Het Informatiebulletin van onze kerk voor de maand augustus is verschenen. Hierin aandacht voor het feest van Maria Tenhemelopneming dat we op zondag 15 augustus a.s. op grootse wijze willen vieren, met als bijzondere gast zijne hoogwaardige excellentie mgr François Bacqué, apostolisch nuntius in Nederland.
Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin'. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis per e-mail (klik hier) te ontvangen.
Informatiebulletin voor de maand augustus is verschenen
29 juli: Heilige Martha, maagd

Martha zei tot Jezus: 'Heer, als Gij hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik, dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.' Jezus zei tot haar: 'Uw broer zal verrijzen.' Martha antwoordde: 'Ik weet dat hij zal verrijzen op de laatste dag.' Jezus zei haar: 'Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit?' Zij zei tot Hem: 'Ja Heer, ik geloof vast dat Gij de Messias zijt, de Zoon Gods, Die in de wereld komt.' (Joh. 11, 21-27)
Op een wandschildering uit 1450 van de Italiaanse schilder Fra Angelico zien we hoe Jezus bidt in Gethsemane, terwijl de drie leerlingen, die Hij meegenomen had, in slaap gevallen zijn. Het huisje van Martha en haar zuster Maria grenst onmiddellijk aan de Hof van Olijven en neemt de helft van de schildering in beslag. Buiten het zicht van Jezus en Zijn leerlingen, maar precies recht voor het oog van de toeschouwer, zitten om de hoek van het huis Martha en Maria naast elkaar op de grond met een gebedenboek. Anders dan Jezus' meest intieme vrienden doen deze beide vrouwen wél wat Hij aan Zijn vrienden had gevraagd: "Kunt Gij één uur met waken?" Zij zijn in liefde, in gebed met Jezus verbonden.
26 juli: Heilige Anna, moeder van de maagd Maria
Volgens de overlevering is Anna de moeder van Jezus' moeder, Maria. Zij was gehuwd met Joachim. Het waren vrome joden, die hun leven lieten leiden door de liefde tot God. Met alle grote feesten begaf Joachim zich naar de tempel om daar een offer aan God op te dragen. Verdrietig was alleen dat ze geen kinderen hadden. Herhaaldelijk hadden ze God erom gesmeekt, en ze beloofden erbij dat ze het kind aan God zouden toewijden, zodat Hij erover kon beschikken, maar zonder resultaat. Intussen waren ze al oud geworden.
Bij gelegenheid van het feest van de tempelwijding trok Joachim met een paar familieleden naar de tempel om een offer op te dragen. Anna bleef thuis. Maar toen de hogepriester hem tussen de andere joden in zag staan, sprak hij smalend: "Hoe durf jij, Joachim, tussen al die anderen te gaan staan? God heeft je immers gestraft door je geen kinderen te geven. En dacht je dan dat Hij je offer zou aannemen? Zorg eerst maar dat die schande van jou uit ons midden wordt weggenomen, dan mag je terugkomen om weer te offeren."
Beschaamd maakte Joachim zich uit de voeten. Hij durfde ook niet meer naar huis, bang dat hij daar met de vinger zou worden nagewezen. Hij verborg zich tussen de herders van Bethlehem. Daar verscheen hem een engel die hem aankondigde dat hij een kind zou krijgen: een meisje dat hij Maria moest noemen. En geef haar aan God, zoals je beloofd hebt. Ga naar Jeruzalem; daar zul je je vrouw Anna tegenkomen. Ze maakt zich erg bezorgd om je. Je zult haar treffen bij de Gouden Poort.
Zo ging de engel ook naar Anna. Haar verkondigde hij dezelfde vreugdevolle boodschap. Ook zij begaf zich op weg. Bij de Gouden Poort werd het een aandoenlijk weerzien. Die ontmoeting geldt als het moment, waarop Anna van Maria in verwachting raakte.
Zij is patrones van Sint-Anna, Sint-Annaland (Tholen) en Sint-Annaparochie (Het Bildt, Friesland). Er zijn nog Sint-Annakerken of -kapellen in Amstelveen, Amsterdam, Augsbuurt, Bergharen, Best (kapel), Boxtel (kapel), Breda (kapel), Gersloot, Hantumhuizen, Heerlen, Helmond, Herpen-Koolwijk (bedevaartkapel), 's-Hertogenbosch, Maastricht, Molenschot (bedevaartkerk: hier bidden meisjes die op bedevaart komen: 'Sinte-Anneke, geef me een manneke'), Nijmegen (tezamen met St-Antonius), Oudenbosch (kapel), Rosmalen, Rotterdam (kapel tezamen met Joachim), Sint-Annaparochie, Spaubeek (kapel), Tilburg, Yerseke.
Zij is beschermheilige van echtelieden, aanstaande moeders, zwangere vrouwen en vrouwen die moeilijk zwanger raken, bakers, voedsters, huismoeders (moeders en huisvrouwen) en weduwen; van onderwijzeressen (omdat zij haar dochter Maria bidden en lezen leerde); van huishoudelijke beroepen als wevers, borduursters, kantwerkmakers, kantwerksters, kleermakers, kousenmakers en naaisters; van dienstvaardige beroepen als huishoudsters, huishoudelijk personeel, dienstpersoneel, slippendragers van kardinalen, stalknechten, arbeidsters, thuisarbeidsters; en vandaar ook van arme standen; van beroepen die verwant zijn aan de huishoudelijke: hooiers, bezembinders, touwslagers; van kunstvaardige beroepen als timmerlieden, houtbewerkers, houtdraaiers, kastenmakers, schrijnwerkers en kunstschrijnwerkers; van goudsmeden; van molenaars, mijnwerkers en marskramers; van scheepslui, schippers en zeelieden (heeft waarschijnlijk te maken met de bretonners); en tenslotte van de brandweer.
Daarnaast wordt zij aangeroepen ook aangeroepen voor een goed huwelijk en echtelijke vruchtbaarheid en tegen onvruchtbaarheid; voor succes en geluk tijdens de zwangerschap en tegen een moeilijke zwangerschap; voor een voorspoedige bevalling; tegen bedplassen; verder tegen ziekten en kwalen als borstpijn, buikpijn, fijt, hoofdpijn, huiduitslag, kiespijn, koorts, koortsige ziekten, oogziekten, pest, en zweren; bovendien voor een rijke hooioogst; voor het terugvinden van verloren of gestolen goederen; ze beschermt de mijnbouw; aangeroepen tegen oorlog.
Sint Anna wordt afgebeeld met Maria en kleinkind Jezus (Anna te Drieën of Annatrits); soms met haar hele familie (tot achtentwintig personen); in groene (hoop) of rode mantel (liefde); met een of meer boeken; haar kind onderwijzend; de Bijbel lezend.
Gabriël Smit schreef een rijmpje over de ouders van de heilige Maagd:
Zie Joachim en Anna beiden
Maria’s ouders, vroom en wijs,
in liefde, door geen dood te scheiden
tot in Gods eeuwig Paradijs.
En leer hoe liefde samenbindt
wie door Maria wordt bemind.
Preek voor de negende zondag na Pinksteren
![]() |
| Gij hebt uw tijd van genade niet erkend. |
Epistel (1 Kor. 10, 6-13)
Broeders, laten wij geen begeerten koesteren naar het kwade, zoals zij (de Israëlieten) dat hebben gedaan. Wordt dus geen afgodendienaars, zoals sommigen van hen; er staat immers geschreven: “Het volk zette zich neer om te eten en te drinken, en zij stonden op om te spelen.” Laten wij ook geen onkuisheid bedrijven, zoals sommigen van hen zich overgaven aan ontucht; en op één dag vielen er drieëntwintigduizend. En laten wij Christus niet tergen, zoals sommigen van hen dat hebben gedaan; en zij kwamen om door de slangen. En wilt ook niet morren, zoals sommigen van hen dat deden; en zij kwamen om door de verderfengel. Dit alles nu is hun overkomen bij wijze van voorbeeld, en het werd opgeschreven als een waarschuwing voor ons, die het einde der tijden beleven. Daarom – wie meent, dat hij staat, laat hij toezien, dat hij niet valt. Geen beproeving moge u aangrijpen, die niet menselijk is; doch – God is getrouw, en Hij zal niet toelaten, dat gij beproefd wordt boven uw krachten; maar met de beproeving zal Hij ook uitkomst geven, om ze te kunnen doorstaan.
Evangelie (Lc. 19, 41-47)
In die tijd, toen Jezus in de nabijheid van Jeruzalem kwam en de stad daar voor Zich zag liggen, weende Hij over haar en sprak: Ach, mocht ook gij, tenminste op deze uwe dag, nog inzien, wat u tot vrede strekt! Maar thans is dat voor uw ogen verborgen. Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden u met een stormwal zullen omringen, u zullen omsingelen en van alle kanten in het nauw brengen; en zij zullen u en uw kinderen binnen uw muren ter aarde neerslaan; en zij zullen bij u geen steen op de ander laten, omdat gij uw tijd van genade niet hebt erkend. En Hij ging de tempel binnen en begon de kopers en verkopers, die daar waren, uit te drijven met de woorden: Er staat geschreven: “Mijn huis is een huis van gebed”; maar gij hebt er een rovershol van gemaakt! En iedere dag gaf Hij onderricht in de tempel.
Preek
In het Evangelie van deze zondag vernemen wij dat Jezus over Jeruzalem weent, want er zou iets verschrikkelijks over deze stad en over de joden komen, omdat zij niet begrepen wat hen tot vrede strekt. Jezus weent omdat Hij de stad en het joodse volk liefheeft. De stad was de glorie van het volk, het heilige Jeruzalem met zijn tempel, en het centrum van de uitverkiezing en de daarmee verbonden beloften. Maar Jezus weet dat de beloften zullen overgaan naar het nieuwe Jeruzalem en het nieuwe volk Gods – dat is de katholieke Kerk. Als Jezus nu de stad ziet, badend in het zonlicht, dat weerkaatst wordt door het witte marmer van de tempel, dan ziet hij ook de toekomst van de stad: de verwoestende, rokende puinhopen, de lucht vervuld met de geur van lijken. En Hij weent, want het erge is dat het zo niet had hoeven gaan, als de stad maar had willen erkennen wat haar tot vrede strekt. Dat is en zal voor de ogen van de joden echter verborgen blijven, want in schuldige verblinding miskennen zij de tijd van Gods bezoeking en versmaden zij hun redding, die in Jezus tot hen komt. Het is de tragiek van de verloren kans, van het verworpen heil. Het is voor Jezus op dit ogenblik zoals wanneer een voor ons zeer dierbaar mens door eigen schuld ten onder gaat. En daarom weent Hij.
Beminde gelovigen, wij vinden in het Evangelieverhaal van vandaag een tweevoudige lering. In de eerste plaats kunnen wij hieruit een strikt persoonlijke toepassing maken. Wat geldt voor het oude en verworpen volk Gods bevat ook een ernstige les voor ons als afzonderlijke christenen. Het epistel van vandaag houdt ons een waarschuwing voor, want wij zijn niet zeker van ons eigen heil voordat wij de genade hebben verkregen van een zalige dood. Voor de christenen die uiteindelijk door hun eigen zondige leven verloren gaan, geldt het woord van het Evangelie: “Mocht u toch begrijpen wat u tot vrede strekt.” Want wat wellicht eenmaal voor de zondaar zou gelden hoeft niet werkelijk zo te zijn, omdat God een God van liefde is Die Zich ontfermt over de rouwmoedige zondaar. Het vraagt echter berouw, boete en bekering om God zo te mogen ervaren.
Het lot van het ontrouwe en toch eens zo heilige Jeruzalem zal ook het lot van deze door onkuisheid en zedenbederf verrotte stad van ons worden als er geen ommekeer plaatsvindt. De tragiek van de mogelijkheid om verloren te gaan moet een voortdurende herinnering zijn aan de ernst van de tijd en de verantwoordelijkheid van ons leven. Wij moeten met diepe afschuw ons afwenden van het lichtvaardige spel van onze vrijheid met de verlokkingen van de zelfzucht. Dit lichtvaardige spel is niets anders dan een spel met de laatste dingen, een spel met het hellevuur.
De tweede les uit het huidige Evangelie, beminde gelovigen, is deze: Wat Jezus zei over Jeruzalem geldt collectief voor de mensheid en de wereld “Versmaad uw heil niet, nog is bekering en redding mogelijk.” Al is er nog zo veel keren ellende en gruwelijkheden over de wereld gekomen, wij begrijpen nog steeds niet dat wij ons zouden moeten bekeren, want de gruwelijkste gebeurtenissen in deze wereld zijn slechts een voorspel van de tweede dood in de poel van vuur en zwavel.
Indien wij zelf van mening zijn dat wij staan in de genade, mogen wij niet denken dat dit alles ons niet aangaat. Christus heeft Zijn Kerk de zorg opgelegd voor het heil van de wereld. Ieder van ons die naar de Kerk luistert, is op zijn eigen plaats en met zijn eigen mogelijkheden medeverantwoordelijk voor de redding van velen. Ook hier heerst de wet van de goddelijke mogelijkheden: Indien wij volledig en in vrijheid meewerken, indien wij meer goed doen en boete doen, dan zullen anderen meer en rijkere genade ontvangen. Amen.
Vooraankondiging: Hoogfeest van Maria Tenhemelopneming
Dit jaar valt het feest op zondag. In de Agneskerk zal om 11.00 uur een Hoogmis worden opgedragen waarbij de priester geassisteerd wordt door een diaken en een subdiaken, een zogenaamde Drieherenmis.
Heel bijzonder is dat de pauselijke nuntius in Nederland, zijne hoogwaardige excellentie mgr F.R. Bacqué, heeft toegezegd aanwezig te zullen zijn en de heilige Mis zal presideren 'vanaf de troon'. Tevens zal hij die zondag de homilie verzorgen.
Het belooft een bijzondere gebeurtenis te worden. Het zal de eerste keer zijn sinds de inwerkingtreding van het motu proprio 'Summorum Pontificum' uit 2007, waarin paus Benedictus XVI de Tridentijnse ritus volledig vrijgeeft, dat er in Nederland een heilige Mis gecelebreerd wordt in de buitengewone vorm van de Romeinse liturgie in de aanwezigheid van een bisschop.
23 juli: Heilige Apollinaris, bisschop en martelaar
Apollinaris is waarschijnlijk nog in de Syrische stad Antiochië leerling geworden van de apostel Petrus. Zoals wij in de Handelingen van de Apostelen (11, 26) kunnen lezen, was Antiochië de stad waar Jezus’ volgelingen voor het eerst ‘christenen’ werden genoemd. Hij heeft Petrus vergezeld op zijn missiereis die hem uiteindelijk in Rome zou brengen. Vandaar heeft Petrus hem zelf aangesteld tot bisschop van de stad Ravenna met de opdracht in die omgeving het Evangelie te verkondigen.
Om te beginnen genas hij de zoon van zijn gastheer van blindheid. Van dat moment af werd hij steeds omringd door een kring luisteraars die benieuwd waren naar wat hij te vertellen had. Zo maakte hij bekeringen en doopte nieuwe gelovigen. Tenslotte ging dit alles keizer Vespasianus (69-79) te ver. Hij liet hem arresteren en martelen; uiteindelijk werd hij doodgeknuppeld.
In 549 werd zijn stoffelijk overschot verhoogd tot de eer der altaren, destijds een officiële heiligverklaring. Hij staat in biddende houding (armen gespreid: 'orante') in mozaïek afgebeeld in de apsis van de basiliek Sant’ Apollinare in Classe te Ravenna uit de zesde eeuw. Sinds de 13e eeuw heeft de Lambertikerk in de Duitse stad Düsseldorf een belangrijke Apollinarisreliek.
In het Romeinse Martyrologium wordt Apollinaris beschreven als 'een bisschop die, volgens de traditie, terwijl hij de diepe rijkdom van Christus verspreidde onder de volkeren, zijn kudde leidde als een goede herder en de Kerk van Classis, nabij Ravenna, vereerde met een glorierijk martelaarschap'.
22 juli: Heilige Maria Magdalena, boetelinge
Volgens de evangelist Lucas was Maria Magdalena een van de vrouwen in het gevolg van Jezus, die van boze geesten en ziekten verlost waren; uit haar waren zeven duivels weggegaan (Lc. 8,2-3; vgl. Mc. 16, 9). Zij behoort tot de twee of drie Maria's die toezagen hoe Jezus gekruisigd en begraven werd (Mt. 27, 55-56; Mc. 15,40-47). Jezus' dood en begrafenis waren vanwege de naderende sabbat zo snel verlopen, dat men geen tijd meer had gehad Hem door balseming de laatste eer te bewijzen. Vandaar dat op de vroege ochtend na de sabbat een aantal vrouwen terugging naar het graf om dat alsnog te doen. Onder hen bevond zich ook weer Maria Magdalena (Mt. 28, 1; Mc. 16, 1-9; Lc. 24, 10). Zij ontdekten dat het graf leeg was; er waren een of twee mannen, engelen van God, die hun zeiden, dat Jezus uit de doden was opgestaan en dat Hij hun voorging naar Galilea; daar zouden zij Hem zien. Dat moesten zij aan zijn leerlingen doorgeven.
Johannes' versie van deze gebeurtenis wijkt enigszins af. De twee in het wit geklede engelen vroegen aan Maria, die zich voorover gebogen had om een blik in het graf te kunnen werpen: "Vrouw, waarom huilt u?"
Zij antwoordde: "Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet, waar ze Hem hebben neergelegd." Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: "Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u?" In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: "Heer, mocht u Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar u Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen." Zij herkende Hem, toen Hij haar op Zijn karakteristieke manier bij haar naam noemde: "Maria!" (Joh. 20, 1-18).
In de Kerk wordt Maria Magdalena vereerd als een boetelinge wier radicaal veranderde leven de liefde en kracht van Jezus laat zien.
Zij is patrones van de vrouwen in het algemeen, van scholieren en studenten, van ieder die in verleiding gebracht wordt, boetvaardige en berouwvolle zondaressen, penitenten en boetelingen, van kappers, kapsters en kammenmakers, van drogisten en zalfhandelaren, parfum- en poederfabrikanten, van kleermakers, schoen- en handschoenmakers en foedraalmakers, witleerlooiers en wolwevers, van hoveniers en tuinlieden, van pottenbakkers, van kuipers, wijnhandelaren en wijnbouwers, van waterdragers, van bergbewoners, van loodgieters, van kinderen die moeilijk leren lopen en van vele anderen.
Brief van de Bisschop over geloofscrisis
De Bisschop schrijft dat de Kerk in Nederland in een dubbele crisis verkeert: een morele crisis - waarbij hij onder meer doelt op het schandaal van kindermisbruik - en een geloofscrisis: "(...) Er is (...) sprake van een geloofscrisis, die het zicht op wezenlijke geloofswaarheden vertroebelt. De werkelijke Aanwezigheid van de verrezen Heer in heel zijn goddelijke Majesteit in de heilige Eucharistie en Communie is hier één van. Alle eredienst moet gericht zijn op de aanbidding van Hem en de vereniging met Hem, en door Hem ook met elkaar. Daaruit putten
wij kracht en leven."
De Bisschop schrijft verder: "Ik denk dat wij hierbij een voorbeeld kunnen nemen aan anderen. In alle orthodoxe en oriëntaalse christelijke kerken is de eerbied voor dit verheven mysterie absoluut onaantastbaar en elke profanisatie uitgesloten. Maar ook bij alle niet-christelijke religies zien we hetzelfde. In Jodendom, Islam, Boeddhisme en andere oosterse religies zou iedere vermenging van eredienst met profane rituelen, teksten en muziek ondenkbaar zijn. Allen keren ze zich naar de plaats die voor hen heilig is of buigen zich ter aarde als ze zich tot God richten. En wij, die het meest diepgaande besef hebben van Gods aanwezigheid onder ons, een God die mens wordt, die ons zijn Lichaam en Bloed nalaat in brood en wijn, wij vergeten zo vaak Hem de eer te geven die Hem toekomt."
Misschien heeft de Bisschop het zo niet bedoeld, maar in feite houdt hij hier een pleidooi voor de Tridentijnse Mis, zoals die in de Agneskerk wordt gecelebreerd. Als katholieken hoeven we dus niet zo ver weg te kijken, en niet naar andere religies. Onze eigen Rooms-katholieke Traditie, die nog altijd springlevend is, laat zien hoe een eredienst aan God gevierd kan worden in het meest diepgaande besef van Gods aanwezigheid onder ons, waarbij vermenging met profane rituelen is uitgesloten.
De volledige brief van mgr Punt kan hier worden bekeken.






