Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

9 oktober 2011

Preek voor de zeventiende zondag na Pinksteren

Epistel
Efes. 4, 1–6
Broeders - ik, die boeien draag omwille van de Heer - ik bid u, toch een leven te leiden, dat in overeenstemming is met de roeping, die gij ontvangen hebt. Wilt in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld elkander liefdevol verdragen, vol ijver om de eenheid van geest te bewaren in de band van de vrede. Eén lichaam en één geest, zoals gij geroepen werd met één en hetzelfde vooruitzicht van deze roeping. Eén Heer, één geloof, één doopsel. Eén God en Vader van allen, Die boven allen en door alles en in ons allen is; Die gezegend is in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Mt. 22, 34–46
In die tijd kwamen de farizeeën bij Jezus, en een van hen, een wetgeleerde, trachtte Hem op de proef te stellen door te vragen: Meester, wat is het grootste gebod in de Wet? Jezus antwoordde hem: Gij zult de Heer, uw God, beminnen uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. En het tweede is daaraan gelijk: gij zult uw naaste beminnen, zoals u zelf! Op deze twee geboden berust de gehele Wet en de profeten. Terwijl nu de farizeeën zo bij elkander stonden, stelde Jezus een vraag aan hen: Wat dunkt u van de Christus? Van wie is Hij de Zoon? Zij antwoordden Hem: Van David. Hij zei hun: Hoe komt het dan, dat David in de Geest Hem ‘Heer’ noemt, als hij zegt: "De Heer zei tot mijn Heer; zit neer aan Mijn rechterhand, tot Ik uw vijanden neerleg als een voetbank voor uw voeten." Als nu David Hem ‘Heer’ noemt, hoe is Hij dan zijn Zoon? En niemand was in staat Hem daarop een antwoord te geven; en van die dag af waagde het ook niemand meer om Hem nog vragen te stellen.

Preek
Bemin de Heer, uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw verstand, zo horen wij vandaag in het heilig Evangelie. Dit gebod is het grootste, zowel in het oude als in het nieuwe Verbond, en het is de grondslag van de gehele godsdienst. In dit gebod wordt de mens de liefde tot God opgelegd als zijn eerste plicht. En er wordt een bijzondere nadruk gelegd op de totaliteit die deze liefde moet bevatten. Zij legt beslag op de gehele mens en op al zijn vermogens.

Bemin de Heer, uw God, met geheel uw hart. Dit betekent allereerst dat onze liefde voor God waarachtige liefde moet zijn die voortkomt uit het hart. God vraagt van ons gehoorzaamheid, eerbied, aanbidding en lof, maar vóór alles vraagt Hij om liefde. Liefde is de beweging van ons gemoed en de genegenheid van onze wil, die ons van onszelf ontrukken, die ons streven leiden in de richting van een ander, die de ander – en dus niet ons zelf – tot het middelpunt maakt van ons denken en doen, tot de oorzaak van onze vreugde en hoop. Die ander moet voor een christen God Zelf zijn.

Bemin de Heer, uw God, met geheel uw ziel. Hier vraagt Jezus nog meer dan de liefde van het hart. Deze eis boort nog dieper. Immers, door de ziel leven wij van de bron waaruit al onze levensdaden ontspringen, al is het maar in het begin. De liefde tot God moet zo dicht mogelijk liggen bij de oorsprong van ons leven. Zij moet tot de kern van ons wezen doordringen. Vanuit het middelpunt van het leven, dat de ziel is, moet zij alles beheersen en naar alle zijden uitvloeien.

Bemin de Heer, uw God, met geheel uw verstand. De liefde die God van ons vraagt gaat ons verstand te boven, maar zij is niet in strijd met ons verstand. Zij wordt niet geregeld door de eisen van het nuchtere mensenverstand, maar zij eist dat het verstand zich in haar dienst stelt. Concreet vraagt de liefde tot God van ons verstand dat het de tucht herstelt in de lagere regionen om daardoor zelf vrij te kunnen zijn voor God. Het gaat dus om de bevrijding van het vleselijke door zelfbeheersing en ascese. Maar bovenal beminnen wij God met geheel ons verstand wanneer dat verstand zich laat leiden door het geloof.

Beminde gelovigen, denk niet dat deze drievoudige liefde, die beslag legt op de gehele mens, te veel van ons vraagt. God Zelf maakt deze liefde mogelijk; Hij houdt ons door Zijn macht in stand. Zijn genade overstroomt onze ziel met liefde, en het geloof dat Hij geopenbaard heeft leidt ons verstand. Als iemand deze drievoudige liefde niet geeft, dan is dat niet zo omdat dat voor hem onmogelijk zou zijn, maar omdat deze persoon God niet wil liefhebben. De ziel die inkeert tot zichzelf vindt God aanwezig. Hierin zien wij het grote en noodzakelijke verband dat er bestaat tussen de liefde en het gebed. Het gebed is niets anders dan een oefening om zichzelf steeds meer in de liefde gevangen te geven. Wij erkennen dus dat wij zonder gebed God niet zullen vinden. Het geloof, dat Hij ons geeft, is de gids van onze liefde, en wel de enige die wij kunnen volgen door licht en duisternis. En de liefde, van haar kant, scherpt het gezicht van het geloof, want niemand ziet helder in dit leven als hij niet bemint. Amen.


5 oktober 2011

Marialof in de maand oktober

Gedurende de maand oktober zal de dagelijkse heilige Mis op dinsdag tot en met vrijdag worden gevolgd door een Marialof. De maand oktober dankt de naam Rozenkransmaand aan het feest van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans dat op 7 oktober gevierd wordt.

Veel pausen hebben de gelovigen aangespoord tot het bidden van de Rozenkrans. Paus Leo XIII heeft er zelfs negen encyclieken aan besteed. Maria zelf heeft bij al haar verschijningen het belang van de Rozenkrans onderstreept.

Op het eerste gezicht lijkt de Rozenkrans een Mariaal gebed, maar in feite is het – door het overwegen van de geheimen – een gebed dat volledig op Christus is gericht.

Op zaterdag en zondag wordt op de gebruikelijke tijden de Rozenkrans gebeden.


4 oktober 2011

4 oktober 2011: Nationale prolife-gebedsdag in Den Haag

Ruim 10% van alle zwangerschappen in Nederland wordt door abortus beëindigd.
Dat zijn meer dan 30.000 doden per jaar,
gelegaliseerd door de overheid en gefinancierd door ons allemaal (via de AWBZ).

Op dinsdag 4 oktober 2011 wordt de jaarlijkse prolife-gebedsdag gehouden in Den Haag, georganiseerd door de Stichting voor Recht Zonder Onderscheid (Stirezo) uit Heilig-Landstichting.

De dag begint om 11.00 uur op het Plein. Daar wordt gezamenlijk gebeden. Tussen 13.00 en 13.30 uur wordt een petitie aangeboden aan leden van de Tweede Kamer, ter ondersteuning van hun pogen tot bescherming van het ongeboren kind en het bevorderen van palliatieve zorg in plaats van euthanasie.

Om 14.30 uur zal Zijne Hoogwaardige Excellentie mgr dr E. de Jong, hulpbisschop van Roermond, een heilige Mis (Novus Ordo) opdragen in de kerk van de H. Jacobus aan de Parkstraat in Den Haag (vlakbij Plein en Binnenhof).
De leiding van de dag is in handen van deze zeer moedige bisschop.

Vanuit Amsterdam, Zaandam en omstreken rijdt er die dag een speciale bus naar Den Haag. Voor deelname of informatie: telefoon 075-6701603.


2 oktober 2011

Preek voor de zestiende zondag na Pinksteren

Epistel
Efes. 3, 13–21
Broeders, ik bid u, dat gij niet de moed verliest om wille van de wederwaardigheden, die ik voor u verduur; want dat is juist een eer voor u. Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heer Jezus Christus, aan Wie alle vaderschap in de hemel en op aarde zijn naam ontleent: Moge Hij overeenkomstig de rijkdom van Zijn glorie u geven: dat gij naar de inwendige mens krachtig wordt gesterkt door Zijn Geest, en dat Christus woont in uw harten door het geloof; opdat gij, aldus geworteld en bevestigd in de liefde, in staat zijt om met alle heiligen de breedte en de lengte, de hoogte en de diepte te begrijpen, en de liefde van Christus te kennen, die alle begrip te boven gaat, om aldus volmaakt te worden naar heel de volheid Gods. Aan Hem nu, Die bij machte is om door de kracht, die in ons werkt, veel meer tot stand te brengen, dan wij kunnen vragen of begrijpen, aan Hem zij de eer in de Kerk en in Christus Jezus tot in alle geslachten van de eeuwen der eeuwen. Amen.

Evangelie
Lc. 14, 1–11
In die tijd kwam Jezus op een sabbat in het huis van een der voornaamste farizeeën, om de maaltijd te gebruiken; en zij letten zeer scherp op Hem. En zie, daar stond voor Hem een man, die aan waterzucht leed. En Jezus richtte Zich tot de wetgeleerden en farizeeën met de vraag: Mag men op de sabbat iemand genezen of niet? Maar zij zwegen. Dan legde Hij Zijn hand op hem, genas hem en liet hem heengaan. Maar tot de anderen sprak Hij: Wie van u zal niet zijn ezel of zijn os, die in een put valt, terstond er uit halen, al is het een sabbatdag? En zij wisten niets daartegen in te brengen. Ook hield Hij aan de gasten een gelijkenis voor, omdat Hij bemerkte, hoe zij de eerste plaatsen uitzochten; en Hij sprak tot hen: Als gij ter bruiloft wordt genodigd, neem dan niet de eerste plaats in; want misschien is er iemand genodigd, die voornamer is dan gij; en dan zou hij, die u en hem heeft uitgenodigd, u komen zeggen: Maak plaats voor deze; dan zoudt gij met schaamte de laatste plaats moeten innemen. Maar als gij genodigd zijt, neem dan de laatste plaats; wanneer dan uw gastheer binnenkomt, zal hij tot u zeggen: Vriend, ga hoger op! Dat zal een eer voor u zijn in het oog van al de disgenoten. Want al wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert, zal verheven worden.

Preek
Gedurende de lange reeks zondagen na Pinksteren laat de Kerk ons in haar gebeden steeds opnieuw dezelfde hoofdgedachten overwegen, namelijk hoe het goddelijke heilsplan zich in ons moet verwezenlijken en hoe wij ons christelijk leven moeten beleven.

Om ons dit te verduidelijken kiest zij voor ieder zondag enkele teksten uit de Heilige Schrift uit, die ons misschien vrij algemeen voorkomen, maar die uiterst geschikt zijn om onze christelijke levenshouding te bepalen. Vandaag wijst de lezing van het Evangelie hoofdzakelijk op de noodzaak alle dubbelzinnigheid, alle schijnheiligheid, alle verwaandheid en elke valse trots uit ons leven te weren, om ons met een oprecht en nederig hart aan de dienst van God te wijden, nederig erkennend dat de verwezenlijking van dit christelijke levensprogramma in ons het eigen werk van Gods genade in ons is.

Het is deze genade die zichtbaar wordt in het Evangelie door de genezing van iemand die lijdt aan waterzucht. Maar omdat het een sabbat was, wekte deze genadebemiddeling ontevredenheid op bij de farizeeën, die in de naam van een voorschrift uit de wet aan het hoogste gebod, namelijk dat van de liefde, zouden verzuimen.

In het tweede deel van het Evangelie van vandaag wordt ons door een gelijkenis geleerd in welke gezindheid wij moeten liefhebben, namelijk in eenvoud en nederigheid. Christus Zelf heeft ons daarvan het levende voorbeeld gegeven toen Hij Zich offerde voor onze zonden. Zijn liefde is ook bij ons gebleven door de sacramenten, vooral in het heilig Sacrament des Altaars.

De farizeeën dachten dat zij zichzelf de gerechtigheid zouden kunnen geven door de letter van de wet te volgen. Christus laat ons echter duidelijk zien dat de gerechtigheid ontvangen moet worden, zoals degene die aan waterzucht lijdt zijn gezondheid ontvangt. Wij ontvangen de liefde niet in trots, maar in eenvoud en nederigheid.

Ik moet hierbij denken aan de wijze waarop een katholiek de heilige communie ontvangt. Dat is een uitstekend beeld van de twee geestesgesteldheden die ons vandaag in het Evangelie tegemoet komen. De geknielde ontvangst van de communie op de tong laat de eenvoudige en nederige afhankelijkheid van Gods genade zien en maakt aan een ieder duidelijk dat wij zelf niets vermogen, maar slechts – zoals een klein kind – gevoed kunnen worden. Als wij volledig van deze houding doordrongen zijn, dan kan de goddelijke genade zich ten volle in onze ziel ontplooien.

Daar staat tegenover de trotse houding van de handcommunie, die te vergelijken is met de farizeeër die denkt zichzelf het heil te kunnen geven door de uiterlijke navolging van de wet, maar die geen nederige en eenvoudige afhankelijkheid kent tot de liefde van God.

Beminde gelovigen, oefenen wij dus deze eenvoudige nederigheid, waarin de genade en de liefde van God zo vruchtbaar worden. Stellen wij niet onszelf op de eerste plaats, maar erkennen wij dat wij arme schepselen zijn die volledig afhankelijk zijn van het erbarmen van God. Amen.


25 september 2011

Preek voor de vijftiende zondag na Pinksteren

Epistel
Gal. 5, 25-26; 6, 1-10
Broeders, nu wij een geestelijk leven in ons dragen, zorgen wij nu ook naar de geest te leven. Laten wij geen ijdele eer najagen, zodat wij elkander tergen of benijden. Broeders, ook als iemand onbedacht in zonde is gevallen, dan moet gij, als geestelijke mensen, zo iemand terechtwijzen in de geest van zachtmoedigheid, en wel acht geven op u zelf, dat ook gij niet in bekoring komt. Draagt elkanders lasten; dan zult gij zo de wet van Christus vervullen. Want als iemand zich verbeeldt, dat hij wat is, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zichzelf. Laat daarom iedereen zijn eigen werk onderzoeken; dan zal hij alleen bij zichzelf reden hebben om te roemen, zonder zich te vergelijken met een ander. Want iedereen zal zijn eigen last moeten dragen. Wie echter onderricht ontvangt in de leer, moet aan degene, die hem onderricht geeft, van alle goeds meedelen. Wilt u zelf niet misleiden; God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, dat zal hij ook oogsten. Daarom – wie in het vlees zaait, zal ook van het vlees het verderf oogsten; wie echter zaait in de geest, zal van de geest eeuwig leven oogsten. Laten wij derhalve het goede blijven doen, zonder te verslappen; want als wij de moed niet opgeven, zullen wij te zijner tijd oogsten. Daarom – laten wij, zolang wij tijd hebben, goed doen aan iedereen, maar vooral aan de huisgenoten des geloofs.

Evangelie
Lc. 7, 11-16
In die tijd ging Jezus naar een stad, die Naïm heette; en Hij was vergezeld van Zijn leerlingen en een talrijke menigte. Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, een enige zoon van zijn moeder, en deze was weduwe; en een grote menigte uit de stad was bij haar. Toen de Heer haar zag, kreeg Hij innig medelijden met haar en zei tot haar: Ween niet! Dan kwam Hij naderbij en raakte de lijkbaar aan. (De dragers bleven stilstaan.) Vervolgens sprak Hij: Jongeling. Ik zeg u: sta op! En de dode ging overeind zitten en begon te spreken. En Hij gaf hem terug aan zijn moeder. En vrees greep allen aan, en zij verheerlijkten God en zeiden: Een groot profeet is onder ons opgestaan, en: God heeft Zijn volk bezocht.

Preek
Vandaag horen wij over de wonderbaarlijke opwekking van een jongeman die gestorven was. Door de tranen van de treurende moeder werd Jezus bewogen hem uit de banden van de dood te bevrijden en terug te geven aan zijn moeder. Deze gebeurtenis is allereerst vanzelfsprekend een historisch gebeurtenis, die ons de liefde en de goedheid van God laat zien. Verder is deze gebeurtenis in overdrachtelijke zin ook vandaag voor iedere mens werkelijkheid.

Door de zonde sterft de mens een nog diepere dood dan het sterven van het lichaam. De zonde berooft de mens van zijn eeuwige bestemming. Voor degene die in zonde sterft, blijf alleen het verschrikkelijke hellevuur, in alle eeuwigheid, zonder einde, zonder vermindering. Bedriegt uzelf niet, en denkt niet dat God dat toch niet zal toelaten. De waarheid is dat de zondige mens het zelf toelaat.

God is vol van erbarmen, zoals wij in het Evangelie hebben gehoord. Hij wekt de zondaar op tot leven, nu niet langer zoals die jongeman, maar door het sacrament van de biecht. God bevrijdt ons niet van de lichamelijke dood, maar van de eeuwige dood, als wij maar nederig en boetvaardig tot Hem naderen door middel van een gewijde priester.

Zonder de tranen van de wenende moeder zou in het Evangelie de jongeman niet zijn opgewekt. Ook de Kerk weent als een liefdevolle moeder om haar afgedwaalde kinderen. Zonder deze tranen en zonder haar gebed, waartoe ook ons persoonlijke gebed wordt gerekend, zou menig zondaar zich nooit hebben bekeerd. Wij leven in een tijd waarin de mens van kleins af aan tot zonde wordt aangezet, waarin gezin en samenleving geen veilig toevluchtsoord meer zijn. Des te meer moeten wij, christenen, bidden voor de bekering van de zondaars en offers brengen. Tegelijkertijd moeten wij ook waakzaam blijven om niet zelf met de dodelijke infectie van de zonde te worden besmet.

Zoals de menigte uit het Evangelie moeten ook wij met vrees worden vervuld en God verheerlijken, en Hem niet steeds weer vergeten. God is de werkelijkheid om Wie alles zich beweegt, en zo moet het ook zijn in ons leven. Als wij dood zijn in de zonde, dan kunnen wij alleen door Zijn erbarmen opnieuw tot leven komen, zoals niemand zichzelf het leven terug kan geven na de lichamelijke dood. God Zelf heeft tot de wereld gesproken, en de Kerk spreekt al 2000 jaar tot de wereld om God te dienen, maar de mens blijft steeds maar niet luisteren, omdat hij zich liever laat verblinden door de schijn van het wereldse. Deze schijn zal velen tot de eeuwige dood en verdoemenis brengen, omdat zij de tijd van erbarmen niet hebben willen kennen.

Aan u, beminde gelovigen, gaat deze waarschuwing ook uit. Heft steeds uw ogen naar de hemel en laat het wereldse spektakel achter u. Weest mensen die meer de taal van het gebed spreken, dan het gekabbel van deze wereld. Zorgt ervoor dat u de wereld doorziet, vertrouwt niet op de gezaghebbers in onze wereldse maatschappij, die voor u een pad van dood en ellende hebben geplaveid, maar luister naar en doe de Wil van God, zoals zeker ook de jongeman uit het Evangelie gedaan zal hebben, nadat hij tot het leven terugkeerde. Amen.


18 september 2011

Veertiende zondag na Pinksteren

"Ziet de lelies op het veld, hoe ze groeien; zij werken niet en spinnen niet;
en tóch zeg Ik u, dat Salomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als één van deze."


Op zaterdag 17 september vierden we dat het precies vijf jaar geleden was dat
de Tridentijnse heilige Mis werd (her)ingevoerd in onze kerk.
Ook vierden we het eerste lustrum van de aanwezigheid van priesters van
de priesterbroederschap Sint Petrus (FSSP) in onze parochie.
De foto toont een van de bloemstukken die in de kerk voor deze bijzondere gelegenheid
waren geplaatst (met het wapenschild van de broederschap).
Tijdens deze lustrumdag hield eerwaarde heer P. Van de Kerckhove, pr., een lezing
over de wijzigingen in de Romeinse ritus na het Tweede Vaticaans Concilie
en over de door de huidige Paus ingeslagen weg van 'de hervorming van de hervorming',
dat wil zeggen het omvormen van de huidige liturgie naar een vorm die meer recht doet
aan de heilige liturgie van de Rooms-katholieke Kerk van vele eeuwen.

Epistel
Gal. 5, 16-24
Broeders, gij moet leven naar de geest; dan zult gij de begeerten van het vlees niet inwilligen. Het vlees immers begeert, tegen de geest, en de geest tegen het vlees; want de een strijdt tegen de ander, om u af te trekken van hetgeen gij zoudt willen doen. Maar als gij u laat leiden door de geest, is er geen wet, die u treft. De werken nu van het vlees zijn welbekend; het zijn immers: ontucht, onreinheid, oneerbaarheid en zedeloosheid; afgodendienst, toverij en vijandschap; twist, afgunst en toorn; onenigheid, tweedracht en verdeeldheid; jaloersheid, doodslag, dronkenschap en onmatigheid; en meer dergelijke dingen. Maar ik zeg u van te voren, zoals ik vroeger ook reeds gedaan heb, dat zij, die zulke dingen doen, het rijk van God niet zullen verwerven. Daarentegen zijn de vruchten van de geest: liefde en vreugde, vrede en geduld; welwillendheid en goedheid, lankmoedigheid en zachtmoedigheid; getrouwheid en bescheidenheid, zelfbeheersing en reinheid. Tegen zulke mensen richt zich geen enkele wet. Degenen nu, die Christus toebehoren, hebben hun vlees aan het kruis geslagen met al zijn ondeugden en begeerten.

Evangelie
Mt. 6, 24-33
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Niemand kan twee heren dienen; want hij zal of de een haten en de ander beminnen, of de een op de handen dragen en de ander verwaarlozen. Gij kunt niet tegelijk God dienen en de mammon! Daarom zeg Ik u: Weest niet angstig bezorgd voor uw leven, wat gij zult eten, of voor uw lichaam, waarmede gij u zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam niet meer dan de kleding? Ziet naar de vogelen des hemels; zij zaaien niet, en zij maaien niet en verzamelen niet in schuren; en toch, uw hemelse Vader voedt ze. Zijt gij niet veel meer waard dan zij? En wie uwer kan met al zijn denken aan zijn lengte één el toevoegen? En wat maakt gij u angstig bezorgd over kleding? Ziet de lelies op het veld, hoe ze groeien; zij werken niet en spinnen niet; en tóch zeg Ik u, dat Salomon in al zijn heerlijkheid niet gekleed was als één van deze. Als God nu het gewas op het veld, dat heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo kleedt, hoeveel te meer dan u, kleingelovigen? Wilt dus niet angstig bezorgd zijn en zeggen: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want dat zijn dingen, waar de heidenen naar vragen. Immers uw Vader weet, dat gij dit alles nodig hebt. Zoekt derhalve eerst het rijk Gods en Zijn gerechtigheid en al dat andere zal u geschonken worden als toegift.

Overweging
(De preek van deze zondag is niet beschikbaar.)

Niemand kan twee heren dienen. En dit wordt verder uitgelegd: want hij zal of de een haten en de ander beminnen, of de een op de handen dragen en de ander verwaarlozen. We zouden deze woorden zorgvuldig moeten overwegen, want de Heer laat ons meteen zien wie de twee meesters zijn uit wie wij een keuze moeten maken. Gij kunt niet tegelijk God dienen en de mammon! 'Mammon' is een Hebreeuws woord dat gebruikt werd voor de rijken.

Wie de mammon dient, dient de boze, die op brutale wijze ervoor heeft gekozen om heer en meester te zijn van de aardse goederen, en die door Jezus de 'prins van deze wereld' wordt genoemd. Van deze twee heren zal men ofwel de een haten en de ander (dat is God) liefhebben, ofwel de een op handen dragen en de ander verwaarlozen. Wie de mammon dient, klamt zich vast aan een hardvochtige meester die uit is op vernietiging, want hij wordt gevangen gehouden door zijn lusten, en hij verkoopt zichzelf als slaaf aan de duivel, van wie niemand houdt. Is er iemand die de duivel liefheeft? En toch houden velen zich aan hem vast.

Daarom zeg ik u: Weest niet bezorgd om uw leven, om wat u zult eten of drinken, noch over uw lichaam, om welke kleding u zult dragen. Want ook al zijn deze zaken niet onbelangrijk, de zoektocht ernaar kan het hart in verdeeldheid brengen, en daardoor kunnen onze intenties bezoedeld raken. We pretenderen vaak - uit de goedheid van ons hart - deze zaken te zoeken voor de ander, maar, onder dit valse voorwendsel, willen we er zelf van profiteren. Op deze manier denken we zelfs niet te zondigen, omdat hetgeen we zoeken immers niet nutteloos is, maar noodzakelijk voor de ander.

Uit een preek van de H. Augustinus


16 september 2011

Vandaag - van 12 tot 17 uur: uitstelling van het Allerheiligste Sacrament

Wij aanbidden U, Christus, en loven U, omdat Gij door Uw heilig Bloed de wereld hebt verlost.

Op de schreeuw om het vergoten bloed dat van zovele plaatsen ter wereld naar God opstijgt, antwoordt God met het bloed van Zijn Zoon Die Zijn leven voor ons gegeven heeft. Christus heeft het kwaad niet met kwaad beantwoord, maar met het goede, met Zijn oneindige liefde. Het Bloed van Christus is de waarborg van Gods trouwe liefde voor de mensheid. Met de blik op de wonden van Christus kan elke mens, zelfs in omstandigheden van uiterste morele ellende, zeggen: God heeft mij niet verlaten, Hij heeft mij lief, Hij heeft Zijn leven voor mij gegeven; en zo kan hij de hoop terugvinden.

Moge de Maagd Maria, die met de apostel Johannes onder het kruis het testament van Jezus’ Bloed opving, ons helpen de onschatbare rijkdom van deze genade te herontdekken en er innig en eeuwig dankbaar voor te zijn.

Paus Benedictus XVI


11 september 2011

Preek voor de dertiende zondag na Pinksteren

Epistel
Gal. 3, 16-22
Broeders, aan Abraham werden de beloften aangekondigd, en aan zijn zaad. Er staat niet: "en aan zijn nazaten", alsof er sprake was van velen; maar als van één: "en aan uw zaad" - en dat is Christus. Nu is dit mijn bedoeling: een wilsbeschikking, die door God Zelf rechtsgeldig is tot stand gekomen, wordt door de Wet, die vierhonderdendertig jaar later is ontstaan, niet ongedaan gemaakt, zodat de belofte niet meer van kracht zou zijn. Niettemin, als de erfenis voortvloeit uit de Wet, wordt zij niet verkregen krachtens belofte. En toch, aan Abraham heeft God Zijn gunst bewezen door belofte. Waarvoor diende dan de Wet? - Omwille van de overtredingen werd zij gegeven, totdat het zaad zou komen, waaraan Hij de belofte verbonden had; en zij werd uitgevaardigd door engelen door tussenkomst van een middelaar. Een middelaar nu treedt niet op bij één persoon. God echter is één. Is de Wet dus in strijd met Gods belofte? – Volstrekt niet; want indien er een wet gegeven was, die bij machte was het leven mee te delen, dan zou inderdaad de gerechtigheid voortkomen uit de Wet. Maar de Schrift heeft nu eenmaal alles onder de macht van de zonde gesteld, opdat de belofte aan degenen, die geloven, in vervulling zou gaan door het geloof in Jezus Christus.

Evangelie
Lc. 17, 11-19
In die tijd trok Jezus op Zijn reis naar Jeruzalem door het grensgebied van Samaria en Galilea. En toen Hij een zeker dorp wilde binnengaan, kwamen er tien melaatsen naar Hem toe, die op een afstand bleven staan en met luider stem riepen: Jezus, Meester, heb medelijden met ons. En zodra Hij hen zag, sprak Hij: Gaat heen en vertoont u aan de priesters! Nu geschiedde het, dat zij onderweg gereinigd werden. En een van hen ging terug, zodra hij bemerkte, dat hij gereinigd was, terwijl hij God verheerlijkte met luider stem; en hij wierp zich op zijn aangezicht neder aan Zijn voeten en dankte Hem. En deze was een Samaritaan. En Jezus nam het woord en zei: Zijn er geen tien genezen? Waar blijven dan de negen anderen? Niemand is er gevonden, die terugkeerde en eer gaf aan God, behalve deze vreemdeling! En Hij sprak tot hem: Sta op en ga heen; want uw geloof heeft u redding gebracht.

Preek
In het Evangelie over de tien melaatsen, die door Jezus worden genezen maar van wie er slechts één terugkomt om God te danken, zien wij bij uitstek een beeld van de Kerk. Wij, die door Gods genade deel uitmaken van Zijn uitverkoren volk, de Kerk, zijn namelijk door het doopsel daarvan deelgenoot geworden, en wij zijn door hetzelfde bad van de wedergeboorte gereinigd van de melaatsheid van de zonde. Maar zoals in het Evangelie is ook vandaag het grootste deel van de genezen mensen weggebleven; slechts enkelen blijven God danken voor Zijn weldaden. Van alle gedoopten komt maar een enkeling zondag na zondag om God te verheerlijken, als in deze kerk het Offer van verzoening en het Onderpand van ons eeuwig leven opgedragen wordt. Waar blijft de rest? Waarom blijven zij weg?

Beminde gelovigen, het wel of niet komen om God te verheerlijken heeft te maken met de ware of de foute liefde. De ware liefde gaat uit naar God als het hoogste Goed en verlangt ernaar om alles voor Hem te doen. Daarvoor komen gelovigen ook naar de heilige Mis, om zich met het Offer van Christus te verenigen en daardoor het eigen leven te geven in het ene offer dat God welgevallig is, en dat ons toegang verschaft tot de eeuwigheid. De anderen, die wegblijven van de verschuldigde Godsverheerlijking, hebben zichzelf lief. Zij willen God niet dienen maar wel Zijn gaven ontvangen voor het tijdelijke en het wereldse. Hun liefde is fout omdat ze alleen maar draait om het eigen ‘ik’. Daarmee beantwoorden zij niet aan hun hoogste roeping en doel: om door de verheerlijking van God het eeuwig leven te ontvangen.

In de moderne, na-conciliaire Kerk wordt er veel gesproken over een goed mens zijn, en om er te zijn voor de ander, over respect en tolerantie. Maar daardoor is nog niemand in de hemel gekomen. Onze eerste verplichting, als gedoopten, is God te dienen en lief te hebben. Alleen door Gods liefde is ook een ware dienst aan de naaste mogelijk, omdat deze dienst in de waarheid moet bestaan, en tot doel moet hebben om de naaste bij God te brengen.

De commotie in de afgelopen weken rond de pastoor die een euthanasie-zelfmoordenaar niet kon begraven, laat duidelijk zien dat vele gedoopten tegenwoordig geen belang meer hechten aan de waarheden van God, en dat de Kerk alleen maar wordt gebruikt om de eigen belangen te legitimeren. Zo was het ook bij de negen melaatsen die wegbleven. Ook zij volgden hun eigen belang. Alleen hij die God dankte, en een vreemdeling was, werd om zijn geloof geprezen, en krijgt de toezegging van eeuwig leven. Ook de pastoor die het geweten van de Kerk volgt, is vandaag een vreemdeling in deze maatschappij van zelfzucht en plezier; hij plaatste de verheerlijking van God boven de zelfverheerlijking van de mens.

Als wij een algemene les kunnen trekken uit het Evangelie van vandaag, beminde gelovigen, dan is het dat God in alles centraal moet staan. Concreet betekent dat dat wij Zijn Wil boven onze eigen wil plaatsen, en dat Zijn Wil hoger is dan de wil van het moment of de waan van de dag. Wij moeten begrijpen dat Hij de enige Waarheid is, en dat wij Zijn waarheid leren kennen door de prediking van de Kerk. Wij moeten begrijpen dat Hij ons bevrijdt uit onze melaatsheid van zonde, en dat wij Hem alleen kunnen danken door naar Hem te luisteren, en het voorbeeld uit het Evangelie van vandaag te volgen. Amen.


4 september 2011

Preek voor de twaalfde zondag na Pinksteren

Epistel
2 Kor. 3, 4-9
Broeders, zulk een zelfvertrouwen hebben wij door Christus, steunend op God. Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn, om iets uit te denken, alsof het voortkwam van onszelf; integendeel, al onze bekwaamheid komt van God - van Hem, Die ons gemaakt heeft tot bekwame bedienaren van een nieuw verbond, dat niet bestaat in letter, maar in geest. De letter immers brengt de dood, maar de geest maakt levend. Welnu, indien de bediening, die leidde tot de dood en die met letters in stenen gegrift was, met zoveel luister was omgeven, dat de kinderen van Israël Mozes niet in het gezicht konden zien vanwege de glans van zijn gelaat - en deze was toch slechts van voorbijgaande aard - hoe zal dan niet veel meer de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn? Want als de bediening, die tot veroordeling voert, reeds zo heerlijk is, dan is toch zeker de bediening, die tot gerechtigheid leidt, veel overvloediger in heerlijkheid.

Evangelie
Lc. 10, 23-37
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet! Want Ik zeg u: vele profeten en koningen hebben er naar verlangd te zien, wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien - en te horen, wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord! En zie, er stond een wetgeleerde op, die Hem op de proef wilde stellen door te vragen: Meester, wat moet ik doen, om eeuwig leven te verwerven? En Hij sprak tot hem: Wat staat er geschreven in de Wet? Wat leest gij daar? En de ander gaf ten antwoord: "Gij zult de Heer, uw God, beminnen uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met al uw krachten en met geheel uw verstand - en uw naaste als uzelf." En Hij zei hem: Gij hebt goed geantwoord! Doe dat, en gij zult leven! De ander nu wilde zich rechtvaardigen, en stelde daarom aan Jezus de vraag: Maar wie is dan mijn naaste? En Jezus hernam en zei: Een zeker iemand reisde van Jeruzalem naar Jericho, en viel in handen van rovers; deze beroofden hem van alles, en brachten hem vele wonden toe; zo lieten zij hem halfdood liggen, en gingen heen. Toevallig kwam een priester langs dezelfde weg; hij zag hem, maar ging verder. Zo kwam er ook een leviet voorbij; hij zag hem, maar ging verder. Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam daar ook voorbij. En toen hij hem zag, kreeg hij medelijden; hij ging naar hem toe, en verbond zijn wonden, terwijl hij er olie en wijn op deed; dan zette hij hem op zijn lastdier, bracht hem naar een herberg, en droeg zorg voor hem. En de volgende dag nam hij twee tienlingen, gaf ze aan de waard, en zei: Zorg goed voor hem; en wanneer gij nog meer onkosten hebt, zal ik ze u vergoeden, als ik terugkom. Wie van deze drie is naar uw mening de naaste geweest van de man, die in handen van de rovers gevallen was? En hij antwoordde: Diegene, die hem barmhartigheid heeft bewezen. En Jezus zei hem: Ga dan heen, en doe gij ook zo!

Preek
“Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?” Dit is de cruciale vraag die niet alleen ons leven hier, in deze wereld, bepaalt, maar ook onze eeuwige toekomst. Iedereen zou zich deze vraag moeten stellen, ten minste degenen die in een hiernamaals geloven. Wat moet ik doen om in de hemel te komen? De wetgeleerde geeft zelf het antwoord: Gij zult de Heer, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, uit geheel uw ziel en met geheel uw kracht en verstand, en uw naaste als uzelf. Het maakt niet uit dat deze wetgeleerde Christus op de proef wilde stellen; hij heeft het juiste antwoord gegeven en onze Heer heeft het goedgekeurd.

Het antwoord is heel eenvoudig en wij kunnen het samenvatten in twee geboden: allereerst God beminnen, en dan onze naaste. Als wij over het Evangelie van vandaag nadenken, dan spreken wij meestal over het tweede gebod: over de naastenliefde. Dat is begrijpelijk, want ook het verhaal over de barmhartige Samaritaan gaat daar over, maar het gevaar bestaat dat wij dit tweede gebod als het belangrijkste beschouwen. Dat gevaar is in onze tijd misschien nog groter, omdat er veel over de mens wordt gesproken, en God is op een zijspoor gezet.
God beminnen, dat is het eerste en voornaamste gebod. De wetgeleerde uit het Evangelie had er geen moeite mee. Voor hem en voor de mensen van die tijd was dat duidelijk. God eren en Hem dienen was vanzelfsprekend. Voor ons is dat minder duidelijk geworden. Velen van ons vergeten het eerste gebod en zijn alleen gericht op het tweede. Wij horen vaak dat het genoeg is als iemand van zijn naaste houdt; dan moet God al tevreden zijn met ons. Die naastenliefde is vaak onbepaald en komt meestal neer op een onbeperkte tolerantie; wij moeten alles en iedereen aanvaarden.

Beminde gelovigen, onze eerste plicht is echter om God te beminnen. Dat is uitdrukkelijk door Christus bevestigd. Wij moeten God beminnen met onze volledige persoon: met hart en ziel, met verstand en met al onze krachten. Dat is een totale liefde die de gehele mens omvat. Dat is de absolute onderwerping van ons hart en onze wil. Dat is het innerlijke aspect. Deze onderwerping wordt zichtbaar door het vervullen van de goddelijke geboden in ons leven. Daar komt de naastenliefde in zicht, die voortvloeit uit onze liefde tot God.

God beminnen is niet alleen een beweging van ons hart; onze liefde moet zich ook uiten. Een van de eerste tekenen van onze liefde tot God is Hem te loven en te danken in ons dagelijkse gebed en in de eredienst van de Kerk. Daarnaast kunnen wij nog veel doen in ons eigen leven – wij moeten namelijk steeds meer en steeds inniger verbonden zijn met God door ons eigen gebedsleven –, maar ook binnen de Kerk. De gelovigen moeten steeds meer beseffen dat de heilige Mis de hoogste vorm van eredienst is. Onze deelname daaraan is niet willekeurig. Wij zijn verplicht om onze Schepper te eren, Hem te loven en te danken, en wij zijn genoodzaakt om Zijn vergeving en Zijn genade af te smeken. In de heilige Mis gebeurt dat op de meest voortreffelijke manier. Wie dat niet aanvaardt, kan niet zeggen dat hij God bemint. De naastenliefde kan nooit zuiver zijn zonder de ware liefde tot God. Zonder de liefde tot God heeft zij geen betekenis voor ons eeuwige leven. God beminnen is het allereerste gebod; alle andere geboden vloeien daar uit voort.

Beminde gelovigen! Het is natuurlijk niet zo dat God geen daden eist van Zijn schepselen. Integendeel, alles wat wij doen moet voortkomen uit liefde tot Hem. Er is geen keuze tussen de liefde tot God en de naastenliefde; er bestaat geen conflict tussen die twee. Maar om de barmhartigheid te kunnen beoefenen, moeten wij eerst dicht bij de bron van alle barmhartigheid en liefde vertoeven. Het ware christelijke leven verbindt de twee hoofdgeboden met elkaar. Dan kunnen wij zien dat de werken van barmhartigheid zich niet alleen beperken tot de materiële gebreken. De naastenliefde mag nooit de geestelijke werken van barmhartigheid uitsluiten. De zondaars vermanen, de onwetenden onderrichten, goede raad geven of bidden voor levenden en doden, dat zijn geestelijke werken van barmhartigheid die de wereld niet wil erkennen omdat zij het eerste gebod niet erkent. Maar als wij in de hemel willen komen, dan mogen wij deze werken niet vergeten.

Bidden wij in deze heilige Mis dat wij steeds meer mogen groeien in de liefde tot God en in de ware liefde tot onze naasten. Amen.


3 september 2011

Van de parochie-administrator: Oud en eerbiedwaardig

Beminde gelovigen,

De zomertijd was voor onze communauteit bij de Agneskerk een drukke periode op vele werkterreinen. De Amerikaanse seminarist, frater Gregory Bartholomew FSSP, die enkele weken bij ons te gast was, heeft zich volop ingezet om de pastorietuin achter de kerk in orde te brengen. Hier lag een grote hoeveelheid bouwafval die nu opgeruimd is. Verder heeft hij bomen in de tuin gesnoeid om een grotere lichtinval te krijgen, en is hij een grote hulp geweest bij het opbouwen van de nieuwe altaren in de kerk.

Het is voor ons, priesters, een bijzondere vreugde geweest dat wij deze zomer meerdere priesters uit binnen- en buitenland hebben kunnen bijstaan in het leren celebreren van de heilige Mis in de Tridentijnse ritus. De rituelen zijn vrij ingewikkeld; de priesters hebben vele uren en dagen geïnvesteerd om deze Mis met al haar zegeningen te leren opdragen.

Velen van ons zijn dagelijks gezegend doordat zij in de gelegenheid zijn de oude, eerbiedige ritus van de Mis bij te wonen. Mogen wij steeds meer beseffen welke zegeningen ons hierbij overkomen en met een steeds innigere liefde ons leven offeren aan God.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie