Hieronymus werd geboren rond het jaar 347 in Stridon (Dalmatië). Hij geldt als een van de grote Kerkvaders van het Westen.
Hij stamde uit een welgestelde familie en ontving zijn eerste opleiding te Rome. De ouders van Hieronymus waren al christenen en zij stuurden hem naar Rome om er te studeren. Hij kreeg er les onder meer van de grammaticus Donatus. Tyrannius Rufinus van Aquileia was zijn medeleerling. Met de klassieke auteurs raakte Hiëronymus zeer vertrouwd.
Na een verblijf in Trier leidde hij in Aquileia een ascetisch leven tussen een groep van gelijkgezinden. Rond 373 wilde hij een pelgrimstocht naar Jeruzalem ondernemen, maar een ernstige ziekte hield hem lange tijd in Antiochië. Daar hoorde hij voordrachten van Apollinarius van Laodicea en hij leerde er ook perfect Grieks. Daarna trok hij zich drie jaar (375-378) terug in de woestijn in de buurt van Antiochië, waar een monnik van joodse afkomst hem in het Hebreeuws onderrichtte. Zijn priesterwijding ontving hij in Antiochië van Paulinus, bisschop van deze stad. In Constantinopel woonde hij de voordrachten van Gregorius van Nazianze bij.
Tussen 383 en 385 verbleef Hieronymus in Rome. Hij was secretaris en vriend van paus Damasus I. In opdracht van deze paus begon hij te werken aan een nieuwe vertaling van de Bijbel in het Latijn, de vulgaat, omdat de tot dusver gangbare vertalingen niet meer voldeden voor wat betreft literaire vormgeving en correctheid. Na de dood van Damasus (11 december 384) begaf hij zich op reis naar de heilige plaatsen in Palestina, bezocht een maand lang Didymus de Blinde, bracht een bezoek aan de monniken van de Nitrische woestijn en vestigde zich uiteindelijk in 386 te Bethlehem, waar hij tot zijn dood als kluizenaar leefde. Hij hield zich daar 34 jaar bezig met de wetenschap en leidde bovendien een klooster. Tot de ascetische kring rondom hem behoorden ook adellijke dames als Marcella, Asella, Paula en haar dochter Eustochium. Met Paula's steun werden er drie vrouwenkloosters en een mannenklooster gesticht, verder een kloosterschool waar hij over een grote bibliotheek kon beschikken.
Hiëronymus raakte verwikkeld in verschillende conflicten: met bisschop Johannes van Jeruzalem, met zijn jeugdvriend Rufinus, met Jovinianus (393), Vigilantius (404) en Pelagius (na 415). Hij was een lastig en prikkelbaar mens, die dikwijls hard en scherp in zijn polemiek kon zijn, maar daartegenover staat dat hij eerlijk was in zijn energieke vrijmoedigheid tegen mistoestanden en in zijn streven naar ascetische idealen. Onder de kerkvaders was hij, als filoloog en veelweter, zeker de meest geleerde. Zijn wetenschappelijk werk is van grote waarde omdat hij de kennis van de Grieken en joden doorgaf aan het christelijke westen.
Zijn krachtige, emotionele persoonlijkheid blijkt het best uit zijn circa 120 brieven. Deze waren voor publicatie bestemd en zijn historisch belangrijk, inhoudelijk gevarieerd en qua vormgeving voortreffelijk afgewerkt.
Hieronymus stierf in Bethlehem op 30 september 420. Hij wordt vaak afgebeeld met een leeuw.
30 september 2011
30 september: Heilige Hiëronymus, belijder en Kerkleraar
25 september 2011
Preek voor de vijftiende zondag na Pinksteren
Epistel
Gal. 5, 25-26; 6, 1-10
Broeders, nu wij een geestelijk leven in ons dragen, zorgen wij nu ook naar de geest te leven. Laten wij geen ijdele eer najagen, zodat wij elkander tergen of benijden. Broeders, ook als iemand onbedacht in zonde is gevallen, dan moet gij, als geestelijke mensen, zo iemand terechtwijzen in de geest van zachtmoedigheid, en wel acht geven op u zelf, dat ook gij niet in bekoring komt. Draagt elkanders lasten; dan zult gij zo de wet van Christus vervullen. Want als iemand zich verbeeldt, dat hij wat is, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zichzelf. Laat daarom iedereen zijn eigen werk onderzoeken; dan zal hij alleen bij zichzelf reden hebben om te roemen, zonder zich te vergelijken met een ander. Want iedereen zal zijn eigen last moeten dragen. Wie echter onderricht ontvangt in de leer, moet aan degene, die hem onderricht geeft, van alle goeds meedelen. Wilt u zelf niet misleiden; God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Daarom – wie in het vlees zaait, zal ook van het vlees het verderf oogsten; wie echter zaait in de geest, zal van de geest eeuwig leven oogsten. Laten wij derhalve het goede blijven doen, zonder te verslappen; want als wij de moed niet opgeven, zullen wij te zijner tijd oogsten. Daarom – laten wij, zolang wij tijd hebben, goed doen aan iedereen, maar vooral aan de huisgenoten des geloofs.
Evangelie
Lc. 7, 11-16
In die tijd ging Jezus naar een stad, die Naïm heette; en Hij was vergezeld van Zijn leerlingen en een talrijke menigte. Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, een enige zoon van zijn moeder, en deze was weduwe; en een grote menigte uit de stad was bij haar. Toen de Heer haar zag, kreeg Hij innig medelijden met haar en zei tot haar: Ween niet! Dan kwam Hij naderbij en raakte de lijkbaar aan. (De dragers bleven stilstaan.) Vervolgens sprak Hij: Jongeling. Ik zeg u: sta op! En de dode ging overeind zitten en begon te spreken. En Hij gaf hem terug aan zijn moeder. En vrees greep allen aan, en zij verheerlijkten God en zeiden: Een groot profeet is onder ons opgestaan, en: God heeft Zijn volk bezocht.
Preek
Vandaag horen wij over de wonderbaarlijke opwekking van een jongeman die gestorven was. Door de tranen van de treurende moeder werd Jezus bewogen hem uit de banden van de dood te bevrijden en terug te geven aan zijn moeder. Deze gebeurtenis is allereerst vanzelfsprekend een historisch gebeurtenis, die ons de liefde en de goedheid van God laat zien. Verder is deze gebeurtenis in overdrachtelijke zin ook vandaag voor iedere mens werkelijkheid.
Door de zonde sterft de mens een nog diepere dood dan het sterven van het lichaam. De zonde berooft de mens van zijn eeuwige bestemming. Voor degene die in zonde sterft, blijf alleen het verschrikkelijke hellevuur, in alle eeuwigheid, zonder einde, zonder vermindering. Bedriegt uzelf niet, en denkt niet dat God dat toch niet zal toelaten. De waarheid is dat de zondige mens het zelf toelaat.
God is vol van erbarmen, zoals wij in het Evangelie hebben gehoord. Hij wekt de zondaar op tot leven, nu niet langer zoals die jongeman, maar door het sacrament van de biecht. God bevrijdt ons niet van de lichamelijke dood, maar van de eeuwige dood, als wij maar nederig en boetvaardig tot Hem naderen door middel van een gewijde priester.
Zonder de tranen van de wenende moeder zou in het Evangelie de jongeman niet zijn opgewekt. Ook de Kerk weent als een liefdevolle moeder om haar afgedwaalde kinderen. Zonder deze tranen en zonder haar gebed, waartoe ook ons persoonlijke gebed wordt gerekend, zou menig zondaar zich nooit hebben bekeerd. Wij leven in een tijd waarin de mens van kleins af aan tot zonde wordt aangezet, waarin gezin en samenleving geen veilig toevluchtsoord meer zijn. Des te meer moeten wij, christenen, bidden voor de bekering van de zondaars en offers brengen. Tegelijkertijd moeten wij ook waakzaam blijven om niet zelf met de dodelijke infectie van de zonde te worden besmet.
Zoals de menigte uit het Evangelie moeten ook wij met vrees worden vervuld en God verheerlijken, en Hem niet steeds weer vergeten. God is de werkelijkheid om Wie alles zich beweegt, en zo moet het ook zijn in ons leven. Als wij dood zijn in de zonde, dan kunnen wij alleen door Zijn erbarmen opnieuw tot leven komen, zoals niemand zichzelf het leven terug kan geven na de lichamelijke dood. God Zelf heeft tot de wereld gesproken, en de Kerk spreekt al 2000 jaar tot de wereld om God te dienen, maar de mens blijft steeds maar niet luisteren, omdat hij zich liever laat verblinden door de schijn van het wereldse. Deze schijn zal velen tot de eeuwige dood en verdoemenis brengen, omdat zij de tijd van erbarmen niet hebben willen kennen.
Aan u, beminde gelovigen, gaat deze waarschuwing ook uit. Heft steeds uw ogen naar de hemel en laat het wereldse spektakel achter u. Weest mensen die meer de taal van het gebed spreken, dan het gekabbel van deze wereld. Zorgt ervoor dat u de wereld doorziet, vertrouwt niet op de gezaghebbers in onze wereldse maatschappij, die voor u een pad van dood en ellende hebben geplaveid, maar luister naar en doe de Wil van God, zoals zeker ook de jongeman uit het Evangelie gedaan zal hebben, nadat hij tot het leven terugkeerde. Amen.
23 september 2011
Heilige Pius van Pietrelcina (Padre Pio)
Op 20 september 1918 voltrokken zich bij hem voor het eerst de zichtbare mystieke tekenen die zijn gehele leven zouden beheersen. Padre Pio ontving de zogeheten stigmata, de vijf open wonden van de gekruisigde Jezus. Uit de ongeneeslijke wonden in zijn handen, voeten en zijde stroomde bloed dat een heerlijke geur verspreidde. Pio’s oversten onderwierpen hem aan lastige wetenschappelijke onderzoeken. Door de stigmata en de talrijke wonderen die er rond hem gebeurden, stroomden er grote aantallen pelgrims naar San Giovanni Rotondo. Velen stonden uren in de rij om bij de gekwelde pater te biechten. Op zondag 22 september 1968 zakte hij tijdens de viering van de Hoogmis in elkaar. Pio was aan het einde van zijn lichamelijke krachten en in de nacht van zondag op maandag kwam er een eind aan zijn getormenteerde, aardse bestaan.
Nadat hij vredig was ingeslapen, verdwenen de stigmata. Steeds heeft Pio geprobeerd de stigmata te verbergen, omdat hij niet als een kermisattractie beschouwd wilde worden. De helse pijnen waaraan hij leed, wilde hij het liefst in volstrekte anonimiteit dragen en offeren voor de redding van de zielen in het vagevuur. Van geen enkele heilige uit de moderne tijd zijn zoveel verslagen over wonderbaarlijke verschijnselen opgetekend als van Pio. Zo was hij helderziend, beschikte hij over de gave van bilocatie (op twee plaatsen tegelijkertijd aanwezig zijn) en genezing, en verspreidde hij een heerlijke geur. Pio was allerminst een zwever. Hij was zeer praktisch ingesteld. Dat bleek onder meer uit zijn wens om in de buurt van zijn klooster een hypermodern ziekenhuis te laten bouwen. Met steun van pelgrims werd deze wens werkelijkheid. Padre Pio werd in 1999 zalig verklaard. Paus Johannes Paulus II verklaarde hem heilig op 16 juni 2002.
Zijn gedachtenis wordt gevierd op 23 september (Novus ordo).
18 september 2011
Veertiende zondag na Pinksteren
Epistel
Gal. 5, 16-24
Broeders, gij moet leven naar de geest; dan zult gij de begeerten van het vlees niet inwilligen. Het vlees immers begeert, tegen de geest, en de geest tegen het vlees; want de een strijdt tegen de ander, om u af te trekken van hetgeen gij zoudt willen doen. Maar als gij u laat leiden door de geest, is er geen wet, die u treft. De werken nu van het vlees zijn welbekend; het zijn immers: ontucht, onreinheid, oneerbaarheid en zedeloosheid; afgodendienst, toverij en vijandschap; twist, afgunst en toorn; onenigheid, tweedracht en verdeeldheid; jaloersheid, doodslag, dronkenschap en onmatigheid; en meer dergelijke dingen. Maar ik zeg u van te voren, zoals ik vroeger ook reeds gedaan heb, dat zij, die zulke dingen doen, het rijk van God niet zullen verwerven. Daarentegen zijn de vruchten van de geest: liefde en vreugde, vrede en geduld; welwillendheid en goedheid, lankmoedigheid en zachtmoedigheid; getrouwheid en bescheidenheid, zelfbeheersing en reinheid. Tegen zulke mensen richt zich geen enkele wet. Degenen nu, die Christus toebehoren, hebben hun vlees aan het kruis geslagen met al zijn ondeugden en begeerten.
Evangelie
Mt. 6, 24-33
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Niemand kan twee heren dienen; want hij zal of de een haten en de ander beminnen, of de een op de handen dragen en de ander verwaarlozen. Gij kunt niet tegelijk God dienen en de mammon! Daarom zeg Ik u: Weest niet angstig bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten, of voor uw lichaam, waarmede gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding? Ziet naar de vogelen des hemels; zij zaaien niet, en zij maaien niet en verzamelen niet in schuren; en toch, uw hemelse Vader voedt ze. Zijt gij niet veel meer waard dan zij? En wie uwer kan met al zijn denken aan zijn lengte één el toevoegen? En wat maakt gij u angstig bezorgd over kleding? Ziet de lelies op het veld, hoe ze groeien; zij werken niet en spinnen niet; en tóch zeg Ik u, dat Salomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als één van deze. Als God nu het gewas op het veld, dat heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo kleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen? Wilt dus niet angstig bezorgd zijn en zeggen: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want dat zijn dingen, waar de heidenen naar vragen. Immers uw Vader weet, dat gij dit alles nodig hebt. Zoekt derhalve eerst het rijk Gods en Zijn gerechtigheid en al dat andere zal u geschonken worden als toegift.
Overweging
(De preek van deze zondag is niet beschikbaar.)
Niemand kan twee heren dienen. En dit wordt verder uitgelegd: want hij zal of de een haten en de ander beminnen, of de een op de handen dragen en de ander verwaarlozen. We zouden deze woorden zorgvuldig moeten overwegen, want de Heer laat ons meteen zien wie de twee meesters zijn uit wie wij een keuze moeten maken. Gij kunt niet tegelijk God dienen en de mammon! 'Mammon' is een Hebreeuws woord dat gebruikt werd voor de rijken.
Wie de mammon dient, dient de boze, die op brutale wijze ervoor heeft gekozen om heer en meester te zijn van de aardse goederen, en die door Jezus de 'prins van deze wereld' wordt genoemd. Van deze twee heren zal men ofwel de een haten en de ander (dat is God) liefhebben, ofwel de een op handen dragen en de ander verwaarlozen. Wie de mammon dient, klamt zich vast aan een hardvochtige meester die uit is op vernietiging, want hij wordt gevangen gehouden door zijn lusten, en hij verkoopt zichzelf als slaaf aan de duivel, van wie niemand houdt. Is er iemand die de duivel liefheeft? En toch houden velen zich aan hem vast.
Daarom zeg ik u: Weest niet bezorgd om uw leven, om wat u zult eten of drinken, noch over uw lichaam, om welke kleding u zult dragen. Want ook al zijn deze zaken niet onbelangrijk, de zoektocht ernaar kan het hart in verdeeldheid brengen, en daardoor kunnen onze intenties bezoedeld raken. We pretenderen vaak - uit de goedheid van ons hart - deze zaken te zoeken voor de ander, maar, onder dit valse voorwendsel, willen we er zelf van profiteren. Op deze manier denken we zelfs niet te zondigen, omdat hetgeen we zoeken immers niet nutteloos is, maar noodzakelijk voor de ander.
Uit een preek van de H. Augustinus
16 september 2011
17 september 2011: 5 jaar Tridentijnse Mis in onze kerk
Op zondag 17 september 2006 werd in de Agneskerk de eerste Tridentijnse Hoogmis opgedragen sinds vele jaren. Op zaterdag 17 september 2011 is de Tridentijnse Mis dus vijf jaar terug in onze kerk. Oorspronkelijk zou de Romeinse curiekardinaal Raymond Burke die dag een pontificale Hoogmis in onze kerk opdragen, maar om organisatorische redenen is zijn komst uitgesteld tot zondag 6 november (Willibrordzondag).
Op de lustrumdag, zaterdag 17 september, zal nu de eerwaarde heer Peter Van de Kerckhove, pr. (foto), om 13.30 uur in de pastorie een lezing verzorgen over de hervorming van de Romeinse ritus.
Het programma voor deze dag ziet er als volgt uit:
10.00 uur: Gelezen H. Mis (Sint-Nicolaasacademie)
10.45 uur: Lezing over het Tweede Vaticaans Concilie (Sint-Nicolaasacademie - pastorie)
11.00 uur: Gelezen H. Mis
12.00 uur: Lunch: broodjes en koffie worden tegen een kleine vergoeding aangeboden (pastorie)
12.45 uur: Marialof
13.30 uur: Lezing over de hervorming van de Romeinse ritus door eerwaarde heer Van de Kerckhove, pr. (pastorie)
Programma Sint-Nicolaasacademie op zaterdag 17 september 2011
Op zaterdag 17 september gaat het najaarsprogramma van de Sint-Nicolaasacademie van start. De lezingen van de komende maanden staan in het teken van het Tweede Vaticaans Concilie. Deze maand wordt de reeks geopend met een lezing door de heer Robert Lemm, auteur, historicus en voorzitter van de academie, over de vraag in hoeverre het concilie werd bepaald door de tijdgeest, de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en de jaren ’60.
Programma
10.00 uur: Heilige Mis
10.45 uur: Koffie en thee in de pastorie
11.00 uur: Bijeenkomst in de zaal van de pastorie
12.30 uur: Einde
Zie: De website van de academie.
Vandaag - van 12 tot 17 uur: uitstelling van het Allerheiligste Sacrament
Wij aanbidden U, Christus, en loven U, omdat Gij door Uw heilig Bloed de wereld hebt verlost.
Op de schreeuw om het vergoten bloed dat van zovele plaatsen ter wereld naar God opstijgt, antwoordt God met het bloed van Zijn Zoon Die Zijn leven voor ons gegeven heeft. Christus heeft het kwaad niet met kwaad beantwoord, maar met het goede, met Zijn oneindige liefde. Het Bloed van Christus is de waarborg van Gods trouwe liefde voor de mensheid. Met de blik op de wonden van Christus kan elke mens, zelfs in omstandigheden van uiterste morele ellende, zeggen: God heeft mij niet verlaten, Hij heeft mij lief, Hij heeft Zijn leven voor mij gegeven; en zo kan hij de hoop terugvinden.
Moge de Maagd Maria, die met de apostel Johannes onder het kruis het testament van Jezus’ Bloed opving, ons helpen de onschatbare rijkdom van deze genade te herontdekken en er innig en eeuwig dankbaar voor te zijn.
Paus Benedictus XVI
16 september: H.H. Cornelius (paus) en Cyprianus (bisschop), martelaren
Cornelius werd aan het begin van de derde eeuw geboren. In 251 werd hij, nadat de pauselijke zetel 15 maanden vacant was geweest, tot bisschop van de Kerk van Rome gewijd. Dit bleef hij tot 253. In dit korte tijdsbestek heeft hij vooral te kampen gehad met de leer van Novatianus, een dwaalleraar die zich opwierp als tegenpaus. Het eigenlijke conflict ging over het weer opnemen van de mensen die tijdens de vervolging van het geloof waren afgevallen. De Novitianen ontkenden de macht van de Kerk om zware zonden te vergeven. Deze dwaling hield twee eeuwen stand. Volgens de H. Cornelius konden deze 'gevallenen' (lapsis) - zij hadden tijdens de vervolging onder keizer Decius aan afgoden offers gebracht - weer door handoplegging en boete in de Kerk worden opgenomen. Cyprianus heeft Cornelius geholpen het gezag te handhaven. Paus Cornelius werd door keizer Gallus verbannen naar het huidige Civitavecchia. Hier werd hij op 14 september 253 door onthoofding om het leven gebracht. De heilige Cornelius ligt begraven in de catacomben van Callistus.
Cyprianus was een vriend van paus Cornelius. Hij werd rond het jaar 210 in Carthago geboren. Hij stamde uit een heidense familie. Na zijn bekering in 248 werd hij tot priester gewijd en daarna (in 249) tot bisschop van Carthago. Hij heeft paus Cornelius gesteund in de strijd tegen de Novitianen. Hij heeft zich tijdens paus Stephanus hard opgesteld tegen ketterdopen. Tijdens de christenvervolging ten tijde van keizer Valerianus werd Cyprianus verbannen. Op 14 september 258 werd hij in Carthago onthoofd.
Cornelius is patroon van boeren en tegen krampen, oorkwalen, zenuwziekten en epilepsie. Bovendien is hij een van de vier heilige maarschalken, dat wil zeggen bijzondere voorsprekers bij God, samen met Antonius, Quirinus en Hubertus.
Cyprianus werd aangeroepen als beschermer tegen de pest.
11 september 2011
Preek voor de dertiende zondag na Pinksteren
Epistel
Gal. 3, 16-22
Broeders, aan Abraham werden de beloften aangekondigd, en aan zijn zaad. Er staat niet: "en aan zijn nazaten", alsof er sprake was van velen; maar als van één: "en aan uw zaad" - en dat is Christus. Nu is dit mijn bedoeling: een wilsbeschikking, die door God Zelf rechtsgeldig is tot stand gekomen, wordt door de Wet, die vierhonderdendertig jaar later is ontstaan, niet ongedaan gemaakt, zodat de belofte niet meer van kracht zou zijn. Niettemin, als de erfenis voortvloeit uit de Wet, wordt zij niet verkregen krachtens belofte. En toch, aan Abraham heeft God Zijn gunst bewezen door belofte. Waarvoor diende dan de Wet? - Omwille van de overtredingen werd zij gegeven, totdat het zaad zou komen, waaraan Hij de belofte verbonden had; en zij werd uitgevaardigd door engelen door tussenkomst van een middelaar. Een middelaar nu treedt niet op bij één persoon. God echter is één. Is de Wet dus in strijd met Gods belofte? – Volstrekt niet; want indien er een wet gegeven was, die bij machte was het leven mee te delen, dan zou inderdaad de gerechtigheid voortkomen uit de Wet. Maar de Schrift heeft nu eenmaal alles onder de macht van de zonde gesteld, opdat de belofte aan degenen, die geloven, in vervulling zou gaan door het geloof in Jezus Christus.
Evangelie
Lc. 17, 11-19
In die tijd trok Jezus op Zijn reis naar Jeruzalem door het grensgebied van Samaria en Galilea. En toen Hij een zeker dorp wilde binnengaan, kwamen er tien melaatsen naar Hem toe, die op een afstand bleven staan en met luider stem riepen: Jezus, Meester, heb medelijden met ons. En zodra Hij hen zag, sprak Hij: Gaat heen en vertoont u aan de priesters! Nu geschiedde het, dat zij onderweg gereinigd werden. En een van hen ging terug, zodra hij bemerkte, dat hij gereinigd was, terwijl hij God verheerlijkte met luider stem; en hij wierp zich op zijn aangezicht neder aan Zijn voeten en dankte Hem. En deze was een Samaritaan. En Jezus nam het woord en zei: Zijn er geen tien genezen? Waar blijven dan de negen anderen? Niemand is er gevonden, die terugkeerde en eer gaf aan God, behalve deze vreemdeling! En Hij sprak tot hem: Sta op en ga heen; want uw geloof heeft u redding gebracht.
Preek
In het Evangelie over de tien melaatsen, die door Jezus worden genezen maar van wie er slechts één terugkomt om God te danken, zien wij bij uitstek een beeld van de Kerk. Wij, die door Gods genade deel uitmaken van Zijn uitverkoren volk, de Kerk, zijn namelijk door het doopsel daarvan deelgenoot geworden, en wij zijn door hetzelfde bad van de wedergeboorte gereinigd van de melaatsheid van de zonde. Maar zoals in het Evangelie is ook vandaag het grootste deel van de genezen mensen weggebleven; slechts enkelen blijven God danken voor Zijn weldaden. Van alle gedoopten komt maar een enkeling zondag na zondag om God te verheerlijken, als in deze kerk het Offer van verzoening en het Onderpand van ons eeuwig leven opgedragen wordt. Waar blijft de rest? Waarom blijven zij weg?
Beminde gelovigen, het wel of niet komen om God te verheerlijken heeft te maken met de ware of de foute liefde. De ware liefde gaat uit naar God als het hoogste Goed en verlangt ernaar om alles voor Hem te doen. Daarvoor komen gelovigen ook naar de heilige Mis, om zich met het Offer van Christus te verenigen en daardoor het eigen leven te geven in het ene offer dat God welgevallig is, en dat ons toegang verschaft tot de eeuwigheid. De anderen, die wegblijven van de verschuldigde Godsverheerlijking, hebben zichzelf lief. Zij willen God niet dienen maar wel Zijn gaven ontvangen voor het tijdelijke en het wereldse. Hun liefde is fout omdat ze alleen maar draait om het eigen ‘ik’. Daarmee beantwoorden zij niet aan hun hoogste roeping en doel: om door de verheerlijking van God het eeuwig leven te ontvangen.
In de moderne, na-conciliaire Kerk wordt er veel gesproken over een goed mens zijn, en om er te zijn voor de ander, over respect en tolerantie. Maar daardoor is nog niemand in de hemel gekomen. Onze eerste verplichting, als gedoopten, is God te dienen en lief te hebben. Alleen door Gods liefde is ook een ware dienst aan de naaste mogelijk, omdat deze dienst in de waarheid moet bestaan, en tot doel moet hebben om de naaste bij God te brengen.
De commotie in de afgelopen weken rond de pastoor die een euthanasie-zelfmoordenaar niet kon begraven, laat duidelijk zien dat vele gedoopten tegenwoordig geen belang meer hechten aan de waarheden van God, en dat de Kerk alleen maar wordt gebruikt om de eigen belangen te legitimeren. Zo was het ook bij de negen melaatsen die wegbleven. Ook zij volgden hun eigen belang. Alleen hij die God dankte, en een vreemdeling was, werd om zijn geloof geprezen, en krijgt de toezegging van eeuwig leven. Ook de pastoor die het geweten van de Kerk volgt, is vandaag een vreemdeling in deze maatschappij van zelfzucht en plezier; hij plaatste de verheerlijking van God boven de zelfverheerlijking van de mens.
Als wij een algemene les kunnen trekken uit het Evangelie van vandaag, beminde gelovigen, dan is het dat God in alles centraal moet staan. Concreet betekent dat dat wij Zijn Wil boven onze eigen wil plaatsen, en dat Zijn Wil hoger is dan de wil van het moment of de waan van de dag. Wij moeten begrijpen dat Hij de enige Waarheid is, en dat wij Zijn waarheid leren kennen door de prediking van de Kerk. Wij moeten begrijpen dat Hij ons bevrijdt uit onze melaatsheid van zonde, en dat wij Hem alleen kunnen danken door naar Hem te luisteren, en het voorbeeld uit het Evangelie van vandaag te volgen. Amen.
9 september 2011
Elektriciteit in Agnestoren hersteld
Zoals u de afgelopen maanden gemerkt zult hebben, was de elektriciteit in de kerktoren uitgevallen nadat de netwerkbeheerder graaf- en installatiewerkzaamheden in de sacristie en pastorietuin had uitgevoerd.
Eind augustus is de elektriciteitsvoorziening in de toren hersteld, de klokken van het uurwerk zijn gelijkgezet en lopen weer op tijd, de luidklok kan weer oproepen voor de heilige Mis.
Tegelijkertijd is in de kerk noodverlichting aangebracht en zijn de borden die de nooduitgangen aangeven gerepareerd. Daarmee voldoet de kerk weer aan de voorschriften van de brandweer.
Dank aan de vrijwilligers en de professionele krachten die dit mogelijk hebben gemaakt!
5 september 2011
Zalige Moeder Teresa van Calcutta

In 1910 wordt Gonxha (Agnes) Bojaxhiu geboren in Skopje, Albanië (tegenwoordig Macedonië), als jongste kind in een welvarend gezin. Op 18-jarige leeftijd treedt zij toe tot de zusters van Loreto. Daar leert zij Engels en komt als lerares te werken in de Indiase stad Calcutta. Zij ziet hoeveel zieken, bedelaars en thuislozen er in die stad zijn.
In 1931 kiest Agnes haar kloosternaam: zuster Teresa, met Theresia van Lisieux als patrones. Ze wordt directrice van een school, buiten het klooster, en komt veel in contact met mensen uit de sloppenwijken.
Tijdens een treinreis naar Darjeeling in 1946 ontvangt Teresa een goddelijke ingeving. Ze besluit het klooster te verlaten en zich volledig in dienst te stellen van de armen en onder hen te gaan leven. In 1948 verleent paus Pius XII haar toestemming om uit het klooster te treden en als onafhankelijke non te gaan leven, op voorwaarde dat ze de geloften van zuiverheid, armoede en gehoorzaamheid naleeft.
Zie kiest als nieuw habijt een goedkope witte sari (de gewone kleding voor de vrouw in India) met blauwe rand. Het wit staat voor reinheid en het blauw verwijst naar Maria. Zij krijgt de Indiase nationaliteit en gaat een opleiding volgen voor de verpleging. Vervolgens sticht ze een nieuwe orde voor zusters in Calcutta: de Missionarissen van Naastenliefde.
Ze leeft onder de armen. Ze probeert hun iets bij te brengen over hygiëne en ze ontfermt zich over hun baby's als zij dat zelf niet meer kunnen of willen. En ze vertelt de mensen over de liefde van God. Tientallen jaren knielt zij in de straten van het Indiase Calcutta neer bij stervende mannen, vrouwen en kinderen. Ze vertrouwt op God voor hulp, ook in het materiële. Overal waar zij komt, nodigt ze mensen uit te helpen en te geven. Haar tehuizen zijn overvol en toch smeekt ze moeders die hun ongeboren kindje willen laten doden het geboren te laten worden. Als zij niet voor dat onschuldige baby'tje kunnen of willen zorgen, mogen ze het aan haar geven, dan zal zij zich erover ontfermen.
Op 10 december 1979 wordt aan een klein geschrompeld vrouwtje de Nobelprijs voor de Vrede uitereikt. Moeder Teresa ontvangt deze voor haar werk onder de armsten der armen. Haar dankrede is één groot gebed. Ondertussen houdt ze een rozenkrans tussen haar vingers.
Haar hele leven is een gebed, is één grote strijd voor het leven. Tijdens de VN-bevolkingsconferentie in Caïro in 1994 heeft Moeder Teresa de doodstraf en abortus resoluut verworpen. ”De enige die het recht heeft op het leven is Degene Die het heeft gemaakt. Niemand anders heeft dat recht. Niet de moeder, niet de vader, niet de arts, geen instantie, geen conferentie, geen regering.”
Voor Moeder Teresa is "abortus het ergste kwaad en de grootste vernietiger van de vrede, want het is een oorlog tegen het kind, een rechtstreeks doden van onschuldige kinderen, de moord door de moeder zelf. En als we aanvaarden dat een moeder zelfs haar eigen kind doodt, hoe kunnen we dan zeggen dat andere mensen elkaar niet mogen doden?”
In 1979, toen Moeder Teresa in Oslo de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst nam, sprak zij zich uit tegen de hypocrisie van de velen ”die zich zorgen maken over de situatie van baby's in Afrika en India, maar niet over de miljoenen die opzettelijk worden gedood door de wil van de moeder”.
Vaak gebruikte Moeder Teresa het volgende motto:
De vrucht van stilte is het gebed.
De vrucht van het gebed is geloof.
De vrucht van het geloof is liefde.
De vrucht van liefde is dienstbaarheid.
De vrucht van dienstbaarheid is vrede.
Moeder Teresa's liefde voor de Heer is aanstekelijk groot. Zij zegt dat je altijd en overal blij moet kijken, omdat dat uiteindelijk vrede en vreugde brengt. Maar achter haar eigen glimlach schuilt een oneindig verdriet. Vele malen was Jezus haar verschenen. Ze had visioenen gehad van naar God smachtende mensen. Hij dwong haar de grote stap te maken van het veilige klooster naar de armen op de straat. "Weiger mij niets", had Hij gezegd. Maar zij kon het niet, wat Hij vroeg was te veel voor haar. Maar uiteindelijk had ze gehoorzaamd. Met slechts een stukje zeep en vijf roepies was ze de straat opgegaan. En nu, juist als zij alles heeft gegeven, lijkt het of Hij haar in de steek heeft gelaten. Ze begint zelfs te twijfelen aan Zijn bestaan. Zoals Christus in de Hof van Olijven wordt bekoord, en later aan het kruis Zich door God verlaten voelt, zo eenzaam voelt Moeder Teresa zich. Alleen haar geloof houdt haar in deze beproeving op de been. Zij blijft Hem trouw, tot aan haar dood op 5 september 1997.
Paus Johannes Paulus II verklaart haar op 19 oktober 2003 zalig. Deze paus wilde haar als voorbeeld stellen aan de mensheid vanwege haar liefde voor het Allerheiligste Sacrament des Altaars, het gebed en de armen. Hij noemde haar het beeld van de Barmhartige Samaritaan in onze tijd.
De congregatie Missionarissen van Naastenliefde telt nu wereldwijd ongeveer 4.000 leden en bestaat uit (contemplatieve) zusters en broeders en een priesterorde.
4 september 2011
Preek voor de twaalfde zondag na Pinksteren
Epistel
2 Kor. 3, 4-9
Broeders, zulk een zelfvertrouwen hebben wij door Christus, steunend op God. Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn, om iets uit te denken, alsof het voortkwam van onszelf; integendeel, al onze bekwaamheid komt van God - van Hem, Die ons gemaakt heeft tot bekwame bedienaren van een nieuw verbond, dat niet bestaat in letter, maar in geest. De letter immers brengt de dood, maar de geest maakt levend. Welnu, indien de bediening, die leidde tot de dood en die met letters in stenen gegrift was, met zoveel luister was omgeven, dat de kinderen van Israël Mozes niet in het gezicht konden zien vanwege de glans van zijn gelaat - en deze was toch slechts van voorbijgaande aard - hoe zal dan niet veel meer de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn? Want als de bediening, die tot veroordeling voert, reeds zo heerlijk is, dan is toch zeker de bediening, die tot gerechtigheid leidt, veel overvloediger in heerlijkheid.
Evangelie
Lc. 10, 23-37
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet! Want Ik zeg u: vele profeten en koningen hebben er naar verlangd te zien, wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien - en te horen, wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord! En zie, er stond een wetgeleerde op, die Hem op de proef wilde stellen door te vragen: Meester, wat moet ik doen, om eeuwig leven te verwerven? En Hij sprak tot hem: Wat staat er geschreven in de Wet? Wat leest gij daar? En de ander gaf ten antwoord: "Gij zult de Heer, uw God, beminnen uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met al uw krachten en met geheel uw verstand - en uw naaste als uzelf." En Hij zei hem: Gij hebt goed geantwoord! Doe dat, en gij zult leven! De ander nu wilde zich rechtvaardigen, en stelde daarom aan Jezus de vraag: Maar wie is dan mijn naaste? En Jezus hernam en zei: Een zeker iemand reisde van Jeruzalem naar Jericho, en viel in handen van rovers; deze beroofden hem van alles, en brachten hem vele wonden toe; zo lieten zij hem halfdood liggen, en gingen heen. Toevallig kwam een priester langs dezelfde weg; hij zag hem, maar ging verder. Zo kwam er ook een leviet voorbij; hij zag hem, maar ging verder. Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam daar ook voorbij. En toen hij hem zag, kreeg hij medelijden; hij ging naar hem toe, en verbond zijn wonden, terwijl hij er olie en wijn op deed; dan zette hij hem op zijn lastdier, bracht hem naar een herberg, en droeg zorg voor hem. En de volgende dag nam hij twee tienlingen, gaf ze aan de waard, en zei: Zorg goed voor hem; en wanneer gij nog meer onkosten hebt, zal ik ze u vergoeden, als ik terugkom. Wie van deze drie is naar uw mening de naaste geweest van de man, die in handen van de rovers gevallen was? En hij antwoordde: Diegene, die hem barmhartigheid heeft bewezen. En Jezus zei hem: Ga dan heen, en doe gij ook zo!
Preek
“Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?” Dit is de cruciale vraag die niet alleen ons leven hier, in deze wereld, bepaalt, maar ook onze eeuwige toekomst. Iedereen zou zich deze vraag moeten stellen, ten minste degenen die in een hiernamaals geloven. Wat moet ik doen om in de hemel te komen? De wetgeleerde geeft zelf het antwoord: Gij zult de Heer, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, uit geheel uw ziel en met geheel uw kracht en verstand, en uw naaste als uzelf. Het maakt niet uit dat deze wetgeleerde Christus op de proef wilde stellen; hij heeft het juiste antwoord gegeven en onze Heer heeft het goedgekeurd.
Het antwoord is heel eenvoudig en wij kunnen het samenvatten in twee geboden: allereerst God beminnen, en dan onze naaste. Als wij over het Evangelie van vandaag nadenken, dan spreken wij meestal over het tweede gebod: over de naastenliefde. Dat is begrijpelijk, want ook het verhaal over de barmhartige Samaritaan gaat daar over, maar het gevaar bestaat dat wij dit tweede gebod als het belangrijkste beschouwen. Dat gevaar is in onze tijd misschien nog groter, omdat er veel over de mens wordt gesproken, en God is op een zijspoor gezet.
God beminnen, dat is het eerste en voornaamste gebod. De wetgeleerde uit het Evangelie had er geen moeite mee. Voor hem en voor de mensen van die tijd was dat duidelijk. God eren en Hem dienen was vanzelfsprekend. Voor ons is dat minder duidelijk geworden. Velen van ons vergeten het eerste gebod en zijn alleen gericht op het tweede. Wij horen vaak dat het genoeg is als iemand van zijn naaste houdt; dan moet God al tevreden zijn met ons. Die naastenliefde is vaak onbepaald en komt meestal neer op een onbeperkte tolerantie; wij moeten alles en iedereen aanvaarden.
Beminde gelovigen, onze eerste plicht is echter om God te beminnen. Dat is uitdrukkelijk door Christus bevestigd. Wij moeten God beminnen met onze volledige persoon: met hart en ziel, met verstand en met al onze krachten. Dat is een totale liefde die de gehele mens omvat. Dat is de absolute onderwerping van ons hart en onze wil. Dat is het innerlijke aspect. Deze onderwerping wordt zichtbaar door het vervullen van de goddelijke geboden in ons leven. Daar komt de naastenliefde in zicht, die voortvloeit uit onze liefde tot God.
God beminnen is niet alleen een beweging van ons hart; onze liefde moet zich ook uiten. Een van de eerste tekenen van onze liefde tot God is Hem te loven en te danken in ons dagelijkse gebed en in de eredienst van de Kerk. Daarnaast kunnen wij nog veel doen in ons eigen leven – wij moeten namelijk steeds meer en steeds inniger verbonden zijn met God door ons eigen gebedsleven –, maar ook binnen de Kerk. De gelovigen moeten steeds meer beseffen dat de heilige Mis de hoogste vorm van eredienst is. Onze deelname daaraan is niet willekeurig. Wij zijn verplicht om onze Schepper te eren, Hem te loven en te danken, en wij zijn genoodzaakt om Zijn vergeving en Zijn genade af te smeken. In de heilige Mis gebeurt dat op de meest voortreffelijke manier. Wie dat niet aanvaardt, kan niet zeggen dat hij God bemint. De naastenliefde kan nooit zuiver zijn zonder de ware liefde tot God. Zonder de liefde tot God heeft zij geen betekenis voor ons eeuwige leven. God beminnen is het allereerste gebod; alle andere geboden vloeien daar uit voort.
Beminde gelovigen! Het is natuurlijk niet zo dat God geen daden eist van Zijn schepselen. Integendeel, alles wat wij doen moet voortkomen uit liefde tot Hem. Er is geen keuze tussen de liefde tot God en de naastenliefde; er bestaat geen conflict tussen die twee. Maar om de barmhartigheid te kunnen beoefenen, moeten wij eerst dicht bij de bron van alle barmhartigheid en liefde vertoeven. Het ware christelijke leven verbindt de twee hoofdgeboden met elkaar. Dan kunnen wij zien dat de werken van barmhartigheid zich niet alleen beperken tot de materiële gebreken. De naastenliefde mag nooit de geestelijke werken van barmhartigheid uitsluiten. De zondaars vermanen, de onwetenden onderrichten, goede raad geven of bidden voor levenden en doden, dat zijn geestelijke werken van barmhartigheid die de wereld niet wil erkennen omdat zij het eerste gebod niet erkent. Maar als wij in de hemel willen komen, dan mogen wij deze werken niet vergeten.
Bidden wij in deze heilige Mis dat wij steeds meer mogen groeien in de liefde tot God en in de ware liefde tot onze naasten. Amen.
3 september 2011
Van de parochie-administrator: Oud en eerbiedwaardig
Beminde gelovigen,
De zomertijd was voor onze communauteit bij de Agneskerk een drukke periode op vele werkterreinen. De Amerikaanse seminarist, frater Gregory Bartholomew FSSP, die enkele weken bij ons te gast was, heeft zich volop ingezet om de pastorietuin achter de kerk in orde te brengen. Hier lag een grote hoeveelheid bouwafval die nu opgeruimd is. Verder heeft hij bomen in de tuin gesnoeid om een grotere lichtinval te krijgen, en is hij een grote hulp geweest bij het opbouwen van de nieuwe altaren in de kerk.
Het is voor ons, priesters, een bijzondere vreugde geweest dat wij deze zomer meerdere priesters uit binnen- en buitenland hebben kunnen bijstaan in het leren celebreren van de heilige Mis in de Tridentijnse ritus. De rituelen zijn vrij ingewikkeld; de priesters hebben vele uren en dagen geïnvesteerd om deze Mis met al haar zegeningen te leren opdragen.
Velen van ons zijn dagelijks gezegend doordat zij in de gelegenheid zijn de oude, eerbiedige ritus van de Mis bij te wonen. Mogen wij steeds meer beseffen welke zegeningen ons hierbij overkomen en met een steeds innigere liefde ons leven offeren aan God.
Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie
2 september 2011
Informatiebulletin voor de maand september is verschenen
Het Informatiebulletin van onze kerk voor de maand september is verschenen. Hierin aandacht voor het eerste lustrum (5 jaar) van de Tridentijnse heilige Mis in onze kerk op 17 september. Pater Knudsen schrijft over de opleiding van priesters uit binnen- en buitenland om in de oude ritus te kunnen celebreren. Verder een terugblik op het hoogfeest van Maria Tenhemelopneming.
Het bulletin is op deze site te vinden onder het tabblad 'Informatiebulletin september'. Ook bestaat de mogelijkheid om het blad elke maand gratis per e-mail (klik hier) te ontvangen.










