Vandaag in de Agneskerk

De kalender is bijgewerkt tot en met 31 juli 2015, onder voorbehoud van wijzigingen.

27 juli 2015

27 juli: Heilige Pantaleon, martelaar

Pantaleon was het kind van een christelijke moeder en een heidense vader. Zijn vader bekeerde zich nadat Pantaleon een blinde genas door Jezus aan te roepen. Op basis van zijn genezende gave werd hij in dienst genomen als lijfarts door keizer Maximianus.

Toen Pantaleon de vrouw van de keizer tot het christendom trachtte te bekeren, werd hij gevangengenomen en aangeklaagd. Ondanks martelingen bleef hij standvastig. Bij een poging hem te onthoofden werd zijn schedel gespleten maar vloeide er geen bloed maar melk uit de wond.

Pantaleon wordt als martelaar vereerd. Hij is een van de veertien helpers in nood. De anderen zijn Achatius, Barbara, Blasius, Catharina, Christoffel, Cyriacus, Dionysius, Egidius, Erasmus, Eustachius, Joris, Margaretha en Vitus.

Hij is patroon van de Duitse stad Keulen en de Portugese stad Oporto. Hij is beschermheilige van artsen, chirurgen en apothekers, van kraamverzorgsters, vroedvrouwen, bakers en minnen (waarschijnlijk vanwege de melk die vloeide bij zijn onthoofding), en ook van huisdieren. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijnen, tuberculose, vermagering en vereenzaming, tegen sprinkhanenplagen en allerlei veeziekten.

In het oosten, waar hij behoort tot de grote heiligen, wordt hij afgebeeld als jonge man zonder baard; vaak met het kruis van zijn martelaarschap in de hand. In het westen ziet men hem meestal in de houding van zijn martelaarschap: vastgebonden aan een olijf- of palmboom met beide handen boven op zijn hoofd vastgespijkerd, of met zijn definitieve martelwerktuig: de bijl.

26 juli 2015

Negende zondag na Pinksteren

Jezus weent over Jeruzalem.

Epistel
1 Kor. 10, 6-13
Broeders, laten wij geen begeerten koesteren naar het kwade, zoals zij (de Israëlieten) dat hebben gedaan. Wordt dus geen afgodendienaars, zoals sommigen van hen; er staat immers geschreven: “Het volk zette zich neer om te eten en te drinken, en zij stonden op om te spelen.” Laten wij ook geen onkuisheid bedrijven, zoals sommigen van hen zich overgaven aan ontucht; en op één dag vielen er drieëntwintigduizend. En laten wij Christus niet tergen, zoals sommigen van hen dat hebben gedaan; en zij kwamen om door de slangen. En wilt ook niet morren, zoals sommigen van hen dat deden; en zij kwamen om door de verderfengel. Dit alles nu is hun overkomen bij wijze van voorbeeld, en het werd opgeschreven als een waarschuwing voor ons, die het einde der tijden beleven. Daarom – wie meent, dat hij staat, laat hij toezien, dat hij niet valt. Geen beproeving moge u aangrijpen, die niet menselijk is; doch – God is getrouw, en Hij zal niet toelaten, dat gij beproefd wordt boven uw krachten; maar met de beproeving zal Hij ook uitkomst geven, om ze te kunnen doorstaan.

Evangelie
Lc. 19, 41-47
In die tijd, toen Jezus in de nabijheid van Jeruzalem kwam en de stad daar voor Zich zag liggen, weende Hij over haar en sprak: Ach, mocht ook gij, tenminste op deze uwe dag, nog inzien, wat u tot vrede strekt! Maar thans is dat voor uw ogen verborgen. Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden u met een stormwal zullen omringen, u zullen omsingelen en van alle kanten in het nauw brengen; en zij zullen u en uw kinderen binnen uw muren ter aarde neerslaan; en zij zullen bij u geen steen op de ander laten, omdat gij uw tijd van genade niet hebt erkend. En Hij ging de tempel binnen en begon de kopers en verkopers, die daar waren, uit te drijven met de woorden: Er staat geschreven: “Mijn huis is een huis van gebed”; maar gij hebt er een rovershol van gemaakt! En iedere dag gaf Hij onderricht in de tempel.

Overweging
In het Evangelie van vandaag beweent de Heer de stad Jeruzalem, hoofdstad van Zijn aardse vaderland, en zinnebeeld van ons hemelse Vaderland. De Heer beweent die prachtige stad met Gods tempel, omdat Hij het einde van die stad voorziet. Rond vijfendertig jaar na Zijn kruisdood zal Jeruzalem door het Romeinse leger worden verwoest. Het Romeinse leger zal inderdaad de stad omsingelen, de inwoners neerslaan, en geen steen op de andere laten. Gods aardse verblijfplaats van het oude verbond, de tempel, zal vernietigd worden en blijven tot het einde der tijden. Want een nieuwe godsdienst zal komen in plaats van de oude. Men zal niet meer in de joodse tempel met dieroffers God aanbidden, maar overal ter wereld zal men God aanbidden, in de geest en in de waarheid, dat wil zeggen in de genade van de Heilige Geest en in de Waarheid van Jezus Christus. Met de vernietiging van de joodse tempel zal een onherroepelijk einde aan de oude godsdienst komen, want op het Kruis zal het ware Lam Gods opgedragen worden, een Offer van eeuwige waarde, en zo zullen de menigvuldige tijdelijke offers van de joden en heidenen hun betekenis en zin voorgoed kwijtraken. De profeet Malachias voorzag dat er een dag zou komen, wanneer "ter ere van God een zuiver offer onder de volkeren opgedragen zal worden van zonsopgang tot zonsondergang" en dat zuiver Offer is onze heilige Mis, de onbloedige tegenwoordigstelling van het bloedige Kruisoffer.

Als mens heeft Christus Zijn aardse vaderland en Zijn volk lief. Als mens spijt het Hem dat de aardse staat waarvan hij onderdaan is, na één geslacht de laatste schijn van zijn onafhankelijkheid zal verliezen en voorgoed ten onder zal gaan. Als mens beweent Hij de val van het centrum van de godsdienst en cultuur van Zijn aardse volk. De gevoelens van onze Zaligmaker zijn oprecht en edel en een schitterend voorbeeld voor ons, dat ook wij ons aardse vaderland en volk beminnen zoals Hij. Maar tegelijkertijd als God kan Hij het einde van Zijn geliefde stad en tempel voorzien. Als God weet onze Heer dat aan iedere aardse stad, volk en tempel een einde zal komen. Alleen het hemelse Vaderland, alleen het hemelse volk, alleen de hemelse tempel zullen voor eeuwig blijven bestaan. Door het vergaande aardse vaderland te beminnen, leren wij naar het eeuwige hemelse Vaderland te verlangen.

In het slot van het Evangelie van vandaag wordt ons een kant getoond van onze Heer die wij zelden zien: woede. De woede van Christus is gerechtvaardigd, want die is de vrucht van heilige ijver voor Gods tempel en de juiste reactie op de heiligschennis die daarin gepleegd wordt. De kopers en verkopers hebben een geoorloofde reden om in de tempel te zijn. Zij zijn bezig met het kopen en verkopen van dieren voor de verplichte tempeloffers. Maar de handel moet niet in de tempel plaatsvinden, maar in de voorhof. En nog erger, de verkopers maken er een zwendel, een oplichterij van, door te veel te vragen voor de offerdieren. Niet voor niets noemt Christus hen 'rovers'. De Heer drijft de kopers en verkopers uit de tempel met de woorden: Mijn huis is een huis van gebed, maar gij hebt er een rovershol van gemaakt!

Als Christus zo'n heilige ijver had voor de tempel te Jeruzalem, hoe veel meer ijver zouden wij moeten voelen en tonen voor de kerk, voor het altaar, voor het tabernakel: de ware woonplaats van Jezus Christus op aarde!? De tempel te Jeruzalem was maar een voorafbeelding van ons kerkgebouw. De tempeldienst was maar een voorafbeelding van onze heilige Mis; het allerheiligste in de tempel was maar een voorafbeelding van ons tabernakel, dat het Ware Allerheiligste bevat: het Lichaam, het Bloed, de Ziel en de Godheid van onze Heer Jezus Christus, Die de tempel van Zijn menselijk lichaam binnen drie dagen waarlijk deed herrijzen.

Laten wij katholieken - die de ware godsdienst belijden - maar een klein beetje bezitten van die heilige ijver die onze Heer voor de tempel van het oude verbond toonde. Laten wij altijd met eerbied en bewondering Gods kerk binnentreden en de heilige geheimen van het altaar zo vereren dat wij de vrucht van de verlossing steeds in ons gevoelen. Laten wij zelf nooit vergeten - en anderen ook niet laten vergeten - dat het huis van God een huis van gebed is.

25 juli 2015

25 juli: Heilige Christoforus, martelaar (commemoratie)

Al slaan de golven Christofoor,
Gij loopt er veilig en sterk door
Want op uw schouder zit het Kind
Dat Koning is van stroom en wind.
Bid, dat mijn hart Hem dragen mag,
Dan vrees ik storm noch tegenslag.

Gabriël Smit

25 juli: Heilige Jacobus, apostel

Jacobus was een van 'de twaalf', de kring van Jezus' meest intieme leerlingen. Om hem te onderscheiden van de andere Jacobus uit de twaalf, wordt hij ook wel 'de Meerdere' (dit is 'de oudere') genoemd. Ook zijn jongere broer Johannes, de latere evangelist, hoorde daartoe. Zij waren zonen van Zebedeus, een welvarende visser uit het plaatsje Bethsaïda aan het Meer van Gennesareth; hun moeder heette Maria Salome.

De evangelist Marcus vertelt hoe Jacobus en Johannes Jezus' leerlingen werden: Toen Jezus eens langs het Meer van Galilea liep, zag Hij Simon en de broer van Simon, Andreas, terwijl ze bezig waren het net uit te werpen in het meer; zij waren namelijk vissers. Jezus sprak tot hen: "Komt, volgt Mij; Ik zal maken, dat je vissers van mensen wordt." Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder gaande zag Hij Jacobus, de zoon van Zebedeus, en diens broer Johannes; ook zij waren in de boot bezig hun netten klaar te maken. Onmiddellijk riep Hij hen. Zij lieten hun vader Zebedeus achter en volgden Hem. (Mc. 1,16-20)

Volgens het Evangelie van Mattheüs kwamen de twee op een keer met hun moeder op Jezus af en wierpen zich aan Zijn voeten ten teken dat zij iets te vragen hadden. Hij vroeg aan hun moeder: "Wat verlangt u?", waarop zij antwoordde: "Laat deze twee jongens van mij in Uw koninkrijk zitten, een aan Uw rechterhand en een aan Uw linkerhand." Dit tot woede van de andere tien leerlingen. Voor Jezus was dit aanleiding om iets te zeggen over ware grootheid: "Wie onder jullie groot wil worden, moet dienaar van jullie zijn." (Mt. 20, 20-28)

Met Petrus en Johannes maakte Jacobus deel uit van het groepje van drie apostelen dat getuige was van een aantal grote momenten uit Jezus' leven. Ze mochten erbij zijn, toen Jezus het dochtertje van Jaïrus uit de dood deed opstaan (Mc. 5, 35-43); en ook bij de gedaanteverandering van Jezus op de berg (Mc. 9, 2-8), en op de vooravond van Zijn lijden en dood in de tuin van Gethsemané, waar Jezus Zich afzonderde om in doodsangst tot Zijn Vader te bidden (Mc. 14, 32-34).

Volgens de Handelingen van de Apostelen werd Jacobus op last van koning Herodes met het zwaard gedood (Hand. 12, 2). Dat moet omstreeks het jaar 44 gebeurd zijn. Hij is de eerste martelaar van de twaalf leerlingen.

Volgens een legende zou de apostel Jacobus na het eerste Pinksterfeest naar Spanje zijn getrokken om daar het Evangelie te verkondigen.

Sint Jacobus is patroon van de steden Den Haag, Leeuwarden en Sint Jacobiparochie. Verder is hij patroon van Spanje en van de stad Santiago de Compostela (Sant-Iago), waar zich ook de beroemde bedevaartskerk bevindt. Sinds de negende eeuw vormt deze plaats een van de beroemdste en drukst bezochte bedevaartsoorden van de westerse wereld. In de Middeleeuwen kwam het na Rome en Jeruzalem op de derde plaats. Langs de aanlooproutes ontstonden talloze kerken, kloosters, kapellen en gasthuizen.

Jacobus wordt afgebeeld als pelgrim met een lange mantel, een breedgerande hoed, staf, reistas en drinkfles. Op zijn hoed en op zijn borst is de pelgrimsschelp te zien. Deze Sint-Jacobsschelpen werden door de pelgrims aangetroffen op het strand bij Santiago en als souvenirs meegenomen, meestal vastgenaaid op de hoed of een andere opzichtige plek op de kleding. Het werd het pelgrimsinsigne bij uitstek. Wie zulke schelpen draagt, staat onder de persoonlijke bescherming van Sint Jacobus.

23 juli 2015

23 juli: Heilige Apollinaris, bisschop en martelaar

Apollinaris is waarschijnlijk nog in de Syrische stad Antiochië leerling geworden van de apostel Petrus. Zoals wij in de Handelingen van de Apostelen (11, 26) kunnen lezen, was Antiochië de stad waar Jezus’ volgelingen voor het eerst ‘christenen’ werden genoemd. Hij heeft Petrus vergezeld op zijn missiereis die hem uiteindelijk in Rome zou brengen. Vandaar heeft Petrus hem zelf aangesteld tot bisschop van de stad Ravenna met de opdracht in die omgeving het Evangelie te verkondigen.

Om te beginnen genas hij de zoon van zijn gastheer van blindheid. Van dat moment af werd hij steeds omringd door een kring luisteraars die benieuwd waren naar wat hij te vertellen had. Zo maakte hij bekeringen en doopte nieuwe gelovigen. Tenslotte ging dit alles keizer Vespasianus (69-79) te ver. Hij liet hem arresteren en martelen; uiteindelijk werd hij doodgeknuppeld.

In 549 werd zijn stoffelijk overschot verhoogd tot de eer der altaren, destijds een officiële heiligverklaring. Hij staat in biddende houding (armen gespreid: 'orante') in mozaïek afgebeeld in de apsis van de basiliek Sant’ Apollinare in Classe te Ravenna uit de zesde eeuw. Sinds de 13e eeuw heeft de Lambertikerk in de Duitse stad Düsseldorf een belangrijke Apollinarisreliek.

In het Romeinse Martyrologium wordt Apollinaris beschreven als 'een bisschop die, volgens de traditie, terwijl hij de diepe rijkdom van Christus verspreidde onder de volkeren, zijn kudde leidde als een goede herder en de Kerk van Classis, nabij Ravenna, vereerde met een glorierijk martelaarschap'.

22 juli 2015

22 juli: Heilige Maria Magdalena, boetelinge

Volgens de evangelist Lucas was Maria Magdalena een van de vrouwen in het gevolg van Jezus, die van boze geesten en ziekten verlost waren; uit haar waren zeven duivels weggegaan (Lc. 8,2-3; vgl. Mc. 16, 9). Zij behoort tot de twee of drie Maria's die toezagen hoe Jezus gekruisigd en begraven werd (Mt. 27, 55-56; Mc. 15,40-47). Jezus' dood en begrafenis waren vanwege de naderende sabbat zo snel verlopen, dat men geen tijd meer had gehad Hem door balseming de laatste eer te bewijzen. Vandaar dat op de vroege ochtend na de sabbat een aantal vrouwen terugging naar het graf om dat alsnog te doen. Onder hen bevond zich ook weer Maria Magdalena (Mt. 28, 1; Mc. 16, 1-9; Lc. 24, 10). Zij ontdekten dat het graf leeg was; er waren een of twee mannen, engelen van God, die hun zeiden, dat Jezus uit de doden was opgestaan en dat Hij hun voorging naar Galilea; daar zouden zij Hem zien. Dat moesten zij aan Zijn leerlingen doorgeven.

Johannes' versie van deze gebeurtenis wijkt enigszins af. De twee in het wit geklede engelen vroegen aan Maria, die zich voorover gebogen had om een blik in het graf te kunnen werpen: "Vrouw, waarom huilt u?"
Zij antwoordde: "Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet, waar ze Hem hebben neergelegd." Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: "Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u?" In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: "Heer, mocht u Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar u Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen." Zij herkende Hem, toen Hij haar op Zijn karakteristieke manier bij haar naam noemde: "Maria!" (Joh. 20, 1-18).

In de Kerk wordt Maria Magdalena vereerd als een boetelinge wier radicaal veranderde leven de liefde en kracht van Jezus laat zien.

Zij is patrones van de vrouwen in het algemeen, van scholieren en studenten, van ieder die in verleiding gebracht wordt, boetvaardige en berouwvolle zondaressen, penitenten en boetelingen, van kappers, kapsters en kammenmakers, van drogisten en zalfhandelaren, parfum- en poederfabrikanten, van kleermakers, schoen- en handschoenmakers en foedraalmakers, witleerlooiers en wolwevers, van hoveniers en tuinlieden, van pottenbakkers, van kuipers, wijnhandelaren en wijnbouwers, van waterdragers, van bergbewoners, van loodgieters, van kinderen die moeilijk leren lopen en van vele anderen.

20 juli 2015

Fotoverslag parochiebedevaart naar Den Bosch

Op zaterdag 18 juli vond de parochiebedevaart naar Den Bosch plaats. De dag begon met een gezongen heilige Mis in de kathedrale basiliek van Sint Jan. 's Middags stond er onder meer een bezoek aan de tentoonstelling over de Lijkwade van Turijn op het programma. Hieronder volgt een beeldverslag.









19 juli 2015

Achtste zondag na Pinksteren

Epistel (Rom. 8, 12-17)
Broeders, wij hebben wel verplichtingen, maar niet tegenover het vlees, dat wij naar het vlees zouden moeten leven, want als gij leeft naar het vlees, zult gij zeker sterven; maar als gij door de geest de werken van het vlees doet sterven, dan zult gij leven. Want allen, die door de Geest van God worden gedreven, dat zijn kinderen van God. Immers, gij hebt geen slavengeest ontvangen, om weer te leven in vrees; maar gij hebt een geest ontvangen, waardoor wij tot kinderen zijn aangenomen en roepen: Abba (Vader). Immers de Geest Zelf getuigt aan onze geest, dat wij kinderen van zijn van God. Maar zijn wij kinderen, dan ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus.

Evangelie (Lc. 16, 1-9)
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen de volgende gelijkenis voor: Er was eens een rijk man, die een rentmeester had; en deze werd bij hem aangeklaagd, dat hij zijn goederen verkwistte.
En hij liet hem roepen en zei tot hem: Wat hoor ik daar van u? Gij hebt verantwoording te doen van uw beheer; want gij kunt niet langer rentmeester blijven. Toen dacht de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik beginnen, nu mijn meester mij het rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet, en bedelen, daarvoor schaam ik mij! - Maar ik weet al, wat ik zal doen, opdat zij mij in huis zullen opnemen, wanneer ik als rentmeester ben afgezet. Hij liet dan de schuldenaars van zijn heer een voor een bij zich komen. En hij vroeg aan de eerste: hoeveel zijt gij aan mijn heer schuldig? En deze antwoordde: honderd vat olie. En hij sprak tot hem: Hier, neem uw schuldbekentenis, ga gauw zitten, en maak er vijftig van. Vervolgens vroeg hij aan een ander: En gij, hoeveel zijt gij schuldig? En deze antwoordde: honderd mud tarwe. En hij sprak tot hem: Hier, neem uw schuldbekentenis, en maak er tachtig van. En de eigenaar prees in de onrechtvaardige rentmeester, dat hij met overleg te werk was gegaan. Want inderdaad, de kinderen van deze wereld gaan onder elkander met meer overleg te werk dan de kinderen van het licht. Ook Ik zeg tot u: Maakt u vrienden door middel van de mammon, zo vol ongerechtigheid, opdat zij u bij uw sterven opnemen in de eeuwige woontenten.

Overweging
Het klinkt aanvankelijk nogal vreemd als de onrechtvaardige rentmeester wordt geprezen. Velen van ons kunnen moeite hebben met het Evangelie van vandaag. Wat bedoelt Jezus? Waarom prijst Hij zo’n onrechtvaardige rentmeester die eigenlijk alles doet wat God verboden heeft? Hoe kan dat? De meesten van ons zouden iets anders verwachten, namelijk dat Jezus op het einde zou zeggen dat alles wat deze man deed niet goed is en dat wij zo niet mogen handelen. Maar er staat iets anders: wij moeten net zo handelen als de onrechtvaardige rentmeester. Hij wordt ons als voorbeeld gesteld.

Jezus prijst de man hier echter niet omdat hij onrechtvaardig was, maar omdat hij slim was. Het gaat dus niet om de onrechtvaardige dingen, want die mogen wij niet doen en hierin mogen wij de rentmeester niet navolgen. Maar de slimheid waarmee hij handelt, wordt geprezen, het overleg en het denken aan de toekomst. Hierin hebben wij iets te leren – goed overleggen en nadenken over onze toekomst, waarheen wij gaan en hoe wij ons doel kunnen bereiken.

De kinderen van deze wereld denken alleen aan het tijdelijke: aan geld, macht en plezier. Daarnaar streven zij en dat doen zij planmatig en consequent. Zij maken een plan op en handelen ernaar zonder het einddoel van hun handelingen uit het oog te verliezen. Natuurlijk zijn voor de kinderen van deze wereld alle middelen acceptabel en nuttig. En ook de onrechtvaardige rentmeester handelt op die manier: zelfs fraude is goed genoeg om zijn gemakkelijke leventje voort te zetten.

Hoe anders is het met ons, met de kinderen van het licht!? Wij handelen in de dingen van het rijk Gods niet met overleg. Soms lijken wij op iemand die helemaal niet weet wat hij moet doen. Het is niet alleen een kwestie van gebrek aan goede wil; wij denken gewoon niet na. Wij gaan aan het werk zonder systeem, zonder plan. Misschien weten wij in theorie waarover het in het leven gaat, maar in de praktijk doen wij iets anders. Het geloof is niet alleen theorie; wij moeten er ook naar handelen. God is de Schepper van alles en de mens leeft in de orde van Zijn schepping. Zijn einddoel is het eeuwige leven met God. Om dat te bereiken moet hij leven volgens deze orde en mag hij dit doel nooit uit het oog verliezen. Wij moeten in het geestelijk leven ons verstand gebruiken, wij moeten vooruitzien en altijd de gevolgen van ons doen en laten berekenen. Wij moeten consequent en doelbewust handelen. Als de christenen de helft van het overleg en de energie die de mensen besteden aan hun vooruitgang in het tijdelijke zouden aanwenden om hun zelfzucht te overwinnen, hun naaste lief te hebben en God alleen te zoeken, dan zou de wereld er heel anders uitzien.

Soms beginnen wij met een of ander voornemen, dan laten wij dat liggen voor iets anders. Vaak werpen wij ons op onbelangrijke dingen en vergeten wij de hoofdzaak, namelijk Gods wil voor mij. Soms zien wij duidelijk in wat het zwaarste moet wegen: de liefde tot God, die ook zichtbaar moet worden in mijn gedrag tegenover de leer van Zijn Kerk, in het gebed, en in de zelfverloochening, maar dan verzuimen wij om er de consequenties uit te trekken. Zo zijn er veel mensen die zich actief voor de Kerk inzetten, maar op het gebied van het sacramentele leven zijn zij ver weg van de leer van onze Heer. Zij willen misschien veel voor hun naasten en voor de Kerk doen, maar zij negeren de waarheid en de eisen van het katholieke geloof. Alleen iemand die in volledige vrede met God leeft (dus in staat van genade) kan ook anderen tot God trekken.

Maar het is nog zichtbaarder hoe onachtzaam de kinderen van het licht handelen in het maatschappelijke leven. Hoe is het mogelijk dat in landen die nog steeds christelijk zijn (althans de meerderheid van de inwoners is christen) zo veel onchristelijke wetten en regels domineren? De goddelijke wetten worden verworpen, en allerlei onzin, die zelfs ingaat tegen de menselijke natuur en tegen de scheppingsorde, wordt niet alleen getolereerd maar ook gelijk gesteld. En dat alles vindt plaats met instemming van christenen, al is die slechts passief.

De kinderen van de duisternis weten hun verstand goed te gebruiken om hun doel te bereiken. Zo moet het ook met ons zijn. Wij moeten goed overleggen en vooruitzien en nooit het eeuwige leven uit het oog verliezen. Zorgen wij ervoor dat wij planmatig handelen in de zaken van het rijk Gods; door het sacramentele leven, door het gebed en door zelfverloochening komen wij steeds dichter bij ons einddoel. Alleen dan laten wij ons niet overwinnen door deze wereld en haar kinderen.

16 juli 2015

16 juli: Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

Het feest van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel werd ingesteld in het jaar 1726. Het gedenkt de dag waarop de heilige Simon Stock, de eerste generale overste van de Karmelietenorde, een verschijning kreeg van Onze Lieve Vrouw op 16 juli 1251. Maria beloofde bijzondere zegen voor allen die in de loop der eeuwen haar scapulier zouden dragen. De Kerk heeft plechtig en herhaaldelijk deze Mariadevotie, ontstaan in Engeland, goedgekeurd, zodat de pausen aan allen die het scapulier dragen talrijke geestelijke voorrechten hebben verleend.

Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel is de patrones van de zeelieden. Zij is de veilige haven, waarin wij onze toevlucht moeten nemen te midden van alle stormen van het leven.

De devotie en verering van de Maagd van de berg Karmel gaat terug tot de oorsprong van de orde der Karmelieten: de oudste traditie van deze orde brengt die in verband met die kleine wolk die uit zee opsteeg, zo groot als de palm van een hand en die zichtbaar was vanaf de top van de Berg Karmel, terwijl de profeet Elia de Heer smeekte een einde te maken aan een lange periode van droogte. De wolk bedekte spoedig de hemel en bracht overvloedige regen over het land, dat al zo lange tijd uitgedroogd was. In die wolk vol weldaden zag men een beeltenis van Maria, die als schenkster van de Heiland aan de wereld de draagster was van het levendmakende water waarnaar heel de mensheid dorstte. Zij brengt ons voortdurend ontelbare weldaden.

Op 16 juli 1251 verscheen de allerheiligste Maagd aan de heilige Simon Stock, de generale overste van de Orde der Karmelieten: zij beloofde bijzondere genade en zegen voor hen die het scapulier zouden dragen. Deze devotie stortte over de wereld een waterrijke rivier van geestelijke en tijdelijke genaden uit. De Kerk heeft deze verschijning herhaaldelijk goedgekeurd met talrijke geestelijke voorrechten. Eeuwenlang hebben de christenen zich onder deze bescherming van Onze Lieve Vrouw gesteld, onder meer door het dragen van het heilig scapulier van de berg Karmel op hun borst. Er zijn veel uitstekende manieren om Maria te vereren, maar weinige hebben zo diep wortel geschoten bij de gelovigen, en weinige werden zo vaak door de pausen gezegend. Hoe moederlijk is bovendien het hieraan verbonden zaterdags privilege!

De heilige Maagd beloofde aan hen die tijdens hun leven en bij hun dood het scapulier droegen -- ofwel de gezegende medaille met het Heilig Hart en de Maagd van de Berg Karmel, die dezelfde rol vervult -- de genade om de 'volharding ten einde toe' te verkrijgen; dat wil zeggen, een bijzondere bijstand opdat degenen die niet in staat van genade verkeren, berouw krijgen in de laatste ogenblikken van hun leven. Aan deze belofte moet het zogeheten 'zaterdags privilege' worden toegevoegd; dit bestaat in de bevrijding uit het vagevuur op de zaterdag na de dood en vele andere genadegaven en aflaten. Waarlijk draagt Maria met moederlijke liefde zorg voor de broeders van haar Zoon die nog op pelgrimstocht zijn en in gevaren en angsten verkeren, totdat zij het gezegend vaderland bereiken... Laten wij daarom dagelijks vele malen tot haar gaan, opdat zij ons mag helpen en beschermen. Juist het scapulier kan ons dikwijls eraan herinneren, dat wij toebehoren aan onze Moeder in de hemel en dat zij ons toebehoort, want wij zijn haar kinderen, voor wie zij zich zozeer heeft ingespannen.

In deze devotie brengen wij een bijzondere toewijding aan Onze Lieve Vrouw van onszelf en al het onze tot uiting, want in de verschijning van de allerheiligste Maagd en de overhandiging van het scapulier aan de heilige Simon Stock openbaart de Moeder van God zich als Vrouwe van de genade; en tegelijk als allerbeminnelijkste Moeder, die haar kinderen tijdens hun leven en bij de dood beschermt.

Het christenvolk heeft de Maagd van de Berg Karmel met name door het heilig scapulier vereerd als de Moeder van God en onze Moeder, die zich aan ons toont met deze geloofsbrieven: 'Tijdens het leven bescherm ik; bij de dood help ik; en na de dood red ik'. Zij is ons leven, onze zoetheid en onze hoop, zoals wij zo vaak tot haar zeggen bij het bidden van het Salve Regina.

De devotie tot het heilig scapulier van de Berg Karmel toont ons aan, dat wij zeker kunnen zijn van de moederlijke bijstand van de Maagd. Zoals men trofeeën en medailles gebruikt om betrekkingen van vriendschap, herinnering of zege aan te duiden, zo geven wij een innige betekenis aan het scapulier om ons heel vaak te herinneren aan onze liefde voor de Maagd en aan haar gezegende bescherming. Zij neemt ons bij de hand en leidt ons, alle dagen van ons leven hier op aarde, over een veilige weg, zij helpt ons moeilijkheden en bekoringen te overwinnen: zij laat ons nooit in de steek, want zij is gewoon hen te begunstigen die zich onder haar bescherming willen stellen.

Eens komt voor ons het uur van onze definitieve ontmoeting met de Heer. Dan zullen we meer dan ooit haar bescherming en bijstand nodig hebben. De devotie tot de Maagd van de Berg Karmel en tot haar heilig scapulier is een onderpand van hoop op de hemel, want de allerheiligste Maagd zet haar moederlijke bescherming voort tot over de dood heen. Dit voorrecht vervult ons van troost. Maria leidt ons naar die eeuwige toekomst; zij doet ons ernaar verlangen en deze ontdekken; zij schenkt ons haar hoop, haar zekerheid, haar verlangen. Bemoedigd door zulk een stralende werkelijkheid, met onuitsprekelijke vreugde, verandert onze nederige en vermoeiende pelgrimstocht op aarde, verlicht door Maria, in een veilige weg -- iter para tutum -- naar het paradijs. Daar zullen wij, met Gods genade, haar mogen zien.

In 1605 werd kardinaal De Medici tot paus gekozen; hij nam de naam van Leo XI aan. Toen men hem bekleedde met de pauselijke gewaden, wilde men hem een groot scapulier van de Berg Karmel afnemen, dat hij onder zijn kleding droeg. Toen sprak de paus tot hen die hem hielpen met kleden: "Laat mij Maria houden, opdat Maria mij niet in de steek laat." Ook wij willen haar niet in de steek laten, want wij hebben haar ten zeerste nodig. Daarom dragen wij altijd haar scapulier. En wij zeggen thans tot haar dat wij ons in haar armen leggen, wanneer ons laatste uur gekomen is. Zo dikwijls hebben wij haar gevraagd voor ons te bidden 'nu en in het uur van onze dood', dat zij dat niet zal vergeten!

Tijdens zijn bezoek aan Santiago de Compostela wenste paus Johannes Paulus II allen toe: "Dat de Maagd van de Berg Karmel [...] u altijd moge vergezellen. Moge zij de ster zijn die u leidt, die nooit uit uw horizon zal verdwijnen. Dat zij u tot God moge leiden, naar de veilige haven." Aan haar hand zullen wij voor het aanschijn van haar Zoon treden. En als er in ons nog iets gezuiverd zou moeten worden, dan zal zij het moment bespoedigen waarop wij, geheel en al gereinigd, God kunnen zien.

Oudtijds werd de Maagd van de berg Karmel afgebeeld met aan haar voeten een groep van zielen in de vlammen van het vagevuur, om haar bijzondere voorspraak aan te geven in dit oord van loutering. "De Maagd is goed voor hen die in het vagevuur verblijven, want door haar verkrijgen zij verlichting", predikte de heilige Vincentius Ferrer dikwijls. Haar liefde zal ons helpen ons in dit leven te zuiveren om direct na de dood bij haar Zoon te zijn.

Het scapulier is ook het teken van het bruidskleed, de goddelijke genade die de ziel altijd moet kleden. In een toespraak tot jongeren in een parochie te Rome, gewijd aan de Maagd van de berg Karmel, maakte paus Johannes Paulus II vertrouwelijk gewag van de bijzondere hulp en bijstand die hij had gekregen van zijn devotie tot de Maagd van de berg Karmel. "Ik moet jullie zeggen", legde hij hun uit, "dat zij mij heeft geholpen in mijn jeugdjaren, toen ik nog zo was als jullie nu. Ik zou niet kunnen zeggen in welke mate, maar ik denk in enorm grote mate. Zij heeft mij geholpen om de genade te vinden die bij mijn leeftijd hoorde, bij mijn roeping." En hij voegde eraan toe: "de opdracht van de Maagd, die voorafgebeeld is en zijn begin heeft op de Berg Karmel, in het Heilige Land, is verbonden aan een kleed. Dit kleed heet het heilig scapulier. Ik heb in mijn jeugdjaren veel aan dit scapulier van de Karmel te danken. Dat de moeder altijd bezorgd is, zich bekommert om de kleren van haar kinderen, dat ze er netjes opstaan, dat is iets moois. Maar als die kleren stuk gaan, probeert de moeder de kleren van haar kinderen te herstellen. De Maagd van de Karmel, de Moeder van het heilig scapulier, spreekt ons over deze moederlijke zorg, over haar bezorgdheid om ons te kleden. Ons te kleden in geestelijke zin. Ons te bekleden met de genade van God en ons te helpen dit kleed altijd smetteloos te houden." De paus maakte melding van het witte kleed dat de doopleerlingen uit de eerste eeuwen droegen, als symbool van de heiligmakende genade die zij bij het doopsel ontvingen. Daarna spoorde hij hen aan om de ziel altijd rein te houden en besloot: "Weest ook jullie bezorgd, in samenwerking met de goede Moeder die zich om jullie kleren bekommert, en heel bijzonder om het kleed van de genade, dat de ziel van haar zonen en dochters heiligt." Dat kleed waarin wij ooit op het bruiloftsmaal zullen verschijnen.

Het scapulier van de Karmel kan een machtige hulp zijn om onze Moeder in de hemel nog meer te beminnen, een bijzondere herinnering aan het feit, dat wij aan haar zijn toegewijd en in ogenblikken van nood, te midden van bekoringen, op haar hulp kunnen rekenen. Zij is ons zeer nabij en dat stelt ons in staat sterk te zijn. Met de woorden van het Graduale voor het feest van vandaag, bidden wij tot Onze Lieve Vrouw: Recordare Virgo Mater... ut loquaris pro nobis bona. Herinner u, Maagd en Moeder van God, wanneer gij voor het aanschijn van de Heer staat, dat gij dan goede dingen over ons tot Hem spreekt, ook in die dagen dat wij niet zo trouw geweest zijn als God van Zijn kinderen verwacht.

15 juli 2015

15 juli: Heilige Henricus, keizer en belijder

Hendrik de Goede werd in 973 in het Zuid-Duitse Beieren geboren. Zijn opleiding kreeg hij bij Wolfgang van Regensburg. In 1002 beklom hij de troon en in 1014 werd hij door de paus in Rome tot keizer gekroond.

Zijn huwelijk met keizerin Cunigonde bleef kinderloos. Mede daardoor besteedde hij veel aandacht aan het geloofsleven van zijn onderdanen, aan de levenswandel van de geestelijken en aan de bevordering van het kloosterleven. Hij stichtte het bisdom Bamberg en liet er op zijn kosten de beroemde domkerk bouwen. Daar werd hij ook begraven. Het beroemde grafmonument, waarin hij en zijn vrouw Cunegonde, zijn bijgezet, trekt tot op de dag van vandaag duizenden bezoekers.

Hij werd in 1146 heilig verklaard. Paus Pius X riep hem uit tot patroon van de oblaten der benedictijnen.