31 januari 2013

31 januari: Heilige Johannes Bosco, belijder

Giovanni (Johannes) Bosco werd geboren in het stadje Castelnuovo d’Asti (tegenwoordig: Castelnuovo Don Bosco) vlakbij Turijn (Italië) op 16 augustus 1815. Toen hij twee jaar oud was stierf zijn vader, Francesco Bosco, een arme boer. (Zijn moeder is Margherita Occhiena. In 2006 werd zij door paus Benedictus XVI eerbiedwaardig verklaard, een voorstadium van een zaligverklaring.)

Hoewel Johannes geen gemakkelijke jeugd had, lukte het hem in 1841 zijn studies af te ronden en de priesterwijding te ontvangen. Tijdens zijn priesterschap leerde Don Bosco de trieste levensomstandigheden van jongens kennen in de voorsteden van Turijn. Jonge mensen doolden door de straten, veelal werkloos dreigden zij verloren te lopen. Hij wilde een eind maken aan de sociale wantoestanden.

Het begon met een ontmoeting met een ontmoedigde jongen. De jongen bracht na een goed gesprek vrienden mee. Zo groeide een centrum waar de jongens terecht konden. Met zijn grote hartelijkheid en optimisme lukte het hem om groepjes jongens te onderwijzen in het geloof. Hij stichtte een bibliotheek voor de jeugd, en schreef een boek, getiteld ‘De verstandige jongen’, over de opvoeding van kinderen. Het werd een bestseller.

Johannes probeerde goede afspraken te maken tussen de jongens en werkgevers. Hij bouwde huizen, waar arme jongens konden uitgroeien tot geschoolde werkkrachten, eerlijke mensen en goede christenen.

Don Bosco liet zich niet meeslepen in de politieke en sociale twistpunten van die dagen. Hij streefde naar het onmiddellijk haalbare. Daarvoor had hij de steun en de medewerking van iedereen nodig. Dankzij de hulp van velen heeft hij de armen goed gedaan.

In 1859 stichtte hij de mannelijke congregatie der Salesianen, genoemd naar de heilige Franciscus van Sales, voor wie hij een grote bewondering had, en in 1872 stichtte hij voor vrouwen de Dochters van Maria.

In 1862 kreeg Don Bosco een visioen. Daarin ziet hij het schip van de Kerk met op de boeg de Paus door een woeste zee varen. Het schip kan zich alleen handhaven door zich vast te klampen aan twee grote zuilen. Op de ene zuil staat een grote hostie, op de andere zuil staat de heilige maagd Maria, als Hulp der Christenen.

Don Bosco had een grote liefde voor het Allerheiligste Sacrament des Altaars en voor de Moeder Gods, Maria. Zonder financiële middelen liet hij voor haar een kerk bouwen, ter ere van de Hulp der Christenen. De giften stroomden binnen, waarmee het werk voltooid kon worden.

Er zijn meerdere getuigenissen van mensen die hem hebben zien zweven toen hij na afloop van een heilige Mis in aanbidding was neergeknield voor het Allerheiligste Altaarsacrament. Toen hij na de consecratie in een heilige Mis eens merkte dat er veel te weinig hosties waren voor de talrijke menigte die wilde communiceren, sloeg hij zijn ogen op ten hemel, waarna hij de hosties in de ciborie zag vermeerderen. Er bleken genoeg hosties te zijn voor iedereen, zonder dat hij er ook maar een hoefde te breken. Later zei hij daarover: “De Macht Die het wonder van de transsubstantiatie kan volbrengen, zal ook een vermeerdering niet in de weg staan.”

Don Bosco stierf op 31 januari 1888, 72 jaar oud, in Turijn. Hij werd begraven in de kerk van de Salesianen in Turijn. Paus Pius XI verklaarde hem in 1934 heilig.
Hij is patroon van Castelnuovo Don Bosco; circusartiesten, dansers, leerjongens, schooljongens, jeugd en jongeren in het algemeen, jeugdzielzorgers en uitgevers.

In Vlaanderen bestaan vele Don-Bosco-scholen, waaronder enkele internaten. In Nederland staat in Volendam een scholengemeenschap die zijn naam draagt: het Don-Bosco-college.

29 januari 2013

29 januari: Heilige Franciscus van Sales, bisschop, belijder en Kerkleraar

Franciscus werd geboren op kasteel Sales bij Thorens (Savoye, Frankrijk) op 21 augustus 1567 in een adellijke familie. Hij studeerde theologie in Parijs en in Padua. Zijn vader had een huwelijk voor hem gearrangeerd, maar hij weigerde te trouwen omdat hij priester wilde worden. In 1593 werd hij proost van het kapittel van Genève.

Sinds de reformatie was Genève een bolwerk van calvinisme. De bisschop van deze stad was uitgeweken naar Annecy. Van daaruit probeerde Franciscus veel protestanten in Savoye te bekeren. In 1602 werd Franciscus bisschop van Genève.

Hij stond bekend als een uitstekend prediker, om zijn liefde voor de armen en vanwege zijn boeken. Zijn meest bekende boek was 'Inleiding tot het Devote Leven'. Samen met de heilige Frances de Chantal stichtte hij in 1610 de vrouwelijke orde van de Visitandinnen.

Op 28 december 1622 stierf hij te Lyon. Zijn graf in Annecy werd al snel een bedevaartsoord. In 1665 werd hij door paus Alexander VII heilig verklaard. Paus Pius IX riep hem in 1877 uit tot Kerkleraar.

Toen de heilige Johannes 'Don' Bosco in 1859 zijn religieuze congregatie stichtte die vooral ten doel had kansarme kinderen op te voeden en een ideaal te geven, noemde hij zijn stichting 'Salesianen', naar Franciscus van Sales.

Hij is patroon van kanton, stad en bisdom Genève, van Annecy en Chambéry, van de Salesianen, journalisten, schrijvers, uitgevers en van de katholieke pers.

27 januari 2013

Zondag Septuagesima

Epistel
Kor. 9, 24-27; 10 en 11-5
Broeders, weet gij niet, dat de deelnemers aan een wedloop in de renbaan wel allen lopen, maar dat slechts één de zegeprijs verwerft? Aldus moet gij lopen, om die ook te behalen. Maar iedereen, die aan de wedstrijd meedoet, onthoudt zich van alles; en zij nog wel om een krans te winnen, die verwelkt - wij echter om een, die onvergankelijk is. Ik loop daarom zó, niet als in den blinde weg; ik worstel zó, dat ik niet sla in de lucht. Maar ik beuk mijn eigen lichaam, en breng het onder bedwang, om niet - na anderen gepredikt te hebben - zelf verloren te gaan. Want gij moet wel weten, broeders: onze vaderen zijn allen onder de wolk geweest, en allen zij zij door de zee heengegaan, en allen zijn zij gedoopt in de wolk en in de zee tot eenheid met Mozes; en allen hebben zij dezelfde bovennatuurlijke spijs gegeten en allen dezelfde bovennatuurlijke drank gedronken; zij dronken namelijk van een geestelijke rots, die met hen meeging, en die rots was Christus. Maar toch heeft God in de meesten van hen geen welbehagen gevonden.

Evangelie
Mt. 20, 1-16
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een huisvader, die vroeg in de morgen er op uitging, om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. En hij kwam met de arbeiders overeen voor één tienling per dag, en zond hen naar zijn wijngaard. Tegen het derde uur ging hij nogmaals uit en zag weer anderen op de markt werkeloos staan; en hij zeide hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard, en wat billijk is, zal ik u geven. En zij gingen er heen. Opnieuw ging hij uit tegen het zesde en negende uur en handelde op dezelfde wijze. Toen hij echter tegen het elfde uur uitging, vond hij daar nog anderen staan, en hij zeide hun: Waarom staat gij hier de hele dag zonder iets te doen? Zij gaven hem ten antwoord: Omdat niemand ons gehuurd heeft. En hij zeide tot hen: Gaat ook gij naar mijn wijngaard. Toen het nu avond was geworden, sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn opzichter: Roep de arbeiders, en betaal hun het loon uit, te beginnen bij de laatsten en zo vervolgens tot de eersten. Zij, die tegen het elfde uur gekomen waren, traden dan naar voren, en ontvingen ieder een tienling. En toen de eersten kwamen, dachten zij meer te ontvangen; maar ook zij kregen ieder één tienling. En terwijl zij die aannamen, morden zij tegen de huisvader, en zeiden: Die laatsten hebben slechts één uur gewerkt, en hij gaat ze gelijkstellen met ons, die de last van de dag en de hitte hebben gedragen! Maar hij antwoordde aan een van hen: Vriend, ik doe u toch geen onrecht; zijt gij niet met mij overeengekomen voor één tienling? Neem dus wat u toekomt, en ga heen. Ik wil echter ook aan die laatste evenveel geven als aan u. Staat het mij soms niet vrij, te doen, wat ik verkies? Of zijt gij kwaad, omdat ik goed ben? Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Overweging
Deze gelijkenis van de wijngaard en de arbeiders kunnen wij toepassen op ons eigen leven. Elke mens wordt uitgenodigd om door de inspanningen van dit leven het eeuwig rijk te veroveren. Wij gaan naar de wijngaard op verschillende momenten van ons leven. Sommigen worden vroeg in hun kindschap geroepen en blijven trouw werken tot het einde van hun leven; anderen komen later, soms op het laatste moment. Velen zijn begiftigd met kostbare talenten, anderen moeten het met beduidend minder stellen. Maar aan iedereen wordt hetzelfde beloofd: de eeuwige redding. Die is en blijft een gave, een genade van God. Niemand kan zeggen dat hij er recht op heeft of dat hij haar heeft verdiend. Het is duidelijk dat deze gave voor iedereen gelijk is.

De talenten en de omstandigheden kunnen verschillend zijn, maar een ding is zeker: wij worden allen geroepen en uitdrukkelijk aangesteld. Voor allen ligt er een taak gereed, zoals voor de arbeiders uit de parabel. Die is heel aangepast aan onze mogelijkheden en talenten. Wij mogen ons niet met anderen vergelijken.

God weet wie Hij roept en waar Hij Zijn arbeiders plaatst. De taak van anderen is niet de onze. Ieder heeft zijn eigen terrein; van ieder van ons verwacht God iets persoonlijks. Maar de opdracht is altijd dezelfde: het vervullen van Gods Wil, waar en wanneer dan ook. Iets hogers en beters is er niet en kan er ook niet zijn. Wij geven allen een persoonlijk antwoord op Gods persoonlijke uitnodiging aan ons. Iedereen moet dus kijken naar het goede dat hij kan doen en niet naar het goede dat anderen kunnen of moeten doen. Iedereen moet zijn eigen werk doen, onafhankelijk van de tijd waarop hij werd geroepen, onafhankelijk van het werk van anderen.

De uitwendige omstandigheden in ons leven kunnen aanzienlijk verschillen van de situaties waarin een ander leeft en werkt. Maar ook dit is geen waardebepaling. Van belang is of Gods uitverkiezing en Gods welbehagen, Gods Wil en wens als richtlijn zijn genomen bij de aanvaarding en de uitvoering van de arbeid die wij verrichten. Het is niet alleen belangrijk dát wij de opdracht vervullen, maar ook hóe wij dat doen. Men kan Gods Wil doen met nauwelijks enige liefde, maar men kan Zijn Wil ook volbrengen met louter liefde, bezield met het vuur van de liefde. Dat maakt een groot verschil. En dat verschil zit in de liefde.

Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Ook wij zijn geroepen. Wij moeten nu onze taak verrichten om straks tot de uitverkorenen te mogen behoren.

Begin van de voorvasten: Zondag Septuagesima

Zondag Septuagesima (zeventigste) is de eerste zondag van de Paaskring, 70 dagen vóór Pasen. Deze zondag wordt gevolgd door de twee andere zondagen van de Voorvasten: Sexagesima en Quinquagesima. Ze zijn een voorbereiding tot de veertigdaagse vastentijd (Quadragesima). Vandaar dat de liturgische kleur paars is en de vreugdezangen (Te Deum, Gloria en Alleluja) niet worden gezongen, behalve op feestdagen die in deze periode voorkomen.

Zonder de periode van de Voorvasten zou men geen enkele voorbereiding hebben op Aswoensdag. De overgang - zo kort na Kerstmis - naar de Grote Vastentijd vraagt om een voorbereidingsperiode, zelfs vanuit een louter psychologisch standpunt bekeken.

Er schuilt veel wijsheid in de traditionele gebruiken van de Kerk.

23 januari 2013

Fotoverslag van de pontificale Hoogmis op zondag 20 januari 2013

Voor het begin van de plechtigheden werd onze Heer Jezus Christus aanbeden in het Allerheiligste Sacrament.

Mgr J.G.M. van Burgsteden SSS houdt de homilie, waarna hij het H. Vormsel zal toedienen.

Afkondiging van het decreet tot oprichting van een personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie.

Het altaar en het tabernakel worden bewierookt.

Opheffing van Corpus Christi na de consecratie.


Alle deelnemers aan de liturgie van deze dag verzameld rond de bisschop voor het Maria-altaar.

21 januari 2013

21 januari: Heilige Agnes, maagd en martelares, patrones van ons kerkgebouw

De oudste bronnen over Agnes vertellen dat zij in problemen was geraakt doordat ze geweigerd had met de zoon van de Romeinse stadsprefect te huwen. Ze wilde haar maagdelijkheid niet prijsgeven omdat ze zichzelf als bruid aan Christus had toegewijd. De stadsprefect leverde haar daarom over aan antichristelijke rechters.

Onder bedreiging van gruwelijke lijfstraffen werd ze gedwongen haar geloof af te zweren. Agnes hield stand en werd veroordeeld tot verkrachting en een bestaan als seksslavin. In het bordeel werd ze opgezocht door de zoon van de stadsprefect. Toen hij haar wilde aanraken, werd hij door een bovennatuurlijke kracht teruggeworpen waardoor hij dood neerviel. Daarop liet de prefect haar als heks veroordelen. Ze werd in het stadion van Domitianus in een groot vuur geworpen. Omdat de vlammen haar lichaam intact lieten, werd Agnes uiteindelijk onthoofd.

Agnes werd na haar dood geroemd door tal van kerkvaders en dichters. Zo maakte paus Damasus I (366-384) haar grafschrift. Zij werd bijgezet in de Cappella di Sabina in Rome.
Ook Sint Ambrosius van Milaan (339-379) schreef over haar. Habetis igitur in una hostia duplex martyrium, pudoris et religionis: et virgo permansit et martyrium obtinuit (‘Aanschouwt daarom in dit slachtoffer een dubbel martelaarschap: van bescheidenheid en van godsvrucht. Zij bleef maagd en verkreeg de kroon van het martelaarschap’), schreef Ambrosius in zijn homilie De virginibus. De bekende dichter Prudentius (348-405) roemde haar moed en haar trouw aan Christus in hymne 14 in zijn Peristephanon.

Op de locatie waar Agnes de marteldood stierf, staat nu de naar haar vernoemde Sant’Agnese in Agone. Deze barokkerk staat aan de Piazza Navona, waar in heidense tijden het stadion van Domitianus stond.

Jaarlijks worden op 21 januari in de grafkerk van de martelares twee lammeren gezegend. De reden hiervoor schuilt in de betekenis van haar naam. Agnus is Latijn voor ‘lam’ en agnos is Grieks voor 'rein'. De zuivere lamswol wordt gebruikt voor het pallium (kerkelijk rangonderscheidingsteken in de vorm van een schouderstool) van de aartsbisschoppen.

Agnes behoort met Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Cecilia en Anastasia tot de maagd-martelaressen die worden genoemd in de Canon (Eucharistisch gebed) van de Romeinse Ritus.

20 januari 2013

Afkondiging van het decreet tot oprichting van een nieuwe personele parochie

Mgr J.W.M. Hendriks, hulpbisschop; mgr J.M. Punt, bisschop; en mgr J.G.M. van Burgsteden, emeritus hulpbisschop
van het bisdom Haarlem-Amsterdam

Tijdens de door hem gecelebreerde pontificale Hoogmis heeft emeritus hulpbisschop mgr J.G.M. van Burgsteden SSS vandaag het volgende decreet voorgelezen waarin de Bisschop van Haarlem-Amsterdam de oprichting afkondigt van een nieuwe personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie, die gevestigd zal zijn in de kerk van de H. Agnes te Amsterdam:

DECREET
tot canonieke oprichting
van de
R.-k. personele parochie
ten behoeve van het aanbod van
liturgie in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus
binnen het diocees Haarlem-Amsterdam

Overwegende

- dat paus Benedictus XVI in zijn motu proprio Summorum Pontificum van 7 juli 2007 voorziet dat aan de christengelovigen deelname aan de liturgie in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus kan worden aangeboden;

- dat reeds sinds september 2006 deze liturgie regelmatig gecelebreerd wordt in de parochiekerk van Sint Agnes te Amsterdam en gebleken is dat hieraan behoefte is onder de christengelovigen;

- dat de hierdoor ontstane geloofsgemeenschap en de priesters die de zielzorg hiervan op zich hebben genomen, behoefte hebben aan een juridische ordening, is het ons wenselijk gebleken, in het geestelijk belang van de gemeenschap die zich gevormd heeft rond de liturgie in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus in het diocees Haarlem-Amsterdam, een zelfstandige parochie op te richten, en hebben wij, nadat belanghebbenden alsook de priesterraad conform canon 515 § 2 Codex I.C. zijn gehoord, besloten tot:

oprichting van de Rooms-katholieke personele parochie
ten behoeve van het aanbod van
liturgie in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus
binnen het diocees Haarlem-Amsterdam

Opgenoemde R.-k. parochie is gevestigd te Amsterdam en is een personele parochie conform canon 518 Codex I.C.

De liturgische vieringen zullen plaatsvinden in het kerkgebouw van de parochie van de H. Agnes te Amsterdam, tenzij in de toekomst anders wordt overeengekomen.

De gemeenschap van christengelovigen bestaat uit degenen die zich hebben laten inschrijven als parochianen van opgenoemde R.-k. parochie.

Wij vertrouwen erop dat de in deze gemeenschap participerende christengelovigen in het diocees Haarlem-Amsterdam, het liturgisch-pastorale leven van de parochie zullen ondersteunen en de financiële zorgen van het parochiebestuur naar draagkracht zullen helpen verlichten.

Dit decreet wordt van kracht vanaf de afkondiging op 20 januari 2013, tijdens de liturgische viering in het kerkgebouw van de H. Agnes te Amsterdam.

Gegeven te Haarlem,
10 januari 2013

+ Jozef M. Punt
Bisschop van Haarlem-Amsterdam

dr B.J. Putter, pr.
Vice-kanselier

15 januari 2013

Pontificale Hoogmis op zondag 20 januari 2013

Op zondag 20 januari 2013 vieren we het feest van de patrones van onze kerk, de heilige Agnes. De feestelijke Hoogmis zal die dag gecelebreerd worden door Zijne Hoogwaardige Excellentie mgr J.G.M. van Burgsteden SSS (foto), emeritus hulpbisschop van het bisdom Haarlem-Amsterdam.

De bisschop zal vóór de viering van de heilige Mis aan een tiental gelovigen het H. Vormsel toedienen.

Mgr Van Burgsteden is verheugd dat hij na vele jaren weer het Misoffer zal opdragen in de vorm die bij zijn priesterwijding nog algemeen gebruikelijk was in de Rooms-katholieke Kerk.

13 januari 2013

Feest van de heilige Familie

Epistel
Kol. 3, 12-17
Broeders, wilt u als heilige en veelgeliefde uitverkorenen Gods toerusten met een medelijdend hart, met goedheid en bescheidenheid, met zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander, en vergeeft elkander, als gij soms over iemand te klagen hebt. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij vergeven. Maar draagt over dat alles heen de liefde; want deze is de band der volmaaktheid. Laat de vrede van Christus heersen in uw harten; want daartoe zijt gij ook geroepen, als leden van één lichaam. Weest daarenboven dankbaar. Moge het woord van Christus onder u wonenen in volle rijkdom, zodat gij in alle wijsheid elkander onderricht en vermaant. En zingt dankbaar God van harte lof in psalmen en gezangen en geestelijke liederen. Alles wat gij doet met woord of werk, doet alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, om aan God, de Vader, dank te brengen door Jezus Christus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 2, 42-52
Toen Jezus twaalf jaar oud geworden was, gingen zij op reis naar Jeruzalem, zoals met het Hoogfeest gewoonte was. Maar toen zij na afloop van die dagen terugkeerden, bleef het Kind Jezus te Jeruzalem achter, zonder dat Zijn ouders het wisten. In de veronderstelling, dat Hij Zich bij het gezelschap bevond, reisden zij één dag door; dan vroegen zij naar Hem bij familie en bekenden. Maar toen zij Hem niet vonden, keerden zij naar Jeruzalem terug en zochten Hem. Eerst na drie dagen vonden zij Hem in de tempel, waar Hij midden tussen de leraren gezeten, naar hen luisterde en hun vragen stelde. Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over Zijn wijsheid en over Zijn antwoorden. Toen zij dit zagen, stonden zij verwonderd. En Zijn Moeder sprak tot Hem: Mijn Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik zochten U met smart. Hij echter gaf hun ten antwoord: Waarom zocht gij Mij? Wist gij dan niet, dat Ik moet zijn bij de aangelegenheden van Mijn Vader? Maar zij begrepen niet, wat Hij tot hen zei. Dan reisde Hij met hen af en kwam te Nazareth. En Hij was hun onderdanig. Zijn Moeder nu bewaarde dit alles zorgvuldig in haar hart. En Jezus nam toe in wijsheid en jaren en in welgevallen bij God en bij de mensen.

Overweging
De Kerk viert vandaag geen bepaald mysterie uit het leven van de Zaligmaker, maar wij herdenken – nog in het licht van Kerstmis – de kinderjaren van de mensgeworden Verlosser, die Hij in het verborgene doorbracht met de heiligen Maria en Jozef in het heilig Huisgezin te Nazareth.

Als het Evangelie spreekt over het leven van Jezus in het gezelschap van Maria en Jozef te Nazareth, dan vermeldt het slechts dit: “Hij was hun onderdanig, en Zijn Moeder bewaarde al die dingen in haar hart, en Jezus nam toe in wijsheid, in jaren en in welgevallen bij God en de mensen”. Dat is alles wat over de eerste dertig jaren van Jezus’ leven wordt gezegd. Ondanks hun beknoptheid schilderen deze woorden een helder beeld van orde en vrede, van gezag, onderdanigheid, afhankelijkheid en onderlinge eerbied. In het heilige Huisgezin van Nazareth kunnen wij het voorbeeld van het christelijk gezin in al zijn volmaaktheid aanschouwen.

De bedoeling van de Kerk, die ons dit feest nog steeds in Kerstsfeer laat vieren en ons het ideaal van de heilige Familie voor ogen stelt, lijdt geen twijfel. Het is een model waarvan wij moeten leren en dat ons moet inspireren. Het is een ideaal waarnaar elke familie moet streven.

In onze dagen wordt het steeds moeilijker om daarover nog te kunnen spreken. Een gezin dat bestaat uit een man en een vrouw, die door het sacrament van het huwelijk aan elkaar zijn verbonden, en waaruit kinderen zijn geboren, wordt niet meer als enige mogelijkheid beschouwd. De huidige maatschappij probeert ons ook alternatieve vormen van samenleving voor te houden, soms zeer bizarre vormen, maar altijd in tegenspraak met Gods scheppingsorde. Wie het daarmee niet eens is, wordt afgedaan als intolerant en ouderwets. Kritiek op moderne samenlevingvormen is niet gewenst, want die lijkt een veroordeling te zijn. En niemand heeft het recht om te veroordelen, zelfs de Kerk niet. Zo staat de maatschappij bijna alles toe en de meest heilige wetten van huwelijk en gezinsleven worden veronachtzaamd en belachelijk gemaakt, zelfs door en onder christenen. De meeste mensen willen niets weten van de christelijke normen rond huwelijk en gezin. Zij luisteren niet naar Christus en Zijn geboden, maar veel meer naar de wereld en richten hun leven naar de norm van een grenzeloze vrijheid. Een dergelijk onchristelijk leven is zo algemeen geworden dat bijna iedereen eraan gewend is en het goedkeurt. Zo wordt onze maatschappij steeds zieker, en zij beschikt zelf niet over krachten en mogelijkheden tot genezing. Alleen een terugkeer naar de wetten van de schepping kan haar op het juiste spoor brengen.

God Zelf wilde in een gezin geboren worden. Dat was niet alleen de bevestiging van de scheppingsorde, maar ook een aansporing voor alle gezinnen van alle tijden. Hij heeft het gezinsleven geheiligd. Uit de heilige Familie straalt een machtig licht dat ons leven verlicht en ons bemoedigt om verder te gaan. Daar kan iedereen kracht vinden om, te midden van alle moeilijkheden en persoonlijke zwakheden, zijn roeping te vervullen.

Bidden wij vandaag om goede, katholieke gezinnen: dat zij aan de heilige Familie gelijkvormig mogen zijn.

12 januari 2013

Bericht van Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam

Geachte mevrouw, mijnheer,

Wij zijn verheugd u te kunnen meedelen dat er tussen het bisdom Haarlem-Amsterdam en de priesterbroederschap Sint Petrus overeenstemming is bereikt over het gebruik van de Sint-Agneskerk. Wij hopen dat daarmee de toekomst van het kerkgebouw is veiliggesteld.

Deze oplossing garandeert de blijvende aanwezigheid van priesters van de Sint-Petrusbroederschap en van de traditionele Latijnse Mis (Tridentijnse Mis) in Amsterdam met de komst van een personele parochie, die door de Bisschop zal worden opgericht. Elke katholiek die zich betrokken voelt bij de oude ritus kan zich als parochiaan laten inschrijven. Een personele parochie heeft dezelfde rechten en plichten als een gewone (territoriale) parochie, inclusief een eigen pastoor. De nieuwe personele parochie krijgt het exclusieve gebruik van de Sint-Agneskerk en de bijbehorende pastorie.

Deze nieuwe parochie – die zal worden toegewijd aan de zalige keizer Karel van Oostenrijk – zal dan ook, net als elke parochie, haar eigen kosten moeten dragen, ook voor het gebruik van het kerkgebouw. Het kerkgebouw hoeft niet meer gekocht te worden, maar we moeten wel de vaste lasten en het onderhoud voor onze rekening nemen.

Zoals u wellicht weet hebben we sinds 19 maart jl. onafgebroken dagelijks gebeden tot de heilige Jozef. Velen van u hebben aan de novenen deelgenomen. De nieuwe parochie en de bestemming van het kerk-gebouw mogen we dan ook gerust toeschrijven aan zijn voorspraak.

Wij vragen u dringend de Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam te blijven ondersteunen met uw gebed en uw financiële bijdrage. Alle weldoeners zullen worden opgenomen in een Misbond. Voor de leden daarvan – zowel levenden als overledenen – zal maandelijks een H. Mis worden opgedragen.

Wij danken u bij voorbaat hartelijk en wensen u een door God gezegend jaar 2013 toe.

Met vriendelijke groeten,
Het bestuur van Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam

Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam is door de belastingdienst erkend als algemeen nut beogende instelling.

Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam
Amstelveenseweg 161
1075 XA Amsterdam
Bankrekening: 5440482

7 januari 2013

Van de FSSP-econoom

U bent gewend op deze plaats een pastoraal woord aan te treffen van de parochie-administrator. Hij ruimt deze keer graag plaats in voor een bericht uit het generale huis van de priesterbroederschap Sint Petrus.

Beminde gelovigen,

Graag zou ik het afgelopen jaar zijn teruggekeerd naar de Sint-Agneskerk in Amsterdam, maar inmiddels ben ik voor een periode van zes jaar verbonden aan het generale huis van de broederschap in Fribourg in Zwitserland. Het apostolaat bij u in Amsterdam ligt mij toch nog steeds na aan het hart. Daarom groet ik u allen en wens u een gezegend jaar 2013 toe!

Omdat ik mij persoonlijk verbonden voel met de gelovigen in Amsterdam heb ik gevraagd om dit stukje te mogen schrijven. Ik schrijf u als econoom van de broederschap en als vriend van de Agneskerk. Ik wil u vragen bij uzelf te overwegen hoe u kunt bijdragen aan een stevig fundament voor de toekomst. Wie het zich kan veroorloven, wil ik graag oproepen om de kerk ook financieel te ondersteunen met een (regelmatige) gift, via een beschikking in uw testament of door middel van een periodieke schenking.

Het verkondigen van het Woord Gods gaat in onze seculiere maatschappij, waarin de Kerk geen enkele subsidie meer ontvangt, gepaard met hoge kosten. Denkt u aan energiekosten, zakelijke belastingen op gebouwen, verzekeringen en de algemene kosten. Ik weet dat de paters in Amsterdam zich daarover veel zorgen maken. Per jaar is een bedrag van € 45.000 nodig om het kerkgebouw open te kunnen houden.
Mag ik u vragen om dit ook te overwegen in uw gebed voor ons apostolaat?

Graag tot ziens in Amsterdam!


Pater A. Komorowski FSSP,
assistent van de generaal-overste en algemeen econoom

6 januari 2013

6 januari: Openbaring des Heren (Driekoningen), hoogfeest

Toen Jezus te Bethlehem in Juda geboren was, ten tijde van koning Herodes, kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het Oosten en vroegen: Waar is de pasgeboren Koning der Joden? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen. Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en legde hun de vraag voor waar de Christus geboren moest worden. Zij antwoordden hem: Te Bethlehem in Juda. Zo immers staat er geschreven bij de profeet: En gij Bethlehem, landstreek van Juda, gij zijt volstrekt niet de geringste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman te voorschijn treden, die herder zal zijn over Mijn volk Israël. Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen en vroeg hun nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was. Daarop zond hij hen naar Bethlehem met de opdracht: Gaat een zorgvuldig onderzoek instellen naar het Kind, en wanneer gij Het gevonden hebt, bericht het mij dan, opdat ook ik Het hulde kan gaan brengen.
Na de koning aanhoord te hebben, vertrokken zij. En zie, de ster die zij in het Oosten gezien hadden, ging voor hen uit, totdat ze boven de plaats waar het Kind Zich bevond stil bleef staan. Op het zien van de ster werden zij vervuld van grote vreugde. Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met Zijn moeder Maria en op hun knieën neervallend betuigden zij Het hun hulde. Zij haalden hun schatten te voorschijn en boden Het geschenken aan: goud, wierook en mirre.
En in een droom van Godswege gewaarschuwd niet meer naar Herodes terug te keren, vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.
(Mt. 2, 1-12)

Het feest van de Openbaring des Heren ontstond in de tweede of derde eeuw en is dus ouder dan Kerstmis, dat pas in de vierde eeuw werd ingevoerd. Het was van oorsprong een oosters feest dat de Griekse naam Epiphaneia (Επιφανεια) droeg, dat 'verschijning' of 'manifestatie' betekent. Epifanie herdacht oorspronkelijk alleen de doop van Jezus in de Jordaan. In de Evangeliën staat dat bij die gebeurtenis sprake was van een goddelijke openbaring: de Heilige Geest daalde als een duif op Jezus neer en God de Vader sprak tot Hem: 'Gij zijt Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde' (Marcus 1:11).

In sommige kerken uit de oudheid werden op Epifanie ook andere manifestaties van Christus’ godheid herdacht, zoals de Aanbidding der Wijzen en het wijnwonder op de Bruiloft van Kana. Ook de geboorte van Christus als de eerste verschijning van Gods incarnatie was erin vervat, maar daar werd minder aandacht aan besteed.

In de orthodoxe en katholieke kerken van de oosterse riten is de Doop des Heren het centrale thema van Epifanie gebleven. Daar wordt het gevierd als de eerste manifestatie van God als Drie-eenheid. Het feest wordt er ook wel Theofanie genoemd, van het Griekse theophaneia ('godsverschijning').

Driekoningen
De Kerken van het Westen namen Epifanie in de 4e eeuw van de oosterse zusterkerken over, maar dan wel in gewijzigde vorm. Het geboortefeest van Christus werd afzonderlijk gevierd op 25 december. De Kerk van Rome maakte van Epifanie vooral het feest van de Aanbidding der Wijzen. In de Middeleeuwen vertelde een legende dat die wijzen of magiërs de gedaante hadden van drie oosterse koningen: Caspar, Melchior en Balthasar.

De geschenken die zij meenamen voor de pasgeboren Koning zijn de aardse symbolen waarmee Christus wordt bekleed:
- Goud: voor de wijsheid van de nieuwe Koning.
- Wierook: voor het gebed en offer van de nieuwe Koning.
- Mirre: voor de zalving (duidend op Zijn bijzonder sterven).
Jezus omvat al deze eigenschappen en tijdens Zijn aardse leven komen deze drie geschenken duidelijk tot uitdrukking.

Het verdere leven van de drie koningen berust op legenden. Zij zouden door de apostel Thomas tot bisschop zijn gewijd. Hun sterfdag valt nagenoeg op dezelfde datum. Keizerin Helena zou de stoffelijke resten van de drie koningen aan de bisschop van Milaan geschonken hebben. In de Dom van Keulen staat de reliekschrijn van de drie koningen.

Zij zijn patronen van reizigers, pelgrims en bontwerkers en patronen tegen epilepsie en onweer.

Drie verschijningsmomenten
Dat de westerse versie van Epifanie vooral in het teken stond van de Aanbidding der Wijzen, neemt niet weg dat de teksten van de Latijnse liturgie ook altijd verwezen hebben naar de Doop des Heren en de Bruiloft van Kana. Hieronder volgt een korte bespreking van die momenten.

De Aanbidding der Wijzen
In de aanbidding van de wijzen uit het Oosten ziet de Kerk de vervulling van de profetie van Jesaja: ‘Sta op, word licht, Jeruzalem! De Heer zal Zijn licht doen stralen in Jeruzalem, zodat de heidenvolken er heen zullen optrekken’. Volgens het christelijk geloof is de goddelijke liefde inderdaad verschenen in Jeruzalem en wel in de persoon van Jezus. Het Evangelie van Mattheüs meldt dat enkele heidense magiërs uit het oosten op basis van een joodse profetie een ster achterna reizen die in Bethlehem bij Jeruzalem bleef stilstaan. Als zij bij de kribbe zijn gearriveerd, aanbidden zij het Kerstkind. Dit verhaal maakt duidelijk dat de God van Israël alle volkeren van de wereld tot zich geroepen heeft. Jezus is niet alleen de Verlosser van Israël, maar van de gehele mensheid, zo luidt de boodschap van Epifanie.

Doop van Jezus
In het verhaal van Jezus' doop door Johannes de Doper wordt de ware identiteit van de zoon van Jozef en Maria onthuld: Jezus is de Messias, de Gezalfde van God. 'Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij terstond uit het water. En zie, de hemel opende zich en Hij zag de Geest van God op Hem neerdalen in de gedaante van een duif. Een stem uit de hemel sprak: Dit is Mijn veelgeliefde Zoon in Wie Ik welbehagen heb' (Mattheüs 3, 16-17). Dit goddelijk verschijningsmoment heeft een eigen feestdag gekregen.

Bruiloft van Kana
Dit verhaal staat in het Johannes-evangelie, hoofdstuk 2, verzen 1-12. Jezus was in het dorp Kana in Galilea te gast op een bruiloft. Toen daar de wijn opgeraakt was, veranderde Hij op verzoek van Zijn moeder Maria water in wijn. 'Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde Hij Zijn heerlijkheid. En Zijn leerlingen geloofden in Hem.' Wijn is in de Bijbel het symbool van de hemelse vreugde; water is onder andere het symbool van de aardse werkelijkheid. De betekenis van Jezus' wonder is dat Hij het aardse verheft tot het goddelijke; het sterfelijke onsterfelijk maakt. In die zin is de Bruiloft van Kana een voorafspiegeling van het mysterie van Pasen.

4 januari 2013

Kerkelijke tradities aan de vooravond van Driekoningen

Op 6 januari viert de Kerk het hoogfeest van de Openbaring des Heren, ook bekend als Driekoningen. In de buitengewone vorm van de Romeinse ritus (de Tridentijnse ritus), die wij in de Agneskerk volgen, vindt op de vooravond van deze feestdag een aantal eeuwenoude wijdingen plaats, namelijk van Driekoningenwater, wierook, goud en kalk.

De kalk wordt gewijd om daarmee de initialen van de drie Wijzen (de Traditie heeft hun de namen Caspar, Melchior en Balthasar toegekend) boven de deuren van kerken en huizen te schrijven. De lettercombinatie CMB staat ook voor 'Christus mansionem benedicat' ofwel 'Moge Christus dit huis zegenen'.

20 + C + M + B + 13

Dit gebruik vindt vooral in katholieke landen en streken plaats. Het opschrift moet blijven staan tot het feest van Pinksteren als uitdrukking van het christelijk geloof van de bewoners van het huis en als bescherming tegen de machten van het kwaad.

Volgens oud gebruik maakte de priester op deze dag de Paasdatum bekend. In vroeger tijden had men geen gedrukte kalenders, en de Kerk wilde de Paasdatum publiceren omdat vele feestdagen in het kerkelijke jaar daaraan gerelateerd zijn.

In 1955 schafte paus Pius XII alle octaven in het kerklijk jaar af, behalve die van Kerstmis, Pasen en Pinksteren. Tot dat jaar had ook het feest van Driekoningen een octaaf, dat duurde van 6 tot en met 13 januari. Op de zondag in dat octaaf werd (wordt) het feest van de Heilige Familie gevierd. Voorafgaand aan het feest van Driekoningen werden de twaalf dagen van Kerstmis gevierd, met als laatste dag 5 januari, voorheen de Vigilie van de Openbaring des Heren.

Behalve kalk, goud en wierook wordt op deze avond ook het Driekoningenwater gewijd. Dit bijzonder sterke wijwater is geliefd onder het katholieke kerkvolk. Het wordt vooral aan ouderen en zieken gegeven. Het volksgeloof zegt dat de demonen dit wijwater in het bijzonder vrezen vanwege de vele exorcismen die tijdens de plechtige wijding van het water worden gezongen. Daarom ook wordt het graag door de gelovigen mee naar huis genomen om op de feestdag van Driekoningen alle vertrekken in het huis ermee te zegenen. Zo mogelijk dient dit door een priester gedaan te worden, anders door het hoofd van het gezin. Na het feest van Driekoningen kan het als gewoon wijwater worden gebruikt.

Kalk en Driekoningenwater zijn dus sacramentaliën die men gebruikt ter bescherming tegen de duivel en andere boze geesten. Het is daarom goed om hierbij het gebed tot de heilige aartsengel Michaël te bidden. Hij is de aanvoerder van de hemelse legerscharen en een sterke beschermer tegen het kwaad.

2 januari 2013

Feest van de Allerheiligste Naam van Jezus

Reeds bij de boodschap van de engel aan Maria bij de aankondiging van haar moederschap, en nog vóór de geboorte aan de heilige Jozef (Mt. 1, 21), liet God Zijn besluit kennen, dat de Verlosser Die Hij aan de mensheid wilde schenken de naam Jezus zou dragen. Jezus betekent Verlosser, Heiland. Alleen door deze Naam kunnen wij gered worden en buiten Hem is er geen andere naam onder de hemel gegeven, waardoor wij zalig kunnen worden.

Laten we die Naam altijd met groot geloof en eerbied zowel op onze lippen als in ons hart nemen. God de Vader Die alles in de Zoon ziet, heeft alles in de Zoon lief, want Hij is geheel voor Hem. Wij zijn aangenaam in Zijn ogen in de mate dat Hij de Zoon in ons herkent. Een klein ding, gedaan in de Naam van Jezus, uit liefde tot Hem, is in het oog van God meer waard dan de meest buitengewone zaken, gedaan in eigen naam. Door Hem en met Hem en in Hem zij alle eer en glorie aan de Vader.

De heilige Bernardinus van Siena heeft in de 15e eeuw als eerste voor dit feest geijverd. Door hem is ook het gebruik ingevoerd om de Heilige Naam van Jezus voor te stellen als een monogram van drie beginletters IHS, in het midden van een stralenkrans. Deze devotie verspreidde zich snel in Italië en vond een ijverig propagandist in de persoon van de heilige Jan van Capistrano, evenals de heilige Bernardinus van de orde der Minderbroeders. De Heilige Stoel hechtte zijn plechtige goedkeuring aan deze hulde van de Naam van de Heiland der mensen en in de eerste jaren van de 16e eeuw schonk paus Clemens VII op herhaald verzoek aan de orde van Sint Franciscus het voorrecht om de zoete Naam van Jezus met een eigen feest te vieren.

In jaar 1721 besloot paus Innocentius XIII dit feest in de gehele Kerk te vieren en stelde de datum daartoe vast op de tweede zondag na Driekoningen, de zondag van de bruiloft van Kana. Op de dag van het huwelijk gaat namelijk de naam van de Bruidegom (Jezus) over op de Bruid (de Kerk), als teken dat zij voortaan aan Hem toebehoort. Bij de invoering van het feest van de heilige Familie is het feest van Zijn verheven Naam verplaatst naar de zondag zo kort mogelijk na de dag waarop Jezus Zijn Naam gekregen heeft, dat is 8 dagen na Zijn geboorte, of - zoals in 2013 - op 2 januari.

1 januari 2013

1 januari: Octaafdag van Kerstmis (Nieuwjaarsdag)

Besnijdenis van de Heer

Epistel
Tit. 3, 4-7
Veelgeliefde, verschenen is de goedertierenheid en mensenliefde van God, onze Zaligmaker. Hij heeft ons gered - niet om werken van gerechtigheid, door ons verricht, maar louter uit barmhartigheid van Zijn kant - door een doopsel waarin wij werden herboren en vernieuwd door de Heilige Geest. Hij heeft Die immers overvloedig over ons uitgestort door Jezus Christus, onze Zaligmaker, opdat wij door Zijn genade gerechtvaardigd, erfgenamen zouden zijn met de hoop op eeuwig leven, in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Lc. 2, 21
In die tijd, toen er acht dagen verstreken waren, moest het Kind besneden worden; en men gaf Hem de naam Jezus, die de engel reeds genoemd had, voordat Zijn moeder Hem had ontvangen.

Overweging
Het geheim dat wij vandaag vieren ligt volledig in lijn met de menswording, als een eerste consequentie van Zijn gehoorzaamheid die Hij tot op het kruis heeft volgehouden. Op de achtste dag werd Hij besneden, zoals de wet van Mozes voorschrijft voor alle joodse jongetjes.

Ook onze Heer en Zaligmaker volgt vanaf het begin de weg van de gehoorzaamheid aan Gods wet, als Zijn dienaar en eigendom, ofschoon Hij naar Zijn diepste wezen het goddelijk bestaan Zijn eigen mocht noemen. Het is dezelfde gehoorzaamheid aan de goddelijke wil, die Hem het doopsel van Johannes zal doen vragen, want zoals Hij Zelf zegt: “Zo past het ons alle gerechtigheid te vervullen”. En diezelfde gehoorzaamheid stelt Hem in staat de bekoring van satan soeverein af te wijzen. Satan had geen andere bedoeling dan Hem weg te houden van de door God gewilde kruisweg, die Hem tenslotte aan het kruis zou slaan; het kruis dat voor ons de verlossing zou brengen.

Het goddelijk Woord is niet in het algemeen mens geworden, maar in het bijzonder. Het is een bepaalde mens geworden: Jezus Christus. De besnijdenis vormt het onopvallende begin van een leven, dat geen andere geestelijke spijze zal kennen dan de Wil van de Vader. Het eerste Bloed van het Lam wordt geplengd, in onbekendheid, bij de besnijdenis, in een uithoek van de wereld. Het is hetzelfde Bloed dat de wereld zal verlossen op het kruis.

Mocht de wereld slechts erkennen wat haar tot heil strekt en putten uit de volheid van de genade. Want God trekt Zijn gave – de genade van Kerstmis – niet terug, maar de mens bezit wel de mogelijkheid om zich er voor af te sluiten. Kerstmis is het mysterie van Gods genade en liefde, die in het kind Jezus voor alle mensen tastbaar en bereikbaar zijn geworden. Wij moeten echter goed tot ons laten doordringen dat de genade van God een aanbod is dat vraagt om een antwoord van de menselijke vrijheid: geloof, overgave en liefde. Daarom moet het Kerstfeest en zijn Octaaf voor katholieken – Gods geliefde geroepenen – ook het feest zijn van het antwoord op die liefde die God de wereld heeft bewezen door Zijn geboorte. Het antwoord daarop is aan God te gehoorzamen.