Dit jaar presenteren we u een missieproject van de priesterbroederschap Sint Petrus (FSSP) in Colombia (Zuid-Amerika).
Vlakbij de hoofdstad Bogota beheert de FSSP een project voor straatkinderen. Zij krijgen daar onderdak en onderwijs. Er is geld nodig voor onder meer de bouw van een studiecentrum en voor ondersteuning van het pastorale werk.
U kunt uw vastenbijdrage storten op bankrekening 4930515 t.n.v. R.-k. Sint-Agnesparochie te Amsterdam (o.v.v. ‘Vastenactie’) of deponeren in de ronde collectebus achter in de kerk. Deze blijft staan tot en met zondag 15 april.
29 maart 2012
Vastenactie 2012: Colombia
25 maart 2012
Preek voor Passiezondag
![]() |
| De passie van Christus. |
Epistel
Hebr. 9, 11-15
Broeders, Christus is opgetreden als Hogepriester van de goederen der toekomst. En door een grotere en volmaaktere tabernakeltent – niet met handen gemaakt en niet van deze schepping – is Hij, niet met bloed van bokken of kalveren, maar met Zijn eigen Bloed, eens en voor altijd binnengaan in het Heiligdom, en heeft eeuwiggeldende verlossing bewerkt. Want als het bloed van bokken en stieren, en de besprenkeling met de as van een koe onreinen kan heiligen, zodat zij uiterlijk gereinigd worden, hoeveel te meer zal dan het Bloed van Christus, Die door de Heilige Geest Zichzelf als smetteloos offer aan God heeft opgedragen, ons geweten van dode werken zuiveren, om voortaan de levende God te dienen. En juist daarom is Hij Middelaar van een Nieuw Verbond, opdat door tussenkomst van Zijn dood de overtredingen, onder het vroegere Verbond bedreven, zouden worden afgekocht, en zij, die geroepen zijn, de belofte van de eeuwige erfenis zouden ontvangen, in Christus Jezus, onze Heer.
Evangelie
Joh. 8, 46-59
In die tijd sprak Jezus tot de scharen der joden: Wie uwer kan Mij enige zonde bewijzen? Als Ik u de waarheid zeg, waarom gelooft gij Mij dan niet? Iemand, die uit God is, luistert naar Gods woorden. Dáárom luistert gij niet, omdat gij niet uit God zijt. De joden gaven Hem ten antwoord: Zeggen wij niet met recht, dat Gij een Samaritaan zijt en van de duivel zijt bezeten? Jezus antwoordde: Ik ben niet van de duivel bezeten, maar Ik verheerlijk Mijn Vader; en gij tast Mij in Mijn eer aan. Ik echter zoek Mijn eer niet; Eén is er, die ze zoekt en die oordeelt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie Mijn woord onderhoudt, zal de dood niet zien in eeuwigheid. Toen zeiden de joden: Nu weten wij zeker, dat Gij van de duivel bezeten zijt! Abraham is gestorven en ook de profeten, en Gij zegt: wie Mijn woord onderhoudt, zal de dood niet sterven in eeuwigheid. Zijt Gij dan groter dan onze vader Abraham, die wèl gestorven is! Ook de profeten zijn gestorven. Voor wie houdt Gij Uzelf toch wel? Jezus antwoordde: Indien Ik Mijzelf verheerlijk, dan betekent Mijn heerlijkheid niets; het is Mijn Vader, Die Mij verheerlijkt: Hij, van Wie gij zegt, dat Hij uw God is; maar gij kent Hem niet! Ik echter ken Hem. En als Ik zei, dat Ik Hem niet kende, dan zou Ik een leugenaar zijn, zoals gij. Maar Ik ken Hem, en Ik onderhoud Zijn woord. Uw vader Abraham verheugde zich er op Mijn dag te mogen zien; hij heeft die gezien en zich verblijd. Doch de joden zeiden tot Hem: Gij zijt nog geen vijftig jaar oud, en Gij hebt Abraham gezien? Jezus gaf hun ten antwoord: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóórdat Abraham werd, ben Ik. Toen grepen zij stenen op, om Hem te stenigen; maar Jezus trok Zich terug, en verliet de tempel.
Preek
Laten wij de vrijheid aanbidden van Jezus’ liefde in Zijn smartelijk en gezegend lijden. “Niemand ontneemt Mij het leven, maar Ik leg het vrijwillig af.” Jezus gaf Zijn leven in vrijheid, omdat Hij het Zelf wilde, omdat Zijn uur, dat Hij Zelf nabijgebracht had, gekomen was. Juist daarom, om die opperste vrijheid van een goddelijke liefde, is Zijn dood het grootste bewijs, maar ook de hoogste openbaring van God Die de liefde is.
Jezus heeft dus vrijwillig Zijn kruis gedragen en de bloedige, schandelijke dood op Zich genomen. Vrijheid is de edele en onontbeerlijke eigenschap van de liefde. Hoe vrijer deze wordt geschonken, hoe zuiverder zij is. Ook van ons vraagt God de vrijheid van de liefde die Zijn genade oogsten wil.
Om deze te oogsten moet onze liefde allereerst bevrijd worden van de ketenen die haar gevangen houden, die haar binden aan het aardse en vergankelijke. Niet zelden moet onze liefde nog dieper bevrijd worden, omdat zij dieper gevangen zit dan slechts de oppervlakte van het aardse. Dat is wanneer zij door de zonde wordt gebonden.
Ons vasten en onze oefeningen van versterving dienen deze vrijheid te verkrijgen, waardoor wij ons met het lijden van Christus als bewuste en vrije daad kunnen verenigen. Alleen op die manier worden de verdiensten van Zijn overgave ook op ons toegepast en worden wij in staat gesteld om eens met Hem te verrijzen.
Het heil dat God aan iedereen wil schenken kent geen andere voorwaarde dan de liefde. Nu mogen wij de liefde niet als een sentimentele houding van het menselijke gevoel begrijpen. In het christendom verstaan we onder de liefde de vrije overgave die alles wil geven zonder daar voor zichzelf iets voor terug te krijgen. Dat betekent dat wij ons leven aan God moeten schenken omdat Hij God is. Dat wij Zijn heilige Wil willen voltrekken omdat het Zijn wil is. Het betekent zelfs dat wij onszelf moeten verloochenen en het kruis moeten opnemen om Christus na te volgen. Het betekent ook dat wij alles doodverklaren, alles in ons leven dat niet van God komt of tegen Zijn Wil ingaat, rechtstreeks door Hem gesproken of bij monde van Zijn heilige Kerk.
Beminde gelovigen, onze bekering is nog lang niet voltooid. Laten wij dus oppassen voor elke vorm van zelfverheerlijking. Amen.
18 maart 2012
Preek voor de vierde zondag van de Vasten (Zondag Laetare -- Halfvasten)
![]() |
| De wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. |
Epistel
Gal. 4, 22-31
Broeders, er staat geschreven, dat Abraham twee zonen had: één bij zijn slavin, en één bij zij vrijgeboren vrouw. Maar die van de slavin werd geboren op gewoon-natuurlijke wijze; die van de vrije vrouw echter krachtens de belofte. Deze dingen hebben een diepere zin. Het zijn twee verbonden. Het ene is van de berg Sinai; het brengt slavenkinderen voort. En dat is Agar; want de berg Sinai is gelegen in Arabië. En deze houdt verband met het Jeruzalem van thans, dat immers met haar kinderen verkeert in slavernij. Maar het andere, het Jeruzalem van boven, is vrij; en dat is de moeder van ons. Er staat immers geschreven: "Verblijd u, gij onvruchtbare, die geen kinderen voortbrengt; breek uit in gejubel, gij, die geen moedersmart kent; want de kinderen van de vrouw die verlaten staat, zijn talrijker dan die van haar, die de man bij zich heeft." En wij, broeders, wij zijn – evenals Isaac – kinderen van belofte. Maar zoals destijds de zoon, die naar het vlees geboren was, de ander vervolgde, die was geboren naar de geest, zo geschiedt het ook nu. Maar wat zegt de Schrift? "Jaag de slavin met haar zoon weg; want de zoon van de slavin zal niet meeërven met de zoon van de vrije vrouw." Derhalve, broeders, wij zijn geen slavenkinderen, maar kinderen van de vrije vrouw. En deze vrijheid heeft Christus ons bewerkt.
Evangelie
Joh. 6, 1-15
In die tijd begaf Jezus Zich naar de overzijde van het meer van Galilea of Tiberias. En een grote menigte volgde Hem, omdat zij de wonderen zagen, die Hij aan de zieken verrichtte. Dan besteeg Jezus het gebergte en zette Zich daar neer met Zijn leerlingen. Het was kort vóór Pasen, het grote feest van de joden. Toen Jezus de ogen opsloeg en zag, dat er zeer veel volk tot Hem kwam, zei Hij tot Philippus : Wáár zullen wij brood kopen, opdat zij wat te eten hebben? Hij zei dit echter, om hem op de proef te stellen, want Hij voor Zich wist wel, wat Hij zou doen. Philippus gaf Hem ten antwoord: Voor tweehonderd tienlingen brood is nog niet genoeg voor hen, om voor ieder ook maar een weinig te kunnen krijgen! Toen zei Hem een van Zijn leerlingen, Andreas, de broeder van Simon Petrus: Hier is een jongen, die vijf gerstebroden heeft en twee vissen; maar wat betekent dat voor zovelen! Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. – Er was namelijk veel gras daar ter plaatse – Zij zetten zich dan neder, de mannen ongeveer vijfduizend in getal. Toen nam Jezus de broden, sprak een dankgebed en deelde er van uit aan hen, die daar gezeten waren; eveneens ook van de vissen, zoveel als ieder wenste. En toen zij verzadigd waren, zei Hij tot Zijn leerlingen: Verzamelt de overgebleven brokken, opdat ze niet verloren gaan! Zij verzamelden ze dan, en vulden twaalf korven met brokken, die er van de vijf gerstebroden waren overgebleven, nadat zij gegeten hadden. Toen nu die mensen het wonder zagen, dat Jezus verricht had, zeiden zij: Deze is werkelijk de Profeet, die in de wereld moet komen! Maar Jezus begreep, dat zij zouden komen, om Hem mee te nemen en koning te maken; daarom trok Hij Zich weer terug in het gebergte. Hij alleen.
Preek
Wanneer wij de veertig dagen die de Vastentijd duurt bezien in vergelijking met de veertig jaar durende wandeling van de joden in de woestijn, een wandeling die hen voerde van slavernij naar vrijheid, dan begrijpen wij dat ook ons vasten nu een wandeling naar bevrijding zou moeten zijn, Geen bevrijding van lichamelijke slavernij, maar van geestelijke slavernij die ons door de zonde wordt opgelegd.
Als wij naar deze bevrijding verlangen, dan is deze vierde zondag, midden in de Vasten, een teken van vreugde. Het aan de bevrijde joden beloofde land was Israël; het beloofde land van het Nieuwe Verbond is de verlossing en het eeuwig leven in het koninkrijk van God. Het is deze belofte die wij, midden in de vastentijd, als een silhouet aan de horizon zien. Dit wekt in ons de vreugdevolle hoop dat ook wij aan deze belofte mogen deelhebben.
Deze vreugde geeft ons ook hernieuwde moed en kracht om ons nog ernstiger en dieper te verenigen met het lijden en sterven van de Heer. Wij moeten ons met Hem verenigen, anders zouden wij niet met Hem in het beloofde land kunnen leven. De joden ontvingen door tussenkomst van Mozes de wet om met God te kunnen leven in het beloofde land dat Hij hun zou geven. Ook wij ontvangen deze wet, maar nu in zijn volledige vorm, de heiligmakende genade, om met God te kunnen leven. Door ons vasten willen wij deze genade ons steeds dieper laten vormen en herschapen, door het uitroeien van de overblijfselen van de oude mens.
Het vasten is daarom, beminde gelovigen, geen zelfpijniging, maar een beweging naar vrijheid toe, de vrijheid die God mogelijk maakt wanneer wij Zijn wet onderhouden. Deze wet houdt ook in dat wij leven volgens de aanwijzingen van de Kerk, want door haar schenkt, beschermt en vermeerdert God de genade. Amen.
17 maart 2012
Novenenreeks gedurende één jaar tot Sint Jozef
Maandag 19 maart viert de Kerk het hoogfeest van Sint Jozef, bruidegom van de heilige maagd Maria, patroon van de gehele Kerk. Wij hebben hem gekozen als bijzondere patroon aan wie wij de toekomst van het Agneskerkgebouw en het daaraan verbonden traditionele apostolaat van de priesterbroederschap Sint Petrus toevertrouwen.
De hemel wil gevraagd worden, zij wil bestormd worden met onze gebeden. Daarom starten we op 19 maart met een novenenreeks die één jaar zal duren tot 19 maart 2013. In een estafette zullen steeds enkele gelovigen, die zich daarvoor hebben aangemeld, verantwoordelijk zijn voor een noveen ter ere van Sint Jozef. De noveen bestaat uit een kort dagelijks smeekgebed tot de Voedstervader van onze Heer Jezus Christus, een Onze Vader, een Wees Gegroet, en de litanie van Sint Jozef. Dagelijks kost het gebed ongeveer tien minuten van uw tijd.
Wie wil deelnemen -- en dat kan ook meerdere keren in het jaar -- kan zich opgeven bij pater M. Knudsen, persoonlijk of per e-mail. U ontvangt dan tijdig een boekje met de gebeden per dag en een opgave van de noveendagen die voor u van toepassing zijn.
Jozef, beschermer van de heilige Kerk, bid voor ons.
11 maart 2012
Preek voor de derde zondag van de Vasten
Epistel
Ef. 5, 1-9
Broeders, weest navolgers van God, als Zijn veelgeliefde kinderen; en leeft in liefde, zoals ook Christus ons heeft liefgehad en Zichzelf voor ons heeft overgeleverd als een gave en een offer van welriekende geur voor God. Ontucht echter en onreinheid of hebzucht mag onder u zelfs niet genoemd worden, zoals het heiligen past; evenmin iets oneerbaars, onbehoorlijke scherts of dubbelzinnige taal, die niet te pas komt; maar veeleer gebeden van dankzegging. Want weet en beseft het wel: niemand, die zich overgeeft aan onkuisheid of onreinheid of aan hebzucht – wat afgodendienst is – zal een erfdeel ontvangen in het rijk van Christus en van God. Laat niemand u misleiden met ijdel gepraat; want om zulke dingen komt Gods toorn over de weerspannige mensen. Daarom moet gij met hen niet meedoen. Want vroeger waart gij duisternis; maar nu zijt gij licht, in de Heer. Gedraagt u dus als kinderen van het licht. De vrucht namelijk van het licht bestaat in louter goedheid en rechtvaardigheid en waarheid.
Evangelie
Lc. 11, 14-28
In die tijd dreef Jezus een duivel uit, die stom was. En toen Hij de duivel uitgedreven had, begon de stomme te spreken, en de menigte stond verbaasd. Maar sommigen onder hen zeiden: Door Beëlzebub, de vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit! En anderen, die Hem op de proef wilden stellen, verlangden van Hem een teken uit de hemel. Maar Hij kende hun gedachten, en zei tot hen: Ieder rijk, dat innerlijk verdeeld is, zal ten gronde gaan, en het ene huis zal op het andere vallen. Wanneer dus ook de Satan innerlijk verdeeld is, hoe zal zijn rijk dan kunnen standhouden? Gij zegt immers dat Ik door Beëlzebub de duivels uitdrijf. Maar als Ik door Beëlzebub de duivels uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn. Doch als Ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf, dan is inderdaad het rijk van God onder u gekomen! Zolang een sterke man in volle wapenrusting zijn erf bewaakt, is geheel zijn bezit in veiligheid. Maar als er iemand komt, die sterker is dan hij, en hem overmeestert, dan ontneemt hij hem al zijn wapens, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit. Wie niet mét Mij is, is tégen Mij, en wie niet verzamelt met Mij, verstrooit! Wanneer de onreine geest uit iemand is weggegaan, zwerft hij rond in dorre streken, waar hij zoekt naar rust. En als hij die niet vindt, zegt hij: Ik ga terug naar mijn huis, waar ik ben uitgegaan! En bij zijn komst vindt hij het schoongeveegd en in orde gebracht. Dan gaat hij zeven andere geesten halen, nog bozer dan hijzelf, en zij treden daar binnen, en vestigen er hun verblijf. Zo wordt de laatste toestand van die mens nog erger dan de eerste. En terwijl Hij zo sprak, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: Welzalig de schoot, die U mocht dragen, en de borst, die U mocht voeden! Maar Hij zei: Ja, waarlijk zalig zij, die het woord Gods aanhoren en het bewaren!
Preek
Dit is de tijd dat onze ogen steeds op de Heer gericht moeten zijn. Het is zeker dat de naar God strevende mens gemakkelijk op de weg van de verlichting terechtkomt, maar het is even zeker dat de meeste christenen op deze weg weinig vorderingen maken en dat slechts weinigen op aarde het einddoel -- de vereniging met God -- bereiken.
De meesten van ons, onder wie ook wij in deze kerk vandaag, schrikken terug voor de offers die God vraagt en stellen zich tevreden met de minimale weg van de gewone zaligheid. Zij gebruiken, om dit in stand te houden, het veiligheidssysteem van de vermijding van de zware zonden. Dat is sowieso goed, maar een goed geestelijk leven bestaat uit meer dan het vermijden van zware zonden uit angst voor de toekomstige straf. Het geestelijk leven is een leven met God en alleen voor God. Ons vasten dient ertoe dat wij deze werkelijkheid met God kunnen bereiken en om nieuwe liefde voor Hem op te wekken.
Wij moeten de moed opbrengen om onze ogen op Hem te fixeren. Als onze ogen altijd op Hem zijn gericht, dan worden wij zozeer verblind door Zijn heerlijkheid en dan wordt onze ziel zodanig bevangen door het verlangen om deel te hebben aan Zijn liefde dat zij niet meer aarzelt het kruis te omhelzen. Wij moeten Hem willen aanzien en onze geest terugbuigen, keer op keer, van het geschapene naar God, dus ons steeds afwenden van het aardse en omkeren naar God.
Wat moeten wij dus concreet doen, beminde gelovigen?
• Onszelf dwingen ingetogen te worden, om rustig en in een voedende stilte bij Hem te verwijlen.
• Wij moeten niet te gauw menen, als wij vurigheid voor God voelen, dat wij het zuivere gebed hebben bereikt, want zo bidt men zelden echt.
• Wij moeten ons steeds laten leiden door de aanwijzingen van de Kerk, en haar vermaningen volgen.
• De nederige ziel, die God zoekt, vermijdt het eigen oordeel over alle zaken die in strijd zijn met de aanwijzingen van de Kerk.
• Wij moeten ons in alles laten leiden, waarbij wij meer op de leider dan op onszelf vertrouwen.
Wanneer deze nederigheid van hart ons bezielt, dan kunnen wij de nodige vooruitgang in het geestelijke streven bereiken. Amen.
7 maart 2012
Van de parochie-administrator: Noveengebed tot de heilige Jozef
Beminde gelovigen,
De maand maart is in het bijzonder toegewijd aan de heilige Jozef, de patroon van Gods heilige Kerk. Ook wij willen hem aanroepen als onze bijzondere patroon om zijn voorspraak en hulp af te smeken over de Agneskerk.
Op maandag 19 maart vieren we het hoogfeest van Sint Jozef. Het is mijn intentie om op die dag te beginnen met een novenenreeks van een jaar om daarmee zijn bijstand af te smeken en hem de leiding over onze toekomst toe te vertrouwen. Gelovigen die willen meedoen aan deze voor onze kerk belangrijke novenenreeks kunnen zich bij mij aanmelden. U ontvangt dan de tekst van het noveengebed en een opgave van de kalenderdagen waarop u voor dat gebed verantwoordelijk bent.
Daarmee vertrouw ik erop dat de toekomst van ons apostolaat en kerkgebouw in goede handen is gelegd.
Ik wens u een gezegende Vastentijd toe.
Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie
4 maart 2012
Preek voor de tweede zondag van de Vasten
Epistel
1 Tess. 4, 1-7
Broeders, gij hebt van ons geleerd, hoe gij u moet gedragen en aan God welgevallig zijn; wij bidden u daarom en bezweren u bij de Heer Jezus uw levenswandel zo ook in te richten, om zodoende nog meer vooruit te gaan. Gij kent immers de geboden, die ik u gegeven heb namens de Heer Jezus. Dit toch is de wil van God: dat gij heilig wordt; gij moet u onthouden van onkuisheid; onder u moet ieder zich een vrouw weten te verwerven in heiligheid en ere, niet in hartstocht en begeerlijkheid, zoals de heidenen, die God niet kennen. Laat niemand zich te buiten gaan en in deze zaak de rechten schenden van zijn broeder. Immers de Heer zal dit alles wreken, zoals wij u vroeger reeds gezegd en verzekerd hebben. God immers heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar om heilig te worden, in Christus Jezus, onze Heer.
Evangelie
Mt. 17, 1-9
In die tijd nam Jezus Petrus, Jacobus en diens broeder Johannes met Zich mee, en bracht hen op een hoge berg, waar zij alleen waren. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn aangezicht straalde als de zon, en Zijn klederen werden wit als sneeuw. En opeens verschenen hun Mozes en Elias, die met Hem spraken. Petrus nu nam het woord en zei tot Jezus: Heer, het is ons goed hier te zijn! Als Gij wilt, laten wij hier dan drie tenten bouwen: één voor U, één voor Mozes en één voor Elias. Terwijl hij nog sprak, overschaduwde hen op eenmaal een lichtende wolk; en plotseling klonk er uit de wolk een stem, die sprak: Deze is Mijn veelgeliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luistert naar Hem! Toen de leerlingen dit hoorden, vielen zij op hun aangezicht neer en werden zeer bevreesd. Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: Staat op, en vreest niet! Toen sloegen zij hun ogen op, en zagen niemand meer dan Jezus alleen. En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: Spreekt met niemand over deze verschijning, voordat de Mensenzoon van de doden is opgestaan.
Preek
De apostelen konden zich moeilijk verenigen met de gedachte aan het lijden en de dood van de Messias. Door Zijn glorievolle gedaanteverandering gaf Christus hun nogmaals het bewijs van Zijn godheid en een voorafbeelding van Zijn verrijzenis. Om ons aan te zetten tot hernieuwde ijver gedurende deze heilige vastentijd, toont de Kerk ons vandaag eveneens het beeld van de verheerlijkte Christus.
Het Evangelie van de gedaanteverandering des Heren bereikt zijn hoogtepunt in de woorden van de stem van God de Vader uit de wolk: “Deze is Mijn geliefde Zoon in Wie Ik Mijn welbehagen heb, luistert naar Hem.” Vanaf dat moment zal dus de stem van de Zoon weerklinken, en naar Hem moeten wij luisteren. De stem van de hemelse bruidegom is niet verstomd met het heengaan van Jezus van deze aarde; zij klinkt nog steeds door de verkondiging van Zijn heilige katholieke Kerk. Door deze Kerk -- Zijn mystieke Lichaam –- spreekt Hij nog steeds tot ons, en naar Zijn stem moeten wij luisteren.
Het is de stem die spreekt over het kruis en de vreugde van de geest; tegelijkertijd over zelfverloochening en hemelse beloften, over het rijk Gods en de Wil van God, over de liefde voor God en voor alle mensen. Laat het ook gezegd worden: deze hemelse stem is niet de luide stem die de wereld beheerst en die zo gemakkelijk wordt verstaan en zo gewillig begrip en gehoor vindt in onze moderne samenleving, omdat de donkere ondergrond van deze wereldse stem de lagere en onedele lusten van de mens aanspreekt: begeerlijkheid van het vlees en de ogen, rebellie tegen God en Zijn ordening. Achter deze wereldse stem staat degene die zich bij voorkeur hult in de gestalte van de engel van het licht en het gehele orkest van wereld en vlees blijft dirigeren, de satan.
De stem van de hemel is de stem die ons oproept om de wereld en haar lusten achter te laten en de hemelse vreugden reeds nu te beleven door het geloof en de dienst in de heilige Kerk. Het is de stem die ons oproept tot heilige zuiverheid in leven, woord en daad.
Dat is, beminde gelovigen, waartoe wij geroepen zijn om te bereiken: door het vasten de ziel te bevrijden van de tirannie van deze wereld, opdat onze ziel in staat is om te luisteren naar de stem vanuit de hemel. Om ons te bevrijden moeten wij de oude mens laten sterven en met haar alle verlangens van de wereld waarmee satan ons gebonden houdt. Wij moeten het hoge hemelse ideaal meer beminnen dan het kortzichtige aardse gevoel van plezier en het leven in het vlees van de oude mens. Weet dat de oude mens reeds veroordeeld is om eeuwig opgesloten te zijn in het hellevuur en dat alleen de nieuwe mens, die leeft door de rechtvaardigheid van de Godmens Jezus Christus, de hemelse vreugde kan binnentreden. Nu is er nog tijd om ons leven om te keren en daardoor deel te krijgen aan de belofte. Amen.
26 februari 2012
Preek voor de eerste zondag van de Vasten
![]() |
| Christus (midden) stuurt de duivel (rechts) weg. |
Epistel
2 Kor. 6, 1-10
Broeders, wij vermanen u te zorgen, dat gij Gods genade niet ontvangt zonder vrucht. Want er staat geschreven: "Op de tijd, die Mij behaagt, ga Ik u verhoren, en op de dag des heils, kom Ik u helpen." Zie, thans is het de tijd, die Hem behaagt, nu is het de dag van het heil. En aan niemand geven wij ook maar de minste aanstoot, opdat er geen smet geworpen worde op ons ambt; maar wij willen ons in alles tonen als dienaren van God, door veel geduld, in wederwaardigheden en noden en moeilijkheden, in geselslagen en gevangenschap en volksoploop, in zwoegen en waken en vasten; door reinheid en kennis - door lankmoedigheid en goedheid; door de Heilige Geest, door ongeveinsde liefde, door prediking van waarheid en door kracht van God; met de wapenen der gerechtigheid in rechter- en linkerhand; onder eer en smaad, - onder kwade of goede naam; als bedriegers, en toch waarachtig, - als onbekend, en toch welbekend; als bijna dood, en zie, wij leven; als geslagen en toch niet gedood; als bedroefde mensen, maar toch altijd blij; als arm, en toch maken wij velen rijk; als mensen, die niets hebben, en toch alles bezitten.
Evangelie
Mt. 4, 1-11
In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd, om door de duivel bekoord te worden. En na veertig dagen en veertig nachten gevast te hebben, gevoelde Hij tenslotte honger. Toen kwam de bekoorder tot Hem en zei: Als Gij de Zoon van God zijt, zeg dan, dat deze stenen brood worden. Doch Hij gaf ten antwoord: Er staat geschreven: "De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord, dat voortkomt uit de mond van God!" Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, en plaatste Hem boven op de tinne van de tempel, en sprak tot Hem: Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden; er staat immers geschreven: "Hij heeft over U bevelen gegeven aan Zijn engelen; en zij zullen U op de handen dragen, opdat Gij Uw voet niet zoudt stoten aan een steen." Maar Jezus zei tot hem: Oók staat er geschreven: "Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen!" Nogmaals nam de duivel Hem mee, naar een zeer hoge berg, en toonde Hem alle koninkrijken der wereld met hun heerlijkheid, en zei tot Hem: Dit alles zal ik U geven, als Gij neervalt en mij aanbidt. Toen sprak Jezus tot hem: Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: "De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen!" Toen ging de duivel van Hem weg, en er kwamen engelen, die Hem dienden.
Preek
Nu de Kerk -– en wij met haar -– aan de grote vasten is begonnen, is het goed ons te herinneren waarom wij door deze tijd van boete heengaan. Eens te meer gaan wij op naar de viering van het zalig lijden en sterven van Christus, en naar Zijn glorievolle verrijzenis, het hoogtepunt van het kerkelijk jaar. Het geheim van onze verlossing gaat zich andermaal voltrekken. Zullen wij het ongemerkt aan ons laten voorbijgaan, of zal het in ons de nodige weerklank vinden om ons te vervullen met nieuwe geestelijke kracht?
Vroeger was heel het maatschappelijke leven op deze voorbereidingstijd afgestemd. Wat daarvan is overgebleven is niets anders dan uiterlijk vertoon, zoals de viering van carnaval. De rust in de maatschappij op de grote dagen waarop onze verlossing zich voltrekt is ten prooi gevallen aan de winkeliers en aan de zucht naar plezier. Er blijven dus geen uiterlijkheden meer over die geschikt zijn om ons de ernst en de bezinning bij de brengen, die de vastentijd van ons vereist.
Nog ingrijpender is het dat de Kerk het noodzakelijk heeft gevonden om zich steeds meer aan te passen aan het moderne leven en mede daardoor de lichamelijke boetedoeningen heeft verzwakt. Dat berooft ons van een kostbaar hulpmiddel om ons in te werken in de ernst van de heilige vastentijd. Wij, christenen van de 21e eeuw, zijn dus meer dan ooit aangewezen op een persoonlijke, diepe bewustheid van ons christen-zijn om van deze vastentijd een heilzame tijd te maken. Het hangt van onszelf af of wij ons de tijd zullen gunnen om tot bezinning te komen, om weer eens de echtheid van ons christelijke leven in volle oprechtheid onder ogen te nemen. Daarbij zijn de volgende punten van groot belang:
Welke plaats neemt Christus in mijn leven in? Word ik door het alledaagse zo meegesleept dat ik geen behoefte meer voel naar het hogere en naar verlossing?
Door mijn doopsel behoor ik toe aan een wereld die alleen op God gericht is en die dus vaak in tegenstelling en in strijd is met de wereld waarin ik elke dag leef. Leef ik in de realiteit van mijn doopsel of ben ik reeds lange tijd een afgestorven ledemaat van het Lichaam van Christus, dat de Kerk is?
Wat komt er terecht van mijn Paasbiecht? Blijft deze oppervlakkig en vluchtig, zonder een diepe inwerking op mijn leven, of wil ik de moed vinden voor de benodigde verandering?
Wat betekent mijn Paascommunie? Zal zij in mijn ziel uiteindelijk de vereenzelviging met Christus worden?
Beminde gelovigen, indien wij deze punten door ons vasten en onze boetedoening kunnen realiseren, dan zal het vasten voor ons een zegen zijn en ons tot een nieuw leven leiden. Amen.
19 februari 2012
Preek voor Zondag Quinquagesima
Epistel
1 Kor. 13, 1-13
Broeders, al spreek ik ook de talen van de mensen en de engelen, maar ik zou de liefde missen, dan ben ik als schallend koper of als een schetterend bekken. En al heb ik ook profetengave, en al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, zelfs al heb ik een volmaakt geloof, zodat ik bergen kan verzetten, maar ik zou de liefde missen, dan ben ik niets. En al deel ik mijn gehele vermogen uit tot voedsel voor de armen, el al geef ik mijn lichaam prijs om te worden verbrand, maar ik zou de liefde missen, dan baat het mij niets. De liefde is lankmoedig, - zij is goedig, - de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet onbehoorlijk, - zij is niet verwaand, - zij is niet eerzuchtig; zij zoekt niet zichzelf, - zij wordt niet verbitterd, - het kwaad blijft zij niet indachtig; zij is niet verheugd over de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich met de waarheid; alles verdraagt zij; alles gelooft zij; - alles hoopt zij; alles verduurt zij. De liefde vergaat nooit, al zullen profetengaven ook verdwijnen, al zullen talen ook verstommen, al zal de kennis ook te niet gaan. Want onvolmaakt slechts is ons kennen, en onvolmaakt slechts is ons profetere; als echter het volmaakte komt, dan zal wat onvolmaakt is, zonder meer verdwijnen. Toen ik nog kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind; maar nu ik man geworden ben, heb ik aan het kinderlijke een eind gemaakt. Nu zien wij in een spiegel, vaag als in een raadsel; dan echter van aangezicht tot Aangezicht. Nu ken ik slechts onvolmaakt; dan echter zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend werd. Nu blijven nog: geloof, hoop en liefde, deze drie; de grootste echter van deze is de liefde.
Evangelie
Lc. 18, 31-43
In die tijd nam Jezus de Twaalf afzonderlijk bij Zich, en zeide hun: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en alles zal vervuld worden, wat door de profeten over de Mensenzoon geschreven is; want Hij zal worden overgeleverd aan de heidenen, en Hij zal worden bespot, mishandeld en bespuwd; en zij zullen Hem geselen en doden; - maar op de derde dag zal Hij verrijzen. Doch zij begrepen er niets van; dat woord was voor hen duister, en zij verstonden niet, wat er gezegd werd. Toen Hij nu Jericho naderde, zat er een blinde aan de weg te bedelen. Deze hoorde de menigte voorbij gaan, en vroeg, wat er te doen was. En men zeide hem: Jezus van Nazareth komt voorbij. Toen begon hij te roepen: Jezus, Zoon van David, ontferm U mijner! De mensen echter, die vooraan liepen, gaven hem dreigend te verstaan, dat hij moest zwijgen. Maar hij riep nog veel harder: Zoon van David, ontferm U mijner! Toen bleef Jezus staan, en liet hem bij Zich brengen. En toen hij bij Hem gekomen was, stelde Hij hem de vraag: Wat wilt gij, dat Ik voor u zal doen? En hij antwoordde: Heer, dat ik toch moge zien! Toen zeide Jezus hem: Word ziende! Uw geloof heeft u redding gebracht. En terstond kon hij zien, en hij volgde Hem, terwijl hij God verheerlijkte. En toen het volk dit zag, brachten zij allen lof aan God.
Preek
Vandaag breng de Kerk ons tot aan de toegangspoort van het grote vasten. Zij begeleidt ons daartoe met twee bijzonder mooie en heldere lezingen. In het epistel van de Mis houdt de apostel Paulus een lofprijzing over de liefde. De liefde wordt door geen enkele andere gave overtroffen en zij geeft leven en bezieling aan alle andere deugden die de mens nastreeft. De liefde is onvergankelijk; hier op aarde is zij de volmaakte glans van de hemelse gelukzaligheid, want daar zal alleen de liefde tot God overblijven.
Maar voordat dit hemelse vaderland voor ons opengaat moeten wij eerst naar Jeruzalem. Het is de goddelijke Verlosser Zelf Die ons in het Evangelie van vandaag zegt: “Zie, wij gaan op naar Jeruzalem.” Aanstaande woensdag begint de vasten. De vasten is de wandeling naar Jeruzalem; het vasten brengt ons naar het lijden, de dood en de verrijzenis van Christus.
Beminde gelovigen, het grote Paasdrama gaat zich opnieuw afspelen. De verlossingsdaad van Christus staat ons duidelijk voor ogen, maar beseffen wij wel dat wij ook zelf daarmee moeten instemmen om deel te krijgen aan deze verlossing? Begrijpen wij dat wij ons moeten zuiveren van zonde en van aardse zaken? Ik denk van niet. Hoeveel mensen nemen het geloof in zijn volle werkelijkheid waar? Niet velen. Ik hoef het u niet te vertellen, u weet het zelf: Het gaat niet goed met het leven van het geloof.
Het middel om het geloof sterk, fris en levend te houden is de ascese. Door vasten, bidden en het trouw vervullen van de godsdienstige verplichtingen en de geboden van God, kortom door de gang naar het Kruis om de oude mens te kruisigen en door de genade een nieuwe mens te worden, ondersteunen wij ons zwakke geloof.
Ik bid en hoop dat u allen van deze vasten de geestelijke vruchten van ommekeer en een diepere liefde tot God mag ontvangen. Dat het oefenen van het vasten een nieuwe bezinning in ons allen mag bewerkstelligen, waarbij alles voor God en tot Zijn meerdere eer en glorie wordt gedaan. Amen.
14 februari 2012
Van de parochie-administrator: Gebed en offers
Beminde gelovigen,
In de maand februari gaan wij de grote vastentijd in. Zoals altijd bereiden wij ons daarop voor door het 40-urengebed. Deze gebedsoefening wil ik graag van harte bij u aanbevelen, allereerst omdat u daarmee aan God het verschuldigde eerherstel kunt brengen, maar ook omdat het gebed voor het Allerheiligste Sacrament grote genaden verleent aan wie Hem komen aanbidden. Gedurende 40 uur zal het Allerheiligste tronen op het altaar, waarbij Het omgeven zal zijn door brandende kaarsen en biddende engelen.
Dit jaar willen wij God ook smeken om genadig naar onze kerk en ons apostolaat om te zien; dat wij het doel dat wij tot Zijn eer willen bereiken, namelijk het eigendom van de Agneskerk overnemen, ook daadwerkelijk kunnen realiseren.
Dit vraagt van ons gebed en offers. Dat is alleen mogelijk door een bereidwillig hart. Alleen een hart dat kracht en troost vindt bij God is in staat om zulke offers te brengen.
Wij staan niet alleen. Ik ben er zeker van dat de H.H. Jozef en Agnes ons bij zullen staan in ons streven. Laten wij vaak hun beeld in onze kerk opzoeken en bij hen kaarsen branden voor deze intentie.
Ik wens u een gezegende Vasten toe.
Met mijn priesterlijke zegen,
Pater M. Kromann Knudsen FSSP,
administrator Sint-Agnesparochie









