Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

31 januari 2010

Preek voor zondag Septuagesima

Gaat ook gij naar mijn wijngaard.

Epistel
Kor. 9, 24-27; 10 en 11-5
Broeders, weet gij niet, dat de deelnemers aan een wedloop in de renbaan wel allen lopen, maar dat slechts één de zegeprijs verwerft? Aldus moet gij lopen, om die ook te behalen. Maar iedereen, die aan de wedstrijd meedoet, onthoudt zich van alles; en zij nog wel om een krans te winnen, die verwelkt - wij echter om een, die onvergankelijk is. Ik loop daarom zó, niet als in den blinde weg; ik worstel zó, dat ik niet sla in de lucht. Maar ik beuk mijn eigen lichaam, en breng het onder bedwang, om niet - na anderen gepredikt te hebben - zelf verloren te gaan. Want gij moet wel weten, broeders: onze vaderen zijn allen onder de wolk geweest, en allen zij zij door de zee heengegaan, en allen zijn zij gedoopt in de wolk en in de zee tot eenheid met Mozes; en allen hebben zij dezelfde bovennatuurlijke spijs gegeten en allen dezelfde bovennatuurlijke drank gedronken; zij dronken namelijk van een geestelijke rots, die met hen meeging, en die rots was Christus. Maar toch heeft God in de meesten van hen geen welbehagen gevonden.

Evangelie
Matth. 20, 1-16
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen deze gelijkenis voor: Het rijk der hemelen gelijkt op een huisvader, die vroeg in de morgen er op uitging, om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. En hij kwam met de arbeiders overeen voor één tienling per dag, en zond hen naar zijn wijngaard. Tegen het derde uur ging hij nogmaals uit en zag weer anderen op de markt werkeloos staan; en hij zeide hun: Gaat ook gij naar mijn wijngaard, en wat billijk is, zal ik u geven. En zij gingen er heen. Opnieuw ging hij uit tegen het zesde en negende uur en handelde op dezelfde wijze. Toen hij echter tegen het elfde uur uitging, vond hij daar nog anderen staan, en hij zeide hun: Waarom staat gij hier de hele dag zonder iets te doen? Zij gaven hem ten antwoord: Omdat niemand ons gehuurd heeft. En hij zeide tot hen: Gaat ook gij naar mijn wijngaard. Toen het nu avond was geworden, sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn opzichter: Roep de arbeiders, en betaal hun het loon uit, te beginnen bij de laatsten en zo vervolgens tot de eersten. Zij, die tegen het elfde uur gekomen waren, traden dan naar voren, en ontvingen ieder een tienling. En toen de eersten kwamen, dachten zij meer te ontvangen; maar ook zij kregen ieder één tienling. En terwijl zij die aannamen, morden zij tegen de huisvader, en zeiden: Die laatsten hebben slechts één uur gewerkt, en hij gaat ze gelijkstellen met ons, die de last van de dag en de hitte hebben gedragen! Maar hij antwoordde aan een van hen: Vriend, ik doe u toch geen onrecht; zijt gij niet met mij overeengekomen voor één tienling? Neem dus wat u toekomt, en ga heen. Ik wil echter ook aan die laatste evenveel geven als aan u. Staat het mij soms niet vrij, te doen, wat ik verkies? Of zijt gij kwaad, omdat ik goed ben? Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Preek
Op deze zondag Septuagesima vraagt de Kerk haar gelovigen om zich met hart en ziel goed voor te bereiden op de heilige Vastentijd. De drie zondagen voorafgaand aan Aswoensdag zijn dagen van overgang. In het liturgisch jaar gaan wij van de vreugde van Kerstmis en de Openbaring naar het bezinnen en de boete van de Vastentijd. Als een wijze moeder is de Kerk zich bewust van onze menselijke zwakheid en weet zij hoe moeilijk het voor ons is om van de grote feesten over te gaan naar de geest van het vasten en boete doen. Daarom heeft zij deze overgangsperiode ingesteld. Het is nog niet de echte Vastentijd, maar wij bemerken al de paarse kleur, geen gloria en geen alleluja. De teksten in deze tijd spreken over de zondeval en de redding die uit de hemel komt.

Beminde gelovigen! Het is belangrijk om het Evangelie van vandaag goed te begrijpen. De kern van de les die onze Heer aan de joden gaf, is dat de dag nabij was waarop hun wet zou moeten wijken voor de wet van het Evangelie. Jezus wilde door deze parabel duidelijk maken dat ook de heidenen zijn geroepen om met God een verbond aan te gaan. Heel vaak wordt deze gelijkenis over de arbeiders en de wijngaard niet goed begrepen. Soms wordt er een te grote nadruk gelegd op de onbegrijpelijke gerechtigheid van de wijnheer. Dat heeft met ons menselijk begrip van gerechtigheid niet veel te maken. Maar in dit Evangelie gaat het niet over de sociale rechten van de arbeiders. Het voornaamste zijn de rol van de Kerk, de oproep tot de heidenen, en de verlossing als een reine genade Gods.

Laten wij de gelijkenis nog eens overwegen: In de wijngaard kunnen wij het joodse volk zien dat het eerst werd geroepen. Wij kunnen ook de gehele mensheid in haar verschillende gestalten beschouwen, vanaf het begin van de wereld tot de tijd waarin God Zelf onder ons mensen is gekomen, om hen die in Hem geloven te verenigen in een zichtbare en blijvende gemeenschap. De ochtend van de wereld is de tijd van Adam tot Noach; het derde uur is de tijd van Noach tot Abraham, het zesde uur de tijd van Abraham tot het optreden van Mozes, en het negende uur is de tijd van de profeten tot de komst van onze Heer. Te elfder ure, toen het einde van de wereld nabij scheen, is de Messias gekomen. Hij heeft de grootste weldaden van Zijn barmhartigheid weggelegd voor deze tijd, waarin het heil ook aan de heidenen te beurt zou vallen door de prediking van de apostelen. Door dit mysterie wil Jezus de hoogmoed van de joden beschamen. In het zelfzuchtig verzet van de arbeiders van het eerste uur tegen de huisvader tekent Hij de weerzin die zich van de meeste farizeeërs en schriftgeleerden meester maakte toen zij ook de heidenen tot het heil zagen toetreden. Deze hoogmoed zal naar behoren worden gestraft. Hard en verbitterd geworden zal Israël, dat de hitte van de dag heeft verduurd, worden verworpen; en wij, de heidenen, de werkers van het laatste uur, wij zullen de eersten zijn, daar wij de kinderen zijn van de katholieke Kerk, de Bruid van Gods Zoon.

In de gelijkenis van het Evangelie van vandaag, werken de arbeiders voor een denarie. Het is een symbool van onze redding. Iedereen is ertoe geroepen, maar het blijft altijd een vrije gave van Gods barmhartigheid. Wij moeten het goed begrijpen: Niemand kan zeggen dat hij er recht op heeft, dat hij het heeft verdiend. De verlossing is een gave, een reine genade van God. Wij krijgen die gave door de oneindige verdiensten van Jezus Christus Die haar volheid aan de katholieke Kerk heeft toevertrouwd.

Als wij de redding als een vrije gave van God beschouwen, dan zou het ons duidelijk moeten zijn dat die voor iedereen gelijk is. Dus elke arbeider, ongeacht het uur dat hij is begonnen te werken, krijgt hetzelfde loon. De verlossing blijft dezelfde genade zowel voor degenen die in de ochtend geroepen zijn als voor degenen die op het laatste moment met de arbeid beginnen. Die genade is dus niet afhankelijk van de tijd waarop iemand begint te werken. De joden waren de eersten, en zij hebben de hitte van de dag moeten doorstaan. Maar toch zijn zij verworpen, omdat zij niet trouw zijn gebleven. Het is niet genoeg om met de arbeid te beginnen of de roep van God te beantwoorden. Wij moeten de arbeid ook goed vervullen en trouw blijven aan deze roep tijdens de hele ‘dag van ons leven’.

Beminde gelovigen! De roeping van de verschillende arbeiders kunnen wij ook als de roeping van ieder van ons beschouwen. Wij moeten de wijngaard van onze ziel bewerken. God heeft ons Zijn verlossing beloofd. Al blijft die verlossing Zijn genade, toch moeten wij goed werken om haar te veroveren. Niemand van ons weet hoeveel tijd hij nog heeft voordat hij zijn leven moet verantwoorden. En niemand van ons kan zeggen dat hij al genoeg heeft gewerkt en zijn loon heeft verdiend. Wij moeten elke dag in alle omstandigheden van het leven Gods wet bewaren en volgens Zijn leer leven. Nemen wij de waarschuwing die Jezus vandaag geeft toch ernstig: velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren. Amen.


24 januari 2010

Kerkelijke visie op homoseksualiteit

Het katholieke tijdschrift 'Catholica' maakt een doorstart met een nieuwe (hoofd)redactie én een vernieuwde website. Naar aanleiding van een interview op de Belgische televisie met de nieuwe Primaat der Nederlanden, Zijne Hoogwaardige Excellentie mgr André-Joseph Léonard, waarin het onderwerp homoseksualiteit ter sprake kwam, geeft Stijn Calle een analyse van de kerkelijke leer omtrent dit onderwerp, en van de tegenstanders van de Kerk en haar leer.
Het artikel is enigszins ingekort en sommige passages zijn door ons benadrukt. Het volledige, oorspronkelijke artikel kunt u terugvinden op de website van Catholica.


Andre-Joseph Léonard, de kersverse aartsbisschop van Mechelen-Brussel, heeft in een uitzending van het programma 'Controverse' op de Franstalige Belgische commerciële zender RTL-TVI op zondag 24 januari 2010 homoseksualiteit vergeleken met anorexia nervosa, een psychiatrische pathologie.

De nieuwe aartsbisschop heeft reeds voor zware verontwaardiging gezorgd in het recente verleden door zich over homoseksualiteit uit te laten en het kerkelijk standpunt te verkondigen. Léonard stelde dan ook niet vaak uitspraken hieromtrent te willen doen. Hij zoekt niet de polemiek hieromtrent. Dat is goed te begrijpen, want het enige wat de media de laatste decennia wensen te horen uit de mond van een katholiek zijn opvattingen over seksualiteit en moraal. Niet om deze opvattingen met respect als ernstige basis voor een discussie klaar en duidelijk te stellen of om te begrijpen, maar om een kant en klare groteske aanval op zowel de bal als de speler te kunnen inzetten en te veroordelen.

Léonard stelde het volgende: “Je vais faire une comparaison: l’anorexie est un développement qui n’entre pas dans la logique de l’appétit, mais je ne dirai jamais que les anorexiques sont des anormaux.” Maar eigenlijk doen zijn woorden er niet toe. Elke verklaring uit zijn mond, hoe onschuldig ook, die homoseksualiteit publiekelijk zou afkeuren zou als schandalig worden afgedaan.

Léonard, als bisschop van de katholieke Kerk, is één van de circa 4.500 personen die de hedendaagse opvolgers zijn van de twaalf apostelen. Deze werden door Christus aangesteld om zielen te redden door middel van een universele verspreiding van het éne, ware geloof in tijd en ruimte. De katholieke Kerk stelt dan ook dat zij, als enige, de volledige waarheid van het geopenbaarde geloof bezit, zoals dat door het geschreven woord van God (Bijbel) en mondeling doorgegeven gesproken woord van God (Traditie). Dit laatste wordt met een moeilijk woord het depositum fidei genoemd.

De bisschoppen zijn als opvolgers van de eerste apostelen dan ook bij uitstek dragers van deze bron van openbaarheid die mondeling doorgegeven wordt en niet in de Bijbel was neergeschreven. Het is hun taak om de integriteit van dit geloof ongeschonden te ontvangen, bewaren, te verkondigen en door te geven, zonder ook maar één wijziging, weglating of toevoeging hieraan te doen. Tradide quod et accepi, zoals een heilig man bondig wist samen te vatten. Als Léonard nu, die steeds omwille van zijn ambt als aartsbisschop wordt gevraagd, over (homo)seksualiteit spreekt, dan moeten zijn woorden ook ten volle als geloofsverkondiging van geloofswaarheid gezien worden. Zijn mond en gedachten zijn gebonden aan de geloofsleer, hij kan of mag geen eigen, afwijkende meningen uitdragen. Niet dat Léonard deze, in tegenstelling tot Danneels, heeft.

Het is echter de wereld van de ongelovigen die aanstoot neemt aan zijn woorden. Diezelfde kaste die van ‘s morgens vroeg tot ‘s avond laat, te pas en te onpas, de rechten van de mens predikt, in het bijzonder de gewetensvrijheid, vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, vrijheid van vereniging én vrijheid van godsdienst, willen in dit geval niets liever dan Léonard de mond te snoeren. En als hij dit niet vrijwillig doet, moet hij maar op basis van normen, uitgevaardigd door de wetgevende macht, besluiten, genomen door de uitvoerende macht, worden veroordeeld door de rechterlijke macht. Diezelfde mensen die de absolute scheiding van kerk en staat tot dogma hebben verheven bewijzen in de praktijk dat de staat helemaal niet gescheiden mag zijn van de kerk, maar er in gevallen van verschil van opvatting, steevast de staat de kerk tot de orde mag, en moet roepen. Deze staat is dus heer en meester over de kerk, die er totaal aan ondergeschikt is.

Ondanks het feit dat het standpunt van de katholieke kerk m.b.t. homoseksualiteit in de laatste decennia van binnenuit de kerk werd verkracht en bekritiseerd, door mensen die formeel zich tot de kerk bevinden maar inhoudelijk er niets meer mee te maken hebben, is de leer in tijd en ruimte ongewijzigd gebleven. Deze leerstellingen zijn trouwens slechts een kleine, en praktische toepassing van de katholieke opvattingen over moraal, mens en natuur.

De Kerk maakt een fundamenteel onderscheid tussen homoseksuele gevoelens, zoals die in de seksuele geaardheid zich manifesteren, en homoseksuele daden. De gevoelens zijn abstract en immaterieel van aard terwijl de daden concrete materiële handelingen uitmaken. De homoseksuele geaardheid is geen (dood)zonde maar een ongeordendheid van het lichaam en de geest. Voor deze ongeordendheid is een persoon niet zelf verantwoordelijk. Hij of zij stellen dit vast zonder zich bewust te zijn van het hoe en het waarom van de totstandkoming ervan.

Homoseksuele daden daarentegen vormen wel een doodzonde. De reden hiervoor ligt in de onderliggende opvatting van de kerk over het natuurrecht. Het zijn in alle gevallen objectieve daden die ingaan tegen het natuurrecht. Het menselijk leven wordt als iets heilig beschouwd door de kerk als het regelmatig wordt beleefd. Daaruit volgt dat het menselijk lichaam, en de menselijke seksualiteit, regelmatig beleefd, integraal onderdeel uitmaken van deze heiligheid. Concreet toegepast op de menselijke seksualiteit vindt men de heiligheid ervan terug in de samenwerking van één man met één vrouw in het stellen van de geslachtsdaad, met als mogelijkheid het scheppen van een nieuw menselijk leven. Deze handeling is een afspiegeling van het innerlijke, trinitaire leven van God die Vader, Zoon en Heilige Geest is.

Het natuurrecht met betrekking tot de menselijke lichamelijkheid en seksualiteit is onderdeel van de openbaringsbron van de mondeling doorgegeven waarheid, van de apostelen aan hun opvolgers. Deze werd gedurende 2000 jaar ononderbroken en ongewijzigd doorgegeven, en Léonard is slechts de mond in het hier en het nu die hetzelfde zegt als al zijn voorgangers, tot en met Christus zelf. Semper idem.

Vandaar de stelling dat alle menselijke geslachtsdaden – die buiten de relatie van één man en één vrouw en met de mogelijkheid tot conceptie liggen – tegennatuurlijk zijn (lees tegen het natuurrecht, tegen de natuur, tegennatuurlijk), ongeordend zijn (wanordelijk of niet ordelijk, of tegen de natuurlijke orde ingaand). Het zijn theologische begrippen.

Homoseksualiteit is overigens slechts een klein onderdeeltje van de christelijke moraalleer. Het verbod op voorbehoedsmiddelen vloeit voort uit dezelfde grondgedachte. Want het voorbehoedsmiddel maakt elke conceptie onmogelijk, dus de geslachtsdaad volledig zonder natuurlijk gevolg. Ook de zelfbevrediging is onnatuurlijk, omdat bij gebrek aan samenwerking tussen verschillend-geslachtelijke personen ook nooit enige conceptie kan plaatsvinden.

Homoseksualiteit is hierin ook weer één van vele seksuele ongeordendheden. Er zijn er velen. Op basis van leeftijd wordt vaak onderscheid gemaakt tussen pedofilie, pederastie en homofilie. Hierbij is de seksuele oriëntatie in het eerste geval gericht op de leeftijdsgroep tot ongeveer 6 jaar, in het tweede geval op de leeftijdsgroep tussen 6 en 16 jaar, en in het derde geval op de leeftijdsgroep tussen 16 en 36 jaar. Maar er kunnen ook afwijkingen van het natuurrecht op basis van andere criteria gehanteerd worden. Ook bestialiteiten, dat is de geslachtsgemeenschap van een mens met een dier, is van naturen uit ongeordend, omdat deze nooit kan leiden tot nieuw, menselijk leven. Een veelheid van categorisering van deze tegennatuurlijke handelingen op basis van de meest diverse criteria kan gemaakt worden, maar dat zou ons in dit artikel te ver leiden.

De apostolische traditie is overigens niet de enige bron waar de katholieke kerk haar mosterd haalt. Ook de Bijbel, het Oude [1] en het Nieuwe Testament, de eerste kerkvaders, de concilies, het kerkelijk recht, heiligen en wetenschappers van alle tijden en alle plaatsen argumenteerden op dezelfde wijze

De Rooms-katholieke psycholoog dr Gerard van den Aardweg, gaat verder dan de katholieke Kerk door zich expliciet uit te spreken over de oorzaak van homoseksualiteit. En ook Léonard volgt hetzelfde pas als hij homoseksualiteit vergelijkt met anorexia nervosa. Dit laatste is een psychiatrische aandoening. En Van den Aardweg deelt deze stelling. Homoseksualiteit heeft een hoofdzakelijke grond in de omgevingsvariabelen (nurture, opvoeding sensu latu) en slechts in ondergeschikte orde in de genetica van de mens in kwestie (nature, natuur sensu lato). Sedert 1963 doet hij klinisch onderzoek en heeft duizenden cliënten gedurende vele jaren lang gevolgd en behandeld. Ook hij is reeds ten prooi gevallen aan de inquisitie van politiek en media omwille van zijn geloofs- én wetenschappelijke opvattingen.

Van den Aardweg gaat akkoord met zijn vele antagonisten dat het klopt dat de seksuele geaardheid niet vrijwillig gekozen wordt – in tegenstelling tot de seksuele daden wel steeds berusten op een vrije keuze – maar een gegevenheid is waar de persoon in kwestie mee geconfronteerd wordt zonder zelf verantwoordelijk te zijn hiervoor door zijn daden of wezen. Maar waar hij zich enorm tegen verzet is de absurde idee dat deze vooraf bestaande geaardheid dan maar een genetische oorzaak moet hebben. Dat is geen wetenschap maar wishfull thinking. Ondanks alle gigantische bedragen die de laatste vijftig jaar werd besteed aan zogenoemd wetenschappelijk onderzoek in deze materie – om tegen wil en dank toch maar een genetische oorzaak te kunnen bewijzen – heeft men nooit een dergelijk bewijs gevonden. Als af en toe in de media hieromtrent opschudding wordt veroorzaakt, blijkt al vlug dat de resultaten zeer teleurstellend zijn om als wetenschappelijke en objectieve realiteit te gelden.

Van den Aardwegs opvattingen zijn niet nieuw, maar sluiten naadloos aan bij de mainstream wetenschap die sedert mensenheugenis de oorzaken van homoseksualiteit in de psychopathologie situeerde, de geestelijke gezondheidszorg met andere woorden. Dat stond ook zo vermeld in alle medische handboeken. Slechts in 1973 kwam hierin verandering toen het toonaangevende Amerikaanse Diagnostical and Statistical Manual (DSM) werd geschorst. Deze encyclopedie van alle medische aandoeningen ter wereld wordt om de zoveel jaar herzien in functie van de wetenschappelijke evolutie. Maar de schrapping in 1973 had niets met wetenschap, maar alles met politieke, mediatie en sociale druk te maken, evenals professioneel lobbywerk. Een uiterst kleine minderheid van geleerden kon de stemming naar hun hand zetten. Ook andere boekwerken volgden, maar niet allemaal. Zo is China, Azië en Afrika niet gevolgd waar Amerika en Europa gingen. Daar worden andere handboeken gebruikt die niet meededen met deze bedenkelijke praktijken.

De katholieke zedenleer omtrent homoseksualiteit is in eenklang met de geopenbaarde geloofswaarheid, het natuurrecht en de wetenschap. De moderne bezetenheid de opvattingen hieromtrent radicaal bij te stellen is van bijzonder recente datum. Vijftien jaar geleden was van een dergelijk dwangmatig door het establishment opgelegd eenheidsdenken geen sprake. Wat de laatste jaren in het Westen is opgedrongen aan het gezond verstand van de samenleving wordt niet in de rest van de wereld gedragen, integendeel. Het is een morele kruistocht van een culturele avant garde die het christendom haat in al haar vezels en in sneltreintempo tracht ze met wortel en tak uit te roeien. Hoe sneller hoe beter. Onder het mom van mensenrechten worden, tot voor kort algemeen verspreide en nooit problematische opvattingen, verketterd en vervolgd. En met de dag wordt de situatie dramatischer. De aanstelling van Léonard tot aartsbisschop van Mechelen-Brussel is schrikwekkend. Hij wordt op zwaar onbarmhartige wijze door de vrijzinnige inquisitie gedwongen tot abdicatie. Maar hij mag, kan, en zal niet abdiceren. Dus zal hij sneuvelen. Want zijn tegenstanders zijn niet van plan zich nog langer in te houden en gaan voor de eindoverwinning. Ze wanen zich almachtig.

Noot
[1] Zie bijvoorbeeld Leviticus 18: 22-30: “Met een man mag u geen omgang hebben zoals met een vrouw; dat is een gruwel. Met geen enkel dier mag u geslachtsgemeenschap hebben en u zo verontreinigen. Ook een vrouw mag zich niet inlaten met een dier; dat is een schanddaad. Verontreinig u dus niet door dergelijke dingen, want de volken die ik voor u verdrijf, hebben zich daardoor verontreinigd. Zo is het land onrein geworden. Ik heb het geteisterd vanwege zijn misdaad, zodat het zijn bewoners uitspuwde. Maar u moet mijn voorschriften en wetten onderhouden en geen van deze gruweldaden bedrijven, noch de geboren Israëliet noch de vreemdeling die bij u woont. Want al die gruweldaden hebben de mensen die vóór u in dit land woonden bedreven, zodat het land er onrein van werd. Zorg dus dat u het land niet opnieuw verontreinigt; anders spuwt het u ook uit, zoals het de volken vóór u heeft uitgespuwd. Iedereen die dergelijke gruweldaden bedrijft, moet uit zijn volk worden verwijderd. Houd u aan wat Ik u voorschrijf en laat u niet in met die afschuwelijke gebruiken, die vóór u in zwang waren. Verontreinig u daardoor niet. Ik ben de HEER uw God.”

Relevante literatuur
•Van den Aardweg, Gerard J.M., The Battle for Normality: A Guide For (Self-)Therapy For Homosexuality, Ignatius Press, San Francisco (CA), 1997 ISBN 089876149
•Terruwe, Anna A.A., De frustratie neurose, Anthos, Amsterdam (NL), 1998 ISBN 9041403442
•Guimarães, Atila Sinke, The Catholic Church And Homosexuality, Tan Books and Publishers, Rockford (IL), 1999 ISBN 0895556510


Preek voor het feest van Sint Agnes


Epistel
Wijsheid 51, 1-8, en 12
Ik wil U loven, Heer, koning, en U prijzen als mijn God en redder. Ik wil Uw naam loven, omdat U mijn beschermer en helper bent geweest en mij hebt gered van de dood, van de strikken, door lastertongen gelegd, van de lippen die leugentaal uitslaan. Tegenover degenen die mij aanvielen bent U mijn helper geworden en zo groot als Uw medelijden en Uw naam zijn, hebt U mij verlost uit de strikken van degenen die op buit loerden, uit de hand van degenen die mij naar het leven stonden, uit de vele noden die mij overkwamen, uit het verstikkende vuur waarmee de brandstapel mij omgaf; midden uit de vlammen, die ik niet had aangestoken, uit de diepe schoot van de onderwereld, verlost van de vurige tong en het lasterlijke gepraat, van de scherpe pijlen van de onrechtvaardige tong. Ik was vlak bij de dood gekomen: ik stond aan de rand van het dodenrijk, zo diep. Aan alle kanten omsingelden ze mij en er was niemand die mij hielp. Ik keek uit naar steun van mensen, maar die was er niet. Toen dacht ik, Heer, aan Uw barmhartigheid, en aan Uw weldaden, van oudsher bewezen: U helpt degenen die op U hopen en redt hen uit de hand van hun vijanden want U hebt mij van de ondergang gered en mij op de dag van het ongeluk geholpen Daarom zal ik U loven en prijzen en de naam van de Heer zegenen.

Evangelie
Mattheüs 25, 1–13
In die tijd hield Jezus Zijn leerlingen de volgende gelijkenis voor: Het zal met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. Maar de verstandige namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, dommelden ze allemaal in. Midden in de nacht klonk er geroep: “Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!” Toen stonden alle meisjes op en maakten hun lampen in orde. De domme zeiden tegen de verstandige: “Geef ons van jullie olie, want onze lampen gaan uit.” Maar de verstandige gaven ten antwoord: “Nee, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en voor jullie; ga liever naar de verkopers en koop voor jezelf.” Toen ze weg waren om te kopen, kwam de bruidegom, en de meisjes die klaar stonden, gingen met hem mee naar binnen voor de bruiloft, en de deur ging dicht. Later kwamen ook de andere meisjes en riepen: “Heer, heer, doe open voor ons.” Maar hij antwoordde: “Ik verzeker jullie, ik ken jullie niet.” Weest dus waakzaam, want ge kent dag noch uur.

Preek
Vandaag vieren wij het feest van de heilige Agnes, patrones van onze kerk en parochie. De heilige Agnes stierf op twaalfjarige leeftijd, rond het jaar 300, de marteldood.

Zij koos de dood ten eerste doordat zij weigerde om offers op te dragen aan de heidense afgoden, en ten tweede doordat zij weigerde in te gaan op een huwelijksaanzoek dat haar het leven had kunnen redden. Liever dan het aardse leven behouden wilde zij haar maagdelijkheid – die zij aan Christus, haar hemelse Bruidegom, had toegewijd – ongeschonden bewaren. Uit haar leven kunnen wij twee belangrijke deugden leren: standvastigheid in het geloof en in zuiverheid van leven.

Midden in deze stad van afgoderij en ongeloof, in deze stad van afgestompte levensopvattingen en zedenbederf, staat een kerk die haar naam draagt. Haar naam is als een preek tot ons, een preek over de weg die leidt tot vereniging met onze hemelse Bruidegom. Zoals het leven van de heilige Agnes ons leert, is deze weg een radicale weg die geen compromissen duldt, want de liefde tot God moet vrij zijn en ongedwongen blijven. Dus het geloof moet zuiver katholiek blijven en wij, die dit zuivere geloof belijden, moeten rein zijn.

Dit programma voor een christelijk leven blijkt te lastig te zijn voor de grote meerheid van de mensen in onze tijd, en het wordt zelfs met termen als ‘fanatiek’ en ‘gevaarlijk’ afgedaan. Deze weg tot bevrijding van de begeerte wordt in de gezinnen niet meer voorgeleefd noch voorgehouden door de overheid. En de Kerk is in het algemeen niet meer in staat om het ideaal van het christelijke leven te preken, misschien doordat veel van haar predikers het katholieke geloof niet meer integraal hebben bewaard. Het geloof is immers het fundament van een zedelijk leven, en deze twee tezamen vormen de weg naar het hemelse bruiloftsmaal.

De heilige Agnes betaalde voor haar geloof en haar reinheid met haar leven, en zo won ze de hemelse zaligheid. Zij was toen een meisje van nog maar twaalf jaar oud. Vragen wij ons af of wij bereid zouden zijn om haar weg te gaan, de weg van standhouden tot het uiterste? Of brengen wij liever gaven aan de afgoden? Deze afgoden zijn er ook in onze tijd, denk maar aan de verspreide new-age-religie, die een golf van nieuwe ‘spiritualiteit’ heeft gebracht, die geconcentreerd is rond het eigen ik. Of zijn wij bereid om het geloof in te korten – om maar niet met minachting te worden bekeken – waardoor het bij de heersende opvattingen past? Of denken wij dat het zedenleven niets met het geloof van doen heeft, en stemmen wij bij verkiezingen op politieke partijen met schandelijke opvattingen?

Beminde gelovigen, de waarheid is dat alles wat niet met het geloof overeenkomt afgewezen moet worden, zelfs als dat ons het leven zou kosten. De heilige Agnes wist het, en wij zouden het ook moeten weten: Wij zijn geschapen om God te verheerlijken, om Hem te dienen en daardoor het hemelse leven te bereiken. De mens die alleen leeft voor het aardse en dit aardse boven zijn roeping tot heiligheid stelt, zal nooit de vreugde bereiken die de heilige Agnes na een weinig lijden ten deel is gevallen. Brengen wij eer aan de naam die onze kerk draagt en volgen wij de radicale weg die tot onze zaligheid zal leiden. Amen.


20 januari 2010

Video van de pontificale Hoogmis in Kopenhagen

Reeds eerder toonden we op deze website enkele foto's van de Hoogmis die op zondag 10 januari 2010 werd gecelebreerd door mgr Czeslaw Kozon, bisschop van Kopenhagen, in de Sint-Ansgarkathedraal aldaar.

Er is nu ook een video van deze pontificale heilige Mis beschikbaar:



18 januari 2010

Nieuwe Primaat der Nederlanden

Paus Benedictus XVI heeft vandaag mgr André-Mutien Léonard benoemd tot aartsbisschop van Mechelen-Brussel, en daarmee tot Primaat der Nederlanden. Deze titel is namelijk van oudsher verbonden aan deze zetel.

De benoeming werd vandaag bekend gemaakt door Godfried kardinaal Danneels die vorige week afscheid heeft genomen als aartsbisschop van hetzelfde bisdom.

André Léonard is op 6 mei 1940 geboren als jongste van vier zonen, die allemaal priester werden. Vlak na zijn geboorte komt zijn vader om het leven. Na zijn middelbare school in Namen gaat Léonard naar Leuven waar hij afstudeert in de filosofie. Vervolgens studeert hij in Rome aan de Pauselijke universiteit Gregoriana af in de theologie. In 1964 wordt hij priester gewijd.

In 1991 wordt Léonard bisschop van Namen, het grootste bisdom van België. Hij wordt gewijd door kardinaal Danneels. Bij die gelegenheid neemt hij de naam André-Mutien aan, een eerbetoon aan de heilige broeder Mutien-Marie Wiaux, de eerste nationale heilige van België.

Mgr Léonard heeft het motu proprio 'Summorum Pontificum' uit 2007, waarin paus Benedictus XVI ruim baan gaf aan de Tridentijnse ritus, met grote welwillendheid ontvangen. Hij draagt zelf soms de H. Mis in deze ritus op, geeft ruimte aan de priesterbroederschap Sint Petrus in zijn bisdom en heeft voor deze broederschap ook een keer de priesterwijdingen verricht.


17 januari 2010

"Waar de Bisschop is, daar moet ook het volk zijn"

Beminde gelovigen,

Vanwege de de harteloze aanvallen in kranten, maar ook vanuit het katholieke volksdeel, op Zijne Hoogwaardige Excelentie mgr dr W.J. Eijk, aartsbisschop van Utrecht, wil ik u het volgende voorhouden:

Rond het jaar 107 schreef de martelaar-bisschop Ignatius van Antiochië aan de christelijke gemeente van Smyrna: "Gij moet allen aan uw bisschop gehoorzamen zoals Jezus gehoorzaam was aan Zijn Vader. Niemand doet in kerkelijke zaken iets buiten de Bisschop om. Waar de Bisschop is, daar moet ook het volk zijn; zoals waar Jezus is, ook de katholieke Kerk is."

De Paus, de bisschopen en de priesters hebben de macht om ons in de naam van Christus te leiden en te besturen. Door hen hebben wij in het doopsel het leven in de genade ontvangen, zij geven ons het brood uit de hemel en voeden ons op tot kinderen van God. Zij zijn de plaatsbekleders van Christus en onze geestelijke vaders. Wij moeten hen eren, liefhebben en gehoorzamen. Als wij het met hen niet eens zijn dan moeten wij dat voor onszelf houden. Het is voor een katholiek niet eerzaam om openlijk tegen het kerkelijk gezag te protesteren. Een trouw kind van de Kerk draagt zijn ongenoegen het liefst op in gebed, en keert terug tot zijn religieuze verplichtingen, en dat is zijn ziel te heiligen.

Pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie


Preek voor de tweede zondag na Driekoningen

“Doet alles, wat Hij u zal zeggen.”

Epistel
Romeinen 12, 6–16
Broeders, de gaven die wij bezitten, zijn verschillend overeenkomstig de genade, die ons is geschonken. Is het de gave van de profetie, gebruik ze dan volgens de eisen van het geloof; is het een of ander dienstwerk, geef u aan dat ambt; hebt gij te onderrichten, wijd u aan het onderricht; moet gij prediken, leg u toe op de prediking. Wie de armen bedeelt, laat hij het doen in eenvoud; wie in de overheid gesteld is, doe het met zorg; wie barmhartigheid beoefent, laat hij dat doen met blijmoedigheid. De liefde moet zijn zonder huichelarij. Hebt een afschuw van het kwade, en blijft gehecht aan het goede. Bemint elkander met broederlijke liefde. Gij moet voorkomend zijn in hoogachting voor elkander. Wilt in uw ijver niet verslappen; weest vurig van geest en dient de Heer. Laat de hoop u blijmoedig maken. Gij moet geduldig zijn in lijden, blijft volharden in het gebed. Helpt de gelovigen in alle nood, en beoefent de gastvrijheid. Zegent hen, die u kwaad doen; zegent hen, en vloekt hen niet. Wilt blij zijn met de blijden en wenen met hen, die wenen. Blijft eensgezind onder elkander; wilt niet streven naar wat groot schijnt, maar weest tevreden met het kleine.

Evangelie
Johannes 2, 1–11
In die tijd, werd er te Kana in Galilea bruiloft gevierd; ook de Moeder van Jezus was daar tegenwoordig; en Jezus werd met Zijn leerlingen eveneens op de bruiloft genodigd. Nu kwam er gebrek aan wijn, en de Moeder van Jezus zeide Hem: “Zij hebben geen wijn meer.” Jezus antwoordde haar: “Vrouw, wat wilt gij van Mij? Mijn uur is nog niet gekomen.” Zijn Moeder zeide dan tot de bedienden: “Doet alles, wat Hij u zal zeggen.” Nu stonden daar vanwege de joodse reinigingsgebruiken zes stenen kruiken, elk met een inhoud van twee of drie metreten. Jezus sprak tot hen: “Vult de kruiken met water.” En zij vulden ze tot boven toe. Dan zeide Hij tot hen: “Schept er nu wat uit en brengt het naar de hofmeester.” Dat deden zij. De hofmeester proefde van het water, dat wijn was geworden; en daar hij niet wist, waar deze vandaan kwam, - de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het wel – riep hij terstond de bruidegom en zeide tot hem: “Iedereen begint met de goede wijn op te zetten, en wanneer er goed gedronken is, komt men met een mindere soort; maar gij hebt de beste wijn bewaard tot nu toe.” Zo deed Jezus Zijn eerste wonder te Kana in Galilea, en openbaarde er Zijn heerlijkheid. En Zijn leerlingen werden bevestigd in hun geloof in Hem.

Preek
Hoe groot zou het wonder van het Evangelie van vandaag zijn en vooral hoe mooi, als het alleen maar dit was: een Gast uit de hemel neemt deel aan een bruiloft op onze aarde? De Zoon van God neemt deel aan het hoogste liefdesfeest van Zijn schepping en Hijzelf geeft de feestwijn erbij. En als er wijn ontbreekt, verandert Hij water in wijn. Hij doet het heel onopvallend en discreet. Het bruidspaar moet in het middelpunt blijven staan.

Hoe groot en mooi zou dit eerste wonder in het leven van Jezus zijn, ook al had het alleen Zijn heel zuivere, fijngevoelige menselijkheid geopenbaard? Maar als wonder openbaarde het meer. Johannes, die daar ook was, drukte dat in zijn slotzin uit: “Zo maakte Jezus een begin met de tekenen en openbaarde Zijn heerlijkheid. En Zijn leerlingen geloofden in Hem.” En dat was ook de bedoeling van dit eerste wonder: niet allen het bruidpaar te helpen, maar ook de leerlingen te laten zien dat Jezus een heel bijzonder Iemand was, Iemand Die boven alle andere mensen stond, uiteindelijk dat Jezus God was.

De leerlingen moesten zich afvragen: wie is Hij? Waar komt Zijn macht vandaan? Deze vragen kwamen nog steeds, ook later. In Kana geloofden ze wel, maar ze hadden nog niet alles begrepen. En later twijfelden ze nog. Op Goede Vrijdag was hun geloof niet meer daar, en bij het Kruis van Christus stond alleen Johannes. Ondanks zo vele wonderen die ze zagen, bleven ze nog zwak in geloof.

Zo is het ook met ons. We zijn gedoopt, we ontvangen de sacramenten. We hebben een goede katholieke opvoeding gekregen en misschien hebben we het geloof ontdekt. En toch blijven we steeds zwak. En steeds brengt ons geloof zo weinig vruchten voort. We hebben zo vaak over de wonderen van Jezus gehoord of misschien heeft ook iemand in zijn eigen leven zeer duidelijk een wonder ervaren. En nog steeds zijn we zwak.

We moeten ons regelmatig afvragen: hoe staat het met ons geloof? Geloof ik nog in Jezus, in Zijn woorden, in Zijn godheid? We moeten weten dat ons geloof niet passief mag worden. Integendeel, het moet leven, het moet naar buiten gebracht worden, het moet elke dag vernieuwd worden. Anders zal ons geloof afsterven en zullen we alleen in naam katholiek zijn.

Beminde gelovigen! Het wonder van Kana was het eerste wonder in het aardse leven van Christus. Maar het grootste wonder, dat opnieuw op het altaar gebeurt, was de verandering van brood in het Lichaam en wijn in het Bloed van Jezus. Hij bereidt voor ons het bruiloftsmaal voor. Hij geeft Zichzelf door de priester op het altaar. We zijn allen uitgenodigd. Maar we worden niet gedwongen. We blijven altijd vrij. De echte liefde is gebaseerd op vrijheid. Maar als we de uitnodiging aanvaarden, dan moeten we ons dus ook voorbereiden op het bruiloftsmaal. We moeten ons hart zuiveren en ons van de zonde afkeren. Dat moet elke dag gebeuren, niet slechts eenmaal in het leven. Zo vaak als de bekoring komt, moeten we voor Christus kiezen. In het Evangelie van vandaag openbaart Jezus Zijn goddelijke macht. Dat moet ons tot rust brengen en bij ons de hoop wekken dat we met Hem alles in het leven kunnen bereiken. Amen.


16 januari 2010

Hulp aan Haïti



In Nederland kan betrouwbaar geld worden gegeven voor Haïti via Kerk in Nood te 's-Hertogenbosch, bankrekening 22.71.75.484.

Het internationale kantoor van Kerk in Nood heeft een bedrag van $ 70.000 toegekend aan Haïti als bijdrage om de eerste noden onder de slachtoffers van de aardbeving te lenigen. Het bedrag zal wordt besteed en verantwoord door de nuntius in Haïti, mgr Bernardito Auza. Het bedrag is bestemd voor water, voedsel, medicijnen en tenten.


15 januari 2010

Liefdesmaaltijd

Ik verheug mij niet over het voedsel der vergankelijkheid, evenmin over de vreugden van dit leven. Het Brood Gods verlang ik, dat het Vlees is van Jezus Christus, Die uit het zaad is van David; en tot drank verlang ik Zijn Bloed, dat de onvergankelijke liefde is.

Van Eucharistie en gebed onthouden zij zich, omdat zij loochenen dat de Eucharistie het Vlees is van onze Heer Jezus Christus, dat heeft geleden om onze zonden en dat de Vader in Zijn goedheid heeft opgewekt. Zij, die zich dus tegen Gods gaven verzetten, sterven al disputerend. Het zou beter voor hen zijn te beminnen, om ook te mogen verrijzen. Slechts die Eucharistie moet als geldig worden beschouwd die gevierd wordt onder de bisschop of door degene aan wie hij het heeft opgedragen. Het is niet geoorloofd zonder de bisschop te dopen of een liefdesmaaltijd te houden.

Ignatius van Antiochië (+ 107)


13 januari 2010

13 januari: Feest van de Doop des Heren

Op deze dag, een week na de Openbaring des Heren, vieren wij het Doopsel van de Heer. Het was de eerste daad van Zijn openbaar leven, die door de vier Evangeliën vermeld wordt. Tot de leeftijd gekomen van ongeveer dertig jaar, verliet Jezus Nazareth, ging naar de rivier de Jordaan en liet zich te midden van vele mensen door Johannes dopen. De Evangelist, de heilige Marcus, schreef: “Op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemel: “Gij zijt Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.” (Mc. 1, 10-11). Deze woorden “Gij zijt Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde” openbaren wat het eeuwige leven is: de kinderlijke band met God, zoals Jezus die beleefd heeft. Hij heeft ons deze kinderlijke band geopenbaard en gegeven.

Geliefde vrienden, hoe groot is de gave van het Doopsel! Als wij ons daar ten volle rekenschap van geven, zou ons leven een ononderbroken “dank U” zijn. Wat een vreugde voor christelijke ouders die uit hun liefde een nieuwe mens zagen geboren worden en hem naar de doopvont dragen en in de schoot van de Kerk zien herboren worden voor een leven dat geen einde kent! Gave, vreugde, maar ook verantwoordelijkheid! De ouders, peters en meters moeten hun kind namelijk opvoeden volgens het Evangelie.

Paus Benedictus XVI