31 januari 2015

Begin van de voorvasten: Zondag Septuagesima

Zondag Septuagesima (zeventigste) is de eerste zondag van de Paaskring, 70 dagen vóór Pasen. Deze zondag wordt gevolgd door de twee andere zondagen van de Voorvasten: Sexagesima en Quinquagesima. Ze zijn een voorbereiding tot de veertigdaagse vastentijd (Quadragesima). Vandaar dat de liturgische kleur paars is en de vreugdezangen (Te Deum, Gloria en Alleluja) niet worden gezongen, behalve op feestdagen die in deze periode voorkomen.

Zonder de periode van de Voorvasten zou men geen enkele voorbereiding hebben op Aswoensdag. De overgang - zo kort na Kerstmis - naar de Grote Vastentijd vraagt om een voorbereidingsperiode, zelfs vanuit een louter psychologisch standpunt bekeken.

Er schuilt veel wijsheid in de traditionele gebruiken van de Kerk.

31 januari: Heilige Johannes Bosco, belijder

Giovanni (Johannes) Bosco werd geboren in het stadje Castelnuovo d’Asti (tegenwoordig: Castelnuovo Don Bosco) vlakbij Turijn (Italië) op 16 augustus 1815. Toen hij twee jaar oud was stierf zijn vader, Francesco Bosco, een arme boer. (Zijn moeder is Margherita Occhiena. In 2006 werd zij door paus Benedictus XVI eerbiedwaardig verklaard, een voorstadium van een zaligverklaring.)

Hoewel Johannes geen gemakkelijke jeugd had, lukte het hem in 1841 zijn studies af te ronden en de priesterwijding te ontvangen. Tijdens zijn priesterschap leerde Don Bosco de trieste levensomstandigheden van jongens kennen in de voorsteden van Turijn. Jonge mensen doolden door de straten, veelal werkloos dreigden zij verloren te lopen. Hij wilde een eind maken aan de sociale wantoestanden.

Het begon met een ontmoeting met een ontmoedigde jongen. De jongen bracht na een goed gesprek vrienden mee. Zo groeide een centrum waar de jongens terecht konden. Met zijn grote hartelijkheid en optimisme lukte het hem om groepjes jongens te onderwijzen in het geloof. Hij stichtte een bibliotheek voor de jeugd, en schreef een boek, getiteld ‘De verstandige jongen’, over de opvoeding van kinderen. Het werd een bestseller.

Johannes probeerde goede afspraken te maken tussen de jongens en werkgevers. Hij bouwde huizen, waar arme jongens konden uitgroeien tot geschoolde werkkrachten, eerlijke mensen en goede christenen.

Don Bosco liet zich niet meeslepen in de politieke en sociale twistpunten van die dagen. Hij streefde naar het onmiddellijk haalbare. Daarvoor had hij de steun en de medewerking van iedereen nodig. Dankzij de hulp van velen heeft hij de armen goed gedaan.

In 1859 stichtte hij de mannelijke congregatie der Salesianen, genoemd naar de heilige Franciscus van Sales, voor wie hij een grote bewondering had, en in 1872 stichtte hij voor vrouwen de Dochters van Maria.

In 1862 kreeg Don Bosco een visioen. Daarin ziet hij het schip van de Kerk met op de boeg de Paus door een woeste zee varen. Het schip kan zich alleen handhaven door zich vast te klampen aan twee grote zuilen. Op de ene zuil staat een grote hostie, op de andere zuil staat de heilige maagd Maria, als Hulp der Christenen.

Don Bosco had een grote liefde voor het Allerheiligste Sacrament des Altaars en voor de Moeder Gods, Maria. Zonder financiële middelen liet hij voor haar een kerk bouwen, ter ere van de Hulp der Christenen. De giften stroomden binnen, waarmee het werk voltooid kon worden.

Er zijn meerdere getuigenissen van mensen die hem hebben zien zweven toen hij na afloop van een heilige Mis in aanbidding was neergeknield voor het Allerheiligste Altaarsacrament. Toen hij na de consecratie in een heilige Mis eens merkte dat er veel te weinig hosties waren voor de talrijke menigte die wilde communiceren, sloeg hij zijn ogen op ten hemel, waarna hij de hosties in de ciborie zag vermeerderen. Er bleken genoeg hosties te zijn voor iedereen, zonder dat hij er ook maar een hoefde te breken. Later zei hij daarover: “De Macht Die het wonder van de transsubstantiatie kan volbrengen, zal ook een vermeerdering niet in de weg staan.”

Don Bosco stierf op 31 januari 1888, 72 jaar oud, in Turijn. Hij werd begraven in de kerk van de Salesianen in Turijn. Paus Pius XI verklaarde hem in 1934 heilig.
Hij is patroon van Castelnuovo Don Bosco; circusartiesten, dansers, leerjongens, schooljongens, jeugd en jongeren in het algemeen, jeugdzielzorgers en uitgevers.

In Vlaanderen bestaan vele Don-Bosco-scholen, waaronder enkele internaten. In Nederland staat in Volendam een scholengemeenschap die zijn naam draagt: het Don-Bosco-college.

30 januari 2015

Kerkbalans 2015

Het is inmiddels twee jaar geleden dat de personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie, toegewijd aan de heilige Jozef, werd opgericht bij onze kerk. Dit jaar houden we - net als alle andere Nederlandse parochies - ook de actie Kerkbalans, waarvan de opbrengst geheel ten goede komt aan de Sint-Jozefparochie.

Alle kosten die verband houden met het kerkgebouw en het parochiële leven moeten door de parochie zelf worden gedragen. Daarin is onze parochie geen uitzondering. De huidige bijdragen dekken tot nu toe de dagelijkse kosten, zoals belastingen, nutsbedrijven en klein onderhoud. Dit jaar zal echter gestart worden met het groot onderhoud (restauratie) van het kerkgebouw en de helft van die kosten zal ook door de parochie zelf moeten worden opgebracht.

U kunt uw bijdrage overschrijven naar rekening NL48 ABNA 0589 9700 89 ten name van R.-k. parochie H. Jozef te Amsterdam onder vermelding van ‘Kerkbalans 2015’. Uw gift is dan onder de gebruikelijke voorwaarden aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Wilt u meer belastingvoordeel ontvangen en dus ook meer kunnen geven, dan kunt u contact opnemen met de penningmeester van het parochiebestuur.

Uw bijdragen worden in dankbaarheid ontvangen!

29 januari 2015

29 januari: Heilige Franciscus van Sales, bisschop, belijder en Kerkleraar

Franciscus werd geboren op kasteel Sales bij Thorens (Savoye, Frankrijk) op 21 augustus 1567 in een adellijke familie. Hij studeerde theologie in Parijs en in Padua. Zijn vader had een huwelijk voor hem gearrangeerd, maar hij weigerde te trouwen omdat hij priester wilde worden. In 1593 werd hij proost van het kapittel van Genève.

Sinds de reformatie was Genève een bolwerk van calvinisme. De bisschop van deze stad was uitgeweken naar Annecy. Van daaruit probeerde Franciscus veel protestanten in Savoye te bekeren. In 1602 werd Franciscus bisschop van Genève.

Hij stond bekend als een uitstekend prediker, om zijn liefde voor de armen en vanwege zijn boeken. Zijn meest bekende boek was 'Inleiding tot het Devote Leven'. Samen met de heilige Frances de Chantal stichtte hij in 1610 de vrouwelijke orde van de Visitandinnen.

Op 28 december 1622 stierf hij te Lyon. Zijn graf in Annecy werd al snel een bedevaartsoord. In 1665 werd hij door paus Alexander VII heilig verklaard. Paus Pius IX riep hem in 1877 uit tot Kerkleraar.

Toen de heilige Johannes 'Don' Bosco in 1859 zijn religieuze congregatie stichtte die vooral ten doel had kansarme kinderen op te voeden en een ideaal te geven, noemde hij zijn stichting 'Salesianen', naar Franciscus van Sales.

Hij is patroon van kanton, stad en bisdom Genève, van Annecy en Chambéry, van de Salesianen, journalisten, schrijvers, uitgevers en van de katholieke pers.

25 januari 2015

Derde zondag na Driekoningen

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts een woord, dan zal mijn knecht genezen.

Epistel
Rom. 12, 16-21
Broeders, meent niet, dat gij de wijsheid bezit. Vergeldt niemand kwaad met kwaad, maar weest bedacht op het goede, niet alleen voor het oog van God, maar ook voor het oog van alle mensen. Als het mogelijk is, leeft dan met iedereen in vrede, voor zover het van u afhangt. Geliefden, oefent zelf geen wraak; maar laat dat over aan de gramschap Gods; want er staat geschreven: "Aan Mij de wraak: Ik zal vergelden, zegt de Heer." Integendeel, als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten; als hij dorst heeft, geef hem te drinken; want als gij dat doet, stapelt gij vurige kolen op zijn hoofd. Laat u niet overwinnen door het kwaad; maar overwin het kwade door het goede.

Evangelie
Mt. 8, 1-13
In die tijd, toen Jezus van de berg was afgedaald, volgde Hem een talrijke menigte, en zie, daar kwam een melaatse tot Hem, die zich voor Hem neerwierp en zei: Heer, zo Gij wilt, kunt Gij mij reinigen. En Jezus strekte de hand uit, raakte hem aan, en sprak: Ik wil het; word gereinigd. En terstond was hij van de melaatsheid gereinigd. Dan zei Jezus tot hem: Zorg, dat gij het aan niemand zegt, maar ga u vertonen aan de priester en de gave offeren, die Mozes heeft voorgeschreven; dan hebben zij een bewijs. Toen Hij nu in Capharnaum kwam, trad er een honderdman op Hem toe met de bede: Heer, mijn dienstknecht ligt thuis verlamd en lijdt hevige pijnen. En Jezus zei tot hem: Ik zal komen om hem te genezen. Doch de honderdman antwoordde: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts een woord, dan zal mijn knecht genezen. Immers ik sta zelf ook onder gezag, maar ik heb weer soldaten onder mij; en tot de een zeg ik: Ga, en hij gaat; en tot een ander: Kom, en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dit, en hij doet het. Toen Jezus dat hoorde, stond Hij verwonderd, en Hij zei tot die Hem volgden: Voorwaar Ik zeg u: zo'n groot geloof heb Ik in Israël niet gevonden. Doch Ik zeg u, velen zullen er komen van Oost en West, en met Abraham, Isaak en Jacob aanzitten in het rijk der hemelen; maar de kinderen van het rijk zullen buiten geworpen worden in de duisternis; daar zal het zijn: geween en geknars der tanden. Dan sprak Jezus tot de honderdman: Ga heen, en u geschiede overeenkomstig uw geloof. En op hetzelfde uur werd de knecht weer gezond.

Overweging
De teksten van de Mis van de derde, vierde, vijfde en zesde zondag na Driekoningen getuigen van de godheid van onze Heer, van het feit dat Hij wonderen deed, en van de verering die wij Hem verschuldigd zijn. In deze tijd na Driekoningen houdt de Kerk niet op om ons te wijzen op de godheid van de Heer en daarmee op Zijn koningschap over de mensheid. Hij is de Koning der joden en tegelijkertijd Koning der heidenen. De Kerk houdt ons vandaag een Evangelielezing voor met twee wonderen, waarmee de Heer Zijn goddelijk Zoonschap bewijst aan beiden. Het eerste wonder wordt verricht aan een melaatse uit het uitverkoren volk der joden, die werd gebonden door de wet van Mozes; het tweede wonder aan een honderdman, die - zoals de Heer Zelf reeds aangeeft - niet afkomstig is uit Israël.

De melaatse wordt gereinigd door een woord van Jezus. Hij krijgt de opdracht zich te vertonen aan de priester als getuigenis van de godheid van Christus. De honderdman getuigt zelf dat onze Heer Jezus Christus God is door zijn vertrouwen en door zijn nederige woorden, die de Kerk dagelijks legt op de lippen van de gelovigen tijdens de heilige Mis. Door zijn geloofsgetuigenis verkrijgt hij van Jezus het wonder waarom hij vroeg.

Alle volkeren zullen delen in het hemelse feest waarbij de godheid van onze Heer het voedsel van hun ziel zal zijn. Zoals in een feestelijke bruiloftszaal zal het daar licht en warm zijn. In schril contrast daarmee staan de pijnen van de hel en de straffen van hen die de godheid van Christus afwijzen. Zij zullen verkeren in kou en duisternis.

Laten ook wij door onze daden getuigenis geven van de godheid van Christus, opdat wij Zijn koninkrijk mogen binnengaan. Laten wij, door goedheid te betonen aan wie ons haten, vurige kolen stapelen op hun hoofden, zoals het epistel van vandaag ons voorhoudt. Dat betekent dat onze grootmoedigheid hen in verwarring brengt, waardoor ze geen rust zullen krijgen totdat ze het onrecht dat ze ons hebben aangedaan hebben rechtgezet. Op die manier maken we het mysterie van de Openbaring van de Heer tot een werkelijkheid in ons eigen leven. Christus' Koningschap manifesteert zich over alle mensen die in Hem verenigd zijn door hun gemeenschappelijk geloof in Zijn godheid; zij zullen elkaar liefhebben als broeders en zusters. De heilige Augustinus zegt het als volgt: "Liefdadigheid is het gevolg van de genade van het geloof in Jezus Christus."

21 januari 2015

21 januari: Heilige Agnes, maagd en martelares, patrones van ons kerkgebouw

De oudste bronnen over Agnes vertellen dat zij in problemen was geraakt doordat ze geweigerd had met de zoon van de Romeinse stadsprefect te huwen. Ze wilde haar maagdelijkheid niet prijsgeven omdat ze zichzelf als bruid aan Christus had toegewijd. De stadsprefect leverde haar daarom over aan antichristelijke rechters.

Onder bedreiging van gruwelijke lijfstraffen werd ze gedwongen haar geloof af te zweren. Agnes hield stand en werd veroordeeld tot verkrachting en een bestaan als seksslavin. In het bordeel werd ze opgezocht door de zoon van de stadsprefect. Toen hij haar wilde aanraken, werd hij door een bovennatuurlijke kracht teruggeworpen waardoor hij dood neerviel. Daarop liet de prefect haar als heks veroordelen. Ze werd in het stadion van Domitianus in een groot vuur geworpen. Omdat de vlammen haar lichaam intact lieten, werd Agnes uiteindelijk onthoofd.

Agnes werd na haar dood geroemd door tal van kerkvaders en dichters. Zo maakte paus Damasus I (366-384) haar grafschrift. Zij werd bijgezet in de Cappella di Sabina in Rome.
Ook Sint Ambrosius van Milaan (339-379) schreef over haar. Habetis igitur in una hostia duplex martyrium, pudoris et religionis: et virgo permansit et martyrium obtinuit (‘Aanschouwt daarom in dit slachtoffer een dubbel martelaarschap: van bescheidenheid en van godsvrucht. Zij bleef maagd en verkreeg de kroon van het martelaarschap’), schreef Ambrosius in zijn homilie De virginibus. De bekende dichter Prudentius (348-405) roemde haar moed en haar trouw aan Christus in hymne 14 in zijn Peristephanon.

Op de locatie waar Agnes de marteldood stierf, staat nu de naar haar vernoemde Sant’Agnese in Agone. Deze barokkerk staat aan de Piazza Navona, waar in heidense tijden het stadion van Domitianus stond.

Jaarlijks worden op 21 januari in de grafkerk van de martelares twee lammeren gezegend. De reden hiervoor schuilt in de betekenis van haar naam. Agnus is Latijn voor ‘lam’ en agnos is Grieks voor 'rein'. De zuivere lamswol wordt gebruikt voor het pallium (kerkelijk rangonderscheidingsteken in de vorm van een schouderstool) van de aartsbisschoppen.

Agnes behoort met Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Cecilia en Anastasia tot de maagd-martelaressen die worden genoemd in de Canon (Eucharistisch gebed) van de Romeinse Ritus.

18 januari 2015

Viering van het feest van Sint Agnes, maagd en martelares (commemoratie: Tweede zondag na Driekoningen)

U bemint het recht en u haat het onrecht; daarom heeft God, uw God,
u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken. (Ps. 44, 8)

Heilige Agnes, bid voor ons.

Epistel
Wijsh. 51, 1-8, en 12
Ik wil U loven, Heer, koning, en U prijzen als mijn God en redder. Ik wil Uw naam loven, omdat U mijn beschermer en helper bent geweest en mij hebt gered van de dood, van de strikken, door lastertongen gelegd, van de lippen die leugentaal uitslaan. Tegenover degenen die mij aanvielen bent U mijn helper geworden en zo groot als Uw medelijden en Uw naam zijn, hebt U mij verlost uit de strikken van degenen die op buit loerden, uit de hand van degenen die mij naar het leven stonden, uit de vele noden die mij overkwamen, uit het verstikkende vuur waarmee de brandstapel mij omgaf; midden uit de vlammen, die ik niet had aangestoken, uit de diepe schoot van de onderwereld, verlost van de vurige tong en het lasterlijke gepraat, van de scherpe pijlen van de onrechtvaardige tong. Ik was vlak bij de dood gekomen: ik stond aan de rand van het dodenrijk, zo diep. Aan alle kanten omsingelden ze mij en er was niemand die mij hielp. Ik keek uit naar steun van mensen, maar die was er niet. Toen dacht ik, Heer, aan Uw barmhartigheid, en aan Uw weldaden, van oudsher bewezen: U helpt degenen die op U hopen en redt hen uit de hand van hun vijanden want U hebt mij van de ondergang gered en mij op de dag van het ongeluk geholpen Daarom zal ik U loven en prijzen en de naam van de Heer zegenen.

Evangelie
Mt. 25, 1–13
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen de volgende gelijkenis voor: Het zal met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. Maar de verstandige namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, dommelden ze allemaal in. Midden in de nacht klonk er geroep: “Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!” Toen stonden alle meisjes op en maakten hun lampen in orde. De domme zeiden tegen de verstandige: “Geef ons van jullie olie, want onze lampen gaan uit.” Maar de verstandige gaven ten antwoord: “Nee, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en voor jullie; ga liever naar de verkopers en koop voor jezelf.” Toen ze weg waren om te kopen, kwam de bruidegom, en de meisjes die klaar stonden, gingen met hem mee naar binnen voor de bruiloft, en de deur ging dicht. Later kwamen ook de andere meisjes en riepen: “Heer, heer, doe open voor ons.” Maar hij antwoordde: “Ik verzeker jullie, ik ken jullie niet.” Weest dus waakzaam, want ge kent dag noch uur.

Overweging
Het leven en sterven van de heilige Agnes vormen een getuigenis van de overweldigende genade die het geloof als omvormende kracht aan een mens verleent; een getuigenis van liefde voor en overgave aan Jezus Christus. Als twaalfjarig beeldschoon meisje kiest zij voor het lijden dat haar tot het martelaarschap zal brengen. Het alternatief was om een heidense jongeling met een stralende toekomst te trouwen en dus ook zelf van de aardse goederen te kunnen genieten. Maar de heilige Agnes was vervuld van een andere liefde. Haar hoop was niet gevestigd op dit kortstondige en wisselvallige leven op aarde en het schijnschoon dat onze geest zo eenvoudig kan verblinden. De liefde van Sint Agnes was een zuivere overgave aan de hemelse Bruidegom in een verheven geestelijke liefde.

Zij is een voorbeeld van hoe wij als christenen zouden moeten leven. Niet dat ieder van ons fysiek zijn of haar leven hoeft te geven, maar haar bereidheid daartoe toen het van haar werd gevraagd, mag voor ons een voorbeeld zijn om na te volgen. Deze bereidheid bestaat er uit dat Christus voor ons de alles-overtreffende werkelijkheid en het doel van ons bestaan is. Daaruit vloeit de onthechting aan aardse zaken voort, zelfs de onthechting aan het eigen ik. De martelaren hebben hun leven gegeven op die momenten waarop de wereld hun wilde verhinderen om met Christus verenigd te blijven door onmogelijke eisen aan hen te stellen. Zij werden ter dood gebracht omdat zij niet wilden zondigen en wél met Christus verenigd wilden blijven. Dit is de kracht van het geloof dat wij belijden. Dit is de werkelijkheid van Hem Die wij als verlosser hopen te mogen ontmoeten.

Vragen wij ons in alle ernst af: Zijn wij vervuld van deze werkelijkheid van het geloof? Waarschijnlijk niet in die mate waarin Sint Agnes het was. Voor ons staan echter de bronnen van de genade nog open door de sacramenten en vooral de heilige Mis. Laten wij die gebruiken en ons leven heiligen, in navolging van onze patrones en uit zuivere liefde tot Christus.

15 januari 2015

Nieuwjaarsreceptie / Agnesfeest op zondag 18 januari

Op zondag 18 januari bent u van harte welkom om nieuwjaarswensen uit te wisselen tijdens de nieuwjaarsreceptie in de grote zaal van de pastorie na de gezongen Hoogmis ter ere van Sint Agnes, die wij die dag vieren.

Als iedereen een (koud) gerecht(je) meebrengt, dan kunnen wij een feestelijk buffet met elkaar delen.

Er vindt die middag een veiling plaats van vele religieuze artikelen. De opbrengst komt ten goede aan de komende restauratie van de kerk.

Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 17 januari 2015

Op zaterdag 17 januari 2015 belicht kunstschilder Paul van Dongen de katholieke kunst van het afgelopen decennium in zijn lezing voor de Sint-Nicolaasacademie.

Vanaf 13.30 uur is er voor belangstellenden een rondleiding langs zijn eigen werk in een Amsterdamse galerie. De lezing begint rond 11.00 uur in de grote zaal van de pastorie. Voorafgaand wordt er in de kerk om 10.00 uur een gelezen H. Mis opgedragen.

Zie: De website van de academie.

13 januari 2015

13 januari: Doop van de Heer, feest

Op deze dag, een week na de Openbaring des Heren, vieren wij het Doopsel van de Heer. Het was de eerste daad van Zijn openbaar leven, die door de vier Evangeliën vermeld wordt. Tot de leeftijd gekomen van ongeveer dertig jaar, verliet Jezus Nazareth, ging naar de rivier de Jordaan en liet zich te midden van vele mensen door Johannes dopen. De Evangelist, de heilige Marcus, schreef: “Op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemel: “Gij zijt Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” (Mc. 1, 10-11). Deze woorden “Gij zijt Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde” openbaren wat het eeuwige leven is: de kinderlijke band met God, zoals Jezus die beleefd heeft. Hij heeft ons deze kinderlijke band geopenbaard en gegeven.

Geliefde vrienden, hoe groot is de gave van het Doopsel! Als wij ons daar ten volle rekenschap van geven, zou ons leven een ononderbroken “dank U” zijn. Wat een vreugde voor christelijke ouders die uit hun liefde een nieuwe mens zagen geboren worden en hem naar de doopvont dragen en in de schoot van de Kerk zien herboren worden voor een leven dat geen einde kent! Gave, vreugde, maar ook verantwoordelijkheid! De ouders, peters en meters moeten hun kind namelijk opvoeden volgens het Evangelie.

Paus Benedictus XVI