Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

27 november 2011

Preek voor de eerste zondag van de Advent

Epistel
Rom. 13, 11-14
Broeders, gij weet, dat het thans voor ons tijd is, om uit de slaap op te staan. Want nu is ons heil dichterbij, dan toen wij het geloof aanvaardden. De nacht loopt ten einde; de dag komt naderbij. Laten wij daarom afleggen de werken van de duisternis, en ons bekleden met de wapenen van het licht. Zorgen wij onberispelijk te leven, zoals men dat doet op klaarlichte dag: niet in onmatigheid en dronkenschap, niet in ontucht en losbandigheid, niet in twist en naijver; integendeel, gij moet u bekleden met de Heer Jezus Christus.

Evangelie
Lc. 21, 25-33
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: Er zullen tekenen komen aan zon en maan en sterren; en op de aarde zal er doodsangst heersen onder de volken, geheel radeloos door het gebulder van zee en golven. Dan zullen de mensen het besterven van schrik en angst om hetgeen de wereld gaat overkomen; want de krachten van de hemelen zullen geschokt worden. En dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk, met grote macht en majesteit. Welnu, wanneer dit alles een aanvang gaat nemen, richt dan uw ogen opwaarts, en heft uw hoofden omhoog! Want uw verlossing is nabij. En Hij hield hun de volgende gelijkenis voor: Ziet naar de vijgeboom en de andere bomen; zodra zij beginnen uit te lopen, weet gij, dat de zomer nabij is. Zo ook, als gij deze dingen ziet gebeuren, weet dan, dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar Ik zeg u: dit geslacht zal niet vergaan, voordat dit alles geschiedt. Hemel en aarde zullen vergaan, maar Mijn woorden zullen niet vergaan.

Preek
De Advent begint met de woorden over de komst van de Mensenzoon, die wij in een meer uitbundige vorm afgelopen zondag reeds hebben gehoord. De Mensenzoon komt als rechter in Zijn eigendom terug om verlossing te brengen aan Zijn gelovigen. Er zit iets heugelijks in de woorden van het Evangelie van vandaag, als wij horen: Verheugt u, want uw verlossing is nabij.

Dit is ook precies de diepste betekenis van de kerkelijke Advent: Het verwachten van Christus, de Mensenzoon, in Zijn derde*) komst, die plaats zal vinden op het einde der tijden in macht en majesteit. Hij zal verschijnen om alles tot Zich te trekken door het uitspreken van het laatste oordeel.

Maar voor dit alles zal gebeuren wordt ons verhaald hoe de gehele schepping geschokt zal worden, en hoe de mensen het zullen besterven van schrik en angst. Ons wordt duidelijk gemaakt dat de jongste dag voorafgegaan zal worden door allerlei ellende en nood. Dat is de onafwendbare toekomst die deze wereld te wachten staat, een toekomst die in de huidige tijd door niemand meer ernstig wordt genomen; de moderne mens is uitsluitend gericht op zichzelf en op zijn eigen plezier. Zijn Schepper en de heilsmiddelen worden geminacht of belachelijk gemaakt. Het realiseren van de eigen droom van geluk wordt beschouwd als doel van het leven. De toekomstige schrik en gruwel, die over de wereld gaan komen, rukken ons uit dit waanbeeld van het leven.

De derde komst van Christus, als rechter, is slechts voor de getrouwen midden in de ellende van deze wereld toch een grote vreugde. Zijn komst brengt verlossing, want Zijn koninkrijk is nabij. Waar het in ons christelijk leven over gaat is niets meer of minder dan onze voorbereiding op Zijn komst. Behoren wij Hem toe of niet? Leef ik zoals Hij van mij verwacht? Bemin ik Hem in mijn dagelijkse gebeden? Woont er in mijn ziel een verlangen om bij Hem te zijn en alleen aan Hem toe te behoren? Dat zijn de cruciale punten die uitmaken of wij Zijn komst in heerlijkheid met vreugde en hoop tegemoet kunnen gaan, of dat de toekomstige ellende van deze wereld alleen maar het begin van eeuwige pijn en verdriet zal zijn.

Bij Zijn derde komst in heerlijkheid zullen namelijk de slechte mensen worden gescheiden van de goeden en worden opgesloten in het eeuwige hellevuur. Voor wie Hem hebben liefgehad staan de poorten van de hemel open. Eeuwige vreugde in de aanschouwing van de goddelijke heerlijkheid zal hun deel zijn.

Beminde gelovigen, leren wij uit de woorden van het heilig Evangelie ons leven te richten op Hem Die zal komen om levenden en doden te oordelen. Gebruiken wij deze heilige Adventstijd om Hem te beminnen, Hij, Die in de Kerstnacht geboren wordt om ons alle middelen te schenken die noodzakelijk zijn om heilig te worden. Amen.

----------

*) = De eerste komst van Christus vond plaats in de heilige Kerstnacht, waarin Hij geboren werd in een stal in Bethlehem; Zijn tweede komst vindt dagelijks plaats gedurende het bestaan van Zijn Kerk op vele altaren overal ter wereld tijdens de Consecratie, waarin Hij onder de gedaanten van brood en wijn tegenwoordig komt, in elke heilige Mis.


20 november 2011

Preek voor de laatste zondag van het kerkelijk jaar (23e zondag na Pinksteren)

Christus als Rechter van levenden en doden.

Epistel
Kol. 1, 9-14
Broeders, wij houden niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij vervuld moogt worden met de kennis van Gods wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om aldus een leven te leiden, dat God waardig is en in alles Hem behaagt, doordat gij vruchten voortbrengt in allerlei goede werken en toeneemt in de kennis van God; ook doordat gij met alle kracht u versterkt door zijn glorievolle macht tot geduld en lijdzaamheid met blij gemoed, vol dankbaarheid jegens God, onze Vader. Hij heeft ons immers de waardigheid verleend, dat wij deel mogen hebben aan het lot der heiligen in het volle licht; en Hij heeft ons ontrukt aan de macht der duisternis en overgebracht naar het rijk van zijn beminde Zoon, in wie wij de verlossing bezitten, de vergiffenis der zonden, door de kracht van zijn bloed.

Evangelie
Mt. 24, 15-35
In die tijd sprak Jezus tot Zijn leerlingen: “Wanneer gij de gruwel der verwoesting, waarvan de profeet Daniël heeft gesproken, zult zien heersen op heilige bodem – hij, die dit leest, trachte het te begrijpen! – laten dan zij, die in Judea zijn, vluchten naar de bergen; en hij, die op het dak is, kome dan niet naar beneden, om iets uit zijn huis te halen; en die zich op het land bevindt, moet niet eerst teruggaan om zijn kleed mee te nemen. Ongelukkig de vrouwen, die in die dagen in verwachting zijn of een kind te voeden hebben! En bidt toch, dat uw vlucht niet valt in de winter of op een sabbatdag. Want dan zal er een ellende komen zo groot, als er nooit geweest is van het begin der wereld af tot nu toe, noch ooit weer zal zijn. En als die dagen niet bekort werden, zou er niemand behouden blijven; maar omwille van de uitverkorenen zullen die dagen bekort worden. Als men u dan zegt: Ziet, hier is de Christus! of: daar is Hij! gelooft het niet. Want valse christussen en valse profeten zullen er opstaan, en zij zullen grote tekenen en wonderen verrichten, zodat, als het mogelijk was, zelfs de uitverkorenen in dwaling gebracht zouden worden. Ziet, Ik heb het u voorspeld! Als men u dus zegt: Ziet, Hij is in de woestijn! gaat er niet heen; ziet, Hij is daar binnen in huis! gelooft het niet. Want gelijk de bliksem uitschiet van het oosten en straalt tot in het westen, zo zal ook de komst van de Mensenzoon zijn. Waar het aas ook ligt, daar verzamelen zich de gieren. En terstond na de ellende van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar licht niet meer geven; de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten der hemelen zullen geschokt worden. Dan zal het teken van de Mensenzoon verschijnen aan de hemel, en weeklagen zullen alle volkstammen der aarde. en zij zullen de Mensenzoon zien komen op de wolken des hemels met grote macht en majesteit. Dan zal Hij zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen van de vier windstreken, van het ene uiteinde van de hemel tot aan het andere. Leert van de vijgenboom deze gelijkenis: Als zijn takken zacht worden en de bladeren uitschieten, dan weet gij, dat de zomer nabij is: zo ook, als gij dit alles ziet, weet dan, dat het vlak voor de deur staat. Voorwaar Ik zeg u, dit geslacht zal niet vergaan, voordat al deze dingen geschieden. Hemel en aarde zullen vergaan, maar Mijn woorden zullen niet vergaan.”

Preek
Vandaag vieren wij de laatste zondag van het kerkelijk jaar, ook wel de ‘zondag van het oordeel’ genoemd. In het Evangelie hoorden wij de woorden van Jezus over het teken van de Mensenzoon, Die met macht en majesteit aan de hemel zal verschijnen. Dit teken zal de inleiding zijn tot de dag des oordeels. Het teken van de Mensenzoon is – zoals de Kerkvaders reeds opmerkten in hun commentaar op dit stuk Evangelie – het Kruis. Het thema van het oordeel keert volgende week zondag terug, daarom willen wij vandaag de rol van het heilig Kruis benadrukken.

Het Kruis kent in de geschiedenis van het heil meerdere functies. Allereerst was het het instrument om Christus mee te doden. Maar daardoor werd aan het kruis een geheel nieuwe werkelijkheid gegeven; het werd de toegangsweg van het aardse naar het hemelse. Door het vrijwillig vergieten van het goddelijk Bloed werd het kruis verheven tot instrument van de genade en tot een teken van hoop. Ook in het Evangelie van vandaag wordt het als zodanig voorgesteld, als einde van de verschrikkingen en als overgang tot het leven voor de uitverkorenen kinderen Gods.

In de geschiedenis van onze civilisatie kent het kruis ook verschillende tijden. Als centrum van ons handelen en denken en als fundamentele drager van de Westerse beschaving, maar ook tijden van hevige bestrijding en minachting. Maar door alle veranderingen heen blijft het kruis een teken waarvan de mens zich niet los kan maken. Zowel voor- als tegenstanders zijn gericht op de werkelijkheid van het kruis, in positieve of negatieve zin. Denken wij maar aan het debat dat in veel Westerse landen wordt gevoerd over de openbare aanwezigheid van kruisbeelden in scholen en ziekenhuizen, rechtszalen of parlementen. Het kruis laat niemand neutraal. Door Christus is dit teken een teken van strijd geworden, die fundamenteel gaat over de aanwezigheid van God of het verdringen van de goddelijke werkelijkheid uit het leven en de geschiedenis van de mensen.

Vandaag zal er, na deze Mis, een processie worden gehouden met het Kruisreliek dat Frans Testa in 1660 uit een brandende kerk in Constantinopel heeft gered, waarbij hij zijn eigen leven riskeerde. Hij heeft dit gedaan omdat het Kruis voor hem een positieve en dragende werkelijkheid was, en omdat hij wist dat alles door het Kruis van Christus aan ons is geschonken en dat Christus door het Kruis alles opnieuw tot Zich zal trekken. Hij wist dat tussen deze twee uiterste momenten het menselijke leven door het Kruis gezien en bepaald moet worden. Frans Testa heeft zijn heldendaad verricht omdat hij gedragen werd, en wilde dat ook de menselijke samenleving gedragen zou worden, door dit Kruis van Christus, dat bevrijding schenkt en toegang verleent tot de hemelse heuvelen, waarnaar een ieder streeft in het verlangen naar volheid van het leven. Frans Testa kende de naam en het middel van dit streven: het heilig Kruis van Christus. Amen.


13 november 2011

Preek voor de tweeëntwintigste zondag na Pinksteren

Geeft aan de keizer, wat van de keizer, en aan God, wat van God is.

Epistel
Phil. 1, 6-11
Broeders, wij hebben het vaste vertrouwen in de Heer Jezus, dat Hij, Die een goed werk in u begonnen is, het ook tot voltooiing zal brengen tot op de dag van Christus Jezus. Het is toch ook alleszins redelijk, dat ik zo over u allen denk; want het blijft mij steeds in de gedachte, dat gij zowel in mijn gevangenschap als bij de verdediging en bevestiging van het Evangelie allen de deelgenoten waart van mijn blijdschap. God immers is mijn getuige, hoezeer ik naar u allen verlang in de liefde van Jezus Christus. En dit is mijn bede: dat uw liefde meer en meer moge toenemen door kennis en volledig begrip, en gij daardoor tot beter inzicht van het goede moogt komen; opdat gij rein en zonder smet moogt zijn tegen de dag van Christus, rijk beladen met vrucht van gerechtigheid door Jezus Christus tot eer en glorie van God.

Evangelie
Mt. 22, 15-21
In die tijd gingen de farizeeën heen en beraadslaagden, hoe zij Jezus met een strikvraag zouden vangen. En zij zonden hun leerlingen op Hem af, samen met de Herodianen, om te vragen: Meester, wij zijn overtuigd, dat Gij oprecht zijt, en de weg Gods naar waarheid leert, en niemand naar de ogen ziet; want Gij kent geen aanzien des persoons. Zeg ons dus: Wat dunkt U: Is het geoorloofd aan de keizer belasting te betalen, of niet? Maar Jezus doorzag hun boos opzet, en zei: Wat tracht gij Mij op de proef te stellen, huichelaars! Laat Mij eens een belastingpenning zien! Zij hielden Hem dan een tienling voor. En Jezus vroeg hun: Van wie is dat beeld en dat opschrift? Zij antwoordden hem: Van de keizer. Toen zei Hij hun: Geeft dan aan de keizer, wat van de keizer, en aan God, wat van God is.

Preek
Aan God komt alles toe: lichaam, ziel en wil, want van Hem ontvingen wij dat alles, en door Hem wordt het behouden en vermeerderd. Daarom is het passend dat wij alles teruggeven aan Hem, aan Wie wij zowel begin als voortgang verschuldigd zijn. Geef Hem de bron, dan geeft u Hem alles wat uit de bron voortvloeit. Geef Hem de innerlijke citadel van de ziel, schenk Hem uw hart en uw geest. Dat alles komt God toe. Pas dan zijn wij in staat om te begrijpen waarom Jezus in het Evangelie van vandaag op de strikvraag van de herodianen zegt: “Geeft aan de keizer, wat van de keizer is, en aan God, wat van God is.” In feite vraagt Jezus ons alles wat substantieel en wezenlijk is aan God te geven, en het tijdelijke aan de keizer.

Dit antwoord is voldoende, want als wij werkelijk ons binnenste overleveren aan God, dan zal Zijn rijk zich uitbreiden over alle wijken en buitenposten van het leven die aan onze uitwendige activiteiten verbonden zijn, dus over ons doen en over ons spreken. Deze vestiging van Gods heerschappij over al onze daden, het uitvloeien van Zijn rijk naar alle uithoeken van ons bestaan, verloopt bij de ene mens vlugger dan bij de andere. Dit is onder meer afhankelijk van ons temperament. Maar dit proces gaat altijd gepaard met het regelmatig afleggen van de biecht.

In ons innerlijk ligt de toegangspoort van Gods genade. Maar hoe houden wij die poort geopend? Dat doen we eerst en vooral door gebed en door beschouwing van de goddelijke mysteries; door het gesprek dat geen einde neemt, dat een voedzaam zwijgen wordt, geobserveerd voor het aanschijn van de Heer; met andere woorden door de gemeenschap van onze menselijke geest met de Geest Die heiligt.

Beminde gelovigen, God komt alles toe, omdat alles wat wij Hem kunnen offeren reeds lang voordat wij het aan Hem offeren van Hem is. En toch verlangt Hij deze offergave. God, Die niets behoeft, vraagt ons Hem Zijn eigen gaven aan te bieden, omdat Hij Zichzelf aan ons wil meedelen, wanneer wij Hem met liefde benaderen. Als wij Hem onze oude mens geven, dan krijgen wij een nieuwe en geheiligde natuur terug die bestemd is om eeuwig in Zijn heerlijkheid voort te leven.

Alles wat wij aan God geven, dat krijgen wij in overvloed terug. Dat begint reeds hier op aarde door het alles overtreffende geloof, en door de vrede die dit geloof ons schenkt als begin van het eeuwig leven. Amen.


12 november 2011

Twee video's van de pontificale Hoogmis door kardinaal Burke

Offertorium
Vocaal ensemble SiX zingt Beati Quorum via van componist Charles Villiers Stanford.




Laatste Confiteor en communieuitreiking



3 november 2011

Van de parochie-administrator: Afscheid en hoog bezoek

Beminde gelovigen,

Op zondag 30 oktober jl. hebben wij afscheid genomen van pater Andrzej Komorowski. Wij zijn dankbaar voor al het goede dat hij in de afgelopen drie jaar heeft gedaan voor de zielen bij de Agneskerk en elders in het land. Wij zijn zowel verdrietig – omdat hij ons gaat verlaten –, als verheugd – omdat andere gelovigen (in het Belgische Namen) nu mogen profiteren van deze goede en devote priester. Met ons begeleidend gebed kunnen wij hem ondersteunen in zijn nieuwe pastorale taak. En wij hopen hem nog regelmatig in de Agneskerk terug te zien.

De maand november brengt het hoge bezoek van kardinaal Burke (foto) aan onze kerk. Ik vertrouw erop dat u allen aanwezig zult zijn om Zijne Eminentie te verwelkomen en hem een indruk te geven van de levenskracht en de gods¬dienstigheid van het traditionele katholicisme. Dat een hoge Romeinse prelaat ons bescheiden apostolaat komt bezoeken laat duidelijk zien dat de tijden waarin de ‘oude Mis’ in het verborgene moest worden opgedragen voorbij zijn, en dat langzamerhand de zegeningen van het traditioneel-katholieke geloof ook door Rome worden herkend.

De pontificale Hoogmis op zondag 6 november begint om 10.30 uur; het Rozenkransgebed komt die dag te vervallen.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie


30 oktober 2011

Preek voor het feest van onze Heer Jezus Christus, Koning

Epistel
Kol. 1, 12–20
Broeders, wij brengen dank aan God de Vader, Die ons waardig heeft gemaakt deel te mogen hebben aan het lot der heiligen, in het volle licht. Hij heeft ons ontrukt aan de macht der duisternis en overgebracht naar het rijk van Zijn beminde Zoon, in Wie wij de verlossing bezitten, de vergiffenis der zonden, door de kracht van Zijn Bloed. Deze is het beeld van de onzichtbare God, geboren vóórdat alles geschapen werd; want in Hem werd alles geschapen, wat in de hemel en op aarde is, het zichtbare en het onzichtbare, tronen zowel als heerschappijen, overheden en machten; alles is door Hem en in Hem geschapen. Zo bestaat Hij vóór allen, en alles bestaat in Hem. Hij is ook het Hoofd van het lichaam, dat wil zeggen van de Kerk. Hij is het begin, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de eerste plaats zou hebben. Want het was besloten, dat in Hem alle volheid zou wonen, en dat Hij vrede zou brengen door het Bloed van Zijn kruis en door Zijn toedoen alles weer met God zou verzoenen, wat op de aarde of wat in de hemel is: in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 18, 33–37
In die tijd zei Pilatus tot Jezus: Zijt Gij de Koning van de joden? Jezus antwoordde: Stelt gij die vraag uit u zelf of hebben anderen u dat van Mij gezegd? Pilatus hernam: Ben ik dan soms een jood? Uw eigen volk en de opperpriesters hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt Gij gedaan? Jezus gaf ten antwoord: Mijn rijk is niet van deze wereld. Als Mijn rijk van deze wereld was, zouden ongetwijfeld Mijn dienaren er voor strijden, dat Ik niet aan de joden werd overgeleverd; maar Mijn rijk is nu eenmaal niet van hier. Toen zei Pilatus tot Hem: Dus Kóning zijt Gij? Jezus antwoordde: Ja, gij zegt het; Kóning ben Ik. Daartoe ben ik geboren en daartoe juist in de wereld gekomen, om te getuigen voor de waarheid. Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar Mijn stem.

Evangelie
De Kerk richt vandaag onze ogen op Christus Die als Koning over de schepping heerst. Aan Hem behoort de opperste macht en heerschappij over het heelal, over de Kerk en over de maatschappij. Alles is aan Hem onderworpen. De heilige Paulus geeft ons in zijn epistel een korte beschrijving van Christus’ koningschap.

Ten eerste is Christus ‘Koning van het heelal’, want “in Hem en door Hem is alles geschapen”. Dit koningschap strekt zich uit van het ene eind der aarde tot het andere. Het duurt eeuwig en is allesomvattend. Al wat ooit geschapen werd is door Hem tot bestaan geroepen en bestaat door Zijn Wil. Hij draagt alles door het woord van Zijn macht.

Ten tweede is Christus ‘Koning van de Kerk’, want “Hij is ook het Hoofd van het Mystieke Lichaam”. Van Hem krijgen alle ledematen het leven en beweging. Aan Hem gaf God de volheid van alles wat Hij aan de verlosten wilde schenken. Wij kunnen alleen door Hem en in Hem gered worden. Er is geen andere Naam aan de mensen gegeven, waarin zij gered kunnen worden. Christus is de offergave geworden tot verzoening van de mensheid en door Zijn kruisdood heeft Hij een eeuwig priesterschap en een algemeen koningschap verworven.

Uiteindelijk is Christus ‘Koning over de gemeenschap van alle volken’. Aan Hem is alle macht gegeven in de hemel en op aarde, en iedereen moet en zal Zijn gezag erkennen en aanvaarden.

De Kerk herinnert ons er door haar liturgie aan dat Christus Koning is, dat Christus de Heer van de wereld is. Maar tegelijkertijd zegt het Evangelie ons dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld is. Zijn heerschappij is niet van het soort dat wij in deze wereld kennen, namelijk anderen tot gehoorzaamheid dwingen door kracht en onderdrukking. Hij wil pas koning genoemd worden op Zijn kruis, juist als Hij van alle uiterlijke macht ontdaan is, als Hij volledig liefde is geworden. Als Hij Zijn armen uitstrekt in machteloze liefde, dan wil Hij koning genoemd worden. Daarin ligt Zijn overwinning en Zijn heerschappij: in de macht van de liefde. Hij wil regeren over ons met geen andere macht dan die van liefde.

Naast de liefde staat de waarheid als karakteristiek van Christus’ koninkrijk. Hij kwam om getuigenis van de waarheid af te leggen. En deze waarheid komt ook niet van deze wereld, maar van God. Uit God zijn wij allen voortgekomen en tot Hem moeten wij terugkeren. We zijn met alle banden van ons bestaan aan Hem gebonden. Jezus heeft ons geleerd hoe we moeten leven en hoe we moeten sterven. Wie Christus zoekt, onderwerpt zich totaal aan Hem en wil ook in alles afhankelijk van Hem zijn. Hij vindt waarheid en leven, naar Jezus’ eigen woorden: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”. Wie aan Hem onderdanig is, vindt de ware vrijheid.

Beminde gelovigen, ieder van ons is van Christus afhankelijk: Hij is de enige Redder voor iedereen. Hij is de enige Waarheid en de Weg door dit leven. Hij is ook onze Koning. En hoe meer wij inwendig Zijn heerschappij erkennen en aanvaarden, des te meer zal de goddelijke rijkdom van liefde ons vervullen met licht en kracht.

Bidden wij vandaag voor onszelf, dat wij altijd aan Christus trouw blijven, maar ook voor alle andere mensen die nog niet erkennen dat Christus koning is. Hij schenkt ons de verzoening met de Vader, liefde, vrede en genade. Bidden wij dat wij allen deze gaven willen ontvangen. Amen.


Psalm 150 - César Franck


Frans
Hallelujah. Louez le Dieu, caché dans ses saints tabernacles, Louez le Dieu qui règne en son immensité. Louez-le dans sa force et ses puissants miracles. Louez-le dans sa gloire et dans sa majesté. Louez-le par la voix des bruyantes trompettes. Que pour lui le nébel se marie au kinnor. Louez-le dans vos fêtes au son du tambourin, sur l’orgue et sur le luth, chantez, chantez encor. Que pour lui dans vos mains résonne la cymbale aux accords éclatants et joyeux. Que tout souflle vivant, tout soupir qui s’exhale dise: louange à lui, louange au Roi des cieux. Louez-le dans vos fêtes, chantez, chantez toujours. Hallelujah.

Nederlands
Halleluja. Looft God in Zijn heiligdom, looft Hem in Zijn machtig uitspansel. Looft Hem om Zijn kracht, Zijn daden; looft Hem om Zijn mateloze grootheid. Looft Hem met een stoot op de ramshoorn, looft Hem met harp en lier, looft Hem met beltrom en rondedans, looft Hem met citer en fluit, looft Hem met strijkende cimbels, looft Hem met slaande cimbalen; ja, iedereen die adem heeft, looft de Heer. Halleluja.


28 oktober 2011

Zondag a.s.: Afscheid van pater Andrzej Komorowski FSSP

Zondag 30 oktober viert de Kerk het feest van Jezus Christus, Koning (althans dat deel van de Kerk dat het missaal van 1962 aanhoudt). De Hoogmis om 11.00 uur zal worden opgedragen door pater Andrzej Komorowski FSSP, die dan afscheid neemt van onze parochie.

Pater Komorowski heeft ruim drie jaar gewerkt in de Sint-Agnesparochie. Hij is overgeplaatst naar het apostolaat van de priesterbroederschap Sint Petrus in de stad Namen in België. We zullen hem bijzonder gaan missen.

Na afloop van de Hoogmis op zondag is er voor iedereen gelegenheid om afscheid van hem te nemen tijdens het koffiedrinken in de pastorie.

Als afscheidscadeau krijgt pater Komorowski een fraai kazuifel aangeboden. Wilt u aan dit cadeau bijdragen, dan kunt u uw gift storten op bankrekening 311311 ten name van kerkbestuur Sint-Agnesparochie te Amsterdam, onder vermelding van ‘afscheidsgeschenk pater Komorowski’.