Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

1 maart 2025

Afscheid van de dubbelreliek

De dubbelreliek van de Doornenkroon van
Christus en het heilig Kruis van Golgotha,
onder het toeziend oog van de heilige Nicolaas
(op de achtergrond in het glasmozaïek op het
priesterkoor van onze kerk).

De bijzondere dubbelreliek van de Doornenkroon en het heilig Kruis, die al eeuwenlang is toevertrouwd aan de familie Testa, zal in het kader van het 750-jarig bestaan van de stad Amsterdam een blijvende plaats krijgen in de co-kathedrale basiliek van de H. Nicolaas, nadat ze sinds 1935 in onze kerk is bewaard.

De reliekhouder bevat een heilige Doorn van de doornenkroon van Christus en een splinter van het heilig Kruis. In 1660 is deze schrijn met relikwieën door Frans Testa gered uit de brandende Sint-Franciscuskerk in Constantinopel. Sinds die tijd was de reliek in het bezit van de familie Testa. In de 19e eeuw kwam de schrijn terecht in Montpellier (Zuid-Frankrijk), maar in 1911 werd deze weer overgebracht naar Istanboel.

In 1935 is de reliekschrijn verhuisd naar Amsterdam, de toenmalige woonplaats van de familie Testa. Sinds die tijd stond deze schrijn met dubbelrelikwie in onze kerk.

Omwille van de grote religieuze waarde (het is de voornaamste reliek vanwege de nauwe verbintenis met het lijden van de Redder van de mensheid) en de vrees voor diefstal werd de dubbelreliek de laatste decennia bijna altijd in een afgesloten kluis bewaard. Dat belemmerde de publieke toegankelijkheid. Daarom is het nu tijd voor een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de reliek en van de familie Testa.

Op zondag 30 maart (Laetare) zal de dubbelreliek worden overgebracht naar de nieuwe permanente locatie in de binnenstad van Amsterdam, waar veilige bewaring en een gemakkelijke toegang zijn gegarandeerd. Na de Hoogmis op zondag 2 maart zal voor de laatste keer in onze kerk de zegen met de dubbelreliek worden gegeven.

Van de pastoor: Eerherstel aan onze Heer Jezus Christus in het Allerheiligste Sacrament

Heer Jezus Christus, in dit wonderbaar sacrament hebt Gij ons de gedachtenis nagelaten
van Uw lijden en sterven. Wij bidden U: laat ons de heilige geheimen van Uw Lichaam en Bloed
met zo grote eerbied vieren dat wij de genade van Uw verlossing voortdurend in ons ervaren.

Beminde gelovigen,

Allereerst mijn hartelijke dank aan degenen die hebben deelgenomen aan de actie Kerkbalans 2025. Op het moment van dit schrijven heeft de parochie bijna € 15.000 ontvangen, een mooie bijdrage aan de hoge kosten die jaarlijks gemaakt worden om de kerk te kunnen openhouden. Wie nog niet heeft bijgedragen kan dat nog steeds doen. Het rekeningnummer vindt u in de rechterkolom van deze site.

Met Aswoensdag begint op 5 maart de heilige vastentijd. Dit is een verplichte vasten- en onthoudingsdag. Dit jaar willen wij ons voorbereiden op de vasten met gelegenheid tot aanbidding van het Allerheiligste Sacrament dat zal worden uitgesteld van dinsdag 4 maart, 12.00 uur, tot woensdag 5 maart, 10.00 uur. Ik hoop dat velen van u van deze gelegenheid gebruik zullen maken, biddend kijkend naar de Redder van de wereld, niet alleen om de juiste gezindheid voor het vasten te verkrijgen, maar ook om eerherstel te brengen voor de gruwelijke heiligschennissen die aan het heilig sacrament worden gepleegd.

Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

23 februari 2025

Miserere Mei, Deus (Allegri)

Zondag Sexagesima

Epistel
2 Kor. 11, 19-33; 12, 1-9
Broeders, gij zijt zo welwillend in het verdragen van onverstandige mensen, omdat gij zelf zo wijs zijt! Gij verdraagt het immers, als men u de wet stelt, - als men u uitbuit, als men u beetneemt, - als men verwaand tegen u optreedt, als men u een slag in het gezicht geeft. Ik moet tot mijn schande bekennen: in dit opzicht zijn wij - om zo te zeggen - zwakkelingen geweest. Maar wat een ander aandurft - al is het onverstandig zo te spreken - dat durf ik ook. Zijn zij Hebreën? - ik ook. Zijn zij Israëlieten? - ik ook. Zijn zij afstammelingen van Abraham? - ik ook. Zijn zij dienstknechten van Christus? - ik spreek als een dwaze - ik nog meer; door veelvuldig zwoegen, door veel gevangenschap, door geselslagen zonder tal, door herhaaldelijk doodsgevaar. Vijfmaal heb ik van de joden de veertig min één gekregen; driemaal ben ik met roeden gegeseld; éénmaal ben ik gestenigd; driemaal heb ik schipbreuk geleden, en eens heb ik een dag en een nacht doorgemaakt op de volle zee. Door vele voetreizen, door gevaren van rivieren, door gevaren van rovers, door gevaren van de kant van mijn eigen volk, door gevaren van de heidenen, door gevaren in de stad, door gevaren in de woestijn, door gevaren op zee, door gevaren onder valse broeders. Met werken en zwoegen, dikwijls zonder nachtrust, in honger en dorst, in veelvuldig vasten, in koude en naaktheid. En behalve al dat uitwendige, ook nog mijn dringend werk van iedere dag: de zorg voor alle kerken. Wie is er zwak, zonder dat ik het meevoel? Wie lijdt er ergernis, zonder dat ik vurig word? Als er geroemd moet worden, dan zal ik op mijn zwakheid roemen; God, Die de Vader is van onze Heer Jezus Christus en gezegend is in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. Te Damascus liet de stadhouder van koning Aretas eens de stad van de Damascenen bewaken om mij in handen te krijgen en... door een venster werd ik in een mand langs de muur neergelaten; en zó ontkwam ik aan zijn handen. Als er geroemd moet worden - al heeft het dan geen nut - dan zal ik overgaan tot visioenen en openbaringen des Heren. Ik ken een christenmens, die veertien jaar geleden - met het lichaam: ik weet het niet; of zonder lichaam: ik weet het niet; God weet het; - opgevoerd werd naar de derde hemel. En ik weet, dat die mens - met of zonder lichaam: dat weet ik niet; God weet het; - opgevoerd is naar het paradijs; daar vernam hij toen geheime dingen, waarover een mens niet spreken mag. Op zó iemand zal ik roemen; wat echter mij zelf betreft, zal ik alleen maar roemen op mijn zwakheden. Doch ook al wilde ik roemen, het zou niet onzinnig van mij zijn; want ik zou waarheid spreken. Maar ik wil het niet doen, opdat niemand mij hoger zou achten, dan hij van mij ziet of hoort. En opdat de grote openbaringen mij niet ijdel zouden maken, werd mij een prikkel gegeven in het vlees, een engel van de satan, die mij moet kwellen. Daarom heb ik driemaal tot de Heer gebeden, dat deze van mij zou weggaan. Maar Hij gaf mij ten antwoord: Mijn genade is voor u voldoende; want kracht komt juist bij zwakheid tot volle ontplooiing. Daarom wil ik gaarne roemen op mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij moge wonen.

Evangelie
Lc. 8, 4-15
In die tijd kwam er een talrijke menigte bijeen, die vanuit de steden naar Jezus toestroomde. Dan sprak Hij in een gelijkenis: Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel er een gedeelte op de weg; het werd vertrapt, en de vogels des hemels aten het op. En een ander gedeelte viel op rotsige bodem; het schoot wel op, maar verdorde er bij gebrek aan vochtigheid. Weer een ander gedeelte viel midden tussen de doornen; en de doornen schoten tegelijk mede op en verstikten het. Een ander gedeelte ten slotte viel op goede bodem; het schoot op en droeg honderdvoudige vrucht. Bij deze woorden riep Hij uit: Wie oren heeft om te horen, dat hij hore! Zijn leerlingen nu vroegen Hem, wat deze gelijkenis betekende. En Hij gaf hun ten antwoord: U is het gegeven de geheimen van het rijk Gods volledig te kennen; de overigen echter slechts in gelijkenissen, opdat zij wel zien maar niet inzien, wel horen maar niet begrijpen. Dit nu is de zin van de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods. Waar het op de weg valt, - dat zijn zij, die wel toeluisteren, maar dan komt de duivel, en neemt het Woord weg uit hun hart, opdat zij niet geloven en zalig worden. Waar het evenwel op rotsige bodem valt, - dat zijn zij, die het Woord aanhoren, en met vreugde opnemen; doch zij laten het geen wortel schieten; zij geloven een tijdlang, maar als de beproeving komt, vallen zij af. Wat echter tussen de doornen valt, - dat zijn zij, die wel geluisterd hebben; doch door de zorgen, de rijkdom en de genietingen des levens wordt het bij hen gaandeweg verstikt, zonder dat het vrucht oplevert. Maar wat op goede bodem valt, - dat zij zij, die het Woord met een goed en edel hart aanhoren, het bewaren, en vrucht voortbrengen door te volharden.

Overweging
In de gelijkenis van de zaaier die uitging om te zaaien, waarin het zaad viel zowel op vruchtbare als op onvruchtbare grond, zien wij een dubbel beeld. Het zaad staat voor het leven brengende Woord van God, Zijn genade, en de verschillende typen van grond zijn wij, de mensen, die met het goddelijke Woord in aanraking komen.

Het zaad draagt alles in zich dat nodig is om vrucht voort te brengen. Zo is het ook met de genade van God: Zijn heiligmakende genade bevat alles dat een mens nodig heeft om zalig te worden, want Gods genade is volkomen in zich. Maar om concreet, dus bij een bepaalde persoon, de heiligheid aan te wenden, heeft de genade het nodig om opgenomen te worden. Het Evangelie van vandaag gaat juist over die opname in ons leven.

Wij moeten de genade Gods ons leven laten doordringen. De vrucht van de genade is de heiliging. Kan de genade de grond van ons leven niet doordringen, dan kan zij ook geen vruchten van heiliging voortbrengen en dan verstikt zij door de droogte van de bodem waarop zij is uitgestrooid. Het is dus aan ons om het leven te openen voor Gods Woord en naar Hem toegekeerd te blijven. Wij kunnen niet met Hem willen leven en tegelijkertijd Zijn stem laten overstromen door het lawaai van de wereld en de tirannie van een zondig leven.

Het vasten en de boete dienen om ons leven te openen voor Gods genade, doordat wij ons afwenden van het wereldse en ons richten op God. Wij dienen onszelf kritische vragen te stellen over de keuzen die wij maken in ons leven. Zijn deze keuzen conform de Wil en de wetten van God en Zijn heilige Kerk? Zo niet, dan kan Zijn genade ook niet in ons werkzaam zijn en dan kunnen er geen vruchten van heiliging ontstaan. De hoop op de eeuwige zaligheid is dan een ijdele verblinding.

Nu is er nog tijd om afstand te nemen van de zonde en ons te keren tot God om daarmee de vaste hoop op heiliging en de zaligheid te ontvangen. Wij moeten het harde werk aangaan van het opruimen van onze eigen bodem en iedere hindernis verwijderen zodat de genade Gods een vruchtbare grond zal aantreffen wanneer Hij Zijn Woord in onze ziel zal uitstrooien.

22 februari 2025

Tu es Petrus (Perosi)

22 februari: Sint Petrus' Stoel, hoogfeest

Voorheen werd op deze dag het feest gevierd van Sint Petrus' Stoel te Antiochië. In het jaar 42 vestigde Petrus zich als paus te Rome. Paus Paulus IV bepaalde dat dit feit op 18 januari plechtig gevierd zou worden.

De viering van de Cathedra van Petrus getuigt van de eenheid in de Kerk, zoals deze vanaf het begin bij de benoeming van Petrus door Jezus is bedoeld. Het is, naast het feest van Petrus' Stoel te Antiochië, het oudste in de kerk. Reeds vanaf de vierde eeuw werd dit feest gevierd.

Sindsdien bestond er in de Kerk een dubbele viering van Petrus' Stoel. Het feest van 18 januari is vervallen. Het is niet de bedoeling de verschillende verblijfplaatsen van Petrus te vieren, maar het primaatschap, het pausschap van Petrus. En dat is in Antiochië altijd het geval geweest. In die stad werden de aanhangers van Jezus voor het eerst christenen genoemd.

Boven het Cathedra-altaar in de Sint Pieter te Rome bevindt zich een bronzen zetel, gedragen door vier kolossale figuren van de kerkvaders Augustinus, Ambrosius (van de Latijnse Kerk), en Athanasius en Johannes Chrysostomus (van de Griekse (Oosterse) Kerk). In die zetel bevindt zich de houten met ivoor ingelegde draagstoel die, volgens een oude traditie, senator Pudens aan de apostel Petrus ten geschenke zou hebben gegeven en door Petrus gebruikt zou zijn bij de prediking.

Gebed
Almachtige God, Die met het overdragen van de sleutels van het Koninkrijk der Hemelen aan Uw heilige Apostel Petrus aan hem ook de macht hebt toevertrouwd om te binden en om te ontbinden, verleen dat wij, op zijn voorspraak, van de ketenen der zonde bevrijd mogen worden. Amen.

16 februari 2025

Offertorium op zondag Septuagesima: Bonum est confiteri

Zondag Septuagesima

Epistel
Kor. 9, 24-27; 10 en 11-5
Broeders, weet gij niet, dat de deelnemers aan een wedloop in de renbaan wel allen lopen, maar dat slechts één de zegeprijs verwerft? Aldus moet gij lopen, om die ook te behalen. Maar iedereen, die aan de wedstrijd meedoet, onthoudt zich van alles; en zij nog wel om een krans te winnen, die verwelkt - wij echter om een, die onvergankelijk is. Ik loop daarom zó, niet als in den blinde weg; ik worstel zó, dat ik niet sla in de lucht. Maar ik beuk mijn eigen lichaam, en breng het onder bedwang, om niet - na anderen gepredikt te hebben - zelf verloren te gaan. Want gij moet wel weten, broeders: onze vaderen zijn allen onder de wolk geweest, en allen zij zij door de zee heengegaan, en allen zijn zij gedoopt in de wolk en in de zee tot eenheid met Mozes; en allen hebben zij dezelfde bovennatuurlijke spijs gegeten en allen dezelfde bovennatuurlijke drank gedronken; zij dronken namelijk van een geestelijke rots, die met hen meeging, en die rots was Christus. Maar toch heeft God in de meesten van hen geen welbehagen gevonden.

Evangelie
Mt. 20, 1-16
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een huisvader, die vroeg in de morgen er op uitging, om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. En hij kwam met de arbeiders overeen voor één tienling per dag, en zond hen naar zijn wijngaard. Tegen het derde uur ging hij nogmaals uit en zag weer anderen op de markt werkeloos staan; en hij zeide hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard, en wat billijk is, zal ik u geven. En zij gingen er heen. Opnieuw ging hij uit tegen het zesde en negende uur en handelde op dezelfde wijze. Toen hij echter tegen het elfde uur uitging, vond hij daar nog anderen staan, en hij zeide hun: Waarom staat gij hier de hele dag zonder iets te doen? Zij gaven hem ten antwoord: Omdat niemand ons gehuurd heeft. En hij zeide tot hen: Gaat ook gij naar mijn wijngaard. Toen het nu avond was geworden, sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn opzichter: Roep de arbeiders, en betaal hun het loon uit, te beginnen bij de laatsten en zo vervolgens tot de eersten. Zij, die tegen het elfde uur gekomen waren, traden dan naar voren, en ontvingen ieder een tienling. En toen de eersten kwamen, dachten zij meer te ontvangen; maar ook zij kregen ieder één tienling. En terwijl zij die aannamen, morden zij tegen de huisvader, en zeiden: Die laatsten hebben slechts één uur gewerkt, en hij gaat ze gelijkstellen met ons, die de last van de dag en de hitte hebben gedragen! Maar hij antwoordde aan een van hen: Vriend, ik doe u toch geen onrecht; zijt gij niet met mij overeengekomen voor één tienling? Neem dus wat u toekomt, en ga heen. Ik wil echter ook aan die laatste evenveel geven als aan u. Staat het mij soms niet vrij, te doen, wat ik verkies? Of zijt gij kwaad, omdat ik goed ben? Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Overweging
Deze gelijkenis van de wijngaard en de arbeiders kunnen wij toepassen op ons eigen leven. Elke mens wordt uitgenodigd om door de inspanningen van dit leven het eeuwig rijk te veroveren. Wij gaan naar de wijngaard op verschillende momenten van ons leven. Sommigen worden vroeg in hun kindschap geroepen en blijven trouw werken tot het einde van hun leven; anderen komen later, soms op het laatste moment. Velen zijn begiftigd met kostbare talenten, anderen moeten het met beduidend minder stellen. Maar aan iedereen wordt hetzelfde beloofd: de eeuwige redding. Die is en blijft een gave, een genade van God. Niemand kan zeggen dat hij er recht op heeft of dat hij haar heeft verdiend. Het is duidelijk dat deze gave voor iedereen gelijk is.

De talenten en de omstandigheden kunnen verschillend zijn, maar een ding is zeker: wij worden allen geroepen en uitdrukkelijk aangesteld. Voor allen ligt er een taak gereed, zoals voor de arbeiders uit de parabel. Die is heel aangepast aan onze mogelijkheden en talenten. Wij mogen ons niet met anderen vergelijken.

God weet wie Hij roept en waar Hij Zijn arbeiders plaatst. De taak van anderen is niet de onze. Ieder heeft zijn eigen terrein; van ieder van ons verwacht God iets persoonlijks. Maar de opdracht is altijd dezelfde: het vervullen van Gods Wil, waar en wanneer dan ook. Iets hogers en beters is er niet en kan er ook niet zijn. Wij geven allen een persoonlijk antwoord op Gods persoonlijke uitnodiging aan ons. Iedereen moet dus kijken naar het goede dat hij kan doen en niet naar het goede dat anderen kunnen of moeten doen. Iedereen moet zijn eigen werk doen, onafhankelijk van de tijd waarop hij werd geroepen, onafhankelijk van het werk van anderen.

De uitwendige omstandigheden in ons leven kunnen aanzienlijk verschillen van de situaties waarin een ander leeft en werkt. Maar ook dit is geen waardebepaling. Van belang is of Gods uitverkiezing en Gods welbehagen, Gods Wil en wens als richtlijn zijn genomen bij de aanvaarding en de uitvoering van de arbeid die wij verrichten. Het is niet alleen belangrijk dát wij de opdracht vervullen, maar ook hóe wij dat doen. Men kan Gods Wil doen met nauwelijks enige liefde, maar men kan Zijn Wil ook volbrengen met louter liefde, bezield met het vuur van de liefde. Dat maakt een groot verschil. En dat verschil zit in de liefde.

Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Ook wij zijn geroepen. Wij moeten nu onze taak verrichten om straks tot de uitverkorenen te mogen behoren.

15 februari 2025

Begin van de voorvasten: Zondag Septuagesima

Morgen is het zondag Septuagesima. Zondag Septuagesima (zeventigste) is de eerste zondag van de Paaskring, 70 dagen vóór Pasen. Deze zondag wordt gevolgd door de twee andere zondagen van de Voorvasten: Sexagesima en Quinquagesima. Ze zijn een voorbereiding tot de veertigdaagse vastentijd (Quadragesima). Vandaar dat de liturgische kleur paars is en de vreugdezangen (Te Deum, Gloria en Alleluja) niet worden gezongen, behalve op feestdagen die in deze periode voorkomen.

Zonder de periode van de Voorvasten zou men geen enkele voorbereiding hebben op Aswoensdag. De overgang - zo kort na Kerstmis - naar de Grote Vastentijd vraagt om een voorbereidingsperiode, zelfs vanuit een louter psychologisch standpunt bekeken.

Er schuilt veel wijsheid in de traditionele gebruiken van de Kerk.

12 februari 2025

Fotoverslag van de toewijding van de FSSP aan het Onbevlekt Hart van Maria

Gisteren, op het feest van de verschijning van Onze Lieve Vrouw te Lourdes, werd ook in onze kerk
de akte van toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria gebeden,
waartoe was opgeroepen door pater John Berg FSSP, generaal overste van de priesterbroederschap Sint Petrus,
om de Moeder Gods te bedanken en haar voortdurende bijstand af te smeken.
Voorafgaand aan het toewijdingsgebed werd van 2 tot en met 10 februari een noveen gehouden.

Hebt u ook foto's of video's gemaakt
van plechtigheden in onze kerk?
Mogen die eventueel gepubliceerd worden?
Mail uw bestanden dan naar:
info@agneskerk.org.