Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

9 november 2024

9 november: Kerkwijding van de Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser, feest

De Aartsbasiliek van de Allerheiligste Verlosser in Rome is beter bekend als de Sint Jan van Lateranen. Volgens een inscriptie op de voorgevel is zij ‘De Moeder en het Hoofd van alle Kerken in de Stad en van de hele Wereld’. Zij gaat terug op een geschenk van keizer Constantijn en zijn familie.

In de 2e eeuw vóór Christus behoorde het terrein waar de huidige kerk op staat toe aan de senatorenfamilie van de Plautii. Een vooraanstaand lid van deze familie, Plautus Lateranus, was in 65 door keizer Nero terechtgesteld vanwege diens vermeende aandeel in de samenzwering van Gaius Calpurnius Piso tegen de keizer. Het paleis werd geconfisqueerd en tot keizerlijk domein verklaard. Septimius Severus gaf het weer terug aan de nabestaanden van de Plautii.

Toen in de 4e eeuw een verre afstammelinge, Fausta, huwde met keizer Constantijn, behoorde het tot haar bruidschat. Zo kwam het terrein in het bezit van Constantijn. Hij schonk het aan de toenmalige paus Silvester († 335) met de bedoeling dat er de eerste christelijke basiliek zou verrijzen. Met de bouw ervan werd begonnen in 323; het jaar daarop kon de kerk worden ingewijd. Zij was toegewijd aan Jezus Zelf: de Allerheiligste Verlosser. In de 12e eeuw kwamen daar Johannes de Doper en Johannes de Evangelist bij. Sindsdien staat de kerk bekend onder de naam Sint-Jan-van-Lateranen.

De eerste kerk had de vorm van een basiliek. Het moet een imposant gebouw geweest zijn. Het was in ieder geval zo mooi en rijk versierd dat het de bijnaam 'Gouden Basiliek' (basilica aurea) kreeg. In de loop der eeuwen is de kerk herhaaldelijk verwoest, geplunderd en weer opgebouwd. Het huidige gebouw gaat terug op 11e en 12e eeuw, met restanten uit vroeger tijden.

De basiliek is de belangrijkste kerk ter wereld. Daar staat immers de Stoel van Sint Petrus, die zoals de H. Ignatius van Antiochië schreef 'het hoofd is van de gehele liefdesgemeenschap'. Om die reden wordt haar wijdingsdag in de gehele Kerk als feest gevierd.

5 november 2024

Litanie tot lafenis van de zielen in het vagevuur

Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, Heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u over ons.

Heilige Maria, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Moeder Gods, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Maagd der maagden, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Michaël, bid voor de lijdende zielen.
Alle heilige engelen en aartsengelen, bidt voor de lijdende zielen.
Alle koren der gelukzalige geesten, bidt voor de lijdende zielen.
Heilige Johannes de Doper, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Jozef, bid voor de lijdende zielen.
Alle heilige aartsvaders en profeten, bidt voor de lijdende zielen.
Heilige Petrus, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Paulus, bid voor de lijdende zielen.
Alle heilige apostelen en evangelisten, bidt voor de lijdende zielen.
Heilige Stefanus, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Laurentius, bid voor de lijdende zielen.
Alle heilige martelaren, bidt voor de lijdende zielen.
Heilige Gregorius, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Ambrosius, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Augustinus, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Hiëronymus, bid voor de lijdende zielen.
Alle heilige bisschoppen en belijders, bidt voor de lijdende zielen.
Alle heilige leraars, bidt voor de lijdende zielen.
Alle heilige priesters en levieten, bidt voor de lijdende zielen.
Alle heilige monniken en kluizenaars, bidt voor de lijdende zielen.
Heilige Maria Magdalena, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Catharina, bid voor de lijdende zielen.
Heilige Barbara, bid voor de lijdende zielen.
Alle heilige maagden en weduwen, bidt voor de lijdende zielen.
Alle heiligen Gods, bidt voor de lijdende zielen.

Wees genadig, spaar hen, Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer.
Van alle kwaad, verlos hen, Heer.
Van Uw gramschap,
Van de gestrengheid van Uw rechtvaardigheid,
Van de knagende worm van het geweten,
Van de verschrikkelijke duisternissen,
Van hun tranen en zuchten,
Door Uw menswording,
Door Uw heilige geboorte,
Door Uw allerzoetste Naam,
Door Uw heilig doopsel en vasten,
Door Uw diepe ootmoedigheid,
Door Uw grote gehoorzaamheid,
Door Uw oneindige liefde,
Door Uw doodsangst en smarten,
Door Uw bloedig zweet,
Door Uw banden en boeien,
Door Uw doornenkroon,
Door Uw smadelijke dood,
Door Uw kruis en bitter lijden,
Door Uw heilige verrijzenis,
Door Uw wonderbare hemelvaart,
Door de nederdaling van de Heilige Geest, de Vertrooster,
Op de dag van het oordeel,

Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.
Gij, die de zondares vergiffenis geschonken en de goede moordenaar verhoord hebt,
Gij, die door genade zalig maakt,
Dat het U behage onze naastbestaanden, vrienden en weldoeners uit de verschrikkelijke vlammen te verlossen,
Dat het U behage al de overleden gelovigen uit hun pijnen te verlossen,
Dat het U behage U te ontfermen over al diegenen, die geen bijzondere voorsprekers in de wereld hebben,
Dat het U behage aan allen genade te schenken en hen uit hun smarten te verlossen,
Dat het U behage hun verlangens te vervullen,
Dat het U behage hen onder het getal van Uw uitverkorenen te ontvangen,
Koning van ontzaglijke Majesteit,
Zoon Gods,

Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, Dat wegneemt de zonden van de wereld, ontferm U over ons.

Christus, aanhoor ons. Christus, verhoor ons.

Laat ons bidden.
O God, Schepper en Verlosser van alle gelovigen, verleen aan de zielen van Uw dienaars en dienaressen de vergiffenis van alle zonden, opdat zij, door de gebeden van Uw Kerk, de kwijtschelding waarnaar zij altijd verlangd hebben, van Uw genade mogen verwerven. Gij, die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen. Amen.

3 november 2024

Be Still My Soul (Sibelius)

Vierentwintigste zondag na Pinksteren

Missaal: Vierde zondag na Driekoningen


Epistel
Rom. 13, 8-10
Broeders, gij moet elkander niets schuldig blijven, dan alleen maar wederzijdse liefde. Want wie de naaste liefheeft, heeft de wet volbracht. Immers het gebod: Gij zult geen echtbreuk plegen - gij zult niet doodslaan - gij zult niet stelen - gij zult geen vals getuigenis geven - gij zult niet begeren, of welk ander gebod ook, het komt alles neer op dit woord: gij zult uw naaste beminnen als u zelf. De liefde doet de naaste geen kwaad aan. Zo vervult de liefde de gehele wet.

Evangelie
Mt. 8, 23-27
In die tijd begaf Jezus Zich in het scheepje en Zijn leerlingen gingen met Hem mee. Plotseling werd de zee geweldig onstuimig, zodat de golven over het schip heensloegen. Hij echter lag te slapen. De leerlingen gingen naar Hem toe; zij maakten Hem wakker en zeiden: Heer, help ons, wij vergaan! Doch Jezus sprak tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op, gaf Zijn bevelen aan de wind en de zee, en het werd volkomen stil. De mensen nu stonden verbaasd en zeiden: Wat is dat toch voor iemand, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzamen?

Overweging
Zeer dikwijls geeft Christus Zijn apostelen en ons allen een les in vertrouwen. Zo ook in het Evangelieverhaal van deze zondag. Het verhaal is heel kort, maar wel duidelijk. Alles is aan Christus onderworpen; de machten en krachten van de natuur zowel als de gehele geestelijke wereld. Alles is Hem onderdanig, Hij is de opperste Soeverein. Hij draagt zorg voor ons op grond van Zijn goddelijke, oneindige liefde. Hij kent al onze noden en ook dan, wanneer Hij schijnt te slapen, zoals in het bootje op het meer, is Hij bij ons, altijd bereid ons te helpen en ons te beschermen tegen de gevaren die ons bedreigen. Wat Hij van ons verlangt is vertrouwen. Dat wij nooit vergeten dat Hij de Goede Herder is.

Er zijn veel stormen in de wereld. Elke keer gaat het om een andere storm. Elk mensleven kent zijn eigen stormen. Dikwijls hebben wij die zelf beleefd. Het kan voorkomen dat we miskend worden, dat we worden tegengewerkt, of zelfs vervolgd en onrechtvaardig behandeld. Soms worden onze bedoelingen verkeerd begrepen, wordt ons werk niet gewaardeerd en bevinden wij onszelf midden in een grote storm van beproevingen en bekoringen. En dan kan iedereen zien hoe sterk zijn geloof is.

Geloven in Jezus zolang het ons goed gaat, zolang alles volgens ons plan verloopt, is niet moeilijk. maar dat is nauwelijks een waarachtig geloof. Zodra de dingen verkeerd lopen, zodra wij onze machteloosheid ervaren, verliezen wij moed en stort ons vertrouwen in. Dan begint pas het eigenlijke geloof, daar waar menselijke krachten en berekeningen vallen. Zodra wij ‘vergaan’, hoe dan ook, menen wij dat Christus ons verlaten heeft. Dan zien wij dat ons geloof op een voelbare aanwezigheid of op troost was gebouwd. Voelen wij dat niet meer, dan is ons geloof weg. Maar geloof is meer dan een gevoel dat God dicht bij ons is. Geloof in God betekent: op Hem vertrouwen, op Zijn wijsheid. Hij weet toch beter dan ik wat voor mijn verlossing het beste is. Als wij geloven, dan moeten wij vertrouwen op Zijn liefde en voorzienigheid – waarin Hij ons nooit verlaat – ook in het midden van een storm, midden in schijnbaar onoplosbare situaties.

Ons geloof moet steeds gezuiverd worden. Een ziel die echt gelooft en zich uitsluitend aan God hecht, blijft onwankelbaar. Bekoringen, lijden en beproevingen bereiken slechts de oppervlakte van zijn wezen; in de diepte heerst vrede. De oppervlakte van de zee kan hevig worden bewogen bij een storm, maar de diepe wateren blijven onberoerd. Deze innerlijke vrede hangt slechts van één ding af, namelijk van onze houding tegenover God. Christus is de Heer. Als wij dat erkennen en Zijn woorden onvoorwaardelijk aanvaarden, dan blijven wij altijd veilig bij Hem Die alle kwaad heeft overwonnen.

1 november 2024

Van de pastoor: Hoe gaan wij om met Christus' belofte en Zijn genade?

De gemeenschap der heiligen.

Beminde gelovigen,

De maand november is op een bijzondere wijze toegewijd aan de gemeenschap der heiligen. Eerst vieren wij op 1 november het hoogfeest van Allerheiligen, en een dag later de gedachtenis van Allerzielen. Als gedoopten delen wij in de belofte van Christus dat Hij alles nieuw zal maken en dat degenen die in Hem geloven niet zullen sterven in eeuwigheid.

Aan die gemeenschap hebben wij deel als wij behoren tot Zijn Kerk. Niettemin dragen wij zelf verantwoordelijkheid voor de wijze waarop wij in dit leven met deze belofte en de genade omgaan. Vaak denken wij meer aan het aardse dan aan het eeuwige, daarom is het zeer passend dat de Kerk ons meteen na het Allerheiligenfeest oproept om voor de overledenen te bidden en aflaten voor hen te verkrijgen, opdat zij, de leden van de lijdende Kerk, spoedig uit hun boete in het vagevuur bevrijd mogen worden en deel gaan uitmaken van de glorierijke Kerk in de hemel. Aan ons, die deel uitmaken van de strijdende Kerk op aarde, valt die taak ten deel, omdat wij tot die een-en-dezelfde Kerk van Christus behoren, die zich nu nog in drie verschillende stadia bevindt, die met elkaar zijn verbonden. Het lot van de lijdende Kerk valt dus niet buiten onze verantwoordelijkheid. Wij zijn verplicht elkaar te steunen, met gebed en boete, om de zegevierende Kerk in de hemel te bereiken, de Kerk die in haar heiligheid God op ultieme wijze verheerlijkt.

Graag herinner ik u aan de toediening van het heilig vormsel in onze kerk op zondag 1 december om 11.00 uur. Ik hoop dat velen van u daarbij aanwezig zullen zijn.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

20 oktober 2024

Tweeëntwintigste zondag na Pinksteren

Geeft aan de keizer, wat van de keizer, en aan God, wat van God is.

Epistel
Phil. 1, 6-11
Broeders, wij hebben het vaste vertrouwen in de Heer Jezus, dat Hij, Die een goed werk in u begonnen is, het ook tot voltooiing zal brengen tot op de dag van Christus Jezus. Het is toch ook alleszins redelijk, dat ik zo over u allen denk; want het blijft mij steeds in de gedachte, dat gij zowel in mijn gevangenschap als bij de verdediging en bevestiging van het Evangelie allen de deelgenoten waart van mijn blijdschap. God immers is mijn getuige, hoezeer ik naar u allen verlang in de liefde van Jezus Christus. En dit is mijn bede: dat uw liefde meer en meer moge toenemen door kennis en volledig begrip, en gij daardoor tot beter inzicht van het goede moogt komen; opdat gij rein en zonder smet moogt zijn tegen de dag van Christus, rijk beladen met vrucht van gerechtigheid door Jezus Christus tot eer en glorie van God.

Evangelie
Mt. 22, 15-21
In die tijd gingen de farizeeën heen en beraadslaagden, hoe zij Jezus met een strikvraag zouden vangen. En zij zonden hun leerlingen op Hem af, samen met de Herodianen, om te vragen: Meester, wij zijn overtuigd, dat Gij oprecht zijt, en de weg Gods naar waarheid leert, en niemand naar de ogen ziet; want Gij kent geen aanzien des persoons. Zeg ons dus: Wat dunkt U: Is het geoorloofd aan de keizer belasting te betalen, of niet? Maar Jezus doorzag hun boos opzet, en zei: Wat tracht gij Mij op de proef te stellen, huichelaars! Laat Mij eens een belastingpenning zien! Zij hielden Hem dan een tienling voor. En Jezus vroeg hun: Van wie is dat beeld en dat opschrift? Zij antwoordden hem: Van de keizer. Toen zei Hij hun: Geeft dan aan de keizer, wat van de keizer, en aan God, wat van God is.

Overweging
Aan God komt alles toe: lichaam, ziel en wil, want van Hem ontvingen wij dat alles, en door Hem wordt het behouden en vermeerderd. Daarom is het passend dat wij alles teruggeven aan Hem, aan Wie wij zowel begin als voortgang verschuldigd zijn. Geef Hem de bron, dan geeft u Hem alles wat uit de bron voortvloeit. Geef Hem de innerlijke citadel van de ziel, schenk Hem uw hart en uw geest. Dat alles komt God toe. Pas dan zijn wij in staat om te begrijpen waarom Jezus in het Evangelie van vandaag op de strikvraag van de herodianen zegt: “Geeft aan de keizer, wat van de keizer is, en aan God, wat van God is.” In feite vraagt Jezus ons alles wat substantieel en wezenlijk is aan God te geven, en het tijdelijke aan de keizer.

Dit antwoord is voldoende, want als wij werkelijk ons binnenste overleveren aan God, dan zal Zijn rijk zich uitbreiden over alle wijken en buitenposten van het leven die aan onze uitwendige activiteiten verbonden zijn, dus over ons doen en over ons spreken. Deze vestiging van Gods heerschappij over al onze daden, het uitvloeien van Zijn rijk naar alle uithoeken van ons bestaan, verloopt bij de ene mens vlugger dan bij de andere. Dit is onder meer afhankelijk van ons temperament. Maar dit proces gaat altijd gepaard met het regelmatig afleggen van de biecht.

In ons innerlijk ligt de toegangspoort van Gods genade. Maar hoe houden wij die poort geopend? Dat doen we eerst en vooral door gebed en door beschouwing van de goddelijke mysteries; door het gesprek dat geen einde neemt, dat een voedzaam zwijgen wordt, geobserveerd voor het aanschijn van de Heer; met andere woorden door de gemeenschap van onze menselijke geest met de Geest Die heiligt.

Aan God komt alles toe, omdat alles wat wij Hem kunnen offeren reeds lang voordat wij het aan Hem offeren van Hem is. En toch verlangt Hij deze offergave. God, Die niets behoeft, vraagt ons Hem Zijn eigen gaven aan te bieden, omdat Hij Zichzelf aan ons wil meedelen, wanneer wij Hem met liefde benaderen. Als wij Hem onze oude mens geven, dan krijgen wij een nieuwe en geheiligde natuur terug die bestemd is om eeuwig in Zijn heerlijkheid voort te leven.

Alles wat wij aan God geven, dat krijgen wij in overvloed terug. Dat begint reeds hier op aarde door het alles overtreffende geloof, en door de vrede die dit geloof ons schenkt als begin van het eeuwig leven.

19 oktober 2024

Zalige Jerzy Popieluszko, priester en martelaar

Miljoenen Polen begroeten paus Johannes Paulus II als hij in 1978 voor het eerst als paus zijn vaderland bezoekt. Drie meisjes maken zich klaar hem een brief te overhandigen, maar de geheime politie pakt die af. Niemand ziet het, behalve een jonge priester. In zijn misgewaad springt hij over de afzetting en eist dat het schrijven wordt teruggegeven. De mannen geven de brief terug. De meisjes interesseren hun niet meer, de priester wel: Jerzy Popieluszko.

Terwijl hij op het seminarie studeerde moest hij dienen in het leger. Een officier dwingt Jerzy zijn rozenkrans te vertrappen. Als hij weigert, wordt hij onbarmhartig geslagen en een maand lang opgesloten. Later moet hij voor zijn Mariamedaille uren in de ijsregen staan. Na zijn priesterwijding wordt hij aalmoezenier onder de staalarbeiders op de Noord-Poolse scheepswerf van Gdansk.

Als in 1980 stakers onder leiding van elektriciën Lech Walesa weigeren om de werf te verlaten kijkt de wereld apathisch toe. De arbeiders eisen dat een priester op 15 augustus de heilige Mis komt opdragen. Hun keuze valt op Jerzy Popieluszko. Hij hoort die dag non-stop biecht.

Generaal Jaruzielski kondigt onder druk van de Sowjet-Unie de staat van beleg af. De verworven vrijheid wordt aan banden gelegd, kruisbeelden worden uit scholen verbannen. Jerzy Popieluszko’s maandelijkse ‘Mis voor het vaderland’ trekt vijftienduizend gelovigen. “Bestrijd kwaad met goed”, roept hij.

In 1983 wordt Jerzy Popieluszko gearresteerd. In zijn huis worden grondstoffen voor een bom ‘gevonden’. Na ingrijpen van de aartsbisschop wordt hij vrijgelaten. Paus Johannes Paulus II zendt hem zijn rozenkrans.

19 oktober 1984: De auto met Jerzy Popieluszko wordt tot stilstand gedwongen. Hij probeert te ontsnappen, maar wordt mishandeld en geboeid. Dezelfde avond wordt zijn nog levende lichaam in de rivier de Wisia geworpen.

Nadat zijn zwaar verminkte lichaam op 30 oktober 1984 wordt gevonden, overwinnen een half miljoen Polen hun angst en wonen de begrafenis bij. Op 6 juni 2010 werd hij in Warschau zalig verklaard, waarbij kardinaal Angelo Amato de paus vertegenwoordigde. De moeder van de zaligverklaarde, Marianna Popiełuszko was aanwezig. Meer dan 100.000 gelovigen woonden de plechtigheid bij.

11 oktober 2024

11 oktober: Moederschap van de heilige maagd Maria, feest

Salve Mater Misericordiae



Refrein:
Salve Mater misericordiae,
Mater Dei et Mater veniae,
Mater spei et Mater gratiae,
Mater plena Sanctae Letitiae, O Maria!


Salve decus humani generis.
Salve Virgo dignior ceteris,
quae virgines omnes transgrederis
et altius sedes in superis. O Maria!

Salve felix Virgo puerpera:
Nam qui sedet in Patris dextera,
Caelum regens, terram et aethera,
Intra tua se clasit viscera. O Maria!

Esto, Mater, nostrum solatium:
Nostrum esto, tu Virgo, guadium,
et nos tandem post hoc exsilium,
Laetos juge choris caelestium. O Maria!