Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

30 mei 2013

Hoogfeest van het Allerheiligste Sacrament (Sacramentsdag)

Het feest van het Allerheiligst Sacrament (Sacramentsdag) valt op de tweede donderdag na Pinksteren. In veel landen (ook in Nederland) wordt het ook gevierd op de tweede zondag na Pinksteren.

Sacramentsdag herdenkt, net als Witte Donderdag, de instelling van het Sacrament des Altaars. Paus Urbanus stelde in 1264 deze dag als een verplichte feestdag in op de donderdag na het Octaaf van Pinksteren, omdat hij vond dat het vasten- en boetekarakter van Witte Donderdag het feestelijke herdenken van het Laatste Avondmaal en de instelling van de Eucharistie (en het priesterschap) enigszins in de weg stond. Die beslissing heeft uiteraard de sacramentsdevotie sterk bevorderd. Voor zijn uitverkiezing tot paus was Urbanus aartsdiaken van Luik, waar hij in 1247 mee aan de basis stond van het ontstaan van Sacramentsdag.

Traditioneel trokken op Sacramentsdag of op de zondag erna alom kleurrijke sacramentsprocessies door de straten van steden en dorpen. Na een tijd van verwaarlozing komt op verscheidene plaatsen deze traditie weer in zwang, en niet alleen in Rome of in Lourdes, maar ook in New York en Amsterdam en in veel andere plaatsen.

In Rome viert de Paus op Sacramentsdag de heilige Mis in de open lucht op het plein voor de basiliek van Sint Jan van Lateranen. Daarna wordt, in de voetsporen van paus Urbanus IV, het heilig Sacrament in een plechtige stoet naar het plein voor de basiliek Santa Maria Maggiore gebracht. De stoet trekt anderhalve kilometer over de Via Merulana. Het is een stoet waarin alle geledingen van de katholieke Kerk hun eigen kleuren laten zien: de misdienaars en acolieten in het wit, de mannelijke en vrouwelijke religieuzen in allerlei soorten blauw, bruin, grijs en wit, de priesters in het zwart, de bisschoppen in het paars, de kardinalen in het rood, en ten slotte de Paus in het wit. Maar het centrum van de stoet is niet de Paus, maar het Allerheiligst Sacrament, de heilige Hostie in de gouden houder, de monstrans. Hierop is de aandacht van de toeschouwer gericht. Men knielt en buigt eerbiedig het hoofd, want HET IS JEZUS ZELF DIE HIER AANWEZIG IS.

Naast de processie met het heilig Sacrament is de aanbidding ervan een uitdrukking van eucharistische vroomheid die onterecht vaak als ouderwets wordt beschouwd.

Theologen hadden (en hebben nog altijd) bezwaar tegen Eucharistische aanbidding en processies, alsof het concurrentie was voor de viering van de heilige Mis. Paus Benedictus XVI wijdt een belangrijke passage van zijn apostolische exhortatie aan dit onderwerp, waarin hij de zaken recht zet:

Een van de meest intense momenten van de Synode is geweest, toen wij ons, samen met heel veel gelovigen, naar de Basiliek van de heilige Petrus hebben begeven voor de eucharistische Aanbidding. Met dat gebaar van gebed wilde de Synodevergadering de aandacht vestigen - en dat niet alleen met woorden - op het belang van de intrinsieke band tussen Eucharistieviering en aanbidding. In dit belangrijke aspect van het geloof van de Kerk, ligt een van de beslissende elementen van de kerkelijke weg zoals die werd afgelegd na de liturgische vernieuwing die het Tweede Vaticaans Concilie heeft gewild. Terwijl de eerste stappen op de weg van de hervorming gezet werden, werd soms de intrinsieke band tussen de heilige Mis en de aanbidding van het allerheiligst Sacrament onvoldoende duidelijk gezien. Een destijds verbreide tegenwerping bijvoorbeeld, ging uit van de stelling volgens welke het eucharistisch Brood ons niet gegeven zou zijn om te worden beschouwd maar, maar om te worden gegeten. In het licht van de gebedservaring van de Kerk, bleek deze tegenstelling elke grondslag te missen. Reeds Augustinus heeft gezegd: "Nemo autem illam carnem manducat, nisi prius adoraverit; peccemus non adorando". (Niemand eet dit vlees zonder het eerst te aanbidden; wij zouden zondigen door het niet te aanbidden.)

In de Eucharistie komt ons immers de Zoon van God tegemoet en verlangt Zich met ons te verenigen; de Eucharistische aanbidding is niets anders dan de vanzelfsprekende ontwikkeling van de Eucharistieviering, die in zichzelf de grootste daad van aanbidding is van de Kerk.

De Eucharistie ontvangen betekent zich de houding van aanbidding aannemen jegens Hem die wij ontvangen. Juist zo en alleen zo worden wij één geheel met Hem en ontvangen wij in zekere zin een voorsmaak van de schoonheid van de hemelse liturgie. De daad van aanbidding buiten de heilige Mis zet voort en maakt intenser wat tijdens de liturgische viering is gebeurd. Immers, "alleen in de aanbidding kan een diep en waarachtig ontvangen rijpen. En juist in deze persoonlijke daad van ontmoeting met de Heer rijpt vervolgens ook de sociale zending die in de Eucharistie opgesloten ligt en die niet alleen de barrière wil slechten tussen de Heer en ons, maar ook en vooral de barrières die ons van elkaar scheiden".

Samen met de synodale Vergadering beveel ik daarom aan de Herders van de Kerk en aan het Volk van God van harte de eucharistische aanbidding aan, zowel de persoonlijke als de gemeenschappelijke.

In dit verband zal een adequate catechese van groot nut zijn, waarin aan de gelovigen het belang wordt uitgelegd van deze daad van eredienst, die het mogelijk maakt de liturgische Viering dieper en met meer vrucht te beleven. Het zou vervolgens goed zijn om, in de mate dat het mogelijk is, vooral in de dichtst bevolkte centra kerken of oratoria aan te wijzen die uitdrukkelijk gereserveerd worden voor de eeuwigdurende aanbidding. Ik beveel het bovendien aan, dat de kinderen in de catechetische vorming en in het bijzonder tijdens de voorbereidingstrajecten voor de Eerste Communie, bekend worden gemaakt met de betekenis en de schoonheid van het verwijlen in de tegenwoordigheid van Jezus, door hun de eerbiedige verwondering bij te brengen voor zijn aanwezigheid in de Eucharistie.

Ik zou hier bewondering en steun tot uitdrukking willen brengen voor de Instituten van godgewijd leven waarvan de leden een aanzienlijk deel van hun tijd aan de eucharistische aanbidding wijden. Zo geven zij aan allen het voorbeeld van personen die zich laten modelleren door de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer. Insgelijks wil ik de verenigingen van gelovigen aanmoedigen evenals de broederschappen die deze praktijk als hun speciale verplichting op zich nemen, en die zo zuurdesem van contemplatie worden voor heel de Kerk en een herinnering aan de centrale plaats van Christus voor het leven van afzonderlijke mensen en van gemeenschappen.

De persoonlijke relatie die de afzonderlijke gelovige onderhoudt met Jezus, zoals Hij in de Eucharistie aanwezig is, verwijst hem steeds naar het geheel van de kerkelijke gemeenschap, doordat zij in hem het besef voedt van zijn toebehoren aan het Lichaam van Christus. Naast de uitnodiging aan de gelovigen afzonderlijk om persoonlijk tijd te vinden voor het gebed bij het Sacrament van het altaar, beschouw ik het ook als mijn plicht om de parochies zelf en de andere kerkelijke groeperingen aan te sporen momenten van gemeenschappelijke aanbidding te bevorderen. Het moge duidelijk zijn dat de reeds bestaande vormen van eucharistische devotie heel hun waarde behouden. Ik denk bijvoorbeeld aan de eucharistische processies, vooral de traditionele processie op het hoogfeest van het Corpus Domini - Sacramentsdag -, aan de praktijk van het Veertigurengebed, aan de lokale, nationale en internationale eucharistische congressen, en aan andere soortgelijke initiatieven. Worden zij op passende wijze bij de tijd gebracht en aan de verschillende omstandigheden aangepast, dan verdienen zulke vormen van devotie ook vandaag de dag te worden gecultiveerd.


Lauda Sion zijn de woorden, naar de tekst van Sint Thomas van Aquino, waarmee de sequentie op Sacramentsdag begint. De sequentie (naar het Latijnse werkwoord sequi, vervolgen) is een hymne in dichtvorm, die in een plechtige heilige Mis gebeden of gezongen wordt na het Alleluja (dat volgt op de epistellezing) en voor het evangelie. Het lied legt de betekenis van het feest uit.

Sion, loof uw Heil en Hoeder!
Loof nu uwen Vorst en Voeder,
In gezang en jubellied!
Loof! En waag uw stoutste pogen:
Hij gaat allen lof te boven,
Tot Zijn lof volstaat Gij niet!

Keur van stof wordt u op heden
Voorgesteld tot lof en beden:
’t Levend Brood, dat Leven geeft:
’t Brood, dat naar wij zeker weten,
Bij het heilig Avondeten
Hij de Twaalf gegeven heeft.

Vol zij ’t loflied, rijk aan klanken!
Waardig en van vreugde sprank’lend
Zij der ziele jubellied:
Nu wij op dit hooggetij herdenken,
Hoe van ’t Maal, dat Hij ons wilde schenken,
De eerste viering is geschied.

Aan des nieuwen Konings maaltijd
Geeft aan ’t oude Paaslam afscheid
’t Nieuwe Lam van ’t Nieuw Verbond;
’t Nieuwe heeft het Oud’ verjaagd,
Waarheid schaduw weggevaagd,
Duisternis voor licht verzwond.

Wat de Heer bij ’t avondmalen
Deed, gebood Hij te herhalen
Ter gedachtenis aan zijn dood:
En, gehoorzaam, consacreren
Wij, naar Zijn hoogheilig leren
Tot Heilsoffer wijn en brood.

Christenen als geloofsstuk leren;
Dat hier wonderbaar verkeren
Brood in Vlees, en wijn in Bloed.
Wat verstand noch oog doorschouwen,
Hecht geloof in vast betrouwen
- Zij ’t een wonder! – houden doet.

Kostbaarheên van ’t rijkst gehalte
Gaan hier schuil in twee gestalten,
Die slechts lout’re tekens zijn:
’t Bloed als drank, het Vlees als spijze;
Toch blijft onverdeelderwijze
Christus gans in beider schijn.

Niet gebroken bij het eten,
Niet verdeeld, niet stukgebeten:
Nut men Hem gans ongedeerd.
Nutten één of duizendtallen:
Ieder nut zoveel als allen:
En géén nutten Hem verteert.

Goeden, bozen nutten beiden:
Doch hun lot is zeer verscheiden:
Leven of verdoemenis.
Dood de bozen, goeden ’t Leven:
Zie, waar eend’re Spijs gegeven,
Hoe verschillend de uitkomst is.

Wordt ook ’t Sacrament gebroken,
Weifel niet! Houd onweersproken:
Wat is in ’t geheel verstoken,
Schuilt ook gans in ieder deel.
D’inhoud zelf kan niemand breken:
’t Breken raakt alleen het teken:
Van ’t betekende, onbezweken,
Blijft en staat en bouw geheel.

Zie, wat Eng’lenbrood wij prijzen,
Pelgrims voedt op d’aardse reize,
Waarlijk brood, Gods kind tot spijze,
- Wee, die ’t voor de honden gooit! –
Voorbeduid in de oude dagen,
Die het Isaakoffer zagen,
’t Paaslam plechtig opgedragen,
’t Manna den Vaderen gestrooid.

Goede Herder, Brood waarachtig,
Jesu, wees ons arme’ indachtig
Voed ons en behoed ons krachtig:
Maak Uw glorie ons deelachtig
In des Levens land en loon.
Gij, Almogende en Alwijze:
Hier ons stervelingen tot spijze:
Maak ons, de Uwen, ten Paleize,
Gast en erven Heil’gerwijze,
Hun gezel ons in Uw Woon .
Zo zij het. Looft den Heer.
Amen.

2 mei 2013

Van de pastoor: Mariadevotie

Beminde gelovigen,

Graag maak ik u attent op het Marialof in de maand mei en ik beveel u van harte aan om gezamenlijk in de kerk de rozenkrans mee te bidden. De Mariale devotie brengt ons dichter bij de bronnen van de verlossing, als wij overdenken dat de heilige Maagd zelf de bron is uit wie het levende water is gevloeid, toen zij de Verlosser ter wereld bracht.

Op weekdagen:
Marialof aansluitend op de H. Mis
Zaterdag – 12.45 uur: Rozenkransgebed
Zondag – 10.30 uur: Rozenkransgebed

Als het u mogelijk is, probeert u dan om minstens eenmaal in de week het lof tot de heilige maagd Maria mee te bidden. Indien u nog niet dagelijks de Rozenkrans bidt, dan is de maand mei een uitstekende tijd om daarmee te beginnen. Wie de devotie tot Maria onderhoudt, zal ook haar zachte Moederhand ervaren in tijden van nood. Zij zal u bovendien helpen om het hemelse Vaderland te bereiken.

Een praktische zaak, waarvoor ik uw aandacht vraag: Het komt voor dat gelovigen op zondag, tijdens het koffieuur, ongevraagd spullen in de pastorie achterlaten. Zo waren er op een zondag in april foto’s opgehangen in de spreekkamer op de begane grond, maar ook in het kantoor op de eerste verdieping. Laatstgenoemde kamer behoort tot het gesloten (privé-)gedeelte van het huis. Hoewel ik uitga van goede bedoelingen, hoop ik dat het niet meer gebeurt. Indien ik u thuis bezoek, dan laat ik ook geen spullen achter waar u niet om gevraagd hebt.

Aan de gelovigen die zich hebben ingeschreven als parochiaan van de personele parochie voor de traditionele Latijnse liturgie bij de Agneskerk onze hartelijke dank. Wie zich nog niet heeft ingeschreven, vindt daartoe een inschrijfformulier bij de ingang van de kerk.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

16 april 2013

12 april 2013

Drie vormen van liefde

De eerbiedwaardige dienaar Gods aartsbisschop Fulton Sheen spreekt op bevlogen wijze over de drie soorten van (christelijke) Liefde, aangeduid met de van oorsprong Griekse woorden: eros, philia en agape.

5 april 2013

Van de pastoor: Christus, onze enige hoop

Beminde gelovigen,

Van harte wens ik u een zalige en gezegende Paastijd toe! De vreugde van de Verrijzenis en de genade die door Christus voor ons is verkregen vormen het ware leven van ons en verblijden onze harten.

Toch zijn er in het menselijke leven ook donkere wolken, zoals ziekte, depressie en moedeloosheid, waarmee wij moeten leren leven. Als wij weten dat wij Christus tegemoet gaan, dan is dat zeker mogelijk, ook al is het niet altijd gemakkelijk. Hij is onze enige hoop, die ons tijdens deze aardse ballingschap geboden wordt. Hij is de enige uitweg en bevrijding die wij mensen hebben, maar wij kennen Hem te weinig. Velen zien Hem niet, en ook vele gelovigen zien Hem niet volledig, omdat wij bezig zijn met andere zaken, verschijningen, het te veel spreken over en bediscus-siëren van aardse belangen, het bestuderen van allerlei boodschappen en dergelijke.

Deze zaken maken u, en uw priesters, moedeloos, omdat het geloof niet daarover gaat. Het geloof draait om Hem Die gekruisigd werd en verrezen is. Dat geloof wordt ons meegedeeld door de prediking van de Kerk en is voor de leken vastgelegd in de catechismus. Om te beginnen zouden wij die moeten lezen, en blijven lezen, want daaruit leren wij Hem kennen. Hem, Die wij aanbidden in de heilige liturgie.

Met mijn priesterlijke zegen,

Pater M. Kromann Knudsen FSSP, pastoor

31 maart 2013

Pasen 2013: Urbi et orbi

Preek voor het hoogfeest van Pasen

Christus is waarlijk verrezen, alleluia!

Epistel
1 Kor. 5, 7-8
Broeders, doet het oude zuurdeeg weg, om aldus een nieuw deeg te zijn. Gij zijt toch immers ongedesemd. Want ook ons Paaslam is geslacht, dat is Christus. Laten wij daarom ons feestmaal vieren, niet met oude zuurdesem, dat wil zeggen: niet met zuurdesem van slechtheid en boosheid; maar met ongedesemd brood van zuiverheid en waarheid.

Evangelie
Mc. 16, 1-7
In die tijd kochten Maria Magdalena en Maria van Jacobus en Salóme reukwerken, om Jezus te gaan balsemen. En zeer vroeg in de morgen, op de eerste dag der week, kwamen zij bij het graf, toen de zon reeds was opgegaan. En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen? Maar toen zij gingen zien, bemerkten zij, dat de steen reeds weggerold was. Deze nu was buitengewoon groot. Zij gingen dan het graf binnen, en zagen aan de rechterkant een jongeling zitten, gekleed in een wit gewaad; en zij ontstelden hevig. Maar deze sprak tot haar: Weest niet ontsteld. Gij zoekt Jezus van Nazareth, Die gekruisigd is. Hij is verrezen; Hij is hier niet meer; ziet hier de plaats, waar men Hem had neergelegd. Maar gaat heen, en zegt aan Zijn leerlingen, met name aan Petrus, dat Hij weer voor u uitgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft.

Preek
Ons geloof zou leeg zijn en zonder inhoud als Christus niet verrezen is. Ons geloof zou zijn hart, zijn zin en zijn reden van bestaan verliezen. Als Christus niet uit de doden is opgestaan, dan is de prediking van de Kerk nutteloos; wij zouden onze tijd verspillen aan iets dat geen toekomst heeft.

Maar Christus leeft. Hij is waarlijk verrezen! Hij is gekruisigd, gestorven en begraven, maar op de derde dag was het graf, waarin Hij was neergelegd, leeg. Hij is eruit opgestaan. De heilige vrouwen waren er getuigen van, dan de apostelen en miljoenen andere mensen die hun leven daarnaar hebben ingericht. En uiteindelijk ook wij, want zonder het geloof in de verrijzenis van Christus zouden wij hier, op dit Paasfeest, niet zitten.

Beminde gelovigen, Jezus Christus is verrezen! Dat is de waarheid die ons geloof inhoud geeft. Hij heeft de dood overwonnen. Hij heeft gezegevierd over de machten van de duisternis, over pijn en angst. Zijn lijden en dood waren voor Hem geen ondergang; zij waren de hoge losprijs voor onze zielen.

De Verrijzenis van Christus is het centrale thema van de christenheid en een fundamentele waarheid in ons leven. Het is de bezegeling van de waarheid van Jezus' leer en optreden, en daarmee van dat van de apostelen, en van de hele christelijke waarheid, leer en leven. Uiteraard is de Verrijzenis het bewijs van Jezus’ macht en godheid. Hij is opgestaan door Zijn eigen kracht.

Wat er toen is gebeurd, gaat ons begrip te boven. Het Lichaam van Christus, doorstraald van licht en heerlijkheid, behoort niet tot onze wereld van vlees en bloed, van lijden en dood, maar tot de eeuwigheid. En dit wonder van de verrijzenis zal ook onze toekomst zijn. Jezus' verrijzenis is een waarborg van het eeuwig leven van allen die Hem toebehoren. Hij is de Eersteling uit de doden, één van ons, van ons menselijk geslacht. Allen die door de genade met Hem verbonden zijn, zullen Hem daarin volgen.

De Kerk nodigt ons allen vol van blijdschap uit tot innige vreugde. De bron van deze vreugde is de verrijzenis. Wij weten dat Christus, opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heeft geen macht over Hem. Zo moet het ook met ons zijn. Wij moeten ook sterven, sterven aan de zonde om in Christus en met Christus te leven. Dat is alles wat Hij van ons verwacht. Wij moeten in Christus “herboren worden”. Daartoe roept de apostel Paulus ons in de lezing van deze Mis: “Wij moeten ons feest vieren, niet met de oude zuurdesem, maar met het ongedesemd brood van reinheid en waarheid.” Het ongedesemd brood is niets anders dan de zuivere werken en daden van liefde. Wij moeten één worden met Christus om in Zijn glorie te mogen delen. Dat veronderstelt dat wij ons inwendig en uitwendig zo volkomen mogelijk bij Christus aansluiten. De fundamentele eenheid is die van het doopsel waardoor ons het goddelijk leven werd ingestort en wij in Zijn mystiek Lichaam zijn ingelijfd. (Het doopsel is intens verbonden met het Paasfeest.) Maar wij worden ook één met Christus door de heilige Communie: “Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem”. Dan begrijpen wij ook beter, waarom de Kerk zo de nadruk legt op de Paascommunie.

Beminde gelovigen, de verrijzenis van Christus is een feit in de geschiedenis. Zij is ook, in haar volle omvang en betekenis, één van de punten van ons geloof, één van de meest centrale. Zij is een gave van God aan ons, omdat wij daardoor, door in vreugde de waarheid en de waarachtigheid van de Verrijzenis te erkennen, ons geloof kunnen versterken in de vele moeilijkheden die het tijdens het dagelijkse leven ondervindt. Zij geeft ons de hoop dat wij, na dit aardse bestaan, ook met Christus zullen leven. Amen.

26 maart 2013

Extra biechtgelegenheid in de Goede Week

Een van de vijf geboden van de Kerk gaat over de verplichte biecht met Pasen. In de Agneskerk kunt u elke dag biechten, voor of na de dagelijks H. Mis, maar ook op een ander tijdstip. U kunt altijd een van de priesters vragen of een afspraak maken. De priesters zijn altijd bereid om biecht te horen.

In de Goede Week is er extra biechtgelegenheid op:

Witte Donderdag 28 maart tussen 18.00 en 18.45 uur,
Goede Vrijdag 29 maart tussen 13.15 en 14.00 uur,
Paaszaterdag 30 maart tussen 13.00 en 15.00 uur.

22 maart 2013

Vastenactie 2013: Liefde daagt ons uit

Net als vorig jaar zullen we tijdens de Vasten geld inzamelen voor het FSSP-missieproject in Columbia. In juni 2012 kwam pater Louis Baudon de Mony FSSP ons bezoeken om te vertellen over zijn werk onder de armen in dit Zuid-Amerikaanse land. De foto toont de schoolkinderen op de auto van het apostolaat die vorig jaar is aangeschaft, mede met het geld van onze actie.

Pater Baudon de Mony vertelde vorig jaar onder meer: "Het plattelandsdorp waarin ik werk is zeer arm. Het is omgeven door stof en modder en er zijn geen wegen. Auto's zijn schaars, de boeren verplaatsen zich op paarden en ezels. De landbouw gebeurt nog met de hand, zonder machines. De huizen zijn zeer eenvoudig, met één slaapkamer voor het gehele gezin. Kinderen delen hun bed met twee of drie broertjes of zusjes; sommigen gaan niet naar school. De politici en de rijken hebben de armen in de steek gelaten en voorgelogen, omdat zij zich niet om hen bekommeren. Wij daarentegen proberen deze mensen zo veel mogelijk van dienst te zijn, omdat wij weten dat iedereen deel uitmaakt van het Lichaam van Christus, en geschapen is, en door God wordt bemind van het begin van zijn bestaan. Caritas urget nos. De liefde daagt ons uit."

Wilt u het FSSP-missieproject in Columbia ondersteunen? U kunt uw bijdrage storten op bankrekening 5440482 ten name van Stichting Sint-Agneskerk Amsterdam onder vermelding van ‘Vastenactie 2013’ of deponeren in de ronde bus achter in de kerk.