Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

15 januari 2010

Liefdesmaaltijd

Ik verheug mij niet over het voedsel der vergankelijkheid, evenmin over de vreugden van dit leven. Het Brood Gods verlang ik, dat het Vlees is van Jezus Christus, Die uit het zaad is van David; en tot drank verlang ik Zijn Bloed, dat de onvergankelijke liefde is.

Van Eucharistie en gebed onthouden zij zich, omdat zij loochenen dat de Eucharistie het Vlees is van onze Heer Jezus Christus, dat heeft geleden om onze zonden en dat de Vader in Zijn goedheid heeft opgewekt. Zij, die zich dus tegen Gods gaven verzetten, sterven al disputerend. Het zou beter voor hen zijn te beminnen, om ook te mogen verrijzen. Slechts die Eucharistie moet als geldig worden beschouwd die gevierd wordt onder de bisschop of door degene aan wie hij het heeft opgedragen. Het is niet geoorloofd zonder de bisschop te dopen of een liefdesmaaltijd te houden.

Ignatius van Antiochië (+ 107)


13 januari 2010

13 januari: Feest van de Doop des Heren

Op deze dag, een week na de Openbaring des Heren, vieren wij het Doopsel van de Heer. Het was de eerste daad van Zijn openbaar leven, die door de vier Evangeliën vermeld wordt. Tot de leeftijd gekomen van ongeveer dertig jaar, verliet Jezus Nazareth, ging naar de rivier de Jordaan en liet zich te midden van vele mensen door Johannes dopen. De Evangelist, de heilige Marcus, schreef: “Op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemel: “Gij zijt Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” (Mc. 1, 10-11). Deze woorden “Gij zijt Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde” openbaren wat het eeuwige leven is: de kinderlijke band met God, zoals Jezus die beleefd heeft. Hij heeft ons deze kinderlijke band geopenbaard en gegeven.

Geliefde vrienden, hoe groot is de gave van het Doopsel! Als wij ons daar ten volle rekenschap van geven, zou ons leven een ononderbroken “dank U” zijn. Wat een vreugde voor christelijke ouders die uit hun liefde een nieuwe mens zagen geboren worden en hem naar de doopvont dragen en in de schoot van de Kerk zien herboren worden voor een leven dat geen einde kent! Gave, vreugde, maar ook verantwoordelijkheid! De ouders, peters en meters moeten hun kind namelijk opvoeden volgens het Evangelie.

Paus Benedictus XVI


11 januari 2010

Enkele vragen (en antwoorden) bij de 'Dag van het Jodendom'

In een aantal Europese Kerkprovincies, zoals Italië, Polen, Oostenrijk en Nederland, wordt sinds enkele jaren jaarlijks een ‘Dag van het Jodendom’ gehouden. In de Nederlandse Kerkprovincie zal deze dag – op initiatief van de bisschoppen – plaatsvinden op 17 januari 2010.

De vraag naar de noodzakelijkheid van het houden van dit soort dagen is niet het onderwerp van deze overweging; daarover wil ik niet oordelen. Wat mij heeft bewogen om dit artikel te schrijven is het materiaal dat voor deze dag is uitgegeven. Daarin is een tekst opgenomen die een geheel nieuwe kijk op de Kerk en op de boodschap van Christus lijkt weer te geven. Als men niet in staat is om zulke dagen te houden zonder het geopenbaarde en apostolische geloof te verkwanselen, dan is het maar te hopen dat wij in de toekomst verschoond zullen blijven van deze themadagen. Dat heeft niets te maken met vooroordelen tegen groepen mensen als joden, moslims, hindoes enz. maar alleen met het verdedigen van de waarheden van het katholieke geloof.

Ik begin met een citaat uit het betreffende stuk ‘De Kerk en de Joden sinds Vaticanum II’:

“De huidige positieve christelijke visie op het Jodendom betekent een breuk met het verleden. Eeuwenlang hebben christenen de joden gezien als een door God verworpen volk, als moordenaars van Christus. Christenen meenden dat de rol van het volk Israël in de (heils)geschiedenis met de mensen was uitgespeeld. Gods verbond met het Joodse volk was vervangen door het nieuwe verbond in Christus. Volgens deze leer had de Kerk de plaats van het Jodendom ingenomen.”

Dit citaat roept meerdere vragen op die beantwoord zouden moeten worden, namelijk:

1. Is het joodse volk door God verworpen?
2. Zijn de joden de moordenaars van Christus?
3. Is de rol van het volk Israël uitgespeeld in de heilsgeschiedenis?
4. Is Gods verbond met het joodse volk vervangen door het Nieuwe Verbond?
5. Heeft de Kerk de plaats van het jodendom ingenomen?

Zoals u ziet zijn deze vragen afgeleid uit het geciteerde stuk. De vragen 1, 3, 4 en 5 betreffen de kern van belangrijke theologische onderwerpen, concrete vragen gezien de leer over de Kerk en de Verlossingsleer; vraag 2 roept slechts exegetische vragen op en is daarom het minst belangrijk, maar in deze tijd van politieke correctheid is het emotioneel gezien de gevaarlijkste vraag om te beantwoorden.

Wij worden als katholieken gedwongen om een antwoord op deze vragen te geven, anders zou onze boodschap aan de wereld haar helderheid verliezen en zouden Christus en Zijn Kerk slechts een optie zijn uit vele. Met andere woorden: de mensen zouden vrij zijn om het een of het ander te kiezen, zonder consequenties voor het heil van de ziel. Want waar geen noodzakelijkheid bestaat, daar kunnen ook geen definitieve gevolgen zijn. Deze logische redenering kan zelfs een kind begrijpen, en dat kind zal ook het gevolg kunnen trekken, namelijk dat het niet hoeft te handelen volgens de prediking. Welk fatale volgen zal deze redenering hebben als zij wordt toegepast op het godsdienstige leven van de katholieken en hun vertrouwen op de Kerk? Dan zullen de Kerk en het christelijk geloof overbodig worden, en is het niet precies dat wat er in de afgelopen 40 jaar heeft plaatsgevonden?

Is het joodse volk door God verworpen?
Deze vraag laat zich beantwoorden door eerst te zien naar wat het woord ‘volk’ betekent in Bijbels taalgebruik. God zegt tot Abraham: “Ik zal u maken tot een groot volk”, dus God is Degene Die het volk heeft verzameld. Met andere woorden: God heeft het volk eerst gekozen, niet het volk God. Dat het zo is geweest daarvan getuigt de heilsgeschiedenis van Israël: meerdere keren wendt het volk zich van God af, en het is God Die door de mond van de profeten het volk terugroept. In de christelijke opvatting is Israël geroepen tot volk Gods om het heil, dat in de volheid van de tijden zou komen, te bereiden. Uit het volk zal het Woord van God vlees aannemen. De functie van dit volk was dus van tijdelijke duur, en zou overgaan in het nieuwe volk dat door Christus verzameld wordt in Zijn Bloed. Daarom is het joodse volk als volk Gods verworpen, wat echter niet betekent dat de jood als mens door God verworpen wordt. Veeleer is hij de eerst geroepene om in het nieuwe volk in te treden. Wij zouden kunnen zeggen dat het jodendom de advent van het christendom is geweest, dus de verwachting van de komst van Christus. Daarin neemt de leer van de profeten een belangrijke plaats in, die zijn hoogtepunt vindt in het optreden van Johannes de Doper. Hij treedt op onder de joden om onder hen de weg voor Christus te bereiden. Als we beseffen dat Christus reeds gekomen is, dan moet de verwachting zoals die in het jodendom leefde als verleden tijd worden beschouwd. Daarmee valt de grondslag onder het huidige jodendom als het volk Gods weg. Paulus schrijft in zijn brief aan de Kolossenzen: “De schaduw van het oude verbond moest verdwijnen voor de werkelijkheid van het nieuwe.” (Kol. 2, 17)

Zijn de joden de moordenaars van Christus?
In theologisch zin is Christus gestorven voor de zondaars, om satisfactie aan de goddelijke rechtvaardigheid te brengen. Hij is dus plaatsvervangend gestorven voor hen die deze satisfactie schuldig waren. En dat zijn wij, de zondaren. Letterlijk is Hij gestorven door de handen van de Romeinse overheid, Hij werd gemarteld en gekruisigd naar Romeins gebruik. Uit de Evangeliën weten wij dat de Romeinse overheid geen problemen had met het optreden van Jezus. Veel meer waren het de joodse religieuze autoriteiten die bij Pilatus de dood van Jezus opeisten en deze eis ook hebben kunnen doorzetten. Zo draagt het toenmalige jodendom wel materiële verantwoordelijkheid voor de kruisiging van God de Zoon, een verantwoordelijkheid die zij dus delen met de Romeinse overheid. Een verschil is dat de joodse religieuze autoriteiten Christus zouden hebben moeten kennen, omdat zij vertrouwd waren met de Schriften van de profeten. Omdat zij Hem niet herkenden, spreken wij in de liturgie en schrijven de kerkvaders over de blindheid van de joden en de sluier die voor hun ogen hangt. Wij bidden God dat deze blindheid van hen mag worden weggenomen. Wij kunnen in het algemeen concluderen dat de joodse autoriteiten Christus hebben laten vermoorden, maar niet de jood in het bijzonder. En dat wij allen schuldig zijn aan Zijn Bloed op grond van de satisfactie die Hij bracht in onze plaats.

Is de rol van het volk Israël uitgespeeld in de heilsgeschiedenis?
In ieder geval kan gezegd worden dat de actieve rol van het joodse volk is uitgespeeld. Zijn rol was de geboorte van Christus, de Redder van het heelal, voor te bereiden, daartoe was het uitverkoren, daartoe waren de joden tot volk Gods verzameld. Dat er niets toe te voegen is aan het heil dat Christus heeft gebracht is een waarheid van ons geloof, en daarom kunnen de joden ook geen actieve rol meer spelen, want het heil is verdiend door Christus op het Kruis. De uitbreiding van dit heil is alleen maar toevertrouwd aan de Kerk. Hoe de geschiedenis van de uitbreiding van dit heil gaat verlopen met betrekking tot het joodse volk werd vaak in de eschatologie weergegeven, dus in de laatste tijden wanneer ook de joden Christus zullen aanvaarden. Dit is ook de gedachtegang achter de aangepaste voorbede voor de joden in de liturgie van Goede Vrijdag, in 2007 toegevoegd door paus Benedictus XVI, in plaats van de tot dan toe gebruikelijke in de Tridentijnse ritus. Verder is in de recente tijd (‘Dominus Jesus’, Congregatie van de Geloofsleer, augustus 2000) de heilsnoodzakelijkheid van Christus en de katholieke Kerk opnieuw bevestigd. Deze door de Kerk opnieuw bevestigde, bindende leer laat geen ruimte aan anderen voor een actieve rol in de heilsgeschiedenis.

Is Gods verbond met het joodse volk vervangen door het Nieuwe Verbond?
Ten eerste: het verbond met de joden bestaat niet meer. Bij de dood van Christus was de ceremoniële wet van Mozes niet langer van kracht, want de godsdienstige plechtigheden van de joden waren slechts voortekenen van het Verlossingswerk dat door Christus op het kruis voltrokken werd. Als teken hiervan scheurde het voorhangsel in de tempel en werd het Heilige der heiligen opengezet (S.Theol. 1, 2 q. 103 a. 3 ad 3). Ten tweede: het verbond is vervangen door een nieuw verbond. Daarover schrijft de heilige Paulus in zijn brief aan de Hebreeën (Hebr. 8, 7-10). En Paulus concludeert: “Door te spreken van een nieuw verbond heeft Hij (God) het eerste voor verouderd verklaard, en alles wat oud en bejaard is, staat op het punt te verdwijnen”.

Heeft de Kerk de plaats van het jodendom ingenomen?
Deze vraag beantwoordt bijna zichzelf. Jazeker heeft de Kerk de plaats van het jodendom ingenomen. Alleen het feit dat alle tot zaligheid noodzakelijke heilsmiddelen aan haar zijn toevertrouwd geeft al een duidelijk antwoord. Bij het instellen van het Nieuwe Verbond zegt Christus – deze woorden zijn tot de joden gesproken – dat Zijn verbond het nieuwe en altijddurende verbond in Zijn Bloed zal zijn. Bij de aankondiging van het heilig Sacrament van het Altaar (de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging) zegt Christus (Joh. 6, 53): “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u.” In het voorjaar van 2002 verdedigde de toen nog kardinaal, Joseph Ratzinger in de Frankfurter Allgemeine Zeitung de heilsuniversaliteit van de Kerk. Hij zegt: “De ene Kerk is door God gewild en behoort tot de essentie van het geloof.” Door het jodendom is de Redder deze wereld ingetreden, maar door de door Hem gestichte Kerk zal Zijn heil aan de wereld worden gegeven. Dit geldt zowel voor joden als voor heidenen.

Pater M. Kromann Knudsen FSSP


10 januari 2010

Preek voor het feest van de Heilige Familie


Epistel
Kol. 3, 12-17
Broeders, wilt u als heilige en veelgeliefde uitverkorenen Gods toerusten met een medelijdend hart, met goedheid en bescheidenheid, met zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander, en vergeeft elkander, als gij soms over iemand te klagen hebt. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven. Maar draagt over dat alles heen de liefde; want deze is de band der volmaaktheid. Laat de vrede van Christus heersen in uw harten; want daartoe zijt gij ook geroepen, als leden van één lichaam. Weest daarenboven dankbaar. Moge het woord van Christus onder u wonenen in volle rijkdom, zodat gij in alle wijsheid elkander onderricht en vermaant. En zingt dankbaar God van harte lof in psalmen en gezangen en geestelijke liederen. Alles wat gij doet met woord of werk, doet alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, om aan God, de Vader, dank te brengen door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Lucas 2, 42-52
Toen Jezus twaalf jaar oud geworden was, gingen zij op reis naar Jeruzalem, zoals met het Hoogfeest gewoonte was. Maar toen zij na afloop van die dagen terugkeerden, bleef het Kind Jezus te Jeruzalem achter, zonder dat Zijn ouders het wisten. In de veronderstelling, dat Hij Zich bij het gezelschap bevond, reisden zij één dag door; dan vroegen zij naar Hem bij familie en bekenden. Maar toen zij Hem niet vonden, keerden zij naar Jeruzalem terug en zochten Hem. Eerst na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar Hij midden tussen de leraren gezeten, naar hen luisterde en hun vragen stelde. Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn wijsheid en over Zijn antwoorden. Toen zij dit zagen, stonden zij verwonderd. En Zijn Moeder sprak tot Hem: Mijn Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik zochten U met smart. Hij echter gaf hun ten antwoord: Waarom zocht gij Mij? Wist gij dan niet, dat Ik moet zijn bij de aangelegenheden van Mijn Vader? Maar zij begrepen niet, wat Hij tot hen zei. Dan reisde Hij met hen af en kwam te Nazareth. En Hij was hun onderdanig. Zijn Moeder nu bewaarde dit alles zorgvuldig in haar hart. En Jezus nam toe in wijsheid en jaren en in welgevallen bij God en bij de mensen.

Preek
Als het Evangelie spreekt over het leven van Jezus in het gezelschap van Maria en Jozef te Nazareth, dan vermeldt het slechts dit: “Hij was hun onderdanig, en zijn Moeder bewaarde al die dingen in haar hart, en Jezus nam toe in wijsheid, in jaren en in welgevallen bij God en de mensen”. Dat is alles wat over de eerste dertig jaren van Jezus’ leven wordt gezegd. Ondanks hun beknoptheid schilderen deze woorden een helder beeld van orde en vrede, van gezag, onderdanigheid, afhankelijkheid en onderlinge eerbied. In het heilige huisje van Nazareth kunnen wij het voorbeeld van het christelijk gezin in al zijn volmaaktheid aanschouwen.

Jozef geeft zijn bevelen met kalmte en zachtheid, want hij weet dat hij zo Gods wil doet en dat hij spreekt in Zijn naam. Hij weet dat hij in waardigheid geringer is dan zijn maagdelijke Bruid en zijn goddelijke Zoon, maar in zijn nederigheid aanvaardt hij zonder schroom en angst de taak die God aan hem heeft toevertrouwd: hoofd zijn van het heilig Huisgezin.

Maria blijft onderdanig aan Jozef en zoals een moeder doet met haar kind, vraagt zij Jezus Zijn hulp en geeft Hem dit of dat te doen van de gewone dingen van het dagelijks leven.

En Jezus, bewust van Zijn goddelijke waardigheid, luistert minzaam naar hun woord. Hij is vaardiger, wijzer en heiliger dan Maria en Jozef, en al komt alle eer aan Hem toe, Hij is hun onderdanig in alle kleinigheden van iedere dag, en dat zal Hij blijven tot aan de dagen van Zijn openbaar leven. Dit vraagt namelijk de menselijke natuur, die Hij heeft aangenomen en zo is het welbehagen van zijn Vader.

Beminde gelovigen! De bedoeling van de Kerk, die ons dit feest nog steeds in Kerstsfeer laat vieren en ons het ideaal van de heilige Familie voor ogen stelt, lijdt geen twijfel. Het is een model waarvan wij moeten leren en dat ons moet inspireren. Het is een ideaal waarnaar elke familie moet streven. Het is tegenwoordig misschien moeilijker daarover te spreken. Een gezin dat bestaat uit een man en een vrouw, die door het sacrament van het huwelijk aan elkaar zijn verbonden, en waaruit kinderen zijn geboren, wordt niet meer als enige mogelijkheid beschouwd. De huidige maatschappij probeert ons ook alternatieve vormen van samenleving voor te houden, soms heel bizarre vormen, maar altijd in tegenspraak met Gods scheppingsorde. Als iemand het daarmee niet eens is, wordt hij als intolerant en ouderwets omschreven. Kritiek op moderne samenlevingvormen is niet gewenst, want die lijkt een veroordeling te zijn. En niemand heeft het recht om te veroordelen, zelfs de Kerk niet. Zo staat de maatschappij bijna alles toe en de heiligste wetten van het huwelijk en van het gezinsleven worden veronachtzaamd en belachelijk gemaakt, zelfs door en onder christenen. De meeste mensen willen niets weten van de christelijke normen rond huwelijk en gezin. Zij luisteren niet naar Christus en Zijn geboden, maar veel meer naar de wereld en richten hun leven naar de norm van een grenzeloze vrijheid (“Ik bepaal zelf wat juist en goed voor mij is; ik hoef naar niemand te luisteren.”). Dit onchristelijk leven is zo algemeen geworden dat bijna iedereen eraan gewend is en het goedkeurt. Zo wordt onze maatschappij steeds zieker, en zij beschikt zelf niet over krachten en mogelijkheden tot genezing. Alleen een terugkeer naar de wetten van de schepping kan haar op het juiste spoor brengen.

Beminde gelovigen! God Zelf heeft het gewild om in een gezin geboren te worden. Het was niet alleen de bevestiging van de scheppingsorde, maar ook een aansporing voor alle gezinnen van alle tijden. Hij heeft het gezinsleven geheiligd. Uit het huisje van Nazareth straalt een machtig licht dat ons leven verlicht en ons bemoedigt om verder te gaan. Daar kan iedereen kracht vinden om, te midden van alle moeilijkheden en persoonlijke zwakheden, zijn roeping te vervullen. Bidden wij vandaag om goede, katholieke gezinnen: dat zij aan de heilige Familie gelijkvormig mogen zijn. Amen.


6 januari 2010

Wereldwijde noveen voor het ongeboren kind


Van 13 tot en met 21 januari wordt wereldwijd een noveen gehouden voor de bescherming van het ongeboren kind. De noveen gaat uit van de Amerikaanse organisatie 'Heilige Michaël de Aartsengel'. Het doel is wereldwijd tienduizend H.H. Missen te laten opdragen voor het ongeboren kind. Vorig jaar kwam men tot ruim drieduizend Missen.

Naast de noveen roept de organisatie katholieken op hun priester te vragen na de heilige Mis de gelovigen voor te gaan in een aantal gebeden, waaronder drie weesgegroetjes en het gebed tot de heilige aartsengel Michaël, met als intentie het beëindigen van chirurgische en niet-chirurgische beëindiging van ongeboren leven. Verder doet de organisatie katholieken de suggestie aan de hand eenmaal per week thuis de rozenkrans te bidden voor dezelfde intentie.

Zie de website van Saint Michael the Archangel Organization.

Bron: Katholiek Nieuwsblad


De priester: Eucharistie én verzoening

"Wie aan de priester denkt, denkt meteen aan de Eucharistie. Maar er is een ander dienstwerk van de priester dat op de achtergrond dreigt te geraken: de dienst van de verzoening en de barmhartigheid." Dit schrijft kardinaal Godfried Danneels in Pastoralia, het beleids- en informatieblad van het aartsbisdom Mechelen-Brussel.

De praktijk van het biechtsacrament staat onderaan op de lijst van zijn pastorale bezigheden. Maar het gaat om meer dan om de biecht alleen. Over de hele lijn hoort de priester de boodschapper van de Barmhartigheid te zijn en de bemiddelaar van de vergeving. De priester staat in het hart van de verzoening en de vergeving.

Kardinaal Danneels wijst erop dat het dringend nodig is dat de gemeenschap weer de kracht van de persoonlijke, sacramentele biecht terugvindt. "Het biechtsacrament schenkt ruimte, verruimt het hart, schenkt gewetensrust en vrede. Het is een diepe therapie voor psyche en ziel".

De kardinaal vraagt zich af hoe de terugval van de biechtpraktijk te verklaren is. Er zijn wellicht meerdere oorzaken. Maar de diepste reden zal wel zijn dat de blik van het geloof op wat zonde, vergiffenis, barmhartigheid, en de sacramentele dienst van de priester zijn, verduisterd is.

Kardinaal Danneels wijst er verder onder meer op dat de biecht niet losgemaakt kan worden uit de biotoop van het geloof. Hij wijst er ook op dat verzoening in het christendom veel ruimer en breder, hoger en dieper is dan de beperkte ruimte van de biechtstoel.

De auteur staat ook uitgebreid stil bij de het Sacrament des Altaars. In deze tijd wordt de Eucharistie voornamelijk als een maaltijd waargenomen door de doorsnee gelovige. De hele context van 'gave' en 'zelfgave' die erop volgt krijgt echter amper aandacht, aldus de kardinaal. De Eucharistie is duidelijk een offer en het sacrament van de eenheid. Het is de priester die door de Eucharistie en door het verzoeningssacrament plaatsneemt in het grote werk van de kosmische verzoening: God en de mensen en ook alle spanningen, tegenstellingen ... om alle conflicten tot een oplossing te brengen en de vrede te stichten in het hele heelal. Dat alles heeft Christus aan zijn priesters toevertrouwd.


5 januari 2010

5 januari: Vigilie van de Openbaring des Heren

Morgen - op 6 januari - viert de Kerk het hoogfeest van de Openbaring des Heren, ook bekend als Driekoningen. In de buitengewone vorm van de Romeinse ritus (de Tridentijnse ritus), die wij in de Agneskerk volgen, vindt op de vooravond (de vigilie) van deze feestdag een aantal eeuwenoude wijdingen plaats, namelijk van Driekoningenwater, wierook, goud en kalk.

De kalk wordt gewijd om daarmee de initialen van de drie Wijzen (de Traditie heeft hun de namen Caspar, Melchior en Balthasar toegekend) boven de deuren van kerken en huizen te schrijven. De lettercombinatie CMB staat ook voor 'Christus mansionem benedicat' ofwel 'Moge Christus dit huis zegenen'.
Dit gebruik vindt vooral in katholieke landen en streken plaats. Het opschrift moet blijven staan tot het feest van Pinksteren als uitdrukking van het christelijk geloof van de bewoners van het huis en als bescherming tegen de machten van het kwaad.

Volgens oud gebruik maakte de priester op deze dag de Paasdatum bekend. In vroeger tijden had men geen gedrukte kalenders, en de Kerk wilde de Paasdatum publiceren omdat vele feestdagen in het kerklijke jaar daaraan gerelateerd zijn.

In 1955 schafte paus Pius XII alle octaven in het kerklijk jaar af, behalve die van Kerstmis, Pasen en Pinksteren. Tot dat jaar had ook het feest van Driekoningen een octaaf, dat duurde van 6 tot en met 13 januari. Op de zondag in dat octaaf werd (wordt) het feest van de Heilige Familie gevierd. Voorafgaand aan het feest van Driekoningen werden de twaalf dagen van Kerstmis gevierd, met als laatste dag 5 januari, de Vigilie van de Openbaring des Heren.

Behalve kalk, goud en wierook wordt op deze avond ook het Driekoningenwater gewijd. Dit bijzonder sterke wijwater is geliefd onder het katholieke kerkvolk. Het wordt vooral aan ouderen en zieken gegeven. Het volksgeloof zegt dat de demonen dit wijwater in het bijzonder vrezen vanwege de vele exorcismen die tijdens de plechtige wijding van het water worden gezongen. Daarom ook wordt het graag door de gelovigen mee naar huis genomen om op de feestdag van Driekoningen alle vertrekken in het huis ermee te zegenen. Zo mogelijk dient dit door een priester gedaan te worden, anders door het hoofd van het gezin. Na het feest van Driekoningen kan het als gewoon wijwater worden gebruikt.

Kalk en Driekoningenwater zijn dus sacramentaliën die men gebruikt ter bescherming tegen de duivel en andere boze geesten. Het is daarom goed om hierbij het gebed tot de heilige aartsengel Michaël te bidden. Hij is de aanvoerder van de hemelse legerscharen en een sterke beschermer tegen het kwaad.


3 januari 2010

Preek voor het feest van de Allerheiligste Naam van Jezus

In de Naam van Jezus zal iedere knie zich buigen in de hemel (engelen), op aarde (mensen) en onder de aarde (duivels).


Epistel
Hand. 4, 8-12
In die dagen sprak Petrus, vervuld van de Heilige Geest: Oversten van het volk en oudsten, luistert: Indien ons heden wegens een weldaad aan een ongelukkig mens gerechtelijk gevraagd wordt, waardoor deze is genezen, dan zij het aan u allen en aan heel het volk van Israël bekend, dat door de Naam van Jezus Christus van Nazareth, Die gij aan het kruis geslagen hebt, maar Die God van de doden heeft opgewekt - dat door Zijn Naam deze hier gezond voor u staat. Hij is de steen, die door u, de bouwlieden, werd verworpen; maar Hij is de hoeksteen geworden; en geen heil is er, tenzij in Hem. Want er is aan de mensen geen andere naam onder de hemel gegeven, waarin wij zalig moeten worden.

Evangelie
Lucas 2, 21
In die tijd, toen er acht dagen verstreken waren, moest het Kind besneden worden; en men gaf Hem de naam Jezus, die de engel reeds genoemd had, voordat Zijn Moeder Hem had ontvangen.

Preek
De Mis van vandaag begint met de woorden ‘In nomine Jesu’, ‘In de naam van Jezus’. In die Naam is Gods zegen over de aarde neergedaald, een zegen die verlossing bracht, vernieuwing en heiliging voor de hele wereld. In de naam van Jezus.

Beminde gelovigen! Namen hebben veel betekenis. Voor iemand die liefheeft zijn zij altijd toverklanken die de ziel in vuur en vlam zetten, omdat zij symbolen zijn, omdat zij de onvervangbare aanduiding zijn van een persoon. Een naam zegt ons meer dan alle titels en beschrijvingen, omdat hij in de plaats van de gehele persoonlijkheid treedt. De naam roept het geliefde beeld op. Een naam is het rechtstreekse communicatiemiddel tussen de ander en mijzelf. Een naam is eigen aan een persoon.

De naam Jezus betekent ‘God redt’. En God Zelf heeft deze naam door de aartsengel Gabriël laten kennen toen Hij in de moederschoot was ontvangen. Wij kunnen veel andere titels noemen – Christus, dat is Gezalfde, Heer, Verlosser, Koning – maar de dierbaarste, de meest ‘eigen’ naam blijft Jezus. Alles wat God tot heil van de mensen heeft beschikt, ligt in deze Naam besloten. Het vieren van Zijn Naam richt ons weer op de Persoon van de goddelijke Verlosser en herinnert ons eraan dat buiten deze Naam werkelijk geen heil voor de mensen mogelijk is. Alleen door Hem, in Hem en met Hem zijn wij gered en aangenaam in de ogen van de Vader. Door Jezus wordt ons genade geschonken. Door Jezus worden onze zonden vergeven en alles wat wij in de Naam van Jezus doen, goede daden of lijden dat wij dragen, wordt ons tot heil. Buiten deze Naam is er geen andere gegeven.

Het is zeer belangrijk om het duidelijk te zeggen, in het bijzonder in onze tijd waarin zo vaak wordt gesproken over de ‘waarden’ van andere godsdiensten. Andere kerken worden niet meer beschouwd als dwaling en als afgekeerd van de Waarheid. Er wordt over de aardigheid en natuurlijke goedheid van de mensen gesproken, alsof dat genoeg zou zijn om gered te worden. Men hoeft Jezus niet te aanvaarden, men moet alleen in vrede met de medemensen en met het milieu leven. Ook binnen de Kerk, onder hooggeleerde theologen, soms onder bisschoppen en zelfs onder kardinalen, wordt er gezegd dat er ook andere heilswegen zijn, dat de katholieke Kerk geen alleenrecht op de Waarheid heeft. Zo worden andere godsdiensten steeds meer op prijs gesteld en wordt onze eigen leer vergeten of niet ernstig genomen. Er is slechts één Naam aan de mensen gegeven in Wie zij hun heil kunnen vinden – in de naam van Jezus. Iedereen die iets anders leert staat op tegen de Heilige Schrift en tegen de overlevering van de Kerk vanaf het begin.

Jezus is niet enkel de zoete Naam van onze dierbaarste Vriend. Jezus is tevens de naam van onze Heer, aan Wie God alle macht heeft gegeven. Hij heeft, door Zijn dood en verlossing, een volkomen recht op ons verworven. Hij mag alles van ons eisen, zonder meer, zonder dat Hij rekenschap behoeft te geven.

God redt ons door Hem, maar niet zonder ons. Door de gehoorzaamheid in het geloof, in al zijn integriteit en zonder uitzondering, door de onderwerping aan Zijn heil worden wij gered. Wij moeten in vol vertrouwen Jezus Christus dienen.

En iedereen moet Zijn heerschappij erkennen. Iedere knie, in de hemel, op aarde en onder de aarde zal zich in de Naam van Jezus buigen. En iedereen zal belijden dat Jezus Christus de Heer is. Degenen, die dat met liefde en overgave doen, die zullen ook met Christus in het eeuwige leven binnentreden. Anderen, die zich van Christus afkeren en tegen Christus vechten in woorden en daden, zullen Zijn heerschappij ook erkennen, maar voor hen zal het te laat zijn en zij zullen het heil kwijtraken. Hun knie zal zich ook buigen voor de Naam van Jezus, niet uit liefde maar in een onherstelbare nederlaag. Zij hebben hun tijd niet herkend en de genade Gods verspeeld.

Bidden wij, beminde gelovigen, dat wij de Naam van Jezus altijd trouw mogen belijden! Amen.


2 januari 2010

Wijding van het Driekoningenwater

Beminde gelovigen,

Met veel vertrouwen op de goddelijke bijstand gaan wij het nieuwe jaar 2010 in. De situatie rond de Agneskerk lijkt steeds zekerder te worden: de Tridentijnse liturgie in het bisdom Haarlem-Amsterdam zal in de Agneskerk worden voortgezet. Met veel dank aan de machtige voorbeden van de heiligen Agnes en Jozef. De een is patrones van onze parochiekerk en de ander is patroon van de gehele heilige Kerk van God. De maand januari geeft ons de mogelijkheid om ons vertrouwen opnieuw te vestigen op de jonge maagd en martelares aan wie onze kerk en parochie hun naam ontlenen: op 24 januari vieren wij het patroonsfeest van de heilige Agnes. Het programma van die dag vindt u binnenkort op deze site.

De maand januari is ook de maand van het feest van de Verschijning des Heren. Op de vigilie van dit feest, dus op 5 januari, zal het heilig Driekoningenwater worden gewijd. Dit bijzonder sterke wijwater is geliefd onder het katholieke kerkvolk. Het wordt vooral aan ouderen en zieken gegeven. Het volksgeloof zegt dat de demonen dit wijwater in het bijzonder vrezen vanwege de vele exorcismen die tijdens de plechtige wijding van het water worden gezongen.
Ik hoop dat velen van u de weg naar de Agneskerk zullen vinden op deze bijzondere dagen.

Pater Komorowski en ik danken u allen hartelijk voor de ondersteuning in het afgelopen jaar, zowel voor uw gebed als voor de materiële hulp die ons zo vaak bewezen werd. Wij wensen u allen een gezegend jaar 2010 toe. Weet dat u op ons gebed kunt rekenen.

Met mijn priesterlijke zegen,

pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie


Silent Monks zingen Händels 'Hallelujah'



Met dank aan Observatrix.