed voor te bereiden op de heilige Vastentijd. De drie zondagen voorafgaand aan Aswoensdag zijn dagen van overgang. In het liturgisch jaar gaan wij van de vreugde van Kerstmis en de Openbaring naar het bezinnen en de boete van de Vastentijd. Als een wijze moeder is de Kerk zich bewust van onze menselijke zwakheid en weet zij hoe moeilijk het voor ons is om van de grote feesten over te gaan naar de geest van het vasten en boete doen. Daarom heeft zij deze overgangsperiode ingesteld. Het is nog niet de echte Vastentijd, maar wij bemerken al de paarse kleur, geen gloria en geen alleluja. De teksten in deze tijd spreken over de zondeval en de redding die uit de hemel komt.

Beminde gelovigen! Het is belangrijk om het Evangelie van vandaag goed te begrijpen. De kern van de les die onze Heer aan de joden gaf, is dat de dag nabij was waarop hun wet zou moeten wijken voor de wet van het Evangelie. Jezus wilde door deze parabel duidelijk maken dat ook de heidenen zijn geroepen om met God een verbond aan te gaan. Heel vaak wordt deze gelijkenis over de arbeiders en de wijngaard niet goed begrepen. Soms wordt er een te grote nadruk gelegd op de onbegrijpelijke gerechtigheid van de wijnheer. Dat heeft met ons menselijk begrip van gerechtigheid niet veel te maken. Maar in dit Evangelie gaat het niet over de sociale rechten van de arbeiders. Het voornaamste zijn de rol van de Kerk, de oproep tot de heidenen, en de verlossing als een reine genade Gods.

Laten wij de gelijkenis nog eens overwegen: In de wijngaard kunnen wij het joodse volk zien dat het eerst werd geroepen. Wij kunnen ook de gehele mensheid in haar verschillende gestalten beschouwen, vanaf het begin van de wereld tot de tijd waarin God Zelf onder ons mensen is gekomen, om hen die in Hem geloven te verenigen in een zichtbare en blijvende gemeenschap. De ochtend van de wereld is de tijd van Adam tot Noach; het derde uur is de tijd van Noach tot Abraham, het zesde uur de tijd van Abraham tot het optreden van Mozes, en het negende uur is de tijd van de profeten tot de komst van onze Heer. Te elfder ure, toen het einde van de wereld nabij scheen, is de Messias gekomen. Hij heeft de grootste weldaden van Zijn barmhartigheid weggelegd voor deze tijd, waarin het heil ook aan de heidenen te beurt zou vallen door de prediking van de apostelen. Door dit mysterie wil Jezus de hoogmoed van de joden beschamen. In het zelfzuchtig verzet van de arbeiders van het eerste uur tegen de huisvader tekent Hij de weerzin die zich van de meeste farizeeërs en schriftgeleerden meester maakte toen zij ook de heidenen tot het heil zagen toetreden. Deze hoogmoed zal naar behoren worden gestraft. Hard en verbitterd geworden zal Israël, dat de hitte van de dag heeft verduurd, worden verworpen; en wij, de heidenen, de werkers van het laatste uur, wij zullen de eersten zijn, daar wij de kinderen zijn van de katholieke Kerk, de Bruid van Gods Zoon.

In de gelijkenis van het Evangelie van vandaag, werken de arbeiders voor een denarie. Het is een symbool van onze redding. Iedereen is ertoe geroepen, maar het blijft altijd een vrije gave van Gods barmhartigheid. Wij moeten het goed begrijpen: Niemand kan zeggen dat hij er recht op heeft, dat hij het heeft verdiend. De verlossing is een gave, een reine genade van God. Wij krijgen die gave door de oneindige verdiensten van Jezus Christus Die haar volheid aan de katholieke Kerk heeft toevertrouwd.

Als wij de redding als een vrije gave van God beschouwen, dan zou het ons duidelijk moeten zijn dat die voor iedereen gelijk is. Dus elke arbeider, ongeacht het uur dat hij is begonnen te werken, krijgt hetzelfde loon. De verlossing blijft dezelfde genade zowel voor degenen die in de ochtend geroepen zijn als voor degenen die op het laatste moment met de arbeid beginnen. Die genade is dus niet afhankelijk van de tijd waarop iemand begint te werken. De joden waren de eersten, en zij hebben de hitte van de dag moeten doorstaan. Maar toch zijn zij verworpen, omdat zij niet trouw zijn gebleven. Het is niet genoeg om met de arbeid te beginnen of de roep van God te beantwoorden. Wij moeten de arbeid ook goed vervullen en trouw blijven aan deze roep tijdens de hele ‘dag van ons leven’.

Beminde gelovigen! De roeping van de verschillende arbeiders kunnen wij ook als de roeping van ieder van ons beschouwen. Wij moeten de wijngaard van onze ziel bewerken. God heeft ons Zijn verlossing beloofd. Al blijft die verlossing Zijn genade, toch moeten wij goed werken om haar te veroveren. Niemand van ons weet hoeveel tijd hij nog heeft voordat hij zijn leven moet verantwoorden. En niemand van ons kan zeggen dat hij al genoeg heeft gewerkt en zijn loon heeft verdiend. Wij moeten elke dag in alle omstandigheden van het leven Gods wet bewaren en volgens Zijn leer leven. Nemen wij de waarschuwing die Jezus vandaag geeft toch ernstig: velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren. Amen.


31 januari: Verjaardag H.M. koningin Beatrix

Domine, salvam fac reginam nostram