Rooms-katholieke parochie voor de traditionele Latijnse liturgie in de Sint-Agneskerk te Amsterdam
Actuele website: https://agneskerk.nl

3 november 2009

3 november: Heilige Hubertus, bisschop


Rond het jaar 656 werd Hubertus geboren in Maastricht als achterkleinkind van de Franse koning Clovis. Als jonge man was hij een innemende bon vivant en geliefd aan de hoven waar hij verkeerde, dat van koning Theodorik III en in het Ardennen-kasteel van Pepijn van Herstal. In 682 trouwde hij met Floribanne, de dochter van de graaf van Leuven.

Zijn vrouw stierf kort na hun huwelijk bij de geboorte van hun eerste kind. Omdat hij met dit verlies niet overweg kon, trok Hubertus zich steeds vaker in het bos terug en zocht in de jacht naar vergetelheid. Op Goede Vrijdag in het jaar 683 was hij weer aan het jagen. Hij had een hert in het vizier. Vlak voor het genadeschot draaide het hert zich om en toonde Hubertus zijn gewei met daartussen een schitterend stralend kruis. Hubertus hoorde een stem zeggen: "Hubertus, waarom verlies je je tijd in dergelijke bezigheden? Als je je niet tot de Heer keert, zul je naar de hel gaan. Ga naar mijn dienaar Lambertus en doe wat hij u zegt."

Onder de hoede van Lambertus, bisschop van Maastricht, werd hij priester en diens assistent. Na zijn wijding tot priester pelgrimeerde hij naar Rome. Toen hij in Rome was - in 708 of 709 - werd Lambertus vermoord. De Paus benoemde Hubertus tot bisschop van Maastricht. Vanuit Maastricht bekeerde Hubertus deze streken tot het christendom. Hubertus verlegde later de bisschopszetel van Maastricht naar Luik. Zo werd hij de laatste bisschop van Maastricht en de eerste bisschop van Luik.

Hij stierf op 30 mei 727 in Tervuren bij Brussel. Eerst werd hij begraven in de Sint-Peterskathedraal in Luik. Daar vond op 3 november 743 de 'verheffing' van zijn stoffelijke resten plaats en werd hij in het hoofdaltaar bijgezet. In 744 volgde zijn heiligverklaring.
Later - op 30 september 825 - werd Sint Hubertus onder leiding van bisschop Walcaud herbegraven in het Benedictijnenklooster van Andage. Op de resten van de kerk van Andage werd een kerk gebouwd, gewijd aan Sint Hubertus. Later gaf Hubertus ook zijn naam aan het dorp dat rondom de kerk met zijn graf ontstond: Saint Hubert. Het klooster was eerder - rond het jaar 710 - door Hubertus zelf gesticht.

Hubertus is patroon van het bisdom Luik (zijn bijnaam is: apostel van de Ardennen), van de jagers, schutters, slagers, metaalarbeider, opticiëns, metaalgieters, klokkengieters, makers van mathematische apparaten, wiskundigen en jachthonden; hij is patroon tegen hondenbeten, slangenbeten, hondsdolheid en watervrees.

Sint Hubertus is - samen met Antonius, Quirinus en Cornelius - een van de vier heilige maarschalken, dat zijn bijzondere voorsprekers bij God.


1 november 2009

Preek voor het hoogfeest van Allerheiligen

De strijdende, lijdende en zegepralende Kerk.

Epistel
Apok. 7, 2–12
In die dagen zag ik, Johannes, een andere engel nederkomen uit de richting van het Oosten, en hij had bij zich het zegel van de levende God. Hij riep met luide stem tot de vier engelen, die opdracht hadden schade toe te brengen aan de aarde en de zee, en zeide: “Brengt geen schade toe aan de aarde of de bomen, voordat wij de dienaren van onze God getekend hebben op hun voorhoofd. En ik hoorde het getal van de getekenden: honderdvierenveertigduizend getekenden uit al de stammen van de kinderen Israëls: uit de stam Juda twaalfduizend getekenden, uit de stam Ruben twaalfduizend getekend, uit de stam Gad twaalfduizend getekenden, uit de stam Aser twaalfduizend getekenden, uit de stam Neftali twaalfduizend getekenden, uit de stam Manasse twaalfduizend getekenden, uit de stam Simeon twaalfduizend getekenden, uit de stam Levi twaalfduizend getekenden, uit de stam Issachar twaalfduizend getekenden, uit de stam Zabulon twaalfduizend getekenden, uit de stam Jozef twaalfduizend getekenden, uit de stam Benjamin twaalfduizend getekenden. Daarna zag ik een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle naties en stammen en volken en talen; zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte klederen met palmtakken in de hand; en zij riepen met luide stem en zeiden: Heil aan onze God, Die op de troon is gezeten, en aan het Lam! En al de engelen stonden rondom de troon, en rondom de ouderlingen en de vier levende Wezens; en zij vielen voor de troon op hun aangezicht neder om God te aanbidden en zij zeiden: Amen! Alle lof en heerlijkheid en wijsheid en dank en eer en macht en sterkte aan onze God in de eeuwen der eeuwen. Amen!”

Evangelie
Mattheüs 5, 1–12
In die tijd ging Jezus bij het zien van de menigte de berg op; en toen Hij Zich had neergezet, kwamen Zijn leerlingen tot Hem. Dan opende Hij de mond en onderrichtte hen als volgt: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het rijk der hemelen. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het Land in bezit nemen. Zalig zij, die wenen, want zij zullen getroost worden. Zalig zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verwerven. Zalig de zuiveren van harte, want zij zullen God zien. Zalig de vredebrengers, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden. Zalig zij, die vervolging lijden ter wille van de gerechtigheid, want aan hen behoort het rijk der hemelen. Zalig zijt gij wanneer men u beschimpt en vervolgt en valselijk beschuldigt van allerlei kwaad om mijnentwille; verheugt en verblijdt u, want overvloedig is uw loon in de hemel.”

Preek
Wij vieren vandaag het feest van Allerheiligen. Vele heiligen hebben een bijzonder feest in het kerkelijk jaar, maar deze feestdag, 1 november, is gewijd aan allen die in de hemel zijn – talloze en onbekende heiligen die door het leven volgens Gods geboden de prijs van de eeuwige zaligheid ontvingen. Opnieuw wordt ons duidelijk welk doel ons leven hier op aarde heeft. Het wordt ons ook duidelijk dat wij allen in een gemeenschap van heiligen bij elkaar horen. De hemel kijkt met liefde en zorg naar de aarde, zoals de aardse Kerk in vertrouwen en verlangen haar ogen opheft naar boven. Uiteindelijk kunnen wij vandaag ook begrijpen dat de heiligen waren zoals wij, dat wij met hen één roeping delen: die van de glorie in de eeuwigheid. Zij hebben de overwinning al behaald, wij strijden nog en streven naar hetzelfde doel: het eeuwige leven met God.

Hoe zij de eindstreep konden behalen wordt ons duidelijk gemaakt in het Evangelie van dit feest, in de vorm van de acht zaligsprekingen. De rede van Onze Heer op de berg is bedoeld als inleiding op de grondwet van het Evangelie. Hoe waren de heiligen? Zij waren arm van geest, dat wil zeggen arm in de geest, overtuigd uit zichzelf niets te hebben en alles te hebben ontvangen van God. Zij weenden over hun zonden en over die van anderen, en over alle ellende in de wereld die daarvan het gevolg is. Zij waren nederig, bescheiden en zachtmoedig; niet zoals vele mensen trots, hoogmoedig of hardvochtig. Zij hadden honger en dorst naar de rechtvaardigheid. Zij hebben er vurig naar gestreefd. Zij waren barmhartig en vergolden geen kwaad met kwaad. Zij waren zuiver van hart. Vergeten wij niet dat uit het hart elke goede en slechte daad komt. De mens is pas goed en kan met een reine blik God zien als zijn hart zuiver is. Zij brachten vrede, rust en orde, maar niet met geweld en brand zoals dat vaak in de wereld gebeurt. En uiteindelijk werden de heiligen om al deze dingen vaak niet geprezen en beloond op aarde en door de mensen, maar in tegendeel vervolgd, belasterd en gedood, want vele van de heiligen die wij vandaag vieren waren martelaren.

Beminde gelovigen! Niet alles wat de heiligen hebben gedaan en hebben moeten doen staat in deze acht zaligsprekingen. Maar één ding is zeker: zij leefden in deze wereld, maar niet volgens deze wereld, om hier, als dat zou kunnen, altijd te blijven. Zij leefden voor een andere wereld, die zij nog niet kenden, maar zij geloofden en hadden vertrouwen in Gods Woord. En dat was niet een algemene overtuiging, die vaak niets te maken heeft met het dagelijks leven, maar een werkelijk en stevig geloof dat de mens zijn uiteindelijke bestemming, zijn definitief geluk, niet kan bereiken in dit aardse leven, maar in het eeuwige leven, aan de andere kant van de dood, met God en bij God. Daarvoor gaven zij alles.

Het Evangelie stelt ons de weg naar heiligheid voor, dat is de christelijke volmaaktheid, niet als een gemakkelijk pad dat over rozen gaat, en ook niet als een weg die leidt tot het geluk en het heil van alleen maar deze aarde, maar als de smalle weg die naar boven gaat en waarvan wij zo gemakkelijk kunnen afdwalen en vallen. Alleen met onze menselijke krachten zou het onmogelijk zijn op deze weg staande te blijven. God helpt ons met Zijn genade. Die komt tot ons door en in Jezus Christus. Christus is het beginsel van onze volmaaktheid, van onze heiligheid. Het is Jezus’ genade, die de apostelen bezielde. Het is Jezus’ genade, die de leraren verlichtte en die de belijders standvastigheid verleende. Het is Jezus’ genade, die de maagden hun onvergelijkbare zuiverheid schonk. Alle heiligen die wij vandaag vieren zijn niet door hun eigen werken heilig geworden, maar door Gods genade en door hun medewerking daaraan. God schenkt de genade zonder maat, en degenen die aan deze gave geen grenzen stellen worden heilig.

Beminde gelovigen! De heiligen zijn ons gegeven als voorbeeld. Waarom zouden wij niet kunnen wat al deze mannen en vrouwen wel konden? De enige bron van hun heiligheid is Gods genade. De schatkamers van deze genade staan ook voor ons open. Laten wij daar niet onverschillig en koud onder blijven. Ons aardse leven gaat snel voorbij en een andere kans zullen wij niet krijgen. Amen.


30 oktober 2009

30 seminaristen ontvangen tonsuur en soutane

Op zaterdag 24 oktober hebben in totaal 30 seminaristen van de twee seminaries [Wigratzbad (D) en Denton (VS)] van de priesterbroederschap Sint Petrus (FSSP) de tonsuur ontvangen. Bovendien hebben zij hun burgerlijke kleding afgelegd en dragen vanaf nu een soutane.


De tonsuur is het teken van het opgenomen zijn in de geestelijke stand en gaat gepaard met een inkledingsritus. Deze ritus werd door het motu proprio 'Ministeria quaedam' van paus Paulus VI op 1 januari 1973 'afgeschaft'. Aan traditionalistische gemeenschappen, zoals de priesterbroederschap Sint Petrus, is het echter toegestaan deze ritus nog steeds toe te passen.


In het Duitse FSSP-seminarie in Wigratzbad celebreerde mgr Wolfgang Haas, aartsbisschop van Vaduz, Liechtenstein, deze ritus voor de seminaristen die aan het begin van hun tweede studiejaar de tonsuur krijgen toegediend.


De zwarte soutane is een teken van de symbolische dood van de priester, die 'dood' is voor de wereld. Hij is niet langer beschikbaar voor deze wereld maar heeft zichzelf geheel weggegeven aan de Heer. Een soutane telt 33 knoopjes, die staan symbool voor de 33 levensjaren van Jezus Christus op aarde.

Uw gebed wordt gevraagd voor alle seminaristen, maar in het bijzonder voor deze 30: Heer, geef aan Uw volk heilige priesters.



25 oktober 2009

Preek voor het hoogfeest van Christus Koning


De Koning der Liefde maakte Zichzelf tot slachtoffer
van Zijn eigen Zoenoffer.

Epistel
Kol. 1, 12–20
Broeders: wij brengen dank aan God de Vader, die ons waardig heeft gemaakt deel te mogen hebben aan het lot der heiligen, in het volle licht. Hij heeft ons ontrukt aan de macht der duisternis en overgebracht naar het rijk van zijn beminde Zoon, in wie wij de verlossing bezitten, de vergiffenis der zonden, door de kracht van zijn Bloed. Deze is het beeld van de onzichtbare God, geboren voordat alles geschapen werd; want in Hem werd alles geschapen, wat in de hemel en op aarde is, het zichtbare en onzichtbare, tronen zowel als heerschappijen, overheden en machten; alles is door Hem en in Hem geschapen. Zo bestaat Hij voor allen, en alles bestaat in Hem. Hij is ook het hoofd van het lichaam, dat wil zeggen van de Kerk. Hij is het begin, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de eerste plaats zou hebben. Want het was besloten, dat in Hem alle volheid zou wonen, en dat Hij vrede zou brengen door het Bloed van zijn kruis en door zijn toedoen alles weer met God zou verzoenen, wat op de aarde of in de hemel is: in Christus Jezus, onze Heer.

Evangelie
Joh. 18, 33–37
In die tijd vroeg Pilatus aan Jezus: “Zijt Gij de Koning van de Joden?” Jezus antwoordde: “Stelt gij de vraag uit u zelf of hebben anderen u dat van Mij gezegd?” Pilatus hernam: “Ben ik soms een Jood? Uw eigen volk en de opperpriesters hebben U aan mij uitgeleverd. Wat hebt Gij gedaan?” Jezus gaf ten antwoord: “Mijn rijk is niet van deze wereld. Als mijn rijk van deze wereld was, dan zouden mijn dienaren ervoor strijden, dat Ik niet aan de joden werd overgeleverd; maar mijn rijk is nu eenmaal niet van hier.” Toen vroeg Pilatus Hem: “Dus Koning zijt Gij?” Jezus antwoordde: “Ja, gij zegt het; Koning ben Ik. Daartoe ben ik geboren en daartoe in de wereld gekomen, om getuigenis af te leggen voor de waarheid. Ieder, die uit de waarheid is, luistert naar mijn stem”.

Preek
Vandaag vieren wij niet alleen het hoogfeest van Christus Koning maar tegelijkertijd ook de eerste heilige communie van Marcha en Miriam. Daarom zal ik eerst het belang van deze gebeurtenis aan hen uitleggen.

Marcha en Miriam, vandaag is een heel bijzondere dag, de dag van jullie eerste heilige communie. De voorbereidingen op deze dag hebben lang geduurd: een heel jaar hebben jullie de catechismuslessen gevolgd en afgelopen dinsdag zijn jullie voor de eerste keer gaan biechten, om jullie hart en jullie ziel schoon te maken voor God Die vandaag daar zal intrekken. God komt te wonen in jullie hart en ziel, omdat Hij wil dat jullie met Hem zullen leven en omdat Hij jullie tot Zijn hemelse paradijs wil brengen. God de Zoon, Jezus Christus, was waarlijk God en mens tegelijk. Hij biedt Zich aan de gelovige zielen als Offer en Spijs aan – vandaag voor de eerste keer ook aan jullie – en dat doet Hij onder de gedaante van een kleine witte hostie. Dit is het kostbaarste dat jullie ooit van God zullen ontvangen, want deze hostie is God Zelf. God is altijd goed, daarom geeft Hij Zichzelf zodat wij kunnen leven. De goede God, Die in jullie hart en ziel komt te wonen, wordt altijd blij als wij Hem een schone woning bereiden, vrij van kwaad en zonde. Daarom was het ook noodzakelijk dat jullie gingen biechten voordat Hij vandaag intrekt.

Marcha en Miriam, de mensen zijn niet zo goed als God. Daarom komt hij ons helpen om naar het paradijs te gaan. Hij vertelt ons waar wij moeten gaan, maar als onze ziel smerig is, dan kunnen wij Hem niet horen als Hij tot ons komt. En dan wordt God triest. Om God te kunnen horen moeten jullie je ziel en je hart schoonhouden. En zullen je hart en je ziel toch eens smerig worden, dan moeten jullie hen opnieuw schoonmaken in de heilige biecht.

Beminde gelovigen, vandaag viert de kerk de glorie van Christus. Hij is de Koning van de koningen en de Heer van de heren. Over Zichzelf zegt Hij: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde”. Als aan Christus alle macht gegeven is, dan volgt daaruit noodzakelijkerwijs, zo schreef paus Leo XIII, dat Zijn gezag het hoogste moet zijn, absoluut en onafhankelijk van iedereen, zodat geen enkele macht aan Zijn Macht evenwaardig is of daarop lijkt. En daar die macht Hem gegeven is zowel in de hemel als op aarde, moeten hemel en aarde Hem gehoorzamen.

Jezus Christus is koning, Hij is opperheer, aan Hem is alles onderworpen. Daarom is het ook juist dat iedereen aan Zijn woorden, aan Zijn leer en aan Zijn wensen gehoorzaamt. Onze tijd zweert bij democratie en het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren, maar respecteert niet langer dat de overheid door God is ingesteld. Tegenover deze steeds toenemende statelijke miskenning van het gezag van Christus heeft paus Pius XI het feest van de universele heerschappij van Christus ingesteld.

Wie aan Hem onderdanig is, vindt de vrijheid. Deze vrijheid is een andere vrijheid dan de foute vrijheid in onze huidige samenleving. De vrijheid die het koningschap van Christus geeft is namelijk te vinden in het beleven van de Waarheid. Alleen die Waarheid verzekert ons van de hoogste en de eigenlijke vrijheid. De afhankelijkheid hierin van God en van Christus en van Zijn heilige katholieke Kerk is geen slavernij, maar de weg naar het zuiverste geluk.

Ieder van ons is van Jezus afhankelijk. Hij is de Redder voor iedereen, Hij is de enige Waarheid. Hij is de Weg door dit leven, en daarom is Hij ook onze Koning. Hoe meer wij inwendig Zijn heerschappij erkennen en aanvaarden, des te meer zal de goddelijke rijkdom van liefde ons vervullen met licht, kracht en geluk. Zijn Rijk – zo bidden wij vandaag in de prefatie van de Mis – is een rijk van waarheid en van leven. Zijn Rijk is een rijk van heiligheid en van genade. Zijn Rijk is een rijk van gerechtigheid en vrede. Deze prefatie is als een program voor ons leven en tegelijkertijd een belofte.

Beminde gelovigen, wie Christus zoekt, zich totaal aan Hem onderwerpt en ook in alles van Hem afhankelijk wil zijn, vindt waarheid en leven. Want hij belijdt Hem als zijn Koning, en de Koning zal hem Zijn gunsten bewijzen. Dit geldt zowel voor de staten en volkeren als voor de individuele mens. Amen.


19 oktober 2009

Preek voor de 20e zondag na Pinksteren

"Ga heen, uw zoon is weer beter!"

Epistel
Efesiërs 5, 15–21
Broeders, zorgt ervoor dat gij met alle omzichtigheid uw levenswandel inricht; niet als onverstandigen, maar als wijze mensen, die de tijd benutten; want het zijn kwade dagen. Weest daarom niet kortzichtig, maar toont begrip voor de wil van God. Bedrinkt u niet aan wijn; want daaruit volgt losbandigheid; maar vervult u met de Heilige Geest, en spreekt onder elkander in psalmen en lofgezangen en geestelijke liederen, terwijl gij de Heer lofzingt in uw harten; en brengt zonder ophouden voor alles dank aan onze God en Vader in de Naam van onze Heer Jezus Christus. Weest aan elkander onderdanig in de vreze van Christus.

Evangelie
Johannes 4, 46–53
In die tijd was er een zekere hofbeambte, wiens zoon ziek lag te Kafarnaüm. Toen hij hoorde, dat Jezus uit Judea naar Galilea was gekomen, ging hij naar Hem toe, en verzocht Hem om zijn zoon te komen genezen; want deze lag op sterven. Jezus nu sprak tot hem: “Als gij geen tekenen en wonderen ziet, gelooft gij niet”. De hofbeambte zeide tot Hem: “Heer, kom toch, vóórdat mijn zoon sterft!” Jezus sprak tot hem: “Ga heen, uw zoon is weer beter!” De man geloofde het woord, dat Jezus tot hem sprak, en ging heen. Toen hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem tegemoet en berichtten hem, dat zijn zoon weer beter was. Hij vroeg hun dan naar het uur, waarop de beterschap was ingetreden. En zij antwoordden hem: “Gisteren in het zevende uur heft de koorts hem verlaten.” Toen bemerkte de vader, dat dit juist het uur was, waarop Jezus tot hem zeide: “Uw zoon is weer beter.” En hij aanvaardde het geloof, hij zelf en geheel zijn huisgezin.

Preek
In het epistel van deze zondag maant de heilige Paulus ons om verstandig te zijn, met andere woorden om wijs te zijn. Hij doelt daarmee op een geestelijk inzicht dat ons in staat stelt steeds opnieuw, zo zuiver mogelijk, te onderscheiden wat God van ons vraagt. En het gaat niet alleen om een algemene kennis van wat Gods wil is, maar ook om ons antwoord daarop in de concrete omstandigheden van ons leven. Deze waarschuwing van de apostel is misschien nog belangrijker in de huidige wereld waar de mens denkt alles te weten en alles te kunnen bereiken op eigen kracht.

Wat is de wijsheid? Wat betekent het om wijs te zijn? Onder de gaven van de Heilige Geest is de gave der wijsheid de eerste; de eerste en de grootste. Deze doet ons God kennen en ervaren. Het is als een licht dat wij van boven ontvangen om ons in het leven te oriënteren.

Wie op weg is naar een belangrijk doel, wie een grote taak onderneemt, kijk zorgvuldig uit of alles geregeld is. Zo moet het ook in ons geestelijk leven zijn. Wij moeten goed weten waar wij naartoe willen. Wat is het doel van de mens? Waartoe zijn wij hier op aarde? Zonder deze kennis zouden wij niet in de juiste richting kunnen gaan en zouden wij het risico lopen ons leven te verspelen.

Wijsheid is de hoogste kennis van het goddelijke, van alles wat we over God weten. Maar wijsheid is veel meer dan hoofdkennis. Door deze gave kunnen wij niet alleen het goddelijke kennen, maar ook ervaren en beleven. Zij geeft ons een speciale mogelijkheid om menselijke zaken te beoordelen naar Gods standaard. Verlicht door de wijsheid is de christen in staat om de realiteit van de wereld te zien in het licht van God. Daardoor kunnen wij elke situatie waarin we ons bevinden naar waarheid beoordelen.

De ware wijsheid is niet een passieve kennis, die niets met het leven te maken heeft, in tegendeel. Wijsheid bewijst zich in een levensstijl volgens Gods richtlijnen. Wijsheid is praktisch van aard. Er bestaat een duidelijk verband tussen geestelijke wijsheid en de vruchten van ons leven. Iemand die wijs is, weet dat God het grootste goed is en dat de mens hier op aarde is om God te kennen, Hem te beminnen en Hem te dienen. Hij gedraagt zich naar deze kennis. Hij zoekt Gods wil in zijn eigen leven en Gods genade vervult hem zo goed als mogelijk. Wijsheid rijpt door het toepassen van kennis in het dagelijks leven.

Er zijn veel mensen die hooggeleerd zijn, die misschien vele talen kunnen spreken en die beschouwd worden als ware autoriteiten. Maar als zij niets van God willen weten, als zij openlijk ontkennen dat de mens door God geschapen is met zijn natuur en bestemming, dan hebben zij met de ware wijsheid niets te maken. Want echte wijsheid is gebaseerd op Gods wijsheid en die is radicaal anders dan de wijsheid van de mensen. Zulke mensen zijn gewoon dom. Deze domheid gaat samen met hoogmoed die de ziel meer en meer verblindt en die haar laat geloven dat de mens de absolute maat van het universum is. Uiteindelijk neemt de mens de plaats van God in en bepaalt hij zelf wat goed en wat kwaad is.

Beminde gelovigen, de wijzen gebruiken hun tijd goed. Nu is het mogelijk om te bewijzen dat wij weten wat in het leven het belangrijkst is. Nu is het de tijd om Gods wil te herkennen en te vervullen. De ware wijsheid is het vermogen om de werken van God te begrijpen en alleen Hem te dienen.

Bidden wij dat wij steeds meer in de ware wijsheid mogen groeien. Amen.


18 oktober 2009

18 oktober 2009: Tridentijnse heilige Mis in Sint-Pietersbasiliek te Rome

Vanochtend heeft aartsbisschop Raymond Burke in de kapel van het Heilig Sacrament in de Sint-Pietersbasiliek in Rome een pontificale heilige Mis gecelebreerd volgens de buitengewone vorm van de Romeinse ritus (Tridentijnse H. Mis).

Hieronder volgt een korte video:



16 oktober 2009

Eucharistische aanbidding

De aanbidding van de Eucharistie buiten de Mis is van onschatbare waarde voor het leven van de Kerk. De aanbidding is nauw verbonden met de viering van het eucharistisch offer. De Tegenwoordigheid van Christus in de heilige gedaanten die na de Mis bewaard worden - aanwezigheid die zolang voortduurt als de gedaanten van brood en wijn intact zijn - komt voort uit viering van het offer en is gericht op de sacramentele zowel als de geestelijke communie. Het is de taak van de herders ook met hun persoonlijk getuigenis, ertoe aan te moedigen om de eucharistische aanbidding, in het bijzonder de uitstelling van het Allerheiligste, alsook de aanbidding van Christus aanwezig onder de eucharistische gedaanten te koesteren.

Het is mooi om bij Hem te zijn, om dicht aan Zijn borst te liggen als Zijn geliefde leerling (vgl. Joh. 13, 25), en om de oneindige liefde te voelen van Zijn Hart. Als het christendom zich in onze tijd moet onderscheiden, met name in de ‘vaardigheid van het bidden’, hoe zou men dan geen nieuwe behoefte kunnen voelen om lang te blijven in geestelijk gesprek, in stille aanbidding, in een houding van liefde, vóór Christus die aanwezig is in het Allerheiligste Sacrament? Hoe dikwijls, dierbare broeders en zusters, heb ik dit ervaren, en heb er kracht, troost en steun in gevonden!

Uit: Encycliek 'Ecclesia de Eucharistia' door paus Johannes Paulus II


11 oktober 2009

Preek voor de 19e zondag na Pinksteren

"Hoe zijt gij hier binnengekomen, zonder bruiloftskleed?"

Epistel
Efesiërs 4, 23–28
Broeders, vernieuwt u zelf wat uw geestelijke gesteltenis betreft, en bekleedt u met de nieuwe mens, naar Gods beeld geschapen in gerechtigheid en heiligheid, die voortvloeit uit de waarheid. Daarom moet gij de leugen afleggen en ieder tegenover zijn evenmens de waarheid spreken; want wij zijn ledematen ten opzichte van elkander. Als gij toornig wordt, zondigt dan niet; laat de zon over uw gramschap niet ondergaan. Geeft de duivel geen kans. Wie een dief was, moet zorgen voortaan niet meer te stelen; laat hij liever werken en met eigen handen nuttige arbeid verrichten om zo iets te hebben, dat hij kan geven aan iemand, die gebrek lijdt.

Evangelie
Mattheüs 22, 1–14
In die tijd richtte Jezus zich in gelijkenissen tot de opperpriesters en Farizeeën en sprak: “Het rijk der hemelen lijkt op een koning, die een bruiloftsmaal aanrichtte voor zijn zoon. En hij zond zijn dienaren uit, om de genodigden ter bruiloft te roepen, maar zij wilden niet komen. Opnieuw zond hij andere dienaren met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Ziet mijn gastmaal staat gereed, mijn ossen en mestvee zijn geslacht, en alles is klaar: komt nu naar de bruiloft! Maar zij stoorden zich er niet aan en gingen heen, de een naar zijn landgoed, de ander naar zijn zaken; en weer anderen grepen zijn dienaren vast, mishandelden hen en bracht hen om het leven. Toen de koning dit hoorde, ontstak hij in toorn; hij zond zijn legers, verdelgde de moordenaars en stak hun stad in brand. Dan sprak hij tot zijn dienaren: Het bruiloftsmaal is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten van de wegen en roept allen ter bruiloft, die gij daar vindt. Zijn dienaren gingen heen naar de wegen en brachten allen, die zij vonden, bijeen, slechten zowel als goeden; en de bruiloftszaal werd met gasten gevuld. Toen nu de koning binnentrad om de gasten te zien, bemerkte hij er één zonder bruiloftskleed. Hij sprak tot hem: Vriend hoe zijt gij hier binnengekomen, zonder bruiloftskleed? Maar de ander stond sprakeloos. Toen zeide de koning tot zijn dienaren: Bindt hem handen en voeten, en werpt hem naar buiten in de duisternis: daar zal geween zijn en geknars der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren”.


10 oktober 2009

De ontstaansgeschiedenis van het gregoriaans

Naar aanleiding van de eerder op deze site geplaatste video Kyrie, Orbis Factor en de daarbij geplaatste tekst van de hand van pater M. Kromann Knudsen FSSP schreef Heleen Keller, oprichter en dirigent van de Schola Catharina, het volgende artikel over de geschiedenis van het gregoriaans.

Het gregoriaans is principieel, van oorsprong, eenstemmige muziek. Het is ontstaan uit het voordragen van Bijbelteksten door een cantor, zoals dat in de synagogen gebruikelijk was. Men is in de christelijke gemeenschappen op dezelfde wijze doorgegaan - zo neemt men aan -, maar de cantor is de aan hem toebedeelde gedeelten steeds meer gaan versieren. Later kreeg hij versterking en werden gedeelten gereserveerd voor een koortje, de schola, dat met de solist afwisselde.

De taal waarin gezongen werd was oorspronkelijk Grieks, maar toen de Kerk bovengronds kwam, na het Edict van keizer Constantijn in 313, werd de liturgische taal het Latijn. Vanaf die tijd is ons huidige gregoriaans ontwikkeld. Rond Gregorius de Grote bestond het overgrote deel van de gezangen reeds (het vieux fond). Ongeveer honderd jaar later wordt dat repertoire voor het eerst 'gregoriaans' genoemd, naar paus Gregorius de Grote (590-604).

In de eerste eeuwen waren instrumenten absoluut verboden in de liturgie; zij hadden vaak betrekking op heidense rituelen. In latere eeuwen werden instrumenten in verband gebracht met wereldlijk amusement. Bovendien ging het in de liturgie in de eerste plaats om de tekst, niet om de esthetiek.

Vanaf ongeveer het jaar 1000 is men in de kloosters het gregoriaans gaan noteren in tekens boven de teksten. Die tekens werden wat betreft de toonhoogte steeds nauwkeuriger en daardoor kon ook de meerstemmigheid ontwikkeld worden: men kon precies aangeven welke toon tegen welke toon aangezongen moest worden. Die eerste meerstemmigheid heet organum; men zong de ene melodie tegelijk met de andere. Daarvoor werd het gregoriaans gebruikt. Dat leende zich daar goed voor doordat dat op schrift was gesteld. Er kon duidelijk aangegeven worden wie wat moest zingen.

Hieruit is de poyfonie en de westerse harmonieleer ontstaan. Pas binnen de harmonieleer gaan zaken als grondtoon en bourdontoon (overigens een instrumentaal verschijnsel) een rol spelen. Het gregoriaans dateert van vóór die periode en houdt zich niet aan regels van harmonieleer, een grondtoon en bourdontoon zijn dan ook niet te vinden, uitzonderingen daargelaten.

De Kerk heeft steeds haar twijfels gehad over deze ontwikkelingen (de tekst werd teveel ondergeschikt aan de muziek) en gaf in de 16e eeuw opdracht aan Palestrina om het eigenlijke gregoriaans vast te leggen. In 1613-1615 kwam de Editio Medicea uit, een door de Kerk geautoriseerde uitgave van het gregoriaans die alleen eenstemmige melodieën bevatte, geen bourdontonen en dergelijke.
In die uitgave was echter van de oorspronkelijke dynamiek weinig terug te vinden, alles was genoteerd in uniforme vierkante noten die moeilijk waren om te zingen, en alles werd met een gelijke notenwaarde uitgevoerd.

In de 19e eeuw heeft Solesmes de opdracht van de Kerk gekregen om een nieuwe uitgave te verzorgen. Daartoe hebben ze door heel Europa de in kloosters bewaarde oudste handschriften gefotografeerd en bestudeerd. In een aan het begin van de 20e eeuw uitgekomen editie van Solesmes werd al recht gedaan aan de oorspronkelijke groeperingen van de noten, die het muzikaal veel zingbaarder maakten: het Graduale Romanum.
In 1977 is het Graduale Triplex uitgekomen waarin de oudste handschriften ook genoteerd staan, waardoor een nog genuanceerder uitvoering mogelijk is geworden.

Wat de teksten betreft: het Concilie van Trente heeft ervoor gekozen om in de liturgische muziek (bijna) alleen nog maar Bijbelteksten te gebruiken, vanwege het protestantse verwijt aan de katholieken dat zij niet Bijbelgetrouw waren.


4 oktober 2009

Preek voor de 18e zondag na Pinksteren

Mijn zoon, uw zonden worden u vergeven.

Epistel
1 Kor. 1, 4–8
Broeders, te allen tijde breng ik om uwentwil dank aan mijn God voor de genade Gods, die u geschonken is in Christus Jezus. Immers, in Hem zijt gij in ieder opzicht rijk geworden, in alle woord en in alle kennis, in dezelfde mate als de prediking van Jezus vaste voet bij u gekregen heeft. Zodoende komt gij in geen enkele genadegave iets te kort, terwijl gij in afwachting zijt van de verschijning van onze Heer Jezus Christus. Hij immers zal u doen vaststaan ten einde toe, zodat gij vrij zijt van schuld op de dag, dat onze Heer Jezus Christus wederkomt.

Evangelie
Mattheüs 9, 1–8
In die tijd ging Jezus in een scheepje, stak het meer over en kwam in Zijn stad. Daar bracht men een lamme tot Hem, die op een rustbed lag. Toen Jezus hun geloof zag, sprak Hij tot lamme: “Heb goede moed, Mijn zoon, uw zonden worden u vergeven.” Maar zie, sommige schriftgeleerden dachten bij zich zelf: “Hij lastert God!” Doch Jezus zag hun gedachten en sprak: “Waarom denkt gij kwaad bij u zelf? Wat is gemakkelijker, te zeggen: uw zonden worden u vergeven, of te zeggen: sta op en loop? Welnu, om u te doen weten, dat de Mensenzoon de macht bezit op aarde de zonde te vergeven – toen sprak Hij tot de lamme – sta op, neem uw bed en ga naar huis”. En hij stond op en ging naar huis. Toen de menigte dat zag, werden zij door vrees bevangen, en zij verheerlijkten God, die zulk een macht verleende aan de mensen.

Preek
Het Evangelie van vandaag geeft ons in al zijn kortheid een indrukwekkend beeld van Jezus’ bovenaardse macht en majesteit. Het verhaalt de genezing van een lamme, die men op een draagbaar voor Jezus’ voeten had neergelaten. Maar voordat de man door Jezus werd genezen vond er iets anders plaats, iets heel bijzonders. “Schep moed, Mijn kind, je zonden zijn je vergeven.” Dat was ongehoord. Wonderbare genezingen kon men nog enigszins verdragen; men moest ze trouwens verdragen; feiten die voor ieders oog plaatsgrepen vielen niet te ontkennen. Maar zonden vergeven – dat kon God alleen. Daarom staat er: “Deze man lastert God”. Maar Jezus doorzag de gedachten van de schriftgeleerden en heeft Zijn barmhartigheid door de lichamelijke genezing bewezen. Zoals vaker in het Evangelie gebeurt – het zichtbare is slechts een beeld van een veel diepere, onzichtbare realiteit. De uiterlijke genezing van de lamme was immers én het beeld én het bewijs dat zijn ziel was genezen. Maar hij was ook het beeld van een heel andere ziekte, namelijk de zonde. Die is veel erger dan alle ziekten die ons lichaam kunnen aantasten.

God denkt anders over de zonde dan wij dat doen. Heel vaak nemen wij de zonde niet ernstig. We zien er geen gevaar in. Dat komt misschien doordat we ook God Zelf niet ernstig nemen. Veel mensen in deze tijd leven alsof God helemaal niet bestaat. Zij geloven in allerlei mogelijke onzin, maar als het om het belangrijkste gaat, dan hebben zij geen verstand. En ook het begrip zonde wordt vergeten. Dat bestaat helemaal niet. Er is wel de schade die wij andere mensen aandoen of onszelf, maar de moderne mens zou het geen zonde willen noemen. Toch bestaat de zonde werkelijk! De onverklaarbare slechtheid van het schepsel dat zich uit trots tegen God verheft, dat de plaats van God Zelf wil innemen. De zonde bestaat echt en is een hindernis, een obstakel tussen God en de mensen. De zonde is een ziekte van de ziel die dood brengt, een eeuwige dood.

De Kerk leert ons dat God Zich in onze wereld in Jezus van Nazareth heeft geopenbaard. Hij heeft in Christus Zijn liefde en barmhartigheid bewezen. God heeft Zijn eniggeboren Zoon gegeven om ons juist van de zonde, van onze zonden te bevrijden. Om ons van de zonde te verlossen is Gods Zoon mens geworden. Jezus Christus verzoent ons met de Vader op het kruis, door Zijn dood. Hij is onze Verlosser, Heiland van onze ziel. De vruchten van Zijn verlossing zijn aan de Kerk toevertrouwd. Die deelt ze uit. Daarom is het haar eerste en essentiële taak deze vruchten – de vergeving en de genade – aan de mensen te geven en deze waarheid te verkondigen. Maar tegenwoordig wordt dat niet meer begrepen. Voor vele mensen, ook binnen de Kerk, is zij niet meer dan een menselijke organisatie met een tijdelijk doel. Er wordt veel gepraat over gemeenschappelijke activiteiten, over activering van de gelovigen, over de bijdrage aan de sociale samenleving die de Kerk kan leveren of over een gezellige samenzijn. Maar de rol van de Kerk is absoluut anders. Het gaat, en het moet er gaan, om de verzoening met God, om de vergeving van de zonden, om het verdelen van genaden. De Kerk leidt ons door het aardse naar het eeuwige leven. Als een zorgzame moeder herinnert zij ons aan onze zwakheden en ziekten, maar zij doet dat alleen om ons genezing te brengen en om ons te redden.

God alleen kan de zonden vergeven, maar Hij heeft deze macht aan Zijn Kerk toevertrouwd. Deze vergeving ontvangen wij vooral in het heilig sacrament van de biecht. Helaas, voor niet weinig katholieken, ook voor vele priesters, is dit sacrament niet belangrijk, om niet te zeggen niet meer noodzakelijk of ouderwets geworden. Het is een grote fout om zo te denken. Wij allen hebben Gods vergiffenis en barmhartigheid nodig. De biecht is een wezenlijk element in de strijd van de Kerk tegen de zonde en de duivel. Dat moet zij ook in ons persoonlijk leven worden. Als wij zeggen zonder zonde te zijn, bedriegen wij onszelf en woont de waarheid niet in ons, zo zegt de apostel Johannes in zijn brief.

Beminde gelovigen, bidden wij vandaag dat wij steeds meer Gods barmhartigheid ontdekken in het heilig sacrament van de biecht. Amen.